Page 1

Ge誰ntegreerde proef Informatiebrochure

............................................ 6 Kantoor 1 Kantoor 2013-2014

Campus Berkenbos Minderbroedersstraat 11 3550 HEUSDEN-ZOLDER tel. 011 52 07 20 info@sfc.be

Campus Heusden Brugstraat 14 3550 HEUSDEN-ZOLDER Tel. 011 45 61 20 info@sfc.be www.sfc.be


Inhoud Inhoud

........................................................................................................................ 2

Inleiding

........................................................................................................................ 3

1

Algemene informatie ........................................................................................ 4

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Doelstellingen ............................................................................................................4 Het logboek................................................................................................................4 Definitieve versie .......................................................................................................4 De mondelinge verdediging.......................................................................................5 Evaluatie ....................................................................................................................5 Opdrachtenkalender..................................................................................................6

2

Praktische uitwerking ....................................................................................... 7

3

Opdrachten ...................................................................................................... 8

3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4 3.4 3.4.1 3.5 3.5.1 3.5.2 3.5.3 3.6 3.6.1 3.6.2 3.6.3 3.7 3.7.1 3.7.2 3.7.3 3.8

Virtueel kantoor.........................................................................................................8 Opdracht 1: identificatiefiche van mijn stagebedrijf .................................................8 Opdracht 2: geschiedenis en kernactiviteiten van mijn stagebedrijf ........................9 Opdracht 3: van klasseren tot archiveren .................................................................9 Opdracht 4: taken in mijn bedrijf ........................................................................... 10 Opdracht 5: voorstelling van mijn stagebedrijf ...................................................... 10 Secretariaat............................................................................................................. 10 Opdracht 1: een brief opstellen volgens de NBN-normen ..................................... 10 Opdracht 2 .............................................................................................................. 10 Project Algemene Vakken....................................................................................... 11 Opdracht 1: de woordenlijst ................................................................................... 11 Opdracht 2: het interview ...................................................................................... 11 Opdracht 3: het krantenartikel ............................................................................... 11 Opdracht 4: het voorwoord .................................................................................... 12 Logistiek .................................................................................................................. 12 Milieuzorg in mijn stagebedrijf ............................................................................... 12 Frans ....................................................................................................................... 13 Opdracht 1: CV........................................................................................................ 13 Opdracht 2: vocabulaire "au bureau"..................................................................... 13 Opdracht 3: prĂŠsentation orale .............................................................................. 13 Engels ...................................................................................................................... 14 Opdracht 1: a letter of application and curriculum vitae ....................................... 14 Opdracht 2: questions about the company ............................................................ 14 Opdracht 3: a telephone conversation ................................................................... 14 Recht: het arbeidsreglement in mijn stagebedrijf .................................................. 15 Definitie .................................................................................................................. 15 Belangrijke vermeldingen ....................................................................................... 15 Het opstellen en bekendmaken ............................................................................. 15 Boekhouden: geĂŻntegreerde boekhoudoefening ................................................... 15

4

Voorbeeld van een evaluatieblad en een logboek ............................................ 16

Bijlagen

...................................................................................................................... 17


Inleiding Vanaf het schooljaar 1994-1995 is vastgelegd dat alle leerlingen van een afstudeerjaar uit het TSO en BSO deelnemen aan een geïntegreerde proef (GIP). De doelstelling van deze proef is dat de leerlingen bewijzen dat ze bekwaam zijn een belangrijk deel van de leerstof op een geconcentreerde wijze te verwerken. Heel wat leervakken worden betrokken in de concrete uitwerking. Vanzelfsprekend staan in de richting Kantoor de vakken boekhouden en secretariaat op het voorplan. Ook de vakken pav, virtueel kantoor, recht en logistiek zitten mee in de opdrachten verwerkt. Daarnaast komen de taalvakken nog aan bod. Het uitwerken van de geïntegreerde proef wordt gespreid over het hele schooljaar. De geïntegreerde proef zal, naast het gewone studiewerk, heel wat tijd en energie vragen; een constante inzet is onontbeerlijk. Dit alles heeft natuurlijk ook consequenties voor de evaluatie. Er zal niet alleen op het einde van het schooljaar geëvalueerd worden, maar voortdurend. Elementen van beoordeling zijn dan: de inzet, de vorderingen, het nakomen van afspraken, de tussentijdse verslagen ... Bij het zoeken naar de juiste werkvorm voor de geïntegreerde proef, hebben we gekozen voor een praktisch dossier rond het eerste stagebedrijf. Opdrachten zullen hierin individueel met behulp van door het bedrijf verstrekte informatie moeten uitgewerkt worden. Alles wordt door de leerlingen zelf gedaan. Dit betekent zeer concreet: zelf initiatieven nemen, de handen uit de mouwen steken, samenwerken, verantwoording afleggen, contacten leggen, rapporten opstellen ... Het positieve aan deze werkvorm zijn de contacten die leerlingen met de arbeidswereld kunnen leggen, het doorbreken van de sleur van het gewone lesgebeuren. Wij zijn ervan overtuigd dat de geïntegreerde proef een waardevolle afsluiting is van het secundair onderwijs.


1

Algemene informatie

1.1

Doelstellingen

In de inleiding zijn er voor de geïntegreerde proef al enkele doelstellingen geformuleerd, er kunnen er nog veel meer worden uitgeschreven. Wij willen ons hier beperken tot de belangrijkste: 

bevorderen van de integratie tussen de verschillende leervakken;

stimuleren van de samenwerking:

aanbrengen van de noodzakelijke attitudes;

stimuleren van een regelmatige werkhouding;

nagaan in welke mate de leerling de hem aangeboden leerstof verwerkt heeft;

beoordelen van de praktische en technische bekwaamheden van de leerling;

bevorderen van het creatief en probleemoplossend denken;

stimuleren van het raadplegen van documentatie;

verhogen van het rapporterende vermogen van de leerlingen.

1.2

tussen leerlingen onderling; tussen leerlingen en leerkrachten; tussen school en bedrijfsleven;

Het logboek

Het logboek, dat zich op de keerzijde van elk evaluatieblad bevindt, is een belangrijk instrument. In het logboek houdt iedere leerling bij wat hij tijdens de lessen en thuis doet voor de GIP, welke afspraken hij gemaakt heeft, welke documentatie en welke personen geraadpleegd worden, welke problemen zich voordoen en wat eraan gedaan wordt om deze problemen op te lossen … Ook vult hij telkens kort een zelfevaluatie in. Elke vakleerkracht vult telkens na de verbetering van de opdracht het logboek in. De leerling kan dus steeds nalezen welke verbeteringen/aanpassingen er nog moeten gebeuren voor het inleveren van de tweede of volgende versie.

1.3

Definitieve versie

Elke leerling zorgt er voor dat de voorlopige definitieve versie van de GIP op vrijdag 09 mei 2014 wordt afgegeven. Deze versie wordt dan nog een laatste keer nagelezen door één van de vakleerkrachten. Na de laatste aanpassingen/verbeteringen zorgt iedere leerling dat het werk in 3 exemplaren wordt gekopieerd: 1 voor de leerling zelf (dit exemplaar mag, maar moet niet ingebonden worden) en 2 exemplaren voor de school. De leerling geeft 2 exemplaar van definitieve versie ten laatste af op woensdag 28 mei 2014.

Kantoor

Informatiebrochure- pagina 4


1.4

De mondelinge verdediging

In de week van 9 juni 2014 krijgt de leerling de kans zijn eindwerk mondeling te verdedigen voor een jury. Deze jury wordt gevormd enerzijds door de externe juryleden (contactpersonen uit de bedrijven) en anderzijds door de interne juryleden (de vakleerkrachten). De jury wordt voorgezeten door een directielid van de school.

1.5

Evaluatie

De evaluatie van elke uit te voeren opdracht bestaat uit een proces- en een productevaluatie. Naar de leerlingen en de ouders toe wordt dit regelmatig verwoord op de volgende manier: per opgave wordt door de vakleerkracht het evaluatieblad/logboek ingevuld (zie hoofdstuk 4) waarop wordt aangeduid in welke mate de leerling een aantal doelstellingen heeft bereikt. Deze doelstellingen hebben te maken met zijn houding, zijn inzet, zijn stiptheid, … Dit is de procesevaluatie. Onderaan op dit blad is ruimte voorzien voor een resultaat op tien voor de kwaliteit en de inhoud van de uitgevoerde opdracht. Dit is de productevaluatie. De doelstellingen die leerlingen moeten behalen (zowel voor proces- als voor productevaluatie) worden bepaald in functie van wat in de lessen met de leerlingen werd afgesproken. Elke opdracht die te laat wordt ingeleverd, krijgt maximum de helft van de punten. Een opdracht die een week te laat wordt afgegeven, wordt nog wel verbeterd maar zal leiden tot een 0. De gegevens vormen voor de vakleerkrachten de basis om een totaalscore te kunnen geven voor hun vak. De ouders handtekenen dit evaluatieblad/logboek zodat ook zij steeds op de hoogte zijn van de resultaten die behaald werden voor de opdrachten. In de loop van het tweede trimester ontvangt elke leerling een ‘voorlopig GIP-rapport’ waarin de tussentijdse resultaten voor product en proces worden gebundeld per vak. In de loop van het schooljaar kunnen 1200 punten verdiend worden, die verdeeld zijn als volgt: vakken

vakleerkrachten

punten

Boekhouden

E. Vaes

Virtueel kantoor

A. Neven

140

Secretariaat

H. Gerits

120

Logistiek

A. Beliën

80

Frans

K. Doumont

90

PAV

L. Van Geertruyden

Engels

S. Gybels

80

Recht

S. Aerts

80

80

130

Jury

200

Eindwerk

200

Totaal

1 200

De behaalde punten worden door de respectievelijke vakleerkrachten verwerkt in de behaalde resultaten voor hun vak. De geïntegreerde proef staat dus niet als vak apart op het rapport vermeld. Om toch een duidelijk overzicht te krijgen wordt samen met het eindrapport in juni een blad aan de leerling overhandigd waarop de behaalde resultaten genoteerd staan volgens deze puntenverdeling. Kantoor

Informatiebrochure- pagina 5


Voor de 200 punten die toegekend worden aan het eindwerk zal er rekening gehouden worden met het al dan niet tijdig inleveren van de voorlopige definitieve versie (vrijdag 09 mei 2014) alsook met het al dan niet rekening houden met de op- en aanmerkingen i.v.m. taal, inhoud, opmaak en NBN-normen. Ook attitudes als stiptheid en nauwkeurigheid zullen zwaar doorwegen. Op de einddeliberatie speelt het totaalresultaat voor de ge誰ntegreerde proef een doorslaggevende rol. Een positieve uitslag kan in het voordeel spelen van de leerling. Een onvoldoende uitslag kan de slaagkansen van de leerling ernstig in het gedrang brengen.

1.6

Opdrachtenkalender

De opdrachtenkalender wordt door de leerlingen ingevuld samen met de vakleerkracht na bespreking van de opdrachten.

Kantoor

Informatiebrochure- pagina 6


2

Praktische uitwerking

In hoofdstuk 3 vind je voor elk betrokken vak de opdrachten en de data waarop de uitgewerkte opdrachten moeten worden afgegeven. Hou je stipt aan deze timing. Later afgeven mag enkel wanneer hiervoor een gegronde reden kan worden gegeven en in samenspraak met de vakleerkracht. Elke opdracht moet individueel worden uitgewerkt. Elke vakleerkracht bezorgt je per opdracht een evaluatieblad en een logboek. Aan de hand van de opmerkingen van de vakleerkracht verbeter je het werk. Deze verbeterde versie geef je af samen met de eerste versie en het evaluatieblad/logboek, dat je hebt laten ondertekenen door je ouders. De vakleerkracht kijkt dan nog een laatste keer je werk na. Je bewaart in je GIP map zowel de eerste als de tweede uitgewerkte versie van de opdracht samen met het gehandtekend evaluatieblad/logboek. Je kan met de tweede versie de score van de product- en procesevaluatie nog be誰nvloeden (zowel in positieve als in negatieve zin!). Wanneer de vakleerkracht in de tweede versie nog aantekeningen maakt, zorg je voor een laatste verbetering. Dit wordt dan de definitieve versie voor je eindrapport. Nadat alle opdrachten zijn gemaakt, voert elke vakleerkracht een eindcontrole uit. De vakleerkrachten geven hun opdrachten in overeenstemming met de volgorde waarin ze de leerstof geven.

Kantoor

Informatiebrochure- pagina 7


3

Opdrachten

3.1

Virtueel kantoor

3.1.1

Opdracht 1: identificatiefiche van mijn stagebedrijf

Ontwerp een identificatiefiche van je stagebedrijf (in tabelvorm) met volgende gegevens: 

logo van de onderneming,

naam,

adres stageplaats,

adres hoofdzetel,

telefoonnummer,

faxnummer,

e-mail,

website,

ondernemingsnummer,

RPR,

eigenaars,

ondernemingsvorm (eenmanszaak/BVBA/NV/… (*)),

sector,

hoofdactiviteit(en),

aantal arbeiders,

aantal bedienden,

financiële rekeningen + IBAN + BIC,

eventuele andere verplichte nummers.

(*) Bij instellingen uit de non-profitsector dienen de aangeduide onderdelen niet behandeld te worden.

TIMING In de week van 2013-11-18: versie 1 In de week van 2013-12-06: versie 2

Kantoor

Informatiebrochure- pagina 8


3.1.2

Opdracht 2: geschiedenis en kernactiviteiten van mijn stagebedrijf

Schets bondig de geschiedenis van je bedrijf. Tracht aan de hand van deze vragen een zo volledig mogelijk beeld te schetsen van het bedrijf/instelling waar je stage loopt. Indien nodig kan je tijdens je stage wat meer uitleg vragen aan je stagementor. 

Maak een organogram met vermelding van de naam van afdelingsverantwoordelijke. Situeer in deze schematische voorstelling ook jouw plaats in het bedrijf.

Welke afdelingen zijn er binnen het bedrijf/de instelling?

Wat is het assortiment (verschillende productgroepen) of wat zijn de voornaamste producten? Welke diensten verleent het bedrijf/de instelling?

Wie zijn de belangrijkste klanten? (groothandel, kleinhandel)

Wie zijn de belangrijkste leveranciers?

TIMING In de week van 2013-11-25: versie 1 In de week van 2014-01-06: versie 2

3.1.3

Opdracht 3: van klasseren tot archiveren

Om in een bedrijf of instelling alles vlot te kunnen terugvinden, worden heel wat documenten en gegevens geklasseerd. Aan de hand van de checklist in de bijlagen tracht je het antwoord te vinden op onderstaande vragen: 

Welke documenten worden geklasseerd?

Volgens welke classificatiemethode?

Hoe lang worden de documenten bewaard?

Welk klasseermateriaal wordt er gebruikt?

Is er een archief aanwezig?

Waar bevindt zich dit archief?

TIMING In de week van 2014-01-20: versie 1: uitwerking opdracht a.d.h.v. de gegevens van de checklist In de week van 2014-02-10: versie 2

Kantoor

Informatiebrochure- pagina 9


3.1.4

Opdracht 4: taken in mijn bedrijf

Je noteert tegen 07 januari 2014 vier taken of opdrachten, die je tijdens je stage (regelmatig) moet doen en waarover je (redelijk wat) uitleg kan geven, op een blad. Dit blad – met vermelding van je naam, het stagebedrijf en de vier taken – geef je af aan je stagebegeleidster. Zij zal hierop twee of drie taken aanduiden en die leg je dan grondig en volledig uit.

TIMING In de week van 2014-01-27: versie 1: uitwerking tijdens de les In de week van 2014-02-24: versie 2

3.1.5

Opdracht 5: voorstelling van mijn stagebedrijf

Stel je stagebedrijf voor aan de hand van een PowerPoint-presentatie. Instructies en uitleg krijg je in de lessen van virtueel kantoor tijdens de week van 05 mei 2014.

3.2

Secretariaat

3.2.1

Opdracht 1: een brief opstellen volgens de NBN-normen

In elk bedrijf wordt al wel eens een brief geschreven. Vraag aan je stagementor of je zo een brief mag hebben of eventueel mag kopiëren die – helemaal – niet aan de NBN-normen voldoet. Indien mogelijk zou het om een zakelijke, inkomende of uitgaande brief moeten gaan zoals een offerte, prijsaanvraag of … Zorg er wel voor dat namen die erin voorkomen, eerst onleesbaar gemaakt worden. Ook andere persoonlijke gegevens mag je eerst onleesbaar maken. Breng één of twee dergelijke brieven mee naar de les. Na goedkeuring van je leerkracht, typ je de meegebrachte brief volgens de NBN-norm.

TIMING 2013-10-16: 2013-11-06:

3.2.2

opdracht 1 (brief/brieven afgeven) inleveren van herwerkte brief

Opdracht 2

Je hele werkje moet volledig opgemaakt zijn volgens de NBN-normen.

TIMING 22 april 2014

Kantoor

Informatiebrochure- pagina 10


3.3

Project Algemene Vakken

Project Algemene Vakken legt dit schooljaar de focus op zelfstandig werken en reflecteren. Binnen de vier opdrachten die je voor de geïntegreerde proef voor dit vak opgelegd krijgt, komt dit accent telkens terug.. Verder coacht je leerkracht je bij de voorbereidingen voor het spreken tijdens je mondelinge presentatie voor de jury en biedt ze de mogelijkheid aan om samen het taalaspect van je GIP regelmatig te evalueren en bij te sturen.

3.3.1

Opdracht 1: de woordenlijst

Je maakt zelfstandig een woordenlijst van 40 woorden, uitgetypt in de huisstijl van de school. Het onderwerp van deze woordenlijst is ‘Op kantoor’ en kan onder andere meubilair, leveringen en materialen bevatten. Deze woordenlijst wordt in kolomvorm weergegeven met aandacht voor het correct bepaald lidwoord bij elk zelfstandig naamwoord. Het resultaat wordt later gebruikt bij een GIP-opdracht voor het vak Frans.

TIMING: 4 oktober 2013: toelichting bij de opdracht Van 4 oktober tot en met 25 oktober 2013: oplijsten met aandacht voor spelling

DEADLINE: Inleveren uitgetypte woordenlijst: 25 oktober 2013

3.3.2

Opdracht 2: het interview

Je neemt een interview af van je stagementor of één van de werknemers van je stagebedrijf. Je leerkracht reikt je tools aan om dit zelfstandig te kunnen voorbereiden en nadien te kunnen evalueren. Je leerkracht coacht je bij het uitschrijven van het interview en het reflecteren over je groeiproces.

TIMING: 6 november 2013: tools, tips en trucs bij het interview november 2013: afnemen van het interview en reflectie 4 december 2013: uitschrijven van het interview van 6 januari 2014 tot en met 17 januari 2014: verbeteren van een eerste versie

DEADLINE: Afnemen interview: 2 december 2013 Inleveren eerste versie van het interview: 20 december 2013 Inleveren verbeterde versie: 21 januari 2014

3.3.3

Opdracht 3: het krantenartikel

In Project Algemene Vakken ontwikkel je competenties om adequaat en zinvol te kunnen functioneren in je onmiddellijke leefomgeving en dit ten aanzien van een wereldbetrokkenheid. Actualiteit is dus niet weg te denken in dit vak. Aangezien je beroepsleven deel uitmaakt van je onmiddellijke leefomgeving koppel je in deze opdracht actualiteit aan je beroepsleven. Kantoor

Informatiebrochure- pagina 11


Je zoekt een krantenartikel waarvan de inhoud aansluit bij je stage. Je bespreekt dit artikel volgens de actuakaart met schema dat je leerkracht je aanreikt. Je zoekt zelfstandig naar de nodige informatie en bewaakt zelf de kwaliteit van je product.

TIMING: 23 oktober2013: toelichting bij de opdracht, actuakaart en schema Van oktober 2013 tot en met januari 2014: volgen van de actualiteit in functie van je beroepsleven

DEADLINE: Inleveren eerste versie: 7 februari 2014 Inleveren van de verbeterde versie: 11 maart 2014

3.3.4

Opdracht 4: het voorwoord

Tijdens de lessen PAV besteed je aandacht aan de functie het voorwoord. Je leerkracht begeleidt je bij het uitschrijven van het voorwoord van je GIP-bundel. Het accent van deze coaching ligt op taalzorg en inhoud. Je leerkracht helpt je bij het evalueren en verbeteren van het product en het reflecteren over je groeiproces.

TIMING 12 maart 2014: tools, tips en trucs bij het voorwoord 19 maart 2014: uitschrijven van het voorwoord Van 22 april 2014 tot en met 30 april 2014: verbeterde versie inleveren

DEADLINE: inleveren eerste versie: 4 april 2014 inleveren verbeterde versie 30 april 2014

3.4

Logistiek

3.4.1

Milieuzorg in mijn stagebedrijf

Maak een uitgebreid verslag van de milieuzorg in je stagebedrijf. Ga eerst op onderzoek uit aan de hand van de checklist “Milieuzorg in je stagebedrijf”, die je in de bijlagen vindt. Probeer ook nog zelf bijkomende vragen te vinden. Verzamel zoveel mogelijk informatie. Zorg ook dat je alles goed begrijpt. Vraag eventueel nog bijkomende uitleg aan je stagementor. Daarna maak je een verslag. In je verslag moeten zeker volgende punten aan bod komen: 

energie,

afval,

mobiliteit,

water,

aankoopbeleid,

Welke tips kan jij je stagebedrijf geven inzake milieuzorg?

Kantoor

Informatiebrochure- pagina 12


Het is zeker niet de bedoeling dat je gewoon enkele zinnen uit de checklist letterlijk overneemt! Je moet zo concreet mogelijk vertellen hoe het er in je stagebedrijf aan toe gaat. Verklaar ook alle moeilijke woorden die in je verslag voorkomen. Je vermeldt altijd de bronnen die je geraadpleegd hebt (bijvoorbeeld websites).

TIMING In de week van 2013-11-12: breng alle verzamelde informatie mee naar de les logistiek In de week van 2013-12-09: inleveren opdracht versie 1

3.5

Frans

3.5.1

Opdracht 1: CV

Vous rédigez un cv personnel avec vos coordonnées dans lequel vous mentionnez vos expériences professionnelles jusqu’à aujourd’hui (stage, job de vacances …).

TIMING Novembre 2013

3.5.2

Opdracht 2: vocabulaire "au bureau"

Faites une liste de vocabulaire visuelle de 30 mots. Sujet: “Au bureau” (meubles, articles de bureau …). Pour chaque mot, vous ajoutez une photo que vous faites vous-même lors de votre stage. Faites une colonne avec les mots néerlandais et une colonne avec la traduction française. N’oubliez pas les articles (le, la, l’).

TIMING Février 2014

3.5.3

Opdracht 3: présentation orale

Savoir répondre en français à des questions au sujet de votre stage et de votre avenir lors de votre épreuve finale orale

TIMING Juin 2014

Kantoor

Informatiebrochure- pagina 13


3.6

Engels

3.6.1

Opdracht 1: a letter of application and curriculum vitae

Find a job advertisement that you would like to apply for. Make a letter of application and curriculum vitae with your own information.

TIMING Oktober 2013: November 2013:

3.6.2

first version application form and curriculum vitae second version application form and curriculum vitae

Opdracht 2: questions about the company

Answer the following questions about the company where you were employed as a trainee. Use the company’s website for more information if necessary. 

What kind of company is it? What sector is it in?

How many people does it employ?

How many offices / branches does it have in Belgium? It is a multinational company?

How old is your company? When was it founded?

What exactly does your company do? What does it produce?

Would you like to work for this company? Why/why not?

TIMING December 2013: January 2014: February 2014: June 2014:

3.6.3

first written version second written version answering questions about your company in front of the class answering questions about your company in front of the jury

Opdracht 3: a telephone conversation

During the English lessons you will practice telephone conversations and you’ll be evaluated on this part. In je GIP-bundel voeg je de volgende opdrachten van Engels toe: 

the letter of application;

the curriculum vitae.

Kantoor

Informatiebrochure- pagina 14


3.7

Recht: het arbeidsreglement in mijn stagebedrijf

Vraag het arbeidsreglement op in je stagebedrijf.

3.7.1

Definitie

Geef een omschrijving van het arbeidsreglement.

3.7.2

Belangrijke vermeldingen

Bespreek de volgende elementen uit het arbeidsreglement van je stagebedrijf.  

De arbeidsduur: Op welk uur begint en eindigt elke werkdag? Het loon: Op welke wijze wordt het loon uitbetaald?

De rustdagen

 

De jaarlijkse vakantie De verbandkist: Waar in het bedrijf is de verbandkist te vinden?

De adressen van de inspectiediensten

3.7.3

Het opstellen en bekendmaken

Door wie wordt het arbeidsreglement opgesteld in je stagebedrijf? Hoe wordt het bekendgemaakt?

TIMING week van 2013-12-02: week van 2014-01-20:

3.8

arbeidsreglement afgeven inleveren opdracht versie 1

Boekhouden: geïntegreerde boekhoudoefening

Maak voor je stagebedrijf de gevraagde documenten en dagboeken op. De concrete opdracht zal je gegeven en meegedeeld worden tijdens de les van Virtueel kantoor.

TIMING In de week van 28 april 2014

Kantoor

Informatiebrochure- pagina 15


4

Kantoor

Voorbeeld van een evaluatieblad en een logboek

Informatiebrochure- pagina 16


Bijlagen  Bijlage 1: Virtueel Kantoor: Van klasseren naar archiveren tot vernietigen  Bijlage 2: Logistiek: Checklist “Milieuzorg in je stagebedrijf”


 Bijlage 1: Virtueel Kantoor: Van klasseren naar archiveren tot vernietigen VAN KLASSEREN NAAR ARCHIVEREN TOT VERNIETIGEN Documenten en dossiers zo opbergen dat ze toch gemakkelijk en snel kunnen teruggevonden worden, behoort zeker tot één van je taken. Je zal moeten klasseren.

Een goed klassement voldoet aan een aantal criteria; beoordeel het klassement op je stageplaats aan de hand van onderstaande tabel. Helemaal mee eens

Criteria      

Min of meer mee eens

Niet mee eens

Het klassement is gemakkelijk toegankelijk. Het klassement is eenvoudig in gebruik. Het klassement is gemakkelijk te begrijpen. Het klassement is goed doordacht. Het klassement is aangepast aan de te rangschikken documenten. Het klassement kan gemakkelijk uitgebreid worden.

Welke classificatiesystemen of classificatiemethoden worden in je stagebedrijf gebruikt? Duid aan met een kruisje wat van toepassing is en geef telkens één voorbeeld van documenten die op deze manier geklasseerd worden. Classificatiemethoden Alfabetisch klassement Numeriek klassement Chronologisch klassement Alfanumeriek klassement Geografisch klassement Decimaal klassement Volgens onderwerp Andere:

X

Document


Dossiers en documenten die niet regelmatig meer geraadpleegd worden, belanden in het archief. Voor een aantal documenten geldt immers een wettelijke bewaartermijn. Waar bevindt zich het archief in je stagebedrijf?

Is er één verantwoordelijke of archivaris belast met het beheer van het archief?  Ja. Naam van de archivaris:

 Neen. Wie archiveert dan wel documenten en dossiers (naam en functie)?

Beoordeel het archief van je stagebedrijf aan de hand van onderstaande tabel. Criteria Het archief is vrij ordelijk. Het archief zit zo goed als vol. Het archief kan nog gemakkelijk uitgebreid worden. Het archief is gemakkelijk toegankelijk. Het archief is overzichtelijk. Het archief heeft een dringende beurt nodig.

Helemaal Min of mee eens meer eens

Niet mee eens


Informeer naar de bewaartermijnen van dossiers en documenten in je stagebedrijf. Vul de tabel aan: geef telkens twee voorbeelden. Bewaartermijnen Niet bewaren > 3 jaar 10 jaar 30 jaar Altijd bewaren

Documenten/dossiers

Steeds vaker schakelen bedrijven over op elektronisch archiveren om plaats te winnen. Heeft je stagebedrijf een elektronisch archief?  Neen  Ja; noem 3 documenten/dossiers die op deze manier bewaard worden. ................................................................ ................................................................ ................................................................

Wat gebeurt er met documenten en dossiers die niet meer bewaard hoeven te worden?  Het bedrijf gooit ze weg (selectief/niet selectief).  Het bedrijf vernietigt ze zelf.  Het bedrijf laat ze vernietigen door een gespecialiseerde firma.

EHBK - Eerste hulp bij klasseren Welk klasseermateriaal wordt op je stageplaats gebruikt?

 Mappen  Sorteerkasten  Signaaltekens (plastiek of metaal)  Brievenmandjes  …………………………

    

Klasseermateriaal Hangmappen Ladenkasten (Zelfklevende)papieren ruiters Papierversnipperaar …………………………..

 Ordners  Tijdschriftenkasten  Tabbladen  Archiefdozen  …………………………


 Bijlage 2: Logistiek: Checklist “Milieuzorg in je stagebedrijf” MILIEUZORG IN JE STAGEBEDRIJF Heeft je stagebedrijf oog voor het milieu? Wordt er aan milieuzorg gedaan? Ga op onderzoek aan de hand van onderstaande checklist! 1

Energie

Gebruik van duurzame energiebronnen Maakt je stagebedrijf gebruik van volgende duurzame energiebronnen?  Energie gewonnen uit wind  Energie gewonnen uit stromend water  Zonne-energie  Aardwarmte/biomassa  ………………………………

Zuinig energieverbruik Voorkomt je stagebedrijf onnodig energieverbruik?  Toestellen worden 's avonds helemaal uitgeschakeld in plaats van ze op de stand-by stand te laten staan  Het licht in ruimten waar niemand is, wordt altijd gedoofd  Bij de aankoop van elektrische toestellen wordt de voorkeur gegeven aan toestellen met een a+ of a++ label  Er worden zuinige lampen gebruikt (spaarlampen en tl-lampen)  De thermostaten van de verwarming staan zuinig afgesteld  Staat de airco of de verwarming aan, dan blijven ramen en deuren goed gesloten  …………………………………………………………………………………

2

Afval

Afvalpreventie Probeert je stagebedrijf afval te voorkomen?  Drank in verpakkingen met statiegeld krijgt de voorkeur  Geen gebruik van wegwerpbekertjes en borden  Er wordt zuinig omgesprongen met aangekochte producten  Documenten, nieuwsbrieven, mededelingen … worden enkel elektronisch verspreid (geen papierenversie meer)  ……………………………………………………………………………………


Hergebruik  Eenzijdig bedrukt papier wordt herbruikt (als kladblok, faxpapier, printpapier …)  Kantoormateriaal zoals mappen, ordners, archiefdozen … krijgen een tweede leven  Tijdelijke gegevens worden opgeslagen op cd-rw i.p.v. cd-r.  Kartonnen verpakkingsdozen worden bewaard voor hergebruik allerhande  Afgedankte (maar nog bruikbare) spullen worden aan het personeel geschonken/verkocht  ……………………………………………………………………………………

Sorteren en recyclage Afval wordt gesorteerd en gescheiden aangeboden:  Papierafval  PMD-afval  GFT-afval  KGA-afval  Glas  Batterijen  Lege tonerkits voor printers  …………………………………………………………………………………… Soms wordt gebruik gemaakt van volgende opties:  voorwerpen naar de Kringloopwinkel brengen,  voorwerpen worden naar het gemeentelijk 'containerpark' gebracht,  voorwerpen worden aan (hulp)organisaties geschonken,  …………………………………………………………………………………… Voor de terugnameplicht van (verpakkings)afval is het bedrijf aangesloten bij:  Fost Plus  Val-I-Pac  Recupel  Bebat

Produceert het bedrijf (gevaarlijke/schadelijke) afvalstoffen die een speciale behandeling/verwerking/ophaling vereisen?  Ja, welke………………………, door wie opgehaald………………………….  Neen


Restafval Voorwerpen bij het restafval gooien:  wordt zoveel mogelijk beperkt,  wordt niet gecontroleerd. Het afvoeren van restafval gebeurt:  op eigen initiatief via een gespecialiseerde firma,  via ophaalrondes georganiseerd door de gemeente.

3

Mobiliteit Bevordert je stagebedrijf duurzame mobiliteit?  Er wordt aan carpoolen gedaan.  Met de fiets naar het werk komen, wordt aangemoedigd (fietsvergoeding).  Gebruik van het openbaar vervoer wordt aangemoedigd.  voor woon-werkverkeer.  voor dienstverplaatsingen.  Het zuinig verbruik speelde een belangrijke rol bij de keuze van een bedrijfswagen.  Dienstverplaatsingen (o.a. voor vergaderingen) worden zoveel mogelijk beperkt.  Het gebruik van milieuvriendelijkere brandstoffen voor voertuigen (biodiesel, LPG, aardgas …)  is niet aan de orde,  wordt overwogen,  is reeds concreet gepland,  gebeurt nu al (geheel of gedeeltelijk) in de praktijk,  …………………………………………………………..

4

Water Is het waterverbruik bij je stagebedrijf rationeel?  Voor bepaalde doelen wordt regenwater gebruikt.  De toiletten zijn voorzien van een dubbele spoelknop.  Lekkende kranen worden onmiddellijk hersteld.  Het onderhoudspersoneel springt zuinig om met water (o.a. gebruik van microvezeldoekjes).  Handwas van vaat wordt verkozen boven vaatwassergebruik.

5

Aankoopbeleid Houdt het stagebedrijf rekening met het milieu bij haar aankopen?  Milieuvriendelijk verpakkingsmateriaal.  Onschadelijke schoonmaakproducten.  Kantoormateriaal vervaardigd met gerecycleerde stoffen (briefpapier, omslagen, mappen, toiletpapier …).  Toestellen, producten, artikelen, middelen … voorzien van het Europees Ecolabel.

Informatiebrochure 2013 2014  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you