Page 1

Schoolgids Obs ‘de Heidehoek’ Vledderveen School met ErvaringsGericht Onderwijs


80


Voorwoord 80

Wat staat er in deze schoolgids? • stichting en school in het algemeen; • uitgangspunten en doelstellingen; • visie op levensbeschouwing, mens en maatschappij, teamontwikkeling, kind en onderwijs; • doelstellingen en de werkwijze van onze school; • hoe wij de zorg voor de kinderen organiseren; • wat de ouders van de school kunnen verwachten, maar ook wat de school van de ouders verwacht • namen en adressen; • algemene informatie, die voor u belangrijk kan zijn; • specifieke informatie over de groepen; • belangrijke gegevens voor het huidige schooljaar, zoals school- en vakantietijden, groepsindeling, taakverdeling en activiteiten van het team. Sommige afspraken, werkwijzen en documenten zijn op stichtingsniveau vastgesteld. Deze herkent u door het logo van Stichting Talent,

, achter de titel.

De Schoolgids wordt jaarlijks aan het begin van het schooljaar op de website geplaatst. In ons Schoolplan, dat naast deze Schoolgids is ontwikkeld, verantwoorden wij de school uitgebreider. Deze plannen zijn werkdocumenten voor het team en leveren de verantwoording naar de minister en gelden voor een periode van 4 jaar. In het Schooljaarplan en het Schooljaarverslag doen wij hetzelfde, echter voor 1 jaar. Deze gids is bestemd voor de ouders. Daarom vinden wij het zinvol ouders bij de ontwikkeling van deze gids te betrekken. Wij willen graag weten welke informatie ouders van belang vinden en waarover ze wel en niet geïnformeerd willen worden. We willen daarom graag op - en aanmerkingen van u ontvangen, zodat deze gids een goed en leesbaar verhaal vertelt over onze school.


80

Obs 'de Heidehoek' P.W. Janssenlaan 20 8385 GB Vledderveen Telefoon: 0521–381475 www.obsdeheidehoek.nl E-mail: info@obsdeheidehoek.nl


Inhoudsopgave

1.

80

2

3

4

Voorwoord Inhoudsopgave De school 1.1 Richting 1.2 Obs de Heidehoek 1.3 Grootte van de school Visie: waar de school voor staat - uitgangspunten en prioriteiten 2.1 Missie en visie van Stichting Talent 2.2 Missie en visie: waar de school voor staat 2.2.1 De 5 betrokkenheidsverhogende factoren 2.2.2 Het werken in de verschillende bouwen 2.2.3 Kwaliteitsverbetering De organisatie 3.1 Organisatie stichting 3.1.1 Algemeen bestuur 3.1.2 Algemeen directeur 3.1.3 Directieoverleg 3.1.4 Gemeenschappelijke medezeggenschapsraad 3.2 Organisatie school 3.2.1 Directeur 3.2.2 Medezeggenschapsraad 3.2.3 Ouderraad 3.2.4 Leerkrachten 3.2.5 Externe contacten 3.3 Integraal personeelsbeleid (IPB) 3.3.1 Bekwaamheidseisen onderwijspersoneel 3.3.2 Professionalisering 3.3.3 Procedure benoemen nieuw personeel 3.3.4 Procedure (ziekte) vervanging 3.3.5 Studenten Het onderwijs 4.1 Werkwijze 4.1.1 Groepssamenstelling

2 4 8 8 8 8 9 9 10 11 13 17 19 19 19 19 19 19 20 20 20 20 22 25 25 26 26 26 26 28 28 28

24


80

4.2 Vak/vormingsgebieden 4.2.1 Vak/vormingsgebieden in groep 1 en 2 4.2.2 Vak/vormingsgebieden groep 3 t/m 8 4.2.3 Computers (ICT) 5 Zorg voor kinderen 5.1 Samenwerkingsverband/zorgplan 5.1.1 Zorgdocument 5.2 Zorg op de Heidehoek 5.2.1 Intern begeleider (IB-er) 5.3 Groeps – en leerlingbespreking 5.4 Handelingsplan 5.5 Werkwijze PCL/ Samenwerkingsverband 5.6 Leerlinggebonden financiering/rugzak 5.7 Speciaal (basis) onderwijs en de ambulante begeleiding 5.8 Protocol leesproblemen en dyslexie 5.9 Toetsing en registratie 5.10 Rapportage en dossiervorming 5.10.1 Beleid najaarskinderen 5.11 De overgang van de kinderen naar het voortgezet onderwijs 5.12 Buurtnetwerk 6 Leerplicht 6.1 Leerplicht 6.1.1 Volledige leerplicht 6.2 Beleid toelating en (tijdelijke) verwijdering 6.2.1 Toelating 6.2.2 (Tijdelijke) Verwijdering 6.3 Aanmelden en inschrijven van nieuwe leerlingen 6.3.1 Procedure aanmelden 6.3.2 Gegevens t.b.v. de inschrijving 6.3.3 Procedure aanmelden leerling met een rugzakje 6.3.4 Plaatsing 6.3.5 Adreswijziging 6.4 Verzuim/ verlof 6.4.1 Geoorloofd verzuim

34

28 30 31 31 34 34 34 35 36 37 38 39 41 41 41 42 42 43 44 44 44 44 44 45 46 46 46 46 47 47 47 48

40


80

6.4.2 Ongeoorloofd verzuim 6.4.3 Luxe verzuim 6.4.4 Inschakelen leerplichtambtenaar 6.4.5 Bezwaar 6.4.6 Boete 7 Informatie 7.1 Ouders 7.2 Privacy 7.3 Informatieplicht 7.4 Informatie 7.4.1 Afspraak met leerkracht en/of directie 7.4.2 Nieuws 7.4.3 Dorpskrant ’t Pummeltje 7.4.4 Website 7.5 Projecten 7.6 Overblijven/ naschoolse opvang 8 Afspraken/ rechten en plichten 8.1 Afspraken op stichtingsniveau 8.1.1 Schoolverzekering 8.1.2 Veiligheidsbeleid 8.1.3 Klachtenprocedure 8.1.4 Ongewenste intimiteiten/ seksuele intimidatie 8.1.5 Tussenschoolse en buitenschoolse opvang 8.1.6 Ouderbijdrage

48 49 51 51 51 52 52 54 54 55 55 55 55 55 56 56 57 57 57 57 58 59 60 60

9 De praktische informatie 9.1 Schooltijden 9.2 Vakanties en vrije dagen 9.3 Urenberekening 9.4 Personeel 9.4.1 Taakverdeling 9.4.2 Vieringen, feesten en activiteiten

61 63 63 64 65 65 66


9.5 Groepsplanning 9.6 Overig 9.7 Afspraken en regels 9.8 Bosproject gemeente Westerveld 10 Namen en adressen Tenslotte nog wat stof tot nadenken ‌

80

67 67 68 69 71 73


1

DE SCHOOL

1.1

Stichting Stichting Talent Westerveld vormt sinds 1 april 2009 het bevoegd gezag over het openbaar basisonderwijs in de gemeente Westerveld. Stichting Talent Westerveld vormt een veelkleurig palet van 11 samenwerkende scholen voor openbaar basisonderwijs. Ongeveer honderd medewerkers zetten zich in om elk van de ruim 1300 leerlingen de best mogelijke basis te geven voor de toekomst. Voor meer informatie over de structuur, de geledingen en de functies binnen onze stichting verwijzen wij u naar hoofdstuk 3.

1.2

Basisschool de Heidehoek Onze school is opgericht in 1909 en bestaat ruim 100 jaar. Het oude gedeelte is nu ons gymlokaal. De school is drastisch verbouwd met de komst van de basisschool in 1985. Het is een multifunctioneel gebouw geworden met dorpshuis en school onder één dak. We zijn een openbare basisschool, d.w.z. dat alle kinderen worden toegelaten, ongeacht hun afkomst, levensovertuiging, godsdienstopvatting enz. Bij een openbare school staan de deuren open voor alle kinderen. De kinderen, ouders en leerkrachten hebben verschillende opvattingen over godsdienst en levensbeschouwing, zoals iedereen in de maatschappij. Ze maken kennis met elkaars achtergronden, levens - en godsdienstovertuiging. Zo leren kinderen met en over elkaar, met respect voor elkaars identiteit en ieder zijn eigen verantwoordelijkheid. Daarmee is onze school de samenleving in het klein. We geven de kinderen gelegenheid om aan de eigen identiteit te werken, bijv. tijdens de lessen godsdienst en humanistisch vormingsonderwijs. Het volgen van deze lessen is vrijwillig, maar gebeurt wel onder schooltijd. Met dit aanbod is de school echt openbaar: voor iedereen aantrekkelijk Directeur Onderwijsteam Heidehoek, Wapserveen en Oosterveldschool: Gerben Douna

1.3

Grootte van de school Op de teldatum van 1 oktober 2013 zullen we 30 kinderen op onze school hebben. Dit levert voor het schooljaar 2013 – 2014 een formatie op van 2 leerkrachten, aangevuld met op 4 ochtenden een derde leerkracht. Er werken op onze school zes leerkrachten. Verder zijn er vakleerkrachten voor muziek en godsdienst. We maken altijd ruimte voor studenten om hun stage bij ons op school te doen.

80


80

2

Visie

2.1

Missie en visie van Stichting Talent Westerveld

Het visiestatement van onze organisatie is als volgt geformuleerd: • Stichting Talent Westerveld staat als een professionele leergemeenschap voor kinderen, medewerkers en ouders in de samenleving; • Werkt aan basis- en talentontwikkeling; • Is een leergemeenschap met een openbaar karakter, die respectvol en veilig is. De visie kenmerkt zich door twee leidende principes en vier kernwaarden: Niet apart maar samen Professionaliteit

Groei naar kwaliteit Betrokkenheid

Resultaat

Kindgericht werken

Binnen dit referentiekader kan elke school en elke medewerker eigen waarden en doelen hanteren, zolang ze niet strijdig zijn met de algemene uitgangspunten en ook niet leiden tot een onderlinge strijd. We verwachten van onze medewerkers en stimuleren ouders en kinderen de kernwaarden uit te dragen en te vertalen in handelen. Het gedrag van de medewerkers geldt steeds als voorbeeld voor kinderen (en hun ouders). Vanuit de genoemde kernwaarden formuleert Stichting Talent Westerveld de missie RUIMTE OM TE LEREN door: • Kinderen zodanig te onderwijzen en begeleiden dat zij goed toegerust en gemotiveerd zijn om met succes het voortgezet onderwijs te volgen; • Een antwoord te kunnen geven op hun levensvragen; • Verschillen te accepteren; • Ouders te betrekken en mede verantwoordelijk te maken; • Kinderen zelfstandig hun weg te laten vinden in en volwaardig deel te nemen aan onze pluriforme samenleving.


2.2

80

Missie en visie: waar de school voor staat uitgangspunten en prioriteiten

In de samenleving van morgen zullen omgaan met gevoelens, leren keuzen te maken, informatie verzamelen en selecteren wellicht de belangrijkste vaardigheden zijn om overeind te blijven. Dit betekent dat het in het onderwijs niet alleen gaat om het aanleren van kennis en het verwerven van een lerend vermogen, maar ook om het verwerven van een positief gevoel van zelfwaarde. In een maatschappij waarin kennis steeds veroudert, is de kunst om lekker in je vel te blijven zitten en je voortdurend nieuwe kennis eigen te maken van groot belang. We zijn een school die zich ten doel stelt opvoeding en onderwijs te ontwikkelen volgens de beginselen van het ErvaringsGericht Onderwijs (E.G.O.). Zie ook www.ervaringsgerichtonderwijs.nl en onze eigen site www.obsdeheidehoek.nl. Wanneer we dit betrekken op onze school betekent goed onderwijs voor ons: onderwijs waarbij kinderen maximaal betrokken zijn, zich voortdurend ontwikkelen en zich er goed bij voelen. De leerkrachten houden daarbij zoveel mogelijk rekening met de belevingswereld van de kinderen. Dit gegeven vormt de basis van ons onderwijsconcept. De 3 principes die we hierbij gebruiken zijn: 1 het vrij leerlingeninitiatief, hierin kunnen kinderen in principe voor een groot deel van de dag vrij, uit een reeks van mogelijkheden kiezen. Dit is een krachtig middel om kinderen tot betrokken activiteit te laten komen. Vrij initiatief maakt het mogelijk dat kinderen zich langs een eigen weg ontwikkelen. 2 Het schoolmilieu speelt een belangrijke rol. Kinderen moeten in de school vinden wat aan hun behoeften tegemoet komt. Dit betekent dat we erop letten dat het materiaal dat we in de klas brengen voldoende uitdaging biedt om tot een eigen ontwikkeling te komen. Daarnaast biedt de leerkracht nieuwe activiteiten aan, waaruit de kinderen weer een keuze kunnen maken. Leerkrachten houden steeds goed in de gaten wat het doel is: ’het op een betrokken manier leren van de leerlingen’. Door observaties houdt de leerkracht oog voor individuele kinderen, zodat we kinderen steeds vooruit kunnen helpen. Kinderen moeten zich veilig en aanvaard voelen. Dit doet een beroep op het inlevingsvermogen van de leerkracht. Bovendien kunnen we door met de kinderen te praten op het spoor komen van wat hen bezig houdt, waar hun interesses liggen. Dit is het derde principe: de ervaringsgerichte dialoog. De twee kenmerken die van grote waarde zijn voor de ontwikkeling van een kind zijn: betrokkenheid en welbevinden. Zij geven antwoord op de vraag hoe een leerling zich ontwikkelt of dingen leert. We zijn pas echt tevreden over een activiteit als we erin slagen een hoge betrokkenheid te realiseren, want in betrokken activiteit geven kinderen (en ook volwassenen) het beste van zichzelf. Als die hoge mate van betrokkenheid er is vindt er


80

ontwikkeling plaats. Dit is echt leren. Betrokkenheid staat uiteraard niet op zichzelf maar heeft veel te maken met welbevinden. Bij het beoordelen van betrokkenheid kijken we naar een aantal kenmerken en signalen die bij kindgedrag horen. We houden bij het beoordelen rekening met de leeftijd en ontwikkelingsniveau van de kinderen. Bij het observeren van de ontwikkeling staat de volgende vraag centraal: ‘Is dit kind nog in ontwikkeling?’. Door hier naar te kijken worden ook hoogbegaafde leerlingen gesignaleerd, die anders minder snel zouden opvallen, omdat hun resultaten op de verschillende toetsen toch wel voldoende zijn. De mate van welbevinden van kinderen geeft aan hoe zij het maken op het emotionele vlak. Kinderen (en volwassenen) die zich ‘welbevinden’, voelen zich ‘als een vis in het water’, ze zijn emotioneel gezond hebben zelfvertrouwen, durven zichzelf te zijn en voor zichzelf op te komen. De zo belangrij ke kenmerken betrokkenheid en welbevinden realiseren we door de volgende 5 betrokkenheidverhogende factoren voor ogen te houden, met daaraan vastgekoppeld vijf werkvormen die een houvast geven om de betrokkenheid van de kinderen te verhogen en om hun welbevinden te vergroten. De factoren en werkvormen zijn de volgende: 2.2.1 De 5 betrokkenheidsverhogende factoren 1 Sfeer in de groep en de relatie met elkaar  kring Kinderen moeten ‘lekker in hun vel zitten’. Een belangrijke factor hierbij is de sfeer in de klas. Deze is afhankelijk van verschillende zaken, zoals de relatie die de leerling heeft met de leerkracht en de medeleerlingen. Kinderen hebben het vertrouwen van de volwassenen in hun buurt nodig, hun geduld, hun goede vragen naar problemen die je als leerling kunt hebben, zodat je weer verder kunt. Om een goede sfeer en relatie te bevorderen wordt gebruik gemaakt van de kring. Dit is een moment waarop de groep of een deel van de groep bij elkaar komt met het oog op uitwisseling van gedachten en ervaringen. Er zijn twee functies: de kring als ontmoetingsplaats waarin onderling contact bevorderd wordt en de kring met een plannend en evaluerend karakter. De kring wordt dan gebruikt voor het maken van afspraken door de kinderen samen met de leerkracht, voor het plannen en bespreken van werkplannen, het geven van instructies, het terugkijken en nadenken over eigen gedrag en dat van anderen. 2 Aanpassing aan het niveau  contractwerk Aansluiten bij het ontwikkelingsniveau van het kind is essentieel voor betrokkenheid. Wanneer het niveau te hoog is


80

haakt het kind af en wanneer het te laag is, is er geen uitdaging meer voor het kind. Kinderen verschillen op vele vlakken van elkaar, zoals op ontwikkelingsniveau, belangstelling, tempo en bewegingsbehoefte. Verschillen tussen kinderen vinden we normaal. We willen dat kinderen het gevoel krijgen dat ze, ongeacht hun prestaties, geaccepteerd worden als persoon. Als kinderen zelf kiezen zijn ze bijna altijd betrokken bij wat ze gaan doen. Een werkvorm die zich hier heel goed voor leent is contractwerk. Dit is een vorm waarbij voor iedere leerling een activiteitenpakket voor een bepaalde periode (een dag, twee dagen of bij de oudere kinderen een week of langer) op papier wordt vastgelegd. Bij de onderbouw is dit in de vorm van een takenbord waar de activiteiten op aangeboden worden. Voor het maken van dit pakket krijgt elke leerling een bepaald deel van de tijd beschikbaar. Hierbinnen kan de leerling redelijk zelfstandig beslissen over de duur en de volgorde van de activiteiten. De leerkracht draagt een stuk organisatie (zelfstandigheid) en verantwoordelijkheid over aan de kinderen. Per kind wordt bekeken wat hij of zij aan kan in de contracttijd, soms behelst het vele vakgebieden. Een belangrijk aspect van contractwerk is dat leerlingen in het leerproces verder kunnen gaan zonder door anderen te worden gehinderd. De contracten van de kinderen zijn niet gelijk, maar op hun eigen leerproces afgestemd. Door deze manier van werken sluiten we aan bij het ontwikkelings - en het belangstellingsniveau van de kinderen. Door deze manier van werken praten we niet meer over jaargroepen, maar niveaugroepen. De leerlingen hoeven niet meer te wachten tot de leerkracht vertelt wat ze moeten doen, ze kijken op hun contract en zien wat al af is en wat ze nog moeten doen. Ze leren hun tijd in te delen, schatten de duur van de activiteiten, structure ren hun werk, kunnen de hulpvraag uitstellen, helpen zelf en worden geholpen door medeleerlingen en kunnen zelfstan dig omgaan met hulpmiddelen en bronnen. Ze nemen zelf initiatief en hun betrokkenheid wordt vergroot. 3 Werkelijkheidsnabijheid ď Ł projectwerk Kinderen hebben belangstelling voor wat er om hen heen gebeurt. Ze willen deze werkelijkheid begrijpen en er mee omgaan. Projectwerk ontstaat als kinderen bepaalde vragen, problemen of thema’s tegenkomen die hen sterk aanspreken. Een project start als een kind (kinderen) zich aangetrokken voelt tot een bepaald onderwerp en dat gaat onderzoeken. Dit kan in de vorm van een geschreven verhaal, een getypte tekst op de computer, een muurkrant enz. Soms maken kinderen veel meer dan alleen een verhaal, er worden bijv. dingen die een relatie hebben met het thema werkelijk (na)gemaakt. Als het project wordt afgerond vindt er een presentatie plaats in de kring, zodat andere kinderen op de hoogte worden gebracht van de (leer)activiteiten van medeleerlingen.


80

4 Activiteit  ateliers (keuzecursussen) We proberen te voorkomen dat er slechts éénrichtingsverkeer is van de leerkracht naar de leerlingen. Het gebruik maken van ‘ateliers’ is een werkvorm waarbij de kinderen zelf aan het werk kunnen. Ateliers zijn aparte tijdsblokken van circa een halve dag, waarbij de kinderen de keuze hebben uit een aanbod van activiteiten, die een bijzondere begeleiding, bijzondere materialen en soms een bijzondere ruimte veronderstellen. Sommige ‘ateliers’ vereisen specifieke begeleiding, daarvoor wordt hulp ingeroepen van deskundigen of van ouders. Voorbeelden van ateliers zijn: timmeren, schaken, aerobic, kleien of koken. 5 Leerlingeninitiatief  vrije activiteit Er kan alleen maar sprake zijn van betrokkenheid als een activiteit helemaal aansluit bij het behoeftepatroon van het kind. Daarom moet er ruimte zijn voor persoonlijke inbreng van het kind, waardoor de individuele belangstelling aan het licht komt. Het inspelen op behoeften van kinderen is weer een krachtig middel om de betrokkenheid te verhogen. Een goed middel daarvoor is de vrije activiteit. Dit is een organisatievorm waarin kinderen uit een ruim aanbod kunnen kiezen, waarbij zo weinig mogelijk beperkingen gelden. Naast het aanbod van de leerkracht kunnen ook leerlingen met ideeën en activiteiten komen. Door kinderen te observeren probeert de leerkracht er achter te komen waarin kinderen geïnteresseerd zijn, om zo een aanbod te kunnen doen, dat aansluit bij de (individuele) behoeften. Met de drie praktijkprincipes en de vijf betrokkenheidbevorderende factoren is in het ErvaringsGericht Onderwijs het kind de norm. Het onderwijs is ‘aangepast’ aan de kenmerken van de leerlingen. Door deze manier van werken stemmen we het onderwijs af op het kind, we nemen de verschillen tussen kinderen als uitgangspunt. Dit onderwijs legt de norm van het succes bij het kind zelf: ‘we halen er uit wat er in zit’. De leerstof en manier van aanbieden worden zo gekozen, dat ze stap voor stap aansluiten bij de ontwikkeling die het kind ten aanzien van het leerproces doormaakt. Het tempo waarin de stof wordt aangeboden wordt bepaald door het tempo waarin het kind zich de stof eigen maakt. We zorgen voor een ononderbroken ontwikkelingslijn van de kinderen t/m het bereiken van de kerndoelen. Zittenblijven en hetzelfde nog een keer doen kennen we niet. Ook de onvoldoende is er niet bij. Want als kinderen steeds datgene doen wat past bij hun ontwikkeling doen ze het voldoende. Zo niet dan is de stof die ze moeten maken te moeilijk en moet de leerkracht dat aanpassen. Wel kun je 9 jaar over de basisschool doen ook dit is afhankelijk van het kind zelf. 2.2.2 Het werken in de verschillende bouwen


80

Een dag werken in de onderbouw Een ochtend in groep 1,2,4 Om kwart over 8 komen de eerste kinderen binnen. Sommigen alleen, anderen met hun vader of moeder. Een aantal kinderen gaat een werkje doen wat klaar ligt op tafel. Een moeder leest voor en twee kinderen gaan nog even in een andere klas kijken voordat de bel gaat. Tegen half negen komen de eerste kinderen vragen of ze ‘de bel mogen luiden’. De ouderwetse schoolbel hangt bij de ingang van de school. Groep 4 begint elke ochtend met lezen, elk op hun eigen niveau. Twee ochtenden per week komt een van de moeders met groep 4 lezen. Terwijl groep 4 leest doen de kleuters rustig een werkje aan hun tafel. Na een minuut of 10 gaan we met z’n allen in de kring zitten. De ‘klassenbeurt’ mag de dag van de week aangeven met een knijper. Elke dag heeft een eigen kleur, die ook van pas komt bij het inkleuren van het contract. De vissen krijgen eten en zo nodig krijgen ook de planten een beetje water. In de kring doen we verschillende activiteiten. We nemen de dag door en kinderen mogen wat laten zien als ze iets bij zich hebben. We vertellen elkaar over het weekend, doen proefjes of luisteren naar een verhaal. Na de kring gaan de kleuters een werkje doen van hun contract en ook groep 4 gaat aan het werk. De kleuters worden op weg geholpen met hun werkjes terwijl de kinderen van groep 4 zelfstandig aan het werk gaan. Alle kinderen hebben een contract, hierop staan de taken die in een week gedaan moeten worden. Is een taak klaar, dan mogen de kleuters een sticker plakken bij het werkje en groep 4 kleurt de het hokje bij de opdracht met de kleur van de dag. We hebben naast het contractwerk en de vrije keus ook nog een aantal kringmomenten alleen voor de kleuters waar we reken-, lees- en taalactiviteiten behandelen. We hebben een ‘niet storen – uil’ in de klas. Als die op tafel staat weten de kinderen dat er even niks gevraagd mag worden aan de juf. De uil gebruiken we bijvoorbeeld als de juf groep 4 iets aan het uitleggen is. Soms pakken de kinderen zelf de uil even als ze niet gestoord willen worden. Na de pauze, die elke dag om kwart over 10 begint (‘als de grote wijzer op de 3 staat’) leest de juf voor tijdens het eten en drinken. Soms kijken we tijdens het eten een aflevering van schooltelevisie of een digitaal prentenboek op het activeboard.


80

Na het eten hebben de kleuters vrije keus. Ze gaan spelen in de hoeken, maken een werkje op de i- pad of gaan een werkje doen aan hun tafel. Groep 4 werkt door aan het contract. Als de kinderen van groep 4 het weekcontract afhebben is er ‘vrij initiatief’. Hierbij mogen ze zelf kiezen wat ze willen gaan doen. Veel kinderen vinden het leuk om tijdens het vrije initiatief een werkje met de kleuters te doen. Ook kunnen ze in deze tijd werken aan het schrijven van een verhaal, het maken van een werkstuk of brengen ze zelf wat in. Een paar keer per week gaan de kinderen van groep 4 het laatste uur van de ochtend aan hun contract verder werken in de middenbouw. Zo kunnen de kleuters buitenspelen of, bij slecht weer, naar de gymzaal gaan. Het werken in de middenbouw Verschillen zijn er, daar doen we iets mee! Het is kwart over 8, nog een kwartier voordat de schoolbel gaat. Er zijn al verschillende kinderen aanwezig in de klas. Op dat moment is ook de leerkracht aanwezig en is een aanspreekpunt voor ouders en kinderen. Elke morgen ontmoeten leerkracht en kinderen elkaar rondom de instructietafel. Elke dag van de week heeft dit bij elkaar komen een ander doel. Op maandag om aan elkaar hun belevenissen te vertellen. Op dinsdag staat het begin van de dag in het teken van een meditatief moment. Op de woensdag doen ze een spel met elkaar. Op de donderdag bespreken ze met elkaar, tijdens het drinken van een kop thee, zaken op het gebied van sociaal emotionele ontwikkeling. De vrijdagmorgen staat in het teken van een techniekopdracht of proefje. Zo heeft elke dag zijn eigen start en invulling. Mochten er belangrijke of ingrijpende dingen zich voordoen dan besteden we daar natuurlijk direct aandacht aan! Sommige dingen kun je niet laten wachten en het belemmert alleen het betrokken en geconcentreerd werken van de kinderen maar. Na de kringsamenkomsten is het tijd om aan het contractwerk te gaan. Een groepje kinderen blijft aan de instructietafel zitten, want zij krijgen die dag een nieuw contract. Vier keer per week krijgt een niveaugroep op een vastgestelde dag een nieuwe contract. Dat contract moet binnen een week af zijn. Gaat dat niet lukken dan volgt er overleg en kunnen de kinderen er voor kiezen in de pauzes of na schooltijd door te werken. In sommige gevallen wordt er werk mee naar huis gegeven.


80 Zich thuis voelen Verbondenheid Spontaan en ontspannen kunnen zijn De kinderen die op dat moment niet bij de instructie zitten weten precies wat ze kunnen gaan doen en gaan aan het werk. De pion op de instructietafel komt tijdens de uitleg op rood te staan. Dat betekent dat ze op de leerkracht niet mogen storen. Die is nl. bezig met de uitleg en het geven van instructie. Mochten de kinderen op dat moment iets van hun stof niet snappen kunnen ze aan een andere taak van hun contract verder werken en het op een later moment, als de pion weer op groen staat, komen vragen. De praktijk leert dat door de uitgestelde aandacht kinderen er ineens wel zelf uit komen door de opdracht beter te bestuderen. Dit bevordert zeker hun zelfstandigheid. Inmiddels heeft het groepje aan de instructietafel een nieuw contract en de lesboeken voor zich. Per taak volgt er een instructie en worden er nieuwe dingen uitgelegd. Kinderen kunnen op dan met vragen komen maar meestal volgen die tijdens het verwerken van de leerstof die op het contract komt te staan. De leerkracht geeft de lesstof op, de kinderen vullen hun eigen contract in. In het leerkrachtenschema houdt de leerkracht precies bij wanneer, en hoe de taken per kind gemaakt zijn en wat er verbeterd moet worden. De kinderen zijn verantwoordelijk voor het inkleuren en inplannen van hun eigen contract. Het ene kind moet meer bij de planning en de stof geholpen worden dan de andere en dat is geen probleem. Als de leerkracht klaar is met de contractinstructie en alle kinderen aan het werk zijn komt de pion op groen te staan. Op die momenten worden er kinderen naar de instructietafel geroepen omdat de leerkracht tijdens het nakijken heeft geconstateerd dat er iets nog niet goed begrepen werd door dat kind. Ook dan komt de pion weer even op rood te staan. Tijdens het contractwerk kunnen de kinderen, mocht de pion op groen staan, altijd naar de leerkracht komen om uitleg te vragen.


80 Samenwerken

Genieten van exploreren

Talenten benutten en ontwikkelen

Op het contract staan taken op het gebied van taal, lezen, schrijven, rekenen, computer en Ipad, het maken van Prezi en Powerpointpresentaties. Ook gaan ze in de contracttijd al dan niet samenwerken aan de wereldoriëntatiemethode Topondernemers. Elke morgen, met uitzondering van de pauze die een kwartier duurt, werken de kinderen aan de taken die op het contract staan. Zijn alle taken van het contract ruim binnen de gestelde termijn gemaakt dan is er tijd voor eigen initiatief. Kinderen mogen deze tijd in overleg invullen met iets waar ze graag mee bezig zijn. In deze tijd is er ruimte voor talentontwikkeling! Op de middagen voegen de kinderen van groep 3 en 5 zich bij groep 1,2 en 4. Groep 6 voegt zich bij groep 7 en 8. We beginnen de middag altijd met een half uur duo- of stillezen. Daarna worden de volgende vakken op de middagen gegeven: verkeer, tekenen, muziek, gymnastiek, techniek, Engels en handvaardigheid. Het werken in de bovenbouw Een dagje bovenbouw … Het is kwart over acht. Eén voor één druppelen de bovenbouwleerlingen de school binnen. De meeste kinderen lopen, nadat ze de juf goedemorgen gewenst hebben, meteen door naar de gymzaal. Daar mogen zij iedere ochtend tot half negen een potje voetballen. Dat is voor deze kinderen een mooi begin van de schooldag. Even lekker ontspannen! Een paar andere kinderen gaan in het lokaal gezellig met elkaar zitten kletsen. De juf treft ondertussen de nodige voorbereidingen voor de lessen en maakt een praatje met de kinderen die binnenkomen en met de meegekomen ouders. De klassendienst deelt het nagekeken werk uit en start de computers op. Er is meteen leven in de brouwerij.


80

Even voor half negen wordt de bel geluid en haalt de juf de kinderen uit de gymzaal. Zij trekken snel hun schoenen weer aan, doen de lichten uit en sluiten netjes af. De schooldag kan beginnen! In het lokaal nemen de kinderen plaats rondom de instructietafel. Er is nu even ruimte om met elkaar te praten over zaken die de kinderen bezig houden. Zo kan er verteld worden over de caviaatjes die gisteren zijn geboren maar het gesprek kan ook gaan over een actuele gebeurtenis in het nieuws. De kinderen kunnen zo hun verhaal kwijt voordat ze aan de slag gaan. De juf spreekt met de kinderen de dag door; hoe ziet het programma er vandaag uit en wat wordt er van een ieder verwacht. De hoogste tijd om aan het werk te gaan! De kinderen van groep 7 krijgen op vrijdag hun nieuwe contract, de kinderen van groep 8 krijgen dit op maandag. Op het contract staan alle opdrachten die ze die week moeten maken. Ze hebben een week de tijd om hieraan te werken. Is het contract na die week nog niet helemaal klaar dan wordt met de leerling besproken hoe dat gekomen is. In de meeste gevallen krijgen deze kinderen wat werk mee naar huis. Op de vrijdagochtend wordt meteen het nieuwe contract met de kinderen van groep 7 besproken. De taal- en rekenlessen worden uitgelegd en nieuwe leerstof wordt aangeboden. Terwijl de juf bezig is om met de kinderen van groep 7 het contract te bespreken zijn de overige kinderen zelfstandig aan het werk. Ze mogen zelf kiezen met welke opdracht ze aan de slag willen gaan. Zo is de ene leerling hard aan het rekenen terwijl een andere leerling zich weer buigt over die lastige spellingsregels. Weer een ander groepje is aan het werk met Topondernemers. Dit is een gecombineerde methode voor geschiedenis-, aardrijkskunde- en natuuronderwijs. Deze kinderen zoeken op de computer informatie over het onderwerp dat zij uitwerken of ze zijn bezig een muurkrant of een powerpointpresentatie te maken. Weer een ander groepje is de presentatie aan het voorbereiden die ze binnenkort over hun onderwerp moeten houden. Er hangt een prettige werksfeer in de klas. Als de juf met een groep kinderen aan het werk is staat het stoplicht op de instructietafel op rood. Dit houdt in dat de andere kinderen even niet met hun vragen bij de juf terecht kunnen. Zij kunnen dan met een andere taak verder gaan of hun probleem voorleggen aan een klasgenootje.


80

Wanneer het contract besproken is en de kinderen van groep 7 zelfstandig aan hun contract kunnen gaan werken, gaat het stoplicht op de instructietafel op groen. Kinderen die nog vragen hebben komen bij de juf voor hulp, weer andere kinderen zoeken een plekje aan de instructietafel omdat ze het prettig vinden om bij de juf aan tafel te werken. De juf heeft nu tijd om kinderen met vragen te helpen en kinderen bij zich te roepen die nog even wat extra uitleg of aandacht nodig hebben. Zo wordt er bijvoorbeeld extra uitleg gegeven aan een stel kinderen over de breuken of het klokkijken. Met een dyslectisch kind wordt er geoefend met het lezen en aan weer een ander groepje wordt ’t kofschip nog eens een keer uitgelegd…Er wordt hard gewerkt en voor we het weten is het alweer tien over tien; tijd voor wat drinken met een koekje of wat fruit. Om kwart over 10 gaan de kinderen naar buiten. Op het trapveldje naast de school wordt fanatiek gevoetbald, op het schoolplein zijn kinderen aan het kegelstelen en de allerkleinsten spelen in het zand. Verder heeft de school een mega-schaakbord en als het vriest een heuse (mini) ijsbaan De kinderen hebben volop de ruimte om zich te ontspannen en niemand hoeft zich te vervelen. Om half 11 wordt de bel weer geluid en gaan alle kinderen meteen weer naar hun lokaal. In het lokaal van de bovenbouw staat het jeugdjournaal dan al klaar. Samen met de kinderen bekijken we iedere dag het ochtendjournaal op het digibord. Na afloop ontstaat er regelmatig een spontaan gesprek over een van de onderwerpen uit het journaal. We praten samen even over de zaken die onze aandacht getrokken hebben. Daarna gaan de kinderen weer verder aan hun contract. De groepjes voor topondernemers worden gewisseld zodat iedereen evenveel tijd krijgt om aan zijn onderwerp te werken. Al het werk dat af is wordt in een nakijkbak gelegd. De juf zorgt ervoor dat het werk iedere dag nagekeken wordt. De kinderen kunnen dan de volgende dag meteen beginnen met het verbeteren van hun werk en de juf weet meteen welke kinderen zij extra moet begeleiden. Het werk dat af is of nog verbeterd moet worden wordt afgetekend op het “paarse” contract. Hierop kunnen de kinderen zien welke opdrachten ze nog moeten maken en/of verbeteren en welke opdrachten al afgetekend zijn. Zij nemen dit vervolgens weer over op hun eigen contract. Aan het eind van de ochtend is er tijd voor andere lessen. Dit kan een Engelse les zijn of een les begrijpend lezen of het nakijken en bespreken van het huiswerk. Ook wordt er regelmatig aandacht geschonken aan de sociaalemotionele vorming. Zo heeft de bovenbouw bijvoorbeeld ‘het kind van de week’. Eén leerling wordt in het zonnetje gezet en krijgt complimenten van zijn klasgenoten en van de juf.


80

Als de kinderen hun contractwerk afhebben kunnen ze (na de pauze) werken aan vrij-initiatief. Dit houdt in dat ze in overleg met de juf een activiteit naar keuze mogen gaan doen. Zo zijn er kinderen die verder gaan schrijven aan hun boek, andere kinderen willen leren schaken en weer anderen gaan figuurzagen. Dit is maar een kleine greep uit de mogelijkheden. Zo kan ieder kind kan een activiteit kiezen die hem of haar interesseert, stimuleert en uitdaagt. Om twaalf uur zit de ochtend er weer op voor de leerlingen van de bovenbouw en gaan ze naar huis. Vanaf 13.00 uur komen de kinderen weer op school. Ook de kinderen van groep 6 komen in de middag bij de bovenbouw. Voor hen is er een plekje aan de instructietafel. Om 13.15 uur starten we dagelijks met lezen. De juf begeleidt de dyslectische kinderen met hun oefenstof en twee goede lezers gaan aan het werk in hun Franse lesboek. Na het lezen is er aandacht voor vakken als verkeer, muziek, tekenen en techniek.

Aan de slag met Frans!

De middag start met stillezen


80

De dinsdagmiddag staat in het teken van de ateliers. De kinderen kunnen dan kiezen uit verschillende creatieve activiteiten zoals schilderen, breien, houtbewerken en kijkdozen maken enz. Na twee of drie weken wordt er weer gewisseld van activiteit. De kinderen van groep 1 t/m groep 8 werken deze middag door elkaar. De oudere kinderen kunnen de jongere kinderen helpen en de jongere kinderen leren weer van de oudere kinderen. Dit zijn altijd hele gezellige en sfeervolle middagen en er worden de prachtigste werkjes door de kinderen geproduceerd. Om 15.15 uur is de school afgelopen. De kinderen van de bovenbouw gaan weer naar huis De klassendienst zorgt ervoor dat de klas er weer netjes uit komt te zien en dan is het ook voor hen tijd om naar huis te gaan‌ K@ns De kinderen van de bovenbouw hebben een eigen bedrijfje, K@ns genaamd. In dit bedrijf hebben alle kinderen van de bovenbouw een functie. Iedereen kan via een heuse sollicitatieprocedure in aanmerking komen voor een functie naar keuze. K@ns heeft een directeur en een adjunct-directeur, een penningmeester een pr-afdeling en een uitvind- en ontwikkelteam. Met elkaar bedenken de kinderen acties. Eigen initiatief en inbreng wordt gestimuleerd, leerkrachten zijn er slechts ter ondersteuning. Met het geld dat ze verdienen kunnen weer nieuwe acties bekostigd worden. Ook wordt er soms met het verdiende geld een goed doel gesteund, zoals Kika of een project in Afrika. soms wordt er geld uitgegeven aan materialen voor de kinderen zelf. Zo is er bijvoorbeeld een keer een nieuwe goede voetbal gekocht waarmee de kinderen in de pauze kunnen voetballen. De kinderen beslissen gezamenlijk over de uitgaven.


80

Het afgelopen jaar heeft K@ns een autowasstraat gerealiseerd en een rozenactie gehouden op Valentijnsdag. K@ns zal ook aanwezig zijn op de jaarlijkse bijeenkomst van scholen die deelnemen aan “Meesterlijk ondernemen in Drenthe”. Daar zullen zij hun bedrijf presenteren en prachtig versierde cupcakes verkopen. K@ns is een gezond bedrijf dat zich nog volop aan het ontwikkelen is. Er liggen alweer veel ideeën op de plank die nog uitgewerkt moeten gaan worden. Zo zijn er plannen voor een webshop, een computercursus voor ouderen en een eigen moestuin. Met het bedrijf K@ns leren kinderen ondernemend en initiatiefrijk gedrag te ontwikkelen. Ze leren hun K@ns te grijpen!


2.2.3 Kwaliteitsverbetering De sterkte/zwakte analyse van de school Voor de schoolevaluatie maakten we gebruik van het Werken met Kwaliteitskaarten van Kees Bos, een evaluatie in de teamvergadering, het inspectierapport en de intentieverklaring van het EGO. Deze analyse wordt eens in de vier jaar uitgevoerd. Deze instrumenten inventariseren en geven een beeld van de school als geheel, hoe de school functioneert. Deze instrumenten kunnen het beste beschouwd worden als een spiegel, die de school zichzelf voorhoudt. Aan de hand van de uitkomsten wordt een plan opgesteld voor de komende vier jaar. In dit plan staan de zaken die vernieuwd moeten worden, zodat we steeds de kwaliteit van het onderwijs verbeteren.

In • • • • • • • • •

het Schoolplan 2011 – 2015 hebben we de volgende verbeterpunten opgenomen: De rapportage van de school aan de ouders blijven ontwikkelen Het ICT-Beleidsplan van de school aanpassen aan de huidige situatie De website actueel houden en ev. uitbreiden met andere rubrieken Techniek invoeren o.a. door middel van ‘Het Kidzlab’, een techniekhoek voor kinderen De axenroos gebruiken bij de sociale omgang met elkaar Verder bijstellen van de methode voor wereldoriëntatie ‘Topondernemers’ Verder ontwikkelen van het digitale portfolio voor elk kind met tekeningen en ander werk Het rijke milieu, de leeromgeving van de kinderen blijvend uitdagend maken Vrij initiatief. Begeleiden van de kinderen die hun werk afhebben en kunnen kiezen waar ze interesse in hebben.


Ateliers Bijna elke week zijn er de ateliers. Dit zijn workshopachtige middagen waar kinderen vaak zelf hun keuze kunnen maken wat ze graag willen gaan maken of doen. De onderwerpen zijn zeer gevarieerd en soms zijn het hele duidelijke techniekopdrachten. We nemen deel aan de volgende onderwijsprojecten met als doel ons onderwijs te verbeteren en ‘het leren van elkaar’: • Weer Samen Naar School. Dit is een samenwerkingsverband rondom een speciale school voor basisonderwijs. • Een netwerk van Egoscholen in het noorden. Dit zijn scholen uit Friesland, Groningen en Drenthe met dezelfde onderwijsvisie. De begeleiding is in handen van het Expertisecentrum. • Een netwerk van interne begeleiders wat voortkomt uit het WSNS samenwerkingsverband. • Samenwerking met de scholen van het OnderwijsTeam ‘Wapserveen-Heidehoek-Oosterveldschool’ • Een netwerk van ICT-ers in de gemeente Westerveld


3 De organisatie 3.1 Organisatie van de stichting Gezamenlijk vormen de scholen een sterk netwerk, dat zijn kennis en krachten bundelt tot een geheel dat meer is dan de som der delen. Een professioneel ondersteuningsapparaat, geleid door de Algemeen Directeur, verzorgt de administratieve en beleidsondersteuning en werkt voor de scholen aan een prettige werkomgeving en gunstige randvoorwaarden. Op de leden van het Algemeen Bestuur na, wordt de gehele hiĂŤrarchische lijn gevormd door professionele krachten. Voor namen verwijzen wij u naar hoofdstuk 10. 3.1.1 Algemeen bestuur Er is een Algemeen Bestuur met 5 leden. Het Algemeen Bestuur mandateert taken en bevoegdheden aan de Algemeen Directeur. Dit is vastgelegd in het Management Statuut. 3.1.2 Algemeen directeur Er is een Algemeen Directeur, integraal verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding van de Stichting en belast met de voorbereiding, vaststelling, uitvoering en evaluatie van het beleid op stichtingsniveau. 3.1.3 Directieoverleg De betrokkenheid van de directeuren bij de Stichting in de adviserende en ondersteunende zin krijgt vorm in het directieoverleg. Het directieoverleg vormt daarmee, naast het Algemeen Bestuur, een belangrijk overlegorgaan voor de Algemeen Directeur daar waar het gaat om de stichtingsbrede beleidsvoorbereiding en -evaluatie. 3.1.4

Gemeenschappelijke medezeggenschapsraad

De Gemeenschappelijk Medezeggenschapsraad is een bovenschools overlegorgaan, waarin alle scholen vertegenwoordigd zijn door een leerkracht en een ouder uit de MR van die school. 3.2

Organisatie school


Om de Ervaringsgerichte visie van onze school op leren en leven tot uiting te laten komen is het nodig dit waar mogelijk te organiseren en te regelen in de school. Uiteindelijk gaat het erom zodanige voorwaarden te scheppen dat kinderen en leerkrachten kunnen doen waar zij voor op school samenkomen, samenleven en samenwerken. Iedere school binnen Stichting Talent heeft op dit moment een directeur (soms is die directeur tevens directeur van een andere school), schoolteam, MedezeggenschapsRaad (MR), Ouderraad (OR) en tal van vrijwilligers. Voor namen verwijzen wij u naar hoofdstuk 10. Voor een gedetailleerde omschrijving van de functies en taken, verwijzen wij naar het functieboek van de Stichting Talent Westerveld. Het functieboek ligt op school ter inzage. Hieronder vindt u een beknopte omschrijving van een aantal functies/taken. Namen (en eventueel adressen) zijn in hoofdstuk 10 te vinden 3.2.1 De directeur De directeur is integraal verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding op de school en belast met de voorbereiding, vaststelling, uitvoering en evaluatie van het beleid op schoolniveau. De directeur legt verantwoording af aan de Algemeen Directeur. 3.2.2 Medezeggenschapsraad De medezeggenschapsraad bestaat bij een school tot 200 leerlingen uit minimaal 4 en maximaal 6 personen en bij een school tot 400 leerlingen minimaal 6 tot maximaal 8 leden. De leden van de MR zijn gekozen door de ouders en de leerkrachten. Er zitten evenveel ouders als leerkrachten in de MR. De directeur overlegt met de MR over schoolse zaken conform het vastgestelde reglement. Advies- en instemmingsrecht van MR zullen daarbij gerespecteerd worden. Daarnaast worden de MR-leden overeenkomstig wet- en regelgeving gefaciliteerd. 3.2.3 Ouderraad De ouderraad is een rechtspersoon en staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Regelmatig komen de leden van de ouderraad in vergadering bijeen met afgevaardigden van het team. De door de ouderraad te organiseren activiteiten dienen overlegd te worden met de directeur (en team) conform de eigen statuten, waarin tevens duidelijk de taken en overlegstructuren zijn weergegeven.


Ouders, die zich verbonden voelen met de school en die, om welke reden dan ook, iets van hun ideeën aan school kwijt willen, kunnen dat dan ook doen via de leden van de ouderraad, van wie de namen in hoofdstuk 10 te vinden zijn. De ouderraad bestaat uit 7 ouders van leerlingen van Obs ‘de Heidehoek’. De raad wordt door de ouders gekozen. Samenstelling vindt plaats naar aanleiding van verkiezingen, die tijdens de jaarlijkse zakelijke ouderavond in het najaar wordt gehouden. Iedere ouder waarvan een kind bij de school is ingeschreven, kan zich kandidaat stellen en is kiesgerechtigd. De leden zijn in principe elke 3 jaar aftredend en herkiesbaar, zolang ze kinderen op school hebben. De OR belegt 1x per maand een vergadering met het team en doet daarvan verslag. Dit verslag hangt gedurende 1 maand in de hal van de school. De personen die zitting hebben in de OR staan vermeld in de bijlagen. De leden van de ouderraad en het schoolteam zijn verdeeld over verschillende werkgroepen. Elk lid zit in een aantal werkgroepen die verantwoordelijk zijn voor de door hen te organiseren zaken. De verdeling over de groepen vindt u in de bijlagen. Ouderactiviteiten Van de hulp van ouders wordt bij de volgende activiteiten gebruik gemaakt: • begeleiding bij het technisch lezen • bij de ateliers (de keuzecursussen) • schoonmaken, 2 x per jaar wordt met hulp van ouders alle materiaal schoongemaakt • klussen, zo nu en dan wordt er een avond of ochtend georganiseerd • assisteren bij de sportdag, excursies, schoolreizen, projecten, vieringen en feesten • deelnemen aan de redactie van 't Pummeltje, de dorpsschoolkrant van Vledderveen of de Schoolklapper • de jaarlijkse rommelmarkt wordt door ouders en team georganiseerd in de maand september of oktober • oud papier ophalen, zeven keer per jaar wordt oud papier opgehaald in Vledderveen en omgeving, ouders helpen daarbij volgens een rooster. Dit betekent in de praktijk ongeveer 1 keer per jaar helpen bij het ophalen. • begeleiding van gezelschapsspelletjes • begeleiden en vervoer van kinderen Zakelijke ouderavond Deze ouderavond wordt gehouden in oktober of november. Tijdens deze avond worden de verkiezingen gehouden voor de ouderraad. Bovendien wordt het jaarverslag gepresenteerd en besproken, vindt de financiële verantwoording plaats en kunnen gedachten, wensen en suggesties tussen ouders en ouderraad worden uitgewisseld.


3.2.4 Leerkrachten De groepsleerkracht is voor de kinderen en voor de ouders de uiteindelijk verantwoordelijke persoon en kan daarop aangesproken worden. In principe heeft elke leerkracht zijn / haar eigen groep. In alle groepen komt ook wel eens een andere leerkracht in verband met roostervrije dagen van de groepsleerkracht, ziekte, nascholing en / of cursus. Zie hiervoor hoofdstuk 3.3.3. procedure (ziekte)vervanging. Aan de leerkracht kunnen – naast de werkzaamheden op basis van de eigen functie – ook andere taken opgedragen worden binnen het niveau en de schaal van de functie. Het betreft hier bijvoorbeeld de volgende taken: waarnemend / plaatsvervangend directeur, intern begeleider, remedial teacher, taal-/leescoördinator, bouwcoördinator en ICTcoördinator. De taken, die niet in het Functieboek omschreven staan, vindt u hieronder: Waarnemend /plaatsvervangend directeur Vervangt de directeur bij korte afwezigheid door: • het op zich nemen van de dagelijkse leiding in de school; • het aanspreekpunt zijn voor collega’s, ouders / verzorgers en derden; • het afhandelen van praktische zaken; • het nemen van besluiten t.a.v. zaken die geen uitstel dulden en waarbij overleg met de directeur niet mogelijk is Vervangt de directeur bij kortdurende afwezigheid i.v.m. verlof of ziekte door: • het zoveel mogelijk afhandelen van gemaakte afspraken; • het te woord staan van ouders / verzorgers met vragen en opmerkingen; • het eerste aanspreekpunt zijn voor collega’s; • het optreden bij calamiteiten en daarna de directeur op de hoogte brengen; • het (laten) verhelpen van technische storingen.


Overlegt bij langdurige afwezigheid van de directeur met de Algemeen Directeur over de invulling van taken, waarbij keuze gemaakt wordt uit de volgende opties: • het overnemen van de directietaken, waarbij ondersteuning wordt verleend door de Algemeen Directeur dan wel de directeur van een andere school; • het overnemen van de directietaken door de Algemeen Directeur, een directeur van een andere school, dan wel door een interim-directeur. ICT-Coördinator Draagt zorg voor de vertaling van bovenschools ICT-beleid naar specifiek ICT-beleid op school door: • het geven van beleidsadviezen aan de directie op het gebied van ICT op school; • een bijdrage te leveren aan het vertalen van het bovenschoolse beleid naar toepassingen op • schoolniveau, aangepast aan de specifieke didactische grondslag en onderwijsvorm van de school; • het opstellen van protocollen en gebruikersregels; • het opstellen van procedures en werkinstructies. Is belast met het instrueren en ondersteunen van gebruikers bij didactische toepassingen van hard- en software door: • het initiëren en begeleiden van de oriëntatie op- en invoering van computerondersteund onderwijs; • het instrueren van gebruikers ten aanzien van het gebruik van apparatuur en het omgaan met programmatuur en specifieke applicaties; • het helpen bij het opstarten van nieuwe didactische applicaties en het geven van uitleg daarover. Verzorgt het klein beheer van hard- en software op school door: • het vervullen van een helpdeskfunctie; • het inventariseren, registreren en bundelen van vragen en problemen t.b.v. het externe onderhoud; • het oplossen van kleine storingen aan hard- en software; • het doorvoeren van kleine wijzigingen en het veiligstellen van gegevens. Verricht overige werkzaamheden op het gebied van ICT van vergelijkbare aard, zoals het begeleiden en ondersteunen van specifieke projecten.


Draagt zorg voor de uitvoering van deskundigheidsbevordering op het gebied van ICT door: • het coachen en ondersteunen van leerkrachten op het gebied van ICT- toepassingen; • het adviseren over de aanschaf van hard- en software passend bij de onderwijskundige doelstellingen van de school; • het begeleiden van de medewerkers m.b.t. het gebruik van ICT in het onderwijs- / leerproces en doet voorstellen m.b.t. scholing van de medewerkers; • periodieke en incidentele instructie op het gebied van hard- en software.

Intern Begeleider • levert een bijdrage aan de voorbereidingen en de uitvoering van het zorgbeleid op schoolniveau door het bijwonen van IB-vergaderingen • draagt zorg voor het eigen ontwikkelingsproces. Deze taak wordt nader beschreven in hoofdstuk 5 Zorg.

3.2.5 Externe contacten Voor veel activiteiten werken wij samen met andere instanties: Schoolbestuur: Stichting Talent Westerveld, Tel.: 0521-594944 Externe contacten Inspecteur van het onderwijs: pozwolle@owinsp.nl of www.onderwijsinspectie.nl Vragen over onderwijs: 0800-8051 (gratis) Klachtmeldingen over seksuele intimidatie, seksueel misbruik, ernstig psychisch of fysiek geweld: meldpunt vertrouwensinspecteurs 0900-1113111 (lokaal tarief) Schoolarts: Afdeling Jeugdgezondheidszorg van de GGD, Stephensonstraat 1,7903AS, Hoogeveen 0528-290424 Landelijke klachtencommissie Onderwijs Postbus 185, 3440 AD Woerden, Tel: 0348-405245, E-mail: info@lgc-lkc.nl Website klachtencommissie en geschillencommissie: www.lgc-lkc.nl


Reestoeverschool, J. Marisstraat 1, 7944EM, Meppel, 0522-251575 Peuterspeelzaal 't Spelend Wijsje, L. Homanstraat 14, 8384 EE, Wilhelminaoord, 0521-382302 Naschoolse kinderopvang: Het Speelkasteel in Noordwolde Henriëtte van de Wal, clustermanager Speelwerk Kinderopvang, 0561-432842 Timpaan Onderwijs: begeleiding van de dyslexiekinderen 3.3 Integraal personeelsbeleid (IPB) Goed personeelsbeleid bindt personeel en biedt medewerkers meer loopbaanperspectief. Tevens biedt personeelsbeleid scholen een handvat om organisatorische doelstellingen af te stemmen op de personele mogelijkheden en deze te beïnvloeden. Bovendien heeft het een positief effect op het onderwijskundig proces met als resultaat kwaliteitsverbetering van het onderwijs.

3.3.1 Professionalisering Regelmatig zullen leerkrachten werken aan professionalisering. Door de directeur wordt daarvoor een Scholingsplan opgesteld. De professionalisering van de leerkrachten staat in relatie met onderwijskundige en organisatorische doelen van de school (zie Schoolplan). Dit kan zowel in teamverband als individueel plaatsvinden. Meer informatie vindt u in ons SchoolJaarPlan en in hoofdstuk 9 Praktische informatie. 3.3.2 Scholing Regelmatig zullen leerkrachten worden bijgeschoold. Door de directeur wordt daarvoor een nascholingsprogramma opgesteld. De deskundigheidsbevordering van de leerkrachten staat in relatie met onderwijskundige en organisatorische doelen van de school (zie Schoolplan). Deskundigheidsbevordering kan zowel in teamverband als individueel plaatsvinden. Meer informatie vindt u in ons Schooljaarplan en in hoofdstuk 9 Praktische informatie. 3.3.3 Procedure benoemen nieuw personeel In het “Proceshandboek administratieve organisatie” staat de procedure voor benoemen van nieuw personeel


omschreven. 3.3.4 Procedure (ziekte) vervanging Het kan voorkomen dat de leerkracht van uw kind ĂŠĂŠn of meerdere dagen afwezig is in verband met ziekte of recht op arbeidsduurverkorting (ADV) /compensatieverlof of in verband met het volgen van scholing. Stichting Talent is feitelijk de werkgever van de vervangers. De directeur van de school waarbinnen de vervanger werkt is verantwoordelijk voor een goede begeleiding van de vervanger. Voor de invalleerkracht ligt het programma klaar. Elke leerkracht houdt namelijk in zijn / haar groepsmap bij welke lessen hij / zij gegeven heeft en wat de plannen zijn voor de komende periode. Zo kunnen wij er voor zorgen, dat het lesprogramma door kan blijven gaan. 3.3.5 Studenten Elk jaar zullen er studenten van de PABO door de leerkrachten begeleid worden. Waar en wanneer deze ingezet worden, is op voorhand niet te zeggen. Het bevoegd gezag is verplicht aan studenten, die in opleiding zijn voor een functie in het basisonderwijs of in het voortgezet onderwijs, gelegenheid te bieden, de als onderdeel van hun opleiding vereiste ervaring in de school, te verkrijgen. Deze verplichting betreft: Studenten, die op een school voor de opleiding van onderwijzend personeel zijn ingeschreven of anderszins studeren voor een bewijs van bekwaamheid, dan wel voor een bewijs van voldoende pedagogische en didactische voorbereiding; Een bevoegd gezag kan een student de verdere toegang tot de school ontzeggen, indien deze in de school in strijd handelt met de grondslag en doelstellingen van de school. Van een beschikking tot ontzegging van de toegang tot de school wordt mededeling gedaan door toezending of uitreiking van een afschrift aan het bevoegd gezag van de betrokken opleidingsinstelling dan wel aan de betrokken examencommissie en aan de inspectie. De directeur regelt, onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag, de werkzaamheden in verband met de begeleiding door het onderwijzend personeel van de studenten in de school. Dit in overeenstemming met het personeel, en de betrokken opleidingsinstellingen of staatsexamencommissie.


4

Het onderwijs

4.1 Werkwijze Inschrijving. Kinderen die nog niet eerder op een basisschool hebben gezeten, kunnen worden toegelaten wanneer ze 4 jaar worden. In de regel worden de kinderen ingeschreven tijdens een (kennismakings)bezoek aan de ouders. Hiervoor maken de leerkrachten van groep 1 een afspraak. Tijdens het huisbezoek worden een zestal ochtenden afgesproken, waarop het kind voorafgaand aan de vierde verjaardag, de school kan bezoeken. 4.1.1 Groepssamenstelling Als teldatum wordt de eerste dag na de zomervakantie gehanteerd. Het aantal leerlingen op die datum bepaalt hoeveel uren er leerkrachten kunnen worden aangesteld op onze school. We hebben voor komend schooljaar een formatie van ongeveer 3 leerkrachten. We hebben gekozen voor de basisgroepen 1-2-3-4-5, 6-7-8. De derde leerkracht geeft instructie aan groepjes kinderen. ’s Middags zijn er steeds maar 2 leerkrachten. 4.2 Vak/vormingsgebieden Wettelijk is iedere school verplicht een aantal vak- en vormingsgebieden te verzorgen. Dit gebeurt op basis van onderwijskundige en pedagogische principes. Naast de wettelijk verplichte vakken besteden wij ook aandacht aan bijvoorbeeld sociaal/emotionele vaardigheden. Actief burgerschap en sociale integratie Op 1 februari 2006 is de bepaling in werking getreden die aan scholen de opdracht geeft het ‘actief burgerschap en de sociale integratie’ van leerlingen te bevorderen en hier gerichte aandacht aan te geven. Actief burgerschap verwijst naar kunnen en willen deelnemen aan een gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren, het zelfstandig verantwoordelijkheid nemen voor gemeenschapsbelangen binnen en/of buiten school; Sociale integratie naar deelname van burgers (ongeacht hun etnische of culturele achtergrond) aan de samenleving, in de vorm van sociale participatie, deelname aan de maatschappij en haar instituties en bekendheid met en betrokkenheid bij uitingen van de Nederlandse cultuur. Het gaat dus om een activiteit: initiatief nemen, zelf keuzes maken én de consequenties dragen. Kinderen en jongeren moet nadrukkelijker de kans geboden worden om actief ervaringen op te doen met meedoen, meedenken,


meebeslissen, uitvoeren, eigen keuzes maken en verantwoordelijkheid dragen. Het vraagt ook reflectie op het eigen handelen, een respectvolle houding en een bijdrage aan de zorg voor je omgeving. De opdracht aan scholen om actief burgerschap en sociale integratie te bevorderen is vastgelegd in een aantal wetsartikelen. De betreffende bepaling luidt: Het onderwijs: 1 a. gaat er mede van uit dat leerlingen opgroeien in een pluriforme samenleving; 2 b. is mede gericht op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie; 3 c. is er mede op gericht dat leerlingen kennis hebben van en kennismaken met 4 verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten.” De wenselijke opbrengsten van het onderwijs voor wat betreft burgerschap en integratie zijn ook terug te vinden in de herziene kerndoelen voor het basisonderwijs. Deze zijn vastgesteld door de minister van OCW. De domeinen van burgerschap zijn politiek-juridisch (bijv. staatsburgerschap, paspoort, belastingplicht, stemrecht), economisch (bijv. sofinummer, werk en inkomen, sociale zekerheid) en sociaal-cultureel (bijv. thuis voelen, relaties, taal, verbondenheid, waarden en normen). Hoe leer je Actief Burgerschap? Actief Burgerschap is niet louter te ontwikkelen door overdracht van kennis, je leert het door het te doen, door te ervaren wat het is. Actief Burgerschap is een belangrijk onderwerp, dat op veel verschillende manieren kan worden ingevuld. Dat betekent dat er niet één goede manier is waarop dat kan. Wij geven daar al op verschillende manieren invulling aan. Wij houden rekening met de situatie van de leerlingen, de wensen van ouders/verzorgers en omgeving en de missie van de school, binnen de grenzen van wet en regelgeving. In hoofdstuk 2 vindt u meer over onze visie op mens en maatschappij, op levensbeschouwing en op onderwijs. Op onze school is burgerschap en sociale integratie geen apart vak, maar in vele vakken geïntegreerd. In de schooldocumenten, zoals het schoolplan, de beleidslijnen en de protocollen is (de verantwoording voor) de aandacht voor actief burgerschap en integratie terug te vinden. Sociaal emotionele ontwikkeling Hiervoor gebruiken we de axenroos en het huis van gevoelens.


Expressie activiteiten De expressieactiviteiten vinden voornamelijk plaats op de middagen. Op donderdagmiddag zijn de ateliers. Alle kinderen van de school worden verdeeld over drie leerkrachten. Het programma wordt per jaar samengesteld. Bewegingsonderwijs Alle groepen hebben minimaal 2 x per week een gymles. 4.2.1 Vak/vormingsgebieden groep 1 en 2 Het doel van ons onderwijs is het kind te begeleiden vanuit zijn of haar bekende wereld naar het onbekende. Kleuters zijn aanvankelijk nog op zichzelf gericht. Naarmate ze ouder worden richt de verkenning van hun leefwereld zich ook op de mensen om hen heen. Daarom is de ontwikkeling van het samenspelen en samenwerken en een goede begeleiding daarbij van groot belang. We werken in de kleutergroepen vanuit de kring. Daarnaast wordt gespeeld en gewerkt aan tafels, in hoeken, in de speelzaal en op het plein. We werken in de groepen aan de hand van thema's. Op een speelse manier leren de kinderen hoe hun wereld in elkaar zit. Er zijn tal van materialen om de kinderen op motorisch, sociaal-emotioneel, creatief en verstandelijk gebied verder in hun ontwikkeling te brengen. Behalve een poppenhoek, bouwhoek, computerhoek en boekenhoek is er ook een luisterhoek waar de kinderen m.b.v. koptelefoons allerlei opdrachten krijgen. Er zijn ook allerlei ontwikkelingsmaterialen in gebruik om de eerste beginselen van het rekenen, lezen en schrijven aan te leren. Dit gaat stapsgewijs. Voor de oudste kleuters zijn er activiteiten die al duidelijk gericht zijn op de voorbereiding voor groep 3; oefeningen voor de ontwikkeling van de grove en fijne motoriek, speciale werkbladen en een begin met de eerste stappen in het leesonderwijs. De volgende activiteiten komen aan de orde: • Taalactiviteiten, zoals voorlezen, een boek bekijken, taalspelletjes doen, vertellen in een kring, poppenkast spelen, lezen, stempelen, luisteractiviteiten enzovoort. • Rekenactiviteiten, zoals wegen, meten, tijd waarnemen, tellen, hoeveelheden vergelijken, cijfers oefenen, met de getallenlijn werken enzovoort.


• Spelen en werken: vrij spel in de hoeken, werken met allerlei ontwikkelingsmateriaal, knutselen, tekenen, verven enzovoort. • Bewegingsactiviteiten: gymles met klim-/klautermateriaal, zang- en tikspelen, dansen op muziek, buitenspel enzovoort. • Muzikale activiteiten: zingen, ritmiek, spelen met instrumenten, dans en drama, enzovoort. Overgang naar groep 3 In groep 3 maakt het spelend leren van de kleutergroepen plaats voor meer methodegebonden leerstof. Dat maakt dat het kind voor de overstap naar groep 3 een aantal vaardigheden moet bezitten op verstandelijk en motorisch gebied, maar het moet er ook sociaal en emotioneel aan toe zijn. Zo moet het kind een tijdje geconcentreerd aan een opdracht kunnen werken. Het moet de wil hebben om een opdracht tot een goed einde te brengen. Het moet beschikken over de vaardigheden, die nodig zijn om te leren lezen en rekenen. Het moet ook een poos zonder de hulp van de leerkracht kunnen. Het moet teleurstellingen kunnen verwerken. De motoriek moet zover ontwikkeld zijn dat het een potlood en een schaar behoorlijk kan hanteren. Normaal zijn de kinderen rond het zesde levensjaar aan de overgang naar groep 3 toe. Maar er zijn kinderen, die daar nog niet aan te zijn en meer gebaat zijn bij een verlengde kleuterperiode. Anderen zijn er eerder aan toe. Besluitvorming hierover vindt altijd zeer zorgvuldig en in samenspraak met de ouders plaats. Hoofdzaak is het belang van het kind. 4.2.2 Vak/vormingsgebieden groep 3 t/m 8 Hieronder volgt de weergave van de vakken met de methoden zoals die op school aan de leerlingen worden gegeven: Nederlandse taal Taaljournaal Lezen Veilig leren lezen Schrijven Schrijftaal Rekenen en wiskunde Alles telt Engels Nieuwe methode: Wereldoriëntatie Topondernemers Verkeer Op voeten en fietsen/ Jeugdverkeerskrant

4.2.3

Computers (ICT)


Wij werken met een bovenschoolse ICT-beleidsgroep. Alles wat te maken heeft met ICT wordt door hen aangestuurd. Deze groep bestaat uit 3 directeuren en een lid van het stafbureau. Zij sturen ook de ICT-er van de school aan. Zij/hij coÜrdineert het beheer van het netwerk van de school en draagt zorg voor het opstellen, onderhouden, uitvoeren en implementeren van een ICT-beleidsplan. Dit plan is opgesteld en is ter inzage op school. Als Stichting zijn wij er alert op, dat pesten en agressie in toenemende mate plaatsvinden met behulp van digitale media als e-mail, chatten, SMS e.d. Onze school beschikt over 12 computers en 12 Ipads verdeeld over de drie groepen. De computers zijn aangesloten op het interne netwerk. Binnen ons concept krijgt de computer een ruime plaats. Het gebruik van ICT krijgt bij allerlei vakgebieden gestalte. De computers/Ipads worden gebruikt door alle kinderen. Ze krijgen op het contract opdrachten die van belang zijn voor hun eigen ontwikkeling. Deze opdrachten zijn afgestemd op het individuele kind, dat wil zeggen dat gekeken wordt naar de behoeften van elk kind afzonderlijk. Naast het gebruik van allerlei software zijn we de hele dag online. Kinderen maken gebruik van internet ter verrijking van het onderwijs en om informatie te zoeken en gebruiken wiki's voor de teksten en wereldoriÍntatie. De huidige software verwijst meer en meer naar internetsites voor aanvullend, actueel of alternatief materiaal, het zogenaamde online leren. Samen met de kinderen hebben we een aantal afspraken gemaakt over het gebruik van internet. Dit internetprotocol is te vinden in de bijlage. Op ICT-gebied werken we samen met de andere 10 openbare basisscholen van Stichting Talent. Gezamenlijk hebben we de aanleg van de netwerken aangepakt en we beschikken ook met elkaar over 1 bovenschoolse netwerkbeheerder. Deze wordt ingehuurd van het Drenthe College. Alle leerkrachten van de scholen zijn geschoold. We maken al jaren gebruik van digitale schoolborden. Alle groepen hebben hun eigen bord. Ze worden gebruikt voor uitleg, presentaties, tv kijken, dansen op de dansmat, karaoke enz. Er komen steeds meer webbased toepassingen voor het onderwijs. Internetprotocol Kinderen van onze school kunnen gebruik maken van internet. We hebben ervoor gekozen de kinderen die mogelijkheid te bieden. Wij maken hiervoor gebruik van eigen Yurls startpagina’s. We hebben daar 3 kindvriendelijke zoekmachines op staan, die kinderen leiden naar Nederlandstalige sites die geselecteerd zijn, waardoor zaken als racistische uitingen en pornografie niet zomaar benaderd kunnen worden. Kinderen kunnen echter ook andere zoekmachines gebruiken


We gebruiken geen individuele e-mailadressen maar elke groep heeft zijn eigen adres, waarmee met andere kinderen gecommuniceerd kan worden. Waarom internet? Kinderen maken gebruik van internet ter verrijking van het onderwijs en om informatie te zoeken, contacten te leggen met leerlingen van andere scholen en deskundigen te kunnen raadplegen. De software die in ontwikkeling is verwijst meer en meer naar internetsites voor aanvullend, actueel of alternatief materiaal. Internetactiviteiten worden hiermee steeds meer onderdeel van methodes en leergangen. De software bij methodes kan door kinderen ook via Internet benaderd worden. Afspraken: Samen met de kinderen hebben we een aantal afspraken gemaakt: Gedragsafspraken met de kinderen:  Geef nooit persoonlijke informatie door op internet, zoals namen, adressen en telefoonnummers  Vertel het je leerkracht meteen als je informatie tegenkomt waardoor je je niet prettig voelt of waarvan je weet dat het niet hoort. Houd je aan de afspraken, dan is het niet jouw schuld dat je zulke informatie tegenkomt  Leg nooit verdere contacten met iemand zonder toestemming van je leraar  Verstuur bij e-mail berichten nooit foto’s van jezelf of van anderen zonder toestemming van je leerkracht  Beantwoord nooit e-mail waarbij je je niet prettig voelt of waar dingen in staan waarvan je weet dat dat niet hoort.  Verstuur zelf ook geen mailtjes die niet prettig zijn of waarin je anderen kwetst  Meld bij je leerkracht van tevoren waar je naar gaat zoeken op internet  Je weet dat alle sites die je bezoekt worden geregistreerd  Printen mag alleen met toestemming van je leerkracht  Je mag geen bestanden downloaden van internet zonder toestemming van je leerkracht  Op de computers mogen geen instellingen of veranderd worden


5

Zorg

De scholen binnen onze stichting vinden het belangrijk om te kunnen omgaan met de verschillende onderwijsbehoeften van leerlingen. Centraal binnen onze visie op onderwijs is dat elk kind zoveel mogelijk passend onderwijs moet krijgen, dat het onderwijs zo goed mogelijk aansluit bij de mogelijkheden van het kind en recht doet aan de verschillen. Competentie, relatie, vertrouwen, zelfstandigheid en autonomie zijn begrippen die van groot belang zijn voor Stichting Talent scholen.

SAMENWERKINGSVERBAND/ZORGPLAN Onze scholen maken deel uit van Samenwerkingsverband Meppel en omstreken 407. Het Samenwerkingsverband stelt een ontwikkelingsplan (Zorgplan) op. Het huidige ontwikkelingsplan omvat de periode 2013-2014. In dit plan, dat ter inzage op de scholen ligt, worden o.a. de volgende zaken beschreven:

5.1.

• • •

Inzet van de door de Overheid beschikbaar gestelde financiële middelen; Visie op de Zorg; Hoe te komen tot Kwaliteitsverbetering.

5.1.1 Zorgdocument Daarnaast heeft de school een eigen Zorgdocument waarin o.a. de visie omtrent zorg wordt beschreven. Het Zorgdocument wordt jaarlijks geactualiseerd en ligt ter inzage op school.

WERKWIJZE PCL/SWV Indien de extra hulp niet het gewenste effect heeft, wordt in overleg met ouders, groepsleerkracht en IB-er besloten om het kind verder te laten onderzoeken door de IJsselgroep.

5.2.

Daarna gaat de school verder aan de slag met dit kind en het advies. Mocht blijken dat het kind beter af is in het


Speciaal Basisonderwijs dan wordt actie ondernomen met een onderwijskundig rapport richting PCL. De PCL is een door de wet vereiste en ingestelde commissie, die bepaalt of een leerling plaatsbaar is op de SBO van het samenwerkingsverband of niet. Dat houdt in dat zij positieve of negatieve beschikkingen afgeeft. Er is nog een derde mogelijkheid: komt de PCL niet tot een besluit en wenst zij verdere informatie dan kan ze besluiten tot een proefplaatsing. Bij een proefplaatsing wordt de leerling enkele weken toegelaten tot het SBO. Na die weken geeft de groepsleerkracht aanvullende informatie en kan de PCL wellicht tot een weloverwogen besluit komen. De leerling blijft daarbij ingeschreven op de school van herkomst. Hoe werkt de PCL? De PCL doet zelf geen onderzoek, maar vraagt ouders en school om alle beschikbare en relevante informatie over de problematiek van het kind op te sturen. De school doet dit aan de hand van een Onderwijskundig Rapport, dat eerst aan de ouders ter ondertekening is voorgelegd. De ouders zijn de officiële aanmelders. Zij kunnen in overleg met de basisschool bepalen dat zij hun kind willen aanmelden bij de PCL. Overigens is het in de praktijk duidelijk dat de school meestal het initiatief neemt, strikt noodzakelijk is dat echter niet. Het dossier dat van een leerling wordt samengesteld, wordt bestudeerd door de leden van de PCL. In een vergadering, waarbij ook de school (groepsleerkracht, interne begeleider) of ouder(s) kan worden uitgenodigd, wordt vervolgens een afweging gemaakt en een besluit genomen. School en ouders krijgen van dit besluit zo spoedig mogelijk bericht. Op alle basisscholen in ons samenwerkingsverband is een IB-er aan het werk. De IB-ers van het samenwerkingsverband zijn verenigd in netwerken. Deze netwerken komen een aantal keren bij elkaar. De doelen van de netwerken interne begeleiding zijn: •Training / scholing / deskundigheidsbevordering. •Collegiale consultatie en intervisie.


•Bespreking en optimaliseren van het zorgbeleid. •Bespreking van en geven van handelingsadviezen t.a.v. individuele leerlingen. Werkwijze van het SWV Meppel e.o. 407 Ten aanzien van de vraag omtrent een CVI-beschikking v.w.b. plaatsing of toewijzing leerling gebonden financiering (rugzak) het volgende: Het WSNS SWV Meppel e.o 407 heeft bij de oprichting besloten om zoveel mogelijk van de ontvangen middelen rechtstreeks aan adequate leerlingenzorg op de basisschool te willen besteden. Het voordeel is dat er weinig verloren gaat aan overhead en overige kosten en de ontvangen gelden worden daar ingezet waar dat nodig is. Deze werkwijze voldoet tot volle tevredenheid, wordt echter wel jaarlijks geëvalueerd maar vooralsnog ziet dit samenwerkingsverband geen enkele reden de tot nu toe gevolgde (succesvolle) werkwijze te willen veranderen. Om de middelen op de juiste wijze en met veel rendement te kunnen inzetten ligt de nadruk dus op een goed begeleiding- en zorgsysteem met op de basisschool (een) autonome en gekwalificeerde interne begeleider(s). Het spreekt vanzelf dat er een continu systeem van deskundigheidsbevordering is op het gebied van de interne begeleiding en leerlingenzorg.

1. 2. 3. 4.

5.

Er is een voortdurende opleiding Interne Begeleiding (Master SEN) De interne begeleiders hebben voortdurend overleg in de I.B. netwerken en er zijn overkoepelende I.B.bijeenkomsten. Er is elk cursusjaar een uitgebreid cursusaanbod waarbij de cursussen op locatie worden gegeven. Dat laatste staat borg voor veel deelname. Cursussen zijn altijd op het gebied van leerlingenzorg. Er zijn regelmatig bijeenkomsten (workshops/interactieve ontmoetingen) waarbij de nadruk ligt op thema’s die op dat moment belangrijk zijn (thans is dat met name dyscalculie/hoogbegaafdheid/weerbaarheidtrainingen en lezen en spelling aan het jonge kind) De middelen schoolbegeleiding worden vooral gericht besteed aan hulpverleners en ondersteuners die door zelfstandige interne begeleiders op een lijst van specialisten staan (dus niet automatisch naar een onderwijsbegeleidingsdienst).

Kortom: de hulp wordt vooral op school geboden en de leerling wordt op een adaptieve manier in het basisonderwijs


op weg geholpen. Het Samenwerkingsverband probeert de leerlingenzorg bij de leerling te brengen en niet andersom.

LEERLINGGEBONDEN FINANCIERING/RUGZAK Met ingang van 1 augustus 2003 is de wet “Regeling Leerling Gebonden Financiering” in werking getreden. In deze wet wordt onder meer geregeld dat leerlingen met een beperking toegang kunnen krijgen tot een school voor regulier onderwijs. De keuze voor regulier of speciaal onderwijs wordt gemaakt door de ouders. Van de scholen wordt verwacht dat zij de toegang tot hun school voor deze leerlingen mogelijk maken.

5.3.

Het geld dat voor de leerling beschikbaar komt, kan alleen gebruikt worden voor onderwijsgerelateerde zaken. De bijdragen worden per beperking vastgesteld. Een deel van de rugzak wordt gebruikt voor ambulante begeleiding, vanuit een school voor speciaal onderwijs. Het resterende deel is vrij inzetbaar. De scholen van Stichting Talent hebben afspraken gemaakt m.b.t. toelating van leerlingen met een beperking of stoornis. Deze staan vermeld bij hoofdstuk 6.3.3. SPECIAAL (BASIS) ONDERWIJS EN AMBULANTE BEGELEIDING Speciaal (basis) onderwijs is onderwijs voor leerlingen die in het gewone onderwijs niet meer goed kunnen functioneren of onderwijs kunnen volgen. We spreken van speciaal (basis) onderwijs -S(B)O- voor leerlingen van 4 tot 12 jaar.

5.4.

Er zijn 4 verschillende categorieën, of “clusters”, van scholen voor speciaal (basis) onderwijs, ingedeeld naar de specifieke handicap van de leerlingen: Cluster 1 voor kinderen met een visuele handicap Cluster 2 voor kinderen met gehoor- en spraakproblemen Cluster 3 voor kinderen met een lichamelijke en/of verstandelijke handicap, meervoudige handicaps en zmlk (zeer moeilijk lerende kinderen) Cluster 4 voor kinderen met ernstige gedragsstoornissen en/of psychiatrische problematiek


5.5 Zorg op de Heidehoek Onze school maakt gebruik van het procesgericht kindvolgsysteem voor leerlingen van het Centrum voor ErvaringsGericht Onderwijs, dit is een digitaal systeem. We willen daarmee te kennen geven geen van de kinderen uit het oog te willen verliezen en duidelijk zicht houden op de ontwikkeling die elk van hen doormaakt. Het kindvolgsysteem zit zo in elkaar dat het de leerkracht en school helpt om op een efficiënte (dus: haalbare) manier te achterhalen: • of we voldoende zorg dragen voor ieder kind dat ons is toevertrouwd • of ons onderwijs op maat is en zich niet beperkt tot een standaardaanbod dat zich alleen op de middenmoot richt • of alle kinderen de inhoud en stimulansen, de bevestiging en zorg krijgen die ze behoeven. We concentreren ons met andere woorden niet alleen op het meten van de groei, maar ook op aanwijzingen die met het (groei)proces te maken hebben. In deze procesgerichte benadering worden drie indicatoren gehanteerd: ‘welbevinden’, ‘betrokkenheid’ en ‘competenties’. Zij vertellen ons hoe goed kinderen het maken en of ontwikkeling zich bij hen aan het voltrekken is. Deze indicatoren vormen de spil van het Procesgericht Kindvolgsysteem. Voor de basisvaardigheden technisch lezen, begrijpend lezen, spellen, wereldoriëntatie en rekenen/wiskunde gebruiken we landelijk genormeerde voortgangstoetsen van CITO. De frequentie van afname is 1 à 2 keer per jaar. Daarnaast gebruiken we zowel methodegebonden als nietmethodegebonden observaties en toetsinstrumenten. Alle gegevens, ook die over speciale hulp, worden in dit leerlingvolgsysteem vastgelegd. Voor elke leerling is er een dossiermap met alle gegevens waarbij inbegrepen het onder wijskundig rapport. Evaluatie vindt elke dag plaats bij iedere leerkracht. Dagelijks worden de ontwikkelingen van kinderen uit de groep in de groepsmap bijgehouden. Dit betreft zowel de cognitieve (het ‘leren’) - als de sociaal-emotionele ontwikkeling. De informatie komt uit: observaties (welbevinden en betrokkenheid), de dagelijkse correctie, dictees, het maken van teksten en toetsen die bij de methode horen, registratie van het contractwerk enz. Met behulp van het leerlingvolgsysteem stellen we vast of • de leerlingen zich voldoende ontwikkelen


• de leerstof op het niveau van de leerling is afgestemd • de leerlingen extra hulp of extra uitdaging nodig hebben • verbeteringen in het onderwijsgedrag van de leerkracht nodig zijn • onderdelen van het onderwijsprogramma voor verbetering in aanmerking komen • we als school op de goede weg zijn Evaluatievormen 1 Groepsbesprekingen zijn er 4 x per jaar 2 Schoolevaluatie, aan het eind van het schooljaar tijdens een teamvergadering 5.5.1 Intern begeleider (IB-er) Voor een uitgebreide taakomschrijving verwijzen wij u naar het Functieboek. Er wordt gewerkt vanuit een netwerk van IB-ers voor collegiale ondersteuning. Scholen kunnen van elkaar leren. 5.5.2 Groeps- en leerlingbespreking Op school wordt regelmatig overleg gevoerd over leerlingen: overleg met leerkrachten, ouders en externe begelei ders van een schoolbegeleidingsdienst. Er zijn in school verschillende typen van leerlingenoverleg te onderscheiden. Deze besprekingen vormen de basis van de zorgverbreding binnen de school. Ze worden gehouden om gezamenlijk (het hele team) de verantwoordelijkheid te kunnen dragen voor alle kinderen van de school. De groepsbespreking De groepsbespreking vindt plaats voorafgaand aan de rapportbesprekingen met de ouders. In deze bespreking worden de gegevens van kinderen door de groepsleerkracht besproken met de collega's aan de hand van gegevens uit de observatie/rapportage en het leerlingvolgsysteem. De gegevens hebben betrekking op de cognitieve gebieden en de sociaal-emotionele ontwikkeling. De resultaten van de gehele groep worden besproken. Dan wordt de eventuele hulp aan de groep besproken (groepsplan) en wordt vastgesteld voor welke leerlingen een nadere diagnose uitgevoerd moet worden. De groepsleerkracht heeft altijd de mogelijkheid om de gegevens te bespreken met een schoolbegeleider. De school onderhoudt contacten met een schoolbegeleidingsdienst, andere basisscholen en ‘de Reestoeverschool’ (de speciale school voor basisonderwijs in Meppel). Leerkrachten en intern begeleider maken indien nodig gebruik van de consultatiemogelijkheden van ‘de Reestoeverschool’, maatschappelijk werk en de


jeugdhulpverlening. Daarnaast kunnen leerlingen, als de ouders dat willen, ook aangemeld worden voor de speciale school voor basisschool: ‘de Voetelinkschool’ in Steenwijk. Uit de groepsbespreking komen vaak leerlingen die nader besproken moeten worden dit doen we als volgt: • presentatie van een probleembeschrijving en hulpvraag • verzameling van tips voor oplossingen en een keuze daaruit • afspraken over bespreking van resultaten en evaluatie Het verslag wordt in het leerlingdossier bewaard en omvat dezelfde punten, aangevuld met: • (voorlopige) conclusie met adviezen • de resultaten van remediëring / extra begeleiding of eventueel individueel onderzoek • afspraken over: observatie/aanvullend onderzoek, het maken van een handelingsplan of contract, gesprek ouder(s), inschakelen van een externe deskundige Individuele leerlingbesprekingen Het is mogelijk dat in het handelen met kinderen zich problemen voordoen die bespreking vragen, zonder dat uitstel mogelijk is. Problemen die ontstaan omdat de leerkracht niet (goed) meer ziet hoe deze leerling aan te pakken. Deze problemen kunnen besproken worden op elk gewenst moment of tijdens de 2 wekelijkse teamvergaderingen. Plaatsing en verwijzing van leerlingen met specifieke behoeften De meeste kinderen met specifieke behoeften kunnen in ons onderwijssysteem prima blijven functioneren, omdat het onderwijsaanbod op het individuele kind wordt afgestemd. Daardoor zijn leerachterstanden geen reden van verwijzing. Toch is het mogelijk dat, ondanks alle extra hulp, er kinderen zijn die zulke specifieke hulp nodig hebben dat verwijzing naar een speciale school voor basisonderwijs de beste oplossing is. Dit besluit wordt pas genomen na uitvoerig overleg tussen ouders, leerkrachten en schoolbegeleider. De ouders spelen in deze procedure een belangrijke rol. Voor iedere stap wordt met hen overlegd en om hun toestemming gevraagd. 5.5.3 Handelingsplan We hanteren ons eigen handelingsplanformat. Alle leerkrachten maken hier gebruik van. Ze worden opgeslagen in Parnassys.


5.6 Onderwijs aan zieke leerlingen Een kind heeft recht op onderwijs, ook als het ziek is. Wanneer een leerling langdurig ziek is, thuis of in het ziekenhuis, zorgt de school ervoor dat de leerling betrokken blijft bij het onderwijs. Een aangepast leerprogramma kan het kind de nodige afleiding geven en zal het contact tussen het kind en de school waarborgen. Ook wordt voorkomen dat de achterstand te groot wordt om na de ziekteperiode de draad weer op te pakken. Om de begeleiding van zieke leerlingen zo optimaal mogelijk te realiseren kan de school een beroep doen op de consulenten Onderwijs aan Zieke Leerlingen, die werkzaam zijn bij een schooladviesdienst. Zij kunnen de leerkracht adviseren bij het aanpassen van de leerstof aan de mogelijkheden van het zieke kind. In overleg met de school en de ouders kan de consulent de leerling 1 à 2 keer in de week bezoeken en samen met de leerstof bezig zijn. Verder hebben de consulenten zicht op de aard en de consequenties van ziekten. 5.7 Meer – en hoogbegaafde leerlingen In het schooljaar 2012-2013 is er een bovenschoolse werkgroep gestart met het ontwikkelen van beleid op stichtingsniveau op het gebied van meer- en hoogbegaafdheid. In de loop van het school 2013-2014 moet dit beleid geïmplementeerd worden op alle scholen binnen de Stichting Talent Westerveld. 5.8 Protocol leesproblemen en dyslexie We hanteren hiervoor een landelijk vastgesteld protocol. 5.9 Toetsing en registratie De opbrengsten van ons onderwijs meten we met de methode gebonden toetsen en ons leerlingvolgsysteem waaronder Cito-toetsen voor taal voor kleuters, ordenen, Drie-minuten-toets van Cito, AVI, begrijpend lezen, rekenen/wiskunde, spelling, wereldoriëntatie. De resultaten over meerdere jaren Kinderen verschillen in ontwikkeling en mogelijkheden, er is geen kind gelijk. Wij gaan als school uit van die verschillen met ons kindgericht onderwijs. We halen, door het kind steeds datgene te bieden waar het aan toe is, het beste uit de kinderen en gaan er van uit dat bijna elk kind de kerndoelen haalt. In onderstaande tabel staan de uitstroomgegevens van de afgelopen vijf jaar: Voortgezet onderwijs 2009 2010 2011 2012 2013 Totaal Vwo 1 2 3


Havo/Vwo 1 1 1 3 3 9 Vmbo - t 3 2 4 1 10 Vmbo –gemengd/kader /beroeps 1 1 3 5 Lwo 2 2 2 6 Pro 1 1 Totaal 7 4 7 7 9 34 Nog belangrijker dan deze cijfers, is de vraag hoe de leerlingen het doen in het voortgezet onderwijs. Om daar achter te komen volgen we onze schoolverlaters. Het voortgezet onderwijs stuurt ons jaarlijks de rapportage van de oud-leerlingen. We kunnen daaruit concluderen dat de schooladviezen die we geven goed zijn. 5.9 Rapportage en dossiervorming Ouders worden regelmatig schriftelijk en mondeling op de hoogte gehouden van de resultaten van hun kinderen. Wanneer zich problemen voordoen worden de ouders meteen ingeschakeld om de problemen met hen te bespreken. Ouders worden op de hoogte gesteld van de extra maatregelen die de school treft aansluitend bij de specifieke onderwijsbehoeften van hun kind. We hebben hetzelfde doel namelijk de juiste begeleiding zoeken voor het kind. Zowel ouders als leerkrachten dienen zich te houden aan de gemaakte afspraken betreffende de extra maatregelen. Twee keer per schooljaar zijn er de zogenaamde 15-minuten gesprekken, waarin ouders het werk van hun kinderen kunnen bekijken en bespreken met de groepsleerkrachten. Kinderen van 4 jaar worden alleen besproken in de 15 minutengesprekken, vanaf groep 2 krijgen ze een digitaal gemaakt rapport mee naar huis. Daarnaast is er elke eerste maandag van de maand de mogelijkheid om gebruik te maken van een ouderspreekuur. Rapporten, toetsresultaten, werkjes van kinderen, verslagen van oudergesprekken en medische gegevens worden op school opgeslagen in een leerlingendossier. Deze gegevens zijn persoonlijk en vertrouwelijk en worden niet zonder toestemming van de ouders aan anderen verstrekt. Ouders hebben het recht dit dossier in te zien. Omtrent het officiële beleid omtrent privacy en informatieplicht naar ouders, verwijzen wij u naar hoofdstuk 7.2 en 7.3. 5.10 Beleid najaarskinderen De kinderen die geboren zijn tussen de zomer – en de kerstvakantie worden in de leerlingbespreking ingebracht. Er volgt een advies dat met de ouders wordt besproken. Omdat we met eigen leerlijnen werken kan het kind ook een aantal maanden later beginnen aan groep 3. 5.11 De overgang van kinderen naar het voortgezet onderwijs


Na de basisschool gaan de kinderen naar het voortgezet onderwijs. Ze hebben de keus uit een aantal scholen in de omgeving. De meeste kinderen gaan naar scholen in Steenwijk, Diever of Wolvega. Deze scholen nodigen de leerlingen van groep 8 uit om in januari/februari de sfeer te komen proeven en een dagdeel mee te draaien om zo tot een juiste keus te komen. Wij proberen de kinderen en hun ouders te helpen bij het maken van een keuze. De leerkracht van groep 8 geeft advies welke schoolsoort het beste past bij het kind. Dit advies is gebaseerd op de observaties van de leerkrachten en het kindvolgsysteem. Samen met de ouders wordt dit advies in januari op school besproken. Daarna wordt het kind definitief aangemeld bij een school voor vervolgonderwijs. Sommige scholen voor vervolgonderwijs komen in juni bij ons op school om de aangemelde leerlingen te bespreken met de leerkracht van groep 8. Elke school voor voortgezet onderwijs krijgt een onderwijskundig rapport van de kinderen die de school zullen gaan bezoeken.

5.12 Centrum Jeugd en Gezin Centrum Jeugd en Gezin Gemeente Westerveld is een netwerk waarin een aantal organisaties samenwerkt, zoals: de GGD, Icare, Welzijn Meppel/Westerveld, Bureau Jeugdzorg, Speelwerk en het onderwijs. Ook het schoolmaatschappelijk werk wordt geïnitieerd vanuit dit samenwerkingsverband. Het schoolmaatschappelijk werk heeft een brugfunctie tussen leerling, ouders, school en hulpverleninginstellingen. Schoolmaatschappelijk werk is een vorm van doelgroepgerichte hulpverlening. Naast hulpverlening heeft de schoolmaatschappelijk werker de volgende taken: signaleren, consultatie bieden, informatie en advies geven en doorverwijzen. De schoolmaatschappelijk werker biedt hulp aan leerlingen, ouders en/of leerkrachten. Daarvoor voert hij of zij gesprekken met de leerling en/of ouders. Als dit niet voldoende is om de problemen op te lossen, of als andere hulp nodig is,wordt bekeken welke hulpverlening of instantie hiervoor geschikt is. Dan vindt verwijzing plaats. Enkele voorbeelden van problemen waarbij het schoolmaatschappelijk werk hulp kan bieden zijn; • Pesten en gepest worden; •

Problemen in de thuissituatie;

Problemen op school;

Gescheiden ouders;


(rouw) verwerking;

Verslaving.

Het School Maatschappelijk Werk biedt professionele hulp aan kinderen en jongeren van 0 - 23 jaar en hun ouders bij het omgaan met of het oplossen van verschillende problemen, bijv; verwerking van echtscheiding, verhuizing, overlijden, vriendschappen en relaties, seksualiteit, school of studie, werk of werkloosheid, huisvesting, geldzaken, politie en justitie, alcohol en drugs, gokverslaving, mishandeling, discriminatie, gezinsondersteuning, opgroei- en opvoedvragen. Het School Maatschappelijk Werk is er niet alleen voor jongeren en hun ouders maar ook voor leerkrachten die vragen hebben. De Jeugd Maatschappelijk Werker verwijst door wanneer meer of andere hulp nodig is. Daartoe zijn er samenwerkingsafspraken met andere (soms gespecialiseerde ) voorzieningen zoals de jeugdgezondheidszorg, het welzijnswerk, het onderwijs, justitie/politie en Bureau Jeugdzorg. Er wordt actief deelgenomen aan samenwerkingsverbanden van organisaties die zich bezighouden met jeugd en gezin. Zonder toestemming verstrekt het Jeugd Maatschappelijk Werk geen informatie over de cliënt aan derden. Bovendien heeft de cliënt altijd het recht de eigen gegevens in te zien. Voor het schoolmaatschappelijk werk in gemeente Westerveld is Mara Denkers werkzaam. Aan hulp door het Schoolmaatschappelijk werk zijn geen kosten verbonden.


6

Leerplicht

6.1 Leerplicht In Nederland geldt de Leerplichtwet: deze wet garandeert elke jongere het recht op scholing en opleiding. Een goede opleiding, het liefst bekroond met een diploma, geeft nu eenmaal meer kans op een goede baan. U bent er als ouder verantwoordelijk voor dat uw kind in de leerplichtige leeftijd bij een school staat ingeschreven en dat uw kind ook de school bezoekt. 6.1.1 Volledige leerplicht Een kind moet volledig dagonderwijs volgen vanaf de eerste schooldag in de maand na de vijfde verjaardag. Hij/zij mag al naar de basisschool wanneer het vier jaar is. Hij/zij valt dan nog niet onder de leerplichtwet, maar voor hem/haar gelden wel de regels die de school voert over aanwezigheid en het volgen van onderwijs. De volledige leerplicht eindigt aan het eind van het schooljaar (31 juli) van het jaar: • waarin een kind zestien jaar oud is geworden of; als dat eerder is; • waarin een kind twaalf volledige schooljaren heeft doorlopen (de periode op de basisschool telt tenminste acht jaren). 6.2

Beleid toelating en (tijdelijke) verwijdering

6.2.1 Toelating Het bevoegd gezag van een basisschool beslist over de toelating van een leerling. Basisscholen kunnen uw kind ook weigeren omdat ze geen plaats hebben. Uw kind wordt dan niet afgewezen maar later toegelaten en op een wachtlijst geplaatst. Als een openbare basisschool geen plaats heeft, moet het bestuur van de school er voor zorgen dat uw kind (tijdelijk) op een andere school van het bestuur wordt toegelaten. Of uw kind op meerdere scholen van het bestuur op een wachtlijst kan worden geplaatst, beslist het bestuur. Sommige kinderen zijn nog niet zindelijk. In dat geval mag de school uw kind weigeren. Niet zozeer op grond van de wet als wel op grond van de eigen regels die de school op dit punt heeft geformuleerd. Het is voor een leerkracht van groep één eigenlijk ondoenlijk (en onverantwoord) om de groep kleuters alleen te laten om uw kind te verschonen of te helpen. Als er toevallig in die groep een onderwijsassistent aanwezig is, zou het wel kunnen, maar dat is lang


niet altijd het geval. U bent in deze situatie aangewezen op de bereidwilligheid van de school om met u te zoeken naar een oplossing. Bezwaar Als een school uw kind weigert, is het schoolbestuur verplicht schriftelijk de reden hiervoor aan u uit te leggen. U kunt dan binnen zes weken schriftelijk bezwaar maken. Vervolgens moet het schoolbestuur, nadat u bent gehoord, binnen vier weken een nieuwe beslissing nemen. Indien uw bezwaar niet gegrond wordt verklaard kunt u daarna een beroep doen op de burgerlijk rechter. 6.2.2 Schorsing en verwijdering In zeer uitzonderlijke situaties kunnen leerlingen geschorst of definitief verwijderd worden. Op basisscholen komt dit zeer zelden voor. Zie elders in deze gids voor betreffende regels cq. afspraken. Redenen voor schorsing/verwijdering kunnen zijn: • Als een leerling een gevaar is voor medeleerlingen en/of de klassen-schoolregels c.q. afspraken heeft geschonden. • Ernstig wangedrag van de leerling of de ouders. • De school niet aan de zorgbehoefte van de leerling kan voldoen. Vanzelfsprekend zijn er vooraf meerdere gesprekken gevoerd met de ouders / verzorgers en is er van school uit alles aan gedaan om escalatie te voorkomen. Als de toestand echter onhoudbaar wordt, zijn de procedures als volgt: Procedure schorsing • De directeur overlegt met de algemeen directeur over zijn voornemen tot schorsing. • Voordat tot schorsing wordt overgegaan zijn de ouders/verzorgers, leerling en betrokken leerkracht(en) gehoord. • Bij dringende situaties kan meteen tot schorsing worden overgegaan en volgt daarna het gesprek met de ouders/ verzorgers.


• • • • • •

De algemeen directeur neemt het uiteindelijk besluit tot schorsing. De duur van de schorsing wordt, met opgaaf van redenen, door de algemeen directeur schriftelijk medegedeeld. Een schorsing geldt voor 1 tot enkele dagen De directeur wijst de ouders/verzorgers er op dat men bezwaar (en bij wie) kan aantekenen. Het bezwaarschrift wordt binnen de termijn van 6 weken na dagtekening ingediend. De verantwoordelijke dient hier binnen 4 weken schriftelijk op te reageren. Indien de schorsing langer dan 1 dag duurt worden de inspectie en leerplichtambtenaar op de hoogte gesteld.

Procedure verwijdering • De directeur overlegt met de algemeen directeur over zijn voornemen tot verwijdering. • De directeur vraagt de mening van groepsleerkracht, team en inspectie, alvorens over te gaan tot het voornemen tot verwijdering. • De ouders worden uitgenodigd voor een gesprek waarin het voornemen tot verwijdering, de redenen en de procedure kenbaar gemaakt worden. • Als het gesprek geen aanleiding is voor het afzien van het voornemen, krijgen de ouders/verzorgers schriftelijk en onderbouwd bericht. • De directeur wijst de ouders/verzorgers er op dat men bezwaar (en bij wie) kan aantekenen. • Het bezwaarschrift wordt binnen de termijn van 6 weken na dagtekening ingediend. • De verantwoordelijke dient hier binnen 4 weken schriftelijk op te reageren. • De school heeft een inspanningsverplichting om een andere school voor uw kind(eren) te zoeken. • Indien er na 8 weken geen school gevonden is, kan overgegaan worden overgaan tot verwijdering. • In deze periode van 8 weken zorgt de school er voor dat het kind huiswerk krijgt. • Een kopie van de brief wordt naar de inspectie en de leerplichtambtenaar gestuurd.

6.3 Aanmelden en inschrijven van nieuwe leerlingen Bij het aanmelden van nieuwe leerlingen maken we onderscheid tussen reguliere instroom (leerlingen die nog niet leerplichtig zijn) en tussentijdse instroom (leerlingen die van een andere school komen). Als uw kind van school afgaat, moet u zelf zorgen voor een aansluitende inschrijving bij een andere school. Dat geldt


voor verandering van school per 1 augustus (nieuwe schooljaar), maar ook wanneer uw kind in de loop van het schooljaar de school verlaat, door verhuizing of om andere redenen. Als de school weigert uw kind in te schrijven of als uw kind tegen uw zin van school verwijderd wordt, kunt u de Algemeen Directeur om herziening van het besluit vragen en de leerplichtambtenaar inschakelen. De leerplichtambtenaar controleert regelmatig of alle leerplichtigen inderdaad ergens staan ingeschreven. Als hij/zij een niet-ingeschreven leerplichtige ontdekt, zal hij/zij onderzoeken waarom deze niet ingeschreven staat en proberen een oplossing te vinden. 6.3.1 Procedure aanmelden Leerlingen, die voor het eerst de basisschool bezoeken, meestal de jongste kleuters, kunnen op afspraak worden aangemeld bij de directie. In verband met de organisatie stellen we het op prijs dat u uw kinderen zo vroeg mogelijk (vanaf 2 jaar) komt aanmelden. Om de inschrijving compleet te maken heeft de directeur een aantal persoonsgegevens van de leerling en de ouder(s)/verzorger(s) nodig. Tot slot dient één van de ouders/verzorgers het aanmeldingsformulier te ondertekenen. 6.3.2 Gegevens t.b.v. de inschrijving Toelating van een leerling kan slechts plaatsvinden nadat de ouder(s)/verzorger(s) de gegevens betreffende de geslachtsnaam, de voorletters, de geboortedatum, het geslacht en het persoonsgebonden nummer van de leerling hebben overgelegd. Bij de aanmelding van een kind wordt aan de ouders/verzorgers ook toestemming gevraagd voor het plaatsen van foto’s en werkjes op de website (zie ook 7.2. privacy). 6.3.3 Procedure aanmelden leerling met een rugzakje Ook het aanmelden van kinderen met beperkingen is mogelijk. Steeds meer ouders van kinderen met een beperking, wensen dat hun kind liefst in een gewone school onderwijs volgt. Deze wens van de ouders om hun kind te laten integreren in het reguliere basisonderwijs is startpunt geweest van het beleid om te komen tot leerlingengebonden financiering, ook wel het ‘rugzakje’ genoemd. Leerlinggebonden financiering (LGF) is extra geld voor leerlingen met een beperking, ernstige gedragsstoornis of


psychisch probleem. Het gaat om leerlingen in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs (VO). De school gebruikt de LGF voor extra begeleiding, zodat de leerlingen zoveel mogelijk in het reguliere onderwijs kunnen blijven. Van de scholen wordt verwacht dat zij de toegang tot hun school voor deze leerlingen mogelijk maken. We maken daarbij gebruik van ons protocol ‘Aanname beleid rugzakkinderen’. Daarin staat precies beschreven wat we als school kunnen maar ook wat we niet kunnen. In overleg met de ouders wordt bekeken of plaatsing op de Heidehoek een goede keuze zal zijn. 6.3.4 Plaatsing Na aanmelding mag uw kind maximaal 5 dagen (10 dagdelen), 2 maanden voordat hij/zij 4 jaar wordt, meedoen in de groep. Daarover kunt u afspraken maken met de betreffende leerkracht en/of directie. Op de dag dat uw kind 4 jaar is, wordt hij/zij ook op school verwacht. De kinderen die van een andere basisschool komen, worden in principe geplaatst in de groep, waarin ze op de vorige basisschool ook zouden zitten. 6.3.5 Adreswijziging Nadat een kind op onze school staat ingeschreven, kunnen we er normaal gesproken van uit gaan, dat dit kind een groot aantal jaren op onze school blijft. In de tussentijd kan er wel eens wat veranderen. Dit wordt niet altijd doorgegeven, wat weer tot gevolg heeft, dat onze leerlingenadministratie niet geheel compleet is. Daarom hierbij het vriendelijk verzoek om, in geval van wijziging van adres en/of telefoonnummer of email dit het liefst schriftelijk aan de school door te geven. Wanneer u tussentijds verhuist en uw kinderen gaan naar een andere school, geef dan even de naam en het adres van de nieuwe school door. De school moet dit namelijk aan de gemeente melden.

6.4 Verzuim/verlof Een leerplichtig kind moet elke dag naar school. Als een kind verzuimt, zal de school de oorzaak onderzoeken en zo nodig in samenwerking met de leerplichtambtenaar nagaan of er een oplossing te vinden is.


Volgens de wet moet er van een ingeschreven leerling, in geval van verzuim zonder geldige reden, tijdig kennis worden gegeven van dit verzuim aan de leerplichtambtenaar. Daarom dienen ouders/verzorgers eventueel verzuim, voorzien van geldige reden, aan de school door te geven. Wanneer een kind, wegens ziekte, niet op school aanwezig kan zijn, dienen ouders/verzorgers dit, indien mogelijk telefonisch, door te geven, het liefst v贸贸r schooltijd. Een schriftelijk bericht, mits op tijd bezorgd, is ook mogelijk. Voor vrijaf in gevallen als bezoek aan dokter, ziekenhuis e.d. wordt verzocht om v贸贸r die tijd een briefje mee te geven. Ook in andere, bijzondere, gevallen dient eerst toestemming te worden gevraagd aan de directie. Op de school is hiervoor een verlofaanvraagformulier aanwezig. 6.4.1 Geoorloofd verzuim Ziekte Als uw kind ziek is, dan hoeft het niet naar school. U moet dit wel zo snel mogelijk aan de school melden. Als u uw kind vaak ziek meldt, kan de school of leerplichtambtenaar aan de schoolarts vragen om een onderzoek in te stellen. Als uw kind ziek is, verzoeken wij u vriendelijk om dit tijdig, voor schooltijd, te melden middels een telefoontje of briefje. Wilt u geen zieke kinderen naar school sturen, ook al willen ze zelf nog zo graag. Dit in verband met overlast en eventueel besmettingsgevaar. Als leerlingen tijdens schooltijd ziek worden, wordt telefonisch contact gezocht met de ouders/verzorgers, zodat de leerling opgehaald kan worden. Wilt u er zelf zorg voor dragen dat er een eventueel 2 e telefoonnummer op school bekend is? Godsdienst of levensovertuiging Als uw kind verplichtingen hieromtrent moet vervullen, hoeft het niet naar school. U moet dit minstens 2 dagen van tevoren aan de school melden. Vijfjarigen Als uw kind 5 jaar is en de volle schoolweek nog niet aankan, mag het 5 uur per week thuis blijven. U moet dit melden aan de directeur van de school. Met toestemming van de directeur mag een vijfjarige zelfs ten hoogste 10 uur per week thuis blijven. 6.4.2 Ongeoorloofd verzuim Als een kind zonder geldige reden niet naar school gaat, is er sprake van ongeoorloofd verzuim. Meestal zal de leerkracht of directeur van de school contact met de ouder(s)/verzorger(s) opnemen om na te gaan wat er aan de hand is. Als dat niet vlot tot een goede oplossing leidt, is de school wettelijk verplicht binnen 3 dagen na constatering de leerplichtambtenaar in te lichten. Deze zal opnieuw proberen om in overleg met de


ouder(s)/verzorger(s) een manier te vinden om het kind wel regelmatig naar school te laten gaan; soms is het bijvoorbeeld goed om een andere school te zoeken, of is het nodig om hulp bij de opvoeding te organiseren. Er worden drie soorten ongeoorloofd verzuim onderscheiden: • Luxeverzuim Verzuim, waarbij niet de procedure van verlof aanvragen is gebruikt; buiten de schoolvakanties afwezig zonder toestemming van de directeur (tot 10 dagen) of de leerplichtambtenaar (meer dan 10 dagen). • Absoluut verzuim, niet ingeschreven en schoolgaand, terwijl het kind leerplichtig is • Relatief verzuim, uren of dagen verzuimen Medeverantwoordelijkheid leerlingen Vanaf de leeftijd van 12 jaar is de leerling medeverantwoordelijk voor schoolbezoek. Dit betekent dat een kind strafbaar kan worden gesteld als hij/zij zonder geldige reden de school verzuimt. De ouder(s)/verzorger(s) blijven natuurlijk in de eerste plaats voor het schoolbezoek van het kind verantwoordelijk. 6.4.3 Luxe verzuim Verlof buiten schoolvakanties De directeur van de school mag slechts éénmaal per schooljaar vakantieverlof verlenen voor maximaal 10 schooldagen. De directeur mag geen vakantieverlof verlenen in de eerste 2 lesweken van het schooljaar. Vakantieverlof mag alleen worden verleend wegens de specifieke aard van het beroep van één van de ouders het slechts mogelijk is buiten de schoolvakanties op vakantie te gaan. Er moet vanuit worden gegaan dat de ouder het merendeel van zijn/haar inkomen slechts in de zomervakantie kan verdienen. Werkomstandigheden zoals uitval, planning, onderbezetting en bedrijfs- of gezinsomstandigheden, passen niet in het begrip specifieke aard van het beroep. Aan de leerplichtambtenaar kan advies worden gevraagd.

Procedure • U dient vakantieverlof schriftelijk minimaal 8 weken tevoren aan de directeur van de school te vragen door middel van het vakantie- en verlofformulier dat op school aanwezig is. Een werkgevers/zelfstandige verklaring, waaruit blijkt dat er sprake is van de specifieke aard van het beroep, dient te worden bijgevoegd;


• De directeur van de school neemt de aanvraag in behandeling. Indien nodig vraagt hij / zij de ouders om de aanvraag te verhelderen; • De directeur van de school neemt een schriftelijk besluit; • Ouders hebben de mogelijkheid om binnen 6 weken bezwaar in te dienen bij de directeur. Verlof in geval van gewichtige omstandigheden Onder gewichtige omstandigheden verstaat de Leerplichtwet omstandigheden, die buiten de wil van de leerling en / of ouders plaatsvinden. Aan de leerplichtambtenaar kan advies worden gevraagd. Omstandigheden, die in aanmerking komen voor extra verlof: • Verhuizing (maximaal 1 dag); • Huwelijk van bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad binnen de woonplaats (maximaal 1 dag) of buiten de woonplaats (maximaal 2 dagen); • 12½-, 25-, 40-, 50- of 60-jarig huwelijksjubileum van ouders of grootouders (maximaal 1 dag); • 25-, 40- of 50-jarig ambtsjubileum van ouders of grootouders (maximaal 1 dag); • Ernstige ziekte van bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad (periode in overleg met de directeur); • Overlijden van bloed- en aanverwanten in de eerste graad (maximaal 4 dagen); • Overlijden van bloed- en aanverwanten in de tweede graad (maximaal 2 dagen); • Overlijden van bloed- en aanverwanten in de derde en vierde graad (maximaal 1 dag); • Naar het oordeel van de directeur belangrijke redenen met uitzondering van vakantieverlof en/of deelname aan sportieve of culturele evenementen buiten schoolverband. Procedure • Ouders dienen vooraf of uiterlijk binnen twee dagen na ontstaan van de verhindering een aanvraag schriftelijk in door middel van het verlofaanvraagformulier dat op school aanwezig is; • Bij een aanvraag voor meer dan 10 dagen zendt de directeur de aanvraag door naar de leerplichtambtenaar (het gaat hierbij om omstandigheden, waarbij sprake is van een medische of sociale indicatie); • De directeur van de school neemt de aanvraag in behandeling. Indien nodig vraagt hij / zij de ouders om de aanvraag te verhelderen; • De directeur neemt een schriftelijk besluit; • Ouders hebben de mogelijkheid om binnen 6 weken bezwaar in te dienen bij de directeur.


6.4.4 Inschakelen leerplichtambtenaar De school dient verzuim bij de leerplichtambtenaar te melden wanneer: • een leerling 3 dagen achtereen of in een periode van 4 weken meer dan 1/8 deel van de lestijd niet op school verschenen is en de school van de ouders geen (afdoende) reden heeft ontvangen; • een leerling door school is verwijderd (tijdelijk of definitief); • de ouders de leerling in verband met vakantie van school hebben gehouden, terwijl er geen toestemming van de directie was; • ouders verlof voor langer dan 10 schooldagen aanvragen; • een leerplichtig kind naar een andere school gaat, maar niet weet te vertellen naar welke school; • een leerplichtige jongere geheel of gedeeltelijk gaat werken, terwijl hij / zij nog volledig leerplichtig is. 6.4.5 Bezwaar Tegen beslissingen van de directeur en de leerplichtambtenaar over leerplichtzaken, kunt u een bezwaarschrift indienen. Informatie is bij de gemeente te verkrijgen. 6.4.6 Boete Wie zich niet aan de leerplichtwet houdt, maakt zich schuldig aan een strafbaar feit. Hiervan kan proces-verbaal opgemaakt worden, wat kan leiden tot een boete of hechtenis.


7

Informatie

7.1 Ouders Wij willen graag dat ouders zich betrokken voelen. U heeft een gedeelte van de dag uw opvoedingstaak en verantwoordelijkheid voor uw kind aan ons toevertrouwd. Wij werken dus samen aan de vorming van uw kind. Het is belangrijk dat wij elkaar op de hoogte houden van wat er speelt. Er zijn vele vormen van contact tussen ouders en school: • informeel praatje met de leerkracht tijdens halen en brengen; • ouderavonden en jaarvergadering Ouderraad; • 15 minuten gesprekken; • Website, Twitter en nieuwsbrief; • meehelpen met activiteiten binnen en buiten de klas; • werkgroepen en commissies; De betrokkenheid van ouders Regelmatig contact met ouders over de kinderen vinden we heel belangrijk. Van ouders willen we graag weten hoe het met de kinderen gaat en waar ze mee bezig zijn, zodat we daar op school op in kunnen spelen. Omstandigheden thuis hebben meestal consequenties voor het gedrag in de groep. Leerkrachten kunnen daar dan rekening mee houden. Door elkaar van de nodige informatie te voorzien kunnen we het welbevinden van de kinderen beter in de gaten houden.

keer per jaar.

Rapportbespreking/15-minuten gesprek Een dag voordat de leerlingen hun rapport mee naar huis krijgen hebben de ouders de gelegen heid tot het bespreken hiervan met de groepsleerkracht. Dit gebeurt voor alle groepen twee

Voorlichtingsavond Aan het begin van elk schooljaar worden er informatieavonden georganiseerd, waar uitgelegd wordt wat er op school gedaan wordt, welke methodes er gebruikt worden en hoe er gewerkt wordt. Ouders krijgen verder nog informatie op de volgende manieren:


• • • • •

Het schoolplan. In dit uitgebreide plan wordt beschreven hoe er op ‘de Heidehoek’ gewerkt wordt Deze schoolgids De website waar alle actuele informatie als kalender, foto’s enz. te vinden zijn en het weblog van de bovenbouw ‘De Schoolklapper’ onze schoolkrant De onderwijsgids. Een gids van het ministerie waarin de rechten en plichten van ouders ten aanzien van basisonderwijs worden besproken. Deze gids wordt aan de ouders van 3-jarigen toegestuurd.

Ouderbijdrage Het onderwijs aan leerplichtige kinderen is in principe gratis. Wel is er ter bekosti ging van de verschillende activiteiten, zoals Sinterklaas, kerstviering, de schoolreisjes en het feest van de laatste schooldag, een ouderbijdrage. Deze bijdrage is vrijwillig en kan niet worden verplicht. Bij niet betalen van de bijdrage kan uw kind echter niet deelnemen aan de georganiseerde activiteiten, aangezien dit het nodige geld kost. U kunt het bedrag storten op bankrekening 36.58.11.882 t.n.v. Ouderraad o.b.s. 'de Heidehoek'. Het totale bedrag moet uiterlijk 1 januari van het lopende schooljaar worden voldaan. De hoogte van de bijdrage vindt u in de bijla gen. Voor leerlingen die in de loop van het schooljaar worden aangemeld c.q. de school verlaten, wordt de ouderbijdrage aangepast. De opbrengst van de rommelmarkt en het oud papier wordt beschikbaar gesteld voor zaken die het onderwijs in de school en de kinderen ten goede komen. Hoogte van de ouderbijdrage 2013 - 2014 Groep 1 – 2 - 3 - 4 - 5 € 40 Groep 6 - 7 - 8 € 61 U kunt het bedrag storten op bankrekening 36.58.11.882 t.n.v. Oudercommissie obs ‘de Heidehoek’. Het totale bedrag moet uiterlijk 1 januari 2014 zijn voldaan.

7.2 Privacy De belangrijkste regels voor het vastleggen en gebruiken van persoonsgegevens zijn vastgelegd in de Wet bescherming persoonsgegevens (WBP). Deze wet is op 1 september 2001 van kracht geworden. De WBP regelt onder welke voorwaarden persoonsgegevens verwerkt mogen worden. Persoonsgegevens zijn alle gegevens die herleidbaar zijn tot een bepaald individu. De WBP heeft betrekking op alle gebruik – ‘verwerkingen’ – van persoonsgegevens, van


het verzamelen ervan tot en met het vernietigen van persoonsgegevens. Op grond van de WBP zijn onderwijsinstellingen verplicht ouders te informeren en uit te leggen welke gegevens van de leerling/student gebruikt worden en aan wie de onderwijsinstelling wanneer welke gegevens wil verstrekken en met welk doel. 7.3 Informatieplicht Ouders bezitten volgens de wet ouderlijk gezag over hun minderjarige kind(eren). Volgens diezelfde wet is de school verplicht de ouders op de hoogte te houden van de algemene gang van zaken op school en van het functioneren en de vorderingen van het kind. Ouders hebben recht van inzage in alle informatie, documenten, rapporten, onderzoeksverslagen e.d. over hun kind. De school mag geen informatie achterhouden of gegevens zonder toestemming van de ouders aan derden bekend maken. • Voor ouders, die met elkaar getrouwd zijn of samenwonen en die het gezag over hun kinderen hebben, is de situatie het makkelijkst. Zij krijgen steeds gezamenlijk alle informatie over hun kind, d.m.v. brieven, rapporten, ouderavonden, gesprekken e.d. • Van een voogd is sprake als beide ouders overleden zijn of niet in staat zijn om het ouderlijk gezag te hebben over het kind. Een voogd is altijd een niet-ouder. Hij/zij is door de rechter aangewezen om gezag over het kind te hebben. Een voogd heeft dezelfde rechten en plichten als een ouder met ouderlijk gezag. • Voor ouders, die gescheiden zijn, die niet (meer) bij elkaar wonen en die wel het gezag hebben, ligt het niet anders. Zij hebben allebei recht op alle informatie over hun kind. • Ouders, die geen gezag (meer) hebben over het kind, hebben ook recht op informatie over hun kind. De ouder zal daar echter wel zelf om moeten vragen. De school hoeft uit zichzelf geen informatie te geven aan deze ouders. Als het gaat om de vader, moet deze bovendien het kind hebben erkend, anders heeft hij helemaal geen recht op informatie, ook niet als hij erom vraagt. Deze ouders hebben een beperkt recht op informatie over hun kind. Het betreft alleen belangrijke feiten en omstandigheden, dus informatie over schoolvorderingen en evt. sociaalpedagogische ontwikkelingen op school. In twee gevallen is de school niet verplicht om informatie te geven aan de ouder die niet het gezag heeft: • De school geeft de informatie niet, wanneer dit in strijd is met de belangen van het kind. Als de ouder hiertegen bezwaar maakt, kan deze naar de klachtencommissie van de school of naar de rechter stappen.


• De rechter heeft bepaald dat de betreffende ouder geen recht heeft op informatie. De ouder bij wie het kind woont doet er goed aan dit aan de school te melden. De school heeft recht op inzage in het gerechtelijke vonnis. 7.4

Informatie

7.4.1 Afspraak met leerkracht en/of directie Als u een gesprek met een leerkracht of de directeur wilt hebben, kunt u hiervoor een afspraak maken. 7.4.2 Nieuws Het actuele schoolnieuws is te lezen op www.obsdeheidehoek.nl. Bij Twitter staan de laatste quotes over school of onderwijs. Bij actueel staan reportages van schoolactiviteiten, meestal met foto’s. 7.4.3 School/Dorpskrant ‘t Pummeltje Vier keer per jaar verschijnt er een dorpskrant. Informatie van de school komt in deze krant te staan. Tussentijds verschijnt de schoolkrant ‘de Schoolklapper’ met actuele informatie die alleen bestemd is voor de ouders van kinderen van onze school. Om ‘t Pummeltje kostendekkend te maken wordt een bedrag van € 5,25 per jaar gevraagd. Wie geen abonnement wil nemen krijgt alleen het schoolgedeelte. 7.4.4 Website Website stichting Talent Westerveld Op de website www.talentwesterveld.nl treft u informatie aan over de Stichting Talent. De informatie heeft zowel een intern als een extern karakter. Extern betekent bestemd voor iedereen die meer wil weten over Stichting Talent en intern alleen voor onze medewerkers. Zij beschikken daartoe over een eigen inlogcode. De website van Stichting Talent biedt u algemene informatie over de organisatie van onze stichting en de scholen. Website OBS de Heidehoek Ook bij een website dient terdege rekening gehouden te worden met de privacy van betrokkenen. Daarom hebben wij de volgende afspraken gemaakt.


• Bij inschrijving van een nieuwe leerling wordt aan de ouders/verzorgers toestemming gevraagd om foto’s en werkstukken van hun kind(eren) op de website te plaatsen. Kinderen willen graag dat hun werk op internet te bewonderen is. Ze willen het ook thuis aan de ouders laten zien. Ouders/verzorgers kunnen hun bezwaar ook weer herroepen. • De namen van deze leerlingen worden op een lijst geplaatst. De leerkrachten raadplegen deze lijst als er foto’s / werkstukken gemaakt worden voor de site. • Bij vermelding op de website van persoonlijke gegevens van hen, die bij de school betrokken zijn, wordt volstaan met vrij verkrijgbare informatie (telefoonboekinformatie). Alleen met toestemming van betrokkene wordt aanvullende informatie gepubliceerd. 7.5 Projecten Regelmatig zijn er projecten op onze school. Vanaf groep 4/5 is elk kind met een eigen project bezig. Daarnaast doen we met de hele school projecten. 7.6 Overblijven/naschoolse opvang Er zijn steeds meer kinderen die overblijven. Er is de mogelijkheid tegen betaling op school te blijven tussen de middag. De Tussenschoolse opvang wordt gedaan door ouders. De kosten zijn € 43,75 voor 25 keer bij vaste dagen. Het kost € 22,50 voor 10 keer incidenteel. (dus zeer incidenteel € 2,250. Als er maar weinig kinderen zijn zoals op vrijdag zullen leerkrachten dit begeleiden. Naschoolse opvang is ook mogelijk. Kinderdagverblijf ‘Het Speelkasteel’ te Noordwolde verzorgt de naschoolse opvang. Uw kind kan met een taxi bij de school worden opgehaald. Geschoolde krachten van ‘Speelwerk’ zijn de begeleiders van de buitenschoolse opvang. Deze opvang is bestemd voor kinderen van 4 tot en met 12 jaar op roostervrije dagen en in vakanties. De opvangtijden zijn afgestemd op het schoolprogramma.


8

Afspraken/ rechten en plichten

8.1

Afspraken op stichtingsniveau

8.1.1 Schoolverzekering Het bestuur van Stichting Talent heeft voor alle onder zijn bestuur staande scholen een collectieve aansprakelijkheidsverzekering afgesloten. Deze verzekering voorziet in die gevallen, waarin de kosten niet gedekt worden door de verzekering van de ouders. Tevens is er een bestuurders aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen afgesloten. De gegevens m.b.t. de verzekeringen vindt u op de website www.talentwesterveld.nl

8.1.2 Veiligheidsbeleid Scholen worden met ingang van 1 augustus 2006 verplicht het veiligheidsbeleid van de school te vermelden in de schoolgids. Op grond van de Arbo-wet moeten scholen, net als andere bedrijven, een veiligheidsplan hebben. Stichting Talent scholen geven leerlingen, ouders en onderwijspersoneel en andere medewerkers een plek, waar ze veilig zijn en waar ze zich veilig voelen, fysiek en sociaal. Op onze scholen worden veiligheidsrisico’s geminimaliseerd en incidenten zoveel mogelijk voorkomen. Omringende voorzieningen als maatschappelijk werk, jeugdzorg en justitie worden indien nodig bij de afstemming betrokken. Wij werken samen met ouders, GGD, brandweer, de Arbodienst en natuurlijk de gemeente - die per slot van rekening verantwoordelijk is voor het gebouw. Wat is een fysiek veilige school? Een veilige school heeft natuurlijk een goed onderhouden gebouw, waar traptreden niet los liggen en de inrichting van de lokalen geen gevaar oplevert voor kinderen. Op het schoolplein staan veilige speeltoestellen. Leerlingen en docenten weten wat ze moeten doen bij brand en de school oefent regelmatig, minimaal 1 x per jaar het ontruimingsplan. Vluchtwegen zijn vrij van obstakels. Ook ziet men er bij een veilige school op toe dat er regelmatige inspecties van het schoolgebouw en het schoolplein plaatsvinden.


Hoe ziet een sociaal veilige school eruit? Op een veilige school voelen leerlingen zich thuis. Ze komen graag naar school en voelen zich serieus genomen door de leraren. Leerlingen op een sociaal veilige school pesten niet en dragen vanzelfsprekend geen wapens bij zich. De school tolereert geen discriminatie en seksuele intimidatie. De school heeft een vertrouwenspersoon en er is een klachtenregeling. Daarnaast besluiten veel scholen om een pestprotocol op te stellen. Ook werken scholen vaak samen met politie, justitie en jeugdzorg in een buurtnetwerk. De school gaat bestaand sociaal onveilig gedrag tegen, maar voorkomt dat gedrag ook door een actieve, positieve stimulering van sociaal gedrag. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het invoeren van gedragsregels waar leerlingen, ouders, schoolleiders en leraren het over eens zijn geworden, en aan onderwijs dat is afgestemd op de wensen en mogelijkheden van individuele leerlingen. Hierdoor ontstaat een veilig klimaat waarbinnen de school problemen al in een vroeg stadium kan onderkennen en daarop kan reageren. Het veiligheidsbeleid van een school is niet alleen bedoeld om leerlingen een veilige plek te bieden. Ook leraren (en ander personeel) hebben vanzelfsprekend recht op een veilige omgeving. Geweld tegen leraren is ontoelaatbaar. Scholen, leraren, ouders en de overheid moeten dat met elkaar duidelijk maken. 8.1.3 Klachtenprocedure De klachtenregeling is sinds 1998 wettelijk geregeld. Klachten kunnen betrekking hebben op bijvoorbeeld begeleiding van leerlingen, toepassing van strafmaatregelen, beoordeling van leerlingen, de inrichting van de schoolorganisatie, seksuele intimidatie, discriminerend gedrag, agressie, geweld en pesten. Een exemplaar van deze regeling ligt ter inzage op school en is te vinden op de website www.talentwesterveld.nl Als een ouder/verzorger ontevreden is over bepaalde gedragingen en beslissingen of het nalaten daarvan, kan hij / zij het beste: • • • •

Eerst contact opnemen met de groepsleerkracht; Mocht dit niet tot resultaat leiden, dan wordt de directeur ingelicht; Deze gaat in gesprek met de ouders / verzorgers en leerkracht en onderzoekt de klacht; Zijn bevindingen worden aan de ouders / verzorgers en leerkracht medegedeeld;


• •

Wanneer de ouders niet tevreden zijn met de oplossing of afhandeling van de klacht bestaat de mogelijkheid contact op te nemen met de door Stichting Talent benoemde externe vertrouwenspersoon (contactgegevens in hoofdstuk 10); De vertrouwenspersoon kan proberen te bemiddelen bij een oplossing of gaat na of het indienen van een officiële klacht bij de Landelijke Klachtencommissie noodzakelijk is. De LKC is een commissie, die geen relatie heeft met Stichting Talent of één van de scholen. Deze commissie onderzoekt de klacht en zijn daarbij verplicht tot geheimhouding. Wel worden de betrokkenen op de hoogte gesteld van het feit dat er een klacht is ingediend. Na onderzoek rapporteert de commissie aan Stichting Talent en geeft een advies. Stichting Talent moet binnen 4 weken na de rapportage meedelen of zij het oordeel van de klachtencommissie deelt en welke maatregelen zullen worden genomen.

Als een ouder leerkracht ontevreden is over bepaalde gedragingen en beslissingen of het nalaten daarvan, kan hij / zij het beste: • • • • •

• •

Eerst contact opnemen met de directeur; Mocht dit niet tot resultaat leiden, dan wordt de algemeen directeur ingelicht; Deze gaat in gesprek met de leerkracht en onderzoekt de klacht; Zijn bevindingen worden aan de directeur medegedeeld; Indien men niet tevreden is met de oplossing of afhandeling van de klacht bestaat de mogelijkheid contact op te nemen met de door Stichting Talent benoemde externe vertrouwenspersoon (contactgegevens in hoofdstuk 10); De vertrouwenspersoon kan proberen te bemiddelen bij een oplossing of gaat na of het indienen van een officiële klacht bij de Landelijke Klachtencommissie noodzakelijk is. De LKC is een commissie, die geen relatie heeft met Stichting Talent of één van de scholen. Deze commissie onderzoekt de klacht en zijn daarbij verplicht tot geheimhouding. Wel worden de betrokkenen op de hoogte gesteld van het feit dat er een klacht is ingediend. Na onderzoek rapporteert de commissie aan Stichting Talent en geeft een advies. Stichting Talent moet binnen 4 weken na de rapportage meedelen of zij het oordeel van de klachtencommissie deelt en welke maatregelen zullen worden genomen.


8.1.4 Ongewenste intimiteiten/seksuele intimidatie Het is niet mogelijk een sluitende omschrijving van het bovenstaande te geven; ieder heeft zijn/haar opvatting over wat in contact met anderen wel of niet gewenst is. Leerkrachten bij ons op school houden zich aan een aantal richtlijnen, die zijn vastgelegd in de ‘Gedragscode’, bijlage van de Klachtenregeling. Mocht u als ouder desondanks signalen ontvangen, die naar uw mening wijzen op ongewenste intimiteiten in de school (of daarbuiten), dan blijft het bespreekbaar maken hiervan met de directeur van de school de eerst aangewezen weg. Het is echter heel goed mogelijk dat u dat niet wilt/durft. Dit hoeft niets met een gebrek aan vertrouwen te maken hebben. U kunt met uw bezorgdheid ook terecht bij de contactpersoon/vertrouwenspersoon/klachtencommissie, die daarvoor is aangesteld (zie hoofdstuk 10). De wet bevat een aangifteplicht voor het bevoegd gezag en een meldplicht voor het personeel bij een zedenmisdrijf. Het gaat in de wet om strafbare vormen van seksuele intimidatie en seksueel misbruik: zedenmisdrijven, zoals ontucht, aanranding en verkrachting, gepleegd door een medewerker van de onderwijsinstelling jegens een minderjarige leerling. Bevoegd gezag, dat vermoedt dat er sprake is van een geval van ontucht met een minderjarige leerling door een personeelslid, moet contact opnemen met een vertrouwensinspecteur. Als uit overleg met de vertrouwensinspecteur blijkt dat het een redelijk vermoeden betreft moet het bevoegd gezag aangifte doen bij Justitie. Voorafgaand aan de aangifte, moet de school aan de ouders van desbetreffende leerling en aan de (mogelijke) dader melden dat tot aangifte wordt overgegaan. Om de drempel om een vertrouwensinspecteur in te schakelen zo laag mogelijk te houden, heeft deze zelf geen aangifteplicht. Voor het personeelslid dat weet heeft van een seksueel misdrijf, geldt een meldingsplicht richting bevoegd gezag. Voor klachtmeldingen over seksueel misbruik, seksuele intimidatie, fysiek geweld en psychisch geweld, zoals grove pesterijen en voor signalen inzake discriminatie, onverdraagzaamheid, fundamentalisme, radicalisering, extremisme, e.d. is er een meldpunt vertrouwensinspecteurs van de Inspectie van het Onderwijs. Voor het telefoonnummer verwijzen wij u naar hoofdstuk 10.


8.1.5 Tussenschoolse en buitenschoolse opvang Een goede aansluiting van onderwijs en opvang maakt het voor ouders gemakkelijker om werk en zorg voor het gezin te combineren. Per 1 augustus 2006 is bevoegd gezag verantwoordelijk voor de Tussen Schoolse Opvang (TSO) van leerlingen. Tijdens deze opvang verblijven kinderen tussen de middag op school. Met ingang van 1 augustus 2007 wordt ouders ook Buiten Schoolse Opvang (BSO) aangeboden. 8.1.6 Ouderbijdrage Voor het primair en voortgezet onderwijs is bij wet geregeld dat toelating van een leerling niet afhankelijk mag worden gesteld van een eventuele ouderbijdrage, ook al is deze vrijwillig. In het primair onderwijs moet de school voor de vrijwillige ouderbijdrage een aparte overeenkomst met de ouders afsluiten. Scholen mogen een vrijwillige financiĂŤle bijdrage vragen voor extra voorzieningen en activiteiten, zoals een schoolkamp, aanvullend lesmateriaal en festiviteiten. Dit zijn activiteiten, die niet tot het gewone lesprogramma behoren en die dus niet door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen worden bekostigd. Een school mag voor dit soort uitgaven een ouderbijdrage vragen, maar mag leerlingen niet weigeren of van school sturen als ouders de bijdrage niet of slechts gedeeltelijk willen betalen. Met andere woorden: de toegankelijkheid van het onderwijs mag niet worden beĂŻnvloed door de ouderbijdrage.


9

De praktische informatie

Binnen onze stichting werken wij volgens de kwaliteitscyclus: Op basis van het stichtingsplan en de bijstelling naar aanleiding van de evaluatie, worden de te behalen strategische doelen op schoolniveau voor de komende jaren geformuleerd door de directeur. Deze doelstellingen worden vastgelegd in het schoolplan (meerjaren strategisch en financieel beleid op schoolniveau). De directeur is, binnen de kaders van de Stichting, belast met het formuleren van het beleid op schoolniveau. Hij legt dit vast in het schooljaarplan. Het formatieplan (personele inzet) en de begroting maken onderdeel uit van dit schooljaarplan. Jaarlijks wordt zowel interne als externe verantwoording afgelegd. De directeur is, onder verantwoordelijkheid van de Algemeen Directeur, belast met de externe verantwoording aan onder andere de (rijks)accountant en de onderwijsinspectie. Ook is hij/zij, onder verantwoordelijkheid van de Algemeen Directeur, belast met de interne verantwoording in de vorm van het schooljaarverslag, inclusief de jaarrekening. Hij maakt daarbij gebruik van de door het Onderwijsbureau aangeleverde administratieve gegevens. Bovengenoemde documenten zijn opgesteld en verstuurd naar de Inspectie van het Onderwijs. Deze documenten liggen ter inzage op school.


9.1 Schooltijden Een schooldag begint voor alle groepen om 8.30 uur (met een inloop vanaf 8.15 uur) en eindigt om 12.00 uur. ’s Middags gaan we van 13.15 uur (een inloop vanaf 13.00 uur) tot 15.15 uur naar school. Op woensdag is de schooldag voor alle groepen tot 12.15 uur. Groep 1 t/m 4 is de vrijdagmiddag vrij en elke laatste vrijdag van de maand. Dit betekent dat de groepen 1 t/m 4 ongeveer 930 uur naar school gaan en voor de groepen 5 t/m 8 is dat 1010 uur.

9.2 Vakanties en vrije dagen De vakantieregeling wordt door het bestuur van Stichting Talent vastgesteld en wel na een gemeenschappelijk overleg met de basisscholen in onze gemeente. Hierbij wordt zo veel mogelijk uitgegaan van de vakantieplanning die geldt voor het voortgezet onderwijs in onze regio. In bijzondere gevallen, zoals een bruiloft, begrafenis, een bezoek aan de (tand)arts, wordt door de groepsleerkracht, na een verzoek hiertoe, verlof gegeven. De vakantiedata en de richtlijnen voor het verlenen van schoolverlof zijn in de bijlagen opgenomen en zijn te lezen op de website.

Gezamenlijke vakanties openbare scholen schooljaar 2013 - 2014: Herfstvakantie Kerstvakantie Voorjaarsvakantie Paasweekend Meivakantie Hemelvaartsdag Pinkstervakantie Zomervakantie

21 oktober 23 december 24 februari 18 april 28 april 29 mei 9 juni 7 juli

2013 2013 2014 2014 2014 2014 2014 2014

t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m

25 oktober 3 januari 28 februari 21 april 6 mei 30 mei 10 juni 15 augustus

2013 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014


9.3 Urenberekening Schema schooljaar 2013 – 2014

Dagen Maandagmorgen Maandagmiddag Dinsdagmorgen Dinsdagmiddag Woensdag Donderdagmorgen Donderdagmiddag Vrijdagmorgen Vrijdagmiddag

Onderbouw 12345 Hennie Hennie Sanne Sanne Sanne Sanne Hennie Hennie Hennie

Sanne Ingrid Ingrid Hennie

Bovenbouw 678 Ingrid Sanne José Ingrid José Wytske Wytske Wytske Wytske

Jose extra

Naast deze groepsleerkrachten hebben we nog vakleerkrachten: Marjolein Hessels: muziekles voor de groepen 3 en 4 • Dit jaar zijn er geen godsdienstlessen door de weinig aanmelding voor de groepen 5 t/m 8

9.4 Personeel De samenleving verandert voortdurend en het tempo van de verandering neemt toe. Het onderwijs moet in die verandering een belangrijke rol vervullen. Aan het beroep van leerkracht worden heel andere eisen gesteld dan vroeger. Als school moet je steeds kijken welke kwaliteiten je van de leraren nodig hebt, welke je al in huis hebt en wat je via nascholing nog kunt ontwikkelen. We proberen als team een ‘lerende school’ te zijn, d.w.z. een school waarin leerkrachten met elkaar en van elkaar leren met het doel het onderwijs dat gegeven wordt voortdurend te verbeteren. (Na)scholing is het instrument bij uitstek om de deskundigheid van de personeelsleden te vergroten. Het doel is de bekwaamheid van de mensen die in de school werken op peil te houden en verder te ontwikkelen. We werken met een scholingsplan voor vier jaren.


Veel leren we ook door onze deelname aan het netwerk EGO-Noord. Hier nemen alleen scholen aan deel die ErvaringsGericht werken. Uitwisseling van gedachten en leren van elkaar staan hier centraal. Wijze van vervanging Op het moment van afwezigheid van personeel van de school door ziekte, studieverlof of scholing wordt er geprobeerd een invaller te vinden voor de groep. In eerste instantie een parttime leerkracht die al aan school verbonden is. Lukt dat niet dan gebruiken we de invallijst van de Stichting Talent. We proberen zoveel mogelijk gebruik te maken van dezelfde invallers. Een enkele keer is het onmogelijk om iemand te vinden; dan worden de kinderen verdeeld over de resterende leerkrachten. In noodgevallen wordt vrij gegeven. Stagiair(e)s Ieder jaar zijn we stageschool voor de Pedagogische Academies Basis Onderwijs uit Meppel (1 student) en Assen (1 student). De studenten verzorgen lessen en begeleiden kinderen, maar steeds blijft de groepsleerkracht de verantwoordelijke persoon. Regelmatig zullen er ook MBO studenten stage lopen. 9.4.1 Taakverdeling Een aantal taken zijn verdeeld over het team: Interne begeleiding Medezeggenschapsraad GMR NME Leesnetwerk Techniek Computers (ict) ErvaringsGericht Onderwijs noord

Door leerkrachten zelf Wytske Bijstra en Ingrid Jantzen Wytske Bijstra Sanne Joenje Hennie Bijzitter en Ingrid Jantzen Gerben Douna Gerben Douna Team

9.4.2 Vieringen, feesten en activiteiten Sinterklaas De leerlingen van de groepen 1 t/m 5 worden door de Sint en Zwarte Piet in de klas bezocht. De groepen 6 t/m 8 vieren dit feest in de eigen groep met zelf gemaakte surprises en een zelf bedacht programma.


Kerst In de laatste week voor kerst worden er allerlei activiteiten georganiseerd voor de kinderen. Team en ouders begeleiden dit. De school is dan helemaal in kerstsfeer gebracht. Als afsluiting voor de kerstvakantie is er afwisse lend een kerstdiner, kerstontbijt of een kerstbrunch. Feestelijke ouderavond. Eén keer in de twee jaar is er een feestelijke ouderavond. Het programma wordt verzorgd door alle leerlingen, die de avond vullen met zang, dans, toneel enz. De avond is toegankelijk voor ouders, grootouders, broertjes en zusjes en oud-leerlingen. Schoolreisjes De groepen 1-2-3-4-5 gaan er 1 dag op uit. De groepen 6 t/m 8 hebben tweemaal een meerdaags schoolreisje en één keer gaan we een dag met de trein naar Amsterdam. Wat er precies gaat gebeuren wordt elk jaar opnieuw bepaald. Alle reisjes worden begeleid door leerkrachten en leden van de ouderraad, eventueel aangevuld met andere ouders. Laatste schooldag Er wordt een leuke (spel) morgen georganiseerd voor alle leerlingen. We maken daarbij in principe gebruik van een vierjarenplan, echter nieuwe ideeën zijn altijd welkom. Aan het eind van de morgen wordt er gezamenlijk gegeten. Op een andere avond (meestal de donderdagavond) is er al afscheid genomen van groep 8. Excursies Regelmatig gaan er groepen op excursie bijv.: naar het bos, een expositie, een imker, museumbezoek, een garagebedrijf, een molen enz. Projecten Projecten zijn altijd mogelijk bij ons op school. Als kinderen met onderwerpen aankomen, waar ze meer van willen weten kan dit een individueel project worden, maar kan ook uitgroeien tot een schoolthema. Projecten zijn altijd te bekijken voor de ouders. Soms worden ze afgesloten met een expositie van de gemaakte werkstukken. Ouders krijgen daar een uitnodiging voor. De schoolsportdag Eén keer per jaar (mei/juni) is er een sportdag met andere basisscholen uit de gemeente. Hieraan doen alle groepen mee. Deze sportdag wordt gehouden op de sportvelden in Wilhelminaoord.


Schaaktoernooi Onze school heeft een traditie hoog te houden op het gebied van schaken. We zijn verschillende keren hoog geĂŤindigd in de schoolschaakcompetitie van Drenthe/Groningen. Kinderen uit de groepen 4 t/m 8 doen, bij voldoende aanmelding, mee aan deze schaaktoernooien. Hiervoor wordt op school eerst geoefend met de kinderen. De oudere leerlingen leren de jongere kinderen schaken en spelen in januari onderlinge wedstrijden om het schoolkampioenschap. 9.5 Groepsplanning Zie groepsmappen die in de klassen gebruikt worden 9.6 Overig Sponsoring Op dit moment hebben we geen sponsorcontracten en ontvangen dus geen sponsorbijdragen. Ook in de toekomst zal het moeilijk zijn voor een kleine dorpsschool om sponsors te vinden. Er is geen noodzaak voor beleid op dit gebied. Mochten er zich toch sponsors melden dan zullen we beleid maken en ons houden aan het convenant dat het ministerie heeft afgesloten. Dit convenant bevat gedragsregels die scholen als richtlijnen kunnen gebruiken. Eenmalig hebben we een sponsor gevonden voor schoolshirts die gedragen worden bij sport, avond4daagse en schoolreizen. Praktische zaken Parkeren Achter de school is een ruime parkeerplaats, we willen graag dat alle ouders daar gebruik van maken. Verjaardagen Als kinderen jarig zijn mogen ze trakteren. We hebben het liefst een gezonde traktatie. Op onze kleine school worden alle kinderen getrakteerd. Leerkrachten hoeven niet ergens anders op getrakteerd te worden. Ze willen graag hetzelfde als de kinderen. Bijzonderheden Als er zaken zijn rondom de gezondheid of in de privĂŠomstandigheden van het kind, die belangrijk zijn voor de leerkracht om te weten, geef dit dan zoveel mogelijk door dan kunnen ze er rekening mee houden. Uiteraard wordt


vertrouwelijk omgegaan met de informatie. Jeugdgezondheidszorg (JGZ) Uw kind valt onder de zorg van de sector Jeugdgezondheidszorg van de GGD Drenthe. De JGZ-medewerkers hebben tijdens de basisschoolperiode een aantal malen contact met uw kind en u als ouder of verzorger. Het standaardprogramma bestaat uit een onderzoek in groep 2 en in groep 7, meestal in de school, soms in het GGD gebouw of op een andere plaats. Een logopedische screening vindt plaats in groep 1 en 2 door logopedisten die in een aantal gemeenten in dienst zijn van de GGD en bij de overige in dienst van de gemeente. Bij het onderzoek worden een aantal lichamelijke aspecten bekeken en daarnaast wordt er aandacht besteed aan de ontwikkeling van het kind in brede zin. Per groep kan de inhoud van het onderzoek verschillen. Voor de duidelijkheid: tijdens het onderzoek worden geen inentingen gegeven. Bij een volledig onderzoek is het gewenst dan de ouder(s) of verzorger(s) aanwezig zijn. Van tevoren ontvangen de te onderzoeken leerlingen (en hun ouders) bericht over de plaats en het tijdstip waarop het onderzoek zal plaatsvinden. Uit het onderzoek kunnen bijzonderheden naar voren komen, waardoor een verwijzing naar derden (b.v. de huisarts), een uitgebreider gesprek of een hercontrole wordt afgesproken. Hercontroles en screeningen vinden in principe zonder ouders plaats, tenzij anders met u wordt afgesproken. Na afloop van het onderzoek bespreekt de JGZ-medewerker de bevindingen die voor het functioneren van uw kind op school van belang zijn, met de leerkracht, mits de ouders daarvoor toestemming hebben gegeven. Overleg met de JGZ medewerker of tussentijds onderzoek is mogelijk.

9.7

Afspraken en regels

Hoofdregel: Zorg dat je zelf prettig Je hebt zorg voor jezelf en anderen.

kunt spelen en werken en dat anderen dat kunnen .


(Hier schop je niet en hier laat je je niet schoppen. Hier sla je niet en hier laat je je niet slaan. Hier scheld je niet en hier laat je niet op je schelden. Als iemand laat merken dat hij iets niet leuk vindt, STOP je)! Spel en werk moet rustig kunnen verlopen. (Hier pak je geen spullen waar anderen mee aan het werken of spelen zijn, zonder het te vragen. Leg materiaal altijd terug op zijn plaats. Jouw geluid mag anderen niet storen. In school loop je rustig. Je bent zuinig op het materiaal en de omgeving.) • Een aantal organisatorische regels: • Kinderen die binnen de bebouwde kom van Vledderveen wonen komen lopend naar school. Kinderen die buiten het dorp wonen mogen op de fiets komen. • Inloop: ‘s morgens vanaf 8.15 uur mogen de kinderen naar binnen om iets te kiezen of om al vast te beginnen met hun (contract)werk. ‘s Middags gaat de deur open om 13.00 uur, zodat leerlingen en leerkrachten rustig de tijd hebben om te eten. Kinderen mogen tijdens de inloop beginnen aan hun contractwerk of hun taken op de computer. • De gymuren zijn als volgt: Groep 1234: woensdagochtend en donderdagmiddag (dan komt groep 5 erbij). Groep 123 vrijdagochtend. Groep 5678 komen woensdagmorgen en vrijdagmiddag op de fiets naar school. Ze gaan dan naar ‘De Spronk’ in Vledder om te gymmen. Bij slecht weer maken we gebruik van onze eigen sportzaal. Tijdens het zomerseizoen als ‘het Bosbad’ in Vledder open is gaan de groepen 5 t/m 8 één keer per week, op de donderdagmiddag, zwemmen. Ze krijgen dan zwemles van het badpersoneel. • Er worden gymschoenen gedragen tijdens deze lessen dit is belangrijk ter voorkoming van voetwratten. Deze schoenen mogen geen zwarte zolen hebben i.v.m. het veroorzaken van zwarte strepen op de vloer.


10 Namen en adressen Telefoon 0521 59 49 44 Email info@talentwesterveld.nl Website www.talentwesterveld.nl Stichting Talent Westerveld Drift 1a 7991 AA DWINGELOO Algemeen directeur RDO: Dhr. J.H. Scholte Albers Aanwezig maandag t/m donderdag Beleidsmedewerker Personeel en Organisatie Ageeth Bakker – Kreuze Aanwezig maandag, dinsdag en donderdag Telefoon 0521 59 33 63 GMR: Voorzitter Rodina Fournell 0521 592774 Secretaris Janine van der Meulen 0521 383637 Medezeggenschapsraad: Voorzitter: Wytske Bijstra Secretaresse: Ineke Zijlstra Leden: Cinda Heijman en Ingrid Jantzen

Algemeen bestuur: Voorzitter: Mevr. drs. A.M.A. van der Staaij-Hogeling Secretaris: Mevr. drs. A.J. Root Lid: Dhr. drs. M.A. Muntinga Lid: dhr. drs. B. Meijer Lid: A. Griekspoor - Verdurmen Beleidsmedewerker Financiën en Huisvesting: Jacob Slagter Aanwezig maandag t/m vrijdag, Tel.: 0521 59 00 73 Managementassistent Dia Voorham Aanwezig Aanwezig maandag-, dinsdag- en woensdag- en donderdagmorgen Telefoon 0521 59 49 44 Directeur Obs de Heidehoek Gerben Douna Tel.: school 0521-381475 Tel privë: 0521-380093 Ouderraad: Voorzitter: Beate Moeken Secretaresse: Ilse Serrarens Penningmeester: Janet Stuiver Leden: Natascha v Nieuwenhoven Roelie Lem Jeanet Bergsma

Vertrouwenspersonen: Vertrouwenspersoon Ouders/verzorgers: Dhr. H. Riphagen (IJsselgroep) Tel. 0880931000 Vertrouwenspersoon Maetis Ardyn (medewerker) Telefoon 038-426 17 25


Meldpunt (tijdens kantooruren) vertrouwensinspecteurs van Inspectie v.h. Onderwijs Tel. 0900 1113111 Landelijke Klachtencommissie voor het Openbaar en Algemeen Toegankelijk Onderwijs: Tel. 0302809590 Email info@onderwijsgeschillen.nl www.onderwijsgeschillen.nl Recht op leren (leerplichtambtenaar) 0528-291403 melding@rechtoleren.nl www.rechtopleren.nl Schoolarts: Inspectie van het onderwijs: Logopediste: Per email: info@owinsp.nl Schoolmaatschappelijk werk: Website: http://www.onderwijsinspectie.nl Sociaal verpleegkundige: Telefonisch: 1400 Informatie en advieslijn voor ouders: Telefonisch: 0800 5010 (gratis, op schooldagen tussen 10.00 en 15.00 uur) Website: www.50tien.nl

Informatie en advieslijn voor leerlingen: Advies- en Meldpunt Kindermishandeling 0900 1231230 (â‚Ź 0,05 per min.) Kindertelefoon 0800 0432 (gratis)


Tenslotte nog wat stof tot nadenken……………………………… Een kind is geen foto, een kind ontwikkelt zichzelf. Vindt u stoplichten of rotonden het prettigst? Elk toets is een stoplicht, elke keuze een rotonde. Administreer je achterstanden, of organiseer je kansen? Straffen werkt alleen bij kinderen die het niet nodig hebben. Alles is leren, onderwijs is vaak bijna niets Het gaat niet om de uitkomst, maar om de interpretatie ervan Een 5- of een 7 zegt niets van de kwaliteit van je leven Je kunt niet loslaten wat je niet hebt vastgehad Als je de klas niet leuker maakt dan de w.c moet je wel afspreken wie wanneer mag. Proficiat met je hoge CITO score* *Let op: In het verleden behaalde resultaten geven geen garantie voor de toekomst Veel leerkrachten kijken wel genoeg na, maar niet genoeg rond Soms vinden leerkrachten kinderen begaafd als ze zich aanpassen aan de verwachting

Schoolgids Heidehoek 2013-2014  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you