Issuu on Google+


Grafisch Omwerpen


‘If the category no longer fits the activity with sufficient accuracy, and the activity shows every sign of being here to stay, perhaps it is time we enlarged the category or replaced it with something more flexible.’1


Gerard Vink

Grafisch Omwerpen Over de invloed van technologie op het vakgebied

’s Gravenhage, 2008


Inhoud


6 8

Voorwoord Inleiding [#1]

12 18

Oude waarden versus nieuwe waarden Het digitale tijdperk [#2]

22 26

Vernieuwingen Enkele voorbeelden [#3]

30 34 36

Ontwerpoplossingen Crossover. Alles kan, alles mag Vergane glorie [#4]

38 42

Acceptatie Een bredere blik [#5]

46

Conclusie

50

Beeldmateriaal Noten Bronnen Colofon

56 60 62


Voorwoord


7

Mijn studietijd hier aan de kabk is bijna ten einde, een mooi moment om terug te kijken op de afgelopen jaren. In deze jaren is mijn opvatting ten aanzien van het grafisch ontwerper enigszins veranderd. Met het oog op het werken in de praktijk, probeer ik mij te spiegelen aan de bestaande ontwerpwereld; hoe ben ik van plan te werk te gaan als grafisch ontwerper? Met deze achterliggende gedachte ben ik gaan kijken naar één aspect dat in mijn, bijna voltooide, studie een belangrijke verandering heeft opgeleverd: computertechnologie. Al voor ik naar Den Haag kwam had ik al kennis met betrekking tot ontwerpprogramma’s opgedaan aan de opleiding tot grafisch vormgeven aan het Grafisch Lyceum in Utrecht (glu). De reden om een vervolgstudie te gaan doen had als drijfveer om mijzelf conceptueel te ontplooien en te verbeteren. Bij aanvang zag ik de computer als een werktuig wat deze ontwikkeling alleen maar in de weg stond, inmiddels heb ik mijn mening hierover bijgesteld: nieuwe technologie kan juist helpen om het onmogelijke mogelijk te maken.


Inleiding


9

Mens en techniek zijn twee onlosmakelijk aan elkaar verbonden begrippen. Al sinds de mens op aarde rondloopt probeert hij steeds nieuwe dingen te ontdekken om zijn leven wat gemakkelijker te maken. Wanneer er anno 2007 een helikopter tegen een hoogspanningskabel vliegt, waarmee een aanzienlijk gebied van Nederland zonder elektriciteit komt te zitten, worden we maar al te goed geconfronteerd met het feit dat onze moderne maatschappij weinig voor zou stellen zonder deze verworvenheden. Ons wereldbeeld van vandaag is, onder invloed van technologie, aanzienlijk veranderd. Zo is het vandaag de dag volstrekt normaal om met het vliegtuig op vakantie te gaan, in tegenstelling tot zo’n 40/50 jaar geleden. De digitale snelweg brengt ons met hetzelfde gemak in contact met mensen aan de andere kant van de aardbol als met de buren aan de overkant van de straat. Het vak van de grafisch ontwerper is hierin niet anders; door haar sterke maatschappelijke binding is het volstrekt logisch dat een aan verandering onderhevige maatschappij het vak onherroepelijk mee zal trekken. Zoals uitvindingen de maatschappij beïnvloeden, zullen deze dus ook de ontwerper raken. In hoeverre bestaat er een verband tussen deze twee? Hoe worden oplossingen beïnvloed door mogelijkheden op technologisch vlak? Zijn deze technische vernieuwingen er puur om kwaliteit te verbeteren of helpen zij ook de ontwerper in het definiëren van ontwerpoplossingen? In deze scriptie probeer ik het verband tussen veranderingen van opvattingen en oplossingen in ontwerp en techniek te duiden; hoe leidt nieuwe techniek tot nieuwe ontwerpoplossingen? Hierbij ligt de nadruk op ontwikkelingen in de afgelopen 25 jaar; sinds de intrede van de ontwerpcomputer. Het verhaal is alsvolgt opgebouwd: in het eerste gedeelte kijken we naar de historische ontwikkeling van het grafische vak. Hierbij ligt de nadruk op de ontwikkeling naar een zelfstandige discipline en de technologische middelen die daarbij een rol spelen. Het tweede gedeelte beschrijft de toepassing van de computer bij


ontwerpvraagstukken. Dit gedeelte gaat over in deel drie, waarbij de nadruk ligt op hoe nieuwe technologische middelen invloed hebben op de definitie van het vakgebied van de grafisch ontwerper. In deel vier komen mijn eigen ervaringen aan bod en afsluitend volgt de conclusie waarin een mogelijk antwoord wordt gegeven op de hierboven gestelde vragen.

10


11


[#1]

Oude waarden versus nieuwe waarden


13

Over de invloed van technologie op de samenleving stelde Jan Tschichold, in 1928, dat vooruitgang pas echt mogelijk zou zijn wanneer deze nieuwe technologische mogelijkheden binnen de algemene opinie volledig geaccepteerd en omarmd zouden worden. Scepsis omtrent nieuwe vindingen houden progressie onnodig tegen. ‘... De nieuwe generatie die deze stand van zaken onder ogen ziet is vrij van vooroordelen tegen ‘Het Nieuwe’ dat de voorgaande generatie obsedeerde. De technische vooruitgang in elk hulpmiddel en elke dienst die door de mens wordt gebruikt, wordt enthousiast onthaald door de jongere generaties en leid tot een volledig nieuwe houding tegenover hun omgeving. (vrij vertaald)’2 Veranderingen in opvattingen en uitingen in het grafische ontwerp hangen niet zelden samen met ontwikkelingen op het technologische vlak. Al sinds de eerste aanzetten van het vak als zelfstandige discipline, heeft technische vooruitgang zijn uitwerking gehad op grafisch ontwerp. Het initiatief voor het zelfstandig worden van het grafische vak ontstond in Nederland vanaf het begin van de twintigste eeuw. Het duurde echter nog tot na de Tweede Wereldoorlog voordat men echt kon spreken van een volwassen, volledig op eigen benen staande ontwerp-discipline. Het begin van de twintigste eeuw was in Nederland een roerige tijd van grote technologische ontwikkelingen en verwachtingen, het kapitalisme en de industrialisatie had een grote invloed op de maatschappij. Leefde men tot na de Eerste Wereldoorlog nog vooral op de oude overtuigingen van het late negentiende-eeuwse gedachtegoed, deze eeuw zou een onvoorstelbare maatschappelijke aardverschuiving teweeg brengen. Groepen als arbeiders en vrouwen streden voor emancipatie, wat leidde tot de opkomst van feminisme en socialisme. Deze maatschappelijke veranderingen brachten ook het verlangen naar nieuwe uitingsvormen met zich mee om de tijdsgeest te illustreren. Tot dan toe waren er kunstenaars van allerlei aard geweest die de grafische behoeftes – eigenlijk vooral in de vorm van reclame – voor hun rekening namen. Nu stond er een nieuwe


14

beweging op die, met een sterk socialistische achtergrond, een compleet nieuwe weg wilde bewandelen. Onder aanvoering van Gerard Kiljan en Paul Schuitema werd in 1930 aan de Academie van Beeldende Kunsten (abk) de afdeling Reclame opgericht. Kiljan en Schuitema waren pleitbezorgers van de, aan het Bauhaus verwante, zakelijke vormgeving. Een vormgeving waarbij functionalisme, technische en industriële reproductie en economisch gebruik van middelen een centrale rol hadden. De nieuwe opleiding had het doel een tegengeluid te geven aan de, tot dan toe gebruikelijke, manier van reclame maken; voorzien van decoratie, zachtaardige humor en vooral braaf. Inhoud en vorm moesten gescheiden worden en voor beeldvervaardiging werd fotografie als alternatief verkozen boven de (subjectief) getekende of geschilderde illustratie. In de meeste publicaties over de historie van het grafisch ontwerp zijn de opvattingen en werken van Piet Zwart en Paul Schuitema ruimschoots vertegenwoordigd. Echter op de praktijk van het grafisch ontwerpen hadden hun radicale opvattingen en uitingen maar een beperkte invloed. Collega’s keken wel met veel bewondering naar hun activiteiten, maar voor de dagelijkse gang van zaken greep men toch gemakkelijk terug op bewezen werkwijzen. Mede dankzij de technische drukmogelijkheden en financiële redenen, bleef de illustratieve vormgeving een beproefde en veelgebruikte methode. Na de Tweede Wereldoorlog kwam de offsetdruk op als vervanging voor de steendruk, welke tot die tijd de meest gebruikte techniek voor het vervaardigen van affiches was. Offset ging veel sneller en was goedkoper, maar voor het reproduceren van foto’s nog zeer primitief. Bovendien was het gebruik van kleurgescheiden halftoonrasters een kostbare aangelegenheid, wat het gebruik van full colour fotografie belemmerde. Zodoende werd er vaker gebruik gemaakt van ambachtelijke handwerk. Vormgevers stelden soms aan de pers hun ontwerp ter plekke samen en pasten deze tijdens het drukken zo nodig aan. Kopteksten werden veelal handgetekend; getypografeerde koppen


15

waren duur, kostten meestal meer tijd en vergden een extra drukgang. Kortom, de uitstraling was veelal schilderachtig van aard. Pas rond de jaren zestig nam de drukwerkvoorbereiding echt een grote vlucht. De komst van het fotografisch zetten luidde een nieuw tijdperk in. Fotozetten ging veel sneller en het gebruik van lettertypes werd een stuk toegankelijker. Hoogdruk leek in één klap enorm ouderwets. In de studio van de ontwerper deden de reproductiecamera en de afwrijfletters zijn intrede. Via de reproductiecamera vergrootte en verkleinde de ontwerper zijn afbeeldingen en teksten tot het gewenste formaat, om deze vervolgens met behulp van een lichtbak op millimeterpapier bij elkaar te brengen. Het ontwerpen werd meer en meer een kwestie van knippen en plakken, een reden dat ook de minder getalenteerde (letter)tekenaar/illustrator zich, zonder al teveel bezwaren, kon bezighouden met grafisch ontwerp. Er kwam meer aandacht voor conceptuele overwegingen. De ontwerper ging zich bezighouden met adviseren en ontwikkelen. Omdat het eindresultaat steeds beter beheersbaar werd kon de ontwerper zich meer richten op het proces ernaartoe. Parallel met de komst van nieuwe technieken ontstond er ook het nieuwe soort ontwerpstudio. Losse producten maakten plaats voor complete strategieën. Bureau’s als Tel Design en Total Design specialiseerden zich in het ontwikkelen van totaalconcepten. De traditie dat ontwerpers als solisten opereerden raakte gedateerd. Naar Amerikaans en Brits voorbeeld ontstonden er tijdens de jaren 60 ook in Nederland de eerste grote ontwerpbureau’s. Corporate design werd een begrip en diende serieus behandeld te worden. Schaalvergroting en het, vanuit de Verenigde Staten overgewaaide, marketing-denken creëerde nieuwe maatstaven. Grafisch ontwerp was meer dan ad hoc producten maken, met behulp van het stramien en standaardisering van papierformaten, werd er een basis aangelegd voor hele series ontwerpen van een constante kwaliteit. In de jaren 60 en 70 vierde het functionalisme hoogtij, vanuit de overtuiging dat grafisch ontwerp zich het beste profileerde door een


16

neutrale houding aan te nemen. Hun sobere stijl, vooral gebaseerd op de Zwitserse school en de principes van de Nieuwe Zakelijkheid, sloot naadloos aan bij de productiemogelijkheden en perceptie van die tijd. In voorgaande decennia was het niet ongebruikelijk een sterke handtekening van de maker in zijn werk terug te vinden. Nu ging het allemaal om zakelijkheid, leesbaarheid en uniformiteit zoals Zwart, Schuitema en Kiljan al vanaf de jaren 20 bepleitten. De werkwijze veranderde van sterk intuïtief naar een bijna wetenschappelijke benadering. Het geïntroduceerde systeemdenken had een enorme invloed die tot in alle uithoeken van het vakgebied stevig doorklonk. Niet alle ontwerpers waren erg gecharmeerd van deze benadering, vooral in de meer culturele hoek vonden zij voldoende mogelijkheden om een tegengeluid te creëren. Ontwerpers als Anthon Beeke en Swip Stolk legden juist in tegenstelling tot het functionalisme, een zeer persoonlijker gewicht en visie in hun creaties. Gert Dumbar gebruikte weer het ornament in zijn werk. Deze drang naar decoratie viel onder andere terug te zien bij zijn huisstijl voor de anwb, hij wist hierbij een knappe balans te vinden tussen systematiek en versiering. Zijn inspiratie haalde hij daarbij niet toevallig uit zijn fascinatie voor techniek en mechaniek. Ook Wim Crouwel, doorgewinterde functionalist, gebruikte techniek als aanleiding voor het maken van zijn New Alphabet. Een systeemfont gebaseerd op de kathodestraalbuis techniek, dat hij in 1967 ontwierp.3


17


[#1]

Het digitale tijdperk


19

In het begin van de jaren tachtig werd de computer nog gezien als een luxueuze rekenmachine, voorbestemd tot het verwerken van gegevens voor administratieve doeleinden. Het fotozetten leek de techniek van de toekomst. Drukkerijen en zetterijen investeerden nog volop in de meest geavanceerde zetmachines. Als eerste ontwerpbureau’s in Nederland hadden Total Design en de ontwerpafdeling van de sdu (Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf) halverwege de jaren 80 de, door het Nederlandse Claessens ontwikkelde en geproduceerde, Aesthedes4 ontwerpcomputers aangeschaft. Deze vooruitstrevende grafische computer richtte Total Design, door zijn extreem hoge aanschafprijs, bijna ten gronde. Aan de andere kant van de Atlantische oceaan timmerde nog een computerfabrikant gestaag aan de weg. Gebaseerd op het concept van het gui5, bracht de Amerikaanse computerfabrikant Apple, in 1983, de Lisa6 op de markt. Deze machine was aanvankelijk bedoeld als alternatief voor de ‘inspiratieloze’ kantoormachines van computergigant ibm. Echter was de concurrentie van ibm hiervoor te groot, maar door zijn grafische mogelijkheden werd hij wel door de grafische industrie met open armen ontvangen. Kort na de introductie van de Lisa bracht Apple, in januari 1984, ook de Macintosh 7 uit. Door de populariteit van de Macintosh, vooral vanwege zijn gunstige prijs, werd de Lisa uit de markt gedrukt. Dit deed Apple besluiten zich volledig op de ontwikkeling van de Macintosh te storten. Tegen het eind van de jaren tachtig bood deze kleine bureaucomputer bijna dezelfde mogelijkheden als de Aesthedes, tegen een fractie van de aanschafwaarde. De computer werd hiermee een betaalbaar stuk gereedschap. Mede dankzij de opmaaksoftware Pagemaker 8 van softwareproducent Aldus, laserprinters en hoge resolutie laserbelichters uiteindelijk ook een succesvolle vervanging van de fotozettechniek. Jan Middendorp schrijft hierover: ‘In plaats van het moeizame samenspel tussen ontwerper, zetter, en lithograaf kwam de desktop publishing (dtp): het volledig ontwerpen, zetten en soms ook drukken van publicaties aan het bureau. Het gevolg was een ware


20

slachting in de grafische sector. Zetterijen die zich niet op tijd konden aanpassen, gingen failliet; ontwerpers die geen zin hadden opnieuw een reeks vaardigheden te leren, moesten op zoek naar leveranciers van digitale diensten of gaven er de brui aan.’9. In eerste instantie was de computer niets anders dan een vervanging van de tot dan toe gebruikelijke gereedschappen (schaar, lijm, penseel, verf, etc.) door een virtuele equivalent. In plaats van op papier een ontwerp te tekenen gebeurde dit met behulp van een simulatie op een beeldscherm. Met de komst van de computer werden de traditionele gereedschappen verenigd in één elektronisch apparaat. Eén van de grootste voordelen ten opzichte van het klassieke handwerk, was de mogelijkheid om een ontwerp met een paar simpele handelingen te kopiëren, aan te passen en weer op te slaan. Het in korte tijd zoveel verschillende varianten maken van hetzelfde ontwerp was tot dan toe nog nooit zo gemakkelijk geweest. ‘“Je staat er versteld van hoe gretig jonge mensen zich werpen op het hele computergebeuren. Als je ziet hoe ze daarmee omspringen! Geen ontwerper kan zich in de toekomst permitteren om niets van die ontwikkeling af te weten.” Wie de definitie van deze deskundigheid leest, kan zich niet aan de indruk onttrekken dat dit de verwezenlijking wordt van een jongensdroom, dezelfde die in de jaren zestig-zeventig leidde tot vormen van totaalcultuur van de toenmalige underground, de verweving van kunstmedia, beeld, taal, muziek, expressie, theater, dans en design.’ 10 De grafische beschrijvingstaal PostScript11 maakte het ‘What You See Is What You Get’ (wysiwyg) principe mogelijk; iedere vorm van weergave (beeldscherm, print of uitvoer via een filmbelichter) werd gelijk. Er ontstonden nieuwe mogelijkheden die anders niet of nauwelijks uit te voeren waren. Onbeperkt gebruik van willekeurige fonts, onderling schalen, in lagen over elkaar zetten van teksten en toenemende mogelijkheden van beeldmanipulatie gaf een nieuwe impuls aan de visuele beeldtaal voor de toekomst. Door verbeteringen van hard- en software kreeg de computer een steeds prominentere rol binnen de ontwerppraktijk.


Met deze grotere mogelijkheden voor ontwerpers, kregen zij echter ook een grotere verantwoordelijkheid voor het eindresultaat. De afstand tussen ontwerpen en eindresultaat werd een stuk kleiner. Een op de computer uitgewerkte schets is al bijna een drukklaar bestand. Waren er voorheen nog lithografen en typografen nodig om van een ontwerp tot een uiteindelijk product te komen, met het weggevallen van de tussenpersonen kwamen en komen steeds meer beslissingen direct voor rekening van de ontwerper. Het is dus noodzakelijk om je tegenwoordig als ontwerper van voldoende kennis te voorzien van typografische en lithografische principes. Zeker met de opkomst van het computer-to-plate principe komt het overgrootte deel van de expertise voor rekening van de ontwerper. Ondanks verbeterde hard- en software zal fijnafstelling altijd handwerk blijven. Een voldoende hoeveelheid ambachtelijke kennis is dus noodzakelijk voor een kwalitatief hoogstaande uitvoering van een ontwerp. Het is alsof de ontwerper tevens letterzetter is geworden. 21


[#2]

Vernieuwingen


23

De eerste auto leek meer op een koets zonder paard dan op een auto zoals wij die nu kennen. Dit laat zien dat nieuwe techniek in eerste instantie meestal is gebaseerd op voorgaande ontwikkelingen. Omdat de randvoorwaarden van een nieuwe techniek op het moment van introductie door ervaring nog onderzocht dienen te worden, blijven de eerste toepassingen en uiterijke verschijningsvorm meestal achter bij de vooruitstrevendheid van de techniek zelf; de computer verving in de eerste plaatst alleen de rekenmachine. In het voorafgaande is gebleken dat de computer vaak min of meer als vervangende techniek werd benaderd. In plaats van een nieuw gereedschap naast de al bestaande gereedschappen, verving de computer veel van de traditionele gereedschappen voor een virtuele variant. De mogelijkheden waren in feite dus niet heel erg nieuw, sterker nog ze waren er al, behalve dan de verschijningsvorm. Vooral het gebruikersgemak maakte de computer zo interessant en gaf haar het enorme voordeel ten opzichte van conventionele methoden. In het begin van het computertijdperk waren de computergebruikers sterk afhankelijk van de ontwikkelaars en uitvinders. Deze hadden de kennis in huis om apparatuur te bouwen en programmatuur te schrijven. Echter waren deze mensen geen ontwerpers, waardoor zij er een ander beeld op na hielden over wat handig en mogelijk zou zijn. Op basis van bestaande conventies kon hij wel gereedschappen signaleren en interpreteren. Waarom dan toch nieuwe technieken? Innovatie komt natuurlijk niet voort uit één specifieke behoefte, bijvoorbeeld veranderende opvattingen, kwaliteit of flexibiliteit. Er zijn tal van redenen te bedenken die aanleiding kunnen zijn voor het ontwikkelen van nieuwe technologieën. Dit is tevens een oneindig proces, wanneer de ene techniek net is ingeburgerd, wordt het alweer door een volgende verworpen. Je kan je afhankelijk opstellen en je door anderen oplossingen voor laten schotelen, maar is het niet veel logischer uit te gaan van je eigen behoeftes? Ontwerpen is niet alleen het gebruiken en ‘misbruiken’ van bestaande middelen, je doet je er goed aan ook na te denken


24

over het samenstellen van je eigen custom tools. ‘“Een ontwerper moet nooit zijn eigen gereedschap maken. Specialisten kunnen dat veel beter.” Ontwerpers zijn er voor de creatieve kant. Je moet ze niet vermoeien met het schrijven van software, slijpen van beitels, schrijven van rapporten. Dit opsplitsen van disciplines zien we vooral in grote bureau’s. De ontwerper is een schakel in een proces, samen met accountmanagers, werktekenaars, concept bedenkers. De functie van de ontwerper is gemodelleerd naar de omgeving. En daarin is geen plaats voor het ontwikkelen van middelen die dit proces verstoren. Maar ook dit dilemma heeft een tegenspeler: Alleen de ontwerper kan het juiste gereedschap maken dat voldoet aan de eisen die hij eraan stelt. “Het maken van gereedschap onderdeel van het ontwerpproces zelf.” Onder gereedschap moeten we niet alleen verstaan de software en hardware, maar ook het ontwerpproces zelf. Het proces moet meeveranderen met het ontwerp. En dat proces zelf ook weer. Ontwerp is niet alleen meta, maar ook meta-meta-meta.’12 Aldus Petr van Blokland. De technologie en de kennis om je eigen gereedschappen te bouwen zijn tegenwoordig alom aanwezig. Wanneer je dat zelf niet lukt, bestaat er altijd nog de mogelijkheid een externe partij in te schakelen. Om niet achterop te raken in een snel veranderende maatschappij, is het als grafisch ontwerper onvermijdelijk gebruik te moeten maken van nieuwe technologische mogelijkheden. Wil je baanbrekend werk afleveren, dan zal je onherroepelijk je mogelijkheden en behoeftes moeten wegen, selecteren, combineren en ontwikkelen. Het inzetten van bestaande technologie om ideeën te verwezenlijken met technologie die nog ontwikkeld moet worden, geeft je eindelijk de totale vrijheid om volledig grensoverschrijdend te werken. Het is een abstracte gedachte dat in principe alles wat je maar kan bedenken op een of andere manier binnen handbereik ligt. Ontwerpen is een spel van ontdekken, oplossen en creëren. Door als ontwerper zelf (een deel van) de technische principes aan te leren, kan je deze naar eigen inzicht gebruiken om nieuwe output te genereren of in elk geval optimaal gebruik te maken van aanwezige


middelen. Wanneer je je bijvoorbeeld enigszins verdiept in de wereld van het programmeren, wordt het geheel minder abstract. Door inzicht te krijgen in de werking van een systeem kan je het beter gebruiken en zodoende ook naar je hand zetten. En dat is toch waar het om draait in het ontwerpen.

25


[#2]

Enkele voorbeelden


27

Om een concreter beeld te krijgen van hoe een dergelijke opstelling kan leiden tot innovatieve ontwerpen zal ik een tweetal voorbeelden bespreken die nauw samenhangen met technologische ontwikkelingen en mogelijkheden. De term PostScript is al eerder genoemd, deze beschrijvingstaal werd ontwikkeld door Adobe om, onder andere, fonts mee te beschrijven. De formule van een PostScriptfont beschrijft de contour van een letter. Eind jaren tachtig komen Just van Rossum en Erik van Blokland (LettError) op het idee om, door de PostScriptformule aan te passen, een randomfont te ontwerpen. Na wat succesvolle experimenten op een vierkantje, passen ze het principe op een font toe. In 1990 is het randomfont Beowolf een feit. De PostScriptformule genereert per letter telkens een nieuwe contour, wat betekent dat bijvoorbeeld elke ‘a’ verschillend is. Van Blokland zegt hierover: ‘Beowolf was vooral een reactie op de ‘perfecte’ fonts die in de jaren tachtig bij de grote uitgeverijen als Adobe verschenen: onberispelijk, maar saai. Er is eeuwen gedrukt met onvolmaakte technieken, maar dat gaf het beeld, onbedoeld misschien, een bepaalde levendigheid. Nu de gewenste perfectie is bereikt, is de lol er een beetje af. Beowolf was een poging om met digitale middelen tot een nieuw soort levendigheid te komen.’ 13 Een ander voorbeeld van hoe het naar je handzetten van moderne technologie kan leiden tot verassende resultaten is het sky-catcher project van Luna Mauer. Op haar eigen website vermeld zijn daar het volgende over: ‘In mijn project www.sky-catcher.nl wordt het uiterlijk van de website niet door een computer algoritme bepaald, maar door hoe de lucht er op dat moment uitziet. Op het dak van De Balie in Amsterdam heb ik een fotocamera geïnstalleerd die om de vijf minuten foto’s van de hemel boven het Museumplein maakt. De foto’s worden automatisch ge-upload en vormen elk vijf minuten lang de achtergrond van de website. De website verandert daarmee continue - onder invloed van het weer, de wolkenformaties, de cyclus van dag en nacht en kunstlicht. Verder past de kleur van de tekst op de site zich automatisch aan op de kleur van de hemel. Alle foto’s blijven op de website staan. Daarmee is het


een gigantisch archief met tot nu toe ongeveer 150.000 afbeeldingen van de lucht die je per datum kunt bekijken. De foto’s van de lucht op een dag kun je ook als animatie afspelen. Verder is er een poster die bestaat uit 17.000 luchtfoto’s van een heel jaar. Daarop zijn twee wit-blauwe organische figuren te zien tegen de achtergrond van het zwart van de nacht. In die vormen zie je het verschil tussen dag en nacht terug, de lengte van dagen in zomer en winter en de stand van de maan.’ In deze voorbeelden komt duidelijk de wisselwerking tussen technologische mogelijkheden en nieuwe creatieve oplossingen/ inzichten naar voren. De één ontstaat en bestaat niet zonder de ander.

28


29


[#3]

Ontwerp oplossingen


31

Op 21 maart 2008 bezocht ik in Leiden het symposium ‘Boekofschermboekenscherm’. Het onderwerp van discussie was hier: welk effect heeft nieuwe media op oude media en wat is het effect op ontwerpmethodes en oplossingen? De opkomst van internet heeft een niet te verwaarlozen invloed op het aantal geprinte informatiedragers en hoe deze er tegenwoordig uitzien en ontworpen worden. Voor het werk van grafisch ontwerpers heeft dit verregaande consequenties. Houdt het vak zich van oudsher vooral met geprinte media bezig, in het internet tijdperk is dit al flink veranderd en in de toekomst zal het maken van digitale producten een nog grotere rol gaan spelen. Het grootste verschil van digitale en geprinte media is de dynamische eigenschap. Een geprint medium is een fysiek en daarmee een statisch object. Het heeft een bepaalde afmeting, een bepaald lineair verloop en eenmaal afgerond zijn er geen mogelijkheden meer om wijzigingen aan te brengen aan inhoud en vorm. Bij digitale media staan deze kenmerken niet bij voorbaat vast, afhankelijk van de apparatuur van de gebruiker kan de verschijning afwijken. Naar aanleiding van deze dynamische eigenschappen bij digitale media, zijn er ook veranderingen gaaande op het gebied van druktechnieken. Bij conventionele druktechnieken is het alleen mogelijk exacte kopieën maken. Nieuwe technieken, zoals digitaal drukken, geven de mogelijkheid om unieke exemplaren te produceren. Deze technieken geven ontwerpers wederom aanleiding om anders over het ontwerp na te denken. Een voorbeeld hiervan is ontwerper Joshua Davis. Hij gebruikt nieuwe deze printtechnieken in combinatie met computergenerated illustraties. De uiteindelijke prints zijn gelijksoortig, maar allen verschillend. Een ander goed voorbeeld is het Lovebytes 2007 project van UniversalEverything, dat op een gelijke manier tot stand is gekomen. Deze voorbeelden kunnen alleen ontstaan door rekening te houden met deze nieuwe technieken tijdens het ontwerpproces en het openstaan voor nieuwe mogelijkheden. Een studio als UniversalEverything houdt zich niet alleen met print bezig, maar ook met interactieve media, video en tentoonstellingen.


De studio is het initiatief van Matt Pyke die constant samenwerking zoekt met mensen uit zeer uiteenlopende disciplines. Hijzelf functioneert hierin als een moderator die naar gelang de opdracht en zijn ideeën de juiste mensen om zich heen verzamelt. Op deze manier ontstaat er ruimte voor onorthodoxe oplossingen. Ideeën ontwikkelen en ideeën uitvoeren als twee aparte activiteiten kennen we al wel in de vorm van ontwerpen en produceren/dtp. Het grote verschil zit ’m echter in de grote variatie van oplossingen dat je kan inzetten wanneer je je openstelt voor meer dan alleen een dtp-er, maar daarnaast ook voor computerprogrammeurs, filmmakers, muziekproducers, enz. Concreet gezegd: twee weten meer dan één. Het pingpongen tussen verschillende disciplines en oplossingen bevordert kruisbestuiving en daarmee een nieuw inzicht ten aanzien van ontwerpoplossingen. Ontwerpers die nieuwe (computer) technieken en mogelijkheden angstvalling buiten de deur proberen te houden zou je hiermee als eenzijdig en incompetent kunnen beschouwen. 32


33


[#3]

Crossover. Alles kan, alles mag


‘Grafisch ontwerpen is dood. Het is vermoord door computers met superhighspeed-chips en gigabyte overload en dingen als fire-wires. Maak je geen zorgen, wat telt vandaag is niet om te executen, kernen of croppen. Een grafisch ontwerper wil misschien een film maken, een brief versturen of een lasersculptuur maken. Doe het; En de echte lol kan beginnen!’14 Is grafisch ontwerpen dood? Nee, veranderd. Logisch natuurlijk, het zou vreemd zijn geweest als het vak nog exact zo zijn als 30 jaar geleden. Niet dat het toen niets voorstelde, maar gezien alle tussentijdse veranderingen zou het geen aansluiting meer vinden bij de wereld van vandaag. Computers vervullen een belangrijke rol binnen onze huidige (westerse) samenleving. Het zou volslagen belachelijk zijn wanneer kunst, muziek, film en ontwerpen hier niet in mee zouden gaan. Om adequate ontwerpen af te leveren, kunnen ook wij (grafisch ontwerpers) niet meer zonder. Ik zeg hier niet mee dat

35

iedere ontwerper verplicht is louter een computer te gebruiken, pen en papier zullen ook mijn primaire gereedschappen blijven om eerste ideeën op te tekenen. Kesselskramer heeft hier nog wel een ander punt; ook als grafisch ontwerper is het mogelijk om je bezig te houden met andere disciplines zoals video, muziek en interactieve media. Echter is grafisch ontwerpvak hier niet mee overleden. Wat telt is dat door toenemende gemakken en de aard van nieuwe media het een logisch gevolg is dat de grafisch ontwerper steeds meer opdrachten van interdisciplinaire aard zal gaan vervullen. Het Britse Tomato is een goed voorbeeld van een ontwerpstudio die, als pionier, op een crossover manier te werk gaat, Rick Poyner schrijft hierover: ‘Is Tomato’s work art, graphic design, or some new as yet improperly understood communication hybride – ‘information sculpture’ to use Warwicker’s term – somewhere in between? Tomato recognise the existence of the categories, but they waste no time to wondering where they fit. “To categorise something is to put it in a box” says Wood, “to build barriers, walls. Process is about evolution and development. Categories and process are anathema to each other.”’15


[#3]

Vergane glorie


37

Wat is er dan gebeurd met het ‘oude’ grafisch ontwerpen? Dat is er natuurlijk nog steeds en dat zal ook niet zomaar verdwijnen. Hoewel de verkoop van de papieren krant steeds verder terugloopt, betekent dat niet dat mensen geen nieuws meer willen lezen. Tegenwoordig heeft het internet een grote rol in het verschaffen van informatie en daarbij zijn grafisch ontwerpers nodig om deze informatie vorm te geven. Typografen en letterontwerpers hebben dus nog genoeg werk te verrichten. De opkomst van nieuwe informatiedragers is bijvoorbeeld aanleiding om nieuwe lettertypes te ontwikkelen en te zorgen voor prettig leesbare tekst. Erik van Blokland: ‘Elke vertaling en techniek vraagt opnieuw totaal andere dingen van de ontwerper die het werk onder handen heeft. Over het algemeen zijn de eerste letters die in een nieuwe techniek worden uitgebracht erbarmelijk. De ontwerper is gewoon nog niet goed genoeg bekend met de beperkingen van de nieuwe machine om er op in te spelen (voorbeelden: de eerste Helvetica in PostScript, en natuurlijk zo’n beetje alle letters in fotozetsel). Op het moment dat letters eenmaal zijn aangepast op een machine, dat alles werkt en iedereen tevreden is komt de nieuwe techniek uit en begint het weer overnieuw.’16 Het medium is dan wel aan verandering onderhevig, kennis ten aanzien van ‘goed’ grafisch ontwerp blijven onveranderd van kracht. Een gedegen opleiding doet er goed aan om te investeren in nieuwe technieken, maar oude methoden zouden daar niet vanzelfsprekend voor moeten wijken. Alles wat er de afgelopen eeuw aan kennis is bereikt, moeten we niet onmiddelijk overboord zetten, wanneer er weer iets nieuws onder de zon verschijnt. Mede omdat papieren media niet zullen verdwijnen en omdat de regels die daarvoor gelden voor een groot deel ook toepasbaar zijn op nieuwe media. Sterker nog, er nog een hoop werk te doen voordat de kwaliteit van digitale media die van de gedrukte versie kan evenaren. Kortom nieuwe techniek daagt uit om bestaande kennis hier op toe te passen en aan te scherpen. Ondanks nieuwe technieken blijft deze ‘oude’ kennis onverminderd van waarde.


[#4]

Acceptatie


39

Door de komst van de grafisch gestuurde computer werd de bediening ervan een stuk eenvoudiger. De gebruiker hoefde niet langer een complexe reeks commando’s in te voeren om een taak te volbrengen. Met behulp van het gui werd het werken met de computer voorgesteld als het werken aan een (virtueel) bureau. Het abstractieniveau van computertaal werd naar de achtergrond gebracht en de gebruiker kreeg een begrijpelijke besturing aangereikt. Inmiddels is dit voor iedere computergebruiker een volstrekt logische bedieningsmethode. Inmiddels ben ik zelf zo’n 8 jaar professioneel computergebruiker. Tijdens mijn opleiding aan het Grafisch Lyceum kwam ik voor het eerst in aanraking met de (grafische) mogelijkheden van een dergelijk apparaat. De opkomst van het internet, email en studiedoeleinden deden mij eind 2000 besluiten mijn eigen Macintosh aan te schaffen. Voor die tijd had ik een handvol verslagen getypt op een oude ibm-kloon met pc-dos17 en Word Perfect 18 en daar hield mijn computerervaring wel mee op. Er ging dus een hele wereld voor mij open, echter wat ik tijdens deze opleiding vooral leerde was dtp-en. Daardoor was, in mijn ogen, het apparaat wel handig, maar verder als creatief gereedschap zeer beperkt. De manier waarop ik het apparaat gebruikte kon het best omschreven worden als een oven waarin je het gerecht laat garen, nadat je alle ingrediënten hebt uitgezocht, afgewogen en bij elkaar in de ovenschaal heb vermengd. Snellere processoren, meer geheugen en een groeiende hoeveelheid randapparatuur stelt ons in staat om met verschillende disciplines bezig te zijn: films opnemen en monteren, muziek produceren, websites bouwen en zelfs programma’s schrijven. Alles is mogelijk zonder je eerst extreem te moeten verdiepen in de materie. Computers komen tegenwoordig standaard al met benodigde software en tutorials out of the box. De computer heeft zichzelf hierdoor inmiddels bewezen als een apparaat dat mij in staat stelt taken uit te voeren die ik, zoals eerder al opgemerkt door Kesselkramer, tot nu toe nooit voor mogelijk had gehouden. Het maken van videofilm, muziekstuk,


animatie of website wordt bijna net zo eenvoudig als het typen van een brief. In de eerste plaats omdat je geen ingewikkelde en onbetaalbare montage hardware hoeft aan te schaffen; in de meeste gevallen volstaat het installeren van een stukje software op je computer. Daarnaast is de kennis die nodig is om deze te hanteren bij de software inbegrepen of alom aanwezig op het world wide web.

40


41


[#4]

Een bredere blik


43

Als je in gedachte houdt dat je zelf de regie in handen hebt over de computer, hoef je niet bang te zijn dat deze jou gaat dicteren; net als bij andere gereedschappen waar je over beschikt. Met een penseel in de hand, ben je ook zélf de regisseur die bepaald welke kant deze op beweegt. Elk gereedschap heeft zijn eigen unieke eigenschappen die je in kunt zetten om een bepaald effect te bereiken. Wanneer je je concept uit gaat werken kies je daarvoor het passende gereedschap. Dit is universeel, of je nu louter analoog werkt, de combinatie zoekt tussen analoog en digitaal of volledig digitaal aan de slag gaat. Mijn eigen opvatting ten aanzien van digitale hulpmiddelen is de laatste jaren ingrijpend veranderd. Aanvankelijk had ik niet zo’n hoge pet op van al dat bits en bytes gedoe. Door mijn beperkte kennis en interesse was ik geneigd de computer te bestempelen als een creativiteitskiller. Maar na een betere kennismaking ben ik me verder gaan verdiepen in zelfgeschreven oplossingen. Vooral tijdens mijn stageperiode, waarbij ik van dichtbij mee heb kunnen maken hoe computertechnologie kan leiden tot verassende producten, heb ik mijn mening bijgesteld. Software op zich draagt geen nieuwe oplossingen aan, maar het kan wel ingezet worden om methoden te ontwikkelingen die de oplossing kan zijn voor een bepaald idee. Het is aan de ontwerper om te bepalen welke keuzes hiervoor gemaakt moeten worden. Een combinatie tussen handwerk en de mogelijkheden van een computer, kan veel interessanter zijn dan jezelf te beperken tot één van beide. In de genoemde voorbeelden van LettError en Luna Mauer is de computertechniek onontbeerlijk geweest bij het oplossen van het ontwerpprobleem. Beide zouden praktisch gezien niet uitvoerbaar zijn geweest. Ondanks dat de oplossingen sterk systematisch van aard zijn, is de output verassend en authentiek. Zelf heb ik mijn eerste ervaring met scripting op gedaan bij het ontwerpen van een beeldmerk. Ik wilde een dynamische illustratie maken die er telkens anders uitziet, maar wel steeds dezelfde eigenschappen vertoont. Het beeldmerk bestaat uit een samenstelling van steeds


drie verschillende illustraties, uit een vooraf opgestelde beeldbank, in drie verschillende kleuren uit een bepaald kleurenpallet. Alle mogelijkheden handmatig samenstellen zou een monsterklus en alleen al qua kosten onbegonnen werk zijn. Het uitzoeken en schrijven van een van een klein script kost je een fractie van de tijd die anders nodig zijn geweest. Het is alleen nodig de computer te vertellen welke (herhalende) handelingen hij moet verrichten, daarna kan deze jouw idee in een razend tempo uitvoeren. In dit geval was het idee er eerder dan de oplossing en door het kunnen voorstellen dat en hoe het mogelijk zou zijn een computer in te zetten voor de realisatie van mijn idee, ontstond er de ruimte en vrijheid dit idee te gebruiken als oplossing voor het ontwerpvraagstuk. Het gaat er uiteindelijk niet om dat elke ontwerper een cursus computerprogrammeren moet volgen, maar dat het bewust zijn van deze mogelijkheden het ontwerpen interessanter kan zijn en uiteindelijk zorgt voor meer vrijheid. 44


45


[#5]

Conclusie


47

Hoe leidt nieuwe technologie tot nieuwe ontwerpoplossingen? Dit is de centrale vraag die ik aan het begin heb gesteld. Het historisch onderzoek leert dat nieuwe technische middelen in het het begin zich vooral richtte op de vervaardiging van de ontwerpen; nieuwe druktechniek zorgde voor betere kwaliteit. Later komen daarbij technieken die het ontwerpen zelf makkelijker maakten; afwrijfletters en de reproductiecamera. Deze technieken op zich leidden alleen niet direct tot nieuwe ontwerpoplossingen. De computer begint in eerste instantie ook als vervanging van bestaande middelen, echter brengt de computer niet alleen de gereedschappen van grafisch ontwerpers bij elkaar, maar verenigt deze ook middelen voor andere ontwerpdisciplines en biedt daarbij ook nog de mogelijkheid om nieuwe (digitale) gereedschappen voor en mee te maken. Daarbij is, door het succes van de computer binnen onze maatschappij, het niet langer alleen meer een gereedschap waarmee, maar ook een medium waarvóór ontworpen wordt. Een open houding naar nieuwe gereedschappen is een voorwaarde om verdere ontwikkelingen te stimuleren en aansluiting te vinden bij de wereld van vandaag. Een dergelijke houding is onontbeerlijk wil men zich staande houden in een telkens revitaliserende maatschappij. Het je terdege bewust zijn van de mogelijkheden die je als ontwerper aangereikt krijgt, kan je helpen om jezelf een bredere horizon aan te meten, waarmee je je ideeën en wensen kunt realiseren. Wanneer je niet langer alleen afgaat op beproefde methoden, maar tevens de uitdaging daarbuiten aangaat, maak je optimaal gebruik van de mogelijkheden. Alleen dan kan je boven jezelf uitstijgen en werkelijk progressie maken. Uiteindelijk is er niet één gereedschap dat zaligmakend zal zijn. Het is aan jouw als ontwerper om elk gereedschap op waarde te schatten en in te zetten. In de principe kan elk middel een potentiële oplossing bieden voor een probleem. Als ontwerper ben je de aangewezen persoon het probleem te analyseren en er met een adequaat antwoord op te reageren. Wanneer je op deze wijze naar de taak als ontwerper


48

kijkt, is het niet langer van belang, met welk gereedschap je een oplossing bereikt, maar op welke wijze je je creatieve vermogen weet af te stemmen op de mogelijkheden die voor handen zijn. Die concrete gereedschappen zijn ook niet zo van belang aangezien doorgaande ontwikkelingen ons steeds van nieuwe zal voorzien. Waar dat in de toekomst toe zal leiden is moeilijk te zeggen, immers zoals Petr van Blokland zegt: ‘Een toekomstvisie kan alleen extrapoleren, voortborduren op bestaande, bekende ontwikkelingen. We schatten de toekomst in als een uitvergroting van vandaag. Maar discontinuïteiten zoals de uitvinding van de boekdrukkunst, 11 september, de uitvinding van de transistor, telefoon, internet, het ontstaan van sars en kippengriep, of de ontdekking van vuur, zijn niet in voorspellingen weer te geven. Zonder deze onvoorspelbaarheden zouden we nog steeds alles met de hand schrijven, zouden we vrienden hebben die niet verder wonen dan loopafstand, elke avond naar bed gaan zodra het donker is, evenzoveel kinderen hebben en alleen die groenten eten die rauw verteerbaar zijn. [...] Bovendien is de aard van het vak zodanig dat vooral kunstenaars, ontwerpers en wetenschappers zich de taak stellen de toekomst zo onvoorspelbaar mogelijk te maken. Voor een toekomst die herleidbaar is uit vandaag heb je geen creatieve mensen nodig.’ 19 Nieuwe vindingen zullen, net als de voorbeelden in mijn verhaal, zijn uitwerking blijven hebben op het ontwerpvak. Zonder veranderingen zou het vak zijn bestaansrecht langzaam maar zeker verliezen; het werkterrein van een handzetter is anno 2008 vrijwel verdwenen. Dat automatisering tegelijkertijd een verschraling betekent is niet absoluut. Het primaire gereedschap van ontwerpers blijft hun kritisch en analytisch denkvermogen om tot oplossingen te komen. Techniek die voorhanden is kan hem hier bij helpen om keuzes te maken, maar het blijft ‘handwerk’.


49


Beeld materiaal


1

51

2

3


4

5

52

6

7


8

53

9


54

10

11


1

anwb huisstijlhandboek – Studio Dumbar, 1985.

2

New Alphabet – Wim Crouwel, 1967.

3

Aesthedes Workstation – Caessens Products, 1982.

4 parc desktop – Xerox, 1970. 5

Lisa desktop – Apple Computer, 1983.

6 Mac OS desktop – Apple Computer, 1984. 7

Beeldmerk voor Guus Vredenburg – Gerard Vink, 2007.

8

Sky-catcher – L. Mauer, 2006.

9 FF Beowolf – E. van Blokland & J. van Rossum, 1990. 10 Snow Medusa – Joshua Davis, 2007. 11 Lovebytes 2007 – UniversalEverything, 2007.

55


Noten


1

Rick Poyner, Design without bounderies, London, 1998 p. 17.

2 Jan Tschichold, uit: The New Typography, J. Tschichold. Vertaling van het Duitse origineel Die neue Typographie uit 1928 door R. McLean met introductie door R. Kinross, Berkeley, Los Angeles, London, University of California Press, 1995, p. 11. 3 Een kathodestraalbuis, ook wel crt of beeldbuis geheten, is een elektronenbuis voorzien van een fluorescentiescherm dat oplicht als het getroffen wordt door de elektronenstraal, en een afbuigmechanisme waarmee de elektronenstraal bestuurd kan worden zodat een afbeelding zichtbaar wordt. De naam ‘beeldbuis’ wordt vooral gebruikt om de kathodestraalbuis in een televisieapparaat aan te duiden. De naam ‘crt’ is de afkorting van de Engelse naam ‘Cathode Ray Tube’. De eerste kathodestraalbuizen werden gebruikt in de oscilloscoop. De bekendste toepassing van de kathodestraalbuis is die als televisiescherm. Een eenvoudiger vorm van een kathodestraalbuis is een indicatorbuis. 4 De Aesthedes (Aesthetical Design) ontwerpcomputer was begin jaren 80 ontworpen en gefabriceerd door het Nederlandse bedrijf Claessens. Hij werd wereldwijd verkocht en veroorzaakte een revolutie in vooral reclame ontwerp en specifieke ontwerpen zoals bijvoorbeeld waardedrukwerk. De Aesthedes bestaat uit een groot bureau met daarop toetsen, een graphics tablet, één zwart-wit- en twee kleurenbeeldschermen. De intentie van de Aesthedes was om de ontwerper in staat te stellen, zonder enige kennis van

57

computerprogrammeren, met deze ontwerpcomputer te kunnen werken. 5 Graphical User Interface (gui). Rond 1970 ontwikkelen de onderzoekers van het Xerox Palo Alto Research Center (parc) een experimentele personal computer Alto, pionier in het gebruik van door bits in kaart gebrachte grafische voorstellingen, vensters, menu’s, iconen en de door Engelbart ontwikkelde ‘x-y indicator for displaysystems’, ofwel muisbesturing – bediening volgens visuele analogie in plaats van abstracte commando’s in letters en getallen (gegevens ontleend aan de chronologie van de obkcomp). 6 Het Lisa project begon bij Apple in 1978 en ontwikkelde zich tot een project om een krachtige personal computer te ontwerpen met een grafische gebruikersinterface (gui) die gericht was op zakelijke gebruikers. In tegenstelling tot wat algemeen geloofd wordt is de Macintosh geen directe afstammeling van de Lisa, ook al zijn er duidelijke overeenkomsten tussen de systemen en werd een latere versie verkocht als de Macintosh xl. Het Lisa Operating System bood coöperatieve (non-preemptive) multitasking en virtueel geheugen, toentertijd een bijzonder geavanceerd onderdeel voor een pc. Het gebruik van virtueel geheugen, gekoppeld aan een redelijk traag disk systeem maakte de performantie van het systeem soms traag. Conceptueel leek de Lisa op de Xerox Star in het bijzonder omdat het bedoeld was als een zakelijk computersysteem. De Lisa had twee gebruikersmodi: het Lisa Office System en de Workshop. Het Lisa Office System was de gui omgeving voor de eindgebruikers. De Workshop was een ontwikkelomgeving, die bijna volledig tekst-gebaseerd was, ook al


gebruikte het een gui tekstverwerker. Het Lisa Office System werd uiteindelijk ‘7/7#’ genoemd, refererend aan de zeven bijgevoegde applicaties: LisaWrite, LisaCalc, LisaDraw, LisaGraph, LisaProject, LisaList en LisaTerminal. Een belangrijke belemmering voor software van derde partijen op de Lisa was het feit dat toen de Lisa eerst uitgebracht werd, het niet gebruikt kon worden om programma’s voor de Lisa te schrijven: een afzonderlijke ontwikkelomgeving was nodig. Dit gebrek werd later verholpen maar veel software ontwikkelaars hadden de Lisa toen al afgedaan als platform en hadden geen behoefte aan een heroverweging. De nagel aan de doodskist van de Lisa was het uitbrengen van de Apple Macintosh in 1984, die hielp om de Lisa nog meer in diskrediet te brengen, aangezien de Macintosh ook over een gui en muis beschikte, maar die veel goedkoper was. Twee latere Lisa modellen werden uitgebracht(de Lisa 2 en de afgeleide Macintosh xl) voordat de Lisa in augustus 1986 uit de markt gehaald werd. 7 De eerste Macintosh werd in 1984 vooral geïntroduceerd als goedkope opvolger van de Apple Lisa die met name door zijn hoge prijs geen succes was. De Macintosh werd meteen gelever d met een grafische gebruikersinterface (Mac OS). De ontwikkeling van de Mac zonder muisbesturing was in 1979 al begonnen onder leiding van Jef Raskin. Steve Jobs bracht later op uitnodiging een bezoek aan het parc-laboratorium van Xerox, samen met onder anderen Bill Atkinson, en na dit bezoek werden verschillende

58

ideeën van parc en diens muisgestuurde Xerox Alto-werkstation overgenomen. Het Apple-team ontwikkelde echter zelf de overlappende vensters in de interface, de mogelijkheid om iconen te verplaatsen of te verwijderen, de ‘knip en plak’-metafoor en een menubalk die er in elk programma hetzelfde uitzag. 8 In 1985 lanceert Aldus ‘Desk Top Publishing’ (dtp) met het pagina-opmaakprogramma Aldus Pagemaker 1.0 (voor de Macintosh) voor het opmaken van pagina’s inclusief grafieken en beeldmateriaal (gegevens ontleend aan de chronologie van de obkcomp). 9 Jan Middendorp, ‘Ha, daar gaat er een van mij!’, Rotterdam, 2002, p. 11. 10 Groenendijk in het grafisch vakblad Compress, 6 januari 1987 (citaat overgenomen uit de chronologie van de obkcomp). 11 In 1984 lanceert Adobe de paginabeschrijvingstaal PostScript (ps) en softwaretechnologie voor vectorfonts als onderdeel daarvan. PostScript betekent een volkomen nieuwe manier van pagina’s produceren – letters kunnen op-hun-kant gezet worden en afbeeldingen in de tekst worden mee belicht, inclusief rasters en grijstinten. De gebruiker kan een letters volkomen willekeurig schalen tussen corps 1 en 127 en soms meer. Letters zijn nu opgeslagen als formules die de lettercontour beschrijven, dat kost weinig opslagruimte. Tijdens het verwerken van de paginabeschrijving (afdrukproces) worden de benodigde contouren door de PostScript-vertaler vertaald naar beeldstipjes voor de printer of belichtingsapparatuur in kwestie. Van iedere contourbeschrijving


wordt een volle letter met de juiste grootte en gradatie gemaakt (gegevens ontleend aan de chronologie van de obkcomp). 12 Petr van Blokland tijdens de obkcomp-studiedag 24 april 2003. Het obkcomp is een project ter stimulering van de verdere ontwikkeling van een ict-kennisinfrastructuur en sectorale ict-agenda in het hoger beeldende kunst- en vormgevingsonderwijs. 13 Erik van Blokland in ‘Ha, daar gaat er een van mij!’, Rotterdam, 2002, p. 222/223. 14 Kesselskramer in Graphic Design for the 21st century, C. & P. Fiell, Keulen, 2003, p. 316. 15 Rick Poyner, Design without bounderies, London, 1998 p. 142. 16 Erik van Blokland in Letters, Een bloemlezing over typografie, [Z]oo producties, Eindhoven, 2002, p. 65. 17 Disk Operating System (dos), een met behulp van commando’s in letter en cijfers gestuurd Operating System. pc-dos en ms-dos zijn hiervan de meest bekende en groeien uit tot de wereldwijde standaard. Vanaf de jaren negentig zal het concept van een grafisch Operating System het klassieke dos vervangen. 18 WordPerfect (wp) is de naam van een softwarepakket waarmee op diverse computersystemen en -platforms teksten kunnen worden gemaakt. 19 Petr van Blokland tijdens de obkcomp-studiedag 24 april 2003.

59


Bronnen


Boeken Grafische vormgeving in Nederland. Een eeuw, K. Broos & P. Hefting, Alphen a/d Rijn, 1999 A history of graphic design, Ph. Meggs, New York, 2004 Design without bounderies, R. Poyner, London, 1998 Graphic design for the 21st century, C. & P. Fiell, Keulen, 2003 ‘Ha, daar gaat er een van mij!’, J. Middendorp, Rotterdam, 2002 The New Typography, J. Tschichold. Vertaling van het Duitse origineel Die neue Typographie uit 1928 door R. McLean met introductie door R. Kinross, Berkeley, Los Angeles, London, University of California Press, 1995 Letters, Een bloemlezing over typografie, [Z]oo producties, Eindhoven, 2002 Film Graphic Design the state of the art, samenst.: R. Schöder; red.: F. Wolting – vpro, 1998 Symposium Boekenschermboekofscherm, Scheltema – Leiden, 2008 Internet www.designobserver.com

61

www.maxbruinsma.nl www.mediamatic.net www.wikipedia.org (Engels en Nederlands) www.youtube.com www.obkcomp.org www.poly-luna.com www.sky-catcher.nl www.joshuadavis.com www.universaleverything.com Scripties De invloed van nieuwe media op grafisch ontwerpen, M. Brommersma, Den Haag, 2007 Bites: digitale pioniers, V. van der Laan, Den Haag, 2007 Invloed van de computer op grafisch ontwerpen, C. van der Kamp, Den Haag, 2006


Colofon


Tekst Gerard Vink Begeleiding Marjan Brandsma Tekstcorrectie Ivo van Beek Roy Peperkamp Ontwerp en typografie Gerard Vink

Š 2008 | www.gerardvink.com

63



Grafisch Omwerpen