Page 18

Het groen achter de oren Gegijzeld

I Tekst en foto: Lisa Marechal

18

Frontaal // winter 2018

k word wakker op de keukenvloer. Zittend, met mijn hoofd tussen mijn knieĂŤn. Mijn romp leunt tegen mijn bovenbenen en mijn armen hangen slap naar beneden, zodat mijn handen op de koude vloer rusten. Ik vraag me af wat ik daar doe en waarom mijn hoofd zo pijn doet als ik merk dat mijn enkels vastgeketend zijn aan de vloer. Plotsklaps herinner ik me wat er gebeurd is en alsof ik een stroomstoot krijg, spring ik recht. Verschrikt kijk ik naar het koksmes dat aan mijn rechterhand is vastgemaakt. Het is vlijmscherp en ik kan het niet loslaten. Het angstzweet loopt in koude straaltjes langs mijn rug naar beneden en het haar op mijn armen staat recht omhoog. Mijn hart bonst in mijn keel. Wijdbeens sta ik in de keuken te zwaaien met dat koksmes. Mijn ademhaling giert door mijn keel en mijn hele lijf deint mee met mijn op- en neergaande borstkas. Ik probeer me voor te bereiden op wat komen gaat, maar ik kan niet nadenken. Ik maan mezelf aan tot kalmte. Hier moet een verklaring voor zijn. Een half uur geleden was er nog geen vuiltje aan de lucht. Ik nam een douche, trok een jurk aan en stond op het punt om uit te gaan eten. Op het moment dat ik naar buiten wilde gaan, werd ik hardhandig vastgegrepen bij mijn enkels en over de vloer dwars door het huis gesleurd. Mijn hoofd sloeg tegen de grond en daarna tegen de tafelpoot. Ik moet even buiten bewustzijn

geweest zijn, want ik heb geen idee hoe ik in de keuken terecht gekomen ben. Ik dwing mezelf om trager adem te halen en een iets minder aanvallende houding aan te nemen. Enkel rust zal me uit deze benarde situatie kunnen redden. Stilaan zakt mijn hartritme en behoedzaam kijk ik om me heen. Op het aanrecht ligt een snijplank. Op het fornuis staan twee ketels en een braadpan. De deksels liggen ernaast. Dan valt mijn oog op de rij met groenten die achter de snijplank liggen, netjes op een rij: een rodekool, een knolselder, een bussel boerenkool en een raap. Ze zien er eigenlijk niet zo heel goed uit. Ik krijg al een beetje medelijden, maar dan zie ik dat ze daar niet van gediend zijn. De groenten kijken me woest aan. De rodekool steekt dreigend de bruine randjes van zijn buitenste bladeren naar mij uit. De boerenkool schudt kwaad met zijn vergeelde randen. De raap vormt met zijn bruine plekken een doodshoofd. Alleen de knolselder lijkt zijn kalmte te kunnen bewaren, maar de teleurstelling in zijn blik valt niet mis te begrijpen. De boodschap is duidelijk. Ik zal moeten koken. Ik cancel mijn date en laat het mes door de lucht klieven. Wild hak ik de rodekool in reepjes. Die krijgt zijn verdiende loon en laat ik in zijn eigen sop gaar koken.

.

Profile for Gents MilieuFront

Frontaal winter 2018  

Frontaal winter 2018  

Advertisement