Page 1

Jan Henderikse Works on Paper 1957 Antoon melissen

uitge verij lecturis


Jan Henderikse Works on Paper 1957 Antoon melissen

uitge verij lecturis


ten geleide Ernest Van Buynder, voorzit ter vrienden van het MuHKA (Museum van hedenda agse kunst Antwerp)

4

Antwerpen was eind jaren vijftig-begin jaren zestig van de vorige eeuw een Europees centrum van literatuur, jazz en beeldende kunst. De stad was een stevig ankerpunt op de as van creatieve centra als Milaan, Parijs, Amsterdam en Düsseldorf. De kunstenaarsgroep G58 Hessenhuis speelde hierbij een voorname rol. Het zestiende-eeuwse Hessenhuis werd door deze artiesten zelf omgebouwd tot een kunstencentrum waar de internationale avant-garde van Piero Manzoni tot Yves Klein te gast was. Het was aldaar dat ik als student voor het eerst werk heb gezien van Jan Henderikse. Jan Henderikse initieerde in 1958 de eerste tentoonstelling van Informele schilderkunst in de mensa academica, de eetgelegenheid voor studenten van de universiteit in zijn geboortestad Delft. Hij is dan ook een van de oprichters van de Nederlandse Informele Groep, samen met Armando, Kees van Bohemen, Henk Peeters en Jan Schoonhoven. Deze groep kunstenaars was in het

Antwerpse Hessenhuis in mei 1960 met een expo te gast van G58. Eind 1960 stelde Jan Henderikse er opnieuw tentoon, andermaal geïnviteerd door G58, nu als lid van de Nieuwe Europese School, waar de Nederlandse Informele Groep bij aangesloten was. Het werk van Jan Henderikse dat te zien was in het Hessenhuis vertoonde de typische heftige en krachtige kenmerken van de informele materieschilderkunst uit het einde van de jaren vijftig. In 1983-1984 was ik als adjunct-commissarisgeneraal Internationale Culturele Samenwerking van de Vlaamse Gemeenschap medeorganisator van de tentoonstelling ‘Informele Kunst in België en Nederland 1955-1960’, die startte in het Gemeentemuseum Den Haag en daarna doorreisde naar het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA). Jan Henderikse was een van de centrale figuren in deze expo met een schitterende reeks van informele doeken. Maar 1960 werd een kanteljaar. Henderikse formeerde


samen met Armando, Peeters en Schoonhoven de Nul-groep, die objectieve en van emoties ontdane kunst trachtte te maken; de groep was nauw verwant aan de internationale ZERO-beweging. In maart 1962 werd werk van Jan Henderikse opgenomen in de inmiddels legendarische tentoonstelling ‘Anti-Peinture’, opnieuw georganiseerd door G58 in het Hessenhuis. De belangstelling voor het werk van Jan Henderikse is, ook internationaal, flink groeiende. Zo wordt Henderikse in 2014 en 2015 opgenomen in internationale ZERO-tentoonstellingen in het Guggenheim Museum te New York en het vernieuwde Stedelijk Museum in Amsterdam. Het MuHKA heeft met de hulp van de Vrienden van het MuHKA een cruciaal werk van Jan Henderikse verworven, een stapeling kisten, geëxposeerd in ‘Anti-Peinture’ in 1962 en opnieuw getoond in 2012 in het kader van de reeks expo’s ‘Nieuwe kunst in Antwerpen 1958-1962’. Ook eerder al werd

het werk van Henderikse in het museum artistiek toegelicht met de voorstelling van de publicatie Jan Henderikse. Assemblages, Installations, ReadyMades (J.P. De Paepe Editions, 2008). Bij die gelegenheid werd in Cinema Zuid de schitterende film over het oeuvre van Jan Henderikse Alles is Licht van Sherman De Jesus getoond. De omvangrijke monografie Jan Henderikse, Acheiropoieta (Hatje Cantz Verlag, 2010) samengesteld door publicistcurator Antoon Melissen en Renate Wiehager, curator van de Daimler Art Collection en Daimler Contemporary in Berlijn, trok ook in Antwerpen de nodige aandacht. De band tussen Antwerpen en Jan Henderikse is dus zeer nauw – Jan Henderikse woont bovendien afwisselend in Antwerpen en Brooklyn, New York. Het is goed dat de Antwerpse Galerie Schoots + Van Duyse juist nu, met een aantal internationale ZERO-tentoonstellingen in het vooruitzicht, een reeks prachtige werken op papier toont die ook eens de klemtoon legt op Henderikses informele periode.

5


Foreword Ernest Van Buynder, Chairman of Friends of the MuHKA (Museum of Contemporary Art Antwerp)

6

In the late nineteen fifties-early nineteen sixties, Antwerp was a European centre for literature, jazz and visual art. The city was a solid anchor point in the axis of creative centres such as Milan, Paris, Amsterdam and Dusseldorf. The artists’ group G58 Hessenhuis played an important role in this. These artists converted the sixteenth-century Hessenhuis into an arts centre that hosted the international avant-garde, from Piero Manzoni to Yves Klein. It was there, as a student, that I first saw the work of Jan Henderikse. In 1958, Jan Henderikse initiated the first exhibition of Informal painting in the ‘mensa academica’, the cafetaria for students at the university in his native city of Delft. Thus, together with Armando, Kees van Bohemen, Henk Peeters and Jan Schoonhoven, he is one of the founders of the Dutch Informal Group. This group of artists staged an exhibition in the Hessenhuis in Antwerp in May 1960, as the guests of G58. Jan Henderikse had another exhibition there

in late 1960, again invited by G58, now as a member of the New European School, with which the Dutch Informal Group was affiliated. The work that Jan Henderikse exhibited in the Hessenhuis displayed the typical intense and powerful characteristics of informal matter painting from the late nineteen fifties. In 1983-1984, as the deputy commissioner general of International Cultural Cooperation of the Flemish Community, I was co-organizer of the exhibition ‘Informele Kunst in België en Nederland 1955-1960’, which opened at the Gemeentemuseum in The Hague before travelling on to the Royal Museum of Fine Arts Antwerp (KMSKA). Jan Henderikse was one of the central figures in this exhibition with a magnificent series of informal canvases. But the year 1960 was a turning point. Together with Armando, Peeters and Schoonhoven, Henderikse formed the Dutch Nul group, which strove to make objective art, stripped of emotion;


the group was closely related to the international ZERO movement. In 1962 Jan Henderikse’s work was included in the now historic exhibition ‘AntiPeinture’, again staged by G58 in the Hessenhuis. The interest that Jan Henderikse’s work receives, also internationally, has increased considerably. Thus, Henderikse is included in the international ZERO exhibitions at the Guggenheim Museum in New York and the renovated Stedelijk Museum Amsterdam in 2014 and 2015. With help from the Friends of the MuHKA, the MuHKA has acquired a crucial work by Jan Henderikse, a stack of crates, exhibited in ‘Anti-Peinture’ in 1962 and shown again in 2012 as part of the series of exhibitions ‘Nieuwe kunst in Antwerpen 1958-1962’. In the museum, Henderikse’s work was also previously explained in artistic terms, with the presentation of the book Jan Henderikse. Assemblages, Installations, Ready-Mades (J.P. De Paepe Editions, 2008). On that occasion, a dazzling film on Jan Henderikse’s

oeuvre was shown in Cinema Zuid: Alles is Licht (All is Light) by Sherman De Jesus. The voluminous monograph Jan Henderikse, Acheiropoieta (Hatje Cantz Publishers, 2010) compiled by publicist-curator Antoon Melissen and Renate Wiehager, curator of the Daimler Art Collection and Daimler Contemporary in Berlin, also attracted the necessary interest in Antwerp. The bond between Antwerp and Jan Henderikse is very close – incidentally, Jan Henderikse lives alternately in Antwerp and Brooklyn, New York. With the prospect of several international ZERO exhibitions, now is the perfect time for the Antwerp Galerie Schoots + Van Duyse to show a wonderful series of drawings that also emphasize Henderikse’s informal period for a change.

7


With Jan Schoonhoven, Delf t, 1958


Antoon melissen

Nieuwe strategieën in inkt en verf Jan Henderikse 1957

10

Een vergeeld kladblaadje uit het archief van Jan Henderikse (Delft, 1937) refereert aan een onbekend doek uit 1957 met de wat enigmatische titel Monk.-1- Net als Henderikses andere werken op linnen, jute en paneel van voor 1958 is ook Monk vervaardigd met restjes huisschildersverf van de Delftse verfhandel Mergler. Geld was er niet, niet voor materiaal of voor een fatsoenlijk atelier; Henderikses eerste onderkomen was een onbewoonbaar verklaarde woning aan de Delftse Geerweg. Zijn eerste solotentoonstelling dreef galeriehouder-kunstenaar Cor de Nobel van de Dordtse galerie .31 tot wanhoop, want

de huisschildersverf wilde maar niet drogen en bevuilde de vloer van de galerie.-2- Sinds het begin van de jaren zestig maakte Jan Henderikse naam met readymades en assemblages samengesteld uit kurken, munten of plastic bric-a-brac. Als ‘antischilder’ dus eigenlijk, radicaal afstand nemend van verf en penseel. Maar rond 1957 zag de wereld er nog anders uit, ook die van Jan Henderikse. Een portretfoto uit 1958 toont Henderikse in zijn Delftse atelier: pet op, overall aan, paletmes en kwast in de aanslag, omringd door pasteus opgezette doeken. Het is juist dit traditionele,

-1- Archief Jan Henderikse, New York.

Het betreft een handgeschreven overzicht met titels van doeken ontstaan in 1957 en 1958.

-2- ‘Schilderijen van Jan Henderikse’, galerie .31. Dordrecht, 25 februari-17 maart 1958.

Henderikse toonde acht schilderijen uit 1956-1958. Zie ook: .31. Een geruchtmakende Dordtse galerie, tent.cat. Zwolle: Waanders/Dordrecht: Dordrechts Museum, 1990, p. 50-51.


romantische beeld van de artiest-bohemien waar Henderikse en zijn kunstenaarsvrienden enkele jaren later radicaal mee afrekenden. In 1958 formeerden Armando, Kees van Bohemen, Jan Henderikse, Henk Peeters en Jan Schoonhoven de Nederlandse Informele Groep. De kunstenaars exposeerden werken in olieverf of pigmenten vermengd met gips en zand, doorgaans op panelen, linnen of jute.-3- De Nederlandse Informelen vervingen de uitdrukking van emoties in verf voor een streven naar handschriftloosheid, met als resultaat haast kleurloos-monochrome werken, vrijwel zonder vorm of compositie. De Spaanse materieschilder Antoni Tàpies was een vroege inspiratiebron voor de Nederlandse Informelen, net als de Duitse schilders Emil Schumacher en Wols (Wolfgang Schulze). De overgang naar de Nul-groep in 1961, zonder Kees van Bohemen nu, was een vervolmaking van de Informele wens om afstand te nemen van het emotioneel geladen kunstwerk. Niet door een andere omgang met

vertrouwde academische materialen als verf en brons, maar juist door het werken met veelal niet-schilderkunstige en alledaagse middelen. De werken van de Nul-groep waren zo koel als een kikker, de kunstenaar eerder een gladgeschoren zakenman in kostuum dan een bebaarde zonderling op sandalen. Een traditioneel ‘verf-op-doek’ als Monk uit 1957 lijkt in dat opzicht nog van een andere wereld. Afbeeldingen van het werk zijn er niet en waar het gebleven is weet ook de maker niet meer. Wat rest, is de associatie met de naamgever, de Amerikaanse jazzpianist Thelonious Monk. De tijden veranderden, zo rond het midden van de jaren vijftig: jazzpodia schoten als paddenstoelen uit de grond en het Vlaams-Nederlandse literaire tijdschrift Gard Sivik en ‘tijdschrift voor teksten’ Barbarber schoffelden de gedragen lyriek van voorgaande decennia onderuit. ‘Wrong is right’ is een veel geciteerde uitspraak van Thelonious Monk, en daarmee zijn we weer terug bij de jonge Jan Henderikse in Delft, anno 1957: vooral tegendraads

-3- Ook Fred Sieger en Rik Jager exposeerden tot mei 1959 met de Nederlandse Informelen.

Bram Bogart nam incidenteel deel. Kees van Bohemen verliet de groep in februari 1961 omdat hij zich niet kon vinden in de veranderende koers.

11


109.57.76, Graffity, 1957, industrial paint on canvas, 76.5 x 104 cm

willen zijn, juist níet doen wat er van je verwacht wordt, ‘wrong is right’.

12

In 2009 leidde mijn onderzoek voor de monografie Jan Henderikse, Acheiropoieta (Hatje Cantz Verlag, 2010) naar de vondst van een map met zeventig verloren gewaande werken op papier uit 1957. Het papier was een cadeau van stadgenoot Jan Schoonhoven waar Henderikse in 1952 mee bevriend raakte. Al in 1959 verwierf het Stedelijk Museum Amsterdam een tekening uit deze map, en een jaar later toonde Galerie Køpcke te Kopenhagen, het meest noordelijke broeinest van de naoorlogse avant-garde, een selectie in een tentoonstelling van de Nederlandse Informele Groep.-4- Henderikse experimenteert er lustig op los, in een ongestuurde écriture automatique, een automatisch schrift wars van weloverwogen componeren – alsof de tekeningen op intuïtie en met de ogen dicht zijn ontstaan. Andere bladen zijn juist weer ingetogen en kalligrafisch van stijl,

met een scheutje zen soms ook, op Hollandse bodem destijds de ‘smaak van de maand’. Een doek uit 1957, ook uitgevoerd in huisschildersverf, bezit de bedrieglijk hedendaagse titel 109.57.76, Graffity (sic). Deze titel alleen al wijst op een nieuwe werkelijkheid, op afstand nemen van overgeleverde esthetische normen. In Graffity voelen we het vuur van Jackson Pollocks drippings – een kleiner doek van Henderikse uit datzelfde jaar draagt zelfs de titel 180.57.103, Pollock. De invloed van deze Amerikaanse abstract expressionist klinkt ook door in enkele vroege reliëfs van Jan Schoonhoven. Een dergelijk donkerkleurig reliëf uit 1958 gaf bij recente restauratie onverwachte geheimen prijs.-5Onder de vrijwel monochrome huid in morsige

-4- Galerie Køpcke, ‘Hollandske uformelle gruppe’, Armando, Kees van Bohemen, Jan Henderikse, Henk Peeters en Jan Schoonhoven, 9-22 januari 1960. -5- Zonder titel, ‘Construction détruite’, 1958, 115 x 265 cm, TNT Post Kunstcollectie, Den Haag. Het reliëf werd vervaardigd als een locatiespecifiek werk voor een postkantoor in de oude binnenstad van Delft. Zie ook: Jan Schoonhoven, Beambte 18977, een film van Sherman De Jesus. Utrecht: Memphis Film & Television, 2005.


246.1.1, 1959, oil paint and plaster on canvas, 69 x 55 cm

aardetinten bevond zich een wild, polychroom patroon van vlekken: ‘Pollock-achtige drippings’ aldus Henderikse, die Schoonhoven assisteerde bij het aanbrengen van de gespetterde verflaag.-6En toch vinden we in Henderikses werken op papier uit 1957 de kiemen van een ‘Hollandse’ strategie die los stond van bijvoorbeeld de Amerikaanse abstract expressionisten en andere inspiratiebronnen, zoals Europese informele tendensen. Het werk van de Nederlandse Informele Groep beschouwen als een tweede golf van expressionisme, enkel voortkomend uit een wisselwerking tussen materie en een vrije, automatische stijl, is dan ook niet juist.-7- Het verdwijnen van opzettelijke, geconstrueerde vorm in Henderikses werk van rond 1957, getuigt van onderzoek naar de eigenschappen van het materiaal, als bij de materieschilders Tàpies en Wols, maar evengoed van een veranderende houding ten opzichte van de werkelijkheid en de rol van de kunstenaar. Henderikses tekeningen zijn

13

een eerste voorzichtige poging te ontsnappen aan een al te persoonlijke en emotionele geladenheid. Een verlangen dat pas vanaf 1958 ook in vorm tot wasdom kwam, eerst met haast monochrome en voorstellingsloze doeken en vanaf 1960-1961 ook in het anti-schilderkunstige werk ten tijde van Nul. Rond 1957 zocht Henderikse de oplossing dus nog in het uitbannen van de herkenbare voorstelling en het vermijden van een al te bedachte, gecon-strueerde abstractie. De pen of het penseel op papier zetten en ‘maar zien wat er gebeurt’: in zijn werkwijze liet Henderikse

-6- Vraaggesprek met Jan Henderikse, New York, 6 augustus 2009. -7- Zie ook: Franck Gribling, Informele kunst in België en Nederland 1955-’60. Parallellen in de Nederlandse literatuur,

tent.cat. Den Haag: Gemeentemuseum/Antwerpen: Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, 1983, p. 7-12.


14

het toeval zijn gang gaan, om uit te komen bij zo anoniem mogelijke structuren, bij werken die als vanzelf ontstaan leken te zijn. En ook in zijn titels streefde Henderikse naar toeval en willekeur. Met zijn wijsvinger in een handboek voor meeteenheden koos Henderikse in 1957 titels als Lakh, Mekmedas en Botschka. Dat het Indiase, Afrikaanse en Pruisische rekeneenheden voor natte en droge waren zijn, doet bepaald níet ter zake; dat ze nadrukkelijk niets met de voorstelling van doen hebben juist wél. De kant-en-klare titels zijn gefundenes Fressen voor de kunstenaar, gegarandeerd niet-verhalend en non-descriptief bovendien. Goedbeschouwd zijn de titels Henderikses eerste readymades. De lijnen en vlakken in inkt en gouache van Henderikses werken op papier uit 1957 hebben een bewegelijke swing. Volstrekt nonsensicale titels van andere bladen uit de map doen denken aan de scats van Ella Fitzgerald, destijds een van Henderikses

favorieten, aan het zingen van betekenisloze klanken om het plezier van het spel, zonder nut of doel. De werken op papier tonen een aanstekelijke geestdrift en baldadigheid, de drang te breken met regels, conventies en traditie. In 1957 verscheen ook On the Road, de bestseller-roman van BeatGenerationschrijver Jack Kerouac: ‘Nothing behind me, and everything ahead of me, as is ever so on the road.’ Schrijver Truman Capote maakte brandhout van de roman, ‘That’s not writing, that’s typing.’ Jan Henderikse echter, leerde zichzelf Engels met On the Road – en met J.D. Salingers The Catcher in the Rye en Winnie the Pooh. ‘Bu-de-li-bu-wha’ zingt Ella Fitzgerald in haar One Note Samba; Uba, Daba, Kula, Jakk antwoorden Jan Henderikses werken op papier uit 1957. Oude vormen voldeden niet meer en men wist niet wat men hoorde, zag of las. Jazz, beeldende kunst, literatuur: de geest van vernieuwing was eind jaren vijftig definitief uit de fles, ook in Delft.


15

Untitled, 1957, mixed media on paper, 27.5 x 36.3 cm


16

Kula (XIX), 1957, Indian ink on paper, 36 x 55 cm


17

Helef, 1957, mixed media on paper, 36.5 x 55 cm


Studio Geerweg, Delf t, early 1958


Antoon melissen

New strategies in ink and paint Jan Henderikse 1957

20

A yellowed piece of scrap paper in Jan Henderikse’s archive refers to an unknown painting from 1957 with the rather enigmatic title Monk.-1- As with Henderikse’s other works on linen, burlap and panel prior to 1958, Monk is executed in leftover house paint from the Mergler paint dealership in Delft. Money was scarce in those days, not enough for materials or a proper studio; Henderikse’s first accommodation was in a condemned house on the Geerweg in Delft. His first solo exhibition drove the gallery owner-artist Cor de Nobel of Galerie .31. in Dordrecht to despair, as the industrial paint refused to dry and soiled the floor of his gallery.-2- Since the

early sixties, Jan Henderikse has made his name with readymades and assemblages composed of corks, coins or plastic bric-a-brac; as an antipainter, in fact, radically distancing himself from the use of paint and brushes. But the world looked very different around 1957, as did the world of Jan Henderikse. A portrait photograph from 1958 shows Henderikse in his studio in Delft: wearing cap and overalls, palette knife and brush at the ready, surrounded by impasto-painted canvases. It is precisely this traditional, romantic image of the bohemian artist

-1- Jan Henderikse archive, New York. The document is a handwritten list

with the titles of canvases produced in 1957 and 1958.

-2- ‘Schilderijen van Jan Henderikse’, Galerie .31. in Dordrecht, 25 February-17 March 1958.

Henderikse exhibited eight paintings from 1956-1958. See also: .31. Een geruchtmakende Dordtse galerie, exh. cat. Zwolle:Waanders/Dordrecht: Dordrechts Museum, 1990, p. 50-51.


that Henderikse and his artist friends radically rejected a few years later. In 1958 the Dutch Informal Group was founded by Armando, Kees van Bohemen, Jan Henderikse, Henk Peeters and Jan Schoonhoven. They exhibited works in oil paint or pigments mixed with plaster and sand, usually on panel, linen or burlap.-3- The Dutch Informal artists traded the expression of emotions through paint for the pursuit of a style with no traces of personal authorship, resulting in almost colourless, monochrome works, virtually without form or composition. The Spanish matter painter Antoni Tàpies was an early source of inspiration for the Dutch Informals, as were the German painters Emil Schumacher and Wols (Wolfgang Schulze). When the Informals became the Nul Group in 1961, now without Kees van Bohemen, it was the fulfilment of their desire to disassociate themselves from the emotionally charged work of art. Not through a different use of the familiar academic materials of bronze and paint, but

by actually seeking other, mostly non-painting, everyday materials. The works of the Nul group were cool and aloof, with the artist more a cleanshaven businessman in a suit than a bearded eccentric in sandals. In that regard, a traditional ‘paint on canvas’ work such as Monk from 1957 seems to hail from a different world. No images of the work exist and the artist no longer knows its whereabouts. What remains is the association with American jazz pianist Thelonious Monk, from whom the work derives its name. The times were changing, around the mid nineteen fifties: jazz podia were springing up like mushrooms and the Flemish-Dutch literary magazine Gard Sivik and the ‘magazine for texts’ Barbarber undermined the lofty lyricism of previous decades. ‘Wrong is right’ is one of Thelonious Monk’s much cited remarks, which brings us back to the young Jan Henderikse in Delft, anno 1957: with a strong desire for nonconformity, for doing just the opposite of what is expected from you, ‘wrong is right’.

-3- Fred Sieger and Rik Jager also exhibited with the Dutch Informal Group until May 1959.

Bram Bogart participated occasionally. Kees van Bohemen left the group in February 1961, dissatisfied with the change in direction.

21


22

In 2009, my research for the monograph Jan Henderikse, Acheiropoieta, (Hatje Cantz Publishers, 2010) led to the discovery of a folder containing seventy works on paper from 1957, which were thought to have been lost. The paper itself was a gift from fellow townsman Jan Schoonhoven, with whom Henderikse struck up a friendship in 1952. The Stedelijk Museum in Amsterdam acquired a drawing from this folder in 1959 already, and a year later Galerie Køpcke in Copenhagen – the most northerly hotbed of post-war avant-garde – showed a selection in an exhibition by the Dutch Informal Group.-4- Henderikse experimented away lustily, in an uncontrolled écriture automatique, an automatic writing averse to deliberate composition – as if the drawings are created through intuition and with the eyes closed. Other sheets are more reserved with a calligraphic style, sometimes also with a dash of Zen, which was ‘flavour of the month’ in the Netherlands at that time. A work from 1957, also in house painter’s paint on canvas, bears

the deceptively contemporary title 109.57.76, Graffity (sic). The title alone refers to a new reality, distanced from the aesthetic norms that had been handed down. In Graffity we feel the intensity of Jackson Pollock’s drippings – a smaller canvas by Henderikse from the same year even bears the title 180.57.103, Pollock. The influence of this American abstract expressionist also resonates in several early reliefs by Jan Schoonhoven. One such darkcoloured relief from 1958 revealed unexpected secrets during a recent restoration.-5- Under the virtually monochrome surface of dirty earth tones, a wild, polychrome pattern was discovered: ‘Pollock-like drippings’ according to Henderikse, who assisted Schoonhoven in applying the spattered paint layer.-6And yet, in Henderikse’s works on paper from 1957 we find the seeds of a ‘Dutch’ strategy that was distinct from, for instance, the American abstract expressionists and other sources of

-4- Galerie Køpcke, Copenhagen,‘Hollandske uformelle gruppe’,

Armando, Kees van Bohemen, Henk Peeters and Jan Schoonhoven, 9-22 January 1960. -5- Untitled,‘Construction détruite’, 1958, 115 x 265 cm, TNT Post Art Collection, The Hague.

The relief was produced as a site-specific work for a post office in the old city centre of Delft. See also: Jan Schoonhoven, Beambte 18977, a film by Sherman De Jesus. Utrecht: Memphis Film & Television, 2005. -6- Interview with Jan Henderikse, New York, august 6, 2009.


Untitled, 1957, mixed media on paper, 36.5 x 55 cm

inspiration, such as European ‘informal trends’. It would, therefore, be incorrect to regard the work of the Dutch Informal Group as a second wave of expressionism, stemming solely from an interaction between material and a free, automatic style.-7The disappearance of a deliberate, constructed form in Henderikse’s work around 1957 attests not only to research into the properties of the material, as with the matter painters Tàpies and Wols, but equally to a changing position in regard to reality and the role of the artist. Henderikse’s drawings are a first cautious attempt to escape from an overly personal and emotional tension. A desire that only matured into form in 1958, initially in the near monochrome and non-representational canvases, and from 1960-1961 also in the anti-painting works created during his time with Nul. Around 1957, Henderikse still sought the solution through the elimination of any recognizable depiction and the avoidance of an overly considered, constructed abstraction. Putting pen or brush to paper and ‘just

seeing what happens’: in his method of working, Henderikse gave free rein to chance, in order to arrive at structures that are as anonymous as possible, at works that appeared to be created as a matter of course. And Henderikse also sought chance and randomness in the titles. With his index finger in a reference book for units of measurement, he chose titles such as Lakh, Mekmedas and Botschka. The fact that these are Indian, African and Prussian units for dry and liquid measures is entirely irrelevant; but that they emphatically have nothing to do with the depiction is certainly relevant. These ready-to-use titles are gefundenes Fressen for the artist, guaranteed non-narrative and moreover non-descriptive. Ultimately, they are Henderikse’s first readymades.

-7- See also: Franck Gribling, Informele kunst in België en Nederland 1955-1960. Parallellen in de Nederlandse literatuur, tent.cat.

Den Haag: Gemeentemuseum/Antwerpen: Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, 1983, p. 7-12.

23


24

The ink and gouache lines and surfaces in Henderikse’s works on paper from 1957 have a lively ‘swing’. The utterly nonsensical titles of other sheets from the folder are reminiscent of the scats by Ella Fitzgerald – one of Henderikse’s favourites back then – of singing meaningless sounds purely for the enjoyment of the game, with no purpose or intention. The works on paper display an infectious zeal and rowdiness, the urge to do away with rules, conventions and traditions. On the Road, the bestselling novel by Beat Generation-writer Jack Kerouac was also published in 1957: ‘Nothing behind me, and everything ahead of me, as is ever so on the road.’ The novel was trashed by writer Truman Capote: ‘That’s not writing, that’s typing.’ Jan Henderikse, however, taught himself English with On the Road – and J.D. Salinger’s The Catcher in the Rye and Winnie the Pooh. ‘Bu-de-li-bu-wha’ sings Ella Fitzgerald in her One Note Samba; Uba, Daba, Kula, Jakk replies Jan Henderikse in his works on paper from 1957. Outmoded forms no longer sufficed and

people could hardly believe what they were hearing, seeing and reading. Jazz, visual art, literature: the spirit of innovation was definitely out of the bottle in the late nineteen fifties, even in Delft.


25

Untitled, 1957, mixed media on paper, 36.5 x 55 cm


26

Immi (XIV), 1957, Indian ink on paper, 36 x 54 cm


27

Botschka (XXXV), 1957, Indian ink on paper, 36.5 x 55 cm


28

Rajab (XXXIV), 1957, Indian ink on paper, 36.5 x 55 cm


29

Rin (L), 1957, Indian ink on paper, 37 x 55 cm


30

Uba (VII), 1957, Indian ink on paper, 36.5 x 55 cm


31

Daba (VIII), 1957, Indian ink on paper, 35.5 x 55 cm


32

Jakk (LXXIII), 1957, mixed media on paper, 55 x 36.5 cm

LXX, 1957, mixed media on paper, 55 x 36.5 cm


33

Nob (LXXI), 1957, Indian ink on paper, 55 x 36.6 cm


34

Untitled, 1957, Indian ink on paper, 55 x 36.5 cm


35

JaĂŤl (LXII), 1957, mixed media on paper, 36.5 x 55 cm


36

Untitled, 1957, mixed media on paper, 36.5 x 48 cm


37

Ejoo (XI), 1957, Indian ink on paper, 36.5 x 55 cm


38

Untitled, 1957, Indian ink on paper, 35.5 x 54 cm


Lecturis kleurcorrectie

39

Untitled, 1957, mixed media on paper, 36.5 x 55 cm


Lecturis kleurcorrectie

40

Wรถh, 1957, mixed media on paper, 36.5 x 55 cm


41

Untitled, 1957, Indian ink on paper, 34.5 x 54 cm


42

Untitled, 1957, Indian ink on paper, 34 x 55 cm


Lecturis kleurcorrectie

43

Untitled, 1957, Indian ink on paper, 36.5 x 55 cm


44

Untitled, 1957, Indian ink on paper, 35.5 x 54 cm


45

Sibil, 1957, mixed media on paper, 36.5 x 55 cm


46

Untitled, 1957, mixed media on paper, 36.5 x 55 cm


Jan Henderikse

1937 Born in Delft, the Netherlands. 1952 Henderikse meets his friend and ‘mentor’ Jan Schoonhoven and starts making drawings. 1955-58 Studies at the Vrije Academie in The Hague. 1958 First exhibition with the Nederlandse Informele Groep, in the refectory of Delft University. 1959 Moves to Cologne and Dusseldorf, Germany. He creates his first assemblages using found objects. First contacts with the circle of international ZERO artists. 1961 Becomes a member of the Dutch Nul group, with Armando, Henk Peeters and Jan Schoonhoven.

1962 Henderikse takes part in the first Nul exhibition at the Stedelijk Museum Amsterdam. Exhibtions with artists of the international ZERO movement, between 1961 and 1964. First installation with wooden beer crates, shown at the Stedelijk Museum Amsterdam. 1963 Moves to Curaçao, creates his first works using photographs. 1967 Moves to Manhattan, New York, working mainly with assemblages of found objects and photographic sequences, which until the mid-1980s appear in book form and film. 1987 Moves to Berlin and has a second studio there until 2000. His work continues to focus on conceptually based photographic objects, multiples and readymades.

2000 Moves into a second studio, in Antwerp, Belgium. 2007-today Extensive solo exhibitions at the Staatliches Museum Schwerin and Stadtgalerie Kiel, in 2007. Takes part in major group exhibitions in Amsterdam, Berlin, Detroit, Dusseldorf, Saint-Étienne, London, New York, Pretoria, Singapore and Tokyo.


Published on the occasion of the exhibition ‘Jan Henderikse, Works on Paper 1957’, Galerie Schoots + Van Duyse, Antwerp, September 8 - October 19, 2013 Concept Roland Janssen, Antwerp Antoon Melissen, Amsterdam Text Antoon Melissen, with an introduction by Ernest Van Buynder, Chairman ‘Friends of the MuHKA’, Antwerp Translation Mike Ritchie, Rotterdam Photography Aldwin van Krimpen, Van Soest & van Krimpen, Rotterdam Anthony Verkroost Stijn Coppejans, Lembeke

Design Scherpontwerp, Eindhoven

ISBN: 978-94-6226-040-5 NUR: 646

Printing Lecturis, Eindhoven

Publication © 2013 Jan Henderikse, Lecturis, the authors and photographers

Publisher Lecturis, Eindhoven Special thanks to Jan Henderikse, Antwerp/New York Roland Janssen, Antwerp Antoon Melissen, Amsterdam Ernest Van Buynder, Antwerp Jaap Schoonhoven, Rotterdam All works courtesy Galerie Schoots + Van Duyse Edition of 1000 copies. The Deluxe Edition consists of 26 copies signed and marked A to Z, each copy with a unique artwork by Jan Henderikse, signed and dated 2013. Copies A to C are horse de commerce.

All rights reserved. No part of this book may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means, without permission from the publisher. Galerie Schoots + Van Duyse Napoleonkaai 15 2000 Antwerp - Belgium Tel +32 (0)3 6891314 www.galerieschoots-vanduyse.com Lecturis Kalverstraat 72 5642 CJ Eindhoven - The Netherlands Tel +31 (0)40 2814545 www.lecturis.nl


Jan Henderikse - Works on paper 1957