Issuu on Google+

De oeverwal als landgoed

Gebiedsvisie Waaloeverwal ten behoeve van landschapsversterking

De oeverwal als landgoed

Gebiedsvisie Waaloeverwal ten behoeve van landschapsversterking

Een rapport in opdracht van de gemeente Beuningen uitgevoerd door H+N+S landschapsarchitecten in samenwerking met BBN en Franz Ziegler Utrecht, september 2008

N

H+N+ S Landschapsarchitecten Laan van Chartroise 166

H

Postbus 10156, 3505 AC Utrecht

S

T 030 244 57 57

F

E mail@hnsland.nl

W www.hnsland.nl

030 244 66 77

Voorwoord Met trots presenteren wij u de visie voor het waaloevergebied 'De oeverwal als landgoed'. Wij streven met deze visie naar de ontwikkeling van een duurzaam raamwerk en het behoud van het waardevolle karakter van dit unieke gebied. Met de ontwikkeling van land-, lint- en kwelgoederen zal dit duurzaam raamwerk mogelijk worden gemaakt. De visie geeft richting aan de veranderingswensen binnen de land- en tuinbouw en komt tegemoet aan particulieren die de Waaloeverzone als hoogwaardig landschappelijk woongebied hebben ontdekt. De commissie ruimtelijke kwaliteit is bij de totstandkoming van deze visie betrokken geweest en zal ook bij de verdere uitwerking van de visie een rol spelen. De visie is nadrukkelijk geen gebiedsdekkende visie. Ontwikkelingen die geen relatie hebben met de thematische insteek van de visie (landschapsversterking) zijn hierin niet opgenomen. Voor de uitvoering van deze visie zullen wij een aparte realisatiestrategie opstellen. De visie ĂŠn de realisatiestrategie vormen tezamen het toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen. Om ruimtelijke kwaliteit van hoog niveau te bereiken, is het leveren van maatwerk en het bieden van voldoende vrijheid voor de diverse initiatieven uitgangspunt. Wij zien het als een grote uitdaging om met deze visie verder aan de slag te gaan.

Het college van burgemeester en wethouders van Beuningen

5 H + N + S '08

Inhoudsopgave

Voorwoord

1 Inleiding

1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Doel en status 1.4 Werkwijze

2 Bouwstenen

5

11 11 12 14 14

15

2.1 Algemene typering 2.2 Dynamiek en ontwikkelingen 2.3 De vroege bedijkingen 2.4 Dijken en waterlopen 2.5 Het agrarische landschap 2.6 Verdwenen wegen 2.7 Bijzondere objecten 2.8 Lotgevallen van moza誰eklandschap 2.9 Erf en openbare weg 2.10 Donkere daken, witte muren 2.11 Ontwerp opgave

15 16 18 20 22 26 28 30 34 36 38

7 H + N + S '08

3 structuurbeeld groen-blauw

39

3.1 Introductie 3.2 De voorwende 3.3 Toegangslanen 3.4 Bosaanleg in landgoederenzone 3.5 Het kwelpad 3.6 Bosaanleg in kwelzone 3.7 Het netwerk 3.8 Opwaardering wegbeplantingen 3.9 Inrichtingskosten 3.10 Relatie met LOP

40

4 Realisatiestrategie

5

42 48 50 52 54 56 58 64 65

67

4.1 Nieuwbouw locaties als kostendrager voor het structuurbeeld 4.2 Bebouwing in het netwerklandgoed 4.3 Landgoed en landhuis 4.4 Kwelgoed en woonhuis 4.5 Lintgoed 4.6 Ontwikkeling in de tijd

67

Hoe verder? 8 Strategische keuzen

70 76 82 86 94

99 99

Colofon 101 9 H + N + S '08

D

10 H + N + S '08

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

h

o

o

f

d

s

t

u

k

1 inleiding 1.1 Aanleiding Iedereen lijkt het er over eens dat het oeverwalcomplex van de Waal bij Beuningen beschouwd moet worden als een gaaf, waardevol cultuurlandschap. Maar het behoud van de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten is niet zomaar vanzelfsprekend, de veranderingsdruk op het gebied neemt toe. Dit komt enerzijds voort uit de ontwikkelingen binnen de landbouw en tuinbouw zelf (schaalvergroting, intensivering en specialisatie), maar ook uit initiatieven van particulieren die dit gebied als hoogwaardig landschappelijk woongebied hebben ontdekt en met de met de ontwikkeling van landgoederen en woonerven deze kwaliteit willen benutten.

dan gestimuleerd te worden? En als het op investeren aankomt is de gemeente er inmiddels van overtuigd dat het om een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid gaat. Om zelf niet zulke vragen op te roepen, maar juist antwoorden te kunnen formuleren, heeft de gemeente Beuningen H+N+S landschapsarchitecten de opdracht gegeven een gebiedsvisie voor het Waaloeverwalgebied te ontwikkelen. Deze wordt voorzien van een praktische realisatiestrategie en een concreet toetsingskader, zodat initiatieven van derden goed beoordeeld kunnen worden.

De gemeente Beuningen is zich bewust van deze labiele situatie en vaart als hoeder van de actuele gebiedskwaliteit de koers om in deze zone geen of slechts minimale nieuwe rode ontwikkelingen toe te laten en vooral te investeren in duurzame landschapsontwikkeling. Maar welke ontwikkelingen dienen 11 H + N + S '08

1.2 Plangebied De visie heeft betrekking op het gedeelte van de Waaloeverwal voor zover die gelegen is binnen het grondgebied van de gemeente Beuningen. Deze langgerekte zone wordt aan de noordzijde begrensd door de Waalbandijk en aan de zuidzijde door de Van Heemstraweg.

12 H + N + S '08

13 H + N + S '08

D

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

1.3 Doel en status De opdracht luidt om een samenhangende visie te ontwikkelen op basis waarvan geanticipeerd kan worden (mogelijke) veranderingswensen vanuit de Waaloeverwalzone. Deze visie zou uit moeten gaan van het behoud van de waardevolle gebiedsidentiteit en geeft invulling aan de ambitie om de mogelijkheden voor het recreatief medegebruik te versterken. Ook geeft deze visie concreet inhoud aan een van de nieuwe beleidscategorieĂŤn uit het Gelderse streekplan: ‘Zoekzone Landschapsverbetering’. De visie bestaat uit een inspirerend ruimtelijk structuurbeeld, een realisatiestrategie en een toetsingskader. De visie sluit aan op het door de gemeente vervaardigde landschapsontwikkelingsplan (LOP). Dit LOP geeft inzicht in de ontwikkelingsmogelijkheden en keuzen in het landschap voor de komende 10 tot 15 jaar. In het LOP worden op het niveau van deelgebieden doelstellingen geformuleerd. Voor de Waaloeverwal gaat het om de volgende uitgangspunten: - behouden kleinschalig samenspel van bebouwing, dorpen, boomgaarden, kleine landschapselementen en weiden in onregelmatige patronen - behouden en versterken verscheidenheid wegbeplantingen

14 H + N + S '08

- archeologische en cultuurhistorische waarden zichtbaar maken (wielen, kolken, zijkades) - zoekzone nieuwe landgoederen - ruimte bieden aan divers agrarisch gebruik met kansen voor recreatieve verbreding - ontwikkelen van een recreatief netwerk Op dit moment is nog niet duidelijk welke bestuurlijke status de gebiedsvisie Waaloeverwal uiteindelijk zal moeten krijgen.

1.4 Werkwijze Deze visie is in een aantal atelierrondes tot stand gekomen. Na een inhoudelijke voorzet van de bureaus heeft een ambtelijke begeleidingscommissie meegediscussieerd over de compleetheid en consistentie van het betoog en de beelden, en over de volgende te zetten stap. Namens de gemeente waren de heren Woutersen en Stip bij deze discussies betrokken en namens het Gelders genootschap mevrouw Kho. Na een analyse van zowel het gebied als de ontwikkelingen die er spelen wordt de opgave geformuleerd met betrekking tot de ontwikkelingsrichting van de Waaloeverwal. Deze opgave wordt vertaald in een gewenst ruimtelijk structuurbeeld, waar vervolgens een realisatiestrategie aan wordt gekoppeld.

De rapportage wordt afgesloten met een aantal aandachtspunten en suggesties over de regierol van de gemeente bij de ingang te zetten landschapsontwikkeling.

d

h

o

o

f

d

s

t

u

k

2 Bouwstenen 2.1 Algemene typering De Waaloeverwal is een bijzonder gebied dat zich duidelijk onderscheidt van haar omgeving. De oeverwal grenst aan de ene zijde aan de uiterwaarden en de rivier en aan de andere zijde aan de komgronden. Tussen deze drie landschappen bestaan grote contrasten. Het landschap van de uiterwaarden is een

Uiterwaard

sterk dynamisch landschap vanwege haar functie als waterbergingsgebied met een hoge natuurwaarde en een natuurlijk karakter. Het is een sterk lineair georganiseerd landschap, parallel aan de rivier. De komgronden zijn agrarisch en hebben een rationele rechthoekige verkaveling.

Oeverwal

Daartussen liggen de oeverwallen, van oorsprong de gebieden die het eerst bewoond werden. Een gebied met een rijkdom aan cultuurhistorische waarden. De verkaveling is kleinschalig en heeft de structuur van een moza誰ek. De fruitteelt is al decennia bepalend voor het karakter.

Kom

15 H + N + S '08

2.2 Dynamiek en ontwikkelingen Terwijl dit deel van het rivierengebied aan de vooravond van een aantal ingrijpende ruimtelijke veranderingen lijkt te staan, is het op de Waal oeverwal ogenschijnlijk rustig. Wanneer we de landschappelijke hoofdindeling van het rivierengebied (uiterwaard, oeverwal en komgronden) weer in gedachten terughalen, is het evident dat de grootste veranderingsdruk in de aangrenzende gebieden ligt. De uiterwaarden zijn de afgelopen decennia van agrarisch productiegebied steeds meer het domein van natuurbehoud en -ontwikkeling geworden. De komende jaren zal de realisatie van het project ‘Ruimte voor de Rivier’ deze trend doorzetten. Naast natuurontwikkeling zal ook het recreatief medegebruik van de uiterwaarden toenemen.

Verrommeling

16 H + N + S '08

In het gebied ten zuiden van de Van Heestraweg staan ook grote transformaties op het programma. Grootschalige ontgronding, stedelijke uitleg, en mogelijk een nieuwe glastuinbouwgebied zullen het huidige agrarische beeld doen vervagen. De Waaloeverwal wordt belangrijker als overgangszone tussen de ‘verstedelijkte’ band Beuningen, Ewijk, Winssen enerzijds en het nieuwe buitendijkse natuurlandschap anderzijds. Het gebied zal steeds meer betekenis krijgen als recreatief stedelijk uitloopgebied. Recreatieve functies zullen gaan concurreren met de bestaande landbouwbedrijven. Een belangrijke vraag hierbij is hoe deze nieuwe ontwikkelingen een kwatiteitsimpuls kunnen opleveren voor het gebied.

2.3 De vroege bedijkingen De Waaloeverwal bij Beuningen was in de vroege Middeleeuwen een onherbergzaam oord van geulen en moerassen, overblijfselen van prehistorische rivierlopen. Zo verwijst de naam Doddendaal bijvoorbeeld naar een rietlaagte. De oeverwal werd in perioden van verhoogde rivieractiviteit regelmatig overstroomd waarbij oeverwaldoorbraakkolken en –geulen ontstonden, waarvan de relicten nu nog in het landschap aangetroffen worden. Ondanks de relatief hoge ligging was er van meet af aan een noodzaak om de dorpen op de oeverwal te beschermen tegen wateroverlast vanuit de rivier. Deze wateroverlast kwam meestal vanuit de dieper gelegen kommen of van stroomopwaarts gelegen gronden. De kades die werden aangelegd om dit water te keren werden achter- en zijwendes genoemd. Op den duur werd de wateroverlast echter zo groot dat de dorpen ook beschermd moesten worden tegen overstromingen direct vanuit de rivier. De hiertoe aangelegde voorwendes zijn in feite de voorlopers van de eerste bedijking.

18 H + N + S '08

Stromenlandschap

Hoogtekaart

19 H + N + S '08

2.4 Dijken en waterlopen Rond het midden van de 13e eeuw werden de voorwendes van Winssen, Ewijk, Beuningen en Weurt met elkaar verbonden en bovendien verlegd richting de rivier. Hierdoor was in feite een grote landaanwinning gepleegd en was de huidige ligging van de dijk bepaald. De rivierwaartse verlegging van de dijk zorgde er evenwel voor dat dijkdoorbraken frequenter voorkwamen. Voor het herstellen van de doorbraken moest aan de binnendijkse kant van de dijken veelvuldig specie gewonnen worden. Dit resulteerde aan de binnenzijde van de dijk in grote stroken moerassig land die erg gevoelig zijn voor via de zandige ondergrond doordringende kwel. Om deze kwelstroom te stoppen moesten over grote afstanden kweldammen worden aangelegd. Het tussen de banddijk en de kweldam opgestuwde water zorgde voor tegendruk, waardoor de kwelstroom stagneerde.

20 H + N + S '08

21 H + N + S '08

2.5 Ontwikkeling van het agrarische landschap In de relatief smalle oeverwalstrook ingeklemd tussen de Waalbandijk en de laag gelegen moerassige komgebieden, lagen wel de beste agrarische productieomstandigheden. Bodems met voldoende drooglegging en ook een goede vruchtbaarheid legden de basis voor een sterke fruitteelttraditie in dit gebied. Rond 1900 is er een moza誰eklandschap ontstaan van hoogstamboomgaarden, akkers, weilanden, hagen en bospercelen.

22 H + N + S '08

1900

Het kaartbeeld van dit moment laat veel verandering zien maar ook nog veel overeenkomsten. Er is nog steeds sprake van een moza誰ek, zei het dat de kavel maat is toegenomen. Hoogstamboomgaarden zijn incidententen geworden, maar niet verdwenen. Daar staat tegenover dat er een fors areaal laagstamboomgaard voor terug gekomen is. Het bos areaal is ongeveer gelijk en op dezelfde plek gebleven, hetgeen betekent dat het om goed ontwikkelde loofhoutcomplexen gaat. Hagen zijn op de kaart niet direct zichtbaar maar in principe wordt elke laagstamboomgaard omzoomd door een elzenhaag.

24 H + N + S '08

2008

2.6 De verdwenen wegen De landbouwontwikkelingen tijdens de vorige eeuw hebben ook grote consequenties gehad voor het infrastructurele netwerk. Opvallend is dat er nauwelijks nieuwe tracĂŠs zijn ontstaan, wel veel transformaties: onverharde wegen worden verhard, trambaan wordt provinciale autoweg. Niet meer zichtbaar, maar wel met grote consequenties voor de huidige gebruiksperspectieven van het gebied is het opheffen van veel onverharde wegen. Te begrijpen vanuit het proces van agrarische schaalvergroting, maar zeer te betreuren vanuit de huidige ambitie om de recreatieve toegankelijkheid te vergroten.

26 H + N + S '08

2.7 Bijzondere objecten De eeuwen lange bewoningsgeschiedenis van dit gebied is direct afleesbaar aan het voorkomen van bijzondere cultuurhistorische objecten zoals monumentale boerderijen en landhuizen. Interessant is de relatie van het tracé van de voorwende (het vermoedelijke dijktracé in de 12de en 13de eeuw) met de locatie van een aantal monumentale objecten en hoogstam boomgaarden. Het nu niet meer zichtbare tracé van voorwende plaatst de zwerm van losse objecten in een keer in een logisch verband.

28 H + N + S '08

D

e

o

e

2.8 De lot gevallen van het moza誰eklandschap Al eerder is geconstateerd dat het landschap weliswaar voortdurend in ontwikkeling is, maar dat de essentie van het moza誰eklandschap tot op de dag van vandaag behouden is gebleven. De meest bijzondere ruimtelijke eigenschap van dit landschap is dat taferelen voordurend wisselen in beeld opbouw als gevolg van beweging. Het gebied wordt ontsloten via meanderende weggetjes en lanen, waar na elke bocht weer een ander perspectief op het landschap wordt geboden. Bijzondere objecten kunnen zich op heel verschillende manieren manifesteren, afhankelijk van het standpunt van de waarnemer, waardoor verschuivende beplantingsstructuren op de voor- en achtergrond steeds voor een andere enscenering zorgen. Deze parkachtige enscenering zou een belangrijk aspect moeten uitmaken van de toekomstige

30 H + N + S '08

landschapsopbouw. Een wezenlijk onderdeel hiervan is de schakeling en de maat van de kavelmodules waaruit het moza誰ek is opgebouwd. Zo blijkt de gemiddelde Beuningse kavelmaat 4,5 a 5 ha. te beslaan.

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

D

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

De Beuningse kavelmaat

31 H + N + S '08

D

Beplanting 1900

32 H + N + S '08

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

D

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

Beplanting 2008

33 H + N + S '08

2.9 Erf en openbare weg De beleving van het Beuningse mozaïeklandschap wordt ook in hoge mate bepaald door de ‘terughoudende’ plaatsing van de gebouwen is dat landschap. Zo liggen de meeste boerderijen op enige afstand van de openbare weg, is er vaak een weelderige beplanting aanwezig tussen gebouw en weg en ligt het monumentale woonhuis aan de voorkant en het bedrijfsgedeelte er achter, hetgeen een ‘rijke’ uitstraling oplevert. De oprijlaan is bijna nooit op het hoofdgebouw georiënteerd, maar schiet er langs, zodat je het erf opdraaiend altijd je blik gericht hebt op het omringende landschap. Het monumentale karakter van de gebouwen wordt wel weer onderstreept door de bijzondere toegangspoorten die vaak de grens tussen het openbare en privé-domein markeren. Het is opvallend dat zowel voor de landhuizen als voor de boerderijen dezelfde architectonische grondregels lijken te gelden.

34 H + N + S '08

2. 1.

10m

T-huisboerderij 1. Woonhuis 2. Stal

D

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

35 H + N + S '08

D

2.10 Donkere daken, witte muren Het materiaalgebruik van de gebouwen levert tot slot ook nog een belangrijke bijdrage aan het harmonische landschapsbeeld van de Waaloeverwal. Ondanks de grote diversiteit aan bouw volumes en architectonische uitwerking is er wel degelijk sprake van samenhang en orde op een iets hoger schaal niveau. Zonder dat hierover afspraken zijn vastgelegd zijn de meeste dakvlakken donker en komen veel witte muren voor. Ook is een couleur locale te herkennen. Ramen en deuren zijn donkergroen en kozijnen zijn vaak zachtgeel geverfd. Misschien is de tijd aangebroken om dat eenvoudige principe nu wel in spelregels vast te leggen.

36 H + N + S '08

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

D

2.11 Ontwerpopgave Waneer we de veranderingsdruk die op het gebied af komt confronteren met de bijzonderde eigenschappen van het gebied en de bestuurlijke ambities die zijn geformuleerd, dan tekent zich de volgende ontwerpopgave af: 1. Ontwerp een groen-blauwe ruimtelijke structuur voor dit gebied waarmee een toekomstvast en robuust ontwikkelingsperspectief wordt geboden. In feite gaat het om de ontwikkeling van de Waaloeverwal als een samenhangend superlandgoed, dat zich van z’n omgeving onderscheid door: a. eenduidigheid in de toepassing van en omgang met landschapselementen, bebouwing en infrastructuur; b. eenheid in beheer. 2. Verbeter de recreatieve toegankelijkheid en aantrekkelijkheid van het gebied door het toevoegen van een langzaamverkeersnetwerk, ingebed in een aantrekkelijke landschappelijke setting. 3. Ontwikkel een realistische strategie voor dit landschappelijke raamwerk, waar particuliere initiatieven worden beoordeeld op de bijdrage die zij kunnen leveren aan de (zelf-)realisatie van deze landschappelijke ambitie.

38 H + N + S '08

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

h

o

o

f

d

s

t

u

k

3 Structuurbeeld groen-blauw

Een eerste ideeĂŤnschets

39 H + N + S '08

D

3.1 Introductie Vanuit de ontwerpopgave om de basis te leggen voor de ontwikkeling van een superlandgoed zou gestart moeten worden met het benoemen van het groen-blauwe raamwerk voor dit gebied. Een raamwerk waarmee de ruimtelijke en infrastructurele structuur wordt vastgelegd. De buitengrenzen van het landgoed zijn duidelijk; het tracĂŠ van de Waalbandijk in het noorden en de Van Heemstede weg in het zuiden. De beide lange lijnen hebben alles te maken met de ligging van de rivier en de structurerende principes die daar aan te relateren zijn. Binnen het gebied zelf hebben we nog twee lange lijnen ontdekt die samen met de twee buitenlijnen de basisdraden van het raamwerk kunnen gaan vormen, de begrenzingslijn van de kavelzone langs de dijk en de loop van een tweetal stroomgeulen. Deze lange lijnen bepalen met elkaar de historische basis voor een gebiedszonering die uit drie parallel gelegen deelgebieden bestaat; de kwelzone, het middengebied en een landgoederenzone. Elke zone heeft specifieke gebruiksmogelijkheden en ontwikkelpotenties.

40 H + N + S '08

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

3.2 De Voorwende De dragende structuurlijn binnen de landgoederen zone wordt bepaald door de voormalige loop van de voorwende, één van de vroegste parallel aan de rivier aangelegde dijken. De loop van de voorwende is nu nog deels in het huidige landschap terug te vinden door het tracéverloop van een aantal watergangen. De eerste stap in de ontwikkeling van het raamwerk wordt gezet met de aanleg van de voorwende als een doorgaande waterstructuurlijn. De waterloop wordt verbreed met een natuuroever en uitgebreid zodat er in de huidige en toekomstige behoefde om extra waterberging in dit gebied te creëren, ruim kan worden voorzien. Langs de noordelijke oever wordt een doorgaand wandelpad aangelegd, begeleid door een haag. De start situatie rond de Voorwende is niet eenduidig, er is eigenlijk sprake van drie typen uitgangssituaties: 1 start vanuit van een A watergang met een breedte van 14 meter 2 start vanuit van een B watergang met een breedte van 7 meter 3 start vanuit een situatie zonder watergang Deze 3 uitgangssituaties zijn op de kaart aangegeven. Het voorkeursprofiel voor de nieuwe Voorwende, met een breedte van 16 meter, vraagt in alle gevallen om extra grondaankoop. Daarom is, voor gevallen waarbij het onmogelijk is om ter plaatse grond aan te kopen, naast het voorkeursprofiel een terugvaloptie aangeven die overeenkomt met het huidige basisprofiel van een A watergang. In die situaties waar juist makkelijk grond kan worden verworven, wordt een royale uitwerking van de Voorwendezone voorgesteld, met een breedte van 25 meter.

42 H + N + S '08

D

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

Voorkeursprofiel: Watergang A met natuurlijke oever op het voormalige schouwpad en wandelpad met haag op de andere oever, breedte 16 meter

46 H + N + S '08

e

d

2.00 14.00

Terugval optie: Watergang A met eenzijdig wandelpad op schouwpad en extra haag, breedte 14 meter

Extra inspanning: Watergang A met natuurlijke oever en wandelpad met haag op de andere oever, totale breedte 25 meter

47 H + N + S '08

3.3 Toegangslanen Om de Voorwende als nieuwe ecologische en recreatieve verbinding vanuit het stedelijk gebied ook goed te kunnen bereiken, worden een aantal lanen aangelegd tussen de Van Heemstraweg en de Voorwende. Deze lanen krijgen de allure van de oprijlaan naar kasteel Doddendaal. De ligging van de lanen word bepaald door de aansluiting op de stedelijke groenstructuur van Beuningen en Winssen en de mogelijkheden om tussen de agrarische kavels een smalle strook grond te kunnen verwerven.

Laan tussen van Heemstraweg en voorwende 12.50 meter

3.4 Bosaanleg in landgoederenzone De basis voor het moza誰eklandschap wordt gelegd door de afwisseling van beplante en open percelen. De huidige beplantingsstructuur leunt sterk op de fruitpercelen in het gebied. Het lijkt verstandig om naast fruit en hagen ook te investeren in de ontwikkeling van duurzame loofhoutbos percelen. In relatie met de voorwende is er in dit gebied een duidelijke voorkeurszone aan te geven waarbinnen bosaanleg tot verrijking van het landschapsbeeld zal leiden, en wel de strook gelegen tussen de beide voormalige stroomgeulen in de landgoederenzone. Het is zeer gewenst om de bossen aan te laten sluiten op de toegangslanen, waarmee de recreatieve routes alleen maar interessanter worden. De groeiplaatsomstandigheden zijn ideaal om voedselrijke loofhoutbossen tot ontwikkeling te laten komen met op termijn een rijke ondergroei van heesters, struiken en allerlei bolgewassen (Stinseplanten).

3.5 Het kwelpad De tweede lange lijn van het raamwerk wordt bepaald door de denkbeeldige verbindingslijn tussen de huidige en voormalige kwelkade in het gebied. Door over deze verbindingslijn een recreatieve route aan te leggen wordt ook weer een bijdrage geleverd aan de leesbaarheid van de landschapsgeschiedenis van dit gebied.

berm gemaaid

extensief maairegiem

berm intensief gemaaid voetpad

Voetpad op kwelkade

berm gemaaid

ongemaaid

berm gemaaid

3.6 Bosaanleg in kwelzone De zone tussen bandijk en kwelpad is de tweede prioritaire strook die voor bosaanleg in aanmerking komt. Hoewel van oudsher hier al de meeste bossen voorkwamen is enige verdichting wenselijk. Het gaat in deze lager gelegen en ook relatief nattere zone om een ander bostype dan rond de voorwende. Dit is de groeiplaats van het wilgen-populierenbos.

3.7 Het netwerk Met de inrichting van de landgoederenzone en kwelzone zijn de beide flanken van het gebied ontsloten, maar het is nog steeds geen raamwerk. Om dit voor elkaar te krijgen zullen er een aantal verbindingslijnen moeten worden aangelegd tussen de beide dragers. Deze verbindingslijnen moeten zowel goed aansluiten op de bosgebieden van de landgoederenzone als ook op de bandijk zelf. Afhankelijk van de verkavelingsituatie stellen wij voor om op een zevental locaties zo’n verbindingslijn letterlijk aan te leggen met de realisatie van een wandelpad, in het tussengebied begeleid door een haag, in de kwelzone ‘kaal’ door het agrarisch gebied. Op deze manier ontstaat een losliggend padennetwerk dat de stedelijke gebieden met de uiterwaarden verbindt, maar ook een groot scala aan ‘rondjes’ oplevert door het Waaloeverwal landgoed.

Vrijliggend pad 3.20 meter

Vrijliggend pad met haag 6.20 meter

3.8 Opwaardering wegbeplantingen Om de allure van het Waaloeverwal landgoed te onderstrepen is het erg gewenst dat de beplantingen langs de bestaande wegen ook een extra impuls krijgen. De Van Heemstraweg zou consequent als tweezijdig beplante laan moeten worden uitgevoerd. Voor de verbindingswegen geldt juist dat ze consequent eenzijdig beplant zouden moeten worden. Op de kaart is te zien waar de komende jaren beplantingsactiviteiten voorzien worden.

58 H + N + S '08

59

D

Oeverwal met eenzijdig boombeplanting

60 H + N + S '08

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

Principe profiel met twee vrijliggende fietspaden achter bomenrij van Heemstraweg

D

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

61 H + N + S '08

D

Groen-Blauw structuurbeeld

62 H + N + S '08

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

D

3.9 Inrichtingskosten Op basis van het structuurbeeld zijn de inrichtingsconsequenties van deze ambitie in beeld te brengen. Eerst zijn op basis van de voor gestelde principeprofielen eenheidsprijzen bepaald voor de grond verwerving en inrichtingskosten. Vervolgens zijn de totalen aan meters, hectares en kuubs berekend die daarna weer aan de eenheidsprijzen zijn gekoppeld. In het schema zijn de belangrijkste onderdelen van het totale investeringsvolume opgenomen. Zonder rekening te houden met beheersconsequenties en volgende rondes van planuitwerking bedragen de ‘kale’ inrichtingskosten van dit raamwerk circa € 9.000.000,- (zie schema 1). De extra kosten voor de aankoop van bermen langs de openbare weg zijn niet in deze berekening opgenomen.

64 H + N + S '08

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

Schema 1: investeringen groen-blauwe structuur Aankoop gronden: Bos boomgaard paden water totaal aankoop:

€ 1.520.000 € 1.280.000 € 341.580 € 321.426 € 3.463.006

Inrichting: (aanleg van:) landgoederen (hoogstam)boomgaarden bos dijkzone oprijlanen enkelvoudig pad pad met haag pad op kwelkade waterlopen aanvullende wegbeplanting

€ 267.000 € 3.560.000 € 36.000 € 300.200 € 186.390 € 274.500 € 33.600 € 118.600 € 761.200

totaal inrichting:

€ 5.537.490

totaal investeringen:

€ 9.000.496

afgerond:

€ 9.000.000,-

d

D

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

3.10 Relatie met LOP Binnen de gemeentelijke begroting zijn budgetten beschikbaar voor landschappelijke investeringen in het buitengebied, en dus ook voor de Waaloeverwalzone. Deze investeringen zijn concreet vastgelegd in het uitvoeringsplan van het LOP (landschapsontwikkelingsplan). Naast de gemeentelijke budgetten zijn de verschillende projecten voor een groot gedeelte afhankelijk van subsidies van derden. Er zijn verschillende projecten, die nu in het kader van het LOP worden opgestart, waarvoor deze visie consequenties zou moeten hebben. Het gaat hierbij om de volgende projecten: - - - - - - - - -

Agrarisch Ontwikkelingsplan Duurzaam Beheer Landschap Plattelandsrekening Wegbeplantingsplannen Ommetjes Rond de Kernen Hoogstamfruitbrigade Recreatieve verbindingen Nijmegen Toeristisch Recreatief Archeologisch Project Cultuurhistorisch Landschapsbeheer

65 H + N + S '08

h

o

o

f

d

s

t

u

k

4 Realisatiestrategie 4.1 Nieuwbouw locaties als kostendrager voor het structuurbeeld Wij denken dat er in het vorige hoofdstuk een realistisch voorstel is gedaan voor de toekomstige groen-blauwe structuur van de Waaloever. Dit voorstel wordt pas echt realistisch wanneer niet alleen het investeringsniveau van het plan kan worden berekend, maar er ook een sluitend financieringsvoorstel bij wordt gevoegd. In dit hoofdstuk werken we het idee uit van een nieuwe coalitie tussen private initiatieven in relatie tot het gepresenteerde structuurbeeld. Private initiatieven die veranderingen van bestaande bouwvolumes in het gebied voorstaan, dan wel aanvullende nieuwe bebouwing willen realiseren met een bijzondere maatschappelijke betekenis.

Wij hebben de financieringsvraag als volgt geformuleerd: kun je via private initiatieven de realisatie van het groen-blauwe raamwerk financieren en wat is de prijs die daarvoor betaald moet worden. In een aantal reken- en tekenrondes is het beeld ontstaan dat met de ontwikkeling van een kleine 100 wooneenheden een sluitende exploitatie mogelijk lijkt (zie schema 2). - Een groot deel van de wooneenheden (30%) wordt gerealiseerd via de zogenaamde rood voor rood regeling, dus door herontwikkeling van bestaande agrarische erven. - 50 % van de wooneenheden wordt gerealiseerd op zo’n 11 nieuwe landgoederen. - Tot slot worden nog eens 20 woningen gerealiseerd op 8 nieuwe lintgoederen een landelijk wonen concept dat lijkt op een concreet initiatief van het innovatie netwerk om ‘knooperven’ te ontwikkelen in een deel van Twente.

67 H + N + S '08

D

Samengevat wordt voorgesteld om, via drie verschillende strategieën, maximaal 19 nieuwe erven met landgoedkarakter in dit gebied te ontwikkelen. Deze strategieën zijn goed inpasbaar in de structuur van het groenblauwe raamwerk en gaat het laadvermogen van dit gebied als landschappelijk recreatieve groenzone niet te boven. Meer wooneenheden zijn denkbaar wanneer deze worden gerealiseerd in de sfeer van rood voor rood. Eigenlijk zou het ontwikkelingsperspectief van het totale bouwvolume in deze Waaloeverwalzone bekeken moeten worden vanuit het perspectief van dit ‘superlandgoed’.

68 H + N + S '08

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

D

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

Schema 2: roodontwikkeling in de landgoedzone Herontwikkeling: 10 x lintgoed (rood voor rood)

per erf gemiddeld 3 wooneenheden:

30 wooneenheden

8 x lintgoed

per erf gemiddeld 2,5 wooneenheden:

20 wooneenheden

2 x landgoed, groot

per erf gemiddeld 9 wooneenheden:

18 wooneenheden

2 x landgoed, middel

per erf gemiddeld 6 wooneenheden:

12 wooneenheden

3 x landgoed, klein

per erf gemiddeld 3 wooneenheden:

9 wooneenheden

4 x kwelgoed

per erf 1 woooneenheid

4 wooneenheden

Nieuw:

Totaal: 19 nieuwe erven met landgoedkarakter en 10 bestaande erven herontwikkeld

93 woningen

Bestaande erven in het gebied: ca. 275

69 H + N + S '08

D

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

4.2 Bebouwing in het netwerklandgoed Architectuur en landschap

Inspiratiebronnen voor architecten

Voor het bouwen van woningen in dit prachtige maar kwetsbare oeverwallandschap zijn regels en criteria nodig om te waarborgen dat het toe te voegen bouwvolume een versterkende bijdrage aan het landschap gaat leveren. Deze regels en criteria moeten helder en verklaarbaar zijn, maar dienen ook ruimte te laten voor dialoog en verscheidenheid in de uitwerking.

Voor de uitwerking van de architectuur kan gekeken worden naar de prachtige boerderijen en erven in het gebied, maar ook naar referentiebeelden van ambachtelijke eigentijdse architectuur die subtiel en bescheiden bijdraagt aan het landschap.

Het toetsingskader voor nieuwe bebouwing is gebaseerd op een eeuwenlange traditie van landschappelijke architectuur in Nederland. We zien dat landelijke gebouwen zich op verschillende wijzen kunnen verankeren in een landschap. Bebouwing in het landschap is vaak onderdeel van het specifieke karakter en de landschappelijke identiteit. De continuĂŻteit van deze traditie van bouwen in het landschap is zeer waardevol. Traditie betekent niet dat de architectuur zich moet beperken tot historiserende kopieĂŤn, maar kent juist een doorontwikkeling in de tijd. In dit hoofdstuk worden basale regels opgesteld die moeten waarborgen dat de nieuw te bouwen volumes het landschappelijke ontwerp versterken en trouw zijn aan de bouwtradities in dit specifieke landschap. De voorbeelden die worden getoond uit het gebied dienen als inspiratie bron voor herinterpretatie. 70 H + N + S '08

Referenties uit het gebied De meest markante gebouwcomplexen in het gebied vertonen overeenkomsten in de wijze waarop het erf wordt benaderd en de kavel is gecomponeerd. Een aantal vergelijkbare architectonische karakteristieken komen steeds terug: - De gebouw(en) worden niet frontaal benaderd, maar overhoeks of via de zijkant - De toegang tot het erf wordt vaak gemarkeerd door een poort of (geornamenteerd) hek. - het dynamische silhouet van de donkere pannendaken en/of rietendaken kent lage dakgoten en geaccentueerde schoorstenen. - Er wordt vaak een combinatie van donker metselwerk en helder wit geschilderde gevels toegepast in contrastrijke composities.

1. Landhuizen zijn vaak monumentale volumes die een ordening in het landschap aanbrengen. Het type huis is van oorsprong stedelijk. Deze landshuizen komen niet voor in het oeverwallandschap.

2. Landgoederen in dit gebied zijn vaak geformaliseerde boerderijcomplexen. De pannenkappen vormen een dynamisch silhouet dat zich voegt in de bosranden.

D

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

71 H + N + S '08

D

Referenties van eigentijdse landschappelijke architectuur Voor inspiratie zijn hier een aantal referentiebeelden opgenomen van projecten die aantonen dat eigentijdse architectuur ontwikkeld kan worden op basis van traditionele landelijke gebouwvormen. De abstrahering van een bekend vormtype garandeert een verankering in het landschap. Een aantal kenmerken zijn: - Het schuine dak als expressief vlak dat het volume samenbind (vlakke daken concurreren met de horizon) - De dakgoot is ge誰ntegreerd in het dakontwerp. Deze uitwerking van de overgang van gevel naar dak vraagt om een ambachtelijke en/ of abstracte uitwerking.

72 H + N + S '08

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

D

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

73 H + N + S '08

D

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

Beeldkwaliteit Het is onwenselijk de kenmerken van de voorgaande referentiebeelden integraal in toetsingscriteria onder te brengen. Toch zijn een aantal basis randvoorwaarden te beschrijven en te illustreren, zodat er een basis is voor de toetsing. In drie verklarende schetsen worden de uitgangspunten voor de ontwikkeling van het landgoed, het lintgoed en het kwelgoed in beeld gebracht. Een aantal kenmerken lijken op elkaar, maar er zijn voldoende aanleidingen om verschillen tussen deze types aan te brengen.

1. Landgoed: dit woonensemble op een eilanderf wordt ontsloten door een poort en een oprijlaan. Het ensemble bestaat uit een hoofdvolume en bijgebouwen. Langs de oprijlaan is het mogelijk om publieksfuncties te bouwen als satelliet van het landgoed.

74 H + N + S '08

D

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

2. Lintgoed: dit tweekoppige volume kan een formele voorzijde en een informele achterzijde hebben. In de materialisering van deze volumes komt het contrast tussen de twee kanten tot uitdrukking.

3. Kwelgoed: dit bouwvolume is laag en horizontaal georganiseerd, zodat het het uitzicht vanaf de dijk niet belemmerd. Het volume nestelt zich in de (kwel-) bosrand en is in principe in naturel hout gematerialiseerd.

75 H + N + S '08

4.3 Landgoed en landhuis In de landgoederenzone is ruimte voor de ontwikkeling van een zevental landgoederen, er vanuit gaande dat de landgoederen van elkaar gescheiden zijn door agrarisch grondbezit. De landhuizen zijn altijd gesitueerd aan de voorwende en ontsloten vanaf de Van Heemstraweg. In de berekening word uitgegaan van 2 grote landgoederen van 15 ha, 2 middelgrote landgoederen van 10 ha en 3 kleine landgoederen van 5 ha. De landschappelijke spelregels voor de landgoederen zijn nauwkeurig en precies geformuleerd, zodat de verschillende landgoederen ook ‘familie’ van elkaar worden. De spelregels voor het landhuis zijn minder streng, maar de ambitie is hoog. De verschillende landhuizen zijn originele individuele ontwerpen van een hoge architectonische kwaliteit, en zijn dus nooit kopieën van elkaar. In elk ontwerp wordt ook de relatie met de landschappelijke context expliciet aan de orde gesteld.

Planopbouw

76 H + N + S '08

77 H + N + S '07

D

Spelregels landgoed

Het landhuis

- De landgoederen hebben een omvang van 5 – 20 ha en zijn te onderscheiden van hun omgeving als een duidelijk begrenste en samenhangende eenheid. - Minimaal 1/3 van het perceel bestaat uit bos of hoogstam boomgaard. De boscomplexen liggen altijd ten noorden van de Voorwende. - Het landhuis met omringende tuin ligt op een eiland in de Voorwende. Dit eiland heeft flauwe oevers, zonder kades of steigers. - Het bouwperceel wordt ontsloten vanaf de van Heemstraweg, via een oprijlaan met dubbele bomenrij en een bijzondere poort aan het begin van de oprijlaan. De oprijlaan is zijdelings gepositioneerd ten opzichte van het landhuis en is toegankelijk voor recreanten. - In de drie ontwerpschema’s voor een klein, middelgroot en groot landgoed zijn de spelregels verbeeld. - Elk landgoed levert een evenredige bijdrage aan de versterking van het blauwgroene raamwerk van de Voorwendezone. Dit kan zowel door de realisatie van bosareaal en de aanleg van lanen als door de ontwikkeling van de Voorwende zelf.

- Het landhuis kan uit een hoofdgebouw bestaan met één of twee bijgebouwen, die met elkaar een ensemble vormen. Van de bouwkavel (het eiland) is 15% bebouwd en 85% onbebouwd. - Eiland en oprijlaan zijn aan elkaar gekoppeld middels een brug. - De entrees van de bebouwing liggen aan de binnenplaatszijde. - Parkeren vindt plaats onder een afdak.

78 H + N + S '08

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

D

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

79 H + N + S '08

D

Componenten

Openbare wegen/paden Privé domein Collectief domein

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

Kengetallen landgoed minimaal 5 ha

Kengetallen landgoed minimaal 10 ha

Blauwgroen raamwerk - laan, water, haag en pad - hoogstam boomgaard

30% 50% 50%

Blauwgroen raamwerk - laan, water, haag en pad - bos en hoogstam boomgaard

Agrarisch - grasland en akkerbouw - laagstam boomgaard

60% 50-60% 40-50%

Agrarisch 20% - grasland, akkerbouw en laagstam boomgaard 100%

70% 20% 80%

Water Laagstam boomgaard Hoogstam boomgaard Bos Gras of Akkerland

Erf 10% - bebouwd 15% gemiddeld 3 wooneenheden (minmaal 2, maximaal 4) a 1.250 m3 = totaal 3.750 m3 - onbebouwd 85% (collectieve tuin, pad en binnenplaats)

Haag Poort met Hek Zijdelingse ontsluiting Oprijlaan

Privé Woongebouwen Collectieve gebouwen

80 H + N + S '08

Erf - bebouwd gemiddeld 6 wooneenheden (minimaal 5, maximaal 7) a 1.250 m3 = totaal maximaal 7.500 m3 - onbebouwd collectieve tuin, pad en binnenplaats privétuinen

10% 15%

85% 50% 50%

D

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

Kengetallen landgoed minimaal 15 ha Blauwgroen raamwerk 40% - laan, water, haag en pad 30% - bos en hoogstam boomgaard 70% Agrarisch 50% - grasland en akkerbouw 50% - laagstam boomgaard en/of boomkwekerij 50% Erf 10% - bebouwd 15% gemiddeld 9 wooneenheden (minimaal 8, maximaal 10) a 1.250 m3 = totaal maximaal 11.250 m3 - onbebouwd 85% collectieve tuin, pad en binnenplaats 50% privĂŠtuinen 50%

81 H + N + S '08

D

4.4 Kwelgoed en woonhuis Tussen de Waaldijk en het kwelpad zien we ontwikkelruimte voor vier ‘kwelgoederen’. De kern van het kwelgoed wordt gevormd door een rijk, vochtig loofhoutbos van minimaal 5 ha. Het bos grenst altijd aan zowel de Waaldijk en het kwelpad. Het woonhuis voegt zich in het bos en heeft geen onderscheidbare privétuin. De architectuur is altijd ‘bijzonder’ en nooit historiserend. Het is voorstelbaar dat de woning boven de dijk uit kan kijken. Het maximale bouwvolume beslaat 1.250 m3 voor 1 wooneenheid. Realisatievoorwaarde is dat een evenredige bijdrage wordt geleverd aan de realisatie van het groenblauwe raamwerk.

82 H + N + S '08

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

D

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

83 H + N + S '08

D

Kwelgoed Componenten

Openbare wegen/paden PrivĂŠ domein Collectief domein Water Laagstam boomgaard Hoogstam boomgaard Bos Gras of Akkerland Haag Poort met Hek Zijdelingse ontsluiting Oprijlaan

PrivĂŠ Woongebouwen Collectieve gebouwen

84 H + N + S '08

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

jk

e

Di

D

Kwel bos

85 H + N + S '08

4.5 Lintgoed In het middengebied verzorgen 18 lintgoederen de verbinding tussen de landgoederen zone en de dijk. Lintgoederen zijn eigenlijk erven met burgerbebouwing die via het wandelpaden netwerk met elkaar verbonden zijn. Lintgoederen kunnen ontstaan door de herontwikkeling van een bestaand agrarische bedrijf of door nieuwvestiging op een bijzondere locatie in het middengebied, waardoor de sluiting van een deel van het padennetwerk kan worden gerealiseerd. Nieuwe lintgoederen kunnen ontstaan op plekken waar anders geen paden gemaakt kunnen worden.

indicatief indicatief Planopbouw

86 H + N + S '08

D

Elk lintgoed levert dus een evenredige bijdrage aan inrichting en sluiting van het wandelpadennetwerk. Voor nieuwbouwlocaties ligt de ambitie op de ontwikkeling van 2 tot 3 km ingericht pad. De bijdrage kan in natura geleverd worden dan wel als een financiĂŤle investering in een gemeenschappelijk realisatiefonds. Het lintgoed erf, waarop 2 a 3 wooneenheden kunnen worden gebouwd, ligt als een groen eiland in het agrarisch gebied. Het erf is altijd omgeven door een haag en er wordt een hoogstamboomgaard aangeplant. Een monumentale toegangspoort vormt de ontsluiting met de openbare weg. De oprit is zijdelings georiĂŤnteerd ten opzichte van het bouwvolume.

88 H + N + S '08

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

D

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

89 H + N + S '08

D

Lintgoed Componenten

Openbare wegen/paden PrivĂŠ domein Collectief domein Water Laagstam boomgaard Hoogstam boomgaard Bos Gras of Akkerland Haag Poort met Hek Zijdelingse ontsluiting Oprijlaan

PrivĂŠ Woongebouwen Collectieve gebouwen

90 H + N + S '08

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

D

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

12

7.5

12

7.5 40

7.5

7.5

12

500 m2

Kengetallen lintgoed

12 500 m2

45

Blauwgroen raamwerk: bijdrage aan, dan wel realisatie van, 2 tot 3 km padlengte in de lintzone. Erf: 0,25 – 0,5 ha - bebouwd maximaal 30% 2 a 3 wooneenheden a 1.000 m3 = totaal maximaal 3.000 m3 - onbebouwd 70% collectieve tuin, hoogstamboomgaard, binnenplaats en pad 70% privÊtuinen 30%

91 H + N + S '08

D

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

Componenten

Openbare wegen/paden 26 14

24

PrivĂŠ domein

38

Collectief domein Water

7.5

12

Laagstam boomgaard Hoogstam boomgaard

Woonerf

Rood voor R

Bos Gras of Akkerland Haag Poort met Hek Zijdelingse ontsluiting Oprijlaan

PrivĂŠ Woongebouwen Collectieve gebouwen

92 H + N + S '08

Boerenerf

Lintgoed, indicatieve uitwerking rood voor rood

D

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

Indicatieve relatie Lintgoederf met paden netwerk

e

d

93 H + N + S '08

D

4.6 Ontwikkeling in de tijd Als voorbeelduitwerking is voor een representatief deelgebied aan de hand van een serie kaartbeelden een voorstelbaar ontwikkelingsbeeld geschetst voor de Waaloeverwal. Voorstelbaar wanneer de spelregels die in de vorige hoofdstukken zijn geschetst de komende 10 jaar consequent worden toegepast. T0 laat de huidige situatie zien. In zes stappen ontstaat er een geheel nieuw landschapsbeeld dat iets laat zien van de beloofde kwaliteiten van het Waaloeverwal landgoed.

94 H + N + S '08

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

T0

o

e

d

D

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

T1

T2

95 H + N + S '08

D

T3

96 H + N + S '08

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

T4

D

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

T5

T6

97 H + N + S '08

h

o

o

f

d

s

t

u

k

5 Hoe verder? 8 strategische kwesties Deze studie is tot op heden in een kleine kring bediscussieerd met als voorlopige conclusie dat het verhaal interessante ideeën poneert voor de ruimtelijke ontwikkelingen in dit deelgebied van de gemeente Beuningen. Maar ook ideeën die vergaande consequenties kunnen hebben voor de ruimtelijke ordening van dit gebied. Zo moeten deze ideeën in ieder geval betrokken worden bij de discussie over het bestemmingsplan buitengebied en lijkt het goed de verhaallijn zowel intern als bij een aantal betrokken partijen uitgebreider te testen. Daarom lijkt het goed om in eerste instantie binnenshuis globaal de balans op te maken of dit verhaal naar buiten kan om het vervolgens in een klankbordgroep met een aantal direct betrokken partijen te testen. Als voorzet voor de discussie een aantal strategische kwesties:

1. Het blauwgroene raamwerk speelt een centrale rol in het ontwikkelingsperspectief van dit gebied. Met dit raamwerk vult de gemeente concreet de discussie in over de balans tussen behoud en ontwikkeling van dit gebied. Wanneer deze balans ook door de gesprekspartners van de gemeente wordt onderschreven, moet het raamwerk vervolgens verankerd worden in het nieuwe bestemmingsplan buitengebied. Voorgesteld wordt om onderscheid te maken in twee categorieën van het raamwerk: a. Lijnen en eenheden die exact topografisch te duiden zijn en bij voorrang ontwikkeld moeten worden: de ruggengraat van het raamwerk wordt gevormd door de Voorwende en het kwelpad. b. Delen van het netwerk die flexibeler benaderd kunnen worden.

2. De realisatiestrategie van het raamwerk zet in op een wezenlijke rol voor en inbreng van private projecten. Voorwaarde voor een succesvolle realisatie is dat alle betrokken publieke partijen met elkaar (één loket) de spelregels vastleggen voor de private realisatie. 3. Bij (deels) private ontwikkeling van het raamwerk dient de gemeente zich te bezinnen op haar eigen rol: - waar stimuleren en initiatieven nemen? - waar voorinvesteren? - waar coachen? - waar toetsen? 4. Het lijkt wenselijk om de verschillende aspecten van deze regierol vast te leggen in het nieuwe bestemmingsplan, waarbij ook de mogelijkheden die de nieuwe grondexploitatie wet biedt goed benut dienen te worden.

99 H + N + S '08

D

5. Bij alle planuitwerkingen die consequenties hebben voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied, speelt de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit een rol. Voorgesteld wordt om een supervisor aan te stellen die een begeleidende rol heeft bij de planontwikkeling van verschillende initiatiefnemers die een deel van het raamwerk willen realiseren. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit toetst vervolgens de ingediende planvoorstellen. 6. Leg vast hoe de gemeentelijke regierol op de meer flexibele invulling van het raamwerk gestalte dient te krijgen (afspraken over eigendom en toegankelijkheid). 7. Organiseer een duurzame uitvoerings- en beheersorganisatie (fondsvorming V.V.E., etc.). 8. In het plan zitten een aantal innovaties met betrekking tot gebiedsontwikkeling en landelijk wonen. Overweeg om van dit project een pilot te maken zodat ook tegelijkertijd provinciaal- en eventueel rijkscommittent kan worden georganiseerd.

100 H + N + S '08

e

o

e

v

e

r

w

a

l

a

l

s

l

a

n

d

g

o

e

d

Colofon De studie 'De oeverwal als landgoed, gebiedsvisie Waaloeverwal ten behoeve van landschapsverbetering' is in opdracht van de gemeente Beuningen opgesteld door H+N+S Landschapsarchitecten in samenwerking met Franz Ziegler bureau voor architectuur en stedebouw en BBN adviseurs voor gebouwen en gebieden. H+N+S Landschapsarchitecten Lodewijk van Nieuwenhuijze (supervisie) Ria Aarnink (projectleider tot 25 september 2007) Jutta Raith (senior ontwerper) Jaantje van Rooijen (ontwerp) Jasper Hugtenburg (ontwerp) Franz Ziegler bureau voor architectuur en stedebouw Franz Ziegler (supervisie) Teake Bouma (ontwerp) BBN adviseurs voor gebouwen en gebieden Paul Jorna (supervisie exploitatie) Anton den Engelse (calculaties) Vormgeving en lay-out H+N+S Landschapsarchitecten Foto's en afbeeldingen H+N+S Landschapsarchitecten Franz Ziegler bureau voor architectuur en stedebouw

Utrecht, september 2008 Š H+N+S (2008) Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en / of openbaar gemaakt mits de bron wordt vermeld.

101 H + N + S '08


De Oeverwal als langgoed