Issuu on Google+

Schoolgids CBS De Meene Daltonschool 2013-2014

Frans Halsstraat 25 7021 DL Zelhem. Site: www.cbsdemeene.nl Mail:info@cbsdemeene.nl Telefoon: 0314 – 622002


Inhoudsopgave

Een woord vooraf

2

Hoofdstuk 1:

De school

3

Hoofdstuk 2:

Het schoolconcept

5

Hoofdstuk 3:

Kwaliteit en zorg

11

Hoofdstuk 4:

Ouders en de Meene school.

22

Hoofdstuk 5:

Praktische informatie

27

Hoofdstuk 6:

Inschrijving van leerlingen

38

Hoofdstuk 7:

Namen en adressen

39

1


Een woord vooraf. Voor u ligt de informatiegids, “Meene-Echo”, 2012 – 2014 van de Meene School in Zelhem. De Meene School is een onderdeel van Scholengroep GelderVeste. Met deze gids willen we u graag informeren over onze school. Graag willen wij deze kennismaking voort zetten op schoolavonden, huisbezoeken of een informatief schoolbezoek. Voor de ouders die al kinderen bij ons op school hebben, geeft deze gids een beknopt overzicht van alles wat er in en rondom de school plaatsvindt. De Meene School is een Daltonschool. Wat het Daltononderwijs inhoudt, leest u in de bijgevoegde Reader. We werken er hard aan om goed onderwijs te verzorgen voor onze kinderen. “Goed onderwijs” houdt in dat er een stevige basis gelegd wordt waarop de kinderen kunnen bouwen aan hun verdere ontwikkeling in hun groei naar volwassenheid. Door deze gids te lezen kunt u kennis nemen van de eigen sfeer en het karakter van onze school. Onze school hanteert de kernwaarden van Dalton: Vrijheid/Verantwoordelijkheid, Samenwerken en Zelfstandigheid. Naast deze gids verschijnt elk jaar een “Meene-kalender” waarin alle activiteiten vermeld staan door het hele jaar heen: vakanties, studiedagen, zwem- en gymroosters enz. Ook verschijnt er om de veertien dagen een “Meenedelingenbrief” met daarin de actuele gebeurtenissen en wetenswaardigheden. Deze schoolgids is er voor u. Door deze gids te lezen komt u veel te weten over onze school. Over hoe we werken en wat onze visie en missie is. Het gaat erom dat uw kind op een school terecht komt, of al zit, waar het zich het beste thuis voelt en waar het zich optimaal kan ontwikkelen. Misschien dat u, na het lezen van deze gids, het gevoel heeft dat onze school de school is voor uw kind. We nodigen u dan van harte uit om onze school eens te komen bezoeken. Dan kunt u de sfeer proeven en kennis maken met de leerkrachten van de school. Namens het team van de Meene school Els Groot Roessink Onderwijskundig leider.

2


1.De school. 1.1 De naam van de school. De school is een voortzetting van een school die in 1931 in de buurtschap “De Meene”, ten oosten van het dorp Zelhem werd gesticht. Dat de school dezelfde naam heeft gehouden, is het gevolg van een bewuste keuze. De naam betekent iets. De naam van de buurtschap “De Meene” herinnert aan vroeger tijden. Buiten het dorp lag grond die gemeenschappelijk gebruikt werd. Bewoners van het dorp hadden het recht om op deze “Meenegronden” ( vaak ook Markegronden genoemd) vee te mogen inscharen, hooi te winnen, plaggen te steken, turf te graven of hout te halen. Gemeenschappelijk bezit en dus gemeenschappelijk werkterrein is ook op deze school “De Meene” van toepassing. 1.2 Stichting GelderVeste. Basisschool “ De Meene” is een christelijke school. Onze school maakt deel uit van Scholengroep GelderVeste. Scholengroep GelderVeste bestaat uit 20 op christelijk grondslag gefundeerde basisscholen in Oost-Gelderland. De scholen zijn gevestigd in de gemeentes Berkelland, Bronckhorst, Brummen, Doetinchem, Lochem en Zutphen. 275 leerkrachten en ander personeel zorgen ervoor dat 3000 leerlingen dagelijks les krijgen. Scholengroep GelderVeste heeft open christelijke scholen. Alle kinderen zijn welkom en alle kinderen krijgen op school kennis van de achtergrond van de christelijke traditie en verhalen, waarop de cultuur van ons land gebouwd is. Het onderwijs op de scholen is erop gericht het beste uit ieder kind te halen. Op de GelderVeste scholen streven we naar de ontwikkeling van kinderen tot sterke, zelfstandige en sociale jonge mensen die hun eigen talenten hebben leren ontdekken. De scholen variëren in grootte van 40 tot ruim 400 leerlingen. Sommige GelderVeste-scholen liggen idyllisch in het Achterhoeks landschap, andere scholen zijn stevig verankerd in een stadswijk. Samen vormen de scholen een sterk geheel met eenheid van beleid op het gebied van onderwijskwaliteit, veiligheid, personeel, financiën en medezeggenschap. Verder laten we de verscheidenheid bloeien; elke school bepaalt het eigen onderwijskundig beleid dat past bij de omgeving van de school en bij de ouders die hun kinderen naar de school laten gaan. Elke school maakt zijn eigen pedagogische en didactische keuzen en de invulling van het leerlingenzorgbeleid. De kracht van een Scholengroep met de omvang van GelderVeste is dat kosten en kennis makkelijk gedeeld kunnen worden. Verder geeft het meer mogelijkheden voor investeringen, het professionaliseren van het personeel en voor mobiliteit van personeel tussen de scholen. Alles met het doel personeel vitaal te houden voor zijn of haar taak. De efficiency zorgt er ook voor dat het grootste deel van het geld dat het ministerie beschikbaar stelt ten goede komt aan het onderwijs in de klas.

3


De eindverantwoordelijkheid voor de scholen die bij GelderVeste zijn aangesloten ligt bij het College van Bestuur (CvB). De schoolleiding legt verantwoording af aan het CvB op het terrein van onderwijskwaliteit, personeel en financiën. Het CvB legt verantwoording of aan een Raad van Toezicht en de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR). Die gezonde spanning zorgt ervoor dat we met ons allen de juiste keuzes blijven maken. Vanaf het schooljaar 2012-2013 heeft elke school een onderwijskundig leider in plaats van een directeur. De onderwijskundig leider zorgt er met het team van leerkrachten voor dat de contacten met de ouders goed zijn, er goed onderwijs wordt gegeven en dat voor ouders helder is waar de school voor staat. Financiën, beheer van het gebouw, contacten met gemeente en andere instanties liggen bij een clusterdirecteur. Deze directeur doet dat voor 5-9 scholen. De clusterdirecteur is er ook voor verantwoordelijk dat kennis en kunde maximaal gedeeld wordt. 1.3 Situering. De school ligt in de wijk “Schildersoord”, vlakbij het centrum van Zelhem. De school is goed bereikbaar per fiets en auto. Veel kinderen in de omliggende wijken en uit het buitengebied bezoeken onze school. Het gebouw telt 9 lokalen. Verder beschikt de school over een ruime gemeenschapsruimte waar veel activiteiten gehouden worden zoals creatieve activiteiten en vieringen. Ook biedt de ruimte gelegenheid voor werkplekken. Daarnaast zijn er nog ruimtes voor de directie, de intern begeleider, de ICTer en het personeel. Rondom de school is een ruime speelplaats met verschillende speeltoestellen. Er is een verdeling van het speelplein gemaakt. De groepen 1 tot en met 3 spelen op het kleine plein, de groepen 4 tot en met 8 spelen op het grote plein. Voor de gymnastieklessen kunnen we beschikken over de sporthal “ de Pol”, die naast de school ligt. Alle groepen, ook de groepen 1 en 2, maken hier gebruik van. De zwemlessen worden gegeven in zwembad “de Brink” op ongeveer 10 minuten lopen verwijderd van school. De Meene School is één van de drie scholen in Zelhem. Er zijn 2 christelijke scholen en 1 openbare school. Er is een goede onderlinge samenwerking. 1.4 De schoolgrootte. De school wordt momenteel bezocht door 180 leerlingen. De laatste jaren is er een lichte groei merkbaar. De gemiddelde groepsgrootte is ongeveer 24 leerlingen. Vanuit de formatie wordt er gewerkt met 8 groepen. Het team bestaat uit 14 leerkrachten. Hiervan werken er 2 fulltime en de andere leerkrachten werken parttime.

4


2. Het schoolconcept. 2.1 De missie van de school. Op de Meene School wordt als missie gebruikt:

“ ’t Is Meene’s op de Meeneschool”. Dat betekent dat we doen wat we zeggen. We streven naar een veilig schoolklimaat waardoor het leren bevorderd wordt. Leeractiviteiten zien wij als specifieke taak van de school. Daarbij wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met verschillen tussen kinderen in aanleg, tempo, leerstijl en motivatie.

2.2 De identiteit. De Meene School is een protestants christelijke basisschool die openstaat voor en werkt met kinderen van alle gezindten. De identiteit van onze school vindt zijn oorsprong in het geloof in God en in de bijbel. De bijbel, Jezus Christus is onze inspiratiebron. We proberen met elkaar een sfeer te scheppen, waarin begrip voor elkaar en rekening houden met elkaar centraal staat. We willen ons inzetten om kinderen in aanraking te brengen met de Bijbelse boodschap en hen daarmee leren om anderen in de samenleving tegemoet te treden. Zo willen we ruimte bieden aan ieder individu. Er is ruimte en respect voor ieders inbreng. We openen iedere dag met een Bijbelverhaal, een lied en een gebed. Hierbij maken wij gebruik van een vastgesteld rooster in de methode “Trefwoord”. Een moderne methode waarin steeds wordt geprobeerd een relatie te leggen met de actualiteit.

Het ontstaan van het Daltononderwijs. 2.3 Het Dalton onderwijs (Helen Parkhurst) Helen Parkhurst werd geboren op 3 januari 1887 in Durand, Wisconsin. Van 1905 tot 1913 werkte zij op verschillende lagere scholen, maar in het jaar 1907 kreeg zij pas haar lesbevoegdheid. In 1910 en 1911 werkte ze op school in Tacoma. In deze jaren werkte ze haar ideeën uit over het moderniseren van het onderwijs ‘laboratory plan’. Dit plan was bedoeld om de leerlingen al experimenterend te laten leren, veel te laten samenwerken en waar de oudere leerlingen de jongeren les geven. In 1914 gaat Helen naar Rome om een training te volgen bij Maria Montessori. In 1915 gaat Maria naar Californië, Helen wordt daar haar assistente. Tot 1918 was ze de vertegenwoordiger van Maria Montessori, Helen zette een Montessori school op, maar maakte zich gedeeltelijk los om haar eigen weg te kunnen gaan. In 1919 is Helen haar eigen ideeën in praktijk gaan brengen op een school voor lichamelijk gehandicapte jongens. In 1920 is ze gevraagd om haar methode ook in te voeren in de Highschool voor jongens en meisjes in het stadje Dalton, omdat haar methode zo goed uitpakte. De school heette Dalton Laboratory Plan. In 1920 verscheen een artikel over haar plan. In Engeland waren ze ook erg enthousiast, maar het woord ‘laboratory’ riep misverstanden op. Helen heeft haar plan toen het

5


Dalton Plan genoemd. Hierna heeft Helen haar eigen school “The Dalton School” opgericht. Door haar grote succes is in 1939 een tweede school opgericht in New York. In de oorlogsjaren raakte haar ideeën in het slop. Helen heeft er, in 1942, voor gekozen om haar school uit handen te geven. Het Daltonplan is toen in de Verenigde Staten niet doorgezet. Zij is nog verder gaan studeren op universiteiten in Rome en München en bij Maria Montessori. In 1943 kreeg ze de Master of Arts titel van Yale University. Haar Daltonplan was wel gewild in het Verenigd Koninkrijk, Nederland en Japan. In 1952 kwam Helen naar Nederland waar zij benoemd werd tot Officier in de Orde van OranjeNassau. In haar laatste jaren werkte Helen aan verschillende academies voor leraren als organisator alwaar zij verantwoordelijk was voor het ontwerpen van onderwijsprogramma’s. Ook maakte ze verschillende programma’s voor de radio, daarin had ze enkele interviews met kinderen. In 1973 stierf Helen Parkhurst. Ze wordt herinnerd als een van de grootste pedagogen.

Visie van de Meene School in het licht van Dalton.       

Als christelijke school geven wij dagelijks aandacht aan de godsdienstige vorming Respect hebben voor elkaar is de basis van ons onderwijs. Leren door doen is een belangrijk aspect binnen onze school. In ons onderwijs houden we rekening met de verschillen tussen leerlingen. Wij geven leerlingen zorg op maat. Leren doe je zelf, dat doet niemand anders voor je. Leren doe je van en met elkaar.

 Wij streven naar onderwijs dat betekenis heeft voor de leerlingen, de leerkrachten en de samenleving.  Wij streven er dan ook naar dat onze leerlingen veel verantwoordelijkheid krijgen om eigen keuzes te maken bij het uitzetten van hun leerweg.  Wij streven er ook naar dat onze leerlingen goed kunnen samenwerken in verschillende situaties.  Wij streven er naar dat onze leerlingen zelfstandig hun werk kunnen plannen en verwerken. Het onderwijs op onze school heeft als motto meegekregen: “ plezier op school geeft plezier in leren”.

6


De drie kernwaarden van Dalton uitgelicht. Samenwerking: Het principe van samenwerken is een uitwerking en aansluiting voor en bij het functioneren in de maatschappij. Dit betekent voor ons dat leerlingen elkaar helpen door het stellen van vragen, het samen zoeken naar een oplossing, elkaar suggesties geven en rekening houden met elkaar. Het doel is: - vergroten van het leereffect - bevorderen van de sociale ontwikkeling.

Zelfstandigheid: Zelfstandigheid daar verstaan wij onder: het naar oplossingen zoeken, actief zelfontdekkend bezig zijn en ontwikkelen van een eigen verantwoordelijkheidsgevoel (zorg dragen voor elkaar, materialen en leeromgeving) Deze manier van werken levert betere begripsvorming en denkstructuren op bij de kinderen. Op de Meene School krijgen de leerlingen hier de ruimte voor.

Vrijheid/verantwoordelijkheid: Vrijheid/verantwoordelijkheid is noodzakelijk om eigen keuzes te maken. Verantwoordelijkheid betekent, kunnen omgaan met vrijheid. Verantwoordelijk is de leerling ook door zelfstandig te kunnen werken aan zijn/haar opgedragen/gekozen taak die vermeld staat op het weektaakformulier. Vrijheid kenmerkt zich door het kiezen van een werkplek. De verantwoordelijkheid bij de leerling ligt in het gebruik van de werkplek:  houden aan de afgesproken regels  het opruimen van de werkplek  het samenwerken op de werkplek.

7


Voordelen van Daltononderwijs. -

Leerlingen, die met vrijheid en verantwoordelijkheid hebben leren omgaan, kunnen efficiënt met hun tijd omgaan. Als kinderen zelf dingen kunnen ontdekken en uitzoeken, hoeven zij minder tijd te luisteren en stil te zitten. Alle leerlingen zijn betrokken en actief bij een taak. Door een korte en effectieve instructie wordt de motivatie vergroot. De leerling leert te plannen omdat hij het werk zelf kan indelen. De leerling wordt gestimuleerd zelf initiatief te nemen. De leerling leert verantwoordelijkheid dragen. De relatie tussen leerkracht en leerling is belangrijk. Er is een relatie op basis van vertrouwen en respect. De band tussen leerlingen onderling wordt hechter doordat ze vaker op elkaar zijn aangewezen (samenwerking). Kinderen leren rekening houden met elkaar. Door het werken met de taak heeft de leerkracht meer tijd en ruimte om leerlingen met individuele problemen te helpen.

Grenzen stellen. Kinderen moeten ruimte krijgen om zich te ontplooien. Dat wil niet zeggen dat een kind alles zelf kan bepalen. Er worden wel degelijk grenzen gesteld. Zelfstandigheid en verantwoordelijkheid moeten kinderen geleerd worden in de jaren dat ze bij ons op school zitten. Kinderen wordt geleerd :  een verantwoorde keuze te maken in de volgorde van de taken.  samen te werken met andere kinderen.  de besteding en de verdeling van de tijd te organiseren.  welke hulpmiddelen of materialen ze nodig hebben.  een keuze te maken of het wel of geen instructie nodig heeft.  medeverantwoordelijk te zijn voor de eigen ontwikkeling.  verantwoordelijk te zijn voor eigen leerproces in dag- naar weektaak met de daarbij behorende reflectie.

8


2.4. Het pedagogisch klimaat. Hoe gaan wij met elkaar om? Het pedagogisch klimaat kenmerkt zich door een omgangssfeer waarbinnen iedereen, kinderen, leerkrachten en ouders, zich veilig en geborgen voelen. Leerkrachten bieden leerlingen veiligheid, liefde, waardering en respect door hen op deze manier te benaderen. De samenwerking tussen kinderen onderling en tussen kinderen en volwassenen spelen hierbij een belangrijke rol. Door te leren samenwerken, wordt de onderlinge verbondenheid groter en leert men rekening te houden met elkaar en elkaars gevoelens. Vooral het leren zich te verplaatsen in elkaars gevoelens is een belangrijk doel om te komen tot een veilig, pedagogisch klimaat. Kinderen moeten leren dat hun vrijheid eindigt, waar ze iemand anders in zijn vrijheid belemmeren. Dit kun je alleen leren als je in staat bent om je in de gevoelens en situaties van een ander te verplaatsen. Verder vinden wij belangrijk:  Intensief en open contact.  Vrijheid onder eigen verantwoordelijkheid.  Echt luisteren naar elkaar.  Goed contact met ouders.  Aandacht voor elkaar. Respect, verantwoordelijkheid en vertrouwen zorgen ervoor dat er een veilige en prettige omgeving voor alle betrokken is. Om deze manier willen we graag samenwerken met ouders, leerlingen en teamleden.

2.5.Actief Burgerschap. Wat wordt er verstaan onder “Actief Burgerschap”? De bereidheid en het vermogen om deel uit te maken van de gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren of medeverantwoordelijkheid hiervoor te nemen. Iedereen neemt actief deel aan de samenleving en ieder heeft een eigen inbreng. Ook neemt iedereen zelf verantwoordelijkheid voor de inrichting en organisatie van hun eigen leven. Dit kunnen we, ieder op eigen niveau, ook van kinderen vragen. Op school proberen we dit besef bij te brengen.

9


Waarden en normen: Waarden zijn keuzes die van belang zijn in het leven. Normen zijn afspraken in de samenleving, groepen of op school. We willen kinderen ondersteunen in hun persoonlijke waarden/normen ontwikkeling. Het streven is om kinderen een houding en vaardigheden bij te brengen die nodig zijn om als democratisch burger mee te doen. Dit is de ontwikkeling van normen die in de maatschappij gelden. Wat bedoelen we als school en wat zijn de handelingen die er bij horen?  Dit komt tot uiting in onze godsdienst/levensbeschouwelijke lessen.  We hebben dit in de schoolvisie geformuleerd waar respect voor een ieder nog eens benadrukt wordt.  We hebben daarvoor een pestprotocol opgesteld. De kinderen weten wat de leefregels zijn.  Het ligt besloten in de lesmethoden.  Het voorbeeldgedrag van leerkrachten en directie.  In ons Dalton concept staat samenwerken, elkaar uitleggen en bevragen, acceptatie van verschillen hoog in het vaandel.  Kinderen verantwoordelijkheid aanleren door het werken aan een weektaak, coöperatief leren, schoolbrede projecten.  Zorg en respect voor wat anderen toekomt; rechtvaardigheid, eerlijkheid.  Zorg voor de omgeving waarin je woont, werkt, leert en speelt.

2.6 De organisatie van de school. Samenstelling van het personeel: Op onze school werken 13 leerkrachten. Daarnaast wordt ons team versterkt met een administratieve kracht, twee conciërges en een schoolschoonmaakster. De onderwijskundig leider heeft een beperkte lesgevende taak, verder is zij belast met de complete organisatie. De Intern Begeleider (IB-er) is naast een lesgevende taak belast met de leerlingenzorg en de remedial teaching. Tevens beschikt de school over een ICTer die voor het computernetwerk zorgt. De ICTer heeft eveneens een lesgevende taak. Voor beide taken is er voor een achtervang gezorgd.

De samenstelling van de groepen: Wij streven ernaar om de groepen 3 tot en met 8 homogeen te groeperen, d.w.z. elk leerjaar in een eigen ruimte, klaslokaal. Mocht het zo zijn dat er om organisatorische redenen dit niet te realiseren is, dan zoeken we in dat geval naar de best mogelijke oplossing. We spreken van: Onderbouwgroepen: de groepen 1 tot en met 3. Middenbouwgroepen:

de groepen 4 tot en met 6.

Bovenbouwgroepen:

de groepen 7 en 8.

10


Kinderen blijven niet de hele dag in dezelfde ruimte. In ons Daltononderwijs geven wij de kinderen de ruimte om een eigen werkplek te kiezen. Het werken kan op verschillende plaatsen binnen ons gebouw. Na het geven van de instructie van de leerkracht mogen de kinderen een plek kiezen. De leerkracht loopt hulprondes en geeft leerlingen extra instructies in groepjes. Tevens houdt hij natuurlijk toezicht op de leerlingen. De leerlingen weten de afspraken/ zijn verantwoordelijk, voor het werken buiten de groep. Hoe de school het Dalton onderwijs gestalte geeft, kunt u lezen in de Reader Daltononderwijs van de Meene School. Deze Reader wordt samen met de schoolgids aan ouders overhandigd bij aanmelding van hun kind.

3. Kwaliteit en zorg. De kwaliteit van het onderwijs staat in het middelpunt van de belangstelling. Dat is een prima ontwikkeling. Ouders kiezen vaak heel bewust een goede school voor hun kind. De school probeert om het kind zoveel mogelijk bagage mee te geven. De school probeert om het maximale uit het kind te halen. Om dat te bereiken zijn er een aantal kwaliteitsindicatoren. Kwaliteit wordt niet alleen gemeten uit toetsscores. Kwaliteit kenmerkt zich ook door onze leef- en werkomgeving, de manier hoe wij met elkaar omgaan. Vandaar ons ook motto: “plezier op school geeft plezier in leren”! Kwaliteit is dus meer dan alleen de uitslagen van de toetsen. De indicatoren zijn:  Een goed gestructureerde zorgstructuur.  Een uitgebreide en duidelijke zorgstructuur voor zowel leerlingen, ouders als leerkrachten.  Een ervaren team.  Intern Begeleider( IB-er), Remedial Teacher (RT-er) en een onderwijskundig leider die goed op de hoogte is.  Methodische toetsen  Het LOVS d.w.z.: het Leerling Onderwijs Volg Systeem. Dat zijn landelijk genormeerde toetsen.  Contacten met externen: de IJsselgroep, GGD, Schoolmaatschappelijk Werk, enz.

11


3.1 Toetsen. Omdat het onderwijs pas goed bij de individuele leerling kan aansluiten als diagnoses plaatsvinden, worden de leerlingen regelmatig getoetst. We onderscheiden daar de methode gebonden toetsen en de landelijk genormeerde toetsen (CITO-LVS). De methode gebonden toetsen worden op vaste tijden en of na afloop van bepaalde onderwijsonderdelen afgenomen. Ook kan het zijn dat leerlingen geobserveerd worden. De scores/uitkomsten worden door de leerkrachten bijgehouden. Naast de diverse methode gebonden toetsen worden ook landelijk genormeerde toetsen afgenomen. Dat wil zeggen dat de resultaten vergeleken worden met het niveau dat het gemiddelde kind van dezelfde leeftijd en/of in dezelfde jaargroep heeft. Op onze school gebruiken wij ook het leerlingvolgsysteem van CITO. Door middel van deze toetsen wordt de ‘opbrengst van het leren” in een bepaalde periode in kaart gebracht. Zo heeft de school een meetmoment. Zo kunnen we goed bepalen welke kinderen op het juiste niveau zitten ( en of hoger) en welke kinderen op bepaalde onderdelen nog wat extra aandacht nodig hebben en welke kinderen in aanmerking komen een apart programma ( eigen leerlijn) of extra hulp. Die extra hulp kan ook geboden worden in nog wat extra oefenstof. De toetsen van het LVS worden afgenomen volgens een bepaald toetsrooster. Signalering door middel van toetsen is niet de enige manier om de ontwikkeling van een leerling te volgen. Observaties en leerling-besprekingen door het team zijn zeker net zo belangrijk. De uitkomsten komen in het zogenaamde leerlingvolgsysteem te staan dat wordt bijgehouden door de intern begeleider. De resultaten van de methode gebonden toetsen worden bijgehouden in een rapport. De leerling krijgt 2x per jaar een rapport. De resultaten van enkele toetsen komen ook in het rapport te staan. Deze worden door de leerkrachten tijdens de 10 – minuten – gesprekken met u besproken. U kunt dan ook zelf de score vergelijken met eerder gemaakte toetsen. Aan het eind van groep 6 en 7 wordt de Entreetoets afgenomen. Hierdoor krijgen we, als school, een goed beeld of er individueel of op groepsniveau nog extra aandacht aan bepaalde onderdelen moet worden besteed. In groep 8 wordt de CITO – Eindtoets afgenomen. De uitslag van deze toets dient een bevestiging te geven van het al eerder vastgestelde uitstroomniveau van de leerling.

De drempeltoets. Met de drempeltoets willen we graag nog een completer beeld schetsen van een kind. Die mogelijkheid vinden wij in deze toets. Deze toets wordt in november afgenomen. De drempeltoets probeert een indruk te geven van de taalvaardigheid en het redeneervermogen van de leerling. Er wordt onderscheid gemaakt tussen verbaal / theoretisch / (kennis van begrippen, zinsconstructies en betekenissen) en wiskundige/praktisch ( ruimtelijk voorstellingsvermogen, het rekenkundig redeneervermogen en het redeneervermogen met figuren).

12


Om na te gaan hoe de leerling het leren ervaart en er tegenaan kijkt, moet hij/zij vragen beantwoorden over zaken die met school en leren te maken hebben. We kunnen daaruit afleiden hoe het zit met de leermotivatie, zelfvertrouwen en het doorzettingsvermogen. Uiteindelijk ontstaat er een profiel waarbij aangegeven wordt welk schooltype voor voortgezet onderwijs bij de leerling past. We denken op deze wijze meer recht te doen aan de kinderen en naar het voortgezet onderwijs een completer beeld van onze leerlingen te kunnen schetsen.

De CITO Eindtoets. De CITO Eindtoets vormt de afsluiting van het leerlingvolgsysteem. De Eindtoets geeft ook een indicatie van de leeropbrengst van onze school. Op basis van de gegevens van het dagelijks presteren ( het rapport), de leerlingvolgsysteemtoetsen, de Entree Toets, de drempeltoets samen met de Cito toets en het advies van het team, kan de school een advies geven over het niveau wat het kind kan gaan volgen op het voortgezet onderwijs. Dit advies, een voorlopig advies, wordt altijd gegeven voordat de score bekend is van de Eindtoets. Deze score is niet altijd van doorslaggevende aard, maar speelt wel terdege mee! Ook de school krijgt een score n.l. het schoolrapport. Deze schoolscore is gebaseerd op de resultaten van alle kinderen die aan de toets hebben deelgenomen. Met deze score kun je zien hoe de school gescoord heeft ten opzichte van alle scholen die hebben deelgenomen. Deze meting is een middel voor de school om te evalueren of er bij de verschillende onderdelen een extra programma moet worden ingezet ( denk aan werkwoordspelling). Is er een grote uitval op een bepaald onderdeel in ons onderwijs, gaan wij als team bekijken of de gebruikte methode wel voldoende aan bod gekomen is of dat er een andere methode moet worden aangeschaft. Zo blijft de school actief bezig met de kwaliteit van onderwijs.

3.2. Opbrengsten en VO-advisering. Schooljaar 2009-2010 2010 - 2011 Score 534.9 534.9 Landelijk gemiddelde 534.0 534.0 De school moet voldoen aan het landelijk gemiddelde.

Uitstroom. 2011 – 2012 BB / LWOO

KB TL HAVO

13

4 leerlingen

7 leerlingen 4 leerlingen 10 leerlingen

2011 - 2012 535.0 535.0

BB is Basis beroeps onderwijs LWOO leerwegondersteunend onderwijs KB is Kaderberoepsonderwijs TL is Theoretische Leerweg HAVO is Hoger Algemeen Vormend Onderwijs


VWO

4 leerlingen

TTO AOC

0 leerlingen 1 leerling

VWO is voorgezet wetenschappelijk onderwijs TTO is Tweetalig onderwijs. Groen Lyceum

3.3. Oudergesprekken en het rapport. Als u behoefte heeft aan een gesprek, is dat altijd mogelijk( zie koffie-uurtje). Ook als wij het belangrijk vinden om u te spreken, nemen wij contact met u op. Daarnaast krijgen leerlingen 2x per jaar een rapport, in februari/maart en aan het eind van het schooljaar. In het rapport worden de vorderingen van het kind vermeld. Aan dit rapport is een 10-minuten gesprek gekoppeld. Vooraf aan dit gesprek gaat het rapport met het kind naar huis. U krijgt een uitnodiging van de leerkracht op een bepaalde avond en tijd. Er is een gezamenlijke avond waarop de broertjes en zusjes besproken worden. Voor de leerlingen er die geen broertje of zusje op school hebben, wordt een andere avond gepland. Mocht u, of de leerkracht, behoefte hebben aan een langer gesprek dan wordt er een andere afspraak gemaakt. Tijdens de 10 minuten gesprekken heeft u ook inzage in het leerlingvolgsysteem. De resultaten worden met de leerkracht besproken.

3.3.1 Informatie naar gezinnen met gescheiden ouders. Binnen onze school hebben we als team afspraken gemaakt over de informatievoorziening naar gezinnen met gescheiden ouders, zodat ouders, kinderen en andere betrokkenen weten wat zij van school in dit opzicht kunnen verwachten. Wanneer ouders scheiden, is de ouder bij wie het kind woont, het aanspreekpunt voor de school. Bij co-ouderschap maken de ouders de keuze wie het aanspreekpunt is. We gaan ervan uit dat de desbetreffende ouder de verkregen informatie doorspeelt aan de andere ouder. Overigens is dit wettelijk verplicht. Voor de leerkracht is alleen de ouder bij wie het kind woont de gesprekspartner. Natuurlijk zijn beide ouders samen van harte welkom op ouderavonden. De leerkracht zal echter niet tweemaal een ouderavondgesprek voeren n.a.v. een rapport. Wanneer er tussen beide ouders geen communicatie mogelijk is, kan met dit kenbaar maken aan de leerkracht of onderwijskundig leider van de school. Deze stuurt de andere ouder op verzoek een kopie van het rapport en desgewenst de contact-nieuwsbladen. ( die tevens op de website vermeldt staan van de school). Vragen naar aanleiding van de ontvangen informatie kunnen voorgelegd worden aan de onderwijskundig leider.

3.4 Dossier. Van iedere leerling worden gegevens bijgehouden. Het betreft hier verslagen van gesprekken over uw kind, toets-uitslagen en onderzoekgegevens. De intern begeleider beheert deze gegevens. Het dossier is vertrouwelijk, maar uiteraard voor u of een leerkracht toegankelijk.

14


3.5 Doorspreken van leerlingen. De intern begeleider coรถrdineert de zorg op de Meene School en regelt dat de zorg voor een kind, met name door de eigen leerkracht, zo optimaal mogelijk wordt uitgevoerd. De leerkracht geeft de zorg in klas. De leerkracht bespreekt regelmatig de leerlingen door van zijn of haar groep. Deze besprekingen worden vastgelegd in een verslag. Dit verslag gaan in het leerlingendossier. Leerlingen die extra zorg nodig hebben, worden, afhankelijk van de problemen, meerdere malen in het jaar besproken. Ouders worden uiteraard op de hoogte gebracht van de problemen van het kind. Als de problemen groot zijn, worden de ouders uitgenodigd om bij het gesprek aanwezig te zijn. Dan wordt er een zorgroute ingesteld. Aan het eind van een schooljaar worden de leerlingen die van leerkracht veranderen, besproken met de toekomstige leerkracht.

3.6 De begeleiding naar het voortgezet onderwijs (VO). De voorbereiding op de overgang naar het voorgezet onderwijs begint eigenlijk al in groep 7. Eind mei nemen we bij deze leerlingen de Entree Toets van CITO af. Doel hiervan is na te gaan hoe elke leerling er voorstaat en of er hier en daar wat hiaten in de kennis van de leerstof zijn ontstaan. Met deze kennis vanuit deze toets maken wij een plan van aanpak voor hoe er in groep 8 gewerkt gaat worden. Tevens wordt er aan het eind van groep 7 als de uitslag van de Entree Toets bekend is een ouderavond gehouden. Op deze avond zal de procedure rondom het advies naar het VO uitgelegd worden. Ouders krijgen daar een overzicht van. In november is er een speciale avond voor ouders en leerlingen van groep 8. Op deze avond zijn er enkele scholen van het VO aanwezig en geven informatie over hun school. In december zal er door de school een voorlopig advies gegeven worden. Dit advies wordt bepaald vanuit de gegevens van het leerlingvolgsysteem, de Entree Toets, de drempeltoets en het advies van het team. Werkhouding en motivatie spelen hierbij natuurlijk ook een belangrijke rol. In januari en februari zijn ouders en leerlingen welkom op de open dagen die het VO organiseert. Ook worden leerlingen uitgenodigd om de scholen te bezoeken en lessen te volgen die in het komende jaar gegeven zullen worden. Als het goed is, is de uitslag van de Eindtoets een bevestiging van het advies. Eind maart is er een gesprek met ouders/leerlingen over het rapport en het eindadvies. De scholen voor VO ontvangen van ons de informatie over de leerling. Is het advies en de score van dien aard dat de school voor VO nog aanvullende gegevens nodig heeft dan zal er een test plaatsvinden of alsnog een gesprek met ouders/school. De uitslag van de test heeft een verplichtend karakter. Voor kinderen die moeite hebben met de leerstof, op wat voor gronden dan ook, kan een toets aangevraagd worden voor het LWOO ( leerweg ondersteunend onderwijs.) De toets wordt afgenomen op een van de scholen voor VO. De ouders melden het kind zelf aan bij de school voor VO. Aan het eind van het schooljaar maken de leerlingen kennis op de school voor VO. Van de kinderen die onze school verlaten, krijgen wij nog 4 jaar de informatie over de vorderingen. In het eerste jaar na vertrek is er een mondeling overleg tussen de basisschool en het VO.

15


3.7 De zorg rondom een leerling. Een belangrijk fundament van ons onderwijs zoeken wij in het pedagogisch klimaat van de school. Wij streven ernaar dat een kind zich prettig voelt op school. Dit is een goede basis om te komen tot leerprestaties. Als een kind zich prettig en veilig voelt, zal het zich goed kunnen ontwikkelen. Onderwijskundig willen wij een school zijn die oog heeft voor de ontwikkeling van ieder individu. Alle kinderen zijn verschillend dus ontwikkelen kinderen zich ook verschillend. Het kan dus voorkomen dat uw kind speciale zorg nodig heeft. Dit kan komen omdat uw kind zich een periode niet prettig voelt op school; niet goed in zijn vel zit, omdat rekenen of taal niet lukt of omdat het kind veel sneller kan dan andere kinderen. Voor deze zorg rondom een leerling is de interne begeleiding verantwoordelijk. De intern begeleider coördineert zorg in de vorm van begeleiding, bewaking van het proces en het zoeken naar andere mogelijkheden om tot leren te komen. De zorgleerlingen worden met de intern begeleider samen met de leerkracht besproken. De leerkracht meldt het kind in een vroeg stadium aan bij de intern begeleider. Er vindt een gesprek plaats waarbij de leerkracht het probleem schetst en de intern begeleider alle gegevens bekijkt. Samen bepalen zij welke stappen er genomen moeten worden. Dit kan zijn door het aanbieden van extra of aangepaste oefenstof op school en / of oefenstof thuis. In dit stadium neemt de leerkracht contact op met de ouders omdat het zeer belangrijk is dat de ouders op de hoogte zijn van de leerproblemen van hun kind. Deze extra hulp wordt vastgelegd in een handelingsplan. Dit plan wordt ondertekend door de ouders. Na 8 weken is er weer een overleg met de ouders. In dit gesprek wordt uitgelegd hoe de weken zijn verlopen. Mochten de problemen nog niet zijn “opgelost” dan wordt het handelingsplan verlengd. Dit wordt in de evaluatie van het gesprek vastgelegd.

3.8 De specifieke zorg rondom een leerling. Ondanks alle inspanningen van de basisschool kan het toch voorkomen dat er onvoldoende resultaat is. In dat geval wordt er een leerlingenbespreking gehouden over de betreffende leerling. Er kunnen dan door het team een aantal keuzes gemaakt worden voor het vervolgtraject. Dit is altijd in samenspraak met de ouders. De volgende mogelijkheden worden dan bekeken:  Een jaar doubleren/zittenblijven. In onze groepen zal zoveel mogelijk worden gelet op de mogelijkheden van het kind zelf en minder op de leerstof. Zittenblijven zal dan ook alleen worden overwogen, wanneer de ontwikkeling van het kind in gevaar dreigt te komen, bijvoorbeeld: bij langdurige ziektes, bijzondere huiselijke omstandigheden, hiaten in de leerstof of onoverkoombare sociaal - emotionele problemen. Het moet in ieder geval een meerwaarde hebben voor het kind. Ouders worden hierbij gezien als belangrijke partner in het overleg. Mocht men ondanks zorgvuldig overleg niet tot een eensluidend oordeel komen, dan neemt de directeur, na alle argumenten te hebben gehoord, de uiteindelijke beslissing in welke groep een kind wordt geplaatst.  het inschakelen van de leerlingbegeleider van Iselinge Educatieve Faculteit, met het verzoek een gespecialiseerd onderzoek te verrichten.

16


het aanvragen van ambulante hulp aan het zorgplatform. Via het WSNS - project (Weer Samen Naar School) is het mogelijk om begeleiding te krijgen van deskundige leerkrachten van een school voor speciaal basisonderwijs. ook is het mogelijk om te kijken of het kind in aanmerking komt voor een rugzakje. Dat betekent dat het kind met extra hulp en geld op de basisschool kan blijven. Hiervoor wordt een handelingsplan opgesteld samen met de ouders, leerkracht en een ambulant begeleider.

Op de Meeneschool werken we volgens onderstaande zorgstructuur: Niveau: Omschrijving: 1 Handelingsgericht werken door de leraar

Verantwoordelijken: School: leraar

2

Overleg met collega’s

School: team

3

Overleg met IB-er

School: leraar en IB-er

4

Schoolnabije zorg

School+ Zorgteam consultatie orthopedagoog, PAB vanuit SWV/SO

5

Boven schoolse zorg

6

Speciale onderwijsvoorziening

OnderwijszorgLoket (PCL, Zorgteam Plus) SBO / SO of rugzak

Met ingang van het nieuwe schooljaar moet het OZL (onderwijszorgloket) worden geraadpleegd voor de aanvraag van een indicatie voor cluster 2, 3 en 4. Daar wordt bepaald in hoeverre de zorg die de leerling nodig heeft aanwezig is binnen het SWV. Is dit niet het geval dan geeft het OZL de zogenaamde verklaring ontoereikende zorg af die nodig is voor het aanvragen van een clusterindicatie. De werkwijze voor het aanvragen van een SBO-plaatsing verandert niet. Om tijdens een OZL-bespreking tot een goed en gedragen besluit te kunnen komen is de aanwezigheid van de school een belangrijke voorwaarde en de aanwezigheid van ouders zeer wenselijk. Terugblikkend op het afgelopen schooljaar waren bij bijna alle besprekingen zowel school als ouders aanwezig. Omdat we het een belangrijk uitgangspunt vinden willen we dit verstevigen. Dit betekent dat in het vervolg een bespreking alleen plaats vindt als de school erbij aanwezig is. Ouders krijgen een uitnodiging voor de bespreking daar waar ze voorheen konden aangeven wel / niet aanwezig te willen zijn.

17


3.9 Passend Onderwijs. Het bevorderen van de integratie van gehandicapten in de samenleving is al jaren een belangrijk onderwerp. Ook in het onderwijs gaat dit nu een rol spelen. Vanaf 1 augustus 2003 kunnen ouders van een kind met een handicap bij een Commissie van Indicatie (CvI) van een van de vier Regionale Expertise Centra (REC’s) een leerling-gebonden budget aanvragen. Als dit budget is toegekend, kunnen ouders kiezen uit meerdere mogelijkheden: - Zij kunnen hun kind aanmelden bij een school voor speciaal onderwijs, gericht op het onderwijs aan kinderen met die speciale handicap, bv. een school voor slechtzienden. - Zij kunnen er ook voor kiezen om toelating te verzoeken tot een gewone basisschool of een school voor speciaal basisonderwijs. Ook onze school heeft een stappenplan ontwikkeld om over de toelating van een kind met een handicap in overleg met de ouders en overig betrokken instanties een verantwoord besluit te kunnen nemen. Kernvraag daarbij zal steeds zijn of wij als reguliere basisschool het kind die hulp kunnen bieden die het nodig heeft. Is het antwoord daarop positief dan zal een duidelijk handelingsplan de basis moeten vormen voor de juiste zorg op maat voor dit kind. De stappen om te komen tot een verantwoorde toelating maar ook die nodig zijn voor het opstellen van een handelingsplan zijn vastgelegd in een beleidsdocument dat op school aanwezig is. Is het antwoord negatief dan is de school verplicht om samen met de ouders de school te zoeken die bij het kind past en het kind die hulp te geven waarom het vraagt.

3.10 Onderwijsbegeleiding aan zieke leerlingen. In de wet ”Ondersteuning Onderwijs aan Zieke Leerlingen” van 1999 is nog eens duidelijk aangegeven dat ook zieke leerlingen recht hebben op onderwijs. Voor kinderen of jongeren die in een ziekenhuis zijn opgenomen – of ziek thuis zijn – is het belangrijk dat het gewone leven zo veel mogelijk door gaat. Onderwijs hoort daar zeker bij. Onderwijs aan zieke leerlingen is o.a. om de volgende redenen van belang:  Het leerproces wordt voortgezet ( een onnodige leerachterstand wordt zo veel mogelijk voorkomen).  De zieke leerling houdt een belangrijke verbinding met de buitenwereld (regelmatig sociale contacten). Ook tijdens een ziekteperiode van een leerling blijft de eigen school verantwoordelijk voor het onderwijs aan die leerling. De leerkrachten staan er echter niet alleen voor. Zij kunnen voor deze onderwijsbegeleiding aan de zieke leerling een beroep doen op de ondersteuning van een Consulent Onderwijs aan Zieke Leerlingen (COZL). De leerkracht van de school en de consulent maken in overleg met de ouders van de leerling afspraken over de inhoud van de ondersteuning. Het accent kan daarbij liggen op begeleiding en advisering, maar ook kan een deel van het onderwijsprogramma van school worden overgenomen. Het belang van de zieke leerling wordt daarbij steeds als uitgangspunt genomen. Aanmelden voor deze vorm van onderwijsbegeleiding kan door de ouders of de school. Voorafgaand overleg is daarbij wel aan te bevelen.

18


3.11 Zorg voor meer- en hoogbegaafde leerlingen. Plusklas/kangoeroegroep. Ook voor deze leerlingen is extra zorg. Deze kinderen zijn op een aantal gebieden hun leeftijdgenootjes vooruit en worden niet meer voldoende uitgedaagd. De school beschikt over materialen / methoden voor deze kinderen. De school kiest er niet voor om het kind een groep over te laten slaan. Wij zoeken het meer in het verrijken en of verdiepen van de stof. Binnen ons onderwijs in een groep kunnen we de kinderen nog voldoende uitdagen in het verdiepen van leerstof. De Meene School heeft zich aangesloten, met andere scholen uit de omgeving, bij het Plusproject van het Ulenhof en het Ludger College. Een aantal leerlingen uit groep 8 mogen meedoen aan projecten op deze scholen voor VO. Zij krijgen les in bijvoorbeeld: Sterrenkunde, klassieke talen, beeldende vorming en Engels. Zij moeten voldoen aan bepaalde scores: een A score op rekenen en begrijpend lezen. Dit worden de inzichtelijke vakken genoemd. Uit de groepen 5 tot en met 8 komen de kinderen die bovengenoemde scores hebben bij elkaar in een kangoeroegroep. Zij komen twee keer een periode van 8x bij elkaar in de hal van de school. Deze leerlingen mogen zelf een leervraag stellen of worden uitgedaagd in o.a. techniek, computergebruik, schaken en het maken van projecten.

3.12. Leefregels:  

Alle kinderen moeten zich in hun basisschoolperiode veilig voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. Door regels en afspraken zichtbaar te maken kunnen kinderen en volwassenen, als er zich ongewenste situaties voordoen, elkaar aanspreken op deze regels en afspraken. Door elkaar te steunen en wederzijds respect te tonen stellen we alle kinderen in de gelegenheid om met veel plezier naar school te gaan!

Hoe willen we daar mee omgaan? Op school willen we regelmatig een onderwerp in de kring aan de orde stellen. Onderwerpen als veiligheid, omgaan met elkaar, rollen in een groep, aanpak van ruzies etc. kunnen aan de orde komen. Andere werkvormen zijn ook denkbaar zoals: spreekbeurten, rollenspellen, regels met elkaar afspreken over omgaan met elkaar en groepsopdrachten. Het voorbeeld van de leerkrachten (en thuis de ouders) is van groot belang. Er zal minder gepest worden in een klimaat waar duidelijkheid heerst over de omgang met elkaar waar verschillen worden aanvaard en waar ruzies niet met geweld worden opgelost maar uitgesproken. Agressief gedrag van leerkrachten, ouders en de leerlingen wordt niet geaccepteerd. Leerkrachten horen duidelijk stelling te nemen tegen dergelijke gedragingen. Een effectieve methode om pesten te stoppen of binnen de perken te houden, is het afspreken van regels voor de leerlingen.

19


Thema’s van deze gesprekken zijn:           

Niemand uitschelden Niet direct klaar staan met een oordeel Niemand buitensluiten Elkaar nemen zoals je bent Van elkaars spullen afblijven Luisteren naar elkaar Niet met z’n allen iemand uitlachen Niet roddelen over elkaar Houd je handen thuis Geen negatieve opmerkringen maken over elkaars uiterlijk Elkaar niet bedreigen

Hieruit zijn de leefregels ontwikkeld n.l.: 1. We zorgen ervoor dat iedereen zich veilig voelt op onze school. 2. We vertrouwen elkaar en respecteren elkaar. 3. Ik behandel jou zoals ik zelf ook graag behandeld wil worden. 4. Ik maak goed duidelijk ( stop hou op) wat ik wel of juist niet wil. 5. Ik leer met en van jou. 6. Ik zorg ervoor dat jij geen last hebt van mijn gedrag (en ik blijf van jou af) 7. We zorgen dat onze werkplek, onze klas en onze school er netjes uitzien. 8. Ik ga zorgvuldig met materialen om. 9. We zijn zuinig op onze spullen en op de spullen van een ander. 10. We ruimen alles netjes op Deze leefregels hangen zichtbaar op verschillende plekken in de school. Aan het begin van elk jaar wordt deze leefregels nog eens onder de aandacht van de kinderen gebracht. In elke groep wordt dit op hun eigen niveau aangeboden. In de onderbouw worden deze regels aangeleerd met het 4-stappenplan n.l.: 1. Zeggen dat je het niet wilt. 2. Stop. Hou op! 3. Stop. Anders ga ik naar de leerkracht. 4. Naar de leerkracht gaan.

20


3.13 Onderzoek door de schoolarts. De leerlingen van groep 2 en 7 krijgen een Preventief Gezondheids Onderzoek aangeboden. Hiervoor ontvangen alle leerlingen uit die groep een uitnodiging. De onderzoeken worden verricht door de jeugdarts samen met een jeugdverpleegkundige. Deze onderzoeken vinden op school plaats.

3.14. Logopedie op school. Elk jaar komt de logopedist bij ons op school. De logopedist houdt zich bezig met aspecten die nodig zijn voor een goede communicatie: taal, spraak, stem, mondgedrag en gehoor. Een goede taal- en spraakontwikkeling is ook een belangrijke basis voor het leerproces. Soms verloopt de taal- en of spraakontwikkeling niet geheel vanzelf. Problemen die kunnen voorkomen zijn o.a.:  Vertraging in de taalontwikkeling.  Het niet of verkeerd uitspreken van klanken.  Moeite met nauwkeurig luisteren naar klanken, woorden en zinnen.  Broddelen  Stemgebruik  Mond-ademen, duimzuigen en of speen-zuigen Als ouders, leerkrachten twijfelen over de taal of spraak van het kind dan is het mogelijk om een afspraak te maken met de logopedist. Dit geldt voor alle leerlingen op school. Als uit het onderzoek blijkt dat er iets aan de hand is, overlegt de logopedist met de ouders en de leerkracht. Dan wordt er gezamenlijk gezocht naar mogelijkheden:  Nog een extra controle op korte of lange termijn.  Adviezen voor de ouders en de leerkracht.  Verwijzing naar een logopedist in het dorp of elders. ( er wordt geen logopedie op school gegeven, het is alleen een screening)

21


4. Ouders en de Meene School. Voor ons als school is een veilig werk- leef- en leerklimaat de basis. Samen met ouders, leerlingen en teamleden bouwen we aan de school. Samen maken we er een goede school van: een plek waar je graag en veilig werkt, speelt en contacten legt. Samen delen we de mooie en spannende momenten. Soms zijn er zaken die niet zo gaan zoals u misschien verwacht had. Ook dan hopen we dat u dat met ons bespreekt.

4.1 Communicatie. Als school vinden we het belangrijk dat de ouders en school op een lijn zitten. Daarvoor is een goede communicatie van groot belang. De communicatie kan op verschillende manieren plaatsvinden:  Individuele contacten. We zijn met elkaar verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het kind. Op het moment dat het met uw kind minder goed gaat, is het belangrijk dat we het probleem aanpakken. Het initiatief kan bij u liggen als ouders/verzorgers maar kan ook bij school liggen. Samen zijn we verantwoordelijk voor een goede werken leefomgeving. Het is goed om elkaar aan te spreken als er zaken onduidelijk zijn. Wij spreken over puzzels bij problemen. Het is voor een school ook goed om de goede dingen eens tegen elkaar uit te spreken. Dat noemen wij de parels. Als school hebben wij de regel dat ouders eerst de problemen neerleggen daar waar ze ontstaan zijn. Mochten de problemen zo groot zijn dat ze niet opgelost worden naar uw zin, dan kunt u terecht bij de directie. Wij houden van een open, eerlijke en respectvolle houding naar elkaar. Op de Meene School houden we rekening met elkaar. Als mogelijkheid om het een en ander te bespreken, kunt u terecht op het koffie-uurtje. Deze mogelijkheid is altijd op de eerste maandag van de maand van 11.15 – 12.00 uur. Het is goed om even een afspraak te maken.  Informatieavond: Aan het begin van het schooljaar is er een informatieavond voor alle ouders. Op deze avond wordt informatie gegeven over het onderwijs dat uw kind krijgt in een bepaalde groep. In de Meene-Echo staan de data vermeld welke groep op welke avond de informatie krijgt.  10 minutengesprekken: in de loop van het jaar zijn er een aantal avonden waarop de ouders met de betreffende leerkracht kunnen praten over de ontwikkelingen van hun kind(eren). Deze 10 minutenavonden worden gehouden in het najaar en in het voorjaar. Aan het eind van het cursusjaar ontvangt uw kind ook een rapport. Mocht u dan ook een gesprek willen, dan kunt u dit gesprek aanvragen. 

Algemene ouderavond: elk jaar worden er ouderavonden gehouden. Er worden dan

ouderavonden georganiseerd met een bepaald thema. Ook is er een ouderavond met een activiteit die vanuit school georganiseerd wordt voor het hele gezin. Klankbordgroep: Ouders worden in de gelegenheid om samen met het team een onderwerp te bespreken. De klankbordgroep is een groep ouders die als luisterend oor fungeert of aangeeft wat er leeft binnen de oudergroep. Het onderwerp wordt nader bepaald.

22


“Meenedelingen”: Dit is de nieuwsbrief die 1x in de veertiendagen uitkomt. Deze wordt per mail verstuurd naar de ouders. Mochten ouders geen mail hebben dan wordt de nieuwsbrief aan het oudste kind meegegeven. Schoolkrant: drie keer per jaar komt de schoolkrant “ t Is Meenes” uit waarin informatie van Ouderraad, MR, Stichting Steun en directie staat. Ook verhalen van kinderen zijn opgenomen voor ouders en leerlingen. Deze schoolkrant wordt samengesteld door de redactie van de schoolkrant bestaande uit enkele ouders en leerkrachten. Schoolgids en Meene-Echo: de informatiegids en de jaarkalender ontvangt u aan het begin van het nieuwe schooljaar. Hier staat actuele informatie in over schoolzaken, data van activiteiten die rondom school gebeuren. Huisbezoek: als de kleuter op school komt, komt de leerkracht op huisbezoek. De kleuter krijgt 1x huisbezoek in de kleuterperiode. Verder gaan de leerkrachten van de groepen 3 t/m 8 alleen op huisbezoek op verzoek van ouders/verzorgers. Voor een huisbezoek wordt altijd een afspraak gemaakt. Ook wordt er een huisbezoek gepland bij nieuwe leerlingen van school door bijvoorbeeld verhuizing of anderszins.

Klachtenregeling:

Onder het motto ”Bent u tevreden zeg het anderen, hebt u klachten zeg het ons” zijn we er altijd blij mee wanneer ouders open zijn. Een ”lerende school” staat altijd open voor verbeteringen. Bij klachten wordt er de volgende procedure gevolgd: 1. Als het een klacht over de gang van zaken op school betreft, wordt deze eerst voorgelegd aan de betrokken (groeps) leerkracht. 2. Leidt dit niet tot een bevredigende oplossing, dan zal het probleem worden besproken met de onderwijskundig leider. Deze zal hoor en wederhoor toepassen alvorens met een uitspraak te komen. 3. Als desondanks niet voldoende gehoor wordt gevonden wordt de klacht neergelegd bij de schoolvertrouwenspersonen. Onze school telt 2 vertrouwenspersonen. Elke ouder / leerling ontvangt bij opgave een folder over dit onderwerp. 4. Geeft dit geen voldoening dan kan de klacht doorgespeeld worden naar de bovenschools directeur en/of de externe vertrouwenspersoon.

Een veilig schoolklimaat is voor iedereen die op school werkt en leert belangrijk. Ter ondersteuning van dit uitgangspunt is een klachtenregeling seksuele intimidatie, geweld en agressie aangenomen. Deze ligt op school ter inzage. Vaak wordt ontkend dat seksuele intimidatie, geweld en agressie binnen de eigen school plaats zou kunnen vinden. Deze zaken komen overal voor. De laatste jaren worden deze zaken gelukkig meer bespreekbaar en besteden scholen aandacht aan het voorkomen van ongewenst gedrag. Bij seksuele intimidatie koppelt de schoolvertrouwenspersoon direct terug naar de bovenschools directeur en de externe vertrouwenspersoon.

23


Het bestuur van de scholengroep “GelderVeste” heeft in een beleidsnota aangegeven op welke wijze ongewenst gedrag in de vorm van seksuele intimidatie, agressie en geweld op een effectieve wijze bestreden en zo mogelijk voorkomen wordt. Deze notitie ligt op alle scholen ter inzage en geldt voor leerlingen en hun ouders, onderwijzend- en onderwijssteunend personeel, directie, leden van het bestuur, evenals voor allen die op school werkzaamheden verrichten of anderszins betrokken zijn bij de school of de vereniging. Het bestuur is aangesloten bij de ”Landelijke klachtencommissie PCL” ( via de Besturenraad ). Het adres is: Landelijke klachtencommissie Primair en Voortgezet Onderwijs Postbus 694 2270 AR Voorburg Tel. 070 - 3861697 Fax: 070 – 3481230 E-mail: info@klachtencommissie.org info@kringenrechtspraak.org Spreekuur: maandagmorgen, donderdagmorgen en vrijdagmorgen van 9.00 – 13.00 uur. Adres INSPECTIE van het ONDERWIJS is: Inspectie van het onderwijs info@owinsp.nl www.onderwijsinspectie.nl Vragen over onderwijs: 0800 – 8051 (gratis) Klachtmeldingen over seksuele intimidatie, seksueel misbruik, ernstig psychisch of fysiek geweld: meldpunt vertrouwensinspecteurs 0900 – 111 3 111.

4.2. Ouderactiviteiten. Hulp van ouders komt de school zeer ten goede. Deze hulp is voor een aantal activiteiten wenselijk en voor sommige activiteiten onontbeerlijk! Door ouderhulp wordt het onderwijs aantrekkelijker, gevarieerder en wint het aan kwaliteit. Op school vinden vele vormen van ouderhulp plaats. Niet alleen bij de ouderraad of medezeggenschapsraad maar ook bij zaken als het rijden bij excursies, bij projecten, feesten schoonmaakavonden, klusochtenden en handenarbeid etc.

Medezeggenschapsraad. Elke school heeft verplicht een medezeggenschapsraad (MR). De MR denkt en beslist mee over de inhoud en de uitvoering van het onderwijs op school en probeert daarmee een positieve bijdrage te leveren aan de kwaliteit en organisatie van het onderwijs. De raad heeft daarvoor regelmatig, ongeveer acht keer per jaar, overleg met de directie. Dit overleg gaat over zaken als de kwaliteit van het onderwijs, het schoolplan, de ouderbijdrage, de besteding van geld of het vaststellen van vakanties en vrije dagen. Om haar werk te kunnen uitoefenen heeft de MR recht op informatie van de directie. Daarnaast dient de directie over een aantal voorgenomen besluiten de MR om advies te vragen of dient de MR in te stemmen met het voorgenomen besluit. De MR van de Meene school bestaat uit drie leerkrachten en drie ouders.

24


Zij worden door de leerkrachten en ouders gekozen. De vergaderingen van de MR zijn openbaar en dus voor iedereen toegankelijk. De data waarop vergaderd wordt, staan vermeld in de Meene-Echo-kalender en zijn te vinden op de website van de school onder MR. Daar zijn ook de agenda en de notulen te lezen. In de hal van de school en op het prikbord in de hal bij de kleuters hangen deze stukken ook ter inzage. Mocht u een bepaald onderwerp graag behandeld zien, dan kunt dat bij de MR kenbaar maken. De MR is o.a. bereikbaar via haar e-mailadres: mr@cbsdemeene.nl. Tevens zal er in iedere Meenedelingen een samenvatting van kernactiviteiten gemeld worden. Voor vragen kunt u een van de leden aanspreken of uw vraag/opmerking richten aan MR@cbsdemeene.nl

Gemeenschappelijke medezeggenschapsraad Binnen de Stichting Scholengroep “GelderVeste” is ook een Gemeenschappelijke Medezeggenschaps Raad (GMR) actief. De GMR toetst het beleid van het bestuur van de Stichting en bespreekt periodiek bovenschoolse zaken met de directeur van “GelderVeste”. De GMR heeft net als de MR advies- en instemmingsrecht voor een aantal onderwerpen. Daarnaast probeert de GMR het onderling contact tussen de medezeggenschapsraden van de verschillende scholen te stimuleren, door met elkaar ervaringen uit te wisselen en cursussen voor MR-leden te organiseren. De leden van de GMR worden gekozen door de MR'en. Er is daarbij geen sprake van directe vertegenwoordiging van alle scholen in de GMR, maar een selecte afvaardiging namens de ouders en de leerkrachten. De Meene school heeft geen vertegenwoordiger in de GMR.

De Ouderraad.( OR). Deze raad is een, in principe door alle ouders gekozen, groep ouders die regelmatig bij elkaar komen om samen met teamleden allerlei feesten en activiteiten te organiseren. Het is vooral een “doe- raad” en u bent dan ook regelmatig onder en voor schooltijd praktisch bezig op school. Denkt u aan het inrichten van de hal voor een project, het begeleiden van excursies, Sinterklaas enz.

Schoonmaakavond of klusactiviteiten. Naast de schoolschoonmaak die door een bedrijf wordt verzorgd, worden er door de ouderraad ook schoonmaakavonden en klusmomenten gepland. Hierbij worden de ouders ingeroosterd om kleine schoonmaakwerkzaamheden en klussen te verrichten. Per gezin wordt u voor beide activiteiten 1x per jaar ingedeeld. Het schema is te vinden op de website van school. Ook in de Meene-Echo staan de data vermeld. Zo werken we samen aan een veilige en schone schoolomgeving voor de kinderen. In de “Meenedelingen” wordt ook vermeld wanneer deze activiteiten zijn en welke ouders er ingepland staan.

25


Stichting Steun aan CBS “de Meene”. De Stichting Steun beheert de gelden van de ouderbijdrage, overblijfgelden en allerlei andere activiteiten. De Stichting Steun wordt bestuurd door een voorzitter, secretaris en penningmeester. Dit zijn tevens de leden van dagelijks bestuur van de Ouderraad, deze organiseert allerlei activiteiten op school en heeft hiervoor budget nodig. De vrijwillige ouderbijdrage wordt vastgesteld aan de hand van de begroting, voortvloeiend uit het financieel jaarverslag. Elk jaar wordt de kas gecontroleerd door een kascommissie die uit twee ouders bestaat. De ouders/verzorgers worden hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. Aan het begin van het schooljaar worden de ouders/verzorgers gevraagd om de vastgestelde bijdrage te voldoen. De ouderbijdrage wordt gebruikt om allerlei zaken te betalen, zoals de kosten die samenhangen met Sinterklaas, Kerst, Pasen, schoolzwemmen, schoolreisjes en dergelijke. Dee ouderbijdrage wordt in overleg met de Medezeggenschap Raad vastgesteld aan de hand van de begroting, voortvloeiend uit het financieel jaarverslag. Elk jaar wordt de kas gecontroleerd door een kascommissie bestaand uit twee ouders/verzorgers. Alle ouders / verzorgers worden jaarlijks schriftelijk op de hoogte gesteld van het financieel jaarverslag.

Overblijfkosten. De kosten voor het overblijven zijn € 1,50 per kind. Betaling van de overblijfkosten worden niet per keer betaald, maar worden per bank betaald. De ouders krijgen een paar keer per jaar een overzicht van het aantal keren dat overgebleven is. Dit bedrag moet worden overgemaakt naar de Stichting Steun.

26


5. Praktische informatie. 5.1 Schooltijden. De schooltijden zijn:  ’s morgens  ’s middags  ’s woensdags

8.30 - 12.00 uur 13.15 - 15.15 uur 8.30 - 12.15 uur

5.2 Inloop: De leerlingen van de groepen 1 en 2 mogen vanaf 8.20 uur binnenkomen, ’s middags vanaf 13.05 uur. De leerlingen van groep 3 hebben ’s morgens inloop vanaf 8.20 uur. Na de meivakantie vervalt deze inloop zodat de leerlingen al kunnen wennen aan de manier van inloop zoals die in groep 4 georganiseerd is. De ouders mogen de leerlingen binnenbrengen en een “inloopopdracht” bijwonen. Ook kunnen de ouders nog wat zaken regelen met de leerkracht zoals: overblijven, het doorgeven of het kind wordt opgehaald door iemand anders of dat het kind niet helemaal fit is. Mochten er grotere zaken te bespreken zijn dan is het verstandig om een afspraak te maken. Ook kunt u gebruik maken van het koffie-uurtje bij vragen over de schoolorganisatie. De inloop is om 8.30 uur afgelopen en dan gaan de ouders naar huis. ’s Middags is de inloop om 13.15 uur afgelopen. De leerlingen van de andere groepen hebben inloop vanaf 8.30 uur. Ook daar zijn de ouders welkom om even bij het kind in de groep te kijken. Elke dag is er van 10.30-10.45 uur speelkwartier voor alle groepen.

27


5.3 Ingangen en pleinwacht. De ouders die kinderen in groep 1 en 2 ( kleuters) of in groep 3 hebben, nemen zoveel mogelijk de ingang aan de Joh.Vermeerstraat. Er is daar ruimte om te parkeren maar het is beter om te parkeren bij de sporthal. Voor het veilig oversteken is daar een zebra aangebracht. De leerlingen van groep 3 gaan ook aan de kant van Joh. Vermeerstraat naar binnen. De ingang voor de overige groepen is aan de Frans Halsstraat; dat is tevens de hoofdingang. De leerlingen mogen ’s morgens vanaf 8.15 uur en ’s middags vanaf 13.00 uur op het plein. Dan is er ook pleinwacht aanwezig. Om 12.00 uur gaan de leerlingen die niet overblijven gelijk naar huis zodat er voor de overblijfouders een beter overzicht is. Ouders worden in verband hiermee ook verzocht erop toe te zien dat de kinderen niet te vroeg op school komen. De leerlingen mogen niet eerder op het plein dan 13.00 uur. Om 13.00 uur is de pleinwacht voor de leerkrachten dan mogen de leerlingen op het plein. Er is pleinwacht voor schooltijd, tijdens de pauze in de ochtend en tussen de middag. Er is pleinwacht voor de onderbouw en bovenbouw. De leerlingen van de onderbouw ( 1 tot en met 3) spelen op het “kleuterplein’ en de oudere kinderen spelen op het “grote” plein. De leerlingen die willen voetballen, kunnen voetballen op het daarvoor ingerichte deel van het plein met doelen. In het voorportaal van de hoofdingang is een speelgoedkist geplaatst waarin allerlei spelletjes zijn opgeborgen die op het plein mogen worden gebruikt.

5.4 Overblijven. Voor de leerlingen is het mogelijk om tijdens de middagpauze op school over te blijven. De leerlingen van de midden- en bovenbouw eten hun zelf meegenomen broodjes in de hal van de school De kleuters en de leerlingen van groep 3 eten in een van de lokalen bij de kleuters. Het is de bedoeling dat u aangeeft of uw kind regelmatig gebruik zal maken van deze mogelijkheid. Als u kind vaker overblijft, is het de bedoeling dat u zelf ook een van de overblijfouders wordt. Hiervoor wordt een rooster gemaakt. Hoe meer ouders er meedoen, hoe minder vaak u aan de beurt bent! De kosten voor het overblijven zijn € 1,50 per keer per leerling. De kosten worden achteraf geïnd d.m.v. een rekening die dan betaald dient te worden. Begeleiding is altijd aanwezig van 12.00–13.00 uur. De overblijfouders zijn verzekerd via de schoolverzekering. De overblijfouders ontvangen ook een vergoeding voor het overblijven.

5.5 Buitenschoolse opvang. (BSO) AVONTURIJN. Samen spelen met kinderen uit de buurt. “Als kinderen bij ons komen – na een lange schooldag – mogen ze zelf kiezen wat ze graag willen doen.” De kinderen van onze school kunnen na schooltijd gaan spelen bij de buitenschoolse opvang van Avonturijn. Bent u op zoek naar een goede plek voor uw kind, zodat u met een gerust hart kunt werken of studeren?

28


Allerlei activiteiten Op de BSO kunnen kinderen op een leuke manier hun vrije tijd door brengen. Het gaat vooral om ontspanning, want de kinderen hebben al de hele dag op school gezeten: Samen spelen of ravotten, even na kletsen over school, een boekje lezen of spelletje doen, knutselen of buiten spelen. Bovendien verzinnen de pedagogisch medewerkers allerlei activiteiten, zodat er van alles te beleven is. Soms wordt er ook gebruik gemaakt van het nabij speeltuintje in de buurt of gaan we boodschappen doen bij nabij gelegen winkels. Voor alle leeftijdsgroepen wordt een aanbod op maat verzorgd. Zo bieden we de BSO-kinderen een uitdagend aanbod van activiteiten op het gebied van cultuur, natuur, sport en bewegen, naar het vrije spel, volgens het Beweegwijs-concept.

Openingstijden De buitenschoolse opvang is in principe 52 weken per jaar geopend – van maandag tot en met vrijdag – en alleen gesloten tijdens de Nationale feestdagen en de twee jaarlijkse studiedagen van Avonturijn en sluitingsdagen volgens CAO. Opvang is dus ook mogelijk tijdens de schoolvakanties en op de studiedagen van school. De opvang sluit aan op de schooltijden van CBS de Meene. Omdat er op dit moment (helaas) te weinig kinderen zijn die gebruik maken van de BSO-locatie op school, heeft Avonturijn er voor gekozen om samen te voegen met BSO Neptunus op de Looschool, eveneens in Zelhem. We vinden het erg belangrijk dat we de kinderen een leuke middag kunnen bieden, met veel vriendjes en/of vriendinnetjes, zodat we leuke, uitdagende activiteiten voor ze kunnen organiseren. Daarom kiezen we op dit moment voor samenvoeging. De kinderen van de Meene worden door eigen medewerkers van Avonturijn naar BSO Neptunus gebracht. De opvang is open tot 18.30 uur. Op studiedagen en tijdens schoolvakanties is opvang mogelijk vanaf 7.30 uur. Op een aantal locaties is (op aanvraag) verlengde opvang vanaf 7.00 uur mogelijk. Ouders kunnen een overeenkomst afsluiten, waarbij zij uitsluitend gebruik maken van de opvang tijdens de schoolweken (40 weken) of voor opvang tijdens de schoolvakanties (12 weken) of een combinatie hiervan (52 weken opvang, inclusief opvang op de studiedagen).

Aanmelden en kosten Bent u geïnteresseerd in de opvang van uw kind bij de BSO? Neemt u dan contact op met de afdeling planning en plaatsing van Avonturijn,  (0573) 760 202 of  (0573) 760 203 en informeer naar de mogelijkheden. Kijk ook op: www.avonturijn.nl

5.5.1. Voorschoolse opvang. (VSO) De voorschoolse opvang verzorgt de school zelf. Er is elke dag een mogelijkheid om uw kind te brengen. De opvang is vanaf half 8. U kunt contact opnemen met de directeur van de school.

5.6 Brengen en halen van de kinderen. Veel ouders brengen en halen hun kinderen per auto naar en van school. De parkeergelegenheid is bij sporthal de Pol. Als u uw kind alleen wilt laten in – en uitstappen dan kunt u dit voor de school doen. Het is niet de bedoeling om voor de school te parkeren, mits de parkeervakken leeg zijn.

29


5.7. Schoolreisjes / excursies. Elk jaar worden er voor alle groepen aan het eind van het schooljaar schoolreisjes georganiseerd. De kinderen van groep 1 en 2 hebben een schoolreisje in de omgeving. De groepen 3 t/m 6 gaan per bus naar diverse attracties wat verder weg. Groep 7 gaat naar een survivalsportcentrum in Eibergen. Groep 8 gaat 3 dagen op kamp en overnacht in een kampeerboerderij. De kosten voor de schoolreisjes zijn inbegrepen in de ouderbijdrage. Ook zijn er een aantal excursies in de diverse groepen in het kader van bijvoorbeeld Geestelijke Stroming en Natuur en Milieu Educatie ( NME). De leerlingen van groep 8 gaan in het kader van kennismaking met het Voortgezet Onderwijs (VO) naar verschillende scholen. Daar worden workshops gegeven waaraan de leerlingen deel kunnen nemen. Bij het rijden van excursies is het goed om te weten dat u een inzittende verzekering moet hebben. In het komende jaar besteden wij daar aandacht aan. Dit om vervelende zaken voor te zijn!

5.8 Huiswerk. In de groepen 4 tot en met 8 wordt het huiswerk tot een minimum beperkt. Bij specifieke problemen wordt, in overleg met de ouders en de IBer, soms wat extra oefenstof meegegeven in het belang van het kind. Het huiswerk dat meegegeven wordt, is oefenstof/leerstof vanuit de methoden. Te denken valt:  Tafels  Dicteewoorden  Topografie  Projecten  Spreekbeurten  Aardrijkskunde en Geschiedenis de samenvattingen van de stof die behandeld is. In de groepen 7 en 8 wordt aandacht besteed aan hoe je met een agenda moet omgaan. In deze jaren staat het huiswerk ook als voorbereiding voor het voortgezet onderwijs.

5.9 Schoolschoonmaak en klussen, hygiëne. De dagelijkse schoolschoonmaak wordt verzorgd door een schoonmaakbedrijf. Daarnaast wordt er vier / vijf keer per jaar een schoonmaakavond en een klusochtend/avond georganiseerd waarbij alle ouders worden gevraagd kleine schoonmaakwerkzaamheden en klussen te verrichten. De ouders worden op de hoogte gesteld wanneer zij ingedeeld zijn via de “Meenedelingenbrief”. Ook staan de data vermeld in de Meene-Echo kalender en op de website staan de schema’s vermeld,www.cbsdemeene.nl. Per gezin wordt u voor beide activiteiten 1x per jaar ingedeeld. Zo werken we samen aan een veilige en schone schoolomgeving voor de kinderen. Op deze schoonmaak- en klusmogelijkheden is altijd een teamlid en een lid van de ouderraad aanwezig.

30


Hygiëne. Regelmatig, vaak na de zomervakantie, zijn er op scholen weer uitbarstingen van hoofdluis. Iedereen kan luizen krijgen doordat jassen naast elkaar aan de kapstok hangen of dat kinderen dicht bij elkaar zitten. Hoofdluizen lopen “over”. Veel ouders vinden het erg dat hun kind luizen heeft en schamen zich ervoor. Deze schaamte is onterecht. Kinderen kunnen er niets aan doen dat ze besmet zijn; luizen leven van mensenbloed en dat vinden ze ook op een brandschoon en kortgeknipt hoofd. Je voorkomt ze zelfs niet door elke dag je haar te wassen. Om te voorkomen dat er weer een luizenuitbarsting plaatsvindt, wordt er op school zeer regelmatig gecontroleerd. Dit wordt gedaan door een groep ouders. Deze ouders zijn opgeleid door de GGD en de GDD is ook betrokken bij het oplossen van mogelijke problemen. De controle is elke dinsdag na een vakantie. Als er tijdens de controle bij uw kind hoofdluis is geconstateerd, wordt u nog op dezelfde dag gebeld. Voordat de controle plaatsvindt, krijgt u een brief waarop vermeldt staat op welke dag de controle zal zijn. Wanneer u bij uw kind hoofdluis constateert, verzoeken wij u dit op school zo snel mogelijk door te geven. De groep waarin hoofdluis is geconstateerd, worden na twee weken nog een keer gecontroleerd.

5.10 Schoolverzekering. De leerlingen van de school zijn verzekerd via een collectief afgesloten “schoolongevallenverzekering”. Dit geldt voor de reis naar en van school, gedurende de lessen, de schoolreis, buitenschoolse activiteiten, de sportdagen en ook tijden het overblijven. Let wel: het gaat hierbij om lichamelijke schade. Een WA verzekering hoort in het verzekeringspakket van ieder gezin. Eventuele glasschade op school valt dus ook onder uw eigen WA verzekering.

5.11. Verlof aanvragen. Verzoeken om extra dagen vrij dienen van te voren schriftelijk bij de onderwijskundig leider van school aangevraagd te worden. Hiervoor kunt u een formulier aanvragen. Dit dient wel vroegtijdig aangegeven te worden.

Verlof krijgt men indien:  

Het wegens de specifieke aard van het beroep van een van de ouders het slechts mogelijk is buiten de schoolvakanties op vakantie te gaan; Een werkgeversverklaring wordt overlegd waaruit blijkt dat geen verlof binnen de officiële schoolvakantie mogelijk is.

Extra verlof ( 10 schooldagen per schooljaar of minder): 

31

Een verzoek om extra verlof in geval van gewichtige omstandigheden voor 10 schooldagen of minder per schooljaar, dient vooraf of binnen twee dagen na ontstaan van de verhindering aan de directeur van school te worden voorgelegd.


Hiervoor gelden de volgende voorwaarden;   

  

 

Voor het voldoen aan een wettelijke verplichting, voor zover dit niet buiten de lesuren kan plaatsvinden; Voor verhuizing voor ten hoogste 1 dag; Voor het bijwonen van het huwelijk van bloed- of aanverwanten tot en met de 3de graad, voor 1 of ten hoogste 2 dagen, afhankelijk of dit huwelijk wordt gesloten in of buiten de woonplaats van belanghebbende; Bij ernstige ziekte van ouders of bloed- verwanten tot en met de 3de graad, duur in overleg met de directeur; Bij overlijden van bloed- of aanverwanten in de 1ste graad ten hoogste 4 dagen; van bloed- of aanverwanten in de 3de of 4de graad een dag; Bij overlijden van bloed- of aanverwanten in de 1ste graad te hoogste 4 dagen; van bloed- of aanverwanten in de 2de graad ten hoogste 2 dagen; van bloed- of aanverwanten in de 3de of 4de graad een dag; Bij ambts- of huwelijksjubileum van ouders of grootouders 1 dag; Voor andere naar oordeel van de directeur belangrijke redenen, maar geen vakantieverlof.

Verlof indien; 

De ouders een verklaring van een arts of een maatschappelijk werk(st)er kunnen overleggen, waaruit blijkt dat een verlof noodzakelijk is op grond van medische of sociale indicatie betreffende een van de gezinsleden. Mocht de leerling vaker dan geoorloofd onder schooltijd naar een therapie moeten dan is er een formulier aan te vragen bij de directeur van school.

De onderwijskundig leider van school is verplicht de leerplichtambtenaar mededeling te doen van ongeoorloofd schoolverzuim. Door de leerplichtambtenaar van de gemeente Bronckhorst zal hierop controle plaatsvinden.

Verlofregeling voor de leerkracht. Leerkrachten hebben een aantal dagen per jaar ADV/compensatieverlof of BAPO. Dit verlof wordt door een andere leerkracht opgevangen. Een enkele keer volgen leerkrachten cursussen onder schooltijd of hebben zij buitengewoon verlof. In dergelijke gevallen maken wij voor vervanging van leerkrachten gebruik van het personeelscluster Oost Nederland (P.O.N.)

32


5.12. Ziekte leerling. Bij ziekte van uw kind verzoeken we u de school hiervan voor 8.30 uur op de hoogte te stellen. Dit kan schriftelijk, mondeling of telefonisch gedaan worden. Uw kind kan onder schooltijd ziek worden of gewond raken. We waarschuwen dan de ouders. We vragen u dan het kind op te halen. We sturen geen kinderen zelf naar huis. Als we u telefonisch niet kunnen bereiken, blijft uw kind op school. Indien nodig schakelen we medische hulp in en/of gaan we zelf als begeleiding mee naar de dokter of naar het ziekenhuis. Ouders weten meestal het beste wanneer een kind dat ziek geweest is, voldoende opgeknapt is om weer naar school te gaan. Bij mogelijk besmettingsgevaar voor andere kinderen houden wij ons aan de richtlijnen van de GGD.

5.13 Ziekte leerkracht. We proberen het ziekteverzuim op school laag te houden. Het ene jaar lukt dit beter dan het andere jaar. Bij ziekte van een leerkracht komt er een invalleerkracht, verzorgd door Pool 35. Wanneer dit niet mogelijk is, proberen we deze intern op te lossen. Er worden in principe geen kinderen naar huis gestuurd bij ziekte van een van de leerkrachten. Mocht dit, in het uiterste geval, toch het geval zijn, worden de ouders een dag van tevoren op de hoogte gesteld. Ook wordt de bovenschools directeur hiervan op de hoogte gesteld.

5.14. Trakteren en tussendoortje. In de klassen wordt in principe niet gegeten, gedronken of gesnoept. Wel mogen de leerlingen (liefst) fruit of drinken meenemen als tussendoortje voor in de ochtendpauze. Het liefst drinken in een beker en/of pakje. De leerlingen mogen geen blikjes mee naar school nemen.! Bij verjaardagen mag er natuurlijk getrakteerd worden. Wij vragen u verstandig en gezond te trakteren.

33


5.15 Schoolmelk. Voor alle leerlingen is er de mogelijkheid om melk, drinkyoghurt, chocolademelk of yogi te drinken via school. Aanmeldingsformulieren zijn op school verkrijgbaar bij de coördinatoren “schoolmelk”. De ouders dienen zelf te zorgen voor een tijdige betaling. Na elke vakantie zijn er op dinsdag/woensdag weer verse melkproducten.

5.16 Gymnastiek en schoolzwemmen. Alle leerlingen maken gebruik van de sporthal “de Pol”. Ook de groepen 1 en 2. Bij goed weer wordt er dagelijks ook veel buiten gespeeld. Op het plein staan prachtige speelstoestellen die gebruikt worden door alle leerlingen. We adviseren als kleding een eenvoudige korte broek, een T-shirt of een gympakje en stevige gymschoenen. Balletschoentjes zijn niet geschikt!! De kleuters gymmen in hun ondergoed. Na elke gymles is douchen verplicht; daarvoor moet een handdoek meegenomen worden. Alle groepen hebben 2x per week bewegingsonderwijs. Wij maken gebruik van het BIOS project ( bewegen in onderwijs en sport). D.w.z. dat spel en toestellen wordt afgewisseld. De dagen waarop de leerlingen gym hebben, staan in de Meene-Echo kalender vermeld. De groepen 3 en 4 gaan een keer per 14 dagen schoolzwemmen. Dit zwemmen vindt plaats in het overdekte zwembad “de Brink” in Zelhem. De data kunt u vinden in de Meene-Echo kalender. Het zwembad bevindt zich op loopafstand van school. In de week van zwemmen, vervalt er een gymles voor de groepen 3 en 4. Het schoolzwemmen is een vast onderdeel van het bewegingsonderwijs.

34


Jaarlijks vindt op sportpark “de Pol” de sportdag plaats voor de groepen 5 tot en met 8. In het voorjaar is het schoolvoetbaltoernooi op het Zelos-terrein. In het najaar is het schoolkorfbaltoernooi op het SEV-terrein. Ook gaat de school jaarlijks naar ‘de Scheg”, voor het schoolschaatsen. Het schoolschaatsen is voor de groepen 5 tot en met 8. Achteraf wordt het schaatsen betaald. Het zijn meestal 4 woensdagmiddagen. Ouders rijden de leerlingen naar Deventer waar de Scheg is gevestigd. Op Koninginnedag is er een activiteit voor leerlingen van de Zelhemse scholen in het dorp en rondom “de Brink”.

5.17 Video en foto’s. Bij allerlei leuke activiteiten worden foto’s gemaakt en/of opnames. Deze foto’s e.d. worden op internet, website en of in de schoolkrant van school gezet. U kunt foto’s bekijken op de website van school onder fotoalbum; www.cbsdemeene.nl Mocht u er bezwaar tegen hebben dat er foto’s van uw kind(eren) op de webpagina e.d. worden geplaatst, kunt u dat bij de directeur van school aangeven.

5.18 Mobieltjes. Het gebruik van mobiele telefoons hoort misschien wel bij deze tijd, maar toch willen wij als Meene School het gebruik daarvan tijdens de schooluren terugdringen. Het personeel en de leerlingen zijn tijdens de schooluren altijd telefonisch bereikbaar. ( 0314-622002) We vinden het daarom niet noodzakelijk dat leerlingen op school in het bezit zijn van een mobieltje. Toch zou er een reden kunnen zijn waarom de leerling in het bezit moet zijn van een mobieltje. Graag willen wij dat de ouders de reden op een formulier, dat door de school verstrekt wordt, kenbaar maken. Als de directie toestemming heeft gegeven om het toestel mee naar school te nemen dan wordt het mobieltje ’s morgens aan de leerkracht gegeven. Dit mobieltje wordt in de kluis of in de la van de leerkracht bewaard. Na schooltijd geeft de leerkracht de mobiele telefoon terug aan de leerling. De ouders krijgen een kopie van de goedkeuring van de onderwijskundig leider.

35


5.19 Koffie-uurtje. Elke eerste maandag van de maand is er een koffie-uurtje. In dit koffie-uurtje kunnen ouders een gesprek aanvragen met de onderwijskundig leider. In dit gesprek kunt u puzzels ( vragen stellen) of parels ( goede dingen van school) aangeven. Het koffie-uurtje is van 11.15–12.00 uur. Mocht u op dit aangegeven moment niet kunnen dan is er altijd een mogelijkheid om een ander moment af te spreken. Wij willen graag met u in gesprek gaan over zaken die u bezig houden. Ook zijn de leerkrachten graag bereid om u te woord te staan.

5.20 Abonnementen jeugdbladen. Aan het begin van het schooljaar kunnen de leerlingen zich via de school abonneren op verschillende jeugdbladen. Hierover kunt u een opgave folder tegemoet zien. Vaak liggen deze folders op een van de informatie avonden in de groep van uw kind. U bent als ouders natuurlijk niet verplicht om een abonnement te nemen. Als u wel een abonnement neemt, betaalt u rechtstreeks de uitgever van het blad. Dit gaat niet via school. De verspreiding van de bladen gaat wel via school.

5.21 Schoolfotograaf. De schoolfotograaf komt elk jaar bij ons op school. Het ene jaar worden er alleen groepsfoto’s gemaakt, het andere jaar ook portretfoto’s erbij. Voor groep 8 wordt er altijd een afscheidsfoto gemaakt.

5.22 Schoolkrant en Meenedelingen. Drie keer per jaar komt er een schoolkrant uit waarin informatie en leerlingenwerk is opgenomen. Deze schoolkrant wordt samengesteld door de redactie “Schoolkrant” bestaande uit enkele ouders en leerkrachten. De Meenedelingen gaan om de 14 dagen op vrijdag per mail naar de ouders. Ook zijn deze te lezen op de website van school.

5.23 Zending. Elke maandagmorgen kunnen de kinderen een vrijwillige bijdrage meenemen voor zendingsdoelen. Per jaar worden er 2 / 3 doelen uitgezocht. Geprobeerd wordt om kinderen bij deze doelen te betrekken door acties of andere activiteiten te organiseren.

5.24 Zindelijkheid. Wij verwachten dat als uw kind bij ons op school komt zindelijk is. Het komt helaas steeds vaker voor dat een kind niet zindelijk is op 4-jarige leeftijd. Dat geeft op school praktische problemen voor zowel de leerkracht als de ouders.

36


Hieronder een aantal aandachtspunten: 



Natuurlijk kan het voorkomen dat een kind een keer per ongeluk in de broek plast. Dan zal de school zorgen voor een verschoning. Het kan ook voorkomen dat een kind een ontlastingongelukje heeft dan kan het zijn dat de leerkracht de ouders belt om het kind te verschonen. Dit doen wij als de leerkracht geen mogelijkheid ziet om het kind te helpen doordat de leerkracht alleen in de groep staat of dat het kind zodanig verschoond/gewassen moet worden dat het teveel tijd kost. De leerkracht kan de groep natuurlijk niet alleen laten. Wanneer er sprake is van een structureel probleem wordt er samen met de ouders een oplossing gezocht. Ook kan het kind/ouders in gesprek komen met de GGD( schoolverpleegkundige). De houding van school is o.a. afhankelijk van de aard van het probleem: medische indicatie, psychische indicatie of een pedagogische indicatie. Ouders zoeken dan een oplossing voor het verschonen op school. De school heeft beschikking over een groot toilet waar het verschonen van een kind mogelijk is. Leerkrachten werken mee (mits uitvoerbaar) aan de adviezen van artsen en of begeleiders.

U begrijpt dat er grenzen aan hetgeen de school kan doen op dit gebied. Het niet zindelijk zijn van een leerling is en blijft in eerste instantie de zorg van de ouders.

37


6. Inschrijving van de leerlingen. Wanneer u als ouders geïnteresseerd bent in onze school, De Meene, dan bent u van harte welkom om een kijkje te komen nemen. U kunt een afspraak maken met de onderwijskundig leider van school. Tijdens dit bezoek kunt u zich laten informeren over allerhande schoolse zaken. Na het gesprek is er tevens een rondleiding door de school en maakt u kennis met enkele leerkrachten. Leerlingen kunnen het hele jaar worden aangemeld bij de directie. Het is voor school erg prettig als u dit bijtijds doet. Vaak is het zo dat ouders hun kind aanmelden als het 3 jaar wordt. Als u besloten heeft uw kind op De Meene school te plaatsen dan moet u een inschrijfformulier invullen. De leerling wordt toegelaten zodra uw kind de leeftijd van 4 jaar heeft bereikt. Voor de leerlingen die willen wennen, is er de mogelijkheid om 5 dagdelen te komen inlopen. Dit inlopen is natuurlijk in overleg met de leerkracht. De ouders/verzorgers zijn wettelijk verplicht hun kind als leerling van de school te laten inschrijven op de eerste schooldag van de maand, volgend op die waarin de leeftijd van 5 jaar is bereikt. Tot de vijfde verjaardag is uw kind niet leerplichtig. De praktijk leert echter dat de vierjarigen weinig verzuimen. In principe weigert de school geen kinderen. Er zijn echter wel uitzonderingen:  Kinderen voor wie een verwijzingstraject op de huidige school is gestart. Dat betekent dat de school het advies van de vorige school overneemt n.l.: het doubleren, een test of verwijzing naar een school voor speciaal basisonderwijs.  Wanneer er sprake is van onderwijskundige bezwaren waardoor de hulpvraag van uw kind niet beantwoord kan worden. De school zal ondersteuning geven voor ‘passend onderwijs’ voor uw kind. Als u gaat verhuizen of om een andere reden van school verandert, is het goed om tijdig aan te geven dat u dit van plan bent. Wij zorgen voor een onderwijskundig rapport voor de ontvangende school. Dit is een wettelijke verplichting.

38


7 Namen en adressen. CBS ”de Meene”

Frans Halsstraat 25 7021 DL Zelhem

0314 – 622002

Vinc.v.Goghstraat 4

0314 – 624328

info@cbsdemeene.nl Teamleden: Groep: Mevr.E.Groot Roessink-

Bennemeer 7021 ED Zelhem directie@cbsdemeene.nl Directeur Mevr.E.v.BenthemConference 50 7 Boender 6922 CE Duiven e.vanbenthem@gelderveste.nl

0316 – 281616

Mevr.I.Bulsink-Rougoor 2 (bijen)

0314 – 3444419

i.bulsink@gelderveste.nl

Mevr.H.Giesen-Kuneman 6 h.giesen@gelderveste.nl

Accasialaan 118 7004 AT Doetinchem

Julianaplein 40

0314 – 327068

7003 DW Doetinchem

Mevr.I.Helmink-Ekkebus Mackaylaan 65 2 (bijen) + ICT+ IB 7003 AS Doetinchem i.helmink@gelderveste.nl

0314 – 842316

Mevr.R.Groot NibbelinkFrans Halsstraat 5 4/5 Willink 7021 Dl Zelhem r.grootnibbelink@gelderveste.nl

0314 – 623069

39


Mevr.M.Hetterscheid Elzenerf 23 1 en 8 (ICT + Dalton) 7031 XA Wehl m.hetterscheid@gelderveste.nl

0314 – 845177

Mevr.I.Oosterink 3/4

Tellashof 37

0544 – 352244

Mevr.S.Schut 6

Ruurloseweg 10

7263 SZ Mariënvelde i.oosterink@gelderveste.nl

s.schut@gelderveste.nl Mevr. A. Koens 1

0575 – 461123

7255 DH Hengelo

Bizetlaan 73

0314 – 342902

7002 LW Doetinchem

a.koens@gelderveste.nl Mevr. C. Katgert 8

Meentsestraat 107A

0313 – 631871

6987 CM Giesbeek

c.katgert@gelderveste.nl Mevr. J. Hoeksema 7

Esselenbroek 2

Mevr. J. Reijerse 863

Varsseveldseweg 8D

0573 – 452650

7261 VB Ruurlo j.hoeksema@gelderveste.nl 0314 – 643501

7025 DW Halle j.reijerse@gelderveste.nl Mevr. M. Wolters 2 m.wolters@hetnet.nl

40

Schuppert 7A 7244 NH Barchem

06 – 13945332


Onderwijsondersteunend personeel; Mevr.R.Capel-Navasas Conciërge

Lisweg 6 7021 XT Zelhem

06 21603377

Dhr. H. v. d. Barg Conciërge

Dreef 25 6996 BA Drempt

06 22853455

Stichting ‘Scholengroep GelderVeste”. Secretariaat GelderVeste secretariaat@gelderveste.nl Dhr. F. Remerie Bovenschools directeur

Decanijeweg 3 7251 BP Vorden

bezoekadres: Decanijeweg 3 7251 BP Vorden collegevanbestuur@gelderveste.nl www.gelderveste.nl info@gelderveste.nl

41

0575 – 462573

0575 – 462573


Adressen Stichting Steun. Dhr. W. Rosegaar

Bielemansdijk 18

Voorzitter

7025 CN Zelhem

Dhr. M. van Pampus

Meindert Hobbemastraat 17

Penningmeester

7021 Zelhem

Mevr. J. Lichtlee

Jan Steenstraat 56

Secretaresse

7021 DV Zelhem

42

0314-631977

0314-624223

0314-323276


Schoolgids augustus 2013