Page 1

de

Zetel TROTS - NOSTALGIE - AMBITIE

Margreet van Gastel: Over vier jaar nog mooiere foto van Arnhem maken

DAAN begrijpt dat de baten moeten opwegen tegen de juridische kosten

Jan Peters: Mode met passie als stiknaad Hilvers: Het oudste bedrijf van Arnhem

DAAN Advocatuur & Notariaat | kantoorgebouw De Enk, Tivolilaan 2, Arnhem tel: 088-DAAN-000 (088-3226 000) | www.daanlegal.nl,

DZA_2012_OMSLAG.indd 1

ONDERNEMERSCHAP IN DE REGIO ARNHEM 24-05-12 16:36


Het actuele nieuws op zak, met de nieuwsapp van De Gelderlander! Categorie Accountancy en Belastingadvies

Altijd en overal toegang tot het (regionale) nieuws.

ABAB gekozen tot

nummer 1 in klanttevredenheid Doe er uw voordeel mee

Download de app nu!

Bij ABAB Accountants en Adviseurs ligt de focus op persoonlijke aandacht en klantgerichtheid. Dit wordt door onze relaties gewaardeerd met de eerste plaats in Nederland in de categorie Accountancy en Belastingadvies. Basis is het klanttevredenheidsonderzoek Incompany 100. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat ABAB zich in positieve zin onderscheidt op onderdelen als toegevoegde waarde, creativiteit, oplossen van problemen, houding, respect en betrouwbaarheid. Ook u kunnen we de gewenste ondersteuning bieden die is afgestemd op uw onderneming en individuele situatie. Onze relatiemanagers fungeren hierbij als schakel tussen u en onze specialisten en tevens als sparringpartner voor uw ondernemersvraagstukken. Uniek is dat wij u de sparringuren van de relatiemanager niet in rekening brengen. U gaat pas betalen op het moment dat wij daadwerkelijk gaan adviseren. Iets voor u? Maak een afspraak voor een persoonlijk gesprek. Kijk voor onze contactgegevens en meer informatie op abab.nl.

dg.nl abab.nl

DZA_2012_OMSLAG.indd 2

24-05-12 16:36


voorwoord

Het magazine De Directiezetel, omdat we vertrouwen houden in de toekomst

Zegeningen Tel je zegeningen, zo luidt een gezegde, en laten we dat nou ook eens gaan doen. Weg met dat gesomber over de crisis, die toch vooral tussen onze oren zit. Want de spaartegoeden zijn nog nooit zo groot geweest en iedereen blijft op zijn geld zitten uit angst dat het morgen nog slechter gaat. Nog slechter? Het bbp (bruto binnenlands produkt) komt in 2012 vermoedelijk uit op 613 miljard euro. Dat was in 2009 nog maar 571 miljard euro. BMW had in 2011 een record-omzet; NXP groeide vorig jaar in de segmenten HPMS en Standard Products met 4 procent. Goed gedaan. En lees het verhaal elders in dit magazine over Jan Peters van het Arnhemse Score. Dat modebedrijf groeide in de afgelopen 25 jaar van één naar 115 winkels. Peters wil doorgroeien: ‘We’ll never stop’, luidt het motto van Score. Ook bakkerij Hilvers zit niet stil. Deze bakkerij werd in 1767 opgericht en telt anno 2012 115 personeelsleden en 14 vestigingen. Hilvers overweegt de herinvoering van de bakfiets om het brood weer bij de klant thuis te kunnen bezorgen. Ja, natuurlijk, het vastgoed zit een beetje in de hoek waar de klappen vallen, maar komt dat ook niet omdat de politiek zo lang aarzelde? Ondertussen benadrukt Stephan Veen, directeur bedrijven bij de Rabobank Arnhem en Omstreken en, inderdaad, voormalig hockey-international, in dit magazine op zijn beurt dat de kredietverlening van zijn bank het vorig jaar alleen maar is toegenomen. Daarom brengen wij dit magazine uit. Om nou eens een keer de zegeningen in beeld te brengen in plaats van mee te huilen met de sombere wolven in het bos. Juni 2012

thed Maas Eindredacteur van de Ondernemer

3


Het idee is dat je samen meer bereikt. De VN heeft 2012 uitgeroepen tot het Jaar van de Coöperatie en onderstreept daarmee het belang van de coöperatie voor de wereldeconomie. Als grootste coöperatie van Nederland heeft de Rabobank zich als partner van de VN aangesloten. In onze coöperatieve gedachte staat samenwerken centraal. Bijvoorbeeld door onze kennis, ervaring en know how met ondernemers te delen. Doordat we midden in de samenleving staan en betrokken zijn bij lokale maatschappelijke en economische ontwikkelingen, weten we wat er speelt. En komen we met oplossingen die niet alleen vandaag maar ook morgen waardevast zijn. Want als Rabobank vinden we dat we het met z’n allen moeten doen.

: nk ar a a b bo ner J ratie a R art pe -p oö VN de C n va

Uw business gaat altijd verder. Ons commitment ook. Rabobank. Een bank met ideeën.

www.rabobank.nl/arnhem


Inhoud 6 10 12 14 16 20 23 24 28 30 32 36 38 41 42 44 46 50 53 56 58 61 62 64 66 70 72 73 74

inhoudsopgave

Het gewicht van de directeur Geavanceerd en toch heel simpel ‘ik heb geleerd dat je gewoon door moet blijven lopen’ Jack de Vries ondersteunt SEAFARI WTC Installatiebedrijf kind aan huis bij Burgers’ Zoo Van Lanschot: de grote kleinbank voor private banking én business banking Goed doel steunen met geld én kennis van zaken BKD Arnhem 2012 Meubelmaker Angela Snelders haalt het optimale uit zichzelf De dwangondernemer, hij zwoegde voort De wethouder op de stoel Over vier jaar wil ik een nóg mooiere foto van Arnhem kunnen maken Media De jongste ondernemers van Arnhem Stolwijk Kelderman: een goed alternatief voor de Big-4 De schoonheid van de nacht Mode met passie als stiknaad Hilvers: het oudste bedrijf van Arnhem De wereld haalt zijn energiekennis...gewoon uit Arnhem Groot denken klein werken Stephan Veen over de passie van het ondernemen Drive en passie Arnhem kantorenstad Netwerken, dat moet je vooral leuk vinden Truckherstel, ook voor busjes Trollenbrood St. kiemt: makelaar in kennis Colofon

5


erfgoed Tekst: Yvonne Jansen Illustratie: Louis Radstaak

‘De ­ouderwetse, ­hiërarchische leider heeft zijn langste tijd ­gehad’

Het gewicht van de directeur Het aantal zelfstandige ondernemers in Nederland (nog exclusief de landbouw) is in de afgelopen 25 jaar meer dan verdubbeld tot bijna 1,1 miljoen. Dat betekent dat 12 procent van de beroepsbevolking zichzelf ondernemer noemt. Van al die ondernemers is ongetwijfeld het grootste deel directeur van het eigen bedrijf. Wat is nog het gewicht van een directeur als er zovéél van zijn? Heeft die functie nog status en inhoud als er niet meer dan een inschrijving bij de Kamer van Koophandel voor nodig is om hem te verkrijgen? Als ook de voormalige bovenmeester zich directeur noemt, of de eigenares van een beautysalon? Is directeur een gefossiliseerd begrip, of is de boven de rest verheven zilverruggorilla als leider van de troep alleen voor uitsterven behoed omdat een onderneming statutair nu eenmaal iemand met de titel directeur nodig heeft? 6


erfgoed

‘Een directeur, dat was iemand die mensen voor zich liet werken en mensen onder zich had,’ schetst Harry Starren, creatief denker, columnist en directeur van De Baak, het kennis – en opleidingscentrum van VNO-NCW. ‘De directeur was ook letterlijk een Dikke Deur, die zich opsloot in zijn kantoor en de enige die zonder aankondiging kwam en weer ging. Maar in een samenleving met steeds meer kenniswerkers wordt dat niet meer gepikt. Kenniswerkers zijn mensen die hun vak verstaan. Als die op een zeer directieve manier te horen krijgen wat ze wel en niet moeten doen zeggen ze: doe het zélf als je het zo goed weet. Onder de invloed en de verbreiding van Het Nieuwe Werken zijn we allemaal een beetje directeur geworden. We gaan steeds meer lijken op de mensen die de organisatie hebben verlaten, de zelfstandigen zonder personeel. Vaak deden die dat uit onvrede over de ouderwetse structuren. Binnen de moderne onderneming gaat het er in toenemende mate om dat we leveren wat we beloofd hebben. Hoe, waar en wanneer we dat doen, doet er minder toe.’ Starren ziet de oude machtsverhoudingen geleidelijk vervagen en de afstand tussen rangen en standen in een onderneming verkleinen.

Het verlangen naar autonomie – zelfstandig beslissingen nemen, daar de verantwoordelijkheid voor dragen en de vruchten plukken van succes – is volgens hem sterk ontwikkeld bij zzp-ers en verklaart de pijlsnelle opkomst van deze groep, met allemaal directeurtjes. ‘Als we in Nederland het ziekteverzuim omlaag willen dringen, moeten we iedereen directeur maken,’ aldus Starren. ‘Nergens namelijk ligt het ziekteverzuim zo laag als onder directeuren’. Het meeste aanzien genieten volgens Starren leiders die zelf met de voeten in het bluswater staan, de mouwen opstropen, of zelf uit het vak afkomstig zijn. Directeuren waarvan hij een hoge dunk heeft: ‘Jaap van Zweden is voor mij een voorbeeld van een krachtige leider. Zijn orkestleden geloven in hem, ook al omdat hij zelf uit het orkest afkomstig is. Iedereen weet dat hij hard studeert, vol overtuiging zijn werk doet en van anderen niet vraagt wat hij zelf niet doet. Iemand die het er in mijn ogen ook heel goed vanaf brengt: Tex Gunning van Akzo Nobel. Hij maakt zich sterk voor duurzaamheid, neemt daar binnen de bedrijven waar hij werkt de verantwoordelijkheid voor, door er in het openbaar voor te gaan. Een andere overtuigende directeur is Joop van den Ende. Iemand die

gepassioneerd bezig is met zijn vak en met zijn klanten, en een enorm gezag heeft. Net zoals Van Zweden eist hij veel van anderen, maar van zichzelf nog het meest.’ De ouderwetse, hiërarchische leider heeft als dominant model zijn langste tijd gehad, beweert ook Susanne Stolte. Zij is zowel ondernemer als bestuurder, en voorzitter van de beroepsorganisatie Nederlandse vereniging van Commissarissen en Directeuren (NCD), die haar leden bij de ontwikkeling van leiderschap ondersteunt. De top van organisaties doet er volgen haar verstandig aan snel mee te evolueren met eigentijdse organisatievormen: van pyramide naar atomium. ‘Wie pyramides bouwt, krijgt mummies,’ stelt Stolte. ‘De positie van de directeur kun je niet meer los zien van de context waarin hij opereert. We leven in een samenleving die stoelt op kennis en razend snel verandert. Daarmee veranderen ook de verhoudingen. De Generatie Einstein is opgegroeid met de zegeningen van de ict, communiceert via social media, wil niet alleen op kantoor zitten maar ook thuiswerken, eist openheid en transparantie.’ Essentieel is volgens Stolte dat leiders en managers bereid zijn kennis die vroeger exclusief

7


erfgoed

was te delen met zoveel mogelijk medewerkers. ‘De Einstein Generatie denkt niet lineair of topdown. Bij deze nieuwe lichting past de vorm van het atomium, want deze vaak jonge professionals opereren volgens de netwerkgedachte. Dat vergt een nieuw soort leiderschap. De moderne leider ondersteunt, geeft vertrouwen en ruimte, verbindt, ontdekt en ontwikkelt talent. Hij is niet bang kennis met anderen te delen’. Martijn Aslander en Erwin Witteveen benadrukken in hun boek ‘Easycratie - De toekomst van werken en organiseren’ eveneens het belang van vrij toegankelijke informatie. Dat is volgens

8

hen een voorwaarde voor vernieuwing en dynamiek en kenmerkt moderne organisaties. Bij veel traditioneel bestuurde organisaties geldt echter nog ‘kennis is macht’: ‘De kennis en informatie die de noodzakelijke bouwstenen vormen voor een goede besluitvorming, werden in de top van de hiërarchie afgeschermd. De talentvolle en ambitieuze medewerkers in organisaties stuitten dikwijls op deze belemmerende organisatiestructuur. Om een zinvolle bijdrage te kunnen leveren aan de vooruitgang van de organisatie, hadden zij toegang nodig tot de informatiebouwstenen. En om die toegang te verkrijgen moesten zij eerst klimmen in de hiërarchie. En om te klimmen in de hië-

rarchie, was het vaak noodzakelijk om te zagen aan de stoelpoten van mensen hoger in de hiërarchie. Verbetering van de organisatie was veelal het achterliggende (idealistische) doel, maar de ratrace in de hiërarchische structuur werd het middel om dat doel te bereiken.’ Als tegenwoordig zelfs de stagiair bij een multinational via de computersystemen toegang heeft tot een enorme hoeveelheid bedrijfsgegevens, wat let hem dan om er mee aan de slag te gaan, ten dienste van de onderneming? En waarom zou de organisatie dat belemmeren? Misschien komt de stagiair wel met een oplossing die andere professionals binnen de organisatie nooit bedacht zouden hebben.


erfgoed

‘Van bullebak naar coach’ Leiders van organisaties moeten er aan wennen dat binnen organisaties contacten steeds meer kriskras, en niet topdown. Voor de traditionele manager in het bureaucratische model, is dat slikken, want als hij niet oppast is het de bijl aan de stam van zijn macht. Maar angst is een slechte raadgever, waarschuwen Aslander en Witteveen. Een overbodige bovendien: ‘Het bijkomende voordeel voor de traditionele manager is dat de easycraten nu juist niet à priori aan zijn stoelpoten zagen’. In hun boek dragen de auteurs de ouderwetse directeur ten grave. Of men er nu blij mee is of niet, organisaties zullen steeds meer van onderaf aangestuurd worden, voorspellen zij.

‘We moeten eraan wennen dat het van boven naar beneden aansturen van een organisatie anders werkt dan van beneden naar boven. Het is zelfs de vraag of er in de easycratie en in de nabije toekomst nog wel sprake is van ‘boven’. Wat komt er dan in de plaats van de traditionele verticale lijnen? ‘Collectieve intelligentie, kennis slim delen, radicale transparantie, openheid, verbinden, zwermen – dat zijn typisch thema’s van de moderne organisatiestructuren waarbij niet meer van beneden naar boven of van boven naar beneden wordt gedacht. De easycratie is minder lineair van aard en wil al deze thema’s verbinden.’

De zilverruggorilla mag van Aslander en Witteveen aan het hoofd van de troep blijven staan. Hij blijft de baas, maar moet wel veranderen in een functionaris die stuurt, beschermt, bewaakt en richting geeft. Hij verandert van bullebak in coach. ‘Status is passé, dikke auto’s en dure maatpakken worden niet meer geaccepteerd’, zegt Susanne Stolte. Zij kent directeuren die het bordje met de statutaire titel van hun kantoor sloopten. ‘Dat leverde in hun ogen in de dagelijkse praktijk meer handicaps op dan voordelen.’

9


Simpleshoot Productfotografie Arnhem

Geavanceerd en toch heel simpel De Youtube filmpjes op de website maken in één keer duidelijk hoe eenvoudig het is, om zeer goede en onderscheidende productfotografie voor een webshop of drukwerk te maken. Modieuze schoenen, speelgoed, stropdassen, kleding, wijn, maar ook sieraden, fietsen, bouten en moeren, praktisch alles is mogelijk.

Het is echter een hele toer om een webshop te voorzien van goede en eenduidige, topkwaliteit foto’s. Astrid Peters heeft het zelf aan den lijve ondervonden, toen zij vorig jaar haar webshop 4ActiveKidz.nl begon. ‘De fabrikanten hebben wel productfoto’s, maar vaak niet van álle producten. Dan ga je zelf de overige producten fotograferen. En vervolgens is de belichting of de opstelling anders dan de eerste serie, waardoor de uitstraling van je webshop niet meer zo professioneel is als je wilt. Bovendien is het zelf fotograferen van producten veel lastiger dan je vaak denkt’, legt Peters uit. ‘En een klant is zó weggesurft als een website hem niet bevalt. En dat wil je juist niet hebben!’ 20 seconden Bij toeval stuitten Peters en haar partner Luit Deemter op de StyleShoots, een professionele oplossing voor productfotografie die door grote kledingbedrijven wordt gebruikt. De investering in zo’n apparaat, waarmee in 20 seconden een topkwaliteit foto gemaakt kan worden, is echter hoog. ‘Maar nog niemand was op de gedachte gekomen om zo’n apparaat aan te schaffen, en het vervolgens te verhuren aan webwinkels en groothandels’, vult Deemter aan. ‘Dat is dus wat wij gedaan hebben. Doordat wij die investering hebben gedaan en het 10

apparaat tegen een uurtarief verhuren waar je zelf niet voor kunt fotograferen, hebben we de kwaliteit toegankelijk gemaakt voor webshops.’ 360 graden én 3D Met deze investering was SimpleShoot geboren, het tweede bedrijf van Peters en Deemter. Hun webshop 4ActiveKidz.nl groeide in de tussentijd gestaag verder, mede door de professionelere uitstraling nu de productfotografie was aangepast. Het leergeld werd als het ware geïnvesteerd in het nieuwe bedrijf in Arnhem. De StyleShoots werd vervolgens aangevuld met lichtboxen van PackshotCreator. Deze bieden de mogelijkheid om snel en grotendeels geautomatiseerd producten van alle kanten, ook 360 graden en 3D, te fotograferen. Passende achtergrond ‘Het grote voordeel is tevens dat alle foto’s op dezelfde manier worden gemaakt, zodat de presentatie op de website eenduidig en professioneel is. We kunnen met de StyleShoots zelfs een passende achtergrond projecteren, bijvoorbeeld gras. Alles wat je maar wilt, om op jouw manier een onderscheid met je webshop te maken.’ Er is ook een studio ingericht om grotere producten op te fotograferen. ‘Denk aan fietsen,


stoelen, kastjes, of kleding op paspoppen. Deze studio heeft ook een draaiplateau, waardoor ook van deze producten een animatie voor de website kan worden gemaakt’, legt Peters uit.

rect op een usb-stick mee kunt nemen. Direct klaar voor publicatie. Hiermee is het mogelijk om dit direct voor de webwinkel, technische presentatie, maar ook voor drukwerk te gebruiken.’

BetAAlBAAr, sNel eN FlexIBel Inmiddels hebben vele bedrijven de weg naar SimpleShoot gevonden. Juist doordat klanten per uur of dagdeel een van de studio’s kunnen huren, en dan naar keuze zelfstandig of met begeleiding van het proces, kunnen ze flexibel en betaalbaar hun eigen productfotografie realiseren. Ook is het mogelijk om de totale productfotografie aan SimpleShoot uit te besteden. Peters: ‘We willen graag een relatie met onze klanten aangaan. Ze op het gebied van productfotografie ‘ontzorgen’, zodat zij zich volledig kunnen richten op hun core business.’

gestegeN VerKooP SimpleShoot gaat ook samenwerking aan met fotografen, om ook voor hun klanten de mogelijkheden van deze apparatuur aan te bieden. ‘Door samen te werken bied je een fotograaf toegevoegde waarde naar zijn klanten toe’, legt Peters uit. Om dezelfde reden wordt er ook met onder meer webdesigners samengewerkt. ‘Dit concept is juist sterk doordat wij de middelen en het netwerk ter beschikking stellen aan anderen’, stelt Deemter. ‘Dan wordt één en één drie. Met onze kennis en apparatuur kun je je organisatie meerwaarde geven met goede productpresentaties. En, zoals een klant het laatst verwoordde: nadat we jullie foto’s op de website hadden geplaatst, stegen de verkopen. Dat kan geen toeval zijn.’

DIrect KlAAr Voor PUBlIcAtIe De laagdrempeligheid van SimpleShoot is een groot voordeel voor bedrijven, weten Peters en Deemter. ‘We realiseren ons dat we een nieuw product op de markt hebben gezet, waar mensen misschien nog even aan moeten wennen. Daarom is er ook de mogelijkheid om een gratis proef fotoshoot te maken. Dan zie je hoe snel, handig en eenvoudig het werkt. En hoe professioneel de foto’s zijn, die je overigens di-

SimpleShoot Leemansweg 108 6827 BX Arnhem T 026-3636092 M 06-12535935 E info@simpleshoot.nl 11


Zzp

Arbeidsmarkt verandert: steeds meer mensen beginnen een eigen bedrijf

‘Ik heb geleerd dat je gewoon door moet blijven lopen’ Tekst: Ellen Klaasse

De vrijheid van het zelfstandig ondernemerschap lonkt. In het eerste kwartaal van dit jaar telde Nederland maar liefst 1.072.000 ondernemers op een beroepsbevolking van 7.359.000 personen ( cijfers CBS). Vooral het aantal zzp’ers groeide de afgelopen jaren explosief. Cijfers van de Kamer van Koophandel Centraal Gelderland maken klip en klaar dat Arnhem daarvoor niet onderdoet.

12


Zzp

Dit jaar telt Arnhem maar liefst 13.617 zelfstandige bedrijven, terwijl dat er vijf jaar geleden nog maar 8489 waren. Van deze ondernemers werkt bijna de helft (7904) als zelfstandige zonder personeel (zzp’er). De afgelopen jaren heeft het aantal zzp’ers zich meer dan verdubbeld, want in het jaar 2006 waagden zich nog maar 3807 Arnhemmers op dit pad. De arbeidsmarkt verandert. Steeds meer mensen bieden hun expertise als zelfstandige aan. In Nederland werken 722.000 personen als zzp’er. ‘Mensen worden steeds flexibeler. Vrijheid en het zelf kunnen bepalen hoe je iets aanpakt, worden steeds belangrijker. Maar ook de crisis heeft er een rol in gespeeld. Voor mensen die geen baan kunnen vinden, is het soms het enige alternatief’, zegt Jobien Wind, eigenaar van De Eigen Zaak in Arnhem, een bedrijf gericht op de begeleiding van deze specifieke groep ondernemers. Maar wie zich aanbiedt als zzp’er mag geen gebaande paden verwachten. De weg naar het zelfstandig ondernemerschap zit vol hobbels en kuilen, weet Wind. ‘Als je goed bent in je vak, wil dat nog niet zeggen dat je voldoende opdrachten kunt binnenhalen. Daar hebben veel zzp’ers nogal moeite mee. Bovendien is het een vrij eenzaam bestaan en moet je wel weten hoe je kunt netwerken. Degenen die een zakelijke draai aan de liefde voor hun vak kunnen geven, hebben de meeste kans van slagen.’ Middels het provinciale project ‘Ik start Smart’ biedt de gemeente Arnhem zzp’ers de helpende hand. Voor 150 euro per jaar kunnen starters gedurende een half jaar gebruik maken van een coach en krijgen zij tevens de beschikking over een budget van 460 euro voor het inkopen van trainingen. Kim Hartgers maakte gebruik van deze geste en kwam zo bij Jobien Wind terecht. ‘Zij dwong me een ondernemingsplan te schrijven en dat heeft ontzettend goed geholpen. Daardoor voorzie je de valkuilen en kom je beter beslagen ten ijs. Ik kan er nu nog niet van leven, maar ik weet dat je het eerste jaar vooral moet investeren.’ Voor Hartgers, die zich inmiddels gevestigd heeft als singlecoach, was de oprichting van een eigen bedrijf een logisch vervolg op haar arbeidsverleden. ‘Ik ben nogal eigenwijs en als ik voor een baas werkte, lag ik regelmatig overhoop met de managers. Ik heb inmiddels veel levenservaring en dit geeft mij de kans het op mijn eigen manier te doen.’ De singlecoach richt zich niet op partnerbemiddeling, maar op het traject dat volgens haar daaraan vooraf moet gaan: een match maken met jezelf.

Met haar bedrijf Ziyit Coaching en Training schaart Hartgers zich tot de groep dienstverlenende ondernemers. Een tak waarin de grootste groei heeft plaatsvonden, zo blijkt uit de cijfers van de Kamer van Koophandel. Telde Arnhem in het jaar 2006 1438 adviesdiensten, dit jaar zijn het er 2518. In die periode groeide het aantal facilitaire bedrijven van 1163 naar 1978, het aantal bedrijven gericht op persoonlijke diensten van 1063 naar 2229, en de sector algemene diensten van 479 naar 1869. Daarmee wijkt de stad niet af van de landelijk trend. Procentueel gezien bereikte de groei van het aantal ondernemingen zijn top in het jaar 2008 met een toename van 40.000 bedrijven. Daardoor kwam het saldo in één jaar tijd op 800.000 bedrijven te staan. Een jaar later was die toename al weer op z’n retour en werden er niet alleen 9% minder nieuwe bedrijven opgericht, maar ging er ook een record aantal failliet. Tien en een half duizend bedrijven gooiden het bijltje er in 2009 noodgedwongen bij neer. Het dieptepunt van de crisis ligt inmiddels achter ons en dag naar dag zetten nieuwe mensen hun eerste schreden op het ondernemerspad. Een weg vol onzekerheden, maar met minstens zoveel uitdagingen. Dat is de ervaring van architect Vincent van Bruggen, die Atelier Heijenoord oprichtte; een nieuw ontwerpconcept. ‘Toen ik als gevolg van de crisis mijn baan kwijtraakte, voelde dat als een vrijbrief om voor mezelf te beginnen. Ik wilde dat al heel lang, en ineens werd het noodzaak.’ Zijn dertien jaar lange ervaring bij diverse werkgevers, speelde een grote rol in de wijze waarop zijn bedrijf opzette. ‘Het is totaal anders dan andere architectenbureaus. Ik wilde er niet op speculeren dat de bouwwereld zich als vanouds zou herstellen. De economie verandert sterk. Je ziet dat onder meer aan de toename van het aantal internetwinkels. Consumenten beseffen steeds meer hoeveel je betaalt voor de schil om een product heen. Dat geldt ook voor de bouwwereld en in mijn opinie zal het huidige verdienmodel dan ook niet gehandhaafd blijven. Ik ga deels bouwen volgens het concept collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO). Voor Nederland een vrij nieuwe formule, maar in Duitsland al vrij gebruikelijk. Daarbij heb je geen projectontwikkelaar nodig en ga je als architect met een groep particulieren aan de slag.’ Als je met iets nieuws komt, heb je wel een wat langere adem nodig, ondervond Van Bruggen. ‘De meeste gemeenten kennen het principe van CPO nog niet en weten niet hoe ze

ermee om moeten gaan. Maar omdat veel bouwprojecten momenteel stil liggen doordat projectontwikkelaars er geen geld meer voor hebben, staan ze er wel open voor.’ Van Bruggen richt zich op dit moment op de betaalbare woning en herbestemming. ‘Het lijkt wel of de huizenmarkt op slot zit, maar dat wil niet zeggen dat er geen behoefte aan nieuwbouw is.’ Het vorig jaar heeft de architect maar weinig omzet gemaakt, maar dat had hij ingecalculeerd. Dankzij een microfinanciering van de Stadsbank Arnhem kon hij een gedeelte van zijn woning tot kantoor verbouwen en tijd spenderen aan het opbouwen van zijn netwerk. Nu moet hij de vruchten daarvan gaan plukken. Niettemin was het een spannend jaar voor de beginnende ondernemer. ‘Je moet geduld hebben bij zulke processen. Als ik dacht ‘het schiet niet op’, kwam er ineens een versnelling. Ik heb geleerd dat je gewoon door moet blijven lopen.’ Een dag voor het interview heeft Van Bruggen goed nieuws gekregen. De gemeente Zevenaar heeft hem en zijn partners Energie In Actie en Urbannerdam groen licht gegeven voor de start van een project duurzame woningen in verschillende prijsklassen volgens de formule CPO. De volgende stap is het werven van particulieren. ‘Daarvoor moet ik wel beeldmateriaal gaan maken, maar dat doe ik met enige terughoudendheid. Uiteindelijk is het de bedoeling dat de bewoners samen aangeven hoe hun huis eruit moet komen te zien. Ja, dat kan zelfs voor een starterswoning.’ www.de-eigen-zaak.nl www.ziyit.nl www.atelierheijenoord.nl

13


Seafari

Jack de Vries ondersteunt SEAFARI Tekst: Frank Thooft

Niemand minder dan spindoctor Jack de Vries is ingeschakeld om de laatste loodjes van de financiering voor het ambitieuze project van de Oosterbeker Marco Derksen te realiseren. Met Huberto Tan en Marco Borsato in een Comité van Aanbeveling, worden de krachten van deze fervente duikliefhebbers nu gebun-

deld om een ‘Founding Members’ club van de grond te tillen. Met name duikende ondernemers, maar ook particulieren die de duiksport een warm hart toedragen, zullen benaderd worden om te participeren in het ‘crowdfunding’ fonds van SEAFARI waarmee het laatste kwart van de financiering dichtgetimmerd moet worden. ‘Het is heel eenvoudig’, legt 14

hij uit. ‘Als je meedoet kost je dat 1500 euro, en daarvoor krijg je vijf jaar lang exclusieve rechten in het duikcentrum. Je kunt er met je relaties naartoe, er ontstaat een businessclub, je kunt er zaken doen, en je kunt er natuurlijk ook duiken. En je krijgt 80% van je financiering terug, mocht het op het laatste moment niet lukken.’ Maar die mogelijkheid is gering, denkt Derksen. Banken, de provincie, de grondeigenaar, de hoofdaannemer, kortom alle direct betrokkenen, participeren in de financiering van het project. Negen miljoen zal het uiteindelijk gaan kosten, maar het bouwteam heeft dat ruim begroot. Inmiddels is het plan SEAFARI onderdeel geworden van Park Lingezegen, dat in de Overbetuwe 1500 hectare zal omvatten. Derksen tekende daar eind vorig jaar nog een intentieovereenkomst met de betrokkenen mee. ‘Ik ben vooral blij met de pro-aktieve support van de provincie. Een plan van deze omvang, en met zulke grote invloed op recreatie/toerisme, werkgelegenheid en natuureducatie kun je niet zonder overheid opzetten.’ En dat het plan groots is, blijkt wel uit de uitgebreide documentatie, tekeningen, schetsen, maquettes én doorrekeningen op haalbaarheid door instanties als Royal Haskoning. Hij houdt kantoor in het pand van Niek Maessen, ook een enthousiast duiker, en die verwoordt precies wat de kracht van het SEAFARI-project is: ‘Er zijn in Nederland een kleine 500.000

mensen met een duikbrevet op zak. Ik ben er daar één van. Maar ik duik nooit in Nederland, alleen in het buitenland, omdat het daar warmer is, de omgeving mooier, enzovoorts. Maar als SEAFARI opent ben ik er als eerste bij om er te duiken.’ In SEAFARI vindt de duiker een walhalla aan onderwaterwerelden, variërend van een scheepswrak en een vliegtuigwrak, imposante rotsformaties, maar ook een enorm grote, ringvormige ‘snorkelbaan’ met onderwater-aquaria waar bijzondere vissen in zwemmen. Het doet een beetje denken aan de gigantische Ocean in Burgers’ Zoo. Bij de bouw van de Ocean stond Derksen al met zijn neus vooraan, en van lieverlee kreeg hij een intensief contact met Antoon van Hooff, die hem vervolgens enkele jaren coachte in de opzet van zijn businessplan. De grootste diepte van het duikcentrum van Derksen wordt 12 meter; de oppervlakte beslaat straks 40 bij 40 meter. Derksen verwacht dat in de ochtenden veelal brandweer-, politie- en douaneduikers in opleiding & training SEAFARI komen bezoeken. In de middag, avonden en weekeinden zijn het de recreatieve duikers. ‘Voor alle doelgroepen is het interessant. Maar met name voor ondernemers die mee willen doen in de unieke Founding Members club die elkaar bij SEAFARI in een bijzondere omgeving gaan ontmoeten.’ www.indoorduiken.nl


Is een ondernemer persoonlijk aansprakelijk tussen oprichting en inschrijving van zijn BV? Dirkzwager zorgt dat u het weet. Het juridische antwoord op een simpele vraag, is vaak gecompliceerder dan verwacht. Met gezond verstand komt u een heel eind, maar voor een ĂŠcht antwoord is meer kennis nodig. Dirkzwager deelt die kennis graag met u. Bijvoorbeeld via onze gratis Dirkzwager kennis App, de juridische kennisportal www.partnerinkennis.nl en onze geheel vernieuwde website. Ontdek hoe Dirkzwager kennis deelt op www.dirkzwager.nl!


WTC

Het Wtc Arnhem-Nijmegen is gehuisvest in de rijntoren, pal naast het centraal station van Arnhem, waar ook de Hsl stopt. Het Wtc is in 2005 gebouwd en ontworpen door architect Ben van Berkel. De totale verhuurbare oppervlakte is 12.000 m2. op dit moment is het verhuurd aan maar liefst 33 bedrijven. Daarnaast heeft regardz Meeting centre er een aantal vergader- en congreszalen in gevestigd. Wtc maakt deel uit van de internationale World trade center organisatie. Het gebouw is ook de domicilie van de Wtc Business club Arnhem Nijmegen, die onder voorzitterschap van de advocaat internationaal recht Dimitri xanthopoulos van DAAN Advocatuur & Notariaat staat. De Businessclub telt op dit moment bijna honderd leden.

16


WTC

17


WTC

18


WTC

19


Maessen & Hendriks

Installatiebedrijf kind aan huis bij Burgers’ Zoo

De Arnhemse dierentuin Burgers’ Zoo en installatiebedrijf Maessen & Hendriks uit Oosterbeek werken ruim veertig jaar samen. Met unieke projecten als resultaat. Denk alleen maar aan de zelfontwikkelde techniek ‘achter’ het 8 miljoen liter grote zeeaquarium Burgers’ Ocean.

Tekst: Francien van Zetten

Durf. Creatief en oplossingsgericht denken en werken. Vertrouwen op elkaars kennis van zaken. Plus een lange termijnvisie. Dat zijn de bouwstenen waarop de samenwerking tussen Burgers’ Zoo in Arnhem en installatiebedrijf Maessen & Hendriks uit Oosterbeek rust. Al meer dan veertig jaar.

tuin tot het bedenken van technische oplossingen voor megaprojecten zoals Burgers’ Bush en Burgers’ Ocean.

‘Ons park bestaat bijna een eeuw en is gefocust op de lange termijn. De dierentuin moet minstens nog eens 99 jaar vooruit kunnen’, legt Alex van Hooff, directeur van Burgers’ Zoo uit. ‘Daar zoek je partners bij. Als je te veel gefocust bent op prijs, snijd je jezelf op den duur in de vingers.’

‘Onze vaders werkten al samen. Daar is het begonnen’, zegt Van Hooff met een glimlach. In samenspraak kozen ze vaak voor onorthodoxe oplossingen. Voor de verwarming van Burgers’ Bush is bijvoorbeeld in eerste instantie gebruik gemaakt van de oude ketels van het station in Arnhem. Maessen: ‘Mijn vader wist dat je die voor een prikkie kon ophalen als je ze zelf sloopte.’ Van Hooff: ‘Er was indertijd eigenlijk te weinig geld om te bouwen, zo is de bush er toch gekomen.’

Niek Maessen van installatiebedrijf Maessen & Hendriks knikt. ‘Wij denken graag mee, zodat we vroegtijdig praktische adviezen kunnen geven.’ De inbreng van de Oosterbeekse installateur varieert van meedenken over slimme schrikdraadbeveiliging om te voorkomen dat de chimpansees in de bomen klimmen en de inrichting van het ziekenhuis van de dieren-

Maessen & Hendriks is uitgegroeid tot een middelgroot installatiebedrijf voor bedrijven en particulieren waar circa 65 mensen werken. Zeven tot tien medewerkers zijn dagelijks in de dierentuin aan het werk. ‘Burgers’ heeft ons bedrijf gevormd’, zegt Maessen. Maessen & Hendriks ging als elektrotechnisch installatiebureau van start. Daar zijn centrale verwar-

20


Maessen & Hendriks

Van Hooff benadrukt nogmaals het belang van het partnerschap. ‘Het werk wordt hier niet aanbesteed. Als je dat doet, is er over alles wat het duurder maakt discussie. Bij ons gaat alle energie in een goede oplossing zitten. Dat is het allerbelangrijkst.’

aquarium Burgers’ Ocean eind jaren negentig een heel ander uitgangspunt gekozen dan de Amerikaanse deskundigen huldigden. Door de grotere bassins met minder vissen, raakt het water minder sterk vervuild, legt Van Hooff uit. ‘In Amerika zijn zulke aquaria altijd 100 miljoen dollar plus-projecten. Daar wordt al het water één keer per uur gefilterd. Wij filteren één keer per acht tot 24 uur. Daar zit een gigabesparing, waardoor we de Ocean voor een derde van de prijs hebben kunnen bouwen.’

Zo werd voor de techniek achter de schermen van het 8 miljoen liter water bevattende zee-

Veiligheid van het publiek, de medewerkers en de dieren is in Burgers’ Zoo vanzelfspre-

ming en klimaatbeheersing, koudetechniek, loodgieterswerk en zelfs constructie en dakbedekking bij gekomen. ‘Eigenlijk alles wat nodig is voor de projecten in de dierentuin.’

kend van doorslaggevend belang. ‘Je kunt niet hebben dat er olifanten of andere dieren los lopen, omdat de beveiliging niet werkt’, zegt Maessen. De beveiliging en klimaatbeheersing worden op duizenden punten gemonitord. Op achthonderd punten is er permanente bewaking. Als de apparatuur hapert, krijgt één van de monteurs van het Oosterbeekse bedrijf een sms-je en kan hij op zijn pc uitlezen wat er aan de hand is. Zo nodig, rukt hij meteen uit. ‘Als dat ’s nachts is, weet Alex er meestal niets van’, zegt Maessen: ‘Dat is onze verantwoordelijkheid.’

Alex van Hooff en Niek Maessen in het verblijf van de hoefdieren dat met behulp van warmte-koudeopslag in de bodem wordt verwarmd met de restwarmte die in de zomer vrijkomt in Burgers’ Bush.

21


Van Lanschot Oudste bank van Nederland Arnhem

22


Van Lanschot: de grote kleinbank voor private banking én business banking Met 28 kantoren in Nederland is Van lanschot een kleine bank. toch is het de vijfde bank van Nederland. en ook de oudste: de bank bestaat dit jaar al 275 jaar. Zelfstandig, zonder onderdeel van een grotere entiteit te (hoeven) zijn, ook na de kredietcrisis. Het maakt dat de bank en haar medewerkers een bijzondere positie innemen voor ambitieuze particulieren, ondernemers en (toekomstige) DgA’s. Want de bank benadert haar cliënten op een andere wijze. Het gaat daarbij dan ook om bijzondere cliënten. Er is een ondergrens voor cliënten, dat klopt. Waar de grens voor vermogende particulieren op ¤ 250.000 vermogen resp. maatschapsaandeel ligt, hanteert de bank een omzet van vijf miljoen euro als richtlijn voor nieuwe zakelijke cliënten. ‘Dat is een vuistregel’, licht Joost van Aken toe. ‘We kijken daarnaast vooral naar de potentie en de groeikansen van de onderneming op de lange termijn.’ Van Aken is regiodirecteur Business Banking Oost-Nederland en werkt met zijn team onder andere voor het kantoor in Arnhem. Dagelijks is hij in gesprek met ondernemers, of met hun beoogde opvolgers. Want de opvolgingsproblematiek in familiebedrijven is bij Van Lanschot al jaren een van de speerpunten. AcADeMIe Voor BeDrIJFsoVerDrAcHt In samenwerking met TIAS Business School in Tilburg is daarom al wat langere tijd een Academie voor Bedrijfsoverdracht opgezet, waar de beoogde opvolgers van succesvolle ondernemers door middel van een gespecialiseerde opleiding voorbereid worden op de opvolging. Maar ook op een alternatieve koers, want niet elke zoon of dochter is geschikt om het bedrijf van vader of moeder over te nemen, zo leert de ervaring. ‘Wij zijn daar altijd open en confronterend in’, vult Astrid Huitink-Jacobs in. Zij is directeur van de vestiging in Arnhem. ‘We zeggen wel waar het op staat. Ik voel me soms nog meer consultant dan bankier. Dat heeft ook te maken met onze visie op relatiebeheer. Wij hebben de focus op de lange termijn ge-

richt. Dat maakt dat we heel anders met onze cliënten kunnen omgaan.’ VerscHIl En ze kan het weten, want net als Van Aken heeft Huitink eerst bij andere (groot)banken gewerkt voordat ze bij Van Lanschot kwam. En ook Jos Wolff, Senior Business Banker voor het kantoor Arnhem, heeft een zelfde traject afgelegd voordat hij een aantal jaren geleden de overstap naar Van Lanschot heeft gemaakt. ‘We treden op als partner in het drieluik ondernemer – onderneming – bankier’, legt hij uit. ‘Dat maakt dat je in de spreekkamer, of bij de ondernemer op het bedrijf, een ander soort gesprekken voert. Daarmee maken we ook het verschil voor onze cliënten.’ Een bankier van Van Lanschot kenmerkt zich door een seniore attitude, door een hoge mate van empathie en door een grondige kennis van het snijvlak van bankieren en ondernemen, merkt Huitink op. Het heeft de bank al meermalen zilver in de waardering van Nederlandse zakelijke banken in het jaarlijkse Incompany500-onderzoek bezorgd. AANDAcHt Van Aken komt nog even terug op de overnameproblematiek. Van Lanschot werkt daarbij regelmatig samen met informal investors om de financiering te realiseren. ‘Je moet als bankier goed begrijpen welke rol je dient te spelen in deze materie. Juist door samen te werken met externe specialisten vergroot je de meer-

waarde zeker voor de ondernemer. Het geeft in onze ogen aan dat je oprecht betrokken bent bij de continuïteit van de onderneming van je cliënt, en dat je alles op alles wilt zetten om dat te ondersteunen. Die aandacht, daar gaat het om.’ trots Huitink: ‘Wij zelf zijn trots om bij Van Lanschot te werken; we dragen de ambitie die de oprichters van deze van oorsprong kleine familiebank in zich hadden, vol passie uit. We herkennen dit bij onze cliënten, en andersom herkennen zij dat bij ons. Het geeft het werken als private banker en business banker een dimensie méér. We zijn ons er echter van bewust dat sommige ondernemers nog onvoldoende weten wat Van Lanschot voor hen kan betekenen.’ Van Aken pakt over: ‘We gaan daarom graag in gesprek met ambitieuze ondernemers, die net als wij die trots voor hun bedrijf voelen. Om ze de finesses van deze grote kleinbank te laten ervaren.’

Van Lanschot Velperweg 148 6824 HN Arnhem Telefoon +31 (0) 26 384 64 44

23


Goed doel

Ondernemers steeds meer maatschappelijk betrokken

Goed doel steunen met geld ĂŠn kennis van zaken Tekst: Francien van Zetten

Ondernemers doen meer dan hun bedrijf leiden en winst maken. Ze houden er van hun geld zinvol te besteden. Een goed doel steunen hoort daar bij. Arnhemse ondernemers doen dat op tal van manieren. Van chique dineren tijdens het Rode Kruis Gala tot handen uit de mouwen bij de Weekendschool.

24


Goed doel

De ontvangst in de fraaie Oranjerie van landgoed Groot Warnsborn even ten noorden van Arnhem is hartelijk. De ondernemers van serviceclub Kiwanis Arnhem begroeten er hun gasten voor het Arnhems Goede Doelen Diner 2012. Gastheer Lammert de Vries, eigenaar van hotel en restaurant Groot Warnsborn, serveert een heerlijk bubbelend welkomstdrankje. Het maakt de tongen prettig los. Hans Winters, oud-directeur van Kuiper Arnhem Bouw en Ontwikkeling, is van de partij, evenals zijn opvolger John Moesbergen. Advocaat Bart van Meer, immer goed geluimd, is blij met zijn transfer van kantoor CMS Derks, Star en Busmann, dat Arnhem verliet, naar het gerenommeerde Dirkzwager in de Gelderse hoofdstad. ‘Al dat heen en weer rijden naar Amersfoort. Dat is niets voor mij. Ik heb mijn hart nu eenmaal verpand aan Arnhem.’ Als voorzitter van het Ondernemers Kontakt Arnhem, met vierhonderd aangesloten bedrijven het grootste zakelijke netwerk in de Gelderse hoofdstad, weet Bart van Meer wat er speelt. Hij informeert belangstellend bij Hans Winters naar de restauratie van de inferieur gebleken buitengevel van de Eusebiuskerk. Het werven van fondsen voor de vele miljoenen kostende restauratie van deze Arnhemse icoon is in het huidige economisch magere tijdsgewricht een zware klus, constateert de OKA-praeses. ‘Daar heb ik mijn handen inderdaad de komende jaren vol aan. Maar het is een heel goed doel’, beaamt Hans Winters met een veel betekenende knipoog.

gedekte tafels waar de attente bediening de amuse presenteert: een tongstrelend soepje van gele paprika en serranoham met polentacrème van mascarpone. Het Kiwanis-diner is één van de vele activiteiten waarvoor ondernemers uit Arnhem en wijde omtrek hun beurs trekken om het goede doel te steunen. Eten, drinken, amusement, of een balletje slaan tijdens een benefietgolftoernooi en netwerken. Het zijn de ideale ingrediënten voor een ambiance waarbij ondernemers hun hart laten spreken. Zo geeft tout Arnhem acte de présence bij het Gala van het Rode Kruis in Arnhem, altijd op de tweede vrijdag van november in de Eusebiuskerk. In stijl gekleed, uiteraard. Heren in smoking en dames in galajurk. Zien en gezien worden is er een prettige bezigheid. Bedrijven ‘kopen’ bij het Rode Kruis à 2500,00 euro een tafel voor acht personen. Ze nodigen relaties uit voor het exquise vijf gangendiner afgewisseld met bijzonder amusement. Arnhemse parels als balletgroep Introdans, musici in opleiding van ArtEZ Hogeschool voor de

Kunsten en Het Gelders Orkest zetten daarbij de toon. ‘Exclusiviteit, kwaliteit en een hoog gehalte Arnhemse cultuur. Dat is onze kracht’, verklaart Margareth Bouwmeister. Ze is secretaris van de Arnhemse afdeling van het Rode Kruis en constateert nuchter dat het gala last heeft van de economische crisis. De opbrengst van 25 mille in het booming tijdperk voor de credit crunch tot 15.000 mille vorig jaar. ‘Als Rode Kruist ontvangen we geen cent subsidie. Het gala is, naast de collecte, onze succesvolste fundraising-activiteit.’ Het vertrek uit Arnhem van diverse trouwe sponsors, zoals energiebedrijf Essent, de raad van bestuur van Akzo Nobel en de misère die veel ondernemingen in de bouw treft, komen hard aan. ‘Jammer genoeg ben je daardoor als goed doel heel kwetsbaar.’ Het Arnhemse Rode Kruis-bestuur vroeg zich begin dit jaar zelfs even af of het gala nog wel toekomst heeft. Die vraag is vlot met een volmondig ‘ja’ beantwoord. ‘Er zijn gelukkig nog steeds heel wat Arnhemse ondernemers

Vanavond gaat het niet over de Eusebius en zijn restauratie. De opbrengst van het Goede Doelen-diner van serviceclub Kiwanis gaat dit jaar naar de Stichting Hulphond uit Herpen. Albert Hoekerswever is één van de organisatoren. ‘Serving the children of the world is wereldwijd het motto van Kiwanis’, legt hij uit. ‘De Stichting Hulphond leidt honden op voor volwassenen én kinderen met een handicap.’ Kiwanis-voorzitter Frans Lomans dirigeert zijn gasten met zachte hand richting de stijlvol 25


Goed doel

die graag naar het gala komen’, constateert Margareth Bouwmeister. Wel wordt er gekeken hoe het anders kan. Door kleinere tafels aan te bieden bijvoorbeeld, wil het Rode Kruis een nieuwe groep ondernemers aan zich binden. Op één voorwaarde: ‘Kwaliteit blijft voorop staan. Bij onze hulpverlening én bij het gala.’ Bij het Kiwanis-diner in Groot Warnsborn dient het voorgerecht dient zich aan: gegrilde zeebaars, salade van witte asperges en schaaldierenvinaigrette. Heerlijke vis op een fris bedje van ‘wit goud’. Het Arnhems Midzomeravond Festival in het honderdjarige Nederlands Openluchtmuseum is een nieuw project van Kiwanis Arnhem. Het biedt jonge talenten uit de kunst- en cultuurwereld een podium. De eerste editie is vorig

jaar gehouden en krijgt dit jaar op 22 juni een vervolg. ‘De optredende jongeren doen ervaring op en de bezoekende kinderen kunnen door de route langs tien podia kennis maken met allerlei kunstdisciplines’, vertelt mede-organisator Rob Nijenhuis enthousiast. ‘Het programma is heel veelzijdig: van klassiek ballet en hiphop, tot klassieke zang en muziek.’ De opbrengst van het festival gaat naar een fonds dat talentvolle jongeren uit achterstandswijken een steuntje in de rug geeft bij het volgen van een opleiding aan het conservatorium. Rob Nijenhuis is in het dagelijks leven commercieel directeur bij bouwmaterialenbedrijf Excluton en steekt veel vrije tijd in de organisatie van het Midzomer Festival. ‘Een goed doel help je niet alleen met geld, maar ook met praktische hulp en expertise. Als je de enthousiaste reacties van

de jongeren ziet, geeft dat veel voldoening.’ Het tussengerecht bestaat uit een krachtige runderbouillon met paddenstoelen en bladerdeegstengel met oude kaas. Een prima combinatie. Met hun zakelijk inzicht en andere know-how raken ondernemers met oog voor maatschappelijke ontwikkelingen steeds vaker nauw betrokken bij het doel dat ze steunen. De Arnhemse Koffiebranderij Peeze is daar een sprekend voorbeeld van. Sinds twee jaar gaat elk jaar drie procent van het bedrijfsresultaat plus de opbrengst van verschillende promotie-activiteiten, bij elkaar vijftig mille, naar de Peeze Foundation. Via deze corporate foundation biedt Peeze zowel de Weekend School Arnhem voor kinderen in achterstandsituaties, als koffieboeren in Ethiopië financiële en praktische steun. ‘We zijn betrokken bij twee maatschappelijke projecten, eentje dicht bij huis en een project in een land waar onze koffie vandaan komt’, zegt directeur Timmo Terpstra, directeur van Peeze. ‘We steunen deze doelen financieel, maar steken ook de handen uit de mouwen. We geven bijvoorbeeld les aan de Weekendschool en ontvangen de kinderen in ons bedrijf.’ De lokale koffieboeren in Ethiopië worden gestimuleerd hun productie te verbeteren, zodat die meer geld opbrengt. ‘Met onze kennis kunnen we de koffieboeren opleiden en helpen hun levensomstandigheden te verbeteren met goede sanitaire voorzieningen en scholen voor hun kinderen’, doet Timmo Terpstra uit de doeken. ‘We kijken waar vraag naar is en coördineren zelf een project, zoals de bouw van een waterzuiveringsinstallatie, in samenwerking met lokale organisaties. Zo bouw je een duurzame relatie op.’

26


Goed doel

Het hoofdgerecht van het Kiwanis-diner doet zijn naam eer aan: malse rosé gebraden ossenhaas in een jus van suddervlees vergezeld van aardappelmousseline en witlof als groente van het seizoen. Met ruim zeventig gasten is Kiwanis-organisator Albert Hoekerswever tevreden. Het is de derde keer dat het Goede Doelen-diner wordt gehouden en zo’n evenement moet groeien. Met zijn bedrijf HigHopes coacht Albert Hoekerswever ondernemers en organisaties bij het ontwikkelen van persoonlijk leiderschap. Vooral de regie die mensen via hun hulphond over hun eigen leven krijgen, spreekt hem aan. ‘Het is werkelijk fantastisch hoe zo’n hulphond zijn baasje helpt zelfstandig te functioneren.’ John Moesbergen van bouwbedrijf Kuiper merkt dat niet alleen zijn branche het moeilijk heeft, maar ook veel culturele en maatschappelijke organisaties. ‘We krijgen meer sponsoraanvragen dan ooit te voren.’ Kuiper, dat dit jaar zijn 110-jarig bestaan viert, kiest bewust voor culturele en maatschappelijke goede doelen dicht bij huis. ‘We adopteren dit jaar een social sofa. Dat is een kunstproject dat de ontmoeting stimuleert, doordat buurtbewoners de sofa samen decoreren.’ De Junior Kamer Arnhem houdt op 7 september de negende editie van het benefiet-golftoernooi Sonsbeek Open en ziet de opbrengst nog elk jaar stijgen. Van 12.000 euro in 2010 tot 18.000 euro vorig jaar, bedragen die elk jaar naar een ander goed doel gaan. ‘Natuurlijk is het een moeilijke tijd om sponsors te vinden, maar daar moet je creatief mee omgaan’, meent organisator Robert de Haas. ‘Dit jaar hebben we niet één hoofdsponsor, maar vier kleinere sponsors.’ Eén van die sponsors is de Arnhemse vestiging van Accountants- en Adviesbureau BDO, dat zelf één van de twee Arnhemse Haringparty’s

houdt voor zijn relaties. Er wordt in Arnhem al jaren niet meer geboden op het ‘eerste vaatje’ nieuwe haring. BDO houdt wel een verloting voor het goede doel. ‘We verloten een flight op Sonsbeek Open en dat leverde de afgelopen jaren zo’n vijfduizend euro op’, meldt Harry Corbeek van BDO. Dat geld gaat naar het goede doel van de Junior Kamer. ‘Zo versterken we elkaar.’ Het nagerecht van het Kiwanis-diner is er eentje voor de fijnproevers: een terrine van pure chocolade, roomijs van tonkabonen en gemarineerde ananas. Met als extra toetje een veiling voor het goede doel. Advocaat Bart van Meer bekleedt met verve de rol van veilingmeester voor het goede doel. Hij wordt terzijde gestaan door zijn kantoorgenoot notaris Ton Lekkerkerker. De veilingmeester spoort zijn publiek aan ruimhartig te

zijn. ‘U weet het: een goed doel geeft een goed gevoel.’ Als eerste kavel komen twee mooie flessen rode wijn, St. Emillion Grand Cru uit 1998 onder de hamer. Er wordt vlot op geboden en Hans Winters neemt ze voor 170 euro mee naar huis. ‘Daar kun je mee thuis komen’, constateert Bart van Meer. Onder de hamer komen tevens enkele kunstwerken, een overnachting plus champagneontbijt in Groot Warnsborn en een training door een companycoach. Het resultaat van het derde Goede Doelen-diner van de Kiwanis wordt afgerond op drie mille. ‘Het was een geslaagde avond’, concludeert Albert Hoekerswever tevreden. ‘En een mooi bedrag voor de Stichting Hulphond.’ Voor meer informatie: www.hulphond.nl en www.amzaf.nl

27


BKD

BKD Arnhem 2012 Het bleek een succesvolle beurs, vonden Frans van Eck en Caroline Haarhuis, die vanuit SeeU de BKD Arnhem 2012 hadden georganiseerd. Met breder opgezette stands, meer doorkijkjes en meer ‘lucht’ in de beurs werden er goede verbindingen gelegd tussen de bezoekers en de standhouders. Standhouders waren ook tevreden, gaven ze desgevraagd aan. Het parkeren was even wennen: wie dichtbij wilde parkeren moest daarvoor vier euro uit de zak halen. Overigens is dat bij andere bedrijvenbeurzen business as usual, maar de Ernemmer fronste af en toe een wenkbrauw. Dat ook nog eens de auto bewaakt werd viel niet eens op...

28


BKD

En verder waren er maar liefst twee beursprijzen, een paar zeer enthousiaste sprekers en vooral veel blije gezichten, zoals onze fotograaf Jacques Kok kon vereeuwigen. De Happy Hours werden goed bezocht, de ludieke acts waren weer verrassend en de versnaperingen die her en der te krijgen waren smaakten goed. Kortom: alle redenen om de BKD 2013 met vertrouwen tegemoet te zien. Weer in de Rijnhal, laten Van Eck en Haarhuis weten.

29


timmervrouw

Tekst: Yvonne Jansen

Steeds meer vrouwen op ondernemerspad

Meubelmaker Angela Snelders haalt het optimale uit zichzelf De mannelijke ondernemer is in Nederland nog steeds in de meerderheid, maar wordt behoorlijk op zijn hielen gezeten. Steeds meer startende ondernemers zijn vrouw. De groei lijkt niet meer te stuiten. In de stadsregio Arnhem lag de verhouding tussen het aantal startende mannelijke en vrouwelijke ondernemers begin van dit jaar al op 60/40. Nog maar een fractie verwijderd van fifty/fifty. Meubelmaker Angela Snelders begon haar bedrijf in 1986 en moest haar plek toen nog behoorlijk bevechten. Vandaag de dag kijkt slechts een enkeling nog raar van haar op.

30


timmervrouw

Dat Angela Snelders als vrouwelijke ondernemer ook nog eens een ‘mannenvak’ beoefent, kan soms tot hilarische situaties leiden. Vertegenwoordigers die haar finaal voorbij lopen en direct op haar mannelijke medewerker Arjen Albertsma afstappen. Opmerkingen achter haar rug als zij in haar timmermansbroek een bouwplaats betreedt, of mannelijke klanten die haar uitleggen hoe ze een meubelstuk in elkaar moet zetten. De meubelmaker wordt er niet koud of warm van en lacht er meestal om. ‘Als je dit vak als vrouw beoefent, moet je daar maar tegen kunnen’, zegt ze. Toen ze zich dertig jaar geleden, na een loopbaan als administratief medewerker, wilde omscholen tot meubelmaker, was er nergens plek voor haar. ‘Op het arbeidsbureau werd letterlijk gezegd: ‘Zie je jezelf als vrouw al staan op zo’n werkplaats tussen allemaal mannen.’ Ze wilden me niet toelaten op de opleiding tot meubelmaker.’ Maar Snelders liet zich niet weerhouden. Dat heeft met haar karakter te maken. Ze kan niet tegen onrecht. ‘Mensen vonden mij feministisch, maar zo zag ik mezelf niet, ik ben gewoon voor gelijkwaardigheid’, zegt ze. Met twee andere vrouwen die dezelfde ambitie koesterden, diende ze een projectplan in voor de oprichting van een vrouwenvakschool tot meubelmaker bij het ministerie van Emancipatiezaken. Dat verzoek werd gehonoreerd. De opleiding kwam er en Snelders werd er zelf opgeleid. Die school bestaat niet meer, net als het ministerie van Emancipatiezaken. Overbodig geworden, want inmiddels mag je wel zeggen dat vrouwen en mannen dezelfde rechten hebben in ons land. Op een eenvoudige timmercursus ontdekte Snelders haar liefde voor het vak. ‘Toen ik de eerste houtkrullen van een plank schaafde, was het alsof ik in mijn gezicht werd geslagen en wist ik gelijk dat dit het voor mij was. De gedachte ‘dan kan ik eigen baas zijn’ kwam er meteen achteraan.’ Na de opleiding tot meubelmaker, was er maar één optie mogelijk: een eigen bedrijf beginnen. Ook dat moest ze bevechten. Geen bank die haar een lening wilde verstrekken. Of dat met haar vrouw zijn te maken had, betwijfelt ze overigens. ‘Alle ondernemers moeten knokken voor hun financiering.’

Met geleend geld van vrienden richtte ze haar eerste werkplaats in. Op de Veilingstraat in Arnhem. Een straat vlakbij het centrum en de Rijnkade. Daar bevindt het bedrijf zich nog steeds, maar wel in een ander pand dan waar ze oorspronkelijk begon. De Wig, zoals haar bedrijf heet, heeft een royale werkplaats met veel daglicht en het is er opvallend goed opgeruimd. In het kantoor staan twee royale tafels in verschillende houtsoorten, uiteraard van eigen hand. Snelders heeft van maatwerk haar specialiteit gemaakt en denkt daarin actief mee met de klant. Vanuit haar vrouw zijn kan ze subtiele oplossingen bieden. ‘Ik maak veel garderobekasten en als ik aan de klant vraag waar er gestreken wordt, dan blijkt dat vaak voor de kast te zijn. Dan stel ik voor er een opbergmogelijkheid voor een strijkplank in te maken.’ Moet er een badkamermeubel ontworpen worden, dan komt zij met een platte lade op de proppen waarin de vrouw haar cosmetica overzichtelijk kan opbergen en voor het grijpen heeft.

afgeleverd. Morgen is er weer een nieuwe dag. Dan buigt ze zich over een kaptafel die precies in de nis van een slaapkamer moet passen. www.dewig.nl

De meubelmaker ziet vooral voordelen in haar vrouw zijn. ‘Op iedere verjaardag ga je wel over de tong. Als iemand iets zegt over een kastje van mij, zegt de eigenaar vrijwel altijd dat het gemaakt is door een vrouwelijke meubelmaker. Je staat wat meer in de belangstelling.’ Toch heeft ze bewust voor een mannelijke medewerker gekozen en is ze lid van Rotary Arnhem, een gemengde netwerkclub. ‘Mannen en vrouwen benaderen de dingen op hun eigen manier. Vrouwen gaan meer in op de details, mannen zijn voor de grove lijnen. Breng je ze samen, dan is er meer balans. In de werkplaats vullen Arjen en ik elkaar heel goed aan.’ Angela Snelders werkt fulltime. Dat veel vrouwelijke ondernemers parttime met hun bedrijf bezig zijn en hun werkzaamheden rondom hun gezin spinnen, daar heeft ze geen moeite mee. Maar voor haar zou het geen optie zijn. ‘Daarvoor zijn de investeringen te hoog. Maar ik werk hier altijd met plezier. Je maakt iedere keer weer iets anders. Voor mij is het ook belangrijk dat je als ondernemer het optimale uit jezelf kunt halen. In het bedrijfsleven spelen mannen elkaar nog steeds de beste banen toe en lopen vrouwen al gauw tegen het glazen plafond aan.’ Haar laatste opdracht, een authentiek ogend balkon voor een herenhuis in Bussum, is net

31


overdracht

‘Mijn bedrijf is mijn pensioen’ gaat niet altijd meer op

De dwangondernemer, hij zwoegde voort een azuurblauwe zee, elke avond een vuurrode zonsondergang en een dagje zeilen op de eigen boot afwisselen met golfen. Voor wie is zwitserleven nog weg gelegd? Niet voor de ondernemer die zijn pensioenvoornemens te laat omzet in daden.

32

Tekst: Yvonne Jansen


overdracht

‘Een mooie reclame, die een beeld schetst dat volgens mij niet meer helemaal strookt met de werkelijkheid’, zegt Rob Wolthuis, secretaris financiering bij MKB Nederland. In het bekende verzekeringsspotje verkneukelen Kees Brusse, Huub Stapel, Ellen Ten Damme en Chris Zegers zich over een eindeloze zee van vrije tijd in een luxe all inclusive paradijs voor pensionado’s. Nog los van de vraag of zo’n bestaan vol zinledigheid niet snel verveelt, is het een aan slijtage onderhevig babyboomersideaal: na een leven van hard werken eindelijk de verdiende rust. Niet meer van deze tijd, vindt Wolthuis: ‘Al blijft het natuurlijk aanlokkelijk om er over te dromen. De werkelijkheid is dat de meesten van ons langer moeten doorwerken, in een krappe arbeidsmarkt. En daarna moeten ze misschien nog een poosje door, in de mantelzorgsfeer. Dat geldt ook voor ondernemers. Zij willen misschien wel met pensioen, maar het is maar de vraag of zij dat ook kunnen. De crisis heeft de waarde van hun bedrijf onderuit gehaald. Daar komt bij dat het lastig is overnamepartijen te vinden die de financiering op kunnen brengen. Voor 2008 waren de banken nog redelijk ruimhartig. Maar nu lopen potentiële kandidaten tegen het probleem op dat ze nauwelijks geld los krijgen voor de overdracht en evenmin over eigen vermogen beschikken.’ Demografisch gezien is volgens Wolthuis te verwachten dat de komende jaren een groot aantal ondernemers z’n bedrijf in de etalage zet in de hoop ‘stil’ te kunnen leven. De meeste naar verwachting in de sectoren detailhandel en zakelijke dienstverlening. Verreweg de meeste ondernemers maken een bedrijfsoverdracht slechts één keer in hun leven mee. Daarbij moet de verkoop van hun bedrijf vaak ook de oudedagvoorziening ople-

veren. Maar het veel gehoorde ‘mijn bedrijf is mijn pensioen’ gaat in deze tijden niet altijd op. Zoals gezegd is het niet eenvoudig om vandaag de dag een bedrijf te verkopen. En in de tweede plaats is het moeilijk er de gewenste prijs voor te krijgen. Als er al verkocht wordt, ligt volgens de Kamer van Koophandel de prijs veelal 20 tot 30 procent onder het niveau van vóór de crisis. Daardoor is het uitzicht op koraalwitte stranden en een strakblauwe hemel voor velen al veranderd in een luchtspiegeling. Pensioen is tegenwoordig een woord dat meer geassocieerd wordt met treurnis dan met genieten. Veel ondernemers/dga’s werken langer door, tot het bittere einde soms, in de hoop op betere tijden, liever dan genoegen te nemen met een lagere prijs. Vooral in de horeca en de bouw, sectoren waar de grootste klappen vallen. Daar valt weinig te cashen. Maar het voortzwoegen is In veel gevallen onverstandig, want niet alleen bij de ondernemer in kwestie gaat de fut er uit, ook het bedrijf boert vaak achteruit. Bij tegenvallende rendementen dalen ook de kansen op verkoop. De bank werkt bij het bepalen de waarde van een bedrijf met een zogenoemd downside scenario, met veel ‘wat als’ en variabelen. De geldverstrekker wil weten wat er gebeurt als de omzet opeens met 10 of 20 procent daalt. De onderneming kan daarmee 30 tot 50 procent in waarde zakken, volgens Lex van Teeffelen, bijzonder lector Bedrijfsoverdracht en Innovatie. In het beroerdste geval moet de ondernemer zijn bedrijf liquideren of volgt zelfs een faillissement, waardoor de stekker uit bedrijven gaat die eigenlijk voldoende potentieel hebben voor de toekomst. Het mislukken van een overdracht leidt in 10 tot 30 procent van de

‘Uitzicht op koraalwitte stranden is veranderd in een luchtspiegeling’

33


overdracht

gevallen tot sluiting of faillissement. Een nachtmerriescenario, volgens Rob Wolthuis. ‘Voor de gemiddelde ondernemer is het bedrijf z’n kindje. Niets is erger dan dat hij de stekker eruit moet trekken zonder dat er opbrengsten tegenover staan.’ En als het te vaak gebeurt is het een ramp voor de economie. Het middenen kleinbedrijf geldt als banenmotor en is de wieg van veel innovatie. ‘Dwangondernemers’ noemt Wolthuis deze categorie: zij die niets liever zouden willen dan het bedrijf overdoen, maar die het zich eenvoudigweg niet kunnen permitteren, bij gebrek aan een opvolger. Ze zijn geketend door hun bedrijf, dat als een dood gewicht achter ze aansleept. Vaak omdat ze te laat zijn begonnen met de overdracht van hun bedrijf. ‘Je bedrijf van de hand doen is niet iets wat je een jaar voor de beoogde datum moet bedenken’, zegt Wolthuis. ‘Daar moet je vijf, zo niet tien jaar voor uittrekken.’ Weinig ondernemers die zover vooruit kijken. Ruim driekwart van de MKB’ers heeft de opvolging nog niet geregeld. Meestal ligt er zelfs geen tijdelijk of noodscenario klaar. Belangrijk is dat de onderneming verkoopklaar is op het beoogde moment van afscheid. Ruim voor het moment van over34

dracht moet alles fiscaal en juridisch op orde zijn. Een wijziging in de juridische structuur van een bedrijf kan soms grote belastingvoordelen opleveren. MKB Nederland doet de laatste jaren veel moeite om dga’s aan het verstand te brengen dat ze zich bijtijds op hun Derde Leeftijd bezinnen. Liefst als ze er nog volop in staan. En onder ondernemers-in-de-dop dat het overnemen van een bestaande onderneming vaak gunstiger uitpakt dan het starten van een nieuw bedrijf. Rob Wolthuis: ‘Een warme start verloopt vaak beter dan een koude, leidt in meer gevallen tot behoud van banen en snellere groei van omzet en winst. Een succesvolle overname zorgt gemiddeld voor behoud van vijf banen, terwijl een startend bedrijf er gemiddeld twee schept’, weet Rob Wolthuis. Vijf jaar na een warme start staat 96 procent van de kopers nog overeind, tegenover 50 procent van de koude starters. Als een vlotte afwikkeling er niet in zit, hoeft een ondernemer zijn bedrijf niet van de ene op de andere dag van de hand te doen. De feitelijke overdracht kan ook gefaseerd verlopen. Geleidelijk afstoten biedt beide partijen voordelen. De koper hoeft niet in één keer te finan-

cieren en kan in het bedrijf groeien. Hij koopt een deel van de aandelen en breidt dat langzaam uit naar een groter belang. De oude dga verzilvert stapsgewijs zijn minderheidspakket en profiteert mee van de waardestijging van de onderneming die zijn opvolger realiseert.

De servicedesk van MKB Nederland heeft voor ondernemers die hun bedrijf willen overdragen een whitepaper, die na het sturen van het mailtje gratis te downloaden is.


Een bericht voor ondernemers en directies van familiebedrijven: Wilt u ook zo graag medewerkers die begrijpen dat het bij ondernemers en familiebedrijven niet om de kortstondige winst gaat. Dat de energie van het bedrijf uit de optelsom van de mensen en hun kwaliteiten komt. Kwaliteit die wordt gekoesterd en door jarenlange ervaring wordt opgebouwd. Die begrijpen dat familiebedrijven en ondernemers de motor zijn achter innovatie in Nederland en dat kwaliteit niet komt uit flitsende marketing acties. Dat klantencontact door een servicemonteur net zo belangrijk is als met de ondernemer zelf. Dat we in een familiebedrijf geen ‘FTE’ zijn maar elkaar door en door kennen. Dat onze medewerkers vaak uit dezelfde regio komen en waar de lokale sportvereniging op onze steun kan rekenen. Dat we niet worden geprikkeld door prestatiebonussen maar door trotsheid op het bedrijf, product en de klanten waarvoor we werken. Ons soort bedrijven, die niet te vinden zijn in het reclameblok bij ‘Holland’s got talent’ maar overal om ons heen, gewoon in onze regio. Dat soort mensen bemiddelen we dus. Hier in de regio, speciaal voor familiebedrijven en ondernemers. Op een wijze die op de lange termijn is gericht, al vijftien jaar. Knooppunt, brede regionale en duurzame personeelsbemiddeling, vestigingen in Elst (Gld.) en Tiel. Telefoon 0481 350000 of Frans Hoekman, directeur: 0630723514

passie in werk

www.knoop-punt.nl JEZELF OVERTREFFEN. HET IS MOGELIJK. DE NIEUWE BMW 3 SERIE NU IN DE SHOWROOM.

Ekris Arnhem Markweg 4 | 6883 JM Velp | Tel.: 026 - 364 21 64

www.ekris.nl 35


Michiel van Wessem (56) Wethouder Arnhem

De wethouder op de stoel Tekst: Frank Thooft

Michiel van Wessem is sinds 2010 wethouder in Arnhem. Wat is er voor de ondernemer en de stad veranderd in de afgelopen tien jaar, en wat staat er op stapel?

Hij kreeg een mooie erfenis in de schoot geworpen toen hij in het voorjaar van 2010 verkozen werd tot wethouder. Het college van Burgemeester en Wethouders dat vóór hem de scepter zwaaide, had begin 2009 de zogenaamde Economische Agenda Arnhem 2015 vastgesteld. Daarin werden energie & milieutechnologie (EMT) en mode & vormgeving benoemd als kansrijke, innovatieve clusters naast de sectoren waar Arnhem van oudsher al sterk in is: de zakelijke dienstverlening (Arnhem is dé kantorenhoofdstad van Oost Nederland), toerisme & vrije tijd en gezondheidszorg & welzijn. Van Wessem: ‘Het mooie van die Economische Agenda is, dat ook de ondernemers en het onderwijs erachter staan. En dat brengt me op een ander punt. Zoals je weet heb ik veel in gemeenten in het westen van Nederland gewerkt. Wat me in Arnhem - waar ik overigens al ruim 20 jaar woon - duidelijk opviel was dat de Arnhemse ondernemers bijzonder positief gestemd zijn, en constructief meedenken met het beleid van de gemeente. Geen eindeloze procedures, maar samen bezien hoe je het beste verder kunt. Zoals bij het Gele Rijdersplein: de gemeente heeft na lang wik36

ken en wegen een beleid uitgestippeld, en de ondernemers vullen dat nu binnen die kaders in. OKA Services past ook in dat rijtje. Daarmee werken we aan de verbetering van bedrijventerreinen. IJsseloord-I is een mooi voorbeeld van een herontwikkeld bedrijventerrein.’ Dan brengt hij de talloze prijzen ter sprake die Arnhem de laatste jaren te beurt zijn gevallen, zoals die voor de Beste Binnenstad en de Groenste stad. Het consolideren ervan is iets waar de gemeente zwaar op inzet, ook weer samen met de ondernemers. De Binnenstadsmonitor 2010, die vanuit het publiek de vinger aan de pols houdt, bevestigt het effect van deze inspanningen. Bezoekers geven een 7,5 als algemeen rapportcijfer voor de binnenstad van Arnhem. In de vergelijking tussen Arnhem en Nijmegen doen de beide binnensteden het goed. Nijmegen doet het beter op onder andere het punt van sfeer en gezelligheid, klantvriendelijkheid en bereikbaarheid met de auto. Arnhem wordt hoger gewaardeerd op o.a. het punt van variatie en kwaliteit van het winkelaanbod, bereikbaarheid met fiets en openbaar vervoer, en de stalling- en parkeergelegenheid.


Toch gaan ook grote bedrijven zoals AkzoNobel weg uit Arnhem, evenals grote modenamen als Viktor & Rolf. Wat vindt u daarvan? Van Wessem veert overeind: ‘AkzoNobel is in Arnhem gebléven! Alleen de directie van AkzoNobel heeft vanwege internationale belangen besloten op de Amsterdamse Zuid-As te gaan zitten. Eindhoven heeft dat met Philips ook gehad. En ook daar is het grootste gedeelte van het bedrijf wel in de stad gebleven, net als bij ons. AkzoNobel is in Arnhem zelfs versterkt: het wereldwijde servicecentrum is intussen met 700 medewerkers in onze stad gevestigd. En wat Viktor & Rolf betreft: stel dat alle werktuigbouwkundigen in Delft zouden blijven zitten, dat zou toch nergens op slaan? Ik ben er juist trots op dat wij de creatieve voedingsbodem konden zijn voor Viktor & Rolf. De bekendheid van Arnhem neemt alleen maar toe met dit soort succesvolle spin-offs. Wij staan bekend als groene én creatieve stad. De tweede creatieve stad na Amsterdam, dat vind ik niet niks.’ In het buitenland geniet Arnhem een goede naam, zeker bij de Chinese stad Wuhan, waar al 12,5 jaar een hechte stedenband mee is. Vorig jaar was er bijvoorbeeld een grote economische delegatie uit Wuhan op bezoek in Arnhem; en later gaat Arnhem ook

weer naar Wuhan toe. ‘Wuhan is met 9 miljoen inwoners vele malen groter dan Arnhem, maar toch zijn ze geïnteresseerd in onze manier om vanuit creativiteit werk te genereren. Dat beschouw ik als een groot compliment van een stad, die zelf ook al behoorlijk aan de weg timmert op creatief en innovatief gebied. Wij spreken dezelfde taal en hebben dezelfde ambitie. Onze bedrijven als Arcadis, Grontmij en Dutchi Motors zijn al volop actief in Wuhan. Ik verwacht dat het bedrijfsleven uit Wuhan ook gaat investeren in Arnhem.’ Wat staat er op uw verlanglijstje? ’We gaan binnenkort de contacten met onze oosterburen Nordrhein-Westfalen aanhalen. Een gebied dat zo groot is als Nederland. Ik denk dat daar veel kansen zijn voor onze ondernemers.’

lijke trend. De jeugdwerkloosheid is ook lager dan landelijk, en we hebben minder groei in de bijstand gehad, afgezet tegen landelijke cijfers. Dat vind ik positieve ontwikkelingen.’ Hoe zit het op het gebied van opleiden? ’De HAN heeft een afdeling Autotechniek die internationale faam heeft, en we hebben natuurlijk ArtEZ met de bekende modeopleiding. De beide hogescholen zijn samen in zeven jaar tijd gegroeid van 9.000 naar 12.000 studenten. Daarnaast hebben we twee prima ROC’s. Onze internationale school trekt buitenlandse bedrijven eerder naar Arnhem toe. Voor de kinderen van de vele internationale medewerkers, de kenniswerkers, is onze internationale school een uitkomst.’

Hoe zit het op het gebied van de werkgelegenheid? Wat heeft Arnhem gedaan om positief af te wijken van het landelijke gemiddelde? ’Met het mobiliteitscentrum hebben we de laatste jaren veel werkloze mensen naar een andere baan kunnen leiden, waardoor de werkloosheid achter is gebleven bij de lande-

37


Margreet van Gastel Wethouder Arnhem

‘Over vier jaar wil ik een nóg mooiere foto van Arnhem kunnen maken.’ Wie in de werkkamer van Margreet van Gastel komt, waant zich in het atelier van een professionele fotograaf. Overal aan de muur metersgrote foto’s. Van druk en zinderend New York, van eindeloos en rustgevend groen, een verstilde foto van een man in de woestijn... en een typerende foto van Arnhem. Ze heeft al die foto’s zelf gemaakt, enthousiast fotografe als ze is. 38

En met de foto van Arnhem begint het verhaal, zoals ook haar verkiezingsbelofte van twee jaar geleden. ‘Ik wil over vier jaar een nóg mooiere foto van Arnhem kunnen maken.’ De schoonheid en de vitaliteit van de stad is in die ene foto prachtig gevangen. Je ziet het nieuwe WTC en het historische gebouw De Veste aan de Jansbuitensingel, je ziet het lommerrijke groen van het middenplantsoen, je ziet de bruisende fonteinen en het flonkerende goud van het beeld. Arnhem is al een heel mooie stad, maar nog te weinig Arnhemmers dragen volgens Van Gastel die trots uit naar buiten. ‘Daar mag best wat aan gedaan worden.’ Bouwputten Dan komt het gesprek op de bouwputten, die de stad ontsieren. Maar niet in de ogen van de

wethouder. ‘Iedere stad heeft bouwputten, dat vergt vooruitgang en toekomstdenken immers. Het is wel zo dat de Arnhemse bouwputten wat langer duren dan we dachten. Daar moet je dan flexibel mee kunnen omgaan, zoals we nu de projecten ‘Lippenstift voor de stad’ en ‘Reizende tuinen’ hebben opgezet. Relatief eenvoudige en goedkope manieren om die lelijke plekken tijdelijk op te sieren. ’En waar een permanente lelijke plek is ontstaan, zoals op de Bloemstraat waar een grote blinde gevel het zicht ontsierde, is voor een blijvende groene ‘verticale’ oplossing gekozen. Aanmoediging ‘De valkuil in mijn portefeuille (ruimtelijke ordening, recreatie, milieu & openbare ruimte,


de ontwikkelingsplannen Presikhaaf en Malburgen, grondzaken en de Stadsregio) is dat je te veel denkt te moeten doen. Terwijl de economische situatie het nog niet toelaat. Dat betekent een spanningsveld, waar je alleen uitkomt als je kiest voor kwaliteit, in plaats van voor kwantiteit.’ Van Gastel toont zich een optimist, en interpreteert het recente rapportcijfer over het vertrouwen in het Arnhemse college (een 6,4) als aanmoediging om het nog beter te gaan doen. ‘En: dat is al gebleken, want de voorlaatste monitor was nog een half punt lager (5,9). Maar het moet wel minstens een zeven worden, en daar werken we hard aan.’ Pluche Wat is het eigenlijk voor baan, dat wethouderschap? Voorheen zat u in de oppositie en bekritiseerde het College van B&W te pas en

te onpas op zijn functioneren. Nu zit u zelf op het pluche, en dat nota bene slechts voor vier dagen (zoals in het coalitieakkoord overeengekomen om in plaats van vijf wethouders, zes te kunnen installeren). ‘Het is de mooiste baan die ik ooit gehad heb, en inderdaad: ik had vaak kritiek en dacht dat ik precies wist wat een wethouder moest doen, maar nu ik het zelf ben, blijkt het toch behoorlijk anders te zijn. Je beslist over een bankje in een parkje tot en met achthonderd nieuwe woningen. En alles daar tussen in, en dat aan de lopende band. Overigens is dat van die vier dagen een formaliteit; een wethouder ben je 24 uur per dag, zeven dagen per week. En dat pluche is ook wat achterhaald: juist doordat we zo’n regenboog-college hebben waarbij we de portefeuilles hebben opgeknipt en verdeeld over de zes wethouders, van de SP, GroenLinks,

D66 en de VVD, werken we nauw samen en is er van pluche absoluut geen sprake. We werken ook zo transparant mogelijk, naar de eigen organisatie toe, maar zeker ook naar de inwoners en ondernemers. We gaan voor de stad, niet voor onze eigen verschillende partijideologieën. Die liggen wel ten grondslag aan je inzet, maar bepalen nooit de output. We zijn als gemeente dan ook een zogenaamde regie-gemeente. Faciliterend, niet bepalend. Als wethouder is je eerste taak goed te luisteren. Daarna pas tot geaccepteerde beslissingen te komen. Als er kritiek op een wethouder is, zie ik dat als kritiek op de functie, niet op de persoon. Daardoor kun je het relativeren en als vertrekpunt voor verbetering gebruiken. Zou je het op de man gespeeld voelen, dan zou je er niet zo constructief mee kunnen omgaan.’ Wat doet u dan met kritiek op het ambtenarenkorps? Het College kan dan flexibel en meegaand zijn met ontwikkelingen, nieuwe ondernemingen et cetera, maar als de ambtenaren zich ‘formeel opstellen’ waar het het verstrekken van vergunningen betreft en dat soort zaken, komt u nog geen stap verder. ‘Ik vind dat de mensen in onze organisatie zeer zeker goede kwaliteit werk leveren. Maar, ze zijn ook de bewakers van het beleid. En dan kan het gebeuren dat sommige procedures wat langzamer tot stand komen dan je in je enthousiasme – als wethouder of als ondernemer – gedacht had. Ik zie ook dat als een signaal om tot verdere verbeteringen te komen.’ Het is dus een kwestie van langere adem. Is vier jaar te kort om resultaten te zien? Want om op de foto-belofte terug te komen: wat voor foto zien we aan het eind van de rit? ‘In vier jaar kun je iets in beweging zetten, maar de resultaten zul je nog niet in alle gevallen kunnen zien. Maar als het aan mij ligt zie je over vier jaar en foto waarop Arnhem nog meer bruist, nog mooier is, nog aantrekkelijker. We zijn ook een offensief begonnen met ‘Energie Made in Arnhem’, en daarvan zullen we dan ook de resultaten merken. Nederland, maar ook Europa, zal Arnhem kennen als energiestad met innovatieve en toonaangevende energiebedrijven. Wij zetten onder meer in op meer zelfredzaamheid van de mensen – dus meer mensen aan het werk, in een nieuwe baan of als zelfstandige – en je zult zien dat alles dan inéén grijpt, en de stad nog meer dynamiek uitstraalt. De uitdaging is dan weer om die diversiteit in een foto te vangen.’

39


U bereikt meer met de Ondernemer!

Waarom de Kamer van Koophandel ook in 2012 weer voor de Ondernemer kiest: > HET ALLERHOOGSTE ZAKELIJKE BEREIK IN DE REGIO: Er is geen zakelijk medium in het verspreidingsgebied van De Gelderlander dat zo veel lezers trekt als de Ondernemer. Van de 492.000 lezers van De Gelderlander leest 70% de Ondernemer. Met een uiting in onze regionale ondernemersbijlage bereikt u dus 344.820 beslissers en beïnvloeders. 11% hiervan, 37.930 personen, is zelfstandig.

> IEDERE DERDE ZATERDAG VAN DE MAAND BIJ DE GELDERLANDER: Alles over regionale economische ontwikkelingen, de lokale arbeidsmarkt, infrastructurele kwesties, startende bedrijven, geldzaken, het KvK nieuws en nog veel meer!

> COMBINEER UW UITING MET ONZE ECONOMIESITE VOOR EEN NOG HOGER BEREIK

> Een glossy magazine met de schijnwerpers op ondernemerschap in de regio en ruimschoots ruimte om uw onderneming te presenteren in een zakelijk umfeld dat gekenmerkt wordt door trots, nostalgie en ambitie. Dat is de DirectieZetel. Dit jaar verschijnt het magazine voor de 2e keer in de regio Nijmegen.

de

Zetel TROTS - NOSTALGIE - AMBITIE

Creëren en zakendoen maken het succes van de kunstenaar Nijmegen: Mekka van bedrijvigheid HSF Logistics France bedrijft topsport

> ONTVANG NU EEN ADVERTENTIECHEQUE VAN € 300,BIJ EEN ZAKELIJK ABONNEMENT. Zo bespaart u direct op uw advertentiekosten. Deze aanbieding geldt ook indien u al abonnee bent, maar kiest voor een extra abonnement (bijvoorbeeld voor in uw ontvangstruimte). > SEO Ook voor het beter vindbaar worden op internet bent u bij Wegener aan het juiste adres. > Voor meer informatie neemt u contact op met: Frank Lamers: 088 013 2168 advertenties.nijmegen@gelderlander.nl

DE DYNAMIEK VAN DE OVERSTEEK


Media

producten

De gelderlander is meer dan een krant. Het is een modern multimediabedrijf dat op verschillende gebieden actief is. op papier en online worden talloze producten gemaakt.

Week 10 donderdag 8 maart t/m woensdag 14 maart 2012 Wekelijkse uitgave over uitgaan en recreëren

Anneke Beerten wordt blij van pannenkoeken Pagina 3

Hou rekening met restaurant So-Phi Pagina 6/7

Nijmegen hoofdstad van de korte film

Alfamannetje Neeson hervindt levenslust

Pagina 5

Pagina 9

geNIet Geniet is de wekelijkse uitgaans- en recreatierubriek van De Gelderlander. Met de befaamde rubriek als Over de Tong, waarin restaurants de maat genomen wordt door een deskundig panel, een uitgebreide culturele agenda, filmrecensies, columns en serie Uit met… waarin streekgenoten vertellen waar zij graag uitgaan. Cees van Casteren schrijft in ’n Goed Glas met kennis van zaken over wijn.

?????

Magazine voor de regio Arnhem & Nijmegen

Magazine voor de regio Arnhem & Nijmegen

De eros van een

EENZAAM MILJONAIR RENÉE FOKKER voelt zich herboren Is botox voorbij?

GOUD VERJONGT maart/april/mei 2012

NR

BLAUDZUN

13

FIETST & SPEELT

1 | maart/april

maart/april/mei

lUxItY Luxity is een eigentijds tijdschrift over Arnhem en Nijmegen dat gratis wordt verspreid in en rond beide steden. Journalistiek van niveau en regionale kennis van zaken, dat zijn de redactionele pijlers van Luxity. De redactie bestaat uit professionele journalisten, fotografen en vormgevers. Voor een belangrijk deel zijn deze verbonden aan De Gelderlander.

De gelDerlANDer APP De Gelderlander is via apps ook op i-phone en i-pad te lezen. U hebt daarmee altijd en overal toegang tot het regionale nieuws. Download de Gelderlander-apps en blijf bij.

13 over de tong

over

Dé regionale restaurantgids voor 2012

de tong Dé regionale restaurantgids voor 2012

GOED UIT ETEN De beste restaurants uit De Gelderlander

LEKKER ANDERS

oVer De toNg Eens per jaar brengt de Genietredactie het magazine Over de Tong uit. Hierin worden de restaurantrecensies gebundeld en aangevuld met reportages en columns. Over de Tong wordt telkens in het najaar, wanneer het culinaire seizoen aanbreekt, gepresenteerd.

Chinese wijnen Marokkaanse gerechten Paddenstoelen

TOPCHEFS

Margo Reuten Cees Helder

HEERLIJK Recepten uit de keukens van de beste chefs OVER DE TONG_COVER 2012.indd 1

Prijs: 1 6,95

16-11-11 10:38

De oNDerNeMer De Ondernemer verschijnt maandelijks als B2B-bijlage bij de krant. Er zijn drie edities: Nijmegen, Arnhem en de Achterhoek. In de Ondernemer wordt het regionale en lokale ondernemersnieuws gebundeld. Aan de Ondernemer zijn speciale medewerkers verbonden die goed ingevoerd zijn op het gebied van onder meer finance, commercieel vastgoed en accountancy. Ook het nieuws van de KvK staat in de Ondernemer.

oNlINe Behalve gedrukte producten is De Gelderlander ook online zeer actief. Op De Gelderlandersite wordt het actuele nieuws op de voet gevolgd. Het internationale en nationale nieuws, maar ook het sport- en streeknieuws. Op de site treft u ook dossiers aan terwijl u in de webwinkel terecht kunt voor aanbiedingen. Verder zijn er speciale websites zoals Luxity.nl, deondernemer.nl, en Geniet.Gelderlander.nl 41


de jongste ondernemer van Arnhem

De jongste ondernemers van Arnhem Tekst: Frank Thooft

De jongste ondernemer die bij de Kamer van Koophandel in Arnhem is ingeschreven, is Kay Rohn (17). Hij zit in de vierde klas van het Havo, en runt in alle vrije uurtjes die zijn lesrooster heeft samen met zijn broer Sam (18) FairMobiel, een mobiele espressobar. Met deze opvallende Italiaanse driewieler staan ze op feesten, beurzen en evenementen en serveren ze bewust een eerlijk bakkie troost. En wat voor één!

Het interview begint vanzelfsprekend met een kopje koffie. Espresso, cappuccino? U zegt het maar. En als een volleerd barista bereidt Kay, staand aan de FairMobiel, een cappuccino die je al snel naar een tweede doet verlangen. Stevig melkschuim op een krachtige en pittige koffie, precies zoals het moet. En dat klopt ook, want hij en zijn broer hebben het vak geleerd tijdens een barista-cursus bij de beroemde Arnhemse kofiebranderij Peeze. Een barista is in het Italiaans een barman, maar het begrip strekt zich in Nederland uit tot de verfijnde kunst van het betere koffie maken. Strategie bijgesteld Kay en Sam zijn in april 2011 met FairMobiel begonnen nadat ze eerst een marktverkenning hadden gedaan naar de slaagkans van een mobiele espressobar. Kay was begonnen met het idee en startte in eerste instantie met een vriend. Nadat die zich teruggetrokken had en Sam ervan hoorde, besloten beide broers samen verder te gaan. Sam werkte het 42

idee verder uit; hij heeft zijn studie aan de Utrechtse Hogeschool (International Business) tijdelijk opgeschort om deze onderneming verder van de grond te tillen. De eerste maanden kenmerkten zich al door veel ervaring en het (dus) bijstellen van de strategie. Zo startten de broers met een vaste plek bij de kinderboerderij aan de Ruitenberglaan, mikkend op de honderden HAN-studenten die daarlangs zouden komen. Tegelijkertijd begonnen de evenementen en beurzen binnen te druppelen, en die bleken veel beter te renderen dan de vaste plek. Zo was er de Eindhovense culinaire beurs ‘Proef de Wereld’, waar de broers een diepe indruk achterlieten – het bleek het begin van een sneeuwbaleffect, dat nog steeds merkbaar is. De focus ligt nu dan ook bewust op beurzen en evenementen. Van rariteit naar kwaliteit ‘Mensen komen naar ons toe voor de rariteit, voor dat gekke Italiaanse driewielertje. Maar ze komen terug voor de kwaliteit van de kof-

fie’, legt Sam uit. En om die kwaliteit gaat het ook. Niet voor niets hebben de broers een contract met Peeze afgesloten, en er de baristacursus gevolgd. Ook hun vriendinnen die als vaste crew bij FairMobiel werken, en verder de hulptroepen uit de vriendenkring die ze kunnen inroepen als de drukte teveel wordt, hebben de cursus gevolgd. De keuze voor Peeze had ook een ander voordeel. Peeze is, zoals bekend, vooraanstaand op het gebied van duurzaamheid. Het heeft een van de modernste en milieuvriendelijkste koffiebranderijen in de wereld. Energiebesparing, compensatie van CO2-uitstoot en de inkoop van duurzame koffie speelt een belangrijke rol bij Peeze. FairMobiel verwerkt dan ook alleen eerlijke koffiebonen en biologische lang-houdbare melk voor de cappuccino. Ook de thee die ze schenken is fair-trade. Met eerlijke chocola zijn ze nog aan het experimenteren. ‘Fair-trade brownies zijn nu nog te duur voor ons aanbod, maar ik denk dat we ook dat binnenkort wel aan het assortiment kunnen toevoegen’, vertelt Kay. Het


de jongste ondernemer van Arnhem

driewielertje zal bij vervanging ook ‘fairtrade’ worden. Nu heeft het nog een tweetakt motor; maar de gedachten gaan nu al uit naar een elektrisch wagentje. Franchise En het blijft niet bij deze plannen alleen. Sam en Kay denken al na over een franchise-concept, zodat er meer steden en regio’s bediend kunnen worden met het FairMobiel concept. Kay moet nog een jaar op school, maar heeft zoveel tijd tussen de lessen door dat hij in feite fulltime aan FairMobiel kan werken. ‘Hij had vorig jaar een periode dat hij zes baantjes tegelijk had. Naast zijn school dus. Kay is niet voor niets onze planner’, lacht Sam. Hijzelf richt zich meer op de kwaliteit en de financiën van het concept. Het snel en flexibel op een vraag van een organisator kunnen inspringen noemen de broers een van de onderscheidende elementen van FairMobiel. ‘Vandaag bellen, en morgen kunnen we al op je braderie of bedrijfsbeurs staan. Of op je trouwerij, wat dan

ook’, legt Kay uit. Ze hebben in hun bedrijfsplan de periode van twee jaar opgenomen om te kijken of het inderdaad en levensvatbaar plan blijkt. Wie eenmaal van hun koffie geproefd heeft, kan het plan niet anders dan toejuichen. Info: www.fairmobiel.nl

Wapperende Handjes En het kan nóg jonger. Selma Blanken en Martha Boekestein organiseerden, toen ze in de brugklas van het Arentheem zaten, een driedaags eetcafé waarbij de opbrengst naar Food4Life ging. Ze waren toen 13 en 14 jaar, en vervulden deze opdracht in het kader van de projecten die bij hun opleiding Gym-plus naast de reguliere schoolvakken hadden. Hiervoor kregen ze dan ook studiepunten. Het jaar erop werden ze door een van de gasten, die bij het eetcafé was geweest, gevraagd om op een feestje te komen bedienen, en dat ging zo leuk, dat ze vanaf dat moment wat vaker gevraagd werden. In het derde jaar besloten

ze om het bedienen in een project te gieten, en ze maakten een website, visitekaartjes en ze kochten mooie schorten. Als naam kozen ze Wapperende Handjes, een suggestie van de moeder van Martha, die zei: ‘Jullie laten toch letterlijk je handjes wapperen?’ Selma: ‘Het is gewoon hartstikke leuk om te doen. School gaat natuurlijk voor, en als we een proefwerkweek hebben helemaal, dus zoveel werken we nu ook weer niet. Maar we leren er wel veel van.’ ‘Zoals met één hand een blad hoog houden, hoe je wijn uitschenkt, hoe je hapjes voorbereidt en opdient, hoe je met de gasten omgaat, enzovoorts’, vertelt Martha. ‘We doen ook een serieuze intake met de opdrachtgever, om af te stemmen wat die wil en hoe we dat gaan doen. Ook daar leer je van.’ Het blijft natuurlijk werken in de hobbymatige sfeer, dus meer dan die paar tientjes zullen de dames er niet mee verdienen, maar leuk en leerzaam is het wel.

43


Han Schut en Joost Kelderman Stolwijk Kelderman Doetinchem en Zevenaar

Stolwijk Kelderman: een goed alternatief voor de Big-4 Nuchterheid is wat de accountants en adviseurs van Stolwijk Kelderman kenmerkt. En: visie op ondernemen. Inhoudelijk is Stolwijk Kelderman minstens zo goed als de zogenoemde Big-4. En dat kan interessant zijn voor de grotere MKB-ondernemer.

44


Met haar bijna 100 medewerkers en twee vestigingen heeft Stolwijk Kelderman namelijk voldoende body om de juiste vakkennis en ervaring op efficiënte wijze aan de ondernemers ter beschikking te stellen, en is ook weer ‘klein’ en flexibel genoeg om snel en efficiënt te kunnen handelen. Overhead is tot een minimum teruggebracht. Daarnaast beschikt de organisatie over een breed netwerk van bijzondere specialismen die kunnen worden ingezet. Nieuwe vestiging De nieuwe vestiging in Zevenaar, die centraal in de Liemers zit en een werkgebied tot ver voorbij Arnhem heeft, is zojuist betrokken. Met name de (autonome) groei die de organisatie voorstaat, kan hier gerealiseerd worden. ‘Op vrijdag 1 juni is het kantoor officieel en feestelijk geopend’, vertelt Joost Kelderman, een van de vier vennoten van de organisatie. ‘Wellicht een mooi moment om eens kennis te maken?’ Dichter op de klant Fiscaal vennoot Han Schut verklaart de insteek van alternatief voor de Big-4. ‘Veel van onze medewerkers, en wij zelf ook, hebben bij die grotere accountantsorganisaties gewerkt. Juist omdat we hier met kortere lijnen werken, dichter op de klant staan en flexibeler opereren, hebben we gekozen voor Stolwijk Kelderman. En we merken dat de ondernemer dat ook waardeert. Geen poespas, mouwen omhoog en er tegenaan. Bovendien zijn wij goedkoper.’ Estate planning Deze ideale grootte van de organisatie heeft eveneens geresulteerd in een AFM-erkenning in de vorm van een WTA-licentie, elektronische dossiervorming en een recente aanvraag voor de WFT-pensioencertificering. Het adviseren over pensioenen, in het verlengde van de estate planning voor DGA’s, is immers een van de speerpunten van Stolwijk Kelderman. Overname en opvolging Overname en bedrijfsopvolging is ook een specialisme van de organisatie. Bij vele cliënten werd de opvolgingsproblematiek getackeld, waarmee de continuïteit doeltreffend werd gezekerd. Ook wordt optimaal gebruik gemaakt van de ruime fiscale opvolgingsfaciliteiten die bestaan sinds 1 januari 2010. Wat zijn de overige speerpunten? Roeland Scheuter, vennoot: ‘Naast bedrijfsopvolging en pensioenen is de internationale accountancy een aandachtspunt. Ook het hele personeelsstuk, van salarisverwerking tot ver-

zuimmanagement en HR-advies, ligt bij ons. Daarnaast adviseren en begeleiden wij op basis van de managementinformatie onze cliënten in de optimalisatie van hun processen.’ Is Stolwijk Kelderman gespecialiseerd in enkele branches? Gerard Stolwijk: ‘In feite zitten we in alle branches. We voelen ons het beste thuis bij het (grotere) familiebedrijf met hun specifieke problematieken. Met not-for-profit instellingen bestaat er van oudsher een natuurlijke band die terug te voeren is op onze interesse in maatschappelijk betrokken ondernemerschap. Daarnaast zijn wij sterk vertegenwoordigd in de medische- en de vrije beroepen. Wat ons met onze cliënten verbindt, is dat wij net als zij een passie voor ondernemen hebben. Die klik betekent dat we een meerwaarde hebben.’ Workshops Regelmatig organiseert Stolwijk Kelderman voor de clientèle en relaties workshops en presentaties, vaak in nauwe samenwerking met specialisten uit het netwerk, over specifieke thema’s. Bijvoorbeeld over estate planning en opvolgingsproblematiek, maar ook de toepassing van de innovatiebox is al eens onderwerp van zo’n sessie geweest. ‘En ook hiervoor geldt dat we met de voeten op de grond blijven staan’, besluit Joost Kelderman. ‘Geen hoogdravende lezingen, maar een praktische en werkbare aanpak. Dat is waar wij voor staan!’

Stolwijk Kelderman Terborgseweg 25b 7001 GM Doetinchem (0314) 36 91 11 Mercurion 3 6903 PX Zevenaar (0316) 34 18 48 www.stolwijkkelderman.nl 45


ARNHEM BIJ NACHT

De schoonheid van de nacht 46


ARNHEM BIJ NACHT

Arnhem is een wonderschone stad, fraai gelegen aan de boorden van de Rijn en met de Veluwe als achtertuin. ’s Nachts, als het rustig is, wordt dat nog eens extra belicht. Niet alleen de historische maar ook de bedrijfsgebouwen laten zich dan van een geheel andere kant zien, zoals de Ondernemer-topfotograaf Jacques Kok tijdens enkele nachtelijke omzwervingen vastlegde. 47


ARNHEM BIJ NACHT

48


ARNHEM BIJ NACHT

49


Jan Peters van Score en Chasin’: ‘We never stop’

Mode met passie als stiknaad Tekst: Hans Jacobs

Natuurlijk: de Arnhemse modeacademie is top, Europese top tot kunst verheven. Maar Arnhem is veel meer. De mode die de catwalk van het dagelijkse leven bevolkt, komt ook uit de Gelderse hoofdstad. De modekanonnen G-star Raw, Diesel en Chasin’ hebben Arnhemse roots. De echte Arnhemse modekoning houdt gewoon kantoor aan de snelweg naar Oberhausen, in Duiven: Jan Peters van de winkelketen Score en zijn jeansmerk Chasin’.

50


arnhem mode stad

De gang is lang, smal. Een beetje grijs. In een zithoek draaien twee schermen het straatleven af: hekken met gaas, skateboards, een fiets, een fabrieksterrein, Marshall boxen, jongens in spijkerbroeken, t-shirts en hemden lopen en rennen door de beelden van zwart wit. Sfeertje. Dan is het beeld zwart: Springsummer 2012. We never stop. Chasin’. Door de lange gang is het een af en aan gaan van jonge mensen in fleurige kleding. Ze zijn vriendelijk, actief, aardig. Aan de wand in de lange gang grote zwart-wit foto’s met winkelinterieurs. De winkels van Score, de kleedkamers van wie je wilt zijn of wie je moet zijn om mee te draaien in de dag van vandaag. In een hoek houden twee kunsthanden een broek vast: een geel beige zomerbroek. Dezelfde die mijn zoon Michiel draagt. Het is de zomerhit van Chasin’.Een groot lang gebouw aan de A2 in Duiven. Score staat er groot op de wand en Chasin’. Het huis van de echte modekoning van Arnhem, van Jan Peters met 80 Score winkels en 35 Chasin’ mono brand stores in Nederland, België en Duitsland en natuurlijk www.score.nl, vorig jaar tot de beste internetwinkel van Nederland uitgeroepen. Eretitel In een mail had ik hem de ware modekoning van Arnhem genoemd. ‘Bedankt voor de eretitel haha…’ was het antwoord. En opnieuw moet hij lachen als ik hem er aan herinner. Een aardig, bescheiden trekje van een groot zakenman. In 30 jaar met één zaak een imperium uitbouwen van dik 115 zaken in Nederland, België en Duitsland. Eén die durft te zeggen dat het nog niet afgelopen is: ‘We never stop’, is de zomerslogan van zijn bedrijf. ‘We zitten met z’n allen bij elkaar, praten en dan komt die kreet eruit: ‘We never stop’. Mooi. Yes, we never stop, zeggen we dan tegen elkaar. Man’, en hij kijkt me aan, ‘we beginnen pas.’ Jan Peters (52) general manager Score Group bv. Een man met lef. Zeker

in deze tijd. ’Waar ik dat op baseer: omdat ik denk dat we met Chasin’ enorme mogelijkheden hebben. We verbeteren in alles. We maken een omzetslag. Er is nog zoveel mogelijk. Misschien wel juist in deze tijd. We draaien een uitstekend kwartaal.’ Crisis Buiten op de snelweg zijn de files iets korter. Ook de crisis kent minder kilometers. Winkels in stadcentra die dicht gaan en een man aan een grote tafel die juist winkels opent. Die optimistisch is. Hij geeft les in ondernemen. ‘In goede tijden zijn er ook bedrijven die verdwijnen. De markt is zo groot als deze tafel.’ De grote ronde houten tafel als lesmateriaal. ‘Vorig jaar is de markt misschien 4 procent kleiner geworden. Wat is dat op 10 miljard? Poeh. Ik zeg: als de tafel kleiner wordt, dan moet mijn stuk van die tafel gewoon groter worden. Ik heb het gevoel dat wij als bedrijf alleen maar sterker worden. De nieuwe cijfers zien er ook al goed uit.’ Brabander Jan Peters. Geboren in Oss, opgegroeid in een gezin waar ondernemen mee aan tafel zat. Pa in de graanhandel, ma met een dieren- en tuinwinkel. ‘Als kind ben ik zo in zakendoen opgegroeid en heb ik een enorme ervaring opgedaan.’ Na de middelbare school stapt hij even bij een laboratoriumschool binnen. Hij reageert verrast als ik zijn CV citeer. ‘Oh, staat dat erin. Waarom? Omdat daar de mooiste meiden zaten.’ Hij lacht nog steeds als een kwajongen. Het wordt al snel de supermarktbranche. ‘Die volg ik nog steeds. Dat is een onwijs interessante business. Die ligt tien jaar voor op de modebranche.’ Maar in plaats van doperwten en pakken koffie wordt het mode. Peek & Cloppenburg, Mac &Maggie en de in het zuiden beroemde jeansketen De Rijdende Amerikaan. ‘Wat ik toen aan had? Ik was 18, 19, ik wilde er goed uitzien.

Kleding is een afspiegeling van jezelf. Waar ik ook begon: De omzet vloog omhoog. Hoe? Door de kleding anders op te hangen, klanten te ontvangen, personeel te motiveren.’ Vanzelf En hij deed wat elke middenstandszoon ook zou doen: ‘Pa, dit ga ik zelf doen.’ Voor zichzelf beginnen, op een A-locatie in een stad. Het werd Apeldoorn, maar het had ook Maastricht kunnen zijn. Pa moest borg staan, want het CIMK, de club van het midden- en kleinbedrijf, zag het plan niet zitten. ‘Let op, dit is een mooi verhaal. De motivatie was: ik ben te jong, heb te weinig ervaring en de markt was al verdeeld.’ Hij lacht breed, want dit is scoren: ‘Dertig jaar later is er van die markt alleen C&A over. En ik!’ Beginnen met één en dan met schrik wakker worden: Ik heb 115 winkels! ‘Dat realiseer je je niet. Het is gewoon zo gekomen. Gewoon vanzelf gegaan. Ik realiseerde het me onlangs toen ik mijn zoon met een paar schoolvrienden hier een rondleiding gaf.’ Hier. Duiven. Het lange grote bedrijfspand. Hoeveel gebak moet je secretaresse bestellen als je op je verjaardag iedereen hier wilt trakteren? ‘Ehh…75. Hier zit alles geconcentreerd: administratie, marketing, ontwerpafdeling met 20 man, de internetwinkel, alles. Het is heel overzichtelijk.’ En dan na even stilte: ‘Ja, ik vind dat we het leuk opgebouwd hebben.’ Het is het eufemisme van de eeuw van het joch uit Oss, zoals hij zichzelf noemt, dat huizenhoog opkeek naar de jeanswinkel van Henkies Jeans in Oss. ‘Nu zijn we marktleider in Nederland met Chasin’ als topmerk.’ Mode. ‘Ik bepaal niet wat jongeren dragen. Nee. Wij geven mode vorm. Score met topmerken G-star Raw, Replay, Diesel en natuurlijk ons eigen Chasin’ is gefocust op het middenen hoog segment van de mannenmarkt van 18-35 tot en met hoe jong je je nog voelt.’

51


arnhem mode stad

Invloeden Creativiteit. ‘Creativiteit is dat wat in de lucht hangt. De invloeden zijn talrijk. Het is een mix van maatschappelijke ontwikkelingen, dingen die gebeuren. Dat alles wordt door onze mensen vertaald in een collectie. En in die vertaling, daar zijn we heel goed in.’ We komen dichterbij het geheim van het succes van Chasin’ en Score waar in totaal een kleine 800 mannen en vrouwen werken. Jan Peters: ‘Al die 800 hebben allemaal passie voor jeans, passie voor een goed artikel.’ Het woord passie is gevallen en zal met de hartslag van een ondernemer terug komen. En bijna telkens slaat hij met zijn rechterhand op de linkerborst, daar waar zijn ondernemershart bonkt. ‘Passie en alles in die winkel moet kloppen: de muziek, de inrichting, het personeel. Ons personeel, ze zijn allemaal met het product bezig. Ze worden getraind in het opdoen van indrukken.’ Is het misschien de winkel als een laboratorium, vraag ik omdat die laboratoriumschool in zijn jeugd maar rond blijft zweven. Even is hij stil. ‘Misschien. Ja. Uiteindelijk komt alles samen in het product. Feitelijk maken we met Chasin’ gewoon wat we leuk vinden. Wat we allemaal in ons bedrijf leuk vinden. Elke dag hebben we contact met de winkels.’ En dan weer zo’n opmerking die thuis hoort in het handboek ondernemen: ‘Je moet elke dag de markt proeven.’ Shop-in-shop Chasin’. ‘Het is een topmerk en aan de achterkant georganiseerd als een Zara, waardoor je snel op de markt kunt reageren. Kwaliteit en alertheid.’ Er zijn nu 35 winkels waar alleen Chasin’ wordt verkocht. Voortdurend krijgen we de vraag van andere winkels om het merk ook te mogen verkopen. We hebben het nu voor de eerste keer gedaan, in Tilburg, bij Van Nistelrooy met 12.000 vierkante meter mode voor meisjes tot opa. Het is qua omzet de beste winkel van Nederland. We hebben daar een shop in een shop en vanaf week één behoren we van de 120 merken die ze daar verkopen tot de top vier. Je moet kwaliteit hebben met een hoog coolheidsgehalte.’ Broeinest Arnhem, het broeinest van mode. Jos van Tilburg (53), de man van G-star Raw, intussen een wereldmerk met onlangs de opening van een Flagship Store in Hong Kong, deed ervaring op in Arnhem. Jan Peters: ‘Ik ken Jos al jaren. We gingen vroeger samen op pad.’ En Wilbert Das, ook Arnhem, die Diesel groot heeft gemaakt en veel Nederlandse (Arnhemse) ontwerpers naar Italië heeft gelokt. Drie toppers op de catwalk van het dagelijkse modeleven. 52

Jan Peters: ‘Ja, Arnhem heeft een goede academie. Arnhem is het Siliconvalley van de mode, een broeinest. Er heeft iets plaatsgevonden dat op hoog niveau eruit is gekomen. Jos van Tilburg en ik gingen samen naar Parijs. Jos was toen van Dobberjeans. We keken rond: dat kan allemaal zoveel beter, zeiden we tegen elkaar. Die drive: het kan, nee, het moét beter. En als een ander het niet doet, dan doen we het zelf.’ Het is én Jos en Jan gelukt. ‘Het is de afgelopen jaren steeds meer in een versnelling gekomen. Bij Nike zeggen ze dat wij een van de weinige private labels zijn met aan A-status in Europa. Dat zegt Nike dus. In een rapport van Diesel staat dat wij met Chasin’ na G-star Raw aan de top staan.’ Trots rolt over de grote tafel. Dat glimmen heeft hij verdiend. ‘Ja, ik heb er nog steeds heel veel zin in. Het moet passie zijn.’ Passie als adrenaline, passie als stiknaad van jonge mode. ‘Natuurlijk is het belangrijk dat je verkoopt, natuurlijk moet je geld verdienen. Maar het is niet het uitgangspunt. Dat, dat is iets creëren wat gaaf is. Dat maakt ondernemen leuk.’ Team Blauw jasje, grijs truitje en een beige broek. Toppers uit zijn collectie. Het geeft zijn leeftijd iets ondefinieerbaars. ‘Je werkt mét jonge mensen vóór jonge mensen en zo word je nooit oud. Met onze ontwerpers reizen we de wereld rond. Hong Kong, Korea, van beurs naar beurs. Als ondernemer (en hij vouwt zijn handen in een piramide) moet je een team vormen waarin onderin nieuwe mensen toegevoegd kunnen worden. Het moet fris blijven. Nieuwe mensen die diezelfde passie hebben.’ Hij vertelt het verhaal van een lezing die hij moest houden. Jan Peters als spreker voor af-

gestudeerden van de Hoge School voor de Kunsten. De directeur was eerst. Jullie zijn zo goed opgeleid, dat jullie alle kanten op kunnen, zei hij tegen de studenten. ‘Dat breed opgeleid vond ik wel goed. Maar alle richtingen uit? Dat klopt niet, zei ik, ieder van jullie weet van binnen wat leuk is. De een kindermode, de ander damesmode.’ En weer slaat hij op zijn hart. ‘Dáár waar je jezelf het beste voelt, dat moet je doen. Je moet doen wat je voelt.’ Bijna dertig jaar in de mode. Score, een broedplaats, een laboratorium, een spiegel voor jongens en mannen. ‘De man is in de loop van die jaren gevoeliger voor mode geworden. Kijk maar hoe lang jongens voor de spiegel staan. Door de allochtonenmix is alles nog hipper geworden, nog modegevoeliger.’ Revolutie Internet. ‘Wat nu gebeurt, is revolutionair. De invloed van de technologie. Tot voor drie jaar terug hadden we twee man op marketing, nu twaalf. Het gedrag van mensen in winkels. Het verandert steeds meer, en daar moet je bij zijn. Kennis is alles. Ons personeel vindt het leuk om met klanten te praten. Onze klanttevredenheid scoort hoog omdat die gasten van ons boven gemiddeld passie hebben. We zoeken ze uit. Ik zeg: we spelen Championsleague en dat moet je niet met amateurs doen. Daarom moet je je personeel erbij betrekken: Competitie aan gaan, eruit halen wat erin zit. Het beste team mag naar New York. Communiceren en terug communiceren. Die betrokkenheid geeft meerwaarde. Het is erkenning van hun meerwaarde en dat merk je, dat proef je in onze winkels.’ Een modekoning met passie als adrenaline: we never stop. ‘Mijn taak is teamleider te zijn, de playing captain.’


hilvers bakkers

Hilvers: het oudste bedrijf van Arnhem Tekst: Frank Thooft

Even terug naar het begin. Gerrit Stakebrand droeg op een gegeven moment zijn bedrijf over aan zijn zoon, die het weer aan de volgende generatie doorgaf. De weduwe van die derde generatie verkocht het bedrijf, omdat er geen opvolging was, in 1929 aan bakker Abbenbroek, die het op zijn beurt weer in 1950 overdeed aan Heije Hilvers, die uit Assen kwam. Zijn zoon Aike (sr) nam het bedrijf weer van hem over, en diens kinderen Aike, André en Wilma leiden het bedrijf nu. André houdt zich met de productie en de inkoop van grondstoffen bezig; Aike met de personeelszaken en de planning; en Wilma, die er onlangs bij betrokken is, gaat de verkoop in de winkels leiden. Percentages In Nederland koopt ongeveer een kwart van de mensen brood bij de bakker. Een jaar of tien geleden was dat aandeel nog iets hoger; toen kocht bijna een derde het brood bij de bakker. Overigens verschillen die percentages sterk per provincie, weet Aike. ‘In Groningen koopt maar 14% van de mensen het brood bij de bakker; terwijl dat in Limburg 75% is. Dat heeft onder meer te maken met afstanden, opbouw van de stedelijke bebouwing, maar ook is het cultureel bepaald. Zuiderlingen besteden nu eenmaal meer geld aan de ‘geneugten des levens’, zoals eten, drinken en kleding.’

De geschiedenis van Bakkerij Hilvers gaat terug tot 1767. Ene Gerrit Stakebrand begon toen op de Wielackerstraat in Arnhem een kleine bakkerij. Ambachtelijk vanzelfsprekend, zoals alle bakkers toen waren. Vandaag de dag is Hilvers echter nog steeds ambachtelijk, maar dan op moderne leest geschoeid. Met 115 personeelsleden en 14 vestigingen bedient Hilvers 25.000 klanten. En daar is het niet bij gebleven. De focus is heel sterk op de toekomst en de veranderende maatschappij gericht. We moeten dan ook niet gek opkijken als we komend jaar op een dag een Tweetje ontvangen dat juist die middag de broden op een bepaalde vestiging in de aanbieding zijn. Om maar een voorbeeld te noemen.

Strategie Opvallend detail daarbij is dat Hilvers nog ongeveer een cent per brood verdient, terwijl de industriële bakkerijen vaak moeten toeleggen op een brood. Maar omdat ze vaak onderdeel van een grote meelfabrikant zijn valt dat verlies weg tegen de winsten die andere bedrijfsonderdelen behalen. Hilvers past zijn strategie daar dan ook op aan. Elke drie jaar gaan Aike, André en Wilma ‘de hei op’ om de strategie tegen het licht te houden en zo nodig bij te stellen. Zo is er recent besloten om te focussen op winkels, en het aantal zakelijke klanten te verminderen. ‘Collega-bakkerijen zien we juist meer aan het bedrijfsleven leveren ten koste van de winkelomzet. Ook zijn er winkels die gesloten worden. Dat betekent dat de klant meer moeite zou moeten doen voor zijn verse brood. Daar willen wij juist op inspringen.’ 53


hilvers bakkers

Eerlijk Hilvers bakt dan ook geen gewoon brood, zoals in een supermarkt verkrijgbaar. ‘Daar komt bijna geen mensenhand meer aan te pas; zo geïndustrialiseerd is dat proces. Ook wordt daar veel meer vet in gebruikt, plus andere toevoegingen, waardoor het langer ‘vers’ blijft. De vraag is of de moderne, bewuste klant dat nog wel wil. Wij gebruiken gemiddeld slechts de helft van het vet dat een fabrikant in brood stopt. Daarnaast vinden wij gewoon dat een brood zo gezond en eerlijk mogelijk moet zijn.’ Streekingrediënten Hilvers gaat dan ook steeds meer over op streekingrediënten. Met de serie ‘Boeren’brood wordt minstens 50% van de grondstoffen uit de regio gehaald. Zo wordt bijvoorbeeld het meel van de molen in Zevenaar betrokken, dat zoveel mogelijk van graan in de regio wordt gemalen. De gebruikte boter komt van de zuivelboerderij IJsseloord, vlak om de hoek. ‘Dat scheelt een heleboel vervuilende en onnodige verkeersbewegingen. Het bestaat in Nederland dat er graan naar Oost-Europa wordt getransporteerd, en graan uit andere verre landen naar Nederland, omdat dat kostprijstechnisch interessanter is dan om het in de eigen regio te gebruiken. Ik vind dat te ver gaan. Je moet als ondernemer ook om je omgeving denken, en een stukje maatschappelijk besef toepassen.’ Internet Hilvers heeft ook een verschuiving van het aankoopmoment gezien. Waar voorheen de nadruk op de ochtend lag, wordt er steeds meer in de middag gekocht in zijn winkels. ‘Dat heeft onder meer te maken met het feit dat mensen via de website brood bestellen, en dat vind ik een goede zaak. Dat maakt de planning namelijk makkelijker.’ Toch moet Hilvers iedere week nog zo’n duizend broden wegdoen. ‘Het probleem is dat je natuurlijk niet met lege schappen kunt zitten. Een klant verwacht dat hij, ook al is het al wat later op de dag, toch nog voor brood terecht kan. Dus moet je wat op voorraad houden. En om ze in de diepvries te stoppen werkt niet echt goed. Op de een of andere manier vinden klanten dat minder aantrekkelijk, terwijl ze zelf wel hun brood in de diepvries stoppen (wat ook prima kan). Zo’n 80% van de mensen doet dat.’ Brandstof Hilvers heeft het probleem van het overschot opgelost door met de Voedselbank afspraken te maken, en een klein deel naar de dieren van Burgers’ Zoo te brengen. Toch is het niet ondenkbaar dat onverkocht brood in de nabije 54


toekomst als brandstof voor, jawel, bakkerijen gaat dienen. ‘Er zijn al proeven mee gedaan. Je moet alleen goed gedroogd brood gebruiken, en dat betekent dat je het onverkochte brood op natuurlijke wijze moet laten drogen. Dat betekent ook weer investeringen en ruimtebeslag. Maar het is een hoopvolle ontwikkeling.’ Meer winkels De sterk gestegen graanprijzen – het afgelopen jaar zo’n 25 cent per brood – heeft Hilvers niet volledig in zijn broodprijs doorberekend. ‘Dat kun je niet maken naar de klant. Dan kiezen ze nog sneller voor supermarktbrood, en dan ga je de verkeerde kant op. We hebben die verhoging voor slechts de helft doorberekend. Want wij zeggen juist: service en klantgerichtheid is de belangrijkste toegevoegde waarde die je als ambachtelijke bakker kunt bieden. Naast je kwaliteit, vanzelfsprekend. Daarom komen we de klant op allerlei manieren tegemoet, zoals met het bestellen via onze website; met het openen van meer winkels, met het aanbieden van recepten op de website en meer van dat soort dingen. Mensen kiezen toch steeds meer voor beleving, merken we. Dus spelen we daar op in, en hoe kan dat beter dan met goed, ambachtelijk bereid en heel erg lekker brood? We hebben ongeveer 170 soorten brood, grootbrood en kleinbrood.’

dels zijn de bakfietsen vervangen door vijf bestelwagentjes, maar Hilvers is hard bezig met een plan om de bezorging aan huis weer in ere te herstellen. ‘Misschien met vutters, daar ben ik nog niet uit. Die dan wellicht ook post bezorgen of wat dan ook. Mensen waarderen het zeer als je die service levert. Je ziet het ook bij de groenteboer en de kaasboer: die zijn ook nog lang niet uit het straatbeeld verdwenen, integendeel zelfs. Met de toename van het aantal tweeverdieners is het juist handig als je bepaalde boodschappen thuis bezorgd krijgt. In een afsluitbare kast die aan huis wordt bevestigd, of op wat voor manier dan ook. Service blijft het sleutelwoord.’

Nieuws Het laatste nieuws op dat gebied is dat in de nieuwe winkels een schap met voorverpakt – maar wel versgebakken! – brood komt. Alle winkels van Hilvers die worden verbouwd krijgen zo’n broodschap. ‘Dan kunnen klanten die snel een brood willen, direct afrekenen, zonder in de rij te hoeven staan, terwijl de klanten die even willen overleggen of niet kunnen kiezen, ook de tijd daarvoor nemen, zonder dat ze het gevoel hebben dat ze andere klanten laten wachten. Zo spelen we op de veranderende behoeften van de klant in. We merken dat dit al goed aanslaat.’

Bakfiets Iets anders waar Hilvers de klant – letterlijk mee tegemoet komt, is de herinvoering van de bakfiets. Na de oorlogsjaren was bakker Hilvers in de wijde omgeving bekend door zijn bakfietsen, waar hij er op een gegeven moment een vijftigtal van had rondrijden. Inmid55


kema

De wereld haalt zijn energiekennis … gewoon uit Arnhem Thijs Aarten. De nieuwe CEO van KEMA. Een ferme handdruk, joviale lach. Met een weids gebaar zwaait hij de deur van zijn werkkamer open. ‘Kom verder! Koffie? Thee? En: zeg maar gewoon Thijs.’

Hij volgde Pier Nabuurs als bestuursvoorzitter vorig jaar op, nadat hij zelf op de kop af al vijf jaar in de Raad van Bestuur van KEMA had gezeten. Daarvoor zat hij decennialang bij Shell, in diverse internationale functies, onderbroken door een periode bij Pakhoed – wat later overging in Vopak. Ook internationaal. Het internationale tekent zijn focus op de wereld. Volgende keer vliegt hij bijvoorbeeld weer naar Seoul in Korea. En daarvoor was hij nog in China. En dat gaat zo maar door. ‘Ik reis me suf’, zegt hij op enig moment tijdens het interview. ‘Ik heb ook veel in het buitenland gewoond en gewerkt. Ik heb gezien hoe daar gewerkt wordt. Ik vind daarom dat we alert moeten zijn op ontwikkelingen in het buitenland. Misschien moeten we af en toe een tandje harder werken. Juist vanwege die ontwikkelingen. Want op internationaal gebied gebeurt er veel. Zeker op energiegebied. Energie is immers de toekomst. De toekomst van de wereld. En dan vooral: op het gebied van slimme energie.’ We kennen dat van de smart grids, dat uit de koker van Nabuurs kwam. Intelligente energienetwerken, aan elkaar gekoppeld, op de toekomst gericht. Duurzaam. Verandert de koers van KEMA nu, met een nieuwe roerganger? ‘Nee, Pier en ik hebben vorig jaar al een nieuwe strategie ingezet, het resultaat van intensieve samenwerking van de afgelopen vijf jaar. Die strategie krijgt nu wel zijn verdere implementatie. We gaan daarbij focussen op een paar zaken. Duurzame energie en alles wat daarmee te maken heeft, is een speerpunt. En een sterke focus op de energietransitie. Groei is een belangrijke karakteristiek van dit bedrijf; daar richten we ons ook op. Groei door autonome groei, én groei door overnames. 56

We hebben bijvoorbeeld vorig jaar een meerderheidsbelang van 70% in Sinopower in China genomen, met tachtig hoogopgeleide mensen die onze technische kennis beter in de Chinese markt kunnen zetten. Dat betekent ook weer een positief effect op de werkgelegenheid hier in Nederland. Daar groeit KEMA verder.’ Maar de blik blijft voor een groot deel gericht op het buitenland. Want juist daar kan KEMA zijn toegevoegde waarde neerleggen, verklaart hij. ‘Onze kennis en expertise is wereldwijd bekend en beroemd. In Amerika adviseren we bijvoorbeeld op het gebied van bijstoken van biomassa in energiecentrales. In Amerika alleen al werken vierhonderd mensen van ons aan energiebesparingszaken. Ook adviseren we in China op het gebied van ultra hoogspanningsnetwerken. Met onze innovatiekracht kunnen we ons op internationaal gebied onderscheiden. Dat betekent continu blijven innoveren, verbeteren. Dat is in onze optiek de essentie van het overleven van bedrijven, en dat is waar wij op focussen, al bijna 85 jaar lang.’ Black-out Dan komt hij met een voorbeeld. ‘Vorig jaar was ik in Rio de Janeiro voor besprekingen met de energiesector. Ze hadden daar toen net een black-out gehad – en dat met de Olympische Spelen in het vooruitzicht! De betrouwbaarheid van het energienet is iets waar je niet aan wilt hoeven twijfelen. Nederland is daarmee een van de betrouwbaarste landen van de wereld. Dat is bekend in de wereld. We zijn daar vervolgens aan de slag gegaan, en nu staat de zaak daar goed op de rit. Met onze expertise, gewoon uit Arnhem.’

Tekst: Frank Thooft


kema iview

Wat betekent de groeistrategie op het gebied van werkgelegenheid? Is er voldoende arbeidsmarktpotentieel? ‘De spoeling is soms wat dun. Veel bedrijven vissen in dezelfde vijver. Training is daarom belangrijk. We hebben ook hechte contacten met universiteiten; we hebben onder meer een paar buitengewoon hoogleraren die bij ons werken. Ook promovendi. De energiesector is hot; technische mensen maar bijvoorbeeld ook bedrijfseconomen en wiskundigen willen er graag in werken. Vaak hebben ook jonge mensen een sterke affiniteit met energie en duurzaamheid. Dat sluit aan bij het imago dat we hebben. Vaak komen mensen spontaan op KEMA af.’ De toekomst vraagt met een groei van de economie om meer energiecapaciteit. Toch moeten kolencentrales tot 2050 energie blijven leveren, omdat de energie nog onvoldoende van bijvoorbeeld de wind af kan komen. Is dat niet strijdig met het duurzaamheidsstreven? ‘Nee, want we hebben het dan wel over CO2neutrale centrales, door de CO2 op slimme wijze uit de rookgassen te halen. Dat is dan ook wat we adviseren aan bedrijven. We leiden als KEMA bijvoorbeeld een consortium van 26 internationale bedrijven om dat mogelijk te maken. Samen bereik je immers doorbraken. De diensten zijn overigens wel aan het verschuiven, merken we. Zo is er nu veel meer behoefte aan expertise op het gebied smart grids en energieopslag. Je kunt je voorstel-

len dat Europa straks één groot netwerk heeft waarbij zonne-energie uit de zuidelijke landen komt; windenergie uit de landen aan de kusten, en energie uit waterkracht uit bijvoorbeeld Zwitserland en Scandinavië. En dat het zo slim gestuurd is dat er overal voldoende stroom is, en er nergens een overschot is.’ Komt er niet een discussie over windmolens als je die en masse wilt gaan neerzetten? ‘Ja, en dat is ook goed. Maar dan wel op de verdere toekomst gericht, en breed gedragen. Er is een dialoog nodig tussen overheid, ontwikkelaars en burgers. Je moet keuzes maken op hoe je je energiebeheer gaat inrichten. Daarbij moet je als het ware op 30.000 voet gaan vliegen, en een helikopterview toepassen. In Groningen hebben we bijvoorbeeld Energy Valley; in Arnhem hebben we Arnhem Energiestad. Tweehonderd kilometer van elkaar. Dat lijkt lastig om iets samen te doen. Toch kun je juist samenwerken. Moet je ook samenwerken. Want als stad of als regio alleen ben je te klein om van internationale betekenis te zijn. En: de ervaring leert, dat alleen die projecten die door samenwerking zijn ontstaan, de eindstreep halen. Niet projecten die te regionaal, te kleinschalig blijven. En dat vergt visie, leiderschap en lef. Dat hebben we in Nederland wel nodig. We moeten slimmer, sneller en efficiënter kunnen en durven opereren. Anders halen we de concurrentie met de wereldspelers niet. Maak kennis transparant, werk samen. Als KEMA zijn we een groot voorstander van open innovatie.’

Energieraad Sinds kort zit Aarten in de Energieraad van Arnhem, om daarmee ook Arnhem dichter bij de wereld te brengen. Hij is bijna niet te stoppen in zijn enthousiasme over zijn werk. ‘Kun je je voorstellen dat ik heel gepassioneerd over deze sector kan praten? In het buitenland vragen ze me nog wel eens, waar KEMA zit. Dan leg ik uit hoe de naam tot stand is gekomen, en dat het dus in Arnhem zetelt. ‘Gewoon’ in Arnhem. Daar komt dus die energiekennis vandaan die overal op de wereld toegepast wordt. Dat is best iets om trots op te zijn!’

KEMA – in 1927 begonnen als Keuring Elektrotechnische Materialen Arnhem - opereert tegenwoordig vanuit ruim twintig landen en bedient daarmee klanten in meer dan honderd landen. Er werken wereldwijd 1800 mensen. KEMA heeft in Arnhem, waar het hoofdkantoor is, het grootste kortsluitlaboratorium van de wereld, en ook het grootste commerciële hoogspanningslaboratorium (in 2009 geopend) van de wereld. Alleen al het internationale zakelijke bezoek aan KEMA in Arnhem is goed voor 10.000 hotelovernachtingen per jaar.

57


Dinant te Brinke - Directeur BAM groep Arnhem

Michiel Terpstra - Regiomanager Gebouwservices

Groot denken klein werken Bouwen voor het MKB Als Koninklijke BAM Groep realiseert BAM met haar 25.000 medewerkers jaarlijks duizenden grootse projecten. Veel mensen kennen BAM van grote in het oog springende bouwplaatsen, waar de kenmerkende oranje-groene tweekleur op allerlei plekken opduikt. De actuele bouw van het nieuwe hoofdkantoor van TenneT op het voormalige KEMAterrein en het nieuwe station van Arnhem zijn daar voorbeelden van. Dat BAM ook menig MKB’er voorziet van een duurzame en flexibele werkomgeving is minder zichtbaar in het straatbeeld.

58

Van Links naar rechts: Guido Beijer, Dinant te Brinke, Piet Pippel, Dick de Keijzer, Michiel Terpstra


Kids Jungle Burgers’ Zoo te Arnhem Slagkracht Met onder andere een eigen timmerwerkplaats, eigen klusbussen en vele tientallen vakmensen is BAM Gebouwservices een aparte serviceafdeling voor onderhoud, renovatie en kleine(re) verbouwingen voor ondernemers. BAM combineert de kracht van de achterliggende organisatie met de flexibiliteit van een kleine afdeling. ‘Dat is ontzettend belangrijk voor een MKB’er’, legt directeur Dinant te Brinke uit. ‘Hij profiteert enerzijds van de slagkracht en voelt zich tegelijkertijd gesteund door de kennis, ervaring en continuïteit van de grote organisatie. Zonder dat dit zich vertaalt in buitensporige budgetten uiteraard.’ Duurzaamheid Voor MKB’ers is duurzaamheid vandaag de dag een belangrijk uitgangspunt bij bouwprojecten. Regiomanager Michiel Terpstra: ‘Ja, klopt. En dat juichen wij ook van harte toe. Onze focus ligt op de langere termijn én op comfort. Bijvoorbeeld door bij een glazen gevel driedubbel glas voor te stellen. Dat voorkomt oncomfortabele koudevallen en vermindert de energiekosten. Bereken je dat op de lange termijn – ook met inachtneming van de restwaarde van een gebouw – dan verdien je dat snel terug. En dit geldt niet alleen voor nieuwe panden; ook en vooral in bestaande panden valt er op het gebied van duurzaamheid veel winst te behalen.’ Energiereductie Ook energie en energieverbruik spelen hierbij een grote rol. Terpstra: ‘Wij nemen bijvoorbeeld het onderhoud van het dak van een bedrijfspand over - een vaak onderschatte kostenpost - en plaatsen zonnepanelen op het dak. In deze constructie heeft de ondernemer op termijn kosteloos onderhoud en verrekenen wij de energieopbrengst van de panelen met de energieleverancier. Dat is winst voor alle partijen. Deze constructies worden altijd in heldere prestatiecontracten vastgelegd, zodat iedereen weet waar hij aan toe is.’

Geld verdienen ‘Sommige ondernemers werken volgens het ‘kraak-piep’-systeem’, vervolgt Terpstra. ‘Pas als er iets aan de hand is, laten ze een reparatie uitvoeren. Daar kun je ons gerust voor bellen. Alleen op langere termijn kan dat kostbaar worden. Beter is het om dat vóór te zijn met preventief onderhoud. Dat scheelt veel geld. Je kunt bijvoorbeeld met betere verven werken om het onderhoud van een interval van vijf jaar naar zeven jaar terug te brengen. Of je schakelt over op LED verlichting die weliswaar bij aanschaf duurder is, maar al binnen vijf jaar terugverdiend is, waarna je er zelfs op gaat verdienen. Met zo’n verhaal kun je bij een ondernemer prima aankloppen.’

heeft BAM in overvloed. Te Brinke: ‘Bijvoorbeeld in Burgers’ Zoo, waar we de Kids Jungle hebben gebouwd. Of bij conferentiecentrum Avegoor in Ellecom, waar we onder andere een brandtrap hebben gemaakt bij het hoofdgebouw. Iets groter is het voorbeeld van de renovatie van de gevel van het C6-gebouw op het Akzo Nobel terrein langs de Vosdijk. Elke ondernemer kunnen we bedienen, hoe klein of hoe groot de opdracht ook is. Van beheer en onderhoud tot verbouw, renovatie en nieuwbouw.’

Flexibiliteit Als het om duurzaam bouwen gaat heeft BAM ambitieuze plannen. In 2015 bestaan de bouwwerken voor 75% uit duurzame en dus herbruikbare materialen. Te Brinke: ‘Dat is qua techniek nu al mogelijk. Je wilt voorkomen dat bedrijfspanden, of zelfs hele bedrijventerreinen, na verloop van tijd dermate afgewaardeerd zijn, dat slechts een dure revitalisatie de oplossing is.’ Ook Het Nieuwe Werken neemt een prominente plaats in bij de bouwwerken van BAM. Terpstra: ‘We bouwen het liefst zó, dat je flexibel met bedrijfsruimtes en kantoorruimtes om kunt gaan. Je weet immers niet wat de toekomst brengt, dus kun je maar beter op alles voorbereid zijn. Voor veel ondernemers is het bedrijfspand hun pensioen. Dan moet je er vandaag de dag wel voor zorgen dat het flexibel en duurzaam gebouwd is.’ wet en veiligheid BAM is op de hoogte van de nieuwste wettelijke eisen. Zo zijn deze voor hemelwaterafvoer bijvoorbeeld aangescherpt nadat er enige jaren geleden behoorlijke ongelukken met wateroverlast op grote platte bedrijfsdaken zijn gebeurd. ‘Nu worden er meer noodoverstorten geplaatst. Weet je dat als pandeigenaar echter niet, dan kun je zowel een probleem met de overlast krijgen, als met een verzekeraar’, legt Te Brinke uit. ‘Ons vallen zulke zaken bij een gebouweninspectie direct op, en daar kunnen we dan meteen op inspelen.’ Dit speelt bijvoorbeeld ook bij brandveiligheidseisen ná oplevering. Terpstra: ‘Vaak voldoet de bouw bij oplevering wel aan de eisen die de brandweer heeft gesteld, maar worden er daarna allerlei gaten voor leidingen door brandwerende muren geboord. Daarmee doorbreek je letterlijk de veiligheid van het pand.’ Ook hiervoor leveren wij gecertificeerde oplossingen. Kleinere werken Voorbeelden van kleinschalige bouwwerken

Nieuwe brandtrap, Landgoed Avegoor te Ellecom

BAM Gebouwservices Simon Stevinweg 20 6827 BT Arnhem T (026) 363 39 00 I www.bamgebouwservices.nl E m.terpstra@bamgebouwservices.nl 59


Stephan Veen

Stephan Veen over de passie van het ondernemen

Tekst: Frank Thooft

Hij praat zoals hij hockeyt: snel, ge­dreven, kansen creërend, en anticiperend op wat komen gaat. En vooral: samen met anderen. Stephan Veen (41) is sinds een half jaar directeur Bedrijven bij Rabobank Arnhem en Omstreken, maar de meeste mensen kennen hem nog als de hockeyinternational die in september 2000 de beslissende strafbal scoorde na het gelijk spel tegen Zuid-Korea.

Hij is echter al dertien jaar lang werkzaam bij Rabo in het bedrijvensegment, waar hij na zijn studie Bedrijfseconomie terechtkwam. Hij is echt een Raboman, zegt hij: ‘De grondgedachte van de coöperatie, dus het samen ergens voor gaan, spreekt mij heel sterk aan. In het hockey is teamwork van essentieel belang, maar ook als financiële partner van een ondernemer.’ Jaar van de Coöperatie Dit jaar is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot Jaar van de Coöperatie, en de visie van Rabo sluit daar naadloos op aan. Veen: ‘We hebben sinds de oprichting van de Raiffeisenbank in 1898 al de gedachte gekoesterd dat je met elkaar sterker staat. En dat geldt nog steeds. Ik zie onze rol voor de ondernemer als financiële partner. De ondernemer onderneemt, en de bankier ondersteunt. De ondernemer maakt strategische keuzes, en de bankier is zijn sparring partner. We doen dat op een kritische én constructieve manier, waarbij we steeds naar oplossingen zoeken. Ook daar weer in dialoog, en anticiperen op de toekomst.’

60


Stephan Veen

Hoe vertaalt die coöperatieve gedachte, die een internationaal karakter heeft, zich op lokaal niveau? Wat merken ondernemers ‘hier om de hoek’ van die dialoog en van dat contact? ‘Elke Rabobank is sterk verankerd in de regio waar hij gevestigd is, en de medewerkers ook’, legt Veen uit. ‘Onze mensen wonen en werken in de directe regio, zijn betrokken bij allerlei maatschappelijke en economische ontwikkelingen, en participeren in diverse netwerken. Daardoor weten ze wat er speelt. Dat betekent dat ze voeling hebben met de markt en met de ontwikkelingen, en dicht op de ondernemer kunnen zitten. Bovendien participeren we als bank ook op hogere regionale niveaus, zoals het project Gelderland Valoriseert. Dat project kenmerkt zich bij uitstek door het delen van kennis en het ondersteunen van startende ondernemers, iets wat uitstekend past in de coöperatieve gedachte. En dat betekent voor alle betrokken partijen dat ze er van profiteren.’ Maar hoe zit dat dan met de kritiek die ondernemers uiten op het kredietbeleid van banken? ‘Die kritiek kan ik me voorstellen. Banken ademen namelijk in enige mate mee met het economisch tij. Sinds de kredietcrisis hebben ze

echter gas moeten terugnemen, voornamelijk gedwongen door een strenger overheidsbeleid en regelgeving. En ondernemers hebben het dan extra zwaar, omdat hun debiteuren ook weer laat betalen of zelfs omvallen. Maar een ondernemer met een goed doortimmerd plan heeft bij ons net zo goed als vroeger kans op financiering. Voor goed ondernemerschap is er namelijk altijd ruimte. Dat is een visie waar we honderd procent achter staan. Je merkt dat ook in onze cijfers: de kredietverlening is de afgelopen jaren bij de Rabobank steeds toegenomen. Rabo is in praktisch alle segmenten marktleider. Dat is een gevolg van onze werkwijze.’ Maatschappelijk De louterende werking van het coöperatieve model waar Rabo mee werkt, komt dan ter sprake. Veen: ‘Het is een consensusmodel. We willen het immers zorgvuldig doen, juist doordat we in alle gremia binnen de bank de zaken bespreken. We richten ons niet op aandeelhoudersbelangen maar op de belangen van de leden van de coöperatie – de cliënten dus, de ondernemers en de particulieren. En de samenleving eromheen. We besteden naast sponsoring bijvoorbeeld elk jaar een deel van ons resultaat aan maatschap-

pelijke doelen. Omdat we vinden dat je als bank een wezenlijk onderdeel uitmaakt van de samenleving om je heen.’ Sport en ondernemen En zoals het intensieve samenspel dat de hockeyer Veen gedurende 275 interlands heeft toegepast, zoekt hij als bankier ook steeds de combinatie. Want hoewel hij als directeur bedrijven de zakelijke afdeling aanstuurt, zal menig ondernemer hem nog steeds aan tafel aantreffen. Om te sparren, te brainstormen, te spiegelen en te plannen. ‘Het is het mooiste onderdeel van mijn vak’, zegt hij. Sport blijft hem echter boeien. De ambitie en het professionalisme, iets willen bereiken. Zo zit hij onder meer in een denktank om de Olympische Spelen in 2028 naar Nederland te halen. ‘De Nederlandse jeugd sport veel te weinig. Het is ook niet meer verplicht op school. Door te sporten vergroot je echter je concentratievermogen, je ausdauer, je prestatievermogen, ook op leergebied.’ En zo komt de sport toch steeds weer, als rode draad, terug in het interview, en de werkwijze, van Stephan Veen.

61


column

Drive en passie Sinds de oprichting van ‘de Ondernemer’, elf jaar geleden, heb ik duizenden ondernemers geïnterviewd. Grote ondernemers; kleine, ambitieuze, idealistische, realistische, slimme en/of innovatieve ondernemers. En allemaal met een droom, en tweehonderd procent bereidheid om die droom waar te maken. Driehonderd procent vaak. Bij elke ondernemer zag ik gedrevenheid en passie. En ook vaak: visie op het ondernemerschap. Die visie kwam terug in het zogenaamde paginadrie verhaal, waar ‘de Ondernemer’ in april 2001 mee startte. Later werd dat de vaste pagina-vijf rubriek: ‘de ondernemer onderneemt’, en weer later werd het ‘de Stoel’. Op ‘de Stoel’ kwamen de interviews over hoe de ondernemers op deze (directie) stoel en in deze positie terecht gekomen. En wat er daarna was gebeurd; hoe ze het bedrijf groei en vooruitgang hadden gegeven. Wat hun visie was, hoe ze met tegenslagen waren omgegaan, en hoe ze hun kansen gecreëerd hadden. De Directiezetel is in zekere zin een voortzetting van die stoel. Daarom, in vogelvlucht, een schets van de drive, de passie en de visie van enkele van deze ondernemers van de afgelopen periode.

werd later ‘skydancer’, en bouwde zijn bedrijf voort op die passie.

De vogelvlucht begint in 2001 bij een dan nog heel jonge Philip Kammeijer, die net dat jaar de drukkerij Coers en Roest van zijn vader heeft overgenomen. Hij moest het hardst lopen, kreeg de lastigste klussen en de meeste klappen, vertelt hij, want hij moest zich eerst bewijzen voor senior. En dat loonde, blijkt. Coers en Roest is er nog steeds, welke crisis dan ook, en heeft een kwaliteitsstempel neergezet.

Ommezwaai kennen we ook, in de vorm van Pieter Geluk die de Peugeotzaak van zijn vader in 2004 had overgenomen. Een paar jaar later verkoopt hij die en stort zich in het elektrisch rijden en timmert vanuit die bijna idealistische visie aan de weg met The Good Car Company. Kijk maar eens in Zevenaar, daar heeft hij een mooie zaak opgebouwd; klaar voor de toekomst.

Het volgende nummer brengt Dirk-Jan van Dijk van Kramer Uitvaartverzorging in beeld, die het persoonlijke ambacht en de aandacht voor de medemens combineert met – toen al – moderne technologie en investeringen: bijvoorbeeld een in een grafsteen ingemetseld beeldscherm met een film van de overledene. Een jaar later hangen we in figuurlijke zin op de kop met de wereldkampioen en stuntvlieger Frank Versteegh uit Oosterbeek, die de ervaringen van zijn split-second beslissingen in de lucht ook in aansprekende lezingen voor managers op de grond heeft gegoten. Als dansleraar ontwikkelde hij een voorliefde voor vliegen, 62

Weer een jaar later zijn we op de koffie bij Amie Peeze, die – dan nog – eige­naar is van de innovatieve en duurzame koffiebranderij Peeze. Met een focus op duurzaamheid onderscheidt het bedrijf zich ook vandaag nog. En dat buffelen en knokken je uiteindelijk brengt waar je wilt zijn, bewijst Diederik van Hamersveld in 2004 in een interview. Begonnen met paperclips, pennetjes en potloodjes heeft hij nu een kleine maar bloeiende groothandel in kantoormaterialen, die in de niches van de grootmachten opereert.

Eind dat jaar verschuift de rubriek naar pagina 5, en zien we cameraman Han Kruit, die bunge-


column

lend aan helikopters en hangend uit auto’s zijn bedrijfsfilms schiet. Met zijn scherpe oog voor beeldvorming maakt hij de mooiste reportages. In 2007 wordt de rubriek omgedoopt in ‘de Stoel’, en opent met de orthopeed Arjan Hodes. Later zal hij zijn specialisme op dieren voortzetten, naast de groothandel in orthopedische artikelen die hij al eerder van zijn vader had overgenomen. Hij investeert in de toekomst en ontwikkelt samen met de HAN een 3D-geprinte brace voor honden met artrose. Jacques Kok, mijn vaste fotograaf, maakt de meest creatieve foto’s bij de interviews. Zo zetten we Gerard Smoorenburg van Baptista met directie­­fauteuil en al tussen de spetterende bor­stels van zijn fonkelnieuwe wasstraat. Gerard heeft zwaar ingezet op een supermoderne wasstraat, waarbij het milieu zoveel mo­gelijk gespaard wordt. En de vonken spatten bijna letterlijk van de pagina af bij Joop de Kinkelder, die cirkelzagen tot wel een meter diameter produceert. Investeringen in innovatieve coatingtechnieken houden hem op voorsprong bij de concurrentie. In 2009 hangen we Hichel Heezen van Orange Access, die in een oude Akzo-fabriek een trai-

ningscentrum heeft opgezet voor personeel dat bijvoorbeeld windmolens moet inspecteren, ijzingwekkend hoog in de touwen, prachtig met het tegenlicht van de grote ramen daar. Zijn kennis van klimtechnieken en veilig­heidseisen heeft hij weten om te zetten in een unieke bedrijfsformule. Later dat jaar zetten we Diana Willemsen van Alphapersonalia op de stoel, bóvenop een tafel zelfs. Als eenpitter heeft ze een werving- en selectiebureau opgezet dat zich eerst specialiseerde in het checken van CV’s; en later maakte ze naam met het binnenhalen van commerciële kanjers voor opdrachtgevers.

projectmanagement, wat haar het bekende bureau Incombinatie heeft opgeleverd. Ik ben nog altijd diep onder de indruk van de moed en gedrevenheid waarmee deze ondernemers, en al die honderden die ik nu niet kon noemen, hun zaak op de rit houden. Dat is waarom ze wat mij betreft allemaal een echte directie-zetel verdienen. Frank Thooft redacteur van de Ondernemer, editie Arnhem

In 2011 zijn we op bezoek bij Kees Pater, die enkele jaren daarvoor de oude koekjesbakkerij Veldt in Veenendaal heeft overgenomen. Kees ontwikkelt zich tot koek-innovator – een begrip dat tot dan toe nog niet bestond –, en wint daar de prijs voor de beste innovatieve ondernemer mee. Ook in dat jaar zetten we Gonnie Heerema op een stoel, een barkruk die we plompverloren in park Sonsbeek planten. Eigenwijs als ze was stopte Gonnie al na drie dagen met haar eerste vaste baan en stortte zich in communi­catieadvies en

63


Kantoren

Arnhem kantorenstad

64


Kantoren

Arnhem is met een areaal van 1,1 miljoen vierkante meter kantoorruimte de zevende kantorenstad van Nederland. In totaal heeft Arnhem iets meer dan 100.000 arbeidsplaatsen, waarvan 40.000 worden ingenomen door functies in de zakelijke dienstverlening. Het werken in Arnhem heeft een sterk accent op onderwijs en overheid. Kenmerkend zijn hierbij de provincie en de rechterlijke macht, waarbij de toekomstige concentratie van deze laatste categorie Arnhem nog prominenter als kantorenstad op de kaart zal zetten.

Tekst: Frank Thooft

Leegstand Volgens directeur Projecten Rob Hengeveld van Nederlands grootste dienstverlener in Vastgoed MVGM staat momenteel 18 - 19% van de kantoorruimte in Arnhem leeg, ofwel zo’n 200.000 m2. Daarnaast is er sprake van leegstand die niet aangemeld is door de eigenaar of huurder van het pand, doordat men afgestoten of afgeslankte afdelingen niet wil laten opvullen door andere huurders. De leegstand is te wijten aan een complex van oorzaken, legt hij uit: ‘Je zag de afgelopen decennia een groei van kantoorparken buiten het stadscentrum ontstaan. De binnenstad liep daardoor leeg. Momenteel zie je echter een beweging terug naar de binnenstad, onder andere veroorzaakt doordat de functie van het openbaar vervoer en een locatie nabij het station sterk aan belang is gestegen. De realisatie van kantoorpanden kent echter een lange tijd van idee tot en met oplevering; vandaar dat men momenteel achter de actualiteit aanloopt. Ook is er veel kantoorruimte ontwikkeld op basis van groeicijfers die later niet realiseerbaar bleken. Daarbij komt dat een ontwikkeling als het flexwerken en thuiswerken niet te voorzien was, evenals de invloed van de kredietcrisis.’ Flexwerken Flexwerken kent daarbij aspecten die voorheen ook nog niet voldoende bekend waren. Zo is de nabijheid van de binnenstad, en de mogelijkheid om met andere flexwerkers samen te werken, een voorwaarde voor een succesvol concept. Een ligging van een verzamelgebouw buiten het centrum, waar geen voorzieningen als catering en dergelijke zijn, is dan ook minder aantrekkelijk dan in het centrum van de stad, waar winkels en ontspanning bij de hand zijn. Zo kende Arnhem het flexwerk-concept Goede Gasten op het nieuwe bedrijventerrein Businesspark IJsseloord II; dat na verloop bewust naar de Oude Kraan nabij de binnenstad verhuisde. Het Regus-concept is naar een grotere locatie, eveneens nabij het

station verhuisd; en op het Kroonpark en op de Wassenaarweg komen binnenkort ook nieuwe flex-panden. Oplossingen Hengeveld pleit voor (nog) creatievere oplossingen om de leegstand het hoofd te bieden, zoals nog niet bestaande combinaties van de functies werken, wonen, recreëren, gastvrijheid, flexibiliteit en ontspannen in bestaande leegstaande kantoorruimtes. ‘Het gaat om out of the box-denken. Ik ken al een aantal initiatieven op dit gebied; en gelukkig is de gemeente Arnhem ook zeer flexibel met het verlenen van vergunningen hiervoor. Onlangs zijn er ook twee fte’s gecreëerd voor functionarissen bij de gemeente die bewust de leegstand in respectievelijk de binnenstad en op bedrijventerreinen, gaan regisseren.’ Voorwaarden Glasvezel zal in toenemende mate bepalen waar kantoorlocaties, ook voor flexwerkers, succesvol kunnen worden gerealiseerd, stelt Hengeveld. De toename van het dataverkeer is onomkeerbaar; hij kent al een bedrijf dat een bepaalde locatie niet heeft gekozen juist door het ontbreken van glasvezel. Ook het kunnen huren van kantoorlocaties per dagdeel, bijvoorbeeld voor vergaderingen, zal volgens Hengeveld een vlucht nemen. Een gedeelte van de op dit moment leegstaande kantoorpanden is volgens Hengeveld kansloos. Eigenaren of beleggers zullen er niet aan kunnen ontkomen, hun verlies te nemen en hun kantoorpanden te laten slopen of er een nieuwe bestemming aan te geven. De gemeente Arnhem pleit voor een stop op nieuwbouw, zeker omdat er nog veel bestaande kantoorruimte beschikbaar is. Slechts bij een dwingend belang en een definitieve huurder kan er een uitzondering voor gemaakt worden.

65


netwerkclubs

Netwerken (onovergankelijk; netwerkte, heeft genetwerkt), het creëren, uitbouwen en onderhouden van sociale contacten om informatie te verkrijgen waar men in zijn beroep of carrière zijn voordeel mee kan doen.

Netwerken, dat moet je vooral leuk vinden Tekst: André Sonneville

Wie het zo leest in de Dikke van Dale (14e uitgave, 2005) zal een geeuw niet kunnen onderdrukken. Maar breng het fenomeen netwerken (het werkwoord) ter sprake als onlosmakelijke bezigheid in het ondernemen en al snel zal blijken hoe spannend netwerken kan zijn. Netwerken is trouwens wel meer dan een bezigheid. Netwerken is voor sommigen een vak, voor anderen een spel. Netwerken is weten-

66

schap of behendigheid. Voor de een is netwerken een aangeboren eigenschap, voor de ander een met pijn en moeite aan te leren truc. Netwerken (het zelfstandig naamwoord) zijn er in vele soorten en maten. En ze zijn van alle tijden, hoewel vroeger –zeg maar tot de jaren zeventig in de vorige eeuw- niet als zodanig onderkend. De serviceclubs (Lions, Rotary, Juniorkamer, Kiwanis) en sociëteiten, zoals in

Nijmegen sociëteit De Harmonie, aangevuld met ondernemersverenigingen (Industriële Kring Nijmegen, Nederlandse Maatschappij tot Bevordering van Handel en Nijverheid) vervulden en vervullen nog steeds de rol als netwerk. Langzamerhand werd de laatste decennia het onderscheid tussen de sociale netwerken (serviceclubs) en de meer zakelijke netwerken (ondernemersclubs) steeds duidelijker.


netwerkclubs

Netwerk ‘avant la lettre’ Arnhem kan zich er op beroepen een van ’s lands oudste netwerken avant la lettre ‘in huis’ te hebben. Bedoeld wordt natuurlijk de Groote Sociëteit Arnhem die al in 1763 werd opgericht en nog steeds floreert met als doel ‘de bevordering van het gezellig verkeer van de leden onderling’. Uit die doelstelling blijkt al meteen het onderscheid tussen een eerbiedwaardige instelling als de Groote Sociëteit, opererend als een sociaal netwerk, en de meer zakelijke netwerken van moderne snit die nu zo in zwang zijn. De gespreksonderwerpen in het Sociëteitspand aan de Jansbuitensingel zullen niet allemaal en alleen maar gaan over de gesteldheid van echtgenote, kinderen en kleinkinderen. Hoewel de ledenlijst niet openbaar is, kan aangenomen worden dat de Groote Sociëteit zeker ook door meer of minder bekende industriëlen, ondernemers en andere zakenlieden ‘bemand’ wordt. En natuurlijk zullen er in de Sociëteit en in de daaronder hangende clubs zakelijke onderwerpen ter tafel komen of onder vier of zes ogen besproken worden. Een lidmaatschap van de Groote Sociëteit ontstaat op basis van een voordracht van een bestaand lid. ‘De leden doen dat, wanneer ze er van overtuigd zijn, dat het kandidaat-lid, dat zij ter introductie meenemen naar de Sociëteit, zich er thuis zal voelen en dat het ook bij de andere leden welkom zal zijn. Een gewoon lid kan één of meerdere personen voor het lidmaatschap voordragen door deze schriftelijk aan te melden, voorzien van de handtekeningen van twee andere leden, niet zijnde lid van de Directie of Toelatingscommissie’, staat op

de website (dat dan weer wel) van de Groote Sociëteit te lezen. Het lidmaatschap vergt een jaarlijkse contributie van 275 euro. De Sociëteit wordt geleid door een ‘directie’ die door de algemene vergadering wordt benoemd. Functies in het sociëteitsbestuur zijn President Directeur (voorzitter), de Directeur Secretaris, de Directeur Thesaurier, de Directeur Consumabel en ‘de Directeur’. De ‘clubs’ spelen in de Groote Sociëteit een belangrijke rol. Over de activiteiten zegt de website: ‘Allereerst moet de woensdagavond worden genoemd: de voor alle leden toegankelijke sociëteitsavond, met aansluitend de mogelijkheid om samen te dineren. Daarnaast vallen te noemen de maandagtafel, een viertal kegelclubs, de bridgeclub, de biljartclub en de beleggingsclubs ‘de Hoge Hoed’ en ‘Heeren Beleg’. Voorts staat het eenieder vrij het initiatief te nemen voor nieuwe clubs.’ Groot en belangrijk Van een heel andere orde is het Ondernemers Kontakt Arnhem (OKA) dat als het grootste en belangrijkste zakelijk netwerk in Arnhem en omgeving beschouwd kan worden. OKA vierde vorig jaar zijn 35-jarig bestaan. Al enkele jaren eerder was het met de Arnhemse Ondernemers Vereniging (AOV) gefuseerd. OKA telt momenteel zo’n 430 leden. Het lidmaatschap van OKA is toegankelijk voor alle ondernemers en ondernemingen die statutair gevestigd zijn in Arnhem, Oosterbeek, Westervoort, Huissen, Duiven, Rozendaal of Velp. De jaarlijkse contributie is afhankelijk van de bedrijfsomvang in medewerkers en varieert van 426 euro (1 t/m 10 medewerkers) tot

985 euro (meer dan 400 medewerkers). Over de doelstelling van OKA staat op de website te lezen: ‘OKA behartigt de belangen van alle ondernemers en ondernemingen in Arnhem en omstreken. In die rol voert zij de dialoog met de overheid en de politiek en neemt zij deel aan diverse overlegorganen die bijdragen aan het economisch klimaat in de stad. Daarnaast organiseert OKA netwerkbijeenkomsten voor haar leden met de doelstelling om de lokale economie te stimuleren en kennis uit te wisselen.’ Naast vier maal per jaar een ledenvergadering of themabijeenkomst, kent OKA op iedere eerste maandag van de maand de ‘Businessborrel’ in Brasserie de Boerderij in park Sonsbeek, waar dan onder het genot van een borrel en een hapje het netwerken plaatsvindt. OKA-leden zijn in de gelegenheid zo’n ‘Businessborrel’ te adopteren om op die wijze bij collega-ondernemers wat extra aandacht voor onderneming of project te genereren. Succesvol zijn ook de zogenaamde ‘XS bijeenkomsten’: kleinschalige ontbijten, lunches of diners, bedoeld aldus de website, ‘om echt even de tijd te nemen om elkaar te leren kennen en te praten over onderwerpen die te maken hebben met het ondernemerschap onder het genot van een heerlijke en eerlijke (biologische) maaltijd.’

67


netwerkclubs

Van importantie Arnhem kent nog een aantal zakelijke netwerken van bovengemiddelde importantie. Zo is er de Business Club Vitesse-GelreDome, een vanuit organisatie ‘Vitesse Business Events’ geëxploiteerde dienstverlener op het gebied van netwerken en/of relatiebeheer. De Business Club telt ruim 350 leden, zijnde voornamelijk regionaal opererende bedrijven, van eenmanszaken tot multinationals, die met hun bijdrage vooral de verrichtingen van voetbalorganisatie Vitesse ondersteunen. De activiteiten van en voor Business Club VitesseGelreDome zijn niet louter en alleen op het voetbal gericht. Ook autosport, golf en tennis zitten in het pakket, net als allerlei entertainmentactiviteiten waarvoor het GelreDome het decor en de faciliteiten biedt. Het Stedelijk Netwerk Arnhem (SNA) is niet puur zakelijk. De circa 100 leden van dit netwerk komen voort uit alle geledingen van de Arnhemse gemeenschap: politiek en bestuur, cultuur, onderwijs, maatschappelijke instellingen en natuurlijk ook het bedrijfsleven. Ze zijn lid op persoonlijke titel, vervullen in Arnhem een prominente rol en worden daarom op de eigen website als ‘de smaakmakers van de stad’ betiteld. Het Stedelijk Netwerk Arnhem, administratief gefaciliteerd door de gemeente Arnhem, houdt drie (besloten) bijeenkomsten per jaar en komt één keer per jaar samen met de evenknie uit Nijmegen, het Stedelijk Netwerk Nijmegen. Aan de hand van de samenstelling van de beroepsbevolking in Arnhem nodigt het bestuur van het Stedelijk Netwerk Arnhem onder voorzitterschap van Kees Joosse, directeur bij Koninklijke Nederlandsche Heidemaatschappij, 68

leden uit voor het netwerk. ‘Niet alle sectoren in het Arnhemse zijn parallel aan de opbouw van de beroepsbevolking vertegenwoordigd in het Stedelijk Netwerk. Vooral voordrachten uit sectoren in het bedrijfsleven, zoals detailhandel, de autobranche, vervoer en opslag, communicatie en industrie en groothandel zouden nog welkom zijn’, aldus Joosse. Een klein maar niet onbelangrijk zakelijk netwerk is het, net als het Stedelijk Netwerk door de gemeente (ambtelijk) ondersteund, Directie Netwerk Arnhem. Hier gaat het om een puur zakelijk netwerk op redelijk exclusieve basis, waarvan zo’n 25 bestuurders van de belangrijkste en grootste Arnhemse ondernemingen, op persoonlijke titel uitgenodigd, lid zijn. Het Directie Netwerk Arnhem komt tweemaal per jaar bijeen. Open netwerk Een geheel open netwerk voor Arnhemse ondernemers is CaféConsult dat iedere laatste maandag van de maand in Proeflokaal de Nieuwe Waag in Arnhem informele netwerkbijeenkomsten organiseert. Het concept van CaféConsult is gebaseerd op vrijheid-blijheid. ‘De bijeenkomsten zijn te allen tijde vrijblijvend. Zo is er geen lidmaatschap aan verbonden en is de entree gratis. Elke maand is er een interessante spreker die een aansprekend onderwerp aansnijdt’, staat op de website van dit netwerk te lezen. CaféConsult brengt naar eigen zeggen gemeentefunctionarissen, professionele CaféConsultpartners, andere actieve ondernemers en ondernemers die zich in de opstartfase bevinden samen. Het netwerk wordt ondersteund door


netwerkclubs

bedrijven en organisaties, onder andere de gemeente Arnhem, de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) en door Ondernemers Kontakt Arnhem (OKA). BNI Chapters Een jong en uiterst succesvol netwerkfenomeen is BNI (Business Network International) dat, overgekomen vanuit Engeland, inmiddels ook in de regio Arnhem vaste voet aan wal heeft gekregen. BNI is vooral een marketingsysteem, uitgevoerd in afdelingsverbanden (chapters) waarin ondernemers of hun representanten wekelijks onder het genot van een vroeg ontbijt elkaar de bal toespelen. Er zijn BNI chapters in Arnhem (‘Tchaikowsky’ en een in oprichting), de Liemers, Elst (Lotus) en Ede. Grappend is BNI wel eens met een sekte vergeleken. De vergelijking is niet helemaal on-

logisch als duidelijk wordt wat de mores van het BNI netwerk zijn. In principe kan iedereen lid worden, maar wel op basis van exclusiviteit wat branche of beroepsgroep betreft. In iedere chapter ziet daar een lidmaatschapsteam van drie leden scherp op toe. Het gaat om een persoonlijk lidmaatschap en leden mogen zich slechts onder zeer strikte regels laten vervangen. Aanwezigheid tijdens het wekelijkse ontbijt is min of meer verplicht. Het BNI netwerksysteem kenmerkt zich door de aanbevelingen die de leden over en bij elkaar doen. Bij BNI gaat het dus vooral om exploitatie van de gunfactor, die in alle netwerken wel aanwezig is, maar nergens zo op de voorgrond staat als bij BNI. Er wordt van de BNI-leden verlangd dat ze de scores in aanbevelingen en deals bijhouden en dat ze bekend maken wat er van aanbevelin-

gen of tips geworden is. Is er een order uit ontstaan, heeft er een deal plaatsgevonden of niet? Iedere chapter houdt ook een omzetbarometer bij, waarvan het succes van de chapter afgeleid kan worden. Door de branche- en beroepsgroepenexclusiviteit worden de chapters van BNI over het algemeen niet groter dan zo’n 40 leden. Hoewel het anders lijkt, hebben BNIleden over het algemeen niet het gevoel dat het bij BNI alleen maar om de kille zakelijkheid van het netwerk gaat. Het gaat er bij BNI zakelijk aan toe, wereldwijd is dat hetzelfde. Maar er is ook plaats voor gezelligheid en socialisering. Dat uit zich dan in gezamenlijke activiteiten voor goede doelen of op het gebied van sport, bijvoorbeeld golf.

69


Melis International Transport Transport & Truckherstel Arnhem & Duiven

Tekst: Frank Thooft

Truckherstel, ook voor busjes Ze hebben net het busje van het klusbedrijf uitgedeukt en weer netjes gespoten. Had een kleine aanrijding gehad. Nieuwe bestickering erop, en klaar is Kees. Verderop staat een tientonner voor een APK, want ook dat valt onder truckherstel. Net als een onderhoudsbeurt en een reparatie. Alles, van klein tot groot, en vooral: snel. Want stilstand is achteruitgang. Truckherstel in Duiven valt sinds anderhalf jaar onder de Melis-vlag, waar ook Melis International Transport, het logistieke bedrijf van Marwin Melis, onder valt. Hij is de vierde generatie sinds de oprichting in 1918, die de scep-

70

ter zwaait. Nouja, scepter? Hij loopt liever in een spijkerbroek dan in een pak. En afgelopen weekend lag hij nog ónder een truck om die te spuiten. En als het nodig is klimt hij op de bok van de Neus, de fameuze Scania truck uit 1996, om een ritje te doen. Want gewoon aanpakken, is waar het Marwin om gaat. groeI En dat heeft de buitenwacht gemerkt. Sinds hij het bedrijf leidt, begin 2005, is het wagenpark gegroeid van 13 naar 50 wagens en is de omzet gestegen van 1 miljoen naar acht. Maar hij doet het niet alleen. ‘Mijn mensen zijn net zo belangrijk als ik’, zegt hij. ‘Ik geef ze veel verantwoordelijkheid, en ze mogen – moeten – zelf beslissingen nemen. Ze staan dan ook dicht bij de klant. Ze zijn in feite het verlengstuk van de klant. Ze denken mee, helpen de klant bij logistieke problemen en komen met oplossingen.’ BlIJVers En dat maakt het werken bij Melis leuk. Het ziekteverzuim is dan ook bijzonder laag, en de

sfeer is goed. Gezellig een pilsje op vrijdagmiddag, of met een stel collega’s naar het voetbal. En de geleverde dienst is ook goed. En dat merken de klanten. Bedrijven als Atag, Rensa, Vihamij, TNT, Teckentrup, Nedal, Nathan, Leenbakker, om er enkele van te noemen, kiezen voor Melis, en blijven bij Melis. De lijst is lang en bestendig. KrItIscH Terug naar Truckherstel. Een strategische aankoop, als je het Melis vraagt. Want hij zat op dat moment met een wagenpark van een dikke veertig vrachtwagens, een jaarlijks terugkerende kostenpost voor onderhoud én een zeer kritische houding ten aanzien van reparatie en onderhoud. Toen ATH Carrosserie het bedrijf anderhalf jaar geleden sloot, was Melis er als de kippen bij om het, mét de mensen, over te nemen. ‘Zo hou ik de kosten in de hand, én hou ik de kwaliteit hoog. Ook voor mijn klanten. Want elke professionele vervoerder kan bij Truckherstel terecht.’


geeN WINDeIereN Kwaliteit, dat is waar Melis zich in onderscheidt. Niet als prijsvechter. En daar heeft hij een goede keuze in gemaakt. De afgelopen jaren hebben hem, waar de markt inzakte en collega-bedrijven op zijn minst de broekriem aan moesten snoeren, geen windeieren opgeleverd. Zo heeft hij vorig jaar alleen al een miljoen kunnen investeren in de vernieuwing van zijn wagenpark. En heeft hij dit jaar al bij Mercedes de nieuwste vrachtwagen met Euro-6 norm kunnen bestellen; naast Scania de enige fabrikant die tot nu toe de milieuvriendelijke Euro-6 op de markt heeft gebracht. APArt VerVoer Toekomst en innovatief; het blijken sleutelwoorden bij Melis. En: creatief. Zo is hij momenteel bezig met een project waarbij een vrachtwagen met een dubbele laadvloer wordt uitgerust. Om de logistiek nóg efficiënter te maken. Of de recente investering in de vrachtwagen met kraan, die een zeecontainer van drie ton op een afstand van tien meter kan tillen. De specialisatie in apart vervoer heeft hem daarbij in het verleden bijzondere vrachtjes opgeleverd, zoals giraffen voor Burgers’ Zoo, of een rode Ferrari van Lego voor een beurs.

DUItslAND We vinden Melis International natuurlijk veel op de Nederlandse snelwegen, maar wie in Stuttgart rijdt, in Hamburg of in Bremen, moet niet gek opkijken als hij de markante geel-rode wagens van Melis daar ook ziet rondrijden. ‘We doen heel veel zaken in Duitsland. En daar ben ik wel trots op. Duitsers zijn zeer kritisch waar het de prijs/kwaliteit verhouding betreft. Blijkbaar komen we daar gunstig uit.’ coNtINUÏteIt De ruggengraat van dit alles is een lean & mean kantoor, waar slechts vier mensen zitten die als een geoliede machine zowel de planning als de sales en de administratieve ondersteuning runnen. Er is – ook hier – geinvesteerd in software en in hardware, zodat alles tiptop in orde is en naar behoren werkt. Voor elke klant, groot of klein, dichtbij of ver weg, werken ze zich uit de naad. Regelen ze opslag, vervoer, schadeherstel, onderhoud, keuring, wat de klant ook maar wil. Want ook de efficiency en de continuïteit van de klant is belangrijk voor Melis.

internationaal transport b.v.

Melis International Transport BV Nieuwe Havenweg 15 6827 BA Arnhem 026 3611333 info@melistransport.nl www.melistransport.nl Truckherstel BV Segment 16 6921 RH Duiven 026 31 17 706 info@truckherstel.nl www.truckherstel.nl

71


Column Jobien Wind

Trollenbrood Wat zijn er toch veel zelfstandige ondernemers! Landelijk is ongeveer 10% van de beroepsbevolking zelfstandig ondernemer. En dat kunnen grote maar ook kleine ondernemers zijn. Bijvoorbeeld de groep die wordt aangemerkt als ZZP-er. Zelfstandige Zonder Personeel. Ik vind dat denigrerend: een omschrijving die vertelt wat je niet hebt. Net als leuke bakker die geen vlees verkoopt. Laten we afspreken dat vanaf nu ZZP betekent: Zeer Zelfstandige Professional.

En in Arnhem zijn dat er heel veel, in mijn gekleurde waarneming is dat minstens 50%. Als ik zakelijk en privé rondkijk is van de mensen die ik leuk vind, minstens de helft zelfstandig. Ik hou van mensen die zelfstandig zijn, die hun eigen leven vormgeven en die eigenwijs zijn. Ze combineren vaardigheden, capaciteiten en drive met een goed idee en gaan ermee aan de slag.

Wat mij betreft zijn zij de parels in onze Arnhemse economie. Parels die niet altijd zichtbaar zijn, maar wel een glansproduct van Arnhem. Wat denken jullie bijvoorbeeld van ‘dingen van Deng’ een cadeauwinkel verstopt op de Paasberg? Daarachter steekt Deng Que, een vrouw die haar gastvrijheid, haar afkomst, haar gevoel van schoonheid voor dingen en mensen in een winkel heeft gestopt: www.dingenvandeng.nl. Ze is samen met de naastgelegen bakker en kapper het hart van die wijk en zorgt als het ware voor de slagroom op de taart. Of Marieke van Doorn, die grootse en speelse concepten bedenkt voor pretparken, musea en winkels. Onder andere de attractie Pandadroom van de Efteling is van haar hand, bekijk het maar eens op www.doornroos.com. Ze opereert als professional, doet grote projecten door het hele land, maar werkt in de luwte. Als je naast haar staat bij de bakker, zie je niet dat je naast een succesvol 3D-ontwerper staat. Totdat ze opeens trollenbrood bestelt. Ik weet niet of dat bestaat, maar het zou zo maar kunnen! Wat hebben zeer zelfstandige professionals, Marieke, Deng en Arnhem met elkaar te maken? Ik denk dat Arnhem toe is aan meer Bro(o)edplaatsen. Inspirerende plekken voor zelfstandigen waar collega’s, praatjes bij de koffie en het smeren van het dagelijks brood samenvallen met ambities en groei. En waar dan uiteindelijk het trollenbrood en de slagroomtaart samenkomen! Jobien Wind is eigenaar van adviesbureau De Eigen Zaak

72


Kiemt

St. kiEMT: makelaar in kennis De stad richt zich de laatste jaren ook nadrukkelijk op de sector EMT. Dat

Tekst: Frank Thooft

staat voor Energie- en Milieu Technologie. Door intensief te makelen in kennis en innovatie wordt Energie- en Milieu Techniek duurzaam realiseerbaar: de taak van de stichting kiEMT. Duitsland is hierbij het grote voorbeeld, vindt Harry de Vries. Hij is sinds 2005 voorzitter van de stichting, na een lange loopbaan als president-directeur van het Arnhemse BASF. De Vries is zeer onder de indruk van het Duitse parlementslid Hermann Scheer, dat in zijn land met succes een lans heeft gebroken voor duurzame energie. Hij weet de oplossing dan ook wel voor het nu nog trage verloop van de Nederlandse EMTsituatie. ‘Decentrale en duurzame opwekking van energie. Dus ieder huishouden en ieder bedrijf moet de gelegenheid krijgen om energie gas en elektriciteit - op te wekken en dat terug te geven aan het net. Dat is een zaak voor de politiek. Ik hoop dat men daarbij naar Duitsland wil kijken, want daar is bewezen dat het kan, zowel op technisch vlak als op financieel terrein.’ Dat daarbij de intelligente netwerken (‘smart grids’) waar Thijs Aarten van de KEMA het elders in deze uitgave over heeft, kunnen worden toegepast, is evident. Stichting kiEMT heeft dan ook 200 participanten in haar platform opgenomen, waaronder KEMA. Al deze bedrijven worden ingezet via een intensief makel-systeem waarbij 75 innovatiescouts actief zijn, om tot samenwerking en synergie te komen. Overigens zijn er in Oost-Nederland al 800 bedrijven actief in de EMT; waarbij 60.000 werknemers zijn betrokken. Met deze aanpak is de stichting een belangrijk technologieplatform voor Nederland geworden: het kan alle duurzame innovatie die in Nederland ontstaat, bundelen en versterken. De Vries kent de aarzelende houding van sommige gemeenten, om windmolens en zonnepanelen toe te passen om tot meer en duurzame energieopwekking te kunnen komen. Is het daarom dat hij de decentrale opwekking bepleit? ‘Ja, juist daarom zou de overheid naar Duitsland moeten kijken. De collectieve gedachte moet ook meespelen. We zijn immers voor de kinderen van onze kinderen een samenleving aan het maken. Daar wil ik een doorbraak voor realiseren. Ik denk dat de op-

lossing ligt in structurele ondersteuning, zeg subsidiering, van duurzame investeringen. Niet eenmalig een potje creëren dat al snel weer op is. Dat neemt het vertrouwen van burgers en bedrijven weg.’ Stichting kiEMT wil helpen om tot een realisatie van de Kyoto-doelstellingen te komen door in 2020 een reductie van 14% van het energiegebruik bereikt te hebben, 14% minder CO2 uitstoot te hebben, en duurzaamheid ook met 14% te laten toenemen. Stichting kiEMT onderscheidt drie projecten: de EMT Innovatiemotor (‘Ecobusiness’), de EMT Radar (‘van idee naar BV’), en het Gelders Transitiecentrum GTC (Kennis voor Klimaat’). Doordat hierbij Ondernemers (die aan de wieg van de stichting stonden), de Overheid, het Onderwijs en Onderzoek samenwerken, komen resultaten snel binnen handbereik. De Vries: ‘Neem alleen al onze universiteiten en

hogescholen. Wageningen blinkt uit in biobased economy; Twente in nanotechnologie, Nijmegen in zonne-energie. De HAN is uniek op het gebied van automotive. We hebben alle ingrediënten om duurzaamheid tot norm van de toekomst te maken.’ Hij loopt in vogelvlucht enkele concrete voorbeelden door: Bredenoord, dat met de stacks van NedStack een aggregaat op waterstof heeft gerealiseerd, als alternatief voor het conventionele dieselaggregaat; de algen van Ingrepo waarmee de basis voor petfood wordt gemaakt; Cumae, het eerste project, waarbij kou uit de diepere grondlagen voor koeling in de zomer, en warmte uit de ondiepere grondlagen voor warmte in de winter zorgt. En zo heeft kiEMT al vele tientallen projecten succesvol van de grond getrokken.

73


Colofon

Colofon De Directiezetel is een uitgave van De Gelderlander Postbus 36, 6500 DA Nijmegen deondernemer@gelderlander.nl

Directeur-uitgever Stef Rietbergen Hoofdredacteur Kees Pijnappels Eindredacteur Thed Maas

Ondersteuning Marijke van der Veer, Elly Nieuwboer, Henk Mennings, Peter Smeets, Cor Rat Distributiemanager Hans Ponsioen

Salesmanager Henk Berkhout

Redactie Frank Thooft, Yvonne Jansen, Hans Jacobs, Ellen Klaasse, André Sonneville, Anne Nijtmans, Pieter de Leeuw

Acquisitie Frank Lamers, Marion Bomhof, Marie José Groeskamp, Gerda Janssen, Martijn van Tent Beking, André Middelkoop

Vormgeving Wegener SpeciaalMedia: Janneke Smulders, Greet de Haan, Epko Smith, Erik van Zoelen

74

Reportage foto’s Jaques Kok Foto pag 70 Gerard van Bree Foto pag 43 Hans Blanken Infotorials Frank Thooft


Het actuele nieuws op zak, met de nieuwsapp van De Gelderlander! Categorie Accountancy en Belastingadvies

Altijd en overal toegang tot het (regionale) nieuws.

ABAB gekozen tot

nummer 1 in klanttevredenheid Doe er uw voordeel mee

Download de app nu!

Bij ABAB Accountants en Adviseurs ligt de focus op persoonlijke aandacht en klantgerichtheid. Dit wordt door onze relaties gewaardeerd met de eerste plaats in Nederland in de categorie Accountancy en Belastingadvies. Basis is het klanttevredenheidsonderzoek Incompany 100. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat ABAB zich in positieve zin onderscheidt op onderdelen als toegevoegde waarde, creativiteit, oplossen van problemen, houding, respect en betrouwbaarheid. Ook u kunnen we de gewenste ondersteuning bieden die is afgestemd op uw onderneming en individuele situatie. Onze relatiemanagers fungeren hierbij als schakel tussen u en onze specialisten en tevens als sparringpartner voor uw ondernemersvraagstukken. Uniek is dat wij u de sparringuren van de relatiemanager niet in rekening brengen. U gaat pas betalen op het moment dat wij daadwerkelijk gaan adviseren. Iets voor u? Maak een afspraak voor een persoonlijk gesprek. Kijk voor onze contactgegevens en meer informatie op abab.nl.

dg.nl abab.nl

DZA_2012_OMSLAG.indd 2

24-05-12 16:36


de

Zetel TROTS - NOSTALGIE - AMBITIE

Margreet van Gastel: Over vier jaar nog mooiere foto van Arnhem maken

DAAN begrijpt dat de baten moeten opwegen tegen de juridische kosten

Jan Peters: Mode met passie als stiknaad Hilvers: Het oudste bedrijf van Arnhem

DAAN Advocatuur & Notariaat | kantoorgebouw De Enk, Tivolilaan 2, Arnhem tel: 088-DAAN-000 (088-3226 000) | www.daanlegal.nl,

DZA_2012_OMSLAG.indd 1

ONDERNEMERSCHAP IN DE REGIO ARNHEM 24-05-12 16:36

Directiezetel Arnhem  

De Directiezetel Arnhem is een redactionele B2B uitgave van de Gelderlander.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you