Issuu on Google+

090120 1. Taai is de natuur. Buigzaam, maar niet breekbaar. En alles wat zich volgens haar waarheid en logica taai en buigzaam weet, zal niet zomaar breken en ten onder gaan. Niet zomaar het doelwit zijn van de verwoestende krachten waarmee de natuur haar eigen gelijk van tijd tot tijd afdwingt. Ongeveer een week geleden heeft ze al die krachten weer eens samengebundeld. Tot twee maal toe beukte een vloedgolf tegen het vaste land. Tot twee maal toe heeft die zich uitgeleefd op een smalle strook tussen kustlijn en opheuvelend mangrove bos. Doden zijn er geborgen, veel doden. En overal ligt over de heuvels verspreid nog het puin van de armzalige hutten waarin vissers het strand bewoonden. Maar daartussen beginnen bomen en planten zich op eigen kracht al weer te herstellen. Opklimmend naar het zonlicht dat zich overvloedig uitstort over dit verlaten slagveld. Een herstellend weefsel van takken en bladeren beweegt in een zachte bries. Verbindt zich met de zon op de grond tot een levendig patroon van licht en schaduw. Een net van licht en schaduw dat zich uitspreidt over alles wat hier nog getuigt van die ongelijke krachtmeting, een week geleden. Stukken wrakhout, onherkenbaar vernield huisraad, verweerde kledingstukken. Alles wat het water voor zich uit stuwde en daarna mee terug wilde sleuren de oceaan in. Alles wat daarna in de begroeiing van deze heuvelrug achtergebleven is, vertelt het verhaal van de strijd op leven en dood die hier gestreden is. Gewonnen dankzij een wankel houvast in bomen en struiken. Want het mangrove bos bleek hier gelijkwaardig aan het water en sterk genoeg om haar verwoestende krachten te weerstaan. Tot bij de open plek aan de top waar het water zich weer terugtrok, werpen nu de zon en het bos samen hun net van licht en schaduw omhoog langs deze heuvelrug. Een rimpeling af en toe in het patroon als de zachte wind door de bomen strijkt. Daaronder ligt de achtergebleven ravage gevangen. Gered dankzij dat beschermende net van licht en schaduw. Zo zou je het je kunnen inbeelden. Als je niet beter weet. 2. Maar Chuan weet beter. Dat moet wel. Aan de top van de heuvel staat hij. Halfverscholen in de schaduw van het golfplaten dak dat schuin voorover hellend leunt op vier stevige hoekpalen. Twee aan twee zijn die met stevige latten aan elkaar verbonden, vlak onder het dak. Chuan rekt zich uit en overziet de plek van het onheil met zijn rug gekeerd naar de eenvoudige, maar solide constructie achter hem. Een bloemenkas. Via de open zijkanten laat die voldoende licht en lucht toe om een weelde aan orchideeĂŤn uitbundig te laten gedijen onder de beschutting van het golfplaten dak. Het bouwsel bezet een groot deel van de open plek waar het natuurgeweld een week geleden tot stilstand kwam. Alsof het terugdeinsde voor de verbijsterende schoonheid van de bloemenmassa daarbinnen. De zachte bries strijkt nu over de bloemen. In een traag, onregelmatig ritme kondigt die zich keer op keer aan met verstild ruisen van bomen rondom. Bloem na bloem schudt zich gretig los en volgt reikhalzend de gang van de wind. Maar alleen een zachte ritsel weet zich tenslotte los te maken, wordt meegedragen met de wind naar verderop. Tot aan het bijna onhoorbare maar steeds aanwezige ruisen van de oceaan een paar honderd meter vanaf deze plek. Het onophoudelijk zuchten waarin ritsel en ruis van bomen en bloemen tenslotte verdrinkt. Hier en daar alleen nog het geluid van een enkele vogel. Rafelrandjes van een vertrouwde stilte. De bloemen hebben zich dan alweer geschikt in de vormloze kleurenmassa. Wachten op een volgende kans. Los te rukken uit dit loom dromerig bestaan in de luwte. De valse belofte van de wind. Een volgende ritmische puls van ruisen. Geluid dat zichtbaar wordt in de bloemenweelde achter Chuan's rug. 3. Elke keer lijkt de kleine man te schrikken van dat moment. Nauwelijks waarneembaar verkrampt zijn lichaam. Alsof het geluid hem pijn doet. Alsof hij een aandrang onderdrukt om zijn oren te beschermen met zijn handen. Nauwelijks zichtbaar een rilling door het naakte bovenlijf. Een korte, spastische beweging, die hij camoufleert met nog eens demonstratief uitrekken van zijn stramgeworden, vermagerde lijf. Chuan weet meer. Dat moet wel, denkt Thijs. Bijna onzichtbaar voor Chuan in de


schaduw , achterin de kas, volgt hij het kleine ritueel vlak voor de kas. Zoals hij zo vaak deed sinds die eerste keer in de namiddag, daags na de ramp. Toen hij voor het eerst precies op die plek was binnengekomen via een open zijkant. Toen niet de efficiente inrichting van de kas – gericht op een doelmatige productie, hem als eerste had verrast. Niet de overdaad aan bloemen die overal rondom en op de tafels elkaar leken te verdringen. En ook niet de aanwezigheid van de kleine man die Thijs pas opmerkte toen hij Chuan voor het eerst naar buiten zag lopen in een reflex – en voor de kas bleef staan, meer horend dan luisterend. Zelfs dat trof hem die eerste keer niet zoals de milde geur die de bloemen vasthielden binnen de kas - een geur als van jasmijn. 4. Het was de geur van de bloemen die binnen in de kas hing. Een geur als van jasmijn, die hem overviel als een ....die eerste keer.

de geur en de reis Voor de eerste keer sinds zijn reis in dit deel van de wereld. Thuis vanwege een vertrouwde geur, een geur uit de jeugd. 5. Naamgeving Chuan en de betekenis van het ritueel voor Thijs. 6. symbolische betekenis van de bloemen voor Thijs – zijn filosofie 7. de communicatiestoornis met Dick, gezien vanuit Dick Aan de hoofdweg was hij uitgestapt. De hoofdweg die het land doorsnijdt van noord naar zuid. Verbinding tussen de twee belangrijkste toeristengebieden. Ergens middenin was Thijs uitgestapt. Had hij een impuls gevolgd, zoals hij al vanuit een impuls in die bus gestapt was. De chauffeur had moeten stoppen met een mankement. Had de deuren opengezet vanwegde de hitte en had zijn hoofd onder de moterkap gestopt om te zien wat er mis was. Kilometerpaaltje ... Verbazingwekkende organisatie in een land als dit, waar armoede en westers aandoende ontwikkeling op de vierkante centimeter naast elkaar lijken te bestaan. Ieder een eigen wereld. Ondoordringbaar van de ene wereld naar de andere. Maar Thijs had het gevoel dat hij door die onzichtbare afscheiding gestapt was op dat moment toen hij de bus uit gegaan was. Iets deed hem niet meer terug instappen. Gaf hem het gevoel dat hij de heuvels in moest bij dat paaltje. Had hij gelopen en gelopen met het gevoel alsof hij een wereld had betreden waar hij niet in thuishoorde. Dat hij een grens had overschreden, die niet behoorde te worden overschreden. Zo had hij het steeds gevoeld zijn hele reis. Zijn hele reis in dit werelddeel had hij als buitenstaander, toeschouwer die scheidslijn gerespecteerd. Nu liep hij daar door de heuvels onzeker in een wereld die hij niet kende, maar waar hij opeens zou moeten funcitoneren. Zo was hij aangekomen bij de kas. Toen Thijs de kas ontdekte boven aan de top van de heuvel. In de namiddag, daags na de ramp. Toen was hij voor het eerst de kas binnengekomen via een van de open zijkanten. Het verhaal van de wandeling. Het intuitieve moment van weggaan uit de bus en door de heuvels richting oceaan lopen. Het onbestemde van dat moment en het gevoel van thuiskomst door de bekende geur van jasmijn in de kas. Toen had hij pas in tweede instantie Chuan gezien, die aan het werk was laag bij de grond met de orchideeeen. In een beweging waarin hij bleef hangen – jasmijn in de vrieskou – de geur vervlogen – en toen zonder iets te zeggen naar buiten liep. Het eerste keer ritueel. Pas later wordt Thijs zich bewust dat het dit ritueel is, dat hem heeft laten blijven op de plek. Daarin dacht hij te zien dat Chuan wel in contact staat, hoe minimaal ook, met de buitenwereld, met hem ook ( het camooufleren van de pijn) Dat is hij zo gaan interpreteren waar hij onzichtbaar in de schaduw vaak Chuan heeft staan observeren.


En in die periode pas oog heeft gekregen voor de schoonheid van de bloemen – beschrijving van de bloemen als metafoor voor ........ Op dezelfde plek waar hij nu bijna onzichtbaar in de schaduw Chuan staat te oberveren. Zoals hij vaak sinds die keer Chuan daar heeft staan observeren. Chuan die niets lijkt te zien of horen terwijl hij urenlang dicht bij de grond gebukt langs de bloemen kruipt. Chuan die, onverstoorbaar geconcentreerd op de verzorgende handelingen die hij verricht waar dat nodig lijkt. Chuan die schijnbaar doof, verdoofd Chuan die Chuan die van dat alles niets lijkt te merken van de aandacht van Thijs. Maar dan plotseling op kan staan. Naar buiten lopen. Het stramme lijf even uitrekken. Het reageren op het geluid. De beweging die dit lijkt te willen verbergen. Dat is hij blijven denken, al die dagen daarna. En al die dagen daarna onbewust elke keer weer deden beslissen nog niet weg te gaan.

Van tijd tot tijd onderbreekt Chuan de trance waarin hij urenlang dicht bij de grond gebukt de vele potten met bloemen inspecteert. Zonder dat er iets tot hem door schijnt te dringen. Af en toe staat hij traag op om een losse scheut omhoog te binden. En dan af en toe die plotselinge momenten dat hij naar buiten loopt om zich even uit te rekken. En de kleine spasmen als reaktie op het geluid. Thijs wacht op deze momenten. Alleen deze momenten bevestigen hem dat Chuan meer weet, meer hoort, meer ziet, Dat hij ook Thijs bewust is. Dit was er al vanaf het allereerste moment. Soms verbeeldt Thijs zich dat er contact is.

5. Het was niet eens de schoonheid van de bloemen in de kas die Thijs als eerste fascineerde De eerste fascinatie van Thijs voor deze plek komt door het contrast vann de vertrouwde geur van jasmijn en de reis door de heuvels er naar toe. Vooral het volkomen intuitieve en onzekere van die onderneming. Dit heeft een symbolische lading waar iets van de bedoeling van de strevende gedachte van dit verhaal verhelderd kan worden? 6. Aandacht voor de bloemen komt pas later. Door de observaties van Chuan. Zelf betrokken raken bij het werk. De betekenis van de traagheid van het bestaan. Het op een plek verandering ervaern i.p.v. Te reizen voor de kicks. 7. Overgang naar Dick die denkend aan hun gesprek dezelfde tocht onderneemt op zoek naar Thijs 8. Dick ziet Thijs in zijn meditatie en beseft de hilarische spraakverwarring 9. Achtergronden van Thijs en Dick en het besluit van Thijs om te blijven. 10. Chuan komt niet terug zoals gewoonlijk. Afgeschrikt door de aanwezigheid van Dick Thijs gaat zoeken in het dorp in wederopbouw.


Op dezelfde plek waar hij daags na de ramp zelf voor het het eerst bedwelmd raakte door de veelheid van geuren en kleuren in de kas. Hij volgt het dagelijkse ritueel van de kleine man voor de kas. En betoverd geraakt in eerste instantie door de geur van al die bloemen, die hem doet denken aan bloeiende jasmijn , voorjaar, een nieuw begin. En direkt daarna ook de duizelingwekkende veelheid van vormen en kleuren, die hem letterlijk deden duizenlen van onverwachte.... De overdadige schoonheid bracht hem in verwarring. De kleine man die tussen de bloempotten op de grond gehurkt zat, was hem niet eens opgevallen. Bewegingloos moet hij daar hebben gezeten, totdat hij in uiterst trage beweging omhoogkwam om zich helemaal uit te rekken en boven zijn hoofd met een dunne draad de loshangende scheut van een orchidee op te binden. Pas in een doorgaande beweging terug naar de potten op de grond, op hetzelfde moment ontdekte hij Thijs aanwezigheid in de kas en bevroor hij een klein deel van een seconde. Ontdekt Thijs de aanwezigheid van de kleine man. Dat zelfde deel van die seconde dacht Thijs bij het zien van de beweging Thai Chi en sprak hij hardop Chuan. Wees daarna naar zichzelf, toen de man niet reageerde op zijn uitgestoken hand en sprak zijn eigen naam uit. Thijs, en nog eens met extra nadruk. Thijs. Behalve met het bevriezen van zijn beweging bij het gewaarworden van de vreemdeling in de kas, had Chuan geen poging tot contact genomen. Hij hield zich doof en stom. Ging onverstoorbaar verder met het verzorgen van de planten. Maar er was wel het gevoel van contact. Zoals in dat ene bevroren bewegingsmoment


Taai