Page 1

Acute zorg in twente en oost-achterhoek Professionals buigen zich gezamenlijk over prestatie-indicatoren acute zorg

net werk

'Kwetsbare ouderen moeten veilig wonen' Guido van de Logt, bestuurder van Livio

Pilot zelfredzaamheid Kinderen uit Gronau naar MST Zorgambulance steeds beter op de kaart

april 2015


112 journaal

App-epidemie We kunnen niet zeggen dat we een erg strenge winter hebben gehad. En toch zijn we allemaal toe aan de lente. Van een griepepidemie naar de appepidemie: de schaatsapp, de ambulancezorgapp… WhatsApp, dat is het helemaal. Of toch niet? WhatsApp haalde het nieuws. Volgens RTL staan ouders in twijfel of ze de WhatsApp berichten van hun kinderen mogen lezen. Is dit een vorm van bescherming of overtreding van de privacy? Of het nu om een app gaat of om de zorg, de kern van effectieve privacybescherming is een privacybewuste houding met respect voor de persoonlijke levenssfeer van ieder individu, patiënt of medewerker.

Unieke knuffel voor kinderen in ambulance

Een andere ontwikkeling, maar dan binnen ons zorglandschap is de samenwerking tussen de kinderartsen in Enschede en Gronau. Voor de kinderen uit het Duitse Gronau die opgenomen moeten worden is het ziekenhuis in Enschede 30 km dichterbij dan het dichtstbijzijnde kinderziekenhuis in Duitsland. Met de samenwerking die nu is afgesproken mag je toch wel spreken van winst voor ouder en kind.

2

Niet alleen binnen de acute (spoed) zorg zijn we aan het ontwikkelen. De zorgambulance staat niet stil, letterlijk en figuurlijk. Inmiddels is deze al jaren een officieel onderdeel van onze organisatie met in 2014 een bezettingsgraad van rond de 80%. Reden om een pilot van één jaar te gaan draaien waarin de zorgambulance ook wordt ingezet op de zaterdag. Voor patiënten betekent het dat zij niet meer hoeven te wachten tot maandag om vervoerd te worden. In 2013 heeft de oprichting van de vakgroep zorgambulance plaatsgevonden, die onder andere heeft gezorgd voor officiële opname van het woord ‘zorgambulance’ in de Dikke Van Dale. Daarnaast heeft de vakgroep met een landelijk symposium weer een stap heeft gezet in verdere professionalisering en positionering. En ‘last’ maar zeker niet ‘least’ willen we u informeren over de voortgang van de landelijke campagne ‘De Mensen Van De Ambulance’. Ongetwijfeld hebt u die op enig moment al voorbij zien komen. Op al onze ambulances staat ook een afbeelding geplakt van deze campagne. Inmiddels is tussentijds onderzoek gedaan naar de effecten van deze campagne, waarbij ik u alvast kan laten weten dat die positief zijn. De campagne loopt door tot en met 2016, dus u zult er nog geregeld iets over horen.

Astrid van Tilborgh Manager acute zorg Ambulance Oost

112 NETWERK | april 2015

Kinderen die een trauma ondergaan en in de ambulance terecht komen hebben vaak behoefte aan troost, aan warmte. Veel hulpdiensten hebben standaard een knuffel bij zich om in die omstandigheden aan een kind te kunnen geven. Ambulance Oost heeft nu een geheel eigen knuffel laten ontwikkelen. De knuffel is gebaseerd op Bogus, de hond die een belangrijke rol speelt in het ambulanceboek dat Ambulance­ Oost en RAV IJsselland in 2014 hebben uitgegeven. Bogus is een hond in een ambulancepak. Voor elke aangeschafte knuffel is  0,50­­ overgemaakt naar de stichting Energy4all.­De eerste knuffel werd uitgereikt voor een feestelijke gebeurtenis. Teammanager Angeli overhandigde aan collega Tjeerd Bogus de hond voor zijn zoontje Sepp die net geboren is. n

Afspraken over communicatie Ambulance Oost en gemeenten Dinkelland en Tubbergen sluiten convenant en gaan samen inspanningsverplichtingen aan. Een voorbeeld van deze inspanningsverplichting is bijvoorbeeld de afspraak die zij hebben gemaakt over de communicatie en de registratie van adressen en wegafsluitingen. Zij bundelen de krachten en hopen hiermee te voorkomen dat een ambulance op een ‘onvoorzien obstakel’ rijdt. Alles wordt goed gemonitord en de afspraken worden jaarlijks geëvalueerd. n


Traumaregistratie over de grens vergeleken Er zijn in Nederland vier ziekenhuizen die gegevens over hun traumapatiënten zowel aan de landelijke traumaregistratie (LTR) als aan de Duitse traumaregistratie (TR-DGU) leveren. In het kader van zijn afstudeeronderzoek bij Bureau Acute Zorg Euregio vergelijkt Jan Wohlmann, masterstudent Health Sciences van Universiteit Twente, deze twee registraties met elkaar. Het doel

is om de Revised Injury Severity Classification, version II (RISC II) die gebruikt wordt in de TR-DGU te vergelijken met de binnen de LTR gebruikte Trauma and Injury Severity Score (TRISS). RISC II en TRISS zijn methoden om de overlevingskansen van patiënten te vergelijken met de daadwerkelijke overleving en geven een indicatie van de geleverde kwaliteit van zorg. n

Onderzoek naar spoed in dagpraktijk huisartsen Veel onderzoek in de acute zorg focust zich op huisartsenposten. Er is weinig bekend over hoe huisartsen in de dagsituatie de zorg rondom spoedgevallen hebben georganiseerd en of er verschillen zijn tussen huisartsen. Ook is onbekend hoeveel spoedmeldingen huisartsen overdag krijgen. Lisanne Wiggers, masterstudent Health Sciences van Universiteit Twente, wil hier met haar af-

studeeronderzoek meer inzicht geven. Zij zal hiervoor onder andere enquêtes afnemen bij de huisartsen in Twente. Het onderzoek vindt plaats onder supervisie van Bureau Acute Zorg Euregio en met medewerking van de Landelijke Huisartsen Vereniging Kring Twente, Federatie Eerstelijnzorg Almelo en omstreken en Twentse Huisartsen Onderneming Oost Nederland. n

Jan Wohlmann en Lisanne Wiggers zijn gestart met hun afstudeeronderzoek bij BAZE.

Belangstelling voor PREpare Bij het verschijnen van dit magazine is het laatste People-to-People project met als titel ‘Staff in cross-border urgent care in de EUREGIO’ (SourcE) afgerond. Het belangrijkste resultaat van het project, dat in samenwerking met de Duitse partner Feuerwehr- und Rettungsdienstakademie Bocholt is uitgevoerd, betreft de ontwikkeling van een concept voor een 80 uur durende aanvullende opleidingsmodule die Duitse Rettungsdienstmitarbeiter voor een inzet over de grens zal voorbereiden. In toenemende mate is er van zowel regionale als landelijke overheidswege belangstelling voor het PREpare-project, dat moet leiden tot implementatie van concrete maatregelen die een actieve grensoverschrijdende samenwerking tot routine maakt. n

Predistributie van jodiumtabletten Op 16 februari heeft het Algemeen Bestuur van Veiligheidsregio Twente besloten om voor 1 juli 2015 jodiumtabletten te gaan verstrekken aan circa 7.000 inwoners van de gemeenten Dinkelland en Losser. Het gaat om de bevolkingsgroep tot en met 40 jaar­en alle zwangeren, die binnen een straal van 25 kilometer van de kerncentrale Lingen (Duitsland) wonen. De inname van ‘gewoon’ jodium vóór het overtrekken van een radioactieve wolk, zorgt er voor dat de schildklier geen radioactief jodium opneemt. Minister Schippers van Volksgezondheid besluit op korte termijn op welke wijze jodiumtabletten worden verstrekt in een straal van 100 kilometer rondom kerncentrales. In deze cirkels moeten bij een kernongeval alle bewoners tot en met 18 jaar en alle zwangeren van jodiumtabletten zijn voorzien. n 112 NETWERK | april 2015

3


Grootschalige zorg

Management ZorgAccent op oefening: ‘pea-NUTS’ GHOR Twente ondersteunt zorginstellingen bij planvorming zorgcontinuïteit Door Jeroen Kip, ZorgAccent

4

Donderdag 12 februari heeft ZorgAccent deelgenomen aan een crisisteamoefening in het Geneeskundig Trainingscentrum Zuidkamp, in samenwerking met GHOR Twente. Het management van ZorgAccent is in het kader van zorgcontinuïteit geïnformeerd over de samenwerking tussen de verschillende hulpdiensten gedurende een calamiteit met directe gevolgen voor haar cliënten en medewerkers.

O

nder zorgcontinuïteit worden alle plannen verstaan die zorginstellingen maken en handelingen die zij verrichten ter voorbereiding op, tijdens en na acute crises. Met als doel om de continuïteit van zorg tijdens rampen te borgen. Op basis van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi) worden bij intramurale zorgorganisaties onder zorg niet alleen medische en verpleegkundige handelingen ver112 NETWERK | april 2015

staan, maar ook wonen en welzijn. De doelgroep bestaat uit mensen die, intramuraal of thuis, langdurige en/of specialistische zorg krijgen die niet uit te stellen is. GHOR stimuleert en ondersteunt de zorginstellingen bij het maken van bovengenoemde crisisplannen en faciliteert ook het beoefenen hiervan. In Twente gaat het om 24 zorggroepen waarmee GHOR Twente op regelmatige basis contacten onderhoudt.

Oefening In de ochtend vond een informatief programma plaats, verzorgd door collega’s van GHOR. Tijdens dit programma zijn de diverse niveaus van opschaling, de rol van de Officieren van Dienst, mandatering en bevoegdheden aan de orde geweest. Onder begeleiding van een oefenleider en een responsteam is ’s middags een interactieve simulatie gehouden. De simulatie richtte zich op een van de zeven bedreigingen van zorgcontinuïteit die zich tijdens een incident bij één van de woonzorglocaties van ZorgAccent kan voordoen, namelijk de uitval van

nutsvoorzieningen. De simulatie had verschillende doelen waaronder het naspelen van de interne en externe samenwerking, het met elkaar ervaren wat zich allemaal bij een calamiteit kan voordoen, de rol en functie van GHOR en het onder stress overzicht houden over de diverse acties die bij een calamiteit ontstaan. Coördinatie, overzicht, samenwerking, korte evaluaties, teamspirit en beslissingen worden in een kort moment op de proef gesteld. Vanuit het management van ZorgAccent is deze oefening als zeer waardevol ervaren. Na deze oefening moest men wel even ‘stoom afblazen’.

Nut en noodzaak Naast bewustwording is het besef ontstaan dat ZorgAccent haar in- en externe informatie en communicatie moet aanpassen, om bij een calamiteit adequaat en in het belang van cliënten en medewerkers te kunnen handelen. ZorgAccent heeft de oefening als bijzonder leerzaam en nuttig ervaren. De professionele organisatie door GHOR Twente heeft hierbij zijn nut en noodzaak bewezen. n


Grootschalige zorg

Pilot Zelfredzaamheid & Spoorveiligheid succesvol Bornse inwoners trainen voor eigen zelfredzaamheid Door MariĂŤlle Mulder, Saxion Hogeschool, en Ellen Misana, Veiligheidsregio Twente Veiligheid en zelfredzaamheid. Elke hulpdienst en gemeente probeert hieraan zijn steentje bij te dragen. Maar wat gebeurt er als je inwoners zelf laat meetrainen om hun zelfredzaamheid te vergroten? Dit vraagstuk stond centraal in de pilot Zelfredzaamheid & Spoorveiligheid van Veiligheidsregio Twente en gemeente Borne.

E

en toxische wolk, een plasbrand of een explosie. Het is zomaar een greep uit de incidenten die kunnen voorkomen wanneer er gevaarlijke stoffen worden vervoerd per trein. De eerste paar minuten, voordat de hulpdiensten zijn gearriveerd, zijn van groot belang voor de veiligheid van de bewoners rondom het spoor. Om de zelfredzaamheid van de burgers te vergroten is samen met de gemeente Borne de pilot Zelfredzaamheid & Spoorveilig-

heid opgezet. Vanwege de doelstelling van MijnBorne2030, waarbij de gemeente samen met de burgers probeert de zelfredzaamheid te vergroten en vanwege de vraag vanuit de burgers over spoorveiligheid, werd er besloten om de pilot in Borne uit te voeren.

Uniek project Een project waarbij getracht wordt effecten van spoorincidenten te verkleinen en zelfredzaamheid te vergroten is niet vernieuwend, echter is de manier waarop dit project is uitgevoerd dat wel. Dit keer geen training voor hulpdiensten, maar inwoners gingen zelf oefenen. Een unieke manier van oefenen in Nederland. Met behulp van interactieve vragen, welke met een stemkastje konden worden ingevuld, en het naspelen van scenario’s werd geprobeerd het risicobewustzijn en de zelfredzaamheid te vergroten. Uit de resultaten bleek dat de burger meer kennis had vergaard over incidenten, zich bewuster is van eventuele risico’s en dat ze beter in staat zijn om een noodsituatie

te herkennen en adequaat te handelen. De burgers hebben laten merken dat ze de oefening leerzaam vonden en behoefte hebben aan informatie, met name vanuit de gemeente. Een mobiele applicatie, sleutelfiguren en een herhaling van de bewonersoefeningen kunnen in de toekomst voor een nog beter resultaat zorgen.

Toolkit Op donderdag 5 maart reikte burgemeester Rob Welten onder toeziend oog van vijftien inwoners de toolkit Zelfredzaamheid & Spoorveiligheid uit aan Ineke Bakker, gedeputeerde van de provincie Overijssel. Naast de complimenten van mevrouw Bakker en de burgers, vroegen de burgers zich af of deze methode ook geschikt is voor de mindere zelfredzame mensen in onze samenleving, zoals gehandicapten en minder valide mensen. Daarom worden de middelen en methodiek momenteel in een pilot in Wierden ingezet, waarbij specifiek aandacht besteed wordt aan deze doelgroep. n

Foto links: Bornse inwoners tijdens de interactieve training. Foto rechts: burgemeester Rob Welten en Ineke Bakker, gedeputeerde provincie Overijssel.

112 NETWERK | april 2015

5


innovatie

Nieuw: het online leerportaal Ambulancezorg Instrument bij de waarborging van kennis en kunde binnen de ambulancezorg Door Doczero en Kitty Muntenaar, Ambulance Oost Voor ambulanceverpleegkundigen en -chauffeurs ontwikkelde Doczero het online leerportaal ‘Ambulancezorg’. Naast de Advanced Life Support (ALS) en Pediatric Advanced Life Support (PALS) is de e-learningmodule Trauma Life Support (TLS) een van de beschikbare e-learningmodules ambulancezorg.

6

T

LS is een e-learningmodule die gericht is op het vergroten van de kennis – protocollen en richtlijnen – die van belang zijn in de prehospitale opvang van traumapatiënten. Het opleidingsbeleid van zowel Ambulance Oost als RAV IJsselland is erop gericht maximale aansluiting te maken met haar ambulanceverpleegkundigen, -chauffeurs en meldkamercentralisten. Al in 2008 werd bij Ambulance Oost voor het eerst gewerkt met e-learning modules. Inmiddels is een geheel nieuwe e-learning omgeving ontwikkeld, het online leerportaal Kennisdesk 2.0, waarbij verbeteringen zijn aangebracht ten aanzien van de opbouw en werkwijze. Met name de simulatie werd in het vorige product complex gevonden. Veelal zijn nu generieke modules gemaakt en is de regionale situatie minder in beeld gebracht.

e-learningmodule TLS bestaat uit twee onderdelen: theorie en een kennistoets. De module is geaccrediteerd door V&VN en levert de ambulanceverpleegkundige en -chauffeur bij succesvol afronden drie accreditatiepunten op. TLS bevat de keten van interventies die prehospitaal plaatsvinden. Elke hulpverlener in deze keten draagt bij aan het voorkomen van en vermindering van mortaliteit en morbiditeit bij een traumapatiënt.

Zo vaak als nodig Met de e-learningmodules hebben de

ambulanceverpleegkundigen, -chauffeurs en meldkamercentralisten de mogelijkheid op elk willekeurig moment – alleen of in teamverband – zo vaak als nodig te trainen in situaties die in werkelijkheid lastig te trainen zijn. Centraal staan de protocollen LPA8 en de meest recente (internationaal) geldende richtlijnen binnen de ambulancezorg. n Meer informatie? Neem contact op met Albert van Eldik, staffunctionaris opleidingen, via aeldik@ambulanceoost.nl of kijk op www.doczero.eu.

Geaccrediteerd De nieuwe e-learningmodules, waaronder TLS, maken onderdeel uit van het opleidingsaanbod voor de komende jaren. Een gedegen digitale voorbereiding, naslagwerk en realistische oefenscenario’s die aansluiten op de praktijktrainingen en assessments van de ambulancedienst. Ook zijn deze modules volledig afgestemd op de LPA8 (ambulanceprotocollen) die eind 2014 werden ingevoerd (zie 112 Netwerk, oktober 2014). De 112 NETWERK | april 2015

Maximale aansluiting op de praktijk Doczero ontwikkelt haar e-learningmodules in samenwerking met de sector en met inachtneming van de meest recente richtlijnen. De e-learningmodules en cursuspakketten maken maximaal aansluiting met de vraagstukken van de zorgverlener in de ambulance-, ziekenhuis- en gehandicaptenzorg. De continue beschikbaarheid van up-to-date digitaal lesmateriaal, integratie met externe LMS-en op basis van SCORM en koppeling met het kwaliteitsregister maken de producten van Doczero een waardevol instrument bij het bevoegd en bekwaam houden van de zorgprofessional.


over de grens

Kinderen uit Gronau in Medisch Spectrum Twente Hoe wordt grensoverschrijdende samenwerking een succes? Door Alexandra Ziemann, Acute Zorg Euregio

7 Een delegatie, bestaande uit Nederlandse en Duitse partners, heeft in februari 2015 een werkbezoek gebracht aan het Vrouw Kind Centrum in MST.

Sinds 1 januari 2015 kunnen kinderen uit Gronau in geval van nood naast Duitse ziekenhuizen met een kinderafdeling ook naar Medisch Spectrum Twente (MST) in Enschede doorverwezen worden. Bureau Acute Zorg Euregio (BAZE) heeft in 2014 onderzocht hoe deze grensoverschrijdende samenwerking tot stand komen kan en heeft daarbij veel geleerd.

O

en het VKC. Door deze samenwerking wordt 24 uur per dag acute zorg voor kinderen dichtbij huis mogelijk gemaakt.

het bureau door alle partijen als coördinator geaccepteerd.

Les 1: Kansen benutten, ­reële problemen oplossen en een kartrekker

Vooral door de bemiddelende en coördinerende rol van BAZE was het mogelijk om tot een pragmatische oplossing te komen die voor alle partijen acceptabel was. Het zieke kind wordt altijd eerst gezien in een zorginstelling in Gronau en, indien het medisch noodzakelijk is en de ouders/begeleiders hiermee akkoord gaan, wordt het patiëntje doorverwezen naar MST. Er is altijd vooraf telefonisch contact tussen de doorverwijzende arts in Gronau en de dienstdoende kinderarts in het VKC van MST. BAZE heeft ook de daadwerkelijke implementatie verder ondersteund. Zo hebben de artsen in Gronau en patiënten/begeleiders de belangrijkste informatie in de vorm van posters en flyers ontvangen. MST heeft nu een Duitse ontslagbrief en ook de procedure voor vergoeding van kosten is uitgewerkt. In 2015 zal BAZE ondersteunen met de evaluatie en waar nodig met de uitvoering van eventuele aanpassingen. n

BAZE heeft in 2014 onderzocht hoe de samenwerking tussen alle betrokken partijen het beste vormgegeven kan worden. Het verzoek kwam uit de praktijk: ouders uit Gronau hadden zich verenigd in het ‘Initiative Pro Kinderstation’ met als inzet de komst van een kinderafdeling in Gronau. Ze waren echter niet succesvol. Ze hebben niet opgegeven en naar een nieuwe oplossing gezocht en deze over de grens gevonden.

p 17 februari 2015 heeft een delegatie van het grensoverschrijdende samenwerkingsverband, bestaande Les 2: Onafhankelijke coördinatie uit de burgemeester van Gronau, het en iedereen meenemen Duitse ’Initiative Pro Kinderstation‘, zorgverwijzers uit Gronau, de Bezirks- BAZE heeft tussen maart en juni 2014 regierung Münster, het EUREGIO-­ met alle betrokkenen in Gronau afzonderlijke gesprekken gevoerd. Er is gesekretariaat en BAZE, een werkbezoek gebracht aan het Vrouw Kind Centrum kozen voor deze aanpak vanwege de twee jaar durende, emotionele strijd (VKC) in MST. De bijeenkomst was het die door de ouders is gevoerd. Door de officiële startschot van de samenweronafhankelijke positie van BAZE, werd king tussen zorginstellingen in Gronau

Les 3: Pragmatische aanpak en niet te vroeg stoppen

112 NETWERK | april 2015


COVERINTERVIEW

Veilig ouder worden in Twente Zorgontwikkelingen treffen kwetsbare ouderen Door Annemarie Smidt, Geen Blad voor de Mond

Eind 2014 organiseerde GHOR Twente een minisymposium dat in het teken stond van samenwerking tussen de zorginstellingen in Twente en Veiligheidsregio Twente. Guido van de Logt, bestuurder van Livio, gaf tijdens deze bijeenkomst 8

een lezing over de ontwikkelingen in de zorg en wat deze betekenen voor de veiligheid van minder of niet-zelfredzame mensen.

V

an de Logt blikte tijdens zijn verhaal vooruit op de veranderende zorgsituatie per 1 januari 2015. Inmiddels ligt deze datum ruim vier maanden achter ons en zijn de plannen realiteit geworden. Een van de wijzigingen houdt in dat kwetsbare ouderen, die voorheen in aanmerking kwamen voor een verblijf in een woon-/zorgcentrum, nu langer zelfstandig blijven wonen. Zij worden geacht voldoende zelfredzaam te zijn met eventuele hulp van mantelzorg, thuiszorg en technische hulpmiddelen. Van de Logt maakt zich zorgen over deze groep ouderen, waartoe ook licht dementerenden behoren. ‘Als voorbereiding op het symposium heb ik geïnventariseerd waar deze kwetsbare ouderen wonen in Enschede. Dat blijkt enorm verspreid te zijn. Deze mensen ontvangen geen of weinig hulp en er is geen zicht op de veiligheidsmaatregelen die deze groep mensen heeft getroffen. Dat kan verstrekkende consequenties hebben voor het verlenen 112 NETWERK | april 2015

van hulp bij een acuut veiligheidsprobleem. Het is hoog tijd dat we ons daar als zorgverleners bewust van worden en hier met elkaar over gaan praten.’

Lager risico, grotere impact Volgens Van de Logt moeten we als maatschappij goed nadenken over de risico’s die het langer thuis wonen met zich meebrengt. Bij een brand in een woonhuis is de impact meestal groter dan bij een brand in een woon-/zorgcentrum, waar de middelen aanwezig zijn om veilig en snel te kunnen evacueren. Ouderen die thuiszorg ontvangen van Livio hebben met enige regelmaat een thuiszorgmedewerker over de vloer, maar deze is niet toegerust om bijvoorbeeld te controleren of er een werkende rookmelder in de woning aanwezig is. Om betere voorlichting te kunnen geven over de veiligheidsrisico’s heeft Van de Logt onder andere contact met GGD Twente. ‘We combineren onze gegevens over kwetsbare ouderen met

'We moeten goed nadenken over de risico’s van het langer thuis wonen'


COVERINTERVIEW

Nieuwe technieken Van de Logt definieert de groep kwetsbare ouderen als ouderen boven de 75 jaar, zonder financieel kapitaal (met een inkomen onder 1 30.000 per jaar) en zonder sociaal kapitaal (geen familie in de directe omgeving). Van der Logt: ‘Juist kwetsbare ouderen zijn gebaat bij elektronische hulmiddelen, maar de omgang met deze apparaten is voor hen vaak lastig. Over twintig jaar is dat heel anders: de jonge senioren van nu zijn veel meer vertrouwd met technologische ontwikkelingen en zullen daar als ze ouder zijn van profiteren.’

De bestuurder van Livio praat met bevlogenheid over zijn visie ten aanzien van

gegevens van GGD Twente, om te kijken of we bepaalde veiligheidsrisico’s in de thuissituatie beter in beeld kunnen brengen. Daarmee kunnen we in ieder geval onze klanten – en eventueel hun familie – informeren over deze risico’s.’

veilige zorg voor ouderen.

Situatie achter de voordeur In een ideale situatie zouden volgens Van de Logt alle hulpdiensten per adres op de hoogte moeten zijn van de situatie achter de voordeur. ‘Als de brandweer zou weten wat de brandveiligheidssituatie is per woning, kunnen zij bij een uitruk ook sturen op die informatie. Maar ook informatie over medicijngebruik zou centraal toegankelijk moeten zijn voor apothekers, huisartsen en ziekenhuizen. In het geval van een ramp kunnen ouderen op die manier sneller de juiste hulp toegereikt krijgen.’ De vraag die automatisch gesteld wordt, is wie verantwoordelijk is voor het beheren van deze hulpmiddelen en infrastructuren. En naast de praktische uitvoerbaarheid hangt aan een dergelijk ‘veiligheidsnetwerk’ ook een prijskaartje. ‘We hebben bij kwetsbare ouderen te maken met een doelgroep die vaak niet veel te besteden heeft. Investeren in de thuisveiligheid – bijvoorbeeld door de aanschaf van rookmelders – is voor hen dan meestal geen prioriteit. Wij moeten als zorgverleners met elkaar kijken hoe we die praktische en economische problemen kunnen oplossen.' n 112 NETWERK | april 2015

9


Ketenpartners

Netwerk Acute Zorg Euregio sluit aan bij NVVC Connect Project brengt zorg rondom cardiologische behandelingen in kaart Door Manon Bruens, Acute Zorg Euregio

10

NVVC Connect is een kwaliteitsproject van de Nederlandse Vereniging van Cardiologie (NVVC). Doel is het verbeteren van de zorg voor patiënten met een acuut hartinfarct (stemi/nstemi). Het acute hartinfarct (Myocard Infarct) is helaas nog steeds een van de meest voorkomende oorzaken van sterfte en invaliditeit in Nederland.

P

er jaar worden er meer dan 27.000 patiënten opgenomen met een acuut infarct. Het is gebleken dat door goede organisatie van zorg de prognose van patiënten sterk kan worden verbeterd. Uitgangspunt daarbij is een sterke en goed samenwerkende keten: van huisarts en ambulance tot en met dottercentrum en revalidatie. Met NVVC Connect wordt regionaal in kaart 112 NETWERK | april 2015

gebracht hoe de zorg rondom cardiologische behandelingen in een bepaalde regio is georganiseerd en welke verbeteringen mogelijk zijn.

Aansluiting Gert van Houwelingen, interventiecardioloog bij MST en voorzitter van de expertgroep Myocard Infarct (MI) van Netwerk Acute Zorg Euregio, legt uit dat er in de regio al veel ketensamenwerkingsverbanden en afspraken zijn voor patiënten met verdenking op een acuut hartinfarct. De Myocard Infarct en CVA Keten (MICK) studie die in 2012 is uitgevoerd, heeft de keten van de patiënt met de doorlooptijden inzichtelijk gemaakt. De expertgroep in deze regio heeft dezelfde doelstellingen als NVVC Connect. Omdat Twente en Oost-Achterhoek nu nog een witte vlek op de kaart van NVVC Connect zijn, is aansluiting bij de projectgroep gezocht.

Doelstellingen Belangrijk voor deelname aan het NVVC

Connect project, is de vertegenwoordiging van patiënten en hartrevalidatie. Samen met hen zijn drie doelstellingen opgesteld voor het NVVC Connect project in deze regio, waarvan de eerste twee eveneens aanbevolen werden vanuit de MICK-studie: • Inzicht krijgen in de patiëntervaring en -voorkeuren van de acuut hartinfarct keten. • Verbeteren van herkenning van een acuut hartinfarct bij huisartsen en doktersassistenten. • Inzicht in en verbeteren van deelname aan de hartrevalidatie.

Kick-off Donderdag 23 april vindt de kick-off plaats van het NVVC Connect project in Twente en Oost-Achterhoek. Het programma start om 17.30 uur in de Grolsch Veste te Enschede. Het programma is te vinden op de website www.acutezorgeuregio.nl. Hier vind je ook de link om je in te schrijven voor deze avond. n


Patientenzorg

Tussentijds resultaat campagne ambulancezorg 'De mensen van de ambulance' bevordert positieve houding publiek Door Kitty Muntenaar, Ambulance Oost In juli 2012 heeft AZN (sectororganisatie Ambulancezorg Nederland) een grootschalig representatief imagoonderzoek ambulancezorg gehouden onder meer dan 1.000 Nederlanders. De uitkomsten daarvan zijn goed, maar laten ook zien dat er nog ruimte is voor verbetering.

A

mbulancezorg heeft een sterk imago en Nederland is heel positief over ambulancezorg. De resultaten laten echter ook zien dat mensen vaak niet weten hoe ambulancezorg precies werkt en wat ze wel of niet van ambulancehulpverleners kunnen verwachten. Naar aanleiding daarvan is een meerjaren publiekscampagne opgezet en werd de campagne ‘De mensen van de ambulance’ gelanceerd door minister Schippers op 11 maart 2014.

Campagne Ambulanceprofessionals treden in de campagne zelf naar voren en vertellen wat je kunt doen (of beter kunt laten) als je als patiënt of omstander te maken krijgt met ambulancezorg. De campagne is opgebouwd uit drie hoofdthema’s: ‘als je 112 belt’, ‘in het verkeer’ en ‘bij zorgverlening’ en heeft een looptijd van drie jaar. Elk jaar komen deze drie hoofdthema’s voor het voetlicht via verschillende communicatiekanalen en -middelen.

Tussentijdse effectmeting In december 2014 is een tussentijdse effectmeting imago en campagne ambulancezorg uitgevoerd. Twee van de onderzoeksdoelen hierbij waren: • Inzicht krijgen in de ontwikkeling van kennis over ambulancezorg bij het publiek ten opzichte van 2012

11

Maar liefst 83% van de ondervraagden beoordeelde amnulancehulpverleners als zeer positief.

(imago onderzoek ambulancezorg, nulmeting). • Inzicht in bekendheid, bereik, waardering en gepercipieerde boodschap van de campagne ‘De mensen van de ambulance’ bij het publiek.

Opvallende resultaten In 2012 bleek uit het imago-onderzoek ambulancezorg dat Nederland een zeer positieve houding heeft tegenover ambulancehulpverleners. In 2014 is dit nog verder verbeterd: in 2012 beoordeelde 73% van Nederland ambulancehulpverleners als zeer positief, in 2014 was dit maar liefst 83%. Het kennisniveau over ambulancezorg is stabiel gebleven. Een kwart van Nederland heeft de campagne inmiddels gezien, met name via massacommunicatie. De campagne heeft

positieve effecten. Een paar voorbeelden: mensen die de campagne kennen hebben een nog positievere houding gekregen tegenover ambulancezorg dan mensen die de campagne niet kennen. Ook hebben zij meer vertrouwen gekregen in ambulancezorg en beoordelen zij met name de meldkamercentralist ambulancezorg veel hoger. Tot slot is het kennisniveau over ambulancezorg veel beter.

Voortgang 2015 De campagne ‘De mensen van de ambulance’ loopt tot medio 2016. Dit jaar wordt alle content uit 2014 herhaald en worden de in 2014 ontwikkelde communicatiemiddelen weer opnieuw ingezet en staan nieuwe middelen op de rol. Laat u verrassen! n 112 NETWERK | april 2015


patientenzorg

Zorgambulance steeds Professionalisering en verdieping zorgambulancemedewerkers staan centraal bij Door Kitty Muntenaar, Ambulance Oost

Na de start in 1992 en de doorontwikkeling van hulp­ ambulance naar zorg­ambulance, is in mei 2012 het eerste kwaliteitskader zorgambulance uitgegeven. Dit is tot stand gebracht door Ambulancezorg

Ook op zaterdag De zorgambulance wordt bij Ambulance Oost, bij wijze van proef, vanaf 1 november 2014 gedurende een jaar ook ingezet op zaterdag tijdens de daguren.

Nederland (AZN), samen met de beroeps­vereniging voor Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN) en Nederlandse Vereniging van Medisch Managers Ambulancezorg (NVMMA). 12

I

n maart 2013 is de vakgroep zorgambulance van V&VN opgericht. In deze vakgroep zitten Nathalie Christenhusz (voorzitter) en Erwin van Driel (lid), twee medewerkers van A ­ mbulance Oost. De vakgroep heeft zich als doel gesteld de zorgambulance te willen professionaliseren en positioneren binnen de ambulancezorg en haar ketenpartners. De vakgroep begon met zes leden en is in korte tijd gegroeid naar negentien leden van elf verschillende regionale am-

Geert Nijhuis over Incidentmanagement.

112 NETWERK | april 2015

bulancevoorzieningen. De vakgroep is op zoek gegaan naar behoeften van de beroepsgroep en is daar aan gaan werken. Een voorbeeld hiervan is het evalueren van het kwaliteitskader zorgambulance. Op deze manier willen ze een basis leggen waarop ze verder kunnen ontwikkelen.

Landelijk congres Vanuit de vakgroep kwam het idee dat zij zich graag meer wilden profileren

Dikke van Dale Onder invloed van de vakgroep heeft de Dikke van Dale in het najaar van 2014 het woord ‘zorgambulance’ opgenomen hun bestand.

als zorgambulance binnen de gezondheidszorg en de ambulancesector. De gedachte ontstond tot het organiseren van een landelijk congres met betrekking tot de zorgambulance in Nederland.

Niet te oefenen Op donderdag 5 februari 2015 vond in Leusden het eerste landelijk zorgambulancesymposium plaats. Het symposium was een eerste ontmoetingsplaats


patientenzorg

beter op de kaart   eerste symposium

13 Groepsfoto vakgroep zorgambulance.

voor zorgambulancemedewerkers met als doel verdere professionalisering en verdieping. Wiro Gruijters, programmamanager AZN, vertelt over de historie en toekomst van de zorgambulance en nadat Thomas Bionda, gedragsbioloog bij de Apenheul, de overeenkomsten tussen mensen en apen heeft uitgelegd gaan verschillende workshops van start: • Incidentmanagement • ‘Daar moet je niet te zwaar aan tillen’(een workshop over de Power-LOAD, een elektrisch hydraulisch brancardsysteem, en fysieke belasting) • Gesprekstechnieken • Nierdialyse • Radiotherapie • Pijn

Johan Keijzer over de Power-LOAD.

Verwachting overtroffen ‘Tijdens de organisatie van het symposium hoopten we op zo’n 60 à 75 bezoekers. Uiteindelijk werden dat er 131. Daar werden we uiteraard wel even stil van’, vertelt voorzitter Nathalie Christenhusz.

Geslaagde dag Marcellino Bogers, dagvoorzitter, verzorgde de afsluitende plenaire sessie van de dag; kritisch, humoristisch en deskundig op het gebied van de gezondheidszorg. Zowel bezoekers als organisatie kijken terug op een geslaagde dag. In de toekomst wil de vakgroep meer bijeenkomsten organiseren voor de zorgambulance. n

Frederiek van Heerikhuizen, psycholoog bij Medisch Spectrum Twente, geeft een interactieve workshop over gesprekstechnieken. ‘Herkennen jullie de situaties die ik schets?’, vraagt ze al rondkijkend. Instemmend wordt er geknikt. ‘Het was leuk om op deze manier te praten’, zegt een RAVU-medewerker in de pauze. ‘Bij de workshop hadden we het er over dat je soms niets hoeft te zeggen, die tip neem ik mee.’

112 NETWERK | april 2015


ACHTERGROND

Beleid gevoerd op basis Professionals buigen zich gezamenlijk over prestatie-indicatoren acute zorg Door Annemarie Smidt, Geen Blad voor de Mond

Begin 2013 presenteerde Zorgverzekeraars Nederland (ZN) het rapport Kwaliteitsvisie Spoedeisende Zorg, met daarin een aantal kritische prestatie-indicatoren voor de complexe spoedeisend zorg. Het rapport zorgde voor veel onrust en vormde aanleiding voor professionals uit het veld om zich te buigen over de indicatoren.

H

14

et rapport van ZN gaat in op zes acute zorgstromen: heupfractuur, buikaneurysma (AAA), acuut myocardinfarct, beroertezorg (CVA), geboortezorg en multitrauma. Volgens ZN moeten deze zorgstromen om kwalitatieve redenen meer geconcentreerd worden bij minder ziekenhuizen. Ralph de Wit, medisch manager bij Bureau Acute Zorg Euregio (BAZE) en traumachirurg bij MST, legt uit voor welke complexe afwegingen het werkveld zich gesteld ziet bij het formuleren van gezamenlijk gedragen indicatoren: ‘De indicatoren zoals opgesteld door ZN werden niet breed gedragen en hadden behoorlijke consequenties voor het acute zorg landschap. Wat zijn bijvoorbeeld de op-

timale (volume)normen en hoe worden deze vastgesteld? Welke invloed heeft het vaststellen van deze normen op de beschikbaarheid van acute en reguliere zorg in een ziekenhuis? Als ziekenhuis A geen acute heupfracturen meer mag behandelen, is het dan nog zinvol om daar wel heupvervangende operaties te plannen? En het al dan niet 27/4 beschikbaar zijn van CT-scan of MRIfaciliteiten in een traumacentrum heeft niet alleen invloed op het werk van een traumachirurg, maar bijvoorbeeld ook op het werk van een neuroloog in datzelfde ziekenhuis. Al met al kunnen dit behoorlijke verschuivingen betekenen.’

Om de juiste redenen Medio 2014 wees de Autoriteit Consument & Markt (ACM) de zorgverzekeraars erop dat hun plannen de keuzemogelijkheden voor patiënten en verzekerden kunnen verminderen. Zij riep de zorgverzekeraars op om hun plannen met kwaliteitsstandaarden te onderbouwen. Zorginstituut Nederland (ZIN) heeft de taak op zich genomen om dit proces te regisseren, onder andere door een expertcommissie in te stellen die hierin het voortouw neemt. Belangrijke partijen in de zorg, waaronder VWS, de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen, de Nederlandse Federatie van Universitair Medi-

112 NETWERK | april 2015

Goede zorg verlenen moet altijd het uitgangspunt zijn.

sche Centra, patiëntenorganisatie NPCF en ZN, werken hier aan mee. ‘Ik vind het een goede ontwikkeling dat kritisch wordt gekeken naar de (on)mogelijkheden van ziekenhuizen. Het beleid moet echter wel gevoerd worden op basis van kwaliteitscijfers. Een norm van honderd behandelingen per jaar moet op onderzoek gefundeerd zijn, wil deze als een kritische prestatienorm kunnen gelden. Misschien zijn vijftig behandelingen per jaar wel voldoende om kwaliteit te kunnen leveren en kan een klein ziekenhuis deze zorg ook leveren. Dan hoeft een patiënt niet verder te reizen dan nodig is. Kosteneffectiviteit moet hierbij zeker niet uit het oog worden verloren, maar dan wel om de juiste redenen.’

Voorzichtig Voor allerlei soorten van zorg bestaan al kwaliteitscriteria. Met het volgen


van kwaliteit

Het volgende magazine van

net werk verschijnt in juli 2015

Colofon 112 Netwerk is een uitgave van Bureau Acute Zorg Euregio, Ambulance Oost en GHOR Twente. Dit magazine verschijnt vier keer per jaar en bericht over ontwikkelingen rondom acute zorg in Twente en Oost-Achterhoek. Jaargang 2015, editie april

Redactie Kitty Muntenaar kmuntenaar@ambulanceoost.nl Marja Nijkrake m.nijkrake@acutezorgeuregio.nl

van deze criteria worden veel gegevens geregistreerd. De uitkomsten voor traumazorg worden geregistreerd in de landelijke traumaregistratie (LTR) van de LNAZ. Aan deze registratie ligt vooralsnog geen vastgestelde set indicatoren ten grondslag. Tevens bestaan er nog geen afspraken over de transparantie van deze data. Iets waar het volgens De Wit wel naar toe moet in de toekomst. ‘Het geven van openheid brengt instellingen echter in een kwetsbare positie. Want betekenen de cijfers dat een ziekenhuis daadwerkelijk niet goed presteert of is de registratie niet goed op orde? Het is makkelijk om ongenuanceerd met deze informatie om te gaan. Acute zorgverleners zijn dus voorzichtig met het delen van informatie en daardoor is het transparant maken van de registratiegegevens een proces dat langzaam verloopt.

Gelukkig realiseren steeds meer acute zorgverleners dat transparantie over de resultaten van verleende zorg belangrijk is.’

Op weg naar transparantie Een ingewikkeld en bewerkelijk proces, daar is geen woord aan gelogen. De minister van VWS heeft grote prioriteit aan het proces gegeven door 2015 uit te roepen tot het jaar van de transparantie. De doelstellingen, meer en betere informatie voor patiënten over de kwaliteit en de kosten van de zorg, moeten voor 1 maart 2016 gerealiseerd zijn. Dit inzicht in de kwaliteit van de zorg helpt niet alleen de patiënt, maar is ook nodig om tot kostenefficiënte zorg te komen. In zijn dagelijks werk als traumachirurg constateert ook De Wit steeds opnieuw: goede zorg reduceert juist de kosten. n

Cees Schenkeveld c.schenkeveld@acutezorgeuregio.nl Irma Huiskes info@ghortwente.nl Annemarie Smidt a.smidt@geenbladvoordemond.nl Coverfotografie René Koele Bladformule, vormgeving, eindredactie en drukwerk

GEEN BLAD VOORDE MOND MAKERS VAN MAGAZINES

Geen Blad voor de Mond B.V. Lasondersingel 149-151 7514 BR Enschede tel. 053 460 9002 geenbladvoordemond.nl ISSN 2211-8225

112 NETWERK | april 2015

15


Bezoek ons ook online! 112 Netwerk is ook beschikbaar als app voor tablets en smartphones met besturingssystemen van Apple iOS en Google Android. Je kunt dus met je tablet of smartphone overal waar je bent, het 112 Netwerk magazine lezen en bekijken. De app is gratis te downloaden.

Acute Zorg Euregio

GHOR Twente

Ambulance Oost

Postbus 50000

Postbus 1400

Postbus 784

7500 KA Enschede

7500 BK Enschede

7550 AT Hengelo

Tel. 053 487 20 97

Tel. 088 256 78 50

Tel. 074 256 22 22

info@acutezorgeuregio.nl

secretariaat@ghortwente.nl

info@ambulanceoost.nl

acutezorgeuregio.nl

ghortwente.nl

ambulanceoost.nl

112 Netwerk - editie 2 - 2015  
112 Netwerk - editie 2 - 2015  

Hét magazine voor acute zorg professionals in Twente en Oost-Achterhoek.