Page 1

Openbaar Vervoer

limited edition

De waaier van Brogt Een kennisdeler van...


Inleiding De vakman herken je aan zijn vermogen tot een snelle ‘sigarendoosberekening’. Voor Openbaar Vervoer-vraagstukken in Nederland gebruiken wij deze Waaier van Brogt, vol kengetallen, vuistregels, wetmatigheden en interessante weetjes. Niet volledig en ook niet 100% nauwkeurig, maar wel handig, snel een eerste indruk. Met de naam eren we de ruim 40 jaar werkervaring van ‘onze goeroe’ Peter Brogt, maar inhoudelijk is het een actuele co-productie van velen. Wij houden ons aanbevolen voor uw aanvullingen. Deze waaier is onderdeel van de gereedschapskist van onze adviseurs, want een vakman herken je ook aan zijn gereedschap. Een sigarendoosberekening is niet altijd voldoende, dus hebben zij ook prognosemodellen, gedetailleerde referentiekennis, vernieuwende concepten en projectaanpakken. Goudappel Coffeng: omdat we ons verplaatsen.


Citaat

“Soms heb je minder tijd om te schrijven dan een ander om te lezen.” Peter Brogt


Inhoud

Gebruik openbaar vervoer Capaciteit vervoersystemen OV en milieu Exploitatie Kosten en opbrengsten Infrastructuur Klanttevredenheid Organisatie


Gebruik openbaar vervoer


Ritproductie (alle vervoerwijzen samen)

ƒƒ Inwoners

3,0 verplaatsing per weekdag

ƒƒ Arbeidsplaatsen

2,0 verplaatsing per weekdag

ƒƒ Leerlingplaatsen

1,8 verplaatsing per weekdag

GEBRUIK OPENBAAR VERVOER


Vervoerwijzekeuze Vervoerswijze

Aandeel in

Aandeel in

verplaatsingen reizigerskilometers

Auto (bestuurder)

32%

51%

Auto (passagier)

15%

23%

Trein

2% 8%

Bus/tram/metro 3% Bromfiets

3%

1% 1%

Fiets

25% 8%

Lopen

20% 3%

Overig

1% 3%

Bron: OViN, 2010

GEBRUIK OPENBAAR VERVOER


Ritproductie (openbaar vervoer) Gebied/inw.

Aantal OV-stadsritten Verklaring per inwoner per jaar

Amsterdam (775.000 inw.)

300 hoge dichtheden/goed aanbod

Rotterdam/Den Haag (600.000 – 500.000 inw.)

150

Utrecht (310.000 inw.)

100

Groningen (190.000 inw.) Maastricht-/Arnhem (118.000 – 147.000 inw.)

60 120 lager fietsaandeel door

hoogteverschillen Deventer (95.000 inw.) Oss (75.000 inw.)

30 excentrisch gelegen binnenstad 5

GEBRUIK OPENBAAR VERVOER


Reismotieven Reismotief

Aandeel in

Aandeel in

reizigerskilometers

aantal verplaatsingen

trein bus/tram/metro

Van en naar het werk

32%

24%

Zakelijk bezoek in de werksfeer

6%

3%

Diensten/ persoonlijke verzorging

1%

2%

Winkelen, boodschappen doen

5%

6%

Onderwijs/ cursus volgen

21%

32%

Visite/ logeren

14%

11%

Sociaal recreatief overig

12%

10%

Toeren/ wandelen

8%

11%

Overige motieven

1%

2%

Bron: MON, 2010 GEBRUIK OPENBAAR VERVOER


Typen treinreizigers Treinreis als middel om je doel te bereiken

Gemakszoeker Treinreis als een sociale ontmoetingsplaats

Levensverrijker

Gezelligheidszoeker

Individualist

Treinreis als moment voor je individuele doel

Zekerheidszoeker Functionele planner

Treinreis als noodzakelijk kwaad Bron: NS

GEBRUIK OPENBAAR VERVOER


Reisfrequentie trein

Reisfrequentie treinreizigers

Aandeel treinreizigers

Zeer frequent (> 4x per week)

6%

Frequent (1 tot 3x per week) Af en toe (1 tot 3x per maand)

4% 10%

Soms (6 tot 11 x per jaar)

11%

Bijna nooit (1 tot 5 x per jaar)

29%

Nooit 39% Circa 50% van alle Nederlanders vanaf 12 jaar reist wel eens met de trein. Bron: TNS NIPO Mobiliteitspanel, 2009

GEBRUIK OPENBAAR VERVOER


De optimale overstap trein-trein

ƒƒ Een overstaptijd van 4 minuten.

ƒƒ Een ‘mogelijke extra wachttijd’* van 10 minuten. ƒƒ Is cross-platform. De optimale overstap wordt gewaardeerd voor 16 minuten reistijd in het voertuig. Tijd bovenop de mogelijke extra wachttijd wordt gewaardeerd voor ongeveer 0,7 keer de reistijd in het voertuig. Bron: NS *

De tijd die een reiziger verliest als hij/zij de aansluiting mist GEBRUIK OPENBAAR VERVOER


Effect van een extra overstap openbaar vervoer (algemeen)

De ‘overstappenalty’ is gelijk aan 11 minuten, exclusief de wachttijd. Deze waarde drukt alle ongemak voor de reiziger uit die met een overstap samenhangt. Het effect van een relatief gemakkelijke overstap is -2 minuten, voor een hinderlijke overstap +2 minuten.

Bron: Oostra, R. (2004)/ TU Delft

GEBRUIK OPENBAAR VERVOER


Effect frequentiewijzigingen

Frequentiewijziging

Wijziging aantal reizigers

Van 1x per 2 uur naar 1x per uur

+ 60%

Van 1x naar 2x per uur

+ 40%

Van 2x naar 4x per uur

+ 25%

Van 4x naar 8x per uur

+ 15%

Bij een frequentieverlaging is de afname in het aantal reizigers 20% groter dan de toename van het aantal reizigers bij een evenredige frequentieverhoging.

GEBRUIK OPENBAAR VERVOER


Effect van tariefswijzigingen op het openbaar vervoergebruik

Woon-werk Onderwijs Winkelen Overige

Elasticiteit

-0.30 -0.30 -0.70 -0.70

Effect van gratis, min.

+32%

+32%

+75%

+75%

Effect van gratis, max.

+107%

+107%

+250%

+250%

GEBRUIK OPENBAAR VERVOER


Prijselasticiteiten regionaal OV

Streekvervoer Stadsvervoer Korte termijn Lange termijn Korte termijn Lange termijn

Werkgebonden

-0,25 -0,50 -0,40 -0,50

Vrijetijdsvervoer

-0,30 -0,60 -0,70 -0,80

Totaal

-0,30 -0,55 -0,55 -0,65

Bron: KiM, 2009

Rekenvoorbeeld: een prijsstijging van 10% leidt tot (10 x -0,25 =) 2,5% reizigersverlies in de werkgebonden sfeer en 3% in de vrijetijdssfeer op de korte termijn. GEBRUIK OPENBAAR VERVOER


Effect van comfortverschillen

De tram bonus (meerwaarde van de tram t.o.v. bus) is ongeveer 4–6%. Dit betekent dat een tram ongeveer 6% meer reizigers trekt dan een bus op dezelfde lijn.

Bron: Afstudeerscriptie T. Bunschoten Goudappel Coffeng, 2012.

GEBRUIK OPENBAAR VERVOER


Elasticiteiten reistijd op de langere termijn (>2 jaar)

Leidt tot reizigerseffect in:

Reistijd- verandering in:

Auto

Auto

Trein Bus/Tram/Metro Fiets

(bestuurder) (passagier)

Auto

- - 0,4 0,39 -

Trein

0,02 0,02 - -0,09 -

Bus/Tram/Metro 0,07

0,04

-0,27

-1,56

0,06

Bronnen: van der Waard, 1990; De Wit en Van Gent, 2001; KiM, div.

Een positief getal veronderstelt een negatief verband: snellere reistijd leidt dan tot reizigersverlies. Een rekenvoorbeeld: wanneer de tram 10% reistijdwinst boekt, leidt dit tot een verandering van (-10% x 0,07 =) -0,7% in het aantal autobestuurders. Het aantal autobestuurders met dezelfde herkomst en bestemming neemt dus af met 0,7%. GEBRUIK OPENBAAR VERVOER


Capaciteit vervoersystemen


Richtlijn aantal reizigers per vervoersysteem

Vervoersysteem

Aantal reizigers per dag op drukste doorsnede

Trein

20.000 – 120.000

Metro

30.000 – 200.000

Tram

10.000 – 50.000

Dubbelgelede bus

10.000 – 25.000

Gelede bus Bus Midibus (20-25 pers.) Minibus (max. 8 pers.)

3.000 – 10.000 500 – 5.000 150 - 700 0 – 150

C A PA C I T E I T V E R V O E R S Y S T E M E N


Capaciteit per voertuig Vervoersysteem

Zitplaatsen

Midibus (8-10 m)

20-25

50-65

Standaardbus (12 m)

30-40

75-105

Gelede bus (18 m)

50-70

105-160

50

160

Dubbelgeledebus (25 m)

Totale capaciteit

Tram, lage vloer (30 m)

70-80

180

Metro (30 m)

70-75

215-225

175

1135

Metro (120 m) Lighttrain (per 25 m) Sprinter Lighttrain (70-100 m)

65 215-325

385-610

Trein ƒƒ bak treinstel, enkeldek (25 m)

65

ƒƒ bak treinstel, dubbeldek (25 m)

95

140-150 C A PA C I T E I T V E R V O E R S Y S T E M E N


Voor een buslijn met ‘gewone’ bussen (12 meter) geldt

ƒƒ goed bezet met 25 reizigers per rit; ƒƒ redelijk bezet met 18 reizigers per rit; ƒƒ matig bezet met 10 reizigers per rit. Deze aantallen gelden op de drukste doorsnede van de lijn. Bij minder dan 5 reizigers moet worden gezocht naar goedkopere alternatieven. Bij meer dan 30 reizigers per rit moeten extra of gelede bussen worden ingezet.

C A PA C I T E I T V E R V O E R S Y S T E M E N


Wat is de levensduur van een OV-voertuig?

Type voertuig

Technische levensduur

Economische levensduur

Trein

40 jaar

Lightrail

30 jaar (schatting)

Metro en tram

30 jaar

25 jaar

Bus*

15 jaar

10 jaar

8 jaar

6 jaar

Minibus (8-pers.)

33 jaar 15-25 jaar (schatting)

* Door de aanbestedingen en de ontwikkelingen op de busmarkt is de technische en economische levensduur sterk aan het dalen.

C A PA C I T E I T V E R V O E R S Y S T E M E N


Top 3 drukste spoortrajecten in Nederland

Traject

Reizigers per dag

Amsterdam Centraal – Amsterdam Sloterdijk (en v.v.)

130.000

Amsterdam Centraal – Amsterdam Muiderpoort (en v.v.)

100.000

Leiden De Vink - Den Haag Laan van NOI (en v.v.)

95.000

Bron: Nationaal Verkeersmodel Goudappel Coffeng, 2008

C A PA C I T E I T V E R V O E R S Y S T E M E N


Top 5 drukste treinrelaties in Nederland

Reisrelatie

Reizigers per dag

Amsterdam Centraal – Schiphol (en v.v.)

11.600

Rotterdam Centraal – Den Haag HS (en v.v.)

10.700

Utrecht Centraal – Amsterdam Amstel (en v.v.)

10.800

Amsterdam Centraal – Amsterdam Sloterdijk (en v.v.)

10.100

Amsterdam Centraal – Haarlem (en v.v.)

9.500

Bron: Nationaal Verkeersmodel Goudappel Coffeng, 2008

C A PA C I T E I T V E R V O E R S Y S T E M E N


Top 5 drukke stations

Treinstation

In- en uitstappers per dag

Amsterdam CS

165.000

Utrecht CS

164.000

Rotterdam CS

90.000

Den Haag CS

74.000

Schiphol 61.000

Bron: NS, 2010

C A PA C I T E I T V E R V O E R S Y S T E M E N


Top 5 minst drukke stations

Treinstation

In- en uitstappers per dag

Enschede De Eschmarke

81

Heerlen Woonboulevard

85

Geerdijk 93 Hindeloopen 115 Daarlerveen 116

Bron: NS, 2010

C A PA C I T E I T V E R V O E R S Y S T E M E N


OV en milieu


CO2-uitstoot per vervoerwijze

CO2 (g/rzg-km)

OV EN MILIEU


CO2-uitstoot per vervoerwijze

CO2 (g/rzg-km)

OV EN MILIEU


Aantal OV-bussen per uitstoottype

2009

2010

2011

2012

Elektrisch 43 46 46 46 Hybride - 31 36 56 EEV

1.753 2.554 2.929 3.273

Euro V

259

443

499

470

Euro IV

317

290

267

220

Euro III

2.153

1.470

1.110

961

547

214

189

31

Euro o-II

Overig 59 59 59 61 Totaal 5.131 5.107 5.135 5.114

Bron: KPVV, 2012 OV EN MILIEU


Uitstoot per Eurotype

NOx emissie (g/km))

OV EN MILIEU


Uitstoot per Eurotype

PM10 emissie (g/km))

OV EN MILIEU


Effect inzet ‘schone’ bussen op exploitatie

Meerkosten Meerkosten aardgasbussen t.o.v. Euro III

EEV-diesel t.o.v. Euro III

Lokaal vervoer

0 – 1%

nihil

Lokaal + regionaal vervoer

0 – 5%

nihil

OV EN MILIEU


Voornaamste oorzaken meerkosten aardgas

ƒƒ Aardgasvulstations ƒƒ Aanschaf bussen (+ evt. versneld afschrijven oude bussen) ƒƒ Lege kilometers (heen en weer naar vulstation)

Schone diesel (EEV) scoort vooral gunstig op CO2-uitstoot, aardgas scoort vooral gunstig op luchtkwaliteit (fijnstof).

OV EN MILIEU


Elektrische bussen

In ’s-Hertogenbosch rijden sinds februari 2010 voor 3 jaar twee elektrische bussen rond op lijn 220, de 220Xpress. Deze bus biedt een zitplaats aan 21 mensen, heeft 1 rolstoelplaats en 10 staplaatsen. Op een volle accu kan de bus 130 km afleggen, maar in de wintermaanden wat minder (70-100 km) omdat de elektrische verwarming gebruikt wordt. Het duurt ongeveer 12 uur om de accu volledig op te laden. In Utrecht heeft in 2010 een elektrische midibus op proef op lijn 2 rond gereden. Het bijzondere aan deze bus is dat deze tijdens de route bij elke halte opgeladen wordt middels inductie. Daardoor heeft deze een actieradius van 250 km. Vergeleken met diesel rijdt deze bus 10-20% goedkoper. Andere voorbeelden van (semi-)elektrische bussen zijn de e-Busz in Rotterdam (hybride) en de CityCirkel in Kopenhagen. OV EN MILIEU


Citaat

“Als je niet weet wat je wilt, krijg je wat je niet hebben wil.” Peter Brogt


Exploitatie


HOV in Istanbul

De Metrobus in Istanbul: ƒƒ rijdt op 42 km lange vrijliggende busbanen zonder kruisingen; ƒƒ heeft 33 busstops; ƒƒ vervoert dagelijks ruim 600.000 passagiers; ƒƒ heeft een extreem hoge frequentie: in de spitsuren rijdt er elke 45-60 seconden een bus; ƒƒ heeft een gemiddelde snelheid van 40 km/u; ƒƒ vervoert gemiddeld per bus per dag 1.900 passagiers; ƒƒ heeft een maximum belading van 30.000 passagiers per uur per richting. Bron: Mercedes-Benz, 2011

EXPLOITATIE


HOV-bus in Nederland

De Zuidtangent, de HOV-bus van Haarlem via Hoofddorp en Schiphol naar Amsterdam Zuidoost, heeft een gemiddelde snelheid van 35 km/u. Ruim 60% van de route wordt afgelegd op een vrijliggende busbaan met ongelijkvloerse kruisingen. Het snelste stadsvervoer in Nederland is te vinden in Almere. Dankzij de vrijliggende busbanen door de hele stad halen de stadsbussen een gemiddelde snelheid van 30 km/u.

EXPLOITATIE


HOV-tram in Nederland

Voorbeelden van HOV-trams in Nederland zijn de Nieuwegeinlijn, RandstadRail Den Haag en in Amsterdam lijn 26 naar IJburg. Steeds zijn daar combinaties van een vrije baan, een vrij ruime halteafstand en verregaande be誰nvloeding van verkeerslichten. De maximumsnelheid van de tram zelf (meestal 70-80 km/u) is alleen belangrijk als er veel haltes meer dan 1500m van elkaar afliggen.

EXPLOITATIE


Gemiddelde hemelsbrede loopafstand tot halte

Vervoermiddel

Bus

Stadstram HOV-bus

Metro/

segment sneltram Binnenstad

tot 300 m

tot 300 m

tot 500 m

350 – 500 m

Stad gemiddeld

tot 400 m

tot 400 m

tot 600 m

400 – 700 m

Regio

tot 600 m

n.v.t.

tot 800 m

500 – 800 m

EXPLOITATIE


Aantal ritten per dag

Ritten per dag

Waarvan na 18.00 uur

1x per uur

36

12

2x per uur

72

24

4x per uur

144

48

Basis + avond 1x per uur, spits 2x per uur

46

12

Basis 2x per uur, spits 4x per uur, avond 1x per uur

80

12

Basis + spits 2x per uur, avond 1x per uur

60

12

Basis + spits 4x per uur, avond 2x per uur

120

24

EXPLOITATIE


Langste buslijnen in Nederland

Q-liner 315

Lelystad – Heerenveen – Groningen is de langste buslijn van

Nederland: 140 km, reistijd 2 uur en 16 minuten.

Andere lange lijnen: Q-liner 350

Alkmaar – Leeuwarden (circa 125 km, 2 uur en 1 minuut)

Buslijn 90

Den Haag – Haarlem (circa 60 km, 2 uur en 4 minuten)

Buslijn 83

Nijmegen – Venlo (circa 75 km, 1 uur en 40 minuten)

Buslijn 13

Leeuwarden – Steenwijk (circa 100 km, 2 uur 39 minuten)

Buslijn 19

Leeuwarden – Assen (circa 85 km, 2 uur en 19 minuten)

Buslijn 73

Groningen – Emmen (circa 80 km, 2 uur en 9 minuten)

EXPLOITATIE


Hoeveel ov-lijnen met nummer … zijn er in Nederland?

ƒƒ Lijn 1:

32

ƒƒ Lijn 10: 16 ƒƒ Lijn 100: 3

Bron: OV Wiki, 2012

EXPLOITATIE


Gemiddelde exploitatiesnelheid

Vervoermiddel Gemiddelde

Vervoermiddel Gemiddelde

exploitatiesnelheid

Lokaal vervoer

exploitatiesnelheid

Regionaal

ƒƒ bus

15 - 20 km/u

ƒƒ bus

25 - 40 km/u

ƒƒ tram

15 - 20 km/u

ƒƒ tramtrein

40 - 60 km/u

ƒƒ sneltram

20 - 30 km/u

Interregionaal/nationaal

ƒƒ metro

30 – 35km/u

ƒƒ stoptrein ƒƒ sneltrein ƒƒ IC

50 – 70 km/u 75 km/u > 80 km/u

EXPLOITATIE


Doorstroming Verhouding rijden/stilstaan in dienstregelingtijd:

Ritten per dag

Waarvan na 18.00 uur

zeer goed

72% rijden, 28% stilstaan

75% rijden, 25% stilstaan

slecht

60% rijden, 40% stilstaan

63% rijden, 37% stilstaan

Oorzaken stilstaan:

Aandeel van totale dienstregelingtijd

In/uitstappen 15-20% Betaalhandelingen en service Verkeerslichten en overige verkeershinder

4-5% 10–30%

EXPLOITATIE


Wachttijdverlenging door onregelmaat voertuigen Onregelmaat

Extra wachttijd*

10%

+1%

30%

+9%

50%

+25%

75%

+50%

100%

+100%

*tov normale wachttijd van de helft van het interval

Bron: Van Oort, 2011

EXPLOITATIE


Optimale percentielwaarde voor opbouw dienstregeling Optimale percentielwaarde2 rijtijd (excl. keertijd) Frequentie

Zonder holding

Met holding

Met holding

enkele haltes

alle haltes

Hoog1

Nvt

65%3

20-40%

Laag1

35%

30-55%

40-60%

Uit onderzoek blijkt dat reizigers gemiddeld genomen intervallen van 10 min of korter als hoge frequentie ervaren. Langere intervallen worden beschouwd als “laag� en leiden tot het raadplegen van de dienstregeling in relatie tot het aankomstmoment op de halte. 1

2

optimaal voor de reistijd van de reiziger [Boterman en Van Oort 2008 en Van Oort 2011].

bij hoge frequenties kan holding plaatsvinden op twee manieren, te weten holden op basis van dienstregeling of op basis van intervallen. 3

EXPLOITATIE


Invloed verandering in betrouwbaarheid op verplaatsingstijd Doelgroepen Verandering

Reguliere

Incidentele

gebruikers

gebruikers

Niet-gebruikers

Betrouwbaarheid Toename

9%1

22%1

9%1

Afname2

17%2

44%2

-

1

percentage mensen dat (meer) gebruik gaat maken van OV

2

percentage mensen dat minder gebruik gaat maken van OV

Bron: Vrije Universiteit, vakgroep ruimtelijke economie, Peeters Advies, Centrum voor omgevings- en verkeerspschologie (1998) Hoe laat denk je thuis te zijn?, Den Haag

EXPLOITATIE


Verbetering betrouwbaarheid door optimalisatie netwerk en dienstregeling Case Den Haag ƒƒ 5-15% meer OV reizigers ƒƒ € 10-20 miljoen lagere (maatschappelijke) kosten per jaar ƒƒ Reizigerswaardering van 6,5 naar 7,5

Bron: Van Oort, 2011

EXPLOITATIE


Kosten en opbrengsten


Kostendekkingsgraad

ƒƒ stads- en streekvervoer (incl. regionale treinen): circa 40% ƒƒ trein (excl. regionale treinen): >100%

KOSTEN EN OPBRENGSTEN


Exploitatiebijdrage OV als percentage van het nationaal inkomen

ƒƒ 1980: 0,55% ƒƒ 2002: 0,27% ƒƒ 2006: 0,20% ƒƒ 2007: 0,24% ƒƒ 2008: 0,25%

Bron: NEA/ KNV KOSTEN EN OPBRENGSTEN


Globale indicatie tarieven per dienstregelinguur

ƒƒ Standaardbus

€ 90

ƒƒ Luxe gelede bus (Zuidtangent)

€ 115

ƒƒ Minibus met BE-chauffeur

€ 60

ƒƒ Buurtbus

€ 15

ƒƒ Tram

€ 180 - € 260

Het werkelijke tarief is sterk afhankelijk van de (verwachte) opbrengsten en de allocatie van de opbrengstenverantwoordelijkheid. KOSTEN EN OPBRENGSTEN


Aandeel van de personeelskosten in de exploitatiekosten

Personeelskosten

Voertuigkosten

Totale kosten

Standaardbus

60%

40% 100%

Midibus (20-25 zitplaatsen)

65%

25%

45%

20%

65%

0%

20%

20%

90%

Minibus (max. 8 zitplaatsen, goedkope chauffeur) Buurtbus (gratis chauffeur)

(Uitsplitsing exploitatiekosten naar personeel- en voertuigkosten. Exploitatiekosten standaardbus op 100% gesteld.)

KOSTEN EN OPBRENGSTEN


Aanschafkosten voertuigen

Per eenheid

Per strekkende meter

€ 70.000

€ 12.000

Standaardbus (12 m)

€ 200.000

€ 17.000

Gelede bus (18 m)

€ 300.000

€ 17.000

€ 400.000 - € 750.000

€ 22.000 - € 42.000

Minibus

Gelede trolleybus (18 m) Tram (30 m) Metro (2-delig, 30 meter) Intercity (100 meter) Intercity (dubbeldek, 125 meter)

€ 1,5 - € 2 miljoen

€ 50.000 - € 70.000

€ 1,8 - € 2,5 miljoen

€ 60.000 - € 80.000

€ 8,5 miljoen

€ 85.000

€15 miljoen

€120.000

KOSTEN EN OPBRENGSTEN


Citaat

“Het is weer tijd voor een oplossing met een hoog Tom Poes-gehalte.” Peter Brogt


Infrastructuur


Haltes en stations in Nederland

ƒƒ Aantal haltes: 50.400 ƒƒ Aantal stations: 397

INFRASTRUCTUUR


Vijf drukste busstations in aantal reizigers

ƒƒ Busstation Utrecht Centraal ƒƒ Busstation Eindhoven ƒƒ Busstation Groningen ƒƒ Busstation Rotterdam Zuidplein ƒƒ Busstation Amsterdam Centraal

INFRASTRUCTUUR


Bus- en tramhaltes

ƒƒ Perronhoogte ƒƒ Max. horizontale en vertikale spleet tussen voertuig en halte ƒƒ Min. vrije doorloopbreedte ƒƒ Max. hellingshoek looproute

18 cm 5 cm 90 cm 5%

INFRASTRUCTUUR


Breedte busbanen

50 km/h

70 km/h

Toeslag per aanliggende strook

wens minimum wens minimum

Een richting

3.50 m

3.30 m

3.60 m

3.50 m

0.25 m

Twee richtingen

7.30 m

7.10 m

7.70 m

7.50 m

0.25 m

INFRASTRUCTUUR


Bus- en traminfrastructuur in Nederland

ƒƒ De langste vrijliggende busbaan in Nederland is de Zuidtangent: 25 kilometer. ƒƒ Het langste netwerk van vrijliggende busbanen in Nederland ligt in Almere: 46 kilometer. ƒƒ De langste tramlijn van Nederland loopt van Scheveningen naar Delft: 20 kilometer.

INFRASTRUCTUUR


Maatvoering (snel)tram- of metrotracé (1)

Stadstram

Sneltram/metro

(2,4 m breed)

(2,65/3,00 m breed)

Min. horizontale boogstraal

20 m

25 m

Gewenste horizontale boogstraal

25 m

50 m

235 m

235 m

Min. boogstraal bij 70 km/h Min spoorafstand in rechtstand: ƒƒ vrije baan

3,10 m

3,20 m (metro: 3,5 m)

ƒƒ gesloten wegdek

3,00 m

3,10 m (metro: 3,40 m)

ƒƒ kunstwerk

3,00 m

3,10 m (metro: 3,45 m >>

INFRASTRUCTUUR


Maatvoering (snel)tram- of metrotracĂŠ (2) >>

Stadstram

Sneltram/metro

(2,4 m breed)

(2,65/3,00 m breed)

Toeslag bij middenmast bovenleiding

+0,3 m

Max. hellingspercentage 1

4 - 5%

4 - 5%

26 - 30 m

60 - 75 m 3

Perronlengte 2 Perronhoogte

+0,3 m

Flexibel (0 - 0,30m)

0,9 - 1,0 m

4

0,30 m

5

Hellingspercentage in haltes

1%

1%

Gewenste min. haltebreedte

1,60 m

2,50 m - 3,00 m

Steiler kan, maar is ongewenst, tenzij voertuigen een aangepast motorvermogen hebben Exclusief extra lengte ten behoeve van detectielussen VRI en stijgpunten Twee gekoppelde trams 4 Bij hogevloermaterieel 5 Bij lagevloermaterieel 1

2 3

INFRASTRUCTUUR


Ontwerp treinperron

Een treinperron had in Nederland een standaard hoogte van 84 cm, op veel plaatsen is dat nog zo. De huidige richtlijn van de EU schrijft 76 cm voor. Internationale treinen en de ‘Lint’ (zie Syntus in Achterhoek) hebben een instaphoogte van 76 cm. Een perronlengte van 340 meter is voor de meeste Nederlandse IC’s en sneltreinen geschikt (ongeveer 12 bakken/wagons). Nieuwe stations voor uitsluitend stoptreinen worden tegenwoordig berekend op 6 bakken per trein (= 170 m).

INFRASTRUCTUUR


Kosten nieuwe haltes en stations

Bus: ombouwen tot toegankelijke halte Bus: aanleg HOV-halte Tram: aanleg halte 100 meter Trein: aanleg ‘eenvoudig’ stoptreinstation

Aanlegkosten per haltepaar €30.000 €450.000 €400.000 - €600.000 €2.000.000

INFRASTRUCTUUR


Kosten aanleg routes

Aanlegkosten per kilometer

Bus ƒƒ vrijliggende busbaan ‘eenvoudig’

€2 miljoen

ƒƒ vrijliggende busbaan ‘moeilijk’ (veel ongelijkvloers bijv.)

€11 miljoen

ƒƒ bovenleiding trolleybus

€0,5 - €1,0 miljoen

Tram ƒƒ ‘eenvoudig’

€10 miljoen

ƒƒ ‘moeilijk’ (veel ongelijkvloers bijv.)

€20 miljoen

Metro ƒƒ deel bovengrond, deels ondergronds (bijv Rotterdam) ƒƒ geheel ondergronds Trein/ HSL Ombouw van heavyrail naar lightrail

€70 miljoen €200 miljoen €15 – 80 miljoen €0,7 miljoen INFRASTRUCTUUR


Jaarlijkse onderhoudskosten (1 – 2% van de aanlegkosten)

Enkele voorbeelden van onderhoudskosten van openbaar-vervoerinfrastructuur: ƒƒ Bus/ Trolley

€ 68.000-€ 90.000 per km dubbelbaan per jaar

ƒƒ Tram

€ 450.000-€ 550.000 per km dubbelspoor per jaar

ƒƒ Metro

€ 850.000 per km dubbelspoor per jaar, €815.000 per station per jaar

ƒƒ Trein infra

€ 75.000 per jaar, € 200.000 per nieuwe wissel

ƒƒ Trein station

€ 10.000 klein station tot € 50.000 groot station per jaar

INFRASTRUCTUUR


Top 3 best gewaardeerde P+R terreinen

P+R Terrein 1. Kralingse Zoom, Rotterdam 2. Capelsebrug, Rotterdam 3. Westraven, Utrecht

Sterkste punt

Rapportcijfer

Aansluiting met OV

8,7

Aansluiting met OV en bewegwijzering

8,3

Betaalgemak

8,2

Bron: ANWB, 2010

INFRASTRUCTUUR


Top 3 minst gewaardeerde P+R terreinen

P+R Terrein 1. Veemarkt, Utrecht

Slechtste punt

Rapportcijfer

Betaalgemak

3,8

2. Hoogkerk/Peizerweg, Groningen Betaalgemak en aansluiting met OV

4,4

3. World Fashion Centre, Amsterdam

4,7

Betaalgemak

Bron: ANWB, 2010

INFRASTRUCTUUR


Verbetering P+R

Belangrijkste redenen om van een P+R terrein gebruik te maken, zijn de kosten voor het parkeren en het moeilijker parkeren op de eindbestemming. Aanbevelingen voor een goed P+R terrein: ƒƒ een aantal P+R punten aan de rand van het gebied, gekoppeld aan belangrijke invalsroutes; ƒƒ gemakkelijk overstappen op OV naar alle belangrijke bestemmingen; ƒƒ een frequentie van minimaal elke 10 minuten en minimaal 1 overstap; ƒƒ biedt actuele reisinformatie aan.

INFRASTRUCTUUR


Klanttevredenheid


Klantoordeel

Algemeen klantoordeel afgelopen 10 jaar 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 6,7 6,9 7,1 7,0 7,0 7,0 7,2 7,2 7,2 7,2

Bron: OV-Klantenbarometer

KLANTTEVREDENHEID


3 hoogst scorende items

2006 2011

1. Kans op een zitplaats

8,0

8,3

2. Gemak bij het instappen

8,0

8,3

3. Reissnelheid

7,0

7,3

Bron: OV-Klantenbarometer, 2012

KLANTTEVREDENHEID


3 laagst scorende items

2006 2011

1. Informatie bij vertragingen

4,2

4,8

2. Tarief

4,9

4,8

3. Geluid in het voertuig

5,9

6,2

Bron: OV-Klantenbarometer, 2012

KLANTTEVREDENHEID


Concessiegebieden

Grootste stijger: Streekvervoer regio Rotterdam (stijgt al 5 keer achter elkaar met in totaal 0,7 punt). Grootste daler: Trein Almelo-MariĂŤnberg (zakt al 4 keer achter elkaar met in totaal 0,6 punt). Al jaren op kop (wisselen elkaar af, gerangschikt naar de situatie in 2011): 1. Waddeneilanden 2. Veerdienst Dordrecht - Rotterdam 3. Veerdienst Amsterdam - Velsen

KLANTTEVREDENHEID


Effect OV-chipkaart

Item

2006 2007 2008 2009 2010 2011

Gemak kopen vervoerbewijs / laden reissaldo

7,7

Tarief

4,9 5,2 5,3 5,2 4,9 4,8

7,5

7,6

7,5

7,1

7,0

Gebruiksgemak OV-chipkaart - - - - 6,8 7,1

Bron: OV-Klantenbarometer, 2012

KLANTTEVREDENHEID


Klantwensenpiramide Klantwensenpyramide: verplaatsen Beleving 9% Comfort 12%

Satisfiers Dissatisfiers

Gemak 14%

Specifiek Generiek

Snelheid 15% Veiligheid en betrouwbaarheid 50% Bron: van Hagen/ NS

KLANTTEVREDENHEID


Openbaar vervoerders in social media

Aantal berichten

Waarvan positief

Waarvan negatief

dec. 2011 - feb. 2012

NS

67.481

10%

24%

PR-waarde feb. 2012 € 4.000.000

Syntus 24.348 - - € 57.000 Connexxion

19.436

8%

19%

RET

13.450

9%

20%

€ 99.000

Arriva

13.339

8%

22%

€ 112.000

Veolia

8.995

8%

23%

€ 81.000

Qbuzz

4.959

7%

22%

€ 21.000

GVB

4.609

8%

19%

€ 121.000

HTM

2.092

7%

18%

€ 71.000

Hermes 868

€ 214.000

9% 16%

Bron: Clipit, 2012 KLANTTEVREDENHEID

-


Openbaar vervoerders in social media

63,8% van de social media berichten over de vervoerders gaat via Twitter. Andere bronnen: Youtube (3,3%) en NUjij reacties (2,5%).

Bron: Clipit, 2012

KLANTTEVREDENHEID


Citaat

“Bij die organisatie kan niets en zelfs dat niet.� Peter Brogt


Organisatie


Opdrachtgevers en opdrachtnemers

Stads- en streekvervoer (inclusief regionale treinen),2012: 18 OV-autoriteiten 13 vervoerders 72 concessies (inclusief lijnconcessies en openbaar vervoer over water) Trein (exclusief regionale treinen): 1 opdrachtgever (Rijk) 1 opdrachtnemer (NS) 2 concessies (kernnet en HSL). Vanaf 2015 in 1 concessie

ORGANIS ATIE


Top 5 grootste concessies

Concessiegebied

Ritkilometers per jaar (2007)

Stadsvervoer Amsterdam

35 miljoen

GGD (Groningen-Drenthe)

34 miljoen

Rail Rotterdam

26 miljoen

Amstelland Meerlanden

24 miljoen

Zuid-Limburg

20 miljoen

Bron: KPVV, 2009

ORGANIS ATIE


Top 5 kleinste concessies (exclusief lijnconcessies)

Concessiegebied Waddeneilanden Stadsvervoer Lelystad

Ritkilometers per jaar (2007) < 1 miljoen 1 miljoen

Stadsvervoer Leeuwarden

1 miljoen

Streekvervoer Almere

3 miljoen

Oost-Brabant

4 miljoen

Bron: KPVV, 2009

ORGANIS ATIE


Citaat

â&#x20AC;&#x153;Twee keer nee zeggen tegen iets leuks en de derde keer komt het niet meer langs.â&#x20AC;? Peter Brogt


Bronnen

Bij de samenstelling van dit document is gebruik gemaakt van informatie die publiekelijk verkrijgbaar is, onder meer van de volgende organisaties: ANWB, CBS, CE Delft, Clipit, CROW, KNV, KPVV, Ministerie van Infrastructuur en Milieu en diverse openbaar vervoerbedrijven in Nederland. Daarnaast bevat dit document ervaringscijfers en vuistregels van Goudappel Coffeng, verzameld tijdens onze jarenlange praktijkervaring met openbaar vervoer.


Snipperlingsdijk 4

T 0570 666 222

7417 BJ Deventer

E goudappel@goudappel.nl

Postbus 161

W goudappel.nl

7400 AD Deventer Wij opereren vanuit Amsterdam, Den Haag, Deventer, Eindhoven en Leeuwarden

De waaier van Brogt  
De waaier van Brogt  

Handige kentallen op het gebied van Openbaar Vervoer

Advertisement