Page 1

Harry Goos neemt afscheid

07-02-13 21:28

21:28

‘Aardappelen zijn als voetballers; ze hebben een goede coach nodig’

‘Aardappelen zijn als voetballers; ze hebben een goede coach nodig’


'Aardappelen zijn als voetballers; ze hebben een goede coach nodig'

1


Inhoudsopgave Voorwoord ‘Aardappelen verdienen goede coaches’

4-7

De verzamelde columns van Harry Goos, serie 1

8-20

Korte verhalen Familie Van Tilburg: 22 jaar mixlucht techniek bij De Kubbe in Biddinghuizen Harry Goos in het nieuws

21 22-25

26

Tolsma Techniek spreidt zijn vleugels

28-29

De verzamelde columns van Harry Goos, serie 2

30-40

Korte verhalen

2

3

41

Familie De Geus: ‘De aardappel is een levend wezen’

42-45

Tolsma groeit

46-48

Harry Goos in het nieuws De verzamelde columns van Harry Goos, serie 3 Korte verhalen

49 50-59 60

Klanten met een topsportmentaliteit: Familie Van Puymbrouck teelt en bewaart 280 hectare aardappelen

61-65

Harry Goos in het nieuws

66

‘Tolsma is een fantastisch bedrijf’

67-69

Slotwoord

70-71

Colofon

72 Kees van Arendonk


Voorwoord

Ik zeg wel eens: rassen en bewaren vormen de basis van onze succesvolle aardappelsector. We staan er misschien niet zo vaak bij stil, maar het is ongekend knap dat telers hun aardappelen in juni of juli nog kunnen leveren, met behoud van kwaliteit. Mede daarom schrijf ik met veel plezier het voorwoord voor het afscheidsboek van Harry Goos, dat vooral in het teken staat van het overdragen van kennis over bewaren. Mijn oudste herinnering als het gaat om bewaren van aardappelen zijn de activiteiten van mijn vader, die vanaf begin jaren vijftig boerde in de Noordoostpolder. Hij bewaarde zijn

aardappelen los in de provisorisch geïsoleerde schuur, achter en onder het stro, met een ventilator die twee standen had: aan en uit. In mijn tijd bij Agrico zag ik hoe de bewaartechniek een enorme vlucht nam, met de komst van de bewaarcomputer eind jaren tachtig als katalysator. Het kiemprobleem verdween, de krimpverliezen namen af en de kwaliteit van de aardappel bleef tot ver in het bewaarseizoen uitstekend.

Ik wens Harry Goos tot slot veel succes toe in zijn nieuwe levensfase en hoop dat dit boek bijdraagt aan verbreding én verdieping van de kennis over het bewaren van aardappelen. Kees van Arendonk, voorzitter Nederlandse Aardappel Organisatie

Als Nederlandse Aardappel Organisatie willen we die kennis verhogen. Als NAO bieden we cursussen bewaartechniek aan die vaak door Harry Goos worden verzorgd. Zijn kennis is ongeëvenaard, zijn enthousiasme aanstekelijk. Als voorzitter van Europatat kom ik hem ook tegen in Brussel. Tolsma-Grisnich is betrokken bij het jaarlijkse congres van Europatat. Hij is daar met zijn uitgesproken meningen over bewaren altijd nadrukkelijk aanwezig. Dat hoort bij Harry, zo kennen we hem. 3


‘Aardappelen verdienen een goede coach’ ‘Aardappelen in een bewaarschuur zijn als voetballers in een team. Ze hebben een goede coach nodig om er het optimale rendement uit te halen.’ Deze uitspraak van bewaarspecialist Harry Goos, in zijn vrije tijd trainer in het amateurvoetbal, is van een poëtische schoonheid. Omdat slechts 24 woorden namelijk heel veel zeggen over bewaren en over Harry Goos. Niet voor niets heette zijn column in Aardappelwereld Bewaarcoach.

Harry Goos zegt nog één keer waar het op staat Maar de bewaarcoach stopt ermee. Na bijna 35 jaar in de bewaring actief te zijn geweest, treedt Harry Goos per 1 maart 2013 terug als commercieel-directeur van Tolsma-Grisnich. De man die zich bevlogen, met het hart op de tong, als pure praktijkman heeft ingezet voor meer kennis over productbewaring in Nederland, steekt met dit boek voor de laatste keer als bewaarspecialist zijn nek uit. In het belang van iedereen. Want de klant kan met betere bewaarresultaten veel geld verdienen, terwijl Tolsma-Grisnisch meer waardering krijgt als klanten de hen aangereikte technische mogelijkheden beter gebruiken. Daarom maken we in dit boek ruim baan voor de ontwikkeling van de bewaartechniek, praktijkervaringen en veel praktische tips en wetenswaardigheden. Om een helder en compleet totaalbeeld te schetsen, gaan we daarbij niet voorbij aan de markante persoon die Harry Goos is en zullen we af en toe ook stilstaan bij de ontwikkeling die Tolsma-Grisnich, voorloper in de bewaartechniek, heeft doorgemaakt. Harry met klokthermometer

4


HARRY GOOS Harry Goos is een zoon van een Brabants boerenechtpaar dat in 1957 in de Noordoostpolder een boerderij kreeg toegewezen. Daarvoor was vader Goos zes jaar ploegbaas geweest en had hij vervolgens van staatsboer Jos Rommens de kneepjes van het vak geleerd. Harry werd in die jonge polder, waarvan de westkant nog moest worden ontgonnen, op 26 oktober 1951 als oudste zoon geboren. Hij zou later nog drie broertjes krijgen. Op school kon de jonge Goos rekenen als de beste, op het schoolplein regelde hij van alles, maar hij had één grote handicap: dyslexie. Aangezien je bij alle vakken goed moet kunnen lezen, waren de schoolprestaties zwaar onder de maat. Met kunst- en vliegwerk, veel bijles en jaren op kostschool in Oudenbosch en Amersfoort, wist de boerenzoon uit de nieuwe polder uiteindelijk toch de MTS af te ronden. DE EERSTE BAAN Na zijn dienstperiode, die vooral in het teken stond van zijn grote passie voetbal, kreeg Harry Goos zijn eerste baan. Technische Groothandel Kuiken in Emmeloord, importeur van onder meer trekkers en landbouwmachines, trok de enthousiaste en goed van de tongriem gesneden jongeman aan. Harry was er echter niet gelukkig. In het strak georganiseerde familiebedrijf doorliep de nieuweling diverse afdelingen. Die had echter maar één wens: hij wilde een topverkoper worden.

5


TD ventilator en driehoekkoker

Zijn oog viel op een advertentie in een lokaal nieuwsblad: vertegenwoordiger gevraagd bij Tolsma Techniek. Dat bedrijf was opgebouwd door Auke Tolsma, die eind jaren vijftig vanuit Sint Annaparochie naar Emmeloord was gekomen. Tolsma en zijn tweelingzonen Cees en Piet maakten faam met hun houten driehoekskokers. Die kwamen onder een partij aardappelen te liggen 6

waarna een ventilator er lucht doorheen blies. Ze vervingen de lattenroosters die in die tijd vaak werden gebruikt.

keek Cees wat vreemd van op, maar hij nam me wel aan. Dat was op 1 november 1978.’

Harry: ‘Ik wist helemaal niet wat Tolsma Techniek deed, maar ik wilde bij Kuiken weg en solliciteerde. Wat is je ambitie?, vroeg Cees Tolsma mij in het sollicitatiegesprek. Ik wil vrijheid en afgerekend worden op verkoopresultaten, zei ik direct. Daar

ZWAAR Ook het eerste jaar bij Tolsma was zwaar. Harry: ‘Ik heb drie dagen opleiding gehad en werd toen op pad gestuurd. Maar ik had nog steeds weinig kennis en ook nog geen reputatie.


Boeren schoffeerden mij, of wilden me niet eens ontvangen. Toen ik een keer adviseerde om te ventileren met mist zei die boer: ‘wat weet jij nou van bewaren snotneus. Ik ben al 35 jaar boer. Verkoop die onzin maar aan een ander’. Ik heb wel eens met tranen in de auto gezeten en gedacht: dit wordt niets. Wat ik wel veel verkocht in dat eerste jaar waren steekthermometers en voetstoven. De eerste klant aan wie ik die verkocht was overigens Jos Rommens. Die was de familie Goos nog niet vergeten.’

In diezelfde periode, rond 1980, zette Harry een bewaarproject op aan de Reigerweg in Zuidelijk Flevoland (zie ook elders in dit boek). ‘Tien boeren deden mee. Ze bewaarden ieder gemiddeld 1.000 ton. Elke dag werd er gemeten en werden de gegevens genoteerd. Aan het einde van het bewaarseizoen had de slechtst presterende boer tien procent indroging. De beste, Gerrit de Geus,

2,31 procent. Bijna acht procent op 1.000 ton is 80.000 kilo. Dan praten we over veel geld. Het werd mij duidelijk dat ik, met mijn kennis van zaken, serieus geld kon verdienen voor mijn klanten. Tolsma Techniek als bedrijf, en ik als vertegenwoordiger, kregen langzaam maar zeker meer aanzien in de sector.’ Witlofthermometer

‘Ik moest veel kennis opbouwen, maar omdat ik moeilijk van papier leer moest ik alles in de praktijk ervaren. Tolsma Techniek had gelukkig zelf een bewaarplaats ingericht. De oude Tolsma had ook veel ervaring. Van hem leerde ik veel. Zelf werkte ik in die periode keihard om zo veel mogelijk kennis te vergaren. Bij mijn vader mocht ik een partij van honderd ton aardappelen bewaren. Mijn vader had een zelfde box als ik had, aan de andere kant van de schuur. Ik had vijf witlofthermometers in de partij, een buitenthermometer én een RV-meter. Aan het einde van het seizoen had mijn vader meer dan tien procent indroging. De aardappelen kwamen slap uit de box, met kiemen. De partij van mij had twee procent indroging en de aardappelen waren glad en stevig. Vanaf dat moment mocht ik de bewaring doen.’ 7


De verzamelde columns van Harry Goos (SERIE 1)

Het zwaartepunt in dit afscheidsboek van Harry Goos wordt gevormd door zijn columns die de afgelopen jaren in Aardappelwereld zijn gepubliceerd. Harry zorgde voor de input, Leo Hanse van Aardappelwereld voor het redigeren. In deze korte en krachtige teksten droeg Harry zijn bewaarkennis over. De columns zijn het nog steeds waard om gelezen te worden en daarom zijn ze, hier en daar licht aangepast, in dit boek opgenomen. Ze worden afgewisseld met andere verhalen over bewaren, Tolsma en Harry Goos. 8

Niets doen bij hoge temperaturen Wanneer de dagen en nachten in de maand oktober gekenmerkt worden door hoge temperaturen, hebben velen met aardappelen in de bewaring een probleem. De telefoon staat bij Tolsma in die periode dan ook roodgloeiend. Want wat moet je doen als het in de nacht dertien ̊C is en overdag achttien? Wanneer de aardappelen netjes droog achter de planken liggen kun je het beste helemaal niets doen! Niet ventileren, niet stoken. Alle buitenlucht bevat onder die omstandigheden namelijk meer vocht dan de lucht in de bewaring. Als echter de aardappelen nat achter de planken liggen, is ventileren met buitenlucht ook geen optie. Toch moet je drogen, anders gaan de knollen kiemen. Ik adviseer dan altijd een kachel in de bewaring te zetten. Zet de thermostaat twee ̊C hoger dan de producttemperatuur en warm de aardappelen op tot vijftien à zestien ̊C

door intern te ventileren. In de nachten mag er ook buitenlucht bij, indien deze twee ̊C lager is dan de gewenste eindtemperatuur.

Inkoelen volgens een rechte lijn Voor wie geen mechanische koeling heeft, is het gewoon wachten op lagere buitentemperaturen om het product naar de gewenste lage bewaartemperatuur te krijgen. Let op dat u pas start met de toediening van kiemremmingsmiddelen totdat het product volledig droog is. Zodra de temperaturen gunstig zijn voor terugkoeling met buitenluchtventilatie, ventileer dan met zo weinig mogelijk grammen water verschil tussen product en buitenlucht om drukplekken en indroging te voorkomen. Het mooiste is om de aardappelen volgens een rechte lijn in te koelen naar de gewenste bewaartemperatuur. Bewaarplaatsen met mengluchtregeling (geautomatiseerd) zijn in het voordeel, want zij kunnen met kleine temperatuurverschillen werken.


Koel nooit te snel Lage dosering bij kiemremming Alleen met buitenlucht ventileren in een warme herfst is een welhaast onmogelijke opgave. Dat leidt onherroepelijk tot kiemproblemen. Om de kieming zoveel mogelijk tegen te gaan én de kwaliteit van de aardappelen te behouden, adviseer ik; dien de kiemremmingsmiddelen vaker toe, maar dan met kleine hoeveelheden tegelijk. Beter vaker met weinig, dan af en toe met veel. Let daarbij ook op de temperatuur. Bij hoge temperaturen moet je sneller achter elkaar gassen dan bij lage temperaturen. De meest optimale temperatuur om te gassen is elf ̊C. Hygromat

Soms heb je in Nederland extreme najaren, met temperaturen begin november boven de twintig ̊C en halverwege diezelfde maand nachten met lichte vorst. Lastig voor telers met aardappelen in de bewaring. Zo’n najaar hadden we een aantal jaren geleden. De meeste partijen lagen door de lange periode van hoge temperaturen nog te warm in de cel. Het is dan heel verleidelijk om bij het aandienen van de eerste vorstnachten snel de boel terug te koelen. Zij die de verleiding niet konden weerstaan, zaten met de gebakken peren: vochtige aardappelen door een te groot temperatuurverschil boven en onderin de bewaring. Wie het goed deden waren degenen die niet meer dan een halve ̊C per dag hadden ingekoeld en vervolgens ervoor gezorgd hebben dat het temperatuurverschil tussen onder en boven maximaal 0,8 ̊C bleef.

Een perfect geïsoleerde schuur Dat intern ventileren gaat overigens alleen goed bij een perfect geïsoleerde schuur. Bij het intern ventileren is het raadzaam erop te letten dat de bovenste meter van de aardappelhoop 9


wat daalt in temperatuur en de onderste meter een paar tienden van ̊C oploopt. Het maximale temperatuurverschil daartussen mag hoogstens 0,8 ̊C bedragen. Je kunt dit dus alleen in de gaten houden wanneer je zowel een temperatuursensor boven en onderin de hoop hebt. Dat is bij lange na nog niet bij iedere aardappelteler het geval. Mijn praktijkervaring is dat slechts tien procent van de aardappelbewaarders een temperatuurvoeler onderin de partij heeft! Zorg er bij dergelijke weersomstandigheden voor dat je alleen koelt bij hoge luchtvochtigheid. Mistig weer vind ik daarbij ideaal. Het is namelijk heel belangrijk om zo min mogelijk vocht uit de aardappelen te verliezen. Ventileren met een hoge temperatuur en een lage luchtvochtigheid zorgt er alleen maar voor dat de kans op drukplekken in de cel toeneemt en dat merk je vooral aan het eind van een lange bewaarperiode. Ook heb ik in die warme periode veel vocht in de bewaarschuren gezien door het grote verschil tussen de buitenen binnentemperatuur. Nogmaals herhaal ik mijn advies: zet op tijd de circulatieventilator aan! Voeg daar eventueel de warmte van een kachel aan toe. Zijn de aardappelen tien ̊C, zorg er dan ook voor dat de 10

ventilatietemperatuur eveneens tien ̊C is. Schakel daarvoor de kachel in. Alleen met deze werkwijze blijft de bewaarruimte vrij van condensvocht. Circulatieventilator


Geef vocht geen kans In een periode met koude winterdagen is het in veel bewaarplaatsen vaak een vochtige bedoening. Zelfs in goed geïsoleerde cellen kom je dan nattigheid tegen, soms op spanten, soms op de profielen of bouten van isolatiebevestigingen. Als je dan bedenkt dat er bewaarschuren zijn met ‘opgeteld’ meer dan een halve vierkante meter aan bevestigingsmateriaal, dan is dat al genoeg oppervlak voor problemen. Waar komt dat vochtprobleem vandaan?, zult u zich afvragen. De oorzaak is toe te schrijven aan grote temperatuurverschillen. Kou van buiten gaat via de stalen bevestigingsmaterialen naar binnen. Gevolg is condens op de plaats waar het staal in de bewaarruimte eindigt. Als het dan buiten twee ̊C onder nul is en in de schuur zeven ̊C in de plus, dan is alles binnen snel drijfnat. Dit vochtprobleem is op te lossen door circulatieventilatoren boven de aardappelen te hangen. In combinatie met de aanwezige kachels is

het vocht dan uit de bewaarruimte weg te draaien. Let er hierbij op dat u de lucht nooit meer opwarmt dan een halve ̊C boven de producttemperatuur. Is een schuur eenmaal nat, dan kost het veel tijd en energie om hem droog te krijgen. Daarom is het verstandiger condensvorming te voorkomen door temperatuurvoelers tegen het dak en in het product te plaatsen. Wanneer hiertussen een temperatuurverschil ontstaat hoger dan één ̊C, laat dan (door de computer) de kachel en ventilator een tijdje draaien. Met deze werkwijze zult u nooit meer last hebben van kwalijk vocht in de bewaarcel. Bewaarders die deze methode nooit toepassen en toch beweren dat ze nooit condens in de schuur zien, daarvan weet ik zeker dat de isolatie in de bewaring niet in orde is. Veelal zie je daar wel droge wanden, maar ook vochtige aardappelen.

minuten lang. Dat is vooral nodig om te voorkomen dat de aardappelen die tegen de zijwanden van de bewaarruimte liggen, niet een temperatuur krijgen die veel lager is dan die van de rest. Want u raadt het al, dan krijg je op deze plaatsen ook weer last van vocht. Bent u te laat met intern ventileren, dan blijven vooral de aardappelen aan de zijkant en bovenop nat. Hierdoor zijn deze zeker één ̊C of meer kouder dan de andere in de partij. Stel dat je deze op een gegeven moment gaat ventileren met droge lucht. Deze drogere lucht is in deze periode altijd koudere lucht. Door deze actie worden de aardappelen aanmerkelijk kouder als gevolg van verdamping en dat is ook niet de bedoeling. Wat ik dus wil adviseren: het is beter teveel intern te ventileren dan te weinig of anders gezegd, beter te vroeg dan te laat.

Extra wintertip En dan nog een extra wintertip: zorg er in deze periode van bewaring voor dat u regelmatig intern ventileert. Regelmatig dat is: elke zes uur vijftien 11


Benut rust voor onderhoud

buitenmeter is belangrijk voor de beperking van het indroogverlies.

Ook niet onbelangrijk is het controleren van de inblaastemperatuur bij de Als het overdag vijf tot zes ĚŠC is, gelijk ventilatoren. Het komt soms voor dat de aan de bewaartemperatuur, en ‘s nachts ene ventilator meer lucht binnenblaast het kwik net onder nul kruipt, is bewaren dan de andere. In het extreme geval een fluitje van een cent. Het is een draait de ene ventilator zelfs meer ideaal klimaat om een aardappelpartij uren dan de andere. Oorzaken in optimale conditie te houden. Als kunnen zijn een verkeerde inlaat, aardappelbewaarder moet je deze waaierbladslijtage of een defect aan de omstandigheden koesteren. Benut het motor. Door het verschil in luchtdebiet rustige en vochtige weer om in te koelen, krijg je temperatuurverschillen in de zodat je zo weinig mogelijk water uit de aardappelhoop. Temperatuurverschillen partij weg ventileert. in een cel zijn funest, want die veroorzaken condens in het product, met Controle kwaliteitsverliezen als gevolg. Wanneer je toch bij de ventilatoren bent, check De rustige periode geeft ook ruimte dan of de ventilator niet in onbalans is. voor controle. Begin bijvoorbeeld met Deze produceert dan meer lawaai dan een rondgang langs de productvoelers. nodig is, meestal als gevolg van een Belangrijk is dat ze allemaal gelijk beschadigde waaier. Door een nieuwe zijn afgesteld. Zoals ik al eerder waaier te plaatsen neemt niet alleen het heb aangegeven is dit voor de lawaai af, maar zal ook de capaciteit temperatuurmeters eenvoudig uit te toenemen. Het ventilatieverlies door voeren door ze allemaal in een emmer defecten aan waaiers van een ventilator met water te zetten en vervolgens te bedraagt al gauw tien procent. kijken of ze alle dezelfde meetwaarde Stroomverbruik aangeven. Kijk ook naar de RVmeter buiten. Mijn advies luidt om Ik kan u ook nog de tip meegeven om voor het grammen water verschil de het stroomverbruik van de bewaarplaats minimumwaarde op nul in te stellen en te verlagen. Door speling in de het maximum op drie tot vijf gram water contacten van het thermische pakket per kuub lucht. Een goed werkende 12

slijt een elektromotor harder. Een hoger stroomverbruik kan duiden op dit defect. Tevens is het niet verkeerd om de bedieningspanelen stofvrij te maken en te zorgen dat er daarna ook geen stof bij kan. Sluit ze dus altijd na een verandering of reparatie van het paneel. Tegenwoordig zijn er EC-ventilatoren die standaard twintig procent minder stroom verbruiken en zo gestuurd kunnen worden dat er bij tachtig procent capaciteit vijftig procent stroomverbruik is. Benut nu het rustig is de tijd voor een tussentijdse controle. Door goed en ook regelmatig onderhoud aan uw bewaarapparatuur blijft u meer verschoond van storingen en dat scheelt altijd in de portemonnee. Onderhoud schakelpaneel


13


Hoe te reconditioneren? Het kan voorkomen dat de aardappelen in de bewaring te koud worden. Hierdoor bakken ze niet meer goed. De oorzaak hiervan is dat het zetmeel in de knollen voor een deel is omgezet in glucose. Zoals u weet zijn er nog meer suikers in een aardappel, waaronder fructose en sucrose. De suikers glucose en fructose functioneren in de knol als een soort antivriesmiddel. Nu is het mogelijk om het verhoogde gehalte aan glucose weg te werken door het reconditioneren van de aardappelen. Dat kan door ze op te warmen. Door de opwarming van koude aardappelen krijg je een omkering van processen waarbij een deel van de glucose wordt omgezet naar zetmeel. Het andere deel verbrandt door de verhoogde ademhaling. Om voldoende omzetting te krijgen is het belangrijk deze verhoogde ademhaling zeker tien tot veertien dagen vast te houden, soms langer. Dit reconditioneren kan alleen tot het vroege voorjaar plaatsvinden. In de periode van mei tot eind juli is het te riskant, want in deze tijd kan veroudering 14

van de knollen optreden en dan werkt het omkeerproces niet meer. Ik raad iedereen aan om het proces van opwarmen altijd heel langzaam op te starten. Hoe geleidelijker de temperatuur in de partij omhoog gaat, hoe beter de bakkwaliteit en des te langer de goede bakkwaliteit in stand blijft. Let er bij het opwarmen weer op dat u met niet meer dan twee ĚŠC tempera-

tuurverschil werkt; omgevingslucht ten opzichte van producttemperatuur. Bij een groter temperatuurverschil ontstaat namelijk condens. De praktijk wijst uit dat de producttemperatuur na enkele uren verwarmen iets daalt. Dat komt door het verdampen van het vocht op de klamme aardappelen. Dit is van tijdelijke aard. Reageer hier dus niet op door meer warmte in de bewaarruimte te draaien, want dat werkt averechts! Meten suikergehalte


Einde bewaarseizoen Vaak heb ik met klanten gepraat over het intern ventileren in opslagruimtes. Intern ventileren heeft hoofdzakelijk als doel condens te voorkomen. Condens is in mijn ogen de belangrijkste vijand van aardappelen in bewaring. Bij een schuur met veel kieren, naden en koudebruggen zal het probleem sneller optreden dan in een bewaarplaats met goede isolatie. Regelmatig intern ventileren is dus heel nuttig. Er zijn echter ook momenten waarbij je dat absoluut niet moet doen. Als de zon op een warme voorjaarsdag staat te branden op de dakplaten, dan neemt de temperatuur eronder toe. Ook al is de isolatie nog zo hoogwaardig. Naarmate het bewaarseizoen vordert wordt de aardappel gevoeliger voor de minst geringe temperatuurverandering. Schommelingen dienen we daarom te voorkomen. Mijn advies is nooit intern te ventileren bij buitentemperaturen die hoger zijn dan de producttemperatuur. Het kan dus zo zijn dat er in de loop van

Kistenbewaring met verdamper het voorjaar een moment komt waarop bewaarders die alleen aangewezen zijn op buitenluchttemperaturen niet meer intern mogen ventileren. Dit omdat de temperatuur in de ruimte van de schuur hoger is dan die van het product. Het kan immers nooit de bedoeling zijn om

met interne ventilatie een product op te warmen. Met ondersteuning van mechanische koeling is intern ventileren wel mogelijk. Hiermee wil ik nog eens onderstrepen dat mechanische koeling niet alleen 15


als doel heeft het product zo lang mogelijk op de gewenste bewaartemperatuur te houden. Het heeft ook als doel om er zo lang mogelijk intern mee te kunnen ventileren. En daarmee hou je op verantwoorde wijze condens buiten de bewaarruimte. Wie mechanisch kan koelen moet, voordat hij of zij intern gaat ventileren, eerst de lucht van de ruimte op de gewenste temperatuur brengen en dรกn pas de ventilatoren intern laten draaien. Op het moment dat de temperatuur in de ventilatiekanalen net zo hoog is als die van het product kunt u stoppen met intern ventileren.

16


Opwarmen vraagt niet veel calorieën Eén van de belangrijkste handelingen bij aflevering van bewaaraardappelen is de opwarming. Opwarmen is voor velen gewoon een kachel plus wat ventilatoren aanzetten en dan maar wachten totdat de productvoeler het gewenste aantal ̊C signaleert. Wil je echter optimaal en probleemloos opwarmen, dan komt er meer bij kijken dan het simpelweg aanzetten van een kachel. Laten we als voorbeeld eens een bewaarcel met 500 ton aardappelen opwarmen. Om de warme lucht in het product te blazen hebben we drie ventilatoren tot onze beschikking. Deze hebben elk een capaciteit van 22.000 kuub per uur. In totaal kunnen we dus 66.000 m3 lucht per uur verplaatsen, Kachels in drukkamer

een capaciteit die keurig past bij 500 ton aardappelen. Zoals ik al vaker heb aangegeven mag je opwarmen met lucht waarvan de temperatuur maximaal twee ̊C hoger is dan de producttemperatuur.

dat ze in het verleden teveel hebben verstookt. De vuistregel voor opwarmen is dus: voor elke 100 ton heb je een kachelcapaciteit van 10.000 kilocalorieën nodig.

De vraag die nu volgt is: welke kachelcapaciteit hebben we nodig om deze cel netjes op aflevertemperatuur te brengen? De formule daarvoor is: capaciteit ventilator in m3 per uur x aantal graden opwarming x 0,35. Als we de bekende getallen (66.000 x 2 ̊C opwarmen, x 0,35 soortelijke warmte van lucht geeft dus een capaciteit van 46.200 kilocalorieën). Je hebt voor de opwarming van een cel met 500 ton aardappelen dus een kachel nodig met een capaciteit van slechts 40.000 tot 50.000 kilocalorieën. Menige aardappelbewaarder zal zich hierover verbazen. De praktijk is namelijk dat de kachelcapaciteiten over het algemeen veel te hoog zijn, met als gevolg dat te veel energie verloren gaat. Ik adviseer iedereen; probeer de werkwijze van het voorbeeld maar eens uit op uw product. Velen van u zullen dan ervaren

Wie gaat opwarmen moet ook zorgen voor voldoende zuurstofaanvoer in de opwarmlucht. Gebrek aan zuurstof veroorzaakt namelijk zwarte harten in de aardappelknollen. Het kan ook voorkomen dat in de eerste uren van het opwarmen de temperatuur van de aardappelen zakt. Dit gebeurt als gevolg van warmteonttrekking door verdamping van vocht op de aardappelschil. Schrik daar niet van. Zet ook de kachel niet hoger, maar stook in hetzelfde tempo verder. Veelal vindt de temperatuurdaling bovenin de hoop plaats waar het vochtiger is. Kijk dus ook wat de temperatuurmeter onder in de aardappelhoop doet. Als deze wel twee ̊C temperatuurverschil meet, ga dan op dezelfde voet verder met de toevoer van 10.000 kilocalorieën per 100 ton.

17


Op zomerdagen oppassen geblazen Bij rooien en inschuren op warme zomerdagen is het altijd oppassen geblazen. Vooral op dagen met grote temperatuurverschillen: hete middagen, gevolgd door koude nachten. Je praat dan al gauw over verschillen van tien ̊C of meer.

alsnog ontstaat weg te draaien, is een uitgekiende ventilatiestrategie gewenst. Voor de ventilatie in de nachten adviseer ik iedereen met interne lucht te draaien Die temperatuurverschillen zie je tevens en daarbij de deur van de bewaarschuur terug in de producttemperatuur. Wie een metertje open te laten staan. We dus onder dergelijke omstandigheden maken dan gebruik van de wet van van ’s morgens vroeg tot ’s avonds de communicerende vaten. Die kleine laat rooit, brengt ook aardappelen met verbinding met de buitenlucht zorgt sterk uiteenlopende knoltemperaturen ervoor dat de temperatuur binnen binnen. Een te groot temperatuurverschil gelijk wordt aan die van buiten. De is funest. In de aardappelhoop ontstaat koudste aardappelen zullen dan nog daardoor condens. Dat maakt de knollen even nat blijven, maar ze stijgen wel nat, terwijl ze toch (vrijwel) droog binnen in temperatuur. Zo worden alle knollen zijn gekomen. Het is dus belangrijk gelijk in temperatuur en zodra dat het dit te voorkomen. Om te beginnen geval is, zal het condensvocht op alle is het raadzaam de knoltemperatuur aardappelen verdwenen zijn. tijdens het rooien te meten. Laat het temperatuurverschil als het kan niet Wanneer de bewaarruimte vol is en de groter zijn dan vijf ̊C. Las bijvoorbeeld, aardappelen op gelijke temperatuur zijn, indien nodig, op het heetst van de dag dan is het tijd om te beginnen met de een langere lunchpauze in. wondheling. Ventileer zo snel mogelijk 24 uur achter elkaar extern, en de dagen Nu is het rooien van aardappelen niet daarna niet meer dan één uur extern altijd met een schaartje te knippen. Om per dag. Let er daarbij op dat verschil het eventuele condensvocht dat veelal tussen lucht- en producttemperatuur niet 18

groter dan is één ̊C. Deze werkwijze gaat alleen op als het ingeschuurde product gezond is. Die buitenlucht moet minimaal vijftien ̊C zijn. Optimaal is om telkens te ventileren met een buitenluchttemperatuur die gelijk is aan de producttemperatuur. Hoe hoger de producttemperatuur is en blijft, des te sneller is het wondhelingsproces klaar. Een snelle wondheling is niet alleen belangrijk voor het weren van bewaarziekten, maar ook voor de verlenging van de bewaarduur. Immers na een snelle wondheling kan de producttemperatuur ook eerder naar de bewaartemperatuur worden gebracht. Inschuren aardappelen


Natte en zieke knollen, wat nu? Iedere aardappelteler die aardappelen in de schuur gaat brengen raad ik aan minimaal één kachel in de bewaarruimte te gebruiken. De reden dat we dat doen, is om te voorkomen dat het product afkoelt. Bij bewaren in deze situatie is het van essentieel belang zo snel mogelijk te drogen. De optimale temperatuur daarbij is vijftien ̊C en de droogtijd minimaal veertien dagen. Onder deze omstandigheden heb je namelijk een goede wondheling. Na de wondheling komt het inkoelen aan de orde. Koel het product zeker niet te snel in wanneer je ziek en rot in de bewaarruimte hebt. Een ander advies dat ik u kan geven is dat de aardappelen het snelst droog te blazen zijn met buitenlucht. ’s Nachts kan de kachel erbij, ook bij mist, mits de buitentemperatuur minimaal twee ̊C lager is dan de temperatuur van de koudste productvoeler. Dan doordraaien tot het product helemaal droog is. Let er tijdens het drogen op dat het temperatuurverschil onder- en bovenin de hoop niet groter wordt dan twee ̊C. Een goede vuistregel voor het drogen is: draai ’s nachts met de 19


kachel en buitenlucht, van ’s morgens vroeg tot koffietijd intern zonder kachel, van de koffie tot het avondeten zonder kachel met buitenlucht (het moet dan altijd buiten dezelfde temperatuur of twee ̊C hoger zijn en het aantal grammen water buiten altijd minder dan in de box. Zie ook het Mollier diagram), daarna tot bedtijd alleen intern zonder kachel en dan weer met kachel en buitenlucht. Nog goed om te weten: wanneer de partij droog is loopt de temperatuur altijd op, en dan pas heel langzaam inkoelen. Soms is het raadzaam direct met een kiemremmer te starten, aangezien de knollen erg kiemlustig zijn. Blijf vervolgens alert en hou het product droog (een RV van negentig procent of lager). Knolphytophthora en andere bewaarziekten kunnen in dergelijke partijen voorkomen. Dat vraagt van alle bewaarders twintig weken de volle aandacht. Uit ervaring blijkt namelijk dat knollen die vlak voor het inschuren door Phytophthora zijn aangetast, twintig weken goede droge omstandigheden nodig hebben om geen gevaar meer te vormen voor zulke partijen. Boven: glasaardappelen Onder: nat product met voeler

20


Korte verhalen Meer kennis door praktische voorbeelden!

Ventileren met mist

Een goed begin is….

‘De kennis van productbewaring is duidelijk voor verbetering vatbaar’, stelt Harry Goos. ‘Op de landbouwscholen krijgt dit vak vaak veel te weinig aandacht in vergelijking tot bijvoorbeeld gewasbescherming of bodemkunde. Hoe lang zitten aardappelen in de grond en hoe lang zitten ze in de cel? Ik gaf een keer op een landbouwschool een ochtend les. Eén van de leerlingen reageerde als volgt: meneer, deze morgen hebben we meer geleerd dan in een heel jaar. Ik kom altijd met praktische voorbeelden. Onderin de cel zijn de aardappelen koel, bovenin zijn ze warmer. Je gaat intern ventileren. Wat gebeurt er dan? Wie het antwoord niet weet krijgt nog een vraag. Stel je zit op een warm terras met een koud biertje. Wat gebeurt er dan? Inderdaad! Temperatuurverschil geeft condensvorming. Deze voorbeelden vergeten mensen nooit meer.’

‘Toen ik nog niet zo lang bij Tolsma werkte bracht ik mijn vader een keer na de kerkdienst naar het plaatselijke café in zijn woonplaats Tollebeek. Ik belandde zo bij twaalf boeren aan de stamtafel. Ik vroeg aan hen of je met mist kon ventileren. Elf van hen zeiden nee. Mijn vader hield zijn mond. Die wist al beter. Ik gaf aan dat bij mistig weer de luchtvochtigheid hoog is en dat je daardoor minder vocht uit het product trekt. Het ging tegen hun gevoel in en ook na een discussie kon ik ze niet overtuigen. Het heeft lang geduurd voordat we dit misverstand uit de wereld hadden geholpen.’

Bewaarproblemen ontstaan niet zelden door onvoldoende zorgvuldigheid tijdens de oogst en gedurende de eerste veertien dagen van de bewaring. Tijdens de oogst heeft de boer het zo druk dat hij onvoldoende aandacht schenkt aan een goede start van het bewaarseizoen. Soms is het verstandiger om niet te vroeg of niet te laat te gaan oogsten, omdat het dan nat en koud is. Dit om te voorkomen dat aardappelen te nat en met grote temperatuurverschillen de box in gaan. Vergeet nooit: wondheling duurt bij 25 ̊C ongeveer een dag, bij vijftien ̊C zo’n twee weken! In die periode zijn luchtvochtigheid en temperatuur juist gunstig. Vergeet dan niet daar gebruik van te maken. Ook in een drukke oogsttijd.

21


22 jaar mixlucht techniek bij De Kubbe in Biddinghuizen Dick (40) en Gert Jan van Tilburg (65) lieten de opbouw van hun agrarisch logistieke onderneming aan de Kubbeweg bij Biddinghuizen injecteren met de passie van Harry Goos. Samen ontwikkelden ze de Mixlucht Unit. Het werd een zakelijke relatie voor het leven.

Perfecte samenwerking Van Tilburg en Tolsma Gert Jan van Tilburg verhuisde op zijn 21-ste van de Noordoostpolder naar de Kubbeweg bij Biddinghuizen. Zijn vader trok het land in om te vergaderen, Gert Jan kreeg de ruimte op de boerderij. De relatie met Tolsma is er vanaf het begin. Gert Jan: ‘Wij gebruikten toen keerwanden, driehoeks ventilatiekanalen en losse verplaatsbare ventilatoren. Ik kan me herinneren dat Tolsma toen al een eigen visie had.’ Nadat hij de zware grond had gediepploegd, werd Gert Jan van Tilburg pootaardappelteler. De jonge boer bewaarde zijn eigen product. En begon dat ook steeds meer te doen voor collegaboeren. Vóór het bewaren gingen de aardappelen door een kwikbad.

OZON Toen het ontsmetten met kwik werd verboden, moest de sector op zoek naar nieuwe middelen. Gert Jan van Tilburg nam een voorsprong op de concurrentie door het ozonwassen te ontwikkelen. De aardappelen gingen na het ozonbad schoon en met minimale ziektedruk de bewaarcel in. Het gaf de onderneming, inmiddels uitgegroeid tot een agrarisch logistiek centrum, een forse impuls. Van zakenrelatie Korteweg Aardappelen uit Swifterbant kwam in 1990 de vraag of De Kubbe, zoals het bedrijf inmiddels heette,

22


Dick en Gert Jan van Tilburg

pootaardappelen van Kortewegs klanten wilde wassen en bewaren. Dat was een mooi aanbod. Maar hoe kun je die natte aardappelen die je in duizenden tonnen in de schuur brengt nu het beste bewaren?

MIXLUCHT UNIT Gert Jan en Dick, die al jong actief was in het bedrijf van zijn vader, raakten

hierover in gesprek met Harry Goos. Bij Tolsma waren ze in die periode bezig om de bewaarresultaten te verbeteren door het gebruik van buitenlucht. Harry Goos geloofde daar heilig in. Gert Jan en Dick van Tilburg ook. Ze hadden ook vertrouwen in elkaar. In de zomer werd een nieuwe bewaarloods gebouwd, met drie cellen, met in elke cel ruimte voor duizend

ton gewassen pootaardappelen. In augustus en september werden de poters gewassen en ingeschuurd. Spannende maanden braken aan. De overtuiging was er, maar ‌. zou het in de praktijk echt goed werken? Ze waren de eersten in Nederland. Nergens konden ze de kunst afkijken. En zoals te doen gebruikelijk met vernieuwers: de omgeving is sceptisch. Negatief soms. 23


Het najaar was koel. Dat was gunstig. Harry kwam elke dag meten. Dick: ‘Dat is Harry. Zijn betrokkenheid is groot. Harry is ook een praktijkman die wil weten wat er in die partijen gebeurt.’ ‘Dat meten en rekenen vind ik ook prachtig’, zegt Gert Jan. In december liep de buitentemperatuur op. Koelen dus. Maar dat ging niet goed! Het systeem werkte niet. En dat met een volle box aardappelen. ‘De spanning liep op’, weet Harry nog goed. ‘Maar er werd niet gescholden. Iedereen bleef correct. Samen gingen we op zoek naar de oplossing van het probleem. We waren ervan overtuigd dat het systeem moest werken.’

KOELTECHNIEK

Tolsma mixlucht units

Uiteindelijk bleek de fout in het grensgebied tussen koeltechniek en bewaartechniek te zitten: de koelblokken zaten verkeerd om! Tussen kerst en nieuwjaarsdag moest deze fout worden rechtgezet. Monteurs waren dagenlang bezig. Elke dag door Harry Goos voorzien van eten en drinken. ‘Ik moest die mannen motiveren. Het probleem moest zo snel mogelijk worden verholpen. Er lag voor een kapitaal in de cellen. We wilden natuurlijk geen negatieve publiciteit over de Mixlucht Unit.’ Dick: ‘Harry gelooft in zijn product en staat dan dag en nacht voor je klaar.’ ‘Dat geeft je als klant een goed gevoel’, voegt Gert Jan daaraan toe. ‘Je koopt iets nieuws

24


en weet dat je te allen tijde wordt gesteund in het geval er problemen zijn. Daar word je rustig van.’

IN EIGEN HAND Bij Tolsma Techniek waren ze erachter gekomen dat de integratie van koeltechniek in de ventilatie- en bewaartechniek niet zo eenvoudig is en dat ze die in eigen hand moesten nemen. Tolsma nam PS Koeltechniek uit Deventer over. Aanvankelijk opereerde dit bedrijf zelfstandig, als volle dochter, later ging het volledig op in het Emmeloorder bedrijf. Aan de Kubbeweg werkte de mixluchttechniek na de valse start uitstekend. De aardappelen kwamen er aan het einde van het bewaarseizoen gezond en met weinig krimp uit. En dus groeide De Kubbe. ‘Bewaar de aardappelen ook maar, als jullie ze hebben gewassen. We willen ze niet meer door de polder slepen, met alle risico’s van dien’, kregen Gert Jan en Dick van Tilburg steeds vaker te horen. In 1998 bouwden ze er weer een

bewaarloods bij. Weer voor 3.000 ton aardappelen, weer met mixluchttechniek.

SNIJDEN Na het wassen kwam het snijden van de bovenmaat pootaardappelen voor de fritesindustrie. Ook dat pikte De Kubbe op, gescheiden van het wassen. In 2006 kwam voor de gesneden aardappelen weer een nieuwe loods. Dick had inmiddels de leiding over het bedrijf. Gert Jan deed een stapje terug en hield zich bezig met nieuwe initiatieven. Maar ook nu Dick het alleen voor het zeggen had koos hij weer voor mixluchttechniek. In totaal worden er aan de Kubbeweg nu 12.000 ton pootaardappelen bewaard. ‘Het principe is nog steeds hetzelfde als twintig jaar geleden’, geeft Dick tot slot aan. ‘Feitelijk is alleen de ventilatiecapaciteit toegenomen. Het systeem werkt zo goed dat we, jaar na jaar, onder de drie procent krimp blijven. Een betere reclame kunnen wij ons niet wensen.’

25


Harry Goos in het nieuws

26


BEWAREN IN BEELD

links: RV-sensor rechts: steekthermometerklok links: kleine temperatuurvoeler rechts: droge en natte bol thermometer

27


1980: de eerste digitale afleesapparatuur Tolsma Techniek spreidt zijn vleugels Tolsma Techniek leverde boeren in heel Nederland ventilatoren, keerwanden, ventilatiekanalen, steekthermometers, et cetera. Het Emmeloorder bedrijf werd dé ventilatieen bewaarspecialist in akkerbouwend Nederland. Het werd tijd voor export- en grotere projecten, vond de directie.

28

In 1984 werd in samenwerking met Agrico het eerste bewaarproject in Rusland opgezet. Technisch was het een succes: in de schuur van Tolsma kwam het product stevig en droog uit de bewaring, terwijl in de schuur daarnaast de aardappelen verrotten. Het ondernemersklimaat in het communistische land was echter nog niet ideaal. Dat werd na 1989 in een vrije markt langzaam beter.

COMPUTERS In 1980 deed de digitale afleesapparatuur zijn intrede. Boeren konden voor het eerst op een display zien hoe de temperaturen zich op verschillende plaatsen in de partijen ontwikkelden. Het nauwkeuriger meten bracht een omslag teweeg. Boeren zagen dat tienden van graden temperatuurverschil al invloed hadden op de aardappelen. Want lucht zoekt de weg van de minste weerstand, ook als het temperatuurverschil bijvoorbeeld maar 0,7 ̊C is.

Harry Goos weet ook nog dat hij met directeur Cees Tolsma in discussie ging met professoren in Wageningen, goeroes van de Dienst Landbouwvoorlichting. ‘Ik ben ervan geschrokken hoe weinig deze mensen van de dagelijkse praktijk wisten. Qua kennis konden ze niet tippen aan Tolsma Techniek. Maar de DLV nam onze ideeën niet over.’

IBM In 1986 verkocht Tolsma Techniek de eerste personal computers waarop de klimaatomstandigheden in de bewaarcellen konden worden gelezen. ‘Onze meet- en regelapparatuur in de schuur moest IBM-compatible zijn, want IBM was toen marktleider. Ik ben toen bij IBM op cursus gegaan. Ik snapte niet veel van de computers zelf, maar zag wel dat je er beter door kon bewaren en er dus geld mee kon verdienen. En daar kon ik mijn klanten ook van overtuigen. In dat eerste jaar verkocht ik veertig


Toltronic

IBM-computers. Want daar waren we toen ook dealer van geworden. Die krengen kostten toen 10.000 gulden per stuk. Bij IBM snapten ze er niets van hoe ik, de zwakste jongen op de computercursus, dát voor elkaar kreeg.’

LEREN IN DE PRAKTIJK Harry Goos had zijn eigen manier van leren. ‘Elke zaterdag en zondag zat ik bij mijn klanten de meet- en regelapparatuur in te stellen en volgde daarna de ontwikkelingen in de boxen. Ik zag wat er gebeurde en deed daar mijn voordeel mee.’

29


De columns (SERIE 2)

Hoe droog je glasaardappelen? Oogstjaar 2006 zal ik als bewaaradviseur niet snel vergeten. Zoveel doorwas! Sommige partijen die al weken met waterzakken en ziek in de schuur lagen waren toen nog niet droog. De hoge dag- en nachttemperaturen van oktober waren daar debet aan. Gelukkig waren veel aardappelen met een hoge knoltemperatuur binnengekomen, zodat we met deze aardappelen direct het bewaarproces konden beginnen. Om als adviseur en leverancier van bewaarapparatuur zo dicht mogelijk bij de praktijk te staan nam ik in dat najaar zelf ook een box met aardappelen onder mijn hoede. Het ging om een partij met een glaspercentage van tien tot vijftien procent. Hiervan had vijf tot zeven procent een onderwatergewicht tussen nul en honderd gram. Eenzelfde percentage had een onderwatergewicht tussen honderd en tweehonderd gram. Het werd een leerzaam bewaarseizoen. Harry schreef toen een hele serie 30

columns in Aardappelwereld over zijn ervaringen. We zetten ze in dit boek achter elkaar. ‘Op 12 oktober zijn we begonnen met het ventileren van deze partij. De knoltemperatuur van de aardappelen lag gemiddeld op vijftien tot zestien ̊C. Ik heb alle beschikbare uren benut om met buitenlucht te kunnen ventileren. Met externe lucht heb ik 340 uur gedraaid, met interne lucht negentig uur en de kachel heeft in totaal 195 uur gebrand. Ik kan u zeggen, na al deze draaiuren is de partij nog niet droog. Dit is volledig toe te schrijven aan het feit dat ik door de hoge dag- en nachttemperaturen onvoldoende grammen vocht weg heb kunnen draaien. Wat ook meespeelt is dat op 28 oktober de aardappelen bovenin de partij nog 11,9 ̊C waren, terwijl ik steeds lucht van vijftien ̊C in het ventilatiekanaal blaas. Probleem is dat door verdamping van het vocht de aardappelen daar koud blijven. Om dit euvel enigszins op te heffen heb ik daarna de minimum hoeveelheid grammen waterafvoer op één gezet,


zodat ik tijdens het extern ventileren wat meer droog. Hierdoor ontstaat een wat lagere RV en droog je tijdens het intern ventileren ook nog. Door deze maatregel ging op 29 oktober na zes uur intern ventileren de knoltemperatuur omhoog van 11,9 naar 12,7 ̊C. Nu, 31 oktober, zijn de aardappelen gemiddeld 14,5 ̊C. De partij is inmiddels voor tachtig procent droog. Nog één koude nacht en dan heb ik ze op orde. Hierna is het van belang om de vijf tot zeven procent aardappelen met het lage onderwatergewicht te ventileren. Dat kan natuurlijk voor de volle 24 uur, maar hopelijk krijg ik vijf tot zes uur per dag de gelegenheid om ook dit klusje geklaard te krijgen. Drogen met kachels

31


Intern ventileren overheerst We pakken op de laatste novemberdag de draad op. In mijn eigen aardappelbox hebben de ventilatoren niet stilgestaan. Zoals u wellicht nog weet bevatte de kleine partij twaalf tot vijftien procent zieke knollen bij het inschuren. Maar eerst neem ik met u door wat ik tot 1 december heb gedaan om grip op de boel te houden. De teller van het aantal uren intern draaien is opgelopen van negentig tot maar liefst driehonderd uur. Dit omdat ik het vocht graag weer wil mengen door de box en de temperatuur overal gelijk wil houden, of op gelijk niveau wil brengen. Want bij verdamping daalt de temperatuur en daar waar het nat is, is het altijd kouder. Extern heb ik maar honderd uur extra kunnen ventileren. Dit komt deels omdat ik het verschil in grammen water op één heb gezet. Dit wil dus zeggen dat ik alleen extern ventileer bij goed drogende buitenluchtomstandigheden. In dezelfde periode is de kachel veertig uur bijgesprongen. Ik heb dus slechts veertig procent van de ventilatietijd nodig gehad, alleen dan wanneer het per se nodig was. Ik adviseer klanten momenteel alleen de kachel te 32

gebruiken als het echt nodig is. Dat is het geval wanneer rotte knollen nog echt nat zijn en aardappelen aan de omtrek nog vochtplekken vertonen. Nu naar de dag van vandaag. Elke dag probeer ik het product 0,1 ̊C in temperatuur te laten zakken. Dat valt niet mee met dit voorjaarsweer. Het streven is om in twintig dagen op negen ̊C uit te komen, nu is de producttemperatuur 11,2 ̊C. Ik hanteer daarvoor kleine temperatuurverschillen. Dit resulteert in zo’n drie à vier ventilatie-uren per dag. Wanneer je de verschillen ruimer maakt, neemt het aantal draaiuren af, maar dat

is minder gunstig voor de bewaarduur. Zo komen we er dit seizoen achter dat een product koelen geen eenvoudige zaak meer is in Nederland en omstreken. Degenen die nu uitgerust zijn met een koelinstallatie hebben een voorsprong en vele anderen zullen hen ongetwijfeld volgen. Over hoe met de koeling om te gaan wil ik graag volgend jaar schrijven. Een tip tot voor na de jaarwisseling: kijk en controleer elke dag uw bewaarproduct en bepaal dan hoe u het beste kunt ventileren: met of zonder buitenlucht. Klimaatcomputer DigiStore


‘De toestand is zorgelijk’ Van de twee boxen in de cel is er nu één onder controle. De situatie is stabiel, om in medische termen te spreken. Voor de andere cel van 750 ton is de omschrijving ‘de toestand is zorgelijk’ meer van toepassing. Daar blijven de waterzakken lekken, maar gelukkig niet zo erg dat je de gevolgen in de ventilatiekanalen terugvindt. Ik heb in de koudste week van de afgelopen periode gedurende vier à vijf dagen de nachtelijke kou benut voor ventilatie. Dat was lucht met een temperatuur van drie tot vier ̊C die ik tot negen ̊C heb opgewarmd. Met deze strategie daalde de producttemperatuur in de box met drie ̊C. Dat is geen goed teken, want dat geeft aan dat het product niet 33


droog is en daar schrok ik behoorlijk van. Na deze waarschuwing ben ik gaan ventileren met een luchttemperatuur van acht ̊C in het ventilatiekanaal. Die acht ̊C was de temperatuur die de onderste temperatuurmeter op dat moment aangaf. Na vier dagen ventileren met deze temperatuur liep de producttemperatuur eindelijk op naar zeven ̊C. Daarna ben ik gestopt met de continu ventilatie. Een paar dagen later ontdekte ik echter de lekkende aardappelen in deze box. Dat was weer het sein om door te gaan met volledige ventilatie tot het voor honderd procent zeker was dat heel de aardappelpartij droog was. De omstandigheden waren niet gemakkelijk door te weinig beschikbare momenten voor externe ventilatie. In de laatste week had ik maar drie uur met een geschikte buitenluchttemperatuur! Dat is natuurlijk veel te weinig. Ik geef u even de urenstanden van ventilatie en kachel om een indruk te krijgen van de toestand in de box: extern 600 uur, intern 560 uur en kachel 345 uur. U ziet dat de kachel heel veel heeft moeten bijspringen, veel meer dan in andere jaren. Dat was ook beslist noodzakelijk, want we hebben het wel over een aardappelpartij met twintig procent drijvers. Mijn eigen 34

praktijksituatie staat niet op zich. Veel klanten van ons bedrijf melden dezelfde ervaringen. Aardappelpartijen, hoe droog ze ook lijken, blijven lekkende aardappelen opleveren. Dus blijf controleren en ventileren bij signalering van vrijkomend vocht. Alleen op dit moment is het haast een onmogelijke opgave met die enorm hoge wintertemperaturen. Want bij hoge temperaturen kun je nooit drogen.

Eindelijk droog Het is alweer eind januari wanneer ik de laatste bevindingen uit mijn ‘eigen’ bewaarschuur op een rij zet. In de voorbije maand hebben de aardappelen een hoop misère meegemaakt. Vooral de cel met twintig procent rot erin. Na een moeizaam begin van januari met hoge temperaturen, konden we in de laatste week gelukkig een dag of vijf met een lagere temperatuur ventileren. Of beter gezegd: drogen met buitenlucht door deze met hulp van de kachels op te warmen naar 8,5 ̊C. Iedere keer dat ik met die opwarmsessie bezig was, zakte de producttemperatuur onderin de hoop van 7,5 naar 6,4 ̊C.

Ook in de bovenste meter was een temperatuurdaling waar te nemen. Deze inkoeling door verdamping, was voor mij het signaal dat er nog veel water in de box zat. Ik som voor de duidelijkheid even de situatie van maandagmorgen 22 januari op: voeler 1 gaf 6,6 ̊C aan, voeler 2: 6,8, voeler 3: 6,4 en voeler 4: 7,0 ̊C. De temperatuur van de ventilatielucht was op dat moment ruim acht ̊C, maar de RV helemaal boven in het product was maar 88 procent. Daar was het dus gortdroog! Deze situatie noopte mij ertoe, om met de RV-regeling aan de slag te gaan. Ik heb de RV-streefwaarde daarvoor ingesteld op 92 procent maximaal. Dit had de volgende dag al succes. Alle vier meters zaten nu op een temperatuur rondom 7,5 ̊C en de RV-meter wees negentig procent aan.


Veel glas? Ventileer op RV

Dit was voor mij een duidelijk signaal dat alle aardappelen nu eindelijk droog waren. Vervolgens hoefde ik alleen nog maar te ventileren voor vocht dat na dit moment nog vrijkwam. Dat deed ik door de RV op 92 procent te houden. Dit heb ik daarna een paar dagen volgehouden en na controle bleken eind januari alle voelers 8,0 ̊C aan te wijzen. Daarna heb ik de RV nog een keer bijgesteld en opgeschroefd naar 95 procent. Om aan te geven hoe bijzonder deze situatie is: het is voor het eerst in mijn leven dat ik met de RV-regeling in het product aardappelen werk. Tot slot nog even de ventilatie-uren op 31 januari: 780 uur extern, was vorige keer 600; 790 uur extern, was 560 en 405 uur met kachel, was 345.

Aardappelen worden met de dag meer waard, mits je ze maar goed bewaart. En dat valt dit seizoen niet mee. De box met de slechtste partij aardappelen is steeds meer gaan lekken. Naar schatting levert dit een verlies op van dertig ton product. Nu zeg ik: als het bij die 24.000 liter vochtverlies blijft, dan ben ik niet ontevreden. Gelukkig gaat het in de andere boxen wel naar wens. De verhouding tussen externe en interne ventilatiedraaiuren is momenteel bijna één op één, 860 extern: 878 intern. Een bijzondere ervaring is het jojo-effect van de relatieve luchtvochtigheid in de bewaarruimte bij intern ventileren. Soms daalt deze met enkele procenten, maar het omgekeerde gebeurt ook. Ik heb onlangs twee dagen niet extern kunnen ventileren en ben toen begonnen met een RV van 96. Na twee dagen was de RV gestegen naar 98. Dit laatste is een teken dat er nog steeds vocht vrijkomt uit de partij. Dan hebben we het over aardappelen met een percentage glazige knollen van 20 tot 25 procent. Ik ben er na deze ervaring van overtuigd, dat wanneer je zeer glazige aardappelen in de bewaring hebt, het raadzaam is om

op de RV-regeling te ventileren. Je kunt met deze regeling perfect in de gaten houden of de partij droogt, of dat er ineens weer vocht vrijkomt. Nog even kort over de bewaarstrategie die ik nu met deze partij hanteer. Gemiddeld ventileer ik dagelijks 2,5 uur met buitenlucht en 2,5 uur intern. Zoals ik al vele malen heb geschreven, ventileer ik dan met lucht die dezelfde temperatuur heeft als het bewaarproduct, of één ̊C minder dan de producttemperatuur. De bedoeling hiervan is om de aardappelen constant op acht ̊C te bewaren. Nu is deze bewaarruimte ook voorzien van een mechanische koeling. Je zou zeggen, waarom heb je die nog niet gebruikt? Ik kan deze pas gebruiken als het product met zekerheid niet meer lekt. Nu ben ik zelf wel benieuwd wanneer en of dat nog gaat gebeuren. Telers die een gezond product in de schuur hebben en waarvan de temperatuur wat begint op te lopen, raad ik aan de mechanische koeling aan te zetten. De meesten die mechanische koeling hebben zijn daar nu ongetwijfeld al mee begonnen. Wees voorzichtig met het terugbrengen van de temperatuur. Vanaf maart niet meer dan maximaal één ̊C inkoelen. Dit in verband met het behoud van de bakkwaliteit en drukplekvorming. Volgende keer meer hierover. 35


Drukplekken? Ventileer met hoge RV! In de vorige columns heeft u kunnen lezen dat in één box van de bewaring, die ik maandelijks beschrijf, het lekken van de slechtste aardappelknollen maar niet wilde stoppen. Ook tot begin april heb ik nog iedere dag ‘lekkage’ in de box gezien. Per dag komt daarmee ongeveer tien liter vocht vrij. De relatieve luchtvochtigheid in de box schommelt in de afgelopen periode tussen de 92 en 99 procent. Tot begin april is ventileren vrijwel altijd mogelijk geweest. De urenteller voor extern ventileren staat nu op 956 en die van intern ventileren op 1059. Toch waren er enkele dagen waarop ventileren niet mogelijk was. Funest. In zo’n periode gaat de producttemperatuur met minimaal een halve ̊C per dag omhoog. En daarin zit dit jaar vooral het probleem! Daardoor krijgen we drukplekken. Drukplekken ontstaan vooral als veel water uit de aardappelknollen wordt onttrokken. Wanneer de temperatuur van de aardappelen op zo’n dag waarop niet geventileerd wordt een halve ̊C stijgt, dan zul je nadien de temperatuur ook weer een halve ̊C 36

terug moeten koelen naar de gewenste producttemperatuur. Hoe meer je terugkoelt, hoe meer vocht je afvoert. Die vochtafvoer begint iedere keer in de onderste meters van de aardappelhoop. Het is daarom dat ik met klem adviseer om altijd productvoelers in de onderste meters van de box te steken. Wanneer je dan toch moet terugkoelen, doe dat dan met lucht waarin veel vocht zit, zoals mist. Of met zo weinig mogelijk grammen water verschil in buiten- en binnenlucht. Dit vraagt dus om zowel een RV-meter buiten als binnen. Nu zou je kunnen denken dat als het grammen water verschil te groot is en je niet kunt ventileren, je beter de lucht kunt bevochtigen. Mijn ervaring leert dat dit onder Nederlandse bewaaromstandigheden niets oplost, omdat dan vaak weer andere problemen ontstaan, zoals meer kiemen, zilverschurft en bacterieuitbraken.

alleen te ventileren met buitenlucht die dezelfde temperatuur heeft als het product. Als het per se nodig is om het product terug te koelen, doe dat dan alleen met lucht die geen vocht uit de aardappelknollen trekt. Is buitenlucht niet toereikend, dan is mechanische koeling in Nederland de meest optimale oplossing.

Voor dergelijke omstandigheden heb je meer aan een mechanische koeling. Op het moment dat het buiten droog is, moet die zijn werk gaan doen. Dan hou je door gebruik van koude lucht en intern ventileren het product ook constant op de gewenste temperatuur. Met als gevolg: minder uitdrogen. Dus samenvattend: drukplekken voorkomen in een bewaring zonder mechanische koeling doe je door eerst veertien dagen

Het lijkt onmogelijk, maar toch is het onder dergelijke omstandigheden mogelijk om de aardappelen te koelen. Dit gaat als volgt. Stel de computer zo in dat op die schaarse (nachtelijke) momenten, wanneer de buitenluchttemperatuur gelijk is aan de bewaartemperatuur van de aardappelen, de ventilator met buitenlucht gaat draaien. Dat mag alleen als die buitenlucht droger is, dus een lagere RV

Warm en toch koelen Aardappelen op bewaartemperatuur houden zonder mechanische koeling, met buitenluchttemperaturen tot 28 ̊C in april. Dat valt niet mee. Zeker niet wanneer daar, net als in mijn eigen bewaarboxen, nog glasaardappelen in liggen.


heeft, dan de binnenlucht. Ook deze restrictie is met de computer in te stellen (zonder bewaarcomputer is dit dus niet mogelijk). Wanneer u onder deze omstandigheden ventileert, al is het maar een paar uur, dan zult u zien dat de producttemperatuur daalt. De temperatuurdaling is het gevolg van verdamping van vocht op de aardappelen. Dit is ontstaan door het temperatuurverschil tussen de opgewarmde lucht boven de aardappelen en de koude knollen. Wat u beslist niet moet doen bij warmte buiten, is intern ventileren. Doet u dat wel, dan zal de producttemperatuur alleen maar sneller stijgen. Mijn advies is om kort intern te ventileren, vlak nadat u onder de genoemde omstandigheden extern heeft gedraaid. Voor degenen die heel goed geïsoleerde schuren hebben, al dan niet met

CO -meter ² mechanische koeling, is het belangrijk om de lucht in de bewaarcel regelmatig te verversen. De CO -concentratie ² mag niet hoger zijn dan 0,3 % (3000 ppm). Ventileer maximaal twintig minuten op het koudste moment van de dag met buitenlucht. Dit geldt voor perfect geïsoleerde schuren. Schakel, voor wie dat hebben, daarbij altijd de mechanische koeling in. Gebruik hiervoor de meting van de luchttemperatuur in de ruimte van de cel en probeer die gedurende de luchtverversing twee ̊C lager te laten zijn dan die temperatuur. Draai na die twintig

minuten nog even intern om de verse lucht goed door de hele box te verdelen. Deze strategie pas ik momenteel ook toe op mijn eigen bewaarbox die nog steeds lekkende glasknollen bevat. Dat levert dagelijks nog plusminus acht liter extra vochtverlies op. Dit is ook de reden dat de teller van de externe ventilatiedraaiuren nu, begin mei, op 1029 uur staat en die van de interne draaiuren op 1140 uur. Mijn mechanische koeling draait inmiddels al 271 uren. 37


Mechanische koeling

op gezet zou hebben, dan waren we zwaar in de problemen gekomen. Die Het resultaat van alle veel water bevattende aardappelen die inspanningen door de hele box voorkwamen, hebben ook enkele drukplekken opgeleverd, Onlangs is de box opengegaan voor maar niet overal. En dat verbaast me aflevering en dat bracht voor het eerst wel. Een verklaring heb ik hier nog niet het resultaat van alle inspanningen in voor, maar ik ga hier zeker naar op zoek. beeld. Veel droge aardappelen, gelukkig, Hoogstwaarschijnlijk heeft dit te maken maar ook nog die natte plek die maar met een fysiek verschil tussen primaire bleef lekken. Het is mij duidelijk dat hier en secundaire knollen. een fout in de luchtverdeling van de bewaarruimte zit, waarover ik al eerder Feit is dat de aanwezigheid van mijn vermoeden heb uitgesproken. In drukplekken zelf niet vreemd is. Na een normaal jaar zou die onopgemerkt 1107 draaiuren met externe lucht, tegen blijven, maar in een glaspartij krijg je de normaal 240 uur en 1221 draaiuren aardappelen op zo’n plek niet droog. intern, normaal ook 240 uur, is dit niet abnormaal. Nog een ander feit Een ander opvallend punt aan deze is dat ik deze aardappelen nooit had partij is dat nog steeds twee procent kunnen blijven bewaren zonder kachel. aardappelen water af zijn blijven geven. Deze heeft in totaal 506 uur gedraaid, Als je dat ziet, dan weet je zeker: tegenover nul uur in een normaal jaar. wanneer ik hier niet iedere dag lucht 38

Wat zeker ook heeft bijgedragen aan de houdbaarheid is de mechanische koeling, die nog 406 uur heeft aangestaan. De koeling heeft er namelijk voor gezorgd, dat de producttemperatuur vanaf half maart geheel constant is gebleven. Zonder de koeling zouden de aardappelen met die hoge april- en meitemperaturen niet op temperatuur te houden zijn geweest. Iedere aardappelbewaarder weet dat bij een oplopende producttemperatuur de knollen sneller verouderen en dat geeft op zijn beurt weer warmteproductie door het product zelf. Bij de ‘eigen’ bewaarpartij is dat gelukkig niet voorgekomen en al met al zijn de afleveringscijfers nog niet al te dramatisch. In totaal is 22 procent van het oorspronkelijke gewicht weggeventileerd. Het overgebleven percentage glazige aardappelen lag onder de twee procent en het gemiddelde onderwatergewicht bedroeg 360 gram. De bakkleur in de monsters scoorde een gemiddelde van anderhalve punt. Wat kunnen we hier nu van leren? In elk geval dat we het bij vergelijkbare


omstandigheden volgende keer beter kunnen doen. Zo heb ik achteraf gezien in de eerste twee weken te weinig geventileerd. En ook had ik de kachel moeten gebruiken om vanaf het begin de luchtvochtigheid zo snel mogelijk op een RV van 95 procent te brengen. Bovendien had de box door de combinatie van verdamping en temperatuurdaling te kampen met te grote temperatuurverschillen tot wel drie ̊C binnenin de partij. Bij een glaspartij als deze ontkom je er niet aan om vanaf dag één te ventileren op de RV-regeling en niet pas vanaf een aantal maanden. Angst is ook een slechte raadgever. Ik ben ook regelmatig geschrokken van het blijven lekken van de box. Maar ook als een aardappelpartij tot op de laatste dag acht liter per dag blijft lekken, dan is zo’n partij nog geen verloren race.

Foto: Aardappelwereld

Veel droge aardappelen, gelukkig, maar ook nog die natte plek die maar bleef lekken. Het is mij duidelijk dat hier een fout in de luchtverdeling van de bewaarruimte zit, waarover ik al eerder mijn vermoeden heb uitgesproken. In een normaal jaar zou die onopgemerkt blijven, maar in een glaspartij krijg je de aardappelen op zo’n plek niet droog. 39


Een ander opvallend punt aan deze partij is dat nog steeds twee procent aardappelen water af zijn blijven geven. Als je dat ziet, dan weet je zeker: wanneer ik hier niet iedere dag lucht op gezet zou hebben, dan waren we zwaar in de problemen geraakt.

Foto: Aardappelwereld

40


Korte verhalen In zak en as: rot in de schuur

Ondernemen is aanvallen

Geen cursus? Geen bewaarcomputer!

Een boerenechtpaar in Rutten zat in zak en as. In de box waren de aardappelen aan het rotten. Er lag een plasje water in de box. Ze zagen het niet meer zitten. Harry overtuigde ze ervan dat het nog goed kon komen. Om ze gerust te stellen gooide Harry nog eens tien liter water over de vloer, om de verbaasde man en vrouw duidelijk te maken hoeveel vocht hij in twee dagen weg ging ventileren en dat dat kleine plasje geen probleem was. Na twee dagen was dat vocht weg. Harry is er daarna nog een keer of tien geweest. De aardappeloogst werd gered. Aan het einde van het seizoen brachten ze gebak bij Tolsma.

‘Ik vroeg laatst aan een klant in België hoe het met zijn zoon ging. Die man heeft een prachtig bedrijf waar ze 35 hectare zelf tot frites verwerken. Awel Harry, witte ge da niet meer?, zei die man. Ik had gezegd dat die zoon een verdediger is, daarom geen risico’s wilde nemen omdat hij tegendoelpunten wil voorkomen. Ondernemen is meer aanvallen, risico’s nemen. Die zoon heeft het bedrijf niet overgenomen en werkt nu bij een loonwerker. Voetbal en ondernemen, of topsport en ondernemen, hebben veel overeenkomsten.’

Akkerbouwer Mulder uit België kocht een bewaarcomputer bij Harry Goos. Harry had de afspraak gemaakt dat hij de bewaarcomputer pas zou leveren als Mulder ook de bijbehorende cursus zou volgen. Op de dag van de cursus belde de Belg ’s morgens af. Dan lever ik jou die computer ook niet, zei Harry. Waarna Mulder alsnog naar Emmeloord reed om de cursus te volgen en zijn bewaarcomputer mee te nemen. Harry is ervan overtuigd dat dit voor de Belgische akkerbouwer een van zijn meest rendabele dagen is geweest.

41


Gerrit de Geus met zoon en opvolger Leon

‘De aardappel is een levend wezen’ Akkerbouwer en bewaarspecialist Gerrit de Geus kent Mollier diagram uit zijn hoofd 42


In 1975 werd Gerrit de Geus, nu 74 jaar, een akkerbouwbedrijf van 64 hectare toegewezen aan de Pijlstaartweg bij Lelystad. Zijn eerste consumptieaardappeloogst in 1976 deed hij direct in de bewaring, met ondersteuning van Auke Tolsma, die hem kort na de toewijzing al op het oude land had bezocht. Op deze pagina’s een interview met een man van de bewaarpraktijk, waarbij zijn zoon en opvolger Leon (37) ook aanschuift. ‘De aardappel is een levend wezen’, was een uitspraak van Auke Tolsma die Gerrit de Geus voor altijd in zich opnam. ‘Auke Tolsma was een voorloper in de aardappelbewaring’, stelt de akkerbouwer, die oorspronkelijk afkomstig is van Strijen op VoornePutten. ‘Tolsma was een enthousiaste man met veel kennis. We hadden in die eerste jaren van mijn nieuwe bedrijf veel contact.’ Gerrit de Geus isoleerde zijn eerste

bewaarschuur perfect en koos onder meer voor pneumatische luikenbediening. Hypermodern voor die tijd. ‘DLV vond het te duur’, weet De Geus nog goed. ‘Maar ik ben zo: je doet het maar één keer en dan moet het goed.’

BEWAREN BEGINT TIJDENS HET ROOIEN De filosofie van Gerrit de Geus is dat het bewaren al tijdens het rooien begint. De fritesen tafelaardappelen worden voorzichtig binnengehaald en met zorg naar de cellen getransporteerd. De valhoogte bijvoorbeeld is minimaal. De beschadigingen moeten namelijk ook minimaal zijn. Al tijdens het inschuren meet De Geus de temperatuur van de aardappelen. Hij wil weten wat hij in de cellen brengt, om daar adequaat op in te kunnen

Ondergronds kanaal 43


spelen. Zijn de nieuw ingebrachte aardappelen bijvoorbeeld te warm, bijvoorbeeld op een warme herfstdag, dan wordt er ’s avonds één tot twee uur intern geventileerd. Om de temperaturen van de aardappelen zo snel mogelijk dicht bij elkaar te brengen. Te natte aardappelen kwamen er niet in. Het is wel eens voorgekomen dat er tijdens het rooien een zware regenbui viel. De kletsnatte aardappelen werden daarna op het erf gegooid. Ze kwamen de schuur niet in. ‘In een box is dit levensgevaarlijk’, stelt De Geus. ‘De kans op rot in je partij is dan erg groot. Met kistenbewaring is dit tegenwoordig natuurlijk anders. Nu zou je die aardappelen in kisten apart drogen’.

ZORGVULDIG Een lastige periode is het voorjaar en begin van de zomer. Hoe hou je de warmte uit de cellen? Dat begint met zorgvuldigheid. Hou die deuren overdag dicht. ’s Avonds als het afkoelt mogen ze wel open staan. Kleine maatregelen waar lang niet elke boer alert op is. Met koude nachten kan er ’s nachts ook intern worden gedraaid. In de goed geïsoleerde schuur houdt De Geus het CO -gehalte in de cellen ook altijd ² goed in de gaten. De bakkwaliteit van de fritesaardappelen moet perfect blijven. De passie en zorgvuldigheid waarmee Gerrit de Geus zijn aardappelen bewaart vielen ook op bij Harry Goos, die inmiddels bij hem aan de Pijlstaartweg over de vloer kwam. Beide praktijkmensen vonden elkaar, leerden van elkaar.

BEWAARPROJECT Om het ‘natte vingerwerk’ zo ver mogelijk terug te dringen 44

zette Harry beginjaren tachtig een bewaarproject op. Tien boeren in de omgeving van de Pijlstaartweg, waaronder Gerrit de Geus, deden daaraan mee. Zakjes van exact twintig kilo aardappelen werden op verschillende plaatsen in de bewaarcellen gebracht. Het gehele bewaarseizoen werd er gemeten en geregistreerd. Iedere boer zette zijn eigen kennis en ervaring in. Aan het einde van het bewaarseizoen was het gemiddelde bewaarverlies 4,5 procent, maar scoorde Gerrit de Geus het best met een gemiddeld verlies van maar 2,31 procent. Bovenin de partij had hij 2,8 procent verlies, onderin 1,9 procent. Gerrit weet zich er niet zo veel meer van te herinneren. Weet ook niet of dit project tot diepgaande discussies heeft geleid. Hij praat eigenlijk niet zo veel over bewaren met collega’s. Liever gaat hij hierover het gesprek aan met specialisten als Harry Goos. ‘Die man heeft zo veel ervaring, heeft zo veel excessen meegemaakt. Het blijft interessant om naar hem te luisteren. Ik ging ook graag naar zijn lezingen.’

ZOON LEON Tegenwoordig praat Gerrit veel over bewaren met zijn zoon Leon. Die heeft in 2002 het akkerbouwbedrijf overgenomen, dat voor die tijd was verplaatst naar de Futenweg (94 hectare aaneengesloten, met lichtere grond) tussen Lelystad en Zeewolde. ‘Mijn vader is bescheiden’, valt Leon in het gesprek. ‘Hij is altijd met bewaren bezig. Hij kent het Mollier diagram uit zijn hoofd, weet exact wat er in de bewaarschuur gebeurt en past zijn bewaarstrategie altijd aan, aan veranderde omstandigheden. Het seizoen duurt voor hem, en nu ook voor mij, van het poten in het voorjaar tot en met het afleveren in de maanden juni en juli van het jaar daarop. Want zo lang bewaren wij onze aardappelen.’


Het bewaren deed senior vroeger op gevoel en ervaring. Momenteel is de computer een hulpmiddel. Leon: ‘Vroeger vroeg ik mijn vader wat hij deed en waarom hij dat deed. Daar heb ik veel van geleerd. Nu stel ik de computer in en vraagt mijn vader waarom ik dat zo doe. Zo houden we elkaar scherp. We meten ook nu nog voortdurend en kijken in de schuur wat er gebeurt. En ook tegenwoordig hebben we nog zakjes aardappelen in de boxen om het gewichtsverlies te meten.’

TROTS Anno 2013 doet Leon de Geus nog steeds zaken met Tolsma-Grisnich. ‘Tolsma-Grisnich is een prachtig bedrijf. Ik vind dat we trots moeten zijn op zo’n Nederlandse onderneming, met zo veel kennis, met zo’n goed product.’ Aardappelen bewaren is voor velen een moeilijk vak omdat het levende organismen zijn en je met zoveel klimaataspecten te maken hebt. Op de slotvraag of het bij hem in de schuur in al die seizoenen wel eens goed mis is gegaan, antwoordt Gerrit de Geus zachtjes maar beslist: ‘Nog nooit’.

Mollier diagram

45


Tolsma groeit

Zo veel mogelijk in eigen huis ontwikkelen In 1984 verscheen de ISAT, Tolsma’s eerste bewaarcomputer. Die werd gebouwd door een bedrijf in Zuid-Holland. Bij elke verandering moesten de Emmeloorder bewaarspecialisten voor een lange rit in de auto. Dat begon te wringen. Tolsma besloot het programmeren zelf te gaan doen om zo zelf computers te kunnen bouwen. De eerste bewaarcomputer werd, in 1986, de TPU. Dergelijke beslissingen zouden ze bij Tolsma vaker nemen.

In de periode daarna werd de bewaarcomputer steeds verfijnder, kon deze steeds meer en nauwkeuriger meten en registreren. Eind jaren tachtig verscheen de TTU, een kleinere computer, met nog meer mogelijkheden. En inmiddels zijn we op dat terrein natuurlijk al weer veel verder. Zie ook de columns in dit boek.

SCHAALVERGROTING In Nederland nam het aantal klanten af, maar de overblijvende akkerbouwers waren gemiddeld wel groter en zij investeerden massaal in de digitale bewaartechniek. Terwijl twee collega’s de export deden, die in de jaren negentig steeds meer op gang kwam, bleef Harry gefocust op Nederland. Hij werd verkoopleider en mocht werken met zijn eigen verkoopteam. Harry: ‘Enkele jongens zijn later eigen baas geworden. Vaak in de akkerbouw. Ze kopen nog steeds alles bij mij. Dat vind ik geweldig.’

KOELTECHNIEK Zoals ook uit het verhaal over Gert Jan en Dick van Tilburg blijkt, kocht Tolsma tot begin jaren negentig de koeltechniek in bij PS Koeltechniek in Deventer. Toen met name bij de introductie van de

46


TPU

Mixlucht Unit op het koelbedrijf van de Van Tilburgs bleek dat de samenwerking ventilatie en koelen heel nauw op elkaar moet worden afgestemd, realiseerde Tolsma zich dat koeltechniek in het bedrijf moest worden geïntegreerd. Daarop werd PS Koeltechniek overgenomen, met aanvankelijk een nog zelfstandig functionerend management. Het eerste koelproject leverde overigens een groot verlies op. Het was meteen helder dat koelen een andere tak van

NETAGCO

aandelen verkocht aan Netagco. Ze trokken zich al vrij snel terug, waardoor de leiding meer in handen kwam van Cors de Visser (export, wonend en werkend in Duitsland), Wil van Hooijdonk (algemene zaken) en Harry Goos (verkoop).

Daarvoor was Tolsma Techniek overgenomen door het Netagcoconcern en werd het onderdeel van de aardappeldivisie. De eigenaren Cees en Piet Tolsma hadden in 1999 hun

De directeur van de aardappeldivisie van Netagco kwam regelmatig poolshoogte nemen in Emmeloord. Hij had een lastige gesprekspartner in Harry Goos. Harry: ‘Deze man had geen verstand van agra-

sport is dan ventileren. Tolsma had nog wat te leren op dat terrein. Harry Goos: ’Het duurde tot 2003 voordat we dat onderdeel pas echt goed op de rit hadden.’

47


rische zaken. Dat zei ik hem ook. Bovendien wist ik van de gezamenlijke vergaderingen op het hoofdkantoor in Lelystad dat het met Netagco slecht ging. Tolsma was een van de weinige bedrijven die nog wel winst maakte. Maar dat bedrag mochten we niet herinvesteren, omdat het naar de slecht renderende zusterondernemingen moest.’

‘Een van die bedrijven maakte vijf miljoen euro verlies op jaarbasis. Maar dat zou snel goed komen, werd ons beloofd. Wij geloofden daar niet in. Ik zei tegen de directeur aardappeldivisie: als je het volgende jaar geen verlies lijdt, stap ik op en hoef je mij geen vergoeding mee te geven. Zo niet, dan hoop ik dat we Tolsma terug kunnen

kopen. Wij waren ervan overtuigd dat Netagco zou omvallen. Al met al was het een leerzame, maar vooral nare periode, mede omdat wij door Netagcoproblemen onze eigen trouwe relaties niet op tijd konden betalen. Wij stoorden ons aan van alles binnen Netagco, konden niet werken zoals we dat bij Tolsma gewend waren.’

DE OVERNAME Een jaar later maakte het bewuste bedrijf zeven miljoen euro verlies. De directeur was op een zijspoor gezet. Er kwam een interim-directeur. Tolsma Techniek was te koop, zei hij. Cors de Visser, Wil van Hooijdonk en Harry Goos gingen de onderhandelingen in, waarbij commercieel talent Harry regelmatig het woord voerde. Ze kwamen er niet uit. ‘Dan wachten we wel tot jullie failliet zijn‘, zei Harry. En inderdaad, Netagco ging failliet. De curator werd de volgende onderhandelingspartner. Er volgden tien dagen van stevig onderhandelen. Uiteindelijk, op witte donderdag 2003, kwamen beide partijen eruit. Cors de Visser, Wil van Hooijdonk en Harry Goos werden, met terugwerkende kracht, per 1 januari 2003, eigenaar van Tolsma Techniek.

48


Harry Goos in het nieuws

49


De columns (SERIE 3)

Wees alert op natrot In een nat groeiseizoen is de kans op bacterieproblemen groot. Die kans moeten we zo klein mogelijk maken. Voorkom beschadiging bij het rooien. Dat is de eerste eis om het product lang in bewaring te houden. Vervolgens is het van belang de aardappelknollen droog in te schuren. Wees extra alert wanneer er veel moederknollen en ziek mee de bewaring in gaan. Bij een vroege oogst van een nat product willen de lenticellen van de aardappel nog wel eens ver open staan, wat te zien is aan de witte puntjes op de knollen. In combinatie met rot is dat funest. Beter is het dan ook om niet te rooien als de lenticellen nog open staan. Vermijd ook sterk wisselende knoltemperaturen bij het inschuren om condensvorming in de box te voorkomen. Daarbij is het zaak aanhangend vocht snel weg te draaien en de boel droog te houden. 50

Koel de aardappelen niet direct in, maar neem de tijd voor een goede wondheling van de knollen. De ideale temperatuur daarvoor ligt tussen vijftien en achtien ̊C. De daarvoor benodigde periode is veertien dagen. Hoe te drogen? Droog overdag altijd met buitenlucht. Begin aan het eind van de middag met intern ventileren met de schuurdeuren open tot bedtijd. Draai ’s nachts met een kachel erbij. Stel de luchttemperatuur hiervan twee ̊C hoger in dan de laagste knoltemperatuur in de box. Zet ’s morgens vroeg de kachel weer uit en draai nog tot een uur of tien intern met de deuren open (dan kan er nog wat extra vocht uit de bewaring) en daarna weer met buitenlucht. Nog een tip tot slot. In veel aardappelpercelen liggen diepe spuitsporen en kopakkers zijn her en der aardig verprutst. Rooi deze straks apart en breng de oogst hiervan in een aparte ruimte of lever direct af land.


Wat te doen als je rotte knollen hebt Na de extreem natte maand juli konden we in augustus gelukkig toch weer op het land bezig zijn. Tijdens het rooien komt wel duidelijk naar boven wat de invloed van de vele regen is geweest. Op veel plaatsen komen in meer of mindere mate rotte knollen voor die soms ook mee de bewaring in gaan. Het blijft dus zaak om tijdens het bewaren goed op te blijven letten, om op tijd te kunnen ingrijpen wanneer dat nodig is. Ik geef u een paar voorbeelden en tips uit de praktijk. Rotte knollen kunnen natuurlijk verschillende oorzaken hebben. Verschillende soorten rot hebben ook een verschillend aantal weken nodig voordat de knollen helemaal weggerot zijn. Zo duurt het bij Phytophthora wel zo’n twintig weken en bij rot veroorzaakt door Erwinia ongeveer tien weken. De strategie om dit vrijkomende vocht weg te drogen moet dus ook logischerwijs verschillend zijn. Wanneer partijen nogal vochtig of met veel grond binnen komen is het een goede methode om de ventilatoren continu, indien nodig handmatig, aan

Inspecteren van aardappelen te zetten en de luiken op automatisch. Zo is er altijd een luchtbeweging in het product en zorgt de klimaatcomputer op basis van meting van temperatuur en RV er voor dat er alleen dan extern geventileerd wordt wanneer de lucht ook werkelijk drogend is.

Hou bij partijen met rotte knollen altijd in de gaten dat er voldoende mogelijkheden blijven om met buitenlucht te drogen. Dus zorg ervoor dat het product op de juiste temperatuur blijft. Doe dit door de bewaarcomputer op de juiste manier in te stellen of 51


door ´s nachts met een kachel erbij te ventileren. Het kan ook zinvol zijn om de bewaarcomputer zo in te stellen dat deze meerdere keren per dag een bepaalde periode met buitenlucht ventileert. Let er ook op dat bij sterk drogend weer en een vochtig product in de schuur, de producttemperatuur wel 2,5 ̊C kan zakken door verdamping van vocht. Als laatste opmerking wil ik u er nog op attent maken dat het belangrijk blijft elke dag het product te bekijken en indien nodig de instellingen van de klimaatcomputer bij te stellen. Hou hierbij de verwachte buitentemperaturen goed in de gaten zodat er, zeker voor moeilijke partijen, geen drooguren verloren gaan!

Neem eens computerles Wat is beter: handmatig ventileren of met een computer? ‘Als ik met de hand ventileer, heb ik nooit last van een storing’, zei een teler een keer tegen me. Het storingsprobleem waar deze teler het over heeft zit ‘m vooral in het vooraf instellen van de computer. Veel bewaarders hebben daar moeite mee, zeker in de eerste weken van bewaring, waarbij je met veel factoren rekening moet houden. Wondheling, verschillende knoltemperaturen bij het inschuren, condensvorming, grote verschillen in dag- en nachttemperatuur, luchtvochtigheid en later ook het terugkoelen van het product. Nu hoeft met de hand ventileren beslist niet slechter te gaan dan met de computer ventileren. Als je maar weet waar je mee bezig bent. Zo wist de teler die met de hand ventileert me precies te vertellen hoeveel grammen water er op dat moment in de buitenlucht

52

zaten. En ook wist hij, dat wanneer hij met een lagere buitenluchttemperatuur ventileerde dan binnen, hij zijn product aan het drogen was. Ik trof diezelfde week ook een teler mét bewaarcomputer. Hij wist absoluut niet hoe het ding werkte, waarop ik hem vroeg waarom hij hem dan gekocht had. Het antwoord kwam neer op de opmerking: ik dacht dat het eenvoudiger was dan het is. Oftewel je drukt op de knop en klaar is Cees. Maar ook met een computer werkt dat niet zo. Ik heb de betreffende teler een computerles van onze vertegenwoordiger aangeboden en na twee uur studie wist hij van de hoed en de rand. Kijk, als je eenmaal exact weet hoe de computer werkt is het wel makkelijker, nauwkeuriger en bespaar je veel controletijd. Nu de teler de computer kent, kan hij na enkele instellingen op elk gewenst moment met de ideale luchttemperatuur voor de wondheling ventileren. Of de dagtemperatuur nu 25 ̊C is en die in de nacht tien ̊C, met de juiste computerinstelling hoef je je


daar geen zorgen over te maken. Met de hand wel, want dan moet je zelf voortdurend meten en de ventilatie bijstellen. Voor de teler die nu zijn computer kende, ging een wereld open. ‘Ik wist niet wat ik zag’, was zijn reactie na één dag ventilatie door de computer. ‘Het product was veel egaler en sneller gedroogd dan in alle jaren ‘handwerk’. Wat ik met dit voorbeeld wil aantonen, is dat heel veel telers niet optimaal gebruikmaken van de mogelijkheden die ze in huis hebben. ‘Het is te ingewikkeld’ en ‘het kost teveel tijd om het te leren’ zijn veelgehoorde tegenargumenten. De ervaring leert echter, dat je met een goede instructie al na een paar uur oefenen meer uit de computer haalt dan ooit tevoren. Daar hoeft u niet mee te wachten totdat het september of oktober is. Oefen bijvoorbeeld in juni of juli al een paar keer. Dan weet je ook gelijk of alle apparatuur goed werkt en voorkom je veelal een hoop van de gevreesde storingen op het moment van bewaren. Klimaatcomputer training 53


Hou het weer in de gaten In sommige seizoenen is het najaar ideaal om de aardappelen in te schuren. Het is een heerlijk gevoel als het product droog en met de juiste temperatuur achter de planken zit. Dan ontstaat er een nieuwe fase: hoe hou ik die producttemperatuur zo constant mogelijk? Voor de telers die een mechanische koeling hebben is dat geen probleem. Zij kunnen met hulp van de computerinstelling de temperatuur exact regelen. Alleen zij die met buitenlucht ventileren moeten de ogen open hebben. Belangrijk is dat zij de veranderingen van het weer en het product zo scherp mogelijk in de gaten houden. Ik geef een voorbeeld. Normaal staat de instelling voor het temperatuurverschil tussen het product en buiten op 2 tot 2,5 ̊C. Bij warmer weer, zoals in begin december, moet die instelling terug naar één. Dan gaan de luiken sneller open als het buiten maar één ̊C kouder is dan de producttemperatuur. Ook moet je nu oppassen met intern draaien. De wachttijd hiervoor staat in het computerprogramma normaal op 12 54

tot 24 uur. Nu moet je echter helemaal niet intern draaien. Pas wanneer er weer vorst op komst is kan het intern ventileren na wachttijd weer gebruikt worden. Vriest het lekker, stel dan de wachttijd in op zes uur en draai dertig minuten intern. Dat intern draaien is nodig om geen condensvorming in de cel te krijgen en om de producttemperatuur zo gelijk mogelijk te houden. Daardoor hoef je ook minder extern te draaien. Wanneer we op dit moment met vochtig weer extern draaien, werken we met een klein grammen water verschil. Dat houdt de kans op drukplekvorming klein, maar

kan wel meer kiemproblemen geven verderop in het bewaarseizoen. Om dit te voorkomen adviseer ik tijdig met het gassen te beginnen, maar alleen op een droog product. Anders is het effect nihil. Resumerend wil ik nog even zeggen: mensen pas uw bewaarcomputer tijdig aan, speel in op sterk veranderende weersomstandigheden. Gaat het straks vriezen, verhoog dan de instelling van het temperatuurverschil, verlaag het grammen water verschil van vijf naar drie om uitdroging te voorkomen en stel een kortere wachttijd in voor intern ventileren.

Blijf alert Sommige perioden in de bewaring verlopen voorspoedig. Wanneer de zaken gemakkelijk verlopen is de mens geneigd achterover te leunen en verdwijnt de alertheid. Bij het bewaren van gewassen ligt echter altijd gevaar op de loer. Ook wanneer alles ogenschijnlijk goed gaat, is het van belang de aardappelen drie tot vier keer per week ter plekke te controleren. Dus ga in de aardappelcellen, kijk, voel, ruik en vergelijk dit met de


verrichtingen van de bewaarcomputer. Controleer bijvoorbeeld of er condens te vinden is. Condens ontstaat bij temperatuurverschillen. Het voorkomen en laten verdwijnen van condens doe je door ventilatie met warme lucht. Gebruikt u hiervoor de kachel, maak de lucht dan nooit warmer dan de producttemperatuur. Tip: Hang de luchtthermometer op de plek waar de meeste condens te vinden is. Ventileren met buitenlucht kan de condens ook doen verdwijnen. Bijvoorbeeld als de buitentemperatuur boven het vriespunt ligt en het zonnetje schijnt. U zult zien dat de condens na een paar uur draaien als sneeuw voor de zon is verdwenen. Zorg er wel voor dat u na het sluiten van de luiken nog even intern ventileert. Enkele aardappelbewaarders die een paar weken niet hebben opgelet, en ook niet iedere dag om de zes uur een kwartiertje intern hebben geventileerd, zitten met de gebakken

peren. En met die gebakken peren doel ik op aardappelen die tegen de buitenwanden van de bewaring liggen. Die zijn dan te nat geweest en dat is nu te zien doordat ze beginnen te kiemen. Sommige bewaarders van frites- en chipsaardappelen zijn het CO -gehalte ² in de bewaarruimte uit het oog verloren. Vooral bij hermetisch afgesloten schuren is dat probleem opgetreden. Een goed CO -gehalte ligt tussen 0,2 en 0,5 % ² (2000 en 5000 ppm). Met een goede bewaarcomputer is dit automatisch in te stellen. Alleen moet u zelf wel controleren of u dat ook gedaan heeft. Vergeten gebeurt regelmatig, geloof mij. Blijf de boel dus op alle fronten controleren, want zowel het weer als het product in de cel is iedere dag aan veranderingen onderhevig.

Mechanische koeling verdient zich terug Bij veel temperatuurschommelingen buiten is het heel lastig om binnen de bewaarschuur het gewenste klimaat op peil te houden. Vooral wanneer daarin technieken als computerbesturing en mechanische koeling ontbreken. In de afgelopen maand hebben we de koude perioden die geschikt zijn voor een (af) koelende ventilatie op één hand kunnen tellen. Een groot gevaar daarvan is dat we op die schaarse momenten te fanatiek gaan ventileren. Buiten is het een keertje drie ̊C, dus hoera, draaien maar! Binnen liggen echter fritesaardappelen op zeven ̊C in de cel. Wanneer je met zo’n temperatuurverschil gaat draaien, dan vraag je om problemen. Je zult dan zien dat er in de cel na een poosje ventileren een te groot temperatuurverschil gaat optreden in 55


de aardappelhoop. De knollen onderin zijn nogal wat lager in temperatuur dan bovenin en daardoor ontstaat onderin condens. Vaak zie je de gevolgen daarvan pas veel later terug. Meestal pas bij het leegdraaien van de cel. Wat je dan bijvoorbeeld kunt aantreffen zijn gekiemde aardappelen onderin de hoop. Om dit te voorkomen adviseer ik dus altijd alleen te ventileren met buitenlucht die maximaal twee ĚŠC lager is dan de producttemperatuur. Hou er ook rekening mee dat normaal gesproken de ventilator de lucht ook 0,8 ĚŠC opwarmt. Kortom, ventileren is met de hoge temperaturen als in deze winter en de voorgaande winters niet eenvoudig. Het vergt veel stroom en de vele malen ventileren gaan eveneens ten koste van het productgewicht. Ik vraag me dan ook

al enige tijd af of het nog wel verstandig is om in Nederland aardappelen te bewaren zonder mechanische koeling. De afgelopen jaren zie ik een toename van bewaarellende uit cellen die enkel buitenluchtventilatie hebben gehad. Zilverschurft, drukplekken en kiemen zijn daarbij schering en inslag. Met mechanische koeling hoef je bij wisselende temperaturen minder vaak te ventileren dan met enkel buitenluchtventilatie. De kosten van minder ventileren compenseren dus deels de kosten voor de koeling. Bovendien krijg je minder temperatuurschommeling in het product en daardoor minder kiemen en minder indroging. Oftewel, de stroomkosten van de mechanische koeling betalen zich ook ruimschoots terug met een betere productkwaliteit.

Controleer ook de technische conditie Er zijn momenten dat de aardappelen in de juiste omstandigheden achter de planken liggen. De gemiddelde bewaarder hoeft op dat moment met niets meer bezig te zijn dan het product netjes in de gaten te houden. Een ideale periode om bij de controles ook eens naar de conditie van uw mechanisatie te kijken. Neem bijvoorbeeld de ventilator. Wanneer de bladen van de ventilator vuil of beschadigd zijn, leveren ze niet meer de gewenste capaciteit. Dat zal duidelijk zijn. Vuil op de bladen heeft echter ook een negatieve invloed op de levensduur van de mechaniek. Let er dus op dat ze schoon zijn en vervang de beschadigde of niet meer reinigbare exemplaren. De praktijk leert dat de vervanging of reiniging al gauw tien tot vijftien procent meer ventilatierendement geeft. Uitlaatluiken

56


57


Ga ook eens na of de capaciteit van de ventilator nog past bij het aantal tonnen aardappelen dat erachter ligt. Stel je hebt 150 ton product, dan is daar een ventilator voor nodig met een vermogen van drie kW en een inlaatopening van 1,2 vierkante meter. Wanneer je dat niet hebt, kun je net zo goed een lichtere ventilator van twee kW gebruiken, of je moet het met grotere inlaatluiken doen. Bij meer dan de helft van de aardappelbewaarders is dit niet goed geregeld, is mijn ervaring. Wie ieder jaar opnieuw aan de buitenwanden en/of de hoeken van de cellen veel gekiemde aardappelen krijgt, doet er verstandig aan de luchtverdeling in de cel te verbeteren. Dat kan bijvoorbeeld door de zijwanden beter of

opnieuw te isoleren en eventuele kieren in het dak te dichten. Kiemen ontstaan vooral door grote temperatuurverschillen in de cel, waardoor condens ontstaat. Aan de wanden en hoeken zijn die verschillen het grootst en dat moet je zien te voorkomen. Voor aardappelbewaarders met een oudere installatie is het raadzaam deze een keer op alle fronten te laten controleren. Het handigste is om dat te doen net nadat het bewaarde product afgeleverd is. Ervaring wijst uit, dat er dan bij het begin van het nieuwe seizoen minder problemen optreden. Ik vind het jammer dat maar weinig aardappelbewaarders deze inspectie consequent uitvoeren.

Geen stress bij het afleveren

April en mei zijn piekperioden in de arbeidsfilm van de aardappelteler. Er moet kunstmest gestrooid worden, de grond klaargelegd, poters de grond in, spuiten, kortom: druk, druk, druk. Door tijdgebrek schiet een kijkje in de aardappelschuur er dan wel eens bij in. Hetzelfde gaat op voor het opwarmen van de aardappelen. Want je zult net zien, wanneer jij op het land bent, belt de afnemer of je onmiddellijk wilt leveren. Dus geen tijd meer om de aardappelen even op aflevertemperatuur te brengen. Stressen! Relax, zeg ik dan op mijn beurt. Het mooiste en tevens het beste is om in deze afleverperiode het product zodanig in temperatuur op te laten lopen dat je niet hoeft op te warmen. Mijn advies

58


is om ze langzaam op te warmen met een kachel. Zet daarbij de thermostaat maximaal twee ̊C hoger dan de koudste voeler. Kan dat niet gewoon met buitenlucht?, krijg ik regelmatig als vraag. Nee, dat is niet verstandig is dan mijn antwoord. Wanneer buitenlucht warmer is dan je aardappelen, en dat heb je eind april al gauw, dan warm je ze om te beginnen niet op, maar maak je ze vooral nat door condensvorming. En u weet inmiddels, wanneer aardappelen nat zijn en je gaat ze vervolgens droogblazen, dan verdampt eerst het vocht. Door die verdamping daalt juist de temperatuur van de aardappelen. Pas wanneer de boel weer droog is, gaat de producttemperatuur omhoog. Maar ook bij ventilatie met droge buitenlucht daalt de producttemperatuur als gevolg van verdamping van vocht in het product. Gevolg hiervan is dat de producttemperatuur daalt en je de

knollen nog eens extra uitdroogt. Dus ik raad u aan: gewoon intern ventileren, met de deuren een stukje open in verband met CO , de kachel ² twee ̊C hoger dan het product en je hebt geen stress meer bij afleveren in deze maanden. Zorg er bij deze actie wel voor dat de aardappelen niet te veel gaan kiemen. Ook als een partij gevoelig is voor veroudering, is het belangrijk voorzichtig om te gaan met opwarming.

59


Korte verhalen

60

Tolsma geeft geen korting

Kennis over productbewaring neemt toe. En dat is maar goed ook!

Bedreiging voor TolsmaGrisnich: gebrek aan personeel

Een boer in Tollebeek wilde drie ventilatoren kopen en zei tegen vader Goos: ik wil ze wel bij jullie Harry kopen, maar dan moet hij mij wel korting geven. En dat laatste was bij Tolsma nu juist not done. Harry loste dit op zijn eigen manier op. Hij ging naar de boer en zei dat hij de drie ventilatoren voor 1.000 gulden kon krijgen, in plaats van 1.100 gulden. Nadat de handtekening onder het verkoopcontract was gezet, zei Harry: u heeft nu 200 gulden meer betaald, want die ventilatoren kosten 800 gulden. Die man was boos. Harry heeft uiteraard geregeld dat de ventilatoren voor 800 gulden werden geleverd. Deze klant heeft nooit meer om een korting gevraagd.

Er is de afgelopen 35 jaar veel veranderd in de wereld van de bewaartechniek. In die beginperiode zat er een schakelaar bij de deur van de opslag. Voordat de boer naar bed ging zette hij de ventilator aan en als hij weer op stond ging die weer uit. Dat leidde tot grote oogstverliezen. Vervelend, maar met vijftig ton in de schuur niet onoverkomelijk. Tegenwoordig wordt er aanzienlijk beter bewaard. En dat is maar goed ook! Tien procent verliezen van vijfduizend ton is dramatisch. Dan praat je al gauw over 25.000 euro! En dan zijn er frites- en chipsfabrikanten die nog meer bewaren. Overigens: de boer die de minste verliezen heeft, heeft vaak ook de beste kwaliteit.

Een ernstige bedreiging voor innovatieve technische bedrijven als TolsmaGrisnich is het gebrek aan goed geschoold personeel. Harry Goos is daar duidelijk in: ‘Ik vind dat Nederland faalt op het gebied van technisch onderwijs. Het aanbod van technisch en praktisch opgeleide mensen is absoluut te laag. De meeste ouders zien hun kind liever achter een computer dan in een overall en hebben een volstrekt gedateerd beeld van bedrijven in de techniek. Ondertussen weten de meeste betrokkenen het wel, maar we leiden nog steeds duizenden jongeren op tot dierenverzorger of sportleraar, op kosten van de samenleving, terwijl er nauwelijks werk is in deze branches. En wij staan te springen om technische vaklieden. Ik kan er niet bij.’


Klanten met een topsportmentaliteit Familie Van Puymbrouck teelt en bewaart 280 hectare aardappelen Christine, Jean-Pierre, Romain en Maria van Puymbrouck

‘Ons landbouwbedrijf is een 24-uursonderneming. Als wij een groot probleem hebben, dan willen we dat onze leveranciers op elk moment van de dag bereikbaar zijn om ons te helpen dat op te lossen. Dat kan ook zondagavond negen uur zijn. Op die basis hebben wij onze samenwerking met Harry Goos opgebouwd, en via Harry ook met Tolsma.’ Dat zegt Romain van Puymbrouck, akkerbouwer uit Tourinnes-Saint-Lambert in Wallonië, op tien kilometer van de grens met Vlaanderen, hartje België. Samen met zijn vrouw Maria, zoon Jean-Pierre en diens echtgenote Christine werken ze gedreven aan de 61


uitbouw van hun akkerbouwbedrijf, waar fritesaardappelen de hoofdtak vormen. Het familiebedrijf verbouwt en verwerkt jaarlijks 280 hectare aardappelen, die in eigen beheer tot juli worden bewaard en aan McCain worden geleverd. Niet slecht voor een akkerbouwer die pas in 1994 met het telen van aardappelen is begonnen! GESCHIEDENIS In het verre verleden heeft de familie Van Puymbrouck ook al aardappelen geteeld. Vijf generaties lang boerden de Van Puymbroucks in Kieldrecht. Daar teelden ze onder meer aardappelen, kleinschalig. Totdat het gezin in 1980 moest wijken voor de uitbreiding van de Antwerpse haven en naar een nieuw landbouwbedrijf in Tourinnes-SaintLambert verhuisde. Aanvankelijk was dit een traditioneel akkerbouwbedrijf, met onder meer suikerbieten, tarwe en gerst en daarnaast een vleesveetak. In 1991 kwam de toen nog maar 18-jarige Jean-Pierre in het ouderlijk bedrijf werken. In 1993 besloten vader en zoon om cichorei te gaan telen en in het voorjaar van 1994 pootten ze hun eerste negen hectare consumptieaardappelen. Uitgerekend dat jaar zou er extreem veel doorwas ontstaan.….. 62

HARRY GOOS In het voorjaar van 1994 organiseerde de organisatie van Waalse aardappeltelers een educatieve uitstap naar Nederland. Jean-Pierre ging mee, met moeder Maria. Vader Romain koos voor een cichoreibijeenkomst in NoordFrankrijk. Eén van de programmaonderdelen in Nederland was een lezing van Harry Goos over het bewaren van aardappelen. Jean-Pierre weet dit nog goed: ‘Ik vond dat Harry een interessant verhaal vertelde. Maar ik weet ook nog goed dat er iemand op de voorste rij bijna in slaap dommelde. Harry gaf heel duidelijk aan dat hij daar niet van gediend was.’ In het najaar van 1994 sloeg in Tourinnes-Saint-Lambert enigszins de paniek toe. Een groot deel van de oogst bestond uit glasaardappelen. Romain en Jean-Pierre hadden nog geen bewaarloods. Alleen maar een eenvoudige schuur van dertig bij twaalf meter, met heel veel stro. Hoe kregen ze die aardappelen droog de winter door? Ze zagen de problemen als een grote golf op zich afkomen. Op een donderdag in november belden ze met hun adviseur bewaartechniek. Die was echter niet thuis en niet bereikbaar! De ogen van Romain van Puymbrouck spuwen nog vuur als hij dit vertelt. ‘Zo werkt dat niet

hè, bij op ons het bedrijf. Wij zijn zelf, als het nodig is, dag en nacht in de weer. Dat verwachten we, zeker als we met een groot probleem zitten, ook van onze relaties.’ Jean-Pierre kon zich Harry Goos nog herinneren en besloot de volgende morgen meteen naar Tolsma in Emmeloord te bellen. Hij kreeg Harry aan de lijn en de familie Van Puymbrouck was dezelfde dag om een uur welkom! Na de middag was er tijd voor overleg en de eerste adviezen. ’s Avonds was de order rond! De familie Van Puymbrouck kocht temperatuurmeters, metalen ventilatiekanalen, kachels en ventilatoren. De maandag erop werden ze geleverd! De familie had amper tijd om al het stro uit de schuur te halen. Romain van Puymbrouck: ‘Dat dit zo snel gebeurde was toen en nu de kracht van Tolsma. Ze ontwikkelen en produceren vrijwel alles zelf, dus kunnen ze snel schakelen. Ze zijn niet afhankelijk van leveranciers waar ze weinig greep op hebben. Het is niet alleen Harry, er zit een sterk bedrijf achter.’ Het bedrijf in Wallonië


Foto: Niels van der Boom-Agrifoto.nl

63


In één seizoen leerden de Van Puymbroucks meer dan andere telers in tien jaar. Met een ongekende gedrevenheid, en met veel kennis van bewaren, bouwden ze in de jaren daarna aan hun onderneming. Van de koeien werd afscheid genomen, fritesaardappelen vormden de hoofdtak. Vrijwel elk jaar werd het areaal aardappelen door huur of koop van land uitgebreid. Van 68 hectare in 1998, naar 212 hectare 2007 en 280 hectare in 2012.

Bewaarloods

Eens in de zoveel jaren werd de bewaarcapaciteit aangepast, in nauwe samenwerking met McCain en Tolsma. In 1998 werd de eerste bewaarloods gebouwd, drie cellen van 1.500 ton. Bijzonder: eerst werd in nauw overleg gekozen voor de bewaartechniek en daar werd de bouw van de loods op aangepast. Daarnaast werd een schuur gebouwd om aardappelen voor de korte termijn te bewaren en werd in 2006 weer een loods gebouwd, voor 2.000 ton opslag. Alle bewaarloodsen werden volledig geautomatiseerd, met de nieuwste technieken. En natuurlijk een goede isolatie. JeanPierre: ‘Vooral in de zomer heb je die hard nodig.’

Foto's: Niels van der Boom- Agrifoto.nl ˄ ˃

ELKE DAG CONTACT Vanaf het eerste contact op vrijdag was er elke dag telefonisch contact met Harry. Hoe hou je deze partij aardappelen droog? Elke dag was het meten en kijken. Elke dag was het improviseren. Als Harry in de buurt was, kwam hij ook zelf kijken. Met de adviezen van Tolsma en de inzet van Romain en Jean-Pierre, 64

die hun aardappelen letterlijk dag en nacht in de gaten hielden, geschiedde er een klein agrarisch wonder. De glasaardappelen uit het najaar van 1994 werden in mei 1995 droog afgeleverd.

In 2007 werd een tussenruimte van dertig meter overdekt en geschikt gemaakt voor de opslag van machines en het laden en lossen van de aardappelen. De logistieke werkzaamheden worden georganiseerd door de vrouwen Maria en Christine. In 2007 werd ook nog eens een mobiele koelunit gekocht. Het bewaren (tot juli) beheersen de Van Puymbroucks inmiddels tot in de finesses. Het lukte ze zelfs als eersten om de aardappelen los tot vijf en zes meter hoog te bewaren. Ze hebben hetzelfde topsportfanatisme als Harry Goos. Elke dag willen ze leren, beter worden.


Met de bekende directe benadering van de Nederlandse verkoper hebben Romain en Jean-Pierre nooit moeite gehad. Romain: ‘Wij zijn net zo. Wij zeggen ook hoe we erover denken. Houden niet van achterbaks gedrag. En zo is Harry ook.’ JeanPierre: ‘Waar het om gaat is dat Harry verstand van zaken heeft en dat Tolsma een bedrijf is waar je op kunt bouwen. Wij hebben inmiddels al kennisgemaakt met diverse collega’s van Harry. Met hen kunnen wij ook prima uit de voeten.’ De resultaten zijn er naar. McCain heeft meer dan 1.700 telers in België en Frankrijk. De kwaliteit van de aangeleverde grondstof wordt elk jaar gemeten. Dan gaat het onder meer om vorm, kleur, hardheid en bakkwaliteit. De familie Van Puymbrouck zit vrijwel ieder jaar bij de top vijf! Het familiebedrijf Van Puymbrouck is nog niet klaar met bouwen. Dit jaar wordt er weer een nieuwe bewaarloods gebouwd waar nog eens 5.000 ton aardappelen kunnen worden bewaard. Leverancier van de bewaartechniek: Tolsma-Grisnich.

De binnenplaats 65


Harry Goos in het nieuws

66


De herstart in 2003 was moeizaam ‘Tolsma is een fantastisch bedrijf’ Wil van Hooijdonk, Cors de Visser en Harry Goos hebben nooit getwijfeld over de potentie van Tolsma.’Dit is een fantastische onderneming. Of het nu design, software, hardware, metaalbewerking of montage betreft, we doen het als maakbedrijf zelf. Dat maakt ons innovatief en sterk. Daar voegen wij onze unieke kennis over het optimaal bewaren van aardappelen aan toe.’

Hoe innovatief en uniek ook, het nieuwe management ging in 2003 met Tolsma Techniek verder in een moeilijke periode in de akkerbouw. De prijzen waren gemiddeld al enige jaren slecht. Noodgedwongen ging Tolsma afgeslankt verder. Van de 45 medewerkers in vaste dienst verloren er twaalf hun baan. Wil van Hoojdonk mocht deze moeilijke klus klaren, Harry richtte zich puur op de verkoop. De visie die de nieuwe leiding had was: innoveren, meer conceptmatig opereren en meer exportgericht ondernemen. Een mooi voorbeeld van innovatie is de EC-ventilator. Die geeft aanzienlijk meer rendement. Een ander voorbeeld is de nieuwe bewaarcomputer Vision Control die nu ook via de mobiele telefoon en de iPad aan te sturen is.

Tolsma in 2006 Becom uit Marknesse, specialist in besturingstechniek. De technisch goed geschoolde medewerkers gingen mee. In 2008 werd Grisnich uit Emmeloord overgenomen, specialist op het terrein van sorteren, intern transport, reinigen en verwerken van aardappelen. In 2011 werd een intensieve samenwerking aangegaan met Kiremko uit Montfoort dat machines ontwerpt, produceert en levert die van aardappelen frites maken. Tolsma-Grisnich en Kiremko leveren nu uit eigen huis, of in nauwe samenwerking met diverse partners, complete projecten, van inschuren, bewaren tot en met de bouw van een fritesfabriek. Het gevolg: steeds groter wordende klanten kunnen met steeds grotere pakketten worden bediend.

MEER SAMENWERKING

SUCCESVOL IN EXPORT

Van bewaartechniek alleen kun je niet meer leven. Dat werd steeds duidelijker. Voortvloeiend uit de nieuwe visie kocht

Met bredere en grotere projecten kon Tolsma ook succesvoller de exportmarkt op. Vanaf 2005 is de export gaan 67


groeien. De cijfers zijn spectaculair. In de tweede helft van de jaren negentig schommelde de omzet rond de zeven miljoen euro per jaar. Na een korte opleving in 2000 en 2001 zakte de omzet in de periode van 2002 tot en met 2005 zelfs naar een niveau van zes miljoen euro. In 2006 begon de groei. Van negen miljoen euro in dat jaar ging de omzet elk jaar omhoog naar ruim dertig miljoen euro in 2011! Daarvan komt negentien en een half miljoen euro uit de export. VERTREK Nieuwbouw kantoor en fabriek 2010

68

Per 1 maart 2013 vertrekt Harry Goos bij Tolsma Techniek als commercieel directeur. Hij blijft wel aandeelhouder. Zijn collegaaandeelhouders en Harry vinden dat

de toekomst van Tolsma Techniek gebaat is bij nieuwe leidinggevenden, met een frisse kijk en met een horizon die bij jonge mensen toch vaak verder ligt dan bij vijftigers en zestigers. Harry weet dat het verstandelijk een goede beslissing is, gevoelsmatig zit het nog niet helemaal goed. ‘Ik weet niet of ik goed afstand kan nemen en weet ook niet of ik een nieuwe goede levensinvulling kan vinden. Ik heb nog zo veel energie en nog zo veel ambities. Ik zou graag meer willen coachen. Geen aardappelen meer, maar bijvoorbeeld ondernemers die een klankbord en advies nodig hebben. Ook zou ik als voetbaltrainer graag een ambitieuze club vooruit willen helpen. Ik zie wel wat er op mijn pad komt.’

Grisnich bunkerinstallatie


69


Harry Goos geeft uitleg

70


Slotwoord

Wanneer je dit in een ontwikkelingsfase doet, kom je steeds tot verbeteringen. De reden dat ik dit boek heb laten maken is dat het voor mijn opvolgers van TolsmaGrisnich, maar zeker ook voor (toekomstige) akkerbouwers, heel belangrijk is om te laten zien waar we in de bewaartechniek vandaan komen. Hoe we stap voor stap de bewaring hebben verbeterd, vaak in samenwerking met onze klanten, maar soms ook met het WUR en natuurlijk ook samen met onze toeleveranciers. In die processen keken we vooral naar het product en de praktijk, zeker niet alleen naar de theorie. Zelf meten, kijken, ruiken, voelen en controleren. Daar gaat het om. En dan niet elke week, maar elke dag en als het nodig is elk uur.

Ik heb zelf door zo te werken veel gezien en veel geleerd. Vandaar ook dat dit boek nogal wat weetjes bevat die ik als bewaarcoach in de Aardappelwereld heb gepubliceerd. Het doel is, toen en nu, dat akkerbouwers daar gebruik van kunnen maken. Ik wens hen en mijn opvolgers bij TolsmaGrisnich veel succes. Harry Goos

71


Colofon: 'Aardappelen zijn als voetballers; ze hebben een goede coach nodig' is een uitgave van Harry Goos en TolsmaGrisnich Website: www.tolsma.nl Redactie: Huib van der Wal tekstschrijver Ir. Jan van Maldegem, Tolsma Fotografie: eigen materiaal, Pim van der Maden Vormgeving: Marieke Langedijk-Jippes Drukwerk: GBU grafici Oplage: 1.000 72


De bekende voetbalcoach Foppe de Haan was bereid om Harry Goos aan een mooie omslag te helpen. Harry Goos is in zijn vrije tijd een fanatieke amateurvoetbaltrainer en kent Foppe de Haan al vele jaren. Leiding geven aan zijn verkoopteam, leiding geven aan voetballers; Harry deed het op zijn eigen wijze. Eerlijkheid, openheid, vertrouwen en respect. Die vormen voor hem altijd de basis en leiden tot topprestaties. Het bewaren van aardappelen moet ook leiden tot topprestaties. En in zekere zin moeten aardappelen in de bewaarcel ook worden gecoacht. Vandaar de naam bewaarcoach voor de columns van Harry Goos in Aardappelwereld. Een extra reden voor Foppe om mee te werken is dat een deel van de opbrengst van dit boek naar het Foppefonds gaat. Zie ook www.foppefonds.nl.

omslag harry goos2.indd 1

o

Afscheid goos  

Afscheid goos

Afscheid goos  

Afscheid goos