Gay&Night September 2015

Page 22

210

de week nog wel bij als communicatie-adviseur. Ik kan van mijn boeken leven, maar dan zou ik niet veel kunnen investeren. Ik wil hiernaast ook kunnen experimenteren met een fotoshoot, mijn boeken in het Duits en Engels laten vertalen, en een eau de toilette maken met de geur van echt arabierenzaad.’

Arabierenzaad?

‘In mijn tweede boek staat het verhaal Maarten en Moustafa. Dat gaat over een blonde gymnasiumscholier van vijftien, wiens vader zijn baan verliest. Ze verhuizen van een sjieke villawijk naar een achterstandsbuurt, en zitten daar tussen Marokkanen, Algarijnen en Irakezen. Maarten valt daar als een blok voor en het verhaal ontaardt in een enorme zaadorgie. Tijdens voorleessessies experimenteerde ik al met illustraties, stukjes muziek en geuren; bij het voorlezen van een verhaal dat zich afspeelde op een verlaten boerderij rook je bijvoorbeeld een houtkachel. Zo kwam ik op het idee om een eau de toilette te maken bij het verhaal van Maarten en Moustafa, met de geur van echt arabierenzaad. Daar wilde ik oorspronkelijk echt zaad voor gebruiken, maar dat bleek verboden: je mag geen cosmeticaproducten maken met menselijke cellen erin. Daarom heb ik de geur door een parfumier na laten maken. Maar ik heb ook nog een kunstobject gemaakt: zeven esjes eau de toilette, waarin ik écht arabierenzaad heb gedaan. De jongen wiens spermageur we synthetisch na hebben laten maken heeft dus nóg zeven kwakjes ingeleverd. Hij was echt heel coöperatief. Hij vond het ook een geil idee dat er in Amsterdam mannen zouden rondlopen die naar zijn zaad ruiken. Van het kunstobject zijn er nu twee verkocht, van de eau de toilette meer dan 120. Ik heb nog 58 liter in m’n appartement staan, dus ik kan voorlopig nog vooruit.’

Schrijf je vooral over je eigen fantasieën en ervaringen, of schrijf je, na drie boeken, vooral over wat je denkt dat je lezer van je verwacht?

‘Ik schrijf nooit iets wat ik zelf niet geil vind. Het zijn echt mijn persoonlijke erotische fantasieën en ervaringen. Als ik geen stijve heb terwijl ik het verhaal bedenk, dan is het niet goed. Het gebeurt weleens dat ik niet opgewonden word van iets dat ik heb geschreven. Dan gaat het eruit.’

Wat voor reacties krijg je op de boeken? ‘Ik heb een principieel besluit genomen om alle

022

Interview / Eric Kollen

/ INTERVIEW

gêne bij het grofvuil te zetten en open en eerlijk te schrijven over alles wat ik opwindend vind, om mezelf helemaal te bevrijden van oordelen van anderen. Maar dat besluit kon ik alleen nemen omdat ik toen in Hongarije woonde; er was niemand in een straal van honderd kilometer rondom onze boerderij die Nederlands kon lezen, en ik dacht destijds dat ik nooit meer terug zou keren naar Nederland. Toen dat toch gebeurde, bleek het helemaal geen probleem te zijn. De dame achter de kassa heeft mijn werk waarschijnlijk helemaal niet gelezen, en de mensen die het wél hebben gelezen, die waarderen mijn eerlijkheid, en willen soms zelfs van gedachten wisselen. Sinds ik mijn boeken schrijf, heb ik verbazingwekkend openhartige gesprekken. Ik hoor vaker van mensen die niet veel lezen, dat ze mijn boeken in één ruk uit hebben. Dat vind ik een groot compliment. Of mensen vertellen dat ze onverwachts opgewonden werden van bepaalde dingen die in mijn verhalen gebeuren. Dat is ook wel een van mijn doelstellingen.’

Maar hoe reageerde je directe omgeving? ‘Mijn neefje van vijftien is mijn allergrootste fan. Hij verslindt die verhalen. Maar zijn vader leest de boeken niet. Mijn ouders en zusjes lezen het deels, maar houden soms halverwege een verhaal op. Dat vind ik niet erg. Ik stuur al mijn boeken naar mijn moeder, zusjes en broer op, maar doe er altijd een briefje bij dat ze zich niet verplicht moeten voelen om het te lezen. Als ze het toch doen, is het voor eigen risico.’

Vertel eens over de cover van Jongenssprookjes 3?

‘Dat was voor mij een heel belangrijke cover, en mijn meest succesvolle afche tot nu toe. Toen ik ging voorlezen bij Boekhandel ‘t Verschil in Antwerpen, hing daar een poster voor ondergoedmerk Andrew Christian, van een model met een Arabisch uitziende tekst op zijn onderbuik. Dat vond ik ontzettend spannend om te zien. Het trof me als een mokerslag. Ik ben dol op Arabische mannen. Toen ik nog jong en aantrekkelijk was, was dat ook wederzijds, dus ik heb ervan gesmuld. Ik woonde toen in Amsterdam Oost, en ik heb me daar goed vermaakt. Maar er is geen cultuur waarin openbare homoseksualiteit zo wordt verketterd. Dat vind ik een heel spannende contradictie. Zoiets wilde ik ook voor de cover van mijn derde boek; een jongen met een Arabische tattoo. Niet

op z’n onderbuik want dat vind ik te makkelijk, maar op z’n billen. Robert Sompolski heeft de foto gemaakt, en ik heb Emir Bellatoui van Stichting Secret Garden gevraagd of hij een tekst wilde maken met een betekenis voor Arabische homo’s. Dat werd “fadaytoeka rohi”, wat zoveel betekent als “voor jou offer ik mijn ziel”. Een heel intense betuiging van liefde en overgave. Het afche dat ik heb verspreid om het boek te promoten is bijzonder geliefd, maar wordt voortdurend vernield. Dan scheuren mensen het gedeelte met de Arabische tekst af. In Groningen heb ik ook geplakt, en die zuil was bewerkt met een mes. Ze hadden echt op mijn afche in staan hakken. Dat vond ik wel pittig.’

Ben je inmiddels druk aan het schrijven aan Jongenssprookjes 4?

‘Het vierde boek is al af! Het vijfde en het zesde ook al. Ik werk nu aan het zevende boek. Bij het samenstellen van een bundel vind ik het belangrijk dat ik genoeg verhalen heb om uit te kiezen. Een historisch verhaal dat zich bijvoorbeeld afspeelt in de Klassieke Oudheid, een verhaal met een actief perspectief, eentje met passief perspectief, een jonge hoofdpersoon, een oude hoofdpersoon, noem maar op. Ik schrijf per jaar een boek, maar omdat ik met zeventien verhalen terugkwam uit Hongarije, wordt die voorraad steeds aangevuld.’

Wanneer komt Deel 4 uit, en wat kunnen we van je verwachten?

‘Jongenssprookjes Deel 1 wordt nu vertaald in het Duits en het Engels en daar gaat verschrikkelijk veel tijd in zitten. Ik bemoei me daar heel intensief mee en heb gewoon geen tijd om dit najaar weer een boek uit te geven. Ik had Deel 4 gepland voor april 2016, maar als ik naar mijn agenda kijk zou het ook best november kunnen worden. Ondertussen ben ik ook bezig met het maken van audiobooks en in het najaar maken we een hoorspel van één van de verhalen uit Jongenssprookjes 2. En op 8 november geef ik in het Betty Asfalt Complex de workshop “Zelf porno schrijven”. Ik denk dat daar wel animo voor is. Mensen kunnen dan actief participeren, óf alleen toehoorder zijn.’

Alsof dat nog niet genoeg is, publiceert Eric Kollen vanaf het volgende nummer fragmenten uit Jongenssprookjes in Gay&Night en op Gay.nl. Meer info: www.jongenssprookjes.nl 210


Millions discover their favorite reads on issuu every month.

Give your content the digital home it deserves. Get it to any device in seconds.