Page 1

verschenen in ABP Wereld 1/2012 (ongeredigeerde versie)

‘Soms is ons werk te vanzelfsprekend’ De waterschappen staan de laatste tijd ter discussie als onafhankelijke bestuurslaag. Volgens voorzitter Peter Glas van de Unie van Waterschappen is daar geen enkele reden voor, omdat Nederland een ‘uniek concept qua waterbeheer’ heeft. Ondertussen innoveren de waterschappen met ‘waterschapsenergie’ en ‘energiefabrieken’. door: Gabor Mooij

De Unie van Waterschappen (UvW) is de in 1927 opgerichte vereniging van de momenteel 25 waterschappen in Nederland. “We vertegenwoordigen het belang van het regionaal waterbeheer bij de politiek in De Haag en in Brussel. Daarbij zijn we ook betrokken bij wetgeving over alles wat met water te maken heeft. Verder organiseren we het netwerk van de 25 waterschappen. Gemiddeld heeft een waterschap zo‟n 400 mensen in dienst. Dat zijn er samen ruim 10.000. De kennis en het nieuws uit dat netwerk brengen we naar de politiek en maatschappelijke organisaties. Een belangrijk gezegde is bij ons: „het gaat om het water, niet om het schap‟”, vertelt UvW-voorzitter Peter Glas. Naast belangenbehartiging doen de waterschappen aan kennisontwikkeling via de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA). “Dat is het kenniscentrum van de regionale waterbeheerders in Nederland. Verder hebben we voor de gezamenlijke ICT de Stichting Het Waterschapshuis opgericht ”, merkt Glas op. Uniek De waterschappen onderhouden alle dijken, ook de zeeweringen. Daarnaast beheersen ze het waterpeil en zuiveren ze afvalwater. Glas: “Nederland heeft een uniek concept qua waterbeheer. Het buitenland kijkt daar met interesse naar. We werken in een overvolle Delta, waarbij 60 procent van ons land wordt bedreigd door overstroming en 25 procent van het land onder de zeespiegel ligt. Meer dan 99 procent van de huishoudens is aangesloten op het riool. Dat is het hoogste percentage in de wereld. Europees gezien hebben we een uitstekend rendement qua zuivering. We verwijderen meer dan 80 procent van het fosfaat uit afvalwater. Als je kijkt naar wat het kost en wat we bereiken dan zou je wensen dat Nederland daar trotser op zou zijn. Maar als je het goed doet, wordt het stil om je heen. Soms is ons werk te vanzelfsprekend. Voor de medewerkers is dat wel eens frustrerend. Als we niets zouden doen, zou het op een ramp uitdraaien. Niet meer zuiveren betekent dat de kwaliteit van het oppervlaktewater achteruit holt met alle kwalijke gevolgen van dien voor de volksgezondheid. De dijken niet meer onderhouden, leidt tot watersnood, verlies van mensenlevens en mogelijk honderden miljarden euro schade.” Waterschapsenergie De waterschappen willen het zuiveren van afvalwater koppelen aan het terugwinnen van energie en grondstoffen. Wat de energie betreft hebben de waterschappen daarom het begrip waterschapsenergie bedacht. “Dat is groene energie die je uit rioolwater kunt halen. In rioolwater zit acht keer meer energie dan nodig is om het schoon te maken. De kunst is hoe je bij deze waterschapsenergie komt. Het gaat om warmte, stromingsenergie en de energie van organisch materiaal. We vergisten het organisch materiaal. Hieruit komt biogas voort dat we verder kunnen gebruiken. Ons doel is in ieder geval om uit dit proces zoveel te halen dat het de energie die nodig is voor het zuiveringsproces compenseert. Belangrijk is dat we voor het opwekken van waterschapsenergie nog voor 2015 niet één installatie bouwen, maar tien tot vijftien. Zo krijgen we veel ervaring voor het vervolg.” Experimenten met het opwekken van groene energie lopen al in Nieuwegein, Apeldoorn en Tilburg. Een aantal nieuwe installaties zijn in aanbouw. “In Apeldoorn verwerken ze ook afval uit de voedingsmiddelenindustrie. Er kan echter meer. Denk daarbij bijvoorbeeld aan dierlijke mest. We zijn er voorstander van om alle organische stromen in Nederland te koppelen. De waterschappen kunnen daarbij hun installaties aanbieden. Dat kan in samenwerking met (agrarische) bedrijven, ingenieursbureaus, technologische bedrijven, de installatiebouw en bouwbedrijven. ” Het waterschap De Dommel, waar Glas watergraaf is, bouwt een duurzame zuiveringsinstallatie in Tilburg. “We gaan het slib van acht zuiveringsinstallaties naar die installatie brengen.”


Kosten De financiering van een installatie als in Tilburg gaat via het principe de vervuiler betaalt voor zuivering. “Daarvoor hebben we de zuiveringsheffing. Ieder waterschap moet zelf het geld ophalen in de eigen regio. De tarieven voor de „ingezetenen‟ verschillen per regio. Dat hangt af van de ligging en van de investeringen die nodig zijn in een waterschap. Het tarief ligt tussen de 130 en 230 euro per meerpersoonshuishouden.” Een deel van de energie die vrij komt bij het duurzaam zuiveren van afvalwater gebruikt de waterschappen zelf. De overige „waterschapsenergie‟ verkopen ze als groene energie. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij Waterschap de Dommel via energieleverancier Greenchoice. “De terugverdienperiode is tien jaar. Maatschappelijk levert het dus groene energie en ook geld op.” Energiefabriek Een belangrijke rol bij het duurzame hergebruik van afvalwater speelt de „energiefabriek‟. “In 2007 gingen jonge, enthousiaste medewerkers van de waterschappen bij elkaar zitten om te bedenken wat de waterschappen anders kunnen doen. Het ging om een interne prijsvraag. Hieruit kwam de „energiefabriek‟ voort. Daarin werken veertien waterschappen samen door technologie en kennis te delen.” De UvW is één van de partijen waarmee het kabinet een „green deal‟ heeft gesloten. “Dat gebeurde op 3 oktober 2011. Hierin speelt de „energiefabriek‟ een prominente rol.” Afgesproken is dat de waterschappen de komende jaren twaalf „energiefabrieken‟ oprichten die biogas, groene stroom en duurzame warmte opwekken. “In 2015 zijn er tussen de twaalf en vijftien energiefabrieken, waaronder Nieuwegein, Apeldoorn en Tilburg. In 2020 kunnen we de zuivering volledig laten draaien op energie uit afvalstromen. De ambitie is om op termijn alle 350 rioolwaterzuiveringen om te bouwen tot „energiefabrieken‟. Als we duurzame energie produceren op alle 350 rioolwaterzuiveringen in Nederland worden we een van de grootste groene energieproducenten van Nederland. We produceren dan jaarlijks net zoveel als de stad Rotterdam verbruikt.” Fosfaatkringloop De terugwinning van fosfaat is het belangrijkste voorbeeld van de grondstoffen die de waterschappen uit afvalwater willen halen. Op 4 oktober 2011 tekende de UvW in de Van Nelle Ontwerpfabriek in Rotterdam het Ketenakkoord Fosfaatkringloop met de overheid, een aantal bedrijven en maatschappelijke organisaties. “We gaan op korte termijn drie tot vijf terugwinlocaties voor fosfaat opzetten. In het slib dat vrijkomt na zuivering zit fosfaat. Dat wordt tot nu toe verbrand en dan komt de as met daarin het fosfaat in asfalt en beton terecht. Het fosfaat is dan verloren. Dat is niet nodig als je het fosfaat terugwint. Het hoeft dan niet in de natuur te worden gewonnen als delfstof. Vervolgens kunnen bedrijven van het teruggewonnen fosfaat kunstmest maken en grondstoffen voor de industrie. Het uit afvalwater halen van fosfaat brengt zo ook geld op.” Klimaat Ook in een klimaatakkoord dat de UvW in 2010 sloot met het Rijk komen de duurzame ambities van de waterschappen naar voren. “Het gaat om doelen voor een klimaatbestendig waterbeheer en een duurzaam inkoop- en energiebeleid. Deze doelstellingen willen we onder meer bereiken via de energiefabrieken. We konden daardoor ook ambitieuze doelen stellen in het klimaatakkoord. Je ziet allerlei initiatieven. Zo is er een waterschap dat hun bedrijfsauto‟s op eigen groen gas laat rijden. Ook hebben we bijvoorbeeld voor het kantoor van mijn waterschap De Dommel een koudewarmteinstallatie gebouwd. Dit werkt via koude-warmteopslag, waarbij koel grondwater in de zomer wordt gebruikt om gebouwen te koelen. Het hierdoor opgewarmde water wordt vervolgens opgeslagen in de bodem zodat het in de winter kan worden gebruikt om gebouwen te verwarmen. Hierdoor is het energielabel van het kantoor in één keer van F naar A gegaan.” Export Glas stelt dat de waterschapsenergie ook staat voor de innovatieve kracht van de waterschappen. “Die kracht heeft bijvoorbeeld ook meerwaarde voor bedrijven op het gebied van watertechnologie en hun export. Het kabinet heeft aangegeven dat de export van die technologie moet verdubbelen. We kunnen daarbij een partner zijn voor bedrijven.” Glas ziet wel wat in het idee dat pensioenfondsen in die innovatie investeren. “Dat zou kunnen via de Nederlandse Waterschapsbank. Via deze bank loopt 90 procent van de investeringen van de waterschappen. Het is een triple A-bank en daarmee voor buitenlandse investeerders uit bijvoorbeeld China en Brazilië een veilige haven. Als een pensioenfonds belegt in die bank heeft het een degelijke maatschappelijke belegging.”


Discussie In de politiek steekt af en toe de discussie de kop op om de taken van de waterschappen naar de provincie te brengen. Argument daarbij is dat de waterschappen een overbodige bestuurslaag zijn. Het opheffen van die bestuurslaag zou volgens voorstander D66 jaarlijks 500 miljoen euro opleveren. Een felle Glas: “In Nederland geven we aan de dijken 800 miljoen euro per jaar uit. Dat is iets meer dan een promille van het BNP van 600 miljard euro. De zuiveringskosten zijn 1,5 miljard per jaar. Alles bij elkaar bedragen de jaarlijkse kosten van het drinkwater- en het waterbeheer zo‟n 7 miljard euro. Tot 2020 stijgt dat naar 8 à 9 miljard per jaar. Door samenwerking kunnen we van die jaarlijkse kosten richting 2020 per jaar gemiddeld 750 miljoen af krijgen. Bezuinigen door waterschappen op te heffen vanwege bestuurlijke vernieuwing dat werkt niet. Met het waterbeheer moet je niet spelen vanuit ideologische gronden. Je moet kijken naar de kwaliteit en naar de kosten. „If it ain‟t broken don‟t fix it‟, zeggen ze in het Engels. Niet iedere verandering is een verbetering. In ons geval is het een groot risico en waarom zou je veranderen als het goed gaat?”

Pensioen De medewerkers van waterschappen bouwen pensioen op bij het ABP. Glas: “Je vertrouwt erop dat het pensioen in goede handen is. Ik zie wel dat er zorgen zijn. Nu is er een groot collectief pakket met weinig keuze. Het is wellicht mogelijk dat er meer variatie komt. In cao‟s zijn er al meer keuzemogelijkheden. Ik heb de indruk dat dat bij pensioenfondsen nog wat minder het geval is. Bij het collectief overleg van het ABP zou je argumenten over meer keuzevrijheid kunnen uitwisselen.”

ABP UvW  

Wereld UvW artikel

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you