Page 1

# 6 | oktober 2007 | christelijke organisatie voor internationale vluchtelingenhulp

Eelco Fortuijn

‘Het is zó dom om mensen arm te houden’

Birma

Karen-vluchtelingen wachten op vrijheid

Ambassadeur Gospel Choir D-Light in Liberia


‘Verdiepen in levens van mensen’

02 | inhoud | tekst Johan Mooij, fotografie Folkert Rinkema

Een blauwe lucht, spelende kinderen en een groep volwassenen op een matje onder de boom. Het tafereel op de foto roept bij mij nog altijd warme herinneringen op. De foto is gemaakt in Zuid-Sudan, waar ik werkte en samen met mijn vrouw en kinderen woonde. Voor mij vertegenwoordigt dit tafereel een van mijn beste momenten van onze tijd daar.

Op de foto zie je mijn kinderen spelen met een paar Sudanese kinderen en wij zitten met een groep volwassenen van een afstandje te kijken. Ik weet nog precies wanneer de foto is gemaakt. Vrienden hadden ons uitgenodigd voor een maaltijd en daarna zaten we te genieten van onze spelende kinderen.

Dankbaar Nu bijna twintig jaar later woon ik alweer geruime tijd in Nederland. In de afgelopen 5 jaar was ik werkzaam als directeur voor het Flevoziekenhuis. Een mooie tijd, maar het ‘wereldje’ van ontwikkelingssamenwerking bleef altijd trekken. Ik ben dan ook dankbaar en blij dat ik me nu als directeur voor ZOA-Vluchtelingenzorg mag inzetten. Een organisatie met een hart voor anderen, die mensen tot hun recht wil laten komen. Onze nieuwe campagne [r]echt voor de vluchteling spreekt mij dan ook erg aan. Het is niet zomaar een slogan, maar een uitspraak die zegt waarvoor we staan én die iets vraagt van

onze organisatie. We willen recht doen aan de vluchteling en hen dus de beste zorg bieden. Vluchtelingen zijn daarbij meer dan alleen een doelgroep, meer dan een onderdeel van een project. Het zijn mensen met een stem waarnaar we willen luisteren. Vluchtelingen hebben geen organisaties die hun belangen vertegenwoordigen, zoals een patiëntenvereniging of de consumentenbond. Integendeel, ze verkeren vaak in een kwetsbare positie en zijn afhankelijk van anderen. Juist daarom willen we experts zijn en de beste zorg bieden. En vluchtelingen mogen ons hierop aanspreken. Want we willen leren en ervaringen delen. Om zo nog betere hulp te kunnen verlenen.

Effectief En u... u heeft recht op een goede besteding van de, door u, aan ons toevertrouwde middelen. Op een organisatie die ernaar streeft zo effectief en efficiënt mogelijk te werken. Daarvoor is het nodig dat we een goed lopende organisatie hebben met een transparante beleidscyclus, goede projectadministraties, heldere projectanalyses en adequate project- en managementrapportages, etc. Dat is ook nodig om in aanmerking te komen voor de financiering van al onze projecten, bijvoorbeeld bij overheden. Gelukkig heeft ZOA wat dat betreft een goede reputatie. Al in mijn eerste week kregen we de financiering rond van een groot programma in Cambodja. De Europese Commissie vond ons voorstel van uitstekende kwaliteit.

Verbeteren Ik hoop dat we de komende jaren als organisatie mogen blijven groeien, zowel in kwaliteit als in kwantiteit. Maar met al die ambities wil ik niet vergeten voor wie we werken. ZOA is meer dan een gewoon bedrijf. De levensomstandigheden verbeteren van individuele mensen, daar gaat het om. Dan kan het niet anders dat we ons verdiepen in levens van vluchtelingen en dat er vriendschappen ontstaan. Net zoals destijds in Sudan. Johan Mooij is sinds augustus 2007 werkzaam als directeur van ZOA-Vluchtelingenzorg.


Inhoud:

Voorpagina: 08 | Interview Eelco Fortuijn

Heeft het eten van eerlijk voedsel iets te maken met vluchtelingen? Volgens Eelco Fortuijn, oprichter van Fairfood is dit zeker het geval. Wanneer we in Nederland eerlijker gaan eten zal er minder armoede zijn. En minder armoede betekent over het algemeen minder oorlog. Een interview over de noodzaak van eerlijke handel.

14 | Vertel over ons, vertel!

20 | Een koor in Liberia

Vier leden van Gospel Choir D-Light vertrokken in julli 2007 richting Liberia. Als kersverse ambassadeur van ZOA zal D-Light tijdens haar optredens aandacht vragen voor het werk van ZOA. Dat dit werk helpt, daarvan zijn ze overtuigd. Liberia heeft op hen een grote indruk gemaakt.

26 | Vooral positief

Esther Rosier, journalist voor de Evangelische Omroep, loopt rond in een steengroeve in Liberia. Ze ziet kleine kinderen grote stenen slaan tot puin. Zwaar werk voor heel weinig geld. ‘‘Wat kan ik in mijn Nederlandse huis en tuintje hier nu aan doen?’’

En verder: 04 | Jong ontsnappen 06 | De vluchteling 07 | ZOA-nieuws 13 | De veldmedewerker

19 | De ondernemer 22 | Red Ribbon 24 | De expat 25 | Het kind 28 | De donateur

Assar Mohammed uit Darfur wil zijn vrijheid terug. Hij hoopt op vrede en ziet een toekomst met goed onderwijs. Zie pagina 6.

ZOA-VLUCHTELINGENZORG WERKT IN: AFGHANISTAN | BIRMA | CAMBODJA | THAILAND | SRI LANK A | ANGOLA | ETHIOPIË | LIBERIA | SUDAN | UGANDA

Colofon: ZOA-magazine is een periodieke uitgave van ZOA-Vluchtelingenzorg. Oplage 42.000, ISSN 1871-0727. Adresgegevens Sleutelbloemstraat 8, 7322 AG Apeldoorn Postbus 4130, 7320 AC Apeldoorn T: 055 3663339 F: 055 3668799 E: info@zoa.nl I: www.zoa.nl K.v.K.: 41009723, Bank: 38.75.12.012, Giro 550, t.n.v. ZOA Apeldoorn Vorm : Frivista - (y)our mission Druk : Senefelder Misset Aan dit nummer werkten mee: Ewout Suithoff (hoofdredacteur), Hagar Prins, Folkert Rinkema © ZOA-Vluchtelingenzorg - het kopiëren of vermenigvuldigen van artikelen wordt door ons op prijs gesteld mits met bronvermelding. Graag ontvangen wij een bewijsexemplaar.

Adressenbestanden van ZOA worden niet uitgeleend of doorverkocht.

03 | inhoud |

Ze worden bijna altijd vergeten maar desalniettemin zijn ze er wel degelijk: de Karen-vluchtelingen in Thailand snakken naar vrijheid in hun eigen land Birma. Met duizenden zijn ze verjaagd uit hun dorpen en wonen nu in kampen. Met duizenden verlangen ze ‘gewoon’ te kunnen leven als ieder ander.


04 | ZOA-project | tekst en fotografie Folkert Rinkema

De jeugd heeft de toekomst... In Liberia draagt de jeugd ook het juk van het verleden, of ze nu willen of niet. Het jarenlange geweld dat het land in de greep hield, heeft sporen nagelaten op de samenleving van Liberia. Een wankele economie zorgt voor een enorme armoede en mensen moeten rondkomen van ongeveer 75 eurocent per dag. Liberia heeft hulp van buitenaf nodig en steun van de eigen bevolking. Goed opgeleide mensen die aan de slag willen gaan met Liberia en haar toekomst. Daarom hecht ZOA veel waarde aan het onderwijs in Liberia. We bouwen scholen, zorgen voor WC’s en water bij de gebouwen en helpen de leerkrachten met onderwijsmateriaal. Onderwijs is een van de manieren voor Liberia om te ontsnappen aan de vicieuze cirkel van armoede, geweld en ongelijkheid. Een toekomst die hopelijk gegund is voor deze kinderen.


Jong ontsnappen


06 | de vluchteling | tekst en fotografie Folkert Rinkema

‘We zijn onze vrijheid kwijt’

Darfur. Een van de meest gevaarlijke plekken op de aarde. Al meer dan 200.000 mensen zijn vermoord en het geweld is nog niet voorbij. Voor Assar Mohammed (51) is het aantal slachtoffers geen getal maar een realiteit die hij onder ogen heeft moeten zien. In een vluchtelingenkamp geeft hij nu onderwijs aan kleine kinderen. ‘‘Ik zit nu twee jaar in dit kamp. Het geweld heeft me gedwongen te vluchten uit mijn dorp. De Janjaweed viel ons aan, doodde alle dieren, vermoordde mijn dorpsgenoten en stal alles wat waardevol voor ons was. Daarna werden alle huizen in brand gestoken. Toen het licht werd stond niets meer overeind. Ik was in mijn dorp ook leraar en ik prijs God dat ik dit ook mag doen in dit kamp. Zodoende heb ik nog iets om in te geloven en kan ik iets meegeven aan de kinderen. Want onderwijs is voor de mensen in Darfur van groter belang dan zijzelf denken of

weten. Als iemand gelukkig wil zijn, nu en in de toekomst, moet hij of zij blijven leren. Want leren, het verkrijgen van onderwijs, is een belangrijk onderdeel voor een positief geloof in die toekomst. Dat wil ik mijn leerlingen graag meegeven.’’

Naar huis Op de vraag hoe de toekomst van Darfur er in de nabije toekomst uit zal gaan zien, blijft Assar lange tijd het antwoord schuldig. Hij tekent met een stok eerst cirkels in het zand alvorens te antwoorden. ‘‘Het is pijnlijk om zo lang te moeten nadenken over deze vraag. Natuurlijk hoop ik dat er vrede komt. Maar tegelijkertijd

weet ik ook dat dit niet eenvoudig zal zijn. De overheid en het verzet staan zover van elkaar verwijderd en een ingrijpen van de Verenigde Naties laat al zo lang op zich wachten. Maar stel dat het vrede wordt, dan hoop ik dat we als vluchtelingen weer naar ons eigen dorp en ons eigen huis kunnen terugkeren. Dat we bezig kunnen gaan met het opbouwen van een nieuwe toekomst. Want het leven in dit kamp is slecht voor de mensen. Ik zie en hoor dat mensen ongelukkig zijn, depressief, getraumatiseerd en wanhopig. Ze zijn alles kwijt en de hutten waarin ze leven, beschutten niet voldoende tegen de hitte en regen. Er is weinig plaats om te slapen, mensen leven met hele families in kleine tenten en dat leidt tot een slecht leven. Daarom hoop ik dat we naar huis kunnen gaan. We moeten weer naar huis want we zijn onze vrijheid kwijt en die vrijheid hoop ik weer terug te krijgen. Tevens hoop ik dat de kinderen in Darfur onderwijs kunnen krijgen. Daarom zijn we nu ook blij met ZOA. Ze zijn de enige organisatie die zich richt op onderwijs en hier het belang van onderkent.’’


Collecteweek 2008

Op 14 november viert de werkgroep SOR uit Rijssen hun 20-jarig jubileum. Deze werkgroep zet zich al jarenlang in voor ontwikkelingssamenwerking en in het bijzonder voor de Karenvluchtelingen in Thailand. In de afgelopen jaren organiseerden zij talloze acties om geld in te zamelen voor deze groep vluchtelingen. Ter gelegenheid van het jubileum is er een speciale jubileumavond.

Het lijkt nog ver weg, maar toch willen wij u nu alvast graag attenderen op de collecteweek van 2008, van 30 maart t/m 5 april. Heeft u tijdens onze collecteweek een paar uurtjes over? En lijkt het u leuk om te collecteren in uw eigen woonplaats, op het station, in de supermarkt of in de stad? Meld u dan aan als collectant. U haalt als collectant al gauw vijftig euro op en daarvan kunnen wij veel werk verzetten in Afrika en Azië. Geef u op via onze website www.zoa.nl of bel 055 3663339.

Website zoa.nl

ZOA ontvangt subsidie

De website van ZOA is vernieuwd. De website is niet alleen gebruiksvriendelijker geworden, maar biedt nu ook veel informatie over vluchtelingen, zoals verhalen en filmpjes. Daarnaast is er per projectland een mooi fotoboek en kunt u deze landen nu bekijken via satellietweergave! Ook zijn alle mogelijkheden om in actie te komen voor ZOA overzichtelijk weergegeven. Benieuwd geworden? Kijk dan op www.zoa.nl.

De Europese Commissie heeft twee voorstellen van ZOA voor programma’s in Cambodja en Sri Lanka goedgekeurd. Hierdoor ontvangt ZOA een subsidie van in totaal 1,36 miljoen euro. Het was een zeer competief selectieproces waarbij gemiddeld 5 van de 6 voorstellen worden afgekeurd. We zijn dan ook erg blij dat de door ZOA ingediende voorstellen allebei zijn goedgekeurd. Met het geld kan ZOA 9.000 families in deze landen ondersteunen.

Walk4Water 2008 Een lange dijk, een jerrycan vol water en blaren op de voeten. Dat waren de ingrediënten van Walk4Water 2007. Maar liefst 180.000 euro werd ingezameld met dit wandelfestijn. Reden genoeg om volgend jaar Walk4Water 2008 te organiseren! Houdt u van wandelen en gaat u graag een sportieve uitdaging aan? Doe dan op zaterdag 29 maart mee met Walk4Water in Lelystad en ervaar zelf hoe het is om kilometers te moeten lopen voor water. Dit jaar zamelen we geld in voor een project in Uganda. Meer weten? Kijk dan op www.walk4water.nl of bel 055 3663339.

Uitgezonden: ZOA-Afghanistan Bernhard en Miriam Kerschbaum, Cok en Liesbeth Verduijn E-mail: afghanistan@zoa.nl ZOA-Angola Evert Jan en Tea Pierik-Reehoorn E-mail: angola@zoa.nl ZOA-Cambodja E-mail: cambodia@zoa.nl ZOA-Ethiopië Paul en Janine Roelofsen, Garrit en Lianne Schumacher E-mail: ethiopia@zoa.nl ZOA-Liberia Nic Street E-mail: liberia @zoa.nl ZOA-Myanmar Zie ZOA-Thailand ZOA-Sri Lanka Maarten en Hester van Briemen, Bernard en Margreet Jaspers Faijer, Anne-Marie Hollander E-mail: srilanka@zoa.nl ZOA-Sudan Wim en Cathy Groenendijk, Arno Louws (Darfur en Noord-Sudan), Jan Huls, Corine Verdoold E-mail: sudan@zoa.nl ZOA-Thailand Brian Solomon, Marc van der Stouwe en Marion van der Stouwe-Barends E-mail: thailand@zoa.nl ZOA-Uganda Astrid en Gerbrand Alkema, Guido de Vries E-mail: uganda@zoa.nl Daarnaast worden regelmatig Short Term Workers uitgezonden, met name bij noodhulpacties.

Wereldwijd heeft ZOA-Vluchtelingenzorg ruim 800 mensen in dienst, waarvan het merendeel lokaal wordt aangetrokken. Als u wilt schrijven met een van de medewerkers, dan kunt u de adressen van de buitenlandse kantoren op het hoofdkantoor opvragen (055 3663339).

07 | ZOA-nieuws | tekst Hagar Prins

Jubileum ZOA-werkgroep


08 | interview | interview en fotografie Folkert Rinkema

‘Het is zó dom om anderen arm te houden’ Eten vormt in het leven van Eelco Fortuijn (37) een hoofdrol. Nadat hij Happietaria oprichtte is hij sinds 2004 druk bezig met Fairfood, de stichting die zich inzet voor het creëren van een groter draagvlak voor eerlijk voedsel. Zelf hoopt hij op een wetgeving die er onder meer voor moet zorgen dat er geen uitbuiting van mensen meer gaat plaatsvinden.

Hoe ben je ertoe gekomen om stichting Fairfood op te richten? ‘’Ik heb bedrijfskunde gestudeerd en kwam voor mijn werk in een aantal ontwikkelingslanden. Daar zag ik tot mijn verbazing dat handel en export van voedsel uit hongerlanden heel dubbel kan werken. Óf het kan goed zijn voor de hongerbestrijding doordat ze verdienen aan de export, óf je verergert het probleem doordat ze er

veel te weinig aan verdienen of dat ze veel te weinig voedsel overhouden voor zichzelf. Dat is een rare paradox. Hoe kun je nu voedsel exporteren uit landen die honger lijden? Volgens het economisch liberalisme is export altijd goed voor een land, maar dat is een theorie en ik zag dat het in de praktijk lang niet altijd opging. Dat is een deel van mijn motivatie om Fairfood op te richten. Ikzelf heb niet zoveel interesse om veel geld te verdienen en vind gerechtigheid belangrijker.

De redactie interviewt voor elk ZOA Magazine een bekend persoon over humanitaire hulpverlening. Hun ervaringen geven een blik van buitenaf op het werkveld van ZOA. De geïnterviewde krijgt de ruimte om zijn of haar visie te verwoorden op internationale vluchtelingenproblematiek, welke niet per se de visie is van ZOA. Ditmaal Eelco Fortuijn van Fairfood.

Er is genoeg voedsel op de wereld. Wat is het dan voor een onzin dat onze wereld haar medemenselijkheid niet op orde heeft? Dat vind ik bizar en onnodig. Daarnaast ben ik christen en is het voor mij simpelweg een opdracht die in de bijbel staat om op te komen voor de zwakkeren. Dat kunnen we ook doen met eerlijk voedsel door op een eerlijke manier handel te drijven.’’ Wat is je doel met Fairfood? ‘’Mijn praktische doel is dat in 2020 twintig procent van de inwoners van de Europese Unie eerlijk voedsel koopt. Dat is volgens mij de manier om een sterk draagvlak te scheppen voor wetgeving voor eerlijke handel


binnen de EU. Eerlijke handel moet gemeten worden aan hoe goed je omgaat met je medemens. Wanneer je een chocoladereep koopt of produceert waarin cacao zit verwerkt uit de Ivoorkust, moet je jezelf vragen gaan stellen: hoe wordt er omgegaan met de plantagearbeiders, het milieu, kinderarbeid, etcetera. Dat bepaalt de (on)eerlijkheid van voedsel. Als je daarin als producent ervoor zorgt dat aan alle factoren van eerlijkheid wordt voldaan, dan heb je eerlijk voedsel. Uitbuitvrij voedsel bestaat vandaag de dag bijna niet. Wat moet je dan? Dan moet je de producenten aansporen

om met elkaar te concurreren om eerlijker te worden.’’ Noem eens een voorbeeld van oneerlijk eten wat bijna iedereen wel in huis heeft? ‘’De Verkade chocoladereep. De cacao die daarin zit komt voor het grootste deel uit Ivoorkust. Daar is volgens onderzoek op tachtig procent van de plantages sprake van kinderarbeid of zelfs kindslavernij. Europa is de grootste afnemer van deze cacao want in Ivoorkust eten ze zelf geen cacao. Dat gegeven ligt op ons bordje. We gaan dan ook komend najaar een wedstrijd organiseren onder de producenten van oneerlijke chocoladerepen. Degene die zich het meest com-

mitteert om stappen de ondernemen om de repen fair te produceren in 2008, gaan we in het zonnetje zetten en krijgt van ons aandacht rondom Sinterklaas en Kerst.’’ Eerlijk eten voor een betere wereld. Gaat een vluchteling uit Darfur daar iets van merken? ’’Nee, in Darfur denk ik niet omdat we daar geen handel mee drijven. Wel zal het te merken zijn in Ivoorkust. In Ivoorkust is het regelmatig onrustig en de cacaohandel wordt ervan beschuldigd het sluimerende geweld in stand te houden. We drijven dus handel met landen waar mensen vluchten voor geweld. Het risico is dat die handel dit geweld financiert. Erger nog, door conflicten


wordt de onzekerheid over een goed bestaan en inkomen zo groot, dat mensen daardoor makkelijker ten prooi vallen aan uitbuiting. Hoe meer geweld er is in een gebied, des te makkelijker is het om bijvoorbeeld kinderen te lokken met een mooi verhaal over veiligheid, een dak boven hun hoofd en elke dag eten. En voordat je het weet worden ze uitgebuit op een plantage. Cacao uit sluimerende conflictgebieden is vaak ook goedkoper.’’ Is er wel een land aan te wijzen dat beter is geworden van eerlijke handel? ‘‘Ja, gek genoeg is dat Sri Lanka. Het land kent nog steeds een burgeroorlog, maar buiten dat heeft de overheid in het stabiele deel van Sri Lanka de regels en handhaving op kinderarbeid flink aangescherpt. Ten eerste levert het Sri Lanka voordeel op omdat de kinderen naar school gaan in plaats van werken, een opleiding genieten en een uitzicht hebben op een goede baan met een beter inkomen. Dat is goed voor de economie van het land. Ten tweede hebben ze nu ook een marketinginstrument in handen. Ze positioneren zich steeds meer als land waar je eerlijke thee kunt kopen. Dus iedereen die eerlijke thee wil produceren weet heel goed waar ze moeten zijn: Sri Lanka.’’

10 | interview |

‘...mondiale armoedebestrijding kan een hele strategische keuze zijn van overheden van de rijke landen...’

Ligt een samenwerking tussen vluchtelingenorganisaties en Fairfood voor de hand? ‘’Indirect wel. Een groot deel van de wereldwijde armoede is het gevolg van oneerlijke handel. Dat kan dus opgelost worden door eerlijk te handelen. Daarnaast zijn een deel van de conflicten in deze wereld het gevolg van armoede. Armoede en geweld veroorzaken vluchtelingen, dus daar zit de link. Maar om een op een met elkaar samen te werken, dat lijkt me moeilijker. De link wordt duidelijker bij de economische vluchtelingen uit de westkust van Afrika, zoals Senegal en Mauritanië. Daar werd altijd veel vis gevangen en leefden grote groepen mensen van deze visserij. Maar de visquota zijn door deze landen voor een appel en een ei verkocht aan de EU. Het resultaat is dat er zo weinig vis overblijft voor de lokale vissers, dat hun inkomen is verdwenen. Ze hebben dus niets meer. Dit zijn dan ook de mensen die hun leven wagen om in gammele bootjes ’s nachts naar Spanje te vluchten. Het is een walgelijke situatie. Als wij vis eten die uit West Afrika komt, weet je dat het ten koste van die lokale bevolking gebeurt. Het is geen eerlijke maar een slimme onderhandeling geweest, en de Afrikaanse visser trekt aan het kortste eind. Het is een moderne vorm van kolonialisme. De EU-landen hebben uit

het verleden niets geleerd. Het gaat om geld en handel en de geschiedenis herhaalt zich weer. Als je het cynisch-economisch bekijkt gaat het erom zoveel mogelijk grondstoffen te kopen voor heel weinig geld, zonder rekening te houden met de lokale bevolking.’’ Kunnen we dit veranderen? ‘‘Wel als er een goede prijs wordt geboden en er een goede prijs wordt gevraagd. Nu worden veel ontwikkelingslanden, door onder andere het IMF en de Wereldbank, gestimuleerd om inkomen te genereren via export. Immers, ze hebben schulden en die moeten weggewerkt worden, hoe dan ook. Gooi je grondstoffen dan maar op de wereldmarkt, dat is altijd beter dan schulden hebben. Tegen welke prijs dan ook, als het maar geld oplevert. De schuld wordt in feite als drukmiddel gebruikt. Leningen van het IMF bijvoorbeeld worden zó afgesloten dat het IMF altijd wel een vinger in de pap heeft als het gaat om beleidsplannen rondom handel in een land. Tevens is in de WTO (World Trade Organisation) verankerd, dat je marktverstorend bezig bent wanneer je bij een product gaat afvragen of dat bijvoorbeeld mede mogelijk is gemaakt door kinderarbeid. Dus als je aan de grens met Ivoorkust vraagt of er bij een baal cacaobonen slavernij aan te pas is gekomen, dan mag dat niet van de WTO. Hun principe is dat slavernij of kinderarbeid niet in het product zelf zit. Ze kijken dus puur naar het product en niet naar de omstandigheden. Of er nu bloed aan kleeft of niet, daar wordt niet naar gekeken. Deze zaken zouden echt moeten veranderen wat mij betreft. Om het nog wat erger te maken: het echte geld wordt verdiend met verwerkende industrie. Maar hoe krijg je ooit de chocoladefabriek in Afrika als je dan enorme barrières tegenkomt bij de grens van Fort Europa? Onbewerkte cacao mag er zo in, maar bewerken doen we liever zelf. Ander voorbeeld: de Europese koffieindustrie krijgt een subsidie van 267 miljard euro per jaar, waardoor de koffiefabrieken hier staan in plaats van in de landen van herkomst.’’ Heeft het niet allemaal met politiek te maken, met machtstructuren en niet zozeer met de consument? ‘’Laat ik het zo zeggen; mondiale armoedebestrijding kan een hele strategische keuze zijn van overheden van de rijke landen als het gaat om bijvoorbeeld het tegenhouden van economische vluchtelingen, conflictbeheersing en ontwikkelingssamenwerking. Minder armoede betekent minder conflicten en dat is weer goed voor de handel. Echter,


zaken te doen in plaats van met China waar vooral de elite er rijker door wordt. Dan krijg je de situatie dat bijvoorbeeld Uganda zaken met Europa wil doen omdat ze een eerlijke prijs krijgen voor hun producten en China minder interessant wordt als handelspartner. Maar om dit te bereiken moet er wetgeving komen, punt. Eentje die zegt dat er geen oneerlijke producten meer verkocht mogen worden aan consumenten hier. Onze overheid moet producenten verplichten om uitbuiting uit te faseren, met zorgplicht voor degenen die nu uitgebuit worden, die moet je ook niet in de steek laten maar onderwijs geven en een sociaal vangnet. Realistisch gezien zal die wetgeving er niet snel komen. Dus moeten we nu de consument aansporen tot het kopen van eerlijk voedsel en de lijst met eerlijk voedsel uitbreiden. Over een paar jaar is het wellicht mogelijk dat de consument met z’n mobieltje langs de schappen kan lopen en op het scherm staat of een product fair is of niet. Want bewustwording en draagvlak is voor een eerlijke handel erg belangrijk. Fairfood wil daarom die twintig procent in 2020 dan ook halen zodat er voldoende draagvlak is voor een wetgeving. Want zo’n wetgeving is dringend nodig.’’

‘Onze overheid moet producenten verplichten om uitbuiting uit te faseren’

wat me verbaast van overheden van rijke landen, is het feit dat ze ontwikkelingslanden arm houden door bijvoorbeeld grondstoffen voor een schijntje op te kopen. Het is zó dom om anderen arm te houden, ook economisch gezien voor je eigen handel. Als er bijvoorbeeld een goede middenklasse in Senegal ontstaat, verdienen we meer aan de handel met Senegal. Het is dus raar dat we arme landen hun grondstoffen voor weinig laten verkopen, terwijl we het hun onmogelijk maken om in hun eigen land een fabriek neer te zetten die het product maakt en daarmee voor werkgelegenheid zorgt. Ik snap niet dat we ze niet helpen rijk te worden omdat we er zelf ook beter van zullen worden. Tevens ben je zo ook nog eens humaan bezig. Wat wil je nog meer? Daarnaast, als de EU eerlijker gaat handelen, zal het zich strategisch positioneren ten opzichte van landen als China en India die alles zo goedkoop mogelijk opkopen. We willen die twintig procent halen in 2020 zodat er voldoende draagvlak is voor een wetgeving. Ik hoop echt dat we van de EU hét duurzame continent kunnen maken. Zo wordt het voor andere landen aantrekkelijk om met Europa

Wat voor rol hebben non-profit organisaties als het gaat om eerlijke handel? ‘’De rol van koploper. Ik vind het namelijk onbegrijpelijk dat non-profit organisaties geen eerlijke producten in huis hebben. Ik vind het helemaal vreemd worden wanneer christelijke organisaties dit niet hebben. We moeten toch gewoon zorgen voor onze medemens en onze schepping?! Kom op, het staat tig keer in de bijbel. En natuurlijk zijn veel non-profit organisaties heel druk met hun kerntaken. Maar juist deze organisaties hebben een voorbeeldfunctie, moeten koploper worden als het om eerlijke handel gaat. Want we weten toch waarom en voor wie we het doen?!’’ Fairfood geeft een workshop op Red Ribbon, het Wereld Aidsdag Concert op 1 december in Zwolle. Heeft eerlijke handel een positieve invloed op het terugdringen van Aids? ‘’Het helpt zeker. Aids is voor een groot deel een armoedeprobleem. Door de ziekte vallen veel ouders weg waardoor kinderen werk moeten zoeken om te overleven. Dat werkt oneerlijke handel in de hand. Hoe meer eerlijke handel er is, hoe minder kinderarbeid er zal zijn. En als een ontwikkelingsland meer verdient aan haar export kan het meer besteden aan de bestrijding van Aids. Dus, ja, eerlijk voedsel heeft zeker invloed op de bestrijding van Aids.’’


Wereldwijd STERVEN 200 KINDEREN per uur door gebrek aan schoon drinkwater... ... dus moeten we iets doen. Loop daarom mee met Walk4Water, dè sponsorloop voor water op 29 maart 2008 op de dijk tussen Lelystad en Enkhuizen. Het geld wordt door ZOA besteed aan waterprojecten in Uganda. Naast de sponsorloop zijn er leuke workshops en is er live muziek. Kijk op www.walk4water.nl voor meer informatie en meld je NU aan!

LOPEN VOOR WATER

REDT LEVENS! Powered by:

WWW.WALK4WATER.NL


: Moses Kessellie : 42 jaar : programmamanager : Liberia

‘ZOA maakt verschil in Liberia’

Moses (42) was vluchteling en werkt nu voor ZOA in Liberia. Hij is één en al gedrevenheid. ‘‘Ik weet precies hoe het voelt om vluchteling te zijn en geloof me, dat is geen pretje. Het is dan ook een grote motivatie voor mij om mijn werk goed te doen.’’ Waarom moest je vluchten? “In 1990 en in 1993 ben ik gevlucht vanwege het geweld in Liberia. Tijdens die vlucht ben ik erachter gekomen hoe vreselijk het is om vluchteling te zijn. Wanneer je in een ander land bent is alles vreemd, je kunt niet wonen en werken, de taal is anders en je bent compleet afhankelijk van wat anderen je geven. Dat vond ik moeilijk.” Ben je daarom medewerker van ZOA geworden? ‘‘Eigenlijk wel. Ik begrijp de mensen waarvoor ik werk. Toen ik weer in Liberia kon wonen, heb ik voor allerlei organisaties gewerkt. Sinds oktober 2006 werk ik voor ZOA en nu ben ik programmamanager.

Ik kan me goed inleven in de situatie van de mensen waarvoor we hier in Liberia werken. ZOA is in Liberia een kleine organisatie maar heeft een grote impact. Dat zie ik elke dag weer. Een van de redenen waarom ik van mijn werk houd, is omdat ZOA echt een verschil maakt in de levens van mensen. Ze gaat voor de mensen die het echt moeilijk hebben en loopt niet weg voor hard werken.’’ Wat is volgens jou de kracht van het werk dat ZOA in Liberia uitvoert? ‘‘Waar ik persoonlijk erg blij van word en veel van verwacht, is de betrokkenheid van ZOA bij het onderwijs voor zowel kinderen als volwassenen. Want Liberia heeft dringend onderwijs nodig. Tijdens de oorlog is er geen onderwijs gegeven. Dat heeft negatieve gevolgen voor ons

land. Tachtig procent van de Liberianen is werkloos en veel mensen zijn apatisch geworden als het gaat om werken voor de toekomst. Geestelijk is Liberia kapotgemaakt. Als we onze eigen ziekte niet kennen, worden we niet beter. Onderwijs kan ons beter maken en is wat mij betreft de manier om ons land weer op de rit te krijgen. Want een land met 85 procent analfabetisme, dat kan alleen maar achteruit gaan.’’ Hoe zie je de toekomst van Liberia? ‘‘Die kan alleen verbeteren wanneer landen en bedrijven willen investeren in Liberia en niet alleen grondstoffen, zoals rubber, uit het land halen. Daarnaast zie ik een grote rol weggelegd voor onderwijs, gecombineerd met landbouw. Mensen die leren en dit gelijk in de praktijk kunnen brengen, daar ben ik erg enthousiast over. Ook worden hierdoor trauma’s vanuit het verleden verwerkt en moeten mensen weer samenwerken. Dat is in Liberia belangrijk omdat het geweld onderling veel wantrouwen heeft gezaaid. Veel mensen in Liberia zien zichzelf als slachtoffer. Dat zijn ze ook geweest, maar het wordt tijd dat ze weer actief gaan deelnemen aan onze maatschappij om deze op te bouwen.’’

13 | de veldmedewerker | tekst en fotografie: Folkert Rinkema

Naam Leeftijd Functie Land


‘Vertel over 140.000 vluchtelingen uit Birma hebben niet alleen een verhaal maar ook een schreeuw

14 | reportage| tekst en fotografie Folkert Rinkema

Aan de Thaise grens met Birma speelt zich een verborgen drama af. Meer dan 140.000 vluchtelingen uit Birma leven hier in kampen. Door hun etnische afkomst (ze behoren voor het merendeel tot de Karenbevolking) zijn ze verdreven uit Birma door de militaire junta aldaar. En ook al zijn ze hun leven nu wel zeker, het is een leven zonder vrijheid. Geen vrijheid om het kamp te verlaten en werk te zoeken, geen vrijheid om terug te keren, geen vrijheid om zichzelf als mens te ontwikkelen. Die dwingende gebondenheid doet pijn.


ons, vertel!’


Het is een regenachtige ochtend in het vluchtelingenkamp Ma Lae, dat grenst met Birma. De vochtigheidsgraad is hoog en alle wegen die het kamp rijk is veranderen langzamerhand in modderige paden. Ik loop mee met Kaw Htoo. Hij is veertig jaar en ZOA-medewerker die toekomstige leraren helpt in het lesgeven. Gewapend met een paraplu springt hij van links naar rechts om de grootste plassen te vermijden. ‘’Ik ben maar al te blij dat ik voor ZOA werk’’, zegt Kaw Htoo. ‘’Wat zou ik anders moeten doen in dit kamp? Er is gewoonweg niets te doen. Blijf jij maar eens jaren aaneen in een kamp, dan word je toch gek? Nou, dat worden wij ook een beetje. Het is altijd hetzelfde. Wij willen ook wel eens uit dit kamp, al was het maar om even alleen te zijn, geen mensen om je heen te hebben en te relaxen. Dat is niet mogelijk omdat de Thaise overheid dat niet toestaat.’’

Verveling

16 | reportage |

‘Ik zie dat mensen in het kamp ongelukkig zijn, slecht wonen en alles kwijt zijn. Dat doet me pijn.’

De verveling is hét onderwerp waar veel vluchtelingen in het kamp over praten. En natuurlijk de terugkeer naar hun geboortedorp en akkers. De Karen zijn van oudsher boeren. Maar de komst van de junta in Birma heeft alles op de kop gezet (zie kader). Nu leven ze in de kampen dicht op elkaar, kunnen ze geen akkers bebouwen en moeten ze zoeken naar alternatieven om de dagen door te

komen. Zo ook de weduwe Naw May Say. Net als de meeste Karen kauwt ze op betelwortelnootjes die vervolgens door haar worden uitgespuugd. ‘‘Ik kwam hier tien jaar geleden met mijn drie kinderen nadat ik ben gevlucht uit Birma. Mijn man vocht tegen de Birmese overheid en werd gedood tijdens een vuurgevecht. Omdat iedereen wist dat ik achter de ideeën van mijn man stond was het verstandig om snel te vluchten. Via de jungle zijn we na dagen lopen hier aangekomen. Ik vind het leven in dit kamp moeilijk. Begrijp me goed, ik ben dankbaar voor het eten en onderdak. En we worden hier niet onderdrukt. Maar leven zonder vrijheid en een inkomen valt mij zwaar. Mijn jongste zoon heeft bijvoorbeeld geen schoenen. Dat soort dingen vind ik als moeder moeilijk. En zoals je ziet leven we hier dicht op elkaar. We moeten altijd erg sociaal zijn en soms wil je dat even niet. Mijn oudste zoon is twee jaar geleden illegaal het kamp uitgegaan om werk te vinden. Sindsdien heb ik niets meer van hem gehoord. Ik ben erg bezorgd. Niemand heeft hem meer gezien.’’

Vrijheid Even verderop komen we Peter Ton tegen. Hij is zeventien jaar en volgt via ZOA het voortgezet onderwijs in Ma Lae. Ook Peter zal blij zijn wanneer hij dit kamp achter


Korte geschiedenis Birma

zich kan laten. ‘‘Ik wil in de nieuwe overheid van Birma’’, zegt hij terwijl zijn ogen flikkeren. ‘‘Ik wil graag meehelpen om de democratie in te voeren in Birma. Weg met de junta, geen onderdrukking en moorden meer, maar vrijheid voor iedereen. In dit kamp is geen vrijheid. Ik ben hier geboren en ik weet dus niet wat vrijheid is. Mensen in bijvoorbeeld Europa zullen weten wat vrijheid is, wij kennen dat gevoel niet. Ik heb nu geen mogelijkheden om die vrijheid te zoeken. We kunnen niet uit het kamp en terug naar Birma is ook nog niet aan de orde. Mijn vader is vermoord door de soldaten van de junta. Dat feit is mijn motivatie om me in te zetten voor mijn eigen mensen. De Karen moeten weer kunnen leven in vrijheid. Het onderwijs dat we hier volgen zal ons daarbij helpen.’’

Ongekozen De zon laat zich gelden wanneer Kaw Htoo ons meeneemt naar de gebouwtjes waar ZOA een technische opleiding verzorgt. Studenten kunnen hier leren hoe ze auto’s en computers kunnen maken en volgen wiskunde. Saw Lok (58) is al vijf jaar het hoofd van de school. ‘‘Onderwijs geven in dit kamp heeft een speciale betekenis’’, vertelt Saw. ‘‘We leven in een ontwikkelde wereld en ook wij zullen daarin mee moeten gaan. Het feit dat we weinig contact met de buitenwereld hebben, betekent niet dat we niets kunnen doen. De Karen zijn altijd boeren geweest. Daar komen we op

dit moment niet ver mee, dus is onderwijs essentieel voor ons’’. Saw Lok vindt het leven in het kamp een ongekozen pad in zijn leven. Hij denkt liever na over zijn terugkeer naar een vrij Birma. ‘‘We moeten onze eigen toekomst maken. Hier in dit kamp en straks in Birma. Ook al vechten we al lang, we hoeven de hoop niet te verliezen. Ik kan natuurlijk niet in de toekomst kijken en misschien sterf ik voordat we onze eigen staat hebben, maar ik geef mijn kennis door voor een vrij Birma en vrije Karen. Nu ik voor ZOA werk met jongeren, merk ik hun zucht naar vrijheid. Ze hebben zo’n begrensd leven op dit moment. Ik ben blij dat het onderwijs hen afleiding geeft. Tevens worden ze opgeleid om in een vrij Birma leiding te geven aan de Karen. Ik denk dat het voeren van oorlog daarbij onvermijdelijk is omdat de huidige overheid niet verandert. Maar als Europa meer druk legt op de junta, dan is er misschien hoop op een snelle toekomst in vrijheid. Je moet over ons vertellen. Vertel over ons! Want de wereld kent Irak goed, maar zijn de Karen vergeten. Daarom worden onze dorpen aangevallen en verbrand en vinden er etnische zuiveringen plaats. Want wie kijkt er naar ons om? Wie?!’’

Na een lange periode van Brits koloniaal bestuur werd Birma in 1948 onafhankelijk en ontstond de democratisch geregeerde Unie van Birma. Deze Unie was onstabiel door binnenlandse conflicten over onderlinge etnische en nationalistische kwesties, economische belangen en politieke stromingen. In 1962 pleegde Generaal Ne Win een coup, waarmee een einde kwam aan het enige decennium van democratisch bestuur van het land. Uit onvrede over het repressieve militaire bewind en de verslechterde economische situatie gingen in 1987 studenten de straat op. Wijdverspreide protesten van maart 1988 werden in augustus van dat jaar door het leger bloedig de kop ingedrukt. De junta hernam de macht en vormde een ‘State Law and Order Restoration Council’ (SLORC). Deze veranderde in juni 1989 de naam van het land in Myanmar en beloofde verkiezingen te houden. Bij de verkiezingen van 27 mei 1990 behaalde de ‘National League for Democracy’ (NLD), de oppositiepartij van Aung San Suu Kyi, met 60% van de stemmen en ruim 80% van de parlementszetels een verpletterende overwinning. De junta negeerde de verkiezingsuitslag en is sindsdien aan de macht gebleven. Op 15 november 1997 werd de SLORC ontbonden en werd een nieuwe militaire raad opgericht, de ‘State Peace and Development Council’ (SPDC). Deze reorganisatie behelsde niet meer dan een cosmetische operatie waaronder het militaire regime van voorheen werd voortgezet. De voornaamste generaals, onder wie het huidige staatshoofd Than Shwe, behielden hun functie. De Birmese bevolking is opgebouwd uit circa 130 etnische groepen, bestaande uit onder meer etnische Burmezen (65%), Karen (9%), Shan (7%), Chin (2%), Mon (2%), Kachin (1%) en Wa (1%). Voor een deel van de etnische bevolkingsgroepen heeft Birma als nationale entiteit weinig betekenis. De meeste etnische groepen voeren zelfbeschikking hoog in het vaandel. Birma heeft een lange geschiedenis van etnische afscheidingsbewegingen, waarvan de meesten tot vrij recent in staat van oorlog verkeerden met de centrale regering in Rangoon. De junta heeft zich ten doel gesteld alle groepen onder centrale controle te brengen en voert het uitblijven daarvan aan als rechtvaardiging voor het huidige repressieve bewind. “Eerst nationale stabiliteit”, is het motto. Ondertussen blijven de etnische gebieden het minst ontwikkeld en zijn de schendingen van mensenrechten door het leger het grootst onder de etnische bevolking, met name onder groepen die nog geen wapenstilstandsakkoord hebben gesloten, zoals de Karen. Deze situatie heeft onder meer geleid tot een grote stroom vluchtelingen naar buurlanden. Sinds september heerst er veel onrust in het land. Bron: internet


‘Het interesseert de wereld niet’

18 | wwkidz | tekst: Hagar Prins, fotografie Bert Wiersema

Bert Wiersema [48] is vader, docent én kinderboekenschrijver. Meer dan dertig boeken schreef hij, waaronder de bekende Chris en Joriekeserie. Zijn pas verschenen boek ‘Wraak van de Wolf’ staat hoog in de top tien van meest verkochte jeugdboeken. Voor zijn nieuwe boek, over het leven van kinderen in vluchtelingenkampen, bezocht de schrijver afgelopen zomer samen met ZOA twee vluchtelingenkampen in Thailand. Wat heeft tijdens je bezoek de meeste indruk op je gemaakt? ‘‘Zonder twijfel de verhalen van de mensen. Het is werkelijk onvoorstelbaar wat mensen elkaar aandoen. Zo sprak ik met een man die sinds januari in het kamp woont. De man vertelde me over de slachtingen in zijn dorp. Vreselijk. Tegelijkertijd dacht ik, wat deed ik eigenlijk in januari? Toen was ik de bruiloft van mijn oudste zoon aan het voorbereiden. We hadden lol, terwijl misschien wel op dezelfde dag, 9000 kilometer verderop, een heel dorp werd uitgemoord.’’

niemand er iets vanaf weet. Er is veel aandacht voor andere brandhaarden in deze wereld, maar de situatie van de Karen, dat interesseert de wereld niet.’’

Wat doet dat met je? ‘‘Dat raakt me heel erg. Vooral het feit dat zulke vreselijke dingen gebeuren en

Je bent al begonnen met schrijven. Waar gaat het boek over? ‘‘Het boek vertelt het verhaal van een

Frustreert dat? ‘‘Enorm. De mensen die ik heb ontmoet willen graag hun verhaal vertellen, de wereld laten weten dat ze bestaan. Ik heb mensen gesproken die al meer dan twintig jaar in het kamp wonen. Ik hoop met mijn boek hun verhaal te vertellen, maar ben ook realistisch dat het boek niet alles zal veranderen.’’

jongen, Saw Po Poh, uit Birma. Zijn dorp wordt overvallen door de soldaten en hij slaat samen met zijn ouders op de vlucht. Na een lange tocht komt hij terecht in een vluchtelingenkamp in Thailand. De jongen heeft veel nachtmerries over zijn vlucht en deze zijn als rode draad in het verhaal verweven.’’ Wat wil je de kinderen in Nederland met dit verhaal vertellen? ‘‘Normaal gesproken wil ik kinderen met mijn boeken vooral laten genieten van de verhalen. Nu wil ik ook heel duidelijk een boodschap meegeven; over de verschrikkelijke dingen die mensen meemaken. Ook hoop ik dat kinderen na het lezen van het boek een goed beeld hebben gekregen van het leven in een vluchtelingenkamp en dat ze beseffen hoe bevoordeeld ze zijn omdat ze in Nederland wonen.’’ Het boek van Bert Wiersema is het vijfde deel uit de kinderboekenserie van WWKidz en verschijnt in 2008. WWKidz wil kinderen in Nederland vertellen over het leven van kinderen in verre landen en is een initiatief van Tear, Woord en Daad, ZOA en uitgeverij Columbus. Meer informatie staat op www.wwkidz.nl.


‘Als je met eigen ogen ziet hoe arm mensen kunnen zijn, dan wil en moet je hulp bieden. Zo eenvoudig is het.’ Gerrit Kasper is helder wanneer hij moet verwoorden waarom hij deelnemer is van ZOA Zakelijk. Gerrit Kasper (57) is de gedreven eigenaar van de schoenenzaak Van Asperen in Den Haag. Dat het verkopen van schoenen en het helpen van mensen via ZOA dichter bij elkaar liggen dan je op het eerste gezicht zou zeggen, legt Gerrit uit. ‘‘Ik heb in mijn schoenenzaak het motto ‘eerst dienen, dan verdienen’. Wanneer je schoenen verkoopt waar mensen met plezier op lopen, komen ze weer terug omdat ze vertrouwen in je hebben. Zo is dat ook met de hulp die wij als ondernemers geven aan de mensen in Cambodja. We helpen in dit land boeren onder meer met irrigatie. Daarbij stappen we niet op hen af als een stel ondernemers die hen wel eens eventjes zal vertellen hoe het allemaal moet. Nee, het luisteren naar de mensen, naar de problemen en zo het vertrouwen opbouwen, dat is het eerste wat we doen. En als we dan tegenslag

hebben (vorig jaar brak een dam door in het projectgebied), dan laten we deze mensen niet zitten. We helpen ze opnieuw en laten hen zien dat we het goede met hen voor hebben. Die dam is dan ook weer hersteld en is nu nog beter dan voorheen. Op deze manier winnen we de mensen voor ons met een stukje vertrouwen. En in een land als Cambodja dat zoveel geweld heeft gekend, is vertrouwen een belangrijk uitgangspunt in de samenwerking.’’

Vertrouwen Dat er vertrouwen is van de bevolking in ZOA Zakelijk blijkt uit de actieve rol van de boeren zelf. ‘‘Regelmatig krijgen we verslagen vanuit Cambodja’’ vertelt Gerrit. ‘‘Bij de versterking van de dam viel mij op dat dit gedaan is met de hulp van de boeren zelf. Ze hebben dag en nacht gewerkt om deze enorme klus te klaren. Het geeft veel voldoening om dat te zien. Ze zien dus zelf het nut in van de dam. In januari gaan we weer met een

aantal ondernemers uit ons projectteam naar Cambodja om de dam te bekijken en allerlei zaken met de boeren te bespreken. We gaan met ze praten over de mogelijkheden om hun producten te vermarkten en tevens willen we praten over een eventuele oprichting van een coöperatie. Daarnaast gaan we kijken naar de mogelijkheden om andere producten naast rijst te verbouwen, waar de boeren meer winst mee kunnen maken. Wel blijft het belangrijk om daarbij niet te westers te gaan denken. Wat voor ons gemakkelijk of normaal is, is voor een boer in Cambodja misschien wel heel moeilijk.’’

Daden Gerrit Kasper is al een aantal jaar lid van ZOA Zakelijk. Zijn motivatie voor ZOA Zakelijk is recht door zee. ‘‘Ik ontvang zoveel en dat wil ik delen met mensen die bijna niets hebben. Het is zoals Paulus het zegt: ‘we moeten niet liefhebben met de mond, met woorden, maar waarachtig met daden’. Ik geloof daar stellig in.’’

ZOA Zakelijk Deelnemen aan ZOA Zakelijk of meer informatie? Neem dan contact op met Harry Verwaaijen (manager bedrijven), 055 3663339 of h.verwaaijen@zoa.nl. Kijk voor meer informatie op www.zoazakelijk.nl.

19 | de ondernemer | tekst en fotoografie Folkert Rinkema

‘Wat ik ontvang wil ik delen’


20 | de ambassadeur | tekst Folkert Rinkema, fotografie Ewout Suithoff

Gospel Choir D-Light ambassadeur voor ZOA-Vluchtelingenzorg

‘Geroepen naar elkaar om te zien’

Afgelopen juli reisden vier leden van het Gospel Choir D-Light af naar Liberia. In hun nieuwe functie als ambassadeurs van ZOA bezochten ze verschillende projecten van ZOA, zongen met een kerkkoor samen en spraken met veel Liberianen. Vanaf oktober zullen ze tijdens hun tournee aandacht vragen voor het werk van ZOA. Gerrit Dekker, inspirator en dirigent van het koor praat over zijn ervaringen in Liberia.

Waarom zijn jullie ambassadeur voor ZOA geworden? ‘‘In het najaar van 2006 besloot ik dat het thema voor het album van Gospel Choir D-Light en haar theatertour in 2007, Safe from Harm zou worden. Safe from Harm klinkt wellicht utopisch, maar staat voor de momenten waarop wij ons durven overgeven aan God. Dat tilt je boven alles uit. Daarom vonden we het mooi om te zoeken naar een samenwerking met een hulporganisatie als ZOA-Vluchtelingenzorg. We hebben met verschillende organisaties gesprekken gehad en uiteindelijk gekozen voor ZOA. ZOA wil vanuit haar geloofsovertuiging werken, zonder daarbij te willen evangeliseren. Dit geldt ook voor Gospel Choir D-Light. Dat ZOA iedereen wil helpen, ongeacht geloof, is iets dat ons aanspreekt. Ook de bewuste keuze van ZOA om de kracht van de mens te communiceren in plaats van enkel de bekende ‘emo-beelden’ die we allemaal zo goed kennen, is iets dat bij ons past. In eerste instantie was het natuurlijk ook ergens een keuze gebaseerd op een goed gevoel. Dat goede gevoel is zeker gebleven.’’ Wat voor indruk maakte het werk van ZOA in Liberia op je?


‘‘De problematiek in een land als Liberia is ontzettend complex. Ik heb enorm veel respect voor de mensen die daar vanuit ZOAVluchtelingenzorg werken. De huidige regering van Liberia is niet in staat echt iets te kunnen betekenen in de wederopbouw van het land, vanwege een enorme staatsschuld. De bevolking zelf is enkel met vandaag de dag bezig, met overleven. Men is gefrustreerd vanwege de enorme werkloosheid in het land (85%), getraumatiseerd als gevolg van jarenlange oorlog en moet echt overeind geholpen worden door externe hulpbronnen. Wat ZOA-Vluchtelingenzorg in een land als Liberia doet is goed en nodig. Van het slaan van waterputten, landbouwtrainingen tot het leren maken van meubels, naaien en weven. Van ‘hoe verdien ik voor vanavond mijn boterham’ tot ‘hoe zorg ik ervoor dat ik het over een jaar wat beter heb’. Maar ik heb ook ervaren dat het een enorme strijd is, dat de samenwerking met andere hulporganisaties of geldverstrekkers niet eenvoudig is en dat er veel meer nodig is dan het werk van ZOA om dit land echt uit het slop te trekken. Dat dit te maken heeft met politieke keuzes (kwijtschelden van schulden, investeren in economie etc.), maar ook met mijn eigen keuzes.’’ Wat heb je persoonlijk ervaren in Liberia? ‘‘Het is een vreemde gewaarwording dat je met nog geen zeven uur vliegen een totaal andere wereld binnenstapt. Een wereld die je kent van plaatjes, van televisie, maar die geen onderdeel is van je bestaan. Maar nu je het ineens proeft, ruikt, ziet, hoort, met mensen praat en mensen aanraakt in die andere wereld, dan raken die twee werelden elkaar en besef je dat wij geroepen zijn naar elkaar om te zien. Je voelt dat de ander net zoveel recht heeft op voedsel, onderdak, kleding, scholing als ik. Vanuit die wetenschap moet ik ook keuzes gaan maken. Hoe besteed ik mijn geld, waar koop ik mijn kleding, wat vind ik belangrijk? Er is bij mij erg het verlangen geboren om hier iets

mee te doen, om me nog meer met die ander bezig te houden en om te zoeken naar wegen waarin ik de ander recht doe.’’

staren. Het zijn momenten waarop ik me heel machteloos voelde en tegelijkertijd getriggerd werd hiermee iets te doen.’’

Heeft de reis je emotioneel geraakt? ‘‘Ja, ik vond het emotioneel gezien best zwaar. De momenten waarop we de projecten van ZOA bezochten waren mooi en ook bemoedigend. De scholen, de rijstvelden en de waterputten; goed om concreet resultaat te zien van het geld en de tijd die donateurs geven aan deze organisatie. Maar de momenten die me echt raakten, waren de momenten waarop ik de mensen ontmoette en met ze sprak. Zo vroeg een jongen op straat mij of ik zijn sponsorvader zou willen worden omdat hij zo graag volgend jaar ook naar school wilde. Of de gesprekken met mannen van mijn eigen leeftijd die totaal geen hoop of toekomstverwachting hebben en moedeloos en vermoeid voor zich uit bleven

Jullie treden op 1 december ook op bij Red Ribbon in Zwolle. Waar hoop je op? ‘‘We hopen op een volle zaal en een heel gaaf samenzijn. We hopen op een gezamenlijk voelbaar verlangen iets te willen doen aan de Aids-problematiek in de wereld. Meer dan 40 miljoen mensen wereldwijd zijn geïnfecteerd met HIV en per dag komen er zo’n 14.000 nieuwe infecties bij. Er sterven zo’n 3 miljoen mensen per jaar aan Aids. Dat kun je je niet voorstellen. We hopen dat ons aandeel in Red Ribbon mede zal aanzetten tot meer besef en meer actie.’’ Meer info over D-Light, de cd ‘Safe from Harm’ en hun theatertour kunt u vinden op www.adammusicproductions.nl


22 | red ribbon | tekst Folkert Rinkema, fotografie Folkert Rinkema

IENE

POWERED BY ZOA-VLUCHTELINGENZORG & WORLD VISION SPONSORED BY FRIVISTA

MIE


ENE

MUTTE AIDS IS GEEN

SPELLETJE

1 DECEMBER 2007, WERELD AIDS DAG, NIEUWE BUITENSOCIËTEIT, ZWOLLE.

We willen niet je geld, we willen jou! Laat zien dat de gevolgen van hiv en aids NU bestreden moeten worden. Met optredens van KEES KRAAYENOORD, ORVILLE en GOSPEL CHOIR D-LIGHT en ‘s middags fantastische workshops + een ‘fair food’-diner! Kijk op WWW.RED-RIBBON.NL voor meer informatie. Bestel vandaag nog je kaarten!


24 | de expat | tekst en fotografie Folkert Rinkema

‘Het is een geweldige baan’

Naam Leeftijd Bij ZOA Waar

: Nic Street : 63 jaar : sinds maart 2006 : Landendirecteur Liberia

Typische droge Engelse humor en een enorme passie voor zijn werk. Dat zijn de twee karaktertrekken die je blijft herinneren als je Nic Street in Monrovia ontmoet. Als landendirecteur van Liberia heeft hij geen makkelijke baan. Liberia is nog steeds niet klaar met haar gewelddadig verleden.

Met een koude cola zitten we op een improvisorisch terrasje in de Liberiaanse hoofdstad Monrovia. Zittend op een rode tuinstoel vertelt Nic over zijn motivatie om te werken voor ZOA. Als landendirecteur is het hard werken en daarvoor moet je geestelijk gezien ook stevig in het zadel zitten. ‘‘Ik wil graag dat mijn leven voor zichzelf spreekt’’, vertelt Nic. ‘‘Mijn motivatie komt voort uit mijn geloof in God. Ik geloof dan ook dat ik mijn leven moet leiden vanuit dat geloof en ik ben gelukkig dat ik dat met mijn werk kan doen. Mensen helpen is een fantastisch iets om te mogen doen. Ik ben in het voormalige Joegoslavië geweest, in Oost-Timor en Sierra Leone. Nu dus Liberia en het is het mooiste werk wat er is. En begrijp me goed, mensen moeten me niet op een voetstuk zetten omdat ik in het buitenland zit en mensen help. Expats krijgen veel meer dan ze geven. Want het is een geweldige baan en daarnaast is het een privilege om te helpen. Ik heb het er wel eens met mijn kinderen over, maar het blijft toch wel moelijk om goed uit te leggen en over te brengen wat je nu precies doet. Het is meer dan een baan maar ook een gevoel waarmee je werkt.’’

Samen Nic Street heeft al voor diverse organisaties gewerkt. De klik die hij met ZOA heeft

is groot. ‘‘Ik hou van de vastbeslotenheid om te helpen vanuit het christelijk geloof. Dan moet je bij ZOA zijn. Ze verbinden zich aan een land en de mensen en dat is belangrijk voor mij om met de juiste instelling mijn werk te doen. Want in Liberia is het moeilijk werken. Het jarenlange geweld heeft de mensen lamgeslagen en doen richten op zichzelf. En toch maakt ZOA hier het verschil in het onderwijs en landbouw. We kijken naar manieren om te helpen zodat Liberianen zelf het heft weer in handen kunnen nemen. Van bovenaf hulp bieden is makkelijk, maar werkt vaak niet. Juist het samen bespreken en werken met de Liberianen, dat is de sleutel tot succes. Daarnaast, ZOA-Liberia is vastbesloten in haar hulp aan deze maatschappij die zo heeft geleden onder de oorlog. Ik heb een goed en gemotiveerd team, dat is belangrijk. Als we hier nog een paar jaar blijven om op een praktische manier mét de Liberianen aan een betere toekomst te werken, dan doen wij de mensen recht. Dat is voor mij het meest belangrijk.’’

Nieuwsbrieven veldwerkers Veldwerkers schrijven regelmatig een nieuwsbrief. Wilt u op de hoogte blijven van hun werk? Neem dan contact op met Sybeline Pals, s.pals@zoa.nl.


25 | het kind | tekst en fotografie Folkert Rinkema

‘Probeer vol te houden!’’

Angel Adaya Byron is 10 jaar en woont in Amersfoort. Ze zit in groep zes en wil later architect of fotograaf worden.

Angel weet maar al te goed dat we het in Nederland goed hebben. En ook dat er veel mensen in de wereld er stukken slechter aan toe zijn. Die mensen moeten we helpen, vindt ze.

Weet je wat vluchtelingen zijn? ‘‘Ja, ik kijk het Jeugdjournaal en daardoor weet ik er wel wat van. Het zijn mensen die wegrennen van oorlog. Op de televisie zie ik ook beelden van Irak en Afghanistan. Vaak gaan vluchtelingen dood of gebeuren er andere erge dingen met ze. Dat vind ik zielig en erg. Ook hebben ze bijna geen geld of eten.’’ Heb jij zelf geld? ‘‘Ik krijg zakgeld van mijn ouders en binnenkort heb ik mijn eigen bankrekening. Dat vind ik echt heel leuk. Toch, ik heb speelgoed, een papa en mama die niet dood zijn, krijg elke dag eten, heb veel familie en woon in een huis. Ik denk dat veel vluchtelingen dat allemaal ook heel fijn zouden vinden. Ik wil ze daarmee ook best wel helpen. Laatst hadden we op school een sponsorloop om geld op te halen voor iemand die naar Afrika is gegaan om mensen te helpen. Ook hebben we wel eens een schoenendoos volgestopt met allerlei spulletjes als een tandenborstel, schriftjes en dat soort dingen. Dat is leuk en goed om te doen.’’

‘‘Dat vind ik niet leuk voor ze. Want school is juist heel leuk! Je kunt leren, hebt vriendjes en doordat je naar school gaat heb je kans op een goede toekomst. Ik vind het erg voor kinderen die niet naar school kunnen. Dan mis je wel veel.’’ Praten jullie thuis wel eens over vluchtelingen? ‘‘We praten er wel eens over wanneer ik iets lees uit het blad van Kids United (kinderblad van Unicef). Dat ze het slecht hebben en dat wij heel blij mogen zijn dat we elke dag kunnen eten. Mijn broertje bidt dan ook voor die mensen en vraagt dan of ze het beter mogen krijgen. Dat vind ik altijd goed van hem.’’ Wat zou je zeggen wanneer je met vluchtelingen zou kunnen praten? ‘‘Probeer vol te houden waar jullie zijn. En ik wil jullie best eten en drinken geven en jullie helpen.’’

kinderkrant van ZOA-Vluchtelingenzorg • jaargang 9 • nummer 40 • 2007

Ik denk aan hoe het is geweest, in ons oude dorpje daar. Van mama hield ik het meest en iedereen kende elkaar. Toen kwam de oorlog in ons land, en was het leven niet meer fijn. mannen met geweren in hun hand, deden bij mensen heel veel pijn.

Voor kinderen van vluchtelingen is het soms heel moeilijk om naar school te gaan. Wat vind jij daarvan?

Nu is het geen oorlog meer, en wil ik snel vergeten. In mijn hart doet het wel zeer, maar wie wil dat nou weten? Ik denk aan wat nu gaat komen, het nieuwe dorp en een eigen huis. Ik vind het fijn om te dromen, over de toekomst en een thuis.

Toekomst

Betrek kinderen bij het werk van ZOA. Vier keer per jaar verschijnt de kinderkrant ZIEZOA. Vraag een gratis proefnummer aan en bel: 055 3663339.


Vooral

positief 26 | de gast | tekst Esther Rosier, fotografie Folkert Rinkema

Vier dollarbiljetten. Dat is het enige wat ik aan geld bij me heb. De fotograaf en ik lopen door de rockholes in Liberia om in Nederlandse media verslag te doen van dit kapotte West-Afrikaanse land. De rockholes zijn steengroeven waar complete families brokken leisteen uithakken en in kleine stukjes slaan.

De redactie nodigt voor elk ZOA Magazine een gastschrijver uit. Hiermee ontstaat een platform waar derden hun visie kunnen verwoorden over onderwerpen die het werk van ZOA raken. Dit keer Esther Rosier. Zij is werkzaam bij het EO-programma Nederland Helpt, tv-platform voor hulpverleningsorganisaties. Ook is ze betrokken bij het vrouwenmagazine Eva waarin ze o.a. verslag deed van haar reis naar Liberia.

Ik heb onze begeleider al wat dollarcenten zien geven aan mensen die ik vragen stel over hun leven daar. Als hij door zijn geld heen is, geef ik hem een dollar die hij weer aan een vrouw geeft. Ik vraag hem of het genoeg is. Hij aarzelt, maar knikt ja. Ik begin te twijfelen. Als ik meer geef, wijkt het wel heel erg af. En als ik nu al mijn geld geef, kan ik anderen niet meer bevragen. In mijn hoofd spelen zich tegelijkertijd meer dilemma’s af: geld geven verpest het voor andere journalisten, maar anders willen de mensen niet praten. En: met een begeleider hier lopen, afhankelijk zijn van vertaling en ook nog ‘es tegen betaling zal niet de eerlijkste verhalen geven, maar zonder gaat in dit land simpelweg niet. Het gebeurt allemaal te snel om goed over na te denken. Thuis blijft er een knagend schuldgevoel: ach wat, had ik die vrouw gewoon niet alle vier de dollars moeten geven. Voor mij is het niks, voor haar is het weer vier dagen leven.

Niet moeilijk In mijn journalistieke werk kom ik tal van dilemma’s en afwegingen tegen. Vooraf aan de reis was dat al begonnen: heel

goed om in de media aandacht te geven aan een arm en ongezien land. Maar dan gelijk: waarom zouden Nederlandse lezers geïnteresseerd zijn in een Afrikaans land? Haken mensen al niet snel af omdat het wel weer ‘een zielig verhaal’ zal zijn? En hoe krijg ik ze dan toch zo ver dat ze het wel lezen? Waarom wil ik dat ze het lezen of bekijken? Want draagt het niet altijd weer bij aan dat vervelende gevoel van onmacht: ‘wat kan ik er in mijn Nederlandse huis en tuintje nou aan doen? Er is zoveel ellende in de wereld, eigenlijk wil ik het niet eens meer weten.’ Dus moet een artikel vooral positief zijn, anders beginnen mensen er niet eens aan. Want dát ze het lezen en weten wil ik heel graag. Al jarenlang is mijn lijftekst Micha 6 vers 8: ‘Je weet al wat goed is, je weet wat de Heer van je wil: niets anders dan recht te doen, trouw lief te hebben en ootmoedig te wandelen met je God.’ Dus ik vind het niet moeilijk om te weten wat mijn missie in het leven is. Het is een tekst die me daarin alle rust geeft en me tegelijk haastig aanzet om op te komen voor gerechtigheid. In mijn werk wil ik dat doen door informatie door te geven: feiten, onderzoeken, nieuwe inzichten, zo eerlijk


en evenwichtig mogelijk. Ik heb altijd de urgency van dit moeten mensen weten; dan gaan ze anders denken en dat kan henzelf of anderen verder helpen. Goede informatie maakt dat je eerlijk naar iets kunt kijken en dan kan er recht worden gedaan. Kennis leidt tot actie; als je meer van iets afweet, zal dat altijd tot iets leiden, in wat voor vorm ook en met welke tijdspanne dan ook.

Gruweldaden Als ik eenmaal in Liberia ben krijg ik vanuit die urgency wel tien artikelideeÍn. Met bijbehorende dilemma’s. Een voorbeeld. Als ik een artikel over de vrouwen hier schrijf, spreekt het meer aan wanneer ze hun verhaal zelf vertellen, dan een informatief stuk.

Maar dan ontkom je haast niet aan hun ervaringen met gruweldaden, terwijl het verhaal een positief gevoel moet nalaten of terwijl ik een positief verhaal wilde schrijven. Ook tijdens gesprekken met mensen en waarnemingen vliegen talloze overwegingen door mijn hoofd: ik word blij wanneer ik, na alle verhalen over uit elkaar gerukte gezinnen en niet-functionerende families, een vader zie die met zijn kindje speelt en lacht, en een echtpaar voor hun huisje dicht tegen elkaar aan zie zitten met hun handen verstrengeld. Als ik die waarneming in een verhaal eruit licht, verdraai ik dan de werkelijkheid van al die niet-functionerende relaties en gezinnen in dit land? Maar een blij gevoel geeft hoop, en daar heeft elk mens behoefte aan. En wat doe ik met mijn gevoel van hopeloosheid die af en toe toch de

kop opsteekt: wat maakt het uit of westerlingen het weten, we zijn toch al afgestompt. Dit uitzichtloze leven is voor ons niet te vatten, tenzij we het zelf zien, voelen, horen en proeven. Waarom dringt nood pas dan tot ons door, vragen mijn medereizigers en ik ons af. Waarom werkt dat zo bij ons mensen? Want we weten toch dat God rechtdoen heel belangrijk vindt, de bijbel staat er vol van. Maar raakt onrecht ons nog? Worden we er boos om wanneer we zwakke kinderen steentjes zien slaan in de rockholes, worden we nog bewogen wanneer we hopeloosheid zien in de ogen van jonge, sterke mannen die geen werk kunnen krijgen? Kost het ons wat? De rest van de Micha-tekst geeft mij uitzicht: trouw zijn, doorgaan dus. En ootmoedig wandelen met je God. Dan kan Hij elke keer weer laten zien wat jij en ik specifiek kunnen doen.


‘Ik wil dienstbaar zijn’

28 | de donateur |

‘‘Voor mij is liefde een gave én een opgave. Daar bedoel ik mee dat je niet alleen voor jezelf leeft op deze wereld maar ook voor je medemens. In die zin zijn barmhartigheid en rechtvaardigheid niet zomaar begrippen, het zijn werkwoorden. Dat is het gevolg van mijn christen-zijn. Volgens de schepping zijn we allemaal kinderen van een Vader en die Vader zegt het heel duidelijk: ‘zorg goed voor elkaar’. Ik wil daarom ook dienstbaar zijn. Als je de nood in deze wereld ziet kun je niet blijven zitten. Zelf leef ik in Nederland. Daarom ben ik blij dat ZOA in Afrika en Azië vluchtelingen helpt. In Nederland hebben we goede huisvesting. Maar stel dat we door een ramp of oorlog eruit moeten en opeens niets meer hebben? Dan is het toch mooi wanneer mensen uit een ander land ons willen helpen?! En natuurlijk is het onmogelijk om de last van de hele wereld op je te nemen maar wanneer we de wereld willen verbeteren moeten we bij onszelf beginnen. En dat kan door je dienstbaar op te stellen.’’

tekst en fotografie Folkert Rinkema

Naam: Henk Beniers (62) Woonplaats: Nijkerk Beroep: vrijwilliger ZOA Gezin: getrouwd Donateur sinds: 2004

zoa_magazine_2007_#6  

Eelco Fortuijn ‘Het is zó dom om mensen arm te houden’ Gospel Choir D-Light in Liberia Karen-vluchtelingen wachten op vrijheid # 6 | oktober...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you