Page 1

# 6 | oktober 2008 | christelijke organisatie voor internationale vluchtelingenhulp

Andries Knevel

knokt met vragen over onrecht en lijden

Uganda

Opstarten is een hobbelige weg

ZOA 35 jaar Jubileumdossier


Receptioniste is een topfunctie!

02 | voorwoord | tekst: Sybeline Pals, fotografie: Folkert Rinkema

“Goedendag, u spreekt met ZOAVluchtelingenzorg, met Sybeline.” “Ha, Sybeline, hoe is het met je?” Ja, na zeventien jaar begint een telefoongesprek soms informeel. Voor veel bellers is mijn naam en stem bekend en voor bezoekers ben ik een vertrouwd gezicht. Dat maakt het werk leuk.

Wat betekent het om een soort ‘boegbeeld’ te zijn voor ZOA? Meestal sta ik er niet zo bij stil, maar ik wil graag de professionaliteit van de organisatie terugzien in mijn eigen werk. Ik wil hartelijk en behulpzaam zijn, maar vooral ook kennis van zaken hebben, weten wat er gaande is in de landen, op kantoor en welke acties er zijn. De receptie (Wil, Anne-Marie en ik) ondersteunt volop de afdeling Fondsenwerving en Voorlichting, en helpt bijvoorbeeld mee bij de organisatie van de huis-aan-huis collecte, de kruidnotenactie en Walk4Water. Geweldig, die verscheidenheid aan werkzaamheden. ZOA mocht groeien en professionaliseren. Maar wat hetzelfde bleef, is het enthousiasme en de gedrevenheid van iedereen die bij ZOA werkt. Het aantal collega’s is inmiddels verdrievoudigd, maar ook de nieuwe collega’s zijn allemaal even enthousiast en werken er hard aan om met elkaar [r]echt te mogen doen aan de vluchteling, met dank aan onze Hemelse Vader. Na al die jaren kan ik mij er nog steeds over verbazen hoe groot

de verschillen zijn tussen leven hier in het rijke westen en het leven van de mensen in de landen waar ZOA werkt. Nog steeds maken de verhalen en foto’s van mijn collega’s diepe indruk op mij. We zijn allemaal mensen met onze eigen gevoelens, emoties en talenten en allemaal hebben we dit leven van God gekregen. Maar wat is het leven van bijvoorbeeld een Somaliër anders dan dat van mij. Ik hoef mij niet af te vragen hoe ik vandaag aan eten kom voor mijn kinderen en ik ken geen angst te moeten vluchten voor oorlog en geweld of om verkracht te worden door soldaten. Dat is voor veel mensen in die landen de realiteit van de dag. Het helpt mij relativeren. Mijn ‘problemen’ lijken opeens veel minder problematisch. Des te meer reden voor mij om mijn werk met volle overtuiging en inzet te doen. Na al die jaren zie ik het werken bij ZOA nog steeds als een voorrecht. Indirect mag ik, ook in mijn functie, toch iets voor de vluchtelingen en ontheemden betekenen. Sybeline Pals is eerste receptiemedewerker sinds 1991.


Voor- en achterpagina: Quinto Odoch (11) uit Uganda en Hessel Jan Bouwman (10) uit Nederland. Twee verschillende levens, twee toekomstdromen, één hobby (voetbal!). Zie pagina 6 voor het verhaal van Quinto en de achterpagina voor het verhaal van Hessel Jan.

Inhoud:

Twee werelden, één gezicht. Op deze manier beelden wij de verbinding uit tussen u in Nederland en de vluchtelingen en ontheemden in Afrika en Azië. Want het zijn wel twee gezichten, maar het is één wereld.

08 | Andries Knevel

In een openhartig interview vertelt deze programmamaker hoe hij binnen zijn comfortabele Westerse leven worstelt met vragen over armoede, onrecht en lijden.

ZOA-VLUCHTELINGENZORG WERKT IN: AFGHANISTAN CAMBODJA | MYANMAR | THAILAND | SRI LANK A BURUNDI | ETHIOPIË | LIBERIA | SUDAN | UGANDA

14 | Myanmar

Onze achterban gaf ruimhartig na de verwoestende cycloon begin mei. Een verslag van de hulpverlening in dit verwoeste gebied, de lastige en soms gevaarlijke hulptransporten, en over de boeren die stonden te popelen weer op hun land aan de slag te gaan.

Colofon: ZOA-magazine is een periodieke uitgave van ZOA-Vluchtelingenzorg. Oplage 53.000, ISSN 1871-0727 Adresgegevens Sleutelbloemstraat 8, 7322 AG Apeldoorn Postbus 4130, 7320 AC Apeldoorn T: 055 3663339 F: 055 3668799 E: info@zoa.nl I: www.zoa.nl K.v.K.: 41009723, Bank: 38.75.12.012, Giro 550, t.n.v. ZOA Apeldoorn Vorm : Frivista - (y)our mission Druk : drukkerij De Bunschoter

Ter gelegenheid van ons jubileum biedt dit magazine u een terugblik op hulp aan vluchtelingen toen en nu. Daarbij o.a. Dara Rath, een Cambodjaanse vluchteling die in de beginjaren geholpen is door ZOA en een gesprek over toen en nu tussen de drie oprichters en de huidige directeur.

En verder: 04 | Meisjes leren 07 | ZOA-nieuws 13 | De veldmedewerker 16 | Opstarten in Uganda

27 | De ondernemer 28 | De expat 29 | De artiest 30 | De gastschrijver

Redactie: Jolande Bijl, Folkert Rinkema, Orville Zichterman, Els Sytsma (eindredacteur), Ewout Suithoff (hoofdredacteur) Aan dit nummer werkten verder mee: Maud Belder, Rosanne de Boer, Arnoud de Jong, Frank Mulder, Sybeline Pals, Esther Rosier en Alie Velvis © ZOA-Vluchtelingenzorg - het kopiëren of vermenigvuldigen van artikelen wordt door ons op prijs gesteld mits met bronvermelding. Graag ontvangen wij een bewijsexemplaar. Adressenbestanden van ZOA worden niet uitgeleend of doorverkocht.

03 | inhoud |

21 | ZOA 35 jaar!


04 | ZOA-project | tekst en fotografie Folkert Rinkema

Meisjes die naar school kunnen... In Afghanistan was dit lange tijd niet mogelijk vanwege het verbod van de Taliban. ‘De vrouw binnenshuis en haar gezicht verborgen achter een doek’ was hun wet. Gelukkig is deze tijd voorbij. Meisjes kunnen weer naar school en krijgen zo meer mogelijkheden voor hun toekomst. ZOA speelt hierin een actieve rol in de projectgebieden in Noord- en Midden Afghanistan. We bouwen scholen, leiden leraren op en geven ook volwassenen beroepstrainingen. Afghanen zijn op zoek naar een vredig bestaan. De recente ontwikkelingen wijzen er niet direct op dat algehele vrede in Afghanistan spoedig realiteit zal worden. Temeer willen wij ons richten op onderwijs. Het vergroten van kennis is het vergroten van kansen op een inkomen, voedsel en daarmee veiligheid. Voor de meisjes in Afghanistan betekent het concreet een kans om volwaardig mee te kunnen doen in de Afghaanse maatschappij.


Meisjes leren


06 | de vluchteling | tekst: Esther Rosier, fotografie: Folkert Rinkema

‘Ik wil naar de middelbare school’ In Noord-Uganda is het jarenlang onveilig geweest door het ‘Leger van de Heer’. Zij ontvoerden kinderen om in hun leger mee te vechten tegen de regering. Daarom vluchtten veel ouders met hun kinderen naar kampen waar ze meer bescherming hadden. Sinds de wapenstilstand willen mensen weer terug naar hun dorpen. Daar is niet veel van overgebleven. Vanuit kleinere doorgangskampen dichtbij huis bouwen ze - met hulp van ZOA - hun dorpen op. In zo’n kamp woont Quinto. Klein is-ie voor elf jaar, maar zijn ogen staan pienter. Quinto Odoch gaat me voor naar zijn school. Terwijl zijn 36 klasgenoten buiten pauze houden, kunnen wij even praten in het kleine, donkere klaslokaal. Praten over school doet hij graag. Enthousiast vertelt hij over de vakken die hij krijgt. Zijn lievelingsvak is science, het best te vertalen als algemene kennis. Daar valt persoonlijke hygiëne onder,

schoonhouden van de leefomgeving, verzorging van huisdieren als kippen en varkens, voedingstips, landbewerking en meer. ,,Thuis vertel ik mijn ouders wat ik geleerd heb. Dat vinden ze leuk en ze hebben er ook wat aan. Later wil ik leraar worden in dit vak. Daarom hoop ik dat ik naar de middelbare school kan.’’ Maar dat wordt moeilijk. Er zijn vijf schoolgaande kinderen in het gezin. Quinto’s broer zit al op de middelbare school en zoals in zoveel gezinnen is er

geen geld om meerdere kinderen naar de middelbare school te kunnen sturen. Quinto helpt thuis mee door het varken en de twee geiten te weiden, door duiveneieren te rapen en door hun grond te bewerken waar ze maïs en bonen verbouwen. Ook haalt hij water in grote jerrycans. Eerst was dat de taak van zijn oudste broer, maar die is een paar jaar geleden overleden. Zijn broer was ziek en Quinto voelde zich erg verdrietig. Terwijl ik met Quinto meeloop naar zijn huisje om te zien waar hij woont, kruisen we het voetbalveld. Quinto speelt rechtsvoor in zijn team Arsenal. De geiten die over het veld lopen, jagen ze tijdens wedstrijden weg. Terwijl Quinto terug naar school loopt, praat ik nog even met zijn moeder. Voor de hut slaan twee wankele dreumesen een kuikentje dood met een stok. Rustig haalt ze de stok weg, maar boos wordt ze niet: ,,Dan kun je de hele dag wel boos worden! Kleintjes blijven toch dingen doen die niet mogen.’’ Terug bij school zie ik Quinto’s klas onder de boom zitten. ‘‘Met welk vak ben je nu bezig?’’ vraag ik hem. Zijn gezicht spreekt boekdelen: ,,Science!’’


Ethiopië Red Ribbon Al voor de derde keer: het WereldAidsDag concert. Het begint met workshops, waar iedereen aan de slag kan met de brandende vraag: “Wat kan ik doen?” Een eerlijk diner, geheel bestaand uit fair food, versterkt de lichamelijke mens, waarna diverse artiesten en honderden bezoekers een vuist maken tegen aids tijdens het concert. Kom ook! Kijk voor meer informatie en om tickets te bestellen op www.red-ribbon.nl

In het vorige magazine berichtten we over de nood aan de grens met Somalië, waar duizenden vluchtelingen wachtten op water, voedsel en gezondheidszorg. De actie die op touw werd gezet, verloopt succesvol. De kindersterftecijfers in het ontheemdenkamp Hartisheik zijn sinds het begin van de actie met 95% gedaald. In het vluchtelingenkamp Lefe Isa is de nood echter nog steeds alarmerend, mede door de aanhoudende toestroom van nieuwe vluchtelingen. Zij ontvluchten de opgelaaide burgeroorlog in Somalië. Geld om de hulp voort te kunnen zetten, is nog altijd hard nodig. Uw giften zijn welkom o.v.v. ‘hulp Somali-region, (296)

Uitgezonden: ZOA-Afghanistan Bernhard en Miriam Kerschbaum Cok en Liesbeth Verduijn Sari en Steve Vilen Tsjeard en Aaf Bouta E-mail: afghanistan@zoa.nl ZOA-Cambodja Bernie O’Neill E-mail: cambodia@zoa.nl ZOA-Ethiopië Paul en Janine Roelofsen E-mail: ethiopia@zoa.nl ZOA-Liberia Nic Street E-mail: liberia@zoa.nl ZOA-Myanmar E-mail:info@zoa.nl ZOA-Sri Lanka Maarten en Hester van Briemen Bernard en Margreet Jaspers Faijer Anne-Marie Hollander E-mail: srilanka@zoa.nl

ZOA start ‘Act Positive!’

ZOA Noord-Sudan Douwe en Stijnie Slot darfur@zoa.nl ZOA Zuid-Sudan Wim en Cathy Groenendijk Jan en Marjo Huls Corine Verdoold sudan@zoa.nl ZOA-Thailand Brian Solomon Tijmen en Ria van Steeg E-mail: thailand@zoa.nl ZOA-Uganda Astrid en Gerbrand Alkema Guido de Vries E-mail: uganda@zoa.nl Daarnaast worden regelmatig Short Term Workers uitgezonden, met name bij noodhulpacties.

Waar is ZOA? 18 oktober, jubileumconcert Hendrik Ido Ambacht, De Open Hof 25 oktober, jubileumconcert Deventer, Grote of Lebuinuskerk 29 november, Red Ribbon. Hèt WereldAidsDag Concert, Zwolle

Wereldwijd heeft ZOA-Vluchtelingenzorg ruim 900 mensen in dienst, waarvan het merendeel lokaal wordt aangetrokken. Als u wilt schrijven met een van de medewerkers, dan kunt u de adressen van de buitenlandse kantoren op het hoofdkantoor opvragen (055 3663339).

07 | ZOA-nieuws | tekst: Els Sytsma

Act Positive! Aids affects us all. Een pakkende naam voor de campagne die ZOA is gestart met Tear, Woord en Daad, Kindernothilfe uit Duitsland en ACET uit Slowakije. Het doel van de campagne is bewustwording van de HIV/Aids-problematiek onder Europese jongeren. Met een internationale jongeren-conferentie zal in Duisburg op 14,15 en 16 november 2008 de campagne worden afgetrapt. Jongeren uit Nederland, Duitsland en Slowakije zullen meedoen aan workshops, discussies en bezinning op het gebied van HIV en Aids. Ook komen er interessante genodigden. In het kader van deze campagne werft ZOA jeugdgroepen die zich willen inzetten voor Act Positive! Op de website www.actpositive. eu kan iedereen de petitie ondertekenen die is opgesteld voor de Europese Commissie. Met een miljoen handtekeningen willen we de Europese Commissie er namelijk toe brengen ‘kinderen en HIV/Aids’ op de agenda te plaatsen. Meedoen of meer informatie over Act Positive? Neem contact op met Marije Zomerdijk (m.zomerdijk@zoa.nl)


08 | interview | interview: Els Sytsma, fotografie: Folkert Rinkema


‘Ik vind dit een moeilijk gesprek’ “Armoede raakt me niet. Dat wil zeggen: niet de hele dag en zelfs niet elke dag. Ik ben ook maar een gemiddelde Westerling.” Andries Knevel, de felle en gedreven interviewer die we van de televisie kennen, heeft geaarzeld om aan dit interview mee te werken. “Het zou veel te vroom zijn om te zeggen dat ik dag in, dag uit met het onrecht in de wereld bezig ben.” Knevel spreekt zichzelf overigens direct tegen. “Het raakt me wel! Als ik foto´s of filmbeelden zie, of toen ik me voorbereidde op de komst van minister Koenders in Knevel en Van den Brink. De cijfers, de aantallen, dat schokt me. En natuurlijk als ik op reis ben en direct word geconfronteerd met mensen die in armoede leven, zoals laatst in Cambodja.” Op zulke momenten krijgt hij het idee er ‘iets aan te moeten doen’. Romantische impulsen, zoals hij het zelf noemt, om zijn baan bij de EO op te zeggen, zijn huis te

verkopen en hulp te gaan verlenen. “Maar ja, daar komt natuurlijk niets van.” Waarom eigenlijk niet? Hij lacht. “Tja, omdat ik hier nog zit… Het is een combinatie; het kan niet qua privé- omstandigheden en ik werk natuurlijk bij de EO, daar kan ik ook wat betekenen. Denk ik. Of hoop ik.” Waarbij hij er telkens weer tegenaan loopt dat de interesse voor de Derde Wereld gering is. “Ik probeer er zoveel mogelijk aandacht aan te besteden, maar er zit een grens aan. Zelfs als er een Bekende Nederlander doorheen loopt, is

De redactie interviewt voor elk ZOA Magazine een bekend persoon over humanitaire hulpverlening. Hun ervaringen geven een blik van buitenaf op het werkveld van ZOA. De geïnterviewde krijgt de ruimte om zijn of haar visie te verwoorden op internationale vluchtelingenproblematiek, welke niet per se de visie is van ZOA. Ditmaal Andries Knevel, programmamaker bij de EO.


10 | interview |

‘De onrust blijft. Doe ik genoeg? Nee, dan zou ik immers mijn boeltje pakken en gaan.’

er nauwelijks belangstelling meer voor. Wat kan ik met al mijn betrokkenheid bij problemen op wereldformaat eigenlijk doen? Voor een burger zoals ik zijn dat maar twee dingen: geld geven natuurlijk, en politieke druk uitoefenen voor rechtvaardige verhoudingen qua handel,“ maar tegelijkertijd begint Knevel wat moedeloos te zuchten. “Mèt dat ik dit zeg, voel ik meteen al de onmogelijkheid ervan. Het is prachtig allemaal, maar op wereldschaal betekent het niets. Zelfs goedwillende Nederlandse ministers kunnen in de wereld nauwelijks iets bereiken.” Klinkt hij daar fatalistisch? “Ja, maar in theorie. Ik moet natuurlijk toegeven dat ik er persoonlijk verder niets van merk. Het blijft abstract, omdat ik armoede en onrecht niet aan den lijve heb ondervonden. Ik doe van alles, geef een substantieel bedrag, was dagvoorzitter van een congres bij Woord & Daad, probeer altijd een gaatje in mijn agenda te vinden als ik word gevraagd voor een televisieprogramma over een hulpproject. Als het helpt mij daarheen te sturen, dan ja, natuurlijk! Dus ik denk dat ik bovengemiddeld betrokken ben, maar het blijft altijd binnen de marges van de pijnloze hulp. Ik eet er geen boterham minder om. Bij mij thuis is dit tegenwoordig geregeld onderwerp van gesprek. Zou hulp geven niet ‘zeerder’ moeten doen?” Er volgt een nadenkende stilte. “De onrust blijft. Doe ik genoeg? Nee, dan zou ik immers mijn boeltje pakken en gaan. Maar of dat zin zou hebben? Dus ik geef geld, maar nee, genoeg doe ik niet. Verder ben ik de doodgewone Westerling met zijn comfortabele leven en ideeën over hoe het beter moet in de wereld. Organisaties als ZOA vind ik dan ook belangrijk, omdat ze me

wakker houden. Confronteer me, maak me onrustig.”

Denkduwtje Hoe ziet Knevel daarin zijn eigen rol, als televisiemaker die bepaald niet vies is van een eigen mening? “Ik zou graag grote woorden als bewustwording en vergroten van de betrokkenheid gebruiken. Vroeger zou ik dat gezegd hebben. Maar inmiddels ben ik vertrouwd geraakt met de oppervlakkigheid van het medium televisie. Nu hoop ik alleen nog maar de kijkers een ‘denkduwtje’ te geven. Als dat lukt, is het mooi. Ik ben trots op EO-Metterdaad (nu Nederland Helpt), waarmee ik destijds ben begonnen. In noodsituaties kunnen we daarmee veel tot stand brengen. Maar opnieuw: zonder dat het ons teveel kost, binnen de marge van de luxe van het leven.” Ongelijkheid is overigens geen onrecht op zich, volgens Knevel. Hij verwijst naar het recente boek ‘Het oog van de naald’ van Johan Graafland. Daaruit blijkt dat ongelijkheid noodzakelijk is om het economische reilen en zeilen gaande te houden. Knevel: “In deze gebroken wereld is ongelijkheid de prikkel om in beweging te komen. Mijn ideaal is daarom een wereldwijd handelssysteem, waarin arme landen zelf activiteiten kunnen ontplooien. Afgezien van noodhulp, heeft hulpverlening in Afrika de afgelopen decennia vaak averechts gewerkt, zoals het laatste half jaar uit diverse rapporten is gebleken. Vooral steun aan vaak corrupte overheden, dat is weggegooid geld.” De televisiepresentator is wel te spreken over organisaties als Woord & Daad en ZOA, die aan de basis werken. “Als het niet goed gaat, moet je er niet mee stoppen, je moet het gewoon beter doen.”


‘Met vragen over armoede, onrecht en lijden blijf je je leven lang knokken.’

Beker water Waarom toch die wens een steentje bij te dragen aan een betere wereld? Onomwonden is Knevel daarover: die verantwoordelijkheid leert hij uit de bijbel. Maar opnieuw belandt hij in een onderwerp waarin het zoeken is naar woorden. Want die bijbel leert hem ook erop uit te trekken en alle volken het evangelie van de opgestane Heer te verkondigen. “Over dat spanningsveld denk ik al tientallen jaren na. Ik ben ervan overtuigd dat je ontwikkelingssamenwerking niet mag misbruiken voor zending. Maar, cru gezegd, wat baat het de mens hulp te ontvangen van ZOA als hij God niet leert kennen? Daar lopen we bij de EO ook tegenaan. Wat heeft een informatief medisch programma voor zin als het geen nieuwe bekeerden oplevert? Ik laat me dan telkens weer corrigeren door de bijbel. ‘Heb uw naasten lief, heb zelfs je vijanden lief.’ Een beker water voor iemand die dorst heeft, is in zichzelf waardevol, zonder dat het een middel is om aan zending te doen. Het geven van hulp heeft zelfstandige waarde.” Met een milde glimlach herinnert hij zich de zomer van 2006, toen hij op de weg van Beirut naar Tyrus Libanese – islamitische - vluchtelingen een fles water en een evangelisch kinderboekje uitreikte. “Laat die spanning maar bestaan. Je hoeft er niet per se aan de ene of de andere kant uit te komen.”

Waarom Als EO’s anchorman één ding duidelijk wil

maken, is het wel dat hij geen antwoorden heeft. Niet op de vragen hoe armoede de wereld uit geholpen dient te worden, niet over de manier waarop Nederlandse burgers daarvoor verantwoordelijkheid moeten nemen, en al helemaal niet over de vragen naar het waarom. Daarbij heeft hij minder moeite met de vragen naar het lijden op wereldniveau dan met de vragen naar het persoonlijke lijden in het leven van ieder mens. “Waar ik veel moeite mee heb, is het lijden dat mensen ‘zomaar’ overkomt, zonder dat er een schuldige is aan te wijzen. Lijden op wereldschaal levert andere vragen op, omdat het deels mensenwerk is. Ik kan me erg vinden in een uitspraak van Willem Aantjes. Hij vertelde me eens geen moeite te hebben met grote vragen over het lijden, want ‘wij zijn de handen en voeten van God.’ Hij bedoelt dat je zulke vragen niet bij God moet leggen, je moet er mee aan de slag. Zelfs bij natuurrampen zie je dat de armen en kwetsbaren eerder slachtoffer worden dan de rijken. Dus ook daar: doe er wat aan.” “Ik vind dit een moeilijk gesprek. Ik heb geen antwoorden, ik stamel maar wat. Met vragen over armoede, onrecht en lijden blijf je je leven lang knokken.” Hoewel hij weet geen antwoorden te vinden, keert hij zich niet van deze vragen af, maar blijft Knevel zoeken naar manieren om betrokken te blijven en te helpen. Een onderdeel van die zoektocht is een reis naar één van ZOA’s werkgebieden volgend jaar.


- advertentie-

Echt

dankbaar

Wij mogen al 35 jaar lang mensen in nood helpen. Onze dank hiervoor gaat uit naar onze donateurs; u die ons zo gul heeft gesteund in ons werk. Wij hopen dat u ons wilt blijven steunen. Kijk ook eens op www.ikdoerecht.nl wat u kunt doen voor vluchtelingen in Afrika en AziĂŤ.

35

[r]echt voor de vluchteling

GIRO 550 WWW.ZOA.NL


: Lévy Ndikumana : 36 jaar : Directeur MiParec : Burundi

‘Werken aan verzoening’ Burundi kent een geschiedenis van bloedige strijd tussen de etnische groepen Hutu’s en Tutsi’s. Terwijl het in buurland Rwanda tot een gruwelijke, maar kortdurende uitbarsting kwam in 1994, heeft het vergelijkbare geweld in Burundi zeker tien jaar geduurd. Lévy Ndikumana stond in 1996 aan de basis van MiParec, een christelijke organisatie voor vrede en verzoening. Sinds 2007 steunt ZOA programma’s van MiParec. Kun je iets over de situatie in Burundi vertellen? “Ik was 21 toen de crisis begon, op 21 oktober 1993. De president die drie maanden eerder was gekozen bij de eerste democratische verkiezingen ooit werd tijdens een staatsgreep vermoord door het leger. Na deze staatsgreep begonnen mensen van beide etnische groepen elkaar te doden, uit wraak, maar ook uit zelfbescherming: als ik hen niet dood, doden zij mij. Dat kwam omdat Burundi al een hele

geschiedenis van wederzijdse haat en moord achter de rug had. Mijn opleiding heb ik niet kunnen afmaken. Van mijn school zijn 144 studenten vermoord. Op een andere school, in Kibimba, zijn 72 studenten levend verbrand. Moord, vernieling, diefstal, verkrachting, het was aan de orde van de dag.” Hoe ben je met MiParec begonnen? “In 1995 kwam er een Peace Presence team uit Amerika. Ik werd door de kerk gevraagd om hen te ondersteunen. Na hun vertrek heb ik samen met een schoolvriend besloten dit werk voort te zetten. Jezus spreekt immers veel over verzoening, dus dat is wat wij, als christenen, moeten doen. Na een opleiding van drie maanden over vredesopbouw hebben we in 1996 MiParec opgericht: Ministère Paix et

Reconciliation: Organisatie voor Vrede en Verzoening. In de dorpen geven we o.a. workshops over geweldloos omgaan met conflicten en organiseren we kampen voor Tutsi- en Hutujongeren samen.” Hoe werd jullie werk in Burundi ontvangen? “Ik heb een paar keer in de gevangenis gezeten omdat ik vóór onderhandeling met de rebellen was. Anderen, met dezelfde mening, zijn vermoord. Ik zal een voorbeeld geven. Tijdens één van onze workshops weigerde een dorpshoofd mee te doen: “Als we iets willen oplossen, dan vechten we”, zei hij. Maar de andere aanwezigen zeiden dat ze het toch wilden proberen. Dit dorpshoofd is gelukkig gebleven en heeft aan het eind van die drie dagen zelfs de moordenaars van zijn moeder vergeven. Om zulke vruchten van mijn werk te mogen plukken, maakt me dankbaar.” Hoe bevalt de samenwerking met ZOA? “We kunnen veel van elkaar leren. Het is moeilijk de effecten van ‘vredesopbouw’ te meten, daarin leren wij veel van ZOA. Voor ZOA is vredesopbouw een relatief nieuw gebied, daarin kunnen zij veel van ons leren.”

13 | de veldmedewerker | tekst: Els Sytsma, fotografie: Folkert Rinkema

Naam Leeftijd Functie Land


14 | reportage| tekst: Jolande Bijl, fotografie: ZOA Dat de tropische storm zo zwaar zou zijn, had niemand in Myanmar verwacht. Daarom was het die 2e mei van dit jaar niet bij Shilubud opgekomen om te vluchten. Trouwens, waar had hij naartoe gemoeten? In de hele omgeving was geen heuvel of stenen gebouw te bekennen. De dichtstbijzijnde stad ligt op vier uur varen afstand.

Om 20.00 uur kwam het water zijn paalwoning binnen. Dat gebeurde niet vaak, en ook daarna bleef het water maar stijgen. Hoewel het vanaf het dorp nog een uur varen is naar zee, kan het water via de riviermondingen gemakkelijk diep in het land doordringen. Die nacht steeg het zeewater tot drie meter boven normaal niveau. In een land zonder dijken, dat slechts een halve meter boven de vloedlijn ligt, loopt dan alles onder water. Rond middernacht begaf de houten woning het. Doorweekt waadde Shilubud met zijn vrouw Marymoon en zijn twee kinderen van vier en twee jaar door het water naar een grote boom. De boom lag ontworteld op z’n zij. Met moeite lukte het om een aantal meters omhoog te klimmen en zich te nestelen op een dikke tak. Stevig klampten ze zich aan elkaar vast. De stormwind zweepte het water metershoog op, maar gelukkig niet hoog genoeg om het gezin mee te sleuren.

Ravage Een paar uur hebben ze daar zo gezeten en toen was het voorbij. De wind ging liggen en het water zakte. Ze hadden het

gered! Maar de ravage was enorm. Huizen waren weggevaagd, de weg was niet meer te vinden. Die nacht verloor Shilubud zijn vader, twee zussen en drie neven. Het was een wonder dat zijn gezin er nog was; zevenhonderd van de duizend mensen in zijn dorp overleefden de ramp niet.

CDN Om Shilubud en duizenden andere slachtoffers zoals hij te helpen, trok ZOA’s noodhulpcoördinator John Buijs per boot een van de hardst getroffen gebieden in, met een team van het CDN, een samenwerkingsverband van Nederlandse hulpverleningsorganisaties (zie kader). Hulpgoederen zoals tenten, handtractoren, zaad en kunstmest, werden vanuit de hoofdstad Yangon op een binnenvaartschip geladen. De tocht was niet zonder gevaar, maar verliep boven verwachting. John Buijs: “De planning van zo’n tocht is moeilijk. Je bent afhankelijk van het weer. Je weet niet precies hoe je moet varen. Vaar je te ver door, dan kom je te dicht bij zee en wordt het gevaarlijk. Onze kapitein uit Yangon was zelf nog nooit zo diep de Irrawaddy-delta in


Shilubud overleefde cycloon Nargis geweest. Op een gegeven moment viel de motor uit, maar gelukkig hadden we een reservemotor aan boord. Bij aankomst konden we de hulpgoederen goed afzetten. Vooral met de handtractoren waren de mensen erg blij. Nooit zal ik die gretige blikken van de boeren vergeten. Ik ben geraakt door de kwetsbaarheid van deze mensen. Ze hadden al niet veel en nu zijn ze alles kwijtgeraakt. Als ik er iets aan kan doen om deze mensen weer toekomst te geven, doe ik dat graag.”

Het CDN heeft inmiddels meerdere transporten uitgevoerd. “We streven naar een betrokkenheid van twee tot drie jaar in de delta”, aldus John Buijs. “Die eerste tocht was het begin van een langdurig programma. We werken aan de rehabilitatie van de slachtoffers, waarbij de structurele hulp zich vooral richt op landbouw en voedselzekerheid.” Inmiddels is er rijst geplant in de gebieden waar het CDN hulpgoederen heeft afgezet. John Buijs: “Bij terugkomst in augustus bleken de handtractoren allemaal intensief gebruikt te zijn. Er waren geen klachten over uitgevallen handtractors, en de

overheid leverde de benodigde diesel. En met succes: de nieuwe rijstplantjes staan weer op de akkers. Voor een goede oogst is het heel belangrijk dat de rijst vóór aanvang van het droge seizoen in de grond zit, en dat is gelukt. Een positief en bemoedigend resultaat, dat hopelijk leidt tot een mooie oogst in december.” Tijdens het laatste transport ontving één nieuw gebied voor het eerst hulp. Het team kreeg ook berichten over andere onbereikte gebieden. “Binnenkort gaan we daar per helikopter polshoogte nemen”, zegt John Buijs. Het CDN hoopt ook te werken aan maatregelen die het land minder kwetsbaar maken voor dergelijke natuurrampen: “Het laaggelegen land werd altijd omzoomd met lage dijkjes. Veel van deze dijkjes zijn door de vloedgolf weggespoeld. Daardoor overstromen de daar achtergelegen akkers nog steeds geregeld en spoelt jonge aanplant weer weg. Daarom denken we nu na over hulp bij de reparatie van deze beschermende dijkjes, zodat de nieuw aangeplante rijst de kans krijgt om te groeien.”

Noodhulp in Myanmar ZOA-Vluchtelingenzorg werkt samen met Woord en Daad en Red een Kind in een Consortium of Dutch NGO’s (CDN). De Myanmarese autoriteiten hebben het consortium toestemming gegeven om slachtoffers van de cycloon van noodhulp te voorzien en te werken aan het herstel van de landbouwsector. De rijstvelden in de Irrawaddy-delta werden zwaar beschadigd door de cycloon Nargis, die in de nacht van 2 op 3 mei met winden van 200 km/u door de delta raasde. De Irrawaddy-delta is de belangrijkste rijstproducerende regio van Myanmar. De noodhulpactie voor Myanmar kreeg ongelooflijke respons vanuit onze achterban. De opbrengst was ruim € 700.000,-. Alle gevers hartelijk dank voor hun steun!


16 | reportage| tekst: Alie Velvis, fotografie: Folkert Rinkema

Voor de ongeveer twee miljoen ontheemden in Noord-Uganda is de recente - fragiele - vrede een kans op terugkeer naar huis. Dit is een goed voorbeeld van een situatie waarin ZOA als vluchtelingenorganisatie is gespecialiseerd: wederopbouw in de naweeÍn van oorlog en geweld. Maar opstarten in zo’n situatie is niet eenvoudig.


Een hobbelige weg:

Opstarten in Uganda


De complexe situatie weerhoudt landendirecteur Guido de Vries niet van grote ambities: “Mijn toekomstdroom is dat NoordUganda een levendige landbouwsector krijgt. En dat producten uit deze regio in bijvoorbeeld de Nederlandse supermarkt komen te liggen.” Uganda is een vruchtbaar land gelegen aan het Victoriameer, gezegend met grondstoffen als gas en olie. Maar het is ook een land met een zwarte geschiedenis, eerst door toedoen van dictator Idi Amin, daarna door een twintigjarige oorlog tussen overheid en de rebellen van het Leger van de Heer. Sinds het staakthet-vuren in 2006 gloort er weer hoop op vrede. Al blijft de vrede erg kwetsbaar zolang de rebellen van Leger van de Heer geen vredesakkoord willen ondertekenen.

Loodzwaar

18 | reportage |

‘Mijn toekomstdroom is dat Noord-Uganda een levendige landbouwsector krijgt.’

Ondanks alle tegenslag en verdriet hebben de Ugandese ontheemden de moed opgevat om terug te keren naar huis en een nieuw bestaan op te bouwen. Onder de schaduw van een boom zit Akullu Lillian (28), boerin en moeder van drie kinderen, uit te rusten van het zware werk in de brandende zon. Samen met anderen werkt ze eigenhandig aan de aanleg van een weg. Het werk is loodzwaar, de kleiachtige grond ongenadig en water ver te zoeken. Maar: “Ondanks dat het zo zwaar

is, ga ik door. Deze weg is ontzettend belangrijk voor contact van onze dorpen met de buitenwereld.” Naast de aanleg van wegen wil ZOA de ontheemden helpen om de verwaarloosde akkers weer vruchtbaar te maken, scholen en sanitair te bouwen en waterputten te slaan.

Obstakels Tijdens de opstart van een nieuw programma, zoals afgelopen jaar in Uganda, komt veel kijken. Goede contacten met de lokale overheid zijn van groot belang. Toestemming en medewerking is immers nodig voor de start en uitvoering van de projecten. Landendirecteur Guido de Vries vertelt dat het niet vanzelf ging: “De mensen bij de overheid hebben allemaal hun eigen agenda. Bij voorkeur willen ze je graag in die gebieden laten werken waar zij veel aanhang hebben. Overeenstemming over de projectlocatie kwam er pas na veel praten, manoeuvreren en masseren.” De Vries stelde als voorwaarde voor een projectlocatie dat de diverse bevolkingsgroepen evenveel kunnen profiteren van het ZOA-project. Het kostte moeite, maar is gelukt. Verder is het ongelooflijk belangrijk dat de ontheemden zelf vanaf het begin betrokken worden bij de start van een programma. Programma-adviseur Astrid Alkema was


hierbij in Uganda betrokken: “We praatten met de mensen over wat zij nodig hebben, belangrijk vinden en wat zij zien als hindernissen om weer terug naar huis te gaan. Daarbij werd al snel duidelijk hoe groot de nood is in het district Pader.” Ondanks de grote nood is het moeilijk om voldoende geld te krijgen voor Noord-Uganda. Juist omdat het conflict voorbij lijkt te zijn, trekken veel noodhulp-donoren zich terug, terwijl de problemen nog groot zijn. Het platteland is jarenlang vrijwel geheel ontvolkt geweest. Landmijnen, verwaarloosde landbouwgrond en gebrek aan basale voorzieningen zoals schoon drinkwater en onderwijs, en niet in de laatste plaats een getraumatiseerde bevolking en beschadigde sociale structuren maken wederopbouw een langdurig en moeizaam proces. Het is juist in deze fase, tussen noodhulp en ontwikkeling in, waar de kracht van ZOA ligt.

Water Eén van de meest urgente zaken is het gebrek aan schoon drinkwater. Dankzij de opbrengst van de sponsorloop Walk4Water, in maart van dit jaar, en de verdubbeling van Aqua for All, kunnen waterputten

worden geslagen bij scholen. Hierdoor hebben de kinderen en de teruggekeerde ontheemden in de omliggende dorpjes nu toegang tot schoon water. Ook worden met de Walk4Water-opbrengst de sanitaire voorzieningen rondom scholen verbeterd. “Daardoor neemt de kans op besmettelijke ziekten zoals cholera en tyfus af, en neemt het aantal kinderen dat naar school gaat, toe. Bovendien zal er minder schooluitval zijn”, verwacht Guido de Vries.

Hoop doet leven Astrid Alkema: “In de korte tijd dat wij in Uganda werken, hebben we al een goede band opgebouwd met de lokale overheid. Dat komt omdat we de terugkerende ontheemden op allerlei vlakken hulp bieden. Zowel via landbouw, onderwijs, water en sanitatie als (in de toekomst) door het stimuleren van bedrijvigheid.” Uiteindelijk is het de bedoeling dat de gemeenschap de eigen ontwikkeling weer ter hand neemt. Daarom spelen de lokale mensen vanaf het begin een grote rol in de planning en uitvoering van de projecten, zodat ze zich realiseren dat het hun eigen projecten zijn. Door middel van deze ervaring, en door onderwijs en trainingen, bereiden lokale organisaties en overheden zich vanaf het begin voor op het onvermijdelijke vertrek van ZOA in de toekomst. Akullu Lillian en vele andere ontheemden bouwen gestaag aan de toegangsweg tot hun dorpen. Het isolement is doorbroken,

er is weer hoop op een betere toekomst. Ondertussen wachten zij nog op de ondertekening van het definitieve vredesakkoord. Dan kan het recht haar beloop krijgen en kunnen de ontheemden in vrede echt terug naar huis. Meebouwen aan wederopbouw? Uw gift voor Uganda is van harte welkom op giro 550 o.v.v. Wederopbouw Uganda (3080).

Na geweld de wederopbouw In het proces van noodhulp naar wederopbouw en ontwikkeling, heeft ZOA zich met name gespecialiseerd in de fase tussen noodhulp en ontwikkeling in. Wanneer na een periode van gewapend conflict de situatie in een land weer een beetje stabiliseert, trekken noodhulpdonoren zich vaak terug. Ze gaan naar gebieden waar net een ramp is gebeurd. Voor ontwikkelingsorganisaties is de situatie op dat moment meestal niet stabiel genoeg. Juist dan ziet ZOA een taak voor zich weggelegd, om de grote groepen ontheemden bij te staan die nog op de vlucht zijn of die sinds kort zijn teruggekeerd naar huis. Overigens geeft ZOA weldegelijk noodhulp, maar zal dat zoveel mogelijk laten volgen door een programma gericht op wederopbouw, zoals nu in Myanmar.


Practice what you preach:

…een kopje vol dilemma’s

20 | het dilemma | tekst: Arnoud de Jong en Els Sytsma, fotografie: Folkert Rinkema

Soms schrikken we er zelf van. Gebruiken we niet tè grote woorden? We willen recht doen aan de vluchteling en in actie komen tegen onrecht en ongelijkheid. Met een verwijzing naar de bijbel roepen we ook onze achterban op om recht te doen in het dagelijks leven.

Dat klinkt gemakkelijk, maar iedereen zal de dilemma’s herkennen waar je in het dagelijks leven tegenaan kan lopen. Daarom hierbij een blik op onze dagelijkse praktijk. Doen we zelf recht in onze werkwijze? En hoe zit het met de koffieautomaat?

Toegevoegde waarde? Om de organisatie soepel te laten draaien, zijn allerlei controlemechanismen ingebouwd. Interne financiële controles en externe controles van accountants, kwartaalrapportages en jaarverslagen van alle projecten en landen kosten tijd. En dus geld. Toch heb je ze nodig voor een verantwoorde bedrijfsvoering. Anders kunnen we wel druk bezig zijn met de waan van de dag, toch verliezen we dan snel uit het oog of we nog in de goede richting bewegen. In alle controles en rapportages wordt gekeken of we onze doelstelling halen: hebben we inderdaad toegevoegde

waarde geleverd aan vluchtelingen en ontheemden? En, net zo belangrijk, zijn we op verantwoorde, effectieve manier omgegaan met de inzet van mensen en middelen? Vaak zijn we dankbaar voor de positieve resultaten. Maar ook als er fouten zijn gemaakt, zullen we eerlijk en transparant rapporteren. Dat is één van de manieren waarop wij recht willen doen in ons dagelijks bestaan.

Flexibel In ons werk komen we vaak snel wijzigende situaties tegen. Zo resulteerde een kort bezoek aan een bestaand waterproject in Ethiopië ineens in noodhulp voor Somalische vluchtelingen en veranderde het wederopbouwprogramma in Sri Lanka weer in noodhulp. In jaarplannen is vastgelegd op welke manier we willen werken. Dat moeten we echter los willen laten als de situatie daarom vraagt. Dat vraagt vertrouwen in het personeel ter plaatse. Alleen zó kunnen we doen wat we zeggen, namelijk de hulp verlenen die vluchtelingen en ontheemden nodig hebben.

Niet tegen elke prijs Als we in Nederland over recht praten dan denken we al snel aan duurzaamheid, fair trade en groene stroom. Wij realiseren ons hierin onze verantwoordelijkheid, maar zitten daarmee midden in een levensgroot spanningsveld. Want fair en groen betekent soms – niet altijd - ook duurder. Daarmee lopen we het risico dat onze overheadkosten stijgen. Doen wij daarmee recht aan de donateur? En aan de vluchteling? Wij hebben groene stroom, wij hebben het juiste papier en we kozen voor een Wereldwinkel-kerstpakket, maar niet tegen elke prijs. De koffie-automaat maakt duidelijk hoe wij pragmatisch, maar heel bewust, keuzes maken. Hoewel we namelijk graag Max Havelaar-koffie zouden willen schenken, is de huidige automaat daarvoor niet geschikt. Bewust omgaan met onze middelen betekent in dit geval nog even geen nieuwe koffie-automaat. Voorlopig beginnen we dus nog elke werkdag met een kopje vol dilemma’s.


21 | het jubileum | tekst: Esther Rosier, fotografie: ZOA

Van noodhulp naar wederopbouw

ZOA bestaat 35 jaar. Drie betrokkenen kijken terug door de bril van nu. Een van de oprichters over de interessante tijd van toen, een toenmalige vluchteling over het onbekende Nederland en een medewerker over veranderde hulp.


Hoe het ooit begon Henk van der Velde heeft heimwee naar de actie van de beginperiode. ,,1973 was een ontzettend linkse tijd. Inbreng van rechts werd niet gedoogd. De communistische wethouder van Groningen maakte zich sterk om de Vietcong in communistisch Noord-Vietnam te steunen. De toenmalige burgemeester van Groningen wilde ons als protesterende GPVjeugd niet eens ontvangen. Als reactie besloten twee studenten en ik een comité voor hulp aan Vietnamese vluchtelingen in ZuidVietnam op te richten. Want wat de gewelddadige Vietcong onder hen aanrichtte, werd door de politiek hier verzwegen. Premier Den Uyl durfde later bij de machtsovername door de Vietcong zelfs te zeggen: ‘Vietnam is eindelijk bevrijd.’ Ons werk voelde als een roeping.’’

22 | het jubileum| tekst: Esther Rosier, fotografie ZOA

,,Na de val van de Vietnamese regering in 1975 kwam een stroom bootvluchtelingen op gang. Met de hulporganisatie CAMA, al een eeuw werkzaam in dat gebied, hielpen we met de eerste opvang. Het was ook samen met CAMA dat we met spoed een medisch team samenstelden. Dat vind ik

nog steeds een van de mooiste projecten: het Christian Medical Team (CMT). Het was onvoorstelbaar hoe we in korte tijd het internationale team bij elkaar konden krijgen. Ik noem dit de voorloper van Artsen zonder Grenzen. Op de presentatie van het CMT bij hun vertrek was de hele pers afgekomen. Tot afgrijzen van links Nederland stelde Martinair zijn perskamer beschikbaar en werd een vliegtuig volgeladen met Liga-koeken. Maar ook de regering kon de nood niet meer negeren, want de Veiligheidsraad verdeelde de vluchtelingen over de verschillende landen. In Nederland was ik degene die de eerste bootvluchtelingen uit Zuid-Vietnam van het vliegtuig durfde te halen om naar de opvang in Ureterp te brengen. Zo controversieel was dat toen.’’ ,,In 1984 ben ik gestopt met ZOA omdat ik al mijn energie in mijn eigen bedrijf moest steken. Maar ik heb wel heimwee naar die periode, het was een boeiende tijd. Het waren jaren waarin de actiebereidheid van jongeren groot was. Ik zou willen dat die betrokkenheid en bevlogenheid van het begin doorgaat. Het is mooi dat jongeren tegenwoordig weer betrokkenheid tonen bij hulp, zoals bij de werkvakanties met WorldServants.”

Vluchteling uit de begintijd

‘Met de brommer van ZOA was ik heel blij’

Ontwikkelingen van ZOA Van medicijnen naar managementtraining

Zes vragen aan programmamedewerker Herman Kamphuis over ontwikkelingen in 35 jaar ZOA. Wat is er in 35 jaar veranderd aan ZOA als organisatie? ,,Ten eerste natuurlijk dat we niet meer alleen in Zuidoost Azië werken, maar sinds de jaren tachtig ook in andere Aziatische landen en in Afrika. Ten tweede zijn we niet meer alleen Nederlands. De meeste functies worden ter plekke vervuld, en we hebben o.a. Finse, Duitse, Zweedse en Ierse mensen in dienst.” Is de invulling van de hulp veranderd? ,,Het werk begon natuurlijk in de vluchtelingenkampen met Vietnamese en Cambodjaanse vluchtelingen. Nu


Dara Rath vond drie jaar leven onder het gewelddadige regime van de communistische Rode Khmer in Cambodja genoeg en sloeg op de vlucht naar Thailand. In 1984 kwamen zijn vrouw Mono en hij naar Nederland. ,,Een man bij een vrouw achterop de fiets, dat kan natuurlijk niet,’’ vindt de blinde Dara Rath nog steeds. In het eerste jaar dat hij en zijn vrouw als Cambodjaanse vluchtelingen naar Nederland kwamen, zette ZOA een actie op touw voor een brommer. ,,Ik was er

heel blij mee en ben er zo’n tien jaar mee naar school gegaan. Toen Nederland in 1984 zeven gezinnen uitnodigde om hier te komen wonen, kenden we het land niet. Een Duitse arts heeft ons toen uitgelegd hoe het zat met oosterse en westerse landen, met arm en rijk. In het opvangcentrum leerden we al snel meneer Van Rijn kennen. Hij was van ZOA en hielp ons met spullen. Nog steeds hebben we contact met hem. Het gaat goed met ons. Ikzelf werk bij Blizo, een werkplaats voor visueel gehandicapten, mijn vrouw is druk met onze vijf tieners. Ik ben in de tussentijd twee keer naar Cambodja teruggeweest.

Het was goed om de familie weer te zien en de taal te spreken. Mijn vrouw en kinderen denken er niet aan om ooit naar Cambodja terug te gaan. Ikzelf zou dat wel willen, als ik oud ben. Juist omdat ik blind ben. Het is daar een mooi klimaat waardoor je sneller buiten komt en contact houdt met andere mensen. Eerst kon ik nog licht en donker onderscheiden, maar sinds een mislukte operatie ben ik volledig blind. Wat God wil, is niet altijd wat wij willen.’’ Op de foto: Dara en Mono Rath met vier van hun kinderen.

noodhulp bieden. Zo is dat bijvoorbeeld bij de aardbeving in Pakistan gegaan. Daar heeft ZOA trouwens ook nog met extra personeel bijgesprongen.’’

werken we vooral in situaties waarin het conflict zo goed als voorbij is, en ondersteunen we de gemeenschappen bij terugkeer en wederopbouw. ‘Postconflictsituaties’, noemen we dat. ZOA heeft zich steeds meer in dat lastige werkterrein gespecialiseerd. Verder boden we eerst vooral basisvoorzieningen, zoals medische hulp, onderwijs of wegenbouw. Tegenwoordig combineren we dat met capaciteitsopbouw: het versterken van de dorpsraden, de lokale partners en de lokale overheid. Zodat de basisvoorzieningen ingebed raken in de lokale structuren en ook op langere termijn blijven werken.’’ Hoe werkt capaciteitsopbouw? ,,Het gaat erom dat iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid neemt. Bij bijvoorbeeld de aanleg van een waterput wordt de dorpsbevolking gemotiveerd en opgeleid om de put te onderhouden. De lokale

overheid wordt getraind in het belang van regelmatige controle van de waterkwaliteit en van voorlichting over hygiëne. Zo blijft de waterput ook in de toekomst bruikbaar. Verder werken we aan het verbeteren van managementcapaciteit bij overheden en lokale organisaties, ook dat hoort bij capaciteitsopbouw.’’ Geeft ZOA geen noodhulp meer? ,,Wij geven nog wel noodhulp, maar eigenlijk alleen als we al in een land aanwezig zijn (bijvoorbeeld Ethiopië) of als we plannen hadden om in dat land te gaan werken (bijvoorbeeld Myanmar). Dan kunnen we de noodhulp integreren in wederopbouwprogramma’s over een aantal jaren. Uiteraard moet er met noodhulp snel levensreddende hulp worden geboden, zoals drinkwater en onderdak, maar vanaf het begin kunnen we dan ook aan de slag met duurzaamheid, capaciteit en betrokkenheid van de lokale overheid. Als er in andere landen een ramp gebeurt en mensen daarvoor geld overmaken, geven we dat door aan collega-organisaties die ter plekke

Zijn de donateurs veranderd in 35 jaar? ,,ZOA is enorm gegroeid en steeds professioneler geworden. Daardoor kwam er steeds vaker geld binnen van institutionele donoren, bijvoorbeeld het ministerie van Buitenlandse Zaken en de Europese Unie. Maar dat betekent niet dat de particuliere gevers niet meer belangrijk zijn! Ten eerste kunnen wij door het geld dat we van onze donateurs ontvangen aandacht blijven geven aan onze eigen prioriteiten. Bovendien is de bijdrage van institutionele donoren steeds vaker afhankelijk van het geld dat ZOA zelf binnenkrijgt. Voor een project van driehonderdduizend euro krijgen wij dan bijvoorbeeld de helft, op voorwaarde dat we de andere honderdvijftigduizend zelf zien te werven. De grote geldschieters vinden het namelijk ook belangrijk dat de organisatie een goed draagvlak heeft onder de bevolking.’’ Heeft de verschuiving in hulp andere resultaten gegeven? ,,Wederopbouw en capaciteitsopbouw hebben langere tijd nodig. Je kunt pas na langere tijd beoordelen of de hulp heeft geholpen. Bij een brug of een school is dat veel gemakkelijker aan te tonen. Dat vraagt dus geduld van de organisatie en ook van de donateurs. Aan de andere kant, als je ziet dat een gemeenschap zich herstelt na een periode van oorlog en vlucht, dat mensen weer plannen maken, de scholen weer gaan draaien, dan is dat geweldig.’’


24 | het jubileum | tekst: Els Sytsma, fotografie: Folkert Rinkema

Precies zoals we het bedoeld hebben! ‘Hé jongen, wat ben jij groot geworden!’ Lachend slaan de drie mannen van rond de zestig elkaar op de schouder. Het straalt van ze af dat zij een verleden delen, ook al zien ze elkaar niet vaak meer. De sfeer is direct vertrouwd, en voor buitenstaanders onbegrijpelijke grapjes vliegen over en weer. Als het over die roerige beginjaren van ZOA gaat, vullen ze elkaar als vanzelfsprekend aan.


De drie oprichters van ZOA gingen in gesprek met de huidige directeur Johan Mooij. Over gedrevenheid, anti-communisme, zending en èchte vluchtelingen. En over loempia’s.

Politieke hulp In de soms wat stoere verhalen over de beginjaren klinkt een expliciet politieke toon door: de jongelui kwamen in actie tegen de heersende pro-communistische stemming in Nederland. Hoe verhoudt dit politieke begin zich tot neutrale hulpverlening zoals we die nu voorstaan, ongeacht geloof of politieke overtuiging? Henk van der Velde (65): “De discussies in Nederland gingen over politieke systemen. Via de journalist Aad Kamsteeg, die naar Vietnam was geweest, hoorden we over de èchte vluchtelingen, de bergstammen die voor de gruwelijkheden van de Vietcong wegvluchtten. Daar werd nooit over gesproken.” Koos van Houdt (54): “We probeerden de hulpverlening juist uit de politieke sfeer te halen. We hebben direct geprobeerd een breed draagvlak te creëren. Daarom hebben we alle politieke jongerenorganisaties aangeschreven – behalve de PvdA natuurlijk, maar wel de VVD -, en hebben we een breed comité van aanbeveling gezocht. Daar zat Atje Keulen – Deelstra in en zelfs de adjunct-hoofdredacteur van de Telegraaf.” Teije Penninga (64): “Ook de samenwerking met verschillende kerken was belangrijk voor ons, mensen vanuit de Hervormde kerk en vanuit de hoek van de SGP. Dat was in die tijd helemaal niet

Persconferentie in Nieuwspoort. Geheel rechts Koos van Houdt, daarnaast Henk van der Velde.

gewoon. Wij waren alledrie vrijgemaakt, maar juist binnen de vrijgemaakte kerk heeft het daarom tijd gekost voldoende vertrouwen te winnen.” Van die politieke aanleiding wilden ze dus zo snel mogelijk loskomen. De samenwerking met de VVD bleek echter maar van korte duur. Op een vergadering werd door Johan Remkes, destijds de leider van de VVD-jongeren, de boot afgehouden. Van Houdt: “Het bleek dat hij maar weinig met christenen had. En wij kwamen erachter dat onze motivatie direct met ons christelijk geloof te maken had, met onze overtuiging over hoe je als kerk en als christen in de maatschappij staat. Wij wilden het werk doen vanuit christelijke bevlogenheid.” De huidige directeur Johan Mooij stelt hardop de vraag of hulpverlening aan vluchtelingen wel altijd neutraal moet zijn. Van Houdt valt hem direct bij: “Vluchtelingen ontstaan altijd vanuit politieke conflicten, dat kun je nooit los van elkaar zien.” Mooij vertelt dat zo’n uitgangspunt in feite betekent dat je ook iets moet doen aan structuren waardoor ongelijkheid en onrecht ontstaan: “We werken veel in fragiele staten, waar de overheid per definitie niet deugt. Er is sprake van corruptie, vriendjespolitiek, oneerlijke rechtspraak. Neutraliteit zou acceptatie van zo’n toestand betekenen.”

Evangelieverkondiging De oprichtingsakte van de Kamer van Koophandel windt er geen doekjes om: “De stichting heeft ten doel aan behoeftige naasten in of uit Zuid-Oost-Azië hulp te verlenen gekoppeld aan en/of ter ondersteuning van de Evangelieverkondiging.” Nu, 35 jaar later, wil ZOA vooral géén zendingsorganisatie zijn. Heeft de organisatie haar wortels teveel losgelaten? Penninga: “Die formulering was het resultaat van eindeloze discussies.” Gelach van de andere twee heren en oplaaiende herinneringen aan ‘dat zolderkamertje van jou’. Van der Velde licht toe dat ze zich aansloten bij de grote internationale organisatie Christian and Missionary Alliance (CAMA), bij de diaconale tak en bewust niet bij de zendingsafdeling. Zo konden ze gebruik maken van bestaande kanalen en beginnen met de hulpverlening aan Vietnamese vluchtelingen. Van Houdt: “Maar wij zeiden meteen dat we geen zendelingen waren. Wij deden vluchtelingenhulp. Dan moet je doen wat je zegt, en zeggen wat je doet. Zending bedrijven


hebben we dus nooit gedaan. We hebben wel christenen ondersteund door bijvoorbeeld bijbels te geven.” Johan Mooij herkent de huidige werkwijze van ZOA daarin. “Ik hecht persoonlijk zeer aan evangelieverkondiging, maar het is geen doelstelling van de organisatie. Onze uitgezonden medewerkers zijn christen, en profileren zich zo in hun dagelijks leven. Maar ons doel is de hulp aan vluchtelingen.” Hij erkent overigens tegelijkertijd dat dit wel een spanningsveld oplevert en dat hij nadenkt over mogelijkheden meer te doen met evangelieverkondiging. Van de oprichters hoeft dat niet zo. “Zoals jullie nu voor vluchtelingen werken, vanuit jullie christelijke motivatie, maar niet om zending te bedrijven; dat is precies zoals wij dat toen bedoeld hebben,” zegt Van Houdt. “Als je een christelijke timmerman bent, dan word je gewoon geacht dat huis te bouwen, en niet te vloeken als je op je duim slaat. Zo hebben wij ook altijd ons werk gedaan. We hielpen vanuit christelijke gedrevenheid, en daar schaamden we ons niet voor.”

(r)echt en naastenliefde

Van boven naar beneden: Johan Mooij, Koos van Houdt, Teije

26 | het jubiluem |

Penninga en Henk van der Velde.

ZOA heeft zich het afgelopen jaar met de slogan ‘(r)echt voor de vluchteling’ steeds meer ingezet voor recht en gerechtigheid. Als je ziet dat de bijbel een heel ferm standpunt inneemt over onrecht, is alleen geld geven niet voldoende. Van daaruit durft ZOA dan ook de achterban te benaderen; met de oproep zich in te zetten tegen onrecht en extreme armoede. Johan Mooij merkt op dat het thema recht eigenlijk in één woord de christelijke visie op het werk duidelijk maakt. In gesprekken met niet-christelijke organisaties, waarin gevraagd wordt naar de christelijke achtergrond van ZOA, kan hij met dit thema in een notendop duidelijk maken waar we voor staan. Hoe staan de oprichters hier tegenover? Van der Velde memoreert dat in het begin hulp voorop stond.

“Het is voortschrijdend inzicht. Hulp uit naastenliefde, daar ging het om. Recht en gerechtigheid is een vervolg daarop.” Van Houdt: “We gingen naast hen staan, omdat vluchtelingen ook recht hebben op een bestaan.” Het gesprek springt weer naar de jaren zeventig, toen Vietnamese vluchtelingen naar Nederland kwamen. ZOA heeft veel van deze vluchtelingen opgevangen met de afdeling Maatschappelijke Dienstverlening. Dat verleidt Van der Velde tot de stelling dat de Vietnamese loempia, zoals we die nu op de markt kennen, mede te danken is aan ZOA. Bulderend gelach, maar toch instemmend geknik. “Wij hebben veel nagedacht over wat wij voor deze mensen kunnen betekenen, op welke wijze kunnen we met ze aan de gang. Daaruit is de Vietnamese loempia ontstaan. Echt!”

Trots Zijn de drie oprichters trots op ZOA? “Ja”, zegt Penninga hartgrondig. “Buitengewoon”, zegt Van Houdt. “Bijzonder trots”, aldus Van der Velde. Van Houdt herkent in het huidige ZOA de combinatie van gedrevenheid, motivatie en professionaliteit. In zijn tijd als bestuurslid – tot 1998 – heeft hij heel wat moeilijke beslissingen moeten nemen, met name ten aanzien van personeel. “Dan ging ik wel eens jankend naar huis. Maar het was een bewuste keuze om professioneel te willen zijn, en dat zie ik nog steeds terug.” Nu hij na tien jaar terug is op het kantoor in Apeldoorn, merkt hij een vertrouwde sfeer. Johan Mooij, die sinds ruim een jaar directeur is, begrijpt wat hij bedoelt. Een groot deel van het personeel werkt hier nog geen twee jaar, maar geeft blijkbaar toch vorm aan die motivatie en gedrevenheid van het eerste uur. Ook hij is daarom trots: “Het is een prachtige organisatie. We doen mooi werk, met prachtige mensen.”


27 | de ondernemer | tekst: Jolande Bijl, fotografie: ZOA

Arjan Bakker is directeur van Control Techniques in Sliedrecht. Zijn bezoek aan Liberia als teamlid van ZOA-Zakelijk maakte diepe indruk op hem. “Door de jarenlange burgeroorlog is het land niet alleen fysiek beschadigd, maar ook emotioneel. Er is vooral vertrouwen nodig om Liberia uit het dal te krijgen.

Meubelfabriek geeft zelfvertrouwen Dat vertrouwen moet langzaam groeien door kleinschalige economische initiatieven, zoals ‘onze’ meubelfabriek. Mijn droom voor Liberia is dat het een economisch gezond, zelfstandig land wordt.”

Ambitieus In Liberia werkt ZOA-Zakelijk aan haar maatschappelijke missie: lokaal werkgelegenheid scheppen door inzet van high potentials binnen ZOA’s doelgroep. Neem Rosa: zij leidt een timmerfabriek in Kakata en heeft een zeer ambitieuze doelstelling: de grootste en beste meubelfabriek van Liberia worden. Het geld en de kennis die Rosa hiervoor tekort komt, worden geïnvesteerd door het ZOA-Zakelijkteam.

Arjan Bakker: “Rosa’s business plan sluit naadloos aan bij onze visie om de economische situatie in Liberia op een hoger peil te brengen en het zelfvertrouwen van de lokale bevolking te helpen opvijzelen. We investeren daarom graag in deze meubelfabriek! We leren de mensen in de fabriek methodes om met behulp van machines op deugdelijke wijze meubilair te maken, waardoor de meubels niet meer zo gemakkelijk uit elkaar vallen tijdens een hobbelig transport. We helpen Rosa ook om marktgericht te denken en onderzoeken of er naast school- en kerkbanken markt is voor exclusievere producten, zoals keukens.”

Timmerfabrieken Vorig jaar raakte het team betrokken bij het opzetten van timmerfabrieken in Liberia. Arjan Bakker wist na zijn eerste bezoek zeker dat hij er goed aan deed om

zijn ondernemerservaring voor Liberia in te zetten. “Ik ben niet alleen op de wereld. Als ik mijn naaste kan helpen, dan doe ik dat. Want wat hebben wij het toch goed in ons overgeorganiseerde Nederland.” Het ZOA-Zakelijk team wil haar expertise ook inzetten in andere disciplines en bedrijfjes, eveneens met het doel om nieuwe werkgelegenheid te scheppen. Daarom is het team bezig om lokaal iemand aan te stellen als business development officer, die de markt in Liberia onderzoekt en investeringsvoorstellen doet. Arjan Bakker: “We zoeken daarvoor liefst een zakelijke vrouw, die meerdere mensen uit de doelgroep kan verbinden met marktkansen in het land. Met dit netwerk van disciplines en bedrijfjes dat zo ontstaat, leggen we een fundament voor blijvende economische groei.”


28 | de expat | tekst: Orville Zichterman, fotografie: Folkert Rinkema

‘Ik wilde echt iets anders gaan doen’ Naam Leeftijd Bij ZOA Waar

: Tijmen van Steeg : 29 jaar : sinds maart 2007 : Thailand

In Thailand wonen circa 150.000 mensen in vluchtelingenkampen, voornamelijk Karen uit Myanmar. Al bijna 25 jaar biedt ZOA hulp aan deze vluchtelingen. Tijmen van Steeg vertrok op 16 september jl. voor een periode van drie jaar naar Thailand en wordt daar manager General Affairs. Wat beweegt hem om deze stap te wagen met zijn vrouw Ria en hun kinderen Tijs (3) en Emma (1)?

“De directeur van het accountantsbedrijf waar ik werkte, had zijn medewerkers aan ZOA ‘aangeboden’ om tijdelijk ingezet te worden. Ik heb me daarvoor opgegeven, en heb toen in november 2005 anderhalve week als Short Term Worker in Cambodja een training gegeven over een nieuw financieel programma. Dat was mijn eerste kennismaking met ZOA, en ook de eerste keer dat ik buiten Europa was en werd geconfronteerd met armoede’’.

‘‘In de zomer van 2006 werkte ik al zeven jaar bij het accountantskantoor en wilde ik echt iets anders gaan doen. Toch twijfelde ik toen ik een vacature voor de financiële afdeling van ZOA zag. Is dit de moeite waard om los te laten wat ik nu heb? Uiteindelijk werd ik financieel medewerker buitenland, een leuke functie die past bij mijn financiële achtergrond. Ik reisde regelmatig naar ZOA-landen om op de kantoren daar training en ondersteuning te geven’’.

worden… Maar bij zo’n beslissing ga je natuurlijk niet over één nacht ijs. We hebben gesprekken gevoerd met mensen die in het buitenland hebben gewerkt. Hoe doe je dat met kinderen op school? Hoe is het contact met de lokale bevolking? Waar kun je naar de kerk? In mei 2008 ben ik met Ria naar Thailand geweest, vooral om te zien of we het echt zagen zitten. We hebben veel gehad aan gesprekken met een Nederlands gezin, dat daar woont en werkt. Samen met Ria heb ik vervolgens aangegeven dat ik inderdaad wel in het buitenland wil werken. Je bent daar toch directer met de nood van mensen bezig. In Thailand ontstond een passende vacature. Als manager General Affairs zal ik leiding geven aan de afdelingen financiën, logistiek, ICT en HRM. Ria zal zich in eerste instantie bezighouden met het huis en de kinderen, en ze zal Tijs zelf lesgeven. Misschien kan ze na enige tijd ergens een parttime baan vinden’’.

‘‘Collega’s in Apeldoorn, die zelf buitenlandervaring hadden, zeiden dat ze mij wel een type vonden om uitgezonden te

‘‘We hebben echt rust gekregen in onze keuze om te gaan. De tijd is nu rijp voor ons als gezin.”

Loslaten


Combo Trinity zet spotlights op aids-epidemie tijdens Red Ribbon

Johan (27) was anderhalf toen hij met zijn ouders naar Peru vertrok. “Mijn ouders stichtten in de hoofdstad Lima een kerk en een school. De school stond bij een krottenwijk, daar woonden onze klasgenoten. Op school kregen ze eerst een stevig ontbijt, want thuis was er weinig geld voor eten.”

Poncho’s Voor Johan en zijn broers Elbert en Niek was Lima ook een bruisende bron van muziek. “Al jong kregen we muziekles van jongeren uit de kerk. Zij ontvingen hiervoor geld van onze ouders, een soort microproject. Zo begon onze muzikale ontdekkingsreis.” Ze mochten al snel in kerken optreden. “We waren negen, zeven en vijf jaar en speelden gekleed in poncho’s muziek uit de Andes.” Na tien jaar keerde het gezin terug naar Nederland. Maar de muzikale invloeden die ze in hun jeugd hebben opgedaan, hoor je nog altijd terug

in de muziek die ze maken met hun band Combo Trinity. Deze Peruaanse muziek wordt op bijzondere manier gecombineerd met Ierse klanken. Tijdens een werkvakantie in Ierland leerden ze namelijk ook Keltische muziek kennen. Sindsdien verwerken ze dat in hun nummers.

Vechten “Voor mij is Red Ribbon de eerste kennismaking met het immense probleem rond HIV/Aids”, vertelt Johan. “Als ik lees welke impact aids heeft, denk ik: dat is de macht van het kwade. Mijn broer Elbert deed deze zomer in Zuid-Afrika onderzoek naar HIV/ Aids onder kinderen en zag de gevolgen van het probleem met eigen ogen. Maar je hoeft niet als vrijwilliger naar buitenland.

Ook vanaf je eigen plek in Nederland kun je wat doen. Dat laten we op Red Ribbon zien.” ”In één van onze liedjes roepen we op te vechten voor verdad, paz y justicia (waarheid, vrede en gerechtigheid). Je kunt aids-slachtoffers helpen met je geld, je gebed, en door creatief te zijn op je school of werk. Hoe ik dat zelf doe? Ik ben beleidsmedewerker bij de gemeente Oldebroek en bedacht dat inwoners die een regenton aanschaffen 2,50 euro kunnen geven voor schoon drinkwater in India. Uit mijn Peru-tijd weet ik dat elke hulpcent telt. En bovendien: als we leven zoals Jezus dat deed, kunnen we verschil maken, ook in de strijd tegen aids.”

29 | de artiest | tekst: Rosanne de Boer, fotografie Folkert Rinkema

“Jij kunt meer doen tegen de aidsepidemie dan je denkt”, betoogt gitarist Johan Smelt van Combo Trinity. Deze band, won onlangs de XnoizzBandBattle 2008 en treedt op tijdens Red Ribbon. Dit evenement vindt plaats op zaterdag 29 november, vlak voor WereldAidsDag, en wordt georganiseerd door ZOA en WorldVision.


Goed nieuws voor rijke mensen (en ook voor de armen)

30 | de gast | tekst: Frank Mulder, foto: eigen foto en Folkert Rinkema

Als we armoede zien op tv, voelen we ons vaak machteloos. Kunnen we meer doen dan geld geven? Tja, meer doen kan natuurlijk altijd, maar wat is onze verantwoordelijkheid en waarom?

De redactie nodigt voor elk ZOA Magazine een gastschrijver uit. Hiermee ontstaat een platform waar derden hun visie kunnen verwoorden over onderwerpen die het werk van ZOA raken. Dit keer Frank Mulder, lid van het kernteam van Time to Turn, een netwerk van jongeren die willen kiezen voor een rechtvaardige en duurzame levensstijl. Dit jaar voeren ze actie voor een rechtvaardige productie van mobiele telefoons. Zie www.timetoturn.nl.

Armoede lijkt vaak zo ver weg. We maken wel eens geld over en leven maar weer verder. Want wat we er echt aan kunnen doen, weten we niet. We hebben het zo druk met andere zorgen, die veel dichterbij zijn. Toch is armoede niet ver van ons bed. Op dit moment zijn er in arme landen akkers gereserveerd om palmolie te leveren voor onze energie, katoen voor onze jeans en veevoer voor onze gehaktballen. Als iedereen zo zou leven als wij, zouden we minstens twee aardbollen nodig hebben. Miljoenen arbeiders werken in de mijnen om metaal voor ons uit de grond te halen, en corrupte regimes worden in het zadel gehouden om onze energietoevoer veilig te stellen. Er gaat meer geld van arm naar rijk dan andersom. We kunnen daar op verschillende manieren mee omgaan. We kunnen moedeloos worden. We kunnen chagrijnige idealisten worden. Of we kunnen ons vertrouwen stellen op economen en techneuten en hopen dat zij een oplossing verzinnen.

Jezus Jezus kwam met nieuws voor de rijken. Goed nieuws, namelijk dat Gods koninkrijk komt, en dat je mag meedoen als je

je omkeert, hoe slecht je ook hebt geleefd. Dat was dus geen nieuwe strategie om in opstand te komen tegen de Romeinen. Het was geen sociaal program en evenmin een nieuw wetticisme. Maar het was ook geen religie van het innerlijk, om de huidige problemen maar te slikken en onze ziel zo snel mogelijk klaar te stomen voor de hemel. Het was de aankondiging van een koninkrijk waar de zieken, de mislukkelingen en de armen erbij zouden horen.

India Vorig jaar ging ik naar India om van Indiase ontwikkelingswerkers te leren hoe je de armen kunt helpen. Zij leerden me echter een andere visie: de armen hebben niet alleen mij nodig, ik heb ook hen nodig, omdat ik anders Gods koninkrijk niet kan zien. Dat is niet omdat ze zo goed zijn (vaak juist niet), maar omdat ze je confronteren met de arme in jezelf. Ik ben een stuk minder aardig en sterk in een sloppenwijk, als mijn privacy, rust en reinheid wegvallen, als er geen koffie en koekjes zijn en ik word lastiggevallen door mensen die een beetje stinken en geld van me willen. Dan ben ik ineens een


kwetsbaar persoontje. Wanneer ik dat besef, wordt het goede nieuws pas echt goed nieuws voor me. Pas wanneer ik mijn comfort en verworvenheden kwijt ben, zie ik dat dit koninkrijk ook mij welkom heet zoals ik ben. Maar dan kan ik nooit lekker achterover gaan zitten, om al praisend te wachten op de hemel. Dan zie ik ineens talloze broertjes en zusjes die gebrek hebben. Het valt me wel op dat Jezus geen grootschalige donoractie startte voor arme mensen. Niet omdat dat verkeerd zou zijn, maar omdat hij veel verder ging: in zijn beweging stonden de armen en buitengeslotenen centraal. Dat is veel moeilijker te slikken dan een collecte… Lees er de talloze verhalen op na van de prostituee die Jezus’ voeten mocht wassen, de blinde die hij als enige zag staan, de verstoten melaatsen waar hij contact

mee zocht. Daarom zegt Jezus ook niet: “Wat je voor je idealistische projecten hebt gedaan, heb je voor mij gedaan”, maar “wat je voor de vreemdeling, de zieke, de arme hebt gedaan, dat heb je voor mij gedaan.” Als we mee willen doen in dat nieuwe koninkrijk, dan moeten we ons dus bekeren. Niet alleen van onze privé-fouten, maar ook van onze collectieve zonden van uitbuiting en overdaad. Als we dat gaan doen, kan Gods geest in ons komen en ons bevrijden - van schuldgevoel, verslaving aan gemak, van bezorgdheid of van naïviteit. En dat betekent nogal wat. Want dan kunnen we niet zomaar meer achterover leunen. Dan moeten we aan de slag. Niet om de wereld te redden - maar omdat dat nu eenmaal zo hoort in het nieuwe rijk!

Aan de slag Wat houdt dat praktisch in? Van alles.

Om mensen tegen te komen die minder cool zijn, zullen we tijd moeten vrijmaken. Dat kan ten koste gaan van ons inkomen, of de tijd die we achter de tv zitten. Om het leefmilieu van ontwikkelingslanden te verbeteren, kunnen we vaker de auto laten staan en minder vlees eten. We kunnen letten op keurmerken. We kunnen ons geld van de grote banken afhalen omdat ze winst maken met porno, wapenhandel en milieuvervuiling. We kunnen ons geld weggeven. We kunnen ons huis openstellen voor mensen die dat nodig hebben. We kunnen gaan wonen in de omgeving van mensen die in ons eigen land worden uitgesloten. Op zo’n manier gaan niet wij de wereld veranderen, maar gaat God door ons heen een nieuwe wereld laten groeien. Een feestelijke wereld waar de buitengesloten en arme mensen centraal zullen staan. En wij mogen meedoen, niet omdat het moet, maar omdat we niet anders willen!


‘Wij hebben heel veel!’

32 | het kind |

“Thuis heb ik een computer, TV en genoeg eten en drinken. Vluchtelingen hebben die spullen niet. Wij hebben genoeg geld om eten te kopen, terwijl vluchtelingen bedelen om geld en voedsel. Wij hebben dit allemaal in overvloed, daarom vind ik dat we de vluchtelingen best kunnen helpen. Dan krijgen zij ook genoeg eten en drinken, en kunnen zij ook onderdak krijgen! We kunnen ze helpen met geld, want daar kunnen ze de nodige spullen van kopen, maar oude kleren kunnen ze ook gebruiken. En er zijn ook speciale organisaties waar je eten en drinken aan kan geven, die het dan naar het land gaan brengen. Maar ook organisaties die de mensen helpen bij het ‘opnieuw beginnen’, zoals ZOA. Ik vind het een goede organisatie, want ze helpen de mensen die heel veel van hun spullen zijn kwijtgeraakt. Ze bouwen huizen en scholen, en ze helpen de mensen om verder te leven! Als ik later groot ben wil ik ook wat voor vluchtelingen doen. Geld inzamelen, bijvoorbeeld. Dan ga ik het aan een organisatie geven. Ik ga liever niet naar een gevaarlijk land, maar ik wil de vluchtelingen wel heel graag helpen! Het is heel oneerlijk dat er mensen zijn die zo moeten leven. Zij moeten eigenlijk net zo’n leven hebben als wij. Daarom moeten we geld geven aan de vluchtelingen. Wij hebben namelijk heel veel!”

Tekst: Maud Belder, fotografie: Folkert Rinkema

Naam : Hessel Jan Bouwman (10) Groep : 7 Sport : voetbal Wil later worden : piloot


zoa_magazine_2008_#6  

Andries Knevel knokt met vragen over onrecht en lijden Opstarten is een hobbelige weg Jubileumdossier # 6 | oktober 2008 | christelijke orga...

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you