Issuu on Google+

Namen: Nadia van Beekum DaniĂŤl Mulders Lisan Nagel Freek Ross Veroniek Valks

(131627) (132399) (131908) (132248) (130779)

Docent en opdrachtgever: Monique Schulte van Alphen NHTV internationaal hoger onderwijs Breda Vrijetijdsmanagement Breda 2014


Samenvatting De projectgroep Bubbles heeft als doel om de vrijetijd van 3 generaties te onderzoeken, we willen erachter komen of de vrijetijd door de jaren heen veel is veranderd. We gaan kijken wat de vrijetijdsbestedingen zijn per generatie en wat de overeenkomsten en de verschillen zijn. Dit gaan doen we doormiddel van interviews. We gaan een kwalitatief onderzoek houden bij 5 respondenten per generatie, dit betekend dat wij 15 interviews in totaal hebben. Deze interviews gaan wij analyseren zodat wij hier uit antwoord krijgen op 19 deelvragen. Voor dat we al deze stappen konden ondernemen hebben wij eerst een itemlijst gemaakt met deze itemlijst hebben de mensen ge誰nterviewd. De interviews hebben we getranscribeerd en op de folio methode uitgewerkt. Met deze interviews hebben wij de 5 hoofdvragen beantwoord. Deze 5 onderzoeksvragen zijn: 1. Hoe besteedde de 1e generatie hun vrijetijd en wat betekende vrijetijd voor deze generatie? De 1e generaties was zich niet zo bewust van hun vrijetijd en deden vaak wat andere deden. De betekenis voor deze generatie was vooral ontspanning. 2. Hoe besteedde de 2e generatie hun vrijetijd en wat betekende vrijetijd voor deze generatie? De 2e generatie werd ,naar mate de tijd vorderde, steeds bewuster van hun vrijetijd en hoe ze hun tijd wilden spenderen. De betekenis die voor veel mensen centraal stond was ontspanning en vrienden. 3. Hoe besteedde de 3e generatie hun vrijetijd en wat betekende vrijetijd voor deze generatie? De 3e generaties plant hun vrijetijd helemaal zelf in, het aantal uren is toegenomen en ze leefden op andere tijden. De betekenis die vooral centraal stond was nieuwe dingen ontdekken zowel met of zonder vrienden.

4. Welke overeenkomsten en verschillen zijn er tussen de drie generaties? De overeenkomst is vooral dat mensen zich weinig van andere aantrekken in hun vrijetijd, ontspanning staat bij iedereen centraal en elke generatie vond het prettig om sociale activiteiten te ondernemen. Het verschil is dat mensen steeds bewuster worden van hun vrijetijd en wat ze in deze tijd willen doen. Vooral bij de 3e generatie is dit verschil groot ten opzichte van de 2e en 3e generatie. Veel mensen van de 1e generatie hadden veel minder verschillende vrijetijdsactiviteiten dan de 2e en 3e. bij de 3e generatie valt het ook op dat ze veel meer bezig waren met zelfverrijking dan de andere generaties. 5. Hoe kunnen de overeenkomsten en verschillen verklaard worden? Het is logisch dat iedereen ontspanning zoek, de tijd waarin we leven maakt niet veel uit als het gaat om de rust zoeken in je leven, iedereen heeft hier behoefte aan. Al sinds heel lang geleden is het ook al bekend dat je beter presteert als je rust momenten hebt. De reden dat iedereen van de 3e generatie meer zelfbewuster is en veel aan zijn eigen kwaliteiten denkt is omdat er tegenwoordig ook steeds meer gevraagd word en steeds meer kan. Bubbles kan concluderen dat de vrijetijd door de jaren heen is veranderd. Het aanbod is groter en de cultuur is veranderd. De hoeveelheid vrijetijd toegenomen en mensen zijn zich veel bewuster 2


geworden van hun vrijetijd en met welke activiteiten men hun vrijetijd wil vullen. Door de vele verschillende activiteiten in de vrijetijd van tegenwoordig is de tijd die we door brengen met de familie afgenomen maar ondanks dit heeft familie nog steeds een hoge prioriteit. Tegenwoordig zijn de mensen hoger opgeleid en doen de mensen veel meer wat ze zelf willen. Niemand verteld de mensen wat ze moeten doen in hun vrijetijd en het individualisme is sterk gegroeid. Het onderzoek is goed verlopen en we hebben weinig tegenslagen gehad. Het was de eerste keer voor alle leden van de projectgroep Bubbles dat we een interview hebben afgenomen. Achteraf hadden een enkele dingen anders kunnen doen zoals: Diepere vragen en minder gesloten vragen, beter het interview aan de gang houden en de respondent beter op de hoogte te stellen van het interview en van de begrippen. Iedereen heeft genoten van dit project en heeft er veel van geleerd, de NHTV heeft ons hierbij goed op weg geholpen.

3


ON AIR Interviewing some bubbles

4


Inhoudsopgave Samenvatting......................................................................................................................................2 Voorwoord .........................................................................................................................................6 Inleiding..............................................................................................................................................8 1. Onderzoeksvoorstel drie generatie onderzoek .............................................................................. 10 1.1 Introductie .............................................................................................................................. 10 2. Theoretisch kader: verklaringen voor vrijetijdgedrag..................................................................... 13 2.1 Het begrip vrijetijd .................................................................................................................. 13 2.2 Vrijetijdgedrag......................................................................................................................... 14 2.3 Vrijetijdsbeleving..................................................................................................................... 16 2.4 Vrije tijd door de jaren heen .................................................................................................... 17 3. Methoden van onderzoek ............................................................................................................. 19 3.1

Deskresearch en fieldresearch ........................................................................................... 19

3.2

Selectie respondenten ....................................................................................................... 19

3.3 Items ....................................................................................................................................... 21 3.4 Analyseren data ...................................................................................................................... 23 4. Resultaten..................................................................................................................................... 25 4.1 Eerste generatie ...................................................................................................................... 25 4.2 Tweede generatie ................................................................................................................... 28 4.3 Derde generatie ...................................................................................................................... 32 4.4 Overeenkomsten en verschillen .............................................................................................. 35 5. Conclusies ..................................................................................................................................... 38 6. Aanbevelingen .............................................................................................................................. 39 Literatuur.......................................................................................................................................... 40 Bijlagen............................................................................................................................................. 41 Bijlage I ......................................................................................................................................... 42 Bijlage II ........................................................................................................................................ 47 Bijlage III ..................................................................................................................................... 151

5


Voorwoord We hebben de opdracht met veel enthousiasme gemaakt, we hadden goede steun van onze lerares, Monique Schulte van Alphen, ze was altijd bereikbaar en gaf goede feedback op onze documenten. Het project is goed verlopen en we hebben veel geleerd. We hebben leuke en interessante inzichten gekregen in de verschillende generaties. Ook hebben sommige leden de interviews ervaren als een verbreding van de banden met de personen. We willen de NHTV bedanken voor deze opdracht en de ervaringen die hierbij kwamen. Uiteraard willen we onze juf Monique bedanken voor de goede zorgen en de steun en toeverlaat die ze ons geboden heeft. Ze heeft ons gestimuleerd om het onderste uit de kan te halen en met volle moed onze interviews te houden. Onze respondenten verdienen een dikke pluim voor hun vrijgemaakte tijd en enthousiasme, zonder hen was dit onderzoek niet mogelijk.

6


“Let the bubbling begin”

7


Inleiding 3.

Projectgroep Bubbles heeft als doel om de vrijetijd van 3 generaties te onderzoeken.

4. 5.

Uit het onderzoek kunnen we concluderen dat de vrijetijd door de jaren heen veranderd is. Het aanbod is zeer verreikt en de cultuur is veranderd. Ook is de hoeveelheid vrijetijd toegenomen. Mensen zijn zich ook meer bewust van hun vrijetijd. Iedereen zoekt veel verschillende en nieuwe activiteiten om te kunnen ondernemen in hun vrijetijd. Mensen verwachten ook meer, zowel van zichzelf als van anderen. De factoren die nog meer invloed hebben op deze verandering zijn dat mensen hun hobby en werk meer als vrijetijd zijn gaan zien en religie is een minder sterk onderdeel van het leven geworden. Door de vele verschillende activiteiten in de vrijetijd van tegenwoordig is de tijd die we door brengen met de familie afgenomen, maar ondanks dit heeft de familie nog steeds een hoge prioriteit. Iedereen is tegenwoordig hoger opgeleid, meer mensen studeren en iedereen doet wat hij zelf wilt, er is veel meer keus en mensen kiezen ook meer.

We willen erachter komen of de vrijetijd door de jaren heen veel of nauwelijks veranderd is. We gaan kijken wat de vrijetijdsbestedingen zijn per generatie en wat de overeenkomsten en de verschillen zijn. Dit doen we door middel van interviews. We gaan een kwalitatief onderzoek houden bij 5 respondenten per generatie, dit betekent dat wij 15 interviews in totaal hebben. Deze interviews gaan wij analyseren zodat wij hieruit antwoord krijgen op 19 deelvragen. Voordat we al deze stappen konden ondernemen hebben wij eerst een itemlijst gemaakt. Met deze itemlijst hebben wij de mensen ge誰nterviewd. De interviews hebben we getranscribeerd en op de folio methode uitgewerkt. Met deze interviews hebben wij de 5 hoofdvragen beantwoord. Deze 5 onderzoeksvragen zijn: 1. 2.

Hoe besteedde de 3e generatie hun vrijetijd en wat betekende vrijetijd voor deze generatie? Welke overeenkomsten en verschillen zijn er tussen de drie generaties? Hoe kunnen de overeenkomsten en verschillen verklaard worden?

Hoe besteedde de 1e generatie hun vrijetijd en wat betekende vrijetijd voor deze generatie? Hoe besteedde de 2e generatie hun vrijetijd en wat betekende vrijetijd voor deze generatie?

8


“Bubbles leeft in haar eigen creatieve bubbel, vrij om te verbinden met elke andere. We verbinden, netwerken en werken samen om een glimmend resultaat de wereld in te blazen. Want een luchtige blik verbreedt onze horizon.�

9


1. Onderzoeksvoorstel drie generatie onderzoek In dit onderzoeksvoorstel wordt allereerst besproken met welk vraagstuk aan de slag gegaan wordt; de probleemstelling en onderzoeksvragen worden in het eerste hoofdstuk ge誰ntroduceerd waarna in het theoretisch kader de centrale begrippen van dit onderzoek verder uitgewerkt worden. Het derde hoofdstuk legt uit welke methoden en technieken van onderzoek gebruikt worden. 1.1 Introductie Wat vrijetijd is en wat je doet in je vrijetijd staat niet bij voorbaat vast en is niet voor iedereen gelijk. De betekenis van vrijetijd en het vrijetijdsgedrag veranderden in de loop van de geschiedenis nogal, zowel in de maatschappij als in het alledaagse leven van mensen. Wat mensen ervaren als vrijetijd en wat ze doen in hun vrijetijd is afhankelijk van de generatie waartoe mensen behoren, de plaats waar ze wonen, het soort werk wat ze doen, uit welke familie ze komen, hun religieuze achtergrond, opleidingsniveau, inkomen etc. In dit onderzoek bestuderen we de overeenkomsten en verschillen in vrijetijdsbesteding van drie generaties in eenzelfde periode in hun leven, namelijk toen de respondent tussen de 17 en 24 jaar oud was. Wat betekende vrijetijd voor deze respondenten? Hoe werd hun vrijetijdgedrag be誰nvloed door de samenleving waarin ze leefden, de subcultuur waartoe ze behoorden, hun persoonlijke voorkeuren, de aanwezige middelen en het aanwezige aanbod? De probleemstelling van het onderzoek luidt als volgt: Welke overeenkomsten en verschillen in vrijetijdgedrag en betekenis van vrijetijd vertonen de drie generaties? Hoe kunnen deze overeenkomsten en verschillen verklaard worden? De doelstelling die daarbij hoort: Inzicht verkrijgen in de overeenkomsten en verschillen van het vrijetijdgedrag en de betekenis van vrijetijd van drie generaties teneinde een beeld te schetsen hoe vrijetijd door de tijd heen veranderd is. De probleemstelling valt uiteen in de volgende onderzoeksvragen: 1. Hoe besteedde de eerste generatie (grootouders) hun vrijetijd en wat betekende vrijetijd voor deze generatie? 2. Hoe besteedde de tweede generatie (ouders) hun vrijetijd en wat betekende vrijetijd voor deze generatie? 3. Hoe besteedt de derde generatie hun vrijetijd en wat betekent vrijetijd voor deze generatie? 4. Welke overeenkomsten en verschillen zijn er tussen de drie generaties? 5. Hoe kunnen de overeenkomsten en verschillen verklaard worden? Om de centrale begrippen van dit onderzoek meetbaar te maken dient dieper ingegaan te worden op wat vrijetijd is en hoe vrijetijdgedrag tot stand komt.

10


11


“Bubbles zijn overal”

Hier

Hier 12


2. Theoretisch kader: verklaringen voor vrijetijdgedrag In deze literatuurverkenning wordt allereerst stilgestaan bij het begrip vrijetijd. De definitie van vrijetijd is niet eenvoudig, immers wat de een als vrijetijd ervaart, vindt de ander een verplichting. Kennelijk is er een verschil tussen vrije tijd (als zijnde tijd die vrij besteed kan worden) en vrijetijd (de beleving van de vrijetijd). Vervolgens wordt stilgestaan bij vrijetijdsgedrag en de factoren die dit gedrag beïnvloeden. Zo zijn er psychologische, sociologische, economische en ruimtelijke factoren die het vrijetijdgedrag van het individu kunnen bepalen. 2.1 Het begrip vrijetijd Martijn Mulder (Mulder, 2011) legt uit dat het begrip vrije tijd op twee manieren benaderd kan worden. Als iemand de vraag krijgt wat vrije tijd precies is, kan iedereen zich wel iets voorstellen bij dat begrip. Maar wat bijna niemand kan is het begrip precies definiëren. Je kan vrije tijd als begrip ook niet precies definiëren, omdat er zoveel verschillende definities voor zijn. Dit komt vooral doordat vrije tijd een niet-tastbaar begrip is. Je kan het namelijk niet vast pakken of letterlijk omschrijven hoe het eruit ziet. Ieder individu stelt andere waardes aan vrije tijd. Allereerst is er de objectieve benadering van vrije tijd. Dit wil zeggen dat vrije tijd zo omschreven wordt dat er geen interpretatie verschillen mogelijk zijn. Deze benadering heeft de volgende definitie van vrije tijd: Vrije tijd is alle tijd die je overhoudt na aftrek van de tijd die je besteedt aan arbeid, onderwijs, zorgtaken en persoonlijke verzorging. Het CBS en het SCP hanteren deze definitie in hun tijdbestedingsonderzoeken. Zorgtaken zijn alle taken die te maken hebben met de zorg voor anderen, veelal de opvoeding van kinderen. Onder persoonlijke verzorging valt slapen, eten, drinken, douchen, aankleden en verwante bezigheden. Deze definitie van vrije tijd wordt ook wel de rest definitie genoemd. Immers, van de 168 uur die iedereen per week tot zijn beschikking heeft, heb je na aftrek van de tijd die je besteedt aan arbeid, onderwijs, zorgtaken en persoonlijke verzorging nog een aantal uren over en deze uren noemen we vrije tijd. Ten tweede is er de subjectieve benadering van vrije tijd. Deze benadering gaat meer in op hoe een persoon de vrije tijd ervaart. Het gaat er eigenlijk om wanneer iemand iets echt als vrije tijd beleefd. Een avondje uit eten in een restaurant kan de ene persoon als vrije tijd ervaren terwijl een ander dezelfde activiteit als een verplichting ziet. Volgens de subjectieve benadering kun je alleen van vrije tijd spreken wanneer de persoon zelf het op dat moment als vrije tijd ervaart. Kortom, vrije tijd is persoonsgebonden en situatie gebonden. De begrippen objectieve vrije tijd en subjectieve vrije tijd hebben verschillende betekenissen. Bij eerstgenoemde staat de kwantiteit centraal, bij laatstgenoemde de kwaliteit. In het Engels bestaan er verschillende termen voor beide benaderingen: objectieve vrije tijd is ‘free time’ en subjectieve vrije tijd is ‘leisure’. In het Nederlands duiden we de subjectieve vrije tijd aan door het begrip als een woord te schrijven: vrijetijd.

13


2.2 Vrijetijdgedrag Maar hoe komt vrijetijdgedrag tot stand? Waarom gaat de ene persoon na het avondeten sporten en kiest de ander ervoor televisie te kijken? Een vrijetijdmanager zal geen genoegen nemen met een antwoord ‘daar had ik op dat moment het meeste zin in’, maar gaat op zoek naar de achterliggende drijfveren. Het blijkt dat vrijetijdgedrag beïnvloed wordt door sociologische aspecten (maatschappij, groep/subcultuur waartoe mensen behoren), psychologische aspecten (individuele voorkeuren), economische aspecten (middelen die je tot je beschikking hebt) alsmede het aanwezige aanbod aan vrijetijd activiteiten. Dit komt samen in het volgende model (Mulder, 2011 p85) Aan de linkerkant van dit model wordt aangegeven dat de keuzes die wij in onze vrijetijd maken beïnvloed worden door de maatschappij waarin iemand leeft, de subcultuur waartoe iemand behoort en individuele factoren (persoonskenmerken). Zo heeft de samenleving waarin iemand leeft bepaalde gewoonten en gebruiken. De Nederlandse samenleving kent andere gewoonten en gebruiken dan bijvoorbeeld de Chinese samenleving; dit heeft ook weerslag op het vrijetijdgedrag van burgers. Zo wordt in China het Chinese Nieuwjaar gevierd en in delen van Nederland carnaval. De samenleving kent tevens een bepaalde sociale structuur die tevens de vrijetijd kan beïnvloeden. De ene samenleving kent bijvoorbeeld rangen en standen (of zuilen zoals voorheen in Nederland) of klassen (nog steeds in India) waar een bepaald (vrijetijd)gedrag bij hoort. Ondanks dat iedere Nederlander onderdeel is van de Nederlandse cultuur is niet iedere Nederlander precies hetzelfde; niet iedereen heeft dezelfde normen, waarden, opvattingen en gewoonten. Een samenleving kent tal van subculturen: groepen mensen met waarden, normen, opvattingen instituties en gewoonten die deels overeenkomen met de cultuur van de hele samenleving en daar deels van afwijken (De Jager et al in Mulder 2010). Deze subculturen zijn te onderscheiden op demografische, geografische, psychografische en gedragskenmerken. Bijvoorbeeld: Brabanders en Limburgers zijn voorbeelden van geografische subculturen. Bij demografische subculturen kun je denken aan babyboomers, pubers, bejaarden, etc. De meeste subculturen zijn te onderscheiden op basis van psychografische en gedragskenmerken: denk bijvoorbeeld aan alto’s, skaters, gothics. Deze subculturen kennen bepaalde gedragscodes. Middels het vrijetijdgedrag wordt duidelijk dat iemand tot een bepaalde groep hoort: ze luisteren naar de muziek die bij de subcultuur hoort, dragen kleding die daarbij hoort etc. Naast maatschappelijke en groepsfactoren spelen ook Individuele factoren een rol in onze keuze voor vrijetijdgedrag. Individuele factoren als persoonlijkheid, behoeften en motieven, maar ook je fysieke capaciteit en je intelligentie bepalen of je wel of niet voor een bepaalde vrijetijdsactiviteit kiest. Heb je een introverte of juist extraverte persoonlijkheid? Het zal leiden tot een andere voorkeur voor vrijetijdgedrag. Ook behoeften spelen een rol. Maslow ordende deze behoeften in de zogeheten piramide van Maslow. Allereerst heeft de mens fysiologische behoeften: dit is de behoefte aan eten, drinken en slaap: de basisbehoeften van de mens. Als deze behoeften voldoende verwezenlijkt zijn, gaat het individu zich richten op het volgende behoefteniveau: veiligheid. Een veilige leefomgeving is een voorwaarde om te kunnen overleven. Als het individu voldoende veiligheid ervaart, gaat hij op zoek naar sociale contacten. Daarna komt de behoefte aan waardering en erkenning. De behoefte aan zelfverwezenlijking is volgens Maslow het hoogst bereikbare behoefteniveau. De behoeften van de mens leiden tot motivatie voor bepaald gedrag. Ragheb & Beard (in Beunders & Boers, 2007) hebben aan vier van de vijf behoeftecategorieën van Maslow vrijetijdsmotieven gekoppeld. Ze onderscheiden een viertal motieven voor vrijetijdgedrag: het motief om te ontsnappen aan de dagelijkse sleur, het motief om tijd met anderen door te brengen, het motief om een bepaalde prestatie te leveren en het motief iets te leren / jezelf intellectueel te ontwikkelen. 14


Tot slot wordt aan de linkerkant van het model aangegeven dat er omgevingsfactoren zijn die invloed hebben op de keuzes die wij in onze vrijetijd maken. Met omgevingsfactoren worden factoren bedoeld die we als mens niet kunnen beïnvloeden: bijvoorbeeld het weer, de seizoenen (in de zomer kunnen we niet schaatsen op natuurijs), het ongrijpbare toeval en tijdruimtelijke beperkingen zoals de afstand (op een vrije vrijdagmiddag winkelen in New York is niet mogelijk). Aan de rechterkant van het model wordt de wisselwerking zichtbaar tussen persoonlijke voorkeuren (wat we graag zouden willen doen) en wat we gegeven de omstandigheden ook echt kunnen doen (de beschikbare middelen en beperkingen). Je kan bijvoorbeeld graag een wereldreis willen maken maar als je daar onvoldoende geld voor hebt kan je je voorkeur niet in gedrag omzetten. De middelen en beperkingen kunnen volgens Bourdieu (1992) gerangschikt worden naar toegang tot economisch kapitaal, cultureel kapitaal en sociaal kapitaal. Hiermee doelt Bourdieu op je bezittingen (geld), je individuele kennis (bepaald door de hoogte van je opleiding), en de sociale relaties (de grootte van je sociale netwerk). De middelen en beperkingen en de persoonlijke voorkeur kunnen samen gezien worden als de ‘vraag’ die het aanbod aan vrijetijdactiviteiten beïnvloedt. Vraag en aanbod beïnvloeden elkaar: uit vraag komt aanbod voort, maar tegenwoordig ontstaat vaak de vraag pas op het moment dat het aanbod gerealiseerd is. Zo was er ten tijde van de ontwikkeling van internet nauwelijks vraag daarnaar. De wisselwerking tussen vraag en aanbod in de vrijetijdsmarkt wordt tot slot beïnvloed door de overheid. De overheid probeert op verschillende vlakken in te grijpen in ons vrijetijdgedrag. Denk bijvoorbeeld aan het heffen van accijns op alcohol en sigaretten, het stimuleren van sportdeelname, het verstrekken van subsidies aan culturele instellingen ter stimulering dat de burger deze bezoekt. Doordat de overheid subsidies verstrekt kan het (geldelijke) beperkingen wegnemen bij de consument (deelname aan sport en cultuur is goedkoper), of juist beperkingen opleggen (het kopen van tabak en alcohol wordt duurder). De overheid probeert eveneens de persoonlijke voorkeuren te beïnvloeden door burgers opvattingen in te prenten als: ‘sporten is gezond’ , ‘rij alcoholvrij’ , ‘gokken is verslavend’, etc. Kortom, de definitie van vrijetijdgedrag die op basis van het verklaringsmodel kan worden geformuleerd is: “ Vrijetijdsgedrag = een wisselwerking tussen persoonlijke voorkeuren, middelen en beperkingen en het beschikbare aanbod, beïnvloed door de geldende maatschappij, subcultuur, individuele kenmerken, omgevingsfactoren en overheidsbemoeienis.” (Mulder, 2011, p 85) Met behulp van bovenstaande kennis kunnen we onderzoeken hoe het vrijetijdsgedrag in de loop der tijd veranderd is. Welke generatie maakte welke keuzes en waardoor werden deze beïnvloed?

15


2.3 Vrijetijdsbeleving Vrijetijdsbeleving, wat houd dat eigenlijk in? Mensen zien leisure zien als een subjectieve vrijetijdsbesteding. En subjectief houd in dat mensen iets als vrijetijd zien als dat zelf ook zo gezien word dat het voor hun vrijetijd is. Maar vrijetijdsbesteding gaat meer om vrijetijdsbeleving. (Leisure!, 2011, P. 20 & 146) Het woord vrijetijdsbeleving zegt eigenlijk al waar het om gaat, hoe iemand zijn vrijetijd beleeft. En die beleving van die vrijetijd zal voor iedereen weer anders zijn, iedereen ervaart de vrijetijdsbeleving weer anders. Jongeren Tegenwoordig wil de mens de vrijetijdsbeleving steeds heftiger ervaren. De vrijetijd van een mens is tegenwoordig best weinig en daarom wil de mens, als ze vrijetijd hebben, ook dat dit een heftige vrijetijdsbeleving is. En dit zie je vaak terug bij jongeren, jongeren willen liever hun vrijetijdsbelevingen ervaren om bijvoorbeeld naar een concert, pretpark of bioscoop te gaan dan naar een museum. Het museum is onder de jongeren niet zo heel erg populair en steden bezoeken is al helemaal niet populair bij de jongeren. (Bill vroeg aan 100 jongeren, 2013) Ouderen Ouderen zullen hun vrijetijdsbeleving weer anders ervaren dan dat jongeren dat doen. Ouderen gaan liever naar een theater, museum of op een steden trip. En zo blijkt dat de interesses naar mate men ouder wordt verschuiven van hun manier waarop ze hun vrijetijd graag willen beleven.

16


2.4 Vrije tijd door de jaren heen Vanaf 1919 Vrije tijd is een redelijk nieuw begrip voor de Nederlandse cultuur. Krap 100 jaar geleden kreeg de Nederlandse burger officieel recht op vrije tijd. De arbeidswet bood daarmee een vrije dag die geheel zelf kon worden ingedeeld. In eerste instantie vreesde de burgerij ervoor dat de Nederland zijn tijd zou steken in slechte tijdsbestedingen zoals drank. De socialisten en christen (met in hun achterhoofd de vrije zondag) waren het daar niet mee eens en streden voor de achturige werkdag. Die verandering vormde de samenleving met de eerste ANWB-paddenstoel en het recreatief winkelen dankzij de Bijenkorf in Amsterdam en Den Haag. 1940 - 1960 Een belangrijke stap: het woord 'recreatie' werd officieel toegevoegd aan het overheidsbeleid, waardoor de opbloei van de vrijetijdsindustrie begon. Na de oorlog veranderd dit nog sneller. De werkweek van 70 uur wordt uiteindelijk in de jaren 70 teruggedraaid naar 40 uur. Dankzij de komst van telefoons en auto's kon men zich beter verplaatsen door heel Nederland. Een bezoek aan het bos, picknicken op open velden of sporten. Hiermee ontstond het wezen 'dagje uit'. 1970 Het landschap stond hoog in het vaandel van de overheid, en daardoor was er geen ruimte om te recreĂŤren. Dankzij een ontwikkeling van het CBS werd vrije tijd juist een belangrijk deel van dat landschap en ging de overheid zich daar steeds meer mee moeien. Door de groei van ondernemingsverenigingen en het samenwerken met bedrijven als Recron. en Staatsbosbeheer ontwikkelde Nederland ook een visie wat betreft openluchtrecreatie. 1980 tot nu Het aanbod in de vrije tijd groeide enorm en daardoor werd de vraag en de verwachting van de burger groter. De computer en later het internet werden gedurende tijd steeds belangrijker en zelfs onmisbaar. Festivals die vroeg in de jaren 70 begonnen groeien uit tot grote evenementen die iedere Nederlander wel kent. Pinkpop (voorheen Picknick) en Dance Valley zijn belangrijke voorbeelden daarin. De Nederlandse natuur wordt ook steeds belangrijker; wandelen, fietsen, hardlopen, etc. We gaan steeds verder in op vrijetijdsbestedingen buitenhuis en bouwen niet alleen nieuwe gebouwen, maar verbouwen ook boerderijen tot restaurants en kastelen worden musea. Tegenwoordig verwacht men heel veel van het aanbod in Nederland. Van museum tot watersport en van attractiepark tot een boswandeling. Het aanbod is zeer groot en voor ieder wat wils. De technologische ontwikkelingen laten steeds meer toe om ons als bezoeker de beleving te geven die we zoeken. Daarmee doen we een stap richting de toekomst van de vrijetijdsindustrie in Nederland, die vanaf 1919 enorm is gegroeid. http://www.innl.nl/page/5445/nl (1919) http://mens-en-samenleving.infonu.nl/sociaal/75740-ontstaan-van-recreatie-1900-tot-heden.html

17


18


3. Methoden van onderzoek 3.1 Deskresearch en fieldresearch In dit onderzoek wordt zowel van deskresearch als van fieldresearch gebruik gemaakt om de probleemstelling te kunnen beantwoorden. Er is voor deskresearch gekozen, omdat reeds veel informatie over veranderingen in vrijetijdgedrag door de tijd heen bekend is. Zo verzamelt het SCP al geruime tijd via de tijdbudgetonderzoeken informatie over het vrijetijdsgedrag en de tijdsbesteding van Nederlanders. Met deze gegevens kunnen de gevonden onderzoeksresultaten in perspectief geplaatst worden. Daarnaast is deskresearch van belang om een context te schetsen van de gewoonten/gebruiken in de samenleving ten tijde dat de respondenten 17 – 24 jaar oud waren. Er is voor fieldresearch gekozen om de persoonlijke verhalen van mensen uit drie generaties boven water te halen. Er is gekozen voor kwalitatief onderzoek in de vorm van semi gestructureerde interviews, omdat deze methode het best aansluit op de onderzoeksdoelstelling. Inzicht in de beweegreden van vrijetijdgedrag en de betekenis die generaties toekennen aan vrijetijd kan het beste middels interviews achterhaald worden. 3.2 Hoe zijn de respondenten geselecteerd?

Selectie respondenten

• Veroniek: De mensen die ik geïnterviewd heb komen allemaal uit dezelfde familie. Ik heb mijn oma van mijn moeders kant geïnterviewd, mijn moeder en mijn broer. Ik heb voor mijn oma van mijn moeders kant gekozen omdat ik aan mijn vader’s kant geen opa en oma meer heb, en mijn opa aan mijn moeders kant weet niks meer van vroeger door een hersenbloeding. Ik heb mijn moeder geïnterviewd omdat mijn vader het heel druk heeft met zijn werk en dus weinig tijd heeft. Ik heb 1 broer en deze heb ik geïnterviewd omdat dit gewoon het makkelijkste was. Ik heb niet echt selectiecriteria gebruikt. Het is natuurlijk wel de bedoeling dat ze zich de tijd van 17 tot 24 nog kunnen herinneren, maar voor de rest heb ik niet echt een selectieronde gehad. • Freek: Ik heb gekozen voor mijn eigen familie. Aangezien ik nog maar 1 oma heb vanaf mijn vaders kant, heb ik voor haar gekozen voor de 3e. Vervolgens heb ik daarom mijn vader gekozen voor de 2e generatie omdat hij de zoon is van mijn oma. Voor de 3e generatie heb ik voor mijn broertje gekozen. Zo heb ik 3 generaties in de zelfde bloedlijn en dat vond ik wel mooi om zo te doen. • Nadia: Na de opdracht gehoord te hebben van de interviews wist ik al vrij duidelijk wie ik wilde interviewen. Van mijn moeder weet in dat zij al behoorlijk veel dingen deed in haar vrije tijd, als jong volwassene zijnde. Ik vind het leuk om daar specifieker op in te gaan, dus de keuze om mijn moeder te interviewen is bewust en niet omdat ik maar iemand zou moeten kiezen. Bij mijn oma ligt dat anders, zij is nog de enige van mijn grootouders die in leven is. Daarnaast is het natuurlijk ook leuk om een duidelijk beeld te krijgen van mijn oma's jeugd, maar daarop volgend die van haar dochter. Het is leuk om die beide te vergelijken met mijn eigen vrij tijd. In eerste instantie zou ik mijn beste vriend gaan interviewen, zonder erbij na te denken dat hij 28 is en dus niet tot de leeftijd 17-23 behoort. Ik heb een goed alternatief gevonden waarvan ik wist dat zij het leuk zou vinden om te doen. Mijn huisgenote Inge heb ik daarvoor uitgekozen. 19


• Daniel: Niet alle geïnterviewde personen komen uit dezelfde familie. Ik heb de opa van mijn vriendin geïnterviewd, mijn moeder en mijn broer. Ik heb gekozen voor mijn broer omdat het me leuk leek om hem deze vragen te stellen. Ook vond ik hem een geschikte kandidaat, omdat hij een spontane jongen is en ik weet dat hij een interessante vrijetijdsbesteding heeft. De reden waarom ik mijn moeder heb geïnterviewd is omdat zij het meest voor de hand lag, het was gemakkelijk en ze had tijd. Het is uiteindelijk een kort, maar interessant interview geworden. Ik heb de opa van mijn vriendin geïnterviewd omdat dat ook makkelijker was dan mijn eigen opa. Mijn eigen opa en oma wonen in Friesland en maken nauwelijks gebruik van de nieuwe technologie, het was dus moeilijk om met ze in contact te komen. De telefoon gebruiken ze nauwelijks en ze waren deze periode veel weekendjes weg. De opa van mijn vriendin was goed bereikbaar en ik wist dat ik hem persoonlijke vragen kon stellen. Ook wist ik nog weinig van hem, door dit interview is de band ook beter geworden en dit is erg prettig. • Lisan: De mensen die ik geïnterviewd heb komen niet allemaal uit dezelfde familie. Ik heb mijn opa, mijn moeder en een vriendin van mij geïnterviewd. Ik heb voor mijn opa gekozen van mijn vaders kant, mijn opa en oma van mijn moeders kan zijn namelijk al heel lang dood. Ik heb ze nooit gekend en mijn moeder zelf ook nauwelijks. Mijn opa en oma van mijn vaders kant leven allebei nog. Ik heb gekozen voor mijn opa omdat hij zeer duidelijk kan vertellen over het verleden en doet dat ook graag. Ik heb voor mijn moeder gekozen, omdat ik met haar het fijnst vind om te interviewen. Als laatste heb ik voor een vriendin gekozen. Ik had ook eventueel mijn broers kunnen interviewen alleen is dat heel lastig, omdat ze heel druk zijn met werk en daarom weinig thuis zijn. Het was dus veel makkelijker om haar te interviewen. Ik heb dus niet echt selectiecriteria gebruikt. Ik heb natuurlijk wel gekeken wat het praktisch was en of ze wel veel van die tijd konden herinneren.

20


3.3 Items De volgende items zullen ten minste aan bod komen in het interview: Achtergrond: Hoe zag leven er ongeveer uit in de leeftijd van 17-24 jaar?  Arbeid  Wat voor werk deed je?  Waarom deed/doe jij dit werk?  Was/ben je meer intrinsiek of extrinsiek gemotiveerd?  Persoonlijke verzorging  Welke taken moest je doen in huis?  Hoe waren/zijn de taken in huis verdeeld?  Onderwijs  Wat studeerde je op dat moment?  Waarom heb/had jij gekozen voor deze/die opleiding?  Zorg  Moest/Moet je voor andere de zorg dragen?  Religie  Welke religie hing je aan?  Is dat dezelfde religie als die van je ouders?  Heb je dit geloof al vanaf je geboorte?  Gezinssituatie  Hoe zag de gezinssituatie eruit?  Waren/zijn je ouders nog bij elkaar?  Waar woonde/woon jij?  Hoeveel broers en/of zussen had/heb jij?  Hou oud zijn jou broers en/of zussen?  Deed/doe je veel activiteiten samen met je familie. Vrijetijd: (5 minuten) Hoe zag/ziet jou vrijetijd er ongeveer uit?  Hoeveel vrijetijd  Was/ben jij tevreden met je hoeveelheid vrijetijd?  Vrijetijdsactiviteit  Wat deed jij in jou vrijetijd?  Had jij hobby’s, zo ja welke? (Binnen of buiten)  Sport  Uitjes  Weekendjes weg/reizen

21


Vrijetijdsgedrag: (10 a 15 minuten) Wat betekende vrije tijd toen voor jou?  Behoefte  Welke behoefte had jij in je vrijetijd?  Welke waarden stonden/staan voor jou centraal in jou vrijetijd?  Motieven  Waarom vond/vind jij het leuk wat jij deed?  Deed jij dingen die je eigenlijk niet wilde doen? (Invloed subcultuur)  Middelen en beperkingen  Welke middelen en beperking had jij?  Fysiek: Had jij een lichamelijke beperking?  Crisis en koopgedrag  Heb je iets meegekregen van een of meerdere crisissen?  Economisch: Als je iets wilde doen of kopen, kon dit dan?  Lidmaatschap  Was je lid van een vereniging of stichting?  Hoe kwam jij hierbij?  Gezelschap  Met wie ging je het meeste om?  Waar kende jij deze persoon van?  Zuilen  Merkte je iets van de verzuiling?  (Ja?) Hoe merkte je dit dan? Vrijetijdsbeleving: (5 minuten) Wat betekend vrijetijd voor jou?  Wat versta jij onder de betekenis vrijetijd?  Heb jij een objectieve vrijetijds benadering of een subjectieve benadering? (Uitleg geven wat het inhoud) Vrijetijd door de jaren heen: ( 5 minuten) Wat vind je ervan dat de vrijetijdsbesteding is veranderd?  Wat vind u van de vrijetijd van nu?  Is dit dan positief of negatief?  Wat vind je van de vrijetijdsbesteding van jou zoon/dochter? De complete itemlijst is bijgevoegd in bijlage I.

22


3.4 Analyseren data De interviews worden opgenomen via een voice-recorder en worden daarna letterlijk uitgewerkt. De transcripten hiervan worden op Google Drive geplaatst zodat de gehele projectgroep ze kan lezen. Nadat dit is gebeurd worden de transcripten geanalyseerd en worden de belangrijkste kernwoorden op een post-it geschreven. Deze post-its worden op grote vellen geplakt, waar op de horizontale as de respondenten staan en op de verticale as de items. Als we de post-its allemaal geplakt hebben dan analyseren wij de post-its per persoon per generatie per item. Van deze analyse schrijven wij een samenvatting per generatie. Deze samenvatting gebruiken wij voor de overeenkomsten en verschillen. Als we de overeenkomsten en verschillen uitgetypt hebben, kunnen we aan de conclusie beginnen.

“Analyseren van Bubbles�

23


“Sparkling Bubbles” 24


4. Resultaten 4.1 Eerste generatie Achtergrond: in dit kopje staat de volgende in het familiebedrijf terwijl andere analist of vraag centraal: ‘hoe zag leven er ongeveer uit onderwijzeres werden. Sommige vrouwelijke in de leeftijd van 17-24 jaar?’. In de gehouden respondenten mochten niet werken. Vroeger interviews hebben wij antwoord gekregen op was het zo dat getrouwde vrouwen niet de vragen die bij onderstaande categorieën mochten werken. horen. Door middel van deze antwoorden De respondenten hadden thuis meer taken die gaan wij het kopje achtergrond analyseren en ze moesten verrichten. Zo werd er samenvatten. meegeholpen op het land of werd er voor jongere broertjes en/of zusjes gezorgd. We spreken in de derde generatie over onze opa’s en oma’s. De leeftijden liggen rond de “Nee, nee. Dat gebeurde eh… toen 85 met uitzondering van één man die 74 jaar mijn broertje geboren was, 27 is. De geïnterviewde respondenten moesten maart. Dus toen ik mijn examen terug gaan denken aan de tijd dat zij 17-24 gedaan had met succes. En ik een jaar oud waren. Uit de interviews zijn een baan had in Nijmegen woonde ik aantal zaken naar voren gekomen die wij kort nog thuis en dan als ik thuis kwam samen gaan vatten. dan zorgde ik voor mijn broertje.” De respondenten woonden door heel (Vrouw, 84) Nederland verspreid en hadden allemaal een andere leefomgeving. Zo woonden er iemand In de tijd dat onze respondenten jong waren in Amsterdam en kwam een ander uit een werd er niet veel gestudeerd. Dit kwam door klein dorpje in Groningen. Wat opvalt is dat ze bijvoorbeeld de oorlog, of omdat er allemaal nog thuis bij hun ouders woonden. simpelweg geen geld voor was. Een enkele De mannen die in dienst zaten woonden respondent geeft aan wel te hebben technisch gezien nog wel thuis, maar door de gestudeerd en stage te hebben gelopen. dienstplicht waren ze niet vaak thuis. Ook had Vrijwel alle respondenten zijn gelovig iedere respondent wel een of meerdere opgevoed en het geloof heeft een grote rol broers en/of zussen. Enkele respondenten gespeeld in hun leven. Uit de interviews blijkt maakten deel uit van een groot gezin, zo dat het katholicisme het meest voorkomende woonden ze soms samen met hun ouders en 7 geloof is. Het was in die tijd niet ongewoon andere kinderen. De respondenten moesten om elke dag naar de kerk te gaan. Veel in die tijd hard werken dus leuke uitjes met de respondenten gingen op zondag naar de kerk, familie zaten er niet altijd in. Ze hadden in die en de zondag stond dus ook in het teken van tijd niet altijd een keuze in wat ze wilde doen, het geloof. Een enkele respondent gaf aan het werd ze vaak opdragen. vrijwilligerswerk te doen in de kerk.

“Ja dat we moesten werken omdat opa dood was.” (Vrouw, 85)

Vrijetijd: in dit kopje staat de volgende vraag centraal: ‘hoe zag/ziet jou vrijetijd er ongeveer uit?’. In de gehouden interviews hebben wij antwoord gekregen op de vragen die bij onderstaande categorieën horen. Door middel van deze antwoorden gaan wij het kopje achtergrond analyseren en samenvatten.

Geld was schaars in de tijd dat onze opa’s en oma’s jong waren dus de respondenten moesten hard werken. Sommige hielpen mee 25


In hun vrijetijd ondernamen de respondenten verschillende activiteiten. De activiteiten die ze ondernamen waren vaak rustig zoals wandelen, fietsen of handwerken. Uitgebreid feesten en stappen was er in die tijd niet bij, iedereen leefden volgens de regels en gedroeg zich netjes. Opvallend is dat de respondenten uiteenlopende antwoorden geven op de vraag: “had jij hobby’s, zo ja welke? Was dit dan binnen of buiten?”. Enerzijds geven enkele respondenten aan alleen binnen activiteiten te ondernemen simpelweg omdat dit niet buiten kon vanwege de tweede wereldoorlog. Anderzijds geven sommigen aan alleen buiten activiteiten te ondernemen. Voor de meeste respondenten zaten leuke uitjes er niet in, dit kwam door het gebrek aan geld en tijd. Mensen gingen in die tijd ook niet of nauwelijks op vakantie.

meeste respondenten geven ook aan er niet over na te denken, je moest gewoon werken en na je taken zag je wel hoeveel vrijetijd je over had. Men wist ook niet beter in die tijd. Vrijetijdsgedrag: in dit kopje staat de volgende vraag centraal: ‘wat betekende vrije tijd toen voor jou?’. In de gehouden interviews hebben wij antwoord gekregen op de vragen die bij onderstaande categorieën horen. Door middel van deze antwoorden gaan wij het kopje achtergrond analyseren en samenvatten. Uit de interviews blijkt dat de behoeften van de respondenten niet gestimuleerd werden. De waarden die centraal stonden waren ontspanning en sociaal bezig zijn. Zoals eerder vermeld in dit onderzoek was er geen tijd en geld om de behoeften te stimuleren. Men moest hard werken om geld te verdienen, hierdoor konden ze sommige dingen niet doen en werden ze beperkt. Lang niet iedereen kon dus alles kopen of doen wat hij/zij wilde. Enkele respondenten hadden daar echter geen last van omdat ze uit een wel gestelde familie kwamen, of omdat ze heel hard werkten. De grootste beperking die sommige respondenten hadden was de tweede wereldoorlog. ’s Avonds moest iedereen voor een bepaald tijdstip binnen zijn, de gordijnen gingen dicht en de lampen moesten uit. Je moest binnen blijven en kon dus niks ondernemen. Een respondent gaf aan dat door de oorlog zijn hele leven op z’n kop stond. Hij moest onderduiken en was niet in staat om thuis te blijven.

“In die tijd was niemand op vakantie haha.” (Vrouw, 85) Er werd niet veel aan sport gedaan door onze respondenten. Enkele van hen gingen wel eens dansen of voetballen. De mannen die in dienst zaten sportten natuurlijk ook, maar dan was het verplicht. Een vrouwelijk respondent vertelde wel dat ze voor de gezelligheid buitenspellen deed.

“Dat was met allemaal samen zondag s middags buiten spel deden zoals badminton of of of weet je wel wat volleyen of zoiets.” (Vrouw, 85) De meeste respondenten waren lid van een vereniging. Zo zat er iemand bij een naaiclub, was er iemand lid van een toneelvereniging en had er iemand een abonnement op het theater. Op de vraag: “was/ben jij tevreden met je hoeveelheid vrijetijd?” antwoorden de meerderheid van de respondenten dat ze weinig vrijetijd hadden, maar als ze vrijetijd hadden dan waren ze er wel tevreden mee. De

“Eh door die tijd op mijn leeftijd, dat moet je dus incalculeren. dat is die leeftijd, zal ik zeggen doen ik 18 was. eh dat was in 19 pak weg 1942 tot 1950 dat was net de tijd die jij van mij wilt weten. En dat was net de aller moeilijkste tijd, die dat was. Na de oorlog ja. De eerste 26


jaren na de oorlog, was alles vreselijk moeilijk op ieder gebied.” (Man, 86)

“Toen was alles katholiek bij ons.” (Vrouw, 85) Vrijetijdsbeleving: in dit kopje staat de volgende vraag centraal: ‘wat betekend vrijetijd voor jou?’. In de gehouden interviews hebben wij antwoord gekregen op de vragen die bij onderstaande categorieën horen. Door middel van deze antwoorden gaan wij het kopje achtergrond analyseren en samenvatten.

Voor de mannen was de oorlog zwaar, ze waren verplicht in dienst te gaan en moesten hard werken. De vrouwen werden ook beperkt in hun vrijheid, omdat zij moesten zich aan bepaalde regels moesten houden. Zo werd er van getrouwde vrouwen verwacht dat ze thuis bleven en voor het gezin zorgde.

“En dan stop je gelijk, dan was he tin die tijd zo dat als je als vrouw onderwijzeres was en je trouwt dan wordt je automatisch ontslagen. Want getrouwde vrouwen die mogen niet werken. Ja, dat was een wet.” (Vrouw, 84)

De meeste respondenten geven aan weinig vrijetijd te hebben gehad, maar dit hebben ze nooit zo ervaren. Ze waren tevreden met de hoeveelheid vrijetijd die ze hadden, ze wisten ook niet beter.

“Jaaa, nee had niet graag meer gewild, niet over nagedacht, nee dat was helemaal geen aai toen der tijd. hoeveel vrijetijd we hadden en dat we heel graag een 40 uurige werkweek wilde dachten we niet over na.” (Man, 74)

De familie was soms een motief om iets te doen of juist niet te doen. Onderstaande quote illustreert dit.

“Nee die waren bij ons die waren met uhh… 1, 2 met 5e bij het zangkoor en ik was 6.” (Vrouw, 85)

De respondenten leggen de definitie van vrijetijd uit, als de tijd die ze zelf in kunnen delen en de tijd dat ze niets moeten. Ze kunnen gaan en staan maar ze willen.

In de tijd dat onze opa’s en oma’s jong waren werd er veel met de familie gedaan. Sommige hadden een paar vrienden van school of het werk. De groep waarmee werd omgegaan bepaalde voor een groot deel de vrijetijd van onze respondenten. Een enkele respondent gaf aan niet beïnvloed te worden door een groep, het was zijn eigen vrijetijd en daar besloot hij zelf over. De kerk was ook van invloed op de manier van leven, maar echt sprake van verzuiling was er in die tijd niet.

“Breed gezegd die tijd waarin je kunt doen wat je wilt.” (Man, 74) De meerderheid van de respondenten heeft dan ook objectieve vrijetijd (alle tijd – zorgtaken – werk enz.). Er is een enkeling die zegt dat hij/zij subjectieve vrijetijd heeft.

27


4.2 Tweede generatie Achtergrond: in dit kopje staat de volgende vraag centraal: ‘hoe zag leven er ongeveer uit in de leeftijd van 17-24 jaar?’. In de gehouden interviews hebben wij antwoord gekregen op de vragen die bij onderstaande categorieën horen. Door middel van deze antwoorden gaan wij het kopje achtergrond analyseren en samenvatten. Haast iedere respondent had wel een bijbaantje in de leeftijd van 17-24. De baantjes verschillen enorm, zo wordt er gewerkt in een pannenkoekenrestaurant, bejaardentehuis, speelgoedwinkel en er word zelfs vrijwilligerswerk gedaan. Sommige respondenten hadden geen keus, zo is een vrouw (53 jaar) na haar studie werkloos geworden en moest een man (55 jaar) verplicht in militaire dienst.

jongere broertje, en een man (55 jaar) hoefde weliswaar geen zorg te dragen maar hij moest wel kostgeld betalen. Nagenoeg alle respondenten zijn gelovig zijn opgevoed. De geloven die de respondenten van thuis uit meekregen verschillen nogal. Zo zijn er enkele respondenten die protestants zijn opgevoed, maar er zijn er ook die roomskatholiek zijn opgevoed. Sommige respondenten bekennen alleen naar de kerk te gaan en het geloof te volgen omwille van hun ouders.

“Nee dat deed ik vooral omdat mijn ouders wilde dat ik dat deed.” (Vrouw, 50) Een nipte meerderheid van de respondenten woonden nog thuis in de leeftijd van 17-24, enkele respondent woonden op kamers.

“Toen ik twintig was zat ik in de militaire dienst (…) Ja omdat ik gewoon voor mijn normen moest op komen.” (Man, 55)

“Toen ik uhm toen ik 17 was woonden in nog gewoon bij mijn ouders want toen deed ik havo (…) Toen ik 18 was toen heb ik eindexamen gedaan en toen ik in Maastricht op school zat zat ik ook in Maastricht op kamers. Daarna heb ik uhm weer een jaartje thuis gewoond en uh daarna ben ik gaan samenwonen.” (Vrouw, 50)

Alle respondenten geven aan huishoudelijke taken te verrichten. Het verschilt per respondent wat de taken zoal zijn. De meeste respondenten geven aan kleine taken te verrichten zoals boodschappen doen, het gras maaien of een keer de afwas doen. De meerderheid van de respondenten zat op school tijdens de leeftijd van 17-24. Opvallend is dat enkele respondenten in dezelfde richting studeerde, namelijk richting de zorg. Wat opvalt is dat de meerderheid van de respondenten geen zorg hoefden te dragen voor andere. Enkele respondenten moesten dit echter wel. Zo moest een vrouw (53 jaar) in de leeftijd van 17-24 zorgdragen voor haar

De respondenten woonden verspreid door Nederland. Zo kwam er iemand uit Nijkerk, iemand uit Limburg en weer een ander uit Zevenaar.

28


Vrijetijd: in dit kopje staat de volgende vraag centraal: ‘hoe zag/ziet jou vrijetijd er ongeveer uit?’. In de gehouden interviews hebben wij antwoord gekregen op de vragen die bij onderstaande categorieën horen. Door middel van deze antwoorden gaan wij het kopje achtergrond analyseren en samenvatten. De meerderheid van de respondenten had een heel druk leven. Over het algemeen zijn ze tevreden over de hoeveelheid vrije tijd die ze hadden. Sommige respondenten hadden niet veel vrije tijd over omdat ze een sport beoefende, en werkte en naar school moesten.

“Ik sportte wel heel graag ja ik had verder ook niet meer zo heel veel tijd over met school want dat sporten dat was al 3 dagen in de week en dan werkte ik nog op vrijdag en zondag en soms ook nog op zaterdag (…) en dan had ik nog een avond zo’n clubavond van uh jong Nederland, dus heel veel andere vrije tijd uhm zat er niet in.” (Vrouw, 50) “Toen werkte ik volgens mij ook al full time, dat was toen 40 uur in de week (…) Toen had ik volgens mij 1 muziek vereniging toen der tijd. Interviewer: en was je toen tevreden met jou hoeveel vrije tijd die je toen der tijd had? Toen wel maar toen wist je ook niet beter.” (Man, 55) Het is erg opvallend dat enkele respondenten dezelfde hobby hebben. De meerderheid van de respondenten houd namelijk van fietsen en ziet dit als hobby. Een vrouw van 50 en een vrouw van 49 houden allebei van handwerken zoals breien, haken en naaien. Over het algemeen hebben alle respondenten een hobby in hun vrije tijd waar ze zich me bezig houden. Een enkeling heeft dezelfde sport, namelijk

fietsen. De respondenten die van fietsen houden doen dit met vrienden of alleen en rijden op een gewone fiets of op een racefiets. Alle respondenten doen aan sport maar niet iedereen zit ook daadwerkelijk bij een sportvereniging.

“Ja toen deed ik meer soort conditie trainen of en dat soort dingen.” (Vrouw, 49) De meest respondenten geven aan leuke dingen te doen en vaak een dagje weg te gaan. Zo gingen ze naar festivals, met vrienden en/of vriendinnen op vakantie of er werd op stap gegaan. Er werden ook wel eens uitjes gepland naar de familie, dit was dan in vorm van een verjaardag. Vrijetijdsgedrag: in dit kopje staat de volgende vraag centraal: ‘wat betekende vrije tijd toen voor jou?’. In de gehouden interviews hebben wij antwoord gekregen op de vragen die bij onderstaande categorieën horen. Door middel van deze antwoorden gaan wij het kopje achtergrond analyseren en samenvatten. Alle respondenten zijn het wel met elkaar eens dat je in je vrije tijd geen verplichtingen moet hebben. Ze vinden dat je moet kunnen ontspannen, leuke dingen moet kunnen doen en vooral geen dingen doen die je niet wil.

“Ontspannen vind ik heel belangrijk in mijn vrije tijd (…) Maar ik kan ontspannen door te sporten maar ik kan ook ontspannen nu door uh ik kon ook ontspannen door een uh door een boek te lezen, dat vond ik ook leuk. Dus het is ja wel verschillend hoe ik wilde ontspannen maar in mijn vrije tijd moet ik vooral ook wel dingen kunnen doen die ik die ik leuk vind en niet per se dingen die ik moet doen.” (Vrouw, 50)


“Interviewer: welke behoeften had jij in je vrijetijd verder dan buiten wat je al gedaan of deed. Slapen hahahahaha (…) Interviewer: euhm, wat voor jou centraal staat, van dat is mijn vrijetijd. Dat je gewoon ook niet hoeft te werken, dat vind ik al, toen weet ik niet, dat is al zo lang geleden dat weet ik ook niet precies meer. Dat je geen verplichting hebt op het werk.” (Man, 55)

Alle respondenten hadden een bepaald gezelschap waar ze veel mee omgingen. Het verschilde soms per school of baan met wie ze omgingen. Over het algemeen werd er veel omgegaan met vrienden van school of studiegenoten, maar sommige respondenten hadden ook vrienden van thuis of collega’s van het werk dat ze deden. Een enkele respondent heeft wel iets meegekregen van de verzuiling, maar de meerderheid heeft er niets mee te maken gehad of heeft er niks van gemekt.

Er zijn altijd wel dingen die je niet leuk vindt om te doen en dit geven onze respondenten ook aan. Een keer naar een familiebezoek of klusjes doen voor je moeder waren de enige dingen die ze niet leuk vonden om te doen. Over het algemeen hoeven de respondenten niet veel tegen hun zin in te doen. Opvallend is dat de meerderheid van de respondenten geen beperkingen had in de leeftijd van 17-24 jaar. Een enkeling werd beperkt door het te besteden budget. Onze respondenten geven aan geen last te hebben gehad van de crisis. Enkele van hun moesten wel op de centen letten, maar niemand heeft er echt merkbaar last van gehad. Iedereen was in de tijd van 17-24 jaar lid van een vereniging of stichting. Het gaat hierbij vaak om een sportverening. Zo werd er geturnd, geschaatst, gevolleybald en geholpen bij de scouting. Ook werd er door een man (55 jaar) muziek gemaakt bij een muziekvereniging.

“Ja, waar waar ik toen woonden als je als je kijkt Limburg was eigenlijk helemaal zo’n beetje katholiek. En uh daar waren niet heel veel andere geloven of wat dan ook. Dus dus daar had je daar niet echt mee te maken.” (Vrouw, 50) “Jaa daar heb ik zelf ook wel aan meegewerkt, toen ben ik wel gestopt met naar de kerk gaan. Ik ben nog wel in de kerk getrouwd. Maar dat preken vind ik zinloos, als je er niet naar leeft hoef je er ook niet naar te luisteren. Dussuuhh…. Interviewer: Heb je dit ook gemerkt bij andere mensen in je kring? Jaa, de meeste wel van mijn leeftijd omdat wij nog heel streng christelijk opgevoed werden, stap je er ook eerder uit of ga je er tegen schoppen.” (Vrouw, 48)

30


Vrijetijdsbeleving: in dit kopje staat de volgende vraag centraal: ‘wat betekend vrijetijd voor jou?’. In de gehouden interviews hebben wij antwoord gekregen op de vragen die bij onderstaande categorieën horen. Door middel van deze antwoorden gaan wij het kopje achtergrond analyseren en samenvatten. De meningen onder de respondenten zijn verdeeld. Er zijn een aantal respondenten die aangeven objectieve vrijetijd te hebben terwijl er ook een aantal zijn die aangeven subjectieve vrijetijd te hebben. Een van de respondenten geeft aan dat ze objectieve

vrijetijd heeft, maar dat haar werk niet als een verplichting voelde. Ze vond het leuk werk en dus voelde het soms als vrijetijd. Hieronder een quote van een vrouwelijke respondent.

“Vrijetijd de definitie is naast je vaste deels verplichten activiteiten ruimte hebben voor ehm je eigen eh prettige inzicht die jij wilt besteden daaraan. Maar ehm. Je kan het invullen als je zelf wil. (…)Dus naast werk en bijvoorbeeld je huishouden, die tijd is je vrijetijd.” (Vrouw, 49)


4.3 Derde generatie Achtergrond: in dit kopje staat de volgende nog wel regelmatig contact mee. De vraag centraal: ‘hoe zag leven er ongeveer uit gezinssituaties lopen veel uiteen, veel in de leeftijd van 17-24 jaar?’. In de gehouden respondenten hebben één jonger zusje en/of interviews hebben wij antwoord gekregen op broertje, terwijl andere juist weer een heel de vragen die bij onderstaande categorieën groot gezin hebben met veel broertjes en/of horen. Door middel van deze antwoorden zusjes. gaan wij het kopje achtergrond analyseren en samenvatten. Vrijetijd: in dit kopje staat de volgende vraag centraal: ‘hoe zag/ziet jou vrijetijd er ongeveer De respondenten zijn mannen en vrouwen die uit?’. In de gehouden interviews hebben wij de leeftijd hebben van 18 tot en met 22 jaar. antwoord gekregen op de vragen die bij De respondenten wonen op zichzelf, met onderstaande categorieën horen. Door middel huisgenoten of bij hun ouders. van deze antwoorden gaan wij het kopje Qua werk merk je dat iedere respondent achtergrond analyseren en samenvatten. andere interesses heeft en dat sommige intrinsiek gemotiveerd zijn en andere Zoals in het theoretisch kader beschreven wordt hebben veel mensen een subjectieve extrinsiek. Voor alle respondenten is het een vrijetijd. Uit de antwoorden van het interview bijbaantje en deze baantjes verschillen van blijkt dit ook. Veel respondenten zijn tevreden afwassen tot bijles geven. De respondenten over de hoeveelheid vrijetijd die ze hebben, die op zichzelf wonen verdelen de taken in en maar het wordt door iedereen anders ervaren. rond het huis met de verschillende Sommige zeggen dat ze teveel vrijetijd hebben huisgenoten. Het zijn voornamelijk de ouders en maar weinig met school bezig zijn. Het die alle taken op zich nemen bij de verschilt maar net welke studie je doet en hoe respondenten die nog thuis wonen. Afwassen druk je het er mee hebt. en stofzuigen zijn dan meestal de klusjes die de respondenten zelf doen. Geen enkele “Kijk weetje, je studeert dus het respondent doet dezelfde opleiding. Onze komt in vlagen hoe druk je hebt dus respondenten zijn voornamelijk Hboja af en toe heb je helemaal niks te studenten. Een enkeling moet nog zijn doen en af en toe heb je bijna Havodiploma halen, maar is wel van plan om helemaal geen vrije tijd. Dat heeft hierna een Hbo-studie te gaan doen. De echt met school te maken, zeg maar studies verschillen van een opleiding in de je sport en je werk is altijd wel een kunstsector tot een opleiding in de biologie. beetje constant want het is maar Vrijwel geen respondent heeft een echte duidelijke zorgtaak, een veel voorkomen net hoeveel school dan nog van je antwoord was “ik moet voor mezelf zorgen”. vraagt want dat gaat dan gewoon Geloof is niet zo heel belangrijk, veel van je vrijetijd af.” (Man, 22) respondenten hebben wel toen ze jonger waren iets van het katholieke- of protestantse Iedereen doet wat hij of zij het leukste vind, geloof meegekregen van hun ouders. Vroeger de hobby’s zijn dan ook bij bijna niemand en met kerst gingen ze nog wel eens naar de hetzelfde. Het enige wat bij meerdere kerk, en ze hebben op een christelijke respondenten terug komt is muziek. De een middelbare- en/of basisschool gezeten. Je heeft een baan in de muziek en voor de ander merkt dat religie geen plek meer heeft in het draait zijn hele leven om muziek. Ook wordt er leven van deze generatie. De ouders zijn over veel met vrienden afgesproken, zo gaan ze het algemeen wel bij elkaar bij veel van deze chillen of gezellig een terrasje pakken en respondenten, veel van de broers en zussen biertjes drinken. De hobby’s lopen uiteen van wonen niet meer thuis maar ze hebben hier 32


frisbeeën en hardlopen tot series kijken en uitgaan. Dit zie je ook bij de sporten die worden beoefent. Sommigen doen niet echt serieus aan een sport en andere doen aan yoga of frisbee. Fitness is heel populair onder de respondenten. Dagjes uit is bij deze generatie zeker belangrijk, de respondenten hechten hier veel waarde aan. Een paar respondenten vertellen dat als ze echt de tijd hebben wel iets leuks willen doen zoals op vakantie, een weekendje weg of een leuk uitje plannen.

Rustig je eigen ding doen, plezier maken en activiteiten ondernemen waar niemand je toe dwingt waren de waarden die centraal stonden bij de respondenten. De motieven die veel terug kwamen bij de respondenten waren activiteiten ondernemen met vrienden om de band te verbeteren, nieuwe dingen ontdekken en ervaren, en ontspanning. Op de vraag of de respondenten wel eens iets deden waar ze geen zin in hadden in hun vrijetijd kwam meteen het antwoord nee naar boven. Zo merk je ook weer dat iedereen toch wel de subjectieve benadering van vrijetijd heeft. Als er iets voor een ander gedaan moest worden dan wordt niet tot vrijetijd gerekend. Geen enkele respondent had beperkingen. Wat wel als beperking werd genoemd was dyslexie en soms een tekort aan geld. Alle respondenten zijn studenten en over het algemeen bekend zijn studenten niet rijk, en komen de maand vaak moeilijk door. Ongeveer de helft van de respondenten merkt niets van de crisis, de andere helft maar een beetje. Er word gezegd dat het veel moeilijker is om een baan te vinden. Ook moet je wat bewuster leven en een beetje op de kleintjes letten. De respondenten kunnen vaak wel kopen wat ze willen en anders sparen ze hiervoor.

“Nou we zorgen wel elke vakantie bijvoorbeeld dat we een dagje ergens naartoe gaan of zo we zijn wel eens een weekje naar Londen geweest en een dagje naar Keulen geweest” (Man, 21) De familie staat hoog in het vaandel. Zo wordt er veel waarde gehecht aan de verjaardagen en familiebezoeken maar ook de weekendjes terug naar de broertjes, zusjes en ouders is belangrijk. De uitjes die buiten de vakantie om vaak ondernomen worden zijn naar concerten gaan, musicals bekijken, festivals bezoeken of een dagje winkelen. Vrijetijdsgedrag: in dit kopje staat de volgende vraag centraal: ‘wat betekende vrije tijd toen voor jou?’. In de gehouden interviews hebben wij antwoord gekregen op de vragen die bij onderstaande categorieën horen. Door middel van deze antwoorden gaan wij het kopje achtergrond analyseren en samenvatten.

“Ik ben nu wel veel bewuster geworden hoeveel geld ik op mijn bankrekening heb staan en wat krijg ik, waar geef ik het allemaal aan uit, want daar moet ik het toch mee doen.” (Vrouw, 18)

De behoeftes die veel overeenkomen zijn het opzoeken van vrienden en de ontspanning zoeken in hun eigen vrije tijd.

De verenigingen waar de respondenten bij zitten sluiten vaak aan bij de hobby’s of de sport die de ze beoefenen. Ook was er een respondent die bij een studentendispuut zat, dit nam ook een groot deel van de vrijetijd in beslag en ook werden hierbij uitjes en vakanties georganiseerd. Iedereen had vaste clubjes wat betreft het gezelschap. Veel contact met vrienden van

“Vrije tijd is voor mij lekker kunnen ontsnappen en niks te hoeven.” (Vrouw, 21) “De plek waar ik het liefste zit” (Man, 22) 33


vervagen. Mensen lijken dit helemaal niet erg te vinden, ze gaan hun werk meer als hun hobby zien en maken graag van hun hobby hun werk. De betekenis die de respondenten aan vrijetijd geven is vooral dingen doen die je zelf wilt doen en waar je zelf zin in hebt .

vroeger was verwaterd, maar er waren altijd wel één of twee vrienden/vriendinnen die ze al lang kenden en waar ze nu nog steeds mee optrekken. Elke respondent had verschillende groepjes waar hij of zij mee om ging, bijvoorbeeld een groepje op school, een groepje waarmee ze hun hobby of sport beoefende en een vast groepje die je altijd in het weekend echt opzoekt.

“Het punt waarin je de dingen kan doen die je wilt doen zeg maar, je hebt in je hoofd een idee van dingen die ik graag doe omdat ik het nuttig vind en belangrijk voor hoe mijn leven is en hoe mijn leven word, zoals school en werk en sport. En dan de tijd die daar dan verder van overblijft dat je echt nieuwe dingen kan gaan doen of gewoon even lekker kan besluiten niks te gaan doen dat is dan vrijetijd.” (Man, 22)

Het geloof is bij veel respondenten niet een onderdeel van het leven, ze praten er weinig over en weten er ook steeds minder van. Sommige hebben nog wel vrienden of familie die er druk mee zijn, maar zelf doen ze er niet echt iets mee. Vrijetijdsbeleving: in dit kopje staat de volgende vraag centraal: ‘wat betekend vrijetijd voor jou?’. In de gehouden interviews hebben wij antwoord gekregen op de vragen die bij onderstaande categorieën horen. Door middel van deze antwoorden gaan wij het kopje achtergrond analyseren en samenvatten.

Over de verandering van de vrijetijdsbesteding waren bijna alle respondenten, op een paar opmerkingen na, positief. Een individu zijn en het zelf in de hand hebben van je bestedingen wordt als erg positief ervaren. Wat de respondenten negatief vonden was vooral dat er tegenwoordig minder tijd aan familie wordt besteed en dat de technologie de sociale interactie over begint te nemen. Ook werd gezegd dat de jeugd steeds grover word.

De meerderheid van de respondent heeft een subjectieve benadering van vrijetijd, voor een enkeling was de objectieve benadering vrijetijd = tijd - school - werk van toepassing. Zoals in het theoretisch kader al wordt besproken is de scheidingslijn tussen werk, school en vrijetijd steeds meer aan het

34


4.4 Overeenkomsten en verschillen Overeenkomsten: De meningen over de motivaties voor het werk zijn verdeeld, sommigen zijn intrinsiek gemotiveerd en sommige extrinsiek zowel bij alle generaties verschilt dit per persoon. De 3e en de 2e generatie komen vooral met elkaar overeen omdat alle respondenten uit deze generaties zeggen dat ze kleine taken in het huishouden moesten doen zoals afwassen, stofzuigen en de vaat opruimen. Bij alle generaties hebben we wel gemerkt dat iedereen wel wat moest doen in huis. Zo zie je dat het niet uit maakt in welke tijd je leefde, de ouders zorgen vaak voor je als je af en toe maar meehelpt aan het huishouden. De 3e en de 2e generatie komen qua studie erg overeen want ze studeren allemaal, en ook studeren ze wat ze zelf graag willen. Vroeger waren er minder mogelijkheden, qua studie werd er bij de 1e generatie gewoon gedaan wat voor de hand ligt. Nagenoeg alle respondenten hoefden voor niemand zorg te dragen. De meeste respondenten krijgen het geloof mee van hun ouders en doen hier zelf iets of niets mee. De meeste respondenten geven aan hier niets mee te doen. Het is meer van deze tijd dat het geloof steeds minder een deel uitmaakt van het dagelijkse leven.

“Ik ben gewoon gedoopt als uh, baby en ik ben dus ook roomskatholiek opgevoed door mijn ouders. (…) Iedere zondag moest ik mee naar de kerk, maar toen ik uh een jaar of 17, 17 was dat eigenlijk niet meer het geval mocht ik kiezen als ik maar wel eens af en toe ging”(Vrouw, 50) De meeste respondenten uit alle generaties hebben broers en/of zussen. De overeenkomst bij alle generaties is dat iedereen tevreden is over zijn of haar vrijetijd. Zowel de respondenten uit de 1e, 2e en 3e generatie hebben allemaal hobby’s die erg

verschillen van elkaar, dit geld ook voor sport. Iedereen doet wat die leuk vind en dat is door de loop der jaren niet veel veranderd behalve dat er tegenwoordig meer aanbod is en dit blijkt ook uit het theoretisch kader, want door Mulder (2013) wordt ook gesproken over dat het aanbod van vrijetijdsactiviteiten veel groter is geworden dan vroeger. Iedereen wil gewoon doen waar die zelf zin in heeft en wat die zelf leuk vind dit blijkt hier ook uit de hobby’s en sporten die beoefend worden. De 2e en de 3e generatie proberen elke jaar wel een aantal keer een dag of meerdere dagen iets leuks te gaan doen. Leuke en nieuwe dingen in je vrijetijd is na de 1e generatie steeds normaler geworden. De respondenten uit de 1e, 2e en 3e generatie geven allemaal aan dat ontspanning één van de belangrijkste waardes is in hun vrijetijd. De 2e en 3e generatie lichte de waarde ontspanning explicieter toe door te zeggen dat ze geen druk willen voelen van anderen. Het is logisch dat de respondenten ontspanning noemen, over het algemeen is het ook bekend dat je ontspanning zoekt in je vrijetijd, ook al is dit via actieve of rustige activiteiten.

“Jaa plezier maken eigenlijk, gewoon lekker tot rust komen lekker loltrappen en doen waar je zin in hebt.”(Man, 22) Alle respondenten vinden sociale activiteiten belangrijk. Mensen hechten veel waarden aan aandacht en erkenning van vrienden en familie. Ook hebben Vrijwel alle respondenten uit alle generaties geen duidelijke beperkingen. Sommige respondenten zijn bijvoorbeeld dyslectisch maar dat heeft geen invloed op overeenkomsten tussen generaties. Wat wij tijdens het interview merkte was dat alle respondenten bewust zijn van de waarde van geld. Veel van de respondenten die een lidmaatschap hadden, waren vooral lid van


met geloof. Bij de 3e generatie gaat een enkeling alleen nog met kerst naar kerk, veel respondenten uit deze generatie zijn niet echt uitgesproken over hun geloof. Of dit logisch is dat is nog de vraag, zelf merken wij ook minder van het geloof, de rede hiervan is dat mensen steeds drukker zijn, een aantal respondenten gaven dit ook al aan.

een sportvereniging. Ook hieruit blijkt weer dat iedereen doet wat hij of zij zelf leuk vind. Hetgeen wat overeenkomt bij het gezelschap van de 3 generaties die wij geïnterviewd hebben is vooral dat de vriendschappen voornamelijk op school of werk ontstaan zijn. Over de verandering van vrijetijdsactiviteiten door de jaren heen zijn alle respondenten erg positief.

“Heel veel komt er niet meer van terecht. Vaak nog wel met de kerst maar dat is het wel.”(Vrouw, 21)

Verschillen Vooral verschil tussen de 1e en de 3e generatie, de 3e generatie kiest zelf waar ze willen werken en doen dit vaak vanuit zowel intrinsieke als extrinsieke motivatie, de 1e generatie werkt vaak waar ze kunnen werken en hadden hier niet veel keuze in. De baanmogelijkheden zijn sterk gegroeid dit blijkt wel uit het interview. De markt is veel breder geworden en mensen worden sneller aangenomen. De 2e generatie hangt er een beetje tussen in maar iedereen heeft wel een baantje waar ze zelf voor gekozen hebben. Bij de 3e generatie hangt het heel erg af van of je thuis woont bij je ouders of op je zelf, hoeveel je in huis doet. De respondenten die thuis wonen hoeven weinig te doen, vaak doen de ouders alles op kleine taken na. De respondenten die op zich zelf wonen moeten gewoon alles doen. Bij de 1e generatie hangt het er meer vanaf of je werk had of niet. De respondenten die de hele dag werkten hoefden bij thuiskomst niks meer te doen.

Bij de 1e generatie valt het op dat de gezinnen een stuk groter waren dan bij de 2e en de 3e generatie. Ook kunnen we veronderstellen dat de 3e generatie minder tijd doorbrengt met de familie dan de 1e en de 2e generatie. Het verschil is vooral dat de hoeveelheid vrijetijd van de 1e generatie minder was dan de hoeveelheid van de 2e en de 3e generatie. Toch zien we dat de respondenten minder tijd hebben voor familie. Ook was het besef van vrijetijd minder aanwezig bij de 1e generatie dan bij de 2e en 3e generatie. Naarmate de tijd vorderde werd het besef steeds groter. Ook verwachten mensen steeds meer dit blijkt ook uit het theoretisch kader, in ‘vrijetijd door de jaren’ heen word ook gezegd dat de verwachtingen tegenwoordig veel hoger zijn en mensen steeds met minder genoegen nemen. Het verschil qua sport tussen de 1e , 2e en 3e generatie is vooral dat veel respondenten uit de 1e generatie hun sport niet als hobby zien. Bij de 2e generatie zijn de meningen dat hobby en sport op één lijn zitten verdeeld en bij de 3e generatie zien steeds meer respondenten hun sport als een hobby. Uit het theoretisch kader blijkt ook dat de scheidingslijn tussen werken, hobby’s en sport steeds vager is geworden Mulder (2013) heeft het hierover. De respondenten uit de 1e generatie gingen nauwelijks voor een lange tijd op vakantie. Terwijl in de periode van de 2e generatie de meeste toch wel in de zomervakantie lang of ver weg wilden reizen. Bij de 3e generatie zegt bijna iedereen dat ze graag op vakantie willen in de grote vakantie, ook is het bij deze generatie ook veel normaler om in andere

“ik hoefde niks te doen want ik werkte” (Man, 74) De 3e generatie is veelal hoger opgeleid dan de 1e en de 2e generatie. Daarbuiten studeerde niet alle respondenten bij de 1e generatie en diegene die wel studeerde hadden een beperkte keuze. Wat erg opvalt bij de religie van de respondenten dat per generatie het geloof steeds minder word. Bij de 1e generatie heeft het geloof veel invloed en maakt het een groot deel uit van het leven. Bij de 2e generatie word dit al minder en zijn er nog een paar respondenten die fanatiek bezig zijn 36


vakanties in het jaar op vakantie te gaan. Dit is niet moeilijk te verklaren want door de globalisering is het steeds makkelijker om ver en lang op vakantie te gaan. Door stunts van vliegtuig maatschappijen word het ook steeds goedkoper. Vroeger was dit niet zo, het was een luxe om op vakantie te gaan. Wat opvalt bij de 3e generatie is dat er veel respondenten zijn die aangeven dat het voor hun belangrijk was om veel leuke dingen te doen met vrienden terwijl de 1e en de 2e generatie dit minder benoemen. De 3e generatie geeft ook aan zich niet gedwongen te voelen door hun subcultuur.

minder kunnen kopen dan ze eigenlijk wilden. Uit de 3e generatie hebben sommigen respondenten moeite met het vinden van een baan, maar toch geven ze aan niet veel moeite te hebben met het kopen van wat ze graag willen. De gezelschap van de respondent is ook veranderd, bij de 1e en de 2e generatie hadden veel van de respondenten vaak 1 of 2 vrienden of vriendinnen terwijl veel respondenten van de 3e generatie zeggen dat ze grotere en meerdere groepen vrienden hebben. Zoals in het theoretisch kader al beschreven staat is de subjectieve benadering van vrijetijd steeds meer van deze tijd. Dit merkte we ook bij de respondenten. Veel respondenten uit de 1e generatie vinden dat ze een objectieve benadering hebben, naarmate je bij de 2e en 3e generatie komt, spreken de respondenten in verloop van tijd steeds meer over de subjectieve benadering. Sommige respondenten uit de 1e en 2e generatie vragen zich daarentegen wel af of de vrijetijd nog wel echt vrijetijd is en of de tijd niet te druk is en te veel dingen moeten.

De 1e generatie heeft als beperking, de oorlog meegemaakt. Het was een heftige periode met allerlei regels waardoor niet iedereen kon doen wat hij wou. Bij de 2e en 3e generatie is hier geen sprake van.

“De eerste jaren na de oorlog, was alles vreselijk moeilijk op ieder gebied.�(Man, 86) Veel respondenten uit de 1e generatie heeft door de oorlog meegemaakt te hebben

De transcripties kunt in vinden in bijlage II

37


5. Conclusies Uit het onderzoek kunnen we concluderen dat de vrijetijd door de jaren heen is veranderd. Het aanbod is zeer verreikt en de cultuur is veranderd. Ook is de hoeveelheid vrijetijd toegenomen. Mensen zijn zich ook meer bewust van hun vrijetijd. Iedereen zoekt veel verschillende en nieuwe activiteiten om te gaan doen in hun vrijetijd. Mensen verwachten ook meer, zowel van zichzelf als van anderen. De factoren die nog meer invloed hadden op deze verandering zijn dat mensen hun hobby en werk meer als vrijetijd zijn gaan zien en religie is een minder sterk onderdeel van het leven geworden. Door de vele verschillende activiteiten in de vrijetijd van tegenwoordig is de tijd die we door brengen met de familie afgenomen maar ondanks dit heeft familie nog steeds een hoge prioriteit. Iedereen is tegenwoordig hoger opgeleid, meer mensen studeren en iedereen doet wat hij zelf wilt, er is veel meer keus en mensen kiezen ook meer.

38


6. Aanbevelingen Het onderzoek verliep goed maar er zijn een aantal punten waar Bubbles bij een volgend onderzoek beter op kan letten. Het was de eerste keer voor alle leden van de projectgroep Bubbles dat we een kwalitatief onderzoek hebben uitgevoerd. Wat we ten eerste de volgende keer anders kunnen doen, is de itemlijsten verder uitwerken en dieper op de items in gaan. Er ontstonden enkele misverstanden bij sommige items, niet alle vragen waren even duidelijk voor de respondent. Wat door deze vage vragen ook gebeurde is dat we van een open vraag een gesloten vraag maakte. Voor een ander onderzoek hadden we vooral op gebied van vrijetijdsactiviteiten meer er op in moeten gaan, breder onderzoeken welke activiteiten er zijn en waren en wie welke activiteiten deed. Alle leden van Bubbles hebben wel gemerkt door gebrek aan ervaring dat interviewen moeilijk is. Wel hebben we nu op een goede manier geleerd hoe we een onderzoek moeten uitvoeren. We hebben onszelf verbeterd met het afnemen van interviews en nemen deze ervaringen mee naar de toekomst. Bubbles denkt dat het beter is om de respondent van tevoren goed op de hoogte te stellen van het interview. Dit hebben we bijna niet gedaan en achteraf was het beter geweest om dit meer te doen. We zijn erg tevreden over ons onderzoek en alles is soepel verlopen. We zijn van mening dat we een kwalitatief goed onderzoek hebben afgeleverd.

39


Literatuur Beunders, N. &. (2007). De andere kant van de vrije tijd. In N. &. Beunders, De andere kant van de vrije tijd. Leiden: Toerboek. Bill. (2014, februari 11). Opgehaald van http://issuu.com/cjpvlaanderen/docs/bill_vroeg_aan_100_jongeren___ Bourdieu, P. &. (1992). Opstellen over smaak, habitus en het veldbegrip. In P. &. Bourdieu, Opstellen over smaak, habitus en het veldbegrip. Amsterdam: Van Gennep. Mulder, M. (2011). Leisure! In M. Mulder, Leisure! Inleiding in de vrije tijd. Bussum: Coutinho.

40


Bijlagen

41


Onderzoeksrapport Bubbles