Page 1

Het dubbelspel…

…Wat zijn de voordelen? …Wat zijn de spelerstypes? …Wat zijn de opstellingen? Dit is het eerste deel van een reeks artikels waarin we de spelers inzichten geven in het dubbelspel tennis. In dit eerste artikel zullen we het hebben over de voordelen van dubbelspel, types dubbelspelers en opstellingen in het dubbelspel. In een volgend artikel bespreken we de intenties en positionering van elke speler en in een laatste artikel bieden we oefenstof aan voor spelers en trainers om het dubbelspel te verbeteren.

Ruben Bemelmans & Olivier Rochus in de Davis Cup Belgium

technisch

1. Waarom zelf dubbel spelen of de jeugd stimuleren om te dubbelen

60

Dubbel spelen maakt je een completere speler. Je volleyspel zal hierdoor sneller ontwikkelen. Niet alleen sta je meestal de helft van de tijd aan het net, het speelveld als achterspeler is ook smaller, waardoor opkomen makkelijker is in dubbel dan enkel. Je leert

PLAYTENNIS

volleys waarmee je de bal kan afmaken of wegleggen (aanvallende volley), maar evengoed volleys waarmee je de tegenspeler geen kans geeft om op af te maken (verdedigende volley). Ook je opslag- en terugslagvaardigheden zullen verbeteren. In dubbel word je, nog meer dan in enkel, uitgedaagd om goed te serveren of retourneren omwille van de aanwezigheid van de netspeler. Een

derde voordeel is dat dubbel teamspirit stimuleert, wat in een individuele sport dikwijls te weinig aanwezig is, maar de sport wel leuker maakt. Tot slot komen dubbelvaardigheden ten goede voor de lifetime sportbeoefening. Naarmate spelers ouder worden, schuift de focus meer en meer op richting dubbel. Een grote groep volwassenen verkiest dubbespel boven enkelspel.


Iedereen die af en toe dubbel speelt zal al opgemerkt hebben dat er verschillende soorten spelers zijn. Hieronder beschrijven we de meest voorkomende types met hun kenmerken en sterktes. • De geboren netspeler De geboren netspeler is zeer actief aan het net, ligt op de loer om bij elke bal tussen te komen. Deze speler zorgt voor druk bij de basislijnspeler, want één bal onvoldoende kruisen kan fataal zijn. Speelt deze speler achterin, dan zal de speler zo snel mogelijk mee opkomen naar het net. Dikwijls zal hij meteen zijn opslag volgen naar het net en ook als terugslagspeler zal hij bij een kortere bal meteen trachten op te komen naar het net. Deze speler, zowel op recreatief als op hoger niveau, speelt graag het ‘typische’ dubbelspel waar de punten aan het net beslist worden. • De vaste kracht achterin De vaste kracht achterin is de speler die graag de balwisseling aangaat. Hij tracht dominant te zijn in de balwisselingen en op die manier voor punten te zorgen. De vaste kracht heeft veel slagopties vanaf de basislijn (ruime bal, bal die snel zakt onder nethoogte, lob, slice,) waardoor hij het leven van de tegenspelers zuur kan maken en verhindert om hun dubbelvaardigheden uit te spelen. Ook kan hij met een goede voorbereidende bal zijn medespeler in stelling brengen om tussen te komen aan het net. Deze ‘vaste kracht achterin’ is minder geneigd om op te komen bij een kortere bal en is ook minder dominant aanwezig aan het net. Meestal zijn deze ‘vaste krachten achterin’ goede ‘basislijn’ enkelspelers. • De eenzijdige topper De eenzijdige topper is de speler met een uitgesproken dominantie op één basisslag. Deze speler zien we dikwijls in de lagere dubbelreeksen. Doordat hij veel meer zijn beste slag kan spelen, haalt hij in dubbel een hoger spelniveau dan in enkel en zorgt zo voor het nodige

gevaar. Een speler met een sterke FH en zwakke BH speelt als rechtshandige op pare zijde en kan zo de meeste ballen met FH spelen. Hoe meer er gekruist wordt, hoe beter voor deze speler. Eén bal op zijn zwakkere slag betekent een groter risico op fout of kans voor de tegenspelers om te drukken. • De polyvalente speler De polyvalente speler is nergens top maar beheerst de verschillende onderdelen behoorlijk. Deze spelers kunnen voor veel dreiging zorgen omdat ze gevarieerd kunnen spelen. Nu eens opslag en opkomen, dan eens geduldig de rally afwachten, dan weer midden in de balwisseling opkomen als verrassing … Deze spelers zijn een gesel voor de tegenspelers omdat ze geen vast patroon spelen en geen uitgesproken zwaktes hebben. Zij zullen de tegenspelers inschatten gedurende de opwarming en eerste games van de wedstrijd en dan een tactiek op maat zoeken waar ze de zwaktes van de tegenspelers optimaal kunnen benutten.

3. Soorten opstellingen ‘Dubbel wordt gespeeld aan het net’ wordt wel eens beweerd. Op het hoogste niveau gaat deze stelling min of meer op (hoewel Malisse/ Rochus in 2004 het dubbelspel in Roland Garros wonnen door beiden achteraan te spelen en de tegenspelers te ontmoedigen met lobs, passingshots en héél moeilijke volleys), op het lagere niveau is het meer een zaak van je sterktes zo goed mogelijk uit te spelen. Dit resulteert in verschillende opstellingen. • Beiden aan het net Twee netspelers zullen er alles aan doen om zo snel mogelijk met 2 spelers aan het net te staan. Dit is hun natuurlijke biotoop en hier leggen ze druk op de tegenspelers. Zowel bij opslag als terugslag zullen ze meer naar het midden spelen om het speelveld smal te houden en zo meer kansen te geven aan de netspeler om tussen te komen of zelf succesvol op te komen naar het net.

• Beiden achteraan Een team met 2 dominante basislijnspelers kan opteren om de balwisseling van achteruit te spelen. Hun zwakkere volleys zijn hier niet kwetsbaar en ze beheersen de kunst om de netspeler telkens weer te ontwijken of op het gepaste moment een moeilijke bal, lob of passing te spelen. Deze opstelling zien we ook meer terug bij minder ervaren spelers (jeugd/ volwassenen) die op die manier hun volleys willen ontwijken. • Één voor, één achter De opstelling die het meeste voorkomt en ook standaard wordt aangeleerd, is een dubbelteam met een netspeler en een basislijnspeler. De speler aan opslag of terugslag staat achteraan en de andere speler verzorgt de netpositie. Voordeel is dat er steeds druk aan het net is zonder al te grote risico’s te nemen. Een bijzondere opstelling bij de ‘één voor, één achter’ is de Australische opstelling. Bij deze opstelling spreken serveerder en netspeler af wie welke kant zal innemen en staat de netspeler ‘laag’ in het midden van het terrein opgesteld. Na de opslag neemt de netspeler zijn positie aan het net in. Deze opstelling wordt wel eens gespeeld als verrassing of om de basislijnspeler te laten wisselen van kant (bijvoorbeeld zodat ‘de eenzijdige topper’ i.p.v. op BH zijde de balwisseling kan aangaan op FH zijde).

In het volgende artikel zullen we dieper ingaan op de spelstrategieën om tegen de verschillende soorten tegenspelers te spelen. Daarnaast bespreken we de ideale opslag-, terugslag en netpositie en hoe we moeten bewegen in dubbelspel. Het zal duidelijk worden dat als dubbel op de juiste manier gespeeld wordt, het dan toch ook wel best vermoeiend kan zijn.

Meer info? www.vtv.be/competitie vtvcentrum@vtv.be – 03 828 98 87i

PLAYTENNIS

technisch

2. Types dubbelspelers

61

12voordelen-dubbelspel