Page 1

Het dubbelspel: dubbelposities en – strategieën In het vorige artikel hebben we de verschillende type spelers (geboren netspeler, vaste kracht achterin, de eenzijdige topper, de polyvalente speler) en de verschillende soorten opstellingen (beiden aan het net, beiden achteraan, één voor, één achter) besproken. Verschillende type spelers maken andere spelkeuzes en kiezen voor verschillende opstellingen, maar er zijn een aantal startposities die dubbelspelers in acht moeten nemen. In een eerste deel beschrijven we deze startposities, daarna overlopen we verschillende spelstrategieën i.f.v. soort speler en type opstelling.

1. STARTPOSITIES

De vier startposities in dubbel zijn aanvallende volleyspeler, verdedigende volleyspeler, terugslagspeler en opslagspeler

startposities dubbel

technisch

• Netspeler (aanvallend en verdedigend) Er zijn 2 basisregels voor netspelers. De eerste basisregel impliceert de voorachterwaartse verplaatsing. De aanvallende volleyspeler, dit is de speler die ‘eerst’ volley kan spelen, staat klaar om schuin voorwaarts in te snijden om tussen te komen. De speler houdt voldoende afstand van het net (± 1,5m) zodat een lob minder vanzelfsprekend wordt. De andere netspeler is de verdedigende netspeler en zal staan ter hoogte van de servicelijn op ± 1m van de middellijn. Als de bal cross gespeeld wordt zonder tussenkomst van de netspeler, verandert de positie van beide spelers. Goede netspelers bewegen steeds actief naar voor en achter tijdens de balwisseling.

54

voor-achterwaartse verplaatsing

PLAYTENNIS

De tweede basisregel omvat de zijwaartse verplaatsing afhankelijk van de richting van de bal. Als de partner de bal scherp gekruist speelt, moet de netspeler mee opschuiven naar buiten. Het omgekeerde geldt als de partner de bal meer door het midden speelt. De netspeler staat op die manier opgesteld in het midden van de uiterste speelmogelijkheden van de andere speler en is zo in staat om tussen te komen op alle ballen die binnen deze trechter gespeeld worden.

zijwaartse verplaatsing netspelers

Afhankelijk van het spelniveau en type speler bepaalt de netspeler zijn basispositie. Spelers op hoog niveau of ‘geboren’ netspelers stellen zich centraal in het servicevak op. Spelers op lager niveau of spelers met een mindere voorkeur om te volleren zullen kiezen voor een opstelling dicht bij de zijlijn enkel met als doel de tramrails te verdedigen. Het is duidelijk dat er in de eerste opstelling veel meer gevaar zal dreigen van de netspeler dan in de positie dicht bij de zijlijn. Om in beide gevallen goed te reageren op de bal, zal de netspeler steeds splitten als de tegenspeler split. Op die manier koppelt hij zijn actie aan de actie van de tegenspeler.

• Terugslagspeler – basislijnspeler De speler wordt uitgedaagd om zo te spelen dat hij de netspeler ontwijkt of de netspeler dwingt een moeilijke volley te spelen. In veel gevallen zal de terugslagspeler gedwongen worden om met zijn minste slag terugslag te spelen. In de balwisseling kiest de speler positie om zijn beste slag


Basislijnspeler - terugslagspeler De basislijnspeler moet weten dat hij minder rechtstreekse punten kan maken in dubbel dan in enkel. Anderzijds kan hij door strategisch te spelen, de netspeler in een ideale positie brengen of het andere team ontwrichten door goede keuzes te maken. Heeft de basislijnspeler een sterke netspeler, dan kan hij trachten om deze speler in stelling te brengen. Hij doet dit door meer naar het midden te spelen zodat de netspeler kan opschuiven naar het midden. Spelen naar buiten zal de netspeler ook dwingen om meer op te schuiven naar de dubbellijn waardoor zijn kansen om tussen te komen serieus verminderen. Een tweede manier om de netspeler in stelling te brengen is de andere basislijnspeler achteruit te dwingen. Hierdoor vergroot de afstand tussen basislijnspeler en netspeler en heeft de netspeler meer tijd om schuin voorwaarts in te komen en volley te spelen. In functie van de soort tegenspeler of opstelling van het andere team heeft de terugslagspeler enkele keuzes om het andere team te ontwrichten. Hij kan kiezen om cross balwisseling te spelen, te verrassen met een drop cross, met een lob over de netspeler of een bal rechtdoor (wel rekening houden met hogere nethoogte bij deze bal). De keuze cross balwisseling is wellicht de beste als je zelf op je sterke slag speelt en de tegenspeler zijn mindere slag moet spelen (FH tegen BH cross), de keuze drop kan de beste zijn als de tegenspeler een ‘vaste kracht achterin’ is om hem zo aan het net te lokken. De lob kan de beste keuze zijn bij een team die service volley speelt en de strakke rechtdoor bal bij een netspeler die héél actief tracht tussen te komen vanaf de eerste bal. Speel je lob, heb je de keuze tussen lob over de minst grootte speler en dan nog langs de BH zijde of lob cross omdat je zo een grotere afstand hebt.

• • Opslagspeler De opslagspeler in dubbel zal meer naar buiten staan om te serveren (midden van de uiterste mogelijkheden van de tegenspeler) dan een opslagspeler in enkelspel. Hij kan kiezen om meer naar binnen of buiten te staan in functie van de opslagrichting (meer naar binnen voor opslag door het midden, meer naar buiten voor opslag naar buiten) of zijn voorkeurslag (rechtshandige speler staat meer naar buiten om te serveren op onpare zijde om de volgende bal met FH te kunnen spelen).

2. VERSCHILLENDE SPELSTRATEGIEëN

Het leuke aan dubbelspel is dat er héél veel verschillende situaties voorkomen waarbij het de kunst is de juiste keuzes te maken. Het verschil tussen ervaren en onervaren dubbelspelers wordt weerspiegeld in het al dan niet maken van die juiste keuzes. De ervaren dubbelspeler zal zijn sterktes in de verf zetten en slaagt erin de zwaktes van de tegenspelers tot uiting te laten komen. Hieronder overlopen we de keuzes voor een aantal veelvoorkomende situaties. Bewustwording hiervan is dikwijls al de eerste aanzet om beter te dubbelen. Enkele principes lijken evident, maar de praktijk leert dat er ongelofelijk veel tegen gezondigd wordt.

• Aanvallende netspeler De aanvallende netspeler heeft twee voorkeuropties, een stevige bal volleren in de voeten van de andere netspeler of kort cross volleren (stevig spelen of wegleggen) weg van de basislijnspeler. Is de tegenspeler aan het net een zeer goede volleyspeler, dan kan de keuze kort cross volleren beter zijn. Is de vol leyspeler aan de andere kant niet over tuigend, daag hem dan meer uit met een snelle bal in de voeten. De aanvallende netspeler moet wel vermijden om diep te volleren richting de basislijnspeler. Hiermee haalt hij onvoldoende voordeel. Speelt het andere team met beide • Opslagspeler spelers achteraan, dan moet de netspe- De service is nog bepalender in dubbel ler trachten kort te volleren (wegleggen dan in enkel door de aanwezigheid van of kort cross). Hiermee creëert de speler de netspeler. Een eerste opslag in de druk en lokt hij ook de speler naar voor. zwakke slag van de speler of door het midden zal meteen opties opleveren voor de netspeler. Een tweede opslag • Verdedigende netspeler kan nefast zijn voor de terugslag die De verdedigende netspeler tracht de bal de volleyspeler of basislijnspeler te verofwel diep te volleren richting de bawerken krijgt. Op pare zijde kan de spesislijnspeler ofwel de bal laag over het

ler met de eerste opslag de BH van de rechtshandige tegenspeler viseren met een opslag door het midden. Deze speler krijgt een moeilijke terugslag te verwerken en de netspeler kan opschuiven naar het midden en heeft zo meer kans om tussen te komen. Ook kan hij met een eerste opslag naar buiten de BH hoek van de rechtshandige speler openleggen waardoor hij de volgende bal BH kan laten spelen. Op onpare zijde zal er meer naar buiten geserveerd worden ifv BH van de tegenspeler. Door het midden kan ook om de netspeler in stelling te brengen, maar dan zeker erover waken dat opslag voldoende stevig is. Keuze voor een opslag maak je in samenspraak met je dubbelpartner op basis van je eigen sterktes en de zwaktes van de tegenspelers. Heb je een zeer goede netspeler tracht je met je opslag steeds je netspeler in stelling te brengen. Speel je op onpare zijde als LH tegen een RH speler met een mindere BH, kan je opteren om naar buiten te serveren om de balwisseling FH tegen BH aan te gaan. In een sterke dubbel vormen twee spelers een goed team. Dit start met het bepalen van een goede opstelling. De belangrijkste punten worden vanaf onpare zijde gespeeld (15-30, 40-30, nadeel,…), dus zet hier een speler die goed kan retourneren en balwisseling spelen. Bij een links- en rechtshandige combinatie kan er gekozen worden om beiden FH aan de buitenkant te hebben. Goede netspelers kiezen misschien omgekeerd in dit geval omdat ze zo hun FHV aan de binnenkant hebben. Goede dubbelteams overleggen ook de spelstrategieën en hebben duidelijke communicatie (‘wissel’ bij lob, ‘los’ bij smash,…) en afspraken (wie smasht, wie haalt de lob op, wie speelt volley als beiden vooraan staan en er door het midden wordt gespeeld,…). Beide spelers coachen elkaar in de match, een lach of high five bij een mooi punt, even oppeppen bij een misser.

Probeer het zelf! Met deze tips kunnen trainers en spelers aan de slag om beter te dubbelen. Met de juiste spelstrategie ifv je eigen sterktes en de zwaktes van de tegenspeler haal je ongetwijfeld het best mogelijke resultaat. In een volgend artikel gaan we hierop verder in en tonen we welke oefenstof de trainer kan gebruiken om deze keuzes te trainen.

Meer info? www.vtv.be/trainers/artikels

i

PLAYTENNIS

technisch

net terug te brengen naar de netspeler. Hij moet vermijden dat de netspeler een contact boven nethoogte kan hebben, want met deze bal kan de volley van de andere netspeler fataal worden.

te kunnen spelen. Een rechtshandige speler zal op de basislijn op onpare zijde meer opgesteld staan thv de dubbellijnen om zoveel mogelijk FH te kunnen spelen (linkshandige speler stelt zich meer thv van midden op).

55

12startposities  
12startposities  
Advertisement