Issuu on Google+

1


EEN NIEUWE AMSTERDAMSE TOEKOMST De huidige jonge generatie heeft veel ideeën en oplossingen voor uitdagingen van onze tijd, zoals klimaatverandering, economische crises en privacy. Zo zijn start-ups voor jongeren een ideaal: autonomie, avontuur en verbeeldingskracht zijn nodig voor een succesvolle onderneming. Deze startups gaan vaak gepaard met het creëren van waarde die niet in geld is uit te drukken. Het is waarde uitgedrukt in fairtrade labels, in wat voor impact iets heeft op de buurt of wat het doet voor het milieu. Deze generatie loopt tegen een verouderde politieke en maatschappelijke structuur aan. Een moeras van regelgeving verstikt nieuwe oplossingen en een gebrek aan visie van politici ontmoedigt Amsterdamse jongeren. Daarom is NAT opgericht: om de oude structuur te doorbreken. Dat doen we via de gemeenteraad in Amsterdam, omdat wij geloven in de kracht van de stad. Amsterdam werkt als een magneet voor jonge denkers en innovatieve veranderaars. Zo komen de bereikbaarheid van het lokale en de grootsheid van het globale bij elkaar. Wij willen drie grote veranderingen doorvoeren in Amsterdam. Ten eerste moet de stad meer jong talent aantrekken. De huizenmarkt zit op slot en dat hindert jong talent om zich hier te vestigen. Ten tweede moet de stad de opkomst van een nieuwe economie stimuleren. Een economie die niet alleen gericht is op meerwaarde uitgedrukt in geld, maar ook als doel heeft om de wereld een betere plek te maken. Ten derde moet het onderwijs in de stad sterker worden. Amsterdam moet een prominentere rol krijgen in de onderwijsprogramma’s en het mbo, hbo en wo moeten beter samenwerken. De uitdagingen van de eenentwintigste eeuw hebben immers de kunde, kennis en ideeën van alle niveaus nodig.

2


Dit willen wij bereiken door het idealisme van het experimentalisme. Door het aanwijzen van regelvrije zones kunnen nieuwe ideeĂŤn getest worden alvorens ze in heel Amsterdam worden uitgevoerd. De overheid trekt zich in steeds meer gebieden terug, maar dat betekent niet dat de overheid onder het excuus van de participatiesamenleving zijn handen van alles af kan trekken. De overheid moet juist nu visie tonen en sturen. Ze moet de initiatieven en ideeĂŤn van de jonge generatie meer omarmen en een duwtje in de juiste richting te geven. Dat is de toekomst die wij Amsterdam willen bieden. In vier paragrafen worden de concrete punten die wij willen veranderen in Amsterdam beschreven: leven, wonen, werken en leren.

3


Inhoud LEVEN

6

Planningsprincipes!

6

De Amsterdammer bepaalt!

6

De openbare ruimte!

6

Duurzaamheid!

7

Regelvrije zones!

7

Openbaar vervoer!

8

Horeca!

8

Cultuur!

9

Fietsen!

9

Drugs!

10

Prostitutie!

10

Privacy !

10

Jeugdzorg!

11

WONEN

12

Starterssegment!

12

Starterswoningen!

12

Koopwoningen!

13

Studentenkamers!

14

Onzelfstandige kamers!

15

Eerlijke particuliere kamerverhuur!

15

Maatschappelijk wonen!

15

Transformatie van leegstand!

15

4


WERKEN

17

Arbeidsmarkt!

17

Stages!

18

Werkzoekenden!

18

Ondernemen!

18

Krediet!

19

Borgstellingen!

19

Vergunningen!

20

Vergroening!

20

Open software!

20

LEREN

21

Mbo met uitdaging!

21

Leren onderscheidend te zijn!

21

Amsterdamse studenten voor de stad!

22

Wethouder vervolgonderwijs!

22

Amsterdam als kennisstad!

22

5


LEVEN Amsterdam is een historische stad waar het leven goed is. Hierdoor willen steeds meer mensen in Amsterdam wonen en is de druk op de ruimte hoog. Toch blijven veel kansen die Amsterdam heeft nu ongebruikt. Daarom wil NAT ruimte scheppen door meer te experimenteren met regelvrije zones. Daarnaast moet Amsterdam een voorloper worden in duurzaamheid en wil NAT het Amsterdamse nachtleven versterken.

Planningsprincipes De grootste kracht van Amsterdam zijn Amsterdammers. Ze zijn innovatief, creatief en ondernemend. NAT wil gebruikmaken van deze kracht door ruimte te bieden aan de ideeën van jonge Amsterdammers. NAT staat voor een experimentele overheid. Op dit moment wordt in de Stopera bepaalt hoe de stad ingericht wordt. NAT wil dat Amsterdammers bepalen hoe Amsterdamse straten worden ingericht. In navolging van de steden Portland en Vancouver wil NAT daarom een bottom-up planningssysteem invoeren. Ruimtelijke kansen en bedreigingen worden in een dergelijk systeem door de overheid en door Amsterdammers gesignaleerd door middel van enquêtes, inspraakavonden en een Amsterdamse versie van www.fixmystreet.com. Belangrijk hierbij is dat de communicatie tweezijdig is; de gemeente laat altijd weten wat ze gaat doen met de opmerkingen. Ruimtelijke plannen worden opgesteld met behulp van omwonenden en betrokkenen. Er wordt dus geen inspraak gevraagd nadat de plannen zijn gemaakt, maar vóórdat de plannen zijn gemaakt. Vervolgens worden de plannen na uitvoering geëvalueerd en de resultaten daarvan zullen openbaar gemaakt worden op www.amsterdamopendata.nl.

De Amsterdammer bepaalt NAT vindt dat er meer geëxperimenteerd moet worden met het betrekken van Amsterdammers bij het maken van ruimtelijke beleid. Dit moet niet door middel van stadsdelen of raadscommissies; deze zijn nooit geslaagd in de opzet om de kloof te dichten tussen burger en politiek. Daarom wil NAT dat er geëxperimenteerd wordt. De bestuurscommissies worden zo snel mogelijk afgeschaft.

De openbare ruimte Het Sarphatipark, het Oosterpark en het Vondelpark worden ’s nachts beter verlicht. Daarnaast wordt de betutteling met betrekking tot alcohol en barbecueën in de Amsterdamse parken 6


teruggedraaid. De Zeedijk wordt verboden terrein voor fietsers, zodat de verkeerssituatie overzichtelijker wordt. De Damstraat, de Dam, de Amstel, Rembrandtplein en het Muntplein worden heringericht, zodat de verkeerssituatie overzichtelijker wordt en deze locaties worden vergroend. Verder wil NAT dat er een wandelroute op vlonders langs Amsterdam Centraal komt. Tot slot worden zones aangewezen op pleinen en bij onderwijsinstellingen waar straatventers duurzaam eten kunnen verkopen.

Duurzaamheid Amsterdam moet een voorloper worden op het gebied van duurzaamheid. Daarom krijgt Amsterdam een ambitieuze duurzaamheidsagenda die opgesteld wordt door Amsterdammers door middel van enquêtes en brainstormsessies. Deze duurzaamheidsagenda wordt gemonitord door een team van experts en volksvertegenwoordigers. In de toekomstige bestemmingsplannen zal worden opgenomen dat er klimaatneutraal gebouwd dient te worden. De gemeente stimuleert het ontwikkelen van energiecoöperaties. De gemeente betaalt voor tien nieuwe energiecoöperaties een kwart van hun eerste windmolen.   Verder worden   daken van gemeentegebouwen waar mogelijk vergroend en worden zonnepanelen aangebracht. De mogelijkheid om afval te scheiden wordt uitgebreid. Doordat het afvalbeleid op dit moment per stadsdeel is geregeld, is de afvalverwerking niet efficiënt. Doordat de stadsdelen worden afgeschaft en NAT de bestuurscommissies wil laten verdwijnen, is het mogelijk om afval beter en efficiënter te scheiden. Het recyclen van plastic en kleding wordt gestimuleerd en het Amsterdam Energie Bedrijf wordt verder verduurzaamd.

Regelvrije zones Amsterdam heeft dichtgetimmerde bestemmingsplannen. Door gebieden met veel kantoorleegstand  aan te wijzen als regelvrije zone kan er meer geëxperimenteerd worden. De Crisis- en herstelwet wordt toegepast op deze gebieden, zodat vergunningen versneld afgegeven kunnen worden en procedures versoepeld worden. In de regelvrije gebieden geldt geen bestemmingsplan; het worden proeftuinen voor jonge ondernemers en zijn uitstekende locaties om goedkope woningen te ontwikkelen. Het gebied rondom station Amsterdam Sloterdijk en knooppunt Nieuwe Meer worden aangewezen als regelvrije zones, omdat daar de kantoorleegstand is opgelopen tot boven de 75 procent en deze gebieden goed te bereiken zijn.

7


Openbaar vervoer Het openbaar vervoer is aan verbetering toe, met name in de nacht. Daarom gaan de metro's ook 's nachts rijden en wordt het nachtbusnetwerk heringericht. Doel van de herinrichting is om de reistijden korter te maken.  De kosten van een ritje met de nachtbus zijn de afgelopen jaren met maar liefst 50 procent gestegen. NAT wil weer een betaalbaar tarief van drie euro per rit.

Horeca Amsterdam is 's nachts een van de meest bruisende steden van Nederland. Dat nachtleven moet behouden blijven. NAT wil de horeca in Amsterdam versterken en de vertrutting tegengaan. Hinderlijke regels worden zoveel mogelijk geschrapt in overleg met buurtbewoners. Daarnaast komen er 24uursvergunningen voor de horecagelegenheden rondom het Leidseplein en het Rembrandtplein en wordt onderzocht of meer clubs buiten het centrum een 24-uursvergunning willen. Als er voldoende vraag naar is, zullen er nieuwe 24-uursvergunningen uitgegeven worden. Tot slot komt er goede voorlichting op middelbare scholen over drank- en drugsgebruik. Hierbij worden bijvoorbeeld exverslaafden ingezet om de effecten van verslaving duidelijk zichtbaar te maken. Tevens komt er een campagne tegen discriminatie tijdens het uitgaan. Sluitingstijden hebben hoofdzakelijk tot doel overlast te voorkomen, maar ze zijn lang niet altijd effectief. Een zaak die zich keurig aan de sluitingstijden houdt, kan namelijk grote overlast veroorzaken, terwijl een zaak die zich niet aan de sluitingstijden houdt juist op goede voet staat met de buurt. Toch kan de eerste zaak op dezelfde voet doorgaan, terwijl de tweede beboet wordt. Dit moet anders, vindt NAT. Daarom stellen we een experiment voor waarin niet starre openingstijden, maar de relatie met omwonenden en overlast centraal staan. NAT is van mening dat er pilotgebieden aangewezen moeten worden waar geëxperimenteerd wordt met sluitingstijden. Dit betekent dat in het pilotgebied geleidelijk alle tijdsbepalingen in horecavergunningen worden opgeschort voor onbepaalde tijd. Er hoeft hierdoor niet meer gehandhaafd worden op sluitingstijden. Als echter vijf procent van de omwonenden klaagt via een in te richten online platform, gaat een buitengewoon opsporingsambtenaar langs om de zaak te onderzoeken. Hij gaat dan te rade bij de ondernemers, de klagende én de niet-klagende omwonenden. Bij twee gegronde klachtprocedures treden de sluitingstijden (verscherpt) weer in werking voor bepaalde tijd. Dit stimuleert ondernemers om goed contact te houden met de omwonenden en te investeren in de buurt. Daarnaast is het een stimulans voor ondernemers om bijvoorbeeld te investeren in isolatie, controle uit te oefenen op weggaand publiek en aan stille bevoorrading te werken. Indien succesvol 8


wordt dit systeem zo snel mogelijk in de hele stad ingevoerd. Daarnaast kan dan onderzocht worden of dit systeem toepasbaar is op andere ge- en verboden aangaande vergunningen.

Cultuur Amsterdam is niet alleen de culturele hoofdstad van Nederland, maar ook een internationale cultuurstad. Om deze positie te behouden en zelfs te versterken vindt NAT dat de gemeente moet blijven investeren in een zo breed mogelijk cultureel aanbod. Daarbij moet er niet alleen gekeken worden naar de economische voordelen die investeringen in toeristische trekpleisters met zich meebrengen. Er moet ook geĂŻnvesteerd worden in het cultuuronderwijs en het cultuurondernemerschap van de Amsterdammer. De gemeente wil met haar plan 'De stad en de kunst' de positie als internationale cultuurstad versterken, maar er is door de bezuinigingen op cultuur de aankomende jaren minder geld beschikbaar. Hierdoor zullen instellingen moeten inkrimpen of zelfs verdwijnen. Met name de kleinschalige cultuurinitiatieven worden hiervan de dupe. Zo moest Theater De Engelenbak op 1 januari 2013 zijn deuren sluiten. In het Kunstenplan van de gemeente krijgen vooral de grote culturele instellingen (bijvoorbeeld het Stedelijk Museum), waarin de afgelopen jaren veel geĂŻnvesteerd is en die in economisch opzicht veel opleveren, flinke subsidies. De kleinere culturele instellingen krijgen aanzienlijk minder subsidie. NAT vindt dat dit moet veranderen. Kleine instellingen moeten elk jaar een minimumpercentage van de cultuursubsidie krijgen om hun activiteiten naar behoren te kunnen uitvoeren. Dit voorkomt dat instellingen moeten sluiten en het culturele aanbod van Amsterdam slinkt. Daarnaast moet een bepaald percentage van de subsidie beschikbaar worden gesteld voor nieuwe culturele projecten. Een betere verdeling van de subsidie zal immers niet alleen zorgen voor het behoud van de kleine culturele instellingen, maar zal ook nieuw ondernemerschap aantrekken. Creatieve Amsterdammers met goede innovatieve ideeĂŤn zullen, wetende dat een bepaald percentage van de cultuursubsidie apart wordt gezet voor nieuwe culturele projecten, eerder het initiatief nemen om zelf te gaan ondernemen. Dit past goed bij de visie van NAT dat jong en vernieuwend ondernemerschap de toekomst is in Amsterdam.

Fietsen Amsterdam is een fietsstad en NAT wil fietsers in Amsterdam zoveel mogelijk de ruimte geven. Daarom krijgt de fiets ruim baan in het centrum door het centrum zo autoluw mogelijk te maken. Op 9


de plekken waar fietsfiles ontstaan, wordt extra ruimte gemaakt voor fietsers ten koste van auto’s. Tevens komen er extra fietsenstallingen rondom stations, het Rembrandtsplein en het Leidseplein en zal er streng gecontroleerd worden op opgevoerde scooters. Het wegknippen van verkeerd geplaatste fietsen is volgens NAT verkeerd beleid. Verkeerd geplaatste fietsen kunnen zonder medeweten van de eigenaar verplaatst zijn. Daarom vindt NAT  dat de gemeente zich moet inzetten om meer fietsstallingen te creëren in plaats van controleren of fietsen correct geplaatst zijn.

Drugs Het Nederlandse gedoogbeleid van cannabis is een groot succes. De Nederlandse verslavingsgemiddelden liggen onder het Europese gemiddelde en het gedoogbeleid heeft niet geleid tot meer gebruik. Daarom vindt NAT dat een experiment van drugsregulering gestart moet worden in Amsterdam. De gemeente zal het gebruik van zowel soft- als harddrugs reguleren. Dit bespaart miljoenen euro’s die nu besteed worden aan het falende controlebeleid. Dit geld kan onder andere geïnvesteerd worden in goede voorlichting over drugs. Op termijn kan er een gemeentelijke bedrijf verantwoordelijk worden gemaakt voor de productie van de drugs.

Prostitutie Hoewel het Nederlandse prostitutiebeleid beleid bekendstaat als tolerant en vooruitstrevend is er in de praktijk veel mensenhandel in de prostitutiesector. Vrouwen worden uitgebuit en er is veel criminaliteit in de prostitutiesector. NAT wil dat Amsterdamse prostituees zich verenigen in een coöperatie naar Utrechts voorbeeld. Daarom wil NAT dat er onderzocht wordt of de prostitutiesector in Amsterdam vervangen kan worden door een prostitutiecoöperatie zoals in Utrecht. Daarbij wordt samenwerking gezocht met Stichting Geisha, de belangenorganisatie voor sekswerkers. De prostitutiecoöperatie krijgt wat NAT betreft gewoon ruimte op de Wallen; Project 1012 wordt stopgezet.

Privacy NAT vindt dat de gemeente Amsterdam inzichtelijk moet maken welke data van haar burgers zij opslaat. Dit moet eenvoudig door burgers zelf kunnen worden ingezien. Burgers krijgen ook de mogelijkheid om deze informatie te verwijderen, tenzij het essentiële informatie betreft voor de

10


gemeente. Een gemeentelijke commissie onderzoekt welke informatie essentieel is voor de gemeente Amsterdam en dit zal gecontroleerd worden door de gemeenteraad. Tevens wordt er onderzocht hoe de privacy van Amsterdamse burgers zo goed mogelijk beschermd kan worden en zal er extra aandacht besteed worden aan de bescherming van de gegevens met betrekking tot jeugdzorg waar de gemeente beschikking over krijgt. Als de gemeente gaat werken met open source, omzeilt ze daarmee de achterdeurtjes voor inlichtingendiensten die grote bedrijven inbouwen in hun systemen.

Jeugdzorg Als de gemeente straks verantwoordelijk wordt voor de jeugdzorg wil NAT dat de jeugdzorg zo persoonlijk mogelijk gemaakt wordt. Er wordt dus ook niet bezuinigd op de jeugdzorg. Jongeren die in aanraking komen met jeugdzorg moeten begeleid worden door ĂŠĂŠn en dezelfde persoon. Daarnaast wordt er intensief gepraat met ouders en jongeren over het jeugdzorgbeleid van Amsterdam. Daarnaast is de buurt erg belangrijk in het jeugdzorgbeleid. Jeugdzorg moet daarom zoveel mogelijk per buurt georganiseerd worden. Ook moeten er vrijwilligers worden geworven om de jeugdzorgteams te versterken.

11


WONEN Amsterdam is een aantrekkelijke stad om te wonen en te werken, maar de toegang tot de stad is scheef verdeeld. Studenten en starters komen moeilijk aan woonruimte en dat is een groot risico voor de toekomst van de stad. Een jonge en goed opgeleide bevolking trekt bedrijvigheid aan en voedt de economie gericht op creativiteit, innovatie en vernieuwing. Voorgaande stadsbesturen gaven geen prioriteit aan starters, waardoor deze groep wordt uitgesloten van de woningmarkt. Studentenwoningen worden wel gebouwd, maar tegen een huurprijs die hoger ligt dan de huidige gemiddelde kamerprijs in Amsterdam. De woningmarkt beperkt daarmee de groei van jonge bewoners, terwijl deze groep Amsterdam juist sterker maakt. Met ambitieus én realistisch beleid wil NAT de woningmarkt openbreken voor studenten en starters. Het ‘starterssegment’ komt door NAT op de politieke agenda met als doel méér particuliere huurwoningen zónder onredelijke inkomenseisen. Bij gronduitgifte voor studentencomplexen staat betaalbaarheid centraal. De gebaande paden blijken namelijk niet altijd succesvol. NAT geeft innovatie en vernieuwende woonconcepten de ruimte: door te doen kunnen we leren en verder komen. Wat NAT betreft is de overheid niet altijd leidend maar juist faciliterend en verbindend. De gemeente moet ook durven loslaten om vernieuwing een kans te geven.

Starterssegment Knelpunten voor starters ontstaan op twee belangrijke momenten: wanneer een jongere of student het ouderlijk huis verlaat en wanneer een student na het afstuderen zijn kamer uit moet. NAT gaat de aandacht vestigen op de problemen van deze groepen door middel van een gemeentelijke vertegenwoordiger die partijen bij elkaar brengt. NAT wil de vrije huursector uitbreiden en beperkende regelgeving, zoals onredelijke inkomenseisen, aanpassen.

Starterswoningen Een starterswoning wordt gedefinieerd door de prijs: zo'n woning moet betaalbaar zijn met een startsalaris. Veel starters hebben immers last van onzekerheid door tijdelijke arbeidscontracten en onduidelijkheid omtrent toekomstplannen. De woning die bij deze omschrijving past is een (sociale) huurwoning die in het geval van woningdelen of samenwonen tot ruim duizend euro kan bedragen. Juist in het betaalbare starterssegment, een- en tweekamerwoningen, wordt amper gebouwd en driekamerwoningen zijn ontoegankelijk door absurd hoge inkomenseisen. Aan de UvA is een 12


onderzoek gedaan waarin de startersmarkt in Amsterdam in kaart wordt gebracht, getiteld “Duurzame toegankelijkheid van de Amsterdamse woningmarkt voor starters”. Uit dit onderzoek wil NAT een aantal conclusies overnemen. Het onderzoek beveelt een diversiteit aan in prijs, grootte en koop en huur, ook binnen het starterssegment. Woningdel moet bijvoorbeeld gestimuleerd worden. Dit is een uniformering van de regels waarbij geen onderscheid meer wordt gemaakt tussen groepen starters of andere woningzoekenden. Minder bureaucratie betekent immers meer mogelijkheden. NAT wil woningdelen mogelijk maken door een hoofdhuurder formeel toe te staan zonder een dure vergunning of beperkende eisen voor kamerverhuur. Diversiteit in prijs en omvang van kamers wordt vergroot als woningdelen wordt gestimuleerd. Daarnaast moeten experimenten op Woningnet met lotingwoningen verruimd worden en komen er woningen die gelabeld zijn voor starters en studenten. Wachtlijsten voor een sociale huurwoning zijn nu tussen de acht en twaalf jaar. NAT wil daarom tien procent van de vrijkomende sociale huurwoningen via loting toewijzen, zodat starters en studenten meer kansen hebben. Scheefwonen moet daarnaast worden tegengegaan door een huurverhoging toe te passen tot aan de marktwaarde van de woning.    NAT wil de groei van de particuliere huurmarkt gestimuleerd wordt. Deze is nu te klein om aan de vraag te voldoen. Dit kan door sociale huurwoningen niet te verkopen, maar te verhuren aan starters. Ook in bestemmingsplannen moet een verhouding huur/koop worden vastgesteld om de ontwikkeling van huurwoningen te faciliteren, met een garantiefonds. Beperk de inkomenseisen voor huurwoningen: het doel is dat de potentiële huurder aan kan tonen de huur te kunnen voldoen. NAT wil dat er een richtlijn komt voor een eerlijke inkomenseis waaraan verhuurders, waaronder corporaties, zich dienen te houden. Kortom, de inkomenseis voor sociale huurwoningen moet niet weer omhoog; de inkomenseis van particuliere huur moet omlaag. Sociale huurwoningen moeten worden toegewezen aan woningzoekenden die ook met een lagere inkomenseis in de vrije huurmarkt geen woning kunnen vinden. De nadruk moet daarom liggen op uitbreiding van de (vrije) huurmarkt en het toegankelijk maken van deze woningen voor starters. Noodoplossingen met tijdelijke huurovereenkomsten voor starters verplaatsen slechts het probleem.

Koopwoningen Goedkope koopwoningen geven starters kansen op de woningmarkt. Deze mogelijkheid moet echter niet worden overschat, aangezien niet iedereen aan de eisen voor een koopwoning kan voldoen. De 13


nationale hypotheekgarantie kan dat gat niet vullen, want die is bijvoorbeeld niet van toepassing bij tijdelijke arbeidscontracten. Vooral de eerste jaren is een gemiddeld startsalaris onvoldoende om een woning te kunnen kopen. NAT stelt dan ook voor om niet alle geschikte starterswoningen uit de sociale huurvoorraad te verkopen, maar zeker de helft  te labelen als huurwoning voor starters. Ook moeten er projecten komen waar starters door collectief particulier opdrachtgeverschap aan een woning kunnen komen, zowel in de transformatie als nieuwbouw. Zo kunnen starters zelf als collectief kavels kopen en als particulier een woning laten bouwen. NAT wil pilots met startershypotheken drastisch uitbreiden en jaarlijks evalueren op effectiviteit. Met de huidige regeling kunnen slechts 320 ‘gelukkige’ starters worden ondersteund. NAT wil dat dit er minstens drie keer zo veel worden: 1.000 starters per jaar. De inzet van de gemeente moet gericht zijn op woningen van private aanbieders. Corporaties hebben voor de verkoop van sociale huurwoningen al een eigen startersregeling, iets wat NAT natuurlijk toejuicht. Erfpacht moet transparanter en daarom worden gekoppeld aan de WOZ-waarde die jaarlijks wordt vastgesteld. Hierdoor blijft een deel van de waardestijging van de grond ten goede komen aan heel Amsterdam.

Studentenkamers Het structurele kamertekort bedraagt nu ongeveer 8.000 woningen. De komende vier jaar neemt dit tekort toe met zo’n 5.000 eenheden door het verdwijnen van tijdelijke studentencomplexen. Er studeren nu zo’n 110.000 jongeren in Amsterdam en dit aantal neemt jaarlijks toe. De toegankelijkheid van Amsterdam voor studenten blijft dus nog een groot probleem, vooral doordat de dure kamers die gebouwd worden zonder huursubsidie niet betaalbaar zijn. NAT vindt de ambitie om genoeg studentenkamers te realiseren niet genoeg. Het doel moet ook zijn om genoeg betaalbare studentenwoningen te hebben. Daarom wil NAT een aantal maatregelen nemen voor studenten in Amsterdam. Ten eerste pleit NAT voor de ontwikkeling van studentencomplexen (500-1.000 eenheden) verspreid over de stad in de ringzone A10 en het Oostelijk- en Westelijke Havengebied (NDSM-werf, Houthavens). Daarnaast moeten tijdelijke oplossingen zoals containers zoveel mogelijk verlengd worden met als doel op deze locaties op de lange termijn permanente studentenhuisvesting te realiseren. Ten derde moet Amsterdam in samenwerking met hoger onderwijsinstellingen beschikbare ruimte op en rond bestaande campussen voor studentenhuisvesting reserveren.

14


Onzelfstandige kamers Studenten onder 23 jaar krijgen geen huursubsidie, maar betaalbare onzelfstandige kamers worden niet gebouwd. NAT wil daarom dat een doelstelling voor het aantal onzelfstandige kamers vastgelegd wordt in een convenant met corporaties. Bij een aanbesteding moet de prijs van de woningen die gebouwd worden een grote rol spelen. Een laatste maatregel om goedkope woningen te realiseren is volgens NAT het realiseren van projecten waarbij studenten een gebouw beheren in ruil voor lagere huurlasten. Dat kan met kantoren die verbouwd worden tot woningen als voor nieuwbouw. Het oude ACTA-gebouw in Nieuw-West heeft bijvoorbeeld 480 betaalbare kamers opgeleverd.

Eerlijke particuliere kamerverhuur In de particuliere kamerverhuur vinden veel (prijs)excessen plaats, maar particulieren zorgen er ook voor dat studenten een plek vinden in de stad. NAT wil zorgen voor eerlijke kamerverhuur. Er moet een verhuurplatform opgericht worden door de gemeente samen met studentenorganisaties en verhuurders/verhuurmakelaars. Dit platform zal contractondersteuning bieden aan particulieren bieden en de huuradministratie regelen.

Maatschappelijk wonen Projecten van Academie van de Stad of Project VoorUit zorgen voor woonruimte en een zichtbaar maatschappelijke rol van studenten in de buurt. NAT wil deze initiatieven als voorbeeld stellen en de kansen voor studenten vergroten door ten eerste in te zetten op samenwerking met zorginstellingen waar studenten in ruil voor woonruimte ouderen ondersteunen met klusjes en sociaal contact. NAT wil daarnaast dat de gemeente Amsterdam en andere partijen, bijvoorbeeld in de zorg, nadenken over samenwerking met studenten. Dat kan bijvoorbeeld door een seminar over ‘maatschappelijk wonen’ te organiseren. Ten derde moet in alle Amsterdamse buurten woningen gelabeld worden voor studenten.

Transformatie van leegstand Terwijl in dit partijprogramma oplossingen voor problemen in de bestaande woningmarkt worden aangedragen, staat ruim zestien procent van alle Amsterdamse kantoren leeg. NAT ziet deze leegstand als het onbenut laten van de potentie van de stad. Daarom moet een drietal maatregelen genomen worden. Ten eerste moeten leegstaande panden van de gemeente via tenders aangeboden worden voor specifieke functies, zoals onzelfstandige kamerverhuur of collectief opdrachtgeverschap met starters. Lege kavels moeten verhuurd worden aan initiatieven die het meeste nut voor de stad opleveren. Ten tweede moet het mogelijk worden om ruimte aan te bieden die verplaatst kan worden. 15


Zo wordt de ruimte in de stad goed gebruikt. Grondprijzen kunnen zo dalen want de grond wordt effectiever gebruikt. Ten derde wil NAT regelvrije zones aanwijzen waar gemeentelijke regels niet van toepassing zijn.

16


WERKEN De jeugdwerkloosheid in Amsterdam (op dit moment twintig procent) moet teruggebracht worden. NAT wil het voor jonge ondernemers makkelijker maken om zich te vestigen in Amsterdam. Daardoor kunnen ze werkgelegenheid creëren. De betuttelende vergunningsverplichtingen zijn de grootste ergernis van Amsterdamse ondernemers. NAT wil die verplichtingen terugdringen en heeft concrete voorstellen voor snellere doorlooptijden bij een vergunningsaanvraag. Verder pleit NAT voor een alternatief systeem van re-integratie op de arbeidsmarkt, waarin de focus ligt op omscholings- en opleidingstrajecten in plaats van subsidies en beurzen. Bovendien zet NAT zich in voor een groene economie, onder meer door het vergunningsstelsel anders in te richten. Ondernemers worden beloond die hun idealistische doel (bijvoorbeeld duurzaam of cultureel) even zwaar laten wegen als hun commerciële doel.

Arbeidsmarkt Voor het terugdringen van de werkloosheid is een goed re-integratiebeleid is een vereiste. Amsterdam heeft op dit punt enorm gefaald. Al voor de huidige collegeperiode begon, heeft de Amsterdamse Rekenkamer geconcludeerd dat de gemeente tekortschoot op dit vlak en de schikbarende werkloosheidcijfers sinds 2010 laten zien dat er nog weinig is verbeterd. NAT vindt daarom dat het roer om moet. De gemeente moet niet langer dure loonkostensubsidies en soortgelijke regelingen uitkeren, die alleen maar voordelig zijn voor werkgevers (door 'goedkope arbeid' te faciliteren) en waarvan de effecten op lange termijn te betwijfelen zijn. Het geld dat daarmee wordt uitgespaard moet gebruikt worden voor om- en bijscholing en het individueel begeleiden van werkzoekenden, zoveel mogelijk vanuit één loket. Om dezelfde redenen is NAT tegenstander van het invoeren van de 'startersbeurs' voor jonge net afgestudeerde werklozen. Het is een regeling waarbij de gemeente het grootste gedeelte van het 'salaris' voor een verkapte stage betaalt. Ook dit zet namelijk aan tot goedkope arbeid en de werkervaring (een half jaar) die wordt opgedaan is niet substantieel. Bovendien stellen de regels van de startersbeurs beperkingen aan werk naast de stage waarvoor de beurs wordt verleend. Die regels

17


brengen met zich mee dat een jongere in veel gevallen alsnog genoodzaakt is om geld te lenen om te kunnen voldoen aan zijn vaste lasten. Uiteraard ziet NAT de noodzaak voor (jeugd)werklozen in om ervaring op te doen via bijvoorbeeld een stage.

Stages NAT vindt dat de gemeente een platform moet creëren waarop naast mkb-bedrijven ook kleine bedrijven, eenmanszaken en zzp'ers stageplekken kunnen aanbieden. Vooralsnog is dat niet mogelijk. Er zijn echter 47.000 zzp'ers in Amsterdam en uit onderzoek van de Kamer van Koophandel blijkt dat tweederde van de zzp'ers niet onwelwillend tegenover een stagiair staat. Een stagiair vermindert (in elk geval in de beginfase van het stagetraject)  de productieve uren van de begeleider. Grotere bedrijven worden hierin gecompenseerd door belastingvoordelen; eenmanszaken en zzp'ers hebben dat voordeel niet. De gemeente moet hier volgens NAT aan tegemoet komen door een fonds op te richten waaruit in elk geval de verloren productieve uren worden vergoed, maar dat ook geldt als fonds waaruit secondaire arbeidskosten zoals verzekering en dergelijke worden vergoed.

Werkzoekenden Voor werkzoekenden worden netwerkbijeenkomsten gefaciliteerd. Zo kunnen ze ervaringen uitwisselen. Tijdens deze bijeenkomsten kunnen werkzoekenden bijvoorbeeld worden voorgelicht hoe ze een eigen bedrijf kunnen starten. Er kunnen dan ook sollicitatietrainingen worden verzorgd.

Ondernemen Amsterdam moet aantrekkelijker worden voor ondernemers om zich te vestigen. Hoewel Amsterdam in de meeste onderzoeken weliswaar (boven)gemiddeld scoort, is zij nog geen hoogvlieger en is met name op het gebied van communicatie tussen gemeente en ondernemers nog veel te winnen. Amsterdam moet zich meer inzetten voor start-ups en ‘laptop-zzp'ers’. Daartoe dient de gemeente meer flexplekken te creëren, vergaderruimten te faciliteren die tegen lage tarieven zijn te huren en moet (gratis) stadswifi worden overwogen. Bij al deze voorbeelden gaat de voorkeur uit naar constructies waarin de stad slechts een faciliterende rol speelt en het risico dus legt bij ondernemers. De stad kan die handschoen ook zelf oppakken. In navolging van broedplaatsen voor cultuur moeten er ook broedplaatsen voor andere sectoren worden ontwikkeld. 18


Door de leegstandswet is het mogelijk om kantoren voor tien jaar tijdelijk te verhuren. Toch vinden kantooreigenaren dit vaak risicovol, omdat het moeilijk te voorspellen is hoe de kantorenmarkt zich in zo’n lange periode ontwikkelt. Daarom moet de gemeente Amsterdam  in lege kantoorpanden ruimte verhuren aan start-ups. Deze kantoren moeten gedeeltelijk uit flexwerkplekken bestaan en gedeeltelijk uit vaste verhuurplaatsen. De eigenaar van het pand moet het pand tenminste drie jaar ter beschikking stellen voor dit doel. De ondernemer krijgt tijdelijke contracten aangeboden van maximaal één jaar. Start-ups (in breedste zin van het woord, van softwareontwikkelaar tot metaalbewerker) hebben zo de beschikking over veel kantoorruimte, terwijl kantooreigenaren de mogelijkheid hebben om hun kantoor weer op relatief korte termijn te verhuren.

Krediet De gemeente verstrekt momenteel microkredieten aan ondernemers. Dit valt met het oog op de huidige economische tijd te prijzen en NAT vindt dan ook dat deze regeling moet blijven bestaan. Met het oog op een dynamische en duurzame stad pleit NAT ervoor om minimaal de helft van het totaal aan microkredieten te oormerken voor ondernemingen die aantoonbaar bijdragen aan bijvoorbeeld een breder cultureel aanbod, een groenere stad of de zorg.

Borgstellingen Belangrijker dan microkredieten vindt NAT borgstellingen voor ondernemers. De stad zou, naar voorbeeld van het landelijke BMKB, onder strikte voorwaarden garant moeten staan voor een gedeelte van de lening van ondernemers die niet beschikken over een gedegen onderpand. Hierdoor blijven de risico's bij de ondernemer, maar zal de ondernemer zijn gewenste lening eerder rond krijgen. De ondernemer zou in het ergste geval de borgstelling moeten terugbetalen aan de gemeente. De gemeente zou hier op korte termijn mee moeten starten in samenwerking met banken en daarnaast een pilot moeten starten met enkele niet-bancaire financiers. Gelijk aan het microkrediet zou ook ten aanzien van de borgstellingen een gedeelte van de 'oorlogskas' moeten worden geoormerkt voor bedrijven die naast hun commerciële doel een idealistisch doel hebben.

19


Vergunningen Het aanvragen van vergunningen kan veel tijd in beslag nemen. De ervaring leert dat zelfs voor vergunningen die als een vanzelfsprekendheid kunnen worden verleend een wekenlange wachttijd nodig is. Dit frustreert de bedrijfsvoering van de aanvrager onnodig. NAT vindt daarom dat ten aanzien van vergunningen ondernemers minder gehinderd moeten worden door de gemeente. In de periode tussen aanvraag en het besluit van de gemeente zal een ondernemer niet kunnen worden beboet of anderszins bestraft door een handhaver of een andere ambtenaar. Wel zou die bij zwaarwegende belangen kunnen gebieden de situatie weer te herstellen naar de situatie van vóór de aanvraag. NAT pleit voor regelvrije zones waar woon- en werkfuncties gecombineerd kunnen worden en waar geëxperimenteerd kan worden met nieuwe businessmodellen.

Vergroening Met name jongeren zijn zich bewust van de problemen ten aanzien van bijvoorbeeld duurzaamheid die de globalisering met zich meebrengt. Steeds vaker ontstaan er daardoor bedrijven die zowe een idealistisch doel nastreven als een commercieel doel. Hiervoor bestaat in Nederland nog geen goede rechtspersoon. Amsterdam dient hier via haar vergunningsstructuur aan tegemoet te komen. De gemeente is zelf natuurlijk ook een grote afnemer van producten en diensten. NAT wil als beginsel stellen dat producten en diensten in elk geval duurzaam en fairtrade zijn en zoveel mogelijk uit de eigen omgeving worden gehaald.

Open software NAT vindt dat de gemeente moet waar mogelijk open source software. Open source softwarebeleid gebruiken. Dit zal ten eerste een enorme kostenbesparingen met zich meebrengen. De stad Valencia bespaart 1,5 miljoen per jaar door alleen al hun office-pakketten over te hevelen naar open source initiatieven. Amsterdam is op die manier ook niet afhankelijk van één leverancier. Daardoor kunnen apparaten jaren langer mee, hetgeen niet alleen kosten bespaart, maar ook scheelt in de afvalberg. Ten derde wordt de privacy van de gemeente en haar inwoners wordt beter gewaarborgd. Bovendien wordt het dan een stuk eenvoudiger voor de gemeente om (statistische) data te delen met burgers en bedrijven. Dit kan op zijn beurt weer, zoals in München is aangetoond, een boost geven aan de softwaremarkt in de stad en vereenvoudigt de communicatie met ondernemers in het algemeen.

20


LEREN NAT vindt dat jongeren het best denkbare onderwijs moeten krijgen, dat uitstekend aansluit op vervolgopleidingen en de arbeidsmarkt. Jongeren moeten zichzelf en hun talenten zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen. Verder wil NAT dat ondernemerschap in het onderwijs een belangrijke rol krijgt. De gemeente moet de smeerolie zijn tussen onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven, zodat afgestudeerden meer kans maken op een plek op de arbeidsmarkt. Voor NAT is een wethouder vervolgonderwijs de aangewezen persoon om deze interactie nog beter te laten plaatsvinden. Ook moet het mbo een impuls krijgen om bijvoorbeeld de grote tekorten op de arbeidsmarkt in techniekvakken en gezondheidszorg op te lossen.

Mbo met uitdaging Afgestudeerde mbo’ers zijn vaak niet goed genoeg opgeleid om te kunnen starten op de arbeidsmarkt. Zo is in Amsterdam de aansluiting op de arbeidsmarkt voor mbo'ers erg matig vergeleken met andere steden en regio’s in het land. Er moet daarom beter samengewerkt worden tussen de gemeente en afnemend beroepenveld om opleidingen aan te bieden waar ook daadwerkelijk behoefte aan is. Ook moet Amsterdam het mbo meer gaan waarderen en zien als onderwijs dat waardevolle kansen en mogelijkheden creëert voor de stad, in plaats van als biotoop van maatschappelijke problemen. De samenwerking tussen de gemeente en zorginstanties moet ook een oplossing zijn voor het nijpende tekort aan stageplekken. In het kader van de herwaardering en de aansluiting op de arbeidsmarkt moeten er veel meer associate degrees komen in Amsterdam. Dit zijn hbo-programma’s speciaal voor afgestudeerde mbo’ers die meer uit hun studie willen halen. Zij krijgen in twee jaar op het hbo extra verdieping in hun vakgebied. Deze programma’s worden opgezet in samenwerking met het bedrijfsleven om studenten extra kennis en vaardigheden op te laten doen en zo de aansluiting op de arbeidsmarkt te verbeteren.

Leren onderscheidend te zijn Pensioenopbouw, ontslagbescherming, de mogelijkheid om een hypotheek te krijgen voor een huis en een vast maandinkomen worden voor onze jonge generatie steeds minder vanzelfsprekend. Afgestudeerde Amsterdammers worden daardoor steeds meer ondernemer om zichzelf zo te onderscheiden en te voorzien in hun levensonderhoud. Dit ziet NAT als een kans en verrijking van Amsterdam. Het is daarom van groot belang dat ondernemerschap in alle lagen van onderwijs een 21


belangrijke rol gaat spelen, om jongeren beter voor te bereiden op deze nieuwe tijd en omstandigheden. Studenten moeten daarom gestimuleerd worden in hun eigen vakgebied - van alfa tot gamma, van techniek tot verzorging - na te denken over hoe zij zichzelf het beste kunnen positioneren op de arbeidsmarkt. Niet om allemaal per definitie allemaal opgeleid te worden tot ondernemer, maar wel om creatief en ondernemend te leren denken.

Amsterdamse studenten voor de stad Een andere kijk op hoger onderwijs en de betekenis ervan voor de stad kan inspiratie vinden bij wat men in de Verenigde Staten noemt ‘service learning’ (leren via dienstverlening) of ‘community based learning’ (leren gebaseerd op de gemeenschap). Dit zijn onderwijsvormen waarbij studenten en docenten een gemeenschap vormen en niet alleen leren via theoretische vorming, maar ook via praktijkervaring, stages en dienstverlening. De achterliggende gedachte is dat studenten de opgedane kennis kunnen ervaren door een rechtstreeks contact met de gemeenschap, en eventueel kunnen bijdragen aan de analyse en oplossing van maatschappelijke problemen. Belangrijk hierbij is dat studenten de gelegenheid krijgen om hun kennis buiten de schoolmuren toe te passen en er daarna op te reflecteren. Deze vorm van leren geeft gestalte aan het idee dat ‘iets teruggeven aan de gemeenschap’ een belangrijk aspect is van de vorming van studenten.

Wethouder vervolgonderwijs NAT vindt dat er een wethouder vervolgonderwijs moet komen. Deze wethouder moet de smeerolie zijn van Amsterdam als kennisstad. De wethouder kan initiatieven van onderop ondersteunen en zorgen dat studenten, het bedrijfsleven en de gemeente met elkaar in contact treden, zodat jonge Amsterdammers al tijdens hun studie in aanraking komen met uitdagingen van en creatieve oplossingen voor de stad. Het wordt ook de eerste wethouder in Amsterdam die niet zozeer een bestuursbudget meekrijgt. Hij krijgt als taak om bij alle andere wethouders en beleidsmakers in de stad voortdurend aandacht te vragen voor de wisselwerking tussen gemeentelijk beleid en het vervolgonderwijs. Bovendien kan deze wethouder activiteiten organiseren waarbij studenten en het bedrijfsleven kennis met elkaar maken.

Amsterdam als kennisstad Het is goed dat Amsterdam de meerwaarde is gaan inzien van samenwerking tussen kennisinstellingen, de gemeente en het bedrijfsleven, zoals in de Amsterdam Economic Board. De Amsterdam Economic Board moet wel meer gaan doen voor jongeren. Het is nog te veel een platform voor bestaande ondernemers en hun   belangen. Daarom moet er meer aandacht komen 22


voor studenten en startende bedrijven. Het huidige beleid is te veel geĂŤnt op het landelijke topsectorenbeleid, wat zorgt voor gestolde innovatie met aandacht voor de mogelijkheden en economie van vandaag en gisteren, maar te weinig voor die van morgen.

23


24


Het beste moet nog komen