Issuu on Google+

Gekke Vleermuis


Er was eens een vleermuis die alles verkeerd zag.

Tenminste, dat vonden alle andere jonge dieren.


Het begon allemaal toen Vleermuis voor het eerst aankwam.

Wijze Uil wilde haar een welkomst cadeautje geven, dus vroeg hij aan de wilde, jonge dieren om te gaan vragen wat ze leuk zou vinden.


“Ik zou wel een paraplu willen hebben, om mijn voeten droog te houden, alsjeblieft,” zei ze.


“Paraplu’s houden hoofden droog, geen voeten!” fluisterde Baby Olifant. “Gekke ouwe vleermuis!”

“Iedereen vergist zich wel eens,” zei Geitje.


Ze dachten er verder niet over na en gaven haar een prachtige nieuwe paraplu.

Maar toen zei Vleermuis n贸g iets raars.


Ze zei:�Ik ben zo blij met jullie paraplu.

Er hangt een grote zwarte regenwolk beneden in de lucht.�


“Gekke ouwe Vleermuis!” giechelde Giraffenjong. “De lucht is boven, niet beneden!”

En toen zei Vleermuis weer iets raars.


“Als het erg hard regent, stijgt het water in de rivier en dan worden mijn oren nat,”zei ze.

“Maar als het water van de rivier stijgt worden onze voeten nat, niet onze oren!” gromde Leeuwen Welp.


“Ik zou een regenhoed op kunnen zetten,

maar die valt dan boven in het gras,� ging Vleermuis verder.


“Maar het gras is niet boven, het is beneden!�mompelde Neushoorn Junior. Wat is ze toch een gekke, oude vleermuis.

Nu wisten alle jonge dieren het zeker: Vleermuis was compleet gestoord!


Dus renden ze allemaal naar de Wijze Uil om het hem te vertellen.

“Vleermuis is gek! Ze is compleet gestoord!” zei Baby Olifant. “Àls ze gek is, kan ze ook gevaarlijk zijn!” zei Leeuwen Welp. “Help!” zei Geitje.


“Waarom denken jullie dat Vleermuis gek is?” oehoede Uil.

“Ze ziet de dingen anders dan wij!”, zei Neushoorn Junior. “Héél anders,” zei Giraffen Jong.


Uil dacht diep na. Toen zei hij: “Ik zal een paar eenvoudige vragen stellen aan Vleermuis en dan zal ik zeggen wíe er hier gek is.”

Dus gingen ze met z’n allen Vleermuis opzoeken. Uil vroeg of ze antwoord wilde geven op een paar vragen. “Natuurlijk!” zei Vleermuis.


“Vraag één,”zei Uil. “Hoe ziet een boom er uit?”

“Makkelijk,” zei Vleermuis, “een boom heeft een stam bovenaan en bladeren onderaan.”


“Zie je wel, Uil. Vleermuis is stom!” lachte Giraffen Jong. “Een boom heeft een stam van onderen en bladeren bovenaan. Zelfs ik weet dat!”

“Vraag twéé,” zei Uil. “Hoe ziet een berg er uit?”


“Nog makkelijker!” zei Vleermuis. “Een berg heeft een plat stuk aan de top en een puntig stuk onderaan.”

“Gekke ouwe Vleermuis! De punt van een berg zit bovenaan, niet onderaan!”, zei Geitje. “Ik kan het weten, want ik ben een berggeit.” “Vleermuis is van Lotje getikt!” riepen ze allemaal. “Roep de dokter!”


“Laatste vraag!” zei Uil. “En die is voor iedereen, behalve Vleermuis.” “Oké,” zeiden de wilde, jonge dieren. “Wat is de vraag?”

“Vraag drie!” zei Wijze Uil. “Hebben jullie ooit geprobeerd net zo te kijken als Vleermuis?”


En toen liet hij ze allemaal ondersteboven aan een tak hangen – net als Vleermuis.

“Oooo,” zei Geitje. “Vleermuis heeft gelijk. Als je zó kijkt, wijst de top van de berg inderdaad naar beneden!” “En de boomstam zit bovenaan en de bladeren onderaan,” zei Giraffen Jong.


“Hé! Het gras is boven onze hoofden!” zei Neushoorn Junior.

“En de lucht… niet!”


Op dat moment begon het te regenen. Het spetterde en kletterde en het goot!

“Mag ik weer uit de boom, Uil? Het water komt omhoog. Mijn oren worden nat!” zei Leeuwen Welp. “En op deze manier regenen mijn voeten drijfnat!”, zei Baby Olifant.


Daarom leende Vleermuis hem haar mooie nieuwe paraplu om ze droog te houden.

“Dank je wel”, zei Baby Olifant. “Het spijt me dat ik gezegd heb dat je gek bent.” “Ja, het spijt ons allemaal,” zeiden de wilde jonge dieren.


“O… doe niet zo gek!” lachte Vleermuis.



Gekke Vleermuis