Page 1

DUIVELSKIND, DUIVELSKIND


BIJ BINNENKOMST VAN HET PUBLIEK ZINGT ZACHT EEN KINDERSTEM.

STEM DUIVELSKIND, DUIVELSKIND LANGE HAREN IN DE WIND SPILLEPOTEN IN HET VUUR PAS OP VOOR JE LAATSTE UUR

EEN ZATERDAGAVOND. NELLIE EN GEERTJE IN DE KEUKEN. GEERTJE MET HAAR VOETEN IN EEN TEILTJE WATER EN EEN WALKMAN OP. NELLIE ONDER DE DROOGKAP. HET ZINGEN STOPT.

GEERTJE Wij wonen hier al lang. NELLIE Wij hebben hier altijd al gewoond. GEERTJE Dit is het huis van onze vader. NELLIE En van onze moeder. GEERTJE Maar nu is het van ons. NELLIE Wij zijn oud. GEERTJE Wij zijn twee oude vrouwen in een oud huis. NELLIE Op stille dagen kraakt het.


GEERTJE Kraken wij. NELLIE Dat het een lieve lust is. GEERTJE Wij gaan 's avonds naar bed. NELLIE En staan 's ochtends op. GEERTJE Wij zijn altijd samen. NELLIE Wij zijn nooit alleen. GEERTJE Ik mag graag naar muziek luisteren. En mijn voeten weken in een teiltje zout. NELLIE Ik niet. Ik heb nergens last van. STILTE. BROERTJE OP. ZE ZIEN HEM NIET. GEERTJE Zeg zus NELLIE Zus GEERTJE Zeg weet je NELLIE Weet je. GEERTJE Zeg hoor eens NELLIE Hoor eens.


GEERTJE Doe je het weer. NELLIE Sorry. GEERTJE Hou daarmee op. Laat me uitpraten. NELLIE Ik luister. GEERTJE Laat maar. NELLIE Je weet het niet meer. GEERTJE Nee. NELLIE Omdat je oud wordt. GEERTJE Omdat jij me in de war hebt gemaakt. NELLIE Eigen schuld. GEERTJE Dikke bult. STILTE. BROERTJE BOE ! NELLIE GILT. BROERTJE Dat hadden ze niet gedacht. Het is ook al zo lang geleden. Mij waren ze vergeten. Wat is er met haar ?


GEERTJE Ach niets. BROERTJE Is ze vaak zo ? GEERTJE Ja. GEERTJE GILT. GEERTJE Weer jij ! Ga weg. Laat ons met rust. BROERTJE Je kunt mij niet wegsturen. GEERTJE Wij vinden kinderen akelig. BROERTJE Mij ook ? GEERTJE Jou helemaal. Verdwijn. Donder op. GEERTJE DRAAIT DE MUZIEK HARDER.

BROERTJE Vergeten dingen zijn het leukste. Je bent op zolder en je zoekt toevallig in een koffer. Of in een doos die nog van je moeder is geweest. Plotseling vind je iets. Je denkt - Goh, dat ik dat nog heb Voorzichtig neem je het mee naar beneden. Je veegt er het stof van jaren af. En je geeft het een mooi nieuw plekje in je huis.


NELLIE Of de melk was bedorven of de aardappels zuur. Maar ik ben weer okee. GEERTJE Gelukkig. NELLIE Het spijt me. GEERTJE Al goed. We praten er niet meer over. STILTE. BROERTJE Vergeten zijn is leuk, maar het moet niet te lang duren. Vandaag word k gevonden. Afgestoft voor op een mooi nieuw plekje. Wat zullen ze blij zijn. Dat ze mij nog hebben. NELLIE Als je zo oud bent als ik, gebeuren er de vreemdste dingen. Je ziet iets wat je niet kan zien. Je hoort iets wat je niet kan horen. Je denkt iets wat je niet kan denken. Daar schrik je van. NELLIE ZIET BROERTJE. ZE GILT. NELLIE Daar. GEERTJE Waar. NELLIE Hier. GEERTJE Waar.


NELLIE Daar. GEERTJE Jij ziet iets. NELLIE Ja. GEERTJE Wat zie je dan ? NELLIE Een jongetje. GEERTJE Je liegt. NELLIE Een klein broertje. GEERTJE Jij verzint altijd alles. Dus dit ook. NELLIE Zie jij niets ? GEERTJE Nee. NELLIE Helemaal niets ? GEERTJE Nee. NELLIE Blinde vink. GEERTJE Demente taart. STILTE. NELLIE Ben jij echt ?


BROERTJE Tuurlijk. NELLIE Kennen wij jou ? BROERTJE Ik ben jullie broertje. NELLIE Dat zal wel. BROERTJE Ik ben dood. NELLIE Wat geeft dat. Er zijn zoveel mensen dood. BROERTJE Morsdood. NELLIE Alsof ik me daar druk om maak. BROERTJE Ik vind dood zijn vervelend. Het is niet leuk om altijd alleen te zijn. NELLIE Ach. BROERTJE Alleen en verdrietig. NELLIE Pech voor je. BROERTJE Jullie dachten dat jullie mij vergeten waren. NELLIE Wij vergeten alles. BROERTJE Je weet toch nog wel iets. NELLIE Wij niet. Wij weten niets meer.


BROERTJE Jeetje. NELLIE Denk je soms dat wij gek zijn. BROERTJE Nee hoor. NELLIE Dat zijn we ook niet. Oud ja. Maar niet gek. NELLIE LACHT. GEERTJE Wat lach je ? NELLIE Ik lach niet. GEERTJE Ik hoor het toch. NELLIE Ik brul. GEERTJE Wat brul je ? NELLIE Dit jongetje. GEERTJE Welk jongetje. NELLIE Deze. Hij zegt dat hij ons broertje is. GEERTJE Zo leuk is dat niet. NELLIE Nee.


GEERTJE Daar hoor je niet om te lachen. NELLIE Nee ? GEERTJE Dat was erg. NELLIE O ja. GEERTJE Dat was een groot verlies. NELLIE Nou. GEERTJE Dat was een tragedie. NELLIE Weet je het nog ? GEERTJE En jij ? NELLIE Iedereen huilde. GEERTJE Iedereen jankte. NELLIE HARTVERSCHEUREND ! GEERTJE HEMELTERGEND ! ZE GIEREN VAN DE LACH. GEERTJE Is -ie weg ? NELLIE Wie ?


GEERTJE Dat jongetje. NELLIE Welk jongetje ? GEERTJE Dat zegt dat hij ons broertje is. NELLIE O die. Nee. Hij is er nog. GEERTJE Nou ja ! Wat denkt -ie wel. De brutaliteit. NELLIE De onbeschaamdheid. GEERTJE Rotjoch. NELLIE We zetten het hem betaald. GEERTJE Dat zal hem leren. NELLIE Wij zijn hier de baas. GEERTJE We knijpen hem in zijn billen. NELLIE We laten hem keihard gillen. GEERTJE We trekken zijn haar uit. NELLIE We bijten zijn neus af. GEERTJE We sluiten hem op in de kelderkast.


NELLIE We duwen hem van het stoepje af. GEERTJE We binden hem aan de kachelpijp. NELLIE We trekken hem aan zijn piemel. GEERTJE We gooien hem uit het raam. NELLIE We stoppen hem in de ijskast. GEERTJE We steken hem in brand. NELLIE We koken hem in een ketel. GEERTJE We hakken hem in stukken. NELLIE We verdrinken hem in het teiltje. GEERTJE Nee. Dat niet ! NELLIE O nee. GEERTJE Dat is te erg. Zoiets zouden wij nooit doen. STILTE. GEERTJE He broertje. NELLIE Het was maar een grapje. GEERTJE We meenden het niet.


NELLIE Neem ons niet kwalijk. GEERTJE Het ging per ongeluk.

STILTE.

GEERTJE Nu is hij op zijn teentjes getrapt. NELLIE Aangebrand. Beledigd. GEERTJE Wat ben jij erg. NELLIE Kijk naar jezelf. GEERTJE Gemeen kreng. NELLIE Dom schaap. GEERTJE Verdrinken. Kun je wel. Tegen mijn kleine broertje. NELLIE Jouw broertje ? Hij is ook van mij, hoor. GEERTJE Jij wilde hem niet. NELLIE Jij ook niet. GEERTJE Jij kunt niet met kinderen omgaan.


NELLIE Jij ook niet. GEERTJE Ik kan het toch leren. NELLIE Ik ook. Zo moeilijk is dat niet. GEERTJE Ik heb er aanleg voor. NELLIE Ik talent. GEERTJE Je hebt het of je hebt het niet. NELLIE En wij hebben het. GEERTJE Ja. Wij hebben het. NELLIE Kom maar broertje. GEERTJE Bij ons ben je veilig. NELLIE Wij zorgen voor je. GEERTJE Dat je niks gebeurt. NELLIE Je mag blij zijn dat je zulke zussen hebt. GEERTJE Bofkont. ZE KNUFFELEN HEM. BROERTJE Petronella.


NELLIE Zeg maar Nellie, hoor. BROERTJE En Geertruida. GEERTJE Geertje. Liever Geertje. BROERTJE Zie je wel. Ik weet het nog. En ik ? Hoe heet ik ? NELLIE Hans. Of nee Henk. GEERTJE Fred. Of nee Frits. NELLIE Peter. GEERTJE Paul. NELLIE Gerrit. GEERTJE Gijs. NELLIE Thijs of Theo. GEERTJE Joris of Jan. NELLIE Boris of Bernard. GEERTJE We weten het niet. NELLIE We zijn het vergeten.


GEERTJE Precies. En bovendien. Jij had nog geen naam. BROERTJE Hoe kan dat nou !? NELLIE Jij was nog te klein. BROERTJE O. Jammer. GEERTJE Voor jou wel. STILTE. NELLIE Ach guttegut. GEERTJE Hij tekent. NELLIE Een huisje met boompjes. GEERTJE Wolkjes en vogeltjes. NELLIE Wat mooi, broertje. GEERTJE Wat knap van je. NELLIE Zo schattig. Kijk hier. Dit ben ik. GEERTJE Zet je bril op, schele kip. Dat ben ik.


NELLIE Die ogen. Die neus. GEERTJE Die jurk. Die schoenen. NELLIE Sprekend. GEERTJE Treffend. NELLIE Helemaal ik. GEERTJE Ik. Hij tekent mij. NELLIE Niet. Mij. GEERTJE Niet. Mij. BROERTJE Mama. NELLIE Niet. Mij. GEERTJE Niet. Mij. NELLIE Waarom zou hij jou GEERTJE En waarom jou NELLIE Jou vindt hij stom.


GEERTJE Jou stommer. Voor jou is hij bang. NELLIE Voor jou banger. Jij bent lelijk. GEERTJE Jij lelijker. Jij bent een heks. NELLIE Jij een feeks. GEERTJE Tang. NELLIE Pin. ZE VLIEGEN ELKAAR IN DE HAREN. BROERTJE Dit is mama. NELLIE Hou je mond jij. GEERTJE Bemoei je er niet mee. BROERTJE M-m. NELLIE WAT GEERTJE WAT BROERTJE Dit is mama. NELLIE Nee ! En wij dan. Waar zijn wij.


BROERTJE O jee. Vergeten. GEERTJE Hoe durf je. NELLIE Schande. GEERTJE Rotkind. NELLIE Ondankbaar joch. ZE VERSCHEUREN DE TEKENING. BROERTJE Onze mama. Ze is een koningin. Een koninginne-moeder. Dan ben ik een prins en jullie zijn prinsesjes. Voor een nieuwe prinsschieten ze met kanonnen. Boem - Dag kleine. Beng - Eindelijk. Bang - Een jongen. Alles komt goed. Wij hebben nu een prinsenjongen. Alles wat hij ziet. Alles wat hij hoort. Alles is van hem. Van mij. Ik ben de baas. De baas van het paleis. Mijn paleis. Hier moet ik wonen. Hier blijf ik. Altijd en altijd en altijd. KRUIPT ONDER DE TAFEL.


BROERTJE Hier. Hier is mijn kamer. He ! Hoe kan dat nou. Op slot. Waarom is de deur op slot ? Het is mijn kamer. Van mij alleen. Ik wil er spelen. Maak open. Ik wil het nu. Ik wil dat wij nu in mijn kamer gaan spelen. GEERTJE Wij spelen nooit. NELLIE Nee. Nooit. BROERTJE Waarom niet ? GEERTJE We zouden wel willen. NELLIE Maar we kunnen niet. BROERTJE Waarom niet ? GEERTJE Omdat wij groot zijn. NELLIE Omdat wij grote zussen zijn. GEERTJE Grote zussen spelen niet. BROERTJE Maar ik wil het zo graag. NELLIE Nee.


BROERTJE Toe dan. GEERTJE Echt niet. BROERTJE Heel eventjes maar. NELLIE Nee is nee. GEERTJE Is nee is nee. BROERTJE BEGINT TE HUILEN. NELLIE Hij huilt. Geertje. Ons broertje huilt. GEERTJE Is het weer zo. NELLIE Ja. Alweer. GEERTJE Altijd huilt hij. De hele dag. En iedere, iedere nacht. NELLIE Zo zijn kleine kinderen. Die doen dat. GEERTJE Maar je moet ze gewoon laten huilen, he. NELLIE Precies. Dat is het beste. GEERTJE Je moet je niet laten kennen.


NELLIE Als je het niet horen wil GEERTJE Hoor je het ook niet. BROERTJE HUILT HARDER. NELLIE Ik heb gelukkig nergens last van. GEERTJE Ik ook niet. Het doet me niks. NELLIE Wij gaan gewoon door. GEERTJE Natuurlijk. ... Waarmee? NELLIE Met wat we aan het doen waren. Toch ? GEERTJE Ja. Natuurlijk. ... Wat waren wij aan het doen ? BROERTJE HUILT HARDER. NELLIE Als je huilt komt er snot uit je neus. Weet je dat niet ? GEERTJE Slijm uit je oren. Weet je dat niet ? Stank uit je mond.


NELLIE Je kop wordt rood. Rood als een kreeft. Als je huilt. GEERTJE Weet je dat niet ? Je oren gaan fluiten. En je ogen worden augurken. NELLIE Pas maar op. Vies kind. GEERTJE Grote Groene Zure AUGURKEN ! NELLIE Getver. GEERTJE Brrr. BROERTJES GESCHREEUW IS NU OORVERDOVEND. GEERTJE Luister ventje. NELLIE Wij willen dit niet. GEERTJE Wij hebben hier niet om gevraagd. NELLIE Stil. GEERTJE Hoor je. NELLIE Stil. GEERTJE Wij willen dat je muisstil bent.


NELLIE Wij hebben al genoeg last van je. GEERTJE Stil nu ! NELLIE Genoeg ! ZE PAKKEN BROERTJE BEET; IEDER EEN ARM. HET HUILEN STOPT. BROERTJE Nu gaan we spelen. Mijn zusjes en ik. GEERTJE Onze baby. NELLIE Ons levend poppenkind. BROERTJE Ik wil graag knikkeren en voetbal. Ik wil diefje met verlos. GEERTJE Hij hoort in de wagen. NELLIE De rode kinderwagen. GEERTJE Tussen Lies en Lot. BROERTJE Maar ik wil ook tikkertje. En zwaan-kleef-aan. NELLIE Keurig toegedekt. GEERTJE Niet te warm. Niet te koud.


NELLIE Precies goed. BROERTJE Eigenlijk vind ik alles leuk. Alles behalve verstoppertje. GEERTJE Wij gaan naar buiten. NELLIE Ja. Naar buiten. BROERTJE Maar als jullie een ander spelletje willen. NELLIE Wij gaan wandelen. GEERTJE Ja. Wandelen. BROERTJE O. Is dat alles ? Maar ik wil NELLIE Ik duw de wagen. GEERTJE Ik ook. Wij duwen samen. BROERTJE En dan ? NELLIE Jij links. GEERTJE Jij rechts. BROERTJE Wat saai. GEERTJE Sssst.


NELLIE Dit is ons spel. GEERTJE Wij spelen het zo. NELLIE Wees blij dat je mee mag doen. GEERTJE Wij zijn in de tuin. De tuin achter ons huis. NELLIE Het is een saaie tuin. Er staan alleen een schuurtje en een paar struiken. GEERTJE Aan de waslijn hangen natte jurken en ondergoed. NELLIE Wij mogen hier spelen. Wij hebben dat al zo vaak gedaan. Maar wij mogen niet door het gat in de heg. GEERTJE Wij gaan door het gat in de heg. De straat is lang en recht. Langs een kant staan er kleine huizen. NELLIE Ze zijn grijs met groen. Net als ons huis. GEERTJE Er zitten luiken voor de ramen. Die kunnen open. NELLIE Maar nu zijn ze dicht. BROERTJE Ik verveel me. GEERTJE Wij kijken. Wij zien niemand. NELLIE Niemand die wij kennen.


GEERTJE Aan het eind van de straat staan bomen. Zo ver zijn wij nog nooit geweest. NELLIE Wij lopen er langs. Wij huppelen. BROERTJE En ik ? Wat doe ik ? GEERTJE Achter de bomen zijn geen huizen meer. NELLIE Wij wisten dat niet. Maar het geeft niet. GEERTJE Wij zijn niet bang. NELLIE Er is alleen de weg. GEERTJE De weg en het kanaal. NELLIE Het kanaal is donker en diep. GEERTJE Wij mogen er niet te dichtbij komen. NELLIE Wij mogen niet van de weg af gaan. BROERTJE Maar ik ? Wat doe ik ? GEERTJE Stil. Jij slaapt. BROERTJE Maar ik wil NELLIE & GEERTJE SLAPEN !


BROERTJE BEGINT TE HUILEN. NELLIE Wij gaan van de weg af. GEERTJE Wij laten de wagen los. NELLIE Allebei tegelijk. GEERTJE Hij rolt weg. Weg van ons. NELLIE Wij zien het water niet. GEERTJE Wij moeten rennen om hem nog te pakken. NELLIE Maar het lukt. GEERTJE Wij lopen door. NELLIE Wij duwen steeds harder. GEERTJE En wij laten steeds langer los. NELLIE Ik zie het water. GEERTJE Ik ook. NELLIE Ik ga rennen. GEERTJE Ik ook. En ik doe mijn ogen dicht. NELLIE Ik ook. Dat durf ik ook.


GEERTJE Een ... NELLIE Twee ... GEERTJE DRIE ! Los. NELLIE En pakken. Los. GEERTJE En pakken. Los. NELLIE En pakken. GEERTJE Los. BROERTJE VALT IN HET TEILTJE. HIJ SPARTELT. GEERTJE Wij hebben niet gekeken. NELLIE Wij zijn naar huis teruggelopen. GEERTJE Hand in hand. NELLIE Over de rechte weg. GEERTJE Langs de bomen. NELLIE Door de straat. GEERTJE Het gat in de heg.


NELLIE Het wasgoed. GEERTJE De keukendeur. NELLIE Mama. GEERTJE Papa. NELLIE Wij hebben niets gezien. GEERTJE Wij hebben niets gehoord. NELLIE Wij weten niets. GEERTJE Wij hebben honger. NELLIE Wanneer gaan we eten? BROERTJE LIGT DOOD. EEN KINDERSTEM ZINGT. ZACHT NAAR STEEDS HARDER. STEM DUIVELSKIND, DUIVELSKIND LANGE HAREN IN DE WIND SPILLEPOTEN IN HET VUUR PAS OP VOOR JE LAATSTE UUR ANDERE KINDERSTEMMEN VALLEN IN. GEERTJE HEEFT DE WALKMAN WEER OP; NELLIE ONDER DE DROOGKAP. GEERTJE Ik hoor niks. Jij ?


NELLIE Nee. Ik hoor ook niks. GEERTJE Mooi. Ik denk er niet meer aan. Jij ? NELLIE Nee. Ik ook niet. GEERTJE Nooit meer. NELLIE Nooit, nooit, nooit meer. BROERTJE BOE !

ZE GILLEN. DONKER.

© 1994 FRANK DEN OS Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt op enigerlei wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur. De auteursrechten van de toneeltekst DUIVELSKIND, DUIVELSKIND berusten bij de auteur. De opvoeringsrechten van de eerste enscènering, gemaakt door Theater Artemis en gebaseerd op de toneeltekst DUIVELSKIND, DUIVELSKIND berusten bij Theater Artemis.


DUIVELSKIND, DUIVELSKIND  

Twee zussen zijn oud geworden met een afschuwelijk geheim over hun kleine broertje.