Issuu on Google+

Ria Harmelink

Secretaresses over hun relatie met een bekende baas

Met o.a. Job Cohen Jan des Bouvrie Erica Terpstra Hans Wiegel Nout Wellink Rita Verdonk Andre` Rieu Alexander Rinnooy Kan Gebroeders Anker

Lettertype: Futura


De baas de baas

Eerste druk maart 2009

Uitgeverij Haystack Postbus 308 5300 AH Zaltbommel 0418-680180 needle@haystack.nl www.haystack.nl Auteur: Ria Harmelink Corrector: Carolien van der Ven Illustratie cover: Evgeniy Ivanov Vormgeving en opmaak: Foxy Design ISBN: 9789077881514 NUR: 600 Š 2009 Haystack/Ria Harmelink Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microďŹ lm, geluidsband, elektronisch of op welke wijze ook en evenmin in een retrieval system worden opgeslagen zonder schriftelijke toestemming van de uitgever. Hoewel dit boek met veel zorg is samengesteld, aanvaardt schrijver noch uitgever enige aansprakelijkheid voor schade ontstaan door eventuele fouten en/of onvolkomenheden in dit boek.


Inhoud

Voorwoord 1 ‘We werken hard, maar kunnen ook heel erg lachen’

8 12

Thea Dellepoort, secretaresse van Hans Wiegel (Zorgverzekeraars Nederland)

2 ‘Wij zijn zakelijk niets zonder elkaar’

22

John de Jong, assistent van Pamela Boumeester (NS Poort)

3 ‘Jan kan geen “nee” zeggen’

31

Liesbeth van Pelt, secretaresse van Jan des Bouvrie (Het Arsenaal)

4 ‘Ik ben er trots op voor meneer Aalberts te werken’

42

Marja Bouw, secretaresse van Jan Aalberts (Aalberts Industries)

5 ‘André wil alles gisteren in plaats van vandaag’ Kerstin Cornelis, rechterhand van André Rieu (musicus en ondernemer)

51


6 ‘Van gaten in de agenda wordt Alexander onrustig’

62

Wytske Boersma, secretaresse van Alexander Rinnooy Kan (SER)

7 ‘Erica is altijd met tien dingen tegelijk bezig’

71

Jenneke Bruins en Katja Gerrits, secretaresses van Erica Terpstra (NOC*NSF)

8 ‘We hebben beiden dezelfde insteek:

81

niet zeuren, maar werken’ Yvonne de Wolff, secretaresse van Henk Koop (Koop Holding Europe)

9 ‘Hij is toch “mijn” burgemeester’

91

Judith Vos, secretaresse van Job Cohen (burgemeester van Amsterdam)

10 ‘We hebben vaak aan een half woord genoeg’

102

Anneloes Kuijsten, secretaresse van Ria van ’t Klooster (Schoevers)

11 ‘De generaal gaat moeilijke dingen niet uit de weg’ Monique Kwinkelenberg, secretaresse van Peter van Uhm (Commandant der Strijdkrachten)

110


12 ‘Afspraken die uitlopen zijn een dagelijks

122

terugkerend fenomeen’ Mieke Karemaker en Birgit van der Laan, secretaresses van Nout Wellink (DNB)

13 ‘Ik ben bijna Rita’s schaduw’

133

Ada Engels, secretaresse van Rita Verdonk (Trots op Nederland)

14 ‘Samen vormen we een hechte groep’ Marianne Nicolai-Hendriks en Nicole Roorda, secretaresses van Wim en Hans Anker (Anker & Anker Strafrechtadvocaten)

142


Voorwoord

De bekendste secretaresse is misschien wel Miss Moneypenny. Jarenlang dook ze op in elke James Bondfilm. Actrice Lois Maxwell zette met verve het klassieke beeld van de secretaresse neer: kokerrok, pumps, flesje nagellak op de hoek van het bureau, niet ongevoelig voor de charmes van een meerdere én altijd in een dienende rol. Lang bestond ook het clichébeeld dat menige secretaresse er vast meer dan een zakelijke relatie met haar baas op nahield. Dat kon toch bijna niet anders als je zo intens samenwerkte, was de achterliggende gedachte. Hoewel er al eeuwenlang secretariële beroepen bestaan, werden deze lang ingevuld door mannen. Toen in de zeventiende eeuw de economie bloeide als nooit tevoren en de handelskantoren als paddenstoelen uit de grond schoten, was het opmaken, versturen en archiveren van documenten aan mannen voorbehouden. Pas sinds het begin van de negentiende eeuw werden steeds vaker vrouwen aangenomen voor deze taken. Tot in de jaren zeventig van deze eeuw was de rol van de secretaresse vooral een dienende: altijd doen wat de baas zegt, zorgen dat er een vers bloemetje op het bureau staat, koffie halen, briefjes typen, het archief op orde houden, maar vooral níét inhoudelijk meepraten. Langzamerhand is hier verandering in gekomen. Het werk werd gevarieerder en complexer. Kortom, het beroep professionaliseerde zich. Dat blijkt ook uit de verhalen in dit boek. De bazen in dit boek willen geen jaknikkende, keurig geklede mevrouw die met een razende snelheid – uiteraard met tien vingers blindtypend – de

8


brieven uitwerkt die hij gedicteerd heeft. Nee, hij (of zij uiteraard) wil een secretaresse die vooruitdenkt, die zelfstandig taken op zich neemt zodat hij zich kan bezighouden met het besturen van de organisatie. Maar niet alleen dat, op een aantal onderdelen wil de baas ook inhoudelijk sparren met zijn secretaresse. Hij heeft er soms behoefte aan om zaken tegen het licht te houden, stelt prijs op haar mening en laat die meewegen. Niet raar natuurlijk, want de werkrelatie tussen baas en secretaresse is een van de nauwste samenwerkingsverbanden. Menige baas ziet zijn secretaresse vaker en langer dan zijn partner. Dat zorgt voor verbondenheid. Zakelijk en privé lopen vaak in elkaar over als er zo veel uren samen worden doorgebracht, al geldt dat voor de een wat meer dan voor de ander. Terwijl de ene secretaresse bij hoge uitzondering een afspraak voor de baas bij de kapper maakt, regelt de andere zelfs de privéfinanciën van de baas. En terwijl de ene secretaresse haar baas nooit buiten het werk om ziet, komt de andere thuis bij de baas op zijn verjaardagsfeestje. Daarin zit wel degelijk verschil. Waar geen verschil in zit, is dat alle secretaresses in dit boek er trots op zijn voor deze ene baas te werken. En ze zijn trots op zichzelf, want zonder uitzondering vinden ze dat ze hebben bijgedragen aan het succes van hun baas. Soms ging de samenwerking niet meteen van een leien dakje, maar na verloop van tijd werd altijd de basis gelegd voor een langdurige zakelijke relatie. De meeste secretaresses werken dan ook al jaren voor dezelfde baas en kunnen zich niet voorstellen dat ze ooit weg zullen gaan. Andersom kunnen de bazen zich dat ook niet voorstellen. Ze zijn gesteld op hun secretaresse. Uit alle verhalen komt naar voren dat de relatie tussen baas en secretaresse gebaseerd is op wederzijds respect. Om dat tot uitdrukking

9


te brengen spreekt een aantal secretaresses hun baas daarom na vele jaren nog altijd met ‘u’ aan. Hoe je het ook wendt of keert, secretaresses hebben door hun unieke positie macht. En wie macht heeft, kan die misbruiken. De secretaresse is nu eenmaal de spin in het web, de duizendpoot, ze is vaak de verbindende schakel tussen de medewerkers en de baas en ze weet precies wat er speelt. Horen, zien en zwijgen is iets wat bij uitstek van toepassing is op de secretaresse. Soms gaat het mis: in Amerika stal een voormalige secretaresse van Coca-Cola bedrijfsgeheimen die ze door wilde verkopen aan grote concurrent Pepsi. En een voormalige secretaresse van advocaat Bram Moszkowicz legde verklaringen af bij de politie over het frequente kantoorbezoek van Willem Holleeder, waardoor Moszkowicz in een lastig parket terechtkwam. Macht heeft de secretaresse ook als het erom gaat wie de baas live te spreken krijgt en wie niet. Maar ligt een secretaresse daadwerkelijk als een waakhond voor het kantoor van de baas om onverlaten tegen te houden? Nee. Uit de portretten in dit boek blijkt dat een goede secretaresse haar macht wel gebruikt, maar nooit misbruikt. En ook dat de secretaresse van tegenwoordig in niets meer lijkt op clichébeeld dat bijna onuitroeibaar is. Anno 2009 is een secretaresse een kordate, doortastende man of vrouw, die inhoudelijk kennis van zaken heeft en trots is op de baas en op zichzelf! Dit alles en nog veel meer komt allemaal terug in dit boek. U steekt stiekem uw hoofd om de deur en leest hoe het eraan toegaat in de directiekamer – hoe topbaas en topsecretaresse met elkaar samenwerken en met elkaar omgaan.

10


Ik wil graag alle secretaresses en bazen bedanken voor hun openhartigheid en voor de tijd die ze voor me hebben vrijgemaakt. Zij hebben mij de gelegenheid gegeven een kijkje in de keuken te nemen. Verder wil ik Marike van Zanten, Lia van den Berg, Loes Schokker, Monique Krol, Judith KuipĂŠri, Marike Hersevoort, Simone Gorter en Raymond Gerritsen bedanken. Zonder hun steun en opbouwende kritiek had dit boek er niet uitgezien zoals het er nu uitziet. Ook dank aan Geerhard Bolte, mijn uitgever. Hij heeft mij geholpen mijn lang gekoesterde droom te realiseren. Tot slot wil ik Rob, Azra en Sven danken voor hun geduld en de ruimte die ze me gaven om er de afgelopen tijd niet altijd voor ze te zijn. Ria Harmelink Epse, 2009

PS

Wist u dat secretaressedag het langste woord is dat in het

tienvingersysteem alleen met de linkerhand wordt getypt?

11


Thea Dellepoort, secretaresse van Hans Wiegel (Zorgverzekeraars Nederland)

‘We werken hard, maar kunnen ook heel erg lachen’

Niet minder dan 160 kilometer rijdt Thea Dellepoort (56), secretaresse van Hans Wiegel (67), voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland, van huis naar kantoor om voor ‘meneer’ Wiegel te kunnen werken. ‘Meneer Wiegel’ of ‘voorzitter’, zo noemt zij hem na 23 jaar nog steeds. Net zoals hij haar nog altijd ‘mevrouw Dellepoort’ noemt. Hoewel volgens sommige mensen in hun omgeving deze manier van elkaar aanspreken is uitgegroeid ‘tot een komische act tussen één dame en één heer’, kijkt Dellepoort daar anders tegen aan. ‘Het heeft wel een bepaalde charme om elkaar op deze manier aan te spreken. Je gaat nu eenmaal anders met elkaar om wanneer je elkaar niet tutoyeert, het schept een afstand die wij beiden prettig vinden.’ Dat wil niet zeggen dat er immer een koele zakelijke sfeer heerst. ‘Absoluut niet. We werken hard, maar kunnen ook heel hard lachen.’ De afstand tussen beiden bedraagt slechts luttele meters. Gescheiden door een deur grenzen hun kantoren aan elkaar. ‘Dat is prettig en praktisch, dan hoeft de heer Wiegel niet steeds te vertellen wat er gebeurt. Bovendien hoeven we niet elke keer naar elkaar toe te lopen. We verheffen geregeld onze stem om van achter ons eigen bureau met elkaar te communiceren.’ En is Wiegel niet op kantoor, dan is hij er ook weer wel, want boven op de archiefkast van Dellepoort staan portretfoto’s van Wiegel, die er door hem hoogstpersoonlijk zijn neergezet met het commentaar: ‘Kijk mevrouw Dellepoort, dan ben ik er toch een beetje.’

12


Het begon allemaal in 1986. Wiegel was commissaris van de koningin in Friesland. En had uiteraard een secretaresse. Maar na haar studie rechten vertrok zij als juriste naar de afdeling AWBZ op het provinciehuis. Wiegel moest dus op zoek. ‘Ik werkte ook op het provinciehuis. De heer Wiegel en ik kwamen elkaar wel eens tegen op de gang. Maar verder dan “Mogguh, commissaris.” “Mogguh, mevrouw, mooi weer vandaag hè?” “Ja, commissaris,” ging het niet. Op een ochtend kwam hij binnenstormen en zei: “Mevrouw Dellepoort, mijn secretaresse ‘gaat in de bijstand’. Zou u het leuk vinden om mijn secretaresse te worden?” Daar moest ik even over nadenken, want ik had een fijne baan en de heer Wiegel kende ik alleen maar van de krant en de televisie. “Hoe lang doet u daar dan over?” reageerde hij meteen. Niet zo lang dus, want de volgende dag heb ik hem gezegd dat ik het graag wilde doen. Achteraf gezien een beetje overmoedig misschien, want het was veel en zo anders dan ik gewend was. Je bent als secretaresse van de commissaris van de koningin toch een soort vraagbaak, je moet overal iets van weten, dat vereist veel kennis over wie, wat en waar binnen de organisatie. En de heer Wiegel had daarnaast nog een tiental nevenfuncties. Ook moest ik alle uren en kilo-

‘Echt, ik ben net een aap:

meters die de chauffeur maakte

horen, zien en zwijgen’

bijhouden voor het ministerie van Binnenlandse Zaken. Dat was een gereken, ik werd er helemaal gek van. Soms wel twintig velletjes in een week met de extra uren, de overuren en de tussenuren. Natuurlijk met allemaal andere tarieven. Vreselijk. En ik kán helemaal niet rekenen.’ In de eerste week dat Dellepoort er zat, overleed minister Rietkerk van Binnenlandse Zaken en was er sprake van dat Wiegel hem tijdelijk zou opvolgen. Hectische tijden dus. ‘Toen deed ik

13


de hele dag niets anders dan de media en mensen uit alle windstreken van ons land te woord staan. Sommigen wilde dat hij in Friesland zou blijven en anderen vonden dat hij terug naar Den Haag moest omdat hij daar meer voor het land zou kunnen betekenen. Kortom, iedereen gaf zijn of haar mening en ik noteerde alle reacties. Journalisten, zoals Jaap van Meekren en Willebrord Frequin, lagen in het voorportaal te luisteren met wie ik zat te bellen. In die eerste week werd ik dus meteen in het diepe gegooid. Ik dacht: waar ben ik nu toch terechtgekomen.’ Wilt u niet mee? In 1994 maakte Wiegel de overstap naar Zorgverzekeraars Nederland (toen nog KLOZ geheten). ‘Ik zou zijn secretaresse daar inwerken voor zover het zijn nevenfuncties betrof, maar op een gegeven ogenblik kwam de heer Wiegel en zei: “Er zit helemaal geen secretaresse daar, wilt u niet mee?” Ook hier heb ik weer over na moeten denken, want ik had, en heb trouwens, ook nog zoiets wat een leuk huwelijk heet en onze jongste dochter woonde toen nog thuis. Aan de andere kant was het zo dat op het provinciehuis de cirkel wel rond was. Ik had alles een keer meegemaakt, van koninklijke onderscheidingen tot burgemeestersbenoemingen. Maar goed, vijf keer in de week 320 kilometer per dag heen en weer rijden was geen optie voor mij. We zijn uitgekomen op drie dagen op kantoor en twee dagen thuis. In vier dagen tijd hebben mijn man en ik thuis de allerkleinste logeerkamer geschilderd en opgeknapt zodat er een werkplek ingericht kon worden.’ Inmiddels heeft Dellepoort na een aantal jaren haar reistijd teruggebracht van twaalf uur naar acht uur in de week door nog een dag extra thuis te gaan werken. ‘Dat kon omdat het minder hectisch werd, de heer Wiegel stopte met het lidmaatschap van

14


de Eerste Kamer. Dat lidmaatschap koste veel tijd, hij moest vaak op maandagavond al naar Den Haag voor de fractievergadering en dan zat hij de hele dinsdag in de Eerste Kamer. Het was in die periode behoorlijk puzzelen qua agenda.’ Spijt van de overstap heeft Dellepoort niet. ‘Nooit gehad ook. Als je voor iemand zoals de heer Wiegel werkt, is geen dag hetzelfde. Het werk is heel divers en er gebeurt hier altijd van alles.’ Van dat ‘alles’ is een hoop vertrouwelijk. ‘Echt, ik ben net een aap: horen, zien en zwijgen is inherent aan het vak. Maar dat voel ik niet als een belemmering. Datzelfde geldt voor koffie inschenken, dat hoort er ook gewoon bij. Soms willen de gasten van de heer Wiegel dat er een foto gemaakt wordt van hen met de heer

‘Koffie inschenken,

Wiegel. Dan gaat de tussendeur

dat hoort er gewoon bij’

open, trekt ie een grijns van oor tot oor en maakt hij klikbewegingen met zijn handen voor zijn gezicht. Dan zeg ik altijd quasiverbaasd: “Voorzitter, moet ík de foto maken?’’ Alsof ik dat niet altijd doe. En altijd dezelfde pose: tussen de mensen in en met de duim omhoog! Hij koketteert ook met zijn onwetendheid als het om computers gaat. Als hij wil dat ik iets voor hem opzoek op de pc, vraagt hij: “Kunt u op die televisie even wat voor mij opzoeken, iets met .nl aan het eind.” Verbale, flauwe grappen, maar het blijft leuk!’ De Nacht van Wiegel Omdat Wiegel zo bekend is, weten veel mensen hem te vinden. Die mensen krijgen Dellepoort dan aan de telefoon. Geïrriteerd raakt ze niet van dat soort telefoontjes, het hoort erbij als je een bekende baas hebt. ‘Zo belt er bijvoorbeeld al vier jaar lang in

15


september een heer van een palingrokerij of de heer Wiegel in de jury wil zitten van een palingrookwedstrijd. En elk jaar roep ik weer: “Wat leuk dat u belt, is er nu alweer een jaar voorbij?” om hem daarna weer te moeten teleurstellen. Deze heer wéét dat de heer Wiegel in die periode in het buitenland is, maar hoopt steeds dat het één keer niet zo is. Ik heb ook drie jaar lang een hechte band gehad met Jaïr Ferwerda, voormalig redacteur van het programma Barend & Van Dorp. Elke keer vroeg hij of de heer Wiegel in het programma wilde komen. En elke keer zei ik dat de heer Wiegel elke avond om achttien minuten over tien naar bed gaat en dat hij dus niet om elf uur ’s avonds live aanwezig kan zijn.’ Het hele journaille hing ook in 1999 aan de lijn naar aanleiding van de beruchte ‘Nacht van Wiegel’. Wiegel, Eerste Kamerlid, hield de invoering van het correctief referendum tegen door als enige tegen te stemmen. Tussen Wiegel en Dellepoort was het geen gespreksonderwerp. ‘Al jaren was duidelijk dat hij tegen was, dus daar hoef je het niet over te hebben. Het zou trouwens een mooie boel worden als ik tegen hem zou zeggen: “Weet u het wel zeker meneer Wiegel?” Dan zou hij vast denken: wat doet dat mens hier al vijftien jaar. Ik zat natuurlijk wel voor de tv, het ging wel over mijn baas tenslotte. En het was spannende tv. Iedereen probeerde hem over te halen voor te stemmen. Zijn vrouw, die uiteraard ook voor de tv zat, heeft nog gebeld met de chauffeur en gezegd dat hij tegen “de baas” moest zeggen dat ie zijn poot stijf moest houden omdat ie er anders thuis niet meer in kwam.’ Bellen of schrijven mensen over hun problemen, dan neemt ze die altijd serieus. ‘Het zijn vaak mensen die ten einde raad zijn. Die als laatste strohalm de heer Wiegel willen spreken. Dat gaat van mensen die problemen hebben met hun verzekering omdat ze naar het

16


buitenland verhuisd zijn en medicatie die niet vergoed wordt tot mensen die ergens een bijzondere visie op hebben en dat met de heer Wiegel willen delen. Ik probeer me altijd te verplaatsen in degene die contact zoekt. Het is belangrijk om iemand serieus te nemen, je in te leven in de problemen of situatie waarin iemand zit en te proberen te helpen waar je kunt. In dat opzicht is het een ombudsfunctie. Uitzoeken waar iemand moet zijn met zijn vraag. Zo nodig de naam en het telefoonnummer geven van de secretaresse van de hoogste baas van die andere organisatie. Van boven naar beneden werkt namelijk altijd beter als het gaat om het oplossen van een probleem.’ Zelf heb je ook verdriet Samen zijn ze na al die jaren als een goed geoliede machine. ‘De heer Wiegel is een heel plezierige man om voor en mee te werken. Ik heb niet te klagen over gebrek aan humor op mijn werk. Maar we gaan niet samen figuurzagen en we komen niet bij elkaar over de vloer. We hebben een zakelijke band.’ Dat wil niet zeggen dat ze niet betrokken zijn bij elkaar. ‘Toen mijn man en ik er een keer een weekendje tussenuit piepten naar een van de eilanden, heeft de heer Wiegel alles op alles gezet om uit te vinden waar we waren. Toen we daar aankwamen stond er een kistje met twee

Ze noemt hem na 23 jaar

flessen wijn waar een kaartje

nog steeds ‘Meneer Wiegel’

aan hing met de tekst: “Veel plezier en lekker uitwaaien. De baas.” Andersom probeer ik ook een passend cadeau te vinden voor verjaardagen of bij andere gelegenheden. Een doos sigaren zou echt te gemakkelijk zijn.’ Ook toen Wiegel zijn tweede vrouw verloor, was de betrokkenheid er. ‘Heel veel dingen deel je met elkaar, dus ook dit. Het was een

17


heel moeilijke tijd. Zelf heb je ook verdriet. Toch probeer je daar zakelijk mee om te gaan, anders heb je het overzicht niet meer. De heer Wiegel is in die tijd nooit de regie verloren. Daar heb ik enorm veel respect voor. Van hem heb ik geleerd dat in moeilijke tijden structuur heel belangrijk is, dat je zakelijk en privé moet scheiden en dat emotie en gevoel verschillende dingen zijn.’ Hoe goed je het als secretaresse ook met je baas kunt vinden, hij is natuurlijk niet perfect. ‘Nee, natuurlijk niet, maar je accepteert dingen van elkaar omdat je elkaar al zo lang kent. En soms denk je: ach ja, toe maar, het is de baas. Dat zal hij andersom ook zeker hebben, misschien wel vaker dan ik zou hopen. Maar dat staat een goede samenwerking niet in de weg. De heer Wiegel is bijvoorbeeld altijd duidelijk. Hij legt zijn wensen nadrukkelijk op tafel, maar dat ervaar ik niet als negatief. Dat is juist heel prettig, je weet waar je aan toe bent. Ik ben een luisterend oor, hoewel dat niet wil zeggen dat ik nergens iets van vind. Omdat ik vanuit een andere invalshoek kijk, zie ik de dingen wel eens anders. Dan geef ik dat wel aan. Dan zeg ik bijvoorbeeld: “Wat koopt u ervoor?” Of: “Dat voelt niet zo goed.” Of: “Misschien voegt het helemaal niets toe.” En ik geef altijd eerlijk antwoord als hij aan mij vraagt: “Wat vindt u ervan, mevrouw Dellepoort?” Aan meelopers en jaknikkers heb je niets en daar zijn er al genoeg van. Een prettige eigenschap is dat hij te allen tijde rustig blijft. “Ontspan, dan lukt alles,” is een veelgebruikte uitdrukking. De heer Wiegel kan goed relativeren en als er volgens anderen iets snel moet gebeuren, is het af en toe handig om even te wachten. Dingen waaien dan soms zomaar over. En dat hij nog net zijn brieven niet met de postduif verstuurt en niet met een computer overweg kan, ach, dat heeft zijn charme.’

18


Hans Wiegel over Thea Dellepoort

‘Ik zal altijd mevrouw Dellepoort blijven zeggen’ ‘Dat ik in 1986 heb gevraagd of mevrouw Dellepoort mijn secretaresse wilde worden, is een heel goede keuze geweest. Ze is attent, geestig en efficiënt. Efficiëntie is natuurlijk een kernkwaliteit van een secretaresse, het werk moet goed én doeltreffend gedaan worden. Ik houd er niet van als iemand zit te muizen over flauwekuldingen. En daar heb ik mevrouw Dellepoort nog nooit op kunnen betrappen. De agenda is bijvoorbeeld altijd goed ingericht en veel zaken handelt ze af zonder mij te storen. Iedereen die met haar te maken heeft of heeft gehad, is enthousiast over haar. Er bellen heel veel mensen met vragen over van alles en nog wat. Mevrouw Dellepoort staat ze altijd allemaal vriendelijk te woord, luistert naar ze en denkt met ze mee over de oplossing van hun probleem. Dat is echt haar allersterkste punt. En aangezien een secretaresse vaak het eerste contact is met de buitenwereld, is zij dus het perfecte visitekaartje. Daar komt bij dat we samen veel plezier hebben, we voelen elkaar qua humor goed aan. Door de jaren heen hebben we ons eigen “jargon” ontwikkeld wat dat betreft. Als ik bijvoorbeeld ergens op bezoek ben geweest of een lezing heb gegeven, vraagt mevrouw Dellepoort altijd hoe het was. Als ik dan antwoord: “Het waren allemaal brave mensen,” dan weet ze dat het saai was.

19


Ik zal altijd “mevrouw Dellepoort” blijven zeggen, ik houd nu eenmaal niet zo van je en jij. Net zoals zij altijd “voorzitter” zegt als ze mij aanspreekt. Daar voelen we ons beiden prettig bij. We werken zo goed samen, dat ik me niet kan voorstellen dat zij níét mijn secretaresse zou zijn. Mocht ik ooit weer iets anders gaan doen, dan ga ik manmoedig op mijn knieën om te vragen of ze met me mee wil.’ Over Hans Wiegel ------------––––– Hans Wiegel is voormalig VVD-politicus. Van 1982 tot 1994 was hij commissaris van de koningin in Friesland, om vervolgens de overstap te maken naar het voorzitterschap van Zorgverzekeraars Nederland (voorheen KLOZ). Daarnaast is hij voorzitter van het Centraal Brouwerij Kantoor (CBK), de Stichting Garantie Woninbouw Jo Roelof Zeeman, de Stichting Postacademische Medische Cursussen in Indonesië en de raad van advies LSI Project Investment. Hij is president-commissaris van de NOB, De Meeuw en Coram en lid van de raad van commissarissen van Arriva Nederland, Van Triest, PGZ International en Pouw Automotive Group. Wiegel is ook vicevoorzitter van de Stichting Maatschappij, Veiligheid en Politie, lid van het stichtingsbestuur Assurances KLM en lid van het bestuur van Coöperatie Achmea Verzekeringsgroep. Tot slot is hij nog lid van de raad van advies van Deloitte, Advies StraetHolding, Curatorium VNO-NCW, Otto-Uitzendkracht en de RO-Groep en is hij adviseur van Bouwfonds Langewold. Wiegel is Grootofficier in de Orde van Oranje Nassau

20


(bij bevordering), Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, Grootkruis in de Koornorde van BelgiĂŤ en Grootkruis in de Orde van Burgerlijke Verdienste van Spanje.

21


John de Jong, assistent van Pamela Boumeester (NS Poort)

‘Wij zijn zakelijk niets zonder elkaar’

Het was niet de droom van John de Jong (43) om secretaresse te worden, zeker niet. Hij rolde het vak in en sinds dertien jaar vormen Pamela Boumeester (50), directievoorzitter van NS Poort, en hij een onafscheidelijk duo. ‘Ik geniet van mijn werk. Pamela en ik vullen elkaar goed aan. Ik kan meteen aan haar gezicht zien hoe de vlag erbij hangt. Maar ook aan de manier waarop ze bijvoorbeeld haar pen oppakt of de hoorn neerlegt kan ik zien in welk humeur ze is. We kennen elkaar door en door en hebben aan een half woord genoeg. Dat is ook de kracht van onze samenwerking: op voorhand redelijkerwijs kunnen inschatten hoe de ander reageert. Hoewel dat natuurlijk nooit voor honderd procent lukt. Er zitten altijd weer verrassingen in want we zijn allebei eigenzinnig, maar dat maakt het ook weer leuk.’ Samen kennen ze turbulente tijden. Zeker in 2001 toen het conflict tussen de werknemers en de directie om het ‘rondje om de kerk’, het rijden op vaste trajecten, hoog opliep. De bonden riepen op tot stakingen, waar veelvuldig gehoor aan werd gegeven. De kranten stonden bol van de ‘Soms is het beter

elke keer maar weer mislukte

om op je tong te bijten’

onderhandelingen. Boumeester kreeg er volgens eigen zeg-

gen ‘een kunstkop van’ (NRC Handelsblad, 12 april 2001). ‘Dat was een zware periode. Met dezelfde club mensen, onder wie de directievoorzitter, vier secretaresses in “ploegendienst” en de

22


Liesbeth van Pelt, secretaresse van Jan des Bouvrie (Het Arsenaal)

‘Jan kan geen “nee” zeggen’

Werken voor een creatieve baas betekent never a dull moment. Voordat je het weet, moet alles weer anders. Dat geldt in elk geval voor Jan des Bouvrie (66), de baas van Liesbeth van Pelt (36). ‘Dit is een creatief bedrijf, als je niet flexibel bent, red je het hier niet. Ik werk hier nu acht jaar en ben al zeven keer van kamer veranderd. De enige zekerheid die ik heb, is dat mijn kamer altijd naast die van Jan is. Maar ik heb echt alle hoeken van het pand gezien. En morgen kan het maar zo weer anders zijn. Het is helemaal erg als Jan vakantie heeft gehad, dan komt ie binnen en is het eerste wat hij roept: “Het moet allemaal anders.” Hij heeft bij wijze van spreken de hamer in de hand om zelf een muur te slopen. Dan zeg ik altijd: “Ho Jan, even kalm aan, laten we het eerst goed bekijken.”’ Ze zegt het laconiek, want ze is inmiddels gewend aan de tomeloze energie van Des Bouvrie. Maar dat was in het begin wel anders. Bedeesd, onzeker en verlegen, zo typeert Van Pelt zichzelf als ze terugkijkt op de periode waarin ze bij Des Bouvrie kwam werken. ‘Ik was zelfs een beetje bang van Jan in het begin.’ Interieur en design hadden absoluut haar belangstelling niet. De enige reden dat ze solliciteerde op een baan als administratief medewerker bij Des Bouvrie, was dat ze het niet meer naar haar zin had in haar vorige functie. ‘Eigenlijk ben ik helemaal niet zo ambitieus. Meteen na Schoevers begon ik als secretaresse bij een groothandel. Daar heb ik negen jaar gezeten en misschien had ik daar nog wel

31


Marja Bouw, secretaresse van Jan Aalberts (Aalberts Industries)

‘Ik ben er trots op voor meneer Aalberts te werken’

Na twee weken als secretaresse voor Jan Aalberts (69) te hebben gewerkt dacht Marja Bouw (50): hier ga ik het niet lang volhouden. ‘Als ik ’s avonds naar huis reed, vroeg ik me af waarmee ik me toch in hemelsnaam de volgende dag na het openen van de post moest bezighouden. Ik moet druk op de ketel hebben, anders functioneer ik niet goed.’ Dus stapte ze op Jan Aalberts af om hem dat mee te delen, die daar hartelijk om moest lachen. Hij wist wel beter. En inderdaad, het was van korte duur want Marja Bouw kon vanaf die tijd de mouwen opstropen. ‘Toen ik ruim dertien jaar geleden begon, werkten hier in totaal vijftienhonderd mensen, inmiddels is het bedrijf gegroeid tot over de landsgrenzen. Wereldwijd werken er nu elfduizend mensen voor Aalberts Industries en het is een beursgenoteerde onderneming. Niets is leuker dan een bedrijf waarin je mee kunt groeien. En werken voor meneer Aalberts is nooit saai.’ Dat was het in elk geval niet in september 2006, toen er een crisis uitbrak. De beursgenoteerde onderneming kreeg een boete van 100,8 miljoen euro van de Europese Commissie vanwege vermeende betrokkenheid bij een prijskartel voor koperen fittingen. Als gevolg daarvan kelderde binnen een halfuur na de bekendmaking de koers met 6,1 procent. ‘We hadden tegen elkaar gezegd: “Als het minder dan 1 miljoen euro is, laten we het erbij zitten, dat moet dan maar.” Dus toen de fax binnenrolde met de uitspraak, was dat enorm schrikken. Ik heb het drie keer gelezen, kon het gewoon niet geloven. Ik dacht: dit staat er fout, iemand

42


Kerstin Cornelis, rechterhand van André Rieu (musicus en ondernemer)

‘André wil alles gisteren in plaats van vandaag’

‘Moeten we die naam onthouden?’ werd er gevraagd toen André Rieu (59) Kerstin Cornelis (41) aan zijn medewerkers voorstelde. Ze was namelijk de derde in korte tijd die de perscontacten, de promo’s, de tours en de voorbereidingsreizen zou gaan regelen. Veel fiducie hadden de medewerkers er dus niet in. Rieu wel, want hij had tijdens het sollicitatiegesprek binnen een kwartier beslist dat Cornelis zijn nieuwe rechterhand, tourmanager en ‘regelaar’ zou worden. En hij heeft gelijk gekregen, want ze vervult al acht jaar met verve haar functie als buffer tussen Rieu en de rest van de wereld. Er zijn tijden dat Cornelis de bekende musicus vaker en langer achter elkaar ziet dan haar man. ‘Dat is zeker zo als we op tour zijn. Toen ik hier net werkte, had ik meteen mijn vuurdoop: een optreden in Zweden. We zaten bij wijze van spreken direct 24 uur op elkaars lip. Dat was voor mij een mooie gelegenheid om te kijken of het klikte, of ik me kon invoegen in zijn stijl. Dat ging gelukkig heel soepel. In het begin stond ik nog iets verder van hem af, nam ik de zaken door met iemand die weer aan André rapporteerde, maar dat werkte in de praktijk niet. Dus dat was snel over.’ Cornelis vindt dat ze ‘met haar gat in de boter is gevallen’, zoals ze zelf zegt. Samen met Rieu en het zestigkoppige Johann Strauss Orkest ‘zwiert’ Cornelis al acht jaar over de wereld. ‘Ik heb geen baan van negen tot vijf, maar dat geeft niet. Ik heb ontzettend veel plezier, dat vergoedt alles.’ De doorbraak van Rieu in Europa

51


Wytske Boersma, secretaresse van Alexander Rinnooy Kan (Sociaal-Economische Raad)

‘Van gaten in de agenda wordt Alexander onrustig’

Met enige regelmaat is Alexander Rinnooy Kan (59) te zien op de buis. Bijna altijd gerelateerd aan zijn werk, bijvoorbeeld naar aanleiding van het verschijnen van het rapport van de Commissie Leraren met aanbevelingen voor het verbeteren van het beroep van leraar, maar soms ook in een avondvullend programma zoals Zomergasten. Dan zit zijn secretaresse Wytske Boersma (60) als het even kan voor de tv om naar haar baas te kijken. ‘Ik let dan toch op hoe hij doet, maar ik zie geen andere persoon dan normaal. Hij is heel relaxed, hij doet het allemaal met even groot plezier. Dat zie ik ook aan hem. En hij is natuurlijk gepokt en gemazeld, hij weet het allemaal wel. Zomergasten vond ik erg interessant. Hoewel ik veel van hem weet, kreeg ik toch ook een andere kant te zien. De bevlogenheid waarmee hij spreekt vind ik ook zo leuk. En hij kan over veel dingen iets vertellen. Het is gewoon een aardige man, tegen wie je heel goed kunt zeggen dat je het ergens niet mee eens bent of dat je iets overdreven vindt.’ Dat doet Boersma dan ook. ‘Alexander wil niet iemand die met hem meepraat, en ik zit nu eenmaal zo in elkaar dat ik zeg wat ik ervan vind. Natuurlijk niet te pas en te onpas, je moet wel weten wanneer je iets kunt zeggen. Je bent per slot van rekening niet de baas. Uiteindelijk beslist Alexander zelf. Maar zeker als het gaat om de verzoeken die hier binnenkomen om ergens te komen spreken of op te treden, zet ik er altijd bij wat ik ervan vind, geef ik “commentaar”. Dat zijn dan opmerkingen als: “Vindt ie leuk,”

62


Jenneke Bruins en Katja Gerrits, secretaresses van Erica Terpstra (NOC*NSF)

‘Erica is altijd met tien dingen tegelijk bezig’

Ben je secretaresse van Erica Terpstra (65), dan hoef je je geen moment te vervelen. Niet alleen haar voorzitterschap van NOC*NSF, maar ook het feit dat ze BN’er is én over tomeloze energie beschikt, zorgen ervoor dat het werk met stapels op het bureau van Katja Gerrits (34) en Jenneke Bruins (27) belandt. Het is hard aanpoten voor beiden om de boel aan het eind van de week op orde te hebben. ‘Ze is altijd met tien dingen tegelijk bezig, rent van de ene afspraak naar de andere en dat er maar 24 uur in een dag zitten, vindt ze een enorme beperking. Als je voor Erica werkt, moet je snel kunnen schakelen, anders is het niet bij te benen,’ aldus Gerrits. Regelen, regelen en nog eens regelen. Zo kun je het werk van Gerrits en Bruins wel samenvatten. ‘We hangen een groot deel van de dag aan de telefoon om zaken in te plannen en om mensen te woord te staan die graag willen dat Erica iets voor ze doet. Afgelopen jaar bijvoorbeeld kwamen er 1900 verzoeken binnen. Dat gaat van het verrichten van een opening, het startschot lossen bij een evenement, lezingen geven, tot het ondersteunen van aanvragen voor koninklijke onderscheidingen. Maar ook als een vereniging op de rand van de afgrond staat of een zwembad gesloten dreigt te worden, wordt er gevraagd of Erica voor ze in de bres wil springen,’ aldus Bruins. Daarnaast is Terpstra nog buitengewoon ambtenaar, dus veel trouwlustigen weten haar ook te vinden. ‘Maar dit laatste doet ze alleen als ze het stel echt goed kent.’

71


Yvonne de Wolff, secretaresse van Henk Koop (Koop Holding Europe)

‘We hebben beiden dezelfde insteek: niet zeuren, maar werken’ Vast van plan om te vertrekken zei Yvonne de Wolff (46) na drie maanden haar baan bij Koop Holding op. Ze had zelfs al een contract bij een ander bedrijf getekend. ‘Ik verveelde me enorm, vond het helemaal niets.’ Ze zou haar opzegtermijn keurig vol maken, maar daarna zou het over zijn. Zo is het echter niet gelopen, Henk Koop (63) stak er persoonlijk een stokje voor. En inmiddels heeft De Wolff haar twaalfenhalfjarig jubileum alweer achter de rug. Jaren die niet altijd even rimpelloos verliepen, gezien de bouwfraude. Hoewel alle 23 aanklachten tegen Henk Koop ongegrond werden verklaard, trok dit alles toch een zware wissel op het bedrijf en de mensen. Als kind droomde De Wolff er al van om voor de klas te staan. En dus begon ze optimistisch aan een studie Duits en Nederlands met de bedoeling daar later les in te geven. Om haar vrije tijd nuttig te besteden ging ze op zoek naar een bijbaantje. ‘Ik begon bij een deurwaarder en kwam daarna bij Pon’s Automobielhandel in Leusden terecht. Daar maakte ik voor het eerst kennis met het vak secretaresse. Ik weet nog dat ik daar binnenkwam, al die sorteerbakjes zag en dacht: mijn God, dat kan ik nooit. Dat sloeg natuurlijk nergens op, maar goed.’ Gaandeweg haar studie kwam De Wolff erachter dat ze lesgeven niet leuk vond. ‘In die tijd was het in zwang op een creatieve manier les te geven met behulp van liedjes, puzzels, et cetera. Nou, ik

81


Judith Vos, secretaresse van Job Cohen (burgemeester van Amsterdam)

‘Hij is toch “mijn” burgemeester’

Het woord ‘agenda’ speelt een belangrijke, zo niet de belangrijkste, rol in het zakelijke leven van Judith Vos (45), secretaresse van Job Cohen (61). De hele dag door plant ze, regelt ze, houdt ze in de gaten of Cohen doet wat er staat en zorgt ze ervoor dat alles gladjes verloopt. Ze ‘houdt de boel bij elkaar’ zogezegd, en dat bevalt haar uitstekend. ‘Ik zit hier alle dagen en bewaak het fort.’ Plannen is haar voornaamste taak. ‘Dat is een heel gepuzzel. Toen ik hier kwam, zag ik dat de agenda echt helemaal vol was gepland. Natuurlijk ben je 24 uur per dag, zeven dagen per week burgemeester, dat is nu eenmaal zo. Zelfs al ga je privé naar een concert, dan nog letten mensen op je. Maar omdat ik vind dat iedereen er recht op heeft om zo af en toe iets helemaal voor zichzelf te kunnen doen, blok ik een paar maal per jaar wat dagen waarop Cohen geen afspraken heeft, zo bouw ik rust voor hem in. En dat bewaak ik echt.’ De werkdagen van Vos verlopen niet altijd volgens een vast stramien, want in de hoofdstad gebeurt nog wel eens iets wat direct betrekking heeft op haar baas. Zo gooiden krakers bijvoorbeeld stenen door de ruiten van de ambtswoning, stond het dak van een parkeergarage in Bos en Lommer op instorten en moesten de bovenliggende appartementen worden ontruimd, moest het stadshuis een keer worden ontruimd na een bommelding, en zorgde de moord op Theo van Gogh voor grote onrust. Toen dat

91


Anneloes Kuijsten, secretaresse van Ria van ’t Klooster (Schoevers)

‘We hebben vaak aan een half woord genoeg’

Sinds twee jaar vormen ze samen een koppel, Anneloes Kuijsten (24) en Ria van ’t Klooster (48). ‘Vers van de pers’ toog Kuijsten als ‘Schoeversmeisje’ aan de slag voor de hoogste baas van het gelijknamige opleidingsinstituut. ‘Dat was toch wel spannend, werken voor het bedrijf waar je ook je opleiding hebt gevolgd. Het zorgde voor extra druk, maar dat heb ik nooit als negatief ervaren.’ Toen Kuijsten twaalf jaar was, zag ze in de krant een advertentie staan waarin een directiesecretaresse werd gevraagd. Het was meteen klip en klaar: dit was wat ze wilde. ‘Ik was onmiddellijk verkocht. Zag mezelf al helemaal achter een bureau zitten en de zaken regelen voor een baas. Ik heb de advertentie uitgeknipt, in een fotolijstje gedaan en op mijn kamer neergezet. Ik heb hem nog steeds.’ Het was voor Kuijsten dan ook niet meer dan logisch om na haar middelbare school aan te schuiven in de ‘schoolbanken’ van Schoevers voor de opleiding Officemanagement. ‘Veel topsecretaresses hebben hier hun opleiding gevolgd, dus voor mij stond als een paal boven water dat ik hierheen moest.’ Maar ja, een afgeronde opleiding wil niet zeggen dat er meteen een baan staat te wachten. ‘In het laatste jaar van mijn studie zag ik een mailtje voorbijkomen waarin een secretaresse gevraagd werd voor Ria. Ik heb gesolliciteerd en moest komen voor een eerste gesprek met de vertrekkende secretaresse. Aan het eind schoof Ria aan, dat gesprek duurde een minuut of tien. En eigen-

102


Monique Kwinkelenberg, secretaresse van Peter van Uhm (Commandant der Strijdkrachten)

‘De generaal gaat moeilijke dingen niet uit de weg’

Elke morgen om zeven uur knipt Monique Kwinkelenberg (43) het lampje aan op het bureau van haar baas, Peter van Uhm (53), Commandant der Strijdkrachten. Vervolgens zet ze de pc aan, opent de teletekstpagina en legt ze de stukken voor die dag klaar. Hoewel ze nog niet zo lang voor Van Uhm werkt, is dit inmiddels een vast ritueel geworden. Dat ze zo vroeg begint en meestal pas om een uur of zes eindigt, voelt Kwinkelenberg niet als een belasting. ‘Ik zou niet willen ruilen met een baan van negen tot vijf. De wereld van de krijgsmacht is een heel bijzondere en daar maak ik graag deel van uit.’ En óf die wereld bijzonder is, want hoeveel secretaresses werken voor een baas die de dag begint met een bespreking in een beveiligde ruimte? Of in een wereld waar het dragen van het juiste ceremoniële tenue belangrijk is? Voor Kwinkelenberg hoort het er allemaal gewoon bij. Kwinkelenberg werkt sinds augustus 2008 voor Van Uhm. Al vrij snel hadden ze een band. ‘De generaal zat er zelf nog niet zo lang, dus we begonnen beiden aan ‘Ben jij degene die

iets nieuws. En kort daarvoor

geen knopen aannaait?’

hebben hij en zijn vrouw hun zoon verloren. Dat zorgt voor

verdriet en dat maakte onze start toch anders.’ Van Uhm was inderdaad nog maar een paar maanden Commandant der Strijdkrachten, in april 2008 nam hij het roer over van Dick Berlijn. Een dag na zijn installatie kwam zijn zoon, eerste

110


Mieke Karemaker en Birgit van der Laan, secretaresses van Nout Wellink (De Nederlandsche Bank)

‘Afspraken die uitlopen zijn een dagelijks terugkerend fenomeen’ Het waren drukke tijden voor De Nederlandsche Bank. Zowel voor de baas, Nout Wellink (65), als voor zijn secretaresses Mieke Karemaker (47) en Birgit van der Laan (46). Dat kwam door de kredietcrisis en de daaruit voortvloeiende perikelen rond Fortis en de IJslandse bank Icesave. Karemaker en Van der Laan hebben in die periode heel wat extra uren gedraaid. Karemaker: ‘We zaten er tot diep in de nacht. Dat hebben we uiteraard niet alleen gedaan, er was een goed geolied team waarin iedereen zijn eigen taak had. Het positieve van dit soort gebeurtenissen is dat je, ondanks de zwaarte van de situatie, samen veel plezier hebt. Er ontstaat een saamhorigheidsgevoel, je zit met zijn allen in hetzelfde schuitje.’ De jaarlijkse heisessie, die normaal als thema ‘samenwerken’ heeft, was dit jaar dan ook anders dan anders. Van der Laan: ‘We hebben met zijn allen wel laten zien dat we een goed team zijn, nu waren we toe aan een dagje ontspanning. Dus hebben we geschilderd en gekookt.’ Wie aan een bank denkt, associeert dat al snel met mannen in driedelig zwart of grijs. Een serieuze wereld, hier wordt niet uit de band gesprongen. Misschien zelfs wel een beetje een saaie, stijve wereld. Een branche ook waarin een strakke hiërarchie heerst. Karemaker: ‘De lijnen binnen onze bank zijn inderdaad duidelijk, hoewel er intern in de loop der jaren wel het een en ander veranderd is. Wellink heeft daar zeker aan bijgedragen. Hij is informeel en bevordert dit klimaat binnen de bank.’

122


Ada Engels, secretaresse van Rita Verdonk (Trots op Nederland)

‘Ik ben bijna Rita’s schaduw’

Vier dagen per week zit Ada Engels (49) in de Tweede Kamer in een kantoor ter grootte van een bezemkast, maar dat deert haar niet. De vijfde dag werkt ze op het kantoor van de beweging Trots op Nederland van Rita Verdonk (53), haar baas. ‘De grootte van de werkplek in de Tweede Kamer is afhankelijk van het aantal zetels, TON heeft één zetel, dus vandaar dat wij piepklein behuisd zijn. Ons eigen kantoor is groter, maar het maakt me niets uit waar ik zit. Het werk is zo ontzettend leuk dat de grootte van de werkplek er niet toe doet. Ik vind het fantastisch dat ik dit allemaal mee mag maken. Het meehelpen opzetten van deze beweging is een enorme uitdaging. Je staat aan het begin van iets nieuws waar van alles bij komt kijken. Niets is nog geregeld, alles moet je zelf doen en uitvinden. Dat is soms lastig, maar meestal een enorme stimulans om het toch voor elkaar te krijgen.’ Sinds anderhalf jaar hebben Verdonk en Engels een zakelijke band. ‘Rita belde op om te vragen of ik zin had om voor haar te gaan werken. Daar moest ik wel even over nadenken. Ik werkte al jaren voor de burgemeester van Leidschendam-Voorburg. In eerste instantie dacht ik dan ook: nee, dat doe ik niet, ik heb een hartstikke leuke baan. Wat ook meespeelde, is dat we vriendinnen zijn, en Rita als vriendin is me dierbaar. Ik was bang dat een arbeidsrelatie de vriendschap zou beïnvloeden. Daarnaast had ik geen idee hoe Rita werkt, misschien zou dat wel ontzettend tegenvallen. Over dit alles moest ik nadenken.’ Verdonk voelde

133


Marianne Nicolai-Hendriks en Nicole Roorda, secretaresses van Wim en Hans Anker (Anker & Anker Strafrechtadvocaten)

‘Samen vormen we een hechte groep’

Marianne Nicolai (53) en Nicole Roorda (39) zijn verknocht aan Friesland, aan hun werk én aan hun bazen, de tweelingbroers Wim en Hans Anker (56) van Anker & Anker Strafrechtadvocaten. Ergens anders gaan werken is dan ook absoluut geen optie voor ze. Roorda: ‘Ik was negentien toen ik voor Hans en Wim ging werken. Ik heb van ze geleerd hoe je respectvol met allerlei verschillende mensen omgaat. Dat is (mede) bepalend geweest voor hoe ik nu in het leven sta.’ Nicolai vult aan: ‘We hebben hier veel verschillende zaken voorbij zien komen, de manier waarop Wim en Hans daarmee omgaan, draagt bij aan je eigen vorming. Ze zijn enorm betrokken, zowel bij de cliënten als bij de werknemers, en dat zorgt voor een heel prettige werksfeer. Als je in zo’n omgeving voor en met zulke mensen mag werken, heb je geen enkele reden om van baan te veranderen.’ Martha U., alias De Engel des Doods, een ziekenverzorgster die werd veroordeeld voor het doden van vier patiënten in verpleeghuis Vliethoven in Delfzijl; Ferdi E., de moordenaar van Gerrit-Jan Heijn; Richard Klinkhamer, de schrijver die zijn vrouw ombracht; Jan Veerman, uitbater van het Volendamse café Het Hemeltje, waar in de nieuwjaarsnacht van 2001 veertien jongeren om het leven kwamen en vele anderen gewond raakten; de directeur van een evenementenbedrijf die medeverantwoordelijk wordt gehouden voor het vlotongeluk op de Berkel waarbij twee

142


Secretaresses over hun relatie met een bekende baas De secretaresses van prominente topmanagers en politici vertellen hoe het is om te werken voor een bekende baas. En wie heeft het nu eigenlijk voor het zeggen? Topsecretaresses zijn de stille kracht achter ‘hun baas’. Ze zorgen ervoor dat alles op rolletjes loopt zonder op de voorgrond te treden. Maar hoe is het om altijd in de schaduw te staan van een topman of -vrouw die bij een breed publiek bekend is en van wie dus iedereen wel wat vindt? Om de buffer tussen de baas en de rest van de wereld te zijn? En hoe ga je als topsecretaresse om met de eigenaardigheden van je baas en de vertrouwelijkheden die je hoort? Of als er een crisis is en de buitenwereld over je heen valt? Lees waarom Hans Wiegel en zijn secretaresse elkaar na 22 jaar nog steeds met ‘u’ aanspreken, waarom de secretaresse van Jan des Bouvrie elk jaar een paar designschoenen krijgt en waarom de bekende advocatenbroers Anker geen personeelsfeest meer mogen organiseren. Ria Harmelink is journalist en schrijft voor diverse tijdschriften in Nederland. I SBN 90- 7788151- 4

������������������

9 789077 881514


De baas de baas