Page 1

1.

INNOVEREN IN DE HIGH TECH: DOE HET SAMEN MET FONTYS VERBINDEN. ONDERZOEKEN. ONTDEKKEN. DELEN.


2.

inhoud ADDITIVE MANUFACTURING / 3D-PRINTEN AGRO-­MECHATRONICS APPLIED NATURAL ­SCIENCES BIG DATA BUSINESS ENTRE­PENEURSHIP BUSINESS SERVICE INNOVATION DISTRIBUTED SENSOR SYSTEMS FUTURE POWER TRAIN / ELECTRIC DRIVE HEALTH AND TECHNOLOGY HIGH TECH EMBEDDED SOFTWARE INTERACTION DESIGN ROBOTICS

4 6 8 12 14 16 18 20 22 24 26 28


3.

“GELUK MET ZOVEEL HIGHTECHBEDRIJVEN IN DEZE REGIO” De traditionele manier van stagelopen en afstuderen bij bedrijven is verleden tijd, zeggen Fontys bestuurslid Hans Nederlof en Kees Adriaanse, programma­ leider Centre of Expertise High Tech Systems & Materials. Onderwijs en bedrijfsleven gaan tegenwoordig intensieve samenwerkingsverbanden aan. Het doel is niet meer alleen kennis overdragen, maar gebruikmaken van elkaars kracht en zo innovaties tot stand brengen. Dit doen ze door middel van praktijkgericht onderzoek, op locatie bij bedrijven, op de hogeschool, in werkplaatsen en laboratoria. “Onze studenten hebben daarbij geluk, met zoveel hightechbedrijven in de regio”, meent Hans. Samen up-to-date blijven “Fontys is zich bewust van de snel veranderende wereld waarin we leven en de maatschappelijke verantwoordelijkheden die dat met zich meebrengt”, zegt Hans. “Om daarop in te spelen is het noodzakelijk dat we samenwerken en expertises aan elkaar koppelen. De overheid wil bijvoorbeeld dat ouderen langer zelfstandig blijven wonen. Onze studenten ontwikkelen samen met Hans Nederlof en Kees Adriaanse

zorginstellingen en bedrijven hulpmiddelen die dat mogelijk maken, zoals apps en robots”, aldus de Fontysbestuurder.

VERBINDEN. ONDERZOEKEN. ONTDEKKEN. DELEN.

“De technologische ontwikkelingen gaan razendsnel”, voegt Kees toe. De meerwaarde van de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven is dat ze elkaar up-to-date houden. Studenten hebben bovendien een open manier van denken. Ze zijn onbevangen en komen met originele invalshoeken. Waar de universiteit fundamenteel onderzoek doet naar nieuwe materialen en technieken, bedenkt de hbo-student samen met het bedrijfsleven hoe hij die in de dagelijkse praktijk kan toepassen.” Ondernemerschap en creativiteit Alleen met ‘hightech’ red je het niet, zegt Hans. “Je moet techniek naar de mens brengen, naar toepassingen die de maatschappij nodig heeft. Daarvoor zijn naast technische kennis ook ondernemerschap en creativiteit nodig. Praktijkgericht onderzoek maakt van onze studenten professionals die kunnen samenwerken en over hun eigen discipline heen kunnen kijken.” De winst is volgens Kees voor zowel de bedrijven als het onderwijs. “Stagelopen en afstuderen waren vroeger een service van bedrijven aan de hogeschool, maar dat is niet meer zo. Praktijkgericht onderzoek biedt een meerwaarde aan organisaties en bedrijven. En onze studenten werken daarbij graag met reële casussen uit het bedrijfsleven.”


4.

ALS ONDERNEMER IN DE HIGHTECH INNOVEER JE SAMEN MET FONTYS!

WAAROM EIGENLIJK? → Je wilt je concurrentie voor blijven en toekomstbestendig zijn.

→ Daarom moet je bij de tijd blijven en innoveren. → Innoveren betekent samenwerken. → Dat doe je met een geschikte PARTNER.

DIE PARTNER IS FONTYS FONTYS OMDAT... We expertise in huis hebben op tal van vakgebieden zoals techniek, ict, natuurwetenschappen, economie, gezondheid, zorg, onderwijs, marketing en communicatie. We sterk zijn in praktijkgericht onderzoek waarin bedrijven, studenten en vakdeskundigen samenwerken. We het faciliteren van innovatie en het opleiden van professionals van de toekomst als onze maatschappelijke verantwoordelijkheid zien.


5.

PRAKTIJKGERICHT ONDERZOEK Samen met bedrijven in de regio hebben we gekozen voor het opbouwen van expertise in een aantal gebieden. Daarbinnen verrichten we praktijkgericht onderzoek. In het hightechdomein zijn die gebieden onder andere: ADDITIVE MANUFACTURING AGRO-MECHATRONICS APPLIED NATURAL SCIENCES BIG DATA BUSINESS ENTREPRENEURSHIP BUSINESS SERVICE INNOVATION DISTRIBUTED SENSOR SYSTEMS

FUTURE POWER TRAIN / ELECTRIC DRIVE HEALTH & TECHNOLOGY HIGH TECH EMBEDDED SOFTWARE INTERACTION DESIGN ROBOTICS

WAT LEVERT HET ONDERZOEK OP?  → Antwoorden op (onderzoeks)vragen → Creatieve ideeën

→ Prototypes van oplossingen

→ Inzicht in nieuwe ontwikkelingen → Contact met jonge talenten

MEER WETEN OF MEEDOEN? Dit magazine staat vol innovatieve, inspirerende en aan hightech gerelateerde onderzoeksprojecten. Wil je ontdekken wat we voor elkaar kunnen betekenen? Neem contact met ons op.

Zie pagina

51.

→ INNOVATIE en inzicht in wat die innovatie voor de bedrijfsvoering betekent.


6.

ADDITIVE MANUFACTURING / 3D-PRINTEN

ADDITIVE MANUFACTURING (AM) OFTEWEL 3D-PRINTEN IS EEN MANIER VAN VERVAARDIGEN WAARBIJ DIGITALE, RUIMTELIJKE INFORMATIE IN LAGEN WORDT OMGEZET NAAR EEN TASTBAAR VOORWERP. FONTYS HEEFT HIERVOOR EEN SPECIAAL LAB INGERICHT MET HOOGWAARDIGE APPARATUUR: HET OBJEXLAB. HIER WERKEN ENTHOUSIASTE STUDENTEN ONDER DESKUNDIGE LEIDING AAN 3D-PRINTOPDRACHTEN UIT HET BEDRIJFSLEVEN.

3D-PRINTEN: DE KWALITEIT VAN KENNIS BEPAALT HET SUCCES Even leek het of iedereen binnen een paar jaar een 3D-printer in huis zou hebben, maar de verwachtingen voor de consumentenmarkt zijn inmiddels bijgesteld. 3D-printen is namelijk best ingewikkeld en de apparatuur is prijzig. Het wordt vooral gebruikt door de industrie en het bedrijfsleven, voor prototypes en technische innovaties. Ir. Rein van der Mast is docent-onderzoeker bij Fontys en was voorheen manager Design & Engineering bij AM-pionier Additive Industries. Rein: “3D-printen stelt mensen in staat complexe vormen te realiseren, waarin allerlei functies samenkomen in een enkel stuk. Bovendien kan het worden toegepast zonder productgebonden gereedschappen, zoals matrijzen. Ieder geprint voorwerp kan dus zowel complex zijn, als totaal anders dan de rest.”


7.

DE ZOEKTOCHT NAAR FIRST TIME RIGHT Rein laat de printers in het 3D-printlab van Fontys zien: het ObjeXlab. “We kunnen hier kunststof printen, maar ook RVS. De voordelen van 3D-printen zijn aanzienlijk. Er is meer ontwerpvrijheid en het materiaal is te plaatsen waar het nodig is, voor het juist functioneren van het product. Aan de andere kant is de nauwkeurigheid iets minder dan bij draaien en frezen. De instellingen die je gebruikt, de manier waarop je het werkstuk vormgeeft of in de printer oriënteert: ze beïnvloeden elkaar sterk. Bedenk dat 3D-printen de conventionele vervaardigingstechnieken niet vervangt maar aanvult. Ze zijn complementair.”

EEN HOGERE DICHTHEID GAAT VAAK SAMEN MET EEN LAGERE POSITIENAUWKEURIGHEID

De onderzoekslijn Additive Manufacturing zoekt samenwerking met het bedrijfsleven. Rein: “Je kunt denken aan bedrijven die printers hebben staan en daar meer rendement uit willen halen. Of ondernemingen die het belang van 3D-printen inzien en willen onderzoeken wat het voor hen kan betekenen. Studenten en opdrachtgevers werken dan samen aan hoogwaardige, praktische toepassingen waar ondernemers daadwerkelijk iets aan hebben.”

Martin Stroetinga is junior onderzoeker en onderwijsontwikkelaar. Hij begon in 2012 met de opleiding werktuigbouwkunde bij Fontys. Zijn afstudeeropdracht vervulde hij bij Xilloc, een bedrijf dat is gespecialiseerd in maatproducten voor de medische sector en in 3D-printing voor de industrie. Xilloc heeft naam gemaakt met twee wereldprimeurs: een titanium 3D-geprinte schedelplaat en een volledige onderkaak. DE GEHEIMEN VAN 3D-PRINTEN ONTRAFELEN Martin: “Xilloc wilde een geprinte t-koppeling voor een ingewikkelde machine met veel buizen, waardoor de gasstroom geoptimaliseerd zou worden. Dat lukte niet, omdat er vervormingen in de koppeling optraden. Hun vraag was simpel: ‘waarom treden die vervormingen op en hoe kan dat worden voorkomen?’ Ik heb een model gemaakt en met simulaties gekeken wat er fout ging. Toen ik dat wist, heb ik een geprinte ondersteuning ontworpen en aangebracht in de koppeling, waardoor de vervorming verdwijnt. De meerwaarde van mijn onderzoek is dat ik aan de hand van een concreet probleem, inzichtelijk heb gemaakt wat er gebeurt tijdens het printproces. Wat gebeurt er met het materiaal en wat kun je daaraan doen? Dit onderzoek wordt nu binnen het bedrijf voortgezet. En ja, ze waren er blij mee!”

SAMENWERKEN AAN TOEPASSINGEN WAAR ONDERNEMERS IETS AAN HEBBEN

“Studenten krijgen hier de tijd en ruimte om zich te verdiepen in de materie”, besluit Rein. “Ze werken met state-of-the-art machines, onder begeleiding van professionele onderzoeksleiders. En wat dacht je van de meerwaarde van samenwerken met andere disciplines, zoals mechatronica, werktuigbouwkunde, bedrijfskunde en zorg? Zoveel verschillende invals­ hoeken om naar een probleem te kijken, zoveel kennis onder één dak; hoe mooi is dat!” Martin Stroetinga


8.

AGRO-MECHATRONICS

AGRO-MECHATRONICS IS EEN DISCIPLINE DIE ELEKTROTECHNIEK, WERKTUIGBOUWKUNDE, MEET- EN REGELTECHNIEK EN BESTURINGSTECHNIEK COMBINEERT, TOEGEPAST BINNEN DE AGRARISCHE SECTOR. HET FONTYS GREENTECHLAB IN VENLO RICHT ZICH SPECIFIEK OP AGROMECHATRONISCHE VRAAGSTUKKEN. DEZE WORDEN BEANTWOORD MET BEHULP VAN ONDERZOEK, PROCESANALYSES, ENGINEERING, PROTOTYPEBOUW OF EVENTUELE DOORONTWIKKELING. DOEL IS ALTIJD OM DE GROENE SECTOR TE HELPEN INNOVEREN.

BOER ZOEKT HIGHTECHSTUDENT Onder de agrarische ondernemers, je mag ze gerust boeren noemen, bevinden zich meer innovators dan je op het eerste gezicht misschien zou denken. Marcel Roosen, manager van het Fontys GreenTechLab, spreekt hen regelmatig. Hij vertelt: “In elke sector bevinden zich ondernemers die op zoek zijn naar innovatie. Ook in de groene sector. Maar die innovatie moet wel toekomst hebben, vernieuwingen moeten realiseerbaar zijn en haalbaar in de markt. Als hun innovatievraagstukken raakvlakken hebben met mechatronica, dan helpen wij de boeren daar meer dan graag bij.”

GTL-Wide Span Farming


9.

In het kort gezegd probeert Fontys GreenTechLab de vragen waar een agrariër in de bedrijfsvoering tegenaan loopt, te beantwoorden. Het oplossen van problemen uit de agrarische beroepspraktijk, met hulp van de kennis en kunde uit het hoger beroepsonderwijs: dat is de uitdaging. Zoals Marcel zegt: “Voor ons gelden twee crossovers: mechatronica en agro, maar ook bedrijfsleven en onderwijs.” Als een student, altijd in samenwerking met de opdrachtgever en een Fontysdeskundige, de juiste antwoorden op de vragen heeft gevonden, volgt stap twee: de verwerking van de oplossing in een functiemodel. Marcel: “Die functiemodellen maken we in het GeenTechLab, veelal met behulp van flexibele technieken, zoals elektronicaonderdelen op een bordje.” Nadat het functiemodel aantoont dat het concept functioneert zoals bedacht, volgt stap drie: een prototype. Prototypes worden vaak gezamenlijk met partners uit de regio gemaakt. Het prototype vertegenwoordigt de eerste stap van een eventueel professioneel apparaat. Op alle fronten samenwerken Niet alleen de agrarische sector en het onderwijs zijn betrokken bij het innovatieproces. “We vragen ook vaak aan bedrijven in de maakindustrie om mee te werken aan een oplossing”, aldus Marcel. “Binnen de mogelijkheden van het hoger beroepsonderwijs kunnen wij in het GreenTechLab de eerste vragen beantwoorden. Maar als we willen doorontwikkelen, doen we een beroep op onze partners uit het bedrijfsleven. Onze kennis uitwisselen met de maakindustrie, zorgt ervoor dat we ook samen met hen aan innovatie werken.” Een fraaie win-win-win-situatie.

VOOR ONS GELDEN TWEE CROSSOVERS: MECHATRONICA EN AGRO, MAAR OOK BEDRIJFSLEVEN EN ONDERWIJS

BLADOPPERVLAKTE EN DIAMETERS METEN Om gericht onderzoek te kunnen doen naar thema’s die toekomstproof en voor de studenten relevant zijn, werkt het GreenTechLab met een onderzoeksagenda. “Wij richten ons op een aantal specifieke onderzoeksdomeinen of speerpunten: internet of things, precisielandbouw, vision, biologische teelt en sinds kort insectenteelt.” Binnen het speerpunt vision is “Dorothy” ontwikkeld: een apparaat dat - heel nauwkeurig - de diameter van planten en het bladoppervlakte kan meten. Verloopt de groei van het gewas niet naar wens? Dan kan een onderzoeker aan de hand van Dorothy’s meetresultaten de omgevingsfactoren bijstellen. Of andersom: men verandert de klimaatfactoren om te zien of dat invloed heeft op de groei (of zelfs smaak) van het plantje. Marcel Roosen vertelt: “Onderzoekers van het bedrijf Botany hadden een aantal vragen over dit onderwerp. Toen we eenmaal de essentie van het probleem hadden blootgelegd zijn we gaan opbouwen. Student Martin Kloet is met vlag en wimpel afgestudeerd op dit praktijkgerichte onderzoek. Voor ons is het een uitdaging om na afronding van een project het bedrijf te blijven faciliteren met kennis en techniek. Het was dus mooi dat na deze eerste samenwerking een vervolgvraag kwam van Botany: het meten van warmtebeeld in een plant. Daar gaat een volgende student zich nu in vastbijten!”

Om de klant te bereiken gaan medewerkers van het Fontys GreenTechLab letterlijk de boer op. Ze zoeken de innovators onder de agrariërs, om uit te zoeken wat ze voor elkaar kunnen betekenen. Marcel: “Is een onderwerp voor ons het onderzoeken waard, dan koppelen we er een student en een Fontysdeskundige aan vast. Dat koppelen van studenten aan opdrachten gebeurt via een heuse sollicitatieprocedure, en dat levert oprecht geïnteresseerde studenten op. De motivatie is vaak top!”

Martin Kloet


10.

APPLIED NATURAL SCIENCES

NATUURWETENSCHAPPEN GAAN OP ZOEK NAAR DE OORSPRONG EN GEVOLGEN VAN NATUURWETTEN. ZE VORMEN DE BASIS VAN NATUURKUNDE, CHEMIE, BIOLOGIE, WISKUNDE EN TECHNOLOGIE. BIJ HET LECTORAAT APPLIED NATURAL SCIENCES VAN FONTYS HOGESCHOOL TOEGEPASTE NATUURWETENSCHAPPEN, WERKEN STUDENTEN, DOCENTEN, LECTOREN EN HET BEDRIJFSLEVEN SAMEN AAN PRAKTIJKGERICHT ONDERZOEK. DE SPEERPUNTEN ZIJN: DUNNE FILMS EN FUNCTIONELE MATERIALEN, SOLAR FUELS, DIAGNOSTIEK EN TESTEN, DUURZAME PROCESTECHNOLOGIE, KUNSTSTOFFEN EN AKOESTIEK. AAN HET WOORD: JAN BERNARDS, LECTOR THIN FILMS & FUNCTIONAL MATERIALS EN STEPHAN PETERS, LECTOR LIFE SCIENCES. PETER THÜNE IS LECTOR SOLAR FUELS.

VAN SPUTTEREN TOT SLOT DIE COATEN Op tafel ligt een lichtgevend visitekaartje gemaakt van printed electronics. Jan Bernards: ”Dit kaartje is een voorbeeld van wat wij binnen Fontys ontwikkelen. In dit geval in samenwerking met het Holst Centre op de High Tech Campus. In ons laboratorium werken studenten aan projecten, stageopdrachten of afstudeeropdrachten. Meestal samen met andere disciplines, zodat ze een probleem vanuit verschillende invalshoeken onderzoeken en oplossen. Dat is onze kracht.” Jan: “Het aanbrengen van materialen en de functionaliteit van materialen is ons uitgangspunt. Daarvoor hebben we hightechapparatuur in huis, zoals professionele inktjetprintsystemen, een zeefdrukmachine, een spincoater en een vacuümsysteem waarmee je meerdere lagen kunt opdampen en sputteren. We passen ook de techniek ‘slot die coaten’ toe, waarbij je een chemische vloeistof aanbrengt op glas, rvs of kunststof-substraten. In samenwerking met DSM hebben wij zodoende een antireflectielaag ontwikkeld, waardoor zonnecellen meer licht kunnen absorberen.”

WIJ LEVEN VAN DE VRAGEN UIT HET BEDRIJFSLEVEN

De onderzoekers krijgen regelmatig vragen uit het bedrijfsleven, zoals: ‘Is deze ene techniek met deze andere techniek te combineren?’ Jan stelt: “Van dat soort vragen leven wij. Ons onderzoek is gebaseerd op verzoeken uit de beroepspraktijk. Geen vraag binnen ons vakgebied is te gek!”


11.

DE GEPRINTE LUIDSPREKER Het lijkt letterlijk toekomstmuziek, maar niets is minder waar. Kris Marcelissen, student Technische Natuurkunde, kreeg het voor elkaar om met de zeefdrukmachine een luidspreker te printen, op een doorzichtig stukje folie van 5 bij 7 cm. Dit deed hij in opdracht van bedrijf Metafas. Kris: “Aan welke toepassingen ik denk? Misschien sprekende advertenties in bushokjes of een zingende poster aan de muur. Het voordeel van deze luidspreker is dat hij dun, flexibel en licht is. Ik denk dat er meer toepassingen zijn dan we op dit moment kunnen overzien.� Menno van Dijk, student Applied Science gaat nu verder waar Kris ophield, en werkt aan het optimaliseren van verschillende lagen in de luidspreker.

Kris Marcellisen (L) Menno van Dijk (R)


12.

APPLIED NATURAL SCIENCES

ROOD, WIT EN GROEN … LIFE SCIENCES! Life Science is het onderzoeksgebied dat onderzoekt op welke manier organisch leven toegepast kan worden in producten en productie­processen. Life Science is verdeeld in rood voor gezondheidszorg, wit voor industrie en groen voor agrarisch producten. Stephan Peters, lector: “Wij richten ons op dit moment vooral op rode Life Science, dus op medische zaken.”

Stephan: “We doen veel onderzoek naar diagnostiek en testen. Hoe kun je ziektes diagnosticeren en op welke manier kan een test daarbij helpen? Bijvoorbeeld: het detecteren van antilichamen in bloed. Daarvoor ontwikkelen we, samen met universiteiten, bedrijven en ziekenhuizen een ‘lab on a chip’. Op dit moment zijn we samen met een ziekenhuis ook bezig met een project over antibioticaresistentie. Waar ontstaat het, hoe verspreidt het zich en wat kun je daartegen doen? Dan kun je bijvoorbeeld denken aan het aanbrengen van antimicrobiële coatings. Dit zorgt voor een betere hygiëne en minder infecties. Een mooie combinatie van biologie en techniek. Het zijn deze verbindingen die zorgen voor toepassingen waar de maatschappij iets aan heeft.”


13.

Gea Resoort

ANTILICHAMEN OP JE SMARTPHONE Gea Resoort is student Applied Science. ”Ik ontwerp een Point-of-care device. Daarmee kun je een laboratoriumtest uitvoeren in de buurt van een patiënt. Deze test kan antilichamen in het bloed aantonen, zodat je ziektes kunt opsporen of de effectiviteit van een therapie kunt volgen. Als er antilichamen in het bloed aanwezig zijn, wordt er een lichtsignaal gegenereerd dat eenvoudig met de smartphone gedetecteerd kan worden.

Point of care device

BEDRIJVEN ZIJN VAN HARTE WELKOM OM TE BESPREKEN WAT WIJ VOOR HEN KUNNEN BETEKENEN

Tot nog toe konden deze testen alleen in een laboratorium uitgevoerd worden, maar als het ons lukt om in het device bloed en bloedplasma te scheiden, dan kunnen huisartsen deze test in de toekomst zelf doen. Hetzelfde soort device kun je ook gebruiken om ontstekingen op te sporen. Dan kunnen huisartsen snel aantonen of een patiënt keelontsteking heeft of verkouden is. Best belangrijk: in het ene geval is antibiotica nodig en in het andere geval rust.”


14.

BIG DATA

NOOIT EERDER WAREN ER ZOVEEL DATA BESCHIKBAAR EN DE TOEGEVOEGDE WAARDE VAN DEZE DATA STAAT AL LANG NIET MEER TER DISCUSSIE. BINNEN DE SPECIALISATIE ICT & APPLIED SCIENCES VAN FONTYS LEREN STUDENTEN BIG DATA TE VERZAMELEN, OPSLAAN, ANALYSEREN EN INTERPRETEREN. ZE LEVEREN HIERMEE EEN BIJDRAGE AAN BEDRIJVEN EN ORGANISATIES, ZODAT ZIJ MEER RENDEMENT UIT HUN DATA KUNNEN HALEN. WANT DE VRAAG IS NIET ÓF BEDRIJVEN EN INSTELLINGEN AAN BIG DATA MOETEN DOEN, MAAR HÓE.

WAARDEVOLLE DATA VERZILVEREN “Data in motion, daar gaat het bij Big Data over. Recente informatie en recente ontwikkelingen”, legt Gerard Schouten, lector Data Science uit. “Data die continu wordt aangevuld. Neem de Bonuskaart van Albert Heijn. Via deze kaart ontvangt AH informatie over klanten, waaruit ze koopgedrag afleiden. Zo kan de grootgrutter gericht reclame versturen of aanbiedingen doen. En wat gebeurt er als je creditkaart wordt gestolen? De kaart wordt op een vreemde plek gebruikt en er ontstaat een ander patroon in de data. Daarvan krijg je als klant een melding. Of wat te denken van een zelfrijdende auto? Die moet nú over de juiste informatie beschikken. Zijn er voetgangers, zit er een gat in de weg? De gegevens die via camera’s en sensoren binnenkomen, moeten ‘real time’ verwerkt worden. Daarmee kun je geen minuut wachten.”

Leo van Schooten


15.

BIG DATA EN GESTOLEN AUTO’S Fontys werkt op het vakgebied Data Science samen met grote bedrijven zoals Philips Healthcare, maar ook met start- en scale-ups in de regio. Gerard: “De hoeveelheid data die opgeslagen wordt, groeit exponentieel. En overal in de wereld vindt een voortdurende stroom van die gegevens plaats. Het is de kunst om uit die berg aan data de juiste informatie te halen en die effectief te gebruiken. Dat kan voor een bedrijf of instelling hét verschil maken.”

Leo van Schooten is vierdejaars student ICT en software engineer. Hij volgde een minor bij het bedrijf 8vance, een hightechstartup die het eerste matching platform heeft ontwikkeld voor talenten en recruiters. Op hun platform doet een virtuele assistent genaamd AIMA (Automatic Intelligent Matching Agent) het werk. AIMA is gebaseerd op 8vance’s matching technologie.

Patronen herkennen Studenten van Fontys hebben up-to-date kennis over hoe ze deze data kunnen verzamelen en opslaan, met schaalbare ICT-oplossingen. Ze weten wat datakwaliteit inhoudt. Ze kennen de algoritmes om vanuit ruwe data patronen te herkennen en ze zijn in staat om de resultaten te visualiseren en te interpreteren.

Leo:“8vance is een prachtig bedrijf met veel kennis in huis. Wij kregen de opdracht om gestolen auto’s terug te vinden. Je kunt via internet zoeken naar modellen en kentekens. Maar je kunt ook werken met afbeeldingsherkenning. Kun je auto’s terugvinden op basis van model, kleur, en specifieke kenmerken, zoals krassen en deuken? Of zijn er specifieke kenmerken in de omgeving waarin de auto is gefotografeerd? Wij hebben het begin gemaakt met een afbeeldingsherkenningssysteem.

HET IS DE KUNST OM UIT DE BERG AAN DATA DIE IEDER MOMENT OP ONS AFKOMT, DE JUISTE INFORMATIE TE HALEN EN EFFECTIEF TE GEBRUIKEN Gerard: “We zijn bezig om dit nieuwe vakgebied verder uit te bouwen en dat doen we graag samen met het bedrijfsleven. Liefst in de vorm van een uitdagende opdracht waarbij een bedrijf data aan een student geeft. De samenwerking zorgt ervoor dat we dit vak verdiepen en versterken. Daar kunnen we allemaal ons voordeel mee doen.”

Of het werkte? Gedeeltelijk. Je moet zo’n systeem steeds verder uitbouwen en verfijnen, daar is tijd voor nodig. Ons ‘product’ was een adviesrapport voor 8vance, waarmee ze weer verder kunnen.”


16.

BUSINESS ENTREPRENEURSHIP

SPEERPUNTEN BIJ BUSINESS ENTREPRENEURSHIP ZIJN ONDERNEMERSCHAP, INNOVATIE EN OPERATIONAL EXCELLENCE. DIT LECTORAAT DOET PRAKTIJKGERICHT ONDERZOEK NAAR BEDRIJFSKUNDIGE VRAAGSTUKKEN EN MAAKT DEEL UIT VAN FONTYS HOGESCHOOL BEDRIJFSMANAGEMENT, EDUCATIE EN TECHNIEK. HIERONDER VALLEN OPLEIDINGEN OP HET GEBIED VAN TECHNISCHE BEDRIJFSKUNDE EN BEDRIJFSMANAGEMENT IN HET MIDDEN- EN KLEINBEDRIJF.

ONDERNEMERS OPLOSSINGEN BIEDEN DIE HUN BUSINESS VOORUIT HELPEN “Wat kan het lectoraat Business Entrepreneurship betekenen voor het bedrijfsleven?” Ger Post is lector Business Entrepreneurship en geeft het antwoord. “Twee dingen: allereerst richten we ons op bestaande bedrijven die bezig zijn met nieuwe producten, nieuwe diensten en nieuwe technologie. Samen met hen bekijken we hoe we productieprocessen zo efficiënt mogelijk kunnen inrichten. Daarnaast helpen wij startups om hun nieuwe bedrijf op te richten.” Sjors Bakx (M) en Rave Al-Chamary (R) in het Catharina Ziekenhuis


HET ONDERSTEUNEN VAN STARTUPS Bedrijven zijn continu bezig met verbetering. Ger: “Als er een nieuw product op de markt wordt gebracht, moet dat sneller geleverd kunnen worden, kwalitatief beter zijn dan voorheen of dan andere producten en het moet steeds goedkoper geproduceerd of geassembleerd kunnen worden. De slotsom is: het moet telkens beter, goedkoper, sneller en slimmer. Bedrijven moeten continu innoveren om te kunnen overleven.” Dat innoveren kan op verschillende manieren, maar het kan niet zonder samenwerking. Als hulp van buitenaf wordt ingeschakeld, kan Fontys in beeld komen. Bijvoorbeeld als een onderneming wil onderzoeken of het inzetten van nieuwe technieken lonend is, zoals robotica of 3D-printen. De nadruk van het onderzoek ligt enerzijds op het slim inrichten van een fabriek, maar ook op de vraag hoe je van nieuwe technieken een gezond verdienmodel maakt. “Op welke manier je dat het beste kunt doen, is vaak een zoektocht. Wij slaan de brug tussen techniek en bedrijfskunde,” aldus Ger. Veel afstudeerders die werken voor Business Entrepreneurship, zijn met dit soort vraagstukken bezig. Bij kleine maar ook grote bedrijven zoals VDL, KNWE, Frencken Group, Philips, ASML, FEI en toeleveranciers. “We zoeken structurele samenwerking met bedrijven die open staan voor innovaties,” concludeert Ger Post.

WIJ ZOEKEN UIT OF JE VAN NIEUWE TECHNIEKEN OOK EEN GEZOND VERDIENMODEL KUNT MAKEN

Foutmarges omlaag bij Shapeways Een mooi innovatievraagstuk kwam van Shapeways, de grootste 3D-printservice en community in de wijde omgeving. Ger: “Shapeways vervaardigt onder andere kunststofproducten, voor veel verschillende klanten. Deze producten worden geprint op printbedden, waar honderden verschillende producten van uiteenlopende opdrachtgevers bij elkaar liggen. Omdat het soms lastig is te achterhalen welk product bij welke order hoort, hebben ze ons gevraagd te onderzoeken hoe die foutmarge naar beneden kan. Een Fontysstudent heeft onderzocht op welke manier het productieproces aangepast kan worden, zodat het juiste product bij de juiste klant terechtkomt. Shapeways was zeer tevreden over het resultaat.”

Het lectoraat Business Entrepreneurship helpt ook startups om hun bedrijf in de markt te zetten. Enthousiaste startups, zoals die van de studenten werktuigbouwkunde Sjors Bakx en Rave Al-Chamary. Sjors: “Het begon met een arts, die zich afvroeg of het meten van de urinesproductie bij bedlegerige patiënten geautomatiseerd kon worden. Dit meten gebeurt nu handmatig, kost veel tijd en de kans op meetfouten is groot. In eerste instantie werd er gezocht naar een meetinstrument. Het bouwen van het prototype is ons vakgebied, maar het maken van een businesscase niet. Dat vonden we juist interessant. Dus hebben we het ziekenhuis gevraagd wat zij zouden doen als ze dit meetinstrument eenmaal als prototype hadden. Wat zou dan hun volgende stap zijn?” Rave: “Daarover hadden ze nog niet nagedacht. Wij hebben voorgesteld dat wij deze vervolgstappen gaan zetten, samen met het ziekenhuis. We zijn onze eigen onderneming gestart en we studeren nu af in ons eigen bedrijf. Daarbij hebben we steun gekregen van dit lectoraat, bijvoorbeeld met het aanvragen van benodigde subsidies. De volgende stap? Afstuderen en ons product in de markt zetten!”

17.


18.

BUSINESS SERVICE INNOVATION

ER IS GEEN PROVINCIE IN NEDERLAND WAAR INWONERS LETTERLIJK EN FIGUURLIJK ZO VAAK OVER DE GRENS KIJKEN ALS LIMBURG. DAT IS MISSCHIEN DE REDEN WAAROM DE INTERNATIONAL BUSINESS SCHOOL IS GEVESTIGD OP DE CAMPUS VAN FONTYS VENLO. LECTOR BART NIEUWENHUIS LEIDT DAAR ONDERZOEK DAT ZICH TOESPITST OP KANSEN VOOR HET MIDDEN- EN KLEINBEDRIJF OM DE ECONOMISCHE GROEI IN LIMBURG TE STIMULEREN. ZIJN ONDERZOEKSVELD RICHT ZICH OP BUSINESS SERVICE INNOVATIE, WAAR ALLES DRAAIT OM HET CO-CREËREN EN CO-PRODUCEREN VAN WAARDE, MET BEHULP VAN DIENSTEN.

DE STEVIGE TREND DIE SERVITISEREN HEET

Meerwaarde creëren voor het mkb door het aanbieden van diensten Kenmerkend voor Noord- en Midden-Limburg zijn de vele middenen kleinbedrijven in de maakindustrie, logistiek en agrofood. Samen zijn ze goed voor 60% van de lokale economische bedrijvigheid. Bart Nieuwenhuis: “Er is al een tijdje een stevige trend gaande waarbij bedrijven meerwaarde creëren door naast hun producten ook diensten te gaan verlenen. Deze ontwikkeling wordt ‘servitisering’ genoemd. Het klinkt misschien gemakkelijk en logisch, maar er komt nogal wat bij kijken. Het betekent dat je als bedrijf een totaal ander businessmodel gaat hanteren met een nieuwe focus.” “Er zijn drie belangrijke redenen voor servitisering”, legt Bart uit. “Het eerste motief is economisch en heeft te maken met het feit dat de maakindustrie moeilijk kan concurreren met lagelonenlanden. Gemiddeld gesproken is de


19.

marge op dienstverlening hoger. Dus dat maakt het aantrekkelijk. Daarnaast is het een gegeven dat er meer bestaande apparaten in gebruik zijn dan nieuwe. Er valt dus ook iets te verdienen aan onderhoudsdiensten.” Bart: “De tweede reden is strategisch van aard. Voor bedrijven is klantenbinding interessant. Neem Nespresso. Ze verkopen een koffiezetapparaat dat niet al te duur is. Ze verdienen vooral met de verkoop van cups. Zo ontstaat er een soort ‘lock in effect’ dat erg lucratief kan zijn. Het laatste motief gaat over duurzaamheid en eigendomsrechten. Wasmachinefabrikanten verkopen geen wasmachines meer, maar laten klanten betalen voor het gebruik ervan. Als de wasmachine uiteindelijk de geest geeft, neemt de producent de machine weer terug en hergebruikt de onderdelen.” Zullen wij de postkamer runnen? Een goed voorbeeld van servitisering in de praktijk is volgens Bart de printerindustrie. “Ze leveren printers en onderdelen maar ook dienstverlening in de vorm van onderhoud. Een volgende stap zou kunnen zijn dat ze een gedeelte van het bedrijfsproces overnemen en de postkamer gaan runnen. Zo kun je je ook voorstellen dat agro- en foodbedrijven de retail overslaan en zelf hun producten gaan verkopen. Je ziet het ook bij de ‘value added services’, waar logistieke bedrijven assemblagewerkzaamheden verrichten omdat er toch al overslag van producten plaatsvindt. Het ligt allemaal in de lijn die ook ingezet is door multinationals zoals Philips: ze verkopen geen lampen meer, maar licht per lux.”

BUSINESS SERVICE INNOVATION HELPT BIJ HET ONTWIKKELEN VAN DIENSTEN EN HET CREËREN VAN NIEUWE MOGELIJKHEDEN

SERVITIZATION, STUDENTEN EN DE MARKT Het lectoraat verzorgt een engelstalige specialisatie in het vierde jaar van de studie ‘International Business & Management Studies’. Als onderdeel van die specialisatie ontwikkelen internationale studententeams tijdens projectweken een servitization concept voor ondernemers uit de regio. Zo hebben Fontysstudenten samen met studenten van een bezoekende Deense hogeschool in twee weken tijd servitization- en marketingconcepten ontworpen voor Ingenieursbureau Volantis, Opticon Agro Systems en Bruynzeel Storage Systems. Er vinden ook regelmatig afstudeerprojecten plaats bij maakbedrijven in de regio. Studenten onderzoeken dan of en in welke markten servitization concepten kunnen worden omgezet in levensvatbare nieuwe businessmodellen. “Op dit moment werkt een van onze studenten aan een opdracht bij ‘Füldner Machines B.V., een firma die door heel Duitsland glasbewerkingsmachines verkoopt. De student onderzoekt welke mogelijkheden de installed base in Duitsland kan bieden”, aldus Bart Nieuwenhuis.


20.

DISTRIBUTED SENSOR SYSTEMS

ELEKTROTECHNISCHE TOEPASSINGEN ZIJN NIET MEER WEG TE DENKEN UIT ONS LEVEN. STUDENTEN ELEKTROTECHNIEK VAN FONTYS LEREN OM ELEKTRONISCHE TOEPASSINGEN TE ONTWERPEN EN TE MAKEN VOOR CONSUMENTENAPPARATUUR, HET BEDRIJFSLEVEN, DUURZAME ENERGIEOPWEKKING OF DE GEZONDHEIDSZORG. BINNEN DE OPLEIDING IS ONDERZOEKSLIJN DISTRIBUTED SENSOR SYSTEMS ACTIEF. HIER WERKEN STUDENTEN, DOCENTEN, BEDRIJFSLEVEN EN ZORGINSTELLINGEN SAMEN OM DATA, DIE OVERAL GEMETEN EN VERZAMELD WORDT, OP TE WAARDEREN TOT NIEUWE KENNIS.

METEN EN WETEN MET HULP VAN SENSOREN Op Wikipedia wordt het begrip sensor uitgelegd als een kunstmatige uitvoering van wat de bio­ logie een zintuig noemt. Geert Langereis is onderzoeksleider van het vakgebied Distributed Sensor Systems. ”Met een sensor neemt een machine de omgeving waar, meet en verzamelt data. Die data en kennis stellen we vervolgens beschikbaar aan beslissingssystemen, waarmee we de wereld om ons heen beter kunnen begrijpen en zo nodig aanpassen.”

Roel van der Broek


21.

Kenmerkend voor dit onderzoeksgebied is de integratie van onderwijs in de praktijk. “Mijn rol kun je zien als verbinder”, aldus Geert. “De kennis die voortkomt uit projecten geef ik terug aan de opdrachtgever én aan het onderwijs, waardoor projecten steeds meer waard kunnen worden voor alle belanghebbenden.”

MET EEN SENSOR NEEMT EEN MACHINE DE OMGEVING WAAR, MEET EN VERZAMELT KENNIS Sensortechnologie is een expertisegebied met veel toepassingen. Geert: “Studenten leren hier om een complete ontwerpcyclus te doorlopen. Ze bedenken specificaties en maken een concept dat ze vervolgens testen. Uiteindelijk leveren ze een ‘prototype’ of een product waar gebruikers daadwerkelijk iets aan hebben. Je zou het ‘hardware’ kunnen noemen.” Gemoedstoestand meten met een armband Een mooi voorbeeld van een project dat binnen dit onderzoeksgebied is gedaan, komt voort uit samenwerking met stichting Severinus uit Veldhoven. Severinus is een zorgorganisatie voor mensen van jong tot oud met een verstandelijke of meervoudige beperking. Geert: “Als volwassen cliënten gestrest raken en vervolgens in hun onrust om zich heen gaan slaan, kan dat voor de verpleging bedreigend zijn. Een kind kun je omarmen en rustig krijgen. Bij een volwassene is dit soms fysiek onmogelijk. Uit dit praktijkprobleem ontstond voor ons een fraaie onderzoeksvraag: is er een manier waarop je kunt meten of en wanneer een cliënt onrustig wordt? We hebben hieraan gewerkt tijdens meerdere projecten voor vierdejaars studenten, met als resultaat dat de verpleging nu met een armband kan meten of een cliënt nerveus en onrustig wordt en daardoor meer gaat bewegen. Omdat de zorgverleners hier met behulp van sensoren in een vroeg stadium van op de hoogte worden gebracht, kunnen ze beter op het gedrag anticiperen.” Het project gaat nog verder. “We kunnen inmiddels voldoende lichaamssignalen meten om in het laboratorium een indruk van de gemoedstoestand te krijgen, maar we zijn nog niet zo ver dat een systeem automatisch aan kan geven wanneer een cliënt in de gevarenzone komt”, aldus Geert.

SENSOREN VOOR EEN VOETPRODUCT Roel van der Broek is student elektrotechniek. Samen met zeven andere Fontysstudenten werkte hij aan een project waarbij de ‘shear forces’ in een schoen werden gemeten. Shear Forces zijn de krachten die ontstaan als een voet drukt en schuift: van voor naar achteren, van links naar rechts. Roel: “We zijn begonnen met het meten van deze krachten en na een tijd hebben we een werkend prototype ontwikkeld. Dat protoype is een meetinstrument met sensoren, dat klein genoeg is om in een schoen te passen. Fontys Paramedische Hogeschool / Team Technologie in de Zorg werkt nu verder aan meerdere toepassingen van deze sensoren, onder andere in een zogenaamde ‘slimme schoen’. Wat zo leuk is aan Distributed Sensor Systems? Met sensoren creëer je kennis. Je gaat dingen begrijpen en leren die je niet weet als je ze niet meet!” Dit project is een gefinancierd project via de RAAK-regeling (SIA RAAK MKB 05.023) waarbij hogescholen, ondernemers en publieke professionals gestimuleerd worden samen te werken aan innovatievragen.


22.

FUTURE POWER TRAIN / ELECTRIC DRIVE

NIEUWE OPLOSSINGEN VOOR ZUINIGE EN DUURZAME AUTOMOTIVE ENERGIE- EN AANDRIJFSYSTEMEN: DAAR WERKT HET FONTYSLECTORAAT FUTURE POWER TRAIN AAN. POWERTRAIN ZOU JE KUNNEN VERTALEN ALS AANDRIJFLIJN. LECTOR RIK BAERT TREKT HET WAT BREDER EN OMSCHRIJFT HET ALS AUTONOOM VOORTBEWEGENDE SYSTEMEN. HET LECTORAAT ONDERZOEKT VOORAL VRAAGSTUKKEN OMTRENT ENERGIEVERBRUIK EN MOTORMANAGEMENTSYSTEMEN, LIEFST IN SAMENWERKING MET HET MIDDEN- EN KLEINBEDRIJF IN DE REGIO.

DUURZAAM, COMFORTABEL EN ZUINIG VOORTBEWEGEN Het werkt aanstekelijk, de geestdrift waarmee lector Rik Baert vertelt. “Er is geen tak in de technologie waar zoveel vernieuwingen plaatsvinden als in de automotive. Dus moeten wij op de hoogte blijven van de laatste kennis, de recentste trends en de nieuwste ontwikkelmethodes die bij bedrijfsleven en industrie aanwezig zijn. Voor ons is relevant te weten: wat speelt er, kunnen studenten een bijdrage leveren aan onderzoek en ontwikkeling en kunnen zij helpen antwoorden te vinden op vragen die er zijn? We halen op die manier kennis uit het bedrijfsleven om de bedrijven vervolgens te kunnen voorzien van goed opgeleide nieuwe werknemers. Dat is het idee, in a nutshell.”


23.

De onderzoekers zijn de laatste tijd vooral bezig met energiehuishouding. Rik vertelt: “Auto’s moeten zo zuinig mogelijk rijden. Dit uitgangspunt is nog belangrijker geworden sinds er elektrisch gereden wordt. Een gewone brandstoftank neemt weinig plaats in beslag en je kunt er een flink eind mee rijden. Een batterij daarentegen kost meer, weegt meer en je kunt er minder kilometers mee maken. Dat betekent zuinig omspringen met de energiehuishouding, zodat je energie kunt besparen en rijafstanden kunt vergroten. Hoe? Bij dat soort vraagstukken willen studenten van Future Power Train graag helpen.” Lekker warm in de bus Een mooi voorbeeld van een onderzoek vindt plaats in de regio Eindhoven, waar sinds 2016 de grootste elektrische personenbusvloot van Europa rondrijdt. Maar liefst 43 innovatieve VDL Citea’s SLFA-bussen rijden elektrisch, stoten geen schadelijke stoffen uit en maken veel minder geluid dan reguliere bussen. Studenten van Future Power Train hebben de warmtehuishouding gemonitord. Rik: “Een bus met een verbrandingsmotor produceert energie en warmte. Die warmte kun je via het koelwatersysteem gebruiken om de lucht in de bus te verwarmen. Batterijen daarentegen, produceren heel weinig warmte en als je er warmte mee opwekt, verbruikt dit een groot deel van de batterij. Hoe zorg je ervoor dat passagiers ook ‘s winters warm reizen en op hun bestemming aankomen zonder dat de bus tussentijds hoeft op te laden?”

DE OPLOSSING KWAM UIT DE BOUW WAAR ZE MET BEHULP VAN WARMTE­POMPEN HUIZEN VERWARMEN “In het kader van het RAAKPRO project QinE (gefinancierd door SIA) hebben wij in kaart gebracht hoeveel energie het kost om de bus op te warmen. Tegelijkertijd zijn we op zoek gegaan naar andere manieren van warmte genereren. De oplossing kwam uit de bouw, waar ze met warmtepompen huizen verwarmen. Samen met het bedrijfsleven onderzoeken we nu hoe we deze technologie kunnen toepassen in de bus.”

DE PIZZA OP TIJD BEZORGD Future Power Train werkt samen met grote bedrijven als DAF en VDL, maar zoekt ook samenwerking met het midden- en kleinbedrijf. Rik: “We hebben onderzoek gedaan voor een producent die elektrische scooters maakt voor pizzabakker Domino’s. De vraag luidde: ‘hoe weet de bestuurder precies hoe ver hij of zij nog kan rijden?’ Dat is van veel factoren afhankelijk, bijvoorbeeld van tegenwind en het gewicht van de rijder. Wij hebben een systeem ontworpen dat de resterende reikwijdte van de scooter in real-time kan inschatten. Hiervoor worden continu metingen verricht aan de batterij, de motor. Deze data worden gecombineerd met weergegevens en ritgegevens, zoals GPS-data. Zo kunnen de pizza’s op tijd bezorgd worden!” “Als ik een open uitnodiging mag doen: een producent van warmtepompen of van onderdelen zoals warmtewisselaars is bij ons van harte welkom. Wat wij uit onderzoek bij de VDL-bussen hebben gehaald, kan voor die bedrijfstak heel interessant zijn. Er zijn zoveel toepassingen te bedenken... Ik zou zeggen: ondernemers, neem contact op en kom eens praten!”


24.

HEALTH AND TECHNOLOGY

BINNEN HET FONTYS EXPERTISECENTRUM GEZONDHEID, ZORG EN TECHNOLOGIE (EGT) WERKEN HOGER ONDERWIJS, INSTELLINGEN, PROFESSIONALS ÉN HET BEDRIJFSLEVEN IN DE BRAINPORTREGIO SAMEN AAN TECHNOLOGISCHE INNOVATIES DIE BIJDRAGEN AAN EEN BETERE GEZONDHEID. DAARBIJ SLAAT HET CENTRUM DE BRUG TUSSEN DE BEHOEFTE IN HET WERKVELD VAN GEZONDHEID, DE KUNDE IN HET BEDRIJFSLEVEN EN DE KENNIS IN HET ONDERWIJS, OM TE KOMEN TOT NIEUWE INZICHTEN EN INNOVATIES IN HET BELANG VAN DE BURGER OF CLIËNT.

GEZONDHEID EN TECHNIEK HEBBEN ELKAAR HARD NODIG

Student Sjoerd Haynes (L) en onderzoeker Joost van Hoof (R) met de slimme schoen

Eigen regie op je gezondheid en langer thuis blijven wonen: het zijn belangrijke vertrekpunten als het gaat om de noodzaak van innoveren in de zorg. Wanneer er sprake is van een beperking of ziekte, komt de nadruk steeds meer te liggen op leefstijl, preventie en (zo lang mogelijk) voor jezelf zorgen. Enerzijds omdat er minder druk moet komen te liggen op de zorg. Anderzijds omdat we willen toewerken naar een samenleving waarin mensen zich gezonder voelen. Voor dit soort complexe vraagstukken moeten vernieuwende oplossingen worden gezocht. Techniek kan bijdragen aan het oplossen van deze vraagstukken en helpen de zorg te innoveren. En dat is precies het domein waarop het Fontys Expertisecentrum voor Gezondheid, Zorg en Technologie zijn aandacht richt.


25.

SLIMME SCHOENEN Een van de programmamanagers van het expertise­ centrum is Lieky van Beek. Ze stelt: “De vraagstukken waarmee deze sector te maken heeft, kunnen bijzonder complex zijn. Het formuleren van een zuivere vraag is vaak een uitdaging op zich. Maar wel het juiste startpunt. Om een goede vraag te kunnen stellen, moet een techneut gevoel hebben voor zorg, en andersom moet iemand uit de zorg met technisch inzicht naar een vraagstuk kunnen kijken. We werken op het snijvlak van gezondheid, zorg en technologie. Waarbij we bij technologische innovaties altijd kijken naar de sociale veranderingen die nodig zijn om die innovaties te laten werken.” Het expertisecentrum is een samenwerkingsverband dat verbindingen legt tussen het onderwijs en onderzoek van acht Fontysinstituten en de buitenwereld. De onder­ zoeksvragen die het expertisecentrum op dit moment krijgt, komen van zorginstellingen zoals verpleeg- en ziekenhuizen, en uit het bedrijfsleven. Techniek in de zorg: van simpel tot geavanceerd Techniek in de gezondheidszorg kan tal van vormen aannemen. Van een app die het stressniveau van een cliënt bijhoudt, tot een complete zorgrobot. Daarnaast spelen sensoren, big data en virtual reality een steeds belangrijkere rol.

Een veelvoorkomend gevolg van diabetes is een verminderd gevoel in de voet, waardoor wondjes ontstaan die men niet opmerkt. Aannemelijk is dat die wondjes verergerd worden door wrijf- en drukkrachten in de schoen. Lieky: “Binnen Fontys ontwikkelen we sensortechnologie voor de schoen, die onder de voet de hoogte van de druk en grootte van wrijvingskrachten meet, bij een voet in beweging. Dat is best ingewikkeld. Maar als het lukt, kunnen we aan de behandelaar en de ontwerper van de schoen informatie geven over persoonlijke druk- en wrijfkrachten van voeten. Dat kan een heleboel voetenleed voorkomen. Overigens kan een variant op deze sensortechnologie in schoenen ook een rol spelen bij het terugvinden van zoekgeraakte spullen in een verpleeghuis. Dit onderzoeken we binnen het SIA-RAAK project SCHAT (Smart Care Home Assistive Technologies).” Het orthopedisch schoenbedrijf Wittepoel is betrokken bij de ontwikkeling van de slimme schoen. Directeur Rob Verwaard van Wittepoel vertelt: “Wij werken graag met Fontys samen, omdat we het belangrijk vinden nieuwe kennis te ontwikkelen voor de orthopedisch technische praktijk en jong talent een plek willen geven in onze beroepsgroep.”

SLIMME VLOER Een onderzoek waarvoor het expertisecentrum de verbindende factor is, richt zich op sensoren in vloeren. Een van de onderzoekers, Joost van Hoof: “Als ouderen vallen, krabbelen ze meestal wel weer op en hoor je er niets meer van. Maar als een vloer detecteert hoe vaak iemand valt en op welke manier, helpt dat om inzicht te krijgen in valgedrag.” Een dergelijke ‘slimme vloer’ van Tarkett ligt nu in verpleeghuis Vonderhof van Vitalis WoonZorg Groep. “We werken graag mee aan nieuw praktijkgericht onderzoek naar de mogelijkheden hiervan voor bewoners en zorgprofessionals.”


26.

HIGH TECH EMBEDDED SOFTWARE

De voetbalrobot van Robocup MidSize League

DE FONTYS ONDERZOEKSGROEP HIGH TECH EMBEDDED SOFTWARE DOET PRAKTIJKGERICHT ONDERZOEK OP HET GEBIED VAN SOFTWARETECHNOLOGIE. DE FOCUS LIGT OP TWEE GEBIEDEN: 1. ROBOTICA: GERICHT OP HET ONTWIKKELEN VAN SOFTWARE VOOR (MOBIELE) ROBOTS. 2. INTERNET OF THINGS, GERICHT OP HET VEILIG VERZENDEN VAN DATA IN NETWERKEN MET EEN LAAG ENERGIEVERBRUIK. EMBEDDED SOFTWARE SYSTEMEN ZIJN COMPLEX. BELANGRIJK DOEL VAN DE ONDERZOEKGROEP IS DEZE COMPLEXITEIT BEHEERSBAAR TE MAKEN.

DE COMPLEXITEIT VAN EMBEDDED SYSTEMEN BEHEERSBAAR MAKEN Praktijkgericht onderzoek levert voor bedrijfsleven en onderwijs expertise op. Dat is natuurlijk belangrijk, stelt onderzoeksgroepleider Teade Punter, maar hij benadrukt dat de rol van intermediair minstens even waardevol is. “Fontys is een kennispartner. Door bedrijven te laten samenwerken, kunnen we kennis combineren en gezamenlijk veel complexere problemen aanpakken dan alleen.”

Teade Punter (L) En Wim Hendriksen (R)


27.

HOE ZORGEN WE DAT HET INTERNET OF THINGS ENERGIEBEWUST OPEREERT? Teade steekt van wal over het praktijkgerichte onderzoek dat studenten en docenten uitvoeren, in opdracht van bedrijven. “Dat onderzoek leidt tot Proofs of Concepts van kleine stukjes technologie. Die maken het voor ondernemers gemakkelijker om een haalbaarheidsstudie te doen, waarin ze kunnen onderzoeken of het breeduit implementeren van een innovatieve technologie in hun bedrijfsvoering interessant is.” Teade noemt als voorbeeld: “Een ondernemer met een magazijn kan mobiele robotica inzetten voor het interne transportsysteem. Wij onderzoeken manieren om de benodigde software zo te programmeren, dat die robots netjes hun werk doen en veilig samen rondrijden. Daarnaast wil de ondernemer een gebruiksvriendelijk systeem hebben. Dus denken wij ook op dat front mee.” De voetbalrobot als industriële innovator Wim Hendriksen is de voormalige lector Architectuur van Embedded Systemen. Hij vult aan: “Wij richten ons op samenwerkende robots en gebruiken voetbalrobots om te experimenteren met de bijbehorende technologie. De ervaring die we opdoen, helpt bij het oplossen van vergelijkbare vraagstukken uit het bedrijfsleven.” Deze voetbalrobots doen mee in de Robocup Mid Size League. Daarvoor werkt de onderzoeksgroep samen met bedrijven uit het midden- en kleinbedrijf, zoals software- en hardwareontwikkelaars en toolbouwers. Binnen dit ‘hobbyproject’ combineren ze kennis, pakken samen complexe problemen aan en verwerken de opbrengsten daarvan in hun eigen (industriële) projecten. Teade: “Fontys is hier de kennismakelaar die de krachten bundelt.” Een veilig en zuinig Internet of Things Bij het Internet of Things worden alledaagse voorwerpen verbonden met het internet, waardoor ze gegevens kunnen uitwisselen. Teade: “Met sensoren kun je bijvoorbeeld temperatuur, luchtvochtigheid, CO2 en fijnstof meten. Als die sensoren in kastjes (things) zitten en je koppelt die aan internet, komt er een wereld

aan data vrij. Maar dat kan problemen met veiligheid en privacy opleveren. Plus de kwestie: hoe zorgen we dat de keten van things energiebewust opereert? Onze centrale vraag is: hoe maken we het netwerk zo, dat we op een veilige manier de goede data verkrijgen, tegen het laagst mogelijke energieverbuik?”

BRANDWEERMANNEN TRACEREN Een mooi praktijkvoorbeeld van ‘veilig netwerken opbouwen’ kwam voort uit een vraag van de brandweer. Ze wilden hun mannen en vrouwen kunnen traceren in een brandend gebouw, ook als het netwerk daarbinnen plat lag. De onderzoeksgroep maakte een sensornetwerk, dat ter plekke door brandweerlieden kon worden opgebouwd, als zij om de paar meter een ‘kruimel’ lieten vallen, à la Hans en Grietje. “De expertise die we hierbij hebben opgedaan, is ontzettend waardevol voor toekomstig onderzoek.” aldus Wim.

Cirkel rond De onderzoeksgroep richt zich op software maken voor hardware. De gegevens die vervolgens via metingen met sensoren en via het Internet of Things vrijkomen, moeten worden geïnterpreteerd. Daar komt het kennisgebied Big Data in beeld, dat analysetools inzet om uit de berg bits de juiste informatie te halen. Teade: “We willen de kennis over het genereren van data in Internet of Things-toepassingen weer gebruiken bij het ontwikkelen van robots. Zo maken we steeds opnieuw de cirkel rond!” Tijd vooruit De onderzoeksgroep kijkt een aantal jaar vooruit. Ze zoekt naar (latente) vragen bij de regionale industrie en overheden met een grote ICT&Technology component. Wim: “Een aantal bedrijven in de omgeving is ver met automatisering, denk aan industrie 4.0 of smart industries. Wij onderzoeken wat er gebeurt als je nóg een paar stappen verder zet. Welke problemen gaan dan spelen?”


28.

INTERACTION DESIGN

Jesper Verbeek

HET ONDERZOEKSGEBIED INTERACTION DESIGN IS ONDERDEEL VAN FONTYS HOGESCHOOL ICT. LECTOR MARK DE GRAAF VERWOORDT HET ALS VOLGT: ‘INTERACTION DESIGN GAAT OVER DE MANIER WAAROP WE MENSEN KUNNEN VERBINDEN MET DE ENORM INGEWIKKELDE COMPLEXE TECHNOLOGISCHE WERELD OM ONS HEEN. HOE BRENG JE EEN BETEKENISVOLLE RELATIE TOT STAND, WAARDOOR MENSEN ZICH IN DEZE WERELD THUIS VOELEN EN TECHNOLOGIE KUNNEN INTEGREREN IN HUN LEVEN.”

DE BOEIENDE INTERACTIE TUSSEN MENS EN TECHNOLOGIE Als Mark de Graaf uitlegt wat zijn vakgebied inhoudt, maakt hij graag de vergelijking tussen auto- en paardrijden. “Het ‘ouderwetse’ Interaction Design gaat over autorijden. Je hebt een stuur, remmen en een gaspedaal. Als ik gas geef, ga ik harder. Ik weet precies wat het gevolg van een actie is. Het is anders met paardrijden. Een paard heeft een eigen wil en een eigen waarneming. Paardrijden is een samenspel tussen mens en dier en afhankelijk van veel factoren. Dat is met het hedendaags Interaction Design hetzelfde.”


29.

Naarmate de wereld en de technosfeer complexer en intelligenter worden, moeten ontwerpers nadrukkelijker op zoek gaan naar een gelijkwaardige relatie met die omgeving. Het onderzoeksgebied Interaction Design gaat over technisch ontwerpen maar nog meer over menselijk gedrag, het ondersteunen van gedrag en gedragsveranderingen. Daarbij wordt veel samengewerkt met andere disciplines, zoals Sensortechnologie en Big Data. Mark spreekt over empathische gebouwen en geeft daarbij het voorbeeld van een project dat in samenwerking met Brabantzorg wordt opgezet. “Cliënten die op een psychogeriatrische afdeling verblijven, raken soms de weg kwijt en lopen de verkeerde kamer binnen. Wij willen een slimme omgeving ontwerpen die cliënten ondersteunt en de weg wijst. Bijvoorbeeld met licht of geluid, afgestemd op en passend bij de individuele cliënt.” Alleen therapie als het nodig is Een ander project dat het lectoraat in samenwerking met de TU/e, de universiteit van Tilburg en de GGzE is gestart, gaat over therapie op afstand. Mark: “Met dit onderzoek verkennen we de toekomst van eHealth. De verwachting is dat cliënten in de toekomst therapie krijgen, op het moment dat dat het meest nodig of effectief is. Een horloge die biomedische data meet, zoals hartslag, beweging, nachtrust of stress, kan aangeven hoe het met een cliënt gaat. Aan de hand van die gegevens kan een therapeut besluiten om een therapiesessie te starten.”

DE TOEPASSINGEN VAN INTERACTION DESIGN VOOR ONDERWIJS, BEDRIJFSLEVEN EN ZORGINSTELLINGEN ZIJN EINDELOOS

‘ELLIE’: EEN INSPIRERENDE OMGEVING VOOR STUDENTEN EN BEDRIJVEN Voor Jesper Verbeek is zijn opleiding meer hobby dan studie. Jesper: “Project Ellie is gestart omdat er binnen ons onderzoeksgebied veel wordt ontworpen dat je niet ziet. Als studenten hun laptop dichtklappen is hun werk onzichtbaar. We willen mensen laten zien wat we kunnen en waar we in dit onderzoeksgebied mee bezig zijn. Eigenlijk een soort showroom en lab tegelijk. In dit kader heb ik me beziggehouden met de interactie tussen mens en gebouw. Dat heb ik gedaan door camera’s en halo’s te plaatsen en te programmeren. Als je nu door de gang loopt, gaan de halo’s branden en lopen de lichtjes op het plafond met je mee. We hebben hier een schoolklas gehad en de kinderen vonden het geweldig, gingen ermee spelen. Een mooie interactie tussen mens en gebouw! In mijn volgende project wil ik iets ontwerpen waarbij het gebouw bezoekers herkent en daarop reageert. Dat is mijn doel.”


30.

ROBOTICS

BINNEN HET ONDERZOEKSGEBIED MECHATRONICS EN ROBOTICS LATEN STUDENTEN ZIEN WAT AUTOMATISERING EN ROBOTISERING KUNNEN BETEKENEN VOOR HET BEDRIJFSLEVEN. ZE KRIJGEN DESKUNDIGE BEGELEIDING EN WERKEN NAUW SAMEN MET HET MIDDEN- EN KLEINBEDRIJF, DE INDUSTRIE EN ONDERWIJSPARTNERS, MET ALS DOEL VERNIEUWING EN VERBETERING VAN DE BEROEPSPRAKTIJK.

AAIBARE, ZELFLERENDE, SLIMME ROBOTS Henk Kiela is lector van het onderzoeksgebied Mechatronics en Robotics: “Er is een toenemende behoefte aan flexibele robotisering. Productieseries worden kleiner en tegelijkertijd zie je een toename in variatie. De nieuwe generatie robots is eenvoudig te bedienen, in hoge mate zelflerend en veilig. Het is de nieuwe generatie robots die de maakindustrie nodig heeft.”


31.

Henk: “Werken met robotica betekent niet langer denken in grote en dure oplossingen. Automatisering kan met betaalbare robotsystemen. Binnen dit onderzoeksgebied leiden we engineers op die hiervan verstand hebben. Zij zijn denkers en doeners die graag samenwerken met bedrijven, maar vooral ontwerpers waar bedrijven binnen Smart Industry op zitten te wachten. Onze studenten weten hoe ze de bedrijven flexibeler en productiever kunnen maken met slimme en flexibele robots. Regelmatig helpen we bedrijven met adviezen op dit gebied.”

WERKEN MET ROBOTICA BETEKENT NIET LANGER DENKEN IN GROTE EN DURE OPLOSSINGEN MAAR SLIMME HULPJES VOOR HET ROUTINEWERK ALS ASSISTENT VAN DE VAKMAN

De meeste bedrijven waarmee wordt samengewerkt, hebben een redelijk specifieke expertise in de maakindustrie. “In dit onderzoeksgebied komen wetenschap en werkveld bij elkaar. We richten ons op innovatieve bedrijven, die bezig zijn met de vragen van morgen en overmorgen. De komende jaren ligt onze focus met name op rijdende robots voor logistiek”, aldus Henk. Repeterende handelingen Een veelvoorkomende handeling die nu vaak door mensen wordt uitgevoerd is het pakken van een onderdeel (uit een bak), dat vervolgens ergens geplaatst moet worden. Door robots dit repeterende werk te laten doen, kan de vakman zich richten op de processtappen die er echt toe doen. Voorwaarde is dat de vakman makkelijk en snel de robots kan instellen voor een nieuwe opdracht. Henk vertelt: “Het RAAK-project Binpicking, dat we samen met Hogeschool Avans en Hogeschool Utrecht hebben uitgevoerd, heeft wat dat betreft veel inzichten opgeleverd. Vanuit dit project is een flexibele robotcel ontwikkeld, die inmiddels onderdeel is van een flexibele productielijn met meerdere gerobotiseerde stations. Samen met TNO en een aantal bedrijven worden verschillende concepten parallel ontwikkeld, om bedrijven te laten zien hoe een flexibele productielijn met cobots er uit gaat zien en welke voordelen te behalen zijn.”

DE BIN PICKING ROBOT Student Mahmoud Sakr staat bij een robotarm die twee gekleurde ballen in bakjes stopt. De groene bal in de groene bak en gele bal in de gele bak. Hij vertelt: “Deze opstelling heet een Bin Picking Robot Cell. ‘Bin Picking’ is het pakken van willekeurige onderdelen in een krat (bin), met behulp van een robot, een 3D- en een 2D-camera. De camerasoftware herkent een ‘grijpbaar’ product en geeft de coördinaten door aan de robot. Deze pakt vervolgens het product vast, haalt het uit de krat en plaatst het op een gewenste plek. Tot voor kort was dit proces moeilijk te automatiseren, omdat er dikwijls verschillende producten in een bin liggen. Het werd door mensen gedaan. Maar operateurs kunnen zich veel beter bezighouden met het controleren van kwaliteit of met overzicht houden. De robot doet dan het simpele, routinematige werk zoals het beladen van machines, het oppakken van producten om ze te assembleren of in te pakken.” “Dit systeem is in ontwikkeling en ik denk dat we deze ‘collaboratieve’ robot, die heel goed met mensen kan samenwerken, in veel bedrijven gaan terugzien. Ook op plekken waarvan ondernemers aanvankelijk dachten dat het technisch en commercieel niet mogelijk was om het te automatiseren”, aldus Mahmoud.


32.


Contact

Geïnspireerd? Neem eens contact met ons op. We kunnen vast iets voor elkaar betekenen.

ADDITIVE MANUFACTURING Sjef van Gastel, Directeur Innovatieve Productietechnologie E-mail s.vangastel@fontys.nl Telefoon 08850 78566

HEALTH AND TECHNOLOGY Expertisecentrum Gezondheid, Zorg en Technologie (EGT) E-mail: egt@fontys.nl Telefoon: 08850 77011 Website: www.fontys.nl/egt

AGRO-MECHATRONICS Marcel Roosen, Manager Fontys GreenTechLab E-mail marcel.roosen@fontys.nl Telefoon 08850 78422 APPLIED NATURAL SCIENCES Jan Bernards, Lector E-mail j.bernards@fontys.nl Telefoon 08850 74280 Stephan Peters, Lector E-mail s.peters@fontys.nl Telefoon 08850 79066 Peter Thüne, Lector E-mail p.thune@fontys.nl Telefoon 08850 85193 BIG DATA Gerard Schouten, Lector E-mail g.schouten@fontys.nl Telefoon 08850 85299 BUSINESS ENTREPRENEURSHIP Ger Post, Lector E-mail g.post@fontys.nl Telefoon 08850 89712 BUSINESS SERVICE INNOVATION Bart Nieuwenhuis, Lector E-mail bart.nieuwenhuis@fontys.nl Telefoon 08850 78506

Fred Holtkamp, Associate Lector E-mail: f.holtkamp@fontys.nl Telefoon: 06 51942732 Joost van Hoof, Projectleider E-mail joost.vanhoof@fontys.nl Telefoon 06 23381404 Eveline Wouters, Lector Health Innovations and Technology E-mail e.wouters@fontys.nl Telefoon 06 23774567 HIGH TECH EMBEDDED SOFTWARE Teade Punter, Onderzoeksgroepleider E-mail: teade.punter@fontys.nl Telefoon: 08850 75859 Wim Hendriksen, Docent / onderzoeker E-mail w.hendriksen@fontys.nl Telefoon 08850 77150 INTERACTION DESIGN Mark de Graaf, Lector E-mail m.degraaf@fontys.nl Telefoon 08850 75831 ROBOTICS Henk Kiela, Lector E-mail h.kiela@fontys.nl Telefoon 08850 76394

DISTRIBUTED SENSOR SYSTEMS Geert Langereis, Docent Onderzoeker E-mail g.langereis@fontys.nl Telefoon 08850 86028

Dit magazine is een uitgave van Fontys Centre of Expertise High Tech Systems and Materials (HTSM). Meer weten over samenwerking met Fontys van levenslang leren tot praktijk­gericht onderzoek?

FUTURE POWER TRAIN/ELECTRIC DRIVE Rik Baert, Lector Future Power train E-mail r.baert@fontys.nl Telefoon 06 53741798

Neem contact op met: E-mail coehtsm@fontys.nl Telefoon 08850 74433 Website: www.fontys.nl/coehtsm

33.


Wat is ASQ Fontys? ASQ staat voor All Sorts of Questions. We willen je uitnodigen en uitdagen om de vragen uit je beroepspraktijk aan Fontys te stellen. We werken graag samen bij het vinden van antwoorden en oplossingen. We zijn je partner in innovatie!

SAMEN INNOVEREN IN DE HIGHTECH


35.

colofon Uitgave van Fontys Centre of Expertise High Tech Systems and Materials.

Tekst: Cai Vosbeek, Monique van Laar, Petra Merkx, Christel Ruijs Eindredactie: Kees Adriaanse en Christel Ruijs Vormgeving: Happy Cactus Fotografie: Odette Beekhuis (Photodette) en anderen Druk: Drukkerij OBT BV, Den Haag

WWW.FONTYS.NL/ONDERZOEK


36.

SAMEN INNOVEREN IN DE HIGHTECH

WWW.FONTYS.NL/ONDERZOEK

Fontys hightechmagazine 2017  

Als ondernemer in de hightech innoveer je samen met Fontys

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you