Issuu on Google+

FoliaMagazine weekblad voor HvA en UvA

nr. 04 26/09/2012

Tessel Middag Van ‘jongetje’ tot Ajax-vrouw

Rapport-Schuyt Meer regels helpen niet Spui25 Vijf jaar debatcentrum Arnold Heertje Economie, wat is dat toch?


DO DE e E

1

1

UW

01

TR

O

N LE

GOE

(advertenties)

2

welzijn en cultuur

Mede mogelijk gemaakt door het UAF

Het UAF helpt al 60 jaar hoger opgeleide vluchtelingen om zich hier te ontwikkelen door studie. Voor duizenden getalenteerde vluchtelingen hebben we dat al mogelijk gemaakt: artsen, ingenieurs, economen, juristen en vele anderen. We zijn trots dat dit is beloond met de 1e plaats in het Trouw-onderzoek naar de prestaties van 800 goede doelen. Ook nieuw gevlucht talent willen wij de kans geven zich te ontwikkelen. En dat kun jij mede mogelijk maken! Kijk op www.uaf.nl

‘Halina Reijn overtuigt vooral met klein spel’ Parool

van jean cocteau regie ivo van hove 2, 3 okt stadsschouwburg amsterdam betaal slechts € 10,00 met de sprintpas van de stadsschouwburg | ssba.nl

ber

shops. n

olia-100x128mm.indd 1

nen n

30-01-12 10:35

FLOOR AGENDA

KOHNSTAMMHUIS, WIBAUTSTRAAT 2-4 | WO 26 SEPTEMBER - DI 9 OKTOBER StudentS that Matter, SaMenwerking uaF en hva 26 september, 17.30 - 21.30, Kohnstammzaal Kick off Students that Matter programma met Jet Bussemaker, Ruud Lubbers, Miles Roston en Reza Al Zubaidi onder leiding van Jim Jansen.

leeftijden en achtergronden. HTML zoekt verhalenvertellers, spelers, dansers, muzikanten en PR en social media deskundigen die gedurende de productieperiode een of twee dagdelen beschikbaar zijn om mee te werken aan een van de werkgroepen. Het is mogelijk om HTML als stage te gebruiken.

htML (how to Make Love) November 2012 - februari 2013 HTML is een community-art project over de liefde. Leerlingen van de IVKO, buurtbewoners uit de Pijp/Diamantbuurt en studenten van de HvA vertellen elkaar hun verhalen en geven deze vorm in een voorstelling en tentoonstelling. Voor HTML is Floor op zoek naar 50 studenten van de HVA die het leuk vinden om samen te werken met buurtbewoners van diverse

heb je interesse of wil je meer weten? Mail naar floorleercentrum@hva.nl, vanaf 1 okt meer info op www.theatergroepjura.nl

CREATING TOMORROW

Floor is een intermediair platform voor studenten, docenten en de rest van de wereld. Je kunt er activiteiten bijwonen maar ook organiseren.Twitter @floorHvA Facebook www.facebook.com/floorHvA


inhoud #04

redactioneel Schuyt

Start-up Sloppenwijk 6

‘Mijn ergste vrees is uitgekomen, dit is veel omvangrijker dan gedacht.’ Met deze woorden reageerde toenmalig KNAW-president Robbert Dijkgraaf op de affaire-Stapel. Wat was er aan de hand? In september 2011 werd bekend dat de Tilburgse hoogleraar sociale psychologie Diederik Stapel op grote schaal gefraudeerd had met onderzoeksgegevens. De zaak leidde ertoe dat de wetenschap in een kwaad daglicht kwam te staan, zeker nadat ook van andere wetenschappers bekend werd dat ze gesjoemeld hadden. Afgelopen vrijdag 21 september werd het rapport van de commissie-Schuyt gepresenteerd. Voorzitter Kees Schuyt, emeritus hoogleraar sociologie, vindt dat er onderzoek moet komen naar de aard en omvang van wetenschappelijk wangedrag in Nederland. Lees het interview met Schuyt op pagina 34.

Docent bouwkunde Ben van de Wiel ziet vooral kansen in sloppenwijken.

Godendochter 10

Tessel Middag voetbalde altijd met jongens. Nu speelt ze bij Ajax.

5 jaar Spui25 14

Spui25 is een succesverhaal. Want leuk én gratis.

What’s the economy, stupid? 24

Voor alle alfa’s. Professor Heertje legt uit wat economie is.

Fraude in de wetenschap 34

De commissie-Schuyt pleit voor meer onderzoek. Zonder fraude.

Jim Jansen, hoofdredacteur Folia Magazine, jim@folia.nl, @jimfjansen

en verder de week/het moment/navraag 4-5 op de tong 9 passie 17 objectief 18-19 opinie 20-22 Robbert Dijkgraaf 21 Hadjar Benmiloud 22 brieven/promoties 23 drift 27 Rectum Raiders 28 lezingenladder 30 overigens 31 Folia maakt kennis 32-33 prikbord 38-39 wasdom 40-41 stage 41 toehoorders 42 de lezer/deining 43

(twitter)

FoliaMagazine

3


de week De UvA werd geplaagd door heftige storingen.

B

ij UvA-medewerkers verschenen afgelopen week alarmerende berichten rechtsonder in het computerbeeldscherm. Mededelingen als: ‘Inmiddels is de storing in heftigheid afgenomen’ deden vermoeden dat we hier niet van doen hadden met een storing in het draadloze UvA-netwerk, maar met een naderende tornado. Tot overmaat van ramp werd bij browser Internet Explorer ook nog een ‘kwetsbaarheid’ vastgesteld, aldus eenzelfde grijs blokje in het scherm. Maar de ICT-afdeling van de UvA is niet voor een gat te vangen en installeerde tijdelijk een nieuwe browser. Ook bij de HvA loopt de technische dienstverlening niet altijd als een zonnetje. Roosterstoringen zijn er aan de orde van de dag en medewerkers kregen recentelijk een bericht dat ‘het nieuwe printen’ – wat dat ook mag zijn – was uitgevallen. Waar ze bij de HvA wel goed in zijn is bouwen. Een Amstelcampus hier, een paviljoen daar. Nieuwste prestigeobject: Studio HvA. ‘Een pareltje,’ noemde rector Jet Bussemaker het. ‘Een plek waar studenten zich op en top thuis voelen,’ volgens Martin Haring, coördinator van de minor ondernemerschap. En nu komt het goede nieuws: iedereen mag er binnenlopen. Ook buurtbewoners. Hoe huiselijk ze het hoger onderwijs hier ook proberen te maken, het verhindert niet dat het aantal Nederlandse studenten dat bij onze zuiderburen gaat studeren voor het tiende jaar op rij is gestegen. Belangrijkste reden: studeren in België is veel goedkoper. Plezant vinden de Vlamingen deze trend niet. Ten eerste omdat de Vlaamse overheid investeert in studenten die in de meeste gevallen na hun afstuderen toch weer terugkeren – lees: weggegooid geld – maar ook omdat die Nederlandse uitvreters stukken slechter presteren dan hun Vlaamse medestudenten.

4

FoliaMagazine

De nieuwgekozen studentenraad wil beter communiceren met UvA-studenten. Daarom bedachten de leden samen met Bureau Communicatie en Crea een éénpaginakrant, geheel in stijl van NRC Handelsblad. Voor op de wc. ‘Een stukje democratische verantwoording,’ noemde de voorzitter dat op Folia Web.

Gelukkig was er ook nog een goed woordje voor de Nederlandse student. Een professor noemde Nederlandse studenten in een Vlaamse krant ‘extravert en assertief ’: een college met Nederlanders ‘leeft’ meer. Assertief, dat is de Centrale Studentenraad van de UvA in ieder geval zeker. Het is alleen zo jammer dat het niemand opvalt. Om dat recht te zetten – die jaarlijkse bekertjes jus d’orange getuigden toch niet van voldoende durf – hebben ze iets nieuws bedacht: de wc-krant. Geheel in NRC-stijl, maar de wapenspreuk ‘Lux en Libertas’ is vervangen voor ‘Nunc est bibendum’:

nu is het tijd om te drinken. Zodat iedereen die straks zijn behoefte doet op een UvA-wc weet: wij van de CSR houden heus ook wel van een biertje. Alles leuk en aardig, maar misschien dat ze die assertiviteit beter kunnen inzetten om de ‘heftige storingen’ op de universiteit aan te kaarten. yyy Eva Rooijers en Gijs van der Sanden 18 september 2012

tweet van de week Fenne Pinkster @FenneGeo Het moet niet gekker worden: op de #UvA worden door de fd in nieuwe onderwijszalen geen klokken opgehangen omdat ze toch gejat worden. https://twitter.com/FenneGeo/status/


Hoog boven het deelnemersveld, in een bakje bungelend aan een hijskraan, luidde actrice Lieke van Lexmond afgelopen zondag de 28e Dam tot Damloop in voor de 620 deelnemers van de HvA en UvA. De afstand van 16,09 km, van Amsterdam naar Zaandam, werd het snelst gelopen door een van de dertig wedstrijdlopers. Fysiotherapeut Jan de Graaf liep de race in 58 minuten en 40 seconden. Zijn team eindigde als vierde. Het UvA-HvA-damesteam wist de wedstrijdloop te winnen. HvA-student Mariska Visser was het snelste in 1:05:30. yyy tekst Jeff Pinkster / foto Danny Schwarz

navraag Dick Toornstra Buitenmeubilair bij de nieuwe Studio HvA op het Kohnstammhof zorgt voor onenigheid. Voormalig studenten van de minor ondernemerschap werden betrokken bij het ontwerp, toch moet het meubilair misschien weg. Waarom? Dick Toornstra, hoofd klantenservice Facility Services, spreekt over ‘een stukje interpretatie’.

Is dat buitenmeubilair u echt zo’n doorn in het oog? ‘Het gaat er niet om of ik het mooi of lelijk vind. Waar het om gaat is dat het ontwerp van het meubilair past binnen het totale plaatje van het plein. Kijk, er is veel tijd en moeite gestopt in de gebouwen van het Kohnstammhof. Dan zou het zonde zijn als er zomaar wat wordt neergezet.’ Die paar krukken en tafels moeten dus weg? ‘Nee, dat zeg ik niet. Ik vind het belangrijk dat studenten een rol spelen bij de inrichting van het plein. Daar word ik blij van. Ons architectenbureau is momenteel bezig met het ontwerp

voor de totale inrichting van het plein. Ik zie het huidige meubilair als een leuke voorbode van wat er gaat komen, en ik hoop dat het aansluit op de plannen van het architectenbureau. Daar zal ik op aansturen.’

Betrokkenen zeggen dat er al toezeggingen zijn gedaan. ‘Dat is dan een stukje interpretatie. We zijn met een aantal partijen rond de tafel gaan zitten: het architectenbureau, het onderwijs dat in het pand huist en Facility Services. Die zijn als het goed is allemaal op de hoogte van de planning. Het idee was en is om er samen een enerverend plein van te maken. Wij wilden

er zo snel mogelijk iets neerzetten om het plein meteen in gebruik te nemen. Studenten kwamen in dat gesprek met een concept. Wij zeiden toen: ‘voer het maar uit.’

En dat moet nu misschien weer weg. Is dat niet zonde van het hout? ‘Er gaat helemaal niks weg totdat er een nieuw ontwerp is gekomen. Van mij mag dat meubilair best blijven: ik zie ook wel dat de studenten er blij mee zijn. Maar of het huidige ontwerp inpasbaar is in het totale plan, dat is niet aan mij om te beoordelen, maar aan de betrokken partijen waaronder het architectenbureau. Het kan nog alle kanten op.’ yyy Gijs van der Sanden

FoliaMagazine

5


De kracht van de sloppenwijk Bewoners van sloppenwijken hebben het niet makkelijk, maar ze hebben meer mogelijkheden dan vaak wordt gedacht. En daarmee wil docent bouwkunde Bert van de Wiel ze graag helpen. ‘Wij denken vaak: hoe kunnen mensen hierin wonen?’ tekst Vera Lentjes / foto’s Bert van de Wiel

O

ngeveer een zesde van de wereldbevolking woont in sloppenwijken. Bewoners leven in zelfgebouwde hutjes aan de rand van de stad. Er is nauwelijks infrastructuur en aan schoon drinkwater en riolering is er groot gebrek. Het aantal inwoners van sloppenwijken blijft stijgen en oplossingen voor hun situatie lijken ver weg. Toch is docent bouwkunde Bert van de Wiel ervan overtuigd dat de toekomst van sloppenwijken rooskleurig kan zijn. ‘Wij denken vaak: hoe kunnen mensen hierin wonen? Maar de mensen die er wonen werken bijvoorbeeld als riksjafietser, schoonmaker of bouwvakker in de stad, hebben soms een tv en hebben allemaal een mobiele telefoon.’

Smet op de stad Van de Wiel was afgelopen jaar twee keer in Bangladesh voor het afstudeerproject ‘Living conditions in booming cities’. Van de Wiel: ‘Steden over de hele wereld zijn enorm aan het groeien. Arme boeren vertrekken van het platteland naar de stad voor betere kansen. Gezinnen vinden onderdak in sloppenwijken en slagen er daar in zich op te werken. Dat is een heel positief proces en draagt bij aan de welvaart van de stad. Maar het is ook een proces dat niet goed begrepen wordt door regeringsleiders. Zij zien sloppenwijken als een smet op hun mooie stad.’ In de zomer van 2011 reisde Van de Wiel in opdracht van de HvA naar Bangladesh om contact te leggen met ngo’s en universiteiten om de mogelijkheden voor een onderzoeksproject

6

FoliaMagazine

te bespreken. Er bleek veel animo. In oktober vertrok hij vervolgens met vier studenten bouwkunde richting Dhaka, de hoofdstad. Zijn collega Rutger van Hogezand, docent watermanagement, arriveerde een week later met vier studenten watermanagement. Van de Wiel: ‘We hebben geprobeerd oplossingen te vinden voor problemen in een kleine sloppenwijk in Dhaka die tijdens de moesson enorm veel last had van overstromingen. In de gemiddelde woning staat dan een halve meter water en het bed is de enige droge plek.’ In samenwerking met studenten architectuur en planologie van drie Bengaalse universiteiten deden de studenten in de eerste week onderzoek naar problemen in de sloppenwijk. In de tweede week ontwikkelden de studenten in multidisciplinaire teams een masterplan. Het onderzoek werd afgewisseld met colleges door Nederlandse en Bengaalse docenten. Terug in Nederland werkten de studenten op basis van het masterplan een afstudeerontwerp uit. Van de Wiel: ‘Daar ben ik als afstudeerbegeleider echt apetrots op. Het is een drijvend huis van twee verdiepingen op een plaat van piepschuim. De bovenbouw is van bamboe en heel licht. Er is ruimte voor twee gezinnen of een gezin en een bedrijfje. De hele unit kost ongeveer 1200 euro en is, wanneer de gezinnen dit in termijnen aflossen, heel goed betaalbaar. Daarnaast zijn er ook sanitaire units en units waar tuinbouw op kan plaatsvinden. Veel mensen in sloppenwijken komen van het platteland en hebben veel kennis over tuinbouw en veeteelt. Als je het mogelijk maakt dat er voedsel gekweekt kan

worden in de stad, verschaf je de mensen een inkomen en de stad voedsel.’ Rivier van voertuigen In april dit jaar vertrok een nieuwe groep van twaalf studenten richting Bangladesh. De reis werd volledig door de studenten zelf gefinancierd. Daarnaast was het avontuur voor veel studenten ook een mentale uitdaging. Van de Wiel: ‘Dhaka is een niet te omschrijven chaos. Er staat twintig uur per dag file. Het verkeer is een soort rivier van voortstromende voertuigen die zich door de straten perst. Je ziet mensen zonder benen en armen die zich kruipend voortbewegen. En daarnaast lopen rijke bankiers in maatpakken naar hun werk. Het heeft iets apocalyptisch, net een schilderij van Jeroen Bosch. Een paar studenten die vaker hadden gereisd waren er snel aan gewend, maar de studenten die nog nooit buiten Europa waren geweest hadden meer tijd nodig.’ Voor Van de Wiel zijn de ontmoetingen met de bevolking die onder deze omstandigheden leeft enorm inspirerend. ‘Er is geen verzekering, geen sociaal vangnet. Regelmatig valt er iemand van een steiger. Zo iemand heeft dan een dwarslaesie, maar begint weer een handeltje in de sloppenwijken. De veerkracht is heel bijzonder. Daarnaast zijn de bewoners ontzettend creatief. Als je fruit koopt op de markt krijg je dat in een heel mooie zak gemaakt van tijdschriften. Hier heb je studenten op de Design Academie die dat soort zakken ontwerpen.’ Het huidige internationaliseringbeleid van de opleiding bouwkunde richt zich op Europa;


Bert van de Wiel, met witte hoed, doet samen met studenten onderzoek in de sloppenwijken van Dhaka, Bangladesh

projecten buiten Europa worden afgebouwd. Volgens Van de Wiel een gemiste kans. ‘Hier ligt de bouw op z’n gat. Er zijn steeds meer grote ingenieursbureaus en architectenbureaus die belangrijke zaken doen in opkomende economieën. Het is voor onze studenten heel erg belangrijk om daar ervaring op te doen.’ Van de

Wiel hoopt dan ook dat het project in Bangladesh een vervolg krijgt. ‘Tijdens zo’n project zie je hoeveel onze studenten kunnen toevoegen en dat betekent ook dat er kansen liggen voor het Nederlandse bedrijfsleven. Er wordt vaak gedacht dat je aan sloppenwijken niets kunt verdienen, maar zo’n woningbouwconcept is

een geweldige start-up voor iemand die net afgestudeerd is.’ yyy De tentoonstelling over het afstudeerproject‘Living conditions in a booming city’ in Bangladesh is tot 1 oktober te bezichtigingen in Gebouw Leeuwenburg, Weesperzijde 190.

FoliaMagazine

7


(advertentie)

bikepad ® – the universal smartphone holder W inner NIBS Business Plan Competition 2012, London and publieksprijs Folia Startup Award 2012, Amsterdam.

Bikepad by NextThing • Amsterdam www.bikepad.eu • info@bikepad.eu • @bikepad • www.facebook.com/Bikepad All rights reserved. Layout by makedsgn. Photos by Sebastian Budde.

bikepad_ad_big.indd 1

21.09.2012 19:37


op de tong

foto Danny Schwarz

Gelukkig kun je dan nog naar de Hema. Bij het meest Hollandse der Hollandse warenhuizen kun je namelijk elke dag tussen 9.00 en 10.00 uur ontbijten voor één luttele euro. Daarvoor krijg je een pistoletje met bacon en omelet, een roombotercroissant – desgewenst met wat aardbeienjam, en een kop koffie of thee. Zelf voegen we daar nog een pakje biologische melk en karnemelk (beide € 1,50) en een glaasje verse jus (€ 0,50, een flesje kost € 1,50) aan toe. Opgeteld zijn we dus voor drie euro per persoon aan het ontbijten. Het eten is zeer basic, en zo smaakt het ook. De bacon is niet krokant, maar bevat ook geen kankerverwekkende zwarte stukjes. De croissant is slap, maar lekkerder dan de Euroshoppervariant. Al met al is het voedsel van het niveau van een redelijk hostel, maar dan met meer keus. Meisjes naast ons genieten van koffie met gebak (€ 3,-), en voor € 1,75 eet je een echte Hematompouce. Thee is er in vijf smaken (€ 1,75, € 2,75 voor een potje) en koffie is er van espresso (€ 1,75) tot capuccino groot (€ 2,50). De jongen naast ons leest Hoe te eten? van tv-kok Nigella Lawson. Kennelijk is het Hema-ontbijt zelfs culinair verantwoord. yyy Harmen van der Meulen

Hema

Nieuwendijk 174 (Centrum)

A

ls student heb je het niet makkelijk. Dan heb je na jaren wachten eindelijk een kamer in het centrum bemachtigd, maar moet je het nog steeds doen met een gore, gedeelde keuken waar je kunt kiezen tussen een spoor van muizenkeu-

Bacon & Eggs

Het klassieke Engelse ontbijt bestaat over het algemeen uit gebakken eieren met bacon én worstjes, en koffie, maar wordt sinds de jaren twintig vaak aangeduid met ‘bacon & eggs’ of als een zogeheten full breakfast. Dit in tegenstelling tot het Europese continental breakfast, dat meestal neerkomt op croissantjes met jam, fruitsap en thee. Vaste aanvullingen zijn baked beans en gebakken champignons. Omdat alles gebakken wordt staat het gerecht ook wel bekend als fry-up.

tels of de geur van kattenpis. En natuurlijk net die ene keer dat jij extra vroeg bent opgestaan om uitgebreid te ontbijten voor je ochtendcollege, hebben je huisgenoten al jouw eieren en spek opgeschranst en rest er voor jou niets dan een vette pan en lege eierschalen op het aanrecht.

Hema

Ooit begonnen als stuntwinkel onder de naam Hollandsche Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam waar alle artikelen 25 of 50 cent kostten, is de Hema uitgegroeid tot een onvervalsd stukje Nederlandse cultuur. In 2011 stond Hema dan ook in de top 3 van de top-100 onmisbare merken, opgesteld door het European Institute for Brand Management (Eurib). Wat aan die positie bijdroeg is dat het merk ‘door een brede doelgroep als cultuuricoon wordt ervaren’.

Folia Magazine ontvangt graag je restaurant­recensie en vergoedt tot € 50,-. Maximaal 270 woorden, (suggesties voor de) kaders zijn welkom, maar niet verplicht. Mail je recensie naar redactie@folia.nl. Stuur je bon naar Folia Magazine, t.a.v. Stephanie Gude, Prins Hendrikkade 189b, 1011 TD, Amsterdam.

Nigella Lawson Nigella Lawson (1960), the queen of food porn zoals ze ook wel genoemd wordt, brak in 1998 door met haar eerste kookboek: How to Eat. Niet getraind als kok, want ze werkte als freelancejournalist, ging haar boek vooral over haar liefde voor eten. En dat sloeg aan; in het Verenigd Koninkrijk werden 300.000 exemplaren verkocht. Ook het volgende boek werd een succes, evenals haar tv-programma Nigella Bites. Haar laatste boek Nigellissima gaat over de Italiaanse keuken.

FoliaMagazine

9


Het voetballen bleef Een mannensport is voetbal allang niet meer. Zeker nu dit jaar Ajax met een team van godendochters is begonnen. Geschiedenisstudent Tessel Middag kwam over van ADO en is nu Ajacied. ‘Ik kan het ieder meisje aanraden met jongens te trainen.’ tekst Clara van de Wiel / foto’s Jan van Breda

D

e massa’s met schreeuwende jongetjes zijn er nog niet. Maar de eerste paar fans staan de Ajaxvrouwen in hun tweede trainingsweek al op te wachten. Een voor een worden de speelsters door twee blonde meisjes van een jaar of tien aangehouden voor een handtekening. Verder is het rustig op trainingscomplex De Toekomst. Ajax 1 is op trainingskamp in Engeland en het nieuwe seizoen laat nog even op zich wachten. Maar Ajax’ fonkelnieuwe team staat deze namiddag in voltallige formatie klaar voor de dagelijkse training. De kleedkamer van

de vrouwen zit in een gebouw aan de overkant van de parkeerplaats en de haarbandjes en voetbalschoenen zijn roze. Verder is het tafereel nauwelijks van de mannentraining te onderscheiden. Naast fans staan ook fotografen en een paar nieuwsgierige mannen langs de lijn. Afgelopen mei maakte Ajax bekend van start te gaan met vrouwenvoetbal. Sindsdien werden van verschillende clubs speelsters aangetrokken om komend seizoen in het roodwitte shirt uit te komen. Sinds september speelt het vrouwenelftal in de BeNe League: een nieuwe competitie voor teams uit zowel Nederland als België.

Quote

10

FoliaMagazine

Ook UvA-studente geschiedenis en ADO-middenvelder Tessel Middag (19) werd naar Ajax gehaald. Vorig jaar speelde ze haar eerste jaar eredivisie bij ADO Den Haag, na jaren samen met jongens bij het Amsterdamse AVV Swift gevoetbald te hebben. De enige vrouwen die na afloop van de training in de sportkantine zitten, zijn de dames van de bar. ‘En soms zie je hier wel eens een vrouwelijke fysio,’ zegt Tessel. Maar inderdaad, geeft ze toe: ‘Een heel vrouwenelftal is hier nog wel even wennen.’ De ontvangst is er volgens haar


niet minder hartelijk om. ‘Alle belangrijke mensen, zoals Sjaak Swart [Mister Ajax, red.], zijn een handje komen geven om ons welkom te heten. Ik voel me hier nu al meer onderdeel van de club dan vorig jaar bij ADO. Ze zijn hier met volle overtuiging een vrouwenteam gestart. Ik heb het gevoel dat de hele club achter de beslissing staat om met vrouwenvoetbal te starten.’ Voetballen bij Ajax was voor Tessel niet per se een meisjesdroom die in vervul-

FoliaMagazine

11


Be Ne League

©ajax.nl

Met ingang van het seizoen 2012-2013 spelen de Nederlandse vrouwen niet meer in de Eredivisie, maar in de Be Ne League. Dat is een Belgisch-Nederlandse competitie, waarbij de negen Nederlandse teams de eerste helft van het seizoen tegen hun landgenoten strijden en in de tweede helft in een competitie aangevuld met de acht teams uit België. Dat gebeurt in twee aparte poules, de Be Ne League A & B. Na de eerste competitiehelft vormen de bovenste vier teams uit beide landen de Be Ne League A, de rest vormt B. De winnaar van de Be Ne League A kwalificeert zich voor de Uefa Women’s Champions League. Zie www.beneleaguelive.nl.

ling ging. ‘Ik was geen hardcore fan, met posters en een shirtje. Maar ik ben altijd voor Ajax geweest en ik ging ook af en toe naar wedstrijden kijken. Ik vond het mooi voor het vrouwenvoetbal dat Ajax een team ging opzetten, maar ik zat bij ADO al goed.’ Tijdens een gesprek in de Arena werd ze toch overtuigd naar Amsterdam te komen. Tessel: ‘De trainer [Ed Engelkes, red.] was erg enthousiast en zag voor mij een plaats in de basis. Bovendien is hier, doordat Ajax een beursgenoteerd bedrijf is, de zekerheid dat het vrouwenteam niet zomaar weer wordt opgedoekt. Dat gaf voor mij de doorslag. Ook is de reistijd veel korter. Ik kan nu op mijn gemakje naar de training fietsen.’ Als welkomstgeschenk kregen alle vrouwen het uitshirt met hun naam erop. Dat wil zeggen: een mannenshirt, al is het wel een slim fit die extra strak zit. ‘Er was geen tijd meer een speciale vrouwenlijn te ontwerpen, dus we spelen nu in een mannenshirt.’ Bij de eerste wedstrijd van de vrouwen was de opkomst aan enthousiaste Ajax-fans indrukwekkend, maar of alle Ajax-supporters het ermee eens zijn betwijfelt Tessel. ‘Op internet staan ook andere geluiden. Dat het geldverspilling zou zijn of dat vrouwen en voetbal niet samengaan. Nou ja, dat hou je altijd.’ Aan die reactie is Tessel inmiddels wel gewend. Voetballen doet ze al sinds ze zich kan herinneren. In het begin alleen op straat, met haar buurjongetjes in de Rivierenbuurt. Vanaf haar vijfde begon ze bij voetbalclub AFC Taba en op haar veertiende stapte ze over naar de C1 van Swift. Altijd als enige meisje tussen de jongens. Tessel: ‘Ik had vroeger vooral jongens als vriendjes en was zelf ook een beetje jongensachtig met mijn korte haar. Ik vond het dus de normaalste zaak van de wereld dat ik met ze mee voetbalde.’ Dat dat minder normaal was

12

FoliaMagazine

dan ze dacht ontdekte ze pas toen ze naar de middelbare school ging. ‘Toen kwam ik er voor het eerst achter dat al die dingen een beetje raar zijn voor een meisje. En ik vond dat korte haar zelf ook niet meer leuk. Vanaf toen is de omslag gekomen dat ik meisjesachtiger werd. Maar het voetballen bleef.’ Het was ook in die periode dat Tessel doorkreeg dat ze niet zomaar een balletje trapte, maar er ook behoorlijk goed in was. Toen ze door de

‘Vrouwenvoetbal is veel technischer’ KNVB geselecteerd werd voor een regioteam, speelde ze voor het eerst samen met andere meisjes. En merkte ze dat ze een stuk beter was dan vrouwelijke leeftijdsgenootjes. Zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen echt zo groot? ‘Zeker. Toen ik in de B1 zat kregen de jongens een groeispurt en waren ze ineens allemaal langer dan ik. Dan merk je een enorm verschil, bijvoorbeeld in snelheid. En zij kunnen harder schieten. Mannen kunnen een bal over vijftig meter passen door de lucht, vrouwen kunnen dat gewoon niet. Vrouwenvoetbal is veel technischer, met veel meer korte passes. Het spel is zeker anders.’ Hoe handhaafde je daar toch tussen? ‘Als meisje moest ik manieren bedenken om dat te compenseren. Voordat ik de bal kreeg moest ik een goede positie kiezen, zodat ik niet meteen omver gebeukt werd en meer tijd had om de bal door te spelen. Als je niet sterk bent moet je slim zijn. Dat heb ik meegenomen nu ik met vrouwen speel. Ik kan het ieder meisje aanraden met jongens te trainen.’

Hoe ervaarde je de sfeer tussen al die mannen? ‘Ik had altijd een eigen kleedkamer. Maar vóór en na de training hoorde ik natuurlijk genoeg stoere praat. Bijvoorbeeld als het over zuipen en chicks ging. Dat vond ik wel grappig om naar te luisteren, ook al kon ik er zelf niet echt aan meedoen. Om als het enige meisje in een jongensteam te spelen heeft ook erg leuke kanten. Jongens zijn in de omgang wat ongecompliceerder. En als er tijdens de wedstrijd een overtreding op me werd gemaakt, kwamen ze meteen voor me op.’ Moest je je als meisje niet extra bewijzen? ‘In het begin zeker. Voor hen was het denk ik ook onwennig. Kunnen we haar gewoon vol aanpakken en mogen we haar tackelen? Maar ik heb altijd de drang om me te bewijzen. En wanneer ik dan een goede pass gaf, zag je ze denken: godver, dat is wel mijn directe tegenspeelster! De reacties van tegenstanders waren soms flauw. Van “Mag ik je nummer?” tot “Die heeft echt geen tieten!” Maar niks wat echt vervelend was. Ik vond het vooral grappig als ze mij van tevoren onderschatten. Dan dacht ik: we zullen wel zien wie er op het veld beter is. Als ze vervolgens eruit werden gespeeld door een meisje was dat de ergste vernedering.’ Vanaf haar veertiende ging Tessel in de nationale jeugdselectie spelen en ging ze af en toe naar het buitenland voor toernooien. Ondertussen zat ze op het Vossius Gymnasium, bleef ze spelen bij Swift en trainde ze bij het KNVB Talent Team. Toen ze zestien was toonde ADO Den Haag al interesse, maar besloot Tessel dat ze eerst haar school af wilde maken. Vorig jaar speelde ze, naast haar propedeuse geschiedenis aan de UvA, voor het eerst in de Eredivisie Vrouwen.


©beneleaguelive.nl

Ajax Vrouwen Op 18 mei van dit jaar maakte Ajax bekend met een vrouwenteam te starten, en op 15 juni beschikte de club over een complete selectie, onder wie Tessel Middag. De belangrijkste reden dat Ajax niet eerder met een vrouwenteam is begonnen waren de beperkte mogelijkheden tot het zelf opleiden van spelers, door strenge regelgeving. Toen die in 2011 werd aangepast, werd het voor Ajax interessant om met een team te beginnen, omdat de jeugdopleiding een van de pijlers van de Amsterdamse voetbalvereniging is. Van de eerste vier wedstrijden wist Ajax er drie te winnen. Alleen tegen koploper FC Twente werd met 1-2 verloren.

Was dat niet lastig te combineren? ‘De training was elke dag om 16.00 uur, dus ik moest uiterlijk om 13.30 uur weg bij de universiteit. Geschiedenis heeft gelukkig weinig contacturen, dus dat was door goed te plannen wel te doen. Studeren deed ik ’s avonds. En de meeste docenten hadden er wel begrip voor als ik met het Nederlands elftal naar het buitenland moest en colleges miste. Wel kan ik minder vaak aanwezig zijn op borrels en andere

‘Je wordt als vrouw nooit rijk van voetbal’ studiefeesten dan ik zou willen. Dat is jammer, maar het zijn offers die je moet brengen voor topsport.’ Wordt de ‘hobby’ echt serieus, nu bij de grootste club van Nederland? ‘Ik merk aan alles dat Ajax een grote club is. De dingen worden goed en professioneel geregeld. We krijgen kleding en schoenen van de kledingsponsor Adidas en mooie maatpakken van Oger, die we kunnen dragen bij officiële gelegenheden. Maar uiteindelijk krijg ik alleen een kleine onkostenvergoeding.’ En zie je er zelf je toekomst in? ‘In Zweden en Duitsland is de sport voor vrouwen heel groot en dat trekt me wel. Dan kun je er tijdens je speeltijd goed van leven. Maar het is nooit zoals bij de mannen, dat je in de tien jaar dat je voetbalt je pensioen voor de rest van je leven opbouwt. Je wordt als vrouw nooit rijk van voetbal. En ik kan zomaar geblesseerd raken en niet meer kunnen voetballen. Ik zou het altijd met een studie willen combineren. Voetbal is niet het enige in mijn leven.’ yyy

FoliaMagazine

13


Een plek voor kruisbestuiving Van kinderpsychiatrie tot stamcelonderzoek, van emotiesociologie tot het beeld van God in de Nederlandse literatuur: in academisch-cultureel centrum Spui25 bevindt de bezoeker zich altijd op het snijvlak van cultuur en wetenschap. ‘Je maakt hier deel uit van de wereld.’ tekst Gijs van der Sanden / foto Monique Kooijmans

‘M

ag ik hier neerploffen?’ De zaal van academischcultureel centrum Spui25 is afgeladen, maar deze meneer op leeftijd – fleecetrui, grijze haren, wandelstok – weet nog net een stoel te bemachtigen. Andere mensen die nog aan de deur staan worden teleurgesteld. Vol is vol. Voorbijgangers kijken nieuwsgierig door de ruiten. Je ziet ze denken: wat is hier aan de hand? Nee, hoewel de opkomst anders doet vermoeden, vanavond geen internationaal vermaard bestsellerauteur die komt vertellen over zijn nieuwste boek. Op het programma staat de wetenschappelijke samenwerking tussen Rusland en Nederland. Want is wetenschap wel mogelijk in een land waar corruptie nog altijd hoogtij viert en de democratische vrijheden beperkt zijn? Hoogleraar Russische geschiedenis André Gerrits, Ruslanddeskundige Marc Jansen, VSNU-voorzitter Sijbolt Noorda en hoogleraar Computational Sciences Peter Sloot – die een promotieprogramma en onderzoekscentrum aan het opzetten is in Sint Petersburg – gaan hierover in debat onder leiding van Kysia Hekster – voormalig Ruslandcorrespondent bij de NOS. De journalist opent met een persoonlijke anekdote. ‘Toen ik vertrok uit Rusland,’ vertelt ze, ‘kreeg ik van mijn Russische vrienden een T-shirt. Daarop stond de tekst: “Rusland is met het ver-

14

FoliaMagazine

stand niet te bevatten.”’ Instemmend geroezemoes uit de zaal. De avond is begonnen. Visitekaartje Spui25 viert deze maand haar eerste lustrum. Vijf jaar geleden maakte de merchandisewinkel van de UvA hier plaats voor een, zo is te lezen op de website, ‘podium dat een verbinding vormt tussen de Universiteit van Amsterdam en de culturele praktijk’. De oprichters – toenmalig collegeleden Sijbolt Noorda en Mieke Zaanen, toenmalig

‘Dit is een Triple A-locatie’ directeur Amsterdam University Press Saskia de Vries, directeur Athenaeum Boekhandel Maarten Asscher, en Wim Koning, toenmalig directeur Amsterdamse Universiteits Vereniging – vonden dat die brug tussen wetenschap en cultuur nog te weinig aanwezig was in het debat- en lezingenaanbod in de hoofdstad. Het bleek een succesvolle formule: in korte tijd ging het centrum van twee activiteiten per week naar gemiddeld twee programma’s per dag. In 2011 bezochten ruim 12.000 mensen het centrum, volgens het jaarverslag. Eerder op de dag vertelt Margot Dijkgraaf, directeur van Spui25 en literair criticus voor NRC Handelsblad, in dezelfde ruimte hoe dat succes te verklaren is. ‘Kijk om je heen,’ zegt ze

enthousiast, wijzend naar de boekwinkels, de cafés en het komen en gaan van mensen op het Spui. ‘Waarom zou je hier alleen maar sweaters verkopen? Dit is een Triple A-locatie. Je maakt hier deel uit van de wereld. Spui25 is het visitekaartje van de UvA geworden.’ Maar de locatie is volgens Dijkgraaf niet de enige succesfactor. ‘Bijeenkomsten zijn bijna altijd gratis, inhoudelijk en kort maar krachtig. En omdat wij met verschillende partners samenwerken, vindt er altijd een unieke kruisbestuiving plaats.’ Met een budget van 1,5 ton per jaar werkt Spui25 volgens Dijkgraaf ‘met dubbeltjes en kwartjes’. Daarom werkt het centrum van meet af aan samen met verschillende partners – waaronder de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk onderzoek (NWO), NRC Handelsblad en Athenaeum Boekhandel – die maandelijks samenkomen in een redactieraad. De kruisbestuiving waar Dijkgraaf het over heeft, gebeurt hier. ‘Dan zegt iemand van de boekhandel: “Ik wil wat met dit boek.” Waarop iemand van de KNAW antwoordt: “Ik weet nog wel een wetenschapper die daar een interessante kijk op heeft.” Zo wordt een onderwerp van alle kanten belicht.’ Terug naar het debat. Hoogleraar André Gerrits twijfelt: moet hij de stelling verdedigen ‘Rusland: onmogelijk te negeren, moeilijk mee samen te


werken’ of ‘Rusland: moeilijk te negeren, onmogelijk mee samen te werken’? Op een powerpointpresentatie laat hij de ‘index of globilization’ van verschillende landen zien – de mate waarin een land is gemondialiseerd. Rusland scoort laag. Peter Sloot knikt. PhD’s, zegt hij, worden in Rusland bijvoorbeeld op lang niet alle universiteiten erkend. Dat levert voor buitenlandse promovendi allerlei praktische problemen op. Sijbolt Noorda plaatst een kanttekening. ‘Dat geldt niet alleen voor Rusland, maar voor meer grote landen, zoals India. Die hebben een eigen waarderingssysteem. Waarom zouden we steeds zo ons vergrootglas leggen op de verschillen tussen Rusland en Nederland?’ Een van de bezoekers: ‘Nou meneer Noorda, omdat we het vandaag toevallig hébben over Rusland.’ Het publiek lacht uitbundig. De Spui25-bezoeker laat zich niks wijsmaken, vertelt Dijkgraaf. Ze noemt de bezoekers slimme, nieuwsgierige mensen, die boven op de actualiteit zitten. Dat het publiek alleen maar uit ouden van dagen uit een ver UvA-verleden zou bestaan, ontkracht ze. ‘Een derde van de bezoekers is inderdaad gepensioneerd, maar het aandeel studenten en mensen van middelbare leeftijd is even groot.’ Het hangt van de activiteit af met wat voor bezoekers de zaal is gevuld. ‘Toen we hier een debatavond hadden over het

verdwijnen van de kleine talenopleiding, zat het hier bomvol studenten.’ Niet echt een vraag ‘Ik heb niet echt een vraag, maar meer een opmerking,’ zegt een vrouw met bril en zwart jasje als Kysia Hekster haar de microfoon voorhoudt. De gasten op het podium hebben gesproken, nu is het tijd voor het publiek om zich in de discussie te mengen. ‘Ik ben werkzaam bij het Ministerie

‘Een derde van de bezoekers is gepensioneerd’ van Buitenlandse Zaken, en…’ Er volgt een lang vertoog over de kansen die academische samenwerking met Rusland kan bieden. Meer mensen die ‘niet echt een vraag hebben’ zullen vanavond de microfoon voorgehouden krijgen. Soms blijft hun opmerking hangen, soms wordt ze van commentaar voorzien door iemand op het podium. Hekster loopt kriskras door de zaal om iedereen zijn zegje te laten doen. Grappend: ‘Dat kunnen wij tegenwoordig hè, bij het NOS-journaal: lopen.’ Bij de borrel, na afloop van het programma, blijkt dat veel mensen elkaar hier kennen. Ze schudden elkaar de hand, evalueren de avond. ‘Ik kom hier elke maand wel zo’n drie tot vier keer,’ vertelt een

man van in de vijftig met een glas witte wijn in de hand. ‘Naar deze avond wilde ik graag gaan, want Rusland heeft al jaren mijn interesse. Weet je wat het is met dat land? Ze hebben maar twee exportproducten: gas en vrouwen.’ Een student journalistiek & media vertelt dat hij hier ook meer dan eens is geweest. ‘Soms zie ik wat voorbijkomen in de nieuwsbrief, en denk ik: hé, daar weet ik niet zo veel over. Zoals vanavond. Je steekt er wat van op.’ Spui25 klinkt, kortom, als een succesverhaal. Maar kom nou, het kan toch niet voortdurend van een leien dakje gaan? Dijkgraaf denkt even na. ‘Nou, we hebben hier wel eens lunchlezingen: Broodje Kennis. De eerste keer zaten er tachtig mensen in de zaal, de keer daarna ineens twintig.’ Ze lacht. ‘Laat ik zeggen dat wetenschappers tussen de middag beter scoren dan dichters tussen de middag. Dichters moeten meer rond borreltijd zitten.’ Dijkgraaf kan gerust zijn. Ook Ruslandkenners doen het prima rond borreltijd. ‘Eigenlijk had er wodka moeten zijn,’ zegt een van de aanwezigen. Een klein verbeterpuntje. yyy Spui25 viert haar vijfjarig bestaan met een speciaal Lustrumprogramma dat duurt tot en met 19 oktober, met als thema ‘De toekomst’. Toegang is gratis, reserveren verplicht. Voor meer informatie over het programma, zie SPUI25.nl.

FoliaMagazine

15


(advertentie)

HET BEGIN

E LL

GEJAAR

H

2 0 1 2 - 2 01

3

CO

N I G E B T E


passie Hekserij Voor Ivonne Mantel (projectsecretaris huisvestingsontwikkeling aan de UvA) is hekserij de rode draad in haar leven. ‘Ik ben niet religieus opgevoed, maar zolang ik me kan herinneren, ben ik op zoek naar een hoger doel in het leven. Dat heb ik gevonden in de natuurreligie en hekserij. Mijn leven stem ik zo veel mogelijk af op de seizoenen in de natuur. De lente is de tijd om een zaadje te planten. Zo begon ik in de lente van 2011 na te denken over nieuw werk. Dat ik per 1 juni aan een nieuwe baan ben begonnen, is niet toevallig. De zomer is de periode om te genieten. De herfst is een geschikte periode om te oogsten, maar ook

om los te laten. Vriendschappen en relaties heb ik in die periode verbroken. Dat gaat niet heel bewust. Het is een onderstroom in mij die daarvoor zorgt. Afgelopen maandag was het volle maan. Dat vierde ik met een dankbaarheidsritueel omdat ik erg blij ben met mijn nieuwe baan. Eerst trok ik een beschermende cirkel om me heen die negatieve energie buitenhoudt. Met een sjamanistische drum bracht ik mezelf in trance. Op een briefje beschreef ik hoe dankbaar ik was.

Dat briefje verbrandde ik zodat de boodschap de spirits kon bereiken. Hekserij is de rode draad in mijn leven. Het zit in mijn botten en mijn bloed, mijn ziel en mijn geest. Soms ben ik somber en laat ik me meeslepen als het privé of op mijn werk niet lekker loopt. Als ik dan een vogel hoor fluiten, gaat er een deurtje open in mijn geest en voel ik me weer verbonden met de aarde en de kosmos. Dat geeft me kracht en energie.’ yyy tekst Eva Rooijers / foto Fred van Diem

FoliaMagazine

17


18

FoliaMagazine


FoliaMagazine

19

De beer van Barentsz Kunsthistoricus Ella Reitsma beschrijft in haar boek Duizend en meer verhalen op sterk water de geschiedenis van het 175 jaar oude Zoölogisch Museum Amsterdam. Het museum werd vlak voor de Tweede Wereldoorlog – wegens failissement – eigendom van de Universiteit van Amsterdam en was tot vorig jaar onderdeel van de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica (FNWI). Reitsma schrijft over de geschiedenis van het museum en over de collectie. De verzameling van het museum bestaat uit miljoenen objecten, waaronder deze opgezette ijsbeer die werd geschoten tijdens de expeditie van het schip ‘Willem

Barentsz’ naar het arctisch gebied in 1884. Naast de ijsbeer – een van de pronkstukken uit de verzameling – bestaat de collectie uit skeletten, dieren op sterk water, insecten, schelpen, vissen, slangen en nog veel meer. Ontdekkingsreizigers namen de dieren en planten mee van hun verre expedities: ze werden gedroogd, gepekeld, op alcohol gezet of soms zelfs levend meegebracht. Inmiddels zijn de naturalia, waaronder een compleet walvisskelet, vele soorten insecten en duizenden potten met dieren op sterk water, verhuisd ten gevolge van de cultuurbezuinigingen. Alle universitaire natuurhis-

tekst Fien Veldman / foto Ella Reitsma

torische collecties zullen in de nabije toekomst volgen. Reitsma schreef dit boek in opdracht van Sandrine Ulenberg, de laatste directeur van het ZMA, ter gelegenheid van de verhuizing van de collectie van Amsterdam naar het Nederlands Centrum voor Biodiversiteit Naturalis in Leiden, een samenwerking tussen het Zoölogisch Museum Amsterdam, Universiteit Leiden, Wageningen Universiteit, Nationaal Herbarium Nederland en Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis. Het boek wordt 2 oktober gepresenteerd bij de Bijzondere Collecties. yyy

objectief


opinie

Onderzoek is de basis Onderzoek moet een prominentere plek in het bacheloronderwijs krijgen, betoogt Ieme van der Poel. illustratie Marc Kolle

H

oe verhoudt het bacheloronderwijs zich tot het onderzoek dat aan de UvA wordt verricht? Wie deze vraag voorlegt aan studenten en docenten zal merken dat er tussen beide groepen een opmerkelijke discrepantie bestaat. Docenten beschouwen doorgaans de vraag alleen al als overbodig: natuurlijk is hun onderwijs gekoppeld aan hun onderzoek, óók in de bachelorfase. Studenten daarentegen reageren vaak vol onbegrip. Dat geldt zeker voor mijn faculteit, Geesteswetenschappen, waar zelden een docent in een witte laboratoriumjas wordt aangetroffen. Vaak weten bachelorstudenten niet eens dat de overgrote meerderheid van de staf een deel van zijn werktijd besteedt aan onderzoek. En zelfs als dat wel het geval is, dan gebeurt het maar zelden dat ze van dit ‘geheime leven’ van hun docenten iets terugvinden in de collegestof. Er bestaat voor mij geen enkele twijfel dat het onderzoek, juist in de bachelorfase, een meer prominente plaats moet krijgen dan nu doorgaans het geval is. Docenten die zich in hun colleges beperken tot kennisoverdracht, moeten niet verbaasd of beledigd zijn wanneer studenten, zoals valt af te leiden uit hun woordgebruik, de universiteit als een verlengstuk van het vwo beschouwen. Ze hebben ‘les’ in plaats van ‘college’ en voor de ‘klas’ staat een ‘leraar’ in plaats

20

FoliaMagazine

van een ‘docent’. Het is dus zaak om studenten vanaf het allereerste begin te laten kennismaken met het onderzoek dat de grondslag vormt


Dijkgraaf

van ons wetenschappelijk onderwijs. Daarbij verdient het naar mijn idee de voorkeur om stapsgewijs te werk te gaan en om te beginnen bij het probleem in plaats van de methode. Ter illustratie een voorbeeld ontleend aan mijn eigen onderzoeksterrein: Franse koloniale literatuur. Geen universitaire topsector, het dient gezegd, maar juist daarom wellicht heel geschikt om mijn pleidooi voor een grotere zichtbaarheid van het onderzoek, universiteitsbreed, kracht bij te zetten. In het kader van het letterkunde-onderwijs bij de opleiding Frans lezen eerstejaarsstudenten L’Hôte (1954), een verhaal van Albert Camus dat speelt in Algerije op het moment dat de eerste tekenen van het gewapende verzet tegen het Franse koloniale bewind zich aandienen. Het verhaal staat op de leeslijst om studenten vertrouwd te maken met het begrip ‘focalisatie’. Dit heeft betrekking op de keuze van het vertelperspectief, waarmee de schrijver, net als bij de lens van een camera, kan bepalen welke hoek hij kiest om zijn verhaal aan de lezer te presenteren. In L’Hôte, dat de confrontatie tussen een Franse onderwijzer en een Algerijnse gevangene beschrijft, ligt het vertelperspectief volledig bij de Fransman die als onderwijzer het koloniale gezag vertegenwoordigt. Over wat de Algerijn ziet en voelt tasten we volledig in het duister. Onze beleving van het verhaal valt, door de wijze waarop Camus het heeft vormgegeven, volledig samen met die van de onderwijzer. De onderzoeksopdracht voor de studenten Frans bestaat erin het verhaal van Camus te herschrijven, maar nu vanuit het perspectief van de Algerijn. Door deze exercitie verwerven ze niet alleen inzicht in de

verteltechnische kant van het verhaal, ze ondervinden ook hoe spanning in een tekst wordt opgebouwd. Maar daarnaast biedt het verhaal van Camus ook een eerste aanknopingspunt om het begrip culturele diversiteit onder de loep te nemen. Het laat zien hoe een confrontatie met de onbekende ander kan uitmonden in angst voor die ander, dat op zijn beurt weer een belangrijke voedingsbodem voor xenofobie kan zijn. Zo vormt een betrekkelijk simpele schrijfopdracht in het eerste jaar van de opleiding de opstap voor een reeks onderzoeksactiviteiten waarbij studenten, door het actief herschrijven van een bestaande tekst, zelf de problemen ontdekken waarvoor de literatuurtheorie (maar ook de geschiedenis en de filosofie) hen vervolgens het gereedschap aanreiken om ze op een adequate wijze te duiden. Dit leidt tevens tot het besef hoezeer de (literaire) vorm bepalend is voor de interpretatie van een tekst. Natuurlijk is het gemakkelijker om researchintensief onderwijs een plaats te geven binnen een betrekkelijk kleine studierichting zoals Frans dan bij opleidingen waar men met zeer grote aantallen studenten te maken heeft. Daarnaast zal het niet alle docenten even gemakkelijk afgaan om studenten de noodzakelijke ruimte te bieden om fouten te maken, zonder direct klaar te staan met het juiste antwoord. Maar dat is geen reden om de uitdaging die research-intensief onderwijs ons biedt uit de weg te gaan. Zo maken we van de ‘leraar’ weer een docent en van de student een junior-onderzoeker in de dop. yyy Ieme van der Poel is hoogleraar Franse letterkunde en directeur van het College of Humanities.

Onbetaalbaar

We proberen altijd onze kinderen bij academische activiteiten te betrekken. Zeker toen ze nog jong en politiek incorrect waren, kon dat soms tot wat pijnlijke situaties leiden. Zo herinner ik me een facultaire borrel, waar mijn vijfjarige zoontje erop stond om aan iedereen vragen of hij of zij ‘mijn vriendje was’. Mijn vriendenkring is nog nooit zo groot geweest als die dag. Of de gelegenheid waarbij een ander schatje bleef doorvragen wie nu precies mijn baas was en of die dan ook echt zo veel slimmer was. Toch zijn die ervaringen, van een handtekening van André Kuipers tot een potje badminton met een Nobelprijswinnaar, in de woorden van een creditkaartenverkoper: ‘onbetaalbaar’. De grootste zorg is dat de kinderen je niet te veel voor gek zetten. Een oude man vertelde me wat dat betreft het beste verhaal. Lang geleden, nog voor de oorlog, had zijn vader de gelegenheid om met het gezin een bezoek te brengen aan Albert Einstein. Maar voordat ze de autorit naar Princeton gingen maken, moesten de kinderen wel eerst goed geïnstrueerd worden. Vandaag zouden ze een belangrijk man ontmoeten, misschien wel de belangrijkste man die ze in hun hele leven zouden ontmoeten. Ze moesten zich dus netjes gedragen. Dat was niet gemakkelijk, want deze man was anders dan anderen. Hij droeg geen sokken en zijn haar stond alle kanten op. Vader zou die dag dan ook het woord doen. Zo gezegd, zo gedaan. Op hun paasbest meldde het gezin zich voor de deur van de beroemde geleerde. De deur werd opengedaan door een persoon die precies voldeed aan de beschrijving. Geen sokken en wilde grijze haren die alle kanten op stonden. ‘Dag, professor Einstein,’ zei de vader plechtig. Waarop de persoon zei: ‘Ik ben zijn zus.’ De kinderen kwamen niet meer bij van het lachen. yyy Robbert Dijkgraaf

g

FoliaMagazine

21


Benmiloud

opinie

Behoud de studieweek De afschaffing van de studieweek op de Faculteit Economie & Bedrijfskunde moet ongedaan worden gemaakt, vinden Sytske de Jong en Jan-Tjibbe Steeman.

S

lechts één week voordat de studenten van de Faculteit Economie & Bedrijfskunde van hun welverdiende zomervakantie mochten genieten, ontstond er onrust op het Roeterseilandcomplex; het bestuur besloot dat de studieweek per direct afgeschaft zou moeten worden. De collegevrijeweek, ooit bedoeld als voorbereidings- en repetitieweek, wordt door dit besluit verplaatst naar de tussentoetsweek. De studentenraad keurt dit besluit af. De opleidingscommissies, de ondernemingsraad en – niet geheel onbelangrijk – de studenten in vorm van de studentenraad zijn allen gepasseerd in deze kwestie. Via de geruchtenmachine en wandelgangen moest het de studenten ter ore komen dat er grote veranderingen op de faculteit zouden plaatsvinden. Het afgelopen collegejaar stond voor de faculteit in teken van vele veranderingen; een nieuwe decaan, de implementatie van het 8-8-4-systeem, de reorganisatie van het werknemersbestand en de herstructurering van het Roeterseilandcomplex. Dit alles om de faculteit weer op de rails te krijgen na een periode van financieel zware tijden. Het is duidelijk dat het bestuur voortvarend te werk gaat in zijn ambitie voor ‘studiesucces’, maar wij vinden dat het besluit omtrent de studieweek te lichtzinnig gemaakt is. Het bestuur meent dat deze verandering geen studentenaangelegenheid betreft omdat het sléchts een wij-

22

FoliaMagazine

ziging in ‘de allocatie van uren’ is. Hiermee gaat zij voorbij aan het feit dat van álle ingevoerde veranderingen, juist deze verstrekkende gevolgen heeft voor de FEB-student. De petitie die wij als FSR rondom dit onderwerp initieerde leverde in één zomerweek vijfhonderd handtekeningen op; een duidelijk signaal aan het bestuur. Wij plaatsen veel kanttekeningen bij het proces rondom het afschaffen van de studieweek. Maar ook op de inhoud hebben wij kritiek. De maatregel zal volgens ons averechts werken. Repeteren voor de tentamenweek is essentieel voor opleidingen waar men weinig college volgt en veel aan zelfstudie moet doen. Het wegvallen van deze week is in dit licht dan ook onacceptabel, zeker als men bedenkt dat veel FEB–studenten geen midterms hebben. Hiermee verwordt de collegevrije week in week vier tot een loze week. Juist omdat wij én het bestuur van de FEB datzelfde doel van ‘studiesucces’ nastreven, voelen wij ons omtrent deze zaak genoodzaakt om de stap naar de geschillencommissie te zetten. Zodat de studentenmedezeggeschap in de toekomst niet meer gepasseerd zal worden, zeker niet inzake een onderwerp met ingrijpende gevolgen voor de FEB-student. yyy Sytske de Jong en Jan-Tjibbe Steeman zijn lid van de Facultaire Studentenraad Economie en Bedrijfskunde.

Te cool voor school Cool, tof, hip, vet, gaaf of dolletjes. Het woord hangt af van je geboorteplaats en -jaar, maar de survival of the fittest begon voor velen op de basisschool. Cool zijn had zo zijn voordelen; coole kinderen werden vaker door jarige kinderen uitgekozen om mee te gaan trakteren bij juffen en meesters van andere klassen. Lees: coole kinderen kregen meer snoep. De andere voordelen... nou ja, snoep is op die leeftijd het enige wat telt. Cool zijn draaide destijds vooral om uiterlijk, en in de lagere klassen was dat nog simpel: je had rijke – en overhaalbare – ouders, of je had die niet. In het eerste geval was je de trendsetter met merkgympen in een knalkleur, in het tweede geval probeerde je de trendsetter bij te houden door je eigen ouders te manipuleren, of door gympen van een willekeurige textielsuper toe te takelen met viltstift. Op de middelbare school werd het ingewikkelder om cool te zijn. Daar moest worden geconcurreerd met coole kinderen uit andere klassen, en werd er ook nog eens van je verwacht dat je de laatste must-haves had weten te incorporeren in je eigen zogenaamd unieke stijl (zogenaamd omdat de goths, kakkers en alternatievelingen allemaal op elkaar leken). Maar zolang er merkjes op je verkleedpak stonden, zat je meestal wel goed. Nu zijn we aangekomen bij de hogeschool en universiteit, tijdens het begin van een nieuw schooljaar, anno 2012. En godzijdank, de druk om hippe kleren te dragen lijkt afwezig, want de mensen die geen hersens hebben zijn er voor de toelatingen allang uitgefilterd. Er zijn wel studenten die heel hippe kleren dragen, maar die doen dat omdat hun eigen unieke stijl – is-ie weer – modieus is en niet om mee te lopen met de rest. Want als er iets oncool is, dan is het wel meelopen. Conclusie: cool doen is eindelijk uit de mode. Tenzij je je textiel­superschoenen hebt bewerkt met viltstift en glitters. Dan ben je een baas. yyy Hadjar Benmiloud


brieven

promoties dinsdag 2/10 14.00 uur: Mirjam Ketema – Geneeskunde

Nesprin-3 as a LINC Between the Nucleus and Intermediate Filaments (Agnietenkapel)

woensdag 3/10

Leraarsbloed

Een uitstekend opinieartikel, in Folia Magazine #2. ‘Managers moeten dienstbaar zijn aan het onderwijs,’ dat immers toebehoort aan docenten en studenten. Het plan voor invoering van RVT’s is een gedachtefout die voortkomt uit het bedrijfsmatig denken van veel managers. Terecht wordt er gesteld dat een docent een ‘inspanningsverplichting’ heeft en geen ‘resultaatsverplichting’. Het docentschap is een verantwoordelijke baan en iedereen met leraarsbloed in zich (en passie voor zijn/haar vak) zal z’n uiterste best doen om ‘eruit te halen wat erin zit’. yyy Kees Drullman, docent elektronica bij Domein Techniek

Taalniveau

Hierbij een reactie op de opmerking van Jean Tillie in ‘Overigens’ in Folia Magazine 3: ‘In mijn beleving wordt het taalniveau van studenten steeds slechter.’ Als het al zo is, komt dat mijns inziens doordat (omdat?) ‘iedereen’ tegenwoordig naar het voortgezet onderwijs moet, en velen ook nog ‘moeten’ doorleren. Vroeger – ik ben van 1940 – zat ik in een samengevoegde klas – lagere school – met ongeveer zestig leerlingen. Elke dag schreef onze meester Van Leeuwen een dictee op het bord met weglating van de ‘moeilijkheden’: onmi..e...k, z..n, wor.., enzovoort. Dat wel in zinnen, zodat je met je kennis van het Nederlands en met die herhaling na enige tijd toch vrijwel foutloos zou moeten kunnen scoren. Niets was minder waar! Elke keer weer maakte het overgrote deel van de toenmalige leerlingen meer dan vijftig fouten. Op een paar leerlingen na, onder wie mijn broer en ik, en naar ik meen, nog een stuk of drie leerlingen. Deze ‘foutloze’ leerlingen mochten naar de (m)

14.00 uur: Aimée van Dijk – Geneeskunde

ulo of de ambachtsschool, de anderen bleven thuis op de boerderij of een ander bedrijf werken. Op de mulo begon de school met honderd leerlingen, in de 2e klas waren er vijftig over, in de derde 25, en in de examenklas twee keer tien (mulo a en b). En van die geslaagden gingen er een paar naar gymnasium of hbs. Nu echter gaat bijna iedereen naar havo en vwo. Nu heb ik daar vroeger zelf lesgegeven, en het taalniveau was toen (zeventiger jaren) al matig. Op de universiteit deelden we (zestiger jaren) collegedictaten – om elkaar na te vlooien en onze eigen geschriften te verbeteren. Wie schetst mijn verbazing: vol spelfouten! Dus wees gerustgesteld: het was niet anders qua niveau. yyy Herman E. Van Vuure Herstel In Folia Magazine 3 (19 september) staat bij het stuk ‘Rennen voor je leven’ dat de foto’s zijn gemaakt door Jan-Maarten Hupkes. Dat moet Bas Uterwijk zijn.

Cardio-Metabolic Risk in Children Prenatally Exposed to Maternal Psychosocial Stress (Agnietenkapel)

donderdag 4/10 10.00 uur: Ifedayo Adetifa – Geneeskunde

Interferon Gamma Release Assays (IGRAs) for Tuberculosis (TB) and Their Potential as Efficacy Markers for Intervention Trials (Agnietenkapel)

12.00 uur: Femkje Jonker – Geneeskunde

Anaemia, Iron Deficiency and Infections. New Perceptions of the Interaction Between Hepcidin, Iron Biomarkers, Anaemia and Inflammation in Malawian Children (Agnietenkapel)

14.00 uur: Erinc Salor – Literatuurwetenschap Sum of All Knowledge – Wikipedia and the Encyclopedic Urge (Agnietenkapel)

vrijdag 5/10 10.00 uur: Diana Britto Ruiz – Latijns-Amerikastudies

La búsqueda de justicia desde los microespacios de la política. Organizaciones de mujeres desplazadas en Colombia (Agnietenkapel)

12.00 uur: Adriana Nijholt – Geneeskunde

The Unfolded Protein Response. A Common Pathomechanism in Tauopathies (Agnietenkapel)

14.00 uur: Jacqueline Tromp – Geneeskunde

The Microenvironment and Treatment Resistance in Chronic Lymphocytic Leukemia (Agnietenkapel)

(advertentie)

Folia maakt kennis... ...met Joop

Zinsmeister

Docent HRM en onderzoeker bij het lectoraat gedifferentieerd HRM

Woensdag 26 september tussen 16.00 en 17.00 uur in de OBA (Oosterdokskade 143) Live te beluisteren op AmsterdamFM (106.8 in de ether en 103.3 op de kabel)

oraties

donderdag 4/10 16.00 uur: Mw. prof. dr. Marieke van Ham, hoogleraar biologische immunologie

Feel the B-T. De B-cel als dirigent van immuniteit (Aula)

vrijdag 5/10 16.00 uur: Dhr. prof. dr. Stephen Small, bijzonder hoogleraar Nederlands slavernijverleden en erfenis Living History: The Legacy of Slavery in the Netherlands (Aula) Voor uitgebreide informatie zie www.uva.nl/agenda

Vanaf 27 september terug te luisteren op

www.foliaweb.nl

3 oktober • Sebas Veeke (Voorzitter CMR HvA en student Informatica)

Folia het platform voor hoger opgeleid Amsterdam Amsterdam FM.nl de stem van de hoofdstad

FoliaMagazine

23


Economie volgens Heertje In betere tijden kon je prima je leven leiden zonder het ooit over economie te hebben, maar sinds de crisis valt daar niet meer aan te ontkomen. Voor redacteur Gijs van der Sanden een teken dat hij zijn economiekennis bij moet spijkeren. In de leer bij Arnold Heertje. tekst Gijs van der Sanden / foto’s Daniël Bosschieter

L

aat ik het maar gewoon toegeven: ik heb weinig kaas gegeten van economie. Uit een angst voor cijfers, grafieken en formules liet ik het vak op de middelbare school zo snel mogelijk vallen. Artikelen in het economiekatern van de krant lees ik zelden van voor tot achter uit, vooral als er zinnen in staan als: ‘De Midkap-index ging 1,5% omhoog naar 525,23 punten.’ Om over de Europese staatsschuldencrisis nog maar te zwijgen. Kleine troost: ik ben niet de enige, blijkt uit gesprekken met vrienden en collega’s.

Ik wil wel eens weten: waar hebben we het eigenlijk over als we over ‘economie’ praten? En waarom snappen we er zo weinig van? Wie beter hierover te spreken dan emeritus hoogleraar Arnold Heertje (1934), een van de bekendste economen van Nederland. Zijn middelbareschoolboek De kern van de economie, dat dit jaar vijftig jaar bestaat, heeft generaties aan scholieren de grondbeginselen van de economie bijgebracht. Heertje en ik zitten in de binnentuin van Hotel Jan Tabak in Bussum. De rolverdeling is duidelijk: Heertje is de docent, ik de leerling. ‘Wat

ik vandaag wil doen,’ zegt Heertje, ‘is kort het karakter en de methodologie van de economie uiteenzetten. Je zult zien dat alle vragen waar je mee rondloopt een andere achtergrond krijgen als ik een aantal fundamentele uitgangspunten heb duidelijk gemaakt.’

‘Economie is geen morele wetenschap’ Heertje heeft zich op ons interview voorbereid. De econoom heeft helder voor ogen waarom mensen zoals ik zo veel moeite hebben om alle ontwikkelingen in de wereldeconomie te begrijpen. Heertje: ‘Geloof me, het ligt niet aan jullie. Het ligt aan de manier waarop economie door sommige economen wordt overgebracht. Daar zitten allerlei manco’s in.’ Zondeval Over één ding is Heertje heel duidelijk: economie is een theoretische, analytische wetenschap. ‘Sinds de zondeval in het Paradijs, dat beeld gebruik ik in De kern van de economie ook, is het menselijk leven eindig. Dat betekent dat onze tijd schaars is. Die schaarste is het uitgangspunt van de economie. Economie is een wetenschap die behandelt hoe we, met de beperkte tijd en middelen die we hebben, zo goed mogelijk in onze behoeften kunnen voorzien. De mate waarin we dat kunnen noem je welvaart.’ Heertje benadrukt: die schaarste, daar komen we nooit meer vanaf. Als we in onze meest elemen-

24

FoliaMagazine


als analytische resultaten. Daardoor raken jullie allemaal de weg kwijt.’ Dat klinkt vrij abstract. Kunt u daar een voorbeeld van geven? ‘Natuurlijk. Ik keek laatst naar Buitenhof, en daar was Barbara Baarsma [directeur van SEO Economisch Onderzoek en bijzonder hoogleraar marktwerking en mededingingseconomie, red.] in debat met Jolande Sap over hoe je de economie efficiënt kunt vergroenen. Een deel van de rekening daarvan komt te liggen bij de kiezer: vlees wordt duurder in een groene economie. Baarsma zei toen tegen Sap dat de kiezer lijdt aan loss aversion: de notie dat een verlies zwaarder weegt dan een even grote winst. De kosten van een groene economie zouden voor de kiezer dus zwaarder wegen dan de baten. Daarmee zei ze eigenlijk tegen Sap:

‘Schaarste is het uitgangspunt van de economie’ taire behoeften zijn voorzien – eten, drinken, onderdak – dan ontwikkelen onze behoeftes met ons mee. We willen lekkerder eten, we willen een mooier huis. Economie, legt Heertje uit, is een verklarende wetenschap. Hij vertelt mij wat hij daarmee bedoelt aan de hand van een ‘basisschoolvoorbeeld’. Stel, je wilt verklaren van welke factoren de vraag naar aardbeien op een markt afhangt. Heertje: ‘Als je die vraag aan leerlingen voorlegt, dan zeggen ze meteen: van de prijs van aardbeien. Sommigen zeggen ook: van de prijs van kersen. En soms zegt een enkeling, en ik ben altijd heel blij als dat gebeurt, van de prijs van – ik noem maar wat – scheermesjes. Dan begint de hele klas te lachen. Maar formeel is dat juist. Want als de prijs van scheermesjes omhooggaat, kunnen mensen die zich moeten scheren minder geld uitgeven aan aardbeien.’ Duidelijk. Dat snap ik best. Maar wat is nu

precies het punt? Heertje: ‘Ja, ja, dat wilde ik net gaan vertellen. Om te beginnen heeft niet elke econoom altijd meteen het hele plaatje voor ogen. Daarmee bedoel ik dat niet elke econoom de scheermesjes mee zal nemen bij het verklaren van de vraag naar aardbeien. Maar het belangrijkste punt is dit: het is in de economie bij voorbaat vaak niet duidelijk hoe zwaar een factor weegt. Vanzelfsprekend heeft de vraag naar scheermesjes weinig invloed op de vraag naar aardbeien. Maar in de praktijk is dat niet altijd even duidelijk. Economie is geen natuurkunde, waarin er wetten gelden die voor elke situatie gelden. Economen stoppen met statistisch en econometrisch onderzoek veel tijd en energie in het vaststellen van hoe zwaar een factor weegt. Maar tot beslissende, robuuste uitkomsten leidt dit meestal niet. Bovendien presenteren economen – vaak zonder het duidelijk te zeggen – hun eigen politieke waardeoordelen

je jaagt je electoraat tegen je in het harnas. Dat vond ik heel kwalijk. Want die hypothese geldt heel specifiek voor bepaalde besluitvorming, zoals het kopen van aandelen, maar zegt niets over het electoraat van Sap.’ Heertje geeft nog een voorbeeld. ‘Stel, je zegt in de huidige economische situatie: we verhogen de lonen, want dat leidt tot meer koopkracht en dat is goed voor de economie. Dat is een logische redenering. Maar je kunt ook zeggen: loonsverhogingen zijn kosten voor de werkgever, waardoor het voor ondernemers financieel moeilijker wordt om te investeren, en dat is slecht voor onze economie. Dat zijn allebei valide redeneringen. Je kunt niet zeggen dat het een juist is en het ander niet. De invloed van dat soort factoren moet statistisch worden onderzocht.’ U vindt dus dat economie waardevrij moet zijn? ‘Niet waardevrij moet zijn, waardevrij ís.’ Heer-

FoliaMagazine

25


tje verheft zijn stem. ‘De allereerste vraag die ik kreeg toen ik les ging geven op het Maimonides Lyceum in Amsterdam was: “Meneer, vindt u dat de belastingen verhoogd moeten worden?” Ik zei: waarom vraag je dat niet aan de gymnastiekleraar? De klas barstte in lachen uit. “U bent toch econoom? U weet dat toch?” zeiden ze. Ik legde ze uit dat dat een normatieve vraag was, maar geen analytische. Economie is geen morele wetenschap. Economen halen dat nog wel eens door elkaar.’ Denkt u ook niet dat veel economische thema’s gewoonweg het voorstellingsvermogen van mensen te boven gaan? Alleen al die astronomische bedragen die in het Europese Stabiliteits Mechanisme worden gestopt, bijvoorbeeld. ‘Dat begrijp ik wel, maar eigenlijk zou je over die enorme bedragen heen moeten kijken. Economie is veel meer dan dat gedeelte van de samenleving dat zich in cijfers en geld laat uitdrukken. Economen hebben de neiging om alles te monetariseren; alles wat niet in geld is uit te drukken, wordt van tafel geveegd. Over welvaart wordt gesproken in termen van winst, groei, consumptiegoederen. Ik pleit – let op hè, nu geef ik een mening – al jaren voor een veel ruimer welvaartsbegrip. Om nog even terug te komen op dat debat tussen Baarsma en Sap: Baarsma zit heel duidelijk op het schema dat economie alleen over geld en marktwerking gaat. Zij stelt dat het vergroenen van de economie meer kost dan het oplevert. Maar waarom

26

FoliaMagazine

zou een verbetering van je leefomgeving geen opbrengst zijn? Het kan alleen niet in geld worden uitgedrukt.’ Om die reden heeft u de crisis een paar jaar geleden in dagblad Trouw ‘een zegen’ genoemd. ‘Precies. Doordat de economische groei afneemt, komt het milieu minder onder druk te staan. Er zijn minder files, er is minder luchtvervuiling. Dat is de andere kant van het verhaal.’

U heeft thuis een bibliotheek vol met boeken over economie. Welk boek zou ik nu moeten lezen om de huidige crisis in Europa goed te begrijpen? ‘Buitengewoon nuttig in dit verband is het boek Capitalism, Socialism and Democracy van de twintigste-eeuwse econoom Joseph Schumpeter. In dat boek laat hij het begrip “creative destruction” vallen. Door de crisis worden een hoop oude processen afgebroken, maar daar komen ook weer nieuwe voor in de plaats. Een goed voorbeeld zijn de bezuinigingen in de kunstsector. Musea die door de overheid enorm gekort zijn in subsidies, en zelf op zoek gaan naar andere wegen om aan geld te komen waardoor er een vitalisering van activiteiten optreedt. Dat karakteriseert de periode waarin we nu leven.’ Twaalfduizend boeken over economie heeft Heertje inmiddels. Hij heeft een indruk van ze, vertelt hij, maar hij heeft ze niet allemaal gelezen. ‘Ik zeg wel eens: kennis hebben betekent dat je een indruk hebt van wat je niet weet.’ Iets om te onthouden, de volgende keer dat ik het economiekatern van de krant opensla. yyy


illustratie Denise van Leeuwen

drift

Bang voor een vermoeden

F

leur (27), student psychologie: ‘Ironisch, eigenlijk. Voor iemand die het gevoel bestudeert, voor iemand die zich dagelijks verdiept in de menselijke verlangens of het ontbreken daarvan, heb ik verbazingwekkend weinig inzicht in mezelf. Hij is zo geweldig, ik zou me zo gelukkig moeten prijzen met zijn onverdeelde aandacht en met zijn overrompelende enthousiasme ten aanzien van mij, van ons. Maar het enige wat ik voel is een lichte weigering, onder in mijn buik, wanneer hij me op bed duwt en over me heen kruipt. Ik heb overwogen om mijn twijfels over hem en ons op tafel te leggen. Ik heb nagedacht of ik hem kan aanspreken over die paarse vrouwenschoenen die ik bij hem in de kast zag staan, heb nagedacht of ik iets kan zeggen over de manier waarop hij soms kan gillen van enthousiasme en over het feit dat ik hem niet met mijn handen of mond mag bevredigen. Maar op het punt dat ik mijn mond open wil trekken, op het punt dat ik de moed heb verzameld en zeker weet dat ik hem de moeite waard vind om eerlijk tegen te zijn – toch een voorwaarde voor een volwaardi-

ge relatie – ben ik bang dat ik vooral mijn angst voor intimiteit op hem projecteer. Bang dat ik me dingen in mijn hoofd haal, om me maar niet echt te hoeven binden. Begrijp me niet verkeerd, de seks die we hebben is prettig. Hij streelt me veel, neemt de tijd om me te masseren – wat ik heerlijk vind – hij vertelt me meer dan genoeg hoe mooi hij me vindt en ik vind hem aantrekkelijk. Maar als we elkaar

‘Ik mag zijn geslacht niet aanraken’ een tijdje gestreeld hebben, als we uit gemasseerd zijn en naar een punt hebben toegewerkt waarop die opbouw zich moet uitbetalen, dan blijft de explosie uit. Op het punt dat de werkelijke seks zich aandient, pakt hij me niet vast zoals ik vastgepakt wil worden, kust hij me niet zoals ik dat graag heb en mag ik zijn geslacht niet aanraken, en de vrijpartij verzandt in een penetratie waarbij ik me alleen nog dienstbaar voel. Ik wacht tot hij klaar is, en dat was het dan.

Zou het kunnen dat ik te veel tegen hem opkijk? Dat ik te veel ontzag voel voor zijn enorme succes in zijn studie en in zijn werk, voor de stelselmatige bewondering die hem ten deel valt wanneer hij nieuwe mensen ontmoet en voor hoe gemakkelijk hij zich door het leven beweegt? Is het mijn angst niet goed genoeg te zijn die maakt dat ik zo aan zijn intenties twijfel? Of is het zijn theatrale manier van spreken, zijn sierlijke bewegen en de weigering die ik in bed voel, is het mijn heimelijke vermoeden dat hij eigenlijk op mannen valt, maar dat zelf wellicht nog niet weet? Hoeveel ik ook nadenk, ik kom er niet uit. Ik heb nog nooit zo veel getwijfeld over iemand die ik zo ontzettend geweldig vind.’ yyy Fen Verstappen

De naam van de geïnterviewde is op haar verzoek gefingeerd. Wil je ook meedoen aan deze rubriek, mail dan een korte motivatie naar redactie@folia.nl.

FoliaMagazine

27


m u t c e R e d i Ra zijn studerende leden van Rectum Raiders, en vijf de k, roc k coc l nta nde sce tran len spe Ze t een goed feestje houdt en er alles aan doe van l we die nd kba roc zige vun n ‘ee gen naar eigen zeg en in Taiwan. Rock-’n- Roll baby! dag tien ze n rde toe er zom e Dez .’ ten zet om de zaal op zijn kop te foto’s Daniel Toro en Judith Juud

Bas: Jaco Bass Raper de Swart, master wijsbegeerte & theoretische fysica (UvA)

Hubregtse, Bachelor Drums: Niek Beat Destructor ic Management (HKU) of Art and Economics in Mus

28

FoliaMagazine


ers der Lee, Gitaar: Jeroen Baby Eater van (NCCU, ies Stud master in Asia-Pacific Taipei) ty, ersi National Chengchi Univ

Gitaar: Guus The Shred van Gemert, bouwkunde (HvA)

Zang: Daniel Mister Rectum Polman, master vergelijkende politicologie (RUN)

umraiders.nl Luisteren of album kopen: rect

FoliaMagazine

29


lezingenladder

het cultureel studentencentrum van de UvA & HvA

CREA RoeterSeiland Adres: Nieuwe Achtergracht 170 Voor een ieder die geïnteresseerd is in lezingen en debatten is er de Folia Magazine-lezingenladder. Wij streven ernaar hierin de meest interessante lezingen en debatten in Amsterdam op één plek te verzamelen.

Ignite Mediamatic Bank WO 26/09, 20.30 uur Twaalf presentaties van vijf minuten, over voedsel- en fietsontwerp, games, natuur in de stad, en met Marc van der Holst, geestelijk vader van Spekkie Big.

Mijn idee voor Nederland De Balie DO 27/09, 20.00 uur Warchild-oprichter Willemijn Verloop lanceert Social Enterprise NL, om sociaal ondernemerschap in Nederland te stimuleren.

De weg naar volmaakte liefde Rode Hoed DO 27/09, 20.00 uur Lezing over hoe door meditatie volmaakte liefde steeds dieper ervaren kan worden. Door broeder Devananda, een monnik van SelfRealization Fellowship.

Bezige Bij dialogen Spui25 VR 28/09, 20.00 uur Schrijvers Peter Buwalda en Tommy Wieringa in gesprek over al geschreven en nog te schrijven boeken, over literaire voorbeelden, over stijl, en over elkaar.

Grunberg ontmoet Sedlácek De Balie VR 28/09, 20.00 uur Arnon Grunberg in gesprek met de Tsjechische econoom Tomáš Sedlácek, door Yale Economic Review uitgeroepen tot een van de ‘vijf spannendste denkers in de economie’.

De vierde Beastie Boy Pakhuis de Zwijger VR 28, 21.00 uur Lezing van de Amerikaanse fotograaf Ricky Powell, die bekend werd met zijn foto’s van de legendarische hiphopband Beastie Boys.

Odyssee van een journalist

30

in de jaren zeventig sterredacteur en religieverslaggever van Elsevier, die o.a. Desmond Tutu en Moeder Teresa interviewde.

Proef de cyclus! Spui25 MA 1/10, 17.00 uur Universiteitshoogleraar Louise O. Fresco nodigt voedselontwerper Katja Gruijters uit voor een dialoog rondom kunst, ontwerp en wetenschap aan de hand van een voedselcyclus.

Dracula De Balie MA 1/10, 20.00 uur De vampier: het eeuwige fenomeen. Verklaard door (kunst)historici, sociologen, filmmakers en een priester.

Wat is wijsheid? De Nieuwe Liefde DI 2/10, 20.00 uur Wat is de plaats van vriendschap in onze tijd? Met o.a. Joep Dohmen, hoogleraar wijsgerige en praktijkgerichte ethiek, en Catharina de Haas, filosoof en auteur van Vriendschap een tweede ik.

lezing do 27 / 20.00 uur

Macht en de Media We besteden steeds meer tijd aan het gebruiken, consumeren en produceren van media. In zijn meest recente boek Media Life (2012) laat Mark Deuze, hoogleraar communicatiewetenschap aan Indiana University, zien hoe we tegenwoordig in de media leven, in plaats van ermee. Hij geeft een lezing en beantwoordt vragen van het publiek. In samenwerking met Xi. Plaats: CREA Muziekzaal. Toegang: gratis.

Cultuur vr 28 / 20.00 uur

NerdNite VIII We start anew with a fresh set of two speakers from the Nerd Menagerie. Put your Higgs boots on, and prepare for some serious Japanese folding. This is Nerd Nite: we’re back! Caroline D’Angelo explains why the ancient Japanese tradition of origami is about more than just folding paper. From traditional miniature farm animals to the modern all-out stunt origami, the field is as vast as it is exciting. 2012 will undoubtedly be remembered as the year of the long-awaited discovery of the Higgs particle. But who is Higgs? What is Higgs? Why do we need Higgs? Why did it take almost 50 years to find Higgs? And finally... how many Higgs particles are

What’s Up?-jubileum Pakhuis de Zwijger DI 2/10, 20.00 uur Vijfjarig jubileum van ‘show & talk’ What’s Up?. Met o.a. de mannen van Appelsap, televisie- en filmregisseur Frans Weisz en creatieve duizendpoot Ronald Snijders.

Is Wilders een fascist? Felix Meritis DI 2/10, 20.00 uur Historicus Robin te Slaa geeft definitief antwoord op de vraag of Geert Wilders een fascist is. Met o.a. Meindert Fennema.

needed to build up Peter Higgs? Sander Mooij will share his Higgs knowledge with us. Location: CREA Muziekzaal. Admission: free.

debat za 29 / 13.00 uur

Dag van de Jonge Historicus Wat doet een goede historicus? Prikt die alleen mythes door of straalt hij/zij een zeker moreel gezag uit? Hoe verhouden wij ons tot de maatschappij en wat is onze rol in het publieke debat? En hoe zit het met dat historisch besef? Moeten wij het ons aanrekenen dat geen Nederlander meer weet wie Spinoza was, of dat er ook een Eérste Wereldoorlog is geweest? Dit soort vragen komen aan bod op de

U organiseert een lezing of debat en wilt daarmee graag op deze pagina staan? Stuur tijdig een mailtje

De Nieuwe Liefde ZO 30/09, 13.00 uur

naar harmen@folia.nl onder vermelding van ‘Aanmel-

Presentatie van de autobiografie van Rex Brico,

ding lezingenladder’.

FoliaMagazine

Bereikbaar via de Sarphatistraat en de Plantage Muidergracht

Dag van de Jonge Historicus. Plaats: CREA Theater. Toegang: studenten gratis, anderen E 5,-. Reserveren: 020 525 1400

WWW.CREA.UVA.NL


overigens

In deze rubriek reflecteren wetenschappers op een actuele stelling.

Een Europees quotum voor vrouwen in leidinggevende functies is noodzakelijk, het glazen plafond is nog lang niet doorbroken. Jan Willem Duyvendak hoogleraar sociologie

Cees Vervoorn lector topsport & onderwijs

Mies Westerveld hoogleraar sociaal verzekeringsrecht

Jan Willem Duyvendak ‘Een quotum is een fikse maatregel, waar je alleen met goede argumenten toe over moet gaan. Maar in dit geval lijkt het me inderdaad noodzakelijk. Momenteel zorgen blokkades in het bedrijfsleven en bij de overheid ervoor dat vrouwen daar niet dezelfde kansen krijgen als mannen. De top is vaak een monocultuur van mannen die onbewust en onbedoeld geneigd zijn andere mannen aan te trekken. Je stelt nu eenmaal eerder vertrouwen in iemand waar je jezelf in herkent. Met een quotum kun je dat doorbreken. Als zo’n quotum eenmaal heeft gewerkt en er meer vrouwen in topfuncties zitten, dan laat je ook zien aan meisjes die nu op school zitten dat ze iets kunnen bereiken. Dat zal hun ambitie aanwakkeren. Op die manier kiezen ze eerder voor een carrière en een serieuze fulltimebaan in plaats van die hopeloze deeltijdbaantjes die ze nu hebben. Zo worden hun talent en scholing beter benut. We hebben als maatschappij ook fulltime arbeidskrachten nodig om te compenseren voor de vergrijzing en om de pensioenleeftijd niet te erg te laten oplopen.’

Mies Westerveld ‘Een quotum lijkt me geen goed idee. De klacht van veel vrouwen die via voorkeursbeleid op een hoge functie belanden is dat ze daar niet serieus worden genomen omdat men aanneemt dat ze er zitten dankzij het quotum. Een Europees quotum lijkt me al helemaal geen goed idee, zeker niet nu Europa zo onder vuur ligt. Voor zo’n maatregel is echt een nationaal draagvlak vereist. Door het vanuit Europa op te leggen zal de weerzin jegens zowel het quotum als Europa toenemen. Bovendien heb ik moeite met het beeld van een glazen plafond waar vrouwen tegenaan lopen als ze willen groeien. Voor een deel klopt dat, maar aan de andere kant maken vrouwen zelf vaak andere loopbaankeuzes dan mannen. Ze laten de nadelen van een topfunctie zwaarder meewegen. Dat verhelp je niet met een quotum. Ten slotte ligt aan een quotum het idee ten grondslag dat de macht en het geld die bij een topfunctie horen zaligmakend zijn. Vrouwen zeggen in de praktijk vaker “nee” tegen die aanname. Ik reken me zelf daar ook toe, ook al heb ik nu dan een – relatieve – topfunctie.’

Cees Vervoorn ‘Tegen. Volgens mij moet je hierin geen rigide regels opleggen, de kwaliteit moet leidend zijn. En ik vind dat een bestuur een afspiegeling moet zijn van de werkvloer. In een autobedrijf bijvoorbeeld, waar bijna alleen mannen werken, hoef je niet krampachtig op zoek naar vrouwen voor het bestuur. Maar je kunt wel constateren dat er nu te weinig vrouwen zitten in leidinggevende functies. Ik denk niet dat dat uit onwil is, maar dat het op veel plekken gewoon geen prioriteit is. Terwijl vrouwen wel een buitengewoon prettige dynamiek tot stand brengen in de bedrijfstop. Ze hebben vaak meer oog voor het persoonlijke en zorgen er bij vergaderingen voor dat het echt over de inhoud gaat. We moeten hierin dus een mentaliteitsverandering tot stand brengen. Iedereen heeft daar een verantwoordelijkheid in, ik ook. Als je bijvoorbeeld op een nieuwe werkplek merkt dat er weinig vrouwen in het bestuur zitten, dan moet je daar iets van zeggen. Ook de overheid moet die boodschap overbrengen, bijvoorbeeld via campagnes.’ yyy Marieke Buijs

FoliaMagazine

31


Een betrokken doorzetter Deze week in Folia maakt kennis: HvA-docent Joop Zinsmeister. Hij promoveerde vorige maand op een onderzoek naar de arbeids­marktpositie van ouderen. tekst Dirk Wolthekker / foto Danny Schwarz

H

ij heeft in Amsterdam gestudeerd en is sindsdien steeds aan de hoofdstad blijven hangen, maar Joop Zinsmeister is altijd een Rotterdammer gebleven. ‘Niet lullen, maar poetsen’ is zo’n gevleugelde uitdrukking waar veel Rotterdammers zich in herkennen. Joop ook. Niet zeuren, schouders eronder, het kan altijd nog veel slechter, die mentaliteit. ‘Men zegt wel eens dat in Rotterdam overhemden met opgestroopte mouwen worden verkocht. Die uitdrukking is precies van toepassing op Joop,’ zegt vriend voor het leven Rob Doeve, die hem al kent sinds zijn studietijd, toen beiden een studentenhuis bewoonden in de Spuistraat. ‘Aanpakken, engagement, betrokken, hulpvaardig. Dat is Joop.’ Joop Zinsmeister (Rotterdam, 1958) studeerde in de jaren tachtig aan de VU politicologie en economische en organisatiesociologie. Om de zinnen af en toe wat te verzetten speelde hij accordeon. Daar kregen een paar studenten neerlandistiek al snel lucht van en omdat ze bezig waren met het formeren van een bandje waarvoor ze nog een toetsenist nodig hadden, vroegen ze ‘die Rotterdammer met zijn accordeon’ of hij de groep wilde versterken. ‘En daar groeide de nog steeds bestaande band Dick Hout & de Planken uit, een Amsterdamse band met

32

FoliaMagazine

een Rotterdammer in zijn midden,’ zegt Rob Doeve. ‘Tik Joop op zijn schouder, vraag of hij iets wil spelen en hij speelt direct ‘Ketelbinkie’.’ Joop volgde na zijn studie nog de eerstegraads lerarenopleiding maatschappelijke vorming. Hij werkte daarna onder meer als docent, als lopende bandwerker, als stuwadoor en als drukker. Sinds 1988 is hij docent aan de HvA en zijn rechtsvoorgangers. Hij geeft vooral les

‘Joop is écht betrokken’ bij de opleiding Human Resource Management. Onlangs promoveerde hij in Nijmegen op het proefschrift Oud is wijs genoeg. Een studie naar de inzet van de arbeidsvermogens van oudere werknemers. ���Joop is de origineelste promovendus die ik ooit heb gehad,’ zegt zijn promotor, emeritus hoogleraar arbeidsvraagstukken Jacques van Hoof. ‘Dat komt niet alleen door zijn bonte carrière, maar ook omdat hij veel ouder is dan een gemiddelde promovendus en omdat hij in zijn proefschrift heeft afgerekend met wat we “het deficiëntiedenken” over ouderen noemen: het idee dat ouderen op de arbeidsmarkt niet meer mee kunnen komen. Dat is onzin, blijkt

uit Joops proefschrift. Bijzonder is ook dat Joop uit een heel eenvoudig arbeidersmilieu heeft moeten opklimmen. Dat is niet gemakkelijk, maar Joop is erin geslaagd. Hij heeft heel erg zijn eigen spoor willen trekken en dat is gelukt. Joop is bovendien zeer attent en aandachtig naar anderen toe. Enige jaren geleden ben ik behoorlijk ziek geweest en zijn aandacht voor mij strekte toen ver. Joop is echt betrokken.’ Frans Kraal, docent Human Resource Management, heeft twintig jaar een werkkamer gedeeld met Joop en noemt hem ‘een collega in het kwadraat’. Ook hij roemt, evenals Van Hoof, de empathie van Joop. ‘Iedereen overkomt wel eens leed, ziekte en malheur. En dan is het mooi als Joop in je buurt is. Hij is uiterst attent, luistert en geeft adviezen. Daar moet je natuurlijk wel voor openstaan, geestverwant voor zijn. Maar dat zijn Joop en ik. Ons engagement zit in dezelfde hoek: links en kritisch. Hij is ook actief in de buurt waar hij woont. Dat vindt hij belangrijk. Als de gemeenteraad iets beslist wat tegen het belang van de buurt indruist, dan gaat Joop op de barricaden. Dan gaat hij inspreken op raadsvergaderingen en brieven schrijven. Maar hij is geen querulant hoor. Joop wil wel altijd in gesprek blijven. Het lijkt alsof hij een “Tegenpartij-figuur” is, maar dat is hij juist


Folia maakt kennis niet. Hij werkt naar oplossingen toe.’ Dat Joop, ondanks zijn drukke baan, ook nog ging promoveren, tekent hem helemaal, vertelt Rob Doeve. ‘Ik hoor geregeld dat mensen naast hun werk willen promoveren, maar het komt er vaak niet van. Bij Joop wel. Die zet door. En zo makkelijk is dat niet aan de HvA, want een promotiecultuur ontbreekt er. Ik geloof dat hij er wel studietijd voor gekregen heeft, maar roostermakers gingen er veelal van uit dat hij zijn onderzoek wel even tussen de lessen door zou doen.’ Maar het proefschrift kwam er. Op 29 augustus verdedigde Joop zijn dissertatie. Een zware promotiecommissie vuurde vragen op hem af, vertelt Van Hoof. ‘Maar Joop doorstond ze met glans. Niet alleen omdat hij een goed verhaal had, maar ook omdat hij door zijn lange werkervaring de vragen met mooie praktijkvoorbeelden wist te larderen.’ De zaterdag erop was er een receptie in een Hilversumse feestzaal met een speciaal optreden van Dick Hout & de Planken. Starring: Joop Zinsmeister. yyy Folia Radio zendt op 26 september een interview uit met Joop Zinsmeister. Aan de orde zullen komen de positie en toekomst van het onderzoek aan de HvA, de positie van ouderen in de samenleving, muziek en Rotterdam. Te beluisteren via Amsterdam FM, in de ether op 106.8 en op de kabel op 103.3, tussen 16.00 en 17.00 uur. Vanaf de volgende dag terug te luisteren via foliaweb.nl/radio. De uitzending is op zaterdagmiddag 15.00 uur terug te zien op Salto TV. Daarna via salto.nl.

FoliaMagazine

33


Hoeder van integriteit De commissie-Schuyt is duidelijk in haar rapport: nieuwe regels voor fraude zijn niet nodig. Maar hoe herstellen we dan het geloof in de wetenschap? Kees Schuyt pleit voor vertrouwen: ‘Slechte wetenschap is nog geen frauduleuze wetenschap.’ tekst Clara van de Wiel / foto’s Roger Cremers

W

etenschapsfraude, daarmee hield hij zich al langer bezig. Al sinds 2006 beoordeelde oud-UvA-hoogleraar sociologie Kees Schuyt (1943) als voorzitter van het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (Lowi) fraudegevallen aan de Nederlandse universiteiten. In alle stilte, want veel aandacht was er volgens Schuyt niet voor de kwestie. ‘Er was weinig interesse voor onze zaken. De universiteiten wilden de gevallen het liefst niet te veel bekendheid geven. Een veel aandacht trekkende behandeling van fraude, daar hadden ze niet zo veel trek in. Dat is nu helemaal veranderd: de universiteiten zijn echt wakker geworden.’ De klap die daarvoor zorgde kwam in september vorig jaar. Diederik Stapel, hoogleraar sociale psychologie aan de Universiteit van Tilburg, bleek jaren onderzoeksgegevens voor tientallen publicaties uit zijn duim te hebben gezogen. Ook Schuyt, die toch al behoorlijk wat fraudezaken voorbij had zien komen, was door de affaire geschokt. ‘Het feit dat iemand tien jaar lang gegevens verzint is al verontrustend. Maar dat het al die tijd niet gesignaleerd is, is nog veel verontrustender. Dat zegt iets over de wetenschap. Want in feite beweert die altijd: door de kritische benadering van het wetenschappelijk forum kijkt iedereen mee of het onderzoek van anderen wel klopt. Nou, kennelijk zitten daar flinke gaten in.’ Een reactie van de wetenschap kon dan ook niet uitblijven. Die kwam er vrijdag 21 september,

34

FoliaMagazine

met het KNAW-rapport Zorgvuldig en integer omgaan met wetenschappelijke onderzoeksgegevens. Een speciale commissie onder leiding van Schuyt deed daarvoor onderzoek naar hoe wetenschappers omgaan met onderzoeksdata en hoe integriteit daarbij bevorderd kan worden. Nieuwe regels voor het bestrijden van fraude ontbreken in het rapport, omdat die volgens de commissie al ‘helder en eenvoudig’ zijn. Wel staan er aanbevelingen in om de bestaande

‘Die toegenomen publicatiedruk, daar moet je tegen kunnen’ Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening beter bekend en verankerd te maken. Vergroot de kennis van de regels, eventueel met een ambtseed. Zorg voor betere begeleiding voor wetenschappers, met name in de beginfase van hun onderzoek. Stimuleer de discussie over integriteit binnen beroepsverenigingen, onderzoeksgroepen en tijdschriftredacties. En voorkom dat mensen alleen handelen, zoals Stapel deed. Daarnaast pleit de commissie voor meer aandacht voor wetenschapsregels in de opleidingen. Het belang daarvan kent Schuyt uit eigen ervaring. Als hoogleraar sociologie begeleidde hij jarenlang studenten en promovendi. Of hij daar zelf zag hoe wetenschappers kunnen wor-

stelen met integriteit? ‘Als u het mij persoonlijk vraagt is het antwoord nee. Echt niet. Ik gaf aan de UvA bijna twintig jaar lang colleges wetenschapsfilosofie. Altijd heb ik in die cursussen twee weken gereserveerd om met tweede- en derdejaarsstudenten te spreken over de ethiek van het wetenschappelijk onderzoek. Dan vertelde ik ook over allerlei soorten fraudegevallen. En dat vonden studenten ongelooflijk leuk. Juist ook om te zien wat niet mag en waarom het niet mag.’ Ook in zijn eigen onderzoek was fraude volgens Schuyt zo goed als onmogelijk. In je eentje opereren was ondenkbaar. ‘Mijn onderzoek deed ik altijd samen met anderen. Het kwam niet in ons op om dingen te verfraaien. Elke week sprak ik met mijn onderzoeksgroep af op vrijdagmorgen, en dan moesten we vertellen hoe het die week gegaan was. Begeleiding is ontzettend belangrijk. Bovendien werden alle onderzoeksgesprekken op band opgenomen en uitgetypt. Alle gegevens die wij verzamelden waren op te vragen en te controleren.’ Denkt u dat het voor wetenschappers tegenwoordig lastiger is om integer te blijven? ‘Het is lastiger geworden om in de wetenschap een goede baan te vinden. De huidige wetenschap is voor jonge wetenschappers ongelooflijk competitief. De concurrentie is heel groot. Je kunt nog wel een aio-plaats krijgen, maar daarna wordt het ontzettend lastig. Dat was in mijn tijd helemaal niet het geval. Je kon niet alleen


FoliaMagazine

35


Eindrapport illustratie Pascal Tieman

Het eindrapport van de commissie-Levelt, de commissie die onderzoek doet naar de omvang van de fraude die Diederik Stapel gepleegd heeft, wordt half november verwacht. Het onderzoek, waarbij gekeken wordt naar Stapels wetenschappelijke publicaties aan de Universiteit van Tilburg, de Rijksuniversiteit Groningen en de Universiteit van Amsterdam, loopt inmiddels al ruim een jaar. Tot nu toe zijn vijftig artikelen, drie proefschriften en twee nieuwe publicaties door de commissie als frauduleus bestempeld.

gemakkelijker een baan krijgen, maar er werden ook niet die hele strenge eisen gesteld dat je in vier jaar klaar moet zijn met én een proefschrift én een lijst geweldig mooie artikelen. Je moest lesgeven, en in je vrije tijd mocht je eventueel een proefschrift schrijven. Dat is compleet veranderd. Maar die toegenomen druk, daar moet je tegen kunnen. Het zijn slimme, jonge mensen met mooie studieresultaten die er zin in hebben. Waarom zou je je dan laten verleiden tot frauduleus onderzoek dat je hele carrière kan verpesten?’ Is de toegenomen publicatiedruk geen argument? ‘Die druk moet je kunnen weerstaan. Bij alle gevallen die ik onder ogen heb gehad is het probleem veeleer blinde ambitie. Ook bij Stapel. Hij schreef dertig artikelen per jaar. Dan denk ik: mag het een onsje minder zijn? Hij gaf als argument de hoge publicatiedruk, maar dat vind ik flauw. Ik heb in die vijftig jaar dat ik aan universiteiten werk nog nooit gezien dat iemand ontslagen is omdat hij vijf of tien artikelen per jaar minder schreef.’ Zijn er schrijnende gevallen waarvan u kunt begrijpen dat iemand tot fraude overgaat? ‘Nee, want er zijn altijd oplossingen te bedenken. Een goed voorbeeld is wanneer je extreme outliers in je onderzoeksuitkomsten hebt. Vijf metingen in je steekproef hebben dan bijvoorbeeld toevallig een enorm hoge score en verpesten zo je gemiddelde. Eigenlijk moet je dan natuurlijk beide resultaten publiceren: zowel de steekproef met als zonder de extreme gevallen. Maar dan krijg je het probleem van de houding van tijdschriften. Je bent dolblij dat je mag publiceren, maar het tijdschrift zegt: laat dat van die outliers maar weg. Dan is het heel verleide-

36

FoliaMagazine


Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening De Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening is opgesteld naar aanleiding van ‘de breed gedragen overtuiging dat (werknemers aan) instellingen die een maatschappelijke rol vervullen, gehouden zijn aan correcte uitoefening van hun taken. Regels die correcte uitoefening beschrijven dienen op schrift gesteld te zijn om ze te delen en elkaar, indien nodig, er op aan te kunnen spreken.’ (uit: De Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening, 2004). De code is onderverdeeld in vijf thema’s: zorgvuldigheid, betrouwbaarheid, controleerbaarheid, onpartijdigheid en onafhankelijkheid.

lijk het weg te laten. Juist daarom moeten ook tijdschriften op dit punt alerter worden en niet alleen positieve resultaten willen publiceren. Jij hebt twee soorten resultaten, dan moeten die tijdschriften daar ook ruimte voor bieden.’ Maakt de affaire-Stapel het eenvoudiger of juist lastiger over fraude te spreken? ‘Beide. In de media is het een geweldige hype geworden. Dat maakt wetenschappers kopschuw. Het aankaarten van lastige kwesties, bijvoorbeeld een tijdschrift dat je artikel alleen wil plaatsen als je tabellen weglaat, is moeilijker geworden. Want iedereen roept nu meteen: fraude! De journalistiek helpt daar ook aan mee, met het opdissen

‘Als je dingen weg gaat laten wordt het moeilijk’ van allerlei zaken waarbij er eerder sprake is van een interne ruzie dan van klinkklare fraude. Wij hebben daar last van als Lowi, want sinds Stapel krijgen we veel meer klachten over wangedrag. Iedereen weet nu dat je mag aanklagen, en er zijn kennelijk heel veel mensen die zo boos zijn op andere mensen dat ze het via zo’n klacht over integriteit proberen uit te vechten. Het is een heerlijk middel om mensen aan wie je de pest hebt met modder te besmeuren.’ Maar hoe vaak komt die fraude nu werkelijk voor? Nadrukkelijk beveelt de commissie aan een groot onderzoek te ondernemen om uit te vinden hoe wijdverbreid het verschijnsel aan de Nederlandse universiteiten werkelijk is. Schattingen over de omvang variëren van ‘heel zelden’ tot ‘onwaarschijnlijk vaak’. Volgens Schuyt ligt de waarheid ergens in het midden. ‘Ik denk niet dat je de indruk moet wekken dat wat we hier gezien hebben het topje van de ijsberg is.

Maar waar we wel voor moeten oppassen, is dat met statistische toetsen redelijk veel gemanipuleerd wordt. Mensen zitten lang te poetsen tot er een positief resultaat uitkomt. Dat mag, zolang je het statistisch goed kan uitleggen. Maar als je dingen weg gaat laten wordt het moeilijk. Dat is het grote grijze gebied. Maar daarbij moet je je ook afvragen: is het opzettelijk of is het gewoon naïef en slordig? Slechte wetenschap is nog geen frauduleuze wetenschap. De vraag is hoeveel slordigheid je moet vertonen voordat je echt niet integer onderzoek doet.’ Zijn bepaalde wetenschapsgebieden vatbaarder voor fraude? ‘Dat durf ik heel moeilijk te zeggen. Als je in harde natuurwetenschappen tot rare resultaten komt, dan word je gewoon afgestraft door de natuur. De fouten over de neutrino werden ontzettend snel gecorrigeerd. Maar ook toen de zogenaamde brieven van Hitler een tiental jaren geleden gevonden waren, werd binnen twee weken ontdekt dat die gefingeerd waren. Als wetenschap goed werkt is dat nu juist het leuke: die moet zelfcorrigerend optreden.’ Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat het zelfreinigend vermogen van de wetenschap belabberd functioneert: fraude komt vrijwel altijd via buitenstaanders aan het licht. Waarom faalt de controle zo vaak? ‘Je moet hierbij niet generaliseren. In de meeste wetenschappen werkt het wel. Ik praat liever van zelfcorrigerend vermogen dan van zelfreinigend, want reinigend zou betekenen dat het allemaal vies is. Dat is het niet. De correctie moet er alleen in zitten. Er zitten inderdaad gaten in de wetenschapscyclus, vooral bij de peer reviews. Daar valt een hoop te verbeteren. Maar het wetenschappelijk bedrijf werkt in de meeste

gevallen nog steeds. Daar geloof ik heilig in. Want anders zouden we geen computers hebben uitgevonden, geen e-mail hebben, en zouden we nu niet op de iPhone en iPad zitten. Alle mooie, technische dingen waar iedereen dolblij mee is, zijn voortgekomen uit creatief wetenschappelijk onderzoek dat goed werkte en het bij het rechte eind had. Om dan niet meer te vertrouwen op de wetenschap: dat is toch onzin!’ Als u terugkijkt op de affaire-Stapel, is de wetenschap er uiteindelijk verder mee gekomen? ‘Dat durf ik niet te zeggen, want ik had veel liever gehad dat Stapel nooit tot dit gedrag over was gegaan. We kunnen er best wat van leren, maar het zou veel beter zijn geweest als hij het nooit in zijn hoofd had gehaald.’ yyy

CV Cornelis (Kees) Johannes Maria Schuyt 1943: Geboren in Leidschendam 1961-1967: Sociologie aan de Universiteit Leiden 1967-1970: Nederlands recht aan de Universiteit Leiden 1972: Promoveerde op Recht, orde en burgerlijke ongehoorzaamheid 1991-2004: Hoogleraar sociologie, Universiteit van Amsterdam 1998-2004: Lid Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) 1991-2012: Lid Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) 2006-2012: Voorzitter Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI) Burgerlijke staat: Kees Schuyt is sinds 1967 gehuwd, heeft twee kinderen en drie kleinkinderen.

FoliaMagazine

37


prikbord HvA

38

ideëen voor deze rubriek: redactie@folia.nl

DMR Conferentie

DEM Schrappen

Op de Hanzehogeschool Groningen wordt 4 en 5 oktober de internationale conferentie Evoking Excellence in Higher Education and Beyond georganiseerd. In het tweedaagse programma gaat het over talentontwikkeling en excelleren in het onderwijs. Op de conferentie zullen ruim honderd onderzoekers uit binnen- en buitenland een praatje komen houden. De conferentie is interessant voor zowel docent-onderzoekers en bestuurders in het hoger onderwijs als bestuurders en docenten uit het primair en het secundair onderwijs. Kijk voor meer informatie op www.hanze.nl.

Het Domein Economie & Management schrapt de opleidingen International Financial Management (ifm), management in de zorg & maatschappelijke dienstverlening (mzd), en commerciële economie voor toekomstige ondernemers (Ceto). De huidige lichtingen studenten kunnen de studie afronden. Het domein gaat zich meer richten op de kernopleidingen bedrijfseconomie (be), commerciële economie (ce) en bedrijfskunde management economie & recht (bkm). Opleidingen aan de randen van het domein verdwijnen. Eerder werd al gestopt met de vierjarige duale opleidingen.

DBSV Meurerhuis

DT Taalspreekuur

Het pand van het domein aan de Dr. Meurerlaan gaat het Meurerhuis heten. Straat en gebouw danken hun naam aan Rudolf Meurer, roeier, coach, sportbestuurder, arts en gynaecoloog. Meurer is de oprichter en eerste voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Roeibond en sinds kort ook de man die verantwoordelijk is voor de allereerste Nederlandse gouden plak. De tijdens de Olympische Spelen van 1900 behaalde gouden medaille werd in juli alsnog toegekend aan Nederland. Donderdag 4 oktober wordt het pand officieel omgedoopt, tussen 15.30 en 18.00 uur.

Heb je je project teruggekregen met rode strepen? Heb je moeite met het formuleren van goedlopende zinnen? Lukt het je niet om een tekst met een goede opbouw te schrijven? Krijg je kritiek op de leesbaarheid van je verslag? Heb je een presentatie, maar weet je niet hoe je het aan moet pakken? Techniekstudenten kunnen op maandag en op donderdag individuele ondersteuning op het gebied van de Nederlandse taal krijgen. Tijdens het taalspreekuur kun je op afspraak advies van een docent Nederlands krijgen. Inschrijven kan op het intranet van het domein.

HvA Master

DMCI So

Een beter opgeleide docent leidt volgens de HvA tot beter onderwijs. Dertien docenten zijn daarom gestart aan een vervolgopleiding: de master Evidence Based Innovation in Teaching. Het gaat om een pilot met docenten uit verschillende domeinen en vier docenten van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. In de master wordt de docenten geleerd de manier waarop ze lesgeven te baseren op wetenschappelijk onderzoek. De docenten volgen de opleiding de komende twee jaar in deeltijd. Bij gunstige effecten zullen meer docenten de master gaan volgen.

In het Kohnstammhuis wordt 28 september het eerste Nederlandse interactieve New Media-evenement georganiseerd: het So Me-event. Binnen het thema ‘The Future of Media & Content’ mogen deelnemers voorafgaand aan de conferentie aangeven waar ze het die dag over willen hebben. Dat doen ze door per subcategorie te stemmen op het meest aantrekkelijke onderwerp, in de categorie ‘mobile’ is dat bijvoorbeeld ‘app versus website’ geworden. Normale toegangsprijs € 225,-, voor HvA-medewerkers € 160,- exclusief btw. www.so-me-events.com

DG Minor

DOO Kohnstamm

Vanaf maandag 8 oktober 2012 om 9.00 uur tot en met zondag 21 oktober kunnen studenten zich inschrijven voor minoren in het tweede semester van het studiejaar 2012-2013. Bekijk het minoraanbod, de inhoudelijke informatie en de inschrijfprocedure op de website www.hva.nl/minoren. De inschrijving van de minoren loopt via het Studenten Informatie Systeem. Heb je extra hulp nodig bij de inschrijving voor een minor? Bekijk dan het stappenplan op www.hva.nl/sis.

In de Kohnstammzaal van het Kohnstammhuis houdt Tineke van Loosbroek van het kenniscentrum vrijdag 28 september om 14.00 uur haar afscheidslezing over Philip Kohnstamm. Hij was de grondlegger van het Nutsseminarium, het moederinstituut voor het Domein Onderwijs & Opvoeding en ontwikkelde een alomvattende visie op de pedagogiek. Het nutsseminarium viert binnenkort het 100-jarig jubileum. Voor Van Loosbroek een uitgelezen kans geschiedenis en pedagogiek te verbinden. Biedt Kohnstamm inspiratie voor een pedagogische visie die past bij deze tijd?

FoliaMagazine

Me


prikbord UvA BC 125

jaar

ideëen voor deze rubriek: redactie@folia.nl

AAC Café

Theater Carré bestaat dit jaar 125 jaar. Reden voor de Bijzondere Collecties om, in samenwerking met het Theaterinstituut Nederland, een tentoonstelling te organiseren. De tentoonstelling ‘Carré 125 jaar’ is een hommage aan Carré en schetst een beeld van de kleurrijke geschiedenis: van paardendressuur tot cabaret en musical. Te zien zijn: circusaffiches, strooibiljetten, rekwisieten en kostuums, waaronder een fraaie jurk van danseres Josephine Baker. Wethouder Gehrels opent de tentoonstelling op 27 september om 17.00 uur. Adres: Oude Turfmarkt 129.

De vrij toegankelijke vrijdagmiddagborrel die Maaike Ambags bij haar aantreden als directeur van de Amsterdamse Academische Club (AAC) in het leven riep, krijgt een vervolg. De borrel gaat dit jaar verder onder de naam ‘Amsterdams Academisch Café’. De muziek wordt verzorgd door het Bourgondisch Combo met daarin emeritus hoogleraar en accordeonist Cees Hamelink. Ook nietleden zijn op deze middag van harte welkom. De openingsborrel vindt plaats op donderdag 27 april om 17.00 uur. Aanmelden via: aac.reservering@gmail.com o.v.v. openingsborrel.

FEB Roeterseiland

Acta Kluisjes

Medewerkers, studenten, omwonenden en anderen kunnen nu terecht bij het Informatiepunt Roeterseilandcampus. Op het Roeterseiland wordt volop gebouwd. Het informatiepunt is bedoeld als uitnodiging aan de omgeving om te kijken hoe de buurt er in de toekomst uit gaat zien. Er is onder meer een artist impression te zien: een luchtfoto van het hele gebied op een grote wand. Op een tijdlijn wordt weergegeven wanneer aan welke gebouwen wordt gewerkt. In de toekomst kunnen rondleidingen vanaf het informatiepunt worden gegeven. Info: www.uva.nl/roeterseiland.

Beroering op Acta. Volgens de studentenraad van Acta heeft de facilitaire dienst deze zomer tijdens een zoektocht naar werkmateriaal alle kluisjes van de studenten geopend. ‘Hierbij is voor een fiks bedrag aan hoekstukken en trays gevonden. De studentenraad is hier niet blij mee, werkmateriaal hoor je in te leveren,’ zegt de raad. ‘Maar waar we nog minder blij mee zijn is deze schending van de privacy. Dat mag niet.’ De studentenraad roept studenten die spullen missen op zich te melden: studraad@acta.nl of studentenombudsman@vu.nl.

UvA Cao

AMC Freya

De onderhandelingen voor een nieuwe cao Nederlandse Universiteiten zullen vanaf deze week worden hervat. De onderhandelingen voor een cao 2012 werden eind 2011 stilgelegd omdat werkgevers en werknemers het niet eens konden worden over de voorwaarden. Om de impasse te doorbreken hielden de partijen een enquête onder het universitair personeel over een aantal thema’s waar de onderhandelingen op vastliepen. De resultaten daarvan hebben ertoe geleid dat de partijen de onderhandelingen weer hervatten. Momenteel is de cao van 2010 nog van kracht.

De fertiliteitszorg van het centrum voor voortplantingsgeneeskunde van het AMC heeft een Freya Pluim gekregen voor de geboden patiëntgerichte kwaliteit. Freya is de vereniging voor mensen met vruchtbaarheidsproblemen. Een ziekenhuis krijgt een pluim als voldaan wordt aan minimaal acht van de elf kwaliteitscriteria die Freya heeft opgesteld voor de fertiliteitszorg. Freya introduceerde begin dit jaar de Monitor Fertiliteitszorg. Op www.freya. nl wordt die zorg in Nederland in kaart gebracht en kunnen patiënten een ziekenhuis kiezen.

FNWI Nieuwe

AMC Roze

decaan

Hoogleraar theoretische fysica Kareljan Schoutens wordt per 1 oktober de nieuwe decaan van de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde & Informatica. Hij volgt Bart Noordam op. Kareljan Schoutens (1962) is sinds 1995 werkzaam aan de UvA, eerst als universitair hoofddocent aan het Instituut voor theoretische fysica en het Van der Waals-Zeeman Instituut en sinds 1999 als hoogleraar theoretische fysica. In zijn nieuwe functie gaat Schoutens zich intensief bemoeien met de beoogde samenwerking tussen de drie bètafaculteiten van UvA en VU.

Pluim

lintje

Het AMC heeft het ‘Roze lintje’ ontvangen voor de zorg rondom borstkanker. De Borstkankervereniging Nederland kent dit toe als een ziekenhuis voldoet aan de basiseisen van goede zorg in de Monitor Borstkankerzorg. Deze monitor laat zien hoe de zorg in ziekenhuizen is georganiseerd door ziekenhuisinformatie te combineren met patiëntervaringen. Alleen ziekenhuizen die de hoogste kwaliteit van zorg bieden, komen voor het lintje in aanmerking. De zorg rondom borstkanker voert het AMC uit in samenwerking met het Flevoziekenhuis in Almere.

FoliaMagazine

39


wasdom Voorbij de verlegenheid Marleen Barth Leeftijd: 48 (geboren op 21 maart 1964) Beroep: Voorzitter GGZ Nederland en Eerste Kamerlid voor de Partij van de Arbeid Studie: Politicologie Afgestudeerd: 1989 Docent: ‘Herman van den Brink, hoogleraar staats- en bestuursrecht en mijn scriptiebegeleider. Hij heeft mij de liefde voor het recht bijgebracht, toen ik het vak staats- en administratiefrecht bij hem volgde.’ Locatie: ‘Het Binnengasthuisterrein. Ik fietste er laatst toevallig langs en mijn hart maakte even een sprongetje. Het is zo’n mooi stukje Amsterdam.’ Café: ‘Café De Tuin in de Tweede Tuindwarsstraat.’ Afknapper: ‘Het “Friedrich Collectief” bestaande uit docenten en eerstejaarsstudenten bepaalde bij politicologie het studieprogramma voor het daaropvolgende eerste jaar. In het jaar voor mij bestond het collectief uit radicale feministen, waardoor ik bijvoorbeeld een simpel boek over vrouwenemancipatie moest lezen, maar niet het standaardwerk over de Nederlandse politieke geschiedenis. Ik ben zelf maar bij het collectief gegaan om de lesstof voor het jaar na mij wel goed te regelen.’

40

FoliaMagazine


stage Zij studeerde politicologie en werd Eerste Kamerlid en voorzitter van GGZ Nederland: Marleen Barth. tekst Julie de Graaf / foto Bob Bronshoff

‘T

oen ik ging studeren was de werkloosheid onder jongeren heel hoog. Ik had eigenlijk geschiedenis willen doen, maar heb daar bewust niet voor gekozen omdat je daar toen absoluut geen werk mee kon vinden. Politicologie gaf meer zekerheid, daarmee kon ik beleidsmedewerker worden bij de overheid, net als mijn vader. Althans, dat was mijn plan. Mijn droom was om parlementair verslaggever te worden en het liefst wilde ik de nieuwe Ferry Mingelen zijn. Ik was een serieuze student met veel zelfdiscipline. Politicologie bestond uit twaalf uur college per week, terwijl we geacht werden in totaal veertig uur aan onze studie te besteden. Ik studeerde thuis misschien geen dertig uur, maar toch zeker wel twintig uur. Een jaar voordat ik ging studeren was de tweefasenstructuur ingevoerd, waarbij je maximaal zes jaar over je studie mocht doen. Mijn ouders hadden mij aangeraden om die zes jaar ten volste te benutten. Ze zagen liever dat ik alles uit mezelf haalde en extra vakken volgde, dan dat ik zo snel mogelijk zou afstuderen. Zo kwam het dat ik in mijn vijfde jaar al helemaal klaar was en alleen nog maar mijn scriptie hoefde te schrijven. Ik heb toen voor mijn plezier nog allerlei extra vakken gevolgd, onder andere bij hoogleraar politicologie Hans Daudt. Hij gaf alleen les aan kleine groepen studenten en liet ons keihard werken. Ik had spijt dat ik pas in mijn laatste jaar college bij hem volgde, want zijn manier van onderwijzen inspireerde mij enorm. Daudt heeft mij bovendien op weg geholpen als parlementair verslaggever. Toen hij hoorde dat ik de journalistiek in

wilde, mocht ik hem als referent opgeven als ik solliciteerde op plekken waar mensen zijn naam kenden. Die referentie heeft geholpen om na mijn afstuderen aan een stage bij Trouw te komen. Ik heb politiek altijd fascinerend gevonden. Tijdens mijn studententijd werd ik lid van de Partij van de Arbeid, iets wat mij volgens sommige mensen op de politicologiefaculteit uiterst rechts maakte. Na mijn afstuderen heb ik geaarzeld of ik de politiek wilde observeren of er actief aan wilde deelnemen. Ik was erg verlegen en het leek me vreselijk om te speechen. Daarnaast was ik veel te schuchter om op straat rozen uit te delen aan mensen die ik niet kende. Ik koos er dus voor om op de achtergrond te blijven. Na mijn stage trad ik bij Trouw in vaste dienst als parlementair verslaggever. Ik wilde in die functie niet verbonden zijn aan een politieke partij en zegde mijn lidmaatschap bij de PvdA op, maar bleef er wel altijd op stemmen. In 1997 werd ik door Job Cohen, die ik had leren kennen via mijn werk, gescout voor het Tweede Kamerlidmaatschap. Zeven jaar had ik als journalist geprobeerd met kritische stukken politici te bewegen om de wereld te veranderen, nu kreeg ik de kans om zelf aan de slag te gaan. Ik was inmiddels gelukkig over mijn ergste verlegenheid heen gegroeid, al ben ik nog lang erg zenuwachtig geweest voor grote speeches of televisieoptredens. Eleanor Roosevelt, die ik zeer bewonder, zei ooit: “Do one thing every day that scares you a little.” Ik probeer altijd mijn grenzen te verleggen. Daar groei je van en groeien, op intellectueel en op persoonlijk vlak, is uiteindelijk het mooiste wat er is.’ yyy

Arjan Tilstra (22) Studie Communicatiewetenschap Stage Visible TV voor het programma Puberruil Verdiensten € 250,- per maand Beoordeling JJJJJ ‘Afgelopen zomer heb ik gemerkt dat mediabedrijven het niet prettig vinden als je zelf contact met ze opneemt. Zij regelen hun stagiaires via Mediastages.nl. Via die site ben ik uiteindelijk bij productiemaatschappij Visible TV terechtgekomen en heb ik drie maanden stage gelopen op de redactie van het programma Puberruil. De eerste twee weken waren behoorlijk saai. Mijn belangrijkste taak was deelnemers voor het programma selecteren. De pubers die zichzelf opgeven zijn niet altijd leuk; er zijn honderden pubers die van hockey of paardrijden houden. Dus moeten we zelf op zoek. Ik heb bijvoorbeeld dagen kickboksscholen gebeld op zoek naar een leuke puber die fanatiek kickbokst. Gelukkig werd het werk een stuk afwisselender toen de afleveringen werden opgenomen. Samen met een team van vier personen was ik verantwoordelijk voor het plannen van de draaidagen. Ik regelde toestemming voor het draaien in de kickboksschool en maakte afspraken met scholen. Soms blijkt dat je geen toestemming krijgt om te filmen of dat het halve hockeyteam van de deelnemer op vakantie is. Dan moet je dus op zoek naar een ander hockeyteam. Vijf dagen per week op kantoor zitten is niets voor mij. Werken op een redactie beviel me wel goed, maar dan liever op de redactie van een dagelijks programma met afwisselend werk. Ook had ik graag meer eigen verantwoordelijkheid gehad. Ik moest veel overleggen met mijn leidinggevende en dat vond ik af en toe behoorlijk vervelend.’ yyy Vera Lentjes

FoliaMagazine

41


FoliaMagaz ine weekblad

toehoorders

cover Jan van Breda

Hoorcollege ‘Geheime Praktijken’ door diverse docenten, woensdag 19 september, 17.00 uur, INIT Auditorium. tekst en foto’s Fien Veldman Aantal 40-plussers: 2 Overheersende kleur van kleding: blauw Aantal verdachte figuren: 4 Scrabblewoorden: quantitative structuring, stochastic processes, linkage analysis

S

tudenten van dit vak mogen bij sommige colleges niet zeggen wie de spreker is, waar het gehouden wordt en hoe laat het plaatsvindt: af en toe komen er hooggeplaatste terrorismebestrijders of AIVD’ers lesgeven – die moeten te allen tijde op hun hoede zijn. Deze keer valt dat mee: de hoofddocent heeft een hernia (beterschap, meneer De Valk), dus krijgen we introductiepraatjes over de minor inlichtingenstudies. Hoewel dit dus niet top secret is, verdwaalde er toch een student op weg naar de locatie, en pas op de helft van het college blijkt dat er een tafeltje verstopt zit in je stoelleuning. Genoeg mysterie dus, bij ‘Geheime Praktijken’. Een studente vertelt dat er soms ook mensen van defensie of van de lokale overheid college volgen. Een andere studente merkt op: ‘Personen en instellingen met macht moet je wantrouwen, want ze zullen die macht ook misbruiken.’ Er wordt verteld over Amerikaanse inlichtingendiensten en de KGB. Referenties aan de Koude Oorlog zijn niet van de lucht: dit is echt een James Bondvak. Docent Ben de Jong van het vak ‘De KGB tegen het Westen’ vertelt over Sovjetspionnen die de identiteit van jonggestorven personen aannamen, en dus langs kerkhoven gingen om te kijken welk geboortejaar overeenkwam met dat van henzelf. Een student vraagt of er dan geen documentatie van hun overlijden was. Hij krijgt geen antwoord: sommige dingen zijn zo geheim, dat de docent het ook niet weet. Het is jammer dat de hoofddocent afwezig is, nu krijgen we een voorlichting van ‘iets wat ik ook wel in de studiegids kan vinden’, aldus een verveelde student. Over het algemeen zijn studenten juist erg enthousiast over het vak: ‘Vorige week kregen we terrorismetraining. Ik weet nu hoe ik moet autorijden als de bestuurder neergeschoten is.’ ‘Geheime Praktijken’ is best spannend. yyy

42

FoliaMagazine

voor HvA

en UvA

nr. 04 26/09/201 2

Tessel Middag

Van ‘jonget je’ tot Ajax-vrou w

Rapport-S chuyt Meer regels helpen niet Spui25 Vijf jaar debatcentru m Arnold Heert Economie, je wat is dat toch?

colofon

Weekblad voor de HvA en

UvA Folia Magazine is in 2011 voortgekomen uit Folia (1948) en

Sjoerd Schuttelaar

(22, bèta-gamma, major politicologie)

Havana (1996). Redactieadres Prins Hendrikkade 189b, 1011 TD

‘Dit college was voornamelijk oriënterend en gericht op achtergrondinformatie, maar het voegt voor mij wel wat toe aan m’n voorkennis. Deze minor komt echt van pas in combinatie met politicologie. Ik vind het heel interessant wat we tot nu toe krijgen, er wordt je een historisch perspectief geboden. Daarnaast leer je handige skills, zoals analysetechnieken. Voor iedere jongen is het natuurlijk een droom om spion te worden, maar dat wordt lastig te realiseren.’

Amsterdam, telefoon 020-5253981,

Annelinde Dejong

Aan dit nummer werkten

(20, geneeskunde)

e-mail: redactie@folia.nl Hoofdredacteur Jim Jansen Chef redactie Mirna van Dijk Art director Pascal Tieman Redactie (print/web) Marieke Buijs, Luuk Heezen, Wim de Jong, Linda Leestemaker, Vera Lentjes, Jeff Pinkster, Eva Rooijers, Gijs van der Sanden, Danny Schwarz, Rosa van Toledo, Fien Veldman, Annemarie Vissers, Dirk Wolthekker mee Hadjar Benmiloud, Daniël Bosschieter, Jan van Breda, Bob

‘Dit is een keuzevak voor mij: ik vond het eerste college leuk en heel informatief. Dit college was niet echt representatief voor de rest van de reeks, die is namelijk heel goed. Dit was gewoon een voorlichting. Het vak richt zich op intelligence-technieken, en niet zozeer op geschiedenis, vind ik. Juist die focus op kwalitatieve en kwantitatieve dataanalyse zorgt ervoor dat ik bijna zou vermoeden dat het een recruiteringsplek voor de AIVD is.’

Bronshoff, Roger Cremers, Fred

Nina Schuts

Redactieraad Wouter Breebaart,

(20, literatuurwetenschap) ‘Het is echt jammer dat de docent een hernia heeft, hij vertelt heel goed. Ik doe de minor niet, dus deze informatie was een beetje nutteloos, maar ik ben wel enthousiast geworden over cryptografie. Dat lijkt me interessant. De rest van de colleges was heel leuk. De docent heeft humor, en je krijgt echt inside information, alsof je ingewijde bent. Al die informatie over al-Qu’aida en terrorismebestrijding vind ik echt spannend.’

van Diem, Robbert Dijkgraaf, Julie de Graaf, Marc Kolle, Denise van Leeuwen, Won Tuinema, Tjebbe Venema, Fen Verstappen, Clara van de Wiel Eindredactie Harmen van der Meulen Correctie Martien Bos Opmaak Hannah Weis, Carl Zevenboom Uitgever Stichting Folia Civitatis Simon Dikker Hupkes, Ilse Duijn, Jurriaan Gorter, Jaap Kooijman, Ronald Ockhuysen (voorzitter), Jean Tillie, Sebas Veeke Secretariaat Stephanie Gude (projectbegeleider) Zakelijke leiding Paul van de Water Drukker Roularta Printing, Roeselare België Advertenties Bureau van Vliet, Zandvoort, 023-5714745, zandvoort@bureauvanvliet.nl


deining ‘Ik deed een cursus kleinkunst bij Crea, het cultureel studentencentrum van de UvA. De regisseuse, Selma Susanna, zag mijn talent.’ Comedian Sanne Wallis de Vries heeft alles aan de UvA te danken, in Volkskrant Magazine. ‘Zolang er in de media een taboe heerst op het benoemen van de autochtone achtergrond van relschoppers, zal het probleem niet opgelost kunnen worden,’ aldus politicoloog Peyman Jafari in een zeer ironisch stuk over de rellen in Haren, op vk.nl. ‘Vanaf woensdag is er eindeloos over bericht. Je moet niet verbaasd zijn over het escalerende effect dat daar van uit kan gaan.’ Mediasocioloog Peter Vasterman vindt dat de media ook schuldig zijn aan ‘Project X’ in Haren, op villamedia.nl. ‘Een van de mooiste dingen ooit in de dierentuin: mijn kinderen die een klein lullig musje aanwezen dat tussen het gaas van een hok doorhupte, en de zwarte panter daarachter niet zagen.’ Schrijver en columnist Jan van Mersbergen heeft goede herinneringen aan Artis, in nrc.next. ‘Organisatorisch is het bij ons op de opleiding een zooitje,’ klapt studente Marlieke Vink uit de school over de deeltijdopleiding docent Nederlands op de HvA, in Het Parool. ‘De afzenders van deze film zijn niet onschuldig, ze gooien een granaat de wereld in en doen er daarna alles aan om hun sporen uit te wissen.’ Columnist Stephan Sanders over de anti-islamfilm die zorgde voor rellen in het Midden-Oosten.

Opvallende quotes uit de afgelopen week van (voormalig) HvA’ers en UvA’ers. Iets leuks gezien, mail het naar redactie@folia.nl.

de lezer

In de rubriek ‘de lezer’ blikt wekelijks iemand terug op het vorige nummer. Wil jij diegene een keer zijn? Meld je dan aan via redactie@folia.nl.

Lotte Frissen (20), bèta-gamma, UvA ‘Ik lees Folia Magazine normaal niet, voornamelijk omdat ik het gevoel heb er geen tijd voor te hebben. Ik lees voor mijn studie al zo veel. Ik moet bekennen dat ik niet eens weet wat een vaste rubriek of een los artikel is. Als ik het wel lees komt het omdat er iemand in staat die ik ken, of die me erg interessant lijkt. Ik heb dus meer interesse voor de grote interviews, de korte stukken trekken mijn aandacht niet snel. Deze Folia Magazine trok bij toeval mijn interesse omdat er iemand naast me zat die hem doorbladerde. Het artikel met Ralien Bekkers viel me op en ik ken haar van mijn studie. Ik vond het artikel goed geschreven, erg inhoudelijk en informatief. Verder vind ik de opmaak van Folia Magazine erg mooi. Duidelijk, rustig en je krijgt een snel overzicht van wat er aan de hand is en wat erin staat. Ik ben bovendien ook heel erg gefocust op foto’s. Folia Magazine gebruikt die naar mijn smaak genoeg. Ze maken gebruik van foto’s met inhoud, in plaats van suf beeld om ruimte op te vullen. Maar de kaft van deze editie is wel echt ongelofelijk lelijk, hij trok in de eerste instantie niet eens mijn aandacht. Ik zie liever een kaft met een persoon erop. Aankondigingen van wat er te lezen is in het blad op de kaft zouden volgens mij een aanwinst zijn. Als zulke aankondigingen erop zouden staan zou ik hem in ieder geval eerder pakken en lezen, omdat ik meteen weet of ik iets interessant ga vinden.’ yyy tekst en foto Linda Leestemaker

meer Folia

foliaweb.nl twitter.com/foliaweb facebook.com/FoliaWeb.en.Magazine

Deze week op FoliaWeb

Volgende week in Folia Magazine

Overgewicht

Dieuwertje ❤ Ali

Uit onderzoek van Marieke de Hoog blijkt dat etnische verschillen in overgewicht al op jonge leeftijd zichtbaar zijn.

Student Human Resource Management Dieuwertje Wijffels werd verliefd op een moslim. En bekeerde zich.

Discovery Festival

Lubbers & Bussemaker

Nacht-evenement Discovery Festival draait om de kick van het ontdekken: nieuwe wetenschap, nieuwe kunst, nieuwe muziek. Folia mag 3 x 2 kaarten weggeven.

De HvA gaat samenwerken met de Stichting voor Vluchteling-Studenten, UAF. Een dubbelinterview met UAF-voorzitter Ruud Lubbers en HvA-rector Jet Bussemaker.

FoliaMagazine

43


Robbert Dijkgraaf Essayprijs Als je student, oud-student of medewerker van 茅茅n van de instellingen voor hoger onderwijs in Amsterdam bent, kun je meedoen aan de Robbert Dijkgraaf Essayprijs.

u

u

Schrijf een artikel van maximaal 900 woorden waarin je op wetenschappelijk verantwoorde wijze je persoonlijke visie geeft op hedendaagse verschijnselen, problemen of ontwikkelingen in Amsterdam. Mail je essay v贸贸r 14 oktober naar redactie@folia.nl. Het winnende essay zal worden gepubliceerd in Het Parool en Folia Magazine. De schrijver krijgt een werk van kunstenaar Geir Nustad, dat 29 oktober zal worden uitgereikt door Robbert Dijkgraaf.

illustratie mokerontwerp

Doe mee!


Folia Magazine #4