Page 1

11|

FMT GEZONDHEIDSZORG: VAKBLAD VOOR FACILITY MANAGEMENT EN MEDISCHE TECHNOLOGIE

GEZONDHEIDSZORG

6/7

HagaZiekenhuis bouwt, krimpt en groeit, alles tegelijkertijd

Maastricht UMC+ en RO groep: hechte tandem in bouwactiviteiten Nieuwbouw Kentalis: zo veel mogelijk doen voor zo weinig mogelijk geld


H U I S V E S T I N G

Anders denken over onroerend goed:

creëren van waarde voor de eindgebruiker DOOR: PROF. DR. IR. JOS LICHTENBERG

In de vorige editie van FMT verscheen het artikel “Het gebouw als middel”. Het begin van een reeks over anders denken over onroerend goed. In een reeks artikelen is het doel u als opdrachtgever, initiatiefnemer, architect, gebruiker dan wel andere betrokkene duidelijk te maken dat wij in ons conventionele bouwmodel vastlopen en dat een andere aanpak onvermijdelijk is. In het vorige artikel werd prikkelend ‘de echte’ functie van een gebouw besproken. Waar aanbieders het nog steeds zien als een resultaat van een bouwinspanning, zien gebruikers vooral een optimale exploitatie als waarde. Het gaat dan niet alleen over wat een gebouw kost, maar vooral wat het oplevert. Gelukkig zijn er al partijen bezig met ‘de verandering’. Die komen in deze reeks aan het woord. Een interview met Harm Boomsma, directeur Inno-Experts BV.

H Harm Boomsma.

arm Boomsma is na zijn opleiding (Bedrijfskunde, Rotterdam en Industrieel ontwerpen, Delft, 1988) vroeg met de bouw en duurzame ontwikkeling in aanraking gekomen. Via bedrijven als Flex development, Axys Innovations en Boomsma innovations heeft hij veel opdrachtgevers in de bouw zoals Ge Capital, Svedex, Eneco, Wagen-

bouw, bediend in hun streven innovatiedoelstellingen te verwezenlijken. Sinds enkele jaren is hij als oprichter en directeur betrokken bij Inno-Experts te Eindhoven. “Waar een crisis allemaal niet goed voor is? Je kunt steen en been klagen, maar in tijden van recessie kom je weer met beide benen op de grond te staan”, stelt Boomsma. “In deze tijd van bezinning ben je in staat om ingesleten routines weer eens tegen het licht te houden. Inno-Experts is in het begin van de crisis ontstaan en legt zich toe op het creëren van maximale waarde voor eindgebruikers in de gebouwde omgeving. Uitgevoerde exploitatieanalyses waarbij het proces van de gebruiker centraal staat, maken duidelijk dat er veel winst te behalen is. Tegelijkertijd is het voor het verzilveren van deze winst, cruciaal om een fundamenteel andere procesaanpak te volgen”. Harm Boomsma, industrieel ontwerper en bedrijfskundige is circa 25 jaar betrokken bij veranderingsprocessen voor en in dienst van het bedrijfsleven. Hij benadrukt dat een totaal andere benadering van onroerend goed commercieel aantrekkelijk is. “Die benadering is gebaseerd op sturen op exploitatiewaarden en niet op bouwkosten. Dat sluit veel beter aan bij de behoeften van gebruikers en geeft veel financiële manoeuvreerruimte aan de voorkant.

10

FMT gezondheidszorg


Als je optimaal inspeelt op de waarden van eindgebruikers/ stakeholders ben je ook bezig waar het met duurzaamheid echt om gaat ”, aldus Boomsma. “Slimbouwen wordt door onze organisatie actief ondersteund maar we realiseerden ons dat er nog een vraag aan vooraf ging. Eerst dienen we de belangrijkste waarden en processen van de betrokken gebruikers te kennen. Vervolgens is Slimbouwen dan een goed gereedschap om een hoge mate van duurzaamheid en economische waarde te realiseren”. AAN DE VOORKANT

Boomsma vervolgt: “Onze bijdrage begint al helemaal aan de voorkant van het proces. Voor gebruikers die investeringen in vastgoed overwegen, verrichten we volgens een eigen methodiek exploitatieanalyses. Opvallend daarbij is dat meestal de jaarlijkse kosten als gevolg van de nieuwbouw maar een beperkt deel van de jaarlijkse exploitatiekosten blijken uit te maken. Het grootste deel van de exploitatiekosten wordt bepaald door andere zaken als ICT, meubilair, catering, energie, verbouwingen, beheer en financiering. Soms zijn er zelfs mogelijkheden om exploitatieopbrengsten te genereren. Eigenlijk gaat het in de projectvoorbereiding al fout omdat een gebruiker zelf niet weet wat hij allemaal kan vragen en zich veelal baseert op het hier en nu en niet op een nog ongrijpbare toekomst. Wensen krijg je boven tafel in een proces van sparren en de juiste vragen stellen. Een proces van integraal denken waarbij het niet gaat over de stenen, maar over de ruimte ertussen en vooral het dynamische gebruik daarvan”. Is integraal niet te veel een modewoord geworden? Harm Boomsma knikt bevestigend: “Dat klopt en omdat het te pas en te onpas wordt gebruikt is het een bijna leeg begrip geworden. Toch is het wel het goede woord om te duiden dat het enerzijds gaat om de inbreng van al de belangrijke zaken m.b.t. exploitatie te borgen en anderzijds te zorgen dat dit proces ook echt meerwaarde voor de gebruiker oplevert. Het kan zijn dat er meerwaarde ontstaat door projecten bij elkaar te brengen. Bijvoorbeeld in het kader van gebiedontwikkeling. Denk aan het gezamenlijk delen van functies als parkeerplaatsen en kantines/ restaurants, vergaderaccommodaties, etc. Een andere vorm van integraliteit is door met economische ogen naar gebruiksprocessen te kijken en voordelen en waarden netto contant te maken of simpelweg door split incentives bij elkaar te brengen. Het gaat over het proces om op voorhand de vragen en de opties helder te krijgen. De invulling komt altijd wel.” VERZILVEREN VAN WINST

Dat klinkt simpel! Boomsma: “Wanneer we voor gebruikers de facilitaire kosten en de kwaliteitsbeleving daarbij in beeld brengen dan blijkt in de regel dat kwaliteitsverbetering in combinatie met kostenbesparingen gewoon moge-

lijk is. Dat helpt natuurlijk enorm om bij de vrager de neuzen dezelfde kant op te krijgen. Vervolgens organiseren we het proces zodanig dat je deze winst ook kunt verzilveren. Dat klinkt wellicht simpel, maar het vergt een consequente vorm van anders denken en dat is voor opdrachtgevers met routines uit de oude wereld, buitengewoon moeilijk”. Hoe win je ambitieuze opdrachtgevers voor een vernieuwende aanpak? “De sleutel is een volledige focus op gebruikers. Het kost vaak wat moeite omdat het buiten de routines valt, maar door met een beperkte inspanning te laten zien welke latente voordelen binnen bereik liggen worden ogen geopend en ontstaat er een drive om te bereiken wat aanvankelijk niet of als ingewikkeld en impliciet onhaalbaar werd gezien. Heel bevredigend is dat je opdrachtgevers daarmee aangenaam kunt verrassen. Daar moet je dan wel even de kans voor krijgen. Zo zijn we voor overheidsorganisaties bezig om gebruikers, bouwbureau en beheer bij elkaar te brengen. Alleen al door portemonnees bij elkaar te brengen ontstaat financiële ruimte die goed van pas komt. Uit het verrichten van exploitatieanalyses voor scholen komt naar voren dat de exploitatiekosten beduidend gereduceerd kunnen worden als er gestuurd wordt op maximale waarde en exploitatie in plaats van op de initiële investering”. Kun je dat eigenlijk wel realiseren met de gebruikelijke bouwpartners?” “Die zijn in beginsel verkeerd geprogrammeerd. Dit anders denken vraagt andere expertises van en fundamentele procesaanpassingen bij zowel opdrachtgevers/eindgebruikers als de aanbieders. Dat hier veel winst in het verschiet ligt voor opdrachtgevers en gebruikers, is evident. We verwachten hier de komende jaren doorbraken te realiseren. Niet allen op gebouw- maar ook op gebiedsniveau. De insteek is steeds meer waarde te realiseren voor gebruikers, zowel op kwaliteit als op financieel gebied. Daarbij kijken we niet alleen naar kosten, maar vooral hoe we meerwaarde en opbrengsten kunnen realiseren”. BANKEN EN TOEKOMSTWAARDE

Hoe zou dat in de gezondheidszorg kunnen werken? Harm Boomsma: “De gezondheidszorg is bij uitstek een sector die moet bewegen en het door een recent verleden waarin alles geregeld was, nog niet kan. Volgens het oude model ontwikkelde je een gebouw dat diende te voldoen aan allerlei regels en ontwerpnormen, en er dan uiteindelijk wel kwam. Het leverde gebouwen op die vaak “Bejaardenhuizen werden niet voldeden aan de wensen van de gebruikers. 25 jaar geleden nog volop Zowel voor personeel als patiënten of bewoners. gebouwd en worden nu al op En zeker niet aan veranderende wensen. Door grote schaal gesloopt” steeds wijzigende regels en inzichten verouderden deze gebouwen zeer snel. Bejaardenhuizen werden 25 jaar geleden nog volop gebouwd en worden nu al op grote schaal gesloopt. Aanvankelijk was er positiviteit over het feit dat instellingen zelf de broek moesten gaan ophouden en verantwoordelijk FMT gezondheidszorg

11


H U I S V E S T I N G werden voor de exploitatie van het onroerend goed. Eindelijk kon je nu zelf je tegels uitzoeken. Er is nu echter een nieuwe muur opgeworpen. Instellingen kloppen bij banken aan, maar ontdekken daar dat de bank geen genoegen neemt met alleen een bouwplan en een budget. Voor een bank wordt het o.g. immers onderpand en wil men veel meer weten over de toekomstwaarde. Wat doe je met het gebouw als de instelling door een fusie wegtrekt of als er wat gebeurt in het zorgconcept? Hoe pas je het gebouw dan aan? Banken hebben niet veel aan ferme uitspraken van directies die zich persoonlijk niet committeren en die binnen een paar jaar al weer op een andere payroll kunnen staan. Daarbij gaat het uiteindelijk niet om de kwaliteit van het gebouw maar om de kwaliteit van de zorg die daarbinnen geleverd wordt. De bank wil eigenlijk geen bouw- maar een ondernemingsplan zien. Ook vanuit de exploitatiekosten beschouwd, zie je dat het zorgproces veel belangrijker is dan het gebouw. Zo worden de exploitatiekosten van een zorginstelling slechts voor een beperkt deel (ca. 15%) bepaald door huisvestingskosten. Tegelijkertijd is deze huisvesting wel kritisch omdat het zorgproces significant beïnvloed wordt door keuzen die bij de bouw gemaakt worden. Het is dan ook vreemd dat we bij de realisatie van een zorggebouw vooral afgaan op de kennis van bouwspecialisten als architecten, adviseurs, bouwmanagers en bouwers. Partijen uit het zorgproces worden uiteraard wel geconsulteerd, maar zouden in de praktijk, gezien hun belang en hun gewicht in de exploitatie, een veel meer sturende rol dienen te hebben in het ontwikkelingsproces. Het is uiteraard beter sturen op 100% van je exploitatie dan alleen op de eerdergenoemde 15%. Hier is nog een wereld te winnen. NAUWELIJKS VERKENDE MOGELIJKHEDEN

Deze benaderingswijze is relatief nieuw en biedt nog nauwelijks verkende mogelijkheden om het zorgproces in verpleeghuizen, GGZ-instellingen, etc. op het gewenste hogere niveau te brengen, terwijl tegelijkertijd de exploitatiekosten beheerst en beperkt kunnen worden. Maar er is nog meer eer te behalen. Juist in de zorg heeft de gebruiker, de patiënt, de bewoner nog maar weinig centraal gestaan. Dientengevolge heeft het gebouw meestal op de eerste plaats een soort instrumentele betekenis gehad. Denk maar aan de badkamers met witte of gele tegeltjes en stigmatiserende beugels aan de muur”. De gebruiker centraal, dat klinkt als een open deur? “Anders denken klinkt als dat doe je gewoon, maar het is juist buitengewoon complex. Door de bril van de gebruiker kijkend kom je tot heel andere inzichten, waarmee je stakeholders, de zorginstelling voorop, aangenaam kunt verrassen. Waar nu beknibbeld moet worden op een extra kop koffie ontstaat opeens veel ruimte. Op zich wel opvallend dat we bij een bezoek aan een zorginstelling anders reageren dan dat we nor12

FMT gezondheidszorg

maal als patiënt of gebruiker zouden doen. Allemaal hebben we bij het bezoeken van een zorginstelling het gevoel dat het voor anderen is. Zelf kun je je niet voorstellen dat je het er vol zou kunnen houden. De ontvangstruimte met een grand café en een leesruimte ziet er altijd wel goed uit. Achter de klapdeuren verandert echter het beeld. Dan is het opeens weer een instituut met lange gangen en kleine kamertjes met een hoog beugelgehalte en betuttelend gedrag van personeel. Als je bedenkt dat je, mits je in de gemeenschap staat, ook vrijwilligers kunt krijgen om bij toerbeurt voor moeder en daarmee ook voor medebewoners een potje te koken en dat een groot gedeelte van de behoefte aan verpleging eigenlijk sociaal contact is, dan is dat een gegeven waarmee je wat kunt. Terug naar de wijk of in het dorp en minder centraliseren lijkt inefficiënt in een wereld waarin we juist om die reden alles grootschalig willen clusteren, maar het tegendeel zou wel eens waar kunnen zijn. Bovendien verblijven gebruikers liever in een kleinschalige omgeving met een menselijke maat en kort bij familie en kennissen”. KWANTITATIEVE ONDERBOUWING

Hoe kun je dat hard maken? “Dit soort uitspraken heeft nu veelal slechts een kwalitatieve waarde. Onze exploitatieonderzoeken geven daar een kwantitatieve onderbouwing bij. Die onderzoeken maken ook gelijk duidelijk welke stakeholders je bijeen moet brengen. De voordelen gelden behalve voor de zorginstelling immers ook voor stakeholders als verzekeringsmaatschappijen en de diverse overheden. De zorginstelling zal het institutionele denken moeten laten vieren, de verzekeraar en gemeente zullen vooral in termen van waarden van hun klanten/gebruikers moeten denken: gezondheid, menselijk contact en een prettige leefomgeving! Het aantrekken van een steunkous kan hulp noodzakelijk maken, maar als je de contactbehoefte ook niet helpt in te vullen, zal verplegend personeel altijd worden gevraagd voor de verkeerde dingen. Iedereen is winnaar, maar de grootste winnaar bij dit alles is natuurlijk vooral de gebruiker, de patiënt, de bewoner. Niet eenvoudig om die portemonnees bijeen te brengen, maar het levert wel veel op waardoor het de moeite waard is. Als je de gebruikers en het zorgproces centraal stelt bij het realiseren van gebouwen, praat je beperkt over kosten maar vooral over extra opbrengsten. Het realiseren van die ambities is nu typisch de uitdaging waar ik met mijn team voor wil knokken. Knokken is ook het goede woord, want deels is alles rationeel te onderbouwen, in de praktijk loop je ook tegen gevoelens aan die conservatief gedrag in de hand werken. Met name daartegen moet je je schrap kunnen zetten in het belang van de ambitie om een waardevolle situatie te creëren”.

!


H U I S V E S T I N G

HagaZiekenhuis bouwt, krimpt en groeit, alles tegelijkertijd Het bouwtraject van HagaZiekenhuis brengt een flinke herschikking van functies over de locaties met zich mee. Daar komt nog bij kijken dat het ziekenhuis heeft besloten tot een beddenreductie van dertig procent én de ambitie heeft van een jaarlijkse volumegroei van twee procent tot eind 2015. Ook kwam er nog een economische crisis tussendoor. Maar daarvan heeft het ziekenhuis slim gebruik kunnen maken.

B

ouwen voor de zorg, dat doe je niet voor de eeuwigheid. Iedereen begrijpt dat een ziekenhuisgebouw uit 1972 in 2011 niet meer aan de hedendaagse eisen voldoet. En een van de gebouwen van de drie locaties van het HagaZiekenhuis in Den Haag stamt toch echt uit het geboortejaar van de Haagse wielrenner Michael Boogerd. HagaZiekenhuis zit dan ook midden in de bouwactiviteiten, die volgens planning in 2015 moeten zijn afgerond. De bouw verloopt in fasen. In fase 1

wordt aan de locatie Leyweg de hoogbouw volledig gerenoveerd, waarbij de bestaande meerbeds beddenkamers voor zeventig procent worden vervangen door eenpersoons kamers. In deze fase wordt ook meteen een deel van de onderste bouwlaag van het gebouw onder handen genomen, om precies te zijn de spoedeisende hulp en huisartsenpost en de afdelingen radiologie en dialyse. In fase 2 is de rest van dit onderste bouwdeel aan de beurt en wordt op het terrein voorzien

DOOR FRANK VAN WIJCK

in twee nieuwbouwdelen. In een daarvan komen alle hightech voorzieningen (alle OK’s en scopieafdelingen) en in het andere het Juliana Kinderziekenhuis, dat nu nog aan de Sportlaan gevestigd is. In fase 3 tenslotte wordt de huidige ruimte van het kinderziekenhuis herbestemd. Daar komen dan de poli’s voor orthopedie, plastische chirurgie, KNO en alle andere electieve vakken. Ook komt er een huisartsenpraktijk. Wat daarna met de derde locatie – net als het kinderzieken-

‘Het feit dat we een dialyseafdeling hebben, maakt het ook interessant om in een zorghotel vakantiedialyse aan te bieden’ huis aan de Sportlaan gevestigd – gebeurt, is nog niet zeker. ‘We gaan het waarschijnlijk afstoten, verkopen dus’, zegt Chiel Huffmeijer, voorzitter van de raad van bestuur. ‘Wellicht is de locatie geschikt om er andere zorgvoorzieningen in onder te brengen, maar ik kan me ook voorstellen dat het een woongebied wordt. Het ligt bij Vogelwijk, dus vlakbij het centrum van Den Haag en bovendien vlakbij Scheveningen.’ Wat echter ook nog een optie is, is dat het zorgChiel Huffmeijer, voorzitter van de Raad van Bestuur. 16

FMT gezondheidszorg


!"#

"$$"%&'"

!"#$!%$&'#((#'%)')*+$%), ()*+"*$#,*+-%#-%&.'//"0&#."*/&)'+1-)./)%2'+"#"%# "0"/&*-&"34%'$34"#'%$&5005&'"$#2'"#1'62*5+"%#55%#-7&'850"# 5*1"'2$9#"%#7*-2)3&'"-8$&5%2'+4"2"%:#;--+.55*2'+<# 1"2*'6=$>"/"*<#2))*>558#"%#?*'"%2"0'6/#?--*#4"&#8'0'"):# ('6>-%2"*"#"@7"*&'$"#1'"2"%#.'6#-7#4"&#+"1'"2#?5%#2"# +">-%24"'2$>-*+<#3-88"*3'""0#?5$&+-"2<#A$"8'B-?"*4"'2<# 4'+4#&"34#30"5%#'%2)$&*'"#"%#25&53"%&"*$:# C"2*"?"%4"'2#'$#-%>"#&.""2"#%5&))*#"%#8"&#'%%-?5&'"?"# '%$&5005&'"3-%3"7&"%#?"*0"++"%#.'6#+*"%>"%:#D-#-%&$&55%# '%&"+*50"#-70-$$'%+"%#2'"#$58"%?500"%#8"&#).#85%'"*# ?5%#-%2"*%"8"%:#,%#2'"#4"&#1"$&"#)'&#).#8"%$"%#"%# 8'22"0"%#450"%:

N5&))*0'6/#-%&>-*+"%

()*+"*$#,*+-%#E-&&"*258F#G-$&855$055%#HI‡JKLJ#MN E-&&"*258‡O"0"=--%F#KIK#PQH#KR#KK‡...:1)*+"*$9"*+-%:%0

!"#$%& !"#$%&'()'*)+'#,$-$.+*%%///0 %&'( '() '( ()'* () '*) '* *)+ )+''#,$)+ $-$$.+* +*%% *%% *%% %%/ 0

01#1#23300 01#1#2300///04544546 00 00454 454454 4546

U KOMT ONS OVERAL TEGEN Wie kijkt naar mobiliteit en de wensen op het gebied van wonen en werken, ziet dat het anders moet. Wat Heijmans betreft kán het anders. We beschouwen ontwerp, bouw en onderhoud als één geheel. En naar behoefte bundelen we onze kennis op het gebied van bouw, vastgoed, infra en installatietechniek. Een frisse aanpak waarmee we de vragen van vandaag ombouwen naar de oplossingen voor morgen. Dat ziet u. Overal waar u de gele helmen en bouwketen van Heijmans tegenkomt.

Heijmans Utiliteitsbouw B.V. Postbus 246, 5248 JR Rosmalen, tel. 073 – 543 61 00, www.heijmans.nl Heijmans Advertentie FMT 190x133.indd 1

FMT gezondheidszorg 22-06-11 16:06

17


H U I S V E S I T N G

Artist impression nieuwbouw.

hotel in dit derde gebouw wordt gevestigd. ‘Het plan voor inrichting van een zorghotel ligt er al wel’, zegt Huffmeijer, ‘maar we hebben nog geen besluit genomen. De combinatie van de orthopediekliniek en een zorghotel is natuurlijk wel aantrekkelijk. En het feit dat we een dialyseafdeling hebben, maakt het ook interessant om in een zorghotel vakantiedialyse aan te bieden. Op dit moment voorzien we op de locatie Leyweg in de hotelfunctie.’ MEER DAN BOUWEN ALLEEN

Aan de feitelijke bouw is een projectfase voorafgegaan waarin duidelijk is geworden dat de ambitie verder reikt dan alleen stenen stapelen. HagaZiekenhuis heeft de gelegenheid te baat genomen om meteen ook te investeren in een inhaalslag op ICT-gebied. Daarnaast is met de zorgverzekeraar een beddenreductie van niet minder dan dertig procent overeengekomen. ‘Dit betekent niet per se dat we ook minder patiënten gaan behandelen’, vertelt Huffmeijer. ‘We zetten in op het “nieuwe werken” om meer patiënten te kunnen behandelen op minder ruimte en met minder ondersteunend personeel. We gaan het voor patiënten mogelijk maken om al thuis afspraken in te plannen 18

FMT gezondheidszorg

en we gaan het primaire proces efficiënter maken door het beter met ICT te ondersteunen. Ook willen we verdergaande ligduurverkorting realiseren, een proces waarmee we overigens nu al bezig zijn. Daarmee wilden we niet wachten totdat de verbouwing gerealiseerd is.’ Behalve beddenreductie voorziet de beleidsvisie van HagaZiekenhuis ook in een volumegroei van twee procent per jaar tot en met 2015. ‘De organisatie die we nu aan het optrekken zijn, moet dan ook tot een ziekenhuis leiden dat extra patiënten aantrekt’, zegt Huffmeijer. ‘Daarin spelen die modern uitgeruste eenpersoonskamers een rol. Maar

Behalve beddenreductie voorziet de beleidsvisie van HagaZiekenhuis ook in een volumegroei van twee procent per jaar tot en met 2015 denk ook aan het hartcentrum, waarmee we sinds de start ervan in 2004 een enorme groei hebben doorgemaakt. We kunnen dit centrum met de nu voorgenomen dotterlounge veel beter accomoderen. Bovendien kunnen we bezoekers en patiën-

ten een heel andere ambiance bieden als we onze ontvangstruimten en poli’s een moderner aanzien geven. We zijn een Planetree ziekenhuis tenslotte, dus we hechten veel waarde aan het creëren van een healing environment. En we beseffen terdege dat we die niet faciliteren met een kleurstelling en meubilair uit de jaren zeventig.’ (Planetree ziekenhuizen zijn aangesloten bij de Stichting Planetree Nederland, die zorgaanbieders steunt in hun streven naar het bieden van mensgerichte zorg. Meer informatie: www.planetree.nl.) PROJECTONTWIKKELING EN BOUW

Al in een vroeg stadium was de gemeente Den Haag betrokken bij de plannen. Dit heeft niet alleen te maken met de bouwplannen zelf, maar ook met het feit dat het ziekenhuis het voorterrein aan de Leyweg – nu het parkeerterrein – wil herontwikkelen. Huffmeijer: ‘Projectontwikkelaars hebben een plan ontwikkeld om daar naast een overdekte parkeergarage te voorzien in woningen en dat ligt nu ter beoordeling bij de gemeente. Het zou voor ons natuurlijk financieel aantrekkelijk zijn als dit lukt, al zijn we niet financieel afhankelijk hiervan om onze bouwplannen toch te kunnen realiseren. Het project is ontwik-


HagaZiekenhuis vertoont stabiele groei

FINANCIERING

!

Op dit moment genieten diverse opdrachtgevers uit de zorgsector Uitbreiding Spaarne Ziekenhuis Hoofddorp

Verbouwingen Catharina Ziekenhuis Eindhoven

Nieuwbouw zorgcomplex Prinsenbeek

van de expertise van onze medewerkers op het gebied van bouwen bij deze projecten Nieuwbouw Westwijk Amstelveen

Nieuwbouw gezondheidscentrum Heemskerk

Nieuwbouw ziekenhuis MCRZ Rotterdam

Nieuwbouw Somatiek verpleeghuis Zevenaar

Nieuwbouw verpleeghuis Regina Pacis Arnhem

Verbouwing UMC Utrecht

Nieuwbouw Nieuwbouw dr. dr. Bernard Bernard Verbeeten Verbeeten Instituut Instituut Breda Breda

Nieuwbouw woonzorgcomplex Ameide

Nieuwbouw verslavingskliniek Utrecht

Nieuwbouw Insula Dei Arnhem

Uitbreiding/verbouw Rijnstate Arnhem

Ecustraat 9, 4879 NP Etten-Leur t +31 (0)76-5035265 f +31 (0)76-5034643 info@bbcbouwmanagement.nl Nieuwbouw verpleegappartementen Breda

Nieuwbouw verpleegtehuis Amstelveen

www.bbcbouwmanagement.nl

Wij willen ook graag bij uw project onze kwaliteit bewijzen Nieuwbouw Maasziekenhuis Boxmeer

Renovatie/verbouw Radiologie Haga Ziekenhuis Arnhem

Voor meer informatie neem geheel vrijblijvend contact met ons op Nieuwbouw verzorgingstehuis, Amstelveen


H U I S V E S T I N G

Nieuwbouw Kentalis: zo veel mogelijk doen voor zo weinig mogelijk geld Aan de groene rand van Sint-Michielsgestel ligt een van de locaties van Kentalis. Dit complex behoorde tot het voormalige Viataal en stond in een verder verleden bekend als het “Instituut voor Doven”. Achter het monumentale gebouw uit 1910 is deze organisatie voor mensen met een hoor- of communicatieve beperking bezig aan een vrijwel complete vernieuwing van de gebouwen en het terrein. Een vlot verlopende operatie waarbij veiligheid en kostenbeheersing de toon aangeven.

E

rgens in een verscholen hoekje van het terrein is in de oude Hostiebakkerij een modelwoning ingericht, inclusief tuintje. In het 3-kamerappartement onder meer vloerverwarming, verzonken spiegels en een rail in de badkamer

waar naar behoefte een lift of uitklapbare steunen aan bevestigd kunnen worden. Minder opvallend zijn de aangepaste verlichting, erg belangrijk voor zowel slechtzienden als mensen met autistische stoornissen.

DOOR: GABRIËL VAN NEERVEN

Het bouwterrein verderop is opmerkelijk opgeruimd, schoon en rustig voor een project waar toch ruim 250 bouwvakkers in de weer zijn. Wat pas in tweede instantie opvalt, is dat je geen radio’s hoort. Dat past bij de doelgroep en locatie van dit bouwproject. De leerlingen en cliënten van Kentalis hebben baat bij zo min mogelijk storing en afleiding. Daarom ook zijn de bouwhekken gedeeltelijk afgedekt met plastic zodat je daar niet doorheen kunt kijken. De verkeersstromen zijn gescheiden of worden waar ze samen komen, gereguleerd met een “sluis”. Achterruit rijden is ten strengste verboden. Want de veiligheid van de bewoners staat hier op de eerste plaats. LEVEN, WONEN EN ONDERWIJS

Kentalis realiseert aan de Theerestraat twee bouwprojecten tegelijk: een compleet nieuw woon- en leefgebouw voor 130 cliënten en een school voor 40 doofblinde en 80 auditief en/of communicatief verstandelijk beperkte leerlingen. Ofschoon de bouw medio april 2010 officieel begon, is het project al jaren eerder begonnen. ‘Eigenlijk zijn we al tien jaar bezig met het verbeteren van de huisvesting’, zegt Jan van Hoof, manager vastgoed bij Kentalis. ‘De problemen waar onze doelgroeOnderwijs-binnentuin. 20

FMT gezondheidszorg


Onderwijs-clustervleugel. pen mee zitten, worden steeds zwaarder en gaan steeds vaker naar meervoudige problematiek. De wens om de 48 woonpaviljoens uit de zeventiger te vervangen. bestaat eigenlijk al sinds ik hier nu tien jaar geleden begon.’ Al in 2003 kwam een Lange Termijn Huisvestingsplan gereed. Maart 2007 volgde een masterplan waarin gebouwen, omgeving en Programma van Eisen uitmondden in een concept voor het hele terrein. Dit Mondriaanmodel gedoopte plan, gaat uit van een heldere, rechthoekige opzet van het hele 35 hectare grote terrein. Wonen, leven, onderwijs en ontwikkelen krijgen ieder een eigen plaats, gegroepeerd rond een werkomgeving, het ViaVia of Stripgebouw. Eén van de eisen daarbij, is dat de functies zowel gescheiden zijn als zo dicht mogelijk bij elkaar liggen. Wat nu in uitvoering genomen is, vormt de eerste fase van het hele plan. Ofschoon de bouw op schema ligt, is de einddatum van het totale project onzeker. Belangrijkste oorzaak daarvan zijn de landelijke bezuinigingen. Ook worden de plannen kleiner en soberder uitgevoerd dan aanvankelijk voorzien. Zo blijft een grote renovatie van het monumentale hoofdgebouw, waarin met name de kantoren zitten, vooralsnog achterwege. WOONCARRÉ

Uitgangspunt van het centraal gelegen woongebouw is “individueel wonen onder een groeps-

dak”. Rond een grote patio van 100 x 100 meter staat een carré van bungalows die ruimte bieden aan 130 bewoners. De buitenmaat daarvan meet ongeveer 165 meter. De bouw gaat snel maar het is ook geen erg complex gebouw, zeggen de betrokkenen. Het is letterlijk en figuurlijk vrij recht-toe, recht-aan bouwen. De wooneenheden liggen telkens gegroepeerd rond een centrale huiskamer. Kentalis kiest voor ‘individueel wonen met de mogelijkheid om in de groep actief te zijn.‘ “Onze cliënten hebben behoefte aan een eigen domein maar kunnen ook direct voor hun deur op zoek gaan naar sociale contacten,” licht Jan van Hoof toe. Elk appartement bestaat uit een woon-zitkamer, een slaapkamer en een ruime badkamer. Hoewel de wooneenheden in drie varianten gebouwd worden (voor verschillende leeftijden en zorgbehoeften), zijn ze bouwkundig op hoofdlijnen allemaal hetzelfde. De drie typen zijn voor respectievelijk kinderen, voor jongeren en jong volwassenen en voor ouderen die min of meer individueel en zelfstandig kunnen wonen. Per woonbungalow is ruimte voor zes tot acht cliënten. Ook van binnen oogt de bouw ‘kaal’ en ruim. Geen onverwachte hoeken of nissen, alles zo glad mogelijk afgewerkt. Dat is bewust gedaan omdat de doelgroep ruime, rustige looppaden nodig heeft. Voorop staan gebruiksgemak voor cliënten en

personeel, naast rust en privé-ruimte. Zo heeft de patio een dubbelfunctie. Niet alleen voor licht en ruimte maar ook voor de logistiek. Eten, wasgoed en andere zaken kunnen via dit binnenplein gesluisd naar en van de verschillende eenheden gehaald en gebracht worden. Een gang die om de hele binnenplaats loopt, is ook uit logistiek oogpunt gebouwd. De technische installaties dienen vooral de veiligheid en het gemak. Zo is de brandveiligheid extreem omdat Kentalis te maken heeft met doelgroepen die wat signalering en vluchtroutes betreft andere oplossingen vragen dan mensen zonder een beperking. Ook de domotica is met name op de veiligheid gericht: bewegingssensoren en camera’s helpen het personeel. Op zoek naar opvallende details vallen als eerste de ‘kaboutermutsen’ in het oog. Het zijn half open en half doorschijnende ‘mutsen’ of diffusers boven lichtkoepels die het zonlicht filtreren. In het onderwijsgebouw ziet de bezoeker als eerste het gevelvlak met veel kleine raampjes en een uitkraging die hetzelfde doel dienen. Dit allemaal om de gebruikers zo min mogelijk af te leiden of te hinderen. Binnen vallen de schuifdeuren op, ingebouwde lichtschakaars die opvallen zonder storend te zijn, weggewerkte klimaatregeling, stevige, molestbestendige ramen, wastafels en spiegels, gladde vloerbedekking en muren. Het kleurgebruik in de nieuwbouw wordt een zorgvuldige balans tussen onopvallend en rustgevend enerzijds maar herkenbaar en opvallend anderzijds. ONDERWIJS

Het achter het wooncarré gelegen onderwijsgebouw is een zo te zien geslaagde poging om bestaande bouw en nieuwbouw te integreren en koppelen. In feite gaat het ook om twee scholen, de bestaande Rafaël voor doofblinde kinderen en de Mariëlle voor dove kinderen met een verstandelijke beperking, die uit Vught naar Sint Michielsgestel verhuist. Samen gaan die verder als één school onder de naam De Travelaar. Het resultaat zijn rustgevende klaslokalen voor kleine groepen, brede gangen waar rolstoelen zonder probleem doorheen kunnen en de al genoemde kleine raampjes op soms onverwachte plekken. “We hebben er heel nauwgezet op gelet dat we gangen zonder nisjes of hoeken krijgen, zodat deze ook geschikt zijn voor doofblinde kinderen,” zegt teamleider onderwijs Frans van Houtum. Hij wijst ook met enige trots op de inrijkastjes voor rolstoelen. “Het lijkt misschien allemaal erg saai, zo strak en glad. Maar dat is precies wat onze FMT gezondheidszorg

21


H U I S V E S T I N G doelgroep nodig heeft om veilige en ruime looproutes te creëren.” De Travelaar wordt vanuit dezelfde principes gebouwd als het woongebouw, waar het gaat om kleurgebruik, lichtinval/verlichting en inrichting die het gebouw geschikt maakt voor zowel doofblinde als autistische kinderen. Dit maakt dat de verschillende doelgroepen binnen het gebouw uitwisselbaar zijn, wat bijdraagt aan een flexibel gebruik van de school. ZOEKEN

Het grootste probleem van deze nieuwbouw is misschien wel de logistiek, vertelt vastgoedmanager Jan van Hoof. ‘We proberen zo snel en efficient mogelijk te bouwen, midden in een lopend bedrijf met maximale aandacht voor rust en veiiigheid voor onze leerlingen en cliënten. Dat stelt wel bijzondere eisen, aan iedereen, van architect tot bouwvakker.’ Ook procesmatig was het zoeken: ‘We hadden graag een en ander wat ruimer willen uitvoeren maar het geld daarvoor ontbreekt. Het grootste probleem is eigenlijk dat de bestaande normen voor gezondheidszorg, niet voldoen voor onze doelgroep. Blind, doof, slechtziend en of slecht-

22

FMT gezondheidszorg

horend en meestal ook nog met diverse verstandelijke beperkingen in allerlei combinaties. Daar zijn de Nederlandse financieringsnormen niet op berekend. Bij ons kom je een opeenstapeling van beperkingen tegen die allerlei aanvullende eisen aan de gebouwen stellen. Het valt niet mee daaraan te voldoen met de bestaande financieringsnormen. Een oplossing is gevonden door alternatieve materialen te gebruiken, bij voorbeeld geen keramiek als gevelbeplating maar hout. ‘We hebben bezuinigd op de franje maar eigenlijk is dat niet genoeg. Zo is extra goede geluidsisolatie achterwege gebleven en hebben we voor schuifdeuren gekozen waar draaideuren beter zouden zijn geweest.’ Kentalis heeft mede daarom er niet voor gekozen zelf nieuwe zaken te (laten) ontwikkelen. ‘We zijn wel heel actief op zoek gegaan naar bruikbare zaken. Met bestaande oplossingen en ideeën kun je ook maatwerk leveren.’ Kentalis is daarvoor gaan kijken bij diverse andere instellingen. Onder meer bij de mythylschool in Tilburg waar het idee voor de onderkasten voor rolstoelen vandaan kwam. Het idee voor de ViaVia komt in ze-

kere zin van het Stripgebouw op de High Tech Campus in Eindhoven. FLEXIBEL EN DUURZAAM

In de visie van Kentalis is juist door het bouwen als eenheid de nieuwbouw zo flexibel mogelijk gerealiseerd. ‘We hebben hier mensen in de leeftijden van drie tot twintig jaar met diverse problematieken. Dat is nu al een enorm diverse groep maar de vraag is hoe ontwikkelt onze doelgroep zich op de lange termijn? De afgelopen jaren zien we de zwaarte en diversiteit alleen maar toenemen. Nu in de beginsituatie zijn alle ruimtes zo een beetje hetzelfde. Maar we hebben de mogelijkheid ingebouwd om muren weg te halen om ruimten te vergroten en andere aanpassingen te doen. Zo kunnen we naar behoefte toch het nodige aanpassen. Je bouwt immers voor een termijn van veertig jaar en weet niet wat dan de ontwikkelingen zijn.’ Flexibel is Kentalis ook door nadrukkelijk de samenwerking met de gemeente Sint-Michielsgestel te zoeken. Medegebruik van de onderwijsgebouwen, aansluiten bij de ontwikkelingen in het dorpscentrum, een groene long voor het dorp en


geveer 25 miljoen euro, met het buitenwerk erbij ruim over de 30 miljoen euro. Procesmatig heeft Van Hoof ervoor gekozen het plan in stukken op te delen en tot een zo concreet mogelijk plan van aanpak te komen. Dit allemaal om de bouw in de uitvoeringsfase zo snel en soepel mogelijk te laten verlopen. De onderdelen en stand van zaken zijn: - Wonen en onderwijs, allebei in uitvoering, oplevering net voor en na zomervakantie; - het stripgebouw of ViaVia (voor het gezondheidscentrum, dagbesteding en ondersteunende functies; is in voorbereiding; - Renovatie hoofdgebouw, komt op termijn mogelijk nog aan de orde; - 48 appartementen voor zelfstandig wonen. Hiervoor is het architectenbureau Luijten Smeulders uit Tilburg geselecteerd en loopt de ontwerpfase.

Impressie Plandeel Wonen. letterlijk en figuurlijk aansluiten bij de inrichting van de ecologische structuur van het Dommeldal. PARK DER ZINTUIGEN

Op milieugebied loopt Kentalis niet voorop. ‘We voldoen uiteraard aan de minimale eisen voor geluid, warmte, dubbel glas enzovoort. Maar vergeet niet dat deze gebouwen al vier jaar geleden getekend zijn. Het denken over het milieu is intussen verder gegaan.’ Trots is Jan van Hoof wel op de warmte-koudeopslag voor het hele terrein en vooral op het mosdak. De platte daken van het wooncarré hebben een oppervlakte van 10.0000 m2 waarvan een groot gedeelte voorzien is van een mossedumdak. In het buitenterrein komt gescheiden hemelwaterafvoer en een wadi met bodeminfiltratie die uitkomt op de achter het terrein gelegen Dommel. Het buitenterrein is nu nog grotendeels een zandvlakte maar wordt ingericht als een open park met onder meer een “park der zintuigen” en een “belevingstuin”. De wadi heeft een dubbelfunctie voor de waterhuishouding en als onderdeel van het park.

Ook hier lijkt de inrichting misschien recht en saai maar dat is wederom een bewuste keuze. Het gaat erom een ruime, herkenbare en veilige omgeving voor de bewoners te creëren.

‘We hebben kosten en tijd bespaard door het hele project in deelplannen te verdelen. Maar het opstellen van een financieel plan is lastig. Meer dan ooit’, stelt Jan van Hoof vast. ‘Vroeger was je 40 jaar van rente en aflossing verzekerd. Nu moeten wij een zo defensief mogelijk financieel plan opstellen. De risico’s liggen immers bij het bestuur, bij de organisatie. De tarieven van de ZorgZwaartePakketen zijn nog altijd niet definitief vastgesteld. We moeten werken met de ‘waarschijnlijk voorlopig definitieve’ tarieven. Dan kun je weinig meer doen dan zo laag mogelijk te begroten.’ !

PROCES

Van architect tot onderaannemer en bouwvakker, allemaal dienen ze rekening te houden met bouwen voor deze doelgroep op deze plaats. De architecten dienden flexibel te zijn in zowel het ontwerp als het proces. “We hebben hen nadrukkelijk met onze doelgroep kennis laten maken, zodat zij in konden spelen en mee kon denken met de eisen die wij in het hoofd hadden. Voor ons was het belangrijk dat de architect goed luistert en onze visie en eisen vertaalt in zijn gebouw.” Joost Ector van Ector Hoogstad Rotterdam tekent voor het woongebouw, Eric Huijten van Greiner van Goor Huijten Architecten in Amsterdam voor het onderwijsgebouw. Ballast Nedam Zuid is de bouwkundig aannemer. De firma’s TES Installatietechniek BV en Sebregts BV voeren respectievelijk de elektrotechnische- en werktuigkundige installaties uit. De nu in aanbouw zijnde plandelen komen uit op een investering van on-

Koninklijke Kentalis is een landelijke organisatie ontstaan in 2009 door het samengaan van drie organisaties: Koninklijke Effatha Guyot Groep, Viataal en Sint Marie. Kentalis is er voor kinderen, jongeren en volwassenen die moeite hebben met horen en communiceren doordat ze doof of slechthorend of doofblind zijn, ernstige communicatieproblemen hebben (spraaktaalproblemen of autisme met spraaktaalstoornissen) dit soms in combinatie met een verstandelijke beperking, motorische problemen of psychiatrische problemen. Kentalis biedt begeleiding, behandeling, onderwijs en onderzoek vanuit meer dan honderd locaties in Nederland. Kentalis telde medio 2009 circa 4.500 medewerkers, 5.800 leerlingen, 6.800 cliënten en 15.000 audiologie-patiënten.

FMT gezondheidszorg

23


Hechte tandem in bouwactiviteiten


D

e bouwwerkzaamheden van het Maastricht UMC+ zijn te verdelen in twee fasen. De eerste fase betreft de werkzaamheden die voortkomen uit het Lange Termijn Huisvestingsplan (LHTP) 2011-2015. Bij het vaststellen van dit LTHP was de RO groep reeds betrokken. De tweede fase laat zich omschrijven als een LHTP 2012 – 2016 (concept) dat een jaar naar voren is gehaald vanwege een aantal nieuwe majeure ontwikkelingen en dat is gericht op het naar een nog hoger kwaliteitsniveau tillen van het vastgoed. De kosten van de nieuwbouw die het Maastricht UMC+ vanaf 2007 tot 2012 –conform LTHP 2007 - 2012- realiseert bedragen 45 miljoen euro. De verbouwing van de vrijkomende ruimtes vergt nog eens 15 miljoen euro. Het totale bedrag van 60 miljoen euro wordt gefinancierd uit de middelen die daarvoor zijn gereserveerd op basis van de Deregulering Huisvestingsmiddelen Academische Ziekenhuizen (DHAZ). De grond waarop de nieuwe gebouwen verrijzen, is al in het bezit van het Maastricht UMC+, hetgeen dus geen kosten meer met zich meebrengt. De projectorganisatie “Bouwbureau” wordt gevormd door medewerkers van het Maastricht UMC+ en de RO groep. Door de nieuwbouw ontstaat er binnen het ziekenhuis ruimte; ruimte die heel hard nodig is, zegt Henk Levy. Vanaf de opening van het azM in 1990 kampt het ziekenhuis voortdurend met een ruimtegebrek. Dat doen wel meer ziekenhuizen, maar de situatie bij het Maastricht UMC+ is bijzonder. Het Maastricht UMC+ kent, in tegenstelling tot andere academische ziekenhuizen, ook een regiofunctie. In de nieuwe situatie worden die twee functies gescheiden. Levy: ‘Dat doen we door de complexe, niet te plannen ingrepen onder te brengen in een nieuw OK-centrum (COA) dat aan de zuidzijde van het ziekenhuis gaat verrijzen op de locatie Verheylaan 10. De huidige OK’s worden gerenoveerd en zullen gebruikt gaan worden voor de planbare ingrepen. Ook komt er op deze locatie een nieuwe CSA. In het nieuwe COA komen 12 OK’s, waarvan acht van 58 m2, twee van 72 m2 en twee van 80m2. De nieuwe OK-afdeling op nivo 3 zal met vier luchtbruggen worden verbonden met het bestaande OK-complex inclusief holding, recovery, dagcentrum en CSA. Bijzonder is dat de alle trappartijen en liften buiten het gebouw worden geplaatst in een zogenoemd serregebouw dat tussen de bestaande bebouwing en de nieuwbouw wordt gerealiseerd. Dit doen we om zoveel mogelijk vierkante meters in het gebouw Verheylaan 10 optimaal te benutten. In deze nieuwbouw worden behalve de OK’s een nieuwe MRI afdeling, een logistiek centrum en ondersteunende afdelingen voor de OK’s gehuisvest. Boven de OK’s op het vierde niveau komt de techniek voor het COA. In de kelder vinden we straks de algemene techniek ten behoeve van het gebouw en een archief. Met de twee nieuwe torens

en de nieuwbouw Verheylaan 10 creëren we ruimte waardoor we in staat zijn de poliklinieken te herstructuren en het gebouw gebruikersvriendelijker te maken. In principe komt het erop neer dat specialismen zijn gecentraliseerd in het ziekenhuisgebouw en de ondersteunende functies daar omheen worden gegroepeerd. De nieuwe kliniek voor oogheelkunde vormt daarop enigszins een uitzondering.’ PLANETREE

Ter oriëntatie is door de bij de nieuwbouw betrokkenen een studiereis naar de Verenigde Staten gemaakt. Daar heeft men zich ook verdiept in het Planetree concept. Levy: ‘Voor de fysieke aspecten van de gebouwen houden we rekening met Planetree. Dat concept sluit namelijk naadloos aan op de strategische heroriëntatie van het ziekenhuis waarin het uitgangspunt is dat de patiënt centraal staat. Wat dat in de praktijk betekent voor de fysieke aspecten van het gebouw zien we bijvoorbeeld terug in de nieuwe kliniek voor oogheelkunde. Dit gebouw illustreert dat werk is gemaakt van een aspect als omgevingsbeleving om ervoor te zorgen dat de patiënt zich hier veilig voelt en de ruimte als aangenaam zal ervaren. Heldere kleuren en grote bewegwijzeringsiconen hebben een ondersteunende functie. Dat constateren we eveneens bij de gebruikte materialen voor de trappen van de vluchtwegen. Door toepassing van duidelijk voelbare materialen op de treden worden de vaak slechtziende patienten ondersteund bij het gebruik van de trappen. Aan de buitenzijde zijn de twee nieuwbouwlocaties aan de Debyelaan identiek. Opmerkelijk is het contrast tussen de zwarte bakstenen die zijn gebruikt voor de naar buiten gekeerde zijden van het gebouw en de witte gevelplaten die vanuit de binnenzijde van het ziekenhuis zichtbaar zijn. Henk Levy; ‘Ik vond het belangrijk dat het totale ziekenhuisgebouw als het ware verankerd zou zijn in de omgeving.


Wij hebben in partnerschap de oogheelkliniek gebouwd

Maatschappelijk relevant Is maatschappelijk verantwoord (her)ontwikkelen uw doel ? Zowel bij visievorming als bij de (her)ontwikkeling van een vastgoedproject bereikt u dit doel sneller en makkelijker met een partner die duurzaamheid tot leidend beginsel heeft verheven, die gekend is voor haar integriteit en transparantie. RO groep is zoâ&#x20AC;&#x2122;n partner. Zo heeft RO groep in alle facetten van vastgoedontwikkelingen ruime ervaringen in onder meer de zorgsector, zoals Academisch Ziekenhuis Maastricht, Verpleeghuis & psychiatrische woonvormen Vijverdal, Zorgpartners Midden Holland en Zonnestraal Hilversum.

www.rogroep.nl


Dat lukte niet als we de nieuwe torens net als het ziekenhuisgebouw ook in een lichte kleur zouden uitvoeren. Door de zwarte bakstenen verankeren de torens de totale bebouwing in de omgeving. Bewust hebben we de gevels die vanuit het ziekenhuis zichtbaar zijn wit gemaakt. De beleving door patiënten en bezoekers van een lichte kleur in een ziekenhuis is positiever dan zwart.’ Bij de vele nieuwbouw- en verbouwingsactiviteiten zijn slechts een beperkt aantal medewerkers vanuit het Facilitair Bedrijf bedrijf betrokken. Dat heeft te maken met de keuze voor de RO groep dat als advies- en projectmanagementbureau verantwoordelijk is voor de voortgang. Henk Levy: ‘Als directeur Facilitair Bedrijf ben ik eindverantwoordelijke, maar het projectmanagement is in handen van de RO groep. Een belangrijk voordeel daarvan is dat ik geen grote, tijdelijke bouworganisatie hoef op te tuigen. Op het moment dat we in een piekperiode komen, is er altijd voldoende capaciteit omdat we op dit bedrijf kunnen terugvallen. Binnen het Facilitair Bedrijf houdt zich full time wel een technisch medewerker bezig met de technische vertaling, zodat er een goede afstemming is in relatie tot het PvE en onder andere E&W.‘ Jori Stevens is van de RO groep en eindverantwoordelijke voor de begeleiding van de projecten. Hij vertelt dat het zwaartepunt voor het Maastricht UMC+ om met de RO groep in zee te gaan de deskundigheid op het gebied van projectmanagement is. ‘Daarnaast hecht men veel waarde aan ons budgetbewakingssysteem Finsys en de flexibiliteit die wij het ziekenhuis in het gehele proces bieden om de planningen te halen. Wij hebben hier continue vier mensen in het bouwbureau en totaal werken er 11 mensen aan de projecten binnen het Maastricht UMC+. In piektijden is het voor ons eenvoudig om die capaciteit uit te breiden. We zijn in 2004 met, noem het maar, twee snuffelprojecten begonnen. Toen die voor zowel het ziekenhuis als voor ons naar alle tevredenheid waren afgerond zijn we gaan zoeken naar een manier om op een structurele basis een samenwerking aan te gaan. Dat heeft geleid tot de huidige situatie waarbij wij de hele keten van haalbaarheidsonderzoek tot oplevering van nieuwbouw en verbouwingen verzorgen. De samenwerking tussen Maastricht UMC+ en de RO groep kent twee raamovereenkomsten: een voor het projectmanagement en een voor het advieswerk. Alle adviseurs werken onder de paraplu van ons. Wij sluiten met de architect en adviseurs contracten. De contracten met de uitvoerende partijen worden door het ziekenhuis afgesloten. Overigens bereiden wij wel die contracten voor. Met behulp van Finsys is voor het ziekenhuis op elk gewenst moment de financiële situatie inzichtelijk. Verrassingen zijn uitgesloten. Voor alle duidelijkheid: de RO groep is zelf geen projectontwikkelaar. We opereren als gedelegeerd opdrachtgever/ontwikkelaar.’ Senior projectmanager van de RO groep Theo Erens ver-

telt dat door de intensieve samenwerking sprake is van korte lijnen tussen de RO groep en de mensen van het ziekenhuis. ‘We beschouwen elkaar min of meer als collega’s. Dat is goed want dat levert ook in de informele sfeer een goede communicatie op. We willen echter zeker de formele structuur bewaken. Binnen een bedrijf als de RO groep zijn wij gewend in een projectmanagementstructuur te werken, voor een ziekenhuisorganisatie is dat voor sommigen echter nieuw. Bij de start van ieder project geven wij aan de bij de projecten betrokken medewerkers een presentatie over projectmanagement. Dat betekende echter niet dat iedereen meteen ook zo handelde. We hebben bijvoorbeeld met een gestructureerd gebruikersoverleg te maken dat zijn input krijgt via de achterban. Het duurde een poosje voordat iedereen er van doordrongen was dat de communicatie ook daadwerkelijk via de afgevaardigden in het gebruikersoverleg diende te verlopen. Soms is geprobeerd een bypass aan te leggen om het gebruikersoverleg. Uiteraard vereist een nieuwe manier van werken een groeiproces, tegenwoordig verloopt dit proces heel goed. Per partij is er een contactpersoon benoemd die communiceert met de achterban. Overigens is het zo dat wij als externe partij ook moesten “wennen” aan deze complexe 24-uurs organisatie met veel interne partijen.’ Jori Stevens over het belang dat de RO groep in communicatie hecht: ‘Wij steken bijvoorbeeld veel energie aan de voorkant van het proces, waarmee ik wil zeggen dat we een intensief gebruikersoverleg kennen om tot een PvE te komen. Er zijn zorginstellingen die dat anders aanpakken, maar wij zijn van mening dat we op deze manier huisvesting realise-


ren die op draagvlak kan rekenen. Inderdaad werkt het in het begin soms wel eens vertragend. Uiteindelijk verdient zich dat terug in de loop van het project en levert die extra investering in tijd wel een meerwaarde op. Zoals dat voor elke vorm van gestructureerde communicatievormen geldt. Elke vier weken is er bijvoorbeeld een bouwbureauoverleg dat onder voorzitterschap staat van Henk Levy. Tijdens dit overleg leggen wij als opdrachtnemer verantwoording af. We kennen pér project een vaste projectorganisatie te beginnen met een stuurgroep waarvan Henk Levy eveneens voorzitter is. Aan dit overleg nemen alle stakeholders deel, wij vervullen in de stuurgroep de advies- en secretarisfunctie. De ontwerpgroep wordt door ons voorgezeten. Binnen de projectorganisatie kennen we verder ook nog twee werkgroepen met een regelmatig overleg. Het gaat hier om de werkgroep Medische Inventaris waarin de Instrumentele Dienst, ICT en techniek zijn vertegenwoordigd. Deze werkgroep staat onder voorzitterschap van ons. Aan de werkgroep Inrichting nemen de desbetreffende gebruikers en het Facilitair Bedrijf deel. Het FB is ook voorzitter van deze werkgroep. Tenslotte is er ook nog het bouwteam met aannemers en installateurs waar wij als directievoerder leiding aan geven.

Een belangrijk kenmerk aan de werkwijze van de RO groep is de integrale benadering. Stevens: ‘Dat is terug te zien in de samenstelling van de diverse onderdelen van de projectorganisatie. In de praktijk merken we wel eens dat hoe kleiner een project is soms minder aandacht is voor een integrale benadering. Men wil dan wel eens op een hap-snap toer gaan in het informele circuit. Daar zijn wij echter niet voor. Ook kleine projecten vereisen een integrale aanpak. Ook voor kleine projecten willen wij een gestructureerde, formele afhandeling, hetgeen onder andere betekent dat onder elke afgeronde fase een handtekening dient te staan. Deze formele benadering geeft alle betrokkenen duidelijkheid, het betekent niet dat ik altijd een puur formele, zakelijke benadering nastreef. In tegendeel. In bouwprocessen zijn er altijd zaken die tegenvallen of net anders uitpakken dan was verwacht. Je moet dan met alle betrokkenen het vertrouwen in elkaar hebben dat het uiteindelijk goed komt omdat je allemaal voor een optimaal resultaat gaat. Zonder een dergelijk vertrouwen kun je nooit succesvol een projectorganisatie neerzetten zoals we dat hier samen met Maastricht UMC+ in Maastricht hebben gedaan. Het vertrouwen in elkaar is hier zeker aanwezig.’ !


Metingen met endoscopentestsysteem in UMC Utrecht

Optische kwaliteit van endoscopen Bij minimaal invasieve chirurgie is de endoscoop een essentieel onderdeel. Via de endoscoop wordt licht in de lichaamsholte gebracht en kan via een lenzensysteem en een camera beelden van het inwendige worden gemaakt. De kwaliteit van het endoscopisch instrumentarium en de borging daarvan heeft volop de aandacht. Dit blijkt ondermeer uit het recent in dit tijdschrift verschenen artikel â&#x20AC;&#x153;Kwaliteitscontrole van optieken onder de loepâ&#x20AC;?.

DE ENDOSCOPEN TESTSYSTEEM

Om vertraging bij of zelfs afbreken van operaties vanwege â&#x20AC;&#x2DC;slecht zichtâ&#x20AC;&#x2122; te voorkomen, werkt het UMC Utrecht aan een testsysteem dat de kwaliteit van de endoscoop automatisch controleert. Het hoofddoel van dit systeem is om de optische kwaliteit van endoscopen in een ziekenhuis te borgen, waarbij de plaatsing bij de sterilisatieafdeling het meest ideaal is [vgl: Kwaliteitsborging van Instrumenten en Apparatuur, gebruikt bij Minimaal Invasieve Chirurgie Rapportage van de projectgroep MICADO (november 2008)]. In 2004 zijn we in het UMC Utrecht begonnen om een endoscopentestsysteem te ontwikkelen om op een objectieve manier de optische kwaliteit van een endoscoop te bepalen. Het systeem bestaat uit de volgende elementen: s %ENDIGITALELINIAALWAAROPDECAMERAISGEMONTEERD s %ENCENTREERRINGOMDETIPVANDEENDOSCOOPTElXEREN

s %ENINCH,#$ BEELDSCHERMWELKEOPEENDRAAISCHIJFIS gemonteerd, om het systeem aan te passen voor de verSCHILLENDEKIJKHOEKEN s %ENWITTE,%$ALSLICHTBRON s %ENFOTOCELOMDEHOEVEELHEIDLICHTDOORDEVERLICHTINGSlBERSTEMETEN s %ENZWARTEDOOSOMHETOMGEVINGSLICHTBUITENTESLUITEN :IElGUUR METING UITVOEREN

Bij meting van een endoscoop wordt de software opgestart en het nummer van de endoscoop opgezocht in de database. De software laat vervolgens zien waar de digitale liniaal op moet staan en onder welke hoek het scherm moet staan. Vervolgens vindt er een scherpstelling van de camera op een testbeeld plaats. Daarna wordt de meting gestart en wordt volgens een geprogrammeerd protocol gemeten: %ERSTWORDTDELICHTTRANSMISSIEBEPAALD WAARBIJDE,%$OP DElBERINKOPPELKANTWORDTGEPLAATSTENDEFOTOCELVOORDE tip van de endoscoop. Vervolgens worden deze elementen door de gebruiker weer verwijderd en wordt op het scherm een reeks testbeelden gegenereerd en met de camera opgenomen om de kwaliteit van het beeld te bepalen. :IElGUUR Na deze meting vinden enkele berekeningen plaats (zie kader), waarbij de meting wordt vergeleken met eerdere metingen aan dit endoscooptype. Als resultaat wordt de verhouding weergegeven met de beste meting ooit voor dit


roulatie te houden, hebben we de stabiliteit van de opstelling kunnen volgen. Daaruit blijkt de lichttransmissie bepaling (Âą 6,6 %) stabieler TE ZIJN DAN DE BEELDCONTRAST BEPALING Ă&#x2019;    Ondanks de terugkoppeling van een fotocel op HET ,#$ SCHERM BLIJVEN DE mUCTUATIES VAN DE schermintensiteit een grote spreiding geven in de beeldcontrast bepaling. Met deze grote spreiding moet rekening gehouden worden bij de interpretatie van de gevonden beeldcontrasten. Zie lGUUR

endoscooptype. Bij een gemeten prestatie tusSEN DE  EN   WORDT DE KWALITEIT ALS GOED beschouwd (â&#x20AC;&#x2DC;vinkjeâ&#x20AC;&#x2122;), onder de 40% verschijnt een vraagteken en onder de 20% een kruis dat de kwaliteit te slecht is. Deze verhoudingen en symbolen worden voor zowel de transmissie als lenskwaliteit weergegeven. Slechte endoscopen worDEN DOOR DE AFDELING -EDISCHE 4ECHNOLOGIE  +LINISCHE&YSICANADERONDERZOCHTOMPASSENDE maatregelen te nemen. VASTSTELLEN AFKEURCRITERIA

Het grootste probleem is om objectieve criteria vast te stellen voor de acceptatie van een nieuwe endoscoop, en dus ook wanneer deze af te keuren. Het is lastig hiervoor ĂŠĂŠn criterium te hanteren, WANT EEN  MM ENDOSCOOP HEEFT BIJ AANSCHAF een veel beter beeld dan een 4 mm artheroscoop. Ze kunnen daarom niet op dezelfde manier worden goedgekeurd of afgekeurd. Op dit moment accepteren we endoscopen wanneer op minstens 80% van de beste liggen en keuren we ze af wanneer ze onder de 20% komen of wanneer andere schade zichtbaar is.

dorp). Uit deze metingen kwam een groot aantal problemen aan het licht: GEBRUIKERSSTELLENNIETALTIJDSCHERP HET,#$ SCHERMISSTERKGEVOELIGVOORTEMPERATUURENTIJD - endoscopen hadden vroeger geen uniek serieNUMMER - endoscoopmandjes hadden vroeger geen uniek NUMMER - endoscopen worden op OK verwisseld qua MANDJE - de camera is te ongevoelig, waardoor de lange opnametijden zorgden voor een trage user inTERFACE - reparaties en nieuwe endoscopen werden niet JUISTGEREGISTREERDINDESOFTWARE - lensscherven worden niet automatisch opgeMERKT - bugs in software etc.

RESULTATEN

Veel van deze problemen zijn inmiddels opgelost, maar de problemen van het scherm, mandnummers, registratie van reparatie en omruil, en van lensscherven blijven toch hardnekkig. Ondanks door deze problemen hebben we een aantal interessante zaken kunnen waarnemen:

Sinds 2005 hebben er regelmatig metingen plaats gevonden met de endoscopentestbank op de sterilisatieafdeling van het UMC Utrecht (met een uitstapje naar het Spaarne Ziekenhuis in Hoofd-

1.Stabiliteit van het systeem Het systeem is redelijk stabiel gebleven sinds 2005. Door ĂŠĂŠn endoscoop buiten de klinische

2. Lichttransmissie De lichttransmissie van de helft van de klinisch gebruikte endoscopen ligt onder de 55% van een nieuwe. Ondanks deze lage waarde wordt dit in de kliniek niet als probleem ervaren omdat de lichtkast voldoende vermogen in reserve heeft. Als echter de gebruiksaanwijzing van Storz gebruikt zou worden, zou je echter vrijwel alle enDOSCOPENMOETENAFKEURENDIEONDERDE  VANEENNIEUWEVALLEN;2%&-ANUAL4ELESCOPES AND(/0+).3ÂŽTELESCOPES +!2,34/2:=/OK hebben we incidenteel gezien dat een endoscoop ALBINNENĂ?MAANDENONDERDELICHTTRANSmissie komt van een nieuwe. We hebben echter het vermoeden dat dit komt door inbranden van ZEEPOFANDERVUILAANDEINKOPPELKANTWATVERergerd wordt door de ingeburgerde houding op DE /+ OM DE LICHTKAST MAAR OP  TE ZETTEN zodat de operateur daar niet over zal klagen. :IElGUUROPVOLGENDEPAGINA


Het bepalen van het beeldcontrast

3. Nieuw versus gebruikt Nieuwe endoscopen hoeven niet altijd beter te ZIJNDANINGEBRUIKZIJNDEEXEMPLARENENENDOscopen komen niet altijd als nieuw terug na reparatie. Controle van de leverancier blijft derhalve een belangrijk aspect bij de borging van de optiSCHEKWALITEITVANENDOSCOPEN:IElGUUR

CONCLUSIES

Het endoscopentestsysteem dat we het in het

UMC Utrecht hebben ontwikkeld, voldoet steeds beter aan het kunnen borgen van de optische kwaliteit van endoscopen in een klinische omgeving. Wel blijft het lastig goede, reproduceerbare en â&#x20AC;&#x2DC;ruisvrijeâ&#x20AC;&#x2122; metingen routinematig uit te voeren, omdat niet alle factoren voldoende onder controle zijn (mandjes probleem/verschillende afdelingen). Om de problemen van stabiliteit en gevoeligheid aan te pakken, zijn we begonnen met het bouwen van een 2e endoscopentester waarin we het probleem van het scherm en camera willen OPLOSSENDOORHETGEBRUIKVANEEN,%$ BACKLIGHT scherm en een camera waarvan de focus via de software aanstuurbaar is. Het lensscherfprobleem willen we proberen op te lossen door het maken van verschilbeelden met het beeld van een nieuwe. Met deze 2e tester willen we ook gaan meten in omliggende ziekenhuizen om te zien hoe groot DAARHETPROBLEEMIS4EVENSZIJNWEINHETKADER van subsidietraject aan het kijken in hoeverre de opstelling geoptimaliseerd kan worden waardoor het vercommercialiseerd kan worden. We houden u op de hoogte! !


D O M O T I C A

Domotica in Noord Brabant (2) in opmars In twee artikelen bespreekt dr. Ir. Masi Mohammadi aan de hand van een van de projecten van het Slimme Zorg Programma van de provincie Noord Brabant (onderzoeks)resultaten met betrekking tot de toegepaste technologie, effecten voor eindgebruikers en ervaringen van samenwerkende projectpartners. In deze editie van FMT gezondheidszorg deel 2.

BELEVING VAN DE EINDGEBRUIKER

De eindgebruikers zijn intensief betrokken bij het project door met behulp van individuele diepte-interviews hun tevredenheid m.b.t. de slimme toepassingen te peilen. Zo is de basis gelegd voor het functioneel ontwerp van de toepassingen. De interviews zijn aan de hand van een uitgebreide vragenlijst bij de respondenten thuis afgenomen en duurden ongeveer een uur. Het onderzoek is een aantal maanden na de installatie en ingebruikname van de aangeboden slimme diensten en producten uitgevoerd, zodat de bewoners de functionaliteiten eerst hebben leren kennen.

DOOR DR. IR MASI MOHAMMADI

Dit onderzoek naar mogelijkheden en randvoorwaarden van toepassing van de toegangscontrole en zorgalarmering betrof: s 3PECIlEKEBEHOEFTENVANDEBEWONERZOALSACHTERGRONDKENMERKEN SOCIaal contact en communicatie; s !LGEMENEHOUDINGENBELEVINGVANDESENIORENTAVWOONOMGEVINGZOALS leefbaarheid, voorzieningen, veiligheidsgevoel; s 4EVREDENHEIDVANDESENIORMETDETOEGEPASTESLIMMEPRODUCTENENDIENsten zoals alarm en toegangscontrole (uitstraling, complexiteit en gebruiksgemak, etc.). (ET BETROF SENIOREN WOONACHTIG IN DE WONINGEN VAN 3TADLANDER 7ONEN 7EST"RABANTVANGEMIDDELDJAARDIEZELFSTANDIGWONENENMANTELZORG HUISHOUDELIJKE HULP ENOF VERPLEEGKUNDIGE ZORG ONTVANGEN $E GEZONDheidstoestand is verschillend: van â&#x20AC;&#x153;geen noemenswaardige gezondheidsproBLEMENvTOTPROGRESSIEVE0ARKINSON%ENVAAKGENOEMDE!$, BEPREKINGIS moeite met lopen en daardoor wordt veel gebruik gemaakt van rollators. Voor technische klusjes wordt vaak de huismeester of een familielid ingeschakeld. Dit onderzoek naar de tevredenheid en daadwerkelijk gebruik van domotica door de eindgebruiker heeft nieuw inzichten opgeleverd: De frequentie en intensiteit van gebruik van domoticatoepassingen is gevarieerd: video-intercom wordt dagelijks gebruikt, maar alarm zelden of nooit. De tevredenheid correleert positief met de persoonlijke kenmerken van de respondent (zoals bijv. de mate van de lichamelijke beperkingen). Gebleken is dat bewoners het wonen als een totaliteit beleven; slimme toePASSINGENWORDENNIETGESCHEIDENVANDEWONINGGEZIEN!LSEENBEWONER niet tevreden is over bijvoorbeeld de hoogte van spiegels of wasbakken kunnen toegepaste slimme functionaliteiten de algemene tevredenheid niet omhoog brengen.

Een van de projecten van het Slimme Zorg Programma van de provincie Noord Brabant. (Stadlander/Wonen West Brabant in de gemeente Bergen op Zoom). 32

FMT gezondheidszorg


De mate van gebruiksvriendelijkheid van het apparaat blijkt uit de ingelijste gebruiksaanwijzing. Hoewel senioren vaak zelf aangeven tevreden te zijn met de producten en diensten, blijft het onze taak kritisch te zijn en die tevredenheid nader te onderzoeken; een aspect dat een voortdurende uitdaging blijft vormen, is de gebruiksvriendelijkheid van domotica-applicaties speciaal voor SENIOREN"IJVOORBEELDINDITPROJECTMAKENSENIoren al ruim een jaar gebruik van de video-intercom. De reacties op de intercom komen sterk overeen. Het product wordt gekenmerkt door het strakke design en lijkt eenvoudig bedienbaar. Echter blijken er klachten te zijn over de grootte van het scherm en senioren kunnen gezichten van bezoekers niet herkennen; sommigen hebben ook moeite met het verstaan. In het onderzoek hebben bewoners meestal aangegeven geen moeite te hebben met het bedienen van de intercom; uit observaties van senioren tijdens uitvoering van activiteiten blijkt dat deze personen soms wèl moeite hebben met het bedienen van de intercom; zie bijvoorbeeld bijgaande foto met de ingelijste gebruiksaanwijzing boven de intercom of zie de gespannen houding van de vrouw op de foto tijdens het openen van de deur. Het vinden van de â&#x20AC;&#x153;juiste knopjesâ&#x20AC;? kost nog steeds moeite, terwijl deze personen deze toepassing al een jaar in huis hebben. Dit toont aan dat aan de gebruiksvriendelijkheid m.n. de functionaliteit van de â&#x20AC;&#x153;knopjesâ&#x20AC;? nog veel te verbeteren valt en dat de eerste indruk van eenvoud van het product in de praktijk anders uitpakt. De meerderheid van de betrokken senioren heeft incidenteel of gĂŠĂŠn gebruik gemaakt van het (huidige) alarmsysteem. Redenen die daarvoor genoemd worden, zijn naast de psychologische afwijzing (stigmatiserend, angst voor gebruik), onduidelijkheid van het hulpproces (wie neemt op), het kostenaspect en de alarmopvolging, de

LANGETIJDTOTERHULPKOMTOPDAGEN3OMSISHET alarm per ongeluk ingedrukt. Dit gebeurt vooral gemakkelijk met het polsbandje als de drager ergens tegenaan stoot. Daarom geven veel senioren de voorkeur aan de hanger. In een aantal gevallen dat ondervraagden het alarm moesten gebruiken duurde het ongeveer dertig minuten voordat hulp aanwezig was, waarover deze personen hun ontevredenheid hebben uitgesproken. Deze wachttijd valt echter binnen de norm van 30 minuten voor alarmopvolging die door veel instellingen wordt gehanteerd. Dit toont aan dat aan de â&#x20AC;&#x2DC;kwaliteitâ&#x20AC;&#x2122; van de dienstverlening en aan de regelgeving nog een en ander te verbeteren valt, opdat diensten door de eindgebruiker geapprecieerd worden,. JONG GELEERD, OUD GEDAAN

De jongeren zijn in dit verband degenen die de smart living environment uitontwikkelen en implementeren (dus i.c. de projectgroep) en de ouderen de doelgroep senioren. In een project als dit is zeker sprake van leereffecten. Het ging om het haalbaar maken van het toepassen van domotica op grote schaal, zowel BEZIENVANUITDElNANCIĂ&#x201D;LEALSDETECHNOLOGISCHE invalshoek en om acceptatie door de eindgebruikers. Het project heeft dan ook zicht gegeven op mogelijke verbeterpunten. Geformuleerde leerpunten die als zeer waardevol GEKWALIlCEERD ZIJN DOOR DE PROJECTPARTNERS ZIJN o.m.: 4E VEEL TECHNISCHE VOORZIENINGEN MAKEN DE kans van slagen klein; - Kwaliteit van communicatie en goede informatieverspreiding zijn belangrijke oorzaken voor het slagen of mislukken van een project. - De balans tussen enerzijds de taak van iedere partner afzonderlijk en anderzijds het behoud van de totale samenhang binnen het project is een belangrijk aandachtspunt. - De schaalgrootte is van belang; er is in dit project gekozen voor grote aantallen zodat de ontwikkelaars genoodzaakt zijn na te denken over de toekomstige waarde van het product c.q. de exploitatie. - De pilotfasen hebben tevens een bijdrage aan HET CREĂ&#x201D;REN VAN DRAAGVLAK ONDER DE EINDGEbruikers geleverd doordat dezen op een andere manier benaderd zijn en gestimuleerd zijn om zelf het initiatief te nemen en zelf de mate en MANIERVANZORG DIENSTVERLENINGTEBEPALEN - Eindgebruikersonderzoek toont aan dat de mate van tevredenheid niet alleen vastgesteld

mag worden op grond van verbale antwoorden van de gebruiker, maar dat ook gelet moet worden op diens wijze van omgaan met domotica. Exploitatie in dit project is haalbaar geworden door de kosten zo laag mogelijk te houden en tegelijkertijd de bewoners de vrijheid en autorisatie te bieden om regie te houden over hun eigen leven en bepalen wanneer, wie en welke partij of welke toepassing ingeschakeld mogen worden. Dit allemaal wordt mogelijk gemaakt door een integrale aanpak van bij elkaar brengen van de behoeften van de bewoners, technologie, zorg en bouwkundige oplossingen. De grootschaligheid van dit project geeft de partners de gelegenheid om de plannen en aanpak te preciseren, de verbeteringspunten te signaleren en in fasen op te lossen. ENTHOUSIAST

4OTSLOTDEPROJECTPARTNERSZIJNENTHOUSIASTOVER HETINITIATIEFVANDEPROVINCIE.OORD "RABANTOM t.a.v. dit maatschappelijk vraagstuk onderzoek, ontwikkeling en implementatie van noodzakelijke technologie in de woonomgeving van senioren te stimuleren. De ambities van de partners op het gebied van domotica liggen hoog: zij willen na afronding VANHET3LIMMEZORG PROJECTDANOOKVERDERGAAN met het ontwikkelen en opschalen van domotica. Hierbij wordt gedacht aan het uitbreiden van de functionaliteiten, bredere implementatie, kennisverbreding op het gebied van domotica bij zowel professionals als eindgebruikers. Naast de functionaliteiten zorgalarmering en toegangscontrole wordt het mogelijk om meerdere diensten aan het systeem te koppelen, zoals bijv. de functionaliteiten energiemanagement en brand- en inbraakalarmering . Na deze tweede pilotfase worden er tot 2013 in DRIEFASENCIRCAWONINGENGEREALISEERDHET gaat om het toerusten met domoticatoepassingen VANWONINGENIN INEN woningen tot eind 2013 om daarmee zorg-, welzijns- en comfortdiensten op grote schaal te realiseren.

FMT gezondheidszorg

33

FMT Gezondheidszorg 6/7 2011  

FMT Gezondheidszorg 6/7 2011

Advertisement