Page 1

FRANCAIS /

NEDERLANDS/

LE FESTIVAL /

HET FESTIVAL/

VIlNCT-QijATRIEME EDITIÜN /

VIERENTWINTIGSTE EDITIE/

ailÖUÜILLET/ Al) 27 AOÜT /

VAN O l J U L I / TOT 27 AUGUSTUS/

1NFORMATIONS :

INFORMATIE

02/5123.079

www.midis-minimes.be

PROGRAMMA VAJS / WOE / MFNIMENKEHK/

PROGRAMMBDU/ MER/ EGLISE DES MLN1MES /

07.07

Goedele HeldbÜchel / soprano/ sopraan

EX TEMPORE / directlon/leiding

Swantje Hofmann / violon / viool Caroline Bayet / violon / viool Kaat De Cock / atto / altviool Bemard Woltèche / violoncelle/ cello Flonan Heyerick / clavecin /leiding

Christoph Graupner (1683-1760) Entrata per la Musica di Tavola, GWV 453 Largo Allegro ma non presto Largo

Menuet i-ll Sarabande Gavotte

Rondeau Kantata "Die Krankheit so mich drückt", GWV 1155/09b Sontilu Recitativo "Die Kmnkheit su mich driickt" Choral ''Erbarm dlch mein, O Herre Goll" Accompagnnto "Vor Schmerz kaïm meine Bra.ïf kaum Atem ftnden'' Aria "Bnchdustumme Trancruce" Recitativo "Doch Jeans nimmt sich meiner an" Aria "Brich, dufroher Tranenwee"

op.3

Caroline Bayet est lauréate du concours Dexia Classics / Caroline Bayet is Laureaat van de wedstrijd Dexia Classics


07/07 COMMENTAÏRE /

COMMENTAAR /

Christoph Graupner compte parmi les grands compositeurs du baroque tardif, aux cötés de ses contemporainsTelemann, Fasch, Keiser et Heinichen. En atteste l'étendue de sa production musicale : quelques opéras, de nombreux concertos et suites pour orchestre, des sonates pour clavier et plus de 1400 cantates reiigieux. Ce qui nous frappe plus particuiièrement encore est la qualité constante de !a plupsrt de ces ceuvres, qui lui a valu une large reconnaissance, Originaire de Kirchberg, il étudie è Leipzig, puis entre a l'opéra d'Hambourg en tant que ciaveciniste. En 1709, Ie landgrave Ernst Ludwig von Hessen-Darmstadt, lui-même mélomane, engage Graupner, qui a alors 26 ans, comme maltre de chapelle de génie a sa cour. Le compositeur restera a Darmstadt- d'abord comme vice-maltre de chapelle, puis comme maïtre de chapelle de ia cour - jusqu'a sa mort en 1760. Malgré des moyens financiers en forte baisse è la cour, ce dernier y gagne tres bien sa vie. II travaille par ailleurs d'arrache-pied et avec une extreme minutie. A ia mort de son vice-maïtre de chapelle Grünewald (1739), il doit assurner seu! la lourde tache de présenter les dimanches et jours de fête un nouveau cantate a l'égüse du chateau, de composer et jouer une pièce pour clavecin a chaque réception donnée par Ie landgrave, et de fournir au brillant orchestre - que l'on venait écouter de partout - de ia musique de chambre originale, des suites pour orchestre ainsi que des concertos. Un doublé « miracle » a permis de conserver la quasi totaüté de l'oeuvre de Graupner en autographe. Après sa mort, ses manuscrits ne sont pas brülés conformément a sa volonté, mais font l'objetd'un proces entre Ie landgrave et les héritiers de Graupner. Un jugement tombe 60 ans plus tard seuiement, mais plus personne ne s'intéresse a cette musique et l'énorme archive est consignée par respect et en souvenir de i'age d'or de la chapelie de la cour de Hesse. Pendant la seconde guerre mondiale, l'ensemble de l'oeuvre est conservée en dehors de la viile, ce qui la sauve une seconde fois des flammes. Uunique evenement de la vie de Graupner quï mérite Ie détour est sa candidature secrète au cantorat de Saint-Thomas après la mort de son maïtre Kuhnau. li obtient ie poste grace a ses « Bewerbungskantaten » ('cantates d'audition') maïs Ie landgrave refuse son congé et lui offre une augmentation substantielle de son traitement, qui éiève Graupner au rang des musiciens les rnïeux rémunérés de son époque. Nous savons tous que c'est finslement Bach qui est nommé è Leipzig, en 3e position derriére Telemann et Graupner.

Christoph Graupner werd samen met tijdgenoten als Telemann, Fasch, Keiser en Heinichen in de laat-barok als een bijzonder waardevol musicus ingeschat. Daarvoor betuigt zeker de omvang van zijn productie: een aantal opera's, vele concert! en orkestsuites, klavierwerk en meer dan 1400 kerkkantates. Maar meer nog worden wij geboeid door de volgehouden kwaliteit van de meeste van deze werken, iets wat hem wijd verspreide erkenning bracht. Afkomstig uit Kirchberg, studeerde hij te Leipzig, kwam als clavecinist in dienst van de opera in Hamburg en werd als uiterst begaafd kapelmeester in 1709 (26 jaar oud) 'meegetroond' door de zelf zeer muzikale Landgraf Ernst Ludwïg von Hessen-Darmstadt. Graupner zou in Darmstadt blijven - eerst ais vice-, dan als hofkapelmeester - tot aan zijn dood in 1760. Hij verdiende er, ondanks de sterk dalende financiële mogelijkheden van het hof, zeer goed zijn brood. Hij werkte er ook goed, en hard: na de dood van zijn vicekapelmeester Grünewald (1739) stond hij vrijwel alleen voor de zware taak om elke zon- en feestdag een nieuwe kantate te laten horen in de Schlosskirche, clavecirnbelwerk te spelen en te komponeren wanneer de graaf gasten bij de maaltijd ontving en het schitterende orkest - men kwam van overal om het te beluisteren - te voorzien van interessante kamermuziek, orkestsuites en concerti. Een ander feit is van ongemeen historisch belang: door een dubbel 'mirakel' is quasi het volledige werk van Graupner in autograaf bewaard gebleven. Zijn manuscripten werden niet zoals hij wenste na zijn dood verbrand, maar waren het onderwerp van een juridisch dispuut tussen de landgraaf en Graupners erfgenamen. Slechts 60 jaar later werd er een vonnis geveld, maar niemand had nog interesse voor de muziek en men bewaarde het enorme archief uit een soort respect voor wat eens de glansperiode van de Hessische hofkapel was. Daarbij komt dat tijdens de Tweede Wereldoorlog het volledige werk buiten de stad werd bewaard, wat het een tweede maai voor verbranding behoedde.

La musique d'égüse de Graupner comprend exctusivement des cantates (1418), qu'il a écrites entre 1709 et 1754 sur commande privée du fandgrave pour la chapeüe de la cour. Sa musique reflète Timage d'un musicien dévoué et virtuose. Virtuose parce qu'en disciple de la tradition de i'école de Saint-Thomas, il excellait dans la maïtrise et i'application des principes de la rhétorique musicale et de la theorie des affects au texte, au mot et è sa signïfication religieuse. Ce qui suscitait d'ailleurs une grande admïration de la part de ses coilègues et contemporains. Les cantates constituaient ainsi les dignes commentaires musicaux (sermon) qui accompagnaient la lecture de la Bible du dimanche de l'année ecclésiastique. Les spécificités de l'écriture de Graupner sont en grande partie nées des conditions pratiques dans lesqueües il devaït travaiiler. La forme des cantates, pour la plupart des cantates chorales, est peu aventureuse mais suit les principes de Neumeister: récitatifs (secco ou accompagnato), arias da capo et ensembles (en rnajeure partie des chorales avec accompagnement ïnstrumental) alternent dans un parfait respect de la tradition.

De enige noemenswaardige gebeurtenis in Graupners leven is de heimelijke kandidatuur voor de plaats vanThornaskantor na de dood van zijn meester Kuhnau. Op basis van de zgn. 'Bewerbungskantaten' kreeg hij inderdaad de plaats toegewezen, maar de landgraaf liet hem niet gaan en stond hem een aanzienlijke verhoging van zijn loon toe, waardoor Graupner tot de bestbetaalde muzikanten van zijn tijd behoorde. We weten allen dat 'uiteindelijk' Bach in Leipzig werd benoemd als derde keuze na Telemann en Graupner. De kerkmuziek van Graupner bestaat uitsluitend uitkantates (1418) geschreven tussen 1709 en 1754 in private opdracht van de landgraaf voor de hofkapel. In deze muziek zien we het portret van een toegewijd en zeer bedreven musicus. Zeer bedreven, omdat hij in de beste 'Thomaner' traditie de principes van de muzikale retoriek en affectenleer naar de tekst, het woord en zijn religieuse betekenis uitstekend hanteerde en kon toepassen, tot grote waardering van tijdgenoten en collegae. Cantates golden op deze wijze als waardige muzikale commentaar (preek) op de bijbellezing van de zondag van het kerkelijk jaar. Typische kenmerken van Graupners schrijfwijze worden uiteraard voor een groot deel bepaald door de praktische omstandigheden waarin hij moest werken. De vorm van de kantates, doorgaans koraaicantates, is weinig avontuurlijk maar volgt de principes van Neumeister: recieten (secco of accompagnato), da capo-aria's en ensemblestukken (veelal koraal zettingen met instrumentale omspeling) wisselen elkaar af in de beste traditie.

Fiorian Heyerick Florian Heyerick traduction : Aurore Picavet


BIOGRAPHIE /

BIOGRAFIE /

Ex tempore Lensemble vocal et instrumental ExTempore, créé en 1989, cuitive une approche stylistiquement authentique et musicalement captivante de la littérature vocale de 1600 a nos jours. Leurs performances publiques variées et enregistrements se concentrent sur l'interprétation de pïèces musicales vocales et instrumentales peu connues de ia periode baroque, comme l'illustre Ie projet Kantata (2001-2007). ExTempore, a la formation variable (du soliste au chceur de chambre) évolue dans Ie monde du motet, de la cantate et de l'oratorio. De ses premières années d'existence on retiendra en particulier Ie projet consacré a Scarlatti, une réalisation tres remarquée a l'Opéra Flamand et une représentation reconnue internationalement du « DerTod Jesu » deTeiemann a Magdeburg (D). Depuis, l'ensemble a sortï plusieurs enregistrements CD d'ceuvres deTeiemann, Handel, Monteverdi, Herzogenberg, Scarlatti, J.L. Bach, M. Haydn, e.a. Des chefs d'orchestre de renom tels que Reinhsrd Goebel et Sigiswald Kuijken collaborent volontiers avec Ex Tempore et ont déja permis è l'ensemble de monter sur d'importantes scènes en Europe. A l'instar de son chef d'orchestre aux multiples facettes Florian Heyerick, l'ensembie Ex Tempore représente aujourd'hui une valeur süre dans Ie monde de la musique vocale baroque.

Ex tempore ExTempore, gesticht in 1989, is een professioneel instrumentaalvocaal ensemble dat zich concentreert op een stilistisch heldere en muzikaal boeiende benadering van de vocale muziek van 1600 tot heden. De concert- en opnameactiviteiten concentreren zich rond de uitvoering van minder bekende vocaal-instrumentale muziek uit de barokperiode, zoals vormgegeven in het Kantata-project (20012007}. In een kwantitatief variabele bezetting (van solistische bezetting tot kamerkoor) beweegt ExTempore zich in de wereld van motet, cantate en oratorium. Enkele hoogtepunten uit de eerste jaren waren een Scarlattiproject, een opgemerkte realisatie in de Vlaamse Opera en een internationaal gewaardeerde uitvoering van 'DerTod Jesu' vanTelemann in Magdeburg (D). Sindsdien verschenen er reeds ettelijke CD-realisaties met werk van Telernann, Handel, Monteverdi, Herzogenberg, Scarlatti, J.L. Bach, M. Haydn, e.a. Belangrijke dirigenten als Reinhard Goebel en Sigiswald Kuijken werken graag samen met ExTempore en brachten het ensemble naar belangrijke podia in Europa. In het spoor van de veelzijdige activiteiten van zijn dirigent Fiorian Heyerick vertegenwoordigt het ensemble ExTempore een vaste waarde binnen de wereld van de vocale barokmuziek.

Opiis S remercie toiis ceux qui ont colïoboré A la réalisation de cette 24e édilion des Midis-Minimes / Opus 3 dankt van harte allen die hebben bijgedragen tot de realisatie van de 24«te uitgave vaii de Midis-Minimes; l'Abbó van der Bies!, vicaire de la paroïsse Saints-.lean et Etieiine aux Minimes / Eerwaarde Heer Van der Biest, "Vicaris vuri de parodlie SS. Jan en Stefaan Miniemen, l'équipe paruissiale de la Giapelle des Minimes / de Paroclrieploeg van de Kapel van de Miniemen, Ie Conservatoire Royal de Musique de Bruxeöes / het Koninklijk Murickconservatormm van Brussel, k Coimnuimutéft-anijaisede Belgiqne, Direcüon générale de Ia Culture - Service de la Musique. Ie Ministre du Gouvernement de Ia Région de Bruxelles-Capïtale. Finance et Budget / de Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Financiën ca Begroting, Ia YUle de Bruxelles / de Stad Brussel, Ia Loterie Nationale / Nationale Loterij, Dexio, Stekerlapatte, Le Pain Quotidien, Sablon, Lc Point de Chute, La Boite a Musique, Bozar Music. Flagej, Cinéma Arenberg-Eeraa TotaL RTBF-Musiq'3. RTBF-La Première, FM Brussel La Médiathèque de la Communauté ft-ancaise, Origin. Opus 3: Président / Voorzitter Ciaude Jottrand - Administrateurs / Beheerders Martine D-Mergeay, Patiicia Bogerd, Aude Stoctet, Geert Robberechts Directeur artistique / Artistiek directeur Bernard Mouton (Arts/Scène Production} - Presse et communication / Pers en communicatie SPCC-Séverine Provost, Culture & Communication - Traductions / Vertalingen Veerle ündemans, Brigitte Hermans, J er oen De Keyser, Aurore Picavet - Accueil / Onthaal Loreline De Gat, Astrid Defauw, Florence Guiot, Axelle Lussier, Ornella Pellanda, Anaïs Vandermersch, Marjorie Vandriessehe, Martin Collet - Conception graphique / Grafisch ontwerp Michaël Baltus

MU

SI

Q3

la Wrti»rtÏ3*THÈQUË Restons curieux

©

pr_c12_20100701_leuven  

Sontilu Recitativo "Die Kmnkheit su mich driickt" Choral ''Erbarm dlch mein, O Herre Goll" Accompagnnto "Vor Schmerz kaïm meine Bra.ïf kaum...