Issuu on Google+

Fotocollectie Ton Reijnaerdts

ondanks alle begeleiding en goede bedoelingen raakten de bewoners van woonschool De ravelijn in een sociaal isolement. Waarom heropvoeding van onmaatschappelijken in Maastricht juist averechts werkte. door Floor Bal

‘D [03_Intro]

[04_Auteur]

De mislukte heropvoeding van onmaatschappelijken 58

e moeder verwaarloost haar gezin en drinkt. Van de opvoeding der kinderen komt niet veel. De man heeft zijn gezin verlaten en woont samen met een gescheiden vrouw. De sanitaire toestand is slecht. De wc is stuk en alles komt in de kelder terecht die al half onder water staat. Niemand vervult zijn godsdienstplichten.’ Priester-geograaf Harry Litjens laat er geen twijfel over bestaan. In zijn onderzoek naar onmaatschappelijke gezinnen in Maastricht kwalificeert hij dit gezin ‘C’ als onmaatschappelijk. Het is een van de twaalfhonderd families die volgens Litjens asociaal of zwaksociaal zijn; in totaal vormen zij 7,5 procent van de Maastrichtse bevolking. Wanneer Litjens zijn resultaten in 1952 aan de gemeenteraad toelicht is deze geschokt. Vooral omdat deze groep in Tilburg en Den Bosch slechts vier procent van de bevolking uitmaakt. Het onderzoek van Litjens komt niet uit de lucht vallen. Na de Tweede Wereldoorlog besluit de gemeente Maastricht om de binnenstad, met name het Stokstraatkwartier, te renoveren. De rijke families die er woonden vertrokken in de negentiende eeuw naar de buitenwijken. Daarna veranderden de voormalige patriarchenwoningen langzaam in krotten. Waar ooit een gezin per pand woonde, zit nu een gezin per kamer. De bewoners komen in zicht van de gemeenteraad als deze de cultuurhistorische waarde van het gebied wil herstellen. Uit een eigen onderzoek vijf jaar eerder bleek al dat een groot deel van de 288 gezinnen die er wonen ‘volkomen gedegenereerd’ is. Slechts een klein percentage wordt geschikt geacht om naar een middenstandswijk te verhuizen. Nieuwe woningen vinden voor de binnenstadbewoners is moeilijk, omdat particuliere verhuurders en woningbouwverenigingen hen weren. Die zijn bang voor huurachterstanden en slecht woongedrag.

opzichters Maastricht is niet de enige stad die kampt met dit probleem. In 1902 wordt de Woningwet van kracht, die een einde moet maken aan de ergste wantoestanden op woongebied. Woningbouwverenigingen krijgen voortaan subsidies van het rijk om zogenoemde woningwetwoningen voor arbeiders te bouwen. De wet geeft gemeentebesturen ook de bevoegdheid om krotten onbewoonbaar te verklaren en te ontruimen. Zolang zij in de uitgewoonde krotten woonden, maakte men zich niet druk over de bewoners. Maar nu zij als gevolg van de ontruimingen in nieuwe huizen terechtkomen, wordt hun gedrag niet meer getolereerd. Het is deze groep mensen die de onmaatschappelijken wordt genoemd. In steden als Amsterdam, Utrecht en Den Haag wordt in de oktober 2007

oktober 2007

jaren twintig speciale woonruimte voor hen vrijgemaakt of gebouwd. Het is de bedoeling dat de bewoners in deze ‘woonscholen’ hun ongewenste woongedrag afleren. Wie een mooiere woning in een betere omgeving krijgt, zal zich vanzelf beter gedragen, is het idee. De woonscholen staan vaak apart van de gewone wijken. Zo lag De Zomerhof in Den Haag een stuk buiten de stad, in de weilanden bij een spoorlijn en de vuilverbranding. Ook Asterdorp en Zeeburgerdorp in Amsterdam werden gebouwd aan de randen van de stad. De bewoners van de scholen staan onder toezicht van woningopzichters. Deze innen wekelijks de huur, maar controleren ook of het gezin zich goed gedraagt. Het toezicht gaat ver, de opzichters inspecteren niet alleen of de woningen schoon zijn, maar ook of de kinderen elke dag naar school gaan en goed gekleed zijn. Wie zich niet voldoende aanpast, krijgt een waarschuwing en kan worden uitgezet. Eind jaren dertig blijkt dat het idee om mensen op deze manier om te vormen tot keurige burgers niet werkt. Er is meer nodig dan een goede woning en streng toezicht om deze groep te corrigeren. Bovendien staan veel woningen leeg, omdat gezinnen weigeren zich aan het regime te onderwerpen. Na de Tweede Wereldoorlog krijgt de aanpak van onmaatschappelijkheid een nieuwe impuls. Bij het bombardement op Rotterdam raken 85.000 mensen dakloos. Een aantal gezinnen uit de arbeiderswijken in de binnenstad en het havengebied kan nergens terecht, omdat niemand ze wil opvangen. Uiteindelijk worden zij ondergebracht in de rijksevacuatiekampen, waar ze na de oorlog blijven wonen. Men vreest echter dat de asocialen daar een slechte invloed op normale gezinnen hebben. Zo zouden ze zelfs de wederopbouw kunnen bedreigen.

ACTUeel Oktober 2007: Van 12 tot en met 21 oktober vindt de vierde Week van de Geschiedenis plaats met als thema ‘Wonen’. Juni 2007: De eerste bewoners hebben hun intrek genomen in ‘asowoningen’ in het Amsterdamse stadsdeel Westerpark. De Algemene Woningbouw Vereniging, Woonstichting De Key en opvanginstelling HVO-Querido hebben in de Houthaven vijf woningen neergezet voor alleenstaande mannen die moeilijk te handhaven zijn in de reguliere woonomgeving, vanwege de overlast die ze veroorzaken.

59


‘Er zijn geen boeken, geen klok of kalender of andere dingen van regel en orde’ enkel idee van hygiëne of zindelijkheid wordt hun bijgebracht. Niets gebeurt op gezette tijden: opstaan, eten naar bed gaan, geschiedt individueel naar ieder invalt. Het huishouden van de vrouw lijkt nergens op. Ze kan geen eten koken. Ze doet alles half en is apathisch, ze loopt er altijd slonzig bij. Huisdieren zijn er niet, behalve misschien een schurfterige hond of een aangewaaide kat. De verfraaiing van het huis bestaat uit smakeloze kermisprullen en lorrige kleedjes.’ Er komt een landelijk onderzoek naar het probleem en in een aantal steden kijkt men uit naar nieuwe oplossingen. Zo ook in Maastricht, dat zeer te lijden had gehad van de economische crises van de jaren dertig. De Centrale Caritas, een verband van katholieke liefdadigheidsinstellingen in Maastricht, vraagt Litjens om onder-

zoek te doen naar de onmaatschappelijke gezinnen in de stad. Dit pakt hij voortvarend aan. Eerst stelt hij een lijst op van ‘verdachte’ gezinnen. Vervolgens worden mensen die beroepshalve met deze families te maken hebben over hen geënquêteerd. De gezinnen worden beoordeeld aan de hand van een aantal criteria, onder meer de werkgeschiedenis van de man, de staat van het huis, de uitvoering van de godsdienstplichten, maar ook het seksuele leven van de familieleden. De betrokkenen weten van niets. Nadat Litjens de situatie in kaart heeft gebracht, doet hij suggesties voor opvang van de gezinnen. Hij is gecharmeerd van de woonscholen, maar dan in een modernere versie. Meer dan voor de oorlog moet er samenwerking komen tussen hulpverlening, maatschappelijk werk, religieuze verzorging en onderwijs. Litjens stelt zich een wijk voor met overgangswoningen, waar gezinnen worden opgevoed en ondersteund, waarna zij verhuizen naar een arbeiderswijk. In 1953 besluit de gemeenteraad het advies op te volgen. Er zal een woonschool gebouwd worden. De doelstelling staat in het eerste jaarverslag: ‘Maatschappelijk zieken laten zich na vaststelling van de diagnose vrijwillig opnemen in de woonschool. Zij worden therapeutisch behandeld door een team van deskundigen. Na genezing, of indien zij ongeneeslijk blijken te zijn, worden zij ontslagen.’ Het nieuwe complex gaat Ravelijn heten. Het wordt gebouwd aan de rand van de stad, van andere wijken afgescheiden door groenstroken en een sportveld. Vanuit een wijkcentrum wordt de heropvoeding vormgegeven. Er komt een team met een maatschappelijk werkster, drie gezinsverzorgsters, drie kleuterleidsters en een kapelaan.

Aparte slaapkamer 104 nieuwe gezinnen worden geselecteerd uit de lijst van Litjens. Men kiest voor jonge gezinnen die wellicht makkelijk beïnvloedbaar zijn. Pas dan horen de families dat ze een woning in een speciale omgeving kunnen krijgen.

Het Ravelijncomplex, met in het midden de woonschool. De moeilijkste gezinnen woonden in de binnenste ring.

Foto Regionaal Historisch Centrum Limburg

60

oktober 2007

De meeste nemen het aanVolgens een kritisch rapport gezinsverzorgsters langs die bod aan, omdat ze in zeer deden de onmaatschappelijke meewerken in het huishouslechte woningen wonen. Ze gezinnen geen enkele poging den en zo het goede voorweten niet dat ze daarmee hun kinderen op te voeden. beeld willen geven. Zij, de automatisch cliënt zijn van maatschappelijk werksters het maatschappelijke werk. en pastorale verzorgers, Eind augustus 1955 trekken houden de bewoners nauwde eerste bewoners in de lettend in de gaten. nieuwe huizen. Er zijn machtsmiddelen De woningen in De om de gezinnen op het Ravelijn zijn niet zomaar rechte pad te houden: verhuizen. Bij de bouw van wijdering uit de woning het complex werpen archizonder vervangende tecten, geestelijken, psywoonruimte, of uitchologen en gemeentebehuisplaatsing van de stuurders zich op de vraag hoe kinderen. De laatsten de ideale heropvoedingswokunnen terecht in een ning eruit moet zien. In elk eigen kleuterschool met geval is er voor de kinderen aangepast programma. een aparte slaapkamer – van Ook is er een peuterklas het slapen op de ouderlijke voor driejarigen die zo slaapkamer kunnen ze onfatalvast aan het schoolleven soenlijke ideeën krijgen. Er komt geen doukunnen wennen, met als bijchecel of vaste wastafel in de woningen, komend voordeel dat hun maar een eenvoudige vuurkleien bak. Doumoeders meer tijd over hebben ches nemen is overdreven luxe, vindt het om zich met de huishoudelijke taken gemeentebestuur, en vaste wastafels worden niet bezig te houden. geplaatst omdat deze gesloopt en verkocht kunnen worden. Om dezelfde reden hebben de huizen alleen inbouwkasten. Stigmatisering 23 Woningen krijgen geen aparte huiskamer en keuken, maar Al vrij snel blijkt dat De Ravelijn zijn doelstellingen niet haalt. Uit een woonkeuken. De architect van het project vreest dat sommige een evaluatie in 1958 blijkt dat 41 gezinnen vooruit gaan, 131 famigezinnen het wonen in meer dan één vertrek niet kunnen overzien. lies gedeeltelijk vooruit gaan en 32 huishoudens hetzelfde blijven. Bovendien hoopt men dat de vrouw zo gedwongen wordt om haar De bewoners worden beoordeeld aan de hand van criteria als drankkeuken schoon te houden, want wie wil er nou in een rommelige gebruik, schulden, het sociale gedrag van de ouders, de opvoeding kamer wonen? Er waren nog twee andere types woningen. Als een van de kinderen en het godsdienstige leven. gezin zich verbeterde, kon het binnen de wijk naar een mooier huis In 1963 blijkt ook dat de doorstroming naar andere wijken achverhuizen, steeds verder naar de buitenkant van de wijk. Dit moest terblijft, vanwege sociale isolering en stigmatisering. Wie uit De de families stimuleren om beter hun best te doen. Ravelijn komt, heeft een slechte naam. Woningbouwverenigingen Het team van De Ravelijn heeft nog meer methodes om de willen de bewoners helemaal niet aan nieuwe huizen helpen. Ook bewoners op het rechte pad te krijgen. Het is de bedoeling dat de scholen en werkgevers staan niet te springen om bewoners van het vader in elk gezin een vaste baan krijgt. Omdat veel mannen in het complex. Een oud-bewoonster schrijft op www.ravelijn.info: ‘Als wij complex losse arbeider zijn, of werkloos, wordt er een plan bedacht op sollicitatiegesprek gingen en we vertelden dat we in de Ravelijnom hen aan het werk te krijgen. In elke woning staat nieuw meubistraat woonden, dan werden we meteen afgeketst.’ lair, op krediet gekocht. De families beginnen dus met een flinke Niet alleen de tegenvallende resultaten, maar ook sociale veranschuld; dit moet de mannen motiveren om vast werk te zoeken. Een deringen zorgen ervoor dat het Ravelijnteam in de jaren zestig een aantal gezinnen kiest voor een andere oplossing. Het nieuwe meubi- andere koers gaat varen. Men wil niet meer áán de bewoners maar lair wordt meteen weer verkocht, dat was men uit de krottenwonin- mét de bewoners gaan werken; ze moeten zelfvertrouwen en zeggengen toch niet gewend. De familie trekt in één kamer, de rest van de schap over hun eigen leven krijgen. Zo steunt het buurtwerk de woning wordt aan bekenden verhuurd. bewoners bij een huuractie in 1975, waarbij ze tijdelijk geen huur Sommige vrouwen gaan zelf een baan zoeken om de schuld af te betalen als protest tegen stijgende huurprijzen en het slechte onderbetalen. Ook dit is niet volgens plan. Bij de onmaatschappelijkheidshoud van de woningen. Maar ook deze nieuwe houding levert niet bestrijding in Maastricht zijn katholieke opvattingen over het gezin de gehoopte successen op. dominant. Vrouwen moeten niet werken, maar vinden hun levensverHet Ravelijnteam schrijft in 1978 een alarmerende nota over de vulling binnenshuis, als moeder, huisvrouw en levenspartner. Om de situatie in de wijk. De hulpverlening signaleert tal van problemen. De vrouwelijke bewoonsters van De Ravelijn hierbij te helpen, komen bewoners zijn sociaal geïsoleerd, vaak werkloos en hebben schulden. Fotocollectie Ton Reijnaerdts

De lijst met klachten over het gedrag van de onmaatschappelijken is lang. Ze zijn werkloos, werkschuw, vaak alcoholverslaafd. Ze zijn overspelig, wonen ongehuwd samen of prostitueren zich. Daarnaast is er in een aantal gezinnen sprake van mishandeling en seksueel geweld. Een schets in het landelijke Rapport Onmaatschappelijke Gezinnen uit 1952: ‘Het beeld is in alle gevallen hetzelfde: huisraad ontbreekt of is kapot, de slaapgelegenheid is hoogst onvoldoende, de dekking bestaat uit lompen. Er zijn geen boeken, geen klok of kalender of andere dingen van regel en orde. Er wordt geen poging gedaan de kinderen op te voeden. Ze hebben geen manieren: geen

oktober 2007

61


M e e r  i n f o r mat i e Boeken

Foto Regionaal Historisch Centrum Limburg

Marga Klompé, minister van Maatschappelijk Werk, bezoekt in 1957 het complex De Ravelijn.

De kinderen in de wijk doen het slecht op school. Ook is er sprake van alcoholgebruik, verveling, criminaliteit en opvoedingsproblemen. ‘Alles bij elkaar genomen kunnen we stellen dat de huidige situatie voor de Ravelijnbewoners verre van rooskleurig is en dat er geen tekenen zijn die enig optimisme voor de toekomst kunnen rechtvaardigen. Voor de meeste bewoners en hun kinderen zal het toekomstperspectief een

Wie eenmaal in een woonschool woont, komt er niet meer weg reproductie zijn van wat het nu is, waarschijnlijk nog versterkt in negatieve zin. De bewoners zullen in hun maatschappelijke ontwikkeling een steeds sterkere achterstelling ervaren.’ Dertig jaar Ravelijn heeft de problemen van de onmaatschappelijke gezinnen nauwelijks kunnen oplossen. Het ideaal van heropvoeding van onmaatschappelijke gezinnen is verbleekt. Ook de woonscholen in andere steden staan leeg. De gemeenteraad besluit in te grijpen. Vier jaar na de verschijning van het rapport wordt besloten dat alle bewoners moeten verhuizen. De Ravelijn moet worden afgebroken, iets waar een aantal bewoners zich heftig tegen verzet. De bewoners worden door de stad verspreid, er is zelfs een ongeschreven regel dat er per straat niet meer dan twee voormalige Ravelijngezinnen geplaatst worden. Ook het sociale werk eindigt, al bieden voormalige Ravelijnwerkers tijdens een spreekuur nog begeleiding aan de gezinnen. De problemen waarmee De Ravelijn kampt zijn niet uniek. Ook andere projecten, bijvoorbeeld Parkwijk in Haarlem, hebben doorstromingsproblemen en niemand wil meer wonen in het Gezinsoord Overijssel. Wie eenmaal in een woonschool woont, komt er niet meer weg. De meeste gezinnen hebben uiteindelijk geen baat bij hun verblijf. Ze hebben ingewikkelde problemen en zijn zelf nauwelijks gemotiveerd om te veranderen. De onmaatschappelijken kozen voor de woonscholen omdat ze geen andere woonruimte konden vinden, niet omdat zij hun leven wilden veranderen. Het bij elkaar zetten van probleemgezinnen maakte hun leven juist moeilijker. Stigmatisering hinderde hen bij het vinden van beter werk en het volgen van goed onderwijs. Vanaf de jaren zeventig verdwijnt de een na de andere woonschool tot de laatste zijn deuren sluit. De Ravelijn werd niet afgebroken, maar is tegenwoordig een populaire wijk onder studenten en kunstenaars. ■ 62

Hendrik Litjens promoveerde in 1953 op een onderzoek naar onmaatschappelijke gezinnen in Maastricht. Onmaatschappelijke gezinnen is in de betere universiteitsbibliotheek te vinden. Daarin beschrijft hij zijn onderzoeksmethoden, resultaten en voorstellen tot verbetering. Veer kinne doen wat veer wille, veer blieve toch de asocialen van Inez Jeunhomme, uit 1988, vertelt uitgebreider over de onmaatschappelijkheidsbestrijding en heropvoeding in Maastricht in de periode tussen 1945 en 1963. Wonen op achterstand van Jos van Dieten gaat over de geschiedenis van het Ravelijncomplex. Een landelijk overzicht is te vinden in Geschiedenis van de onmaatschappelijkheidsbestrijding in Nederland van Adrianne Dercksen en Loes Verplancke (1987). In Gezinnen onder toezicht. De Stichting Volkswoningen te Utrecht 1924-1975 (1988) van Frits van Wel komen ook de bewoners zelf aan het woord.

Televisie Het programma Andere Tijden besteedt op donderdag 18 oktober op Nederland 2 om 21.25 uur aandacht aan de sanering van het Maastrichtse Stokstraatkwartier in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw.

Websites Ongeveer 25 jaar geleden wist fotograaf Ton Reijnaerdts een groot aantal foto’s uit de jaren vijftig van de vorige eeuw, gemaakt door zijn oom Wil Speth, van de ondergang te redden. Zijn oom fotografeerde onder andere het Stokstaartkwartier, waar hij tussen 1949 en 1958 maatschappelijk werk verrichtte. Het prachtige fotomateriaal is een boeiend tijdsdocument van het toenmalige leven in de wijk en is te bekijken op http:// maastrichterstokstraat.atspace.com/ www.ravelijn.info is een website voor de huidige bewoners van de buurt.

oktober 2007


De mislukte heropvoeding van onmaatschappelijken