Page 1

AD VALVAS 13 DECEMBER 2007

PAGINA 9

‘MET EEN KLEIN KALIBER WAPEN BEN JE EEN WATJE’ De maatschappij is harder geworden, vindt forensisch patholoog Frank van de Goot. De trends van de laatste jaren: lijken in mootjes en bejaardenmishandeling. TEKST: FLOOR BAL FOTO: ROB BÖMER

“Als je tien jaar geleden dood werd gevonden, dan lag je er meestal nog netjes bij. Je kon alsnog op de voorpagina van Vogue. Nu komen erg beschadigde lichamen vaker voor. Ik ben al blij als het hoofd er nog op zit”, zegt forensisch patholoog Frank van de Goot. Hij werkt als patholoog en onderzoeker in het VUmc en bij het Nederlands Forensisch Instituut in Den Haag. Hoewel het aantal moorden in Nederland al jaren stabiel is, zegt Van de Goot dat hij merkt dat de maatschappij verhardt. “Procentueel gezien is er een toename van lichamen die ontdaan zijn van de ledematen. Dit jaar hebben we er toch minstens vijftien gezien. Vroeger kwam dit natuurlijk ook voor, maar nu zien we het echt regelmatig. Dat heeft vaak een puur praktische reden: er is een transportprobleem. Mensen wonen op drie hoog en moeten het lichaam weg zien te werken zonder dat de buren het merken.”

Bejaardenmishandeling Dat er een verharding optreedt, is ook te zien bij bejaarde slachtoffers. “Onderschat de mishandeling van ouderen niet, dat komt vaker voor dan je denkt. Na een dag hard werken, ziet familie of verpleging dat een net verschoonde oudere zich weer bevuild heeft. In zulke gevallen is het niet uitzonderlijk dat de handen wat losser zitten.” Verwaarlozing vindt hij ook een vorm van mishandeling. “Ik had eens een oude dame die tegen haar familie over pijnlijke knieën

‘Geef je schoonmoeder een kopje taxusthee en het is afgelopen’ had geklaagd. Haar knieën konden de verkeerde kant opbuigen: ze waren gebroken. Wat bleek nou? Een dag ervoor was een verzorgster per ongeluk met haar rolstoel tegen een drempel aangereden. Door de klap was die vrouw voorover op haar knieën gevallen. De verzorgster had haar gewoon weer in de stoel gezet en haar niet naar de dokter gebracht. Toen die eindelijk gewaarschuwd werd, was het eigenlijk al te laat. Ze is op de operatietafel aan complicaties overleden.” Een groep die het ook zwaarder begint te krijgen, zijn homoseksuelen. “In de jaren zeventig was potenrammen een nationale sport. In de jaren tachtig en negentig nam dat af, homoseksualiteit werd meer geaccepteerd. Tegenwoordig zijn er weer bevolkingsgroepen die daar moeite mee hebben. Het geweld tegen homo’s neemt daardoor toe. De slachtoffers gaan natuurlijk niet altijd dood. Maar soms gaat het goed mis.” Zo overleed onlangs

MET DANK AAN VAN KALKEN, SUMATRASTRAAT ‘De meest voorkomende moordmethode is steken’

een travestiet aan de gevolgen van zware mishandeling. “Ook het aantal misdrijven waar kinderen bij betrokken zijn, liegt er niet om”, zegt Van de Goot. Voor de gemiddelde krantenlezer lijkt het alsof er steeds vaker kinderen vermoord worden. Van de Goot vermoedt dat er vooral meer kindermoorden worden ontdekt. “Als je de cijfers van omringende landen extrapoleert, komen er jaarlijks ongeveer tachtig kinderen in Nederland door een misdrijf om het leven. Daarvan zien we er zo’n 35 per jaar. Dat betekent dat een aantal dodelijke misdrijven door het systeem glipt.” Zulke sterfgevallen worden voor een gewoon overlijden of een ongeluk aangezien. “Maar de laatste tijd wordt er door schouwartsen extra goed naar de dood van kinderen gekeken. Waarschijnlijk worden er daardoor meer onnatuurlijke sterfgevallen bij kinderen ontdekt.”

Handvuurwapens De manier van moorden blijkt niet trendgevoelig. De meest voorkomende moordmethode is steken, op de voet gevolgd door schieten. Schoppen en slaan komen ook veel voor. “Vaak zie je een combinatie van methodes. Bijvoorbeeld wanneer een slachtoffer gewurgd, geslagen en gestoken is. In de krant lees je dan dat de dader, gezien het excessieve geweld, gestoord of woedend moet zijn geweest. Maar vaak raakt de dader gewoon in paniek.” Eerst hebben ze iemand gewurgd. Die zijgt dan ineen waardoor de moordenaar denkt dat het afgelopen is. Het slachtoffer is echter niet dood, maar door zuurstofgebrek in een diep coma geraakt. “Wanneer de ademhaling blijft doorgaan, komt het voor dat men met andere methoden de klus probeert af te maken.” Van de Goot vermoedt dat het vuurwapengebruik in de loop der jaren iets is toegenomen. Hij prijst zich gelukkig dat in Nederland vooral handvuurwapens gebruikt worden. “Dat is relatief klein grut. Geweren zijn zo onhandelbaar, die steek je niet even in je jaszak. Daarom zie je ze hier niet veel. In de Verenigde Staten wel, daar gebruiken ze semiautomatische en automatische geweren. Dat geeft meer rotzooi. Als je iemand daarmee door zijn hoofd schiet, hangen de resten aan het plafond.” Bij het gebruik van kogels geldt vaak: hoe zwaarder hoe beter.

“Als je met een klein kaliber aankomt, ben je een watje. Als je een grote jongen bent, kies je voor groot.” Bij de messen die gebruikt worden, valt geen voorkeur te ontdekken. “Dat varieert van vlindermessen tot gigantische dolken.” Vergif staat laag in de hitlijst van moordwerkwijzen. “Vergeten giffen zijn plantengiffen. Je geeft je schoonmoeder een kopje taxusthee en het is afgelopen.” Dat komt hooguit een paar keer per jaar voor, net als vergiftiging met medicijnen. “Klassiekers als arsenicum en blauwzuur worden nauwelijks meer gebruikt.”

De pink van Gerrit Jan Heijn Meer dan een maand na de ontvoering van Gerrit Jan Heijn in 1987 ontving zijn familie een brief met daarin zijn afgesneden pink. Onderzoekers konden aan de pink niet zien of de Aholdtopman nog in leven was. Forensisch patholoog Frank van de Goot zou daar tegenwoordig geen enkele moeite meer mee hebben: “Ik zou nu veel makkelijker kunnen zien dat de pink na zijn overlijden was afgesneden.” Samen met een team van VU-wetenschappers ontwikkelde Van de Goot een manier om te achterhalen hoe oud een wond is. Bij de reparatie van een wond door het lichaam komen duizenden eiwitten vrij. Van de Goot weet precies na hoeveel tijd elk eiwit vrijkomt en kan zo bepalen hoe oud het letsel is. Zit er geen eiwit in de wond, zoals in de pink van Heijn, dan was het slachtoffer al voor het letsel overleden. De letseldatering wordt als ondersteuning gebruikt in rechtszaken. “Een paar jaar geleden had ik een zaak van meneer A die meneer B in zijn hoofd en buik schoot. Volgens meneer A had B hem met een mes bedreigd en was het dus noodweer. Uit mijn onderzoek bleek echter dat de buikwond een uur ouder was dan de hoofdwond. Meneer A had meneer B eerst in zijn buik geschoten en daarna zijn huis op geld doorzocht. Pas daarna schoot hij hem door zijn hoofd. Daar gaat je noodweer.”

>OVERLEDEN OMA< “Mijn oma zei altijd: als ik dood ben, ben ik alleen lichamelijk weg. Ik blijf bij je”, vertelt Stephanie Hamming (21), eerstejaars rechten. “Twee jaar geleden is ze onverwacht overleden. Sindsdien zie ik haar regelmatig. Soms word ik wakker en dan zie ik haar op de rand van mijn bed zitten. Ze is wit en

wazig, maar ik zie duidelijk dat zij het is. Ze zegt niets en ze blijft een paar minuten. Een tijdlang vond ik dat heel eng en ik durfde niet te slapen. Toen heb ik gevraagd of ze niet meer ’s nachts wilde komen. Nu zie ik haar overdag. Soms zit ik te studeren en dan ruik ik een sterke lavendelgeur, waar ze

erg van hield. Dan zie ik haar opeens in de hoek van de kamer. Ik schrik er nog steeds van, erg leuk is het niet. Het is heel vreemd: iemand is dood, maar toch zie je haar nog. Eigenlijk moet ik er niet bang voor zijn. Het is ook mooi dat ik haar soms nog zie.” (FB)


Met een klein kaliber wapen ben je een watje  

Artikel 'Met een klein kaliber wapen ben je een watje' uit Ad Valvas door Floor Bal, 13 december 2007.

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you