Issuu on Google+

voorjaar 2013

flanderijn over markt en maatschappij

de nieuwe werkelijkheid

6 De survival of the hippest

S  ocioloog Koen Damhuis is ĂŠĂŠn van de meest oninteressante figuren ter wereld. Althans, dat is zijn eigen conclusie na een avondje facebooken.

16 Een nieuwe hamer

F  landerijn en PLANgroep zetten zich in om samen te werken in DebtSupport.

22 De luis in de pels

van de energiesector

H  arald Swinkels en Pieter Schoen richtten in 2005 de Nederlandse Energie Maatschappij (NLE) op. Inmiddels hebben ze een vaste plek in deze vechtmarkt veroverd.


INHOUD

”Deurwaarders hebben oog voor de veranderende maatschappelijke realiteit en roeren zich als er kortsluiting dreigt.” John Wisseborn, voorzitter van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders vertelt.

Socioloog Koen Damhuis is één van de meest oninteressante figuren ter wereld. Althans, dat is zijn eigen conclusie na een avondje facebooken.

6

Gerhard Hormann. In zijn boek Hypotheekvrij! legt hij uit hoe iedere woningbezitter snel van zijn hypotheekschuld af kan komen.

12

10

overhead voor eenvoudig geluk is groot

4

De survival of the hippest

Nieuwe werkelijkheid. Foort van Oosten

3

VOOrwoord

5

FEITEN

15

voor(delen)

25

goed recht

16

Interview met Anne-Mieke de Peuter, van Plangroep en Michel van Leeuwen, van Flanderijn

22 Harald Swinkels en Pieter Schoen richtten in 2005 de Nederlandse Energie Maatschappij (NLE) op: De luis in de pels van de energiesector


incasso-en gerechtsdeurwaardersorganisatie Flanderijn 088 - 209 24 44, rotterdam@flanderijn.nl, www.flanderijn.nl Eindredactie: Michel van Leeuwen Concept en redactie: Creative Venue PR Ontwerp, productie en 3D illustraties: Nico de Boer, Scherpwerk.nl Fotografie: Patrick Nagtegaal Drukwerk: Opmeer Drukkerij bv Reacties kunt u sturen naar: juist@flanderijn.nl

Flanderijn ondersteunt het Jeugdsportfonds al enkele jaren. Dit past bij de maatschappelijke filosofie van Flanderijn.

20 kinderen moeten kunnen sporten

VOORWOORD

JUIST, met een oplage van 16.500 exemplaren, is een uitgave van

De nieuwe werkelijkheid, we hebben het er maar druk mee. Soms word je erdoor overvallen, soms ook zie je ’m al een tijd aankomen. Dat laatste is het geval geweest bij de nieuwe werkelijkheid dat het aantal gerechtelijke procedures op dit moment fors daalt door de verhoging van de griffierechten. Al in 2011 hebben we als Flanderijn daarvoor gewaarschuwd, maar dit is door de politiek in de wind geslagen en door andere stakeholders als MKB Nederland onvoldoende gesteund. Inmiddels is het dus een nieuwe werkelijkheid dat kleinere ondernemers en zzp'ers hun recht niet kunnen halen omdat het te kostbaar is. Ook grote schuldeisers kunnen vorderingen tot e 1.500 niet verhalen omdat het kostenrisico te groot wordt. Een zorgwekkende nieuwe werkelijkheid. In deze JUIST staat ook een artikel over de oprichting van DebtSupport. Ook dat is voor ons een nieuwe realiteit: het feit dat er een steeds grotere groep schuldenaren is die wel wil, maar niet kan betalen. In ons contact met schuldenaren houden we daar rekening mee en proberen we oplossingen te zoeken. Vaak is dat in de vorm van betalingsregelingen, maar we zien ook dat schuldenaren steeds meer verschillende schulden hebben en het ene gat met het andere vullen. De huidige tijd vraagt om een andere manier van werken. Soms is het nodig om streng te zijn, maar het heeft onze voorkeur om samen met schuldeiser en schuldenaar een oplossing te bedenken. Steeds meer schuldenaren hebben behoefte aan advies en ondersteuning. Wij kunnen daar deels bij helpen, maar het is niet onze ‘core business’. Vandaar dat we nu samenwerking hebben gezocht met een partner die thuis is in zaken als budgetcoaching en -begeleiding. En dan is er natuurlijk dat stukje nieuwe werkelijkheid waar je gewoon doorheen kunt wandelen: onze nieuwe uitbouw van het hoofdkantoor in Rotterdam. ’Flanderijn Rotterdam’ zit eindelijk weer op één locatie, inclusief het callcenter en Flanderijn Trainingen.

26

Erica Verdegaal: ”Nu zie je dat de crisis met iedereen wel wat doet.”

Zoals gezegd: we hebben het er maar druk mee. Dat geldt vast ook voor u. Ik hoop niettemin dat u de tijd zult vinden om deze JUIST te lezen en u erdoor te laten inspireren. Als altijd wens ik u veel leesplezier!

Tom van Eck, directievoorzitter Flanderijn


c O l u m n Geregeld worden we in het nieuws geconfronteerd met schrijnende voorbeelden van gezinnen die door teveel schulden gebukt gaan onder een continue stroom van sommatiebrieven, dagvaardingen en beslagleggingen. Uiteindelijk resulterend in de schuldhulpverlening. Recent nog viel ik midden in het TVprogramma Een dubbeltje op zijn kant waar Martijn Krabbé samen met een compleet team een jong gezin ternauwernood van te hoog opgelopen schulden wist te bevrijden. Helaas komt in het echte leven niet altijd de televisie langs om de helpende hand te bieden, maar is het uiteindelijk de deur­ waarder die de boodschap komt brengen dat het niet langer gaat en door schuldeisers ingegrepen gaat worden. Deurwaarders hebben daarbij geen gemakkelijke taak, zeker niet als een opdracht tot beslaglegging verder voert dan het beslag leggen op het huis of bijvoorbeeld een bankrekening. In het geval overgegaan wordt tot het beslaan van huisgoederen van schuldenaren, wordt een punt bereikt waarbij een deurwaarder direct en tastbaar iemands leven instapt. Van een deurwaarder worden dan heftige besluiten gevraagd. Mag bijvoorbeeld kinderspeelgoed in beslag worden genomen, wat te doen met de golden retriever en hoe om te gaan met de computer die in huis staat? De beroepsorganisatie voor gerechtsdeurwaarders (KBvG) heeft hiertoe kort geleden een omvangrijk rapport opgesteld dat een modernisering van de huidige wettekst rondom beslaglegging adviseert. Helder zou moeten worden wat wel en wat niet onder de mogelijkheden van beslag kan vallen, waarbij een eerlijke balans wordt gezocht tussen enerzijds de belangen van de schuldeiser, die per slot van rekening recht heeft op betaling, en anderzijds de belangen van de schuldenaar, die tot een bepaalde hoogte recht heeft op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer. Wat de VVD betreft vormt dit rapport een prima aanzet voor de politieke discussie in de Tweede Kamer; welke pressiemiddelen achten we verantwoord? Is het acceptabel dat beslag wordt gelegd op een televisie? Volgens mij moeten we hier deels pragmatisch mee omgaan. Indien het een gloednieuwe flatscreen betreft van anderhalve m2 zie ik geen reden waarom niet. Deze kan immers prima vervangen worden door een tweedehands exemplaar van de kringloopwinkel. Hetzelfde geldt voor een luxe boxspring van duizenden euro’s. Het wordt echter anders indien we te maken hebben met goederen die op een veiling nooit in opbrengst de kosten evenaren. Beslaglegging zou dan niet moeten plaatsvinden, dat is dan niets meer dan ordinair pesten. Kortom, ’voor niets gaat de zon op’, al het andere kost geld. Daarvoor staat de schuldenaar met zijn vermogen garant en is het de taak van de gerechtsdeurwaarder om schuldenaars daar op een verantwoordelijke manier op te wijzen.

Foort van Oosten (1977), lid van de Tweede Kamer voor de VVD. Woordvoerder burgerlijk recht, vennootschaps- en onder­ nemingsrecht, burgerlijk procesrecht, staatsrecht en vrijheid van meningsuiting.

Nieuwe werke­ lijkheid

Foort


Flanderijn krijgt een 7,5 van haar opdrachtgevers Flanderijn doet haar uiterste best om opdrachtgevers optimaal van dienst te zijn. Hoe goed de organisatie presenteert, en vooral waar mogelijke verbeterpunten liggen, zijn zaken die naar voren komen in het klanttevredenheids­onder­ zoek (KTO). Vorig jaar heeft ­Flanderijn een kleine 500 opdracht­gevers benaderd voor deelname aan dit onderzoek. Het onderzoek bracht naar voren dat 75% van de ondervraagden een positief beeld heeft van Flanderijn. Zij gaven aan zeer of zelfs uiterst tevreden te zijn over onze dienstverlening. De respondenten zijn van mening dat de Flanderijn-medewerkers beschikken over een dienst­ver­ lenende mentaliteit, veel kennis hebben van incasso en snel reageren. Het overgrote deel van de ondervraagden (ruim 80%) geeft aan gebruik te blijven maken van de dienstverlening. Ruim 60% van de ondervraagden beveelt Flanderijn aan bij zijn relaties. Dat zijn cijfers waar Flanderijn trots op is! Uiteraard zijn er ook een aantal verbeterpunten naar voren gekomen. Met deze verbeterpunten gaat Flanderijn aan de slag om bij het volgende onderzoek ook hierop goed te scoren.

FEITEN en Niki Terpstra. Tot onze grote vreugde hebben zij de 31-ste editie van de Zesdaagse van Rotterdam op hun naam geschreven. Het koppel sloeg in de finale van de afsluitende koppelkoers op het allerlaatste moment toe en nam een beslissende ronde voorsprong op de overgebleven concurrenten. Flanderijn is trotse sponsor van het duo en kijkt terug op een geslaagd evenement!

Nieuwbouw Rotterdam Naast het huidige kantoor van Flanderijn en van Eck in Rotterdam is de afgelopen maanden 1100 m2 kantoorruimte gerealiseerd. In totaal zijn er drie kantooretages en een vergaderruimte gebouwd. De nieuwbouw is in maart 2013 afgerond. Een aantal afdelingen is verhuisd naar de nieuwbouw. Daarnaast zijn het callcenter en Flanderijn Trainingen verhuisd van de Westersingel naar de ’s-Gravendijkwal in Rotterdam. In totaal zijn er nu in de vestiging Rotterdam meer dan 300 medewerkers werkzaam.

ICTWaarborg kiest voor Flanderijn

Wielerzesdaagse Rotterdam Van 3 tot en met 8 januari werd de wielerzesdaagse van Rotterdam verreden. Flanderijn was de shirtsponsor van het Belgisch-Nederlandse koppel Iljo Keisse

Flanderijn is de nieuwe partner van ICTWaarborg. ICTWaarborg is dé brancheorganisatie voor bedrijven die ICT-producten en -diensten leveren aan consumenten en/of bedrijven. Dit kan zowel in een fysieke showroom, online als op locatie. Het doel van ICTWaarborg is het behartigen van de belangen van deze bedrijven in het algemeen en in het bijzonder van haar aangesloten bedrijven. Ruim 1000 zowel grote als kleine bedrijven zijn bij ICTWaarborg aangesloten om samen sterker in de markt te staan. Na een uitgebreide selectie is er voor de dienstverlening van Flanderijn gekozen met name omdat Flanderijn kon bewijzen al zeer succesvol te werken voor een aantal ICT-bedrijven.

Flanderijn telefonisch goed bereikbaar Om de kwaliteit van de dienstverlening hoog te houden laat Flanderijn op diverse onderdelen van de organisatie periodiek kwaliteitscontroles uitvoeren. Vanuit deze visie vindt er regelmatig een kwalitatief en kwantitatief onderzoek plaats naar de telefonische bereikbaarheid van Flanderijn. Eind 2012 is er wederom een onderzoek gedaan door Telan, een onderzoeksbureau op het gebied van telefonische bereikbaarheid. Op het gebied van bereikbaarheid van medewerkers en afdelingen zijn hoge scores behaald. Ook zijn er korte wachttijden en doorverbindtijden. Overall scoren we een 8.

Nieuwe naam voor gerechtsdeurwaarderskantoor Flanderijn en Wijnhold Per 1 april heeft het incasso- en gerechts­ deurwaarderskantoor Flanderijn en Wijnhold een nieuwe naam: Flanderijn en Versluijs. Deze wijziging komt voort uit het vertrek van gerechtsdeurwaarder Wijnhold in juli 2011 en de benoeming van Rob Versluijs tot gerechtsdeurwaarder in Dordrecht. Gerechtsdeurwaarder en directeur Rob Versluijs voert sinds 1 juli 2011 de dagelijkse leiding over de Dordtse vestiging van Flanderijn. Hij werd in 1999 officieel tot gerechtsdeurwaarder beëdigd in Rotterdam. Per 1 januari van dit jaar heeft hij zijn vestigingsplaats gewijzigd naar Dordrecht. Flanderijn en Versluijs is actief in het gebied dat zich van de Zuid-Hollandse Eilanden via de Drechtsteden uitstrekt naar de Betuwe. Sinds Flanderijn in 2002 het Dordtse gerechtsdeurwaarder­s­ kantoor Uijl overnam, is deze vestiging gestaag gegroeid. In totaal werken nu 35 mensen op de vestiging in Dordrecht.


Socioloog Koen Damhuis is één van de meest oninteressante figuren ter wereld. Althans, dat is zijn eigen conclusie na een avondje facebooken.

Is de ’kijk-en-vergelijkcultuur’ waarin steeds meer mensen verzanden de nieuwe realiteit, of zijn er goede redenen om na te denken hoe we ons in de toekomst slimmer tot sociale media kunnen verhouden? Op het moment dat ik dit schrijf heeft een facebookvriend nog eens 83 foto’s aan het album ’Road trip Australië’ toegevoegd. Tegelijkertijd zit een oud-klasgenoot muziek te mixen, een andere vriend te ’chillen op de Noordpool’, terwijl een volgende zojuist z’n scriptie ingeleverd heeft – ’afwachten geblazen nu’. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de vijf vrienden die vanavond een cocktailparty houden, een oude vriendin die gisteren een stageplaats gevonden heeft of een ­kennis die volgende week begint aan een nieuwe baan in Stockholm – 23 personen vinden dit leuk! Bladerend door het ’nieuwsoverzicht’ lijkt mij maar één conclusie mogelijk: ik ben een van de meest oninteressante figuren ter wereld. Tegenover mij zijn honderden verbonden vrienden vlijtig in de weer om op eindeloos veel manieren hun leven vorm te geven. IJverige mieren, bezig met het naar buiten brengen van hun ’officiële’ ik. Inderdaad, zodra ze wat doen vertrouwen ze het eerst aan Facebook of Twitter toe. Zo zie ik dan ook wat half de wereld

ziet: uitpuilende disco’s en parelwitte stranden, dj’s, diploma’s en wuivende handen. Ik zie complimentjes, koffie en krijtstreeppakken … Achter wat communicatie heet, verschuilt zich een collectieve simultaanstrijd om status, upgrades en succes. Het is een gedeeld beeld van mijn sociale netwerk, een ’survival of the hippest’ waarin de één nog toffer en geslaagder lijkt dan de ander. Maar is er ook iets wat ik niet zie? Houden die vrachtladingen vrienden misschien een Fakebook bij, voor mij en de rest van de wereld? Facebook mag dan vooral ’leuk’ lijken, maar kleven er misschien ook nadelen aan de kijk-en-vergelijkcultuur, waarvan Mark Zuckerbergs etalage het voor­ lopige hoogtepunt vormt? En zo ja, wat is dan de beste manier om daarmee om te gaan? Vind ik leuk Ik weet nog goed, die keer dat ik er voor het eerst naartoe ging. Bekenden hadden me al ingelicht dat Facebook het leukste bruine café ter wereld is, waar je in plaats van vijf ineens vijfhonderd vrienden hebt om mee te praten. En dat ook nog zonder sluitingstijd. Maar eenmaal binnen bleek het er op het eerste gezicht vrijwel hetzelfde aan toe te gaan als in een offline bar. Aan een virtuele toog deelde ik wat ik

onlangs had meegemaakt, gehoord had of gezien – gelijk de andere gasten, een beetje beschonken, losser van tong en opgaand in de gezamenlijke behoefte om te vertellen over de mooie, leuke en opmerkelijke kanten van het leven. Die dingen en ervaringen wil je immers delen. De goede film die net uit is, een boek dat je raakt of het concert dat je zo ontroerde. Daarvan wil je je vrienden op de hoogte stellen, het liefst zo snel en zo veel mogelijk. ’Met Facebook ben je verbonden en deel je alles met iedereen in je leven’, luidt dan ook de aantrekkelijke boodschap boven de knop die toegang verschaft tot dit internetcafé. Beetje bij beetje zag ik vele vrienden binnenkomen. Bekenden, minder bekenden, die van horen zeggen, tot volslagen onbekenden. Zo kreeg ik hier, meer dan bij Hyves, laat staan bij msn, echt het idee ’always in touch with my friends’ te zijn. En precies dat is de meest gehoorde reden om dit sociale medium te gebruiken: ’in touch’ blijven met onze vrienden. Facebook is immers de ideale hangplek, de plaats waar je ongelimiteerd kunt keuvelen, krabbelen en weer verder struint als je status opgevijzeld is. Bij dit gevijzel bestaat er gelukkig ­alleen maar een ’vind ik leuk!’-knop (en

De survival of the hippest


”onze egoballon vullen hoeft niet per se met de halve mensheid” tegenwoordig ook ’Vind ik niet meer leuk’), want ’Vind ik stom!’ zou het plezierige feest dat Facebook heet al snel bederven. Aan de basis van dit plezier ligt namelijk een honger naar erkenning die via alle thumbs-ups en status­ updates steeds weer voor eventjes wordt gestild – jij krijgt keer op keer de bevestiging dat je een goede tijd hebt, er goed uitziet of gewoon lekker bezig bent. Anders gezegd: facebookvrienden zijn de aangename blaasbalg onder ons almaar leeglopende ego; ons zelfbeeld dat je volgens filosoof Alain de Botton zou kunnen zien als een ’lekkende ­ballon die voortdurend liefde van buitenaf nodig heeft om opgeblazen te blijven en gevoelig is voor de kleinste speldenprikjes die door veronacht­ zaming worden uitgedeeld’. Als virtuele vrienden niet reageren of regelmatig op een ’vind ik stom’-knop konden klikken, zouden de gebruikers van Face-

book deze manier van communicatie al snel als minder aangenaam gaan ervaren. Hun ballon zou leeg blijven. Om ons zelfbeeld opgeblazen te laten is het dan ook zaak selectief en creatief te werk te gaan. We delen bijvoorbeeld niet álles wat we doen. Vergelijk het met een tv-programma als Big Brother, waar ook maar 30 minuten van een hele dag werden uitgezonden om niet in sufheid te verzuipen. Maar selectief zijn is één ding: velen gaan nog een stapje verder. Volgens wijlen Gerrit Komrij (die voor nrc.nl over zijn digitale leven schreef) is niet minder dan veertig procent van alle statusupdates nep. Iets wat me best aannemelijk lijkt, wanneer ik besef dat niemand zijn ongemak en frustraties met de eigen situatie genoeglijk aan de grote klok hangt. Is afgunst niet de meest verboden ­emotie? Een stille vorm van zelfbelediging - de ’pijn die ontstaat door het fortuin van anderen’, zoals Aristoteles al meer dan twee millennia geleden schreef? Inderdaad, we updaten onze status liever met de boodschap dat het leven ons soepeltjes afgaat, de wederzijdse


watching you’. In tijden van Facebook, Twitter en iPhones zijn we allemaal ’little brothers’ van elkaar geworden. En precies daar schuilt de aantrekkingskracht van het wereldwijde web: het biedt de mogelijkheid om onszelf te presenteren aan een enorme hoeveelheid mensen die anders nooit van ons nederige bestaan op de hoogte zouden zijn geweest. Voor even hoeven wij niet te kijken, maar worden we bekeken. Al met al heeft zich zo een cultuuromslag voorgedaan, waarbij de identiteitsstrijd nu groter is dan ooit tevoren. We vergelijken onszelf niet meer met vrienden en vriendinnen uit ons dorp, onze wijk, met familieleden of de directe omgeving, maar via tv en vooral via internet met iedereen.

illusie in stand houdend dat de keuzes die wij gemaakt hebben de juiste zijn; dat wij ons op de goede weg begeven. Bovendien, juist door de afgunst die we opwekken worden we bewust van ons eigen welslagen. Fomo Nu kun je je afvragen hoe nieuw dit is. Mensen hebben immers altijd aan een zekere vorm van zelfverheerlijking geleden. En als je de huidige facebookgebruiker al als een soort Narcissus 2.0 wilt zien, kun je niet om het feit heen dat zijn broertje reeds uit de Oudheid stamt. Sterker nog: de oude Grieken hadden al goden uitgevonden, juist om te kijken hoe eenieder zich gedroeg. Om de een of andere reden snakt de mens ernaar te weten dat hij wordt bekeken; we willen dat iemand noteert wat onze bezigheden en verdiensten zijn. Sinterklaas regelt dit vanuit Spanje en ook om door de poorten van Petrus te mogen, word je eerst gescreend door de Alwetendheid. Tegenwoordig kan naast Onze Vader echter zelfs Big Brother met ­pensioen. Niet langer is hij degene ’who is

Op een alledaags niveau kan dit eenvoudig leiden tot wat fomo wordt genoemd: the Fear Of Missing Out, ofwel de angst om iets mis te lopen. Ook een fenomeen dat in zekere zin altijd heeft bestaan. Opgewekt bijvoorbeeld door het boulevardnieuws in kranten, trouwfoto’s of de exotische landen op dat jaarlijkse en ietwat obligate vakantiekaartje (’Het is hier fantastisch!!!’). Met realtime updates via sociale media heeft dit gevoel echter epidemische proporties aangenomen. Een onaangenaam en soms allesverterend gevoel dat je overspoelt wanneer het eenmaal zover is: wanneer vrienden ’frenemies’ worden, en jij erachter komt dat je niet bent waar je het liefst had willen zijn. Op dagelijkse schaal is fomo dus de wetenschap dat je maten, vriendinnen, kennissen of collega’s het beter hebben dan jij. Zij zitten in de kroeg en jij op de bank. Zij op Madeira en jij in Made-Oost. Zij hebben een good time en jij een mindere. De valkuil van Montesquieu In het algemeen zijn dit soort gevoelens het hevigst bij hen met wie we ons vereenzelvigen. Want hoe meer twee mensen, qua leeftijd, achtergrond en sociale identificatie, op elkaar lijken, hoe groter de kans op afgunst is. En laten het nu deze gelijken zijn die onze virtuele vriendenlijsten bevolken. Opeens blijkt je oude buurjongen de meest gelukkige reisgids van Indonesië. Het ietwat stille meisje dat vroeger naast je zat op de basisschool heeft plots een

droomstage in Amerika. ’Waarom zit ik daar niet!?’ luidt de vraag die in je opkomt. ’Zij begon immers in dezelfde uitgangspositie als ik, nou ja een tafel naast mij ... Als ik haar levenspad had gekozen, zou ik in haar huidige schoenen staan.’ En terwijl sommige oude vrienden niets anders lijken te doen dan zorgeloos feesten, vraag jij je af hoe je in godsnaam het geld bij elkaar krijgt voor een nieuwe wasmachine. En zo trappen we massaal in de valkuil die in de achttiende eeuw geleden al door de Franse denker Montesquieu beschreven werd. Hij stelde dat ’indien we alleen maar gelukkig wilden zijn, dit eenvoudig zou blijken; maar we willen gelukkiger zijn dan anderen, wat bijna altijd moeilijk is omdat we anderen gelukkiger wanen dan dat ze daad­ werkelijk zijn’. Is dit dan ook de reden om Facebook en andere sociale media maar direct te boycotten? Niet echt. Buiten dat het een vorm van sociale zelfmoord geworden is om niet meer online verbonden te zijn, nemen sites als Facebook ook steeds meer nutsfuncties over (post, telefoon, telegraaf, etc.). Het is alleen al om die reden verstandiger om na te denken hoe we ons in de toekomst tot sociale media kunnen verhouden. Buiten het feit dat je je kunt afvragen of je naast selectiever te zijn met wat je deelt ook kunt nadenken met wie je wat deelt (om onze egoballon te vullen hoeft dit immers niet per se met de halve mensheid), is één van de interessantste opties hierbij om ons voortaan online aan te kijken zonder noodzakelijkerwijs te moeten schitteren. Iets wat tevens blijkt uit de – naar mijn weten enige afgeronde – studie naar internet-­ ontmoetingen, uitgevoerd door de ­sociologe Eva Illouz. Zij toonde aan dat de vruchtbaarste online dates diegene zijn waarbij men zich niet overprijst maar onderprijst. Alleen op deze manier hoeft een ontmoeting in ’real life’ namelijk niet op een deceptie uit te lopen, maar kan zij een wederzijdse verrassing worden. En inderdaad, daar kan geen Fakebook tegenop.


John Wisseborn over ’DE NIEUWE WERKELIJKHEID’ Ze hebben het imago de wet nogal hardvochtig toe te passen en zich ­weinig te bekommeren om het leed dat ze bij schuldenaren aanrichten. De werkelijkheid is een heel andere, zegt John Wisseborn, voorzitter van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders. Bij uitstek de deurwaarders hebben oog voor de veranderende maatschappelijke realiteit en roeren zich als er kortsluiting dreigt. Waar denkt u het eerste aan bij het begrip ’de nieuwe werkelijkheid’? ”Ik chargeer misschien wat, maar de gerechtsdeurwaarder van tien, vijftien jaar geleden kon het zich nog permitteren om strikt de regels uit het Wetboek van Rechtsvordering toe te passen en dan deed hij gewoon keurig zijn werk. Gerechtsdeurwaarder is een heel technisch beroep: juridisch correcte toepassing van die regels luistert heel erg nauw. Daar is niets aan veranderd. Maar de afgelopen jaren is er een ­heleboel bijgekomen. Niet omdat de wet is veranderd, maar omdat de maatschappij is veranderd. Niet alles is meer even vanzelfsprekend, ook niet als het wetboek het voorschrijft.” Kunt u daarvan een voorbeeld geven? ”Een aantal jaar geleden deed de ­Ombudsman een uitspraak over een geval waarin loonbeslag was gelegd. Een deurwaarder had een exploot overhandigd met daarop open en bloot de naam van de beslagene – gewoon conform de regels. Alleen: deze persoon voelde zich daardoor in zijn privacy aangetast. De Ombudsman volgde die redenering en vroeg zich af waarom er niet even een envelop was gebruikt. Welnu: de wet schrijft exact voor in welke gevallen een envelop dient te worden gebruikt – en dat is niet het geval als je op deze manier beslag legt. Maar hij had wel een punt: dat de wet het niet voorschrijft betekent niet dat je uit het oogpunt van wellevendheid of zorgvuldigheid rekening kunt houden met de

Uit de Bij uitstek de deurwaarders hebben oog voor de veranderende maatschappelijke realiteit en roeren zich als er kortsluiting dreigt.


comfortzone privacy van mensen. Nadien hebben we wel vaker te maken gehad met de ’behoorlijkheidsnorm’ van de Ombudsman. Dat is soms lastig, omdat je als deurwaarder uit je comfortzone moet stappen.” Dura lex, sed lex – de wet is hard, maar het is de wet – geldt dus niet meer? ”Laat ik zo zeggen: we passen de regels toe, maar als we merken dat die regels niet meer van deze tijd zijn dan laten we dat de wetgever weten. Een goed voorbeeld daarvan is het preadvies dat we afgelopen jaar hebben uitgebracht over het beslagverbod op roerende zaken. De wet zegt dat je op bepaalde roerende zaken geen beslag mag leggen, bijvoorbeeld op kleding en voedsel. Maar die artikelen zijn zo gedateerd dat je strikt genomen wel de ijskast mag meenemen als je het voedsel maar laat staan. Dat wringt natuurlijk. Hetzelfde geldt voor een laptop of computer: die mogen we in beslag nemen maar tegelijkertijd weten we heel goed dat de schuldenaar die computer nodig heeft voor de fiscale aangifte, of om te solliciteren, of voor kinderen om huiswerkopgaven te doen. Kortom, de regels sluiten niet meer aan op de maatschappelijke realiteit. En dan komen wij als volwassen beroepsgroep zelf met aanbevelingen hoe het anders en beter kan. Bescherming van schuldenaren is namelijk ook een deel van onze taak. Als die bescherming gedateerd is, dan vind ik dat wij ons moeten roeren.” Zijn er nog meer voorbeelden van regelingen die volgens de deurwaarders niet meer aansluiten op de maatschappelijke werkelijkheid? ”We hebben het afgelopen jaar ook een onderzoek laten uitvoeren naar ongelijkheid in incasso­ bevoegdheden en de gevolgen daarvan voor schuldenaren. Het komt erop neer dat er steeds meer partijen komen die rechtstreeks en zonder tussenkomst van de rechter beslag mogen leggen op loon of op bepaalde toeslagen. Denk aan het college voor zorgverzekeringen, verhuurders, de belastingdienst, gemeenten en waterschappen, maar ook kinderopvanginstellingen. Die toename aan afwijkende bevoegdheden is typisch iets van de laatste jaren en maakt dat schuldenaren soms onder het wettelijke inkomensminimum uitkomen. Dat is een fundamenteel probleem: wij leggen loonbeslag, respecteren de beslagvrije voet en daarna blijkt dat de overheid zelf buiten ons om extra invorderingen doet. Het effect van wat we

maatschappelijk niet willen of niet zouden moeten willen, wat ons betreft.” Hoe kijkt u aan tegen deurwaarders die zelf inno­ veren? Flanderijn gaat bijvoorbeeld participeren in een nieuwe onderneming DebtSupport die zich richt op het voorkomen, signaleren en oplossen van problematische schulden. ”De deurwaarders hebben sinds 2001 te ­maken met marktwerking. Dat betekent dat je met opdrachtgevers te maken hebt die resultaat verlangen en die je tevreden wilt stellen. Als je merkt dat oude middelen niet meer werken, dan ga je op zoek naar nieuwe middelen. En dat kan zijn: eerder ingrijpen en het verder oplopen van schulden zoveel mogelijk voorkomen. Ik vind dat niet onlogisch: een arts verdient zijn brood ook dankzij zieke mensen, maar toch zal hij alles doen om mensen zo gezond mogelijk te maken en houden. Overigens is het niet zo heel nieuw: vroeger deden deurwaarders vaak de bewindvoering voor schuldenaren. Dat is nu min of meer het exclusieve domein van schuldhulpverlening geworden, maar eigenlijk is dat helemaal niet zo vanzelfsprekend. Deurwaarders zijn daartoe uitstekend geëquipeerd.” Ziet u in meer algemene zin mogelijkheden om de taakinvulling van de deurwaarder meer van deze tijd te maken? ”Wij denken dat de deurwaarder zich moet ontwikkelen tot een professional die voorafgaand aan het gerechtelijk traject een soort eerste schifting uitvoert. Dat zou een enorme ontlasting van het gerechtelijk apparaat kunnen meebrengen en daarmee enorme besparingen. De KBvG heeft daartoe een Filtermodel ontwikkeld dat we aan de minister van Veiligheid en Justitie en de Raad voor de Rechtspraak hebben aangeboden. Kort gezegd komt het erop neer dat we schuldenaren niet langer direct voor de (overheids)rechter oproepen, maar eerst bevragen over de vraag óf men verweer wil voeren, op welke wijze men dat wil doen en of men bijvoorbeeld gebruik wil maken van alternatieve rechtspraak. Ook dit is een heel goed voorbeeld van de meedenkende deurwaarder die inspeelt op de nieuwe realiteit van een zich terugtrekkende overheid en krimpende overheidsbudgetten.


overhead voor eenvoudig geluk is groot


Planoloog en politicoloog Gerhard Hormann (1961) is journalist. Met Hypotheekvrij! kwam zijn tiende boek op de markt. Stap voor stap legt Hormann in het boek uit hoe iedere woningbezitter snel van zijn hypotheekschuld af kan komen. Het volgende boek, Helemaal vrij, is in de maak. Hormann woont met zijn gezin in een boerderijtje aan een doodlopende weg in de Randstad.

als een kind dat zich misselijk heeft gegeten aan een zak snoep

Journalist Gerhard Hormann begon in 2008 met het versneld aflossen van z’n hypotheek. Zijn Volkswagen verving hij door een Fiat Panda, z’n tweede ­vakantiehuis ging na één nachtje slapen weer in de verkoop en een jaar lang kocht het gezin Hormann niets ­anders dan eten en brandstof. Hormann schreef het boek Hypotheekvrij! over zijn ­radicale omslag. ”Ik heb me nog nooit zo ­gelukkig gevoeld.” ’t Is op een doorsnee winterdag voor een koukleum niet al te geriefelijk in huize Hormann. 16, 17 graden misschien. ”M’n vrouw zei vanochtend: zou je de verwarming niet eens aanzetten als je straks bezoek krijgt. Het was 13 graden. Tja, ik heb dat vaak niet meer in de gaten.” Hormann heeft de thermo­staat iets hoger gezet. Buiten, op de oprit staat de vla-gele Fiat Panda - 1 op 22 - en in een kast in de hoek staat een kleine, ouderwetse beeldbuis. ”Als deze kapot gaat, koop ik ook weer zo’n dikke, maar dan kleiner.” Tot 2008 leefden Hormann en zijn gezin een heel ander leven. Niet krank­zinnig overdreven luxe, zoals hij dat zelf zegt, maar wel inclusief wintersport in BN’ersskioord Fiss, waar de kinderen van Marco Borsato skiles krijgen en je kans loopt Jack Spijkerman tegen te komen bij het ontbijtbuffet. En ook inclusief een vakantiehuis. Twee, om precies te zijn. Eén in Overijssel en één in Duitsland. Het moet gezegd: dat laatste heeft Hormann niet lang in bezit gehad en de aanschaf ervan luidde een heel nieuw tijdperk in. ”Voor ons tekende zich een nieuwe werkelijkheid af.” Misselijk In 2008 zat Hormann op het stoepje van dat tweede vakantiehuis. Met een bak koffie in de hand keek hij uit over de weidse, met koolzaad begroeide velden. ’t Zag er net zo idyllisch uit als hij zich had voorgesteld, maar toch bekroop hem een groot gevoel van onbehagen. ”Plots voelde ik me als een kind dat zich misselijk heeft gegeten aan een zak snoep. Ineens realiseerde ik me dat het huisje met houtkachel aan een bosrand niets meer was dan een metafoor van mijn verlangen. Mijn verlangen naar eenvoudig geluk en een overzichtelijk leven. Waarom zou ik dat zoeken op 880 kilometer van huis?”


Tot die tijd had ik me eigenlijk maar amper gerealiseerd dat een hypotheek een schuld vertegenwoordigt.

De makelaar was te verbaasd om tegen te sputteren toen Hormann z’n huis een dag later weer te koop zette. En hij ging van de weeromstuit voortvarend aan de slag. Hij las boeken die al ontij voorspelden ver voor de (huizen)crisis losbarstte, hij dook in de kleine lettertjes van zijn hypotheekpolis, voerde gesprekken met experts en kwam tot een eenvoudige slotsom: ik moet m’n hypotheekschuld zo snel mogelijk aflossen. Schuldenvrij ”Tot die tijd had ik me eigenlijk maar amper gerealiseerd dat een hypotheek een schuld vertegenwoordigt. Ook niet toen ik ’m tot twee keer toe liet ver­ hogen. Op het moment dat ik dat wel ging zien, wilde ik er zo snel mogelijk vanaf. Je bent pas echt vrij, als je vrij bent van schulden. Ik had altijd een soort onderscheid gemaakt tussen geld lenen voor een auto of een doorlopend krediet en een hypotheek. Maar het is gewoon een lening. En dan ga je lezen, en dan lees je dat je in mijn geval niet

van dat aflossingsvrije deel afkomt, als je het niet zelf bij elkaar spaart.” Hormann had destijds bij de adviseur een hypotheek afgesloten op basis van een levensverzekering, die door winstdeling aan het eind van de rit naar verwachting genoeg zou opleveren om het aflossingsvrije gedeelte in één keer af te lossen. ”Na enig rekenen ­kwamen wij er echter achter dat we dertig procent te kort zouden komen. Op een aflossingsvrij gedeelte van 40.000 euro was dat nog te overzien, maar wie zou me verteld hebben dat ik 12.000 euro tekort kwam als ik het zelf niet had uitgezocht? En wanneer? Een week voor de einddatum van m’n hypotheek? Bovendien, er zijn talloze mensen met een veel hoger aflossingsvrij gedeelte, die bij het aflopen van hun hypotheek zomaar geconfronteerd kunnen worden met een forse restschuld.” Zeker gelet de huidige huizenmarkt, is Hormann ervan overtuigd dat hij de juiste koers vaart. ”Wacht ons bijvoorbeeld een scenario zoals in Japan, waar de huizenprijzen al sinds 1990 dalen, dan kunnen ons zomaar tien tot twintig magere jaren te wachten staan.” Jaren die je wat Hormann betreft met zo min mogelijk schulden, maar in elk geval met goed inzicht in je hypotheekzaken, tegemoet zou moeten treden. Oude Nokia En dat betekent zuinigheid. ”Ik heb bijvoorbeeld al vierenhalf jaar geen nieuwe spijkerbroek gekocht, dit jaar hebben we maar zo’n 900 kuub gas verstookt - een derde van een gemiddeld gezin met twee kinderen - en bellen doe ik met een oude Nokia. Waar heb ik een smartphone voor nodig?” Op de snelweg kiest de journalist het liefst de slipstream van een vracht­ wagen, om brandstof te besparen, wintersport is er niet meer bij voor de familie Hormann en het eerste vakantiehuisje staat op de nominatie om verkocht te worden. Wel kocht ­Hormann, voor meer vrijheid dichtbij, een lap grond aan bij zijn huis. ”En we gaan heus nog wel eens uit eten. Maar dat is veel leuker als je dat eens of twee keer per jaar doet, om iets bijzonders te vieren of om te markeren dat je weer vijf- of tienduizend euro hebt afgelost.” Hormann begrijpt best dat mensen ’m voor gek verklaren om het monnikenleven dat hij leidt. ”Maar weet je, bij mij

is de knop omgegaan. Er ontvouwt zich een nieuwe werkelijkheid als je op een dag in je tuin zit, met een kop koffie en een boek in het zonnetje en dat je ontdekt dat je gelukkig bent. Dat je je niet een beter leven zou kunnen voorstellen dan op dat moment. Maar, dat je je tegelijkertijd realiseert dat de overhead die je in stand houdt om zo’n simpel moment van geluk te kunnen mee­ maken enorm groot is. Als je dat ziet, ga je overal anders tegen aankijken.” De besparingsdrift leerde Hormann bijvoorbeeld dat hij bijna met de helft van z’n gezinsinkomen rond kan komen. ”Dat geeft een enorme keuzevrijheid. Het kabinet wil straks dat ik doorwerk tot m’n 68e, maar als ik straks gratis woon, heb ik aan een halve werkweek genoeg. Het was wel aardig dat topmodel Linda Evangelista onlangs op de Miljonair Fair zei dat ware luxe zich uit in de hoeveelheid vrije tijd die je je kunt permitteren. Daar ben ik het hart­ grondig mee eens.” Hormann krijgt navolging. Daarop wijzen alleen al de 10.000 verkochte exemplaren van Hypotheekvrij!. ”Mensen bellen me op om te vertellen dat ze het in de vakantie hebben gelezen, hun aandelen verkopen en direct beginnen met aflossen. Als je die eerste aflossing hebt gedaan, wil je niet meer terug. Je kijkt op een heel nieuwe manier tegen je hypotheek, maar ook tegen je leefstijl aan. Dat had ik niet kunnen bedenken toen ik dat vakantiehuisje in Duitsland kocht. Ik zeg maar zo: soms moet je linksaf slaan om te realiseren dat je eigenlijk de andere kant op moet.”

240 pagina’s met persoonlijke ervaringen, het krijgen van inzicht in je eigen financiële situatie, wat banken niet vertellen en kennis van de feiten en achtergronden.


(voor)delen

.nl www.transitiontowns

www.ruilen.nl

n en Burgers die wonen, werke duurzaam er me elijk, leven minder olie-afhank ken. en meer sociaal willen ma

Wilt u uw heg laten snoe ien in ruil voor een schilderklus? Alles kan en het is nog leuk ook!

De nieuwste online trends

www.kokenmetelkaar.nl en www.thuisafgehaald.nl

Vind iemand om mee of voor te koken.

Op internet ontstaan steeds meer slimme initiatieven waarbij mensen producten met elkaar kunnen delen. Op die manier bespaar je kosten en worden je eigen spullen beter benut. Want waarom zou je een boormachine aanschaffen, als je die maar één keer per jaar nodig hebt?

l endelen.nren, vrienden, ll u p .s w ww aan je bu en ld je n en uitlen b ijvoorbee n e 's a g e coll sportclub.

lene Je spullen

kels.nl om in w f e e g g r je welk www.we n en waa

is zij gen. ullen grat p s e of te bren d r n a le a h Wa te pullen bent om s

www.serviceforservice

.n

l Hét platform van zelfstandig ondernemers dat zich richt op de ruilhandel van diensten en kennis.


Een nieuwe hamer Interview met Anne-Mieke de Peuter van Plangroep en Michel van Leeuwen van Flanderijn In het verleden was de verhouding tussen de gerechtsdeurwaarders en de schuldhulpverleners niet altijd even gemakkelijk. Maar de laatste jaren erkennen professionals uit beide bloedgroepen dat de belangen meer parallel lopen dan lang gedacht, en dat samenwerking uiteindelijk in het voordeel van alle betrokkenen is. Met het oprichten van DebtSupport zetten Flanderijn en PLANgroep dit inzicht om in concrete dienstverlening.


we brengen zo snel mogelijk de hele financiEle situatie in kaart en pakken direct door.

we brengen zo snel mogelijk de hele financiEle situatie in kaart en pakken direct door


Wie alleen een hamer heeft, ziet elk probleem als een spijker. Deze bekende waarheid drukt goed uit wat er nog niet zo heel lang geleden speelde in de relatie tussen gerechtsdeurwaarder en schuldhulpverlener. De eerste bekeek het ’probleem’ vooral vanuit de schuldeiser en stelde betaling van de vordering voorop, de laatste bekeek precies hetzelfde probleem in de eerste plaats vanuit de schuldenaar en stelde stabilisatie en sanering van de schulden voorop. ”En toch werken beiden aan hetzelfde probleem”, erkent Michel van Leeuwen van Flanderijn. ”Dan ligt het voor de hand dat je zo goed mogelijk probeert samen te werken. Zoals wij uiteindelijk ook liever zien dat de situatie genormaliseerd wordt bij de schuldenaar, zo streeft schuldhulpverlening er uiteindelijk ook naar dat de schulden zoveel mogelijk gewoon betaald worden. De belangen lopen meer parallel dan lang werd gedacht.” Toen Van Leeuwen tijdens een congres in gesprek raakte met Anne-Mieke de Peuter van PLANgroep bleken beiden dezelfde ideeën te delen. De ­Peuter: ”PLANgroep verzorgt voor zo’n zestig grote en kleinere gemeenten het schuldhulpverleningstraject. Binnen onze dienstverlening zien we dat ­relatief kleine schulden in korte tijd enorm oplopen, waardoor het op zeker moment heel moeilijk wordt om nog een oplossing te vinden. Al pratend met Michel ontstond het idee om de krachten te bundelen en gezamenlijk een nieuwe dienstverlening te gaan aan­bieden die zich focust op het ­beginstadium van het schuldtraject.” Genuanceerdere aanpak Het mag een onverantwoorde simplificatie lijken, maar schuldenaren vallen in twee categorieën uiteen: zij die niet kunnen betalen en zij die niet willen betalen, zegt Van Leeuwen. ”Voor de niet-willers is er eigenlijk maar één oplossing: gewoon incasseren. De niet-kunners daarentegen vragen om

een veel genuanceerdere aanpak. Die kunnen vaak met een snelle interventie weer op het rechte spoor geholpen worden.” Volgens De Peuter kunnen de instrumenten die PLANgroep gewoonlijk inzet in het schuldhulpverleningstraject ook heel goed worden ingezet in de fase dat schulden beginnen te ontstaan. ”Je moet dan denken aan een inventa­ risatie van de persoonlijke financiële situatie, budgetadvies of budgetbeheer. Essentieel is alleen dat we er heel snel bij zijn, dus vóór de schuldproblematiek echt problematisch wordt.” Ingrijpen in wat Van Leeuwen noemt ’het voortraject’ is zeker ook in het belang van de schuldeiser – en een groeiende groep opdrachtgevers erkent dit ook. Van Leeuwen: ”Schuldeisers moeten kosten maken om te kunnen incasseren, terwijl niet duidelijk is of die kosten nog wel verhaald kunnen worden. Hoe meer kosten er gemaakt worden, hoe onwilliger de schuldeiser zal zijn om mee te werken aan een hulpverleningstraject. De kans bestaat dan immers dat hij én moet afboeken op de vordering én de reeds gemaakte kosten ook nog eens kwijt is. Wij zeggen daarom: investeer liever wat meer in het voortraject, want dan is de kans veel groter dat je je vordering gewoon helemaal betaald krijgt.” Stok achter de deur DebtSupport gaat zich richten op grote marktpartijen met veel vorderingen, zoals zorgverzekeraars, woningverhuurders, hypotheekverstrekkers en energiemaatschappijen. Door gebruik te maken van de diensten van Debt­ Support voorkomen deze partijen dat schulden van klanten - met alle problemen van dien - onbeheersbaar worden. ”Het idee is om al een week nadat bijvoorbeeld de huur niet betaald is telefonisch contact op te nemen”, zegt De Peuter. ”We proberen echt zo snel mogelijk de betalingsachterstand in te lopen en de gewone betalingen weer op gang te brengen.” Van Leeuwen

Wat doet DebtSupport? • Inventariseren persoonlijke en financiële positie schuldenaar • ’Financiële foto’ (inclusief taxatie eigen woning en polissen) • Mogelijkheden en motivatie in kaart brengen •O  pstellen persoonlijk budgetplan • Budgetcoaching • Budgetbeheer • Betalingsregeling treffen • Pre-incasso (niet-willers)

vult aan: ”Tenzij natuurlijk blijkt dat er niet goed wordt meegewerkt. Dan gaat DebtSupport direct over op pre-incasso en aanmanen. Er is dus ook wel een stok achter de deur.” Deze vergaande samenwerking tussen een gerechtsdeurwaardersorganisatie en een schuldhulpverleningsorganisatie is vooralsnog uniek. Van Leeuwen: ”Je ziet wel partijen in de markt die iets dergelijks zelf proberen te doen, maar dit soort initiatieven sterft vaak een vroege dood omdat er weer nieuwe prioriteiten komen. DebtSupport heeft driehonderd professionals achter de hand die zich hier volledig op kunnen focussen.” De Peuter: ”Daarbij komt dat wij over een speciaal ontwikkeld cliëntvolgsysteem beschikken en de communicatie met de schuldeiser op gang houden. Het komt nu nog veel te vaak voor dat schuldenaren in de schuldhulpverlening terecht komen en dat er dan een soort vacuüm ontstaat. Ze staan op een wachtlijst, en de schuldeiser tast in het duister: wat nu? DebtSupport is wat dat betreft veel concreter: we brengen zo snel mogelijk de hele financiële situatie in kaart en pakken direct door. Inzet is echt dat de schuldeiser 100% betaald krijgt.”


Flanderijn sponsort het jeugdsportfonds ’Alle kinderen moeten kunnen sporten’ Flanderijn ondersteunt het Jeugdsportfonds al enkele jaren met een financiële bijdrage. Dit past bij de maatschappelijke filosofie van de incasso- en gerechtsdeurwaarders­ organisatie.


De Nederlandse Energie Maatschappij pleit voor verdere liberalisering Toen de energiemarkt in 2004 werd geliberaliseerd, roken ondernemers Harald Swinkels en Pieter Schoen hun kans. In 2005 richtten ze de Nederlandse Energie Maatschappij (NLE) op, die inmiddels een vaste plek in deze vechtmarkt heeft veroverd. �We gaan de consument vertellen hoe de energiemarkt werkelijk in elkaar steekt�, aldus Harald Swinkels.


De luis in de pels van de energiesector Hoe is jullie toetreding tot de ­energiemarkt verlopen? ”We zijn bij de oprichting in 2005 een partnerschap met Openbare Nuts­ bedrijven Schiedam (ONS) aangegaan. Dit bedrijf was nog niet overgenomen in het fusiegeweld dat ontstond na de openstelling van de energiemarkt. ONS leerde ons het klappen van de zweep in de energiemarkt, wij deelden onze marketing- en verkoopkennis. We hebben toen een aantal complexe producten in de markt gezet, waarbij consumenten bijvoorbeeld konden ­sparen voor CO2-reductie. Al snel merkten we echter dat mensen zich maar weinig voor energie interesseren. Het gaat hun vooral om de centen. De samenwerking met ONS eindigde in 2007 toen we voor hen het maximaal te behappen aantal klanten hadden binnengehaald. Daarna zijn we in zee gegaan met het Duitse RWE, de latere eigenaar van Essent. We besloten ons als prijsvechter op te werpen. En toen ging het ineens hard tegen hard.” Jullie kwamen in het vaarwater van de grote energiemaatschappijen? ”Ja. De energiemarkt groeit niet, er komt geen noemenswaardig aantal nieuwe klanten bij. Als nieuwe ­speler probeerden wij dus te groeien door klanten van de bestaande grote energiemaatschappijen te werven. Dan

merk je ineens hoe die maatschappijen de markt zodanig kunnen beïnvloeden dat nieuwe spelers nauwelijks kansen krijgen.” Geldt dit nog steeds? ”Ja. Neem bijvoorbeeld het nieuwe marktmodel voor de energiesector dat per 1 augustus 2013 gaat gelden. Dit model verplicht energieleveranciers om de kosten van de netbeheerder aan hun gebruikers in rekening te brengen. Dat doen wij al sinds 2005, tegen een geringe incassovergoeding. In het nieuwe marktmodel draagt een energieleverancier echter het volledige incassorisico, terwijl we hiervoor geen vergoeding krijgen van de netbeheerder. Dit werpt een gigantische drempel op voor nieuwe toetreders, omdat maar weinig investeerders dit incassorisico willen lopen. Als voorstander van een zo toegankelijk mogelijke markt zijn wij hier niet gelukkig mee.” Toch heeft de branchevereniging ­meegewerkt aan de totstandkoming van dit model. ”Klopt. Sterker nog: ze heeft hier jaren­ lang over gepraat met de overheid en andere belanghebbenden, en wat er nu is uitgerold is een compromis. In de jaren dat dit model werd ontwikkeld, hadden spelers als NLE geen inspraak. Illustratief is dat het stemrecht binnen

de branchevereniging van oudsher bepaald wordt aan de hand van het aantal aansluitingen. NLE is weliswaar inmiddels de op drie na grootste ­energieleverancier van Nederland, maar ons marktaandeel bedraagt nog maar 7%. De branchevereniging spreekt dus bij lang niet alle issues namens ons ...” Zijn jullie dan tegen het nieuwe ­marktmodel? ”Nee, want het model zorgt voor een verdere liberalisering van de markt. Na jaren lobbyen mogen we bijvoorbeeld eindelijk als energiemaatschappij zelf de meterstanden vaststellen en valideren. Voorheen deed de regionale netbeheerder dit. Als er dan iets ­misging, konden wij niets doen. De netbeheerder had feitelijk een mono­polie en dan is er altijd weinig aanleiding om snel te reageren. Ik zeg erbij: áls er al actie werd ondernomen, want de wet stond de netbeheerders een ruime ­correctiemarge toe.” Is na deze wetswijziging de ­energie­sector volledig geliberaliseerd? ”Nee. De overheid schrijft ons bij­ voorbeeld voor om consumenten ge­ detailleerde nota’s voor te schotelen. Werkelijk alles moet uitgesplitst worden, onder het mom van transparantie. Dat maakt nota’s zó onbegrijpelijk dat


normale consumenten de prijzen van verschillende energieleveranciers niet goed kunnen vergelijken. Dat verhoogt de overstapdrempel en dat werkt weer in het voordeel van de traditionele energiemaatschappijen. Wij pleiten daarom voor eenvoudige contracten en overzichtelijke nota’s. Ik juich het dan ook toe dat minister Kamp van Economische Zaken begin dit jaar heeft gezegd hiervan werk te willen maken.” Waarom verlagen jullie concurrenten hun tarieven niet gewoon? ”Waarom zouden ze? Zolang het gros van de consumenten met geen twintig paarden bij hun huidige leverancier is weg te krijgen, verandert dit niet. Toch valt er echt wat te verdienen door over te stappen. Wij maken het verschil omdat we gas en stroom op de handelsmarkt inkopen en direct aan de consument leveren. Bij de grote energiemaatschappijen zit daar een handelsbedrijf tussen dat ook winst wil maken. Voordat hun energie dan bij de consument komt, is hij al een keer of vijf verhandeld.” Toch stappen ieder jaar meer ­consumenten naar jullie over ... ”Klopt, maar daar zetten de grote maatschappijen winbackteams voor

in. Zij bellen hun weggelopen klanten meteen op en geven dan ineens wél een prijskorting. Je zou verwachten dat consumenten zich dan bedrogen voelen, maar toch keert een flink aantal dan weer naar hun oude leverancier terug. Daarom bereiden we een nieuwe campagne voor, waarin we consumenten duidelijk gaan maken hoe de energiemarkt werkelijk in elkaar steekt.” Steeds meer mensen wekken zelf stroom op via zonnepanelen of ­organiseren zich in coöperaties om samen een windmolen aan te schaffen. Zien jullie dit als een bedreiging voor de energiesector? ”Nee. Sterker nog, wij willen die behoefte stimuleren en faciliteren. We verkopen ook zelf betrouwbare zonnepanelen aan consumenten. Maar ik zie het niet gebeuren dat 90 procent van de huishoudens een zonnepaneel op het dak legt. Voor Nederlanders geldt dat groen goed is, zolang het maar niet te veel kost. We moeten het effect van zonnepanelen ook weer niet overschatten. Stel dat 50 procent van de huishoudens een zonnepaneel neemt, dan nog produceren ze slechts 10 procent van het totale energie­verbruik. De grootste verbruiker is immers de industrie.”

Hoe zou Nederland dan wel echt ­duurzame energie moeten opwekken? ”Eigenlijk is dit dossier gewoon te groot voor Nederland. Duurzaamheid kan alleen op Europees niveau geregeld worden. Kijk naar de VS: daar plaatsen ze zonnepanelen en windmolens in gebieden waar ze het meest efficiënt energie produceren. De EU kan dit ook. Maar wat doet Duitsland? Dat besluit eenzijdig om fors te investeren in zonnepanelen en windmolenparken. Het Duitse stroomnet is echter gekoppeld aan dat van zijn buurlanden en dat leidt tot bizarre risico’s. Vorig jaar kwam op een hete zomerse dag met veel wind bijna de helft van onze energie automatisch van de oosterburen, waardoor ons eigen net bijna overbelast raakte. Bijna alle energieleveranciers in Nederland hebben ook belangen in andere EU-landen. Als ze die belangen beter afstemmen, zie ik wel mogelijkheden.” Maar die leveranciers hebben nu even wat anders aan hun hoofd? ”De EU heeft veel geïnvesteerd in de opslag en het vervoer van gas naar de VS. De VS wil echter niet afhankelijk zijn van het buitenland, dus hebben ze een andere manier bedacht om energie te winnen: schaliegas. Dat is echt een ’game changer’ in de markt. Al die ­Europese investeringen kun je afschrijven. Je ziet zelfs dat Amerikaanse bedrijven met een energie-intensieve productie hun Europese vestigingen ­terughalen naar het moederland, omdat het gas in de VS nu veel goedkoper is. Overigens is schaliegas niet bepaald duurzaam.” Tot slot: kunnen jullie als prijsvechter nog innoveren in jullie dienstverlening? ”Ja, maar alleen als je klanten voor een langere termijn aan je kunt binden. Daar hebben we in 2012 veel energie in gestoken. Voor de toekomst denken we aan het nog gerichter adviseren van consumenten over verbruiks- en besparingsmogelijkheden. Een andere mogelijkheid is het aanbieden van aanvullende diensten in en rondom de woning. En dan is er natuurlijk nog een andere logische stap: NLE uitrollen naar het buitenland.”

spaarlamp


Zo’n 300.000 Nederlanders betalen geen zorgpremie. Zij krijgen na zes maanden te maken met een deurwaarder of een incassobureau. Lukt het niet de achterstallige premie te ­incasseren, dan is het College voor Zorg­verzekeringen gerechtigd om rechtstreeks bij de werkgever of uit­ kerende instantie een zogenaamde ­‘bestuursrechtelijke’ premie te innen. Die is 30% hoger dan de standaard­ premie en bedoeld als prikkel om zo snel mogelijk weer de normale zorg­ premie te betalen. Pas als de eerste zes maanden achterstand zijn ingelopen stopt de bestuursrechtelijke premie. Dit zogenaamde ’verzwaarde traject’ is sinds 1 januari 2013 aangepast. Vanaf die datum mogen het CVZ en het CJIB bij wanbetaling namelijk ook een eventuele zorgtoeslag rechtstreeks ­innen bij de Belastingdienst. Op zich een hele logische maatregel: je betaalt de zorgpremie niet, dus hoef je ook geen zorgtoeslag te ontvangen. In de praktijk zien we echter een niet-gewilde uit­werking: de zorgtoeslag werd vaak gebruikt om de eerste zes maanden achterstand in te lopen. Ofwel via een betalingsregeling, ofwel via een beslag op die zorgtoeslag. Nu dat niet meer mogelijk is, lijkt het wel zeker dat een groot deel van deze 300.000 wanbetalers nooit meer uit het bestuursrechtelijke traject komt en tot in lengte van jaren minimaal 30% meer zorgpremie betaalt dan u en ik. Of dat nu is wat de politiek in gedachten had bij het aanpassen van de wetgeving?

Michel van Leeuwen, Directielid Flanderijn

GOED RECHT bestuurs­ rechtelijke zorgpremie


”Veranderen is moeilijk,

3D-illustratie: Nico de Boer, Scherpwerk.nl

zeker als het om geld gaat”

de grote ontnuchtering Nog een paar jaar crisis, en ’de crisis’ verdringt ’het weer’ op de ranglijst van onderwerpen voor alledaagse koffiepraat. Minder triviaal is dat de voortslepende crisis mensen in Nederland steeds persoonlijker en harder treft, constateert financieel publicist Erica Verdegaal. ”Tot voor kort was er maar moeilijk vat op te krijgen; alles ging gewoon door. Maar vandaag zie je dat de crisis met iedereen wel wat doet.” Het was een column als alle andere. Op een zaterdag, in NRC Handelsblad. Erica Verdegaal, die heel wat boeken over geld op haar naam heeft staan en voor allerlei media over finan­ ciële wederwaardigheden publiceert, schreef dat vermogende ouderen in verzorgingshuizen maar beter wat ­schenkingen aan familieleden konden doen, om te voorkomen dat hun eigen zorgbijdrage zou stijgen. ”Ik kreeg wel honderd kwaaie reacties. Verontwaardigde, boze mensen die van mening waren dat die rijke ouderen best wat extra’s voor hun eigen zorg konden betalen.”

Verdegaal merkt dat er steeds vaker emotie om de hoek komt kijken als het om geld gaat. ”Dat is echt iets van de laatste tijd. De scheldkanonnades ­komen veelal uit de hoek waar de klappen vallen, mensen in het nauw, wan­ hopig vanwege hoge schulden of omdat de gerechtsdeurwaarders telkens op de stoep staan.” Veranderen Waar de crisis de meeste Nederlanders tot zo ongeveer vorig jaar niet echt pijn kon doen, is dat vandaag dus toch wel echt anders, zegt Verdegaal. ”Daar zullen we met z’n allen aan moeten wennen. En dat valt niet mee. Veranderen is voor een mens een van de moeilijkste dingen om te doen; zeker als het om geld gaat.” Op papier en op het web schrijft Verdegaal haar vingers blauw aan adviezen, handigheidjes, tips en informatie die mensen moeten helpen financiële penarie te voorkomen of verhelpen, ”en als iedereen er ook daadwerkelijk naar had gehandeld, stonden we er vandaag een stuk beter voor met z’n allen ... Maar ja.”

Het lastige aan geldzaken is volgens Verdegaal dat ze o zo persoonlijk zijn. ”En dat iedereen er zo z’n ­opvattingen over heeft. Waar de een beweert dat hij niet om geld geeft - dat is ­overigens altijd onzin - zegt de ander dat hij ­’gewoon graag van het leven wil ge­ nieten’. Veel mensen zijn zich er volgens de publicist niet van bewust dat hun ideeën over geld onder de paraplu van vader en moeder zijn gegroeid. Er is een aardige tweedeling: de één vindt dat je je zaakjes zélf goed op orde moet hebben, de ander is van mening dat de overheid toch ook vooral met ontferming over je bewogen moet zijn. Die laatste groep is vaak de klos, omdat ze ervan uitgaan dat iets of iemand ze komt redden.” Ruzie Verdegaal adviseert mensen die hun financiën eens en voor altijd goed op orde willen krijgen - en de crisis zonder al te grote kleerscheuren willen doorkomen - om de financiële patronen die er in je jonge jaren zijn ingesleten, in kaart te brengen. ”Werd er vaak


Wie is Erica Verdegaal? Drs. ing. Erica Verdegaal is econoom en publicist. Ze studeerde onder meer economie en een paar jaar filosofie. Na een tijdje te hebben gewerkt in het bedrijfsleven koos ze in 1995 voor de journalistiek. Sindsdien schrijft ze over alles wat maar met geld van doen heeft voor onder meer NRC Handelsblad, de Geldgids van de Consumentenbond, maandblad ZIN en de Financiële Consument. Ze is bovendien geregeld te horen in de ether, of te zien op televisie. In mei van dit jaar verschijnt haar twaalfde boek over geldzaken.

ruzie gemaakt over financiën? Wat is je eerste herinnering aan geld? Had je het idee dat je er thuis warmpjes bijzat? Of was het armoe troef? En kreeg je je zakgeld structureel? Of moest je er om vragen? Heel aardig is om je opvattingen en ervaringen met anderen te delen, want daarvan wordt het al gauw wat minder subjectief.” ”Als je je ervan bewust bent hoe je over geld denkt”, vat Verdegaal samen, ”wordt ’t allemaal wat minder absoluut. En wordt het misschien mogelijk patronen te doorbreken. Daar helpt de crisis overigens ook bij”, constateert ze. ”Er is een nadrukkelijke verschuiving zichtbaar. We hebben een voorschot genomen op de toekomst, met z’n allen op de pof geleefd. De tijd van de grote ontnuchtering is wel aangebroken.” Verdegaal ziet dat bijvoorbeeld in haar woonplaats Leeuwarden. ”Tot voor een paar jaar zag je, nadat er een huis werd aangekocht, dat al gauw een grote bak voor zo’n huis werd geplaatst. En de keuken en de badkamer, ook al waren ze nog maar een jaartje oud, kwamen binnen de kortste keren in die bak te-

recht. Maar vandaag? Nergens meer te bekennen, die bak. Mensen passen zich aan, ze gaan weer sparen.” Wat Verdegaal betreft zet de crisis, en de sporen die ze ook in Nederland trekt, aan het denken over de ’opvoeding’ van nieuwe generaties als het om geld gaat. ”Over de rijkeren hoeven we ons niet zoveel zorgen te maken; die houden wel een appeltje voor de dorst. Over de arme sloebers, de kredietverslaafden ben ik daarentegen wel een beetje somber. Als je die programma’s van een tijdje geleden ziet, zoals Een Dubbeltje op z’n Kant, dan bevestigen de stereotypen zich keer op keer. Een kerel die hard werkt, en een vrouw die zich thuis met vijf verschillende telefoonabonnementen in de schulden aan het bellen is.” Mentaliteit Een ander probleem zit ’m volgens ­Verdegaal in mentaliteit. ”Veel ­mensen die weinig te makken hebben zijn behept met de overtuiging dat een ­dubbeltje nooit een kwartje wordt. En zo ­voeden ze hun kinderen ook op,

meestal o ­ nbewust. Als je op die manier naar je financiële situatie kijkt, wordt het natuurlijk nooit wat; dan zie ik ­alleen maar een vicieuze cirkel.” Wat Verdegaal betreft is daarom een grote verantwoordelijkheid weggelegd voor het onderwijs, zodat kinderen al gauw leren wat de waarde van geld is en hoe ze ermee om moeten gaan.” En voor zolang de crisis duurt? Dat is volgens Verdegaal nog echt zo ingewikkeld niet. ”Nooit lenen voor consumentenproducten en zoeken naar goedkopere oplossingen. Zoek betaalbare verzekeringen en abonnementen voor telefonie en internet, informeer je op vergelijkingssites, deel je auto via inter­ net en ruil in de vakantie je huis met iemand uit een fijn, warm land. Zonder dat het pijn doet, kan het vaak goedkoper en doordat je dingen samen met anderen gaat doen, wordt het leven wat minder individualistisch. Dus tja, als je het zo bekijkt is die crisis eigenlijk best positief. Voor je portemonnee, en voor de samenleving.”



Juist, editie 8