Skip to main content

Veelo Magazine 124 - Lente 2026

Page 1


Grote infrastructuur

Build it and they will bike?

Veelo is het ledenmagazine van de Fietsersbond en verschijnt 4x per jaar. Je ontvangt het als lid of vraag een gratis proefexemplaar via info@fietsersbond.be.

Coverbeeld:

Departement Mobiliteit en Openbare Werken

Concept en coördinatie:

Fietsersbond vzw

Hoofdredactie:

Wies Callens

Redactie:

Thomas Deweer, Wies Callens

Inge Smolders

Eindredactie:

Wies Callens en Katrien Boncquet

Vormgeving:

KIXX, www.kixx-concept.be

Druk:

Drukkerij Perka, Oplage: 5000 ex. Verantwoordelijke uitgever: Inge Smolders

Oude Graanmarkt 63, 1000 Brussel info@Fietsersbond.be tel. 02 502 68 51

Adverteren: eddy.vaes@fietsersbond.be tel. 0473 24 04 86

Alles uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, openbaar gemaakt of geciteerd mits bronvermelding ‘Veelo magazine’ en enkel voor niet-commercieel gebruik. Deze uitgave werd gedrukt op milieuvriendelijk papier.

Wil je dit magazine enkel digitaal ontvangen?

Mail info@fietsersbond.be met vermelding ‘Veelo digitaal’ en je lidnummer.

Fietsersbond is partner van:

Fietsersbond is actief lid van:

GROTE INFRASTRUCTUUR Build it and they will bike?

TOERISME DAT LOKAAL EN DUURZAAM TELT In gesprek met ECF

VRAAG HET AAN DE FIETSERSBOND

DE LENTE HANGT IN DE LUCHT, EINDELIJK!

Daar is de lente, daar is de zon. Bijna maar ik denk dat ze weldra zal komen! Jan De Wilde pende het ooit neer in een zangboekje en telkens wanneer het licht zo zacht maar vastberaden terugkeert, neuriet het in mijn hoofd. Na een lange, grijze periode die we winter noemen, piept de lente weer boven in al haar glorie. Vogels fluiten vroeger, terug gelijk met mijn wekker. Knoppen barsten open. En ook wij voelen het: beweging, licht, vooruitgang.

De fietsverlichting mag ’s morgens al uit. ’s Avonds heb ik ze bijna niet meer nodig. Bijna. Want soms blijven we hangen. Fietsen we nog een ommetje. Steken we een tandje bij. Omdat het kan. Omdat het mag en soms ook moet én omdat je voelt dat alles stroomt.

Ook bij de Fietsersbond waait er zo’n lentewind. We gaan verhuizen! Een nieuw nest, een andere horizon. Dat doet wat met een mens. Verhuizen is afscheid nemen van wat vertrouwd was en tegelijk ruimte maken voor wat groeit. Het is dozen vullen met herinneringen en tegelijk plannen tekenen voor wat komt. En ergens voelt dat als die grotere beweging die we vandaag overal zien: werven die opengaan, beton dat wordt gestort, bruggen die wijken verbinden en fietssnelwegen die steden dichter bij elkaar brengen. Grote infrastructuurprojecten. Grote gebaren.

In dit nummer zoomen we daarop in. Op de indrukwekkende budgetten, de lange lijnen op kaarten, de plannen die verder reiken dan één legislatuur. Ze zijn nodig. Ze tonen ambitie. Ze geven richting.

En terwijl ingenieurs tekenen en kranen draaien, speelt het echte leven zich ook af, elders. Op dat kleine kruispunt waar mijn zoon veilig moet oversteken. Op het stukje jaagpad dat mijn dochter naar het station leidt, zodat ze kan doorsporen tot bij haar lief en weer veilig terug thuis. Aan die ene paal die net verkeerd staat. Bij dat ontbrekende bordje. Op een conflictvrij kruispunt dat het verschil maakt tussen stress en vertrouwen.

Verandering komt zelden met tromgeroffel. Ze sluipt binnen via het alledaagse. Een samenleving wordt niet menselijker door monumenten, wél door zorg. Door aandacht voor wat klein lijkt, maar groots aanvoelt, zeker wanneer het over je kind gaat.

Laat ons dus dromen van grote projecten. En tegelijk blijven bouwen aan duizend kleine verbeteringen. Want daar, in het detail, schiet veiligheid wortel. Niet met één groot gebaar, maar met duizend kleine daden.

En zo breekt de lente niet alleen door in het landschap, maar ook in onze straten. Stap voor stap. Trap na trap.

Inge Smolders, directeur

Ontvang je Veelo magazine nog niet in je bus? Word dan lid van de Fietsersbond en we sturen je driemaandelijks het magazine! https://fietsersbond.be/word-lid/

Grote infrastructuur

Build it and they will bike?

Thomas Deweer, beleidsmedewerker Brussel

Wies Callens, beleidsverantwoordelijke en woordvoerder

Waarom nieuwe fietsinfrastructuur nodig is, maar dat alleen ook niet voldoende is.

"Build it and they will come." Het is het mantra van de Vlaamse fietsmanager en hij heeft gelijk. Goede infrastructuur trekt fietsers aan, net zoals een nieuwe autosnelweg files aantrekt. Geef mensen ruimte, en ze nemen die.

Maar is infrastructuur alleen voldoende?

Vlaanderen investeert in fietsinfrastructuur als nooit tevoren: van 325 miljoen euro dit jaar naar bijna 390 miljoen volgend jaar via het geïntegreerd investeringsprogramma (GIP) alleen al. Overal verschijnen nieuwe fietspaden, bruggen en tunnels. Dat is fantastisch nieuws na decennia achterstand.

Toch rijzen ook vragen. Bouwen we op de juiste plekken? En verwachten we niet te veel van beton en asfalt alleen? Want infrastructuur is een voorwaarde voor fietsen, geen garantie.

De cijfers liegen er niet om. Via het Geïntegreerd Investeringsprogramma investeert Vlaanderen dit jaar 325 miljoen euro in lokale wegen en fietspaden. Volgend jaar stijgt dat naar zo'n 390 miljoen

Het resultaat? Fietsviaducten over drukke invalswegen, cyclostraden die stad en rand verbinden, veilige tunnels onder belangrijke barrières. Op papier ziet het er indrukwekkend uit.

En toch: wie kijkt naar fietsprojecten van de afgelopen jaren, ziet een patroon. Grote infrastructuur trekt budget en persaandacht, terwijl kleine interventies, een veilige oversteek hier, een versmalde rijbaan daar, vaak blijven liggen.

Meer dan beton alleen Want waarom fietsen steeds meer Vlamingen naar het werk? Niet alleen omdat er een nieuw fietspad ligt. Ook omdat:

• fietsleasing het plots betaalbaar maakt om een degelijke e-bike te rijden.

• de fietsvergoeding van 0,37 euro per kilometer fietsen financieel aantrekkelijk maakt.

• tijdswinst speelt: met een speed pedelec ben je vaak sneller dan met de auto in de file.

• werkgevers faciliteren: van fietsparkeren tot douches (met een Cycling Friendly Employer certificaat erbovenop).

Infrastructuur is de voorwaarde. Maar de trigger is vaak iets anders.

In Gent is de fietsinfrastructuur beter dan tien jaar geleden, zeker. Maar de

échte groei kwam toen het stadsbestuur de autoluwe binnenstad doorvoerde, parkeren duurder maakte, en tegelijk fietsleasingbedrijven als paddenstoelen uit de grond schoten. Het is een systeemverandering, niet het wegdek alleen.

Toch zien we in beleidsdocumenten vaak een directe causaliteit: "We investeren X miljoen, dus het fietsgebruik stijgt met Y procent." Alsof die nieuwe infrastructuur de enige variabele is. Alsof mensen niet óók fietsen omdat benzine duurder wordt, omdat hun werkgever een fietsplan invoerde, omdat de e-bike hun actieradius verdrievoudigde.

Correlatie is geen causaliteit. En dat mogen we niet vergeten wanneer we de Return on Investment berekenen.

De toeleiding vergeten?

Een ander risico: spectaculaire projecten zonder toeleiding

Een fraaie fietsbrug over een kanaal, maar aan de overkant houdt het fietspad plots op. Een cyclostrade die stopt bij de gemeentegrens. Een veilige tunnel onder een drukke weg, maar vlak ervoor moeten fietsers over een rotonde zonder voorrang.

Het effect? Frustratie bij fietsers die zich afvragen waarom er miljoenen gaan naar infrastructuur die het laatste stukje vergeet.

Missing links moeten opgelost worden, absoluut. En soms is dat een tunnel, een brug, een viaduct. Maar laten we dan ook zorgen dat het échte missing links zijn, en dat de toeleiding klopt. Een verbinding die er maar half is, verbindt niet.

In dit dossier duiken we even dieper in een aantal grote projecten rond fietsinfrastructuur met een focus op Antwerpen en Brussel.

© Avello, De langste fietsbrug van het land (open sinds 2024) in Machelen

Fietstunnel Oosterweel: zegen of zucht?

Inge Smolders in gesprek met Inge Salden

Er zijn weinig werven die zo tot de verbeelding spreken als die van Oosterweel. Bouwheer Lantis wil met dit gigantische infrastructuurproject de Antwerpse ring sluiten en “de stad en regio laten floreren door verbindingen te bouwen”. Duurzame en functionele verbindingen voor alle weggebruikers, zo klinkt het. Verbinden, ook mensen met een leefbare omgeving.

Tijdens een previewbezoek met mobiliteitsexperts kregen we een blik achter de schermen. We zagen niet alleen de contouren van een megalomaan autoproject, maar ook, en daar waren wij uiteraard voor gekomen, de nieuwe fietskoker van de Scheldetunnel.

Een technisch hoogstandje

De cijfers imponeren: bijna twee kilometer lang, zes meter breed, met een milde hellingsgraad en uitgerust met gsmsignaalversterkers en veiligheidssystemen. Vanaf 2028 kan je hier onder de Schelde door fietsen, sneller dan de auto zal kunnen gebruikmaken van deze nieuwe onderdoorgang. Een huzarenstukje van ingenieurskunst.

De tunnel vormt een extra fietsverbinding tussen linker- en rechteroever. Wie uit het Waasland richting de provincie Antwerpen fietst of viceversa, krijgt er een nieuwe oversteek bij. Ook, of misschien zelfs vooral, recreatieve fietsers zullen de tunnel ongetwijfeld ontdekken. Persoonlijk kijk ik ernaar uit om langs dit nieuwe traject familie aan de andere zijde van de Schelde te bezoeken.

Achter dat ogenschijnlijk vanzelfsprekende fietspad schuilt een technisch huzarenstuk. De tunnel wordt opgebouwd uit gigantische betonnen kokers die één voor één in de Schelde worden afgezon -

ken en vervolgens waterdicht met elkaar verbonden.

Ver weg van waar mensen wonen Wie echter de kaart erbij neemt, ziet het meteen. De ingang op Linkeroever ligt op een kwartier fietsen van de dichtste woonkernen in Linkeroever en Zwijndrecht. Aan de overzijde kom je uit ter hoogte van het Noordkasteel, een plek die ooit een groene long voor de stad was. In 1934 werd dit aangelegd als recreatiedomein met zwemvijver. Het was enorm populair bij de stadsbewoners. In 1969 werd het gesloten voor de bouw van een sluis die er nooit is gekomen. Zwemmen is en blijft er verboden, want het domein ligt in SEVESO zone, een zone waar bedrijven gevestigd zijn die werken met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen.

Het gebied is sindsdien verwaarloosd en net daardoor kon het uitgroeien tot een waardevol stuk natuur. Tijdens de coronapandemie vonden bewoners uit onder meer de Seefhoek hier rust en ademruimte. Vandaag is dat stuk natuur grotendeels verdwenen. Het volgende grote groengebied is het Rivierenhof, maar daar heerst geluidsoverlast. Daarna volgen de Oude Landen of de Hobokense Polder, telkens een eind buiten de dichtbevolkte wijken. En ook daar merk je de impact van gemotoriseerd verkeer:

stikstofdepositie zorgt voor het welig tieren van ruigtevegetatie. De brandnetel begint hier stilaan te overheersen.

Is dit de juiste plek voor een fietsverbinding die vooral woon-werkverkeer moet bedienen? Dat is de vraag.

“Een gezonde stad is een recht”

We spraken met Inge Salden van Recht op Lucht, een burgerbeweging die strijdt voor propere lucht en leefbare straten in Antwerpen. Minder autoverkeer is volgens hen cruciaal om dit doel te bereiken.

“Wij zijn bewoners die ijveren voor een gezonde stad,” zegt ze. “Vandaag worden we ziek van de lucht die we inademen. Veel straten zijn lawaaierig en onveilig. Kinderen kunnen niet zelfstandig naar het park. Ouderen raken moeilijk de deur uit. Een gezonde stad is geen droom, maar een recht.”

Een extra fietsverbinding is op zich positief, benadrukt Salden. Maar: “Is dit de plek waar ze het meeste verschil maakt?

En hoe past ze in het bredere stedelijke netwerk?”

Participatie of detailwerk?

Er was een participatietraject, erkent Salden. Werkbanken, overlegmomenten, inspraak. Maar de grote lijnen lagen al vast. “De fundamentele keuzes, wat waar komt, waren vooraf beslist. Bewoners die destijds instapten konden vooral meedenken over details.”

Volgens Lantis zal de tunnel vooral woonwerkverkeer aantrekken. Toch liggen

Inge Smolders, directeur

de grootste woonkernen relatief ver van de toegangen. Wie in het hart van Antwerpen woont, of op Linkeroever, zal vaak sneller kiezen voor de bestaande Sint-Annatunnel. Die sluit beter aan op de stedelijke structuur. Met de fiets “rijd je niet even 25 minuten om”.

Sommige bewoners pleitten er dan ook voor om een nieuwe fietstunnel dichter bij de huidige oversteek te bouwen, waar de vraag het grootst is.

Wat heeft de stad écht nodig?

Niemand betwist dat extra fietsverbindingen welkom zijn. Maar voor de leefbaarheid van het stadscentrum ligt de sleutel elders: in het drastisch verminderen van autoverplaatsingen.

Weekendshoppers blijven massaal met de auto naar de stad komen, waardoor bewoners niet meer buiten komen, terwijl er tal van alternatieven zijn voor die tijdelijke gasten. Park-and-rides, trams en bussen brengen je vlot naar het cen-

trum. Toch blijven centrumparkings bereikbaar en verdwijnen wijkcirculatieplannen te vaak in de schuif.

Ook op weekdagen kan het beter. Initiatieven zoals De Waterbus tonen dat alternatieven aanslaan. Een fietsbus richting havengebied kan het laatste stuk woon-werkverkeer verduurzamen. De vraag is er, het bestaande aanbod hinkt achterop.

En dan is er nog het fietsnetwerk zelf. Heldere, goed bewegwijzerde routes die fietsers langs veilige en aangename trajecten leiden, maken minstens evenveel verschil als een spectaculaire tunnel.

Zegen én zucht

De Oosterweelfietstunnel is zonder twijfel een technisch huzarenstuk en een extra schakel in het bovenlokale netwerk. Voor sommige fietsers wordt hij een zegen.

Maar voor wie dagelijks in de dichtbebouwde wijken woont en snakt naar schone lucht, veilige straten en nabij groen, voelt het ook als een gemiste kans. Een zucht.

De echte winst voor Antwerpen ligt niet alleen in nieuwe verbindingen onder de Schelde, maar in moedige keuzes bovengronds: minder auto’s, meer ruimte voor mensen. Daar ligt nog werk. Voor de stad, haven en provincie. Zodat iedereen op zijn bestemming geraakt, ook wie zich vandaag nog met de auto moet verplaatsen.

Meer weten:

Bezoek fietstunnel Oosterweel, © Lantis
SCAN SCAN

For who do we build? Only for cyclists?

Iedere weekdag trekken meer dan 400.000 Vlamingen en Walen naar de hoofdstad van ons land om te werken. Nu steeds meer mensen bij het pendelen voor de fiets kiezen, dankzij speed pedelecs en elektrische fietsen steeds langere afstanden kunnen afleggen en in Vlaanderen fietssnelwegen ter beschikking hebben, mag Brussel niet achterblijven. Hoogwaardige fietsinfrastructuur waarop fietsers lange afstanden kunnen afleggen en kunnen doorfietsen, die is ook in Brussel nodig.

Maar zit de gemiddelde Brusselaar wel op zo’n fietssnelweg te wachten? De stad is dichtbevolkt, met inwoners die in de eerste plaats stappen, soms slecht te been zijn, nood hebben aan buitenruimte en straten en pleinen waar het aangenaam vertoeven is. Fietssnelwegen die vooral ten goede komen aan pendelaars en enkel en alleen voor fietsers ontworpen worden, zouden een tang op een Brussels varken zijn. Enter de Brusselse cyclostrade.

What’s in a name

Een autostrade voor snelle fietsers, dat willen wij niet in onze wijk! Brusselaars, en zeker zij die (nog) niet fietsen, blijken koele minnaars. En kan je ze ongelijk geven? Een fietssnelweg, is dat dan geen autostrade voor fietsers? In Nederland heet

dat snelfietsroute of doorfietsroute, dat klinkt al wat beter, maar echt warm word je er als buurtbewoner niet van. Het beeld van een "vaak mannelijke" fietser die snel wil doorfietsen en amper met anderen rekening houdt, duikt op.

Woorden doen er toe. Want dat beeld is niet hoe hoogwaardige fietsinfrastructuur in Brussel er hoort uit te zien. Een fietssnelweg op maat van de stad, hoe ziet die eruit? Vier meter voor een éénrichtingsfietspad, zo luidt het theoretisch antwoord. Gemakkelijker gezegd dan gevonden in een dichtbebouwde stad. En wat met de noden van de wijk?

Brussel kiest doelbewust voor het woord cyclostrade. Niet omdat Franstaligen en

© Beliris, Serkeynstraat

Nederlandstaligen een woord hadden dat in beide talen werkte, of dat is toch niet de hoofdreden. Wel omdat Brussel nood heeft aan een ander soort mobiliteitsproduct, een inrichting op maat van de stad.

De Brusselse cyclostrade Als we te rade gaan bij Pieter Dudal, projectleider cyclostrades bij Beliris klinkt het als volgt: De cyclostrade in Brussel is een aaneenschakeling van lineaire openbare ruimtes die zich integreert in het stedelijk weefsel en zo de sociale, economische en culturele activiteit in de stad versterkt en actieve verplaatsingen tussen wijken stimuleert. Samen vormen ze continue verbinding voor fietsers doorheen de stad die aansluit op de fietssnelwegen in de rand om zo ook actieve verplaatsingen op intergewestelijke schaal te faciliteren.

Een erg lange definitie. Maar vooral belangrijk is dit: ‘integreert in stedelijk weefsel’. Het is een oproep om breder te ontwerpen dan enkel en alleen voor de fietser die zich over lange afstand verplaatst.

De Serkeynstraat in Jette

Een goed voorbeeld van dat inrichtingsprincipe kunnen we terugvinden in de Serkeynstraat in Jette. Het is, of beter gezegd was, geen fijne plek om te ver-

toeven. De straat bestond vooral uit autoparkeerplaatsen, voor een groot deel ingenomen door camionettes en auto’s van mensen die niet eens in de buurt wonen. Zie je het voor je? Aan de ene kant

woningen, autoparkeerplaatsen, dan een brede straat, aan de andere kant visgraatparkeerplaatsen, een smal, vaak vuil voetpad en de spoorweg. Niet aangenaam om te fietsen en al zeker niet om te wandelen of gewoon een praatje te slaan tussen buren. De grote mooie bomen zijn trieste getuigen van mismeesterde openbare ruimte.

Maar niet lang meer. Vandaag zijn er volop werken aan de gang. De cyclostrade in de Serkeynstraat zal naast een comfortabel dubbelrichtingsfietspad bestaan uit een breder voetpad, meer groen en stadsmeubilair. Er komen zelfs plekken

voor kinderen om te spelen. De stad op kindermaat, een mobiliteitsproject dat rekening houdt met de buurt.

Men had kunnen kiezen om de visgraatparking te transformeren in een fietspad en enkel en alleen in te zetten op de fiets. Klaar is Kees. Maar dan was het project nooit gedragen geweest door de wijk. Parkeerplaatsen afstaan voor fietsers die vaak niet eens in de buurt wonen? Door te investeren in een aangename straat voor alle buurtbewoners is het project vandaag gedragen. We kijken al uit naar het resultaat in de zomer van 2026!

© Beliris, Serkeynstraat
Voor de werken, © Beliris

Why do we build it?

De Brusselse Ring is de op één na drukste en één van de meest filegevoelige snelwegen van ons land. Een verkeersknooppunt waar mobiliteit, immobiliteit of stilstaan is. Hoe brengen we daar verandering in. (Te) lang werd gepleit om de capaciteit ‘simpelweg’ te vergroten, bijkomende rijstrokenaan te leggen. Maar wat als mensen nu eens minder afhankelijk zijn van die auto en de keuze kunnen maken voor het openbaar vervoer of de fiets? Dankzij de standvastige houding van het Brussels Gewest, toekomstgerichte beleidsmakers, mobiliteits- en milieuorganisaties investeert Werken aan de Ring vandaag eerst in hoogwaardige fietsinfrastructuur.

Van 17 rijstroken naar een modal shift In 2008 kondigde de Vlaamse regeringPeeters I aan de Brusselse Ring te willen verbreden. Het idee was om doorgaand en lokaal verkeer te scheiden met parallelrijstroken. Op sommige plaatsen zou de weg daardoor wel 17 rijstroken breed worden.

Het autoproject stuitte op heel wat kritiek. Terecht, zo oordeelde ook de Fietsersbond. Naast de schadelijke impact op luchtkwaliteit en milieu, zal meer asfalt op lange termijn niet leiden tot het einde van de autofile. Dit heet ‘induced demand’, extra rijstroken trekken juist meer auto's aan. Daardoor staan de nieuwe wegen na korte tijd alsnog weer vol.

“ De optimalisering van de Brusselse ring moet in de eerste plaats bijdragen aan de vermindering van het aandeel auto in Brussel en Vlaanderen.”

Lokale afdelingen Avello en Fietsersbond blazen verzamelen aan de houten fietsbrug tussen Tervuren en Brussel

Mobiliteits- en milieuorganisaties riepen op tot een duurzame oplossing. Wat als de mensen die vandaag opgesloten zitten in de auto de keuze kunnen maken voor het openbaar vervoer of de fiets? Met de opkomst van elektrische fietsen, speed pedelecs en andere fietsoplossingen op maat is het steeds makkelijker om lange afstanden met de fiets te overbruggen. Alleen, veilige en comfortabele fietspaden ontbreken. Daarom, de oproep om fietsinfrastructuur aan te leggen,

om echt te investeren in een modal shift. En belangrijker, zo eiste de Fietsersbond: laten we dat doen nog vóór we die autoring optimaliseren.

Ook vanuit Brussel werd volop mee druk gezet. De leefbaarheid van de hoofdstad stond immers op het spel. De Gewestelijke Mobiliteitscommissie is van oordeel dat de optimalisering van de Ring in de eerste plaats moet bijdragen tot een vermindering van het modaal aandeel van de

auto, zowel in Brussel als in Vlaanderen. Zo luidde ook het officieel advies van de Gewestelijke Mobiliteitscommissie van het Brussels Gewest.

Met succes. Rond 2017 veranderde de aanpak fundamenteel. De Werkvennootschap werd opgericht om het dossier op een nieuwe manier te beheren. De focus verschoof van enkel asfalt naar een breder programma. Er werden forse investeringen aangekondigd in alternatieven zo -

als fietssnelwegen en nieuwe tramlijnen via het Brabantnet. Van die tramlijnen komt er weinig in huis, zo werd de tram op de A12 tussen Brussel en Willebroek eind 2025 afgevoerd. Maar die fietssnelwegen worden vandaag in sneltempo gerealiseerd.

Fietssnelwegen schieten uit de grond Op de website van Werken aan de Ring weerklinkt volgende ambitie: Om de fiets verder te versterken als een volwaardig transportmiddel voor woon-werkverkeer, werken we 'missing links' in het fietsnetwerk weg. We zorgen voor kwalitatieve fietsinfrastructuur en willen op die manier mensen stimuleren zo vaak mogelijk de fiets te gebruiken. We investeren in fietssnelwegen die de Vlaamse Rand veilig en vlot met de hoofdstad verbinden.

“ We zorgen voor kwalitatieve fietsinfrastructuur en willen zo mensen stimuleren zo vaak mogelijk de fiets te gebruiken.”

Missing links

Die grote houten fietsbrug komt uit op een onverhard fietspad langs het Zoniënwoud. Op regenachtige dagen mijden fietsers het modderfietspad en laten ze de brug links liggen. Overleg met lokale Fietsersbond- en Avello-afdelingen loopt moeizaam. De Werkvennootschap werkt naarstig door, maar participatie met de fietsers is een pijnpunt.

Dat geldt eveneens voor dat ringfietspad. Voor fietsers voelt dat toch als een autologica, de Brusselse autoring vertaald naar de fiets. Doe gerust, de fietser haalt zijn schouders op, maar er zijn voor hem/ haar andere prioriteiten. Zeker in Brussel. Want terwijl er in Vlaanderen grote financiële middelen voorhanden zijn, kan Brussel niet volgen. De gewestgrens is pijnlijk zichtbaar.

Versta ons niet verkeerd, de Fietsersbond is verheugd met de grote investeringen in fietsinfrastructuur. Ze maken wel degelijk een wezenlijk verschil. Het is een duidelijk teken: de fietser doet er toe. Het is dromen, ontdekken, fietsplezier.

En het gaat hard. In 2024 werd de langste fietsbrug van het land geopend in Machelen, met een lengte van wel 710 meter. Ook de grootste houten fietsbrug van het land werd dat jaar gerealiseerd over het Vierarmenkruispunt in Tervuren. Weldra zullen er drie fietssnelwegen zijn om van Brussel naar Leuven te fietsen, langs de spoorweg (F3), de autosnelweg E40 (F203) of op een heuvelrug door de velden (F29). Er wordt een heuse ring rond Brussel voor fietsers gepland, de FR0. Onderdoor, rondom, erboven, wel 14 fietssnelwegen zijn of worden in het kader van Werken aan de Ring afgewerkt.

Al is het nu tijd om te investeren in de missing links, de plekken waar de noden voor de fietsers vandaag het grootst zijn. Dat hoeft zeker geen nieuwe, spectaculaire brug of tunnel te zijn, een kunstwerk. Focus op het ontwarren van de moeilijke knooppunten, de aansluiting met Brussel. Een fietsende pendelaar stopt immers niet aan de gewestgrens. Zo zal nieuwe fietsinfrastructuur echt ten goede komen aan de fietser en realiseren we samen de modal shift.

What to do when they build it

Voor die nieuwe fietsbrug er ligt, moet ze natuurlijk eerst gebouwd worden. En bij zo een werf komt heel wat kijken. We moeten er niet flauw over doen, die werken zijn vervelend, ze hebben impact, op buurtbewoners, automobilisten, fietsers.

Het is aan de werfcommissie om de werken in goede banen te leiden. Projectleider, architect- of ingenieursbureau en veiligheidscoördinator staan garant voor het goede verloop: coördinatie en planning, communicatie met omwonenden, wegomleidingen …

Fietsers en wegomleidingen, het durft op dat vlak wel eens mis te lopen. Het pilootproject Fietswijzer toont dat het anders kan.

Fietsers zoeken het zelf uit

Je bent aan het fietsen en plots stoot je op een werf. Wat nu? Gelukkig heeft de werfcommissie eraan gedacht om een omleidingsbord te voorzien. Je hebt geluk, want dat is niet altijd het geval. Je volgt braaf de oranje pijlen. Alleen, wat is

die omweg lang, en toch niet al te veilig… Je moet fietsen langs drukke autobanen met slechte fietsinfrastructuur. De omleiding lijkt in de eerste plaats op maat van de auto ingericht. Lesje geleerd, de volgende keer dat je hier langskomt, doe je het op jouw manier.

Herkenbaar? Een fietser is geen automobilist. De noden van beide weggebruikers zijn anders. De fietser is op zoek naar een veilige route. Een fietser wil (net als de voetganger trouwens) een korte omleidingsroute. De Fietsersbond pleit voor het toepassen van het STOP-principe bij omleidingen. Zorg eerst voor een zo kort mogelijke omleiding op maat van voetgangers, dan fietsers, openbaar vervoer en pas dan voor automobilisten.

Een wegomleiding echt op maat van de fietsers

Wat als een omleiding voor fietsers nu eens zo kort en veilig mogelijk was, echt rekening hield met de noden van fietsers? Het pilootproject Fietswijzer beoogt net dat: omleidingen die werken voor fietsers.

© Billie Bonkers

Het project kwam er op initiatief van de Werkvennootschap en werd uitgevoerd door het communicatiebureau Billie Bonkers.

“ Fietsmobiliteit is belangrijk voor De Werkvennootschap omdat ze wil investeren in verkeersveilige fietsinfrastructuur. Daar horen verkeersveilige fietsomleidingen bij.”

Soumaya Zaougui, Billie Bonkers

De Fietsersbond werd betrokken in de projectstuurgroep. Onze boodschap: doen! Maar betrek in het opstellen van de omleiding de lokale fietsers. Zij hebben de terreinkennis, de lokale expertise.

Testcase Jezus-Eik

In Jezus-Eik bouwt de Werkvennootschap tussen maart 2025 en augustus 2026 twee nieuwe bruggen over de E411: één voor fietsers en voetgangers en één voor gemengd verkeer. Een grote vooruitgang voor fietsers en voetgangers die het voordien moesten doen met een te smal voetpad. Al moeten ze vandaag eerst een vervelende periode van werken en bijhorende omleiding trotseren.

Fietswijzer begreep snel dat naast de lengte van de omleiding duidelijke signalisatie cruciaal was. Resultaat: een omleiding met knalroze borden, krijtverf op de grond en motiverende boodschappen. “Je kiest de veilige route, dankjewel”.

Werkt het? De overgrote meerderheid van de testgroep fietsers die de omleidingsroute volgt, geeft alvast aan dat ze het belangrijk vinden om hierin te blijven investeren. We kunnen hen vanuit de Fietsersbond geen ongelijk geven.

© Billie Bonkers

Bouwen, ja. Maar slim.

Vlaanderen investeert als nooit tevoren in fietsinfrastructuur. Dat is fantastisch nieuws na decennia van achterstand.

Maar niet élke investering is automatisch een goede investering. Daarom moeten we blijven vragen: is dit de juiste plek? Klopt de toeleiding? Is er budget voor onderhoud? En beseffen we dat fietsen meer is dan infrastructuur alleen?

Want naast grote projecten hebben we ook kleine interventies nodig. Naast nieuwe paden hebben we onderhoud nodig. En naast infrastructuur hebben we fietsleasing, werkgeversbeleid en sociale normen nodig.

Build it and they will come, ja, dat klopt. Maar bouw het slim, en ze blijven ook komen.

Jij kent jouw route het best, help ons de missing links in kaart brengen

Waar ontbreekt voor jou die cruciale schakel? Dat kan een brug zijn, maar net zo goed een veilige oversteek, een open olifantenpad, of een simpel voorsorteervak. Groot of klein, het gaat erom dat het werkt.

Meld het via:

De Fietsersbond-app in de Play store of de Apple store Mail: beleid@fietsersbond.be

Je lokale afdeling

Waarom melden? Omdat wij jouw input gebruiken om bij gemeenten en de Vlaamse en Brusselse overheid te lobbyen voor de infrastructuur die echt nodig is. Jouw ervaring telt.

Uitwisseling Mechelen, © Yves De Bruyckere
Dampoort Gent, © Wies Callens

Kinder-fiets-telling

Zeventig kinderen per minuut op de fiets

Een ochtend in mei 2017 in de Gentse ochtendspits. Vrijwilligers van de Fietsersbond staan langs een drukke fietsroute met tellijsten in de hand. Ze turven. En turven. En blijven turven. De teller draait door: 70 kinderen per minuut. 4.200 kinderen in één uur. Een indrukwekkende stroom van zelfstandig fietsende scholieren, peuters in bakfietsen, kleuters op stoeltjes.

Dat was de kinderfietstelling in Gent, toen opgezet om de nood aan een nieuwe fietsbrug objectief vast te stellen.

De cijfers spraken boekdelen. Ledeberg werd sindsdien beter bereikbaar voor kinderen op de fiets.

Dit jaar pakken we die draad opnieuw op. Maar dit keer over heel Vlaanderen en Brussel..

Kinderen horen thuis in het straatbeeld

Fietsen is niet alleen iets voor woonwerkverkeer. Voor kinderen en jongeren is de fiets dé manier om zich vrij te bewegen: naar school, naar vrienden, naar voetbal, naar de bibliotheek. Autonoom kunnen bewegen is cruciaal voor hun ontwikkeling. Ze leren zelf hun weg vinden, risico's inschatten, met andere weggebruikers omgaan. Het geeft zelfvertrouwen om alleen op pad te mogen én kunnen gaan.

Kinderfietstelling in Gent in 2022, © Yves De Bruyckere

Wies Callens, beleidsverantwoordelijke en woordvoerder

Toch wordt nog steeds ongeveer een kwart van de scholieren met de auto naar school gebracht, zelfs voor korte afstanden. Waarom? Vaak omdat ouders de omgeving te onveilig vinden. Te druk verkeer, geen goede oversteekplaatsen, geen comfortabele fietspaden. De openbare ruimte is simpelweg niet ingericht voor kinderen.

“ Voor kinderen en jongeren is de fiets dé manier om zich vrij te bewegen.”

Maar hoeveel kinderen fietsen er eigenlijk? Waar? En hoe? Die kennis ontbreekt grotendeels. En dat willen we veranderen.

De allereerste Vlaamse kinderfietstelling

Eind mei 2026 organiseren de Fietsersbond, Mobiel 21 en de Leerstoel Fiets van de UGent de allereerste Vlaamse kinderfietstelling. In de week van 25 mei gaan vrijwilligers in heel Vlaanderen tijdens de ochtendspits tellen: Hoeveel kinderen fietsen er mee als passagier? Hoeveel fietsen er zelfstandig? En zijn er verschillen tussen stad en platteland, tussen fietsstraten en drukke wegen?

Op Wereldfietsdag (3 juni) presenteren we de eerste cijfers. Later, tijdens de Week van de Mobiliteit in september, volgen diepgaandere beleidsaanbevelingen. Want het aandeel kinderen dat zelfstandig of als passagier fietst, zegt alles over hoe toegankelijk en kindvriendelijk ons mobiliteitsbeleid echt is.

Dit project past in het kader van de Coalitie Kindnorm, waar de Fietsersbond actief aan meewerkt. De kern van die coalitie? Elk kind heeft recht op een kindvriendelijke, gezonde en veilige omgeving waarin het zich actief en zelfstandig kan bewegen.

Hoe werkt het?

De opzet is eenvoudig. Lokale afdelingen van de Fietsersbond kiezen een tellocatie, bij voorkeur een aanrijroute naar een school. In de periode tussen 25 en 29 mei tijdens de ochtendspits, staan er drie tellers per rijrichting. Ze turven tussen 07:15 en 08:30. Kort, krachtig, gebruiksvriendelijk.

Vrijwilligers krijgen:

• duidelijke telinstructies

• een handige A4 met visuele kenmerken om kinderen en jongeren te herkennen

• instructiefilmpjes

• een online formulier om de cijfers in te voeren

Waarom zou je meedoen?

Omdat cijfers kracht geven. Omdat objectieve data beleidsmakers wakker schudden. Omdat je met een uurtje turven op een meimorgen het verschil maakt voor duizenden kinderen.

In Gent leidde de kinderfietstelling tot concrete infrastructuur. En nu kan jouw gemeente, jouw wijk, jouw fietsroute ook op de kaart komen.

Bovendien: het is leuk. Je staat er met meerdere vrijwilligers, je ziet de stad ontwaken, je raakt onder de indruk van hoeveel kinderen er wél fietsen. En misschien tel je wel, net als in Gent destijds, 70 kinderen per minuut.

Geen afdeling in de buurt?

Doe het samen!

Geen lokale Fietsersbondafdeling bij jou in de buurt? Geen probleem. Sluit je aan en zoek andere gemotiveerde vrijwilligers in je regio. De kracht van dit project zit in het collectieve. Hoe meer locaties, hoe sterker het verhaal.

Schrijf je nu in

Help mee om kinderen zichtbaar te maken. Zet je afdeling of jezelf in voor één ochtend in mei. Verzamel een klein team, kies een goede plek, en tel mee.

Want kinderen op de fiets?

Die horen thuis in het straatbeeld. En met jouw hulp maken we dat letterlijk meetbaar.

Meer info en inschrijven: SCAN

Onze afdelingen in 2025 Overzicht van wat lokale afdelingen van de Fietsersbond doen.

In 2025 bewezen de lokale afdelingen van de Fietsersbond zich opnieuw als de onmisbare motor op lokaal niveau achter een veiliger en aangenamer fietsbeleid in Vlaanderen en Brussel. We doken in de jaarverslagen en vonden een enorme diversiteit aan activiteiten, variërend van technisch dossier werk tot hartverwarmende sociale projecten. We geven hier graag een beknopt overzicht van wat onze vrijwilligers allemaal voor elkaar kregen vorig jaar.

De lobbymachine:

Cijfers en Dossiers

De afdelingen waren ook het afgelopen jaar de “ogen en oren” op het terrein. Drempels om tot fietsen te komen en onveilige situaties werden in kaart gebracht. En meer dan enkel dat, want er werd op grote schaal gelobbyd bij lokale besturen en bij het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV). Afdelingen zoals Aalst (39 acties), Brugge (35 acties) en Sint-Niklaas (25 acties) spanden de kroon wat betreft het aantal adviezen, memoranda en overlegmomenten met lokale bestuurders en administraties.

“ De afdelingen waren ook het afgelopen jaar de “ogen en oren” op het terrein.”

Concrete knelpunten op gewestwegen werden gericht gerapporteerd aan het AWV. Veelgenoemde dossiers waren het gevaarlijke dwarsparkeren op de N9, de onveilige op- en afritten van de R4

in Oost-Vlaanderen en de noodzaak voor conflictvrije verkeerslichten op de ringwegen van Roeselare en Tienen. In Temse werd zelfs een integraal ‘fietsrapport 2025’ opgesteld voor de gemeente.

Sensibilisering:

Van Applaus tot Spitstest

Om de fiets positief in de kijker te zetten, organiseerden de afdelingen tal van publieksacties. De Nationale Applausdag voor Fietsers blijft de absolute favoriet: van Gent over Leuven tot Bredene zorgde deze actie voor een "positieve vibe" en blije gezichten bij pendelaars.

Daarnaast was er ruimte voor creativiteit en confrontatie met de realiteit:

• De Spitstest (Aalst): Hierbij werden de auto en de fiets rechtstreeks vergeleken op drukke routes. De uitkomst wisten we misschien al langer, maar opnieuw werd duidelijk dat de fiets op korte afstanden vaak de snelste en meest efficiënte optie is.

• Dikke Duim (Heusden-Zolder): Een positieve actie waarbij het Circuit van Zolder werd beloond voor een uitstekende nieuwe fietsstalling, een sterk persmoment met de burgemeester als mooie extra.

• Protestactie Sint-Annatunnel (Antwerpen): Een kleine maar effectieve actie met muziek en croissants tegen het afsluiten van de roltrappen, die veel media-aandacht genereerde.

Sociale Impact en Educatie

De werking van heel wat lokale afdelingen had in 2025 een sterke sociale component. De fietslessen voor volwassenen, onder meer in Tienen en Lier, werden geprezen om hun grote impact op de persoonlijke vrijheid van deelnemers.

Op scholen werden talrijke fietscontroles uitgevoerd. Deze acties brachten echter ook een schrijnende realiteit aan het licht: de vaststelling van fietsarmoede. Vrijwilligers zagen dat veel kinderen op pad waren met fietsen die technisch totaal niet in orde waren, wat de noodzaak voor projecten zoals de Fietsbieb en "Fiets voor Iedereen" (o.a. in Kortenberg en Ieper) onderstreept. Ook inclusieve projecten zoals de Pareltjesroute in Arendonk, met rolstoel- en duofietsen, zorgden voor hartverwarmende contacten.

Communicatie en Vrijwilligerskracht

Achter deze acties staat een leger van vrijwilligers. De kernteams variëren in grootte van 3 tot 14 personen, ondersteund door een grotere groep losse medewerkers. De afdelingen communiceerden intensief via Facebook, Instagram en lokale nieuwsbrieven om hun achterban te informeren en te mobiliseren.

Hoewel er een grote bereidheid is om bij te leren via webinars over de nieuwe wegcode of websitebeheer, gaven sommige afdelingen aan dat het vinden van jonge instroom een uitdaging blijft. Desondanks is de motivatie groot, met creatieve eigen materialen zoals 3Dgeprinte "duimpjes" in Dendermonde en gepersonaliseerde spandoeken in diverse gemeenten.

Blik op 2026

De agenda voor 2026 staat al vol met nieuwe uitdagingen: van de opening van de fietsbrug in Wijnegem tot acties rond nieuwe schoolomgevingen en de verdere uitbouw van de Fietsbieb in diverse regio’s. De lokale afdelingen blijven hiermee de onmisbare stem die zorgt dat de fietser bovenaan de politieke agenda blijft staan.

“ Grote merci voor onze super vrijwilligers en het vele werk dat jullie verrichten!”

Fietsersbond 2025: Lokale impact & inzet in kaart

Team

& organisatie

Sterke lokale samenwerkingen

Afdelingen werken intensief samen met partners zoals de Gezinsbond, Natuurpunt en lokale scholen.

3 tot 13 kernvrijwilligers per afdeling

De meeste afdelingen draaien op een hechte groep die minstens drie keer per jaar actie voert.

Focus op professionalisering

Vrijwilligers volgen massaal vormingen over de nieuwe wegcode, websitebeheer en effectief lobbyen.

Beleid

& Publieksacties

Tot 44 lobby-activiteiten per jaar

Van het inkijken van gemeentelijke plannen tot het schrijven van scherpe knelpuntenrapporten.

Directe

impact op infrastructuur

Succesvolle signalering van problemen aan AWV, zoals gevaarlijke kruispunten op gewestwegen.

De 'Nationale Applausdag' als favoriet

Dé actie waarbij fietsers positief in de bloemetjes worden gezet voor hun mobiliteitskeuze.

Activiteitsgraad

Vergelijking Kernvrijwilligers Lobby-acties (2025)

Brussels regeerakkoord

Analyse

vanuit de Fietsersbond

Eindelijk. Eindelijk een regering, een samenwerking tussen 7 partijen die samen een meerderheid hebben. De nieuwe ministers, met Elke Van den Brandt opnieuw als minister van Mobiliteit en Verkeersveiligheid, kunnen eindelijk beleid voeren, richting geven.

Na 613 dagen in lopende zaken kraakte het systeem in zijn voegen, Brussel zat op zijn tandvlees. De ploeg uit de vorige legislatuur had geen meerderheid in het parlement en kon geen nieuw beleid voeren, geen nieuwe investeringen vastleggen of besparen. Hierdoor was de pauzeknop ingeduwd voor het gewestelijke fietsbeleid. Tot nu… ? De Fietsersbond ziet alvast heel wat positieve aanknopingspunten in het akkoord.

Good Move - What’s in a name?

Good Move, het regionaal mobiliteitsplan, was hét hete hangijzer. Verschillende partijen rond de onderhandelingstafel hadden in de verkiezingen campagne gevoerd tegen Good Move. Steevast ging de aandacht naar de circulatieplannen die in 2022 – 2023 erg controversieel waren.

De consensus luidt als volgt: We spreken niet langer over Good Move en het huidige plan zal grondig geëvalueerd en bijgestuurd worden. De circulatieplannen worden niet afgeschaft maar de nieuw op te starten plannen zullen op een kleinere perimeter worden geïmplementeerd. Hierbij wordt in de tekst gehamerd op vlotte doorstroming op transitwegen en economische toegankelijkheid. De Fietsersbond roept op om het breder plaatje niet uit het oog te verliezen. Kleine perimeter ja, maar met impact!

Middelen voor fietsinfrastructuur?

In ons memorandum was de vraag duidelijk: zet prioritair in op de realisatie van veilige en coherente fietsinfrastructuur.

© Wies Callens

Build it and they will come. Al is de logica in Brussel misschien ondertussen omgekeerd, het aantal fietsers blijft jaarlijks gemiddeld met 10% toenemen maar de fietsinfrastructuur is steeds meer ontoereikend.

Tijdens de vorige legislatuur werden heel wat belangrijke fietsinfrastructuurprojecten vergund: de Keizer Karellaan, een deel van de Ninoofse Steenweg, de heraanleg van het notoire zwarte punt Meiser, jawel, Place Misère. Wat nog ontbreekt: middelen toewijzen en eraan beginnen.

Uitgangsprincipes om op te bouwen

De Fietsersbond is tevreden dat het STOP-principe wordt herbevestigd. Dit is niet enkel een noodzakelijk inrichtingsprincipe, het geeft eveneens een duidelijke richting aan het mobiliteitsbeleid.

In de laatste versie van het akkoord is een belangrijke passage toegevoegd. Het gebruik van de fiets zal verder worden gestimuleerd en de daarvoor noodzakelijke ontwikkeling van kwaliteitsvolle infrastructuur zal worden voortgezet.

Fietsplezier

Tot slot, we willen graag een tweede autoloze zondag rond de datum van het Irisfeest, begin mei. Autoloze zondag is een hoogdag voor Brusselaars. Hoe goed zou het zijn als dit meer dan één keer per jaar zou plaatsvinden? Het is het moment dat we samen verbeelden hoe die stad er zou uitzien als we straten en pleinen zouden hebben waar kinderen zorgeloos kunnen spelen, als we echt plek hadden om te fietsen …

De Fietsersbond reikt van haar kant alvast de hand. De tijd van surplacen is voorbij, en avant!

“ De tijd van het surplacen is voorbij, en avant!.”

& SKI

Toerisme dat lokaal én duurzaam telt

In gesprek met Agathe Daudibon

Voor lezers van Veelo is het misschien vanzelfsprekend om in Europa op pad te gaan met de fiets of te voet. Wereldwijd is actief reizen, wandelen of fietsen tijdens je vakantie echter helemaal niet vanzelfsprekend. Hoewel duurzaam reizen in opmars is, blijft het voor veel vakantiegangers een uitzondering: het vliegtuig of de auto is nog steeds vaak de standaard.

Inge Smolders, directeur

Europa wil daar verandering in brengen. Al in 2020 startte de EU een strategie rond slimme en duurzame mobiliteit, met mijlpalen zoals de doelstelling om gezamenlijk vervoer over afstanden van minder dan 500 km binnen de EU tegen 2030 koolstofneutraal te laten zijn.

Ook de Active Tourism Coalition kan je binnen die inspanningen kaderen. Dit initiatief van de European Cyclists' Federation en partners heeft een helder doel: actieve en natuurgebonden vormen van toerisme zoals fietsen en wandelen, stevig op de kaart zetten binnen het Europese toerismebeleid. Volgens Agathe Daudibon, directeur EuroVelo en Cycling Tourism bij ECF, “is het belangrijkste probleem dat actief toerisme nog te versnipperd is en daardoor niet zichtbaar als een belangrijke sector. Dit willen we veranderen zodat het potentieel aan steun en investeringen stijgt.”

De coalitie wil vooral zorgen dat actief toerisme de erkenning krijgt die het verdient in de European Sustainable Tourism Strategy, die in het voorjaar van 2026 wordt verwacht. “Als actief toerisme zichtbaar wordt in beleid, wordt het aantrekkelijker voor investeringen in de toerismesector,” legt Agathe uit. Daarmee krijgt een versnipperd segment eindelijk een duidelijke stem en kan het uitgroeien tot een echte hoeksteen van Europees toerisme.

Hoewel actief toerisme nog vaak als niche wordt gezien, toont de coalitie dat het dat niet is. Fietsen en wandelen behoren immers al tot de populairste toeristische activiteiten. De coalitie benadrukt dat actief toerisme een volwaardige rol verdient binnen Europa en dat het kan bijdragen aan een positieve groei van het toerisme.

Een belangrijk aandachtspunt blijft echter de volledige mobiliteitsketen. Veel actieve toeristen reizen nog met vliegtuig of auto naar hun bestemming. De

coalitie stimuleert daarom de combinatie met openbaar vervoer, inclusief trein en binnenvaart en investeert in multimodale knooppunten en oplossingen voor de laatste kilometers. “Ook fietsen en andere uitrusting moeten gemakkelijk mee te nemen zijn,” zegt Agathe. Op die manier wordt actief toerisme zowel duurzaam als praktisch uitvoerbaar.

Lokale betrokkenheid vormt een andere pijler van de coalitie. Door geïntegreerde governance te promoten waarin lokale gemeenschappen, Destination Management Organisations, NGO’s en bedrijven

“ Goede routes, duidelijke bewegwijzering en integratie met vervoer maken fietsen een praktische optie voor bewoners en stimuleren een cultuur van duurzame mobiliteit.”

Ten slotte benadrukt Agathe dat investeringen in multifunctionele fietsroutes, zoals EuroVelo, niet alleen toeristen, maar ook lokale bewoners ten goede komen. “Goede routes, duidelijke bewegwijzering en integratie met vervoer maken fietsen een praktische optie voor bewoners en stimuleren een cultuur van duurzame mobiliteit,” zegt ze. Op die manier kan actief toerisme niet alleen vakantiegangers, maar ook lokale gemeenschappen versterken en bijdragen aan een groenere, gezondere samenleving.

Spring jij binnenkort ook op de fiets langs een van de vele EuroVelo of andere langeafstandsroutes? Laat het ons weten en misschien krijgt jouw verhaal ook wel een plekje in onze volgende Veelo!

Meer lezen?

samen beslissen, kunnen toeristische projecten meer aansluiten bij lokale noden en wensen. “Actief toerisme sluit goed aan bij lokale vrijetijdsaanbiedingen en mobiliteitsoplossingen,” legt Agathe uit, “en kan zo lokale stemmen een echte rol geven in toerisme projecten."

Ecologische grenzen worden eveneens serieus genomen. De coalitie erkent dat gevoelige gebieden beschermd moeten worden en promoot verantwoord bezoek, soms met beperkingen als dat nodig is. Tegelijkertijd focust ze op het spreiden van toerisme via lange- en korte

afstandsroutes, zodat bezoekersstromen in balans blijven en de druk op natuurgebieden afneemt.

Wat de financiering betreft, ziet Agathe infrastructuur als eerste prioriteit in het volgende EU-budget: goed uitgewerkte routes en knooppunten vormen de basis voor een duurzaam actief toeristisch aanbod. Tegelijkertijd zijn zachte maatregelen essentieel: sterke governance, lokale capaciteit, promotie en monitoring zorgen ervoor dat het ecosysteem van actief toerisme ook op lange termijn functioneert.

Eurovelo: ECF en actief tourisme coalitie

Europese strategie voor duurzame mobiliteit

‘k Vraag het aan de Fietsersbond

Het is een prachtige nazomerdag. Ideale omstandigheden voor een fietstocht. Mijn man en ik volgen het jaagpad en steken de grens met Wallonië over. Tot plots … ik abrupt ten val kwam over ferm uitstekende boomwortels. Er waren geen verkeersborden of er was geen enkele signalisatie die aangaf dat het jaagpad in slechte staat was.

De val was erg, net zoals de gevolgen. We willen de diensten verantwoordelijk voor het onderhoud van het jaagpad aanklagen. De financiële schade kan dan vergoed worden. Maar vooral, we willen ook andere mensen behoeden voor gevaar en wijzen op het belang van goed onderhouden fietswegen.

Schade aantonen

Kom je ten val door de slechte staat van de weg of het fietspad, of tijdens wegenwerken, en is die val direct te wijten aan

tekortkomingen van de wegbeheerder, dan heb je als fietser recht op een schadevergoeding.

• De schade moet objectief vastgelegd zijn. Neem foto’s en laat indien mogelijk een PV opstellen door de politie. Ook een eventuele getuige die je verhaal kan staven kan een grote meerwaarde zijn.

• Je kan aantonen dat de schade een direct gevolg is van de slechte staat van de weginfrastructuur.

Wie is de wegbeheerder?

Wie is de wegbeheerder verantwoordelijk voor de inrichting, het onderhoud en de veiligheid? Toegegeven, dat is niet altijd even gemakkelijk.

Rij je op een grote verbindingsweg, een grote baan tussen dorpskernen, een oude steenweg … dan is de kans groot dat het hier om een gewestweg gaat. Deze worden beheerd door de gewestelijke administraties. In Vlaanderen is dat het Agentschap Wegen en Verkeer, in het Brussels Gewest Brussel Mobiliteit en in Wallonië de SPW Mobilité et Infrastructures.

Dan heb je de lokale wegen. De overgrote meerderheid van de fietspaden en straten worden beheerd door de gemeente waarin je fietst. Heb je een put in de weg in een dorpskern? Dan is de kans groot dat je bij de gemeente moet zijn.

En dan heb je de ‘speciale gevallen’. De Vlaamse waterweg beheert de jaagpaden in Vlaanderen. Dan is er nog Infrabel voor de spoorwegovergangen en het Agentschap Natuur en Bos voor de onverharde en halfverharde fietspaden in bossen en natuurgebieden. En wat met de fietssnelwegen? Hier neemt de provincie vaak een groot deel van het onderhoud voor haar rekening.

Schadedossier opstarten

Er is aantoonbare schade die een direct gevolg is van de slechte staat van de weg én je kent de wegbeheerder, dan kan je je schadedossier opstarten. Wees zo volledig mogelijk. Ben je verzekerd?

Paaltje Wetstraat, © Thomas Deweer

Schakel dan je verzekeraar zeker in om je claim te versterken.

Recht op

Een wegbeheerder moet de goede staat van de weg garanderen, zo simpel is dat. Als een wegbeheerder zijn verantwoordelijkheid niet neemt, dan heeft het indienen van een schadedossier impact. Een gevaarlijke put in de weg die na al die jaren plots wel wordt hersteld omdat iemand een klacht heeft ingediend. De voorbeelden zijn legio. Daarom, leg klacht neer, je hebt er recht op én bovenal, je helpt er andere fietsers mee!

Agentschap

Wegen en Verkeer: Vlaamse Waterweg: Brussel Mobiliteit:

Gemeente: Ook op de websites van verschillende gemeenten kan je een mailadres of online formulier terugvinden. Indien er geen informatie is, raden we aan om een aangetekende brief op te sturen.

Ondersteuning nodig?

Neem contact op met je lokale afdeling of beleid@fietsersbond.be

Zo licht* dat je vergeet hoe sterk hij is

*14,5 kg zonder pedalen, 160 kg max. systeemgewicht

Rohler BLT WE
SCAN SCAN SCAN

Verkeersveiligheid

Een doordeweekse ochtend, netjes op het fietspad, alles volgens het boekje: bijna raak. Een auto die “eventjes” afslaat, een bestuurder die me pas ziet als ik al op de rem hang, een hartslag die sneller gaat dan mijn trapfrequentie. Het soort moment dat je ’s avonds aan tafel vertelt met veel armgebaren en dat daarna verdwijnt alsof het nooit gebeurd is.

Daar wringt het: we tellen vooral wat fout afloopt, niet wat nét goed afloopt. Bijna-ongevallen zitten niet in onze officiële statistieken. Nochtans zijn ze vaak de beste indicator voor waar het binnenkort wél kan misgaan. Als we verkeersveiligheid serieus nemen, moeten we dus niet alleen kijken naar de doden en zwaargewonden, maar ook naar de omstandigheden die die veroorzaken.

Een plan dat de juiste problemen ziet

Vlaanderen heeft met het Verkeersveiligheidsplan 2026-2030 een document op tafel gelegd dat veel juiste dingen benoemt. Vision Zero blijft het uitgangspunt: niemand mag nog sterven of zwaargewond raken in het verkeer. Het plan vertrekt van de bekende 5 E’s (engineering, education, enforcement, engagement en evaluatie) en erkent dat

Wies Callens, beleidsverantwoordelijke en woordvoerder

verkeersveiligheid geen losse maatregel is, maar een systeemaanpak.

Belangrijk: fietsers staan niet langer in de marge. Integendeel. Het plan is opvallend helder over de uitdaging: Vlaanderen is echt wel veiliger geworden (het risico per afgelegde kilometer is gedaald), maar het aandeel fietsers in de verkeersdoden daalt niet snel genoeg, en de doelstellingen tegen 2030 voor dode en zwaargewonde fietsers zijn moeilijk haalbaar zonder extra versnelling.

“ Verkeersveiligheid vergt een systeemaanpak.”

Dat is logisch. Er wordt meer en langer gefietst en dat is maatschappelijke winst. Maar dan moet het systeem mee veranderen: snelheid, ruimte, kruispunten, handhaving, onderhoud en opleiding. Anders krijg je meer fietsers in hetzelfde onveilige kader.

Oudere fietsers: mobiliteit mogelijk maken, niet “beschermen”

Een tweede trend is al even duidelijk: oudere fietsers worden zichtbaarder in ongevallenstatistieken. Dat hoeft niet te verbazen. We leven langer, blijven langer actief en e-bikes maken fietsen toegankelijker. Dat is goed nieuws, tenzij de infrastructuur en verkeerscultuur blijven vertrekken van de norm “snel, assertief en conflictbestendig”.

Druk autoverkeer op een fietsroute in Molenbeek, © Thomas Deweer

De les die we in Nederland al jaren zien, is dat verkeersveiligheid voor oudere fietsers vooral gaat over vergevingsgezinde ontwerpen: conflictvrije kruispunten waar mogelijk, leesbare en voorspelbare inrichting, minder snelheidsverschillen, bredere en kwalitatieve fietspaden, en onderhoud dat niet pas komt na klachten maar vóór het misgaat. Het gaat niet over een kwetsbare groep “onder een stolp zetten”, maar over een verkeer dat werkt voor 8 tot 80+.

De beleidsarchitectuur: sterk op papier, kwetsbaar in uitvoering

Het Vlaamse plan schuift verschillende maatregelen naar voren: een verkeersveiligheidspact met lokale besturen, (rechtvaardige) snelheidshandhaving, betere opleiding en opvolging, aandacht voor voetgangers, micromobiliteit, data en monitoring.

Maar wie al vaker plannen zag passeren, weet dat de echte test in de uitvoering

zit. Het MORA-advies is daar nuchter over: de governance wordt breder en er is een stuurgroep, maar er blijven onduidelijkheden over rollen, werkgroepen en vooral de vertaalslag naar concrete, meetbare acties op het terrein. De vraag is dus niet “staat het erin?”, maar “wie gaat het doen, en wanneer merken fietsers het?”.

© wies callens, Brussel

Masterplan Fiets en Verkeersveiligheidsplan: één verhaal of twee documenten die naar elkaar wijzen Op Vlaams niveau is er nog een specifieke valkuil: het verkeer wordt niet veiliger van beleidsdocumenten die elkaar als voetnoot gebruiken. Het verkeersveiligheidsplan wil afstemmen met andere plannen, waaronder het Masterplan Fiets. Logisch. Maar die afstemming moet meer zijn dan “zie elders”. Anders krijg je een cirkelredenering: fietsveiligheid wordt doorgeschoven naar het fietsplan, en het fietsplan verwijst terug naar het verkeersveiligheidsplan. Ook de MORA waarschuwt voor dat risico.

Voor fietsers is het net de samenhang die telt: veilige routes, veilige kruispunten, lagere snelheden waar gemengd verkeer blijft, én consequente handhaving. Losse fiches maken geen veilige verplaatsing.

En dan: middelen.

Altijd weer de middelen.

Het plan bevat wel budgettaire signalen, bijvoorbeeld investeringen in veilige fietspaden en een verhoging van het Fietsfonds vanaf 2026. Maar tegelijk blijft het wachten op de harde duidelijkheid: wat is nieuw geld, wat is herverpakking, hoe wordt het pact met gemeenten gefinancierd, en hoe vermijden we dat “veiligheid” in praktijk vaak eindigt als verf en signalisatie?

Federaal: nieuw plan op komst, maar timing en keuzes worden cruciaal Federaal loopt intussen een traject naar een nieuw Verkeersveiligheidsplan 20262030, in aanloop naar de Staten-Generaal in 2026, met ook een interfederaal luik. Dat is relevant voor fietsers: regelgeving, handhaving, vervolging en dataregistratie zitten (deels) federaal. Als we bijnaongevallen niet meten, als crashdata versnipperd blijven of als handhaving niet slim en consequent is, blijft het dweilen

met de kraan open, ook met de beste Vlaamse plannen.

Wat er de komende jaren “aan zit te komen”

De richting is hoopgevend: de diagnose is scherper, fietsers staan centraal, en de ambitie is helder. Maar de komende jaren gaan draaien rond één simpele vraag: wordt verkeersveiligheid beleid met tanden, of beleid met bijlagen? Voor de Fietsersbond is het antwoord niet vrijblijvend: we volgen deze dossiers van

dichtbij, in de Vlaamse stuurgroep en in de federale commissie. Niet om plannen te verzamelen, maar om te zorgen dat ze landen — op straat, op kruispunten, en op de trajecten waar die bijna-ongevallen vandaag nog stilletjes verdwijnen.

“ De vraag is dus niet “staat het erin?”, maar “wie gaat het doen, en wanneer merken fietsers het?”.

Onduidelijke verkeerssituatie, © Wies Callens

Jouw fietsagenda voor 2026!

30/04/2026 Inspiratiedag NDM Sint-Niklaas

25/04/2026 Fietsersbond Bad Brussel

09/05/2026 Fietsersbond Bad Gent

23/05/2026 Fietsersbond Bad Antwerpen

26-29/05/2026 Kinderfietstelling Vlaanderen

30/05/2026 Fietsersbond Bad Hasselt

02/06/2026 Fietscongres VSV Antwerpen

03/06/2026 Wereldfietsdag

06/06/2026 Fietsersbond Bad Oostende

Het fietsapplaus en de ledendag/algemene vergadering is de start voor een boeiend Fietsersbondvoorjaar. We geven een aantal presentaties van onze projecten op studiedagen en congressen.

Op de Inspiratiedag van NDM kan je meer te weten komen over hoffelijkheid en verkeersveiligheid en over inclusieve deelmobiliteit in sessies waar we als Fietsersbond aan meewerken. Op het Fietscongres van VSV werken we verder met ons beleidsthema "snel graag traag" (dat nog steeds actueel en nodig blijft) en hebben we het ook over gedeeld fietsplezier. Nog dit voorjaar mogen we ook op het podium van Velo City in Rimini een lezing geven over media en hoe die soms meer polariseren en problematiseren dan bijdragen aan een echt vanzelfsprekend fietsklimaat.

Naast de Kinderfietstelling (zie elders in deze Veelo) zetten we ook een nieuwe vorming en uitwisseling op: ons Fietsersbond Bad. Vijf keer op zaterdagvoormiddag, in elke provincie de mogelijkheid om je echt onder te dompelen in waar we als Fietsersbond voor staan, hoe je plannen beter kan interpreteren en er de check met het vademecum fietsvoorzieningen op los laat. Wil je meewerken in een lokale afdelingen of ben je als afdeling op zoek naar meer achtergrond en nieuwe inzichten? Kom dan zeker langs en geniet van een deugddoend fietsbad.

Noteer deze data en trap mee richting een fietsvriendelijke toekomst!

FIETSVAKANTIES IN EUROPA

VANUIT VAST VERBLIJF

MET BAGAGEVERVOER

MET E-BIKE OF HYBRIDE FIETS

ONTDEK ONZE FIETSVAKANTIES

Bij vdk bank zit je drie keer goed voor je zichtrekening.

voor jezelf voor je geld voor als je graag trakteert; nu het eerste jaar gratis

Tipjes van de fietssluier

De Fietsersbond verzamelde vijf tips om met de fiets te doen, te beleven of naartoe te trappen dit voorjaar. Geniet ervan !

Doe

Help mee om kinderen zichtbaar te maken. Zet je afdeling of jezelf in voor één ochtend in mei. Verzamel een klein team, kies een goede plek, en tel mee. Want kinderen op de fiets? Die horen thuis in het straatbeeld. En met jouw hulp maken we dat letterlijk meetbaar.

Meer info en inschrijven:

Luister

Active Towns publiceert wekelijks een nieuwe podcast met als thema mensen, plaatsen en tools om meer actieve mobiliteit mogelijk te maken. Alle afleveringen zijn meer dan de moeite om te beluisteren. Hier de aflevering met Melissa Bruntlett rond haar nieuwste boek. Geniet ervan. https://activetowns.transistor.fm/episodes/women-changing-cities-w-melissa-chris-bruntlett

Lees

Cities for people, Jan Gehl.

Een klassieker, een standaardwerk, waarin Jan Gehl laat zien hoe je steden weer maakt op menselijke maat: ontworpen voor wat mensen écht doen op straat, niet voor wat auto’s nodig hebben. Hij vertrekt van vier simpele doelen voor goede stadsplanning: levendig, veilig, duurzaam en gezond. Bonus:een berg foto’s en schetsen die het meteen concreet maken. Te leen in de plaatselijke bibliotheek.

Kijk

De beste manier om een nieuwe stad te ontdekken? Met de fiets natuurlijk, daar moeten we jullie niet meer van overtuigen. Waar je op moet letten als je dat wil doen in een stad waar je nog nooit was? Check deze film en geniet van alle praktische uitleg.

https://www.youtube.com/watch?v=Vd2OwKWRth8

Fiets

Fiets mee met het Velotour Festival! Een driedaagse fietstocht doorheen België in het eerste weekend van mei. Wacht niet te lang om je in te schrijven!

https://velotourfestival.be/nl.html

SCAN
SCAN
Hoeveel kinderen tel je hier? Tel mee met de Kinder-fiets-telling!

Veelo

Driemaandelijks tijdschrift van de Fietsersbond nr. 124 | Lente 2026

P708377 | Afgiftekantoor: Gent X

V.U.: Inge Smolders

Oude Graanmarkt 63

1000 Brussel

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Veelo Magazine 124 - Lente 2026 by Fietsersbond - Issuu