Issuu on Google+

Fiat Justitia Uitgegeven door de Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam

Jaargang 23, nummer 2 | februari 2011

Juridische Masterspecial Met een overzicht van de juridische masters van Nederlandse universiteiten en de visies op het hoger onderwijs van D66, PvdA en VVD Interviews met Jan Peter Balkenende Oud-premier

“OP ZOEK NAAR BUSINESS AS UNUSUAL?�

Victor Muller CEO Spyker Cars NV Dion Bartels Oud-advocaat en ondernemer Harry Mens Presentator RTL Business Class

Deel daar in een sterke oneliner je visie op je vak en win een trip naar Burning Man in de Amerikaanse Black Rock desert.

nummer 2 | februari 2011

www.boekeldeneree.com/daagtjeuit

Ondernemerschap


WIL JE BIJ EEN KANTOOR WERKEN DAT IN DE TOP 3 STAAT OF BRENG JE HET ER LIEVER ZELF NAAR TOE?

Maartje Paumen Topscorer Nederlands hockeyelftal

PLAY TO WIN

YOU MATTER

YOUMATTER.NU

BANNING werkt met ruim 80 advocaten op vestigingen in ’s-Hertogenbosch en Rotterdam. www.werkenbijbanning.nl


iNH O U D

9

22

30

Juridische Masterspecial

Interview Jan Peter Balkenende

Interview Victor Muller

Met een overzicht van de juridische masters van Nederlandse universiteiten

ceO Spyker cars NV

Oud-premier

“Ik kijk uit naar de contacten met studenten”

“Het Nederlandse ondernemersklimaat is net zo goed als het weer: waardeloos”

36

45

50

Interview Dion Bartels

Interview Ted Langenbach

Interview Meiny Prins

ud-advocaat en O ondernemer

otterdamse r partygoeroe

Z akenvrouw van het Jaar 2009

“Fraude is van alle tijden; mensen zullen altijd bedrogen worden”

“Rotterdam is ‘Teheran aan de Maas’ geworden”

“De echtheid van je onderneming gaat steeds zwaarder wegen”

52

56

58

Interview Harry Mens

Opinie Grimbert Rost van Tonningen

Interview Ard van der Steur

presentator rtL Business class

“Je leert het vak op straat, met vallen en opstaan”

Ondernemerschap anno 2011

t weede Kamerlid VVD

“Het is een misvatting dat een Kamerlid elke dag op de markt moet staan om te praten met burgers”

en verder 5 Hoofdredactioneel • 7 Voorwoord Maarten Kroeze, decaan erasmus School of Law • 11 Juridische masterspecial Anne-wil Lucas, tweede Kamerlid VVD • 16 Juridische masterspecial Boris van der Ham, tweede Kamerlid D66 • 20 Juridische masterspecial tanja Jadnanansing, tweede Kamerlid pvdA • 24 Artikel Ondernemerschap en de grenzen die het financieel toezichtsrecht daaraan stelt Steven Hijink • 28 een dag uit het leven van… • 40 Artikel Ondernemerschap en ondernemingsrecht Maarten Verbrugh • 62 Boeken en films • 65 Nieuws en agenda • 66 De rechter door Jesse van Muylwijck

Fiat Justitia februari 2011

3


Je bent derde- of vierdejaars rechtenstudent en je hebt ambitie. Dan schrijf je je in voor de vijfdaagse Masterclass van 10 tot en met 16 mei 2011 op ons kantoor in

STBB2NY

New York. Want daar pak je tijdens workshops samen met ons zaken aan binnen

een breed scala van rechtsgebieden en leer je onze internationale rechtspraktijk beter kennen. En natuurlijk laat je de stad zelf ook niet links liggen. Kortom, net als vorig jaar, vijf dagen ‘work hard, play hard’ in New York. Schrijf je voor 14 maart 2011 in via onze website www.werkenbijstibbe.nl


VOOrwO O r D

Colofon Fiat Justitia is het verenigingsblad van de Juridische Faculteitsvereniging rotterdam en verschijnt vijfmaal per jaar. Jaargang 23 Nummer 2 Februari 2011

Hoofdredacteur Leendert Kloot

Redactie che Brandes-tuka Liselotte postma Mark putting tatjana van der Sluis Loes Stevens Una Vojinovic

Eindredactie Lorenzo Favetta Netty van Megen tina Muller Stef Schuthof

Waarde lezer, Wie van u is afwezig op het internet? Met andere woorden: wie van u is niet actief op een sociaal netwerk? De kans is groot dat ik lang moet zoeken voordat ik zo iemand vind. Uit recent onderzoek blijkt namelijk dat 91% van de Nederlandse jongeren in de leeftijdscategorie van 16 tot 25 jaar, actief is op sociale netwerken. Daarmee hoeft de jonge internetter alleen Polen voor zich te dulden in de Europese Unie. Van de Poolse jongeren heeft 94% een account. De kans dat u een Roemeen op Facebook tegenkomt, is overigens het kleinst; daar heeft slechts ruim 60% van de jongeren een profiel op internet, het laagste percentage van de EU. In 2004 werd Hyves opgericht, het grootste online vriendennetwerk van Nederland met zo’n 12 miljoen accounts. Hyves is met name populair bij jongeren of zelfs kinderen. U kent het wel; je hoeft nooit lang te zoeken om op profielfoto’s te stuiten van ‘vrienden’ in de badkamer of op de slaapkamer, geportretteerd met de telefoon. Dergelijke foto’s, al dan niet voorzien van een stoere pose, kunnen altijd rekenen op veel respect. En wie een foto respecteert, kan respect terugverwachten. Die tijden zijn nu voorbij, want met Hyves tel je niet meer mee. Opdoeken dat account! Wie daarentegen wil meetellen, moet een account op Facebook hebben. Hoewel Facebook in Nederland vooralsnog zo’n vier keer kleiner is dan Hyves, is de opmars ervan niet te stuiten. Het lijkt een kwestie van tijd voordat Facebook een permanente zetel krijgt in de VN Veiligheidsraad en mag aanschuiven bij de G20. Dat laatste is flauw, maar Facebook is wereldwijd vertegenwoordigd met een half miljard gebruikers. Het probleem echter met Facebook (en Hyves) is de scheiding tussen privé en ‘zakelijk’. De dronken vakantiefoto’s doen het altijd goed, evenals de statusupdates van mensen die verzuchten dat zij te diep in het glaasje hebben gekeken en ‘al’ om 11:00 uur college hebben. Weliswaar leuk voor je vrienden, maar geen visitekaartje aan een toekomstige werkgever. Voor zakelijk gebruik is Facebook dus niet geschikt.

Ontwerp en vormgeving Boom & van Ketel grafimedia

Druk & Lithografie Boom & van Ketel grafimedia

Oplage 15.000 exemplaren

Reacties kunnen naar: Juridische Faculteitsvereniging rotterdam (JFr) t.a.v. redactie Fiat Justitia

Is er dan wel een mogelijkheid om je online te profileren op de juiste manier? Ja, die is er met LinkedIn. Van de wereldwijd 80 miljoen LinkedIn-gebruikers neemt Nederland er 2 miljoen voor zijn rekening. Hoewel LinkedIn met een gemiddelde gebruiker van 41 jaar oud geen hotspot is voor studenten, kan het geen kwaad om nu alvast een account aan te maken; iets dat veel studenten nog niet hebben. Veel tijd hoeft het niet te kosten; eenmalig vult u in wat u studeert, of u een bijbaan hebt en wat u verder waard vindt te vermelden. Een serieuze profielfoto maakt het account af. En dan kunt u aan de slag met het opbouwen van een netwerk. Daarvan kunt u profiteren als uw connecties na hun studie aan het werk gaan en uw netwerk zich verspreidt; zonder dat u zich eerst door pagina’s vol foto’s van dronkenlappen hoeft te worstelen. Veel leesplezier toegewenst in deze Meesterweekeditie.

postbus 1738, 3000 Dr rotterdam internet: www.jfr.nl e-mail: hoofdredacteur@jfr.nl twitter: @JFrfiatjustitia

48e Bestuur der Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam Karl van de Vijver – Voorzitter Simone van gestel – Vicevoorzitter/Secretaris Vincent reijnen – Penningmeester Asefeh Abbas Zadeh – Commissaris Interne Betrekkingen Joost Kool – Commissaris Externe Betrekkingen Leendert Kloot – Hoofdredacteur Fiat Justitia tina Muller – Commissaris Marketing

Leendert Kloot Hoofdredacteur Fiat Justitia

Fiat Justitia februari 2011

5


Master the class

Op 14 t/m 16 april krijgen 24 toptalenten de kans zich uit te leven tijdens onze Masterclass. Ben je 3 e- of 4e jaars rechtenstudent? Wil je advocaat, fiscalist of notaris worden? En kun je een case meesterlijk oplossen? Meld je dan vóór 28 februari 2011 aan via werkenbijnautadutilh.nl.

advOcatEn • nOtarissEn • BElastingadvisEurs amsterdam Brussel londen luxemburg new York rotterdam

room for you


VOOrwO O r D

Met dank aan: Jan peter Balkenende, Dion Bartels, erasmus School of Law, Boris van der Ham, Steven Hijink, tanja Jadnanansing, ted Langenbach, Anne-wil Lucas, Harry Mens, Victor Muller, Meiny prins, grimbert rost van tonningen, Liesbeth Slappendel, Ard van der Steur, Stichting Meesterweek, Maarten Verbrugh

Met dank aan de partners: ploum Lodder princen (hoofdpartner), AKD, Allen & Overy, Boekel De Nerée, Kennedy Van der Laan, NautaDutilh,Simmons & Simmons, Stibbe

Met dank aan de sponsoren: ploum Lodder princen, Allen & Overy, Ars Aequi, BANNiNg, BASe, Boekel De Nerée, De Brauw Blackstone westbroek, DLA piper, erasmus Universiteit rotterdam, Maastricht University, NautaDutilh, radboud Universiteit Nijmegen,

Geachte lezer, De Erasmus Universiteit is uit ondernemerschap ontstaan. Het waren Rotterdamse ondernemers die erin slaagden om in 1913 tot oprichting te komen van de Nederlandsche Handels-Hoogeschool, later gewijzigd in de Nederlandsche Economische Hoogeschool en weer later gewijzigd in de Erasmus Universiteit. De voorloper van de Erasmus Universiteit vond in ondernemerschap bovendien haar bestaansgrond. De Handels-Hoogeschool zou volgens de oprichters ten doel moeten hebben om ‘aan toekomstige kooplieden de noodige theoretische koopmanskennis te verschaffen, die zij later in de praktijk zullen noodig hebben’. Daarnaast moest de nieuwe instelling hen in staat stellen ‘eene zekere mate van algemeene ontwikkeling op te doen, die hun later niet alleen als koopman, maar ook als mensch en staatsburger ten goede zal komen’. Wat opvalt, is dat de hogeschool in haar curriculum veel aandacht schonk aan het recht. Het burgerlijk recht, het procesrecht, het handelsrecht en het faillissementsrecht waren de kernvakken waar toekomstige ondernemers kennis van moesten nemen. De hogeschool heeft van meet af aan juridische hoogleraren benoemd. De eerste was prof. Nauta. Na hem hebben eminente juristen als prof. Drucker, prof. Bregstein, prof. Houwing en prof. Drion de juridische opleiding van de toekomstige ondernemersklasse van Nederland ter hand genomen. De studenten die vandaag de dag bedrijfskunde of economie studeren in Rotterdam verwerven nog slechts een fractie van de juridische kennis van hun voorgangers.

rijksuniversiteit groningen, Stibbe, Stichting Meesterwerk, tilburg University

Adverteren in de Fiat Justitia? Dan kunt u contact opnemen met Joost Kool (comextern@jfr.nl / 010 – 408 17 94)

Bereik Fiat Justitia wordt verspreid onder de leden van de Juridische Faculteitsvereniging rotterdam (JFr), studenten van de erasmus Universiteit rotterdam (eUr) en medewerkers van de erasmus School of Law (eSL) van de eUr. Daarnaast vindt verspreiding plaats onder verscheidene advocatenkantoren.

Lidmaatschap of abonnement Het lidmaatschap van de JFr bedraagt 18 euro per jaar en geldt tot schriftelijke wederopzegging (vóór de maand augustus van het daarop volgende collegejaar). Bij dit bedrag is voor studenten een lidmaatschap van een dispuut naar keuze inbegrepen. Leden ontvangen vijf maal per collegejaar Fiat Justitia thuis. een abonnement staat ook open voor niet-leden: door overmaking van 18 euro op bankrekening 50.15.50.666 ten name van JFr, Burgemeester Oudlaan 50, 3062 pA rotterdam. U krijgt Fiat Justitia dan een jaar lang thuisgestuurd. Fiat Justitia iSSN 1566-7375 Niets uit deze opgave mag worden overgenomen en/of worden vermenigvuldigd zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de redactie.

Rotterdamse juridische hoogleraren hebben altijd aandacht besteed aan ondernemerschap. Ik citeer bijvoorbeeld de hiervoor genoemde prof. Nauta: “Den loop der gebeurtenissen doorgronden, zijn tijd kennen, snel besluiten, kloek durven, zijn eenige van de vele eigenschappen, waaraan een goed koopman behoort te voldoen.” Geheel in traditie schreef zijn indirecte Rotterdamse opvolger prof. Assink in 2010 dat ondernemerschap een scherp oog vereist “voor ontwikkelingen die anderen nog niet waarnemen, het kunnen denken buiten de gebaande paden, de bereidheid ongecultiveerd gebied te betreden en de kracht om daadwerkelijk tegen de stroom in te zwemmen.” Ondernemen is “een meer intuïtieve aangelegenheid, een kwestie van Fingerspitzengefühl, voor zover het de capaciteit vereist om zonder uitgewerkte verifieerbaar logische onderbouwing – voor zover dat al kan, bestaat daarvoor veelal de tijd niet – maar op gevoel en ervaring dergelijke vernieuwingen te ontwaren en te benutten.” In de tijd tussen de benoeming van Nauta in 1913 en Assink in 2009 hebben vele Rotterdamse juristen hun wetenschappelijke inspiratie ontleend aan ondernemen en ondernemerschap. In die zin is er niets veranderd. Zo hebben de rede van prof. Sanders over de Europese vennootschap (1959), het compendium van het ondernemingsrecht van prof. Slagter (vanaf 1968), de rede van prof. Honée over commissarissen (1989) en de rede van prof. Timmerman over de grondslagen van het ondernemingsrecht (2008) nog niets aan belang ingeboet. Wat wel veranderd is in de loop der jaren is het doel van al die verhandelingen. Niet langer verschaffen zij ‘de noodige theoretische koopmanskennis aan toekomstige kooplieden’. Gelukkig stellen zij onze studenten nog steeds in staat ‘eene zekere mate van algemeene ontwikkeling op te doen, die hun later (…) als mensch en staatsburger ten goede zal komen’. Aan dat doel draagt ook lezing van dit themanummer bij. Veel leesplezier! Maarten Kroeze Decaan Erasmus School of Law

Fiat Justitia februari 2011

7


Allen & Overy Amsterdam is een kwalitatief hoogstaand advocatenkantoor, met gedegen kennis van de lokale markt, ruime ervaring in het Europese recht en met een groot internationaal bereik. Het kantoor biedt eersteklas juridische dienstverlening aan beursgenoteerde en grote niet-beursgenoteerde ondernemingen, financiële instellingen, overheidsinstanties en maatschappelijke organisaties. Onze full service (advies-, geschillen- en transactie-)praktijk kent een scala aan specialismen zoals het Arbeidsrecht, Bank- en Effectenrecht, Belastingrecht, Bestuursrecht, Communicatie-, Media- en Technologierecht, Intellectueel Eigendomsrecht, Mededingingsrecht, Gereguleerde markten en Overheid, Ondernemingsrecht, Onroerend Goed en Procesrecht en Arbitrage. Vanuit het stijlvolle pand aan de Apollolaan beoefenen zo’n 220 advocaten, notarissen en fiscalisten de nationale en internationale rechtspraktijk. Zij worden hierin ondersteund door 180 medewerkers. Het Amsterdamse kantoor maakt integraal deel uit van een breed internationaal netwerk dat bestaat uit 36 vestigingen in 26 landen in Europa, Azië, de Verenigde Staten, Zuid Amerika en het Midden-Oosten. Wereldwijd werken er meer dan 5000 mensen bij Allen & Overy. Werken bij Allen & Overy

Als advocaat-stagiaire, kandidaat-notaris of fiscalist werk je in een team onder leiding van een partner. Als advocaat-stagiaire wissel je in de eerste drie jaar van je opleiding één keer van praktijkgroep. Zo volg je de opleiding in een procespraktijk en in een transactiepraktijk. Hierbij wordt uiteraard rekening gehouden met je persoonlijke wensen. In aanvulling op deze beroepsopleiding biedt Allen & Overy een trainingstraject van interne en externe opleidingen voor elke fase van je 8

Fiat Justitia februari 2011

loopbaan. Allen & Overy neemt deel aan de Law Firm School.

Stagemogelijkheden

Allen & Overy biedt je de kans om 2 maanden een studentstage te lopen op een praktijkgroep van jouw keuze. Daarnaast is het mogelijk om een scriptiestage te lopen. Deze stage duurt 3 maanden; 2 maanden werk je mee op de praktijkgroep en een maand krijg je de gelegenheid om je scriptie te schrijven.

Global Apollo Experience

Een andere mogelijkheid om met de commerciële advocatuur kennis te maken is deelname aan onze jaarlijks terugkerende business course de Global Apollo Experience. Dit programma is niet fulltime en daarom goed te combineren met je bachelor of master opleiding. In totaal volg je 10 colleges en 5 vaardigheidstrainingen bij ons op kantoor in de loop van vijf maanden. Eens in de twee weken krijg je op maandagmiddag een college van een van onze partners waarbij je kennis maakt met al onze praktijkgroepen. Tevens krijg je een keer in de maand op vrijdagmiddag een vaardigheidstraining waaronder presentatietechnieken. Naast de colleges en trainingen werk je in je eigen tijd samen met een groepje van 3 studenten aan een fictieve internationale overname in competitie tegen de andere groepjes. De closing vindt plaats tijdens een vijfdaags verblijf in het buitenland. De Global Apollo Experience is bedoeld voor 3e en 4e jaars rechtenstudenten en is tevens bedoeld voor fiscale en notariële studenten. Kijk voor meer informatie over bovenstaande mogelijkheden om kennis te maken met Allen & Overy op de website www.businesswiseadvocaten.nl Tevens kun je contact opnemen met Anna Regina Ybema (recruitment) telefoon: 020-6741708 of per mail: annaregina.ybema@allenovery.com


februari 2011

Juridische Masterspecial

Inhoudsopgave

10 11 12 13 14 15

Overzicht tilburg University De visie van Anne-wil Lucas (VVD) Overzicht rijksuniversiteit groningen Studentverslag rijksuniversiteit groningen Overzicht erasmus Universiteit rotterdam profiel rijksuniversiteit groningen en erasmus Universiteit rotterdam

16 17 18

19 20

De visie van Boris van der Ham (D66) Overzicht Maastricht University profiel Maastricht University en radboud Universiteit Nijmegen Overzicht radboud Universiteit Nijmegen De visie van tanja Jadnanansing (pvdA)


10

Fiat Justitia februari 2011


Sp e c i A L

Laat studie beter aansluiten op de arbeidsmarkt Aldus de VVD

Het lijkt erop dat de student in veel gevallen het doel van de studie, een betere kans op de arbeidsmarkt, volledig uit het oog is verloren. Studeren moet vooral leuk zijn. Als de studie toch niet ‘zo leuk’ is, wordt er geswitcht, met alle vertraging en kosten van dien. En pas in de laatste maanden van de studie komt bij de meeste studenten de vraag op: wat kan ik eigenlijk met deze studie? Auteur: Anne-Wil Lucas

I Anne-Wil Lucas Tweede Kamerlid VVD

k wil daarom de arbeidsmarktoriëntatie hoger op de politieke agenda hebben. Nu zitten de universiteiten en hoge scholen als een soort schot tussen student en toekomstige werkgever. Door de autonomie van de instellingen bepalen zij in grote mate wat de student leert en met welke kennis en kunde zij de arbeidsmarkt op komen.

Mijn voorstel is daarom om bij de introductie van het sociaal leenstelsel voor de masterfase, ook het fenomeen ‘scholarships’ te introduceren in Nederland. Voor studenten wordt sponsoring interessant omdat vanaf dan de masterfase niet meer door de overheid gesponsord wordt. Bedrijven die de masterfase van een student betalen en daarmee eerder met de student in aanraking komen en aan zich kunnen binden als toekomstige werknemer. De voordelen van deze scholarships zijn legio. Allereerst lokt het excellentie uit. Studenten willen natuurlijk graag hun master gesponsord zien, dus er zal concurrentie ontstaan tussen studenten om een scholarship te bemachtigen. De verstrekker van de scholarship kan zelf bepalen op basis van welke selectiecriteria hij een begunstigde kiest: cijferlijst, motivatie, of bijvoorbeeld de student die het best past binnen het bedrijf en na zijn studie daar wil komen werken. De universiteit Maastricht betaalt haar top 3% van studenten van bepaalde studierichtingen het collegegeld terug. Dan loont het dus om de beste te zijn! De scholarships moeten dezelfde prikkel tot uitblinken geven.

Studenten zullen daarnaast kijken voor welke masteropleiding scholarships beschikbaar worden gesteld en weten daarmee ook naar welke opleiding vraag is op de arbeidsmarkt. Als tegenprestatie voor de scholarship kan het bedrijf vragen de student stage te lopen bij het bedrijf of een afstudeeronderwerp te kiezen dat interessant is voor het bedrijf. Zo kan de student al tijdens de stage of het afstudeeronderzoek het bedrijf leren kennen, waar hij later wellicht een baan aangeboden krijgt. Ook hier worden bij de master notarieel recht in Utrecht de eerste ervaringen opgedaan. Een aantal grote kantoren sponsort daar een lichting notarieel rechtenstudenten, die voor een verzwaarde tweejarige master kiezen. De kantoren verzorgen praktijkcolleges, stellen stageplaatsen beschikbaar en betalen daarnaast mee aan de extra studiekosten van de studenten. Maar misschien wel het grootste voordeel van de scholarships is dat het bedrijfsleven weer invloed krijgt op de inhoud van het hoger onderwijs in Nederland. Niet omdat zij eisen kunnen stellen aan de universiteit of hoge school, maar wel omdat het voor die instelling een teken aan de wand is als geen één bedrijf voor hun master een scholarship beschikbaar wil stellen. Dat zou ook de studenten die die master willen kiezen aan het denken moeten zetten. Dan speelt arbeidsmarktoriëntatie weer een rol bij studiekeuze. De universiteiten en hoge scholen zullen dus een prikkel krijgen om hun opleidingen beter te laten aansluiten bij de wensen vanuit het bedrijfsleven. En de bedrijven creëren hun eigen aanbod op de arbeidsmarkt voor studierichtingen die zij nodig hebben. De oppermachtige rol van de universiteiten en hoge scholen wordt afgebouwd ten gunste van de studenten en het bedrijfsleven. Het sociaal leenstelsel voor de masterfase treedt waarschijnlijk per 2013 in werking. Wat zou het mooi zijn als we tegen die tijd ook een flink aantal bedrijven hebben gevonden die scholarships beschikbaar willen stellen. Wie biedt zich aan? Fiat Justitia februari 2011

11


Criminal Law and Criminology European Law European Law School Fiscaal recht Functionaliteit van het recht Internationaal en Europees recht International and Comparative Private Law International Economic and Business Law International Law and the Law of International Organizations Nederlands recht Notarieel recht Recht en bestuur Recht en ICT

Upgrade jezelf door voor één van de dertien rechtenmasters te kiezen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Want in Groningen vind je het grootste aantal juridische masteropleidingen in Nederland waaronder de togamaster, onderzoeksmaster, vijf inter­ nationaal georiënteerde Engelstalige masteropleidingen en een aantal kleine unieke opleidingen zoals de master Recht en Bestuur, Recht en ICT en European Law School. Een ruim aanbod aan keuzevakken, uitwisselingsovereenkomsten met ruim 50 universiteiten wereldwijd, duale mastervarianten, rechtstheoretisch verdiepingstraject, goede voorzieningen voor deeltijd­ studie, docenten uit de beroepspraktijk: een rechtenmaster in Groningen biedt je een uitgelezen kans jezelf te ontwikkelen, te specialiseren en te profileren. Aan een andere universiteit je bachelor behaald? Wij maken een individuele afstemming met je bachelorprogramma! Kortom, in Groningen vind je de masteropleiding die bij je ambities past in de enige studentenstad van Nederland. Kom op 12 mei sfeer proeven tijdens het Master Your Talent Event! Kijk op www.masteryourtalent.nl voor meer informatie.


Mijn medestudenten zijn afkomstig uit landen van over de hele wereld; dat zorgt voor unieke perspectieven. Bij mijn keuze voor de Engelstalige (selectie)master International Law and the Law of International

.nl

Organizations werd ik met name gemotiveerd door het feit dat deze master heel goed aansluit bij mijn interesse voor het internationaal publiekrecht en dat ik deze master als een goede voorbereiding beschouw voor een toekomstige internationale carrière. De master richt zich voornamelijk op het internationaal publiekrecht en er is binnen het programma veel ruimte om zelf specifieke vakken binnen het internationaal recht te kiezen. Dit ruime aanbod in keuzevakken geldt overigens ook in grote mate voor alle andere LLM programma’s van

.com

de faculteit rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen. Binnen de LLM International Law and the Law of International Organizations is met name het seminar Advanced Public International law zeer leerzaam en dit seminar helpt daadwerkelijk om je kennis van het internationaal publiekrecht te vergroten

en te verdiepen. Een andere belangrijke factor welke heeft bijgedragen aan mijn keuze voor deze master, is het feit dat een groot deel van mijn medestudenten afkomstig is uit landen van over de hele wereld. Binnen de vakken die we samen volgen, zorgt dit voor unieke perspectieven op de verschillende internationale problemen en vraagstukken en het draagt bij aan een unieke werksfeer waarin je veel leert van elkaars verschillende culturele achtergronden en denkbeelden. De colleges worden vooral in een kleine setting gegeven, waardoor er ruimte is voor interactie en waarin de docenten zijn zeer toegankelijk zijn. Dit draagt er voor mij aan bij dat ik veel kan leren van anderen en dat ik mij zeer thuis voel binnen de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen. Met name in de toekomst hoop ik veel profijt te hebben van het feit dat ik al ervaring heb met het studeren en samenwerken in een multiculturele setting. /Mathilde Bos, student LLM International Law and the Law of International Organizations

Recht en ICT is een studie gericht op de toekomst, er is ontzettend veel vraag naar. Mijn bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid volgde ik aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Tijdens een voorlichtingsdag op de VU werd mijn interesse gewekt voor de master IT, internet en recht. Ik realiseerde me dat we vrijwel niets geleerd hadden over de juridische aspecten van ICT, terwijl tegenwoordig bijna alles mogelijk is op en via internet. Vanwege inhoudelijke veranderingen in deze masteropleiding op de VU tijdens mijn bestuursjaar bij de faculteitsvereniging, besloot ik een blik te werpen op andere universiteiten. Groningen viel mij op omdat de RUG een aparte opleiding Recht en ICT kent. Ook het uitgebreide(re) vakaanbod was voor mij een pluspunt. Nu ben ik bijvakstudent aan de RUG en volg ik een schakelprogramma bestaande uit een aantal bachelorvakken van Recht en ICT zodat ik in september aan de master Recht en ICT, specialisatie informaticarecht kan beginnen. Ik heb voor deze opleiding gekozen omdat de invloed van internet en techniek op het recht groot is en het recht de ontwikkeling van techniek en het internet beïnvloedt. Men kan online shoppen in vele webwinkels, er wordt van alles gedownload, maar als je niet oppast heb je zo een computervirus te pakken. Mobiele

online

telefoons met (video)camera’s en internettoegang zorgen ervoor dat iedereen alles overal zomaar online kan zetten. Er zijn raakvlakken met vrijwel alle hoofdgebieden van het recht en juist dat spreekt mij zo aan in deze opleiding. Als je enige affiniteit met ICT hebt zou ik deze opleiding zeker aanraden. Het is geen “massa-studie” waardoor het onderwijs persoonlijk is en er veel ruimte is voor discussie en verdieping. Met de eerste helft van het schakelprogramma afgerond, kijk ik dan ook met enthousiasme uit naar september! /Kelly Felt, student master Recht en ICT specialisatie Informaticarecht

offline


Wil jij ook naar de top? Kies jouw master bij de carrière universiteit. Aansprakelijkheid en verzekering + stage! Arbeidsrecht + stage! Bedrijfsrecht Individuele variant Commercial Law International and European Public Law Criminologie Privaatrecht Financieel recht Recht in de multiculturele samenleving Fiscaal recht Recht van de gezondheidszorg Staats- en bestuursrecht Strafrecht Togamaster + stage!

MAS TER! E R A S M U S S C H O O L O F L AW

ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM

Erasmus School of Law


Criminal Law and Criminology: How can countries work together to fight transnational crimes? What are the differences when trying a person for a crime in different countries? European Law: Are monopolies allowed within the European Union? How can a company in Germany protect itself against state aid from the Dutch government to Philips? What rights do citizens have in the European Union? Specialization: Human Rights European Law School: Welke regels gelden er voor een beursgenoteerde onderneming die zijn werkterrein naar Duitsland of Engeland wil uitbreiden? Moet de onderneming in deze landen anders gestructureerd worden en met welke fiscale aspecten moet de onderneming rekening houden? Fiscaal recht: Hoeveel BTW moet ik in rekening brengen? Moet ik in Nederland belasting betalen over de winst die ik met mijn bedrijf in Frankrijk maak?

Wat kan ik beginnen tegen een te hoge belastingaanslag? Functionaliteit van het Recht / Onderzoeksmaster: Waarom leidt deregulering tot meer regulering? Hoe worden publieke belangen gewaarborgd in een steeds meer geprivatiseerde samenleving? Waarom worden bepaalde ‘strafzaken’ bestuursrechtelijk afgehandeld? Internationaal en Europees recht: Wat zijn de verhoudingen tussen staten? Hoe zit het met vredeshandhaving en internationale economische betrekkingen? Ambieer je een werkkring in een internationaal bedrijf of organisatie? International and Comparative Private Law: Your Spanish company has bought a large number of products from an English company. The delivery is not complete and some products are not as ordered. Who can be held responsible and which court is allowed to rule over this dispute?

International Economic and Business Law: What rights do shareholders have when a company is taken over? Are presidents of corporations liable when a company goes bankrupt? Are there other ways of solving disputes outside going to courts?

Notarieel recht: Belangstelling voor het notariaat? Geïnteresseerd in personen- en familierecht, ondernemingsrecht en belastingrecht? In combinatie met de bachelor notarieel recht biedt deze master de universitaire beroepsopleiding voor het notariaat.

International Law and Law of International Organizations: Have the Unites States of America invaded Iraq legally? What does accession to the WTO mean for China? How do international organizations come about and what role do they play in the modern global world? Specialization: Human Rights

Recht en Bestuur: Hoe zorg je voor een effectief politiekorps? Wat komt er kijken bij het aanleggen van een traject voor een hoge snelheidstrein? Onder welke omstandigheden zijn burgers goed geïnformeerd over hun rechten en plichten?

Nederlands recht: Heb je concrete plannen om aan het werk te gaan als advocaat, officier van justitie of rechter, of wil je opgeleid worden tot allround jurist, dan kies je voor de master Nederlands recht! Specialisaties: Staats- en Bestuursrecht, Strafrecht en/ of Criminologie, Bedrijfsrecht, Privaatrecht, Togamaster

Recht en ICT: Hoe komt een digitale overeenkomst tot stand? Welke digitale technieken zijn op dit moment gangbaar in de civiele procedure en welke plannen zijn er voor de toekomst? Specialisaties: Informaticarecht, Rechtsinformatica

RUG061 MasterProfielen_A5.indd 1

1/25/11 11:44 AM

Meer weten? Op www.frg.eur.nl/master vind je alles! Video, onderwijsprogramma, informatiepakket & brochure Bezoek natuurlijk ook de Master Open Dag Voorjaar op donderdag 3 maart 2011

E R A S M U S S C H O O L O F L AW ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM


Sp e c i A L

Nederland en de ‘best and the brightest’ Aldus D66

Nederland moet tot de beste onderwijs- en kennislanden gaan behoren. Dat wordt een hele klus, want de afgelopen jaren zijn we afgegleden. Maar hoe keren we die ontwikkeling? In de politiek gaat de discussie veelal over geld. Terecht, want als we een inhaalslag willen maken, dan zullen we veel meer moeten investeren in goed onderwijs en kennis. Ter vergelijking: de landen die nu in de top 5 van beste kennislanden zitten, investeren 25% meer in onderwijs en innovatie. Willen we hen bijhouden, dan zullen we dus ook de portemonnee moeten trekken. Auteur: Boris van der Ham

M

aar er is meer nodig dan geld alleen. Het hoger onderwijs moet beter georganiseerd worden. Alleen dan kunnen we de kwaliteit leveren van wereldniveau. Afgelopen jaar is er een rapport verschenen van de commissie Veerman die hierover zeer goede adviezen heeft uitgebracht. Zo pleitte de commissie voor scherpere profilering van hoger onderwijsinstellingen. Niet langer Boris van der Ham alle studies, in alle studentensteden, Tweede Kamerlid D66 maar specialisatie en concentratie. Dat bespaart geld, maar stelt instellingen ook in staat om de beste studenten met de beste opleidingen aan te trekken, zowel in binnenals buitenland. Dat kunnen zij alleen door zich te specialiseren en aansluiting te zoeken bij de topinstituten, ook in andere landen. De nadruk moet liggen op kwaliteit en niet op kwantiteit. Belangrijk is ook dat de excellentie in het hoger onderwijs wordt gestimuleerd. Momenteel is Nederland op kennisgebied wereldkampioen ‘gemiddeld goed’. Het gros van de opleidingen presteert prima, maar het aantal uitschieters is te gering. Door concen-tratie kan dat worden verbeterd, maar daarnaast is selectie van studenten cruciaal voor het creëren van deze excellente opleidingen. Door het diverse karakter aan opleidingen van hoge kwaliteit die dan ontstaat worden alle opleidingen beter. Ook blijkt uit onderzoek dat 20% van de studenten méér onderwijs willen (colleges, contacturen, opdrachten, uitdaging in het algemeen) dan het huidige curriculum door instel-lingen voor hoger onderwijs aanbiedt. Daarom is het goed om het aantal University Colleges en Honours-programma’s uit te breiden. 16

Fiat Justitia februari 2011

In Amerika en Engeland zetten jonge onderzoekers sneller hun ideeën om in concrete toepassingen of nieuwe bedrijfjes. Nederland loopt hierin ver achter. Door het slechten van bureaucratie kunnen beginnende bedrijfjes worden gestimuleerd, maar de Nederlandse student moet ook zelf meer lef tonen om een bedrijf te beginnen. Van studenten mag verwacht worden dat ze goed voorbereid het onderwijs binnenkomen. Daarom zijn matching-gesprekken vooraf aan een studie belangrijk. In deze gesprekken kan gevraagd worden naar de motivatie van een student om een bepaalde richting te studeren. Hoewel de gesprekken in principe vrijblijvend zijn, is de ervaring dat studenten zich bij twijfel achter de oren krabben. Elk jaar opnieuw haalt 30% van de studenten die aan een studie begint nooit een diploma. En dat is maar goed ook. In veel van die gevallen heeft dat te maken met een verkeerde studiekeuze. Ook studenten die uiteindelijk wel afstuderen stappen vaak tussentijds over. Tussen de 20 en 25 procent van de studenten switcht binnen twee jaar van opleiding. Door betere ‘matching’ aan het begin van de studie kan veel geld worden bespaard, en persoonlijke teleurstelling worden voorkomen. Nederland is zeer afhankelijk van goed onderwijs. Van de boerderij tot aan de zonnecelfabriek. Van de automonteur, tot de hersenchirurg. Allemaal hebben ze te maken met nieuwe technologie, en met hoge eisen aan kennis en vakmanschap. Daarom moeten we juist fors investeren in het basis- en middelbaar onderwijs, in het mbo, hbo en de universiteiten. Maar we moeten ook ons onderwijssysteem durven te hervormen. Alleen dan kan Nederland ‘the best and the brightest’ aantrekken.


Waarom Rechten aan de Universiteit Maastricht?

Rechten in Maastricht richt zich op de internationalisering, zowel in de studie van het Nederlands Recht en Fiscale Recht, als in de specifiek internationale en Europese programma’s. De Maastrichtse rechtenfaculteit mag zich uniek in het onderwijs van internationaal, Europees en vergelijkend recht noemen. Daarnaast bieden we unieke Nederlandstalige masters: de Togamaster, Forensica, Criminologie en Rechtspleging en Recht en Arbeid.

Masteropleidingen in Nederlands en/of Engels: • European Law School • Euro-Asian Law and Business Studies • Fiscaal Recht (3 specialisaties, o.a. International and European Tax Law) • Forensica, Criminologie en Rechtspleging • Globalisation and Law (2 specialisaties: Human Rights en Corporate and Commercial Law) • Nederlands Recht (6 specialisaties, o.a. Togamaster) • Recht en Arbeid (2 specialisaties: Arbeid en Gezondheid en Arbeid en Onderneming) • Intellectual Property Law and Knowledge Management • International Laws • International and European Economic Law • Law Honours Programme (research track) Meer informatie? Stuur dan een e-mail: masters-law@maastrichtuniversity.nl www.maastrichtuniversity.nl/rechten Fiat Justitia februari 2011

17


Faculteit der Rechtsgeleerdheid Internationaal Universiteit Maastricht biedt naast Nederlands Recht en Fiscaal Recht, masters aan met een eigen Europees en internationaal profiel: het unieke European Law School programma, de master Globalisation and Law (met twee specialisaties: Human Rights en Corporate Law), de tweejarige master International Laws (met een studieperiode in het buitenland), en de master specialisation International and European Tax Law. In al deze masters is er ook een research honours traject. Daarnaast biedt de Faculteit der Rechtsgeleerdheid Maastricht de advanced masters International and European Economic Law, Euro-Asian Law and Business Studies en Intellectual Property Law aan. Al deze masters hebben een zeer internationale studentenpopulatie en staf. Recht en Arbeid (met de specialisaties Arbeid en Gezondheid en Arbeid en Onderneming) en Forensica, Criminologie en Rechtspleging, zowel in een Nederlandstalige en Engelstalige variant, zijn twee unieke multidisciplinaire masters.

Probleemgestuurd Onderwijs Studeren in Maastricht, is studeren aan een faculteit waar het Probleemgestuurd Onderwijs (PGO) alle aandacht heeft in een zeer interactieve en kleinschalige setting. PGO gaat verder dan het verwerven van kennis. Samen met je groepsgenoten ga je actief met de thema’s aan de slag. Je leert nieuwe inzichten meteen toe te passen doordat je ze op eigen initiatief onderzoekt en verdedigt of weerlegt. Kennis blijft beter hangen en je doet ook nog eens allerlei vaardigheden op, zoals je standpunten presenteren, debatteren, discussies leiden en pleiten. Contactinformatie Marketing & Communicatie Faculteit der Rechtsgeleerdheid Universiteit Maastricht Telefoon: +31 43 388 32 59 E-mail: masters-law@maastrichtuniversity.nl www.maastrichtuniversity.nl/rechten

Waarom Rechten aan de Universiteit Maastricht?

Bezoek onze Master Open Dag: Zaterdag 26 februari 2011 Meer informatie? Kijk op www.ru.nl/rechten.

Uitgelicht: duale master

Ziezowel je jouwintoekomst in de commerciële rechtspraktijk? De Rechten in Maastricht richt zich op de internationalisering, de studie van het Nederlands Recht en duale master Onderneming & Recht biedt de kans om op het DeFiscale Nijmeegse rechtenfaculteit biedt drie ‘doorstroommasters’ Recht, als in de specifiek internationale en Europese programma’s. De Maastrichtse rechtenfaculteit mag gebied van het ondernemingsgerichte privaatrecht intensief alszich vervolg op in dehet bacheloropleidingen Rechtsgeleerdheid, uniek onderwijs van internationaal, Europees en vergelijkend recht noemen. Daarnaast bieden we onderwijs te combineren met het opdoen van werkervaring bij een Internationaal & Europees recht en Notarieel recht. Daarnaast unieke Nederlandstalige masters: de Togamaster, Forensica, Criminologie een en Rechtspleging enrechterlijke Recht en Arbeid. advocatenkantoor, multinational of de macht. Zo kun

kun je kiezen voor een ‘dubbele master’, een ‘duale master’ of een ‘onderzoeksmaster’. Voor studenten hbo-recht is er eenMasteropleidingen verkort programma. in Nederlands en/of Engels:

je de theorie meteen in praktijk brengen. Een uitgelezen kans om in jezelf te investeren en je te onderscheiden op de arbeidsmarkt.

• European Law School Uitgelicht: Onderzoeksmaster In deze tweejarige master is veel aandacht voor de verwerving • Euro-Asian Law and Business Studies Kies je voor een van deze opleidingen, dan studeer je aan een van European wetenschappelijke kennis en inzicht op het gebied van het • Fiscaal Recht (3 onderwijs specialisaties, o.a. International and Tax Law) faculteit met kleinschalig en een persoonlijke sfeer. ondernemingsgerichte privaatrecht en voor het aanleren van Forensica, en Rechtspleging Een• ander kenmerkCriminologie is de praktijkgerichtheid. Je kunt bijvoorbeeld academische vaardigheden. Na deze opleiding ben je in staat uitgebreide werkervaringand opdoen tijdens de duale master ofHuman de • Globalisation Law (2 specialisaties: Rights en Corporate and Commercial Law) zelfstandig onderzoek te verrichten, bijvoorbeeld als promovendus. onderzoeksmaster. • Nederlands Recht (6 specialisaties, o.a. Togamaster) • Recht en Arbeid (2 specialisaties: Arbeid en Gezondheid en Arbeid en Onderneming) Masteropleidingen recht: - burgerlijk recht - strafrecht • Nederlands • Intellectual Property Law and Knowledge Management - staats- en bestuursrecht - ondernemingsrecht • International Laws • Internationaal & Europees recht • International and European Economic Law • Notarieel recht • Law Honours Programme (research track) Persoonlijk en praktijkgericht

• Fiscaal recht • Fiscaal & Notarieel recht Meer informatie? Stuur dan een e-mail: masters-law@maastrichtuniversity.nl • Nederlands & Notarieel recht www.maastrichtuniversity.nl/rechten Duale master ‘Onderneming & Recht’ Onderzoeksmaster ‘Onderneming & Recht’ Dubbele masters


TOPMOMENT #6

DĂŠ tip voor de juiste aanpak

Al tijdens je studie ervaring opdoen in de rechtspraktijk? Maak kennis met de duale master en

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, Philips

onderzoeksmaster Onderneming & Recht

International, Rechtbank en Gerechtshof Arnhem,

Hier doe je werkervaring op bij: AKD, Clifford Chance,

Simmons & Simmons, Stibbe, Van Doorne.

De Brauw Blackstone Westbroek, Nauta Dutilh,

Vraag de brochure aan.

Onderzoekscentrum Onderneming & Recht,

Kijk op www.ru.nl/topmomenten of bel (024) 361 20 79.

Bereid je voor op topniveau


Sp e c i A L

Het hoger onderwijs verdient geen cynisme; wel vertrouwen! Aldus de pvdA

De recente discussies over gemakkelijk verstrekte diploma’s, gebrekkig onderwijs en topsalarissen van bestuurders schaden het imago van het hoger onderwijs. Er heerst veel cynisme over de kwaliteit van ons onderwijs, wat ronduit jammer is, zeker nu wij met zijn allen de mond vol hebben van grote ambities met ons onderwijs. Cynisme en wantrouwen rondom het hoger onderwijs kan en mag niet! Wij moeten alles in het werk stellen om dat te keren omdat de vele studenten en docenten die oprecht gemotiveerd zijn ons vertrouwen verdienen. Auteur: Tanja Jadnanansing

V

orig jaar is unaniem een motie van het PvdA Tweede Kamerlid Mariëtte Hamer aangenomen die opriep dat Nederland tot de top 5 van de kenniseconomieën moet behoren. Dat is natuurlijk fantastisch, maar het huidige kabinet maakt dat niet waar en blijft steken in mooie intenties; sterker dit kabinet wil hard bezuinigen in het onderwijs Tanja Jadnanansing terwijl investeren broodnodig is. Investeringen in het onderwijs Tweede Kamerlid PvdA geven immers eenieder met talent en ambitie eerlijke kansen om hoger onderwijs te genieten en op die manier die prachtige motie te effectueren. Het ziet er naar uit dat dit kabinet slechts een papieren top 5 ambitie heeft, gelet op de aangekondigde bezuinigingsmaatregelen die niet alleen studenten die te lang studeren, maar ook de instellingen op een forse boete van drieduizend euro per geval trakteert. Het verzet tegen deze maatregelen is groot, het Malieveld is in januari volgestroomd met hoogleraren, docenten en studenten die allemaal aangaven dat deze bezuinigingen niet stroken met de wens en ambitie om tot de top te gaan behoren. Het is niet logisch om te denken dat met nul eurocent investering wel een maximaal studierendement wordt gehaald, daar hoef je niet eens een excellente student voor te zijn. De gevolgen zijn heftig, de student zal wel drie keer nadenken voordat er aan bestuurswerk, extra vakken of het starten van een eigen bedrijf wordt 20

Fiat Justitia februari 2011

begonnen. De bezuinigingen zullen leiden tot een verdere uitholling van de kwaliteit, studenten zullen weinig of niet geïnspireerd zijn om een pittige opleiding te volgen. Het is een harde maatregel die studenten flink aanpakt en drempels opwerpt voor afronding van de studie. Daarnaast geven ook docenten aan dat zij vrezen voor ontslagen en een afname van de beschikbare tijd die zij aan contacturen kunnen besteden. En dat terwijl het juist zou moeten gaan om kennisoverdracht waarbij nieuwe inzichten centraal staan. Waar een docent zo vaardig is dat hij dat talent van die student kan aanboren. Waar toewijding voor het overbrengen van kennis aan de volgende generatie centraal staat. Het gaat om onderwijs waar docent en student worden uitgedaagd in een interactief proces, onderwijs waar ontwikkelen en onderzoeken centraal staat. Waar op universiteiten het belang van onderzoek niet ondersneeuwt, en de academische uitdaging gewaarborgd blijft. Waar de studenten ook optimaal onderwijs mogen verwachten. Er wordt van de student steeds vaker gevraagd meer te betalen, meer in te leveren; dan mag daar ook tegenover staan dat zij kwaliteit geleverd krijgen. Het zou moeten gaan om investeren in het onderwijs, meer les, betere matching. Maar als deze bezuinigingen doorgaan is het gevaar van uitval zeer reëel. Nu al zijn er studenten die aangeven dat zij dan maar stoppen met de studie. Het vertrouwen in het hoger onderwijs kan hersteld worden door de docenten en studenten weer centraal te stellen door hen mee te laten doen met de beleidsbepaling, gewoon door ouderwetse inspraak. Alleen door samen verantwoordelijkheid te dragen voor het hoger onderwijs kunnen wij het cynisme aanpakken en ombuigen in vertrouwen.


BASE t h e • L I t I G A t I O N • F I R M

A D V O C AT E N

BASE pOweRed by peOpLe w w w. B A S E A D V O C AT E N . N l

Fiat Justitia februari 2011

21


i N t e rV i e w

Jan peter Balkenende

“ik kijk uit naar de contacten met studenten” Acht jaar lang stond Jan Peter Balkenende aan het roer van Nederland. Met de moord op Pim Fortuyn, de missie in Afghanistan en de grootste economische crisis sinds de jaren `30 was het geen makkelijke periode om minister-president te zijn. Fiat Justitia ondervroeg de veerkrachtige Zeeuw over de aanpak van de crisis, de successen van zijn kabinetten en het leven na de politiek. Over zijn opvolger Mark Rutte wil Balkenende zich niet uitspreken: “Het is volgens mij beter terughoudend te zijn over het beleid van je opvolgers.” Tekst: Leendert Kloot

gaan over maatschappelijk verantwoord ondernemen of zelfregulering. Ik geef eigenlijk gastcolleges bij bestaande vakken. De afgelopen jaren heb ik regelmatig colleges gegeven aan universiteiten in het buitenland en vóór mijn premierschap was ik negen jaar bijzonder hoogleraar aan de VU in Amsterdam. Ik vind het belangrijk dat studenten heel duidelijk hun eigen visie formuleren. College geven is wat mij betreft tweerichtingsverkeer. Hebt u al een beeld gekregen van ‘de’ Rotterdamse student en de Erasmus Universiteit Rotterdam?

Wat kunnen de economie- en rechtenstudenten verwachten van de leerstoel die u bekleedt aan de Erasmus Universiteit Rotterdam?

De leerstoel heeft als naam ‘Governance, Institutions and Internationalisation’. Tijdens de colleges zal ik ingaan op bestuurlijke kwesties die spelen bij overheden, ondernemingen en maatschappelijke organisaties. Natuurlijk gaat het om een combinatie van theorie en praktijk. De ene keer gaat een college over de G20 of de Europese Raad, de andere keer zal het 22

Fiat Justitia februari 2011

Ik vraag me af of het mogelijk is te spreken over ‘de’ Rotterdamse student. Elke student is anders en dat is maar goed ook. Wel heb ik de afgelopen jaren gemerkt dat er flink wat studenten zijn die goed kunnen organiseren. Conferenties worden door studenten goed bezocht. Velen zijn lid van studentenverenigingen. Er is onder studenten een brede belangstelling, voor zaken die in Nederland spelen en voor internationale kwesties. Ook merk ik dat studenten je gemakkelijk aanschieten over kwesties die hen bezighouden. De Erasmus Universiteit is een goede universiteit met een internationaal profiel. Bij verschillende faculteiten wordt veel gedaan om de kwaliteit te versterken, zowel van onderwijs als onderzoek en dat komt studenten ten goede. De sfeer bevalt

me goed. Ik kijk uit naar de contacten met studenten aan de School of Law en de School of Economics. U bent één dag per week hoogleraar aan de Erasmus Universiteit. Ambieert u daarnaast een carrière in het bedrijfsleven?

Uiteraard is het hoogleraarschap een nevenactiviteit. Inmiddels ben ik benoemd tot partner bij Ernst & Young en zal daar per 1 april beginnen. Dat wordt dus mijn hoofdfunctie. Ik ga me onder meer bezighouden met internationale advisering en met het

“Ik denk dat Nederland betrekkelijk goed door de crisis is geloodst” thema corporate responsibility. Dit geeft mij ook de mogelijkheid te werken op het snijvlak van publiek en privaat. Er zijn met Ernst & Young goede afspraken gemaakt over de combinatie met mijn hoogleraarschap. Hoe beoordeelt u achteraf de wijze waarop u de economische crisis te lijf bent gegaan met uw laatste kabinet?

Toen de crisis in 2008 begon, was er een enorme onzekerheid. Er dreigden banken om te vallen, de financiële crisis sloeg over naar de reële economie, ieder maakte zich grote


zorgen over de werkgelegenheid. Deze crisis werd als de ergste sinds de jaren `30 beschouwd. Het eerste dat moest gebeuren, was het overeind houden van de financiële sector. De Nederlandse tak van ABN AMRO en Fortis kwam in overheidshanden, ING en Aegon kregen kapitaalinjecties. Het tweede dat de regering te doen stond was het zoveel mogelijk aan het werk houden van mensen. Door middel van werktijdverkorting en deeltijd-WW en door het accepteren van voorlopig hoge financieringstekorten is dat ook gelukt. Natuurlijk moeten de overheidsfinanciën nu weer wel op orde worden gebracht, want

worden die behoorlijk succesvol. Nederland blijft ook een goed vestigingsland voor buitenlandse ondernemingen. Wel zal het ondernemen verder bevorderd kunnen worden. Ik denk dan bijvoorbeeld aan verdere indamming van regels en meer flexibiliteit op de arbeidsmarkt. Er liggen heel veel kansen. Ik denk dan met name aan de mogelijkheden op het gebied van duurzaamheid.

Over Jan Peter Balkenende U hebt aan het roer gestaan van vier kabinetten. Op welk resultaat van uw periode als minister-president bent u het trotst?

Er zijn veel dingen te noemen, maar ik

“Tijdens mijn tweede kabinet is er, tegen de stroom in, een hervormingsbeleid gevoerd dat nodig was” uiteindelijk hebben we te maken gekregen met krimp van de economie en dalende overheidsinkomsten. Ik denk dat Nederland betrekkelijk goed door de crisis is geloodst, maar er moet de komende tijd nog veel werk worden verzet. Durft u zich reeds uit te spreken over de prestaties van uw opvolger Mark Rutte en zijn ministersploeg?

Er is nu een nieuwe regering. Het is niet mijn taak daarop te reflecteren. Het is volgens mij beter terughoudend te zijn over het beleid van je opvolgers. Er zijn al genoeg oud-politici die zich in het debat mengen.

werd erkend dat de maatregelen noodzakelijk waren. In 2002 liepen we wat achter in Europa, nu is onze positie duidelijk beter. Het tweede punt heb ik eigenlijk al genoemd. Ik denk dat Nederland op een goede manier door de crisis heen is gekomen. De stijging van de werkloosheid is gelukkig minder groot geworden dan we dachten bij het begin van de crisis.

wijs graag op twee zaken. Tijdens mijn tweede kabinet is er, tegen de stroom in, een hervormingsbeleid gevoerd dat nodig was. De sociale zekerheid werd herzien. Het idee was dat veel meer gekeken moest worden naar wat mensen nog kunnen in plaats van wat ze niet meer kunnen. Dat noemen we het activeren van de sociale zekerheid. Om die reden is de WAO gewijzigd, de bijstand herzien en de WW-duur verkort. Dat heeft positieve gevolgen gehad: veel meer mensen zijn weer aan het werk gegaan. Ook werden VUT en prepensioen aangepast. Dat moest, omdat anders de last voor jongere generaties veel te zwaar zou worden. Eerst was er veel kritiek, maar later

prof.mr.dr. J.p. Balkenende werd op 7 mei 1956 geboren in Biezelinge. Van 1974 tot 1980 studeerde hij geschiedenis aan de Vrije Universiteit Amsterdam en van 1979 tot 1982 Nederlands recht aan dezelfde universiteit. in 1982 begon hij aan zijn politieke carrière als gemeenteraadslid in Amstelveen. in de tussentijd promoveerde Balkenende in de rechtsgeleerdheid aan de VU. Na zijn promotie ging hij aan de slag als bijzonder hoogleraar sociaal christelijk denken aan de VU. Daarnaast was hij vanaf 1984 stafmedewerker van het wetenschapp elijk instituut cDA. in 1998 volgde de overstap naar de landelijke politiek als tweede Kamerlid voor het cDA. in 2002 werd Jan peter Balkenende ministerpresident. tot 2010 stond hij aan het hoofd van vier kabinetten, waarna hij het stokje overdroeg aan zijn opvolger Mark rutte en de politiek verliet. Sinds 1 december 2010 is hij bijzonder hoogleraar aan de erasmus School of Law en erasmus School of economics. per 1 april 2011 gaat hij aan de slag als partner bij ernst & Young.

Het centrale thema van deze editie van Fiat Justitia is ‘ondernemerschap’. Hoe is het gesteld met het Nederlandse ondernemersklimaat?

Nederland kent veel goede ondernemingen, die prima presteren, in Nederland en in het buitenland. Het MKB is de banenmotor. Er is, anders dan in het verleden, veel meer een ondernemende spirit ontstaan. Dat merk je ook aan nogal wat studenten. Regelmatig hoor ik verhalen over het opstarten van een eigen bedrijfje. Soms Fiat Justitia februari 2011

23


A rti Ke L

Ondernemerschap en de grenzen die het financieel toezichtsrecht daaraan stelt Een onderneming starten was nog nooit zo eenvoudig, zo lijkt het. Hoeveel ondernemingen beginnen niet in een garagebox of op een zolder met computer en een goed idee. Of op de universiteit, zoals uit Mark Zuckerberg’s (oorspronkelijk The) Facebook blijkt. Ondernemerschap is op zichzelf beschouwd dan ook niet meer dan het ontwikkelen van nieuwe goederen of diensten op basis van bestaande productiemiddelen. Of omgekeerd: het ontwikkelen van nieuwe middelen om bestaande goederen of diensten te produceren. Hoe eenvoudig dit ook klinkt: in werkelijkheid is juist dát nu het moeilijke aan ondernemen en ondernemerschap. Auteur: Steven Hijink

E

ik de wijze waarop in Nederland het financieel toezichtsrecht – nou niet meteen het meest toegankelijke rechtsgebied – is geregeld.

n dan het recht. Wanneer we aan het recht denken in de context van ondernemerschap dan denken we snel – en terecht – aan het ondernemingsrecht. Het ondernemingsrecht schept de kaders waarbinnen ‘ondernomen’ kan worden. Ik verwijs graag naar hetgeen mr. Verbrugh daarover in deze Fiat Justitia schrijft. Maar niet alleen het ondernemingsrecht kan bij ondernemerschap in beeld komen, ook het financieel toezichtsrecht. Dat kan ten minste op twee manieren. Ten eerste wanneer innovatie plaatsvindt in de financiële sector. Daarnaast – en dat kan gelden voor alle ondernemingen

Het financiële toezichtsrecht in Nederland

“De aankondiging dat Facebook naar de beurs zal gaan, heeft ertoe geleid dat nu al wordt gesproken over ‘de beursgang van het jaar’” – komt het financieel toezichtsrecht in beeld wanneer een groter groeiende onderneming zich wil financieren door vermogen aan te trekken van het beleggend publiek. Ook hier vormt Facebook een actueel voorbeeld. De aankondiging begin januari 2011 dat Facebook, naar verwachting overigens 24

Fiat Justitia februari 2011

pas medio 2012, naar de beurs zal gaan, heeft ertoe geleid dat nu al wordt gesproken over ‘de beursgang van het jaar’. Aan deze twee mogelijkheden waarbij ondernemerschap met het financieel toezichtsrecht in aanraking komt, schenk ik in deze bijdrage aandacht. Voorafgaand daaraan schets

Van ‘sectoraal’ naar ‘functioneel’ Tot enige jaren geleden – 1 januari 2007 om precies te zijn – kenden we in Nederland een aantal verschillende sectorale wetten waarin onder meer het toezicht op banken, het effectenverkeer, beleggingsinstellingen en verzekeraars was geregeld. Op 1 januari 2007 zijn deze wetten, en enige andere, opgegaan in één Wet op het financieel toezicht (Wft). Ontwikkelingen op de financiële markten noopten daartoe. Zo bestaan financiële producten steeds vaker uit mengvormen, waarbij aspecten van bankieren, verzekeren en beleggen elkaar raken. De vroegere, sectorale, wetgeving sloot hier niet meer bij aan. Dat gold ook voor het op die wetten gebaseerde sectorale toezicht. Kort voor de invoering van de Wft werd daarom ook het toezicht van sectoraal naar functioneel ‘gekanteld’. De taak van De Nederlandsche Bank (DNB) is sindsdien het houden van systeemtoezicht en het houden van prudentieel toezicht, kort gezegd ‘het


bevorderen van de financiële soliditeit’ van financiële ondernemingen. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft sindsdien tot taak het houden van gedragstoezicht, kort gezegd ‘het bevorderen van een ordelijk en transparant marktproces en zuivere verhoudingen tussen marktpartijen’. Duiding van het financieel toezichtrecht en enige onderwerpen die Wft regelt Voor ogen moet worden gehouden dat het financieel toezichtsrecht voornamelijk bestaat uit door de overheid opgestelde voorschriften van ‘marktordening’. Het financieel toezichsrecht is – daardoor – in overwegende mate bestuursrecht. De Wft is een omvangrijke wet, bestaande uit (materieel bezien) 5 delen. Op basis van de Wft is verder veel lagere regelgeving uitgevaardigd. De overgrote meerderheid van de voorschriften in de Wft (en in de daarop gebaseerde regelgeving) is gebaseerd op Europese regelgeving. Het financieel toezichtrecht – en zeker ook de Wft – kent hierdoor een gelaagde en complexe structuur.. Van de 5 delen van Wft regelt het eerste deel – dat ook wel het algemeen deel wordt genoemd – onder meer de verhouding tussen de minister van Financiën en de toezichthouders en de bevoegdheden van de toezichthouders. Deel 2 bevat de eisen voor (financiële) ondernemingen om toegang tot de markt te krijgen. Dat is vormgegeven in een stelsel van verboden en vergunningen. In deel 3 van de Wft zijn de voorschriften voor het (doorlopend) prudentieel toezicht opgenomen. Met name voor banken en verzekeraars is dit deel van belang. In dit deel is bijvoorbeeld bepaald dat het verboden is, indien men niet over de juiste vergunning beschikt, om bij de uitoefening van een bedrijf het woord ‘bank’ te gebruiken. Tenzij duidelijk is dat het geen werkzaamheid op de financiële markten betreft, maar een inzamelplaats van bijvoorbeeld voedsel, bloed of andere lichaamsvloeistoffen. Of een bedrijf in

meubilair. Deel 4 van de Wft regelt het gedragstoezicht financiële ondernemingen. Daarbij moet vooral gedacht worden aan informatieverplichtingen aan klanten door aanbieders van, en adviseurs, over financiële producten. In deel 5 van de Wft is het gedragstoezicht financiële markten opgenomen. Hierin is geregeld welke verplichtingen op ondernemingen van toepassing raken als zij naar de beurs gaan. Ook bevat het bepalingen over het functioneren van de effectenbeurs en –handel. Voorbeelden hiervan zijn

financiële sector als een bijzonder aantrekkelijke vorm van ondernemerschap werd gezien, ook door de Nederlandse overheid. Dat is niet onlogisch. Immers, groei van de financiële sector draagt bij aan het

“Groei van de financiële sector draagt bij aan het nationaal product en gaat nauwelijks gepaard met uitstoot van CO2 of met een toename van files” de prospectusplicht, bepalingen die zien op het tegengaan van handel met voorwetenschap en de wijze waarop openbare biedingen op effecten (moeten) plaatsvinden. Benadrukt zij dat de AFM wel toezicht houdt op de bepalingen in deel 5 van de Wft maar dat het in dat deel, anders dan in de delen 2 tot en met 4, niet gaat om ‘onder toezicht staande instellingen’. Zo houdt de AFM wel toezicht op het tijdig publiceren van het halfjaarbericht door beursvennootschappen zoals, bijvoorbeeld, Unilever, maar hoeft Unilever niet over een vergunning te beschikken om beursgenoteerd te zijn en worden ook de bestuurders van Unilever niet door de AFM getoetst op deskundigheid.

Ondernemerschap in de financiële sector Waarom innovatie in de financiële sector aantrekkelijk en belangrijk is Er is een tijd geweest, niet eens zo heel lang geleden, dat innovatie in de

nationaal product en gaat niet, althans nauwelijks, gepaard met uitstoot van CO2 of met een toename van files. Ook levert een groei van de financiële sector hoogwaardige werkgelegenheid op, terwijl bij financiële ondernemingen doorgaans geen arbeidsomstandigheden heersen die volgens de arbeidsomstandighedenwet niet door de beugel zouden kunnen. Kortom: voor overheden – en ook de Nederlandse – kan het aantrekkelijk zijn om te faciliteren bij de groei van de financiële sector. En om te groeien is innovatie een vereiste. Omdat het belang van een grote (en groeiende) financiële sector breed werd onderkend, werd in 2007 door de Nederlandse overheid en een aantal marktpartijen zelfs gezamenlijk een organisatie opgericht: het Holland Financial Centre (HFC). De missie van het HFC is ‘het ontwikkelen van initiatieven die bijdragen aan het in stand houden van een sterke, open en internationaal concurrerende Fiat Justitia februari 2011

25


A rti Ke L financiële sector in Nederland’. Het HFC probeert ‘onderwijs, kennis, innovatie en starters bijeen te brengen om zodoende een biotoop van innovatie en ondernemerschap voor de financiële sector te vormen’. Zie hier het belang dat, ook door de overheid, wordt gehecht aan innovatie in de financiële sector. Productinnovaties die achteraf toch wat minder gelukkig bleken De timing van de oprichting van het HFC is, zeker achteraf gezien, niet erg gelukkig te noemen. Want waar deze organisatie in 2007 enthousiast van start ging, brak in 2008 de financiële crisis in alle hevigheid los. Niet lang daarna kwam de vraag op hoe de financiële crisis heeft kunnen ontstaan en waarom deze zo’n enorme impact heeft kunnen hebben. En hoewel de oorzaken voor de financiële crisis legio zijn en de sterke mondiale

(innovatie door) financiële ondernemingen, maar kan ook voor ‘gewone’ ondernemingen relevant worden. Wanneer je als ondernemer wilt groeien, vergt dat doorgaans geld. In eerste instantie kan je daarvoor wellicht aankloppen bij wat meer vermogende familieleden of bekenden. Vervolgens kan financiering door een bank plaatsvinden of door durfkapitalisten. Daarna kan zich het moment voordoen dat voor verdere groei noodzakelijk is dat de ondernemer van het bredere publiek, het beleggend publiek, financiering moet aantrekken. Dit kan door middel van een beursnotering, maar dat is niet per se nodig. Een onderneming kan er ook voor kiezen om effecten – zoals aandelen en obligaties – aan het publiek aan te bieden, zonder daarbij om toelating van die effecten op de beurs te verzoeken. Dat kan niet echter zomaar. De Wft vereist dat degene die

“De innovatie in de financiële sector was zo vergaand gevorderd dat financiële producten waren ontwikkeld die door niemand meer werden begrepen” verwevenheid van financiële instellingen aan de crisis hebben bijgedragen, springt één oorzaak er toch wel uit. De innovatie in de financiële sector was zo vergaand gevorderd dat financiële producten waren ontwikkeld die door niemand meer werden begrepen. Niet door de cliënten en niet door de markten waarvoor zij waren bedoeld en ook niet, en dat is misschien nog wel het meest ernstig, door bestuurders van financiële ondernemingen en de toezichthouders daarop.

Toezicht bij het aantrekken van financiering Groei = (aantrekken van) geld Het financieel toezichtrecht komt niet alleen in beeld bij toezicht op 26

Fiat Justitia februari 2011

een dergelijke aanbieding doet een prospectus publiceert dat is goedgekeurd door de toezichthouder. Dat is bij Nederlandse vennootschappen doorgaans de AFM. Deze prospectusplicht is gebaseerd op de Europese Prospectusrichtlijn. De situatie tot 1 juli 2005 Tot de implementatie in de Nederlandse wetgeving van de Prospectusrichtlijn op 1 juli 2005 jl., gold in Nederland een prospectusplicht bij aanbiedingen van effecten, zoals dat toen was bepaald, buiten een ‘besloten kring’. Wanneer van een besloten kring gesproken kon worden was in de praktijk niet erg duidelijk. Zo is de bouw van ettelijke kantines en kleedkamers van sportverenigingen

gefinancierd door de uitgifte van obligaties door die verenigingen aan hun leden. De leden verschaften dan een lening, vaak tegen een zeer geringe rente, die na enige jaren en vaak op basis van loting werd afgelost. Ook een vorm van ondernemerschap, zou je kunnen zeggen. Dergelijke aanbiedingen van obligaties werden in principe beschouwd als aanbiedingen binnen een besloten kring, omdat een sportvereniging nog als zodanig werd beschouwd. Dat werd natuurlijk anders wanneer een dergelijke aanbieding van obligaties via internet werd gedaan en ook niet-leden van de vereniging daar op konden inschrijven. Onopzettelijk zijn op deze wijze waarschijnlijk een flink aantal sportcomplexen in strijd met het financieel toezichtrecht gebouwd. Uitzonderingen op de prospectusplicht Ten gevolge van de implementatie van de Prospectusrichtlijn is de systematiek van ‘aanbiedingen buiten besloten kring’ vervangen door de uitzonderingen op de prospectusplicht die uit de Prospectusrichtlijn voortvloeien. En dat is gezien de hierboven beschreven problematiek misschien maar goed ook. Zo bepaalt de Wft dat van de prospectusplicht zijn uitgezonderd aanbiedingen van effecten aan minder dan 100 personen. En ook bij aanbiedingen van obligaties waarvan de nominale waarde ten minste € 50.000 is, behoeft geen prospectus te worden gepubliceerd. De gedachte hierachter is dat personen die meer dan € 50.000 (over) hebben om in één obligatie te investeren, waarschijnlijk wel professioneel zullen zijn. Of dat in werkelijkheid altijd het geval is, valt overigens te betwijfelen. Zo heeft deze grens ertoe geleid dat de afgelopen jaren een breed scala aan – vaak nogal obscure – investeringen in villaparken of plantages met hardhout


in het nieuws waren waar vanaf € 50.000 in geïnvesteerd kon worden. Wanneer vervolgens uitkwam dat dergelijke projecten alleen voor de aanbieder zeer winstgevend waren – ik denk dat je dit eerder oplichting zou moeten noemen dan ondernemerschap – bleek dat opvallend vaak particulieren hun geld verloren hadden. Bijvoorbeeld doordat zij in één keer de overwaarde van hun huis – in die tijd kon je op je huis nog overwaarde behalen – hadden geïnvesteerd. In reactie daarop heeft Nederland er in Brussel op aangedrongen dat de vrijstellingsgrens in de Prospectusrichtlijn van € 50.000 zou worden verhoogd naar € 100.000. Dat is inmiddels gebeurd. Voor 1 juli 2012 zal de Wft op dit punt worden aangepast. Is er dan nog hoop voor sportverenigingen met meer dan 100 leden die per

persoon echter geen € 100.000 te besteden hebben? Jawel. Op basis van de Vrijstellingsregeling Wft blijft de prospectusplicht achterwege indien de

“Maar uiteindelijk gaat het er natuurlijk wel om dat geld wordt verdiend” aanbieding van effecten een totale tegenwaarde bedraagt van minder dan € 2,5 miljoen. Van dat bedrag kan je nog steeds een heel behoorlijk sportcomplex bouwen.

Tot slot: ondernemerschap en financieel toezichtsrecht, tussen koopman en dominee Hoe nu verder met de grenzen die het financieel toezichtrecht aan ondernemerschap stelt? Bij financiële instellingen vindt uiteraard nog steeds innovatie plaats, maar nu – althans dat is wat wordt beweerd – vanuit de gedachte dat de klant centraal staat. Zo richt het HFC zich (nu ook) op ‘duurzaam beleggen en financieren’. Maar uiteindelijk gaat het er natuurlijk wel om dat geld wordt verdiend. Een vergelijkbare ontwikkeling doet zich voor bij de mogelijkheden voor aantrekken van financiering door ondernemingen. De al

Referenties -

Bastiaan F. Assink, De Januskop van het Ondernemingsrecht, Kluwer Deventer 2010 R.E. van Esch e.a., Inleiding Financieel Recht, Den Hollander Deventer 2010 J.B.S. Hijink, Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen, Kluwer Deventer 2010 Steven Hijink, Het bank-verzekeraarmodel en de Wft: het Einde van een Geschiedenis, Ondernemingsrecht 2009-16, p. 658-659 NRC Handelsblad, donderdag 15 januari 2009, ‘Koopman en dominee gaan hand in hand’ NRC Handelsblad, dinsdag 4 januari 2011, ‘De beursgang van het jaar is nu al bekend’ NRC Handelsblad, donderdag 27 januari 2011, ‘ Nederland als bakermat van manipulatie en speculatie’ Parlementair onderzoek financieel stelsel (‘Rapport Commissie De Wit’), Kamerstukken II, 2009-2010, 31 980, nrs. 3-4. J.A. Schumpeter, The Theory of Economic Development, New Jersey: Transaction Publishers 2008 www.hollandfinancialcenter.com

genoemde aanpassing van de Europese Prospectusrichtlijn zorgt er weliswaar voor dat de grens voor aanbiedingen waarbij geen prospectus behoeft te worden gepubliceerd van € 50.000 naar € 100.000 is verhoogd. Tegelijkertijd staat deze aanpassing van de richtlijn echter in het teken van het vergemakkelijken van de mogelijkheden voor ondernemingen om eenvoudiger – dat wil zeggen tegen minder kosten – grensoverschrijdend financiering aan te trekken. De slotsom is dat bij de grenzen die het financieel toezichtrecht aan ondernemerschap stelt de koopmansgeest het doorgaans wint. En laten we eerlijk zijn: zolang innovaties in de financiële sector en vergroting van de financieringsmogelijkheden van ondernemingen bijdragen aan groei van de werkgelegenheid en welvaart voor ons allen, is van een conflict tussen handel en geweten ook geen sprake. Bovendien was het, naar verluidt, Calvijn zelf die een streep zette door het renteverbod, daarmee de weg vrijmakend voor ondernemerschap op de financiële markten.

Over Steven Hijink Mr. J.B.S. Hijink is universitair docent ondernemingsrecht aan de eSL en per 1 maart 2011 als counsel verbonden aan Stibbe. Hij promoveerde in 2010 op het proefschrift ‘publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen’. Daarvoor was hij bij De Brauw Blackstone westbroek werkzaam (als advocaat) en bij het Ministerie van Financiën. Steven is aan de eSL afgestudeerd in Nederlands recht (2004) en fiscaal recht (2002). Hij doceert in de vakken Jaarrekeningenrecht (nationaal en internationaal), Bank- en effectenrecht en in de minor Onderneming en financiële crisis (voorheen: minor de Beursvennootschap).

Fiat Justitia februari 2011

27


e e N D A g U i t Het LeVeN VAN...

Liesbeth Slappendel, directeur van FeNeX FENEX zal een behoorlijk aantal lezers in eerste instantie vrij weinig tot niets zeggen. Toch behartigt de organisatie de belangen van een belangrijke spil in de Rotterdamse haven en de rest van Nederland: de expediteur. Fiat Justitia loopt voor deze editie een dag mee met de directeur van FENEX, Liesbeth Slappendel. Tekst: Tatjana van der Sluis

F

ENEX, van oorsprong de Federatie van Nederlandse Expediteursorganisaties, maar tegenwoordig een eigennaam voor de Nederlandse Organisatie voor Expeditie en Logistiek, is sinds kort verhuisd naar Port City, een kantorencomplex voor havengerelateerde bedrijven aan de Waalhaven. Het complex is gloednieuw en een groot gedeelte van het gebouw waar ik binnenstap, staat dan ook nog leeg. Ondanks dat, en het druilerige weer, snap ik de aantrekkelijkheid van Port City zodra ik het kantoor van FENEX binnentreed: het kantoor heeft een prachtig uitzicht over de Rotterdamse haven. Om half tien heb ik een afspraak met Liesbeth Slappendel, de directeur van FENEX. Zij vertelt mij allereerst het een en ander over de activiteiten van FENEX. Dat blijkt te veel om op te noemen. FENEX zet zich in voor het algemeen belang van haar leden, de expediteurs. Daarnaast worden ook informatie, adviezen en producten aan de leden verstrekt. Van origine is de expediteur een organisator van het vervoer. Hij adviseert zijn opdrachtgever, die goederen vervoerd wil hebben, over de meest optimale logistieke oplossingen en hij sluit daartoe vervoersovereenkomsten met vervoerders. Daarnaast zijn er nog vele bijkomende werkzaamheden die hij kan verrichten, zoals het doen van douaneaangiften, verzekeren van de lading, verzorgen van opslag en distributie, groeperen van lading en het verrichten van allerlei toegevoegde waarde activiteiten zoals ompakken, verpakken, etiketteren en dergelijke van goederen. Om lid te kunnen worden bij FENEX, moet een expediteur aan allerlei criteria voldoen die gecontroleerd moeten worden. Liesbeth gaat daarom regelmatig bij (nieuwe) leden langs. Als reactie op de vraag of ze geen saaie kantoorbaan heeft, pakt Liesbeth haar agenda erbij; die blijkt behoorlijk vol te zitten. Zo heeft zij de week na ons gesprek onder andere een vergadering bij werkgeversorganisatie VNO-NCW, een afspraak op het Ministerie van Financiën, een bezoek bij een lid, een lunch bij een 28

Fiat Justitia februari 2011

advocatenkantoor en een New Years party. “Het is echt never a dull moment, en dat vind ik ook fijn. Ik zou nooit een directiefunctie willen vervullen waarbij ik alleen maar aan het managen ben,” aldus Liesbeth. Liesbeth is in 1981 begonnen aan een studie rechten in Rotterdam. Wat zij zich er vooral van herinnert, is het economische aspect van de studie. “Mijn broer vroeg mij toentertijd weleens of ik wel rechten studeerde. Ik kreeg in het eerste jaar, naast veel economie,onder andere vakken als statistiek en psychologie.” Tijdens haar studie is zij actief geweest binnen het studentenleven. Zo was ze bijvoorbeeld lid bij studentenvereniging RSG en heeft ze een bestuursjaar gedaan bij het staats- en bestuursrechtelijk dispuut van de JFR, Ius Mobile. “Toen ik begon met studeren, zaten we nog in de naweeën van de jaren zeventig. Er werd mij tijdens college verteld dat ik een ZKK-jurist moest zijn: zelfstandig, kritisch en kreatief.” Met een knipoog voegt ze eraan toe: “Ja, zo lang geleden is dat al. Toen werd kreatief nog met een k geschreven.” Als je aan de slag gaat bij FENEX kost het je minstens drie tot vijf jaar voor je volledig bent ingewerkt. Ondanks het feit dat een baan bij FENEX geen juridisch beroep pur sang is, is het wel van belang dat je rechten hebt gestudeerd. “Met een academische studie in het algemeen, en met rechten in het bijzonder, krijg je een bepaalde denkwijze aangeleerd die je bij deze baan wel nodig hebt.” Hbo rechten heeft niet de voorkeur: “Te ambachtelijk.” Je hebt dagelijks te maken met wetten en regelgeving. Toch zijn veel zaken waarmee je te maken krijgt ook niet-juridisch van aard. FENEX opereert in een heel specifiek vakgebied. De voorkeur voor een master gaat daarom uit naar de civielrechtelijke/bedrijfsjuridische kant met een specialisatie in het vervoersrecht. Na mijn gesprek met Liesbeth over FENEX volgt om half elf een intern werkoverleg. Tijdens dit overleg wordt er voornamelijk gesproken over het plannen


van verschillende activiteiten van FENEX en worden enkele andere interne zaken besproken. Na een korte rookpauze volgt er om half twaalf een afspraak met het Nieuwsblad Transport, waarna wederom een intern werkoverleg volgt over de nieuwe website die voor FENEX in ontwikkeling is. FENEX wil een uitgebreide online kennisbank aanleggen; er wordt druk gediscussieerd welke nieuwsbrieven en circulaires the cut nou uiteindelijk wel of niet halen. Tijdens de daaropvolgende lunch bespreek ik met Liesbeth de opbouw en de organisatie van FENEX. Deze bestaat uit een bestuur dat viermaal per jaar samenkomt, en een secretariaat dat zich bezig houdt met de dagelijkse leiding. Qua organisatie is FENEX opgebouwd uit verschillende raden, zoals een Raad voor Zeehavenlogistiek, een Raad voor Douanelogistiek, een Raad voor Opslag- en Distributielogistiek en een Sectorraad luchtvrachtexpediteurs. Binnen deze raden nemen verschillende bestuursleden plaats, en binnen het secretariaat is ook een aantal mensen werkzaam met een eigen vakgebied. Zo is er iemand gespecialiseerd in zeehavenlogistiek en de opleidingen die FENEX aanbiedt en verzorgt. Daarnaast zijn er personen die zich enerzijds bezighouden met douanelogistiek en fiscale zaken en anderzijds met gevaarlijke stoffen en juridische zaken. Liesbeth begon in 1987 als beleidsmedewerker bij FENEX en heeft inmiddels elk vakgebied van nabij meegemaakt. “Toch leer ik regelmatig, zo niet elke dag, nog wat bij. Maar dat kan ook niet anders, als je zo’n beetje met de hele wereld praat.” Om twee uur volgt een afspraak met twee heren van de VLM, de Vereniging van Logistiek Management, over het opzetten

van een denktank op het gebied van Trade Compliance, een hoogwaardig netwerk dat op informele basis met ideeën komt. Tijdens dit gesprek merk ik hoe specialistisch dit werk kan zijn. De helft van de begrippen die voorbij komen, zeggen mij, zelfs als rechtenstudent, niets. Na dit overleg bespreek ik met Liesbeth haar taken als directeur van FENEX. “Mijn taak is onder meer de voorbereiding van agendapunten voor de bestuurs- en algemene ledenvergaderingen en de uitvoering van de uiteindelijke besluitvorming.” Ook houdt Liesbeth zich bezig met PR en communicatie, personeel, financiën en internationale zaken. Vanwege het toenemende belang van het internationale aspect, moet zij regelmatig naar Brussel, waar de Europese overkoepelende organisatie CLECAT werkzaam is. In Brussel overlegt Liesbeth met de collega’s uit de EU-lidstaten en is zij actief met lobbywerk. “Brussel voelt voor mij vaak dichterbij dan Den Haag.” Uiteraard ben ik als rechtenstudent extra geïnteresseerd in wat de mogelijkheden zijn binnen FENEX en deze branche. Volgens Liesbeth zijn bedrijven binnen deze branche steeds meer op zoek naar goede juristen. Alles wordt immers in toenemende mate beheerst door regelgeving, zodat ook voor andere functies dan de ‘standaard juridische’ een bredere basiskennis van de wet bijna een vereiste is geworden. Juristen krijgen daarom steeds meer een interne waakhondfunctie. “Een goed jurist bemoeit zich gewoon met alles,” meent Liesbeth. En na deze wijze woorden was het half zes; tijd om naar huis te gaan. Ik vertrek een stuk wijzer over FENEX en een stuk minder wijs over welke kant ik zelf op zou willen met mijn rechtenstudie. Zoveel richtingen zijn interessant.

Fiat Justitia februari 2011

29


i N t e rV i e w

Victor Muller

“Het Nederlandse ondernemersklimaat is net zo goed als het weer: waardeloos” Victor Muller is druk, heel druk. Tijdens het interview rinkelen zijn beide mobiele telefoons regelmatig en voorafgaand aan het interview regelt hij met zijn PA de volgende trip naar Zweden. Muller vertelt in het hoofdkantoor van sportwagenbouwer Spyker in Zeewolde dat hij zijn bureau nog moet opruimen; hij is net een dag in Nederland na twee weken in de Verenigde Staten te hebben gezeten. Morgen verlaat hij ons land weer. Je vraagt je af waarom hij zo weinig in Nederland is; zijn werkkamer bij Spyker is prachtig. Naast de vier relax-fauteuils die elektronisch versteld kunnen worden, staat een van de eerste testmodellen van Spyker in de hoek van zijn kamer. Fiat Justitia spreekt met een meester in de rechten die zijn ondernemersdroom najoeg en via een sleepbedrijf en een modehuis zijn miljoenenvermogen investeerde in een nieuwe Nederlandse sportwagen. Tekst: Leendert Kloot

Vorig jaar heeft Spyker het Zweedse automerk Saab overgenomen. Nadien hebben we weinig meer van u vernomen. U bent van het Nederlandse toneel verdwenen.

Ja, dat is logisch. Ik ben namelijk zo hard aan het werk! Dat je in Nederland niets meer van mij hoort, is niet representatief voor wat ik doe aan mediacontacten in de markten die er meer toe doen. Dat is in de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Zweden. Daar ben ik continu bezig met het propageren van het merk. Dat heeft zin; in Nederland zijn mediacontacten voor mij betrekkelijk irrelevant. U hebt veel kritiek gekregen in Nederland op de overname van Saab. Hoe beoordeelt u deze kritiek?

Critici spraken aanvankelijk van een publiciteitsstunt, maar dat kan alleen een idioot zeggen. Als je weet hoeveel zo’n deal heeft kost, weet je wel beter. Als je publiciteit wilt, kun je beter een jaar lang de achterpagina van de

“We hebben Saab kunnen kopen voor de prijs van de windtunnel” 30

Fiat Justitia februari 2011


zaterdageditie van de Telegraaf afnemen. Dat is vele malen goedkoper. Iemand die roept dat de overname een pr-stunt was, weet niet waar hij het over heeft. Ik kan me overigens wel heel goed voorstellen dat mensen constructieve kritiek op de overname hadden. De gemiddelde buitenstaander kan moeilijk begrijpen dat de kleine, Nederlandse sportwagenfabrikant Spyker het reusachtige automerk Saab overneemt van General Motors. De vorige eigenaar van Saab, de Amerikaanse autofabrikant General Motors, overwoog om Saab de nek om te draaien. Wat bracht u ertoe om Saab over te nemen?

Om dat begrijpen moet je weten waar de auto-industrie doorheen ging ruim een jaar geleden. De industrie stond bij wijze van spreken in de fik! Ik omschrijf de situatie als ‘de perfecte storm’. Geen industrie werd tijdens de recessie harder geraakt dan de auto-industrie. In die storm ging `s werelds grootste autofabrikant General Motors (GM) door een surseance. Om te overleven moest GM een beroep doen op de heilige graal in de Verenigde Staten: belastinggeld. GM heeft 47 miljard dollar ontvangen

“De Spykerkoper zoekt een auto die de buren nog niet hebben” van de Amerikaanse overheid, maar moest in ruil daarvoor zijn onafhankelijkheid opgeven en enkele automerken afstoten. Eén van die automerken was het Zweedse Saab. In die chaos hebben wij onze kans gegrepen. De mogelijkheid om zo’n mooi merk als Saab over te nemen, krijg je slechts één keer in je leven. Het is zonde om dan die kans aan je voorbij te laten gaan. We hebben Saab bij wijze van spreken kunnen kopen voor de prijs van de windtunnel.

Dus midden in een economische crisis neemt u het veel grotere Saab over, terwijl Spyker sinds zijn oprichting altijd verliesgevend is geweest.

Dat is helemaal juist. Maar welk verband is er tussen het verlies laten van Spyker en het overnemen van Saab? Alleen een niet-ondernemer die niets weet van deals maken, kan denken dat het overnemen van Saab niet mogelijk is, omdat Spyker verliesgevend is. Op de totaliteit van Saab is het verlies van Spyker een afrondingsfout! Spyker neemt in 2010 slechts 0,2% van de totale omzet van de combinatie op zijn rekening. Nu worden er gemiddeld 50 Spykers per jaar gebouwd. Maar het is volstrekt irrelevant voor het totale resultaat wanneer dat 100 of 1000 Spykers zouden worden. Is het zo moeilijk om in het topsegment van de automarkt een winstgevend merk op te zetten?

Dat is idioot moeilijk! Sinds de jaren `60 is het alleen Lamborghini gelukt om succesvol toe te treden tot het segment dat wordt beheerst door merken als Ferrari en Aston Martin. Honderden automerken hebben het in de loop der jaren geprobeerd, maar zij zijn er niet in geslaagd. Eén van de problemen die je hebt zijn de

ontwikkelingskosten; die smeer je uit over lage aantallen producten (auto’s). Maar je dient wel te voldoen aan dezelfde wet- en regelgeving – zoals het inbouwen van airbags – als de grote autofabrikanten. Het is lastig om een balans te vinden. Ik kan een heel dure auto bouwen die niemand wil hebben, of ik kan een minder dure auto in de markt zetten waarvan veel exemplaren verkocht moeten worden om de ontwikkelingskosten terug te verdienen. Daarnaast is het moeilijk om een merknaam op te bouwen in die exclusieve wereld. Om die reden stapte Spyker in 2006 in de grootste marketingmachine op aarde: de Formule 1. We werden wereldwijd beroemd, maar niet op de manier die ik mij had voorgesteld. Het werd een nederlaag. In hoeverre heeft Spyker iets gemerkt van de economische crisis? Een klantenkring die bereid is om een paar honderdduizend euro neer te tellen voor een auto moet weinig last hebben van een economische terugval.

Theoretisch zou onze klantenkring weinig last moeten hebben van de economische crisis. Ter illustratie: een Spyker kost in Nederland zo’n 340.000 euro. Geld speelt geen rol bij de koper. Een Spykerkoper heeft bij wijze van Fiat Justitia februari 2011

31


i N t e rV i e w spreken al twee Ferrari’s in de garage staan. Hij zoekt een auto die de buren nog niet hebben. Dat een Ferrari goedkoper en sneller is, is irrelevant voor de Spykerkoper. Maar als het economisch slecht gaat en je moet duizenden werknemers gedwongen ontslaan, dan pronk je niet met je eigen succes door een nieuwe auto in dat segment aan te schaffen. Onze klanten hadden geen financieel probleem, maar ze wilden geen nieuwe sportwagen kopen. Niet alleen Spyker had daar last van; ook merken als Aston Martin, Ferrari en Lamborghini. In 2009 en 2010 zijn de verkoopaantallen van alle merken over de hele linie sterk teruggelopen. Dat was een logisch gevolg van de crisis. Welke gevolgen heeft de overname van Saab voor Spyker?

Ik zag met de overname van Saab de mogelijkheid om Spyker naar een hoger plan te tillen. Ik leef nooit lang genoeg om Spyker de potentie te geven die we binnenhaalden door Saab aan te kopen. Met de koop hebben we een aantal benefits binnengehaald voor Spyker. Zo kan Spyker gebruikmaken van Saabtechnologie en enkele Saabonderdelen. Het inkopen van onderdelen is voor Saab veel goedkoper, omdat het in grote partijen wordt gekocht. Je kunt je voorstellen

dat ik een financieel voordeel kan behalen door op een Spyker dezelfde onderdelen te gebruiken als op een Saab. Dan kun je duizenden euro’s aan kosten besparen.

“Rutte heeft de zware taak de ingeroeste kolos van een ambtenarenapparaat te lijf te gaan” Hoe Nederlands is Spyker eigenlijk nog?

Spyker is eigenlijk zeer on-Nederlands. Dat was het sinds de oprichting al. We verkopen nauwelijks auto’s in Nederland vanwege de hoge prijs als gevolg van de belasting heffing. Onze belangrijkste afzetmarkten zijn de Verenigde Staten, China en GrootBrittannië. Het enige wat Spyker in Nederland nog heeft is de raceafdeling, wat serviceafdelingen en de holding, Spyker Cars NV, met een notering aan de Amsterdamse beurs. Maar op termijn wil ik een beursnotering aanvragen in Stockholm, zodat zelfs mogelijk de notering uit Nederland verdwijnt.

Hoe oordeelt u over het Nederlandse ondernemersklimaat?

Het Nederlandse ondernemersklimaat is net zo goed als het weer: waardeloos! Nederlanders zijn tot op zekere hoogte een ondernemend volk; denk aan de Gouden Eeuw. Maar langzaam is Nederland afgezakt tot een land waarin mensen elkaar zo min mogelijk gunnen. Ondernemen wordt op geen enkele wijze meer gestimuleerd of aantrekkelijk gemaakt. Dat heeft dus te maken met mentaliteit; die is buitengewoon ongunstig voor ondernemers in Nederland. In geen enkel land ter wereld is de egalitaire filosofie van “doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg” en “steek je kop niet boven het maaiveld uit” zover doorgevoerd als in Nederland. Ik heb daar een uitgesproken hekel aan. Veel ondernemers klagen over de hoeveelheid regelgeving in Nederland. Hoe denkt u daarover?

Nederland wurgt zichzelf in een poel van regelgeving die de facto niets toevoegt, behalve veel banen bij overheidslichamen die toezicht moeten houden. Daarom is Nederland een absurd ingewikkeld land geworden om te ondernemen! Er worden vele miljarden per jaar uitgegeven aan het in stand houden van de meest bizarre vormen van regelgeving. Ieder jaar wordt betoogd dat er wat aan gedaan wordt, maar voor iedere regel die verdwijnt, komen er twee terug. Het is dweilen met de kraan open. De bezem moet door die onzinnige wirwar van regelstructuur gehaald worden. Zoals het nu gaat is het niet efficiënt en het werkt verlammend op het ondernemerschap. Kan het kabinet-Rutte verbetering brengen door het stimuleren van ondernemerschap en het verminderen van de regelgeving?

Ik heb een diep respect voor Mark Rutte. Ik ken hem; het is een goede en bekwame kerel. Ik ben ervan overtuigd dat hij tracht het ondernemersklimaat te verbeteren. Mijn hoop is op hem 32

Fiat Justitia februari 2011


gevestigd. De vraag is of hem dat lukt met een minderheidskabinet. Hij moet dus op zoek naar armslag om serieuze wijzigingen en beleidsveranderingen door te voeren. Het grootste probleem is het reduceren van een topzwaar ambtenarenapparaat. Rutte heeft de zware taak die ingeroeste kolos te lijf te gaan. Hij weet heus wel wat relevant is voor Nederland. Dat maakt Rutte tot een goede minister-president. Mijn verwachtingen zijn hooggespannen.

“Begin niet aan ondernemen als je het heilig vuur niet in je hebt” De nieuwe modellen van Spyker worden sinds kort in Groot-Brittannië in elkaar geschroefd en voorheen kocht u de motoren in Duitsland. En met de Saabdeal bent u veel in Zweden. Kortom u kent de Europese Unie. Is de EU een zegen voor ondernemers?

De EU is niet alleen voor ondernemers een zegen; ook voor burgers zijn de voordelen van de EU onmetelijk. Neem de euro. Het is heerlijk om geen geld meer te hoeven wisselen wanneer je met vakantie gaat. Voor ondernemers is het wegvallen van de grenzen ideaal. Een groot bedrijf als Saab zou vroeger

100 man extra personeel nodig hebben om alle invoerrechten en belastingheffingen tussen landen in orde te maken. De tijden van de barrières zijn gelukkig voorbij. U hebt rechten gestudeerd. Vormt een meestertitel een goede basis voor ondernemerschap?

Ik denk niet dat een afgeronde rechtenstudie noodzakelijkerwijs een goede basis vormt voor het ondernemerschap, maar de bagage die je hebt na die studie is je ongelofelijk behulpzaam. Ik heb de overname van Saab alleen kunnen managen, omdat ik het vak heb geleerd als mergers and acquisitions lawyer bij Baker & McKenzie. Ik had geen externe partij nodig om de deal voor mij in elkaar te steken. Niemand kon dat beter dan ik; het was immers mijn geld, mijn business en mijn deal. Overigens heb ik bij de overname van Saab wel dankbaar gebruik kunnen maken van Allen & Overy voor de contracten. Hebt u tips voor rechtenstudenten die het ondernemerschap ambiëren?

Al 25 jaar lang krijg ik jongens aan mijn bureau die ondernemer willen worden. Ik vraag hun één ding: “Slaap je nog?” De helft antwoordt met: “Ja, hoezo?” De andere helft reageert met: “Ik kan niet meer slapen, ik moet dit doen.” Alleen de jongens en meisjes die niet meer kunnen slapen omdat zij

Over Spyker Spyker (toen nog Spijker) werd in 1880 opgericht door voormalige koetsenbouwers die onder meer de gouden Koets bouwden. Zij besloten met succes sportwagens te fabriceren. in de eerste wereldoorlog zakte de vraag naar auto’s in en startte Spyker met de productie van vliegtuigen. Uit die periode stamt het propellerlogo met de lijfspreuk: Nulla tenaci invia est via (voor de aanhouder is geen weg onbegaanbaar). in 1926 ging Spyker echter in liquidatie. in 1999 werd het merk nieuw leven in geblazen door Victor Muller en Maarten de Bruijn. De Bruijn had sinds 1990 gewerkt aan een nieuwe sportwagen. Dankzij de financiële steun van Muller kon een fabriek in Zeewolde worden opgezet, waar Spyker nog altijd is gevestigd. in 2004 ging Spyker cars NV naar de beurs. in 2007 werd Spyker geplaagd door speculaties over mogelijke financiële problemen. recent heeft Spyker de productie van zijn nieuwste model, de c8 Aileron, verplaatst naar groot-Brittannië. in Nederland zijn nog wel de holding en het raceteam gevestigd.

zo gedreven zijn, kunnen met succes de grote tegenslagen weerstaan die ze zullen krijgen als ondernemer. Want ondernemen is ontzettend moeilijk! Niemand betaalt namelijk je salaris aan het einde van de maand. Als je daar niet tegen kunt, moet je het niet doen. Mijn ervaring is dat een ondernemer beter zijn angsten kan beheersen dan andere mensen. Ondernemers creëren banen, vooruitgang en welvaart. Daar tegenover staat dat ondernemers veel risico’s moeten lopen. Als je daar niet tegen kunt, moet je het niet doen. Begin dus niet aan ondernemen als je het heilig vuur niet in je hebt.

Over Victor Muller Mr. Victor roberto Muller werd op 13 september 1959 geboren in Amsterdam. Hij rondde in 1984 de studie Nederlands recht af aan de Universiteit Leiden. Daarna ging hij aan de slag bij het advocatenkantoor Baker & McKenzie in Amsterdam. in 1989 maakte Muller de overstap naar de directie van Heerema, een offshorebedrijf dat zich heeft gespecialiseerd in de bouw en het vervoer van faciliteiten voor olie- en gaswinning. Via een overnamedeal werd hij eigenaar van het sleep- en bergingsbedrijf wijsmuller in iJmuiden. Vanaf 1992 leidde Muller diverse bedrijven, waaronder Mcgregor en blies het succesvol nieuw leven in. Met wijsmuller en Mcgregor wist Victor Muller een miljoenenvermogen te vergaren. in 1999 blies Muller, samen met ontwerper Maarten de Bruijn, de oude auto- en vliegtuigbouwer Spyker nieuw leven in met een nieuwe sportwagen. Door negatieve berichtgeving in 2007 deed Muller tijdelijk afstand van het bestuursvoorzitterschap. Hij bleef in de periode wel verbonden aan Spyker. Na zijn terugkeer in 2008, wist hij de kranten begin 2010 te halen met de overname van het noodlijdende Saab.

Fiat Justitia februari 2011

33


Hallo, ik ben Rutger Ploum. Wie ben jij? plp.nl/stage

Ploum Lodder Princen is een commercieel advocaten- en notarissenkantoor, gevestigd in Rotterdam. Met 100 medewerkers, waarvan 60 advocaten en notarissen is het een middelgroot kantoor. De zes secties richten zich op arbeidsrecht, commerciĂŤle contracten, bestuurs- en strafrecht, corporate recovery en corporate litigation, notariaat en ondernemingsrecht. Onze klantenkring kent nationale en internationale ondernemingen, van mkb tot beursgenoteerd.


Ploum Lodder Princen is een nuchter, informeel

Stages

en pragmatisch kantoor. Plezier in het werk en

Of je nu je beroepskeuze baseert op feiten of op gevoel, wij

gedrevenheid gaan hand in hand met excellente

vinden het belangrijk dat je zelf ervaart hoe het is om bij ons

resultaten voor onze klanten. Dat merk je op ons

te werken. Daarom kun je als masterstudent en laatstejaars

kantoor en zie je ook in onze werkwijze en arbeidsvoorwaarden. Via onze Academy volgen

bachelorstudent Rechten via een studentstage bij ons aan den lijve ondervinden wat het is om als advocaat werkzaam te zijn bij een kantoor als het onze.

onze mensen intern diverse opleidingen die door gerenommeerde docenten worden gegeven.

Wij richten ons voornamelijk op zakelijke klanten. Wij zijn een

Ervaren medewerkers volgen tenminste één

onafhankelijk kantoor, met één vestiging. Dat brengt zijn eigen

postdoctorale opleiding. Veel van onze mensen

dynamiek met zich mee. Achter de façade van ons pand aan

werken parttime, want een goede balans tussen werk en privé vinden wij belangrijk.

de Blaak, dat vroeger een bank was, vind je een licht en open kantoor. Dat draagt zeker bij aan de prettige werkomgeving die bij ons heerst.

Naast onze passie voor ons werk en onze cliënten,

Gedurende een stage draai je mee op een van onze secties.

zijn we ook actief in maatschappelijke projecten.

Bijvoorbeeld op het gebied van fusies en overnames, arbeids-

Zo willen we een steentje bijdragen aan de stad

recht, commerciële contracten of onze sectie faillissements-

waarin wij werken. Veel van onze mensen zijn actief als vrijwilliger, vervullen een bestuursfunctie of hebben andere nevenactiviteiten en dat

recht. Als stagiair ben je een volwaardig lid van het team: je bereidt processtukken voor, beantwoordt rechtsvragen en doet literatuur- en jurisprudentieonderzoek. Tevens bieden we je de mogelijkheid zittingen of klantafspraken bij te wonen.

ondersteunen wij graag. Als kantoor zijn we bovendien sponsoring partner van Museum Boijmans Van Beuningen. Zo doen wij iets terug voor de maatschappij. Bij Ploum Lodder Princen is er veel ruimte voor eigen initiatieven. Dat kan gaan over nieuwe markten of rechtsgebieden, maar ook over een kantoorband. Ons kantoor kenmerkt zich verder door een open en stimulerende omgeving,

In een periode van 8 tot 10 weken loop je 320 uur stage. Je kunt dus 8 weken fulltime stage lopen, maar ook 4 dagen per week stage lopen in 10 weken, zodat je daarnaast nog tijd hebt om andere activiteiten te ontplooien.

Meer informatie Heb je interesse in een studentstage bij Ploum Lodder Princen? Meld je dan aan via www.plp.nl/stage. Wil je eerst meer informatie over studentstages, neem dan contact op met Matthijs Heerdink, mheerdink@plp.nl of 010-4406420. Wil je weten hoe

waar goede ideeën een kans krijgen. Ongeacht

het is om stage bij ons te lopen, neem dan contact op met

je functie of leeftijd.

Marlies Hulshoff, mhulshoff@plp.nl of 010-4406498.


i N t e rV i e w

Dion Bartels

“Fraude is van alle tijden; mensen zullen altijd bedrogen worden” Geld lonkt; dat geldt niet alleen voor ondernemers, ook voor particulieren die dromen van hoge rendementen op beleggingen. Helaas zitten er altijd rotte appels in de beleggingsmarkt die maar één doel hebben: stinkend rijk worden over de rug van beleggers. Afgelopen jaren kwam een aantal grote fraudezaken aan het licht, waaronder Golden Sun Resorts, Palm Invest en Easy Life Investments. Mensen werden aangespoord geld te investeren in beleggingen die niet bestonden. Dion Bartels zat er als advocaat bovenop, totdat het misging en zijn kantoor failliet ging. Hij werd geschrapt als advocaat. Met Fiat Justitia spreekt Bartels open over zijn strijd tegen malafide beleggingspraktijken, de bescherming van particulieren, zijn leven na de advocatuur en de valkuilen voor startende ondernemers. Tekst: Liselotte Postma en Leendert Kloot

komen van de Palm Invest-zaak. Vervolgens bleek die aandacht de nodige voordelen voor ons mee te brengen: ten eerste werden we door al die aandacht een autoriteit op het gebied van fraudezaken, wat leidde tot meer opdrachten. Ook onze cliënten hadden daar baat bij; door een grote groep gedupeerden te verzamelen, kon mijn kantoor de kosten per klant gigantisch drukken en de prijs zo laag mogelijk houden. Wij werkten met een verdienmodel waarbij nieuwe cliënten een vast bedrag vooraf betaalden. Ten tweede had aandacht van de media een voorlichtende en waarschuwende

“Onder valse voorwendselen werden mensen bewogen om geld te steken in pseudo-beleggingen” U hebt jarenlang als advocaat gestreden tegen misstanden in de vastgoedsector en investeringswereld. Uw strijd ging vaak gepaard met de nodige media-aandacht. Was die aandacht genereren uw strategie?

In eerste instantie heb ik met mijn kantoor (Bartels Advocaten in Zeist) niet bewust de media opgezocht. Het was eerder andersom. De media wilde namelijk graag van ons horen hoe de vork in de steel zat na het aan het licht 36

Fiat Justitia februari 2011

werking op het publiek. Mensen zijn meer op hun hoede naarmate ze meer van fraudezaken afweten. Kortom de media is op ons afgekomen. Nadien hebben wij er handig gebruik van gemaakt, wat zowel voordelig was voor mijn kantoor als voor mijn cliënten. Bent u van mening dat die educatieve en waarschuwende functie een taak van een advocaat is?

Een advocaat hoeft niet lijdzaam te

wachten tot hij een dossier krijgt aangereikt. Als hij een opdracht heeft binnengekregen, moet hij zelfstandig onderzoek doen en contact zoeken met de media als blijkt dat er iets niet in de haak is. Advocaten hebben wel degelijk een functie in de samenleving om misstanden aan de orde te stellen. Hoewel je als advocaat een geheimhoudingsplicht hebt en dus niets over een individueel geval mag vertellen, is er niets op tegen om te melden dat een groep cliënten geconfronteerd wordt met bepaalde misstanden. Ik vind dat je dat als advocaat zelfs moet doen. In uw periode als advocaat hebt u niet alleen vrienden gemaakt. Eén van de personen met wie u een conflict hebt gehad, is Jos Lemmens. Hij verweet u een hetze tegen zijn vastgoedfonds. Volgens Lemmens was u zowel een pyromaan als een brandweerman, waarmee hij doelde op uw strategie om eerst onrust te veroorzaken bij zijn fonds en daarna hulp aan te bieden aan de beleggers. Was dat uw bedoeling?

Jos Lemmens heeft in Nederland tientallen miljoenen euro’s opgehaald om te investeren in Duitse vastgoedfondsen. Op een gegeven moment is zijn onderneming failliet gegaan. Terwijl honderden mensen


hun spaargeld aan hem hadden toevertrouwd, was hij niet in staat om hun inleg terug te betalen, laat staan het beloofde rendement. Lemmens weigert echter om rekening en verantwoording af te leggen. Hij geeft de schuld aan de crisis en aan mij, maar don’t shoot the messenger. Ik was slechts degene die de zaak heeft blootgelegd. Hij heeft het niet aan mij, maar aan een gebrekkige organisatie

strafmaat mee dat er nog 16 miljoen euro ‘zoek’ is, waarover de heren geen rekening en verantwoording kunnen of willen afleggen. Ik heb vernomen dat Klomp en Voortman 4 jaar gevangenisstraf voor lief nemen, omdat die 16 miljoen euro daarna alsnog hun kant op komt. Er zijn wel meer mensen die voor 4 miljoen per jaar gebruik willen maken van een staatshotel! Ik vind dat ze moeten

“Er zijn meer mensen die voor 4 miljoen euro per jaar gebruik willen maken van een staatshotel” en een gebrek aan transparantie te wijten dat hij ten onder is gegaan. Hoe eenvoudig is het om frauduleuze ondernemers strafrechtelijk te vervolgen?

Zowel curatoren als individuele beleggers kunnen aangifte doen. Individuele beleggers doen dat echter niet graag, omdat ze zich schamen voor hun hebzucht en hun domheid. Mensen hebben toch de neiging om verkeerde beslissingen zoveel mogelijk te vergeten. Gelukkig hebben wij in de Palm Invest-zaak een grote groep cliënten gehad die zich wel durfden te melden. Voor hen hebben wij aangifte gedaan, wat resulteerde in een inval door de FIOD ECD (fiscale opsporingsdienst, red.). Zo’n instantie heeft daadwerkelijk de machtsmiddelen om onderzoek te verrichten. Als simpel advocatenkantoor is dat niet mogelijk. U was nauw betrokken bij de Palm Invest-zaak. Hoe is het inmiddels gesteld met dit proces?

Danny Klomp en Remco Voortman, de oprichters van Palm Invest, zijn veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaar en 6 maanden met aftrek van voorarrest. Ze zijn beiden, maar ook het Openbaar Ministerie, in hoger beroep gegaan tegen die uitspraak van de rechtbank. Ik voorspel dat ze uiteindelijk 4 jaar gevangenisstraf krijgen. Waarschijnlijk speelt in de

vertellen waar het geld gebleven is. Het is overigens wel sportief dat de heren niet gevlucht zijn, zoals veel fraudeurs doen, en nog in Nederland wonen. Toch hebben de oprichters van Palm Invest het ergens wel goed voor elkaar. Zij hebben immers in korte tijd miljoenen verdiend en lijken er nog mild van af te komen ook.

Het is een ordinaire vorm van oplichting! Dat heeft de strafrechter al vastgesteld. Er was sprake van deelname aan een criminele organisatie. Onder valse voorwendselen werden mensen namelijk bewogen om geld te steken in pseudo-beleggingen. De oprichters van Palm Invest accepteerden alleen geld van particulieren die geen ervaring hadden met beleggen. In Dubai is slechts een klein deel van de ingelegde gelden werkelijk belegd, terwijl het hoge rendementen had kunnen opleveren. Als ze het overgrote deel van het ingelegde geld wel hadden geïnvesteerd en het vastgoed op het hoogtepunt van de markt hadden verkocht, waren ze nu ondernemer van het jaar 2011 geworden.

‘vanzelf ’ aangevuld met een grote som geld, waardoor ze zich de koning te rijk voelden. Ze hebben zich totaal niet beziggehouden met het daadwerkelijk beleggen van het geld en de consequenties van hun gedrag. Ze vonden het belangrijker om elkaar een villa cadeau te doen in het Gooi, mooie auto’s en boten te kopen en geld te besteden aan vrouwen, drank en andere geneugten van het leven. Totdat het misging.

Wat maakte de oprichters van Palm Invest tot ordinaire fraudeurs?

Over de zaak hebt u het boek Palm Invest geschreven. Had het schrijven een financiële reden of had u het idee nog niet voldoende uw visie op de zaak gegeven te hebben?

Klomp en Voortman leden aan het sudden wealth syndrom, hebben ze mij verteld. Elke dag werd hun rekening

Mijn boek Palm Invest is een bestseller geworden; er zijn 15.000 exemplaren verkocht. Je verdient er overigens niet Fiat Justitia februari 2011

37


i N t e rV i e w veel aan, ongeveer één euro per boek, maar voor de geschiedschrijving is het goed dat het verhaal is vastgelegd. Tevens heeft zo’n boek een waarschuwingsfunctie voor particuliere beleggers. Tot slot kan ik in mijn spreekbeurten refereren aan het boek en ontleen ik er een zekere autoriteit aan. Ik werk nu aan een tweede boek, waarin ik de focus leg op andere zaken in de beleggingswereld en mij met name richt op de lessons learned. Door het boek te lezen, worden mensen gewaarschuwd voor malafide praktijken die zich kunnen afspelen in de beleggingswereld. Op welke schaal zijn er in Nederland fraudeurs actief in de beleggingswereld?

Er is in Nederland ongeveer 5 miljard euro opgehaald in de laatste 10 jaar bij 70.000 beleggers. Ik denk dat de helft goed belegd is en dat je bij de andere helft vraagtekens kunt plaatsen. Het probleem is dat de gemiddelde belegger van tevoren niet weet of hij zijn geld toevertrouwt aan een goede of slechte instantie. Fraudeurs gebruiken bijvoorbeeld dikwijls een flitsende website en mooie advertentiecampagnes. Je hoeft maar op Google te zoeken naar ‘investeren’ en je kunt je geld stoppen in Marokko, windmolens, levensverzekeringen, noem maar op. Soms echter worden projecten opgezet met goede bedoelingen, maar blijkt vervolgens dat er teveel kosten worden gemaakt om Nederlandse beleggers een fatsoenlijk rendement te kunnen verschaffen. Neem bijvoorbeeld de mogelijkheid om te beleggen in teakhout. De bomen moeten in Costa Rica worden onderhouden en worden vervolgens gekapt en verscheept naar Indonesië voordat er meubels van gemaakt kunnen worden. Daarna moeten de meubels naar West-Europa verscheept worden. Er blijft in dat lange traject geen cent over voor de belegger. Voor de Nederlandse particuliere belegger blijft het lastig om te oordelen of iets een goede investering is. We hebben nu een hoos 38

Fiat Justitia februari 2011

gehad aan fraudezaken, maar fraude is van alle tijden; mensen zullen altijd bedrogen worden. Hoe kunnen particulieren zich dan beschermen tegen frauduleuze praktijken?

Ten eerste moet je alleen beleggen in een product dat je kent en in iets dat tastbaar is. Daarnaast is het een goed teken als een aanbieder lid is van de Stichting Transparantie Vastgoedfondsen (STV) en eventueel de Vereniging van Vastgoedfondsen (VVF). Ten derde moet je onderzoeken of er een prospectus aanwezig is die is

Waarom bent u geschrapt als advocaat en is uw kantoor failliet gegaan?

Op een gegeven moment heb ik beweringen gedaan over een vastgoedbelegging van het Homburgconcern waarvan de rechter zei dat ik die beweringen onvoldoende kon staven. Ik heb dat toen gerectificeerd, maar voor de advocaat van Homburg was dat onvoldoende; hij heeft toen een brief gestuurd naar de Orde van Advocaten waarin hij verzocht mij als advocaat te schorsen. Mij was al verweten door de Orde dat ik reclame maakte over de rug van de toekomstige tegenstander voor mijn

“Een ondernemer moet denken aan de 3 A’s: arts, accountant en advocaat” goedgekeurd door de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en de STV. Ten slotte adviseer ik om aan je advocaat, notaris of fiscalist te vragen of het om een verantwoorde belegging gaat.

eigen kantoor. Ik ben vervolgens geschorst en later geschrapt als advocaat, maar er moest wel geld verdiend worden natuurlijk; ik heb een vrouw en vier opgroeiende kinderen. Bovendien werk ik liever


Welk advies geeft u mee aan (startende) ondernemers?

Ik denk dat je daarbij moet denken aan de 3 A’s: arts, accountant en advocaat. Het is van belang dat je een goede relatie onderhoudt met je accountant en je advocaat en daarnaast moet je natuurlijk aan je gezondheid blijven denken. Als je tegen die drie deskundigen zegt dat je bezig bent met ondernemen en hun vraagt of ze jou willen helpen je te behoeden voor valkuilen, dan kom je in mijn ogen een heel eind. Met andere woorden: je moet niet zelf gaan rommelen. Je moet een paar adviseurs om je heen hebben om je werk goed te kunnen doen. Welke tips kunt u geven aan rechtenstudenten die graag een eigen praktijk in de juridische wereld willen starten?

dan dat ik een uitkering krijg. Ik heb daarom een tijd gewerkt als medewerker bij Seats and Sofas (een meubelverkoper, red.) en daar ben ik trots op. Ik ben niet vies van nieuwe ervaringen. Bovendien denk ik dat het goed is geweest om een tijd met twee benen op de grond in de showroom te staan. Ik geef nu commercieeljuridische ondersteuning, commercieel-juridisch advies en spreekbeurten. Juist doordat ik ook op de verkoopvloer heb gestaan, kan ik mijn eigen verhaal verdiepen.

Mijn advies aan studenten is om al tijdens de studie met een eigen onderneming te beginnen. Je hoeft er niet fulltime mee bezig te zijn, maar het feit dat je een onderneming hebt, dat je al iets buiten je studie hebt gedaan, is positief. Fiscaal is het ook aantrekkelijk wanneer je gebruik kunt maken van diverse ondernemersregelingen. Bovendien ben je nooit werkloos; je komt nooit in de positie dat je op LinkedIn moet zetten dat je op zoek bent naar werk. Het gaat er niet om dat je een grote onderneming hebt, maar wel dat je aan alle formaliteiten voldoet en dat je op internet alle mogelijkheden benut die er zijn. Registreer bijvoorbeeld alvast je eigen naam of de naam van je

Over Palm Invest Danny Klomp en remco Voortman richtten in 2006 het beleggingsfonds palm invest op waarmee particuliere beleggers konden investeren in vastgoed op de palmeilanden in Dubai. Dat ging gepaard met de nodige promotie: palm invest maakte reclame bij rtL Business class, stond op de Miljonair Fair, adverteerde in zakenblad Quote en maakte reclame in de Amsterdam ArenA. Achteraf bleek palm invest een piramidespel: het rendement voor bestaande beleggers was afkomstig van de inleg van nieuwe beleggers. Dion Bartels verscheen in 2007 op het strijdtoneel toen het eerste wantrouwen ontstond. Dit leidde begin 2008 tot een inval van de FiOD bij het fonds en diens oprichters. Begin 2010 ging de strafzaak tegen de oprichters van start. Dit leidde tot een veroordeling van 3 jaar en 6 maanden gevangenisstaf. Het hoger beroep moet nog dienen.

onderneming als domeinnaam. Als je eenmaal een eigen onderneming hebt, moet je alle mogelijkheden benutten van de serieuze sociale media, zoals Twitter en LinkedIn. Elke recruiter of werkgever zal, als jij solliciteert, een klein onderzoek doen op Google naar wie je bent en wat je gedaan hebt. Laat er vanaf spatten dat je je eigen onderneming hebt gehad. Studenten die dat doen, onderscheiden zich wanneer zij gaan solliciteren. Over Dion Bartels Dion Bartels Mre ging na afronding van de studie Nederlands recht in 1982 als advocaat aan de slag. Daarnaast was hij actief in de gemeentepolitiek van Utrecht voor de VVD. Van 1990 tot 1992 volgde hij een postdoctorale opleiding aan de Universiteit van Amsterdam (thans Amsterdam School of Real Estate) waarna hij zichzelf Master of Real Estate mocht noemen. Door deze kennismaking met de wereld van zand, grond, water en stenen heeft hij tal van zaken behandeld als advocaat op het gebied van projectontwikkeling en de aannemerij. tijdens zijn 27-jarig advocatenbestaan heeft hij grote fraudezaken blootgelegd zoals golden Sun resorts, easy Life investments, caribbean comfort, palm invest en partrust. Zijn boek over palm invest werd een bestseller. Na zijn – gedwongen – vertrek uit de advocatuur en het faillissement van zijn kantoor in 2009, is Bartels bepaald niet op zijn lauweren gaan rusten. Sinds januari 2010 is hij met een eenmanszaak ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en houdt hij zich bezig met het geven van commercieel-juridische ondersteuning en advies aan bedrijven en organisaties. Sinds 1 januari 2011 is hij werkzaam bij en voor Bartels consultancy B.V. Daarnaast geeft hij spreekbeurten. Hij zegt wel eens: “Het maatpak van de advocatuur bleek mij niet meer te passen. ik heb nu een wat sportiever jasje aangetrokken.”

Fiat Justitia februari 2011

39


A rti Ke L

Ondernemerschap en ondernemingsrecht Het onderwerp van dit themanummer is gelukkig gekozen. Ondernemerschap kan sinds enige tijd rekenen op grote belangstelling van wetgevers en beleidsmakers, zowel op Europees als op nationaal niveau. Auteur: Maarten Verbrugh

globalisering en technologische vernieuwingen. Ook het belang van ondernemerschap kan moeilijk worden overschat. Het gaat immers om de motor van economische groei en werkgelegenheid en draagt bij aan diverse andere maatschappelijke ontwikkelingen. Bij het woord ‘ondernemerschap’ zal men veelal niet als eerste denken aan rechtsregels, maar eerder aan mensen met innovatieve ideeën en daadkracht en aan de financiering van een goed business plan.1 En indien men wel aan regels denkt, zal het wellicht eerder gaan over de wens tot afschaffing

“Het recht speelt een onmisbare rol voor ondernemerschap en ondernemingen, zoals wij die in de Westerse wereld kennen”

I

n het eerste geval kan bijvoorbeeld worden gewezen op de in 2000 door de Europese Commissie in Lissabon uitgesproken ambitie om in 2010 het meest competitieve werelddeel te zijn. Hoewel dat (nog) niet is gelukt, waarbij niet alleen de financiële crisis als oorzaak kan worden aangewezen, is te verwachten dat de aandacht voor ondernemerschap niet van tijdelijke aard is. Daarbij kan ook worden gewezen op de omgeving waarbinnen ondernemerschap zich afspeelt. Die wordt gekenmerkt door een toenemende (internationale) concurrentie en steeds sneller veranderende (markt)omstandigheden, onder meer veroorzaakt door 40

Fiat Justitia februari 2011

daarvan. Toch speelt het recht een onmisbare rol voor ondernemerschap en ondernemingen, zoals wij die in de Westerse wereld kennen. Dat geldt in het algemeen voor het privaatrecht, dat ziet op de relatie tussen (rechts) personen onderling en dat bijvoorbeeld gaat over het nakomen van overeenkomsten, en in het bijzonder voor een onderdeel daarvan, namelijk het ondernemingsrecht. In deze bijdrage zal nader worden ingegaan op de relatie tussen ondernemerschap en ondernemingsrecht en worden onderzocht hoe het ondernemingsrecht kan bijdragen aan ondernemerschap.

De functie van het ondernemingsrecht De functie van het ondernemingsrecht wordt veelal omschreven als het ondersteunen van waardecreatie door ondernemingen, waarbij rekening wordt gehouden met de belangen van de daarbij betrokkenen, en het tegengaan van waardevernietiging.2 Het ondernemingsrecht gaat, kort gezegd, over de rechtsvormen waarin ondernemingen kunnen worden gedreven.3 Bij een beginnende ondernemer zal al snel de vraag opkomen welke rechtsvorm het beste bij hem of haar past. Nu ondernemerschap per definitie gepaard gaat met het nemen van risico, zal de mate waarin een rechtsvorm hiertegen kan beschermen een grote rol spelen bij de keuze. En indien het gaat om twee of meer ondernemers die willen samenwerken, speelt de zeggenschapsverhouding binnen de gekozen rechtsvorm een belangrijke rol. Beide voorbeelden maken duidelijk dat er conflicterende belangen op het spel kunnen staan. In het eerste geval die van binnen de rechtsvorm betrokken personen aan de ene kant en buitenstaanders, zoals schuldeisers, aan de andere kant. In het tweede geval gaat het om de belangen van ondernemers onderling. Denkbaar is verder dat er een functionele scheiding plaatsvindt tussen investeerders en degenen die de onderneming van dag tot dag leiden. Ook daarbij zijn uiteenlopende belangen aan te wijzen. Te denken valt aan bestuurders die voor de onderneming ongunstige transacties met zichzelf in privé sluiten of meer tijd besteden aan golfen dan aan het besturen van de


vennootschap. Men spreekt in dat verband ook wel van agency costs. Het feit dat het ondernemingsrecht aan de ene kant bruikbare rechtsvormen voor ondernemers in het leven moet roepen, maar aan de andere kant rekening moet houden met alle daarbij betrokken belangen, maakt dat het om een complex rechtsgebied gaat. Het is telkens weer een uitdaging voor de wetgever en de rechter om bij de afweging van de verschillende belangen een goed evenwicht te vinden en te behouden. En wat het ondernemingsrecht met name zo interessant maakt, is dat over de vraag wat het juiste evenwicht is, verschillend kan worden gedacht. Daarnaast is het ondernemingsrecht een zeer dynamisch deel van het recht. De op het spel staande belangen zijn immers niet in beton gegoten en maatschappelijke en technologische ontwikkelingen lijken zich steeds sneller voor te doen. Typerend is dan ook het groot aantal wetswijzigingen binnen het ondernemingsrecht dat op dit moment bij het parlement aanhangig is. Zo staan we aan de vooravond van een ingrijpende herziening van zowel het BV-recht als van het personenvennootschappenrecht.4 Daarnaast kan worden gewezen op de invoering van een Corporate Governance Code voor beursvennootschappen enkele jaren geleden. Deze code kan niet alleen relatief snel worden aangepast, maar werkt bovendien met een comply or explain-beginsel, waarbij vennootschappen mogen afwijken van onderdelen van de code indien zij gemotiveerd uitleggen waarom zij dat doen. De dynamiek van het ondernemingsrecht is daarnaast waar te nemen op het niveau van de vennootschap. Door veranderende (markt)omstandigheden bestaat er behoefte om de in eerste instantie gekozen structuur van de vennootschap aan te kunnen passen. Om aan die wens te voldoen, heeft het ondernemingsrecht in de loop van de tijd diverse instrumenten ontwikkeld en verfijnd. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gewezen op de mogelijkheid de

statuten te wijzigen, een fusie aan te gaan of juist een splitsing door te voeren. Zo is de ABN AMRO bank ooit ontstaan uit een fusie tussen ABN en AMRO en is de bank onlangs opgesplitst, waarna een deel is gefuseerd met Fortis Bank Nederland. En indien een ondernemer na enige tijd de voorkeur geeft aan een andere rechtsvorm, kan hij de rechtspersoon met één rechtshandeling omzetten in een andere rechtsvorm. Omzetting in

“Ongeveer de helft van het Nederlandse ondernemingsrecht vindt zijn oorsprong in Europese wetgeving” een NV kan voorts nodig zijn indien een succesvol bedrijf na enige tijd in aanmerking wil komen voor een beursnotering.

europese achtergrond Ongeveer de helft van het Nederlandse ondernemingsrecht vindt zijn oorsprong in Europese wetgeving, waarbij met name de richtlijn als instrument is ingezet. Dat is het gevolg van een ambitieus harmonisatieprogramma voor het ondernemingsrecht van de lidstaten, waarmee in de jaren zestig van de vorige eeuw is gestart. Hoewel het programma vanaf de jaren negentig grotendeels stil lag en verdere harmonisatie inmiddels geen doel op zich meer is, zijn belangrijke onderwerpen geharmoniseerd. Als voorbeelden kunnen worden genoemd: vertegenwoordiging van NV’s en BV’s, kapitaalbescherming, nationale en grensoverschrijdende fusie, splitsing en het jaarrekeningenrecht. Daarnaast zijn door middel van verordeningen enkele supranationale rechtsvormen in het leven geroepen, waarvan de Europese

vennootschap de belangrijkste is. Wat was nu de reden om tot harmonisatie van het ondernemingsrecht in Europa over te gaan? Dit heeft alles te maken met de totstandkoming van de interne markt en het verwezenlijken van de vrijheid van vestiging voor vennootschappen daarbinnen.5 Wat betreft het ondernemerschap kunnen twee positieve doeleinden van het harmonisatieprogramma worden genoemd, te weten het vergemakkelijken van de toegang tot afzetmarkten in andere lidstaten en voorts het bevorderen van grensoverschrijdend ondernemingsverkeer. De gedachte was dat indien de waarborgen voor schuldeisers en aandeelhouders in alle lidstaten gelijkwaardig zouden zijn, ondernemers aangemoedigd zouden worden om over de grens te gaan. Aannemelijk is dat dit inderdaad het geval is. Er is echter ook een doelstelling aan te wijzen, die – achteraf bezien – een negatieve uitwerking op het ondernemerschap heeft gehad. Dat was het voorkomen van een zogenaamde race to the bottom, waarbij lidstaten hun vennootschapsrecht versoepelen ten koste van schuldeisers en (minderheids)aandeelhouders, om daarmee ondernemers aan zich te trekken. Het gevolg hiervan was dat bij alle richtlijnen die tot stand kwamen de nadruk sterk lag het beschermen van schuldeisers en aandeelhouders en de belangen van ondernemers te veel op de achtergrond raakte. Daarmee heeft de Europese Commissie uit het oog verloren waarover ondernemingsrecht eigenlijk zou moeten gaan, namelijk “to provide a legal framework for those who wish to undertake business activities efficiently, in a way they consider to be best suited to attain success,” aldus de High Level Group of Company Law Experts in hun rapport uit 2002 over modernisering van het Europese ondernemingsrecht.6 Er kleven echter ook nadelen aan het harmonisatiemodel op zich. Zo kan eenmaal op Europees niveau tot stand gekomen wetgeving niet eenvoudig, laat staan snel, worden gewijzigd, terwijl dat juist voor het ondernemingsrecht van Fiat Justitia februari 2011

41


A rti Ke L groot belang kan zijn. En ten tweede verliezen lidstaten de vrijheid om die regels op te stellen die zij zelf het meest geschikt achten. Een voordeel van het hebben van die bevoegdheid is bovendien dat het lidstaten in staat stelt goed werkende voorschriften uit andere landen te kopiëren. De mogelijkheid om van elkaar te leren en daarmee een belangrijke bron van innovatie van rechtsregels wordt met andere woorden grotendeels de pas afgesneden. Het goede nieuws is dat er vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw twee ontwikkelingen zijn aan te wijzen die aan voorgaande nadelen tegemoet komen. Allereerst heeft de Europese Commissie een andere koers ingezet, waarbij het belang van ondernemers prominent aanwezig is. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gewezen op het uitvoeren van een impact assessment bij het opstellen van nieuwe regels, op het vereenvoudigen en schrappen van onderdelen van bestaande richtlijnen en aan de ambitie te komen tot een reductie van administratieve lasten tegen 2012 van 25 procent. Meer in het algemeen lijkt de Commissie haar focus voor een belangrijk deel te hebben verschoven van grote ondernemingen, naar het midden- en kleinbedrijf, omdat zij van mening is dat daar de motor van economische groei ligt. Ten tweede kan worden gewezen op de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU inzake het recht op vrije vestiging. Kort gezegd, heeft het Hof er voor gezorgd dat ondernemers in de EU vrij zijn een vennootschap uit een lidstaat naar keuze – lees: de voor hen meest aantrekkelijke vennootschap – op te richten en zonder belemmeringen (alle) activiteiten in elke gewenste lidstaat kunnen uitoefenen.7 Dat heeft op zijn beurt geleid tot een grote toename van het gebruik van de Engelse limited door ondernemers van buiten het Verenigd Koninkrijk. Deze met de BV vergelijkbare rechtsvorm is namelijk snel en goedkoop via internet op te richten en kent geen wettelijk minimumkapitaal. Mede als gevolg hiervan zijn diverse lidstaten, waaronder Nederland, begonnen met het aanpassen van het 42

Fiat Justitia februari 2011

BV-recht, met als inzet de aantrekkelijkheid van deze rechtsvorm voor ondernemers te vergroten. Men zou hierbij kunnen spreken van ondernemende wetgevers!

rechtsvormen Ondernemers kunnen voor het drijven van hun onderneming kiezen uit diverse rechtsvormen. Door de wijze waarop deze zijn uitgewerkt in de wet, komen daarvoor met name kapitaalvennootschappen en personenvennootschappen in aanmerking.8 Een belangrijk onderscheid tussen beide is het geldende aansprakelijkheidsregime. Bij een NV of BV zijn bestuurders en aandeelhouders als hoofdregel niet aansprakelijk voor de schulden van de vennootschap, terwijl de vennoten van een personenvennootschap dat wel zijn. Dat is dan ook precies de reden waarom veel ondernemers in de praktijk kiezen voor een kapitaalvennootschap. Daarbij gaat het in verruit de meeste gevallen om een BV. Tegenover dit voordeel staat echter wel een veel strengere wettelijke regeling dan bij de personenvennoot-

“De Europese Commissie heeft een andere koers ingezet, waarbij het belang van ondernemers prominent aanwezig is” schappen. Zo geldt bij oprichting onder meer dwingende tussenkomst van een notaris en moet bij de BV minimaal € 18.000 en bij de NV € 45.000 startkapitaal worden ingebracht. Het goede nieuws is echter dat enkele jaren geleden een project is gestart ter vereenvoudiging en flexibilisering van het BV-recht.9 Bij deze herziening staat voorop dat de nieuwe BV zoveel mogelijk aansluit bij de wensen die in de praktijk leven, aldus de memorie van

toelichting bij het wetsvoorstel.10 Uit de voorstellen die worden gedaan, blijkt dat hierbij met name is gedacht aan de wensen van ondernemers. Zo wordt voorgesteld het minimumkapitaal af te schaffen, evenals diverse andere regels van kapitaalbescherming. Daarnaast krijgen ondernemers aanzienlijk meer ruimte om de inrichting van de vennootschap naar eigen inzicht vorm te geven en kan onder meer worden gekozen voor winstrechtloze of stemrechtloze aandelen. In het laatste geval bijvoorbeeld, kan een terugtredende (familie)ondernemer die van zijn oude dag wil genieten en zijn aandelen aan zijn kinderen wil overdragen, maar zonder al te veel kans op ruzie in de tent, een onderscheid maken in aandelen met en aandelen zonder stemrecht. Hoewel de uitkomst van de voorgestelde herziening op dit moment nog onzeker is, is er goede hoop dat de wet ter vereenvoudiging en flexibilisering van het BV-recht op relatief korte termijn in werking treedt. Het zal in dat geval gaan om de meest vergaande wijziging sinds de invoering van de BV in 1971. Ook op Europees niveau zijn enkele rechtsvormen in het leven geroepen. Zo kan sinds 2004 onder voorwaarden worden gekozen voor de Europese vennootschap (Societas Europaea), waarbij het toepasselijke recht voor een belangrijk deel los staat van nationale regels. Deze rechtsvorm is bedoeld om grensoverschrijdende reorganisaties mogelijk te maken en juridische kosten te besparen. Hoewel de SE nog relatief weinig wordt gebruikt in Europa, is een sterke stijging in de laatste jaren te zien. Als tegenhanger van deze op vooral grote ondernemingen gerichte vennootschap, is in 2008 een voorstel voor een Europese besloten vennootschap door de Europese Commissie gepresenteerd. Deze supranationale rechtsvorm is sterk gericht op het stimuleren van het ondernemerschap in het midden- en kleinbedrijf. Gezien de zeer


uiteenlopende meningen in de lidstaten over de meest gewenste regeling, is echter de vraag of de Europese BV ooit het licht zal zien.

Bestuurdersaansprakelijkheid Zoals gezegd, wordt in veel gevallen gekozen voor de rechtsvorm van een BV, om daarmee het risico van persoonlijke aansprakelijkheid tegen te gaan. Omdat dit misbruik in de hand kan werken, zijn zowel door de wetgever als in de rechtspraak regels ontwikkeld om hiertegen op te treden. Een in de praktijk belangrijke en door ondernemers veelal gevreesde regeling is te vinden in artikel 2:248 BW. Daarmee kunnen bestuurders bij een faillissement alsnog aansprakelijk zijn voor schulden van de vennootschap, indien het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld. En indien geen deugdelijke boekhouding is bijgehouden of de jaarrekening niet tijdig openbaar is gemaakt, wordt de curator sterk geholpen met de bewijslast hiervan. In het licht van de verschillende belangen die op het spel staan, is het echter de vraag of de balans in het laatste geval niet te veel in het nadeel van ondernemers uitpakt.11 Het is dan ook

zaak dat ondernemers zich van deze regeling bewust zijn en in ieder geval tijdig een jaarrekening openbaar maken. Buiten faillissement kunnen bestuurders onder meer aansprakelijk worden gehouden indien zij verplichtingen namens de vennootschap zijn aangegaan, terwijl zij wisten of konden weten dat de vennootschap deze niet zou kunnen nakomen. Deze op onrechtmatige daad gebaseerde norm is in de rechtspraak tot ontwikkeling gekomen. Doordat rekening kan

“Het is de vraag of de Europese BV ooit het licht zal zien”

hiervan geen grote problemen verwacht, is denkbaar dat in de rechtspraak een zekere toename te zien zal zijn van aansprakelijkstellingen van bestuurders, omdat hen verweten wordt zonder voldoende startkapitaal aan het ondernemersavontuur te zijn begonnen. Ook is mogelijk dat financiers vaker dan nu het geval is van ondernemers zullen eisen dat zij zich persoonlijk aansprakelijk stellen voor de schulden van de vennootschap. Daarmee zou de ratio voor de keuze van deze rechtsvorm voor een deel teniet worden gedaan. Aannemelijk is in ieder geval dat de afschaffing van het wettelijk minimumkapitaal een (sterke) toename van het aantal oprichtingen van BV’s met zich zal brengen en daarmee ook van het ondernemerschap.

conclusie worden gehouden met de omstandigheden van het geval, kan op een genuanceerde wijze worden opgetreden tegen misbruik. Hiermee kan het vertrouwen in het handelsverkeer worden bevorderd. Een interessante vraag is wat de afschaffing van het minimumkapitaal in dit verband zal brengen. Hoewel ik

Bronvermelding 1 Zie over het begrip ondernemerschap verder B.F. Assink, De januskop van het ondernemingsrecht (oratie Rotterdam), Deventer: Kluwer 2010 en de daar genoemde literatuur. 2 Zie bijv. Assink (2010), p. 6 en L. Timmerman, Impliceert beperkte toetsing door de rechter ook beperkte verantwoordelijkheid?, Ondernemingsrecht 2006, nr. 9, p. 335. 3 Zie M.J. Kroeze, L. Timmerman en J.B. Wezeman, De kern van het ondernemingsrecht, tweede druk, Deventer: Kluwer 2007, p. 1. Zij wijzen op drie hoofdthema’s in het ondernemingsrecht, te weten: 1). de juridische organisatie, 2). de vertegenwoordigingsbevoegdheid; en 3). verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid. 4 Voorts kan worden gewezen op het wetsvoorstel ‘Bestuur en Toezicht’, waarmee o.a. de keuze voor het bestuursmodel bij de NV en de BV wordt verruimd. Hieronder zal slechts aandacht worden besteed aan de herziening van het BV-recht, omdat vooral deze gericht is op het stimuleren van ondernemerschap. Met deze en andere wetswijzigingen wil Nederland zich uitdrukkelijk profileren als vestiging- en ondernemingsland. Zie de nota ‘Modernisering van het ondernemingsrecht’, Kamerstukken II, 2003-04, 29 752, nr. 2, p. 3. 5 Zie art. 26 lid 2, resp. art. 49 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). 6 In het rapport ‘A Modern Regulatory Framework for Company Law’, p. 29, is verder te lezen: ‘Company law should first of all facilitate the running of efficient and competitive business Enterprises. This is not to ignore that protection of shareholders and creditors is an integral part of any company law.’ Zie voor een jaarlijks onderzoek naar de mate waarin de wetgeving van landen wereldwijd ondernemerschap stimuleert of juist belemmert, de rapporten van de Wereld Bank ‘Doing business [jaartal]’. De rapporten zijn te raadplegen via: <www.doingbusiness.org>. 7 Het meest belangrijke arrest in dit verband is het Centros-arrest (HvJ EG 9 maart 1999, zaak C-212/97, Jur. 1999, p. I-1459). 8 In het eerste geval gaat het om de NV en de BV (art. 2:64 e.v., resp. 2:175 e.v. BW), in het tweede geval om de maatschap, vof en cv (art. 7A:1655 e.v. BW, resp. 16, resp. 19 WvK). Na inwerkingtreding van het nieuwe personenvennootschappenrecht in titel 7.13, zal het gaan om de stille en openbare vennootschap en de cv, waarbij in de laatste twee gevallen kan worden gekozen voor rechtspersoonlijkheid. Indien een ondernemer geen samenwerking aangaat en niet kiest voor een NV of BV, is sprake van een eenmanszaak. In dat geval is er geen scheiding tussen privé- en zaakschulden. 9 Zie voor het wetsvoorstel, Kamerstukken II, 2006-07, 31 058, nr. 2. 10 Kamerstukken II, 2006-07, 31 058, nr. 3, p. 1. 11 Zie hierover verder M.J. Kroeze, Bange bestuurders (Oratie Rotterdam), Deventer: Kluwer 2005.

Geconcludeerd kan worden dat het themanummer een boeiend onderwerp aansnijdt en dat het ondernemingsrecht onlosmakelijk is verbonden met het ondernemerschap. De uitdaging van het eerste is het tweede optimaal te faciliteren, zonder de belangen van de daarbij betrokkenen uit het oog te verliezen. Dat verklaart ook waarom in beide gevallen stilstand geen natuurlijk gegeven is.

Over Maarten Verbrugh Mr. M.A. Verbrugh is universitair hoofddocent ondernemingsrecht aan de erasmus Universiteit rotterdam. Hij studeerde in 2000 af aan de eUr met als afstudeerrichtingen strafrecht en internationaal publiekrecht. in hetzelfde jaar ronde hij tevens een postdoctorale opleiding ‘international trade Law’ af in turijn, italië. Na zijn studie werkte hij een jaar op het advocatenkantoor ‘Lalive’ in genève, Zwitserland. Vervolgens ging Verbrugh aan de slag als promovendus aan de eUr, waar hij in 2007 promoveerde op het onderwerp ‘Structuurwijzigingen bij kapitaalvennootschappen en de positie van schuldeisers’.

Fiat Justitia februari 2011

43


KwartaalSignaal is een driemaandelijkse bijlage bij Ars Aequi, hĂŠt juridische maandblad voor de rechtenstudent. In KwartaalSignaal worden rechtsontwikkelingen op diverse juridische deelterreinen gesignaleerd op het gebied van wetgeving, jurisprudentie en literatuur. Met KwartaalSignaal ben jij als student op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Handig voor colleges en tentamens! En wat dacht je van de schat aan scriptieonderwerpen die KwartaalSignaal je biedt? Voor maar 16 euro per jaar weet je alles. Je abonnement op het maandblad Ars Aequi is immers gratis. En dat blijft zo. Kijk op kwartaalsignaal.nl voor een abonnement op Ars Aequi maandblad en KwartaalSignaal

, een abonnement op kennis


iNterV i e w

ted Langenbach

“rotterdam is ‘teheran aan de Maas’ geworden” Rotterdam is de thuisstad van Ted Langenbach; hij is er geboren en getogen en heeft er jarenlang succesvol feesten georganiseerd. Met zijn clubs Now&Wow en WATT schreef hij geschiedenis in de uitgaanswereld. Maar die glorietijden zijn voorbij. Langenbach heeft zijn werkterrein noodgedwongen verlegd naar creatieve steden als Barcelona, Berlijn en New York. Het Rotterdamse uitgaansleven stagneert. Langenbach spreekt van een ‘verhuurschuurcultuur’ en bestempelt Rotterdam als een angststad. Zijn felle kritiek op het beleid van de gezagdragers vormt een rode draad in zijn werkzame leven. Fiat Justitia zocht de partygoeroe op in het centrum van zijn thuisstad en ondervroeg hem over de ontwikkelingen in het uitgaansleven, het beleid van de gemeente en ondernemen in de creatieve sector. Tekst: Che Brandes-Tuka en Leendert Kloot

Kunt u een beeld schetsen van de huidige situatie waarin creatieve ondernemers zoals u zich bevinden?

Er is een enorme discrepantie ontstaan tussen enerzijds het creatief ondernemerschap en anderzijds de oneerlijke concurrentie van stichtingen en initiatieven voor jongeren vanuit de gemeente Rotterdam. De wet van de remmende voorsprong is hier in hoge mate aanwezig. In de huidige situatie wordt er gedacht: “Laten we iets met urban gaan doen, laten we het Jongerenjaar organiseren of laten we

“Clubs en locaties, zoals de Maassilo en Off Corso, zijn verhuurschuren geworden” iets verzinnen voor de jeugd.” Wat er volgens gebeurt, is dat mensen die verstand hebben van het culturele veld, buiten het overleg over de implementatie van die initiatieven worden gehouden. Dat is zorgwekkend. Er is in 2006 binnen veel disciplines stilstand ontstaan. Rotterdam bleef te lang geloven in een stad die ze niet meer was. Er werd teveel gecompenseerd met gebouwen en er werd niet meer naar de menselijke creatieve waarde gekeken.

Foto’s door Pietra Ligura

Hoe ziet u deze situatie terug in het Rotterdamse uitgaansleven?

Toen het uitgaansleven nog floreerde had je een enorm assimilatieproces: 169 culturen en allerlei geaardheden liepen door elkaar heen op straat en

tijdens feesten. Er waren geen ‘eilanden’ met groepen jongeren. Mensen kwamen veel eerder in gesprek met elkaar en vonden het leuk verschillende mensen te ontmoeten. In dat assimilatieproces ontstonden Fiat Justitia februari 2011

45


i N t e rV i e w allerlei leuke initiatieven, doordat mensen hun creativiteit konden ontplooiden. Zo ging het er een aantal jaren geleden aan toe in Rotterdam; toen was de creatieve norm nog aanwezig in deze stad. Ik heb Rotterdam de afgelopen jaren zien afdalen tot een ‘angststad’. Het is ‘Teheran aan de Maas’ geworden waar mensen elkaar nauwelijks nog groeten en iedereen boos kijkt. Rotterdam wordt gedomineerd door angst, repressie, homo- en vrouwonvriendelijkheid en veiligheidsmaatregelen, mede na de strandrellen in Hoek van Holland (2009). Wat doet de gemeente Rotterdam verkeerd in uw ogen?

Burgemeester Aboutaleb weet niet goed wat er nu zou moeten gebeuren in Rotterdam en rept alleen over strenge veiligheidsmaatregelen. Uit onderzoek blijkt echter dat juist creativiteit in het uitgaansleven ervoor zorgt dat de veiligheid toeneemt. De goede normen en waarden van clubs en feestjes zorgen namelijk automatisch voor meer verbondenheid en veiligheid. Dat lijkt de gemeente zich niet te

46

Fiat Justitia februari 2011

realiseren. In plaats daarvan heeft de overheid een monopolie gegeven aan een aantal organisators van feestjes en aan locatiehouders. Horecaondernemers zitten met de handen in het haar omdat ze hun toko niet meer vol kunnen krijgen. Om dat op te vangen huren de ondernemers die organisators in. Er is daardoor zoveel horecaprostitutie in het uitgaansleven. De organisators werken met één doel: het vol krijgen van de feestjes van horecaondernemers, omdat zij niet meer in staat zijn dat zelf voor elkaar te krijgen. Zo begonnen zes jaar geleden partyorganisaties als Sneakerz en Nope is Dope. Dat werd succesvol omdat die jongens goed waren met nieuwe media. Hup, druk op de knop, je organiseert een feestje en het geld stroomt binnen. Tien jaar geleden ging dat heel anders: wij zetten zelf flyers in elkaar, die wij vervolgens verspreidden. Muzikaal gezien liep alles door elkaar; wij maakten geen scheiding in groepen, zoals dat nu gebeurt. We probeerden elke week confronterend te zijn en een nieuwe creatieve norm te stellen. Ik weet zeker dat ik in die periode miljoenen voor deze stad verdiend heb; en ik heb er

“In tegenstelling tot het buitenland ontstaat er in Rotterdam een saai straatbeeld waar iedereen elkaar agressief aankijkt” ook veel geld ingestopt. Door oneerlijke concurrentie als gevolg van die monopolie en overheidsbemoeienis ben ik vervolgens veel geld kwijtgeraakt. Ik heb nu geen locaties meer; die zijn in handen van de mensen met geld en slechte ideëen. En zij huren suborganisaties in om hun toko vol te krijgen. Ik vraag mij af of dat dan de juiste norm is. Wat is het gevolg van dit verkeerde beleid van de gemeente?

De creatieve ondernemers, zoals ik, hebben ze geprobeerd kapot te maken doordat alleen geld verdienen op korte termijn nog een rol lijkt te spelen. Zo ontstaan organisators zonder creatieve norm, het publiek wordt minder en de smaakmakers zijn de grote afwezigen. Het gevolg is een extreme middelmatigheid. In de periode van Now&Wow en WATT hanteerden wij een artistieke norm waarmee wij mensen konden enthousiasmeren en konden prikkelen. Zo kwamen mensen iedere zaterdag terug naar de feestjes. Het publiek keek dus niet naar de dj’s en de line-up of naar de organisatie achter het feest. Onze artistieke norm leidde tot een confrontatie en tot verwondering. Clubs en locaties, zoals de Maassilo en Off Corso, zijn echter verhuurschuren geworden. De verhuurschuurcultuur noem ik dat ook wel. In die gestandaardiseerde cultuur draait het alleen om bezoekersaantallen en geld verdienen. Dat is dodelijk voor het creatieve uitgaansleven.


Kon u dan niet opboksen tegen organisaties als Nope is Dope en Sneakerz?

Toen ik in de weer was met Now&Wow, kwam Nope is Dope op, dat op zijn beurt elementen overnam van mijn feesten als Soulpunkers en Flirt. Zij deden het echter op een platte,commerciële manier om zoveel mogelijk bezoekers te trekken. Vervolgens werden die feesten ook in andere steden georganiseerd. In het verleden kwamen bezoekers uit andere steden naar jouw toko toe voor een feest en dat zorgde voor een economische spin-off. Als je het concept naar andere steden brengt, dan zorg je ervoor dat bezoekers lui worden. Zij hoeven immers niet meer ver te reizen voor een uniek feest. De creatieve mensen zijn op die manier weggeconcurreerd. Organisaties die vroeger de creatieve norm hanteerden zijn kapotgemaakt door mensen die alleen aan marktconformiteit denken en veel bezoekers trekken met steeds dezelfde dj’s en decors. Het uitgaansleven moet je niet teveel in concepten gieten; dan ontstaat die extreme middelmatigheid. We leven in een klein land waar op een gegeven moment teveel aanbieders in hetzelfde segment van de uitgaansmarkt opereren; daardoor kreeg je teveel van hetzelfde. Vervolgens begon de gemeente Rotterdam zich te bemoeien met die middelmatigheid en het subsidiëren daarvan: het Jongerenjaar, het Urban Culture Podium enzovoorts. Dat is een verkeerde ontwikkeling.

Foto’s door Pietra Ligura

op een slechte manier. Er was zo’n 50 miljoen beschikbaar, maar wat gebeurde daarmee? Daar werden gebouwen van gehuurd, er werd duur personeel werd aangesteld en er werden slappe projecten opgezet. Er werd echter geen norm gecreëerd waarvan iedereen dacht: “Nou, daar ga ik voor naar Rotterdam.” Daarom is het Jongerenjaar mislukt.

meer in de stad. Rotterdam moet zich concentreren op wat er mag en niet denken in beperkingen. Tegenwoordig moet je een stapel vergunningen hebben als je een feestje organiseert; dat gaat nergens meer over. En dat terwijl de vergunningverleners bij de gemeente achterover kunnen leunen, omdat ze hun salaris toch wel krijgen.

Dus er werd in het kader van het Jongerenjaar ordinair geld over de balk gesmeten door de gemeente?

Leidt de hoeveelheid wet- en regelgeving tot problemen bij creatieve ondernemers?

Het Jongerenjaar was propaganda. De organisatie manipuleerde bezoekersaantallen en presenteerde omzetten die nooit gehaald zijn. Om dat in de toekomst te voorkomen, moeten we weer terug naar de basis, naar de echtheid en de oorspronkelijkheid in het uitgaansleven. Als we dat verbinden aan de nieuwe technologieën, dan kun

Minder wet- en regelgeving leidt tot een artistiek klimaat waarin mensen in alle vrijheid en vrede initiatieven kunnen ontplooien, zonder dat er geknokt wordt of partygangers worden doodgeschoten. Dat artistieke klimaat ontbreekt nu. Daarnaast gooien projectontwikkelaars en makelaars in Rotterdam roet in het eten. Zij misbruiken hun macht om de prijzen van onroerend goed omhoog te schroeven. De overheid werkt vervolgens nauw samen met de projectontwikkelaars, die aan de lopende band onroerend goed neerzetten tegen hoge prijzen. Zeven miljoen vierkante meter kantoorruimte staat nu leeg in Nederland!

“Creatievelingen moeten een permanent gedeelte in de stad krijgen om daar initiatieven te ontplooien” Rotterdam was in 2009 de Europese Jongerenhoofdstad, maar dat project is mislukt.

Ja, want er was geen artistiek leider die zei: “Zo gaan we het doen.” De organisatoren kopieerden onze initiatieven van enkele jaren geleden

je het niveau weer halen van Gent, Berlijn, New York en Barcelona. Die steden staan artistiek op een veel hoger niveau dan Rotterdam. Teveel ambtenaren hebben de rol overgenomen van artistieke mensen. Artistieke mensen verdienen geen geld

Kortom mensen zijn belust op geld en macht, maar verliezen de creativiteit uit het oog?

Ja, dat klopt. Niet alleen in Rotterdam, maar ook in Amsterdam, zijn de huren Fiat Justitia februari 2011

47


i N t e rV i e w sterk gestegen en is de individuele vrijheid van mensen ingeperkt. Zo kunnen creatievelingen hun beroep niet meer uitoefenen en vluchten zij naar steden als Berlijn. Dat gebeurt mede doordat je in Berlijn of in andere steden voor de helft van de Nederlandse prijzen een pand kunt huren en er veel minder overheidsbemoeienis aanwezig is. Om die ontwikkeling een halt toe te roepen, moet er geïnvesteerd worden in de creativiteit om Rotterdam weer aan de gang te krijgen. Nu is er geen geld meer voor creativiteit, tenzij je een beroept wilt doen op het subsidieinfuus. Ook hier speelt de wet van de remmende voorsprong een rol. Wil je opnieuw produceren, en niet reproduceren, dan moet er een nieuw type vrijheid gelanceerd worden in Rotterdam Wat zou de rol van het stadsbestuur in Rotterdam moeten zijn?

Het belangrijkste is dat de creatievelingen een permanent gedeelte in de stad krijgen om daar initiatieven te ontplooien. Dat zou een autonoom proces moeten zijn; dus niet van bovenaf besluiten om ergens een hippe wijk te maken. Nee, het moet andersom: je moet eerst een gebied waar assertiviteit aanwezig is, aantrekkelijk maken zonder beperkingen op te leggen. Dan komen de goede ideeën op.

“De advocaat en de artistieke ondernemer zouden nader tot elkaar moeten komen” U verblijft regelmatig in steden in het buitenland. Kampt alleen Rotterdam met het probleem dat u schetst?

In steden als Berlijn en New York is er wèl een vruchtbare combinatie van jongeren en vrijheid! Daar komen mooie initiatieven op gang. Er worden 48

Fiat Justitia februari 2011

spontane ideeën gelanceerd waarvan je denkt: “Wow!” De Rotterdamse creatievelingen zoeken daarom hun heil in andere steden. Dus creativiteit wordt geëxporteerd en daar krijgen we niets voor terug. Wat achterblijft zijn monoculturen, waarin mensen enkel bezig zijn met stijl; denk aan de lelijke Uggs die mensen massaal dragen. In tegenstelling tot het buitenland ontstaat er zo een saai straatbeeld in Rotterdam, waar iedereen elkaar agressief aankijkt.

op een advocaat als je de zaak verliest. Creatievelingen hebben niet veel geld om advocaten in te huren. In dat artistieke veld zit veel werk voor nieuwe advocaten. De advocaat en de artistieke ondernemer zouden nader tot elkaar moeten komen. Samen zouden zij een sterk koppel vormen, dat ervoor zou kunnen zorgen dat de creativiteit toeneemt en er over twee jaar weer veel geld aan Rotterdam verdiend kan worden. Over Ted Langenbach

Wat kunnen jongeren doen om de vicieuze cirkel tegen te gaan waarin het uitgaansleven zich bevindt?

Dat kan door tegen de stroom in te zwemmen en door als individu te beslissen iets te ondernemen. Zo’n initiatief krijgt volgers, zodat na verloop van tijd positieve subculturen kunnen ontstaan. Die subculturen kunnen vervolgens met elkaar de degens kruisen waaruit nieuwe vruchtbare ideeën ontstaan. Zo werkt dat in andere steden. Ik zie dat kleine groepjes mensen in Rotterdam langzamerhand uit hun schuld kruipen, maar dat is nog niet zo ver gevorderd dat er een brede artistieke norm is ontstaan waar iedereen tegenop kan kijken. Die mensen kruipen uit hun schulp vanwege de artistieke schaarste in Rotterdam. Als de overheid niet weet wat het moet doen en de markt niet in een artistieke behoefte voorziet, doen jongeren het zelf. Desnoods illegaal. Zo kunnen nieuwe juweeltjes ontstaan. Welke rol van betekenis kunnen juristen spelen in deze situatie?

Ik heb weleens met advocaten te maken gehad in de tijd van Now&Wow. Ik hoopte dat zij mij zouden helpen, maar het enige wat zij deden, was geld binnenharken. Daarom zijn veel creatieve mensen bang voor advocaten. Daar valt veel te winnen, denk ik. Als je het Amerikaanse no cure no pay zou toepassen, dan zou er voor zowel advocaten, als voor artistieke mensen veel te winnen zijn. Dan hoef je namelijk niet bang te zijn leeg te lopen

ted Langenbach werd op 3 mei 1959 geboren in rotterdam. Na zijn opleiding op de Kunstacademie willem de Kooning werd hij vooral bekend als partygoeroe. Hij begon als bassist in de band Dojoji in de jaren `80, maar hij besloot zelf feestjes te gaan organiseren nadat hij geweigerd werd bij een club omdat hij een baseballcap droeg. Langenbach kwam op met de Music takes control-party’s in de jaren `90. Hij werd vanaf 2000 succesvol als initiatiefnemer en creatief directeur van het uitgaansconcept Now&wow, dat een grote aantrekkingskracht had op de hipsters van toen. in 2006 stopte Langenbach met Now&wow na het een tijdlang bij de Maassilo te hebben gehouden. Hij kwam in 2008 met de gebroeders tieleman terug in het rotterdamse uitgaansleven met poppodium wAtt. Dat in 2010, na getouwtrek tussen de oprichters en de gemeente werd doorverkocht aan stichting waterfront, die met 2 miljoen overheidshulp alsnog failliet ging. in het rapport van de rekenkamer is onlangs naar voren gekomen dat Langenbach door de gemeente rotterdam en horecaondernemers is misleid. Op het ogenblik werkt Langenbach als cultureel adviseur met zijn partner pietra Ligura. in 2000 werd Langenbach onderscheiden met de Laurenspenning van de gemeente rotterdam. Daarnaast ontving hij de rotterdam promotieprijs en rotterdam Marketingprijs.


Fusies en overnames... het is de eredivisie van de juridische en financiĂŤle sector. Het lijkt soms een spel, maar dan wel met de grootste spelers en belangen. Daarom organiseren ABN AMRO en De Brauw samen The Deal. De business course over Mergers and Acquisitions voor studenten. Tijdens The Deal ga je met jouw team de strijd aan. Sluit jouw team de beste deal? Wanneer. The Deal duurt drie dagen en wordt gehouden op 27, 28 en 29 april 2011. Je overnacht in een hotel in het centrum van Amsterdam. Inschrijven kan tot en met 3 april 2011. Om je aan te melden of voor meer informatie ga je naar businesscoursethedeal.nl

Fiat Justitia februari 2011

49


i N t e rV i e w

Meiny prins

“De echtheid van je onderneming gaat steeds zwaarder wegen” Meiny Prins heeft zich de afgelopen jaren uitdrukkelijk verre gehouden van de discussie over vrouwen aan de top. Zij vindt namelijk dat iedere vrouw de top kan bereiken. Prins gelooft niet in glazen plafonds. Over duurzame innovatie en ondernemerschap spreekt zij des te liever. Volgens Prins moet Nederland overschakelen op een nieuwe mindset om écht te kunnen innoveren. De overheid moet niet denken in regels en beperkingen en enkel subsidie uitkeren aan het ontwikkelen van nog meer nieuwe ideeën, maar duurzame impulsen starten door te helpen nieuwe ideeën in de markt zetten; dát is innoveren. Fiat Justitia in gesprek met een vrouw met een duidelijke visie. Tekst: Leendert Kloot

keerzijde van de medaille is dat de Chinezen weinig oog hebben voor duurzaamheid.

Bij de uitreiking van de titel ‘Zakenvrouw van het Jaar 2009’ sprak u in uw toespraak over de drie kernwaarden duurzaamheid, innovatie en winst. Hoe verhouden deze begrippen zich tot elkaar?

Ik zie het als een drie-eenheid. Er is geen onderlinge prioriteit aan te wijzen. Als we naar een onderneming kijken, heeft zij een omzet, maakt zij kosten en aan het einde van het jaar heb je een rendement behaald. Dat rendement gebruik je om het bestaan van je onderneming te kunnen garanderen. Maar om echt verder te komen als ondernemer moet je winst op een andere manier bekijken. Ik zie winst als iets dat je krijgt om ook een bijdrage te kunnen leveren aan een betere wereld. Dat is een heel andere motivatie om te ondernemen dan dat je alleen bezig bent met het behalen van mooie cijfers aan het einde van het jaar. Mijn manier van werken levert een impuls van positieve energie op in mijn bedrijf en bij mijn personeel. Dat werkt motiverend. Hebben bedrijven die alleen zijn gericht op het behalen van zoveel mogelijk winst nog wel bestaansrecht?

Er gaat een enorme verandering komen. De echtheid van je onderneming gaat steeds zwaarder wegen. De eerlijkheid waarmee je naar buiten komt, wordt van steeds groter belang. Dat draait om het besef dat winst maken van ondergeschikt belang is. Steeds meer bedrijven 50

Fiat Justitia februari 2011

“Ik zie winst als iets dat je krijgt om ook een bijdrage te kunnen leveren aan een betere wereld” gebruiken hun winst voor duurzame innovatie. Duurzaamheid is daarom geen hype; ik denk dat het een net zo ingeburgerd begrip wordt als kwaliteit. Met duurzaam ondernemerschap kun je je nu nog onderscheiden. Uw bedrijf Priva is onder meer gevestigd in China. Dat land maakt een enorme economische ontwikkeling door. De

Nee, dat klopt niet. Chinezen zijn juist enorm bezig met duurzaamheid! Dat gebeurt natuurlijk niet in één keer in heel China, maar het proces gaat daar hard. Waar Nederland blijft steken in zijn eigen wetten en regelgeving, heeft China daar geen last van. Daar worden ‘ecosteden’ gebouwd waar het water wordt hergebruikt en energie op duurzame wijze wordt opgewekt. Daar is veel aandacht voor duurzame voedselproductie. Om dit te bewerkstelligen hebben de Chinezen wel kennis nodig. Die halen zij onder meer uit Nederland. Vandaar dat Priva in China is gevestigd. Het is verbazingwekkend dat China de kennis om te innoveren uit Nederland haalt en daarmee aan de slag gaat, maar dat Nederland zijn kennis niet kan omzetten in succesvolle innovatie. Wijt u dat aan de Nederlandse regelgeving?

Nederland is helaas niet in staat op grote schaal innovatie van de grond te krijgen. Weliswaar investeert ons land veel in kennisontwikkeling en nieuwe ideeën, maar die ideeën komen vervolgens niet tot volle wasdom in de markt. Je kunt pas van innoveren spreken als nieuwe technologie wordt toegepast in de markt. Dat laatste gebeurt nauwelijks in Nederland. Bij de lancering van een nieuw idee wordt er in Nederland een


eenvoudige rekensom gemaakt op basis van de te verwachten kosten. Dan blijkt vaak dat een business case te duur wordt. Ondernemers willen hun handen er dan niet meer aan branden. Wanneer je zo’n idee succesvol wilt toepassen, moet je met andere businessmodellen werken om dat te bereiken. Wees als overheid ‘launching customer’. Geef de ruimte om pilots te doen. Onderzoek samen met de ondernemers waarom een project te veel geld kost. Welke wet- en regelgeving aangepast zou moeten worden. Welke bestaande structuren of systemen nieuwe toepassingen blokkeren. Zou het niet voordeliger kunnen? Denkt u dat het kabinet-Rutte een stap in de goede richting is voor duurzame innovatie in Nederland?

De prioriteit van het huidige kabinet ligt voornamelijk bij het op orde krijgen van het huishoudboekje. Er is nog geen eenduidige visie gevormd op de toepassing van duurzame energie en innovatie. Voordat het kabinet daarop een visie kan neerzetten, moeten heel wat bestaande structuren doorbroken worden. Door de aangekondigde bezuinigingen worden ministeries

controle op de bestaande installatie en energiemonitoring, een energiebesparing van 20 tot 30% per kantoorpand kunt realiseren. Als de Priva Campus in De Lier overheid dat doet, bespaart zij jaarlijks 500 tot 700 miljoen euro op haar eigen energierekening. Mannen en vrouwen zijn namelijk Dergelijke impulsen bij de overheid gewoon gelijk. Ook als het gaat om de creëren goodwill bij de lokale bevolking, verantwoordelijkheid die een ieder heeft geven de lokale economie een boost en in het opbouwen van bijvoorbeeld je stimuleert dus nieuwe innovaties. eigen pensioen. Ik geloof niet in glazen plafonds en beperkingen! Ik heb expres die discussie vermeden de afgelopen Dus de overheid moet niet met subsidie strooien, maar zelf duurzame initiatieven jaren. Ik houd het bij duurzame starten? technologie en ondernemerschap. Dat klopt. Vergeet niet dat de overheid een grote werkgever en opdrachtgever is Over Meiny Prins in Nederland. Zij kan daadwerkelijk iets M.M.c. prins werd in 1962 geboren in teweeg brengen. Gemeentes zijn nu Delft. in het verleden was zij oprichter voorzichtig begonnen met duurzame en directeur van ontwerp- en initiatieven. Geef de lokale overheid de communicatiebureau De Stal, ruimte om nieuwe ideeën te ontplooien vandaag samen met proforma, een en begin niet direct over beperkingen! van de top tien bureaus in Nederland Als een gemeente met lokale op het gebied van corporate identity. in ondernemers de handen ineenslaat en

“Nederland is helaas niet in staat op grote schaal innovatie van de grond te krijgen” gedwongen afscheid te nemen van bepaalde zaken. Zo kun je de bestuurlijke complexiteit aanpakken en een nieuwe dynamiek creëren. Het kan geen kwaad om goed naar de uitgaven te kijken. De aangekondigde bezuinigingen leiden ertoe dat de overheid minder subsidie kan uitkeren aan duurzame innovatie.

Ja, en dat is goed. De overheid moet overschakelen op een nieuwe werkwijze. Neem als voorbeeld het kantorenpark in Nederland. Er staan in Nederland ongeveer 70.000 kantoorpanden, waarvan de helft gebruikt wordt door de overheid of voor een overheidsgerelateerde activiteit. De ervaring leert dat je met kleine ingrepen,

aan de slag gaat, krijg je beweging. Als ondernemers nu iets van de grond willen krijgen bij de overheid, kost dat vier tot vijf jaar lobbywerk. Dat moet anders. Als vrouw bent u in de minderheid aan de top van het Nederlandse bedrijfsleven. Het merendeel van uw collega’s is een man. Staat u positief tegenover vrouwenquota in het bedrijfsleven?

Voor een topfunctie zijn er in Nederland meer mannen dan vrouwen beschikbaar. Het is dus gewoon moeilijk om het aantal vrouwen aan de top van het bedrijfsleven te verhogen. Maar ik denk niet dat we dat moeten doen met vrouwenquota. In Nederland is een andere manier van denken vereist.

2003 trad zij als tweede generatie prins in dienst van de priva groep, een familiebedrijf dat zijn oorsprong vindt in De Lier. in 2005 werd zij lid van de directie en in 2007 volgde de benoeming tot algemeen directeur van de priva groep B.V. Naast een vestiging in De Lier, heeft priva vestigingen in canada, Mexico, china, groot-Brittannië, België, Duitsland en Zweden. (Het familiebedrijf is marktleider in klimaatbeheersing en procesbeheer in de bedekte tuinbouw en de utiliteitsbouw.) prins geeft leiding aan ruim 400 werknemers. Voor haar werk werd zij beloond met de uitreiking van de ‘prix Veuve Clicquot Zakenvrouw van het Jaar 2009’. Daarnaast ontving zij in 2007 van Balkenende de prijs voor de meest inspirerende werkplek voor de nieuwbouw van de priva campus. Het wereld Natuur Fonds bestempelde priva in 2009 tot cleantech Star.

Fiat Justitia februari 2011

51


i N t e rV i e w

Harry Mens

“Je leert het vak op straat, met vallen en opstaan” Iedere zondagochtend om elf uur stemt zakelijk Nederland de televisie af op RTL Business Class. Sinds 1999 neemt presentator Harry Mens vanuit de Hotels van Oranje in Noordwijk zijn televisieprogramma op. Mens heeft er nooit een geheim van gemaakt dat de helft van zijn gasten veel geld neertelt om in het programma te verschijnen. Vooraf worden de interviewvragen dan besproken. Onder anderen de fraudeurs van Palm Invest en Easy Life Investments maakten van die mogelijkheid gebruik. Ook ‘bankier van de onderwereld’ Willem Endstra deed zijn verhaal voordat hij werd geliquideerd. Door de combinatie van Mens’ stevige politieke uitspraken en zijn vriendschap met Pim Fortuyn is Harry Mens regelmatig in opspraak geraakt. Mens, die zijn miljoenenvermogen vergaarde in het vastgoed, spreekt met Fiat Justitia over zijn programma, het Nederlandse politieke klimaat en ondernemerschap. Tekst: Loes Stevens en Leendert Kloot

Ondernemers kunnen hun beleggingsproducten aanprijzen in uw programma Business Class. Is het een journalistiek programma of een aaneenschakeling van reclame?

Ongeveer de helft van de mensen die in mijn programma komt, betaalt niet. Dat zijn vooral de politici en de commentatoren, zoals Hans Wiegel en Eduard Bomhoff. De andere helft van mijn gasten betaalt wel een bijdrage. RTL is een commerciële omroep; ze verdienen geld met het maken van reclame. Het maken van Business Class kost ongeveer anderhalf miljoen euro per jaar. Dat geld moet natuurlijk terugverdiend worden, dus kan ik er niet omheen om commercie te bedrijven. Een deel van de gasten betaalt om die reden om bij mij hun product onder de aandacht te brengen.

“Wilders is de politieke Palm Invest” Ik probeer die gasten zo keurig mogelijk tot hun recht te laten komen in mijn programma. Dat betekent dat je ze een handje moet helpen. Bij het maken van Business Class zit ik continu in een gevecht met mijzelf. 52

Fiat Justitia februari 2011

Aan de ene kant dwingt de commercie mij namelijk in de achteruit; aan de andere kant moet ik gas geven. Het vormt een soort spagaat. Neem mijn programma dus zoals je wilt. Je kunt het wellicht beter vergelijken met Amerikaanse televisie. Het is immers niet te vergelijken met de publieke omroep; daar klinkt een heel ander geluid. Zij kunnen heel andere televisie maken, omdat ze geen enkele commerciële verantwoording hoeven af te leggen aan hun sponsors. Bent u dan jaloers op programma’s van de publieke omroep, zoals Pauw & Witteman?

Nee, absoluut niet. Populaire actualiteitenprogramma’s als Pauw & Witteman en De Wereld Draait Door hebben ontzettend veel redactieleden. Als Matthijs van Nieuwkerk om vijf uur arriveert in de studio, is het programma al voorgekauwd. Het enige dat Van Nieuwkerk nog hoeft te doen, is naar de autocue kijken. Met alle respect, maar dat kan mijn zus ook. Als je vervolgens de ‘linkse pers’ achter je weet te scharen,

bekende zangers over de vloer krijgt en in het geval van De Wereld Draait Door wordt ondersteund door royaal betaalde sidekicks, creëer je een heel ander platform. Ik heb geen enkel redactielid en ik werk niet met een autocue.


Mijn programma is om die reden spontaner en het maken ervan bevredigt mij veel meer. Uw programma wordt op zondagochtend om elf uur uitgezonden. Bereikt u geen groter publiek door op een ander tijdstip of op een andere dag uit te zenden?

Ik ben met Business Class begonnen in 1999. Toen ik destijds zendtijd kocht bij RTL, was zondagochtend elf uur het enige moment dat beschikbaar was. Nadien heb ik dat tijdstip nooit meer veranderd. Een ander tijdstip is vaak commercieel niet haalbaar, omdat de tijden met hoge kijkcijfers naar bijvoorbeeld de voetbalwedstrijden en The Voice of Holland gaan. Het is lastig te zeggen hoeveel kijkers ik op dit moment trek, maar het zijn er gemiddeld toch een paar honderdduizend per aflevering. Dat vind ik netjes. Het gaat bovendien niet alleen om de hoeveelheid kijkers, maar ook om de kwaliteit van mijn programma. Het trekt natuurlijk een bepaalde doelgroep. Mijn vaste beursexpert Geert Schaaij zat

weggebleven en de kijkcijfers zijn niet gedaald. Ik maak al 12 jaar dit programma en er komen gemiddeld 6 gasten per uitzending. Op de in totaal 5.000 gasten die ik heb ontvangen, bleken er twee achteraf niet te deugen. Dat is niet eens in een percentage uit te drukken. Daarnaast is het zo dat Palm Invest adverteerde in zakenblad Quote, in de Amsterdam ArenA en op de Miljonair Fair. Toen de fraudezaak aan het licht kwam, werd ik een magneet van al het kwaad. Kennelijk is de jaloezie richting Mens groter dan richting Ajax of Quote. De oprichters van Easy Life Investments hadden al 50 miljoen opgehaald voor ze bij mij kwamen. Directeur John Wolbers vertelde bij mij aan tafel dat hij zaken deed met een betrouwbare Amerikaanse bank en dat beleggers konden rekenen op een bankgarantie. Als beleggers vervolgens zo dom zijn om tienduizenden euro’s in dat fonds te steken maar om niet die bankgarantie te vragen, is dat niet mijn fout. Ik probeer hiermee te zeggen dat Palm Invest en Easy Life Investments er

“Je moet streetsmart zijn om te kunnen voelen of iets deugt of niet” bijvoorbeeld bij het televisieprogramma van Catherine Keyl. Zij heeft 1,2 miljoen kijkers. Schaaij kreeg toen geen enkele reactie. Toen hij in mijn programma kwam, kreeg hij twintig tot dertig reacties van kijkers. Een aantal keren hebt u bij Business Class gasten ontvangen die niet betrouwbaar bleken, zoals de oprichters van Palm Invest en Easy Life Investments. Hebben deze fraudezaken het imago van uw programma aangetast?

Voor de criticasters misschien, maar volgens mij valt het met de imagoschade wel mee. De adverteerders zijn namelijk niet

vooraf betrouwbaar uitzagen. Als ik echter had geweten dat deze producten niet deugden, had ik deze mannen geweigerd in mijn programma. U kunt toekomstige problemen voorkomen door beter research te doen naar uw gasten en duidelijker te vermelden welke personen in uw programma betalen voor hun komst.

Nee, dat vind ik niet. In de aftiteling staat wie de sponsors zijn, dus kijkers weten dat. En kijkers weten ook dat het een televisieprogramma is op de commerciële zender RTL. Bovendien vind ik dat mensen die tussen de 50.000 en 100.000 euro in een fonds steken, geacht mogen worden zelf een afweging te kunnen maken om te

investeren in een bepaald product. Ook de Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt geen toezicht op beleggingen van meer dan 50.000 euro, hoewel je je zou kunnen afvragen of die grens niet hoger moet liggen. Hoe kunnen particulieren zich behoeden voor fraudeurs zoals Palm Invest en Easy Life Investments?

Dat is lastig. De simpelheid van mensen zal altijd slachtoffers eisen. Een voorbeeld: als je op dit moment bij een bank een deposito met 2% rente krijgt en de concurrent biedt 8% of 9%, dan holt men daar achteraan. Mensen zijn hebzuchtig en worden vervolgens daarvoor gestraft. Dat zijn overigens niet alleen de mensen zonder ervaring. Bij de zogenaamde tulpenbollenfraude (2004) waren onder andere grote namen als John de Mol en Cor Boonstra betrokken. Zaken als Palm Invest en Easy Life Investments zullen altijd blijven. Je moet wat dat betreft, leren van je fouten. Een ezel stoot zich immers vaak geen tweede maal aan dezelfde steen. Dat is het probleem met studenten; zij zijn niet streetsmart. Je moet streetsmart zijn om te kunnen voelen of iets deugt of niet. Ik hecht daarom ook niet zoveel waarde aan titels en opleidingen. Je kunt je opleiding rechten cum laude afronden Fiat Justitia februari 2011

53


i N t e rV i e w en toch nog geen deuk in een pakje boter slaan. Je leert het vak uiteindelijk op straat, met vallen en opstaan. U was bevriend met Pim Fortuyn. Ziet u Geert Wilders als zijn opvolger?

Nee, totaal niet. Ik zie Wilders als de ‘politieke Palm Invest’. Het grootste probleem van Wilders is dat hij haat zaait en bij veel mensen afkeer oproept. Hij is niet tolerant. Fortuyn was heel anders; hij was belezen. Ik denk dat Wilders zijn eerste tien boeken nog moet lezen, terwijl Fortuyn er tienduizend in zijn boekenkast had staan die hij allemaal had gelezen. Hij was menselijker dan Wilders en een liever en aangenamer mens. Ik voorspel dat Wilders uiteindelijk over zijn hoogtepunt heen is. Kiezers zullen hem een keer zat zijn en dan is het voorbij. Ik heb trouwens nooit de LPF gesteund; ik steunde Pim Fortuyn. Ik heb hem de ochtend voor zijn dood nog gesproken. Fortuyn overwoog toen te stoppen met zijn politieke carrière. De gevestigde partijen hadden zijn speerpunten namelijk al overgenomen,

54

Fiat Justitia februari 2011

dus zijn doel was bereikt. Bovendien zou hij dan van die idioten af zijn die op zijn lijst stonden, zei hij. Toen hij die avond om kwart over zes werd doodgeschoten, zei ik dan ook meteen: “LPF, stop er maar mee, het is over.” En zo was het ook. Ik heb gewoon het grootste gelijk van de wereld gehad. Is er nog behoefte aan een tweede Pim Fortuyn? U zegt immers net dat de bestaande partijen zijn punten hebben overgenomen.

Een nieuwe Pim Fortuyn bestaat niet. Socioloog Paul Schnabel (sinds 1998 directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, red.) vertelde bij Buitenhof

Amerikaans systeem met minder partijen. Als je de kiesdrempel op 10% zet, houd je vervolgens 3 of 4 partijen over. Dan kom je aan regeren toe! Daarnaast ben ik voorstander van een gekozen premier en de koningin in een ceremoniële rol. Is Nederland klaar voor zo’n drastische politieke verandering?

Je ziet dat de groep mensen die constateert dat het niet goed gaat in Nederland, steeds groter wordt. De zittende elite klampt zich echter vast aan het pluche. Tekenend daarvoor is wat mij betreft de gretigheid waarmee het CDA in de regering is gekomen,

“Ondernemers moeten internationaal denken, maar lokaal opereren” dat de politiek niet meer bestaat. Daar heeft hij wel gelijk in, denk ik. Ik vind dat het Nederlandse politieke systeem op de schop moet. Ik ben voor een

terwijl ze de verkiezingen hebben verloren. Met wat meer fantasie zou er een paars-plus kabinet zijn gekomen. Daar ben ik overigens geen voorstander


van. Ik vind dat het kabinet Rutte het redelijk doet. Ik voorspel echter dat Wilders de stekker uit de gedoogconstrutie trekt op een voor hem gunstig moment in de peilingen. Is Nederland op dit moment een grote speler op het wereldtoneel?

Weet je wat het is, de politiek in Nederland wordt steeds meer bepaald door Europa en door de wereld. Dat zie je ook nu weer. Het kabinet wil mensen naar Afghanistan sturen voor een nieuwe missie, terwijl zij daar niets te zoeken hebben. Het is symboolpolitiek om Amerika te pleasen, zodat we misschien weer bij de G20 mogen aanschuiven. Dat kost 120 miljoen euro per jaar. Dat is het politieke spel, maar het betekent dat je constant bezig bent als een soort lilliputter in de grote wereld rond te lopen. Nederland stelt op het mondiale toneel weinig voor. Mijn voorstel: laat die militairen thuis en maak die 120 miljoen euro direct aan Amerika over als entreegeld voor de G20.

“Het is altijd goed om in economisch slechte tijden te beginnen met ondernemen” Bent u voorstander van een verregaande samenwerking binnen de Europese Unie?

Ik was niet direct een voorstander van de euro, maar gaandeweg is zichtbaar geworden dat de EU noodzakelijk is. Ik voorspel dat de Europese Unie sterker uit de economische crisis zal komen; let maar op. Met de komst van de EU zijn de grenzen ook verdwenen. Dit geldt overigens niet alleen voor de EU. De wereld is in twintig jaar tijd een dorp geworden. Dus een ondernemer die ver wil komen, moet over de grens.

Nee, dat is niet waar. Zolang je in je eigen omgeving kunt verdienen, moet je niet megalomaan de wereld in. Als ik in `s-Hertogen-bosch kom, heb ik geen verstand van het onroerend goed daar. Waarom zou ik daar dan investeren? In Rotterdam ben ik al meer bekend, maar in mijn geboorteplaats Lisse weet ik zeker wat goede investeringen zijn. Ondernemers moeten dus internationaal denken, maar lokaal opereren. Wat is het best moment om te starten als ondernemer?

Het is altijd goed om in economisch slechte tijden te beginnen. Als je het dan redt, red je het altijd. Een startende ondernemer zal nu echter wel met een goed businessplan bij de bank moeten komen. Op je blauwe ogen ontvang je geen geld meer. Ik ben tijdens de eerste oliecrisis in 1973 begonnen. Dat bleek een goed moment. Door een crisis wordt het kaf van het koren gescheiden. De goede ondernemers overleven en de verkeerde gaan ten onder. Zo’n crisis werkt dus zuiverend. Ik hoor blijkbaar niet bij de verkeerden, maar er zijn veel

bedrijven recent failliet gegaan; dat is het resultaat van te weinig eigen vermogen en er te lustig op los te hebben geleefd. Die ondernemers verdienen een faillissement. Wat hebt u gemerkt van de economische crisis bij Business Class?

De hoogste omzet hebben wij behaald in 2007 en 2008. Daarna volgde een terugval in advertentie-inkomsten. Op dit moment leeft het weer wat op. Je ziet die cyclus van de laatste paar jaren in ieder bedrijf terug. Ik denk altijd maar: “Gewoon lekker doorgaan!” Weet je, er zijn veel belangrijker zaken in het leven dan geld.

Over Harry Mens H.c.M. Mens werd op 29 januari 1947 geboren in Lisse. Zijn werkzame leven startte hij als makelaar in bloembollen in de Zuid-Hollandse bollenstreek. Later werd hij succesvol als makelaar in onroerend goed. Zijn kantoor Mens Makelaars is nog steeds gevestigd in Lisse. Het kantoor houdt zich met name bezig met bedrijfspanden en exclusieve woningen. Mens werd bekend bij het grote publiek toen hij 1999 begon met zijn televisieprogramma Business class, dat iedere zondagochtend om 11 uur wordt uitgezonden op rtL7. Het programma wordt zaterdagmiddag opgenomen in de Hotels van Oranje in Noordwijk. Business class bestaat enerzijds uit politici en deskundigen die op uitnodiging van Mens in de studio verschijnen en anderzijds uit ondernemers die betalen voor hun komst. Zij kunnen in het programma hun beleggingsproducten aanprijzen. Ook Mens’ dochter Suze (1978), die haar studie rechten stopte voor een televisiecarrière, treedt regelmatig op in Business class. Harry Mens was persoonlijk bevriend met pim Fortuyn. Hij ontving de politicus regelmatig in zijn programma. Over zijn eigen leven schreef Mens in 1997 een boek met de titel Als een Mens iets wil.

Fiat Justitia februari 2011

55


OpiNie

Ondernemerschap anno 2011 Om te beginnen de kerndefenitie van ondernemerschap: dat is een persoon die werkt voor eigen risico en rekening met als doel winst te maken. Auteur: Grimbert Rost van Tonningen

D

aarmee vallen af:

CEO’s van grote ondernemingen als Shell, Philips, Akzo en Unilever. Zij zijn strategische portfolio managers, anex beheerders. Zij spelen - in kindertermen – ‘Monopoly’, het gaat erom zoveel mogelijk goede ‘huizen/hotels’ te krijgen en de valkuilen er naar toe te vermijden. De uitvoering van het beleid wordt aan business unit managers overgelaten, die moeten budgetten opstellen. Na goedkeuring door de CEO zet dat het kader voor het te voeren beleid. De CEO en CFO, benevens eventueel andere Raad van Bestuur-leden zijn verder vooral bezig met verkopen van oude en het kopen van nieuwe actviteiten, of het ingrijpen in bestaande activiteiten, als er iets misgaat. Gestreefd wordt naar zo perspectiefrijk mogelijke (internationale) core business op middellange termijn. Criteria zijn allereerst rendement, daarna groei en tenslotte risico. Bestuurders van semi-overheidsinstellingen zoals corporaties, ziekenhuizen, vervoersbedrijven, pensioenfondsen en vele andere vormen. Dat zijn primair managers, die zorgen dat hun organisatie goed loopt. Efficiency is vaak een belangrijker criterium dan winst.Vermogensbeheer kan een belangrijk onderdeel zijn van de verantwoordelijkheden. Verder is netwerken in de politiek van eminente betekenis. In de praktijk betekent dat vooral goed thuis zijn in Den Haag, maar ook regionale en locale gremia zijn van belang. Directies van coöperaties zoals bij Rabo en boerenorganisaties in de zuivel, vleesindustrie, bloembollen en wat niet al. Zij zijn vergelijkbaar met CEO’s. Blijven over - via deze deductie - vooral het MKB en grotere privéondernemingen (DGA’s), zoals Blokker, Pon Holdings en SHV Holdings. Bij die laatst genoemden worden echter vaak in de directie ‘zetbazen’ geplaatst, die in plaats van familieleden de onderneming als bestuurder runnen. Ook dat zijn dan – uiteraard - geen (echte) ondernemers. Nederland is helaas de laatste decennia - na de geslaagde opbouw volgend op de Tweede Wereldoorlog - cultureel ver van het ondernemerschap afgedreven. Bovendien zo gebureaucratiseerd, dat het grootste ondernemingsverbond VNO-NCW met zijn 200 bestuurders (!) nauwelijks meer een ondernemer in de

56

Fiat Justitia februari 2011

top heeft. Het zit daar vol met polderkoepelbestuurders en beheerders. Zelfs de Koninklijke MKB is niet meer echt van de ondernemers. Na de beoogde fusie met het VNO kan dat helemaal worden vergeten.

Kenmerken ondernemerschap Terug naar de kern, wat is een ondernemer? Dat is in de eerste plaats een maatschappelijk figuur, die meer te maken heeft met instinct, dan met intellectualiteit, al kunnen die twee componenten zeker naar elkaar toegroeien. Instinct omdat de ondernemer het driftmatig niet kan laten te handelen, risico te nemen, resultaat te boeken, nieuwe uitdagingen op te zoeken. Dat is meer aangeboren dan aangeleerd. Ze zijn er in velerlei vorm, niet alleen variërend door omvang van hun organisatie, maar ook in termen van karakter. Nederigheid, patserigheid, valsheid, strikte eerlijkheid, allerlei vormen komen voor. Workaholics zijn het bijna allemaal.

“Nederland is de laatste decennia cultureel ver van het ondernemerschap afgedreven” Passie staat voorop, zeker bij pioniers. Bij de tweede generatie, dus de opvolgers, valt dat soms (zwaar) tegen. Intellectueel. Topondernemer word je niet zonder grondige kennis, niet alleen van je business, maar ook van je omgeving. Toch leest een ondernemer meestal weinig boeken, zeker niet over management. Het is vaak ‘learning by doing’. Daarentegen worden (vak) tijdschriften en andere relevante litteratuur vaak verslonden. Nieuwsgierigheid is een veel voorkomende verschijnsel en een ‘drive’ om beter te worden, als het kan de allerbeste te zijn.

Ondernemingsklimaat Ondernemers zijn de ruggegraat voor iedere economie, veel meer dan het grootbedrijf, de banenmachine pur


sang, als de conjunctuur tenminste meewerkt. Dus iets om zuinig op te zijn. Dat zijn we in Nederland niet bepaald. Of het met onze natuurlijke jaloersheid of onze rechtzinnigheid als ‘gidsland’ te maken heeft is lang niet altijd duidelijk. Ondernemers worden vaak onterecht gezien als ‘zakkenvullers’, terwijl zelfs Jan Marijnissen van de SP ooit opmerkte dat wat hem betreft mensen die zelf risico nemen best veel mogen verdienen, geheel in tegenstelling tot beheerders of wat hezelfde is managers, die nauwelijks persoonlijk risico lopen. We zouden dat allen met hem eens moeten zijn. De overmatige regelgeving, inflexibele sociale voorzieningen, zoals het ontslagrecht, en hoge successierechten bij overdracht van ondernemingen; het zijn op zijn zachtst gezegd bedrijfsonvriendelijke elementen van het ondernemingsklimaat in Nederland. Daarbij komt dat de achtereenvolgende Nederlandse kabinetten in de achter ons liggende twee decennia weinig of niets deden aan problemen van de huizen- en arbeidsmarkt, noch aan vergrijzingskosten. Alles bijeen is het verwonderlijk dat de twee miljoen ondernemers (in ruime zin) in Nederland een grotere sociale groep vormen dan georganiseerde werknemers (1,9 miljoen) maar toch zo weinig aandacht krijgen. Al zijn de inmiddels ruim één miljoen ZZP’ers vaak ondernemers tegen wil en dank en zit in die groep veel verborgen werkloosheid. Bij de bijna 1 miljoen MKB’ers is een grote sanering aanstaande, veel kleine bedrijven zullen de komende tien jaar, met beperkte groeivooruitzichten het hoofd niet boven water kunnen houden. Ook het kabinet Rutte dat zegt ondernemersvriendelijk te zijn doet bijna niets aan de hiervoor genoemde knelpunten. Daar komen nog bij de geplande bezuinigingen op onderwijs, normaliter een gangmaker voor goed geschoold personeel en dus voor de kenniseconomie.

tegen corruptie, zolang tenminste een markt competetief en transparant is.

Governance en ethiek Bij corporate governance zou na de kredietcrisis meer aandacht moeten zijn voor ethiek Daarvoor kunnen bijvoorbeeld de vier deugden van Plato als uitgangspunt worden genomen. Het zijn gematigdheid, moed, rechtvaardigheid en voorzichtigheid. Duidelijk is geworden dat gematigdheid en rechtvaardigheid onder zware druk zijn komen te staan. Verder wordt moed teveel gebruikt om anderen geld afhandig te maken en niet om te innoveren. Op die wijze zal een geavanceerde kennismaatschappij nooit van de grond komen. De ‘echte’ ondernemers zijn niet de boosdoeners achter de kredietcrisis. Al was het maar omdat ze daar geen enkel belang bij hadden, ze zouden hun eigen bedrijven alleen maar schaden. Een cultuurslag in het ondernemersklimaat is echter wel noodzakelijk, de financiele wereld voorop, om te veranderen naar meer bestendige business. De beheerderscultuur is in Nederland, zoals in vrijwel alle Westerse landen doorgeschoten, met een opstelling van eerst Ik en dan pas de rest. Ondernemer zouden hieraan mede een eind kunnen maken door van hun werknemers meer committment te eisen.

Conclusie Resumerend, ondernemers zijn meer dan managers vitaal voor de continuïteit van de Nederlandse economie. Dat is geen betoog tegen beheerders, maar wel één voor vernieuwing en meer lef (moed) om zaken aan te pakken, dus minder met allerlei onvruchtbare poldercompromissen bezig te zijn. Meer gericht op duurzaamheid met de ambitie om de beste in de wereld te zijn.

Invloed kredietcrisis Als de kredietcrisis iets heeft duidelijk gemaakt dan is het dat er veel ontbreekt aan de integriteit van managers, echter ook bij sommige ondernemers. Vooral in de financiele dienstverlening zijn op grote schaal waardeloze of veel te dure producten verkocht. Er werden bijvoorbeeld 6,5 miljoen woekerpolissen verkocht en dat niet alleen door DSB-ondernemer Scheringa, maar ook door vertrouwde namen als Rabo, ABN AMRO, ING, Nationale Nederlanden, Aegon, Delta Lloyd en Achmea. Er is een klimaat gegroeid waar ‘graaien’ geoorloofd is, ook als dat ten koste gaat van je klanten en daarmee natuurlijk ten nadele van de continuïteit van de onderneming. Buiten de financiele dienstverlening opereren echter veel hardwerkende ondernemers die er niet over piekeren, door bedrog de basis van hun onderneming aan te tasten. Tot op zekere hoogte is ondernemerschap dus een waarborg

Over Grimbert Rost van Tonningen grimbert rost van tonningen werd in 1941 in Den Haag geboren. Van 1970 tot 1978 studeerde hij bedrijfseconomie aan de erasmus Universiteit rotterdam. Voor en tijdens zijn studie werkte hij bij een licentiebedrijf van Hounter Douglas, SHV holdings en Horringa & de Koning (nu Boston consulting group) Na zijn studie richtte hij zijn eigen strategische boetiek Adstrat op. in die hoedanigheid werkte hij als bestuursadviseur voor vele Nederlandse en buitenlandse ondernemingen. tussen 1997 en 2001 opereerde hij als ict intermediair in Sillicon Valley. Na die periode heeft hij zich gespecialiseerd in corporate finance en mergers and acquisitions, recent bij AeK (Amsterdams effectenkantoor). Hij heeft diverse boeken geschreven over onder meer leiderschap, maar ook een business thriller De Roofridders. Sinds 2009 is hij oprichter en hoofdredacteur van www.pluspost.nl, een website over ondernemen en economie voor liberale denkers.

Fiat Justitia februari 2011

57


i N t e rV i e w

Ard van der Steur

“Het is een misvatting dat een Kamerlid elke dag op de markt moet staan om te praten met burgers” De VVD behaalde onder leiding van Mark Rutte een enorme winst bij de Tweede Kamerverkiezingen op 9 juni 2010. Het resultaat was de entree van Ard van der Steur in de volksvertegenwoordiging. Daarvoor was hij al enkele jaren actief in de gemeentepolitiek. De voormalig advocaat en ondernemer staat een klassiekliberale manier van leven voor. Mensen moeten zich kunnen ontplooien met zo min mogelijk sturing van de overheid. Van der Steur kan voor zijn politieke werkzaamheden dankbaar gebruikmaken van zijn ervaringen als advocaat. Wat dat betreft, is een meestertitel een ideale vooropleiding voor het Kamerlidmaatschap. Fiat Justitia zoekt de VVD’er op in zijn stijlvolle werkkamer in het Tweede Kamergebouw. Ondanks zijn overvolle agenda heeft hij de tijd om te spreken over het gebruik van sociale media, het Kamerlidmaatschap en zijn politieke ambities. Tekst: Leendert Kloot

U bent actief op Facebook, Hyves, LinkedIn en Twitter, de belangrijkste sociale netwerken in Nederland. Is het gebruik van sociale media essentieel voor een ondernemer?

Als je aan de slag wilt als ondernemer, moet je snel duidelijk maken op LinkedIn wat je plannen zijn. En zorg

ervoor dat je snel over een redelijk netwerk beschikt, waarbij je overigens geen onbekende personen moet lastigvallen. Voor zover ik kan overzien, is LinkedIn het belangrijkst. Belangrijker dan Hyves – waar vooral jonge mensen zitten – en Facebook, dat vooral een privékarakter heeft. Ik adviseer niet alleen ondernemers aanwezig te zijn op LinkedIn; dat geldt net zo goed voor advocaten. Potentiële cliënten die op zoek zijn naar een advocaat, kunnen via LinkedIn research doen naar een geschikte kandidaat. Veel politici zijn actief op Twitter. Een politicus zonder account op Twitter hoort er tegenwoordig niet meer bij.

Ik merk dat het belang van Twitter steeds groter wordt. Twitter is een instrument voor de politicus om in contact te komen met de samenleving, om nieuwe ideeën op te doen en onderwerpen bespreekbaar te maken. Ook de pers kijkt uiteraard naar de berichten op Twitter. Ik heb een Twitteraccount, maar daar maak ik nog niet actief gebruik van. Dat is een punt van verbetering voor mijzelf. Overigens is een politicus met Twitter niet per se een goede politicus; die koppeling kun je niet maken. Er zijn uitzonderlijk 58

Fiat Justitia februari 2011

goede politici die zich nooit op Twitter zullen vertonen. Je kunt alleen vaststellen dat een politicus die nìet in contact staat met de samenleving, een slècht politicus is. Hoe groot zal het belang van sociale media worden voor de communicatie tussen een politicus en de samenleving?

Het belang van Twitter is inmiddels zo groot dat er politieke debatten via Twitter plaatsvinden. Dat is al gebeurd tijdens de Tweede Kamerverkiezingen in 2010. Met elkaar van gedachten wisselen op internet is minder spannend dan via het gesproken woord of via de radio. Maar van mijn ervaringen in de debatwereld heb ik

“Ik geloof niet in het bestaan van een kloof tussen de politicus en de burger” geleerd dat ieder medium er één is om meningen uit te wisselen. Dat kan dus ook Twitter zijn. Overigens denk ik dat


het belang van Twitter afneemt als het aantal accounts toeneemt. Op een gegeven moment is er zoveel informatie beschikbaar dat je door de bomen het bos niet meer ziet. En de kans is groot dat er in de toekomst een nieuw medium wordt uitgevonden waar personen met elkaar van gedachten kunnen wisselen. Wat dat betreft, vrees ik technologische ontwikkelingen niet; het vormt juist een uitdaging. Verkleinen sociale netwerken de kloof tussen de politicus en de burger?

Ik geloof niet in het bestaan van een kloof tussen de politicus en de burger! Een tweede Kamerlid heeft als taak het verkiezingsprogramma uit te voeren van zijn partij; daar is hij voor gekozen. De samenleving moet niet heel de dag daarbij betrokken willen zijn. Iemand die daar wel bij betrokken wil zijn, moet zelf Kamerlid worden. Het is een misvatting dat een Kamerlid elke dag op de markt moet staan om te praten met burgers. Van een Kamerlid wordt verwacht dat hij op de juiste momenten luistert, zodat hij weet wat er speelt in de samenleving. Het oppikken van de juiste informatie om je taak als Kamerlid goed uit te voeren, kan op

alle mogelijke manieren. Dat zou bij wijze van spreken zelfs met een postduif kunnen! Ik zie dat politici de informatie van hun volgers op Twitter gebruiken in het politieke debat. Berichten uit de samenleving komen ook binnen per e-mail en per brief. Het belang van e-mail wordt steeds groter – ik krijg er meer dan 150 per dag – maar er zijn ook nog steeds mensen die handgeschreven brieven sturen.

dat is heel breed. Soms kan ik die berichten gebruiken in een politiek debat, zoals recent over een geval van kinderontvoering. Het resultaat van het debat en het standpunt van de VVD koppelde ik vervolgens terug aan de briefschrijver. Er is namelijk niets zo irritant als geen reactie ontvangen van een Kamerlid, nota bene een persoon die jou vertegenwoordigt. Mensen moeten daarbij wel in gedachten

“Er is niets zo irritant als geen reactie ontvangen van een Kamerlid, nota bene een persoon die jou vertegenwoordigt” U wordt dus dagelijks overspoeld met berichten uit de samenleving. Kunt u iedereen van een passend antwoord voorzien?

Mijn streven is om naar iedereen een antwoord te sturen, maar dat wordt erg lastig als de e-mails en brieven over verschillende onderwerpen gaan. Mensen sturen onder meer berichten over zedenkwesties, het strafrecht en de houding van de rechterlijke macht;

houden dat een Kamerlid geen privéproblemen kan oplossen. Wij zijn er om de problemen van de samenleving op te lossen. Het enige wat wij kunnen doen, is mensen met privéproblemen doorverwijzen naar de juiste instanties. U hebt u meerdere keren negatief uitgesproken over de ‘waan van de dag’. In de politiek echter is dit geen onbekend fenomeen. U zit midden in die hectiek.

Vergeet niet dat de samenleving bestaat uit meer dan alleen incidenten. Je hoeft als Tweede Kamerlid niet iedere dag met krachttermen in de media te verschijnen. Natuurlijk zijn er politici die wel gebruikmaken van de waan van de dag voor hun politieke spel. Daarmee kun je eenvoudig scoren. Ik vind dat niet erg, mits er een inhoudelijke langetermijnvisie tegenover staat. Daarom vind ik dat politici moeten overwegen in sommige gevallen niet te snel te reageren op gebeurtenissen. Je hoeft niet altijd de eerste te zijn met een reactie. Een Tweede Kamerlid moet een langetermijnagenda hebben waarin hij uiteenzet welke punten hij wil bereiken. Deze agenda wordt deels ingegeven door het verkiezingsprogramma van de partij en deels ingegeven door je eigen accenten. Fiat Justitia februari 2011

59


i N t e rV i e w

Om een voorbeeld te noemen: ik wil graag het beslagrecht aanpakken in mijn periode als Kamerlid. Ontbreekt bij een aantal politieke partijen een langetermijnagenda?

Kijk eens rond op internet en oordeel zelf. Er is een aantal partijen die heel goed zijn in incidenten, maar waarbij de lange termijn is ondergesneeuwd. Ik mis die visie overigens niet bij andere partijen, omdat ik weet dat die visie niet overeenkomt met die van mij. De kiezer moet zich namelijk afvragen of de partij waarop hij stemt een heldere visie heeft op de lange termijn. En zo ja, of hij het daar mee eens is. Op dat punt heb ik wel vertrouwen in de kiezer. Die voelt wel aan wanneer een politicus werkt met een langetermijnagenda. Voordat u in juni 2010 Kamerlid werd, was u ondernemer. Is politiek bedrijven te vergelijken met ondernemen?

Er lopen weinig parallellen tussen de werkzaamheden van een politicus en van een ondernemer die heeft geleerd om leiding te geven en winstprognoses te maken. Politiek bedrijven is een heel ander vak. Er is echter wel een grote overeenkomst tussen een politicus en een advocaat. In beide gevallen ben je een belangenbehartiger, maar dan wel met een ander doel en een andere taak. Een politicus moet veel onderwerpen beheersen en moet kennis hebben van groot aantal dossiers. Daar zit ook een parallel met de advocatuur. Denk overigens ook aan Amerikaanse presidenten, zoals Bill Clinton en Barack Obama, die voor hun politieke carrière als jurist werkzaam waren. Dat was enerzijds vanwege de inhoud en anderzijds vanwege het belangenbehartigersaspect. Dus de volksvertegenwoordiging zou idealiter moeten bestaan uit juristen.

Nee, idealiter is het zo dat de Tweede Kamer een afspiegeling is van de samenleving. Kijk naar de VVD-fractie; daar zitten mensen die ervaring hebben 60

Fiat Justitia februari 2011

opgedaan als ondernemer, als lobbyist of in de lokale politiek. Al die ervaringen uit de samenleving doen ter zake. Maar een meester in de rechten heeft het wel makkelijker ten aanzien van het wetgevingsproces; een belangrijk onderdeel van het politieke

“Een rechtenstudie is een ideale vooropleiding voor het politieke bedrijf” proces. Wetgeving maken is namelijk verschrikkelijk lastig. Een jurist is thuis in het juridische jargon. Iedere rechtenstudent heeft het weleens meegemaakt: soms moet je een wetsartikel vijf keer lezen voordat je snapt wat er staat. Kortom een rechtenstudie is een ideale vooropleiding voor het politieke bedrijf. Dagblad NRC.Next publiceerde enkele maanden geleden een onderzoek naar de bijbanen van Tweede Kamerleden. U werd ook in het artikel genoemd, omdat u naast uw Kamerlidmaatschap nog bent ingeschreven als advocaat en een eigen bedrijf hebt. Is het goed dat journalisten de nevenfuncties van Kamerleden doorlichten?

Ja, dat vind ik heel goed. Ik ben er een enorme voorstander van dat de samenleving goed is geïnformeerd over de activiteiten van Kamerleden en hun achtergronden, zodat mensen weten wat voor vlees ze in de kuip hebben. Ik vertel met plezier welke werkzaamheden ik verricht; ik vertel alleen niet wie mijn klanten zijn. Je moet overigens voorzichtig zijn met werkzaamheden naast het Kamerlidmaatschap om een schijn van belangenverstrengeling te voorkomen. Dat kan bij mij niet gebeuren, want ik heb mijn overige werkzaamheden

stilgelegd toen ik Tweede Kamerlid werd. Kamerlid zijn is namelijk meer dan een fulltimefunctie. Ik begin doordeweeks om 6 uur `s ochtends en eindig `s avonds laat. Daarnaast ben ik ook zaterdagochtend nog bezig. Ik sta overigens nog als advocaat ingeschreven om de praktische reden dat ik daarop kan terugvallen als mijn politieke carrière eindigt. Zit u in de Tweede Kamer om te strijden voor ondernemend Nederland?

Nee, ik zit niet in het parlement om op de barricaden te staan voor de ondernemer. Mijn portefeuille behelst ook zaken die de gewone burger aangaan. Daar komt bij dat de VVD niet alleen een partij is voor ondernemers; denk aan de ‘V’ van volkspartij. In de fractie zitten vertegenwoordigers van alle geledingen in de samenleving. Ik ben dus Tweede Kamerlid voor iedereen. Maar een ondernemer kan het beste VVD stemmen.

Ja, dat leert de praktijk al jaren. Wij zijn de enige partij die structureel blijft vechten voor de laagst mogelijke lasten en de minst mogelijke regels. Iedere ondernemer wil uiteraard dat er zoveel mogelijk geld bij zichzelf terechtkomt. Dat geldt trouwens ook voor mensen in loondienst. Daarom is het van belang dat de belastingen zo laag mogelijk zijn. Dat is in crisistijden zoals deze een verschrikkelijk lastige klus. Om ervoor te zorgen dat de belastingen laag blijven, moet er in Nederland bezuinigd worden. Dat leidt vervolgens tot commotie in de samenleving; daar heb ik alle begrip voor. Al jarenlang kondigt de overheid een vermindering van de hoeveelheid regelgeving aan, maar dat komt niet van de grond. Dat blijkt ook uit de interviews die Fiat Justitia had voor deze editie. Kan de VVD dat wel klaarspelen nu zij in de regering zit?

Zonder enige twijfel! In het verleden werd er regeltje voor regeltje


onderzocht of dat geschrapt kon worden. Dat schiet niet op. Laten we fundamenteel kijken naar de taken die de overheid moet verrichten. Als de maatregelen uit het regeerakkoord ten uitvoer worden gebracht, zouden we in staat moeten zijn echte slagen te

“Mijn ambitie is om de samenleving te dienen, in welke vorm dat ook moge zijn” kunnen maken. Het eerste succes heeft het kabinet-Rutte al op zijn naam staan: het Ministerie van Landbouw is opgeheven. Dat is een unieke zet in de geschiedenis geweest. U bent uw politieke carrière begonnen als gemeenteraadslid in Warmond. Vervolgens stapte u over naar de gemeente Teylingen, waar u tot op heden nog in de gemeenteraad zit. Daarnaast bent u ruim een half jaar Tweede Kamerlid. Hoe ver reiken uw politieke ambities?

Dat is een vraag waarop een Kamerlid nooit antwoord geeft. Ik heb nooit de ambitie gehad om de Tweede Kamer in

te gaan. In plaats daarvan heb ik altijd gezegd: ik vind het belangrijk om een bijdrage te leveren aan de samenleving. Dat heb ik ook jaren gedaan in stichtingen en verenigingen. Ik vond het fantastisch toen ik gevraagd werd voor de kieslijst voor de Tweede Kamer. Als ik zou worden gevraagd voor een ministerspost, zal ik dat zeker in overweging nemen. Mijn ambitie is namelijk om de samenleving te dienen, in welke vorm dat ook moge zijn. Een politieke carrière is dus een roeping. U verdient als Tweede Kamerlid minder dan als partner bij een advocatenkantoor en u moet eerder uw bed uit.

Ja, de politiek is een roeping. Ik moet offers brengen om het vak uit te kunnen oefenen. Als je het vervelend vindt om iedere ochtend om 5 uur naast je bed te staan, moet je niet aan de politiek beginnen. Over de beloning van Tweede Kamerleden moet zeker nog eens gesproken worden in de toekomst. De commissie-Dijkstal adviseerde in 2008 een verhoging van de beloning voor Kamerleden van 30%. Maar beloningen komen niet alleen in geld. Als Kamerlid heb ik de kans om de samenleving daadwerkelijk te veranderen. Dat is ook veel waard.

Over Ard van der Steur Mr. g.A. van der Steur werd in 1969 geboren in Haarlem als telg van een geslacht van maatkleermakers. Na het atheneum studeerde Van der Steur van 1988 tot 1995 Nederlands recht aan de Universiteit Leiden. Hij studeerde af in het burgerlijk recht. in 1995 ging Van der Steur aan de slag bij NautaDutilh in rotterdam. Van 2005 tot 2006 werkte hij er als partner. in 2002 werd Van der Steur actief in de gemeentepolitiek van warmond. in 2006 maakte Van der Steur de overstap naar de gemeente teylingen, waar hij nog altijd gemeenteraadslid is. Daarnaast was hij tussen 2006 en 2009 parttime docent burgerlijk recht, afdeling Moot court, in Leiden. Van der Steur richtte in 2006 Sturgeon training BV op, voor het trainen van advocaten en juridische dienstverleners. Sinds 2008 is hij oprichter van en verbonden aan Legaltree, een netwerk van zelfstandig gevestigde advocaten. Sinds de recentste tweede Kamerverkiezingen in juni 2010 is Van der Steur Kamerlid voor de VVD. Hij houdt zich daar onder meer bezig met immigratie en asiel, veiligheid en justitie, jeugdzorg en binnenlandse zaken. Vanwege zijn Kamerlidmaatschap heeft hij zijn andere werkzaamheden stilgelegd.

Fiat Justitia februari 2011

61


B O e Ke N e N F iLM S

Het lezen van een goed boek en het kijken naar een mooie film horen ontegenzeggelijk bij de geneugten des levens. Goede tips op dit gebied kunnen nooit kwaad. In deze rubriek vraagt Fiat Justitia de geïnterviewden naar een boek en film, die hen is bijgebleven. Lees- en kijkplezier verzekerd!

Jan peter Balkenende BOEKEN ik heb altijd grote belangstelling voor wat er in de samenleving gebeurt. er is meer dan overheid en markt. iemand die mij altijd heeft geïnspireerd is Amitai etzioni. ik kan zijn boek De nieuwe gulden regel (ten Have 2005) aanbevelen omdat dat gaat over de vraag hoe er gewerkt kan worden aan een goede samenleving. etzioni is een belangrijke vertegenwoordiger van een stroming die het communitarisme wordt genoemd. Daarin wordt stelselmatig gewezen op het belang van maatschappelijke groepen en organisaties. Als we dan in die sfeer blijven, wijs ik ook nog op het boek Communitarianism in Law and Society, onder redactie van paul van Seters (rowman 2006), want het spreekt vanzelf dat de communitaristische stroming ook raakvlakken heeft met de rechtswetenschap. en dan nog heel wat anders. Naast Nederlands recht studeerde ik ook geschiedenis.

Dion Bartels TIJDSCHRIFT een ieder kan ik aanbevelen een abonnement te nemen op het enige “true crime Magazine” dat wij in Nederland kennen: Koud Bloed, waarin de crème de la crème van de vaderlandse misdaadjournalistiek zich van zijn beste kant laat zien door op een zeer informatieve te schrijven over de (achtergronden van de) Nederlandse crimescene. Niet alleen de hedendaagse misdaad wordt onder de loep genomen, ook soms bloedstollende verhalen uit een ver verleden. DOCUMENTAIRE Op maandag 17 januari 2011 en maandag 24 januari 2011 zond de NcrV een tweedelige documentaire genaamd De Risicojongens uit. gedoeld wordt op belevenissen van wladimir Meijer en Vincent Kersten als aanbieders van beleggingen in de balkanstaat genaamd Montenegro. Onder de naam “Vlavin capital” hebben zij de afgelopen jaren een kleine 10 miljoen euro opgehaald bij een honderdtal Nederlandse beleggers. Zie www.vlavincapital.nl en “uitzendinggemist”.

ted Langenbach BOEKEN Platform van Michel Houellebecq. De hoofdpersoon is zwaar melancholisch. Op het moment dat hij thailand bezoekt raakt hij verslaafd aan Fast Sex. Als hij de ‘ware’ vrouw ontmoet is hij eindelijk een gelukkkig man. een drama dat aan het einde van het verhaal doet denken aan 9/11 ‘forecasting’. Uit Verveling van Awee prins. is de mens zo ‘verveeld’ geraakt, dat het enige geluk een eetgelegenheid is alwaar het ‘geluk’ het kijken naar een aquarium met voorspelbare gezins- en relatie-attitudes is? consumeren als maniërisme: consumeren maakt ongelukkig. FILMS Playtime. Het is een meesterwerk van de Franse acteur en regisseur Jacques tati die de jaren `50 en `60 zijn tijd ver vooruit was met het creëren van een fysieke moderne samenleving. Zeer humoristisch! Somewhere. De film gaat over een acteur in midlifecrisis die niet meer kan genieten van het succes. geniale lijfstijl-parodie op Hollywood.

62

Fiat Justitia februari 2011


B OeKr e ce N Si e

De Prooi van Jeroen Smit “een verbazingwekkend verhaal dat interessant is voor de juridische lezer” Recensent: Mark Putting Wat kan er zoal misgaan op het bestuurlijk niveau van een grote onderneming? Lees De Prooi en je komt erachter. In chronologische volgorde beschrijft auteur Jeroen Smit de opkomst en vooral de ondergang van de grootste bank van Nederland: ABN AMRO.

Voor wie het gemist heeft: de banken ABN en AMrO besluiten in 1990 met elkaar te fuseren tot ABN AMrO. er ontstaat een grote bank, die voornamelijk als doelstelling lijkt te hebben om nog groter te worden: meedoen op mondiaal niveau. De bank is een jager, op zoek naar overnamekandidaten. Maar het gaat mis; door de slechte financiële positie verandert de jager langzaam in een prooi.

was weggelegd voor bestuursvoorzitter rijkman groenink, die er maar niet in slaagde om van zijn bestuur één team te smeden. in combinatie met een passieve raad van commissarissen zorgde dit ervoor dat De Bank in verval raakte.

Het is bijzonder knap van de auteur dat hij zoveel rechtstreeks betrokkenen zover heeft gekregen om hun medewerking te verlenen. Het levert een verbazingwekkend verhaal op, dat zeker ook interessant is voor de juridische lezer. De naam ABN AMrO komt immers veelvuldig voor in 2007 wordt de bank uiteindelijk overgenomen door een in arrestenbundels, zoals in zaken die gaan om de hoogte consortium van Banco Santander, royal Bank of Scotland van een ontslagvergoeding van een ontslagen bestuurder. in De Prooi worden de achtergronden hiervan duidelijker. en Fortis. tot afgrijzen van talrijke (oud-)bestuurders, bankiers en medewerkers wordt de bank in drieën gehakt. Daarnaast biedt het boek inzicht in de oorzaken van de een instituut van 183 jaar is niet meer zelfstandig. een jaar financiële crisis; een crisis die vele banken niet overleefd hebben maar waarvan de oorzaken voor een deel juist later staat Fortis zèlf op het punt van omvallen en wordt gevonden kunnen worden in de bancaire wereld zelf, een gedeelte van Fortis waar ook ABN AMrO onder valt, vooral bij de zakenbanken (de wereld van de investment gekocht door de Nederlandse staat. Dat vormt nu ABN banking). in de periode van sterke economische groei AMrO Nederland, waarmee ABN AMrO dus een staatsbank geworden is. De verwachting is dat de staat de lieten banken zich meer en meer verleiden tot het maximaliseren van aandeelhouderswaarde. Vaak geldt bank over een aantal jaren wanneer de rust in de echter: hoe hoger het rendement, hoe hoger het risico. financiële wereld is teruggekeerd, weer zal privatiseren. welk risico is nog acceptabel? Ook blijkt dat toezichthouders, zoals De Nederlandsche Bank, Het boek De Prooi is geen aanrader vanwege een onvoldoende functioneerden. spannend einde – dat is immers al bekend – maar juist interessant vanwege de weg naar dat einde toe. Laat u bij het lezen van De Prooi niet afschrikken door de waarom veranderde de jager in de prooi? Deze vraag soms wat economische terminologie en het veelvoud aan stelde de auteur in 133 gesprekken met meer dan 100 namen die bij vlagen voorbijkomen. wie het boek leest, betrokkenen, onder wie bestuurders en commissarissen. krijgt een uniek kijkje in de keuken van het chaotische Hierbij werd de hand in eigen boezem gestoken en management van ABN AMrO. Voor iedereen interessant, geconcludeerd: het bestuur en de raad van commissarissen hebben gefaald. Door gebrek aan leiding maar voor een bestuurder zou het eigenlijk verplichte kost moeten zijn, om zo te kunnen leren van de fouten die is de bank aan lager wal geraakt. er was geen vaste gemaakt zijn. strategie. Belangrijke besluiten werden genomen zonder ondersteunende rapporten af te wachten. er was een structureel gebrek aan overzicht en verantwoording, waardoor inefficiënt gewerkt werd. Maar bovenal: in de raad van bestuur had men constant ruzie met elkaar. er was een onwerkbare situatie ontstaan. een centrale rol

Fiat Justitia februari 2011

63


64

Fiat Justitia februari 2011


NieUwS & Age N D A

21 februari t/m 24 februari 2011

JFR EERSTEJAARSEXCURSIE STRAATSBURG

Ook dit jaar organiseert de eerstejaarscommissie van de JFr voor de eerstejaarsstudenten een excursie die zij niet mogen missen! Deze vindt plaats van 21 tot en met 24 februari en heeft als bestemming Straatsburg. Met instellingen als het europees parlement en de raad van europa is dit de europese hoofdstad voor iedereen die geïnteresseerd is in het recht. tijdens de excursie mag een bezoek aan deze instellingen daarom niet ontbreken, maar daarnaast is er natuurlijk plaats voor veel gezelligheid!

21 februari 2011

WICHMANN DISPUUT FILMAVOND Filmavond in verband met het vak Jeugdstrafrecht en Jeugdbeschermingsrecht: een documentaire die zal worden geïntroduceerd door Jolande uit Beijerse.

24 februari 2011

ERASMUS SCHOOL OF LAW SEMINAR “RAADSMAN BIJ POLITIEVERHOOR” Het seminar staat in het teken van de recente ontwikkelingen rondom de rechtsbijstand van verdachten tijdens politieverhoren. welke belangrijke lessen voor de toekomst kunnen op basis van de empirische bevindingen van onderzoek en de voortschrijdende uitspraken van het eHrM worden geleerd?

1 maart 2011

CIA BEZOEK AAN DEN HEY-ACKER 2 maart t/m 11 maart 2011

MEESTERWEEK 2011 7 maart 2011

THE RIGHT MOVIE NIGHT “FLASH OF GENIUS” Onderdeel van de Meesterweek. inleiding verzorgd door prof. mr. dr. tobias cohen

Jehoram, partner bij De Brauw Blackstone westbroek en hoogleraar intellectual property law bij de erasmus School of Law. De film gaat over het bijzondere, waargebeurde verhaal van robert Kearns. wanneer hij een uitvinding doet die de auto-industrie op zijn kop zal zetten, komt hij erachter dat Ford zijn ideeën heeft gestolen. Dit luidt het begin in van een jarenlange strijd om patenten, geld, erkenning en eer. Locatie: cinerama, westblaak 18, rotterdam Aanvang: 19:00 uur Meer informatie: http://www.frg.eur.nl/film

Locatie: cinerama, westblaak 18, rotterdam Aanvang: 19:00 uur Meer informatie: http://www.frg.eur.nl/film

6 april 2011

WICHMANN DISPUUT UITJE EUROJUST EN EUROPOL 14 april t/m 16 april 2011

NAUTADUTILH MASTERCLASS

31 maart 2011

ERASMUS SCHOOL OF LAW CONGRES “DE TOGA IN EEN MULTICULTURELE CONTEXT”

Op 14 tot en met 16 april krijgen 24 toptalenten de kans zich uit te leven tijdens onze Masterclass. Ben je 3e- of 4e jaars rechtenstudent? wil je advocaat, fiscalist of notaris worden? en kun je een case meesterlijk oplossen? Meld je dan vóór 28 februari 2011 aan via werkenbijnautadutilh.nl.

4 maart 2011

27 april t/m 29 april 2011

ORD KANTOORBEZOEK LINKLATERS 1 april t/m 17 april 2011

JFR TALENT TRIP

Ook dit jaar heeft de JFr een spetterende talent trip georganiseerd. De talent trip van 2011 heeft als bestemming San Francisco en Los Angeles. Op 1 april zullen de deelnemers vertrekken richting de VS en op zondag 17 april zullen zij weer huiswaarts keren. tijdens de talent trip zal er een rechtsvergelijkend onderzoek worden opgezet met betrekking tot de onderwerpen ondernemingsrecht en staatsrecht.

4 april 2011

THE RIGHT MOVIE NIGHT “THE HURRICANE” inleiding verzorgd door mr. prof. dr. geert Jan Knoops. Het verhaal gaat over de AfrikaansAmerikaanse bokser rubin carter wiens droom wreed wordt verstoord door de veroordeling voor de moord op twee mannen. carter is onschuldig, maar hij heeft in de rechtszaal geen schijn van kans.

ABN AMRO EN DE BRAUW BLACKSTONE WESTBROEK THE DEAL Fusies en overnames... het is de eredivisie van de juridische en financiële sector. Het lijkt soms een spel, maar dan wel met de grootste spelers en belangen. Daarom organiseren ABN AMrO en De Brauw samen the Deal. De business course over Mergers and Acquisitions voor studenten. tijdens the Deal ga je met jouw team de strijd aan. Sluit jouw team de beste deal? Wanneer? the Deal duurt drie dagen en wordt gehouden op 27, 28 en 29 april 2011. Je overnacht in een hotel in het centrum van Amsterdam. Inschrijven: dat kan tot en met 3 april 2011. Om je aan te melden of voor meer informatie ga je naar businesscoursethedeal.nl

JFR SLUIT MEERJARIG SPONSORCONTRACT MET PLOUM LODDER PRINCEN Op 13 januari hebben de bestuursleden van de JFr hun handtekening gezet onder een tweejarige overeenkomst met ploum Lodder princen. Het rotterdamse advocaten- en notarissenkantoor investeert ruim 23.000 euro in de studieverenging voor rechtenstudenten van de eramus

Universiteit rotterdam. ploum Lodder princen wil met deze samenwerking zijn rotterdamse wortels verder onderstrepen. “wij zijn een rotterdams kantoor. Die binding met de stad en de rotterdamse cultuur, dat wilden we in de communicatie met studenten meer gezicht geven. Dan kom

je logischerwijs uit bij JFr.,” aldus maatschapvoorzitter rutger ploum. Bovendien heeft een van de partners een persoonlijke band met de studievereniging. Medeoprichter Jeroen princen: “in mijn studietijd ben ik ook voorzitter van JFr geweest. toen hebben we de Meesterweek bedacht. Het is prachtig om te zien dat de Meesterweek nu het grootste juridische studentencongres van Nederland is. ik ben trots om naast erelid nu ook hoofdsponsor van JFr te zijn.”

Fiat Justitia februari 2011

65


De r e c H t e r

66

Fiat Justitia februari 2011


WIL JE BIJ EEN KANTOOR WERKEN DAT IN DE TOP 3 STAAT OF BRENG JE HET ER LIEVER ZELF NAAR TOE?

Maartje Paumen Topscorer Nederlands hockeyelftal

PLAY TO WIN

YOU MATTER

YOUMATTER.NU

BANNING werkt met ruim 80 advocaten op vestigingen in ’s-Hertogenbosch en Rotterdam. www.werkenbijbanning.nl


Fiat Justitia Uitgegeven door de Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam

Jaargang 23, nummer 2 | februari 2011

Juridische Masterspecial Met een overzicht van de juridische masters van Nederlandse universiteiten en de visies op het hoger onderwijs van D66, PvdA en VVD Interviews met Jan Peter Balkenende Oud-premier

â&#x20AC;&#x153;OP ZOEK NAAR BUSINESS AS UNUSUAL?â&#x20AC;?

Victor Muller CEO Spyker Cars NV Dion Bartels Oud-advocaat en ondernemer Harry Mens Presentator RTL Business Class

Deel daar in een sterke oneliner je visie op je vak en win een trip naar Burning Man in de Amerikaanse Black Rock desert.

nummer 2 | februari 2011

www.boekeldeneree.com/daagtjeuit

Ondernemerschap


Fiat Justitia: Ondernemerschap