Page 1

Fiat Justitia Privaatrecht: ‘De Risicomaatschappij’ Jaargang 18, nummer 2 | januari 2006

fotoarchief ons rotterdam

Rotterdam, Schiedamse Dijk na het bombardement van 1940

01-56_610538 1

Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam 21-12-2005 13:12:46


Carrièrekickers gezocht.

T HE F INANCE L AW C OURSE 2006 Op 9 en 10 februari, voor 3e en 4e jaars rechtenstudenten Freshfields Bruckhaus Deringer is met 2500 advocaten wereldwijd een van de toonaangevende internationale advocatenkantoren. Op donderdag 9 en vrijdag 10 februari 2006 bieden wij talentvolle 3e of 4e jaars rechtenstudent de kans om intensief en interactief kennis te maken met het werk van de advocaten in onze internationale financieringspraktijk. Ben je nieuwsgierig naar de financiering van een overname? Hoe een securitisatie werkt? Wat er komt kijken bij de financiering van een complex project als de Hoge Snelheids Lijn, waarbij overheid, bedrijfsleven en banken zijn betrokken? Bel dan voor meer informatie Rebecca Hollenberg, T 020 485 7574. Inschrijving met brief, cv en cijferlijst: uiterlijk 27 januari bij Berend Broerse, E berend.broerse@freshfields.com Freshfields Bruckhaus Deringer, Apollolaan 151, 1077 AR Amsterdam www.freshfields.com/lawcourse

01-56_610538 2

21-12-2005 13:12:52


Inhoud Ontwikkelingen in de privaatrechtwetenschap: koerswending of paradigmatische vernieuwing? Pagina 8

8

Een artikel van Prof. Marc Loth over de huidige discussie aangaande de grondslagen van de privaatrechtwetenschap. Prof. Loth is Hoogleraar Inleiding tot de rechtswetenschap en Rechtstheorie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Van risico naar voorzorg, pagina 12 Enige opmerkingen over historische trends en ethische vragen Een artikel van Dr. Roel Pieterman over de ontwikkelingen in het denken over risico’s en de risicobestrijding. Dr. Pieterman doceert Rechtssociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Interviews met de lijsttrekkers van de PvdA, VVD, Leefbaar Rotterdam en het CDA. Pagina 15

15

De gemeenteraadsverkiezingen staan weer voor de deur. Op 7 maart 2006 is het zover en moeten we met zijn allen naar de stembus. De redactie vroeg de lijsttrekkers van de grote partijen naar hun opvattingen over hoe zij de problemen in Rotterdam willen aanpakken.

Interview met Dhr. Willem Hengeveld. Pagina 27 Dhr. Hengeveld beschrijft de juridische gevolgen van rampen en de problemen waar een advocaat voor komt te staan bij procedures naar aanleiding van schade bij het plaatsvinden van rampen. Dhr. Hengeveld is advocaat en partner bij Houthoff Buruma.

Kantoorspecial AKD Prinsen van Wijmen, pagina 34 AKD Prinsen van Wijmen behoort tot de vier grootste juridische spelers van het land. Een full service kantoor met nagenoeg alle rechtsgebieden in huis. De redactie vroeg een advocaat-stagiare naar haar ervaringen binnen het kantoor. ‘Bij AKD heerst een informele sfeer. De deuren staan open en je kunt bij iedereen binnenlopen.’

Zorgplicht of eigen verantwoordelijkheid? Hoe vaart het hedendaagse aansprakelijkheidsrecht? Pagina 38 Een artikel van Prof. Ton Hartlief over de stand van het aansprakelijkheidsrecht. Waar moet de nadruk op liggen: vrijheid of bescherming? Prof. Hartlief is hoogleraar Privaatrecht aan de Universiteit Maastricht.

Kantoorspecial CMS Derks Star Busmann, pagina 44 CMS Derks Star Busmann biedt ondernemingen, overheden en instellingen fullservice juridische en fiscale dienstverlening. De ruim 250 advocaten, notarissen en belastingadviseurs die hierbij multidisciplinair samenwerken zijn stuk voor stuk specialisten op hun rechtsgebied.

Kantoorspecial Kienhuis Hoving, pagina 47 Kienhuis Hoving is een ondernemende, ambitieuze organisatie op het gebied van juridische dienstverlening. Bij de vestigingen in Almelo, Enschede, Oldenzaal en Rijssen werken in totaal bijna 200 medewerkers.

En ook: Redactioneel, pagina 5 Van de voorzitter, pagina 7 De Meesterweek, pagina 31 JFR Symposium 2006 ‘Gezondheidsrecht,’ pagina 32 Disputenkatern, pagina 51

47 Fiat Justitia

01-56_610538 3

21-12-2005 13:12:54


¼>ʓiÌʓˆ°Ê ÀˆiʎiiÀÊÀ>`i˜ÊÜ>>ÀʈŽÊÃÌ>o½ -ÌÕ`i˜Ì‡ÃÌ>}iʏœ«i˜ÊLˆÊ-̈LLi°Ê >ÌʈÃʍiÊ}Ài˜âi˜ÊÛiÀi}}i˜Êi˜ÊiʅœÀˆâœ˜ÊÛiÀÀՈ“i˜°Ê6>>ŽÊvˆ}ÕÕÀˆŽ]Ê “>>ÀÊܓÃʜœŽÊiÌÌiÀˆŽ°Ê ˆÛœœÀLii`ʓiÌÊii˜Êˆ˜ÌiÀ˜>̈œ˜>iÊÃÌÕ`i˜Ì‡ÃÌ>}i]ÊLˆÊjj˜ÊÛ>˜Êœ˜âiÊiˆ}i˜Ê Ž>˜ÌœÀi˜Êˆ˜Ê iÜÊ9œÀŽ]Ê ÀÕÃÃiÊœvʅ>À̍iÊœ˜`i˜°Ê ˆÀiVÌÊ`iÊ«À>ŽÌˆŽÊˆ˜]ÊiÀÛ>Àˆ˜}ʜ«`œi˜Êi˜ÊÜiÀŽi˜ÊLˆÊ ii˜ÊŽ>˜ÌœœÀÊÜ>>ÀʍiÊ>iʎ>˜Ìi˜Êœ«ÊŽ>˜°ÊiiÀÊÜiÌi˜¶ÊÜÜÜ°ÜiÀŽi˜LˆÃ̈LLi°˜

01-56_610538 4

21-12-2005 13:13:08


Colofon Fiat Justitia is het verenigingsblad van de Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam en verschijnt vijf maal per jaar. Jaargang 18 Nummer 2 Januari 2006

Hoofdredacteur Sammy Rezai

Redactie Martin Stevens Josta de Hoog Caroline Ganzeboom Jeroen van Dorp

Eindredacteur Jeroen van Dorp

Eindredactie Doménique Voorhorst

Ontwerp en vormgeving Hoonte Bosch & Keuning

Druk & Lithografie Hoonte Bosch & Keuning

Geachte lezer, Het was de Duitse socioloog, Ulrich Beck, die in 1984 het begrip ‘risicomaatschappij’ lanceerde. Het jaar 2005 deed dit begrip eer aan. Aanslagen, overstromingen, aardbevingen, rellen, de vogelgriep, een slechte economie en collectieve ontslagen zorgen voor een cultuur van angst, onzekerheid en een groei van wantrouwen tussen burgers onderling en jegens de overheid. De risicomaatschappij laat zijn sporen achter in een risicocultuur. Wellicht is het dan ook slechts een kwestie van tijd voordat deze risicocultuur zich ontwikkelt tot een ware ‘claimcultuur’ waarmee Amerikaanse toestanden ook in Europa werkelijkheid worden. De opkomst van de risicomaatschappij heeft grote gevolgen gehad voor het recht. Zo wordt het proces van normvaststelling steeds meer vanuit een rechtseconomische invalshoek benaderd. De discipline die zich bij uitstek bezighoudt met risico’s en de daaruit voortvloeiende schade is de privaatrechtwetenschap. Aan deze wetenschap zal de Fiat Justitia worden gewijd. De discussie wordt geopend door een artikel van onze decaan, Professor Marc Loth, over de herhaalde wendingen van het privaatrecht naar de sociale werkelijkheid. Een proces dat een vertaling heeft gevonden in verwante disciplines als de rechtseconomie en de rechtssociologie. Welke ontwikkelingen zijn waar te nemen in ons denken over risico’s? Kan het adagium ‘Ieder draagt zijn eigen schade’ nog steeds worden aangehangen? De ontwikkelingen in het denken over dit adagium zal zowel vanuit de wetenschap als vanuit de praktijk worden belicht. Verschuivingen in dit adagium staan op gespannen voet met de opvatting van Ulrich Beck. Hij meent namelijk dat in een echte risicomaatschappij de vraag ‘Wie is verantwoordelijk voor de schade?’ meestal moet worden beantwoord met ‘Niemand!’

Oplage 3.750 exemplaren

Reacties kunt u opsturen naar: Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam Redactie Fiat Justitia Postbus 1738 3000 dr Rotterdam Tel: 010 - 408 17 94 Internet: www.jfr.nl E-mail: hoofdredacteur@jfr.nl

In het licht van de gemeenteraadsverkiezingen in maart, zal in deze Fiat Justitia voorts uitgebreid worden stilgestaan bij de opvattingen van de lijsttrekkers van de vier grootste partijen in Rotterdam. Hoe kan de werkgelegenheid in Rotterdam worden bevorderd? Hoe kunnen wij voorkomen dat, zoals in Frankrijk, ook in Rotterdamse achterstandswijken rellen uitbreken? Peter van Heemst (PvdA), George van Gent (VVD), Leonard Geluk (CDA) en Marco Pastors (Leefbaar Rotterdam) zullen hun visie uiteenzetten over hoe de risico’s die Rotterdam bedreigen het best kunnen worden bestreden. Met vriendelijke groet,

43e Bestuur der Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam Marjolein Voorn, voorzitter Ian van Haaren, vice-voorzitter Willemijn Lenders, secretaris Doménique Voorhorst, penningmeester Guda Teeuwen, commissaris Interne Betrekkingen Jeroen van Dorp, commissaris Externe Betrekkingen Sammy Rezai, hoofdredacteur Fiat Justitia

Sammy Rezai Hoofdredacteur Fiat Justitia 2005-2006

Fiat Justitia

01-56_610538 5

5

21-12-2005 13:13:09


Where will you be challenged and developed?

Je wilt advocaat, kandidaat-notaris of fiscalist worden! En dan het liefst in een gespecialiseerde en internationale praktijk. Dat kan bij Simmons & Simmons. Wij bieden je een internationale omgeving die je uitdaagt, motiveert en je bovenal inspireert. Vanaf de eerste dag lever je een belangrijke bijdrage in zaken en transacties. Ondersteund door ervaren collega’s leren we je het vak zodanig dat jij op topniveau zult presteren. Waar ook ter wereld. Heb jij die ambitie? Neem dan contact met ons op. Ard Westhof, Human Resources Manager T +31 (0)10 404 26 55 E ard.westhof@simmons-simmons.com Of kijk op www.simmons-simmons.com/traineelawyers

01-56_610538 6

21-12-2005 13:13:12


Met dank aan: Prof. Marc Loth; Dr. Roel Pieterman; Prof. Ton Hartlief; Dhr. Willem Hengeveld; Dhr. Leonard Geluk; Dhr. George van Gent; Dhr. Marco Pastors; Dhr. Peter van Heemst; de disputen der JFR; de onderverenigingen der JFR

Beste lezer,

Met dank aan de partners:

Ten tijde van dit schrijven naderen we de feestdagen. We zijn druk bezig met het vormgeven van de laatste activiteiten voor de kerstvakantie. Het Gala wordt nog vormgegeven. Maar de locatie belooft al heel wat. Het zal dit jaar namelijk plaatsvinden in De Kuip. Er zijn al veel kaartjes gereserveerd en het belooft een mooie avond te worden!

Houthoff Buruma Loyens & Loeff NautaDutilh Stibbe Simmons & Simmons

Het jaar vordert snel en de tijd lijkt te vliegen. Alle bestuursleden zijn druk bezig om zijn of haar eigen activiteiten vorm te geven. In het voorjaar staan er namelijk veel activiteiten op de agenda, zoals de Meesterweek, de Studiereis en het Symposium.

Met dank aan de sponsoren: Freshfields Bruckhaus Deringer De Brauw Blackstone Westbroek De Nederlandsche Bank CMS Derks Star Busmann Clifford Chance AKD Prinsen van Wijmen Kienhuis Hoving Radboud Universiteit Nijmegen

Marktbereik De Fiat Justitia wordt verspreid onder de leden van de Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam, studenten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR), alsmede over de vakgroepen van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de EUR. Daarnaast vindt verspreiding plaats onder verscheidene advocatenkantoren.

Er zijn ook al verschillende activiteiten achter de rug en we kunnen terugkijken op een geweldige eerste helft van het studiejaar. Zowel goede voorbereiding als degelijke evaluatie horen bij een goede organisatie en dragen bij aan het leerproces. De grote vraag is vaak: ‘Wie is er verantwoordelijk?’ ‘Wie is er aansprakelijk als de activiteit niet loopt zoals hij moet lopen?’ ‘Wie heeft de leiding en wie geeft antwoord op alle vragen?’ Deze vragen zijn natuurlijk altijd actueel en niet alleen binnen de muren van de JFR-shop. Ook binnen het recht spelen er veel conflicten waar de centrale vraag vaak is: Wie is er aansprakelijk? Maar ook binnen de politiek speelt deze vraag een belangrijke rol: ‘Wie houden de burgers aansprakelijk voor het beleid?’ ‘Wat moet er worden gedaan als er maatschappelijke conflicten ontstaan en wie kan dat oplossen? Deze Fiat Justitia zal dit vraagstuk vanuit verschillende visies belichten. De Hoofdredacteur heeft samen met de redactiecommissie weer zijn uiterste best gedaan om er iets moois van te maken.

Lidmaatschap of Abonnement Het lidmaatschap van de JFR bedraagt 16,- euro per jaar en geldt tot schriftelijke wederopzegging (vóór de maand augustus van het nieuwe collegejaar). Bij dit bedrag is voor studenten een lidmaatschap van een dispuut naar keuze inbegrepen. Leden krijgen vijf keer per jaar de Fiat Justitia thuisgestuurd. Een abonnement staat ook open voor niet-studenten: door overmaking van 16,- euro op de bankrekening 50.15.50.666 ten name van JFR, Burgemeester Oudlaan 50, 3062 PA in Rotterdam. U krijgt de Fiat Justitia dan een jaar lang thuisgestuurd.

Ik wens u dan ook veel leesplezier toe. Met vriendelijke groet, Marjolein Voorn Voorzitter 43e bestuur der Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam

Wilt u adverteren in de Fiat Justitia? Neem dan contact op met Jeroen van Dorp (comextern@jfr.nl / 010 - 408 1794) Rectificatie

ISSN 1566-7375 Niets uit deze opgave mag worden overgenomen en/of worden vermenigvuldigd zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de redactie.

In de vorige editie van de Fiat Justitia is ten onrechte het citaat “Het mag niet zo zijn dat je op basis van een goede handelsrelatie een land maar niet aanspreekt op de mensenrechten” geplaatst bij het artikel van Dr. John Blad.

Fiat Justitia

01-56_610538 7

7

21-12-2005 13:13:27


Artikel van Prof. Marc Loth

Ontwikkelingen in de pr

koerswending of paradigm

1. Inleiding Wie de discussie rond de privaatrechtwetenschap volgt, kan er moeilijk om heen. Er wordt (weer) stevig gediscussieerd over de grondslagen van die discipline. Medio oktober wijdde het Nederlands Juristenblad een speciaalnummer aan wat het ‘tunneldenken in het civiele recht’ werd genoemd (2005, 36). De uitdrukking is ontleend aan het nieuwe Algemeen Deel van Vranken (een vervolg, Deventer 2005), van wie in datzelfde nummer een interview was afgedrukt. Hoewel Vranken zich in zijn boek naar eigen zeggen opstelt als ‘een geëngageerd toeschouwer’ van de privaatrechtwetenschap, schuwt hij de kritiek niet. De beoefenaren van de privaatrechtwetenschap zitten gevangen in een retrospectief denken, argumenteren verhullend, trekken zich te weinig aan van de feiten, en oriënteren zich veel te sterk op geldende wetgeving en rechtspraak. 8

01-56_610538 8

Deze kritiek staat niet op zichzelf, maar sluit aan bij een nieuwe wending in de privaatrechtswetenschap naar de sociale werkelijkheid. Die wending is geïnspireerd door het succes van de rechtseconomische benadering van het recht, en is een decennium geleden overgestoken van de Verenigde Staten naar Europa. Hoe belangrijk zijn deze vernieuwingen? Gaat het om een nieuw paradigma dat de privaatrechtwetenschap naar object en methode totaal zal veranderen? Of is het een koerswending die wel meer aandacht voor de sociale werkelijkheid meebrengt, maar geen principieel andere aanpak dan wij gewend waren? Waar de methodologische vragen in beeld komen, kan de rechtstheorie misschien een bijdrage aan de discussie leveren. Gevraagd is dan een verbreding van het perspectief, niet alleen in vergelijkende zin, maar ook in historische zin.

Fiat Justitia

21-12-2005 13:13:35


privaatrechtwetenschap:

gmatische vernieuwing? 2. De terugkerende wending naar de samenleving….. Hoe nieuw is de voorgestelde vernieuwing? Van oudsher is de privaatrechtwetenschap gericht op de oplossing van casus aan de hand van argumentatie en interpretatie op basis van gezaghebbende teksten. De nauwe band met het geldende recht en de rechtspraktijk vormen een vast gegeven in de geschiedenis van de privaatrechtwetenschap, vanaf haar ontstaan in Bologna in de 12e eeuw tot aan de hedendaagse dogmatiek van het NBW. Natuurlijk is de belangstelling voor het recht in de tussentijd wel veranderd. Zo plaatsten Verlichtingsdenkers als Locke, Hobbes, Montesquieu, Beccaria, Vico en anderen, vanuit hun wijsgerige belangstelling het recht in een bredere maatschappelijke context. De verwetenschappelijking van deze sociale filosofie in het werk van Smith, Marx, Weber, Durkheim, en anderen – niet toevallig van huis uit jurist – legde de kiem voor de moderne sociale wetenschappen. Het proces van de ‘Ausdifferenzierung’ van de sociologie, economie en andere sociale wetenschappen in de 18e en 19e eeuw illustreert hoe sterk de heersende dogmatische benadering van het recht was. Zij slaagde er in de traditionele dogmatiek tot het heersende paradigma in de privaatrechtwetenschap te maken en de nieuwe empirische belangstelling af te zonderen in afzonderlijke, toen nog kwetsbare disciplines: de sociale wetenschappen. Wat niemand nog kon voorzien was dat deze nieuwe sociale wetenschappen zich zo krachtig zouden ontwikkelen, dat zij thans op hun beurt de gangbare privaatrechtdogmatiek bedreigen. Nadat in de 19e eeuw de privaatrechtdogmatiek haar hoogtepunt – of dieptepunt? – bereikte in de stroming van het legisme, tekende zich ten tweede male een belangrijke wending naar de samenleving af. Wat in Duitsland de ‘Interessenjurisprudenz’ heette, en in de VS het ‘legal realism’ vertaalde zich bij ons in de vrije rechtsvinding en de meer sociale benadering van auteurs als Molengraaf en Valkhof. Deze tweede wending naar de samenleving heeft zeker invloed gehad op de beoefening van de privaatrechtwetenschap en ook op de beoefening van het privaatrecht zelf. De veelvuldige verwijzing naar maatschappelijke verkeersopvattin-

gen, redelijkheid en billijkheid en andere topoi in de jurisprudentie van de Hoge Raad geven daar blijk van. In de jaren zestig van de vorige eeuw zien wij een derde wending naar de samenleving, die vooral tot uiting komt in de opkomst van disciplines als de rechtssociologie, de rechtseconomie, en de rechtspsychologie. Deze nieuwe disciplines slaan een brug tussen de kern van de privaatrechtwetenschap – nog immer op dogmatische leest geschoeid – en de inmiddels verzelfstandigde eerdere afsplitsing van de rechtswetenschap (de sociologie, de economie, en de psychologie). Wat deze wetenschapsgeschiedenis in een notendop laat zien is dat de wending naar de samenleving in de ontwikkeling van de privaatrechtwetenschap een even constant gegeven is als de dogmatische beoefening van het privaatrecht. Telkenmale kondigen de vernieuwers een wetenschappelijke revolutie aan die de privaatrechtwetenschap op nieuwe leest zal schoeien, en telkens weer blijkt de privaatrechtdogmatiek te weerbarstig om de veranderingen van lange duur te laten zijn. Dat neemt natuurlijk niet weg dat die veranderingen wel hun sporen achterlaten, zowel in de rechtswetenschap als in de rechtspraktijk. Het betekent evenmin dat de recente vernieuwing die nu aan de orde is niet van een ander kaliber kan zijn. Die vraag verdient nader onderzoek.

3. Rechtsrealisme in soorten… Onder deze bonte verscheidenheid aan min of meer realistische rechtstheorieën gaan overigens fundamenteel verschillende opvattingen schuil. In zijn boek ‘The sociological movement in law’ (London 1978) onderscheidt Alan Hunt de ‘sociological jurisprudence’ van

Fiat Justitia

01-56_610538 9

9

21-12-2005 13:13:38


Roscoe Pound, Benjamin Cardozo e.a. van het ‘legal realism’ van Oliver Wendell Holmes en zijn navolgers. In die lijn moet worden onderscheiden tussen de (gematigde) opvattingen die de jurist voorhouden dat hij meer oog moet hebben voor de maatschappelijke context van het recht, en de (extremere) opvatting dat het recht uiteindelijk is te reduceren tot feitelijk gedrag van autoriteiten of rechtzoekende burgers. Vranken lijkt tot de eerste categorie te behoren, aangezien hij vooral een verbreding van het perspectief bepleit (in de lijn van de ‘sociological jurisprudence’), waartoe hij vooral verwijst naar de rechtseconomie. Het is echter de vraag in hoeverre die verwijzing slaagt. Een rechtseconoom als Richard Posner gaat namelijk een stap verder en ziet het recht als niets meer of minder dan een vorm van sociale controle, derhalve als een feitelijk gegeven. Ik kan mij niet voorstellen dat een jurist als Vranken zich in die benadering thuisvoelt. De benadering van Vranken zie ik daarom meer als een voorstel voor een koerswending van de privaatrechtwetenschap; een nieuwe wending naar de werkelijkheid. Wat Posner voorstaat is een veel radicalere verandering, een echt nieuw paradigma voor de rechtswetenschap, namelijk de bestudering van het recht als een middel van sociale controle, dat als zodanig meer of minder effectief en efficiënt kan zijn. Daarmee is niet gezegd dat er geen verband tussen beide benaderingen kan bestaan. In het onderwijsboek ‘Meesterlijk recht’ (Den Haag, 2005, 3e druk) hebben Jeanne Gaakeer en ik dat verband gethematiseerd. Het hoofdmotief van dat boek is dat verschillende disciplines het recht vanuit een verschillend perspectief problematiseren en daartoe het recht in een andere context beschouwen. Vergelijk het met een caleidoscoop, waarbij een verschuiving van de lens een andere

Telkenmale kondigen de vernieuwers een wetenschappelijke revolutie aan die de privaatrechtwetenschap op nieuwe leest zal schoeien, en telkens weer blijkt de privaatrechtdogmatiek te weerbarstig om de veranderingen van lange duur te laten zijn.

10

01-56_610538 10

schakering van facetten oplevert. Object en methode van de rechtswetenschap zijn daarom nauw verbonden. Inzicht in de aard van interdisciplinair onderzoek is onmogelijk zonder een theorie over het recht in zijn verschillende contexten. Het is om die reden dat wij als uitgangspunt van een boek over rechtswetenschap een contextuele benadering van het recht hebben gekozen. Tegelijkertijd kan dit contextualisme worden opgevat als een wenk aan de jurist om in zijn dagelijkse werk het recht in de concrete context te beschouwen. Niet als een gratuite verwijzing naar de omstandigheden van het geval, maar als een remedie tegen het ‘tunneldenken’ waartegen Vranken terecht ten strijd trekt. Ik citeer uit zijn NJB interview: ‘Door het contextualisme – het inzicht dat verschijnselen in de context van het geval of van het perspectief waaronder ze worden benaderd begrepen kunnen worden – kwam er ineens het besef dat wij als wetenschap op een nadere manier daarmee moeten omgaan dan we doen’ (p. 1874). Ook Vranken legt hier het verband tussen recht in context en het gekozen rechtswetenschappelijk perspectief. Hoewel er geen perspectief zonder blinde hoek bestaat – ‘the view from nowhere’, zoals een mooi boek van de filosoof Thomas Nagel heet – kan een wisseling van perspectieven die blinde vlekken wel zichtbaar maken. Wanneer dat in de wetenschap gebeurt, spreken we van interdisciplinair onderzoek. En wanneer dat in de rechtspraktijk gebeurt, levert dat de verrijking op van de oordeelsvorming. Zo beschouwd biedt het contextualisme voor zowel wetenschap als praktijk een wenkend perspectief.

4. Terug naar de vraag Verschillende perspectieven op het recht bieden verschillende resultaten. Sommige zien ver maar minder scherp (de rechtssociologie?), andere zien minder ver maar veel scherper (de rechtseconomie?). De rechtseconomie heeft bewezen een krachtig paradigma te zijn met grote vernieuwende potentie voor de privaatrechtwetenschap. Het is te verwachten dat de economische analyse van het recht nog veel nieuwe data en theorievorming zal opleveren, waarmee zowel de wetenschap als de praktijk van het privaatrecht hun voordeel kunnen doen. Maar of zij ook in staat zal blijken de privaatrechtdogmatiek als heersend paradigma te onttronen, valt thans nog niet te voorzien. Wat mij betreft is dat niet een kwestie die op theoretische gronden kan worden beslist, maar een open vraag waarover slechts de voortgang van de privaatrechtwetenschap uitsluitsel kan bieden. Makkelijk zal het in ieder geval niet zijn; de privaatrechtdogmatiek heeft bewezen vele wendingen naar de samenleving te kunnen overleven. Daarom heb ik voorlopig nog maar een vraagteken achter de titel van deze bijdrage geplaatst. Marc Loth Hoogleraar Inleiding tot de rechtswetenschap en Rechtstheorie. Erasmus Universiteit Rotterdam

Fiat Justitia

21-12-2005 13:13:40


Alleen voor rechtenstudenten die ook weten waar de klepel hangt. Ben jij een rechtenstudent die niet alleen de klok heeft horen luiden? Schrijf je dan nu in voor de Select Class van Clifford Chance. De Select Class heeft plaats in Amsterdam en Londen. Je neemt een kijkje in de keuken van 茅茅n van de grootste advocatenkantoren ter wereld met vestigingen in 19 landen. Je maakt kennis met ons team en onze manier van werken tijdens drie intensieve dagen, waarin je volop de gelegenheid krijgt om te ontdekken of werken bij Clifford Chance past binnen jouw toekomstperspectief. De Select Class heeft plaats op 10, 11 en 12 mei 2006.

Kijk op www.selectclass.nl en kom winnen.

Schrijf je in v贸贸r 5 april 2006. Voor meer informatie bel je met recruitment op telefoonnummer 020-711 9700 of stuur je een e-mail naar recruitment.amsterdam@cliffordchance.com

01-56_610538 11

21-12-2005 13:13:49


Artikel van dr. Roel Pieterman

Van risico naar voorz Enige opmerkingen over historische trends en ethische vragen Hedendaagse zorgen Aan het begin van de 21ste eeuw maken burgers in de rijke Westerse democratische rechtsstaten zich grote zorgen over tal van bedreigingen. Op het gebied van volksgezondheid en milieu worden we gewaarschuwd voor de gevaren van BSE, legionella, overgewicht, fijn stof, bestrijdingsmiddelen en mobiele telefonie. Op het gebied van de openbare veiligheid maken we ons zorgen over internationaal terrorisme, georganiseerde misdaad en incivilities zoals bedelaars en zwerfvuil. Kyoto en Katrina hebben er zelfs voor gezorgd dat de door de deltawerken bezworen vrees voor het wassende water weer terug is. Op de overheid rust de taak om voor al deze gevaren te waken door regels te stellen en door streng toezicht en handhaving voor de goede naleving te zorgen. Op momenten dat de overheid zich realiseert dat ze al deze verwachtingen over regelgeleide veiligheid natuurlijk niet waar kan maken, houdt zij de samenleving de spiegel voor en legt ze de nadruk op de eigen verantwoordelijkheid van burgers en hun organisaties. Maar als eind november 2005 plotselinge winterse weersomstandigheden zorgen voor storingen in de geprivatiseerde domeinen van openbaar vervoer en stroomvoorziening, dan is bij voorbaat voorspelbaar waar de boosheid daarover zal terecht-

12

01-56_610538 12

komen. Van de overheid worden nieuwe voorstellen voor wetgeving, toezicht en handhaving geëist. Objectief gezien gaat het steeds om relatief kleine inbreuken op een overigens rijk, lang en gezond leven. Wie de hedendaagse zorgen in historisch perspectief zet, ziet direct dat er een enorme verandering heeft plaatsgevonden in aard van de problemen die ons bezig houden én in de manier waarop we erop reageren. Ik zal in deze bijdrage proberen te verhelderen welke veranderingen er hebben plaatsgevonden. Ik typeer deze veranderingen als een transformatie ‘van risico naar voorzorg’. Een cruciaal aspect daarvan is het verminderde vertrouwen in de wetenschap. Ik besluit met een kritische noot over de moral hazards van voorzorg en de ethische dilemma’s die daarmee samenhangen. Allereerst is het echter belangrijk om onderscheid te maken tussen de verschillende typen bedreigingen waarmee wij geconfronteerd worden.

Drie visies op het goede leven en hun voornaamste bedreigingen In hun klassieke analyse van Risk and Culture maken Mary Douglas en Aaron Wildavsky een onderscheid dat in dit verband nog niets aan waarde heeft ingeboet. Hun stelling is dat we eerst moeten weten wat mensen het meest waardevol vinden, als we willen begrijpen wat zij het meest bedreigend vinden. Zij benoemen drie domeinen met verschillende essentiële waarden. Het eerste domein – veelal als het hiërarchisch perspectief aangeduid – is dat van het belang dat mensen hechten aan orde, regelmaat en voorspelbaarheid. Dit domein wordt soms verengd en enigszins denigrerend aangeduid als het streven naar law and order. Duidelijke (machts)verhoudingen en heldere regels die goed worden gehandhaafd en nageleefd, vertegenwoordigen hier inderdaad centrale waarden, zoals rechtszekerheid en eigendom. Het tweede domein dat Douglas en Wildavsky benoemen, wordt vaak als het liberale perspectief aangeduid. Hier gaat het erop dat mensen streven naar optimale ontplooiing van hun talenten en levenskansen. Er wordt

Fiat Justitia

21-12-2005 13:13:54


Van risico naar voorzorg

zorg

daarom ook wel van het individualistische perspectief gesproken. Ook hier treffen we soms een verengde en denigrerende kwalificatie aan, namelijk door de waarden die in het geding zijn te beperken tot die van economische rijkdom. Niettemin hebben we het hier ook over essentiële waarden zoals recht op gezondheid, onderwijs, werk en garanties voor een minimale levensstandaard. Het derde domein kunnen we aanduiden als het groene of ecologische perspectief. Hierin staat voorop dat mensen in harmonie met elkaar en hun omgeving moeten leven. Daarbij wordt ook de gelijkwaardigheid van mensen onderling en van mensen en andere levende organismen beklemtoond. Daarom wordt ook wel over het egalitaire perspectief gesproken. Terwijl de eerste twee perspectieven veelal met politieke en economische elites verbonden worden, geldt voor dit derde perspectief precies het omgekeerde. Douglas en Wildavsky leggen ook uit dat de vertegenwoordigers van dit ecologische en egalitaire perspectief hun positie altijd als marginaal en hun voorstellen altijd als tegendraads zullen afficheren. Hier komen we waarden tegen als duurzaamheid en (rechts)gelijkheid. Deze visies op het goede leven kennen ieder hun eigen specifieke bedreigingen. Wie rust, orde en veiligheid het belangrijkste vindt, zal oorlog, terrorisme of criminaliteit als de ernstigste bedreigingen aanwijzen. Wie daarentegen ontplooiingskansen het belangrijkst vindt, zal vooral bevreesd zijn voor bedreigingen van rechtsposities en welvaart. Vanuit het laatste perspectief vormen daarentegen juist globalisering en economische groei de voornaamste bedreigingen. In de politiek en in het publieke debat komen we deze verschillende en gedeeltelijk tegenstrijdige elementen tegenwoordig tegen als strijd om de prioriteit in het bestrijden van terrorisme, armoede en milieuaantasting.

Vanaf het eind van de negentiende eeuw ontstond de risicocultuur: schade wordt als onvermijdelijk en acceptabel beschouwd voorzover adequate schadevergoeding kan plaatsvinden. Morele vragen over schuld voor individuele ongevallen worden hier grotendeels losgelaten ten behoeve van ‘dader’ en ‘slachtoffer’. De eerste wet waarin dit tot uitdrukking komt, is de Ongevallenwet van 1901. De Verzorgingsstaat, met zijn uitgebreide systemen van particuliere en publieke verzekeringen, is bij uitstek het resultaat van deze manier van denken. Kerngedachte hierbij is dat de gemeenschap – i.c. het zogenaamde ‘risicocollectief’ – verantwoordelijk is voor de schade die door haar activiteiten ontstaan. Via verzekeringen – publiek of privaat – neemt de gemeenschap deze morele plicht dan ook op zich. In de risicocultuur spelen kosten en baten een cruciale rol. Voorwaarde is dat er betrouwbare gegevens over de totale verwachte schade én over de effecten van de voorgenomen preventieve maatregelen voorhanden zijn. Dit betekent wel dat een zekere mate van schade voor lief wordt genomen. Men erkent dat alle activiteiten nadelige effecten (kunnen) hebben en dat steeds moet worden afgewogen of de voordelen groter zijn dan de nadelen. Zolang de baten de kosten overtreffen, vinden de activiteiten doorgang, tenzij hetzelfde doel langs andere wegen kan worden bereikt, met een groter overschot aan baten. Op basis van deze redenering werden na de invoering van de Ongevallenwet zeer vele verbeteringen in de veiligheid van de industriële werkplaatsen aangebracht. Arbeiders profiteerden daarvan doordat zij niet alleen minder last kregen van gezondheidsklachten, maar ook omdat de grote kosteneffectiviteit zorgde voor meer zekerheid van werk en inkomen. Aan het einde van de 20ste eeuw zien we de opkomst van een voorzorgcultuur. Hierin staat niet het vergoeden van de schade centraal, maar juist het voorkomen ervan. Schade wordt als vermijdbaar gezien en dus is de cruciale taak niet het zorgen voor een adequaat verzekeringssysteem, maar een voorzorgregime ter voorkoming van schade. In het overheidsbeleid dat hierop is gericht, staat daarom het belangrijke, Europees rechtelijke voorzorgbeginsel centraal. Vanuit de voorzorgcultuur worden onze bestuurders opgeroepen om onzekerheden over dreigende risico’s zoveel mogelijk uit te sluiten. Als er iets (ernstig) mis gaat, is dat vanuit deze benadering een heel krachtige aanwijzing voor falend overheidsoptreden. De automatische reflex is dan om de verantwoordelijke bestuurders streng moreel ter verantwoording te roepen. Kenmerkend voor de voorzorgcultuur is dat steeds kleinere risico’s (gepercipieerd dan wel feitelijk) op een steeds langere tijdschaal – we worden steeds ouder en leven in steeds grotere veiligheid en gezondheid – als onomkeerbaar en catastrofaal worden getypeerd. Deze paradoxale focus is in toenemende mate gekoppeld aan een cultuur van angst. We nemen ons leven

Fiat Justitia

01-56_610538 13

13

21-12-2005 13:14:04


in hoge mate waar als een oneindige stroom van dreigende risico’s. In de risicocultuur riepen we nog de wetenschap in als instrument om ons voldoende betrouwbare voorspellingen voor de nabije toekomst te geven. Dat vertrouwen is echter danig getaand.

Afnemend vertrouwen in de wetenschap Als het gaat om het bestrijden van risico’s, is onze visie op de wetenschap tegenwoordig in grote mate gericht op wat zij niet te bieden heeft. Voorstanders van voorzorg beklemtonen dat niet bewezen is dat hoogspanningskabels, GSM zendmasten of mobiele telefoons geen kanker veroorzaken. Evenmin is bewezen dat vaccinaties of toevoeging van groeihormonen en antibiotica aan diervoeders geen ernstige schadelijke bijwerkingen zullen hebben. Ook is niet bewezen dat het winnen van gas onder de Waddenzee of het verbouwen van genetisch gemodificeerde gewassen (GMO’s) geen ernstige milieuschade teweegbrengen. Tevens ontbreekt het bewijs dat mensen via bloedtransfusies niet besmet kunnen raken met BSE prionen en zo aan elkaar de nieuwe variant van Creutzfeld Jacob Disease (vCJD) kunnen doorgeven. Onder verwijzing naar al deze ontbrekende bewijzen worden overal ter wereld diverse voorzorgsmaatregelen getroffen. Verbodsbepalingen, vergaande beperkingen of tenminste strenge voorwaarden zijn aan de orde van de dag. Nader onderzoek is altijd geboden, ongeacht hoeveel tientallen jaren er door honderden wetenschappers al voor miljarden zonder resultaat aan onderzoek is verricht. Pleidooien voor toepassing van het voorzorgbeginsel gaan in dit verband veelal gepaard met de slagzin Absence of proof is not proof of absence. En inderdaad, deze zin is waar, maar dat geldt ook voor proof of absence is not absence of proof en voor de zin proof of presence is not presence of proof. Niets is immers gelijk aan zijn spiegelbeeld. Het is in retorisch opzicht een fraaie uitspraak maar inhoudelijk bezien, is hij volstrekt zinledig. De lijst van ontbrekende bewijzen van onschadelijkheid is namelijk ad infinitum uit te breiden. Zulke bewijzen kunnen principieel niet geleverd worden. Om zulke bewijzen vragen, is het onmogelijke verlangen en tot het onmogelijke is in een behoorlijke rechtsorde niemand gehouden.

Moral hazards en ethische dilemma’s Een belangrijk kritiekpunt op de Verzorgingsstaat was dat ‘de verzorging van de wieg tot het graf ’ en de 14

01-56_610538 14

dekking van allerlei risico’s zou leiden tot de uitholling van de persoonlijke verantwoordelijkheid. Waarom zou je, bijvoorbeeld, als onervaren skiër die ‘zwarte pieste’ eigenlijk niet nemen? Je ziektekosten en je inkomen waren toch gegarandeerd? Hierachter doemde het schrikbeeld van de calculerende burger op, die wel zijn burgerrechten zou opeisen, maar niet erg toeschietelijk zou zijn als hij zijn plichten moest vervullen. De Veiligheidsstaat die zich nu vanuit de opkomende voorzorgcultuur lijkt te ontwikkelen, maakt dergelijke problemen alleen maar erger. Als je enig nadeel lijdt, heb je namelijk niet alleen recht op een schadevergoeding, maar ook op boosheid jegens de falende bestuurders die dit onheil mogelijk hebben gemaakt. Daarom gaan we steeds verdergaande veiligheidseisen stellen ten opzichte van steeds kleinere risico’s. Wat we daarbij vergeten, is dat onze veiligheidsmaatregelen zelf ook nadelige gevolgen – wel externe kosten genoemd – hebben. Zo wordt er door juristen met nadruk op gewezen dat de antiterreur maatregelen het gevaar van aantasting van onze democratische burgerrechten in zich dragen. Ik besluit hier met een geheel ander, zeer schrijnend voorbeeld. In 1962 schreef biologe Rachel Carson het boekje Silent Spring, dat nog steeds grote bekendheid geniet als een baanbrekend werk van milieukritiek. En al was er in die tijd zeker zeer belangrijke milieukritiek te leveren, dit boek draaide vooral om de risico’s van bestrijdingsmiddelen. Carson wees in het bijzonder op de gevaren van DDT. Haar werk heeft zo’n invloed gehad dat iedereen er ook vandaag nog heilig van overtuigd is dat dit een heel gevaarlijk bestrijdingsmiddel is. Kijk bijvoorbeeld op de website www.benjijgifvrij.nl. Niets is echter minder waar. DDT is voor mensen hoogst ongevaarlijk! En de beweerde bedreiging van allerlei vogelsoorten is ook na veertig jaar onderzoek nog nooit zichtbaar geworden; integendeel. Door DDT verdunde eierschalen zouden de overlevingskansen van allerlei roofvogels bedreigen. Die verdunning trad echter al op decennia vóór DDT werd gebruikt. En van dat voorspelde uitsterven is het ook nooit gekomen. Dat we met onze meettechnieken nog steeds DDT kunnen vinden in pinguïns is waar, maar betekent niets voor hun gezondheid. Het verbod op DDT betekent echter wel iets voor de gezondheid van honderden miljoenen mensen in de ontwikkelingslanden. Mét DDT werd de malariamug effectief bestreden en daalde het aantal zieken en doden spectaculair. Na het verbod kwamen de oude aantallen echter weer terug. En vandaag de dag is malaria voor de Wereldgezondheidsorganisatie nog steeds één van de grootste bedreigingen van de volksgezondheid. Wereldwijd vallen er jaarlijks miljoenen zieken en duizenden doden onder de armen in de ontwikkelingslanden. Dr. Roel Pieterman Docent Rechtssociologie Erasmus Universiteit Rotterdam

Fiat Justitia

21-12-2005 13:14:05


Gemeenteraadsverkiezingen Rotterdam 2006 De campagnes voor de gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart zijn al van start gegaan. Rotterdam kampt met vele problemen. De verschillende partijen bieden verschillende oplossingen aan. Om u te helpen een weloverwogen stem uit te brengen heeft de redactie de opvattingen van de partijen naast elkaar gezet. De volgende onderwerpen worden besproken: veiligheid, integratie, huisvesting, werkgelegenheid, kunst en cultuur en de mogelijke coalities.

Veiligheid In Rotterdam is er geëxperimenteerd met het verstrekken van harddrugs aan verslaafden. Steunt u de vrije verstrekking van harddrugs ter wille van een vermindering van inbraak en diefstal door junks?

Peter van Heemst: “Ja. Nederland is daar veel te terughoudend in. Vrije verstrekking van harddrugs is om twee redenen positief. Allereerst is er een groep mensen die zeer verslaafd is, soms besmet met het HIV virus en psychisch helemaal in de war. Voor dat soort mensen is de verstrekking van heroïne bijna een soort van medische zorg. Ten tweede bevorderen we daarmee tegelijk de maatschappelijke rust. We halen verslaafden zo immers uit de wereld van de prostitutie en uit een enorme maalstroom van beroven, kraken en diefstal.”

George van Gent: “Ja, mits het onder strenge begeleiding en controle plaatsvindt. De overheid is er natuurlijk niet om verslaafden verslaafd te houden. Dat mag niet de opzet zijn. Maar als het gaat om mensen die niet kunnen afkicken en verder echt onbehandelbaar zijn, dan is het praktisch om tot de verstrekking van drugs over te gaan. In echt hopeloze gevallen moeten we zelfs aan strengere maatregelen denken. Als volstrekt onbehandelbare verslaafden zich schuldig blijven maken aan diefstal en inbraak, dan zou zelfs overgegaan moeten worden tot het buiten de stad voor lange tijd vastzetten van die mensen. Dat is natuurlijk het laatste station. Maar die optie moet er wel zijn.”

Leonard Geluk: “Eén uitzondering nagelaten, ben ik tegen de verstrekking van harddrugs.

Fiat Justitia

01-56_610538 15

15

21-12-2005 13:14:11


ben ik daar onmiddellijk voor. Dat lukt helaas niet altijd. Als verslaafden de fout in blijven gaan, moet uiteindelijk worden bezien of ze niet ergens kunnen worden opgesloten. Dat is beter dan ze maar in de stad rond te laten lopen.”

Integratie Onlangs werden de grote steden in Frankrijk geteisterd door rellen van ontevreden en uitzichtloze allochtonen. Bent u bang dat dit soort toestanden ook in Rotterdam plaats zouden kunnen vinden?

Leonard Geluk Harddrugs mag alleen verstrekt worden als het helpt om mensen van de drugs af te krijgen. Het doel moet altijd zijn om de betrokkenen te helpen hun drugsgebruik onder controle te krijgen en ze vervolgens stap voor stap in de normale samenleving terug te krijgen. Slechts dan vind ik de vrije verstrekking van drugs geoorloofd. Ik vind namelijk niet dat we als overheid verslavingen van mensen moeten faciliteren.”

Marco Pastors: “Ja. Vrije verstrekking is echter niet het goede woord. Het gebeurt namelijk op medische indicatie. Verslaving is een soort ziekte waardoor je geestelijk niet meer goed kan functioneren. Dat is natuurlijk een groot probleem voor verslaafden zelf, maar ook voor hun omgeving wanneer ze overgaan tot diefstal om hun verslaving te voeden. Het is beter om die mensen gecontroleerd drugs te verstrekken dan ze aan hun lot over te laten. De maatregel moet in de eerste plaats gericht zijn op de vermindering van overlast voor anderen. Maar als er ook mogelijkheden zijn om verslaafden onder strenge toediening van drugs te helpen afkicken, dan

16

01-56_610538 16

“Ik ben niet bang voor rellen in Rotterdam, maar ik vind wel dat we er rekening mee moeten houden. Er zijn wel een aantal verschillen met de situatie in Frankrijk. We hebben hier een overheid die veel actiever optreedt om mensen uit hun isolement te halen. In Rotterdam zijn er buurten waar de gemeente huis aan huis aanbelt om te kijken wat er achter de voordeur gebeurt. Dat kan gaan over illegale onderverhuur of overbewoning. Maar ook over tienermoeders die niet weten dat ze recht hebben op kinderbijslag. De overheid is bezig met een grootscheepse vernieuwing van woonwijken. Tenslotte staat de politie hier tussen de mensen in de wijken. Ze voert overleg met buurtbewoners en weet wat er in de buurten speelt. In Frankrijk lijkt de politie – met enige overdrijving gezegd – wel in een permanente staat van oorlog met de eigen burgers te zijn geraakt. In Rotterdam heeft het College van B enW het op twee punten laten afweten. Er is te weinig ingezet op de scholing van jongeren en op hun kansen op een stageplaats of een baan. Daaraan moeten we dus harder gaan werken.”

“Ik ben er niet bang voor, hoewel men niet kan uitsluiten dat het hier gebeurt. In Vreewijk zijn er immers al een paar auto’s in brand gestoken. Maar het probleem is hier niet zo groot als in Frankrijk. Wij hebben hier geen wijken met dat soort bebouwing. Als je de foto’s ziet van de erbarmelijke omstandigheden in die wijken en de slecht bewoonbare flats, dan kan men niet zeggen dat we hier dat soort toestanden kennen. We moeten de kans op rellen hier zien te voorkomen door de wijken schoon en veilig te houden. We moeten ook zorgen dat een wijk niet alleen bestaat uit mensen zonder banen die afhankelijk zijn van de sociale dienst. Ik vond het overigens weerzinwekkend dat door de PvdA een link werd gelegd tussen de uitspraken van Marco Pastors en de mogelijkheid tot rellen in Rotterdam. Als je uit angst voor het losbarsten van rellen niet meer mag zeggen wat je echt meent, dan is het

Fiat Justitia

21-12-2005 13:14:15


“Ik vind dat een moeilijke vraag. Het gebeurt wel eens dat een bepaalde ontwikkeling in het buitenland naar Nederland overslaat. Maar als ik de intensiteit van de problemen in Frankrijk vergelijk met Rotterdam, dan kan men niet zeggen dat de wijken hier vergelijkbaar zijn met die in Parijs. In Rotterdam heeft iedereen uiteindelijk perspectief. Hoe moeilijk en lastig het soms ook is, er is voor iedere Rotterdammer gewoon werk als men zich daarvoor inzet. Ik merk in mijn contacten met jongeren niet dat er hier echt een intens gevoel is van uitsluiting en onvrede. Natuurlijk zijn er irritaties over zaken als het verkrijgen van stageplekken. Maar in tegenstelling tot Parijs heerst er hier geen uitzichtloze situatie. Er zijn gevoelens van onvrede onder de jongeren en die gevoelens zijn ook deels te verklaren vanuit het systeem. De overheid en werkgevers moeten dan ook alle jongeren in Rotterdam zowel in het onderwijs als op de arbeidsmarkt alle mogelijke kansen bieden. Maar tegelijkertijd moeten de jongeren zelf ook die kansen pakken. Ik merk helaas dat jongeren zich vaak verschuilen achter problemen op school, op de arbeidsmarkt en discriminatie. Die problemen spelen, maar we kunnen er doorheen prikken door ervoor te zorgen dat Rotterdamse jongeren goed worden opgeleid en gewoon de beste vakmensen worden. Ondanks dat de situatie nog niet zo ernstig is als in Frankrijk, is het wel te betreuren dat werkgevers vaak autochtone boven allochtone jongeren kiezen. Maar over vijf jaar, na de grijze golf die uitstroomt, heb je die keus niet meer. Dan heb je iedereen hard nodig en is er werk genoeg. Mijn stelling is dat als je het echt wilt en je jezelf goed aanpast aan datgene wat werkgevers willen, dat je dan ook werk kunt vinden.”

“Dat zou heel goed kunnen. De problematiek in Frankrijk is niet volstrekt vergelijkbaar met hier. Gelukkig zijn onze achterstandswijken niet zo verloederd als daar. Wij hebben hier hogere uitkeringen. De meeste mensen die willen werken, kunnen ook werk vinden. Dit maakt de situatie anders dan in Frankrijk. Maar wij moeten wel uitkijken. We moeten ons hard inzetten om die wijken te verbeteren en de mensen aan het werk te helpen. Anders is het slechts

foto rob maas

over met onze democratie. Ik ben dan ook absoluut niet van plan om mijn woorden aan te passen. Het feit dat hier de problemen rondom het integratievraagstuk tot 2002 – ook door de VVD – niet werden benoemd heeft de situatie ernstig verslechterd. Door de PvdA wordt wel vaak gezegd dat de discussie sinds 2002 de groepen juist scherper tegenover elkaar heeft geplaatst. Maar ik vind dat integratieproblemen bespreekbaar moeten zijn. Alleen dan kunnen wij ze gezamenlijk oplossen.”

Peter van Heemst: Ik voer geen campagne tegen Leefbaar Rotterdam maar vòòr de Rotterdammers. Ik sluit dan ook totaal geen partij uit.

een kwestie van tijd voordat er hier rellen uitbreken. De oplossing is het deels afbreken van die wijken. Dan kunnen mensen met hogere inkomens zich daar vestigen zodat er goede voorbeelden in de eigen wijk wonen. De mensen in die wijken moeten goed de taal leren en, ook als ze een uitkering hebben, aan het werk gaan. Culturele integratie gaat namelijk samen met sociaal economische integratie. Je mag hier natuurlijk Islamitisch zijn. De stelling van het CDA dat wij mensen tegenwerken die vanuit hun eigen cultuur hier actief willen zijn, is dan ook onjuist. Met private middelen mogen moslims Islamitische buurthuizen en dat soort zaken oprichten. Ik vind alleen dat je jezelf

Fiat Justitia

01-56_610538 17

” 17

21-12-2005 13:14:20


George van Gent: Als je uit angst voor het losbarsten van rellen niet meer mag zeggen wat je echt meent, dan is het over met onze democratie. Ik ben dan ook absoluut niet van plan om mijn woorden aan te passen.

niet achter een religie mag verschuilen om hier niet te integreren. Wij zouden bij het integratieproces geen rekening moeten houden met culturele achtergronden. Dat moet vanuit de migranten zelf komen.”

Huisvesting Het College is van plan een groot aantal goedkope woningen te slopen. Waar legt u de nadruk op: goedkope woningen die zeer belangrijk zijn voor net afgestudeerde studenten of nieuwe woningen voor mensen met hogere inkomens? “Ik vind dat in Rotterdam iets te uitbundig goede en goedkope woningen worden gesloopt. Natuurlijk moeten slechte woningen worden vervangen. Maar we zien dat in Nieuw 18

01-56_610538 18

Crooswijk 1800 woningen zullen verdwijnen. Dat vind ik veel te veel. Ik wil kijken of we daarbij niet een paar stappen minder ver kunnen gaan. Ik realiseer mij dat het lastig is om het plan volledig terug te draaien. Maar ik wil wel dat er minder goede en goedkope woningen worden gesloopt dan nu in het plan besloten ligt. We kunnen ook een handreiking doen aan starters die een huis willen kopen door hen de keus voor te leggen om de grond in erfpacht te verkrijgen. De grondkosten hoeven dan niet meer met een hypotheek gefinancierd te worden. Waar ik erg voor ben is het neerzetten van meer hoogbouw. Een skyline met veel hoogbouw hoort bij het imago van Rotterdam. Als er duizenden woningen bijkomen in het stadshart dan geeft dat een enorme impuls voor het uitgaansleven, de winkels en zelfs voor de veiligheid. Als er meer mensen op straat lopen dan zal het gevoel van veiligheid ook toenemen.”

Fiat Justitia

21-12-2005 13:14:22


“Natuurlijk willen wij net afgestudeerde studenten in de stad houden. Afgestudeerden moeten wel hun studentenwoning uit zodat nieuwe studenten die kunnen betrekken. Er moeten dan goede opvolgende woningen voor hen beschikbaar zijn. Zo zal Nieuw Crooswijk vele aspecten in zich hebben die het buitengewoon aantrekkelijk maken voor afgestudeerde studenten om daar te komen wonen. Ik vind de opstelling van de PvdA over het plan om woningen in Crooswijk te slopen dan ook schandelijk. Er is lang gepraat over de richting die wij in Crooswijk moeten inslaan. Alle inwoners die daar willen blijven wonen hebben de garantie gekregen dat ze dat ook kunnen doen. Weliswaar tegen een hogere huur, maar wel zodanig dat ze het kunnen betalen. Het is niet gek om voor meer kwaliteit meer te moeten betalen. De duidelijke meerderheid in de gemeenteraad – inclusief de PvdA – heeft dan ook met het plan ingestemd. Nu er weerstand komt vanuit de bevolking en de verkiezingen voor de deur staan, is de PvdA weer van mening veranderd. Met dit soort gedrag komt de stad natuurlijk niet verder.”

“Er zijn in Rotterdam redelijk wat woningen voor starters op de arbeidsmarkt. Als je echter drie jaar verder bent, meer verdient en kinderen krijgt dan ga je snel naar Barendrecht of nog verder. Die uittocht van goed opgeleide jonge gezinnen is absurd hoog. Al dertig jaar lang stromen jonge gezinnen Rotterdam uit. Deze groep moeten we in de stad zien te houden. Mijn keuze is om Rotterdam aantrekkelijker te maken; niet alleen voor starters, maar ook voor jonge gezinnen. Ik vind dat je in het Oude Westen of in Pendrecht gewoon normaal je kinderen moet kunnen opvoeden. Het is dan ook mijn ambitie om in het huisvestingsbeleid jonge gezinnen te behouden. Ik vind het plan van de PvdA om het aantal te slopen woningen in Nieuw Crooswijk terug te dringen dan ook zeer onverstandig. We laten juist in Nieuw Crooswijk zien dat we een wijk geschikt maken voor al die gezinnen die zijn weggetrokken. Aan de gezinnen die er nu wonen is tevens verteld dat zij na de bouw van de nieuwe woningen kunnen terugkeren. Verder heeft Rotterdam tachtig procent sociale woningbouw. We hebben dus genoeg goedkope huizen. Ik vind het heel erg slecht als dit bij de verkiezingen de inzet wordt van Peter van Heemst. Ik zou het ook onbegrijpelijk vinden. De PvdA was immers een groot voorstander van het plan.”

“Eigenlijk op beide. Ondanks de wachtlijsten hebben wij in Rotterdam te veel goedkope huurwoningen. Maar gezien de werkloosheid in die wijken kunnen wij er niet meer mensen met

lage inkomens bij hebben. We moeten dus ook geen goedkope huurwoningen meer bouwen. Veel van die goedkope huurwoningen in wijken als Nieuw Crooswijk zijn in zeer slechte staat en voldoen ook echt niet meer aan de eisen van deze tijd. Het idee van de PvdA om de sloop van woningen in Crooswijk tegen te gaan, is dan ook schandalig. Er worden de komende tien jaar maar 13.000 van de 280.000 woningen gesloopt. Nieuw Crooswijk was de wijk met de grootste woonontevredenheid in Rotterdam. Alle inwoners met een laag inkomen en echte wijkbinding hebben een recht van terugkeer en kunnen straks voor een paar tientjes meer een veel ruimere woning betrekken. Wat Peter van Heemst roept, is alleen maar leuk voor de verkiezingen, want het plan voor nieuw Crooswijk is al een gepasseerd station. We hebben wel meer goedkope koopwoningen nodig. Daarom ben ik als wethouder ook met de actie ‘koopjehuurwoning.nl’ begonnen. Dat zijn woningen waar je voor vier honderd euro netto per maand in kan wonen. Dat is dus goed betaalbaar voor net afgestudeerden. Maar voor net afgestudeerden zijn er geen nieuwbouw koopwoningen. Daarvoor verdienen ze te weinig en dus hebben ze gewoon pech. Je kunt immers ook niet gelijk een nieuwe auto kopen. Van de echt dure woningen ( boven de 230 duizend euro) zijn er in Rotterdam veel te weinig.”

Werkgelegenheid Welke maatregelen wil u nemen om te zorgen dat net afgestudeerde studenten zo snel mogelijk een passende baan kunnen vinden?

“Van net afgestudeerde studenten mag verwacht worden dat ze weten hoe ze moeten solliciteren. Solliciteren is een vak apart. Wij moeten er dan ook voor zorgen dat alle onderwijsinstellingen de studenten de kunst van het solliciteren aanleren. De gemeente zou ook een sociaal economisch convenant moeten afsluiten met onderwijsinstellingen,

Peter van Heemst

Fiat Justitia

01-56_610538 19

19

21-12-2005 13:14:24


!DVOCATEN NOTARISSENENBELASTINGADVISEURS

(%4"%').6!.(%4"%'). *ECARRIÃ’REBIJ$E"RAUWHEEFTEENNIEUWBEGIN$E"RAUWERIJ%ENHALFJAARDURENDINTENSIEFINTRODUCTIEPROGRAMMADATDEBRUGSLAATTUSSENJESTUDIEENDE PRAKTIJK*EKRIJGTMETEENJEEIGENZAKENOMJEKENNISINPRAKTIJKTEBRENGEN%NTEONDERVINDENHOEHETISOMMETCLIÑNTENOMTEGAAN TEPLEITENENZAKENTE WINNENOFKANOOKGEBEUREN TEVERLIEZEN$EBEGELEIDINGDIEJEDAARBIJKRIJGT ISCRUCIAAL4WEEVANONZECOMPAGNONSENEENAANTALMEDEWERKERSSTAANJEDAAROMDAGELIJKS BIJ"OVENDIENKRIJGJEEENINTENSIEVEOPLEIDINGWAARDOORJEEENONMISBAREJURIDISCHEVERDIEPINGVERWERFTENJEALGEMENEVAARDIGHEDENZOALSPRESENTERENENONDERHANDELEN KUNTPERFECTIONEREN/PHETMOMENTDATJEJEGAATSPECIALISERENINEENVANDESECTIESVANONSKANTOORHEBJEALLERUST ZELFVERTROUWENENGENOEGERVARINGOMDAARALLESUIT TEHALEN$EEERSTVOLGENDE"RAUWERIJSTARTDITVOORJAAR-EERINFORMATIEVINDJEOPDEBRAUWERIJNL/MTESOLLICITERENGAJENAARDEBRAUWCOM

01-56_610538 20

21-12-2005 13:14:29


Leonard Geluk: Ik vind het geweldig dat wij zoveel culturen in Rotterdam hebben zolang wij maar een aantal kernwaarden delen zoals bijvoorbeeld de gelijke behandeling van mannen en vrouwen en het tegengaan van radicalisme.

vakbonden en werkgevers over zaken als gegarandeerde stageplaatsen, faciliteiten voor startende ondernemers, nieuwe banen in de publieke sector en scholing op maat. Verder zullen jongeren in Rotterdam de school met een vak moeten verlaten. Als het reguliere onderwijs hen geen uitkomst biedt, dan zal er gekeken moeten worden naar aanvullend onderwijs. Ik denk dan bijvoorbeeld aan internaten. We moeten ook af van uitkeringen voor jongeren onder de 26 jaar. Voor hen dienen gesubsidieerde banen beschikbaar te worden gesteld die verplicht moeten worden aangenomen.”

“Om studenten, maar ook anderen, hier te houden moet een gemeente voor een goed vestigingsklimaat zorgen. Dat betekent goede scholen, schone wijken, veel groen enz. Dat betekent

ook dat de gemeente ervoor moet waken dat er niet teveel regels worden vastgesteld. Daar word je als beginnend ondernemer helemaal gek van. Een goed vestigingsklimaat bevordert de komst van nieuwe bedrijven en dat leidt op zijn beurt weer tot meer banen voor afgestudeerden.”

“Wij moeten in Rotterdam meer branches binnenhalen die interessant zijn voor hoger opgeleiden. Wij moeten dat doen in de sectoren waar wij goed in zijn zoals de haven, transport en logistiek. Daarom is het ook heel belangrijk dat wij snel die tweede Maasvlakte krijgen. Niet alleen in verband met het oogpunt van meer ruimte voor nieuwe bedrijven maar ook omdat dit de bedrijvigheid van de stad zal doen toenemen omdat veel bedrijven vanuit de stad naar de Maasvlakte zullen verhuizen. Er zijn naast de haven en transport ook andere kans-

Fiat Justitia

01-56_610538 21

21

21-12-2005 13:14:34


rijke clusters waar wij goed in zijn. Ik denk aan de medische en audiovisuele sector. Uiteraard moeten wij de top van het bedrijfsleven zoals Unilever en de banken hier houden. Dit zijn allemaal sectoren die aantrekkelijk zijn voor hoog opgeleiden. De filosofie moet zijn dat wij ons sterker moeten maken waar wij al sterk in zijn en nieuwe kansen benutten.”

“Dat is voornamelijk een taak van de bedrijven. Je moet als overheid niet de illusie koesteren dat je dat goed kunt sturen. De overheid moet er wel voor zorgen dat bedrijven hier veilig kunnen functioneren en nieuwe investeringen kunnen doen. We kunnen dat bevorderen via bestemmingsplannen en via het aantrekkelijk maken van de grondprijzen. Daarom hebben we ook de erfpacht afgeschaft.”

Hoe wil u de vestiging van nieuwe bedrijven in Rotterdam bevorderen? “Er moet ruim baan worden geboden aan nieuwe initiatieven van startende ondernemers. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de koppeling van een ervaren Rotterdammer aan een startende ondernemer. Zo combineer je de ervaring van de één met de ambitie van de ander. Ook zou het voor startende ondernemers mogelijk moeten zijn om in wijken die op het punt staan gerenoveerd te worden een paar jaar gratis een bedrijfspand te gebruiken. Zo kan worden bezien of hun idee in de praktijk aanslaat. We moeten ook goed bekijken hoe we de kracht van het haven/industrie complex beter kunnen gebruiken voor nieuwe werkgelegenheid in de sector van duurzame economische ontwikkeling. Zo loopt er bijvoorbeeld een initiatief om de restwarmte in de haven te gebruiken voor de productie van garnalen. Zulke projecten bevorderen de werkgelegenheid op een ecologisch verantwoorde wijze en moeten vaker worden ondernomen.”

01-56_610538 22

“Als bijna de grootste havenstad in de wereld is het logisch voor Rotterdam om bij het aantrekken van nieuwe bedrijven je vooral te richten op internationale bedrijven. Bedrijven zullen naar Rotterdam komen als het beeld heerst dat er in Rotterdam goede werknemers zijn. Op dat punt lopen wij wat achter op Amsterdam en daar moet dus aan gewerkt worden. Wij profiteren nu meer dan ooit van de groeiende economie in China. Daar moeten wij ons ook op richten. Een internationale school kan een bijdrage leveren aan de internationale acquisitie van bedrijven. Als een bedrijf uit China hierheen komt, dan wil je dat je Chinese medewerkers een eigen school kunnen hebben. We gaan dan ook zeer binnenkort starten met een internationale school in Rotterdam. Ook de woningbouw speelt een belangrijke rol in het aantrekken van nieuwe bedrijven. Zo zullen we in Park Zestienhoven hele luxe woningen bouwen voor mensen uit het internationale bedrijfsleven. Factoren als opleiding en woonomstandigheden spelen de grootste rol bij de afweging of men zich in Rotterdam wil vestigen.”

“Een maatregel die wij in dat kader hebben genomen, is het instellen van economische kansenzones in de Rotterdamse achterstandswijken. Dat komt er feitelijk op neer dat je daar minder belasting betaalt. Als bedrijf geniet je in zo een wijk dus een grotere winst. Veel bedrijven hebben ook al aanvragen ingediend voor vestigingen in deze kansenzones. Het gaat ons er vooral om werkgelegenheid in de stad

George van Gent 22

“Wat in dat opzicht veel aandacht moet krijgen is het punt van bereikbaarheid. Wij kunnen als Randstad een soort ‘New York’ zijn van West Europa met Rotterdam als ‘Manhattan.’Geen stad in Nederland kan bogen op zo een goede verbinding met de zee en de Rijn. Met de nieuwe snelheidslijn zullen Schiphol, maar ook Brussel en Parijs in zeer korte tijd bereikbaar zijn. De tweede Maasvlakte zal ook ten goede komen aan het functioneren van de haven en de bedrijvigheid van de stad. Bovendien heeft Rotterdam ook een luchthaven waar alle ruimte aan moet worden gegeven om zich te ontwikkelen. Dit zijn allemaal belangrijke factoren die bij de vestigingskeuze van een bedrijf in overweging worden genomen. De stad moet ook per auto goed bereikbaar zijn zodat je niet steeds in de file staat. De aanleg van de tweede rijksweg naar Den Haag (A4 Noord) zal in dit opzicht van groot belang zijn. De weg naar Den Haag is namelijk overvol. We moeten echt snel beginnen met de aanleg van deze snelweg. De heer van Heemst heeft in zijn politieke carrière er alles aan gedaan om dit tegen te werken. Daarvoor wil ik hem nog even hartelijk bedanken. Ik heb Peter van Heemst niet voor niets ‘de plaag van Rotterdam’ genoemd. Tot nu doet hij die naam wel eer aan.”

Fiat Justitia

21-12-2005 13:14:38


Marco Pastors: Ik vind alleen dat je jezelf niet achter een religie mag verschuilen om hier niet te integreren. Wij zouden bij het integratieproces geen rekening moeten houden met culturele achtergronden.

te creëren. Wij zullen ook geen kans voorbij laten gaan om grote concerns in Rotterdam te krijgen. Helaas zijn de grote concerns vaak conservatief en geven ze er de voorkeur aan om naar Amsterdam te gaan. Bij een keuze voor Rotterdam hebben ze gewoon meer uit te leggen. Maar de vestiging van grote concerns in andere steden kan ook goed zijn voor Rotterdam. Gelet op de hier relatief goedkope vestigings- en onderhoudskosten, zullen werknemers in die concerns zich ook in Rotterdam kunnen vestigen.”

Kunst en Cultuur Een paar jaar geleden was Rotterdam de culturele hoofdstad van Europa. Dat is nu wat afgegleden. Hoe ziet u dat weer impuls krijgen?

“Ja, dat is heel jammer. Een goed cultuurklimaat maakt Rotterdam een aantrekkelijke stad voor het bedrijfsleven. Ook culturele voorzieningen worden immers door ondernemers betrokken bij hun vestigingskeuze. Ik wil dat Rotterdam weer wordt gezien als een echte cultuurstad. Rotterdam zou zich moeten uitroepen tot Europese jongerenhoofdstad in het jaar 2010. Dan heb je nu vier jaar de tijd om het beste uit de jongere generatie te halen op gebieden als kunst, mode, sport, techniek en theater. Dat zou ik echt fantastisch vinden.”

“Dat is ook weer zo een onzinnig beeld dat wordt geschetst. Wij zijn er op dit gebied helemaal niet op achteruit gegaan. Natuurlijk was het leuk om de culturele hoofdstad van Europa te zijn. Maar we moeten het ook weer niet overdrijven. Het is alleen maar goed voor je image. Overigens vond ik

Fiat Justitia

01-56_610538 23

23

21-12-2005 13:14:44


de slogan van toen: ‘Rotterdam, stad van vele steden,’ schandalig. Dat geeft weer dat multiculturele aspect aan wat ik niet wil. Ik wil niet dat er veel culturen in de stad naast en los van elkaar bestaan. We moeten juist met elkaar één stad vormen. De jaren nadat wij de culturele hoofdstad van Europa waren, is er niet minder geld besteed aan de culturele sector. Dat is een onwaar beeld dat gevoed wordt door groeperingen die daar belang bij hebben. Er is wel een ander cultureel plan samengesteld waarbij bepaalde subsidies zijn afgeknepen. Maar het bedrag dat aan de sector uitgegeven wordt, is niet gedaald. Sterker nog, bij de laatste begroting heeft het Philharmonisch Orkest zelfs een half miljoen extra gekregen om als toporkest voort te blijven bestaan.”

“Ik vind niet dat het is afgegleden. We zijn gewoon doorgegaan op dat niveau. De festivals zijn beter bezocht dan ooit. Op tal van gebieden is Rotterdam er zeer op vooruitgegaan in de bezoekersaantallen van manifestaties. We hebben een geweldig Philharmonisch Orkest, goede theathergezelschappen en goede accommodaties. Daar moeten we ook mee doorgaan. Af en toe wordt het beeld geschetst dat Kunst en Cultuur – door alle aandacht voor veiligheid – bij het gemeentebestuur niet op de agenda staat en er dus te weinig aan wordt gedaan. Maar dat is echt onzin. Wij hebben inderdaad van kunst en cultuur geen prioriteit gemaakt deze raadsperiode. We zijn vrij selectief geweest in de onderwerpen die echt extra aandacht verdienen zoals veiligheid en integratie. Maar kunst en cultuur is wel gewoon op dat hoge niveau gestaag doorgegaan. Wat ik in dit kader wel voor de ontwikkeling van Rotterdam essentieel acht, is een museum met speciale aandacht voor het bombardement van de stad in de Tweede Wereldoorlog. Dat krijgt nu nog te weinig aandacht.”

“Dat is helemaal niet afgegleden. Dat beeld wordt helaas ook vanuit de cultuursector zelf gevoed. Partijen in die sector zitten bij de gemeenteraad op schoot om hun subsidies veilig te stellen. Alle raadsleden mogen ook gratis voorstellingen bezoeken. Daar wil ik trouwens ook van af. Bovendien wordt elke stad in Europa ooit de ‘culturele hoofdstad.’ Dus zo bijzonder was dat nou ook weer niet. Maar in tegenstelling tot het geschetste beeld, boeken wij nu juist een record aantal bezoekers aan culturele instellingen. Wat je hooguit kunt zeggen, is dat veelal het geld naar dezelfde culturele ondernemers gaat. Wij willen dan ook een frisse wind laten waaien om ook nieuwkomers kansen te geven. Wat ik wel jammer vind aan de kunstsector is zijn conservatieve karakter. Ik vond Submission bijvoorbeeld een kunststatement van Hirsi Ali. Die film is nooit meer vertoond. Er wordt helemaal geen controversieel debat gestart vanuit de Rotterdamse kunstsector. Vandaar ook die noodzaak om een frisse wind in de sector te laten waaien.”

Bent u ervoor om de kunst voor studenten toegankelijker te maken door musea één of meerdere dagen per week gratis open te stellen?

“Er moet al zoveel gratis worden gemaakt. Dat zijn allemaal van die dingen die zo sympathiek klinken dat de verleiding natuurlijk groot is om ja te zeggen. Het is altijd mooi als jongeren meer contact krijgen met kunst en cultuur. Maar ik zou eerst willen weten wat het kost.”

“Nee. Wij zijn tegen ‘gratis’. ‘Gratis’ bestaat namelijk niet. ‘Gratis’ kost altijd geld, maar dan voor anderen. Bovendien is er voor mensen die wat minder geld hebben de ‘Rotterdam pas’ beschikbaar. Daarmee kunnen ze grote kortingen krijgen bij allerlei culturele instellingen. De landelijke VVD fractie is wel voor het gratis openstellen van musea, maar ik voel daar niet veel voor. Als je iets leuk vindt, dan moet je ervoor betalen.”

Marco Pastors 24

01-56_610538 24

Fiat Justitia

21-12-2005 13:14:47


“Nee. Ik vind dat je moet betalen voor iets dat van waarde is. We moeten er uiteraard wel alles aan doen om kunst aantrekkelijk te maken voor jongeren. Niet zo lang geleden hebben we alle kinderen van Rotterdam uitgenodigd om met Jorgen Raymann een concert van het Philharmonisch Orkest bij te wonen. Dat werd heel goed bezocht. Met dat soort dingen moeten we dan ook doorgaan.”

“Ik zou daar niet echt tegen zijn, maar ik betwijfel of dat überhaupt wat uit zou maken. Ik vind het maar een slecht excuus van jongeren als ze vanwege dat kleine bedragje dat ze moeten neerleggen, niet naar musea gaan. Daar kan het niet aan liggen. Het is gewoon voor velen een beetje saai. Zeg dat dan gewoon!”

Leefbaar Rotterdam Wat vindt u van de perikelen rondom Leefbaar Rotterdam? Bent u bereid een coalitie met Leefbaar Rotterdam aan te gaan indien de Leefbaren de toon over moslims en de Islam niet willen matigen?

“Ik kan me goed voorstellen dat een wethouder die zich niet aan de afspraken houdt, weg moet. Dat vind ik terecht. Als je in strijd met je eigen afspraken handelt dan moet je niet gaan zeuren maar gewoon je fout toegeven. Aan de andere kant hou ik wel van een eigenzinnig geluid en vind ik het niet gek dat een wethouder, die lijsttrekker is geworden, een provocerend standpunt inneemt. Ik had het mooi gevonden als er een debat kwam over dat standpunt. Ik geloof erin dat iemand zijn eigen geluid moet kunnen laten horen en dat je daarover een discussie moet kunnen voeren. Ik voer geen campagne tegen Leefbaar Rotterdam maar vòòr de Rotterdammers. Ik sluit dan ook totaal geen partij uit. Het is opvallend dat Leefbaar Rotterdam wel een coalitie met de PvdA uitsluit. Ik vind dat een net zo zure opstelling als die van de PvdA in 2002. Toen zei de PvdA niet met Leefbaar Rotterdam samen te willen werken. Dat doe ik niet. Ik ben niet een man die een partij uitsluit.”

“Wij zouden zeker verder willen met Leefbaar Rotterdam. Wij vonden de woorden van Marco Pastors helemaal niet schokkend. Wij hebben dan ook niet voor de motie van afkeuring gestemd. Ik vind ook niet dat hij de afspraken met de Raad heeft geschonden.

De VVD heeft wel afstand genomen van de uitlatingen van de heer Pastors die hij in een interview in maart 2005 deed. Daarin had hij het in algemene termen over de moslims. Vooral met het woordje ‘de’ hadden wij grote moeite. Het op die wijze spreken in algemeenheden heb ik toen ook ‘dom en onzinnig’ genoemd. Maar de commotie over zijn uitspraken die tot zijn aftreden hebben geleid, vind ik echt overdreven. Gezien zijn portefeuille is hij inderdaad niet de eerste die zich heeft te bemoeien met het debat over integratie. Maar hij zou wel gewoon zijn mening mogen geven. We moeten niet een situatie krijgen waarin iedereen in paniek raakt zodra het woord moslim of godsdienst valt. De regel is nog steeds dat het college met één mond moet spreken. Maar ik vind dat daar echt veel te scherp op gelet wordt. Met enige nuancering, door bijvoorbeeld de toevoeging: ‘Dit is op persoonlijke noot,’ zou men best eens wat anders mogen zeggen. Dit moet natuurlijk wel in beperkte mate gebeuren. Als elke wethouder iets anders gaat roepen, worden de Rotterdammers gek. Ik ben dus niet van plan om een coalitie met Leefbaar Rotterdam uit te sluiten. Ik sluit wel alle partijen uit die niet mee willen werken aan een voortzetting van het huidige beleid. Groenlinks en de SP zijn overal tegen, dus dat schiet niet op. Ik weet ook niet of ik voldoende vertrouwen heb in de PvdA, nu zij steeds maar weer van mening veranderen. Het ligt voor ons dan ook voor de hand om met Leefbaar Rotterdam en het CDA verder te gaan.”

“Als het gaat om integratie vind ik Leefbaar Rotterdam te weinig perspectief bieden voor de helft van de Rotterdamse bevolking, die namelijk van allochtone afkomst is. Ik vind het geweldig dat wij zoveel culturen in Rotterdam hebben zolang wij maar een aantal kernwaarden delen zoals bijvoorbeeld de gelijke behandeling van mannen en vrouwen en het tegengaan van radicalisme. De kern van het integratiebeleid ligt voor mij dan ook in de participatie buiten de etnische cultuur op basis van wat wij allen gemeen hebben.

Fiat Justitia

01-56_610538 25

25

21-12-2005 13:14:55


Maar als je moslim bent moet je tevens de ruimte hebben om je cultuur en geloof te uiten. Dit mis ik bij Leefbaar Rotterdam. Natuurlijk mag Pastors zich uitlaten over moslims, maar je mag niet zeggen dat iemand aan de verkeerde kant van de streep staat omdat hij een bepaalde religie aanhangt. Pastors en ik hebben dan ook stevige discussies gehad de afgelopen tijd. Ik zal geen deel uitmaken van een stadsbestuur dat groepen van de bevolking op basis van hun geloof aan de verkeerde kant van de streep zet. Verder heb ik als CDA’er niet zoveel met de PvdA onder Peter van Heemst. Wellicht zal dit later anders zijn, maar dat hangt af van de duidelijkheid die hij zal scheppen over het wel of niet doorgaan met het huidige beleid. Ik zie bij de PvdA een neiging om sterk af te wijken van het huidige beleid. Daar heb ik moeite mee. Wij zijn wel bereid om met Leefbaar Rotterdam en de PvdA gesprekken te voeren, maar we gaan geen concessies doen aan zaken die voor het CDA van belang

controversieel debat, dan moet dat juist gewaardeerd worden. Het is onzinnig van de politiek om zich achter zo een oud regeltje te verschuilen. Het zou natuurlijk veel leuker zijn als de partijen juist het debat met ons aangingen. Ik vind ook totaal niet dat mijn uitspraken groepen in de samenleving scherper tegenover elkaar plaatsen. Het is niet zo dat door mijn uitspraken een slecht beeld over moslims wordt versterkt. Ik bevestig slechts reeds bestaande beelden. Mijn uitspraken leiden er bijvoorbeeld niet toe dat er minder allochtonen worden aangenomen op de arbeidsmarkt. Veel werkgevers hebben slechte ervaringen met bijvoorbeeld Marokkaanse stagiaires. Die komen dan vaak te laat of nemen wat uit de kas mee. Dat soort zaken komt veel minder vaak voor bij autochtonen. Dus nemen ze die liever. Maar ik vind ook dat werkgevers nu wel de Marokkaanse jongeren een kans moeten geven en niet moeten straffen voor iets wat hun voorgangers hebben gedaan. En die kans moeten ze dan wel grijpen.

zijn. Wij gaan mensen niet tegenwerken die vanuit hun eigen cultuur actief willen zijn in Rotterdam. De enige partij die ik dan echt uitsluit is de fractie Smit. Ik vind Michiel Smit extreem rechts en wij zullen nooit met hem samenwerken.”

Voor mij is het volstrekt helder dat alleen het praten over dit soort problemen tot een oplossing kan leiden. Het hoort er ook gewoon bij dat er altijd mensen zullen zijn die dat liever niet hebben. Bovendien vind ik mijn uitspraken veel minder kwalijk dan die van politici die zo genuanceerd over moslims praten waardoor niemand het meer kan volgen. Ik zou gewoon heel graag willen dat de Islamitische gemeenschap in Rotterdam een vuist maakt tegen de groep moslims die steeds de fout ingaat. Ik kom ook op voor deze samenleving. Ik zou net zo goed in Barendrecht kunnen gaan wonen en lekker twee ton per jaar verdienen. Ik zou het goed vinden als ook meer moslims hun nek uitsteken. Als je ziet dat je jeugd zo afglijdt of dat je zoon in een veel te dure BMW rijdt, dan moet je daarop afgaan en zeggen: “Dat kan nooit normaal verdiend geld zijn. Houd op met die drugshandel en kom bij vader in de zaak werken.” Volgens de cijfers vertonen allochtonen veel meer crimineel gedrag dan autochtonen. Dat wordt helaas door de gemeenschap zelf afgedekt. Ik zie dat graag anders.”

Met welke partijen bent u bereid een coalitie aan te gaan? “De PvdA staat in te veel opzichten precies tegenover ons. Het PvdA beleid is echt het beleid van vroeger. Ik wil dan ook niet met de PvdA samenwerken. Michiel Smit? Ik noem Michiel Smit altijd een relnicht die zich in dat rechtse hoekje probeert te profileren. Voor Groenlinks en de SP voel ik ook niks. De andere partijen sluit ik niet uit. Hoewel ik het natuurlijk erg teleurstellend vond dat – op de VVD na – de overige partijen (waaronder de PvdA) mij uit het college hebben gezet. De PvdA probeerde zich daarna een beetje onschuldig op te stellen. Maar zij waren er natuurlijk ook bij betrokken. Ik vind dat wij ook afmoeten van de regel dat alle wethouders met één mond moeten spreken. Als je als wethouder het lef hebt om een bijdrage te leveren aan een 26

01-56_610538 26

Josta de Hoog, Martin Stevens en Sammy Rezai

Fiat Justitia

21-12-2005 13:14:59


Interview met Dhr. Willem Hengeveld

Advocaat en partner bij Houthoff Buruma Kunt u zich voorstellen? “Mijn naam is Willem Hengeveld. Sinds 1991 ben ik werkzaam bij Houthoff Buruma. Daarvoor heb ik bij een klein Rotterdams kantoor gewerkt met de naam Van Heycop ten Ham. We traden toen alleen op voor verzekeraars. Begin jaren negentig hebben wij de stap genomen tot het vormen van een groot kantoor. Houthoff Buruma wilde toen naar Rotterdam en wij wilden ons aansluiten bij een groot kantoor. Zo zijn we bij elkaar gekomen. We zijn in Rotterdam begonnen met 12 advocaten en we zijn in vijftien jaar gegroeid tot 125. Houthoff Buruma heeft nu vestigingen in Amsterdam, Rotterdam,

Den Haag, Brussel en Londen, met meer dan 325 fee-earners.”

Welke juridische leerstukken kunnen worden gerelateerd aan de gevolgen van rampen? “Ik denk dan allereerst aan de ‘onrechtmatige daad’: ‘Van gij zult geen steiger in elkaar laten zakken waarop ik aan het werk ben.’ Het vaststellen van de aansprakelijkheid is dan het eerste wat moet gebeuren. Ook het verzekeringsrecht speelt een belangrijke rol. De tweede fase behelst namelijk altijd de vraag of de aansprakelijkheid ook verzekerd is. Natuurlijk moet ook de precieze omvang van de schade bepaald worden.”

Fiat Justitia

01-56_610538 27

27

21-12-2005 13:15:05


Is uw voornaamste taak als advocaat van verzekeraars niet dat u ervoor moet zorgen dat de verzekerde zijn claim niet kan binnenhalen? “Wij treden inderdaad alleen maar voor verzekeraars op. Maar dat kan ook betekenen dat je soms regres moet nemen. Dan sta je dus aan de eisende kant. Als advocaat behartig je het belang van je cliënt. Als je dat belang niet kan behartigen omdat het eenvoudigweg klinkklare onzin is, dan moet je dat gewoon tegen je cliënt zeggen. Het ultieme gevolg daarvan zou dan kunnen zijn dat je de zaak moet afwijzen. Je moet natuurlijk geen onzin gaan verkopen. Vroeger was het adagium: Ieder draagt zijn eigen schade. Nu is het: Hoe kan ik de schade bij een ander neerleggen?, anders gezegd: pech moet weg. Maar daar zitten wel grenzen aan en op een gegeven moment houdt het gewoon op. Een voorbeeld uit de jurisprudentie inzake werkgeversaansprakelijkheid is het geval waarin iemand zich bij het smeren van een broodje in de handen snijdt. Wat je thuis ook kan gebeuren, daar kun je de werkgever niet aansprakelijk voor stellen. Hoezeer je ook in je hand gesneden hebt en hoe groot het letsel dan ook mag zijn. Het moet een keer ophouden.”

Met wat voor zaken heeft u te maken op dit gebied en wat zijn uw voornaamste bezigheden?

“Ik heb vaak te maken met zaken die de publiciteit halen. Denk aan de Legionella zaak, de rampen in Volendam en Enschede en het instorten van de steiger in de Essent centrale in Geertruidenberg of het omvallen van een elektriciteitsmast in Beek die pal door een NATO-kerosineleiding is gegaan. Ik treed dan meestal op voor de verzekeraar. De eerste vraag die dan altijd aan de orde komt is de vraag of de verzekerde van mijn cliënt een fout heeft begaan. Zijn er voldoende voorzorgsmaatregelen genomen? Zijn er adequate instructies gegeven? De tweede vraag is dan of er een verband bestaat tussen de overtreden norm en de schade. Strekt die norm tot de bescherming van het geschonden belang? Dat is dus het vraagstuk van de relativiteit (Artikel 6:163 BW). Maar buiten de aansprakelijkheid kan men ook bestuursrechtelijke moeilijkheden tegenkomen. Het kan bijvoorbeeld van belang zijn om na te gaan of verplichtingen uit de milieuwetgeving zijn nagekomen. De diverse aspecten van de zaak dienen gecoördineerd te worden. Dat moet ik regelen en de verschillende stukjes van de zaak bij elkaar brengen. Daarnaast verricht ik zelf ook de nodige actie in de zaak, soms moet ik pleiten of de onderhandelingen op mij nemen.”

Het adagium is nu ‘Hoe kan ik de schade bij een ander neerleggen?’ Anders gezegd: pech moet weg. Maar daar zitten wel grenzen aan en op een gegeven moment houdt het gewoon op.

28

01-56_610538 28

Hoe zit het met de aansprakelijkheid van de overheid bij rampen? Is het mogelijk om bij natuurrampen of een grote terroristische daad de overheid aansprakelijk te stellen voor bijvoorbeeld onvoldoende toezicht op de dijken of het slecht functioneren van de opsporingsdiensten? “Ja. Als de overheid werkelijk is tekortgeschoten in haar verplichtingen dan kan zij daarvoor aansprakelijk gesteld worden. Maar het is wel heel lastig om dat te bewijzen. De overheid geniet – terecht – een grote mate van beleidsvrijheid en mag zelf beslissen of zij twee of drie agenten op een hoek neerzet. Achteraf moet het wel een zeer notoire fout betreffen om de overheid aansprakelijk te kunnen houden voor de schade die ontstaat door een terroristische aanslag. Als alle informatie erop wijst dat er iets gaat gebeuren en de overheid doet helemaal niets, dan zou het eventueel kunnen. Maar het is bewijsrechtelijk zeer complex om dat vast te stellen. Dus in principe kan het wel, maar in de praktijk is het erg moeilijk.

Fiat Justitia

21-12-2005 13:15:08


Ook bij natuurrampen is het erg lastig om de overheid met succes aansprakelijk te stellen. Je moet dan bijvoorbeeld een verband gaan bewijzen tussen de CO2 uitstoot, het broeikaseffect en de natuurramp. Dat zijn wel een paar hele lastige bruggen.”

Denkt u dat op den duur de redenering ertoe zal leiden dat men zegt: Er heeft een aanslag plaatsgevonden. Dat had niet mogen gebeuren, dus de overheid is aansprakelijk? “Ik denk niet dat we die kant op gaan. Niet alle risico’s kunnen worden gedekt. Er zijn ook rokers die de sigarettenfabrieken aanspreken voor hun schade. Daarvan denk ik: Die mensen zijn gek. Ik weet zelf al sinds de jaren vijftig dat je beter niet kan roken. Bovendien zullen dit soort zaken bij de aanname van onrechtmatigheid aan de kant van de sigarettenfabrieken veelal volledig stranden op de eigen schuld van de benadeelde.”

Welke schadeposten komen voor vergoeding in aanmerking? “Als een bedrijf schade lijdt door een ramp dan wordt eerst de primaire vermogensschade gevorderd. Vernielde zaken moeten immers gerepareerd worden. Als het bedrijf een tijd stil heeft gelegen moet ook de bedrijfsschade worden vergoed. Voor de natuurlijke persoon speelt ook immateriële schade een grote rol . Maar immateriële schadevergoedingen zijn in Nederland niet hoog. Als je ander-

halve ton euro’s krijgt toegewezen, dan is dat wel het hoogste wat je kunt bedenken.”

Hoe wordt de omvang van de schade na een grote ramp als een tsunami bepaald? “Ook bij grote rampen begin je gewoon met de bepaling van de waarde van de vernielde gebouwen en overige zaken. Daarna komt men in de tweede - en derdegraads schadeproblematiek terecht. Schade van de derde graad komt niet voor vergoeding in aanmerking. Als bijvoorbeeld na een ramp het verkeer stil ligt en je in de file vast komt te zitten waardoor je een belangrijke deal niet meer kan sluiten op kantoor, dan staat die schade te ver verwijderd van de ramp.”

Is het niet wenselijk om de schade voornamelijk met collectieve gelden te betalen, aangezien slechts enkelen het slachtoffer worden van een ramp die ons allen had kunnen treffen? “Dat gebeurt nu ook in Nederland. Wij hebben een Nationaal Rampenfonds dat in werking treedt bij grote rampen. Dat fonds is bij de overstroming in 1953 gebruikt en ook bij de ramp in Enschede. Daar heeft de overheid zeker een taak en zij heeft die taak ook op zich genomen. Vanuit dat fonds krijgen de benadeelden een zekere schadevergoeding. Het is echter niet zo dat hun schade volledig wordt vergoedt.” Jeroen van Dorp en Sammy Rezai

Fiat Justitia

01-56_610538 29

29

21-12-2005 13:15:13


Er kan er maar 1 de beste zijn. En daar zoeken wij er 24 van. Heb jij een carrière voor ogen als advocaat, fiscalist of

Stuur je motivatie, cv, studieresultaten en eventuele stage-

notaris? En wil je ervaren hoe jouw praktijk er bij ons uit kan

beoordeling vóór 10 februari naar mr. Claartje Schrijvers,

zien? Neem dan deel aan onze Masterclass op 23, 24 en 25

Postbus 1110, 3000 BC Rotterdam. Of meld je aan via

maart 2006. En ontdek of ons DNA ook in jouw genen zit!

www.nautadutilh.com

01-56_610538 30

21-12-2005 13:15:16


01-56_610538 31

21-12-2005 13:15:26


JFR symposium 2006

Gezondheidsrecht Op donderdag 9 februari 2006 is het dan eindelijk zover. Het jaarlijkse symposium van de Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam, dit jaar in samenwerking met Studium Generale, komt eraan. Ieder jaar probeert de JFR middels het symposium een ander raakvlak van het recht op een interactieve manier te belichten. Dit jaar is het thema: ‘Medische missers.’ Kent u hem nog: ‘Baby Joost’? Hij was de baby van het Wrongful Birth arrest (1997). Hij was een baby die ongewenst, door een fout van de desbetreffende arts, ter wereld was gebracht. De ouders vorderden (terecht) een schadevergoeding.

moderne samenleving met zich heeft meegebracht? Desondanks wees de Hoge Raad de vordering toe en de arts werd belast met de opvoedkosten van het kind. En de arts in kwestie….?

Of was dit onterecht? Hadden de ouders niet gewoon blij moeten zijn met het feit dat zij überhaupt kinderen konden krijgen, terwijl veel paren hun vurigste kinderwens onvervuld zien. Was dit eigenlijk niet een luxe probleem dat de 32

01-56_610538 32

Kan hij nog fatsoenlijk zijn functie uitoefenen? Wat zou er gebeurd zijn als de zwangerschap door een miskraam zou zijn beëindigd? Zou er dan nog sprake zijn geweest van een medische misser? Hadden de ouders in dat geval ook schadevergoeding toegewe-

Fiat Justitia

21-12-2005 13:15:30


zen gekregen? In casu heeft de rechter een vordering ten aanzien van smartengeld en gederfde inkomsten afgewezen. In elk geval zijn er zware afwegingen gemaakt om tot een redelijk oordeel te kunnen komen. Meestal is men het eens met het oordeel van de rechter. Maar wat te denken van de situatie dat medici op grond van hun fouten een sanctie krijgen opgelegd of schadevergoeding moeten betalen? Worden levens van die artsen door het feit dat ze veroordeeld zijn niet te zeer geruïneerd? Hoe eerlijk en oprecht zijn medici wat betreft het maken van fouten? Durven zij openlijk uit te komen in gevallen waarbij foute ingrepen zijn gedaan? Zij hebben toch dé eed van Hippocrates afgelegd? Hebben medici überhaupt het recht om fouten te maken? Een dergelijke vraag zou bevestigend beantwoord kunnen worden, aangezien artsen ook mensen zijn (en mensen maken per definitie fouten). Maar kan een patiënt dan nog vertrouwen op zijn of haar arts? Het moge duidelijk zijn dat medici op het scherpst van de snede handelen en dat zij in veel gevallen het verschil tussen leven en dood betekenen. Wanneer neemt een arts een risico dat dermate onverantwoord is dat het bestraft moet worden? En handelt een arts niet per definitie in het beste belang van de patiënt? Is het dan nog rechtvaardig dat wij hen genadeloos voor de rechter of het medische tuchtcollege ‘slepen’? Uit het bovenstaande kunt u wellicht afleiden dat het gezondheidsrecht en nog ruimer de gezondheid ons allen aangaat. Het is uiteraard aan u om tijdens het symposium op donderdag 9 februari 2006 mee te debatteren aan de hand van stellingen die wij aan onze gastsprekers zullen voorleggen. Het interactieve programma zal hieraan zeer zeker een bijdrage leveren.

dels bekende revolutionaire psychiater Bram Bakker in debat zal gaan met R.A. Torrenga, voorzitter van het centraal medisch tuchtcollege. De debatten zullen worden geleid door debatspecialiste Ilona Eichhorn. Zij zal het publiek ook de mogelijkheid geven haar mening kenbaar te maken. Ook zullen we in het debat proberen uit te vinden of het nieuwe zorgstelsel de kans op medische missers vergroot. Er zullen zorgverzekeraars en artsen aanwezig zijn om de expertise op dit gebied te leveren.

Ik heb dan ook de eer en het genoegen u namens de symposiumcommissie 2006 van harte uit te nodigen voor het symposium op donderdag 9 februari 2006.

Toegangskaarten

Locatie

Kosten € 5,– en zijn verkrijgbaar op de kamer van de JFR LB-008

Expo en congres centrum Woudestein (M-gebouw). Vanaf 13.00 uur bent u van harte welkom in zaal M315 (de forumzaal).

Programma Mevrouw S. Slabbers, werkzaam bij KSG Gezondheidsrecht, zal het thema inleiden, waarna de inmid-

Meer informatie vindt u op www.jfr.nl/symposium Tarik Saki Hoofd Promotie symposiumcommissie 2005/2006 der Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam

Fiat Justitia

01-56_610538 33

33

21-12-2005 13:15:33


Dorien van Strat stagiaire bij AKD

34

01-56_610538 34

Fiat Justitia

21-12-2005 13:15:35


Hoe bent u bij AKD Prinsen Van Wijmen N.V. terechtgekomen en waar houdt u zich voornamelijk mee bezig?

Wat maakt AKD Prinsen Van Wijmen N.V. bijzonder in vergelijking met andere grote kantoren?

Zoals veel rechtenstudenten was ik gedurende mijn rechtenstudie nieuwsgierig hoe de dagelijkse praktijk van een advocaat er uit zou zien. Vandaar dat ik besloot een studentstage te gaan lopen. Mijn voorkeur ging daarbij uit naar één van de grotere kantoren. Ik koos uiteindelijk voor AKD Prinsen Van Wijmen N.V., omdat dat kantoor de mogelijkheid bood een algemene studentstage te lopen. Ik hoefde dus niet op voorhand te kiezen welke sectie mij het meest zou aanspreken. Dat kwam mooi uit, want dat wist ik op dat moment nog niet. In de maanden september en oktober 2002 was het dan zo ver. Ik mocht twee maanden lang een kijkje in de keuken nemen bij de toenmalige vestiging in Dordrecht. Gedurende die stage heb ik kennis gemaakt met diverse secties, waaronder Arbeidsrecht, Ondernemingsrecht, Bouwrecht, Insolventierecht en zelfs Familierecht. Gedurende die stage werd mij duidelijk dat ik mij meer wilde toeleggen op het vakgebied Arbeidsrecht. Deze leerzame periode was mij goed bevallen en werd afgesloten met een goede beoordeling. Toen ik in december 2003 mijn bul in ontvangst nam, besloot ik de stoute schoenen aan te trekken en een sollicitatie-

AKD Prinsen Van Wijmen N.V. is één van de weinige grote kantoren in Nederland, die meerdere vestigingen heeft, namelijk in Amsterdam, Breda, Eindhoven, Rotterdam, Utrecht en niet te vergeten Brussel. Op deze manier profiteer je wel van de voordelen van een groot kantoor, zoals het delen van know-how, maar heb je niet de lasten. Zo zijn bij AKD Prinsen Van Wijmen N.V. maar liefst 250 fee-earners (advocaten en (kandidaat-)notarissen) werkzaam, maar op geen enkele vestiging voel je die grootschaligheid. Ik neem als voorbeeld de vestiging in Breda. Hier zijn ongeveer 45 fee-earners werkzaam, oftewel een overzichtelijke groep. Dit is zeker prettig voor een beginnende advocaat-stagiaire. Er wordt zoveel mogelijk naar gestreefd, dat de diverse vakgebieden op elke vestiging aanwezig zijn. Op die manier zijn er in Nederland maar liefst vijf full-service kantoren, die zich allemaal op hun eigen regio kunnen richten, maar elkaar ook waar nodig kunnen assisteren. Naast regionale werkzaamheden, houden de verschillende vestigingen zich natuurlijk ook met internationale zaken bezig. Een ander opvallend verschil met andere grote kantoren is het feit dat AKD Prinsen Van Wijmen N.V.

aten: advocaatPrinsen Van Wijmen brief te sturen naar AKD Prinsen Van Wijmen N.V.. Ik kon terecht op de sectie Arbeidsrecht op de vestiging in Breda. Op 1 april 2004 ben ik daar begonnen en het bevalt mij nog steeds goed. Ik houd mij voornamelijk bezig met het Arbeidsrecht, maar voor de opleiding is het belangrijk dat ik ook op andere rechtsgebieden ervaring op doe. Binnen AKD Prinsen Van Wijmen N.V. bestaat dan ook de mogelijkheid om tijdens je advocaatstage van sectie te wisselen. Vooralsnog is daar bij mij geen sprake van, maar doe ik zo nu en dan ook werk voor andere secties, zoals de secties Intellectuele Eigendommen, Ondernemingsrecht en Huurrecht. Op die manier voorkom ik dat ik te eenzijdig zou worden opgeleid, hetgeen tot problemen zou kunnen leiden voor het behalen van die felbegeerde stageverklaring.

het enige grote kantoor is, dat nog een sectie Familierecht heeft en wel in Eindhoven. Ook hier blijkt weer uit dat AKD Prinsen Van Wijmen N.V. een full-service kantoor wil zijn, waar cliënten terecht kunnen met al hun vragen op nagenoeg elk rechtsgebied.

Hoe is het om hier te beginnen als advocaat-stagiaire? Worden je verantwoordelijkheden geleidelijk opgebouwd of word je gelijk in de diepte gegooid? Binnen AKD word je als advocaat-stagiaire goed begeleid, door zowel je patroon als de overige medewerkers. In het prille begin draai je voornamelijk mee in de zaken van kantoorgenoten. Je gaat mee naar besprekingen en zittingen en je schrijft bijvoorbeeld de processtukken. Gezien de spreiding van haar vestigingen heeft AKD niet alleen grote cliënten uit

Fiat Justitia

01-56_610538 35

35

21-12-2005 13:15:41


bijvoorbeeld de randstad. Elke vestiging richt zich, zoals gezegd, op haar eigen regio. Dit heeft tot gevolg dat er ook veel cliënten zijn uit het regionale middenen kleinbedrijf. Als beginnend advocaat-stagiaire is dit des te leuker. Dit betekent namelijk dat je gedurende je advocaatstage niet alleen hoeft mee te helpen in de grote zaken van je patroon, maar dat je ook – afhankelijk van je sectie – vrij snel eigen zaken krijgt. Hierdoor heb je al snel veel contact met onder meer cliënten en wederpartijen en mag je ook zelf de eventuele zittingen doen. Uiteraard behandel je dergelijke zaken onder toeziend oog van je patroon, die je altijd met raad en daad terzijde staat. Ik ben nu ongeveer anderhalf jaar bezig en kan zeggen dat mijn praktijk al voor zo’n driekwart uit eigen zaken bestaat. Vooral het persoonlijke contact met cliënten ervaar ik als positief. Het is een enorme opsteker wanneer je een zaak met goed gevolg heb afgerond en de cliënt jou vervolgens weer belt met een nieuwe zaak.

Welke rechtsgebieden heeft AKD Prinsen Van Wijmen N.V. in huis en wat zijn de specialisaties binnen het kantoor?

AKD Prinsen Van Wijmen N.V. is, zoals gezegd, een full-service kantoor. We hebben nagenoeg alle rechtsgebieden op elke vestiging in huis. Bij sommige vestigingen ligt de nadruk wel op een bepaald rechtsgebied. Zo is de sectie Bestuursrecht het stokpaardje van de vestiging Breda. Deze sectie geniet landelijke bekendheid. De vestiging in dé havenstad Rotterdam heeft als enige een sectie Haven en Handel. De vestiging in Brussel is een uitzondering, hier houdt men zich vrijwel alleen bezig met Europees recht. AKD levert juridisch maatwerk – met inbegrip van notariële diensten – op de volgende rechtsgebieden: – Ondernemingsrecht, – Arbeidsrecht, – Insolventie en Herstructurering, – Commercieel Vastgoed, – Bestuursrecht, – Vervoer, Verzekering en Handel, – Intellectuele Eigendom en ICT, – Europees- en Mededingingsrecht, – Fiscale Advocatuur (procespraktijk), – Personen- en Familierecht, – Economisch Strafrecht.

Een opvallend verschil met andere grote kantoren is het feit dat AKD Prinsen van Wijmen het enige grote kantoor is dat nog een sectie familierecht heeft.

Wordt er veel belang gehecht aan hoge cijfers? Welke factoren wegen het zwaarst bij de werving? AKD kijkt bij een sollicitant naar het totaalplaatje. Uiteraard spelen de studieresultaten een rol, maar in combinatie met de persoon zelf en de nevenactivitei36

01-56_610538 36

ten, zoals een bijbaan, actief lidmaatschap van een studie- of studentengezelligheidsvereniging, publicaties, stages, ervaringen in het buitenland, etc. Kortom, met alleen een goede cijferlijst kom je er niet.

Hoe ziet de opleiding en begeleiding binnen AKD Prinsen Van Wijmen N.V. eruit? Binnen AKD Prinsen Van Wijmen N.V. word je goed begeleid. Je krijgt een patroon toegewezen, maar je kunt voor vragen ook terecht bij één van je andere kantoorgenoten. Er heerst een informele sfeer. De deuren staan open en je kunt bij iedereen binnen lopen. Gedurende de drie jaar stage wordt je eerst na drie maanden beoordeeld en vervolgens één keer per jaar. Daarnaast vraagt de plaatselijke Orde van Advocaten je patroon zo nu en dan een voortgangsformulier in te vullen. Op deze manier wordt nauwgezet bijgehouden wat je vorderingen en verbeterpunten zijn. Aan het begin van je advocaatstage volg je de beroepsopleiding. Deze opleiding duurt ongeveer een half jaar en wordt afgesloten met zes examens. Vervolgens dien je nog vier zogenaamde VSO’s (Voortgezette Stagiaire Opleiding) te volgen. Dit zijn cursussen die gemiddeld twee dagen in beslag nemen. Daarnaast ben je nog gebonden aan de opleidingseisen die de plaatselijke Orde van Advocaten stelt. Zo is het in bijna ieder arrondissement verplicht gedurende je stage een pleitoefening met goed gevolg af te leggen. Naast deze algemene opleidingsmaatregelen, biedt AKD ook veel inhouse-cursussen aan op diverse vakgebieden voor de permanente opleidingspunten. Hier mag je als advocaat-stagiaire ook aan deelnemen. Op mijn vakgebied, het Arbeidsrecht, wordt bijvoorbeeld ieder half jaar een cursus Actualiteiten Arbeidsrecht aangeboden. Tenslotte zijn er binnen AKD ook nog opleidingen op het gebied van persoonlijke ontwikkeling zoals Presentatietechnieken en Commerciële Vaardigheden. Zoals uit voorgaande blijkt, wordt er heel wat aandacht aan opleiding en ontwikkeling geschonken.

Wat zijn de mogelijkheden tot het lopen van een stage bij AKD Prinsen Van Wijmen N.V.? Binnen AKD Prinsen Van Wijmen N.V. zijn tal van mogelijkheden voor het lopen van een student- of scriptiestage. Een normale studentstage duurt twee maanden. Wanneer je een voorkeur voor een bepaald vakgebied of vestiging hebt, kun je die uitspreken. Kies je liever voor een bredere stage, dan behoort dat ook tot de mogelijkheden. Hiernaast is het mogelijk een student-medewerkerschap te vervullen. Gedurende de laatste fase van je studie werk je actief mee aan actuele zaken. Dit is de ideale bijbaan waarbij je alvast relevante werkervaring opdoet. Heb je interesse, neem dan contact op met onze recruiter mr. Jacomijne Schregardus op telefoonnummer 010- 272 53 75. Wij zijn namelijk altijd op zoek naar jong talent.

Fiat Justitia

21-12-2005 13:15:43


VESTIGINGEN VAKGROEPEN EXPERTISES ERVARINGSDESKUNDIGEN

-AARLATENWEHETEENS OVERJOUWKARAKTERHEBBEN

2UIMADVOCATENENNOTARISSEN %NALTIJDPLAATSVOORJONGTALENTWWWAKDNL

01-56_610538 37

21-12-2005 13:15:44


Artikel van Ton Hartlief

Zorgplicht of eigen veran Hoe vaart het hedendaagse 1. Inleiding Vrijheid of bescherming? Waar ligt de nadruk in het aansprakelijkheidsrecht? Het aloude adagium ‘ieder draagt zijn eigen schade’ straalt vooral ‘vrijheid’ uit. Natuurlijk is het nooit een vrijbrief geweest voor het veroorzaken van schade en zijn er altijd goede redenen voor verplaatsing van de schade van de één naar de ander geweest. Het afgelopen decennium heeft vooral in het teken van de vraag gestaan of het aansprakelijkheidsrecht wat dit betreft niet doorschiet, teveel nadruk legt op bescherming. Er zou sprake zijn van een zorgwekkende ‘uitdijende reikwijdte van het aansprakelijkheidsrecht’ in het bijzonder door ontwikkelingen in de rechtspraak van de Hoge Raad. En het moet gezegd zijn, onze hoogste rechter heeft zeker bijgedragen aan het idee dat het uitgangspunt dat ieder zijn eigen schade draagt relativering verdient. Te denken valt onder meer aan de rechtspraak omtrent ongemotoriseerde verkeersslachtoffers (de bekende 50%- en 100%-regels bij art. 185 WVW), het wrongful birth-arrest (HR 21 februari 1997, NJ 1999, 145), inmiddels ook het wrongful life-arrest (HR 18 maart 2005, RvdW 2005, 42) en aan de rechtspraak op het stuk van de werkgeversaansprakelijkheid voor arbeidsongevallen en beroepsziekten: zo bleek de PTT aansprakelijk jegens een postbode die achter een weggewaaid poststuk aanging, de weg opliep en werd aangereden (HR 19 oktober 2001, NJ 2001, 663). Uiteindelijk hebben deze ontwikkelingen de stoot gegeven tot een discussie over de claimcultuur. Tot de bezorgden behoren nadrukkelijk ook onze laatste regeringen die de afgelopen jaren in diverse Kamerstukken hebben aangedrongen op handhaving van de status quo en daarmee op terughoudendheid, eerst en vooral uit vrees voor uitwassen, Amerikaanse toestanden als defensive medicine en ambulance chasing. Uiteindelijk vreest men zelfs het wegvallen van de sociale cohesie, zeg maar het instorten van een samenleving als de onze; in plaats daarvan zou dan een maatschappij ontstaan die in het teken van wantrouwen en financieel gewin staat. Het is allemaal wat zwaar aangezet. Gelukkig heeft de 38

01-56_610538 38

rechtsontwikkeling daarna niet stil gestaan. Dat zou ook wonderlijk zijn als je kijkt naar de maatschappelijke betekenis van het aansprakelijkheidsrecht. In ieder geval op twee fronten blaast het toch een aardig partijtje mee. Zo denken wij juristen eerst en vooral aan het vergoeden van schade: de rol van het aansprakelijkheidsrecht heeft hier door de afkalving van de sociale zekerheid de afgelopen jaren zeker aan belang gewonnen. Vooral in het kader van werkgeversaansprakelijkheid, denk maar aan ‘nieuwe beroepsziekten’ als RSI, stress en burn out, wordt dat onderkend: wat men vroeger nog in de WAO kreeg en in het nieuwe stelsel wellicht niet meer, zal men eventueel in het aansprakelijkheidsrecht proberen te krijgen.

Fiat Justitia

21-12-2005 13:15:44


antwoordelijkheid? se aansprakelijkheidsrecht? Maar het gaat niet alleen om vergoeding. Zo wordt meer en meer, in het bijzonder onder invloed van de rechtseconomie, gedacht in termen van preventie: het aansprakelijkheidsrecht als gedragbeïnvloedingsmechanisme. Daarbij gaat het natuurlijk om gevallen waarin wettelijke regels ontbreken, het is dan in wezen de rechter die de (‘ongeschreven’ zorgvuldigheids-) norm stelt, maar ook om gevallen waarin er wel degelijk door anderen gestelde regels zijn doch deze niet (voldoende) langs andere weg (publiekrechtelijk bijvoorbeeld) worden gehandhaafd. Tegen deze achtergrond maak ik een enkele opmerking over de vraag waar we staan. Wat weegt zwaarder: vrijheid of bescherming, of anders geformuleerd: zorgplicht of eigen verantwoordelijkheid?

2. Het belang van effectieve zorg In de eerste plaats komt wat mij betreft in beeld, het arrest van 28 mei 2004 (NJ 2005, 105) waarin een toeriste op St. Maarten terwijl zij aan het hek van de start- en landingsbaan van de plaatselijke luchthaven staat door een jetblast over een openbare weg wordt geblazen en op het strand wordt neergekwakt. Centraal staat de betekenis van een op het hek aangebracht bord met de tekst: Warning. Low flying and departing aircraft blast can cause physical injury. Het Antilliaanse Hof vond dat afdoende maar de Hoge Raad greep in: was dit bord in de gegeven omstandigheden – toeristen waren ondanks het bord vaak in grote getale aanwezig – werkelijk effectief ? Kort

geleden is daar een arrest in de sfeer van art. 7:658 bijgekomen (HR 11 november 2005, C04/253): wanneer een werknemer constateert dat een multivac-machine die vleesproducten in folie inpakt de folie laat opkrullen, steekt hij, ondanks de beschermkappen en de waarschuwingsstickers, zijn hand in de machine hetgeen hem uiteindelijk drie vingertopjes kost. De werkgever wordt aansprakelijk gesteld, de rechtbank wijst de vordering af (‘art. 7:658 biedt geen absolute waarborg’), maar de Hoge Raad casseert: juist bij gevaarlijke machines als deze geldt dat instructies en waarschuwingen, in het licht van het ervaringsfeit dat werknemers niet steeds de vereiste voorzichtigheid in acht nemen, niet steeds afdoende zijn. Van de werkgever kan worden verlangd dat hij onderzoek doet naar afdoende voorzorgsmaatregelen althans een veiliger werking en als dat – na weging van de bekende Kelderluikfactoren – niet mogelijk blijkt, dient uiteindelijk zodanig te worden gewaarschuwd dat verwacht kan worden dat werknemers het gevaar zullen vermijden. Effectieve zorg, daar draait het om. Ik verwacht dat de betekenis zich niet beperkt tot het terrein van de letselschade. Zo is het mogelijk deze lijn in verband te brengen met de zorgplicht van de bank jegens particulieren die zich in de optiehandel begeven. Verschillende malen heeft de Hoge Raad geoordeeld over de situatie dat de belegger niet aan zijn margeverplichtingen voldoet en in weerwil van waarschuwingen van haar kant toch verlangt dat de bank nieuwe opdrachten uitvoert, uiteraard in de hoop dat het tij voor hem zal keren. Er zijn banken die op dergelijke klemmende verzoeken zijn ingegaan en vervolgens, toen het avontuur toch slecht afliep, werden geconfronteerd met een claim: ‘u, bank, had mij moeten tegenhouden.’ Kan de bank volstaan met een (herhaalde) waarschuwing of kan meer van haar worden verlangd? De Hoge Raad oordeelde in laatste zin (nog in HR 11 juli 2003, NJ 2005, 103). De kritiek ligt voor de hand: beleggers die zich begeven in transacties waaraan per definitie risico’s verbonden zijn, moeten maar op de blaren zitten. Eigen verantwoordelijkheid zou hier zwaarder moeten wegen dan

Fiat Justitia

01-56_610538 39

39

21-12-2005 13:15:47


zorgplicht. De koers van de Hoge Raad sluit echter aan bij inzichten uit de psychologie en de behavorial economics dat waarschuwingen bij particuliere beleggers niet effectief zijn; juist daarom moet een verdergaande invulling van de zorgplicht worden aangenomen. In dit verband wordt vaak verwezen naar het werk van G. Belsky en T. Gilovich (Why smart people make big money mistakes and how to correct them, New York 1999). Als waarschuwen niet helpt bij mensen die wel bescherming verdienen, dan moeten ze inderdaad maar worden tegengehouden. Wanneer het recht zorg verlangt, gaat het, uiteraard zou men zeggen, om effectieve zorg. In deze sleutel staat wat mij betreft, maar dan zijn we weer terug bij de letselschade, ook de zaak waarin de nabestaanden van een vrouw die was omgekomen als gevolg van een ongeval tijdens een cursus skeeleren, de organisatie het verwijt maakten dat deze de vrouw geen valhelm had laten dragen. Het verweer was dat de deelnemers was verteld dat degenen die daaraan behoefte hadden, een valhelm konden krijgen, maar dat zij daarop niet was ingegaan. Eigen verantwoordelijkheid dus. Het Arnhemse Hof (28 oktober 2003, NJF 2004, 12) prikte daar doorheen: nu het hier om beginners ging die het risico van hoofdletsel moeilijk konden inschatten, de valhelm niet werd getoond en de instructeur er zelf ook geen droeg, kon niet worden volstaan met de vrijblijvende mededeling dat wie behoefte had aan een valhelm deze kon krijgen. Uiteindelijk had de instructeur niet mogen starten zolang niet alle beginners een valhelm droegen. DĂĄt was effectieve zorg geweest. De Hoge Raad heeft de beslissing inmiddels in stand gelaten (HR 25 november 2005, LJN: AU 4042).

40

01-56_610538 40

3. Wie zal de wachters bewaken? Aldus kan het recht, ook in de vorm van rechterlijke beslissingen omtrent de maatschappelijke zorgvuldigheid, bijdragen aan verbetering van kwaliteit, preventie en maatschappelijke veiligheid. Natuurlijk doen we er verstandig aan de daadwerkelijke preventieve werking van het aansprakelijkheidsrecht niet te overdrijven al was het maar omdat de mens niet altijd rationeel handelt. Waar het echter gaat om overheden, ondernemingen en banken mag toch worden aangenomen dat zij zich in hun gedrag mede door het aansprakelijkheidsrecht zullen laten prikkelen. Vanuit beleidsmatig perspectief heeft het aansprakelijkheidsrecht hier meerwaarde, vooral wanneer van andere prikkelmechanismen niet steeds heil kan worden verwacht. Hier komt het actuele thema van de toezichthoudersaansprakelijkheid in beeld. Dat het op de agenda staat, heeft alles te maken met de opkomst van toezichthouders met vergaande bevoegdheden: de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit, de Nederlandse Mededingingsautoriteit, de Autoriteit FinanciĂŤle Markten en sinds kort de Voedsel- en Warenautoriteit. Het wemelt van de Autoriteiten. Het is echter de vraag of het etiket ook daadwerkelijk gezag afdwingt: de verwachting is dat de komende jaren ook toezichthouders met claims zullen worden geconfronteerd waarbij hen niet alleen zal worden verweten dat zij hun bevoegdheden ten onrechte of onjuist hebben uitgeoefend, maar juist ook dat zij hebben nagelaten gebruik te maken van hun bevoegdheden. Mochten de verfoeide aandelenleaseconstructies inderdaad in de ban worden gedaan, dan zal niet alleen naar de betrokken aanbieders worden gekeken, maar kan ook de AFM in beeld komen. Had zij niet moeten ingrijpen?

Fiat Justitia

21-12-2005 13:15:49


Ook toezichthouders hebben een zekere neiging te verwijzen naar de eigen verantwoordelijkheid: men kan niet blind varen op de toezichthouder, men zal zelf ook alert moeten blijven. Rechtzoekenden kunnen daar echter al snel reële vragen tegenover stellen. Kunnen zij werkelijk zelf de informatie over beleggingsproducten beoordelen of openbare inrichtingen op brandveiligheid controleren? En als zij dat al kunnen, ligt het dan ook voor de hand dat zij daartoe daadwerkelijk overgaan? Of is er voldoende aanleiding te denken dat een ander, een overheid, een toezichthouder, dat doet, omdat die er speciaal voor die reden is, omdat die het altijd deed, omdat die het beter (goedkoper en efficiënter) kan? De actuele discussie staat in het teken van de vraag of de toezichthouder een speciale behandeling in het aansprakelijkheidsrecht verdient. In dit verband wordt wel de vrees uitgesproken dat de toezichthouder in zijn werk nadelig zou worden beïnvloed door het aansprakelijkheidsrecht: toezichthouders hebben behoefte aan beleids- en keuzevrijheid, de mogelijkheid prioriteiten te stellen en in verband daarmee aan een zekere ‘vrijheid’ in het aansprakelijkheidsrecht. De zaak van Onür Air is hier illustratief. Verder is van belang dat toezichthouders vooral ook vanwege hun solvabiliteit in beeld komen, hetgeen zij zelf niet terecht vinden: de primaire daders om wie het eigenlijk gaat blijven buiten beeld en de toezichthouder, als zijdelingse laedens, zou volledig aansprakelijk zijn, terwijl hij slechts een minimale bijdrage zou hebben geleverd. Toch zou ik toezichthouders niet willen steunen in dit pleidooi voor vergaande immuniteit voor aansprakelijkheid. Wie zal immers de wachters bewaken? Bij gebreke van andere prikkelmechanismen is hier juist een rol voor het aansprakelijkheidsrecht weggelegd. Ik bestrijd ook het onrechtvaardige van een gewone aansprakelijkheid van de zijdelingse laedens: het gaat vaak om een cruciale bijdrage van een figuur die juist de opdracht had gekregen in te grijpen mede in het belang van claimanten die erop vertrouwden dat hij dat ook zou doen. Dat betekent niet dat ik blind ben voor de gevolgen van een vergaande toezichthoudersaansprakelijkheid voor de schatkist: de overheid kan haar geld maar één keer uitgeven en dan liefst niet aan vergoeding van schade (primair) veroorzaakt door een ander. Maar rechtvaardigt dat nu werkelijk immuniteit van aansprakelijkheid? Is het niet beter het echte probleem aan te pakken: insolventie van de primaire daders. De legionella-uitbraak in Bovenkarspel, de cafébrand in Volendam en de vuurwerkramp in Enschede hebben geleerd dat ondernemingen de samenleving aan risico’s blootstellen waarvoor zij in de verste verte geen dekking hebben. Als insolventie een probleem is, moet daaraan wat gedaan worden: meer nog dan nu al het geval is moeten de moge-

lijkheden van verplichte financiële zekerheidstelling of zelfs verplichte aansprakelijkheidsverzekering worden onderzocht.

4. Wat brengt de toekomst? Vooralsnog is insolventie een belangrijke aanjager van de rechtsontwikkeling. Juist omdat de echte daders niet voldoende kapitaalkrachtig blijken wordt door gelaedeerden gezocht naar nieuwe ‘zorgdragers.’ Zo zou ons land wellicht ook kunnen worden ‘bezocht’ door een vooralsnog Amerikaans fenomeen: vorderingen terzake van ‘inadequate security.’ De exploitant van een commerciële onderneming (woningbouwvereniging, winkel) wordt aangesproken omdat hij heeft nagelaten maatregelen te treffen die hadden kunnen bijdragen aan de veiligheid van zijn klanten zoals het aanbrengen van verlichting, camera’s en het inschakelen van bewaking (O.A. Haazen, NJB 2005, p. 1135 e.v.). Ook hier geldt dat juist omdat de echte daders vaak niet kunnen worden achterhaald of niet solvabel blijken, er door gelaedeerden gezocht wordt naar andere debiteuren. Een tweede mogelijke ontwikkeling die aan de andere kant van de Atlantische Oceaan zelfs tot wetgevend ingrijpen heeft geleid, staat ook nadrukkelijk in het teken van de vraag ‘zorgplicht of eigen verantwoordelijkheid?: ‘junk food liability.’ Waar het veelal gaat om kinderen zullen zeker ook ouders in beeld komen: wat is hun rol, hun verantwoordelijkheid eigenlijk en in hoeverre vertaalt zich dat in aansprakelijkheid? In het Wrongful life-arrest heeft de Hoge Raad een stokje gestoken voor aansprakelijkheid in gezinsverband door uitdrukkelijk aansprakelijkheid van de moeder te ontkennen die, op de hoogte zijnde van ernstige handicaps bij de nog ongeboren vrucht, afziet van abortus (HR 18 maart 2005, RvdW 2005, 42). Daarmee is echter niet gezegd dat (aanstaande) ouders ook in andere gevallen buiten schot blijven: waarom zouden zij bijvoorbeeld immuun zijn voor aansprakelijkheid wanneer hun eet- en leefgedrag tijdens de zwangerschap heeft geleid tot handicaps bij het kind? Of het gezin als hoeksteen van onze samenleving verder ook een tegen het opdringende aansprakelijkheidsrecht bestand bolwerk van immuniteit is, zal de toekomst moeten uitwijzen, maar ik zou er geen geld op durven zetten. Vooralsnog ligt het zwaartepunt immers niet zozeer bij vrijheid als wel bij bescherming. Daar valt best mee te leven.

“ ” Onze hoogste rechter heeft zeker bijgedragen aan het idee dat het uitgangspunt dat ieder zijn eigen schade draagt relativering verdient.

Ton Hartlief Hoogleraar Privaatrecht Universiteit Maastricht

Fiat Justitia

01-56_610538 41

41

21-12-2005 13:15:51


Supermensen zijn we niet, maar ons werk stelt wel ongewoon hoge eisen. Logisch, als je het toezicht hebt op financiële instellingen, zoals banken, pensioenfondsen en verzekeraars. Als je moet zorgen voor de financiële stabiliteit in ons land. Als je de overheid adviseert over het economisch beleid. Het gehele interbancaire betalingsverkeer door je computers ziet gaan. De Nederlandse deviezenreserves beheert en belegt. Medeverantwoordelijk bent voor het beleid van de Europese Centrale Bank. Als je vóór moet blijven op de nieuwste financiële en monetaire ontwikkelingen. Een heel unieke positie, voor mensen die verder heel gewoon zijn. Maar zich als professional nu juist voelen aangesproken door onze bijzondere werkomgeving. Aan de ene kant innovatief, actueel en dynamisch. Aan de andere kant een eeuwenoude traditie van doordachtheid, betrouwbaarheid en stabiliteit. Werkomstandigheden en ontplooiingsperspectieven waarin je als econoom, econometrist, actuaris, jurist, accountant of HEAO’er alles kwijt kunt: kennis, ervaring, talenten en ambities. Als doener of als beleidsmaker, als starter of met werkervaring. In een sfeer die meer casual is dan krijtstreep. Kijk eens op www.dnb.nl en laat ons weten wat je zoekt. SINDS 1 NOVEMBER 2004 IS DE FUSIE TUSSEN DE NEDERLANDSCHE BANK EN DE PENSIOEN- & VERZEKERINGSKAMER EEN FEIT. WE GAAN SAMEN VERDER ALS ‘DE NEDERLANDSCHE BANK’, WERKEND AAN FINANCIËLE STABILITEIT.

“Financiële stabiliteit, dat klinkt misschien erg abstract, maar als je beseft dat het een voorwaarde is voor onze welvaart, dan komt het meteen heel dichtbij.”

Verder zijn wij ook maar gewone mensen. De Nederlandsche Bank.

01-56_610538 42

21-12-2005 13:15:52


5NNY ZRR_ bVa WR ZN`aR_

<[QR_[RZV[T  ?RPUa 9dZVai^_YZch_ZhijY^Z lZg`ZgkVg^c\deW^_/ 6@9Eg^chZcKVcL^_bZc 8a^[[dgY8]VcXZ 9Z7gVjl7aVX`hidcZLZhiWgdZ` CVjiV9ji^a] DcYZgodZ`XZcigjbDcYZgcZb^c\ GZX]i EZahG^_X`Zc9gdd\aZZkZg;dgij^_c E]^a^eh>ciZgcVi^dcVa H^bbdchH^bbdch Hi^WWZ KVc9ddgcZ

1bNYR ZN`aR_

<[QR_g\RX`ZN`aR_

KddghijYZciZcY^Z^ciZch^Z[dcYZgl^_h^c

KddghijYZciZcY^ZYZcVYgj`l^aaZcaZ\\Zc

`aZ^cZlZg`\gdZeZcl^aaZcXdbW^cZgZcbZi

delZiZchX]VeeZa^_`Z`Zcc^hZcdcYZgodZ`

]ZideYdZckVclZg`ZgkVg^c\W^_ZZc

l^aaZcYdZc^cdeYgVX]ikVcZZcdcYZgodZ`h"

\ZgZcdbbZZgYVYkdXViZc`Vciddgd[ZZc

^chi^ijji!VYkdXViZc`Vciddgd[WZYg^_[#

bjai^cVi^dcVa#

C\\_ `abQR[aR[ ZRa NZOVaVR FUQ VQ V[ac `[QW[Y_` UZ PQ [ZPQ^ZQYUZS_SQ^UOT`Q \^UbMM`^QOT`QXUVWQ \^MW`UVW+ 5Z :UVYQSQZ WaZ VQ

WUQfQZ aU` `cQQ aZUQWQ QZ aU`PMSQZPQ YM_`Q^_ ;ZPQ^ZQYUZS  >QOT` 1QZ aU`SQXQfQZ WMZ_ [Y UZ

VQfQXR `Q UZbQ_`Q^QZ QZ VQ `Q [ZPQ^_OTQUPQZ [\ PQ M^NQUP_YM^W` 9QQ^ cQ`QZ+ B^MMS PQ N^[OTa^Q MMZ

7UVW [\ ccc^aZXPQ^ZQYUZSQZ^QOT` [R NQX   "  #%

01-56_610538 43

21-12-2005 13:15:57


Ondernemend, vooruitstrevend en resultaatgericht. Dat ben je zelf, dus dat verwacht je ook van het kantoor waar je als advocaat-stagiaire, kandidaatnotaris of junior-belastingadviseur aan de slag gaat. Daarom wil je vanaf je eerste zaak in teamverband kunnen meedenken en meedoen met je collega’s. Met als doel het voorkomen en oplossen van alle juridische en fiscale problemen van ‘jouw’ cliënten. Zo goed, snel en betaalbaar mogelijk. Dus een schikking als

Amsterdam

het kan en een procedure als het moet. Dat alles kan alleen met een aanpak die rekening houdt met de wereld achter de wetgeving, de cliënt achter de zaak en de mens achter de medewerker. Naast het juridische werk doet CMS Derks Star Busmann altijd actief mee aan sporttoernooien. Veel medewerkers hebben op nationaal of zelfs internationaal niveau gesport. Deze activiteiten worden door ons kantoor gestimuleerd. CMS Derks Star Busmann is official sponsor van de Koninklijke Nederlandse Hockeybond KNHB en sponsort daarnaast ook golfbanen waar medewerkers gebruik van kunnen maken.

CMS Derk notaris of junior-belastingadviseur word je in dienst genomen om te blijven. Daarom is de selectie aan de poort streng en wordt er veel tijd, geld en energie in je geïnvesteerd. En daarbij kijken we niet alleen naar je vakkennis, maar vooral ook naar je persoonlijkheid en motivatie. Dus als je eenmaal bij ons binnen bent, dan is de kans groot dat het van beide kanten bevalt. En dat is nou precies de bedoeling, want bij CMS Derks Star Busmann werk je om te leven en niet andersom.

Grenzen verleggen en overschrijden Met vestigingen in Amsterdam, Arnhem, Brussel, Hilversum en Utrecht zit CMS Derks Star Busmann altijd dichtbij de bedrijvigheid van haar cliënten. Dankzij deze regionale spreiding zijn alle 250 specialisten goed op de hoogte van de problematiek van hun cliënten en kunnen ze samen met hen grensverleggend inspringen op lokale ontwikkelingen. Daarnaast wordt dankzij de Europese CMS-alliantie vanuit sterke nationale praktijken grensoverschrijdend wereldwijd gewerkt. Dus ook voor internationale transacties en zaken zijn cliënten bij CMS Derks Star Busmann aan het juiste adres. En natuurlijk profiteer je ook als stagiaire en medewerker van deze brede basis en internationale samenwerking. Immers, door de grote verscheidenheid aan binnen- en buitenlandse cliënten, collega’s en praktijkgebieden krijg je alle kans om je te ontwikkelen tot een goed en veelzijdig advocaat, notaris of belastingadviseur.

Stage, opleiding en begeleiding CMS Derks Star Busmann streeft naar duurzame en hechte relaties. Met onze cliënten én met onze medewerkers. Als advocaat-stagiaire, kandidaat44

01-56_610538 44

Van theorie naar praktijk De bedoeling van deze begin periode is zeker niet dat je bepaalde delen uit je rechtenstudie nog eens ‘dunnetjes’ over doet. De inhoud is er juist op gericht je te ondersteunen bij de vertaalslag van de theoretische kennis die je in je studie hebt opgedaan naar de praktijk van je dagelijkse werk. Je zult merken dat overleggen met je cliënten, onderhandelen met de ‘tegenpartij’ en samenwerken met je collega’s minstens net zo belangrijk is als boekenwijsheid. Daarnaast biedt de stafafdeling Opleidingen van CMS Derks Star Busmann relevante cursussen en trainingen aan voor de advocatuur, het notariaat en de belastingadvies-praktijk, zoals presenteren, coachen, managen en acquireren.

Passen we bij elkaar? De cultuur van een organisatie wordt bepaald door de mensen die er werken. Bij CMS Derks Star Busmann werken mensen die gaan voor kwaliteit. In hun werk, maar ook daarbuiten. Dat betekent dat we dat ook van jou verwachten. Je bent nuchter, flexibel, zelfstandig en een echte doorzetter.

Fiat Justitia

21-12-2005 13:16:01


Hilversum

Arnhem

rks Star Busmann Bovendien wil je graag investeren in jezelf en heb je liefde voor het vak. CMS Derks Star Busmann stelt hier een jonge en moderne organisatie tegenover met alle voordelen van een groot en internationaal kantoor. Maar aan de andere kant zijn we ook ‘klein’ gebleven. Met een leuke en persoonlijke werksfeer en ruimte voor eigen initiatief en sociale activiteiten buiten het werk.

Solliciteren bij CMS Derks Star Busmann? Ben je afgestudeerd en wil je solliciteren bij CMS Derks Star Busmann naar de functie van advocaatstagiaire, kandidaat-notaris of junior-belastingadviseur? Richt dan een korte sollicitatiebrief met curriculum vitae en cijferlijst aan: CMS Derks Star Busmann t.a.v. de heer P.C. Carelse, Hoofd Personeel & Organisatie Postbus 85250 - 3508 AG Utrecht Email: peter.carelse@cms-dsb.com

Eerst een studentstage? De studentstage is een uitstekend middel om ons kantoor beter te leren kennen en om je kansen te vergroten om voor de functie van stagiaire in aanmerking te komen. Daarom bieden wij aan studenten de gelegenheid om tijdens een studentstage van minimaal 4 weken met alle facetten van de advocatuur, het notariaat of de belastingadviespraktijk in aanraking te komen. Na het volgen van een stage kun je in ieder geval je keuze voor een bepaald rechtsgebied beter onderbouwen. In overleg kan deze studentstage flexibel worden ingevuld, waarbij veel bespreekbaar is. Studeer je rechten en heb je belangstelling voor een studentstage bij CMS Derks Star Busmann? Schrijf dan een korte brief met curriculum vitae en cijferlijst aan: CMS Derks Star Busmann t.a.v. mevrouw mr. J.N. Hofman, Hoofd Opleidingen Postbus 85250 - 3508 AG Utrecht Email: jolie.hofman@cms-dsb.com

Johanna Schermer Kandidaat Notaris-stagiaire “Werken bij een groot of een klein kantoor, specialiseren of liever een algemene praktijk?” Vragen die mij tijdens de eindfase van mijn studie in Groningen bezighielden. Het beroep van (kandidaat) notaris eist een algemene opleiding terwijl ontwikkelingen op het vakgebied steeds meer specialisatie vergen. Een studentstage gaf voor mij de doorslag: na mijn

studie wilde ik gaan specialiseren. Desondanks heb ik na mijn studie de gebaande paden verlaten en ben ik werkzaam geweest bij het Openbaar Ministerie in Haarlem. Tijdens deze uitstap heb ik vaardigheden opgedaan die mij in mijn huidige functie bij CMS Derks Star Busmann in Amsterdam zeer goed van pas komen. Zo zijn zowel organisatorische als

Fiat Justitia

01-56_610538 45

45

21-12-2005 13:16:07


sociale kwaliteiten voor een kandidaat-notaris essentieel. Al vanaf het begin kreeg ik bij CMS Derks Star Busmann de vrijheid om zelfstandig contact met cliënten te onderhouden. Een echte sprong in het diepe, dat is mijns inziens de beste leerschool. Elk dossier betekent nieuwe inzichten en veelal verrassingen die je kennis vergroten en je slagvaardiger maken. Door

zowel binnen de vennootschaps- als vastgoedpraktijk werkzaam te zijn, ben ik binnen een gespecialiseerde (internationale) praktijk toch enigszins allround inzetbaar. De start van je carrière als kandidaat-notaris bij CMS Derks Star Busmann biedt je de mogelijkheid om in een dynamische en professionele omgeving het beste uit je studie en jezelf te halen. Kortom: ‘put it in your pipe and smoke it!’

Annemarie de Best Advocaat-stagiaire Aan de Rijksuniversiteit Groningen studeerde Annemarie van 1997 tot 2003 Privaat- en Strafrecht. Zij heeft een studentstage gedaan bij CMS Derks Star Busmann en vindt dat dit een effectief middel is om je te oriënteren en om bij een organisatie ‘binnen te komen’. Doordat Annemarie een studentstage had gelopen was haar sollicitatieprocedure korter. Normaal bestaat de procedure uit een brief, twee gesprekken en een assessment (intelligentie- en persoonlijkheidstest). Zij had nu één gesprek in plaats van twee. “Verder was de procedure gewoon hetzelfde, maar dan versneld”, zegt Annemarie. Ze heeft echt puur stage gelopen om te zien of de advocatuur echt zo fantastisch was als ze dacht dat het zou zijn. En het beviel.”Je weet natuurlijk nooit van tevoren of je dat je hele leven wilt doen, maar je oefent veel vaardigheden en je doet praktijkervaring op in het opleidingstraject. Je leert enorm veel in een betrekkelijk korte tijd. Als ik naar mijzelf kijk en ik vergelijk dat met twee jaar geleden dan zie je echt heel veel progressie.”

In de rechtzaal De keuze om rechten te gaan studeren was voor Annemarie het resultaat van een weloverwogen beslissing. In eerste instantie wilde ze diergeneeskunde doen, maar ze had absoluut geen exacte achtergrond. “Ik heb ook nog even gedacht aan psychologie, maar dat leek me eigenlijk iets te zweverig. Rechten sprak toch het meeste aan, en vooral de advocatuur. Ik vind het erg leuk om voor de belangen van mensen en bedrijven op te komen en ze te verdedigen. Het is geweldig als je ook echt het idee hebt dat je mensen hebt geholpen en dat je doel is bereikt. Naar de rechtbank gaan en het pleiten zelf, dat vind ik echt heel leuk om te doen.” Bij CMS Derks Star Busmann worden ook veel activiteiten georganiseerd en krijgen advocaten de mogelijkheid om actief bezig te zijn in hun vakgebied. Annemarie is lid van de werkgroep Procesrecht. Informeel wordt er ook veel gedaan. “Sinterklaasfeesten en we 46

01-56_610538 46

zijn met de jonkies gaan bowlen en we zijn uit eten geweest.”

Werkdag Voor Annemarie begint de dag om 8.45 uur. ´Het eerste dat ik doe is een kop koffie halen. Dan zet ik mijn computer aan en ga ik mijn emails lezen. Rond 9.00 uur komt mijn secretaresse met de post. Op de sectie komt iedereen dan ook zo’n beetje binnendruppelen en gaan we met z’n allen de post bespreken, zaken doornemen en praten we over alledaagse dingen ‘wat heb jij gisteren op televisie gezien?’. Dat doen we bijna elke dag. Alleen maandagochtend is anders, dan hebben we jurisprudentiebespreking. Om 10.00 uur gaan dan pas echt dingen gebeuren. Post beantwoorden en doorsturen naar cliënten. En ik kijk wat ik allemaal nog moet doen. Dat loopt uiteen van telefoontjes plegen tot processtukken opstellen of eventueel een zitting de rest van de dag. Om 12.00 lunchen we met de sectie. ‘s Middags maak ik soms eerst een wandeling met sectiegenoten om vervolgens weer aan de slag te gaan. Om 18.30 zit de dag er meestal op.”

Klanten binnenhalen Behalve goed in hun vak moeten advocaten ook commercieel zijn. Ik weet nog dat tijdens mijn sollicitatiegesprek werd gevraagd of ik commercieel was. Dat is natuurlijk wel nodig, maar dat is niet iets waar ik zelf meteen aan had gedacht bij de advocatuur. Annemarie ging de eerste dag na haar beëdiging in mei 2003 al meteen zelfstandig naar de rechtbank. Tips voor rechtenstudenten:”Ga niet alleen voor die studie, maar doe daarnaast ook andere dingen om je te oriënteren. Bedenk wat je wil en probeer daar ook stage in te lopen of mee te lopen. Ga dus niet blind solliciteren.”

Fiat Justitia

21-12-2005 13:16:12


www.kienhuishoving.nl

KienhuisHoving en jij?

Je kijkt verder. Naar links. Naar rechts. Vooruit. Maar ook omhoog. Hoeveel stappen wil je zetten, hoe snel kan het gaan? Het hangt af van vele factoren. De omgeving. Het werkklimaat. De uitdagingen. De collega's. De kansen. De cliënten. Maar van één persoon ben je echt afhankelijk. Eén iemand die het verschil echt kan maken. Dat ben je zelf. Benieuwd wie wij zijn? Bel (053) 480 47 19 en vraag naar Carine Top (Manager Personeelszaken), of e-mail: c.m.h.top@kienhuishoving.nl

Pantheon 25 Postbus 109 7500 AC Enschede Tel. (053) 480 42 00 Kantoren te Almelo, Enschede, Oldenzaal en Rijssen.

01-56_610538 47

21-12-2005 13:16:14


Rutger Pra voorzitter KienhuisHoving is een ondernemende, ambitieuze organisatie op het gebied van juridische dienstverlening. Bij onze vestigingen Enschede, Oldenzaal en Rijssen werken in totaal bijna 200 medewerkers, van wie 20 notarissen/kandidaat-notarissen en bijna 50 advocaten. De dienstverlening omvat veelzijdige juridische advisering en begeleiding. Advocaten en notarissen treffen elkaar onder een dak. In veel gevallen kunnen zij elkaar aanvullen en versterken. Specialismen van KienhuisHoving zijn onder meer vennootschapsrecht, bestuursrecht, ruimtelijk ordeningsrecht, milieurecht, vastgoedrecht, arbeidsrecht, insolventierecht, intellectueel eigendomsrecht en personen- en familierecht. KienhuisHoving is marktleider in Oost-Nederland.”

Waarom heeft u ervoor gekozen om bij KienhuisHoving te werken? In 1991 ben ik beëdigd als advocaat in Amsterdam. De eerste 5,5 jaar van mijn carrière heb ik bij Houthoff (het huidige Houthoff Buruma) gewerkt, vervolgens heb ik 2,5 jaar bij Baker&McKenzie in Amsterdam gewerkt. Wij woonden destijds in het centrum van Amsterdam, iets wat zonder kinderen een prima situatie is. Na ons eerste kind en met het tweede kind op komst besloten we echter dat het tijd werd om de bakens te verzetten. In plaats van de min of meer obligate stap naar Het Gooi of naar Haarlem en omstreken te zetten, hebben wij besloten wat verder weg te gaan en op die manier ben ik in contact gekomen met KienhuisHoving. KienhuisHoving sprak mij aan, aangezien ik daar een zeer professionele omgeving aantrof en er naast een grote afdeling advocatuur ook veel notarissen werkzaam zijn. Dat laatste is voor mijn ondernemingsrechtelijke/venture capital praktijk van groot belang. Een andere voorwaarde was dat 48

01-56_610538 48

Fiat Justitia

21-12-2005 13:16:15


rakke, bestuursKienhuisHoving N.V. de organisatie van het nieuwe kantoor vergelijkbaar was met de kantoren waar ik tot dan toe had gewerkt, en dan denk ik met name aan het werken in sectieverband door gespecialiseerde juristen en de ondersteuning door een professionele staf. Een ‘fee-earner’, om dat begrip toch maar te gebruiken, wordt immers geacht geld te verdienen en moet zijn aandacht dus niet besteden aan zaken die ook door een toegewijde staf kunnen worden gedaan.

U heeft ook in Amsterdam gewerkt. Is er een cultuurverschil tussen de advocatuur in de Randstad en in Enschede? Toen ik in 1991 bij Houthoff in Amsterdam begon was de sfeer en de cultuur daar min of meer vergelijkbaar met de sfeer zoals die nu bij KienhuisHoving heerst. De omvang van Houthoff destijds is denk ik ook wel vergelijkbaar met de omvang van KienhuisHoving nu, te weten in totaal ongeveer 200 man/ vrouw. Vanzelfsprekend spreek ik nog regelmatig vrienden uit het westen die bij de grote kantoren daar werken en uit hun verhalen maak ik op dat er sprake is van een steeds harder wordende cultuur: de nadruk komt meer en meer te liggen op geld verdienen en als je daar niet in mee gaat of kan gaan word je daar al snel persoonlijk op afgerekend. Op zich ben ik niet tegen een verdere Professionalisering van het kantoor, ik denk echter dat je de goede dingen er uit moet halen en ervoor moet waken dat je niet doorschiet in het elkaar voortdurend de maat meten. Het is goed dat er binnen een kantoor verschillende typen juristen werkzaam zijn, waarbij de één bijvoorbeeld beter is in acquireren, de andere beter in opleiding of in gewoonweg omzet realiseren. Dat is juist goed voor een kantoor en dat beeld moet je niet verstoren door teveel de nadruk te leggen op omzet.

Hoe kunnen studenten kennismaken met de sfeer en het werk binnen KienhuisHoving? Ik geloof erg in de mogelijkheid om als student-stagi-

aire bij een advocatenkantoor in de keuken te kijken. Dit is voor beide partijen een goede gelegenheid om nader kennis te maken. De student kan snuffelen aan de advocatuur en kennismaken met het kantoor in kwestie, voor het kantoor is het prettig om in contact te komen met potentiële nieuwe werknemers. De mogelijkheid om als student-stagiaire voor een bepaalde tijd bij KienhuisHoving te komen werken bestaat dan ook uitdrukkelijk en iedereen wordt van harte uitgenodigd om in dat verband een sollicitatiebrief aan ons toe te sturen. Andere mogelijkheden om bij KienhuisHoving betrokken te raken als student, bijvoorbeeld door het schrijven van een scriptie, zijn ook bespreekbaar, doch komen in de praktijk minder voor.

Hoe ziet de sollicitatieprocedure bij KienhuisHoving eruit? Op zich is de sollicitatieprocedure bij KienhuisHoving denk ik niet wezenlijk anders dan bij andere kantoren met een vergelijkbare omvang: de sollicitant dient ten minste twee sollicitatiegesprekken te voeren en er volgt ook altijd een psychologische test. Daarna wordt op basis van de gesprekken en de test een besluit genomen of een aanbod wordt gedaan.

Wat verwacht KienhuisHoving van de sollicitant? Voor een advocaat is het niet alleen van belang dat hij – vanzelfsprekend – goede studieresultaten heeft behaald, ook van belang is dat hij over de nodige sociale vaardigheden beschikt om zijn vak goed te kunnen uitoefenen. Van een advocaat wordt nu eenmaal verwacht dat hij weet te overtuigen en een boodschap op een heldere manier kan overbrengen. Vaak zal een advocaat ofwel zijn eigen cliënt, ofwel de wederpartij, ofwel de rechter moeten overtuigen van een bepaald standpunt en ook is een advocaat vaak betrokken in allerlei onderhandelingsprocessen, waarbij een gezonde dosis sociale vaardigheden evenmin mag ontbreken. Wij zoeken dus uitdrukkelijk een combinatie van beiden.

Fiat Justitia

01-56_610538 49

49

21-12-2005 13:16:30


Waaruit blijkt het internationale karakter van KienhuisHoving? Vanwege de geografische ligging is er een sterke focus op Duitsland. KienhuisHoving is lid van een internationaal samenwerkingsverband van advocaten- en notariskantoren met de naam DIRO, waarbij alleen in Duitsland al 80 kantoren zijn aangesloten. Er zijn ook verschillende grote cliënten die meer Angelsaksisch getinte zaken hebben en die ook door KienhuisHoving worden bediend. Bij dat laatste ben ik zelf veelvuldig betrokken, gezien mijn meer Angelsaksische achtergrond in de Amsterdamse ondernemingsrechtelijke en venture capital praktijk.

Hoe zien de eerste drie jaar bij KienhuisHoving eruit? Het aardige van de advocatuur is dat je zou kunnen zeggen dat de eerste dag van een advocaat niet wezenlijk anders is dan zijn laatste dag. Immers, al heel snel wordt er van je verwacht dat je zaken zelfstandig behandelt. In de eerste periode onder leiding van een patroon of een ervaren advocaat, maar al snel wordt in ieder geval de gelegenheid geboden om ook zelfstandig zaken te gaan behandelen. Daar is geen exact tijdschema voor te geven, aangezien dat per stagiaire verschilt. Er is bij KienhuisHoving geen vast beleid voor het wisselen van sectie na een bepaalde periode. Er zijn veel stagiaires die gedurende drie jaar op dezelfde sectie actief zijn, ook is het mogelijk om verschillende redenen dat gedurende de stageperiode van drie jaar er tussentijds wordt 50

01-56_610538 50

gewisseld, maar zoals gezegd een vast beleid op dit punt is er niet. De reden daarvoor is dat het in het ene geval beter is dat een stagiaire op één sectie werkzaam is, bij een ander kan het juist zo zijn dat een wissel in het belang is van kantoor en de stagiaire.

Hoe groot is de werkdruk? Mijn ervaring is dat in de advocatuur over het algemeen hard wordt gewerkt, doch dat als je je zaken praktisch inkleedt er geen sprake hoeft te zijn van een ontzettend hoge werkdruk. In het eerste jaar doe je als advocaat-stagiaire mee aan de beroepsopleiding voor de advocatuur en dan ben je gemiddeld één dag per week buiten kantoor voor deze opleiding, zodat je per saldo vier werkdagen overhoudt. Om de werkdruk beheersbaar te houden is mijn advies altijd om ervoor te zorgen dat je zaken zo snel mogelijk afwikkelt, zodat je voorkomt dat je een onnodig gedeelte van je tijd kwijt bent om bij rechtbanken, wederpartijen en cliënten voor allerlei zaken uitstel te vragen. Bovendien leidt dat af van het echte werk, waarbij gedacht kan worden aan het schrijven van een advies of het opstellen van een processtuk. Daarbij komt ook dat als je direct na bijvoorbeeld een bespreking doet wat er gedaan moet worden, je minder tijd nodig hebt dan als je een week zou wachten. Het zit dan immers nog vers in je hoofd. Bijkomend voordeel is dat de cliënt tevreden is dat hij zo snel wordt bediend en in een dienstverlenend vak als de advocatuur is dat van groot belang!

Fiat Justitia

21-12-2005 13:16:31


CIA (Criminologie in Actie) Geachte lezers, Uiteraard is er weer veel gebeurd sinds het laatste nieuws in dit blad. De commissies zijn samengesteld en aan de slag gegaan om de activiteiten, de reis, de feestjes, de almanak en het magazine dit jaar weer allemaal tot uitzonderlijke successen te maken. Voordat ik jullie overspoel met de komende activiteiten moet er eerst worden nagenoten van de activiteiten die geweest zijn. In het laatste weekend van oktober is een actieve delegatie van CIA samen met een aantal betrokkenen op bindingenweekend geweest. Erwin Krol was ons welgezind waardoor wij elke ochtend buiten konden ontbijten in het pittoreske bospark waar wij gelegerd lagen. Door middel van het spelen van levend stratego, allerhande balspellen en de kinderen voor kinderenmarathon

is het gelukt om de deelnemers dichter tot elkaar te brengen. Het was in alle opzichten een onvergetelijk weekend. Vier November was voor een groot aantal mensen een grote dag omdat op die dag de interstedelijke criminologiedag plaatsvond in Amsterdam. De commissie heeft heel hard gewerkt om de ochtend te vullen met een groot aantal workshops rond het thema ‘Global Organized Crime’. ’s-Middags was er een forum met als onderwerp ‘de aanpak van internationale georganiseerde criminaliteit’. Onder leiding van Prof. Dr. H.G. van der Bunt discussieerden misdaadjournaliste Marian Husken, Prof M.G.W. de Boer, mr.S. Burmeister( advocaat van verschillende verdachten van internationale criminaliteit), en Aleid Wolfsen ( lid van de tweede kamer voor de PvdA) over dit onderwerp. Wat opkomst en inhoud betreft was deze dag een enorm succes.

Fiat Justitia

01-56_610538 51

Op het moment van schrijven begint over vijf uur het Cia-feest op Gaudium. Na een tegenvallende eerste week hebben we toch genoeg kaarten verkocht om zeker te zijn van een geslaagd feest. In Januari zal er een excursie plaatsvinden naar de rechtbank en in 14 Februari zal het Albeda college bezocht worden. Verder is de bestemming van de reis reeds bekend. We zullen tussen 7 en 14 april een vijftal dagen verblijven in Portugal. Namens het vierde bestuur van Criminologie in Actie, Kees van Dam Voorzitter 2005-2006 51

21-12-2005 13:16:37


D.J. Veegens Waarde lezer, Allereerst willen wij iedereen een gelukkig nieuwjaar toewensen! Met veel plezier kunnen we terugkijken op een geslaagde Masterclass Pleiten die het afgelopen najaar gehouden is. Het waren drie zeer leerzame en leuke bijeenkomsten bij kleine advocatenkantoren, te weten: Kneppelhout & Korthals, Van Traa en Stadermann Luiten. Het was een succes dankzij de gedreven deelnemers en de inzet van de kantoren. Iedereen bedankt! Op dit moment zullen nog een groot aantal studenten bezig zijn met tentamens. Succes! Hierna biedt D.J. Veegens jou het volgende aan: onze jaarlijks terugkerende Pleitcursus. Een cursus die je zeer goed kan combineren met je ‘gewone’ studieleven. Een waarvan je al vroeg tijdens je studie in contact komt met

wellicht een van je latere werkgevers. En vooral een cursus waaraan je later met veel plezier op terug kijkt. De Pleitcursus zal gehouden worden gedurende de maanden februari tot en met mei 2006. De pleitcursus bestaat uit vijf kantoorbezoeken en een rechtbankbezoek. Naast het feit dat de pleittrainingen door ervaren advocaten worden gegeven, is deze pleitcursus een uitstekende manier om kennis te maken met de grootste advocatenkantoren in Nederland, zoals Houfhoff Buruma, De Brauw Blackstone Westbroek en Loyens & Loeff. Dus wil je je presentatie- en pleitvaardigheden verbeteren? Heb je je bachelor 1 afgerond? Wil je op een leuke en leerzame manier kennis maken met grote advocatenkantoren? Aarzel dan niet en meld je aan!

Heb je de smaak van het pleiten te pakken, dan kun je de eer van Rotterdam hoog houden in één van de pleitwedstrijden! Dit jaar zal D.J. Veegens meedoen aan de Nationale Snelpleitwedstrijden en de Nationale Pleitmarathon. Heb je nog vragen, wil je informatie of lid worden, mail dan naar info@djveegens.nl. Met vriendelijke groeten, Het 21e D.J. Veegens-bestuur, Charlotte van Steenderen, voorzitter Mariëlle Giraldo, secretaris Coen van der Mark, penningmeester

In Duplo Beste lezer, Het nieuwe jaar is aangebroken. Nu zul je misschien denken: ‘Ja, en nu? Ik heb al heel wat nieuwe jaren gehad.’ Laat ik dan met je door die deur heen stappen en alvast een vooruitblik werpen op hetgeen In Duplo haar leden te bieden heeft in dit nieuwe jaar. Ik zal kort de grootste activiteiten aanstippen. In januari bieden we de eerste- en tweedejaars mr.drs.-studenten de gelegenheid om met ons mee te gaan naar Luxemburg. Vervolgens zal er in maart een congres plaatsvinden. Daar zullen sprekers en bedrijven met uiteenlopende achtergronden ingaan op een thema dat economie en recht bij uitstek samenbrengt: mededinging. In april zal onze studiereis plaatsvinden naar een nog bekend te maken locatie. Houdt daarom onze website www.induplo.nl goed in de gaten voor meer informatie 52

01-56_610538 52

over al hetgeen hierboven is genoemd en voor de vele andere activiteiten. Op onze site kun je niet alleen meer informatie vinden over onze activiteiten en de vereniging, maar ook is er meer info over het mr.drs.-programma te vinden. Zoals menigeen zal weten, staan er vrijstellingen open voor mr.drs.-studenten. Op de site zijn diverse vrijstellingsbrieven te vinden die je kunt downloaden en kunt opsturen naar de examencommissie. Daarnaast is het forum vast onderdeel van onze site geworden. Het is niet alleen een leuk tijdverdrijf, maar je kunt er bijvoorbeeld ook je oude studieboeken te koop zetten.

Tot slot wil ik ieder In Duplo-lid het volgende voornemen voor 2006 meegeven. Betreed eens gewapend met een In Duplo-almanak de collegezalen en spreek eens dat ene meisje of die ene jongen die je herkent van een college bij de andere studie aan, opdat de anonimiteit die inherent is aan beide studies doorbroken wordt. Rest mij je een mooie jaar toe te wensen. Ik hoop dat je je vingers heb weten te behouden zodat je in februari mee kan doen aan het In Duplo pooltoernooi. Namens het Zevende Bestuur der In Duplo, Fabian Nagtegaal Voorzitter In Duplo 2005-2006

Fiat Justitia

21-12-2005 13:16:40


Ius Mobilé

naar het buitenland te maken, denk aan Brussel of Luxemburg.

Beste studenten, De feestdagen zitten er alweer op en dus moeten al die overtollige oliebollen en appelflappen er af. Dit kon mooi gebeuren door het zwoegen en zweten op de tentamens die net achter de rug zijn. Allereerst wensen wij jullie een heel gelukkig en gezond Nieuwjaar toe. We hopen dat dit een mooi, leuk en interessant (studie-) jaar voor jullie zal worden. Goede voornemens horen bij een nieuw jaar, dus dit is een mooie gelegenheid om lid van ons mooie staats-, bestuurs- en internationaal-rechtelijk dispuut te worden! Hoe je je kunt aanmelden, zie je hieronder. In ieder geval kijken wij terug op een gezellig 2005. We hebben veel leuke activiteiten gehad: Ons bezoek aan de Raad van State en de Eerste en Tweede

O.R.D. Beste JFR-leden, Het eerste semester is bijna om en dus staan de tentamens voor de deur. Het eerste deel van het studiejaar is snel voorbij gegaan maar het ORD heeft niet stil gezeten! Op 28 oktober hebben wij met twintig man een bezoek gebracht aan advocatenkantoor NautaDutilh in Rotterdam. Hier hebben wij een casus op het gebied van vervoersrecht behandeld. Nu hebben we een goed beeld gekre-

Kamer bijvoorbeeld. Dit gaan wij zeker doorzetten naar volgende jaren. Niet alleen in de boeken zitten, maar ook leuke activiteiten bezoeken zal het jaar voor jou zeker verrijken. Wat dat betreft heeft Ius Mobilé veel voor jullie in petto. Zo zullen wij dit jaar (uiteraard) aandacht besteden aan de aankomende gemeenteraadsverkiezingen in maart. Wij zijn van plan om het Rotterdamse stadhuis en een gemeenteraadsfractie te bezoeken. Ook willen wij een bezoek brengen aan onze sponsor Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, ofwel de Landsadvocaat. Even proeven hoe het eraan toe gaat op dit grote en prachtige kantoor… Verder zijn we nog bezig de mogelijkheden te onderzoeken om een tripje

gen van de sectie vervoersrecht en met name zeerecht bij dit kantoor. Ook zijn wij dit semester begonnen met de leukste en grootste activiteit van dit jaar; namelijk de studiereis!!! Dit jaar voert het internationale studieproject ons naar Istanbul. Hier gaan wij onderzoek doen naar Bank- en Effectenrecht maar ook naar het Ondernemingsrecht. We bezoeken vooraf diverse advocatenkantoren in Nederland en gaan daar ter plekke met het thema ook aan de slag. Bezoeken aan bedrijven en kantoren staan gepland, maar ook een bezoek aan de universiteit en natuurlijk een Turks badhuis staan op de agenda. Kortom een interessante aanvulling op je studiestof en een hoop

Voor nu wensen we jullie veel succes met de tentamens en Tot Ius! Voor meer informatie: mail naar iusmobile@hotmail.com, en kijk ook op onze channel (aanmelden via SINonline, Ius Mobile). Met vriendelijke groetjes, Het bestuur 2005-2006 Dennis Coelers, voorzitter Lucien van Daal, vice-voorzitter Ben den Tuinder, penningmeester Stephanie ter Borg, secretaris

gezelligheid met de deelnemers. De reis duurt van 10 - 18 april 2006. De eigen kosten zijn 250 euro. Ben je geïnteresseerd, kijk dan op de site www.ordispuut.nl De studiereis is nog ver weg, daarom organiseren wij op woensdag 14 december een anti-tentamen-stress activiteit voor onze leden. We gaan vanaf 17.30 uur schaatsen op de Winterpleinbaan op de Kop van Zuid. Gezellig schaatsen onder het genot van warme chocomel. Zorg dat je dit niet mist! Wil je meer weten over de komende activiteiten, je opgeven voor het schaatsen of heb je andere vragen, mail dan naar bestuurord@hotmail.com. Groeten van het ORD-bestuur en veel succes met de tentamens! Marielle Hoeymans, voorzitter Pieternel Verheijden, vice-voortzitter Kamila Kotlewska, commissaris extern Nynke Pastink, commissaris intern Joep Vuijk, commissaris activiteiten

Fiat Justitia

01-56_610538 53

53

21-12-2005 13:16:46


Probus Beste studenten, Na een relatief lange periode van inactiviteit krijgt het privaatrechtelijk dispuut van de JFR Probus eindelijk nieuw leven ingeblazen. Vier enthousiaste studenten zullen, met ondersteuning van een minstens zo enthousiaste sectie privaatrecht, deze uitdaging met beide handen aangrijpen. Als het nieuwste dispuut van de JFR hebben wij voor de geïnteresseerden binnen de grootste afstudeerrichting van de FRG een zeer uitgebreid scala aan activiteiten in de planning voor het studiejaar 2005/2006!! Wij zullen het gehele privaatrechtelijke spectrum door een vergrootglas bekijken, en inspringen op interessante en actuele thema’s door deze terug te koppelen naar de universitaire theorie. De nadruk zal met name liggen op boeiende kantoorbezoeken, leerzame trainingen en interessante lezingen.

Als doorstartend dispuut zijn ook wij niet gevrijwaard gebleven van kinderziekten in de organisatie van leuke activiteiten in de afgelopen maanden. Wij hebben dit echter als een leerproces ervaren en wij zijn dan ook zeer tevreden met de plannen die nu op tafel liggen voor activiteiten en bezigheden na de zogenaamde winterstop (lees: tentamenstress). Vanaf februari zal Probus in vol ornaat aantreden en een reeks leuke en boeiende activiteiten organiseren. Hier volgt alvast een klein voorproefje. In maart zullen wij een bezoek brengen aan de rechtbank Rotterdam en een civiele rechter spreken die ons een blik in ‘zijn keuken’ zal geven. Tevens hebben wij in de maanden februari tot en met april een aantal lezingen op de gebieden van faillissement en intellectueel eigendomsrechten in de planning staan. Hou de channelberichten in de gaten!

Wichmann

Beste (strafrecht)studenten, Zoals jullie inmiddels van ons gewend zijn valt er ook in dit nummer van Fiat Justitia weer het nodige te melden over activiteiten van ons dispuut. Op 27 oktober vond het, naar is gebleken, nog altijd zeer populaire Beroepenforum plaats. Met dank aan onze sprekers, onze forumvoorzitter en het geïnteresseerde publiek is dit weer een zeer 54

01-56_610538 54

geslaagde avond geworden. Mocht je de avond toch gemist hebben, of graag nog meer ervaringen van recentelijk afgestudeerden willen horen, dan kunnen we nu vast beloven dat we ons uiterste best zullen doen om vol te blijven houden aan deze jaarlijkse traditie. Op 29 november hebben de officier van justitie en de advocaten uit de zaak Murat D. een zeer interessant gastcollege gegeven over deze zaak in het kader van het vak Jeugdstrafrecht en jeugdbeschermingsrecht. Dit college heeft onze beschermvrouwe, mr. dr. J. uit Beijerse georganiseerd. Ook hieraan heeft ons dispuut een bijdrage geleverd. Daarnaast hebben we op 1 december een bezoek gebracht aan de Glen Mills School in Wezep. Helaas is de excursie naar de jeugdinrichting de Hartelborgt in Spijkenisse op 30 november niet doorgegaan. Maar niet getreurd, want in februari zullen we er alsnog naar toe gaan. Voor degenen die

Wij hopen uiteraard onze leden en natuurlijk ook andere belangstellenden in grote getale aan te zullen treffen op onze activiteiten! Mocht je vragen hebben of gewoon benieuwd zijn naar Probus en hetgeen wij dit jaar allemaal te bieden hebben voor de privaatrechtelijk georiënteerde student, dan kun je reageren via bestuurprobus@gmail.com. Tot ziens op een van onze activiteiten of borrels!! Martin Stevens, voorzitter Caroline Ganzeboom, vice-voorzitter Tommy Kreunen, penningmeester Vincent van den Bos, secretaris

het afgelopen semester het vak forensische psychiatrie hebben gevolgd is het misschien interessant om alvast te weten dat wij op 1 maart een excursie naar het Pieter Baan Centrum in Utrecht gepland hebben. Wil je ruim van tevoren weten hoe je hiervoor kunt inschrijven, blijf dan op onze website www.wichmanndispuut. nl letten. Hier kun je ook terecht voor ander nieuws, verslagen en fotoreportages van voorgaande activiteiten. Tot slot zoekt het Wichmann Dispuut een aantal nieuwe bestuursleden. Dus ben jij enthousiast over het strafrecht en lijkt het je leuk om activiteiten te organiseren voor je medestudenten en ervaring op te doen binnen een bestuur, neem dan contact met ons op via wichmanndispuut@hotmail.com. Tot ziens bij onze activiteiten! Annemiek Goetheer, voorzitter Tatiana Glansbeek, secretaris + penningmeester Jan-Arie Verhoef, commissaris extern

Fiat Justitia

21-12-2005 13:16:50


.IEUWÏ#ROOSWIJKÏDEÏGROOTSTEÏBINNENSTEDELIJKEÏHERONTWIKKELINGÏINÏ.EDERLAND (ONDERDENÏTEÏRENOVERENÏENÏNIEUWÏTEÏBOUWENÏHUIZEN /VERHEID ÏWONINGCORPORATIEÏENÏMARKTPARTIJENÏSLAANÏDEÏHANDENÏINEEN +WALITEITÏSTAATÏVOOROP *IJÏOVERZIETÏHETÏGEHEEL

25)-$%.+%.$

(OEÏVERÏREIKTÏJOUWÏKENNIS 'AÏNAARÏWWWHETECHTEWERKNLÏ

01-56_610538 55

21-12-2005 13:17:02


Zij wil een razendsnelle doorstart.

Hij zorgt voor een juridische constructie voor de lange termijn.

Ze heeft haast. Hoe sneller de zaak weer

delingen over de overname. Van de afwikke-

eindfase van je studie civiel, fiscaal of nota-

van de grond komt, hoe groter de kans op

ling van de schulden tot het ontwikkelen van

rieel recht of fiscale economie (wo of heao)

succes. Maar die haast brengt risico’s met

een solide constructie voor de toekomst.

en wil je meer weten over een carrière bij

zich mee. Het nieuwe bedrijf is alleen ge-

De verwachtingen zijn altijd hooggespan-

Loyens & Loeff?

baat bij een juridische constructie die ook

nen. Je bent bij alle onderdelen betrokken,

Stuur een mail naar Anne-Marie Dijkhorst:

op de lange termijn optimaal blijkt.

stuurt specialisten aan en werkt vaak nauw

anne-marie.dijkhorst@loyensloeff.com of

Als advocaat bij Loyens & Loeff N.V. ken je

samen met de belastingadviseurs en nota-

Lot van der Sluijs: charlotte.van.der.sluijs

het spanningsveld. Van de analyse van de

rissen van Loyens & Loeff. Boeiend werk

@loyensloeff.com. Of kijk voor meer infor-

juridische bedrijfsrisico’s tot de onderhan-

voor boeiende opdrachtgevers. Zit je in de

matie op www.loyensloeff.com.

ADVOCATEN

01-56_610538 56

BELASTINGADVISEURS

NOTARISSEN

21-12-2005 13:17:05

/Fiat_Justitia_Editie_2_2005-2006  

http://fiat.studioreload.nl/uploads/media/Fiat_Justitia_Editie_2_2005-2006.pdf

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you