Issuu on Google+

Hoofdstuk 1 Claire McCall zette het pistool op scherp en legde haar vinger om de trekker. Ze staarde in het duister. Het was aardedonker in haar slaapkamer. Het enige vage licht kwam van de groene letters op haar radiowekker: 03.00. De cijfertjes waren het irritante bewijs dat het haar voor de zoveelste nacht op rij niet lukte om in slaap te vallen. Haar hart bonsde in haar keel terwijl ze gespannen met het pistool in het duister mikte, wachtend op een nieuw geluid in de stilte van de nacht. Ze f luisterde zijn naam: ‘Tyler.’ Het was nu zes weken geleden dat hij geprobeerd had haar te verkrachten, zes weken na die plotselinge, nachtelijke agressie in deze slaapkamer door de man van wie ze nu wist dat hij Tyler Crutchfield heette, maar die zij gekend had als Cyrus Hensley, de klusjesman in haar praktijk. Ze staarde naar het dunne spleetje licht dat onder de slaapkamerdeur door scheen. Opnieuw kraakten de oude vloerplanken. Er was iemand! Zittend op de rand van haar bed knikte ze langzaam, maar resoluut. Ze voelde het gewicht van het pistool in haar hand en dacht terug aan de laatste keer dat ze ermee had geschoten. Dat was hier, in deze slaapkamer bij het voeteneind van haar bed, toen ze zich tegen hem verdedigde. Claire hief langzaam haar hand met het pistool op. Ze verzamelde moed voor de sprong naar de deur. Deze keer gebruik ik dit geweer niet slechts om je te verwonden. Buiten hulde het afgelegen bergdorpje Stoney Creek zich behaaglijk in de nacht die als een deken over het dorp en de Appelvallei lag uitgespreid. Rondom het huis hoorde ze de vertrouwde geluiden van de nacht: een blaffende hond van verre buren, het geruis van de pijnboomtakken die door de wind tegen de dakrand van de kleine bungalow van haar ouders schuurden, de tjirpende cicaden en een koor van kikkers op zoek naar voedsel, liefde of beide. Maar Claire had ook iets anders gehoord. Binnen. Eerst iets in de gang en daarna in de keuken. Voetstappen. Behoedzaam, om de boxspring

7


matras niet te laten piepen, stond ze op en liep naar de deur. Ze draaide hem van het nachtslot, schoof de deurketting weg, pakte de deurknop en trok langzaam de deur open. Met het pistool in de aanslag sloop ze de gang in. Aan het einde van de gang bleef ze staan om te luisteren. Er werd een glas op het aanrecht gezet. Met een snelle beweging liep ze de keuken in, het pistool gericht op de plek waar het aanrecht was. Na enkele momenten waren haar ogen gewend aan het halfduister. Ze zag een vrouw staan met het gezicht van haar afgewend, starend door het raam naar de sterrenhemel. Claire liet het pistool zakken en zuchtte diep. Haar moeder draaide zich om. ‘Help!’ gilde ze en morste de helft van het glas water over haar nachtpon. ‘Claire! Je laat me schrikken.’ ‘Mam.’ Ze volgde de blik van haar moeder, die uitkwam op het pistool in haar hand. ‘Ik –’ Ze stopte met praten. ‘Ik dacht dat je een inbreker was.’ ‘Doe dat pistool weg! Straks schiet je nog iemand dood!’ Voorzichtig vouwde Claire haar van de spanning wit aangelopen vingers open en legde het pistool op het aanrecht. ‘Nu weet ik echt dat er een steekje bij je loszit.’ Claire besefte dat ook. Ze kon het niet ontkennen. Ze haalde haar schouders op. ‘Angst is nu eenmaal iets irrationeels.’ ‘Tyler zit in de gevangenis, lieverd. Die komt hier echt niet ’s nachts op bezoek.’ ‘Dat weet ik ook. Alleen zit er iets in me wat met die kennis geen rekening houdt.’ Della stapte naar haar dochter toe en sloeg haar armen om Claire heen. ‘Wordt het niet eens tijd dat je hulp gaat zoeken?’ ‘Daar hebben we het al over gehad.’ Claire maakte zich los en legde haar hand weer op het pistool. ‘Ik voel me gewoon veiliger als dit ding binnen handbereik is. Dat geeft toch niets?’ Della veegde een lok van haar grijs wordende blonde haar achter een oor. ‘Hoe bestaat het dat ik zo’n stijf kop heb voortgebracht als jij?’

8


Claire gluurde terug naar haar moeder. Het voelde toch niet prettig dat haar eigen moeder zich over haar bezorgd maakte. Della lachte. ‘Kijk niet zo zielig’, zei ze en ze draaide zich weer naar het aanrecht. ‘Koffie?’ ‘Ik wil slapen.’ ‘Toch moet je er nog eens over nadenken of het niet beter is om hulp te vragen.’ ‘Het gaat vanzelf over. Geef het wat tijd.’ ‘Wil je weten wat ik denk?’ Claire schudde haar hoofd en ging aan de keukentafel zitten. ‘Het maakt niet uit of ik ja of nee zeg. Je stopt nu toch niet voordat je me precies hebt verteld wat je allemaal denkt.’ ‘Je bent volgens mij niet meer bang voor die Tyler.’ Della knipte het lampje boven het aanrecht aan. ‘Hoeveel sloten heb je op je slaapkamerdeur?’ Claire reageerde niet. Ze wisten allebei het antwoord. ‘Tyler zit achter slot en grendel. We wonen in Stoney Creek, een dorp dat bekendstaat als een van de veiligste dorpen uit de verre omtrek. Het is dus niet rationeel als je zo veel moeite doet om jezelf te beschermen.’ Claire zuchtte. ‘Ik zeg toch net dat angst irrationeel is?’ ‘Je probeert je te beschermen tegen de toekomst. Sinds je de uitslag hebt gekregen van het genetische onderzoek of je het gen hebt dat de ziekte van Huntington veroorzaakt, trek jij je steeds meer in jezelf terug. Je hangt niet alleen je eigen slaapkamerdeur, maar ook andere deuren in huis vol met sloten, je hebt een alarm laten aanleggen in het huis, je hebt een busje pepperspray onder je kussen liggen en een pistool op je nachtkastje.’ ‘Hij wilde me verkrachten, mam. Daar mag je als jonge vrouw toch best een tijdje last van hebben?’ ‘Ik ken je toch? Je hebt al eerder van die erge dingen meegemaakt en toen reageerde je er niet zo sterk op.’ Della spreidde gefrustreerd haar armen. ‘Mag ik de naam Brett Daniels even noemen?’ zei ze. Dat was

9


een arts in opleiding die er niet mee kon omgaan dat anderen hoger scoorden dan hij, waardoor hij zijn positie dreigde te verliezen. Hij had Claire op een ziekelijke manier gestalkt toen zij eerstejaars artsassistent was. ‘Met een spuitbus kalkte hij bedreigingen op je voordeur en hij heeft zelfs geprobeerd je van de weg te rijden, een ravijn in.’ ‘Nou en?’ ‘Nou en?’ Della schudde haar hoofd. ‘Toen reageerde je toch ook niet zo angstig als nu?’ ‘Maar dit is anders. Dit gebeurde in mijn eigen huis, in mijn eigen slaapkamer. Misschien moet ik verhuizen of zo.’ ‘Volgens mij doe je dit onbewust om je te verdedigen tegen je eigen toekomst.’ ‘Ben je nu opeens psycholoog?’ ‘Ik ben je moeder. Ik ken je goed genoeg om iets zinnigs over je te zeggen.’ Claire snoof minachtend. ‘Je gebruikt die Tyler alleen maar als een excuus. Er is nu maar één ding waar je bang voor bent, en dat is niet Tyler.’ Claire keek naar haar moeder, die donker afstak tegen het licht van de lamp achter haar hoofd. ‘De ziekte van Huntington’, zei ze langzaam. De ziekte die ze van Wally, haar vader, had geërfd. Met sarcasme in haar stem voegde ze eraan toe: ‘Je denkt toch niet dat ik zo dom ben om te geloven dat ik met een pistool die genetische ziekte weg kan schieten?’ ‘Natuurlijk niet. Maar dat jij een pistool nodig hebt om je veilig te voelen, komt volgens mij wel voort uit je angst dat jou een vreselijke toekomst wacht doordat je Huntington gaat krijgen.’ Het liefst zou Claire een woeste scheldkanonnade beginnen. Was dat boosheid over het inzicht van haar moeder? Of is die irrationele angst het eerste symptoom van Huntington? Een van de eerste symptomen is immers dat je persoonlijkheid verandert, dat je je emoties niet meer in de hand hebt, zodat je sneller – Ze balde een vuist en telde: Een, twee, drie, vier, tien! ‘En waar heb je psychologie gestudeerd, dan?’

10


Della staarde haar aan op de manier waarop je kijkt naar een onbekend iemand die zonder het te weten een veeg mayonaise op zijn wang heeft: een blik vol medelijden en schaamte tegelijkertijd. ‘Ik ga nog wat slapen’, mompelde Claire. Ze stond op en liep naar de gang, maar niet voordat ze het pistool van het aanrecht had gepakt. ‘Claire’, zei haar moeder zachtjes. Zonder iets te zeggen keek Claire over haar schouder naar haar moeder. ‘Ik zag vorige week in een bruidswinkel in Brighton een prachtige trouwjurk hangen. Die moeten we echt samen bekijken.’ Claire glimlachte. Dat was haar moeder ten voeten uit. Ze probeerde altijd om het leven ook van de zonnige kant te bekijken. Deze opmerking maakte ze natuurlijk om haar eraan te herinneren dat John haar enkele weken geleden ten huwelijk had gevraagd, nádat bekend was geworden dat zij het Huntington-gen had. ‘Oké, mam’, f luisterde ze. Ze zweeg even. ‘Ik heb later vandaag een afspraak met mijn maatschappelijk werker. Misschien durf ik haar te vragen wat zij vindt van jouw theorie.’ Claire liep door de gang terug naar haar slaapkamer. Ze draaide de deur weer op slot en schoof de deurketting terug op z’n plaats. Het pistool legde ze op het nachtkastje. Ze tastte met haar hand onder het kussen tot ze het busje pepperspray voelde. Ze ging liggen en staarde klaarwakker voor zich uit. Ze vroeg zich of ze het eigenlijk wel kon maken om te trouwen met de man van haar dromen. Mam wil dat ik naar trouwjurken ga kijken. Er welden tranen op in haar ogen. Maar is het wel eerlijk om zijn toekomst te vergallen, alleen maar omdat ik die vreselijke ziekte krijg? Het staat nu immers vast dat ik het krijg! Tegen negen uur de volgende ochtend was het een en al bedrijvigheid bij het bedrijf Medical Records Solutions. Ami Grandle lurkte aan haar tweede bekertje koffie en keek op toen Bob Estes langs haar bureau liep. ‘Het orthopedisch centrum Valley Orthopedics heeft gebeld’, zei ze. ‘Ze willen dat je een demonstratie verzorgt over onze patiëntensoftware.’

11


Bob vulde eerst zijn koffiebeker bij en legde toen met een dramatische beweging een krant op haar bureau. ‘Moet je dit eens zien. Neemt die Cerelli vrij omdat hij ziek is en moet je dit nu eens lezen.’ ‘Hoor je wel wat ik zeg?’ zei ze. ‘Dokter Smith zei dat hij –’ ‘Ja, ja, ja’, kreunde Bob. ‘Maar kijk nou eerst eens hiernaar.’ Hij tikte met zijn vinger op een kleine advertentie en een foto in de krant. ‘Cerelli moet echt heel erg hard zijn hoofd gestoten hebben tijdens dat auto-ongeluk.’ Carol Dawson liep het kantoortje in, klikkend op haar hoge hakken. ‘Dat is oud nieuws. Cerelli heeft al jaren een relatie met die griet.’ Ami keek naar de kleine verlovingsaankondiging in de krant Brighton Daily. Ze voelde een knoop in haar maag. Ze wist dat haar collega John Cerelli een knipperlichtrelatie had met die blonde dokter uit Stoney Creek. Maar de laatste keer dat John bij Ami zijn hart kwam luchten, vlak voor het auto-ongeluk, had hij gezegd dat hij de moed had opgegeven om Claire ten huwelijk te vragen. ‘Dit geloof ik niet’, mompelde ze. Carol tikte tegen de krant. ‘Je bloost.’ Ami smeet de krant in de prullenbak. Bob stak een vinger achter zijn broekriem en leunde tegen haar bureau. ‘Je vist achter het net, meid. Da’s pech voor jou.’ Carol kwam ook naar het bureau toe. Ami wendde haar blik af, in de hoop dat haar twee collega’s haar zo snel mogelijk alleen lieten. ‘Wat is er?’ vroeg Carol. ‘John is veel te goed om door zo’n snol gebruikt te worden die hem nooit zekerheid geeft.’ Ami zag dat Carol en Bob een veelbetekenende blik uitwisselden. Ze kreeg het warm en voelde dat ze nu echt ging blozen. John was zo lief voor haar geweest, al vanaf de eerste dag dat ze hier werkte. Blijkbaar had ze er te veel achter gezocht, te veel gehoopt. Ze deed net alsof ze het opeens heel druk had met de stapel papieren op haar bureau. Dan hoefde ze tenminste niet terug te kijken naar haar collega’s. Carol pakte Bob bij een arm en trok hem weg bij het bureau. ‘Kom

12


maar eens even mee, jongen. Als je zo dicht bij haar bureau blijft staan, kan ze natuurlijk niet werken.’ Ami wachtte tot haar collega’s weg waren uit haar kamer. Daarna pakte ze de krant weer uit de prullenbak en bekeek de foto van de twee dolgelukkige jonge mensen. Ze trok haar bovenste laatje open en griste er een schaar uit. Met nijdige gebaren knipte ze Johns deel van de foto uit, los van die glimlachende blondine aan zijn zij, en f luisterde: ‘Ik weet wat je voor me voelt, John.’ Ze legde zijn lachende gezicht in het laatje, verfrommelde de rest van de pagina tot een grote prop en smeet die weer in de prullenbak. ‘Zo makkelijk laat ik me niet aan de kant schuiven. Ik ben veel beter dan die stomme dokter McCall.’ Later die ochtend zat Claire tegenover Ginny Byrd, haar maatschappelijk werker van de afdeling genetica in het universiteitsziekenhuis van Brighton. ‘De ziekte van Huntington zet de wereld op z’n kop.’ Die opmerking van Ginny bleef als een donderwolk in de spreekkamer hangen. ‘Volledig’, beaamde Ginny. ‘De wetenschap dat je drager bent van een gen dat onherroepelijk een dodelijke ziekte veroorzaakt, geeft je vleugels of slaat je lam.’ De maatschappelijk werker voor genetische aandoeningen legde haar handen op haar schoot. ‘En voor een groot deel heb je dat zelf in de hand.’ Claire knikte. Dit was nou precies wat ze zo waardeerde aan Ginny Byrd, of Virginia, zoals ze volledig heette. Ze legde de vinger direct op de zere plek. Jij zou een goede chirurg zijn. Vandaag zou haar laatste gesprek moeten zijn, een afsluitende bespreking met Ginny om te kijken hoe Claire omging met de wetenschap dat ze drager was van het Huntington-gen en dus op middelbare leeftijd de gevreesde ziekte zou krijgen. Ginny zag eruit alsof ze in de jaren zestig was blijven steken. Haar grijsblonde haar droeg ze in een simpele vlecht. Samen met een Afrikaanse kralenketting en een eenvoudige rok straalde haar korte, ranke lichaam een charmante warmte uit die Claire vanaf hun eerste ontmoeting een

13


goed gevoel had gegeven. Ze tikte peinzend met een potlood op een kladblok en stak vervolgens het potlood tussen haar haren, onder aan de vlecht. ‘Hoe beïnvloedt de wetenschap dat je nu het gen draagt je relaties?’ Claire voelde dat ze bloosde. ‘Ik ben nu verloofd.’ Ginny boog naar voren en pakte Claires handen. ‘Zoiets heb ik gehoord, ja. Het is dus meer dan een gerucht?’ ‘John wilde per se wachten met mij ten huwelijk te vragen totdat de uitslag van het genetische onderzoek bekend was. Hij dacht dat dat het beste was voor mij. Hij wilde het me al veel eerder vragen, maar hij was bang dat ik dan ja zou zeggen en dat ik vervolgens na de uitslag van het onderzoek zou denken dat hij er spijt van had. Dat hij eigenlijk alleen maar met me wilde trouwen als ik geen drager was van het gen.’ Ginny straalde. ‘Wat een gave vent.’ Ze liet Claires handen weer los. Onwillekeurig dacht Claire terug aan het gesprekje van de afgelopen nacht met haar moeder in de keuken. ‘Het kost me soms een beetje moeite om de moed erin te houden. Wat ik wil, nu ik weet dat ik het gen heb, is dat ik daardoor juist energie krijg om elke dag het onderste uit de kan te halen’, zei ze. ‘De kans is groot dat John en ik niet heel veel jaren in gezondheid samen zullen zijn. Daarom hebben we elkaar beloofd dat de ellende die ons in de toekomst te wachten staat, niet de vreugde van vandaag mag bederven.’ Ze keek naar de vloer, bang dat haar ogen zouden verraden wat ze werkelijk voelde. Oké, die zin zit goed in mijn hoofd, maar beleef ik het ook met mijn hart? ‘Fantastisch.’ Ginny glimlachte. ‘Als er iemand is die toe is aan rust en een beetje geluk, dan ben jij het wel.’ Claire probeerde te glimlachen. ‘We maken al plannen voor de bruiloft.’ Ze schudde haar hoofd. ‘Er moet nog zo veel gebeuren.’ Ze stak haar vingers op en begon af te tellen: ‘Bloemist, fotograaf –’ ‘Kerk, catering’, voegde Ginny toe. ‘Kapper, manicure –’ ‘Cameraman, uitnodigingen’, maakten ze samen de lijst lachend af. Ze bleven even zwijgend zitten. Zwijgen voelde bij Ginny net zo

14


veilig en prettig als samen lachen. ‘Dat klinkt goed. Alles loopt op rolletjes’, zei Ginny. Claire knikte. Ze wilde het zo graag zelf geloven. ‘Ja.’ ‘Je gelooft het zelf niet.’ ‘Ben ik zo doorzichtig?’ ‘Laten we zeggen dat je houding een open boek is, hoewel je er een kei in bent om een vrolijk gezicht te trekken.’ ‘Ik denk dat ik een beetje bang ben om mezelf te binden.’ Ginny schudde haar hoofd. ‘Misschien durf je het niet aan om iemand anders voor je te laten zorgen.’ ‘John hoeft toch niet onder mij te lijden?’ ‘Misschien realiseer jij je niet wat het betekent om je leven aan hem toe te vertrouwen. Dat betekent dat jij jezelf moet wegcijferen, dat je hem voor je laat zorgen.’ Claire fronste. ‘Hij houdt van mij zoals ik nu ben. Het kan toch zo zijn dat hij niet meer van me houdt als ik zo word als mijn vader nu is?’ ‘Soms is liefde op z’n mooist in tijden van ziekte en verdriet.’ Het klonk als een spreuk voor een wandtegeltje. Claire had geen puf om ertegen in te gaan en dus ging ze maar glimlachen. Ze trok een vrolijk gezicht. ‘Ja.’ ‘En – Wally?’ De glimlach verdween van Claires gezicht. Zoals altijd liet Ginny haar niet met rust. ‘Papa?’ Ze schoof onrustig heen en weer. ‘Hij wordt zo mager.’ ‘Ik ben meer geïnteresseerd in jouw gevoelens. Hoe heeft de wetenschap dat hij het gen aan jou heeft gegeven de verhouding tussen jullie beïnvloed?’ Claire haalde diep adem. De manier waarop Ginny haar begeleidde was effectief, maar ook pijnlijk. Ze legde niet alleen haar vinger op een zere plek, maar begon er ook aan te krabben. ‘Die hele ziekte van Huntington heeft veel oud zeer tussen mij en mijn vader opgeruimd. Vanaf het moment dat het bewezen was dat hij Huntington had, kon ik hem zijn onberekenbare gedrag en agressie vergeven.’ Ze zweeg

15


even. ‘Het heeft me geholpen om een deel van mijn verdriet over vroeger te verwerken.’ Ze pinkte een traan weg. ‘Hij zegt nu dat hij van me houdt.’ ‘Maar?’ Nu kwam Ginny bij een wond waar Claire haar niet wilde hebben. Met de vingers van haar rechterhand drukte ze haar oogleden dicht. Even later opende ze haar ogen weer en hief haar hoofd op. ‘Hoe weet je nou dat er een maar is?’ ‘Dat is altijd zo bij de ziekte van Huntington.’ Er gleed een traan uit Claires ooghoek. Met hese stem zei ze: ‘Vanaf dat ik wist dat hij Huntington had, lukte het me om veel energie en positiviteit uit te stralen, ook als ik bij papa op bezoek was. Volgens mij was ik er diep vanbinnen van overtuigd dat ik het gen niet had. Daarom was ik in staat mezelf te geven.’ ‘En nu?’ Claire zweeg. Het had geen zin om bij Ginny net te doen alsof. Ginny prikte overal doorheen. ‘Ik vind het nu afschuwelijk om hem te zien. Zolang ik maar lekker druk ben met mijn werk, of iets leuks doe met John, of als ik bezig ben voor de bruiloft, dan voel ik me prima. Huntington blijft altijd ergens in m’n achterhoofd zitten, maar op die momenten ben ik er niet echt mee bezig.’ Ze schudde haar hoofd. ‘Maar als ik bij Wally ben, dan slaat de ellende me gewoon in m’n gezicht. Hij kan bijna geen zinnig woord meer uitbrengen. Zijn hoofd, armen en benen schuiven voortdurend heen en weer en bonken tegen de zijkanten van zijn bed. En het is dan net alsof ik mezelf zie liggen.’ ‘Wat doe je daarmee?’ ‘Ik ga er zo min mogelijk heen.’ ‘Ben je boos?’ ‘Op m’n vader?’ Daar moest Claire even over nadenken. ‘Hij kan er niets aan doen. Toen hij met mijn moeder een gezin stichtte, was hij er niet van op de hoogte dat hij een erfelijke ziekte had.’ ‘Waar komt die boosheid dan vandaan?’ ‘Wie zegt er dat ik boos ben?’

16


‘Je zit met gebalde vuisten in de stoel. Dat deed je vanaf het moment dat je over je vader begon.’ Claire keek naar haar handen, die ze inderdaad tot vuisten had gebald. Zo krampachtig dat haar knokkels wit waren weggetrokken. Ze ontspande haar vingers. ‘Het geeft niet, Claire. Boosheid is een normale menselijke reactie als je erachter komt dat je drager bent van het gen dat de ziekte van Huntington veroorzaakt.’ Ze haalde haar schouders op. ‘Meestal wordt de schuld gegeven aan de ouder die het gen heeft doorgegeven. Of aan God.’ Claire knikte. ‘En wat moet ik daarmee doen?’ ‘Doen?’ Ze boog naar voren. ‘Jij bent echt zo’n chirurg. Je denkt dat er voor alles een praktische oplossing is.’ Claire hief vragend haar handen op, alsof ze zich overgaf. ‘Dit is niet een probleem dat je kunt oplossen door er even iets aan te doen.’ ‘Ik slaap met een doorgeladen pistool naast mijn bed.’ Ze besloot dat ze niet ook zou vertellen over de drie sloten op haar slaapkamerdeur en de pepperspray. Ze keek Ginny recht in het gezicht. ‘Volgens mijn moeder blijkt daaruit dat ik me wapen tegen de toekomst.’ Ginny leunde achterover in haar stoel en deed haar benen over elkaar. ‘En? Heeft ze gelijk?’ Echt weer zo’n streek van hulpverleners. Een vraag beantwoorden met een wedervraag. ‘Ik heb nog vaak nachtmerries over die poging tot verkrachting’, zei ze schouderophalend. Ginny knikte, maar zei niets. ‘Oké, misschien heeft ze wel een beetje gelijk. Ik weet dat de dader in de gevangenis zit en dat er dus niemand is die het op mij heeft gemunt. Misschien is het zo dat mijn angst het gevolg is van iets anders.’ ‘Je bent er heel goed in om kracht uit te stralen, Claire. Volgens mij ben je ook echt een heel sterke vrouw.’ ‘Maar.’ ‘Maar je bent ook gewoon een mens. Vrouwen die slachtoffer zijn

17


geworden van seksueel geweld hebben er vaak baat bij om erover te praten.’ ‘Twee tegen een. Dat is niet eerlijk.’ Ginny keek haar vragend aan. Claire legde het snel uit: ‘Mijn moeder kwam met precies dezelfde oplossing. Ik neem aan dat jij dat soort therapie niet doet?’ ‘Nee, dat is een heel andere tak van sport, meisje. Maar ik kan wel een doorverwijzing voor je schrijven.’ Ze zuchtte. ‘Ik moet er nog over nadenken.’ Ginny plukte het potlood uit haar vlecht. Vanaf de plek waar Claire zat, leek het net alsof ze het potlood zo uit haar hoofd trok. Dat vond ze een huiveringwekkende gedachte. De maatschappelijk werker tikte met het potlood op haar schoot. ‘Wally heeft niet lang meer te leven.’ Ze zweeg even, misschien om Claire tijd te geven de woorden tot zich door te laten dringen. ‘Je kunt dus stellen dat dit het laatste hoofdstuk is in de relatie tussen jou en je vader. Als je nu contact met hem vermijdt, verlies je dus iets wat je nooit meer goed kunt maken.’ ‘Ik denk dat je niet helemaal begrijpt wat ik bedoelde. Wally kan niet meer lopen. Hij kan bijna niet meer slikken. Zijn armen en benen wapperen over het bed alsof hij verdrinkt. Hij kan niet meer naar het toilet, dus plast hij hele luiers vol. Dat stinkt! En doordat hij voortdurend beweegt, zweet hij ook nog eens voortdurend. Ik word al misselijk als ik zijn kamer in loop.’ Ze aarzelde en keek Ginny toen strak aan. ‘En de enige die ik zie als ik naar zijn bed kijk, is mijzelf!’ ‘Ik weet het, Claire. Dat moet verschrikkelijk voor je zijn.’ ‘Het is erger dan verschrikkelijk. Het is zelfs zo erg dat ik hoop dat iemand mij uit mijn lijden verlost, voordat ik er zo erg aan toe ben als hij.’ Ginny knikte begrijpend en bleef even stil zitten met haar handen gevouwen op haar schoot. ‘Mag ik je een voorstel doen?’ Claire hield haar hoofd een beetje schuin. ‘Bekijk het eens van de positieve kant?’

18


‘Ben ik zo voorspelbaar?’ lachte Ginny. Ze grinnikte. ‘Een beetje.’ ‘Probeer zo’n bezoek nou eens positief bekijken. Zorg ervoor dat elk bezoek aan je vader een stimulans wordt om alles uit het leven te halen wat er op dat moment voor jou in zit, in plaats van een excuus om te gaan zitten piekeren over de toekomst.’ Die gedachte raakte een gevoelige snaar. Dat was precies wat Claire wilde, waar ze naar verlangde. Het ging de afgelopen maanden veel te goed tussen haar en haar vader om dat te laten verknallen door de angst voor haar eigen toekomst. Ze wilde en mocht deze laatste maanden met Wally niet verloren laten gaan. Ze keek op naar Ginny. ‘Dat ga ik proberen.’ Claire nam afscheid van haar maatschappelijk werker en liep de ziekenhuisgang in, peinzend hoe al deze gesprekken haar konden voorbereiden op de toekomst. Ik ben verloofd met John Cerelli. Dat moet me toch juist gelukkig maken? Waarom vraag ik me dan af of het echt zover zal komen? Waarom twijfel ik?

19


Alles wat ik nodig heb h1