Page 1

algemeen

TEKST: FERRY WATERKAMP | FOTO ROELOF POT

Manager ICT Services Erwin van den Heuvel van het UMC Utrecht:

“De dienst­ verlening moest ­keihard doorgaan”   Het Universitair Medisch Centrum Utrecht nam in november 2011 een nieuw primair datacenter in gebruik, “zonder dat ook maar iemand hinder had ondervonden van de verhuizing van de ­I T-systemen”, zo schetst Manager ICT Services Erwin van den Heuvel. “Dat is misschien wel het mooiste wapenfeit, want de dienstverlening moet wel gewoon keihard doorgaan.” Twee jaar later staat de medische instelling aan de vooravond van de verbouwing van het secundaire datacenter. “Het liefst zou ik ons primaire datacenter kopiëren, maar dat kan niet.”

D

e bouw van een nieuw, primair datacenter en de aanstaande verbouwing van het secundaire datacenter maken deel uit van het omvangrijke UMC-programma ­‘Vernieuwing ICT-infrastructuur’. “Al voor 2005 zagen we een stijgende lijn in de vraag naar server- en storagecapaciteit en die trend was niet meer te stoppen”, vertelt Erwin van den ­Heuvel, die als Manager ICT Services deel uitmaakt van het managementteam Directie Informatie Technologie van het UMC Utrecht. “Er kwamen steeds meer digitale toepassingen, die

1

D A T A C E N T E R

vaak gebruikmaken van zware beeld­ bestanden. Zo ging ook het patiëntendossier digitaal, inclusief beeld.”

Nieuwe ruimte

Het gevolg van de toenemende vraag naar ICT-voorzieningen was dat er steeds meer ‘pizzadozen’ de computerruimtes werden binnengedragen. Om de toename van het aantal servers enigszins af te remmen, nam het UMC Utrecht omstreeks 2007 het besluit om de servers te virtualiseren. “Dit bracht enige verlichting, maar al snel kwam het inzicht dat we het met de bestaan-

J A A R B O E K

I T

M A N A G E M E N T

de computerruimtes niet gingen ­redden. We voerden nog wel enkele noodgrepen uit, zoals waterkoeling in de racks om de servers koel te houden, maar die koeling zorgde weer voor een zwaardere vloerbelasting waar de vloer niet op was berekend. Ook de stroomtoevoer naar de datacenters en de uninterruptible power supplies (UPS’en) hielden het niet meer.” Samen met het bestuur is toen gekeken naar de mogelijkheden om een nieuwe ruimte te bouwen. “Het geld daarvoor was echter niet zomaar beschikbaar en een datacenter is niet

➼ N O V E M B E R

2 0 1 3

2


algemeen

moest een luchtdichte situatie ­worden gecreëerd in een pand dat oorspronkelijk was gebouwd voor de huisvesting van een vuilverbrandingsoven. Ook moest het aantal verdiepingen worden uitgebreid van een naar twee.

Vrije koeling

In de nieuwe situatie bevinden de UPS’en en de generator zich in het energiegebouw. De datavloeren bevinden zich in het naastgelegen pand, met op het dak de installaties voor de koeling. “Voor de koeling zijn we gekomen tot een oplossing die je nog niet veel in de markt ziet”, verzekert Van den Heuvel. Gedurende het grootste gedeelte van het jaar wordt koude

“Het is lastig om ­partijen met verschillende inzichten bij ­elkaar te krijgen” iets waar een arts direct om vraagt”, zo schetst Van den Heuvel de toen­ malige situatie. “We hebben toen besloten om een brede strategiestudie uit te laten voeren om aan de hand van interviews inzicht te krijgen in de functionele eisen van de business. Daaruit kun je dan afleiden wat de eisen zouden moeten zijn van de ICTvoorzieningen, maar ook van telecom. Zo werd door de ondervraagden één ding heel helder gesteld: telefonie moet te allen tijde beschikbaar zijn, ook als het netwerk uitvalt.”

Vuilverbrandingsoven

De strategiestudie vormde de aanzet tot het UMC-programma ‘Vernieuwing ICT-infrastructuur’. Binnen dit programma werden vervolgens deelprojecten geformuleerd zoals het ­uitrollen van een ziekenhuisbreed Wifi-netwerk, de vernieuwing van de telecommunicatie-infrastructuur en de realisatie van een nieuw en duurzaam ‘twin datacenter’.

3

D A T A C E N T E R

De volgende stap was het bepalen wat er zou gebeuren met de twee bestaande computerruimtes van UMC Utrecht. Omwille van de redundantie

“We denken dat ons ­datacenter na zeven jaar weer uit de kosten is” moest ook in de nieuwe situatie sprake zijn van twee datacenters. Een van de opties was om een van de data­centers te plaatsen bij een commerciële aanbieder van datacenterdiensten. “Maar dan zie je dat de verbindingskosten al snel enorm hoog oplopen.” Ook is gekeken naar een samen­werkingsverband met de Universiteit Utrecht. In deze optie zouden beide instellingen hun eigen

J A A R B O E K

I T

M A N A G E M E N T

datacenter bouwen, maar wel de taken van elkaar kunnen overnemen. “Dit plan is uiteindelijk gestokt in de besluitvoering.” Nadat de keuze was gemaakt voor twee datacenters op eigen terrein – zoals ook in de oude situatie het geval – kwam er een ‘gouden tip’ binnen van een werknemer. Van den Heuvel: “Hij had op de campus de ideale ruimte gevonden, pal naast onze eigen energiecentrale. Dit gebouw had ooit een bestemming als vuilverbrandingsoven en was de laatste jaren in gebruik bij de brandweer, maar was voor ons ideaal. Het bevindt zich in de buurt van alle voorzieningen en er lag al een goede verbinding naar het ziekenhuis waardoor we veel op kosten konden besparen. Ook kon het nieuw te ­bouwen datacenter gebruikmaken van de warmte- en koudeopslag die zich al in de energiecentrale bevond.” Hoewel de ruimte ‘ideaal’ was, leverde de bouw van het nieuwe datacenter ook nog wel enkele uitdagingen op. Zo

buitenlucht aangezogen en via twee luchtbehandelingskasten de ruimte in geblazen. De door de apparatuur opgewarmde lucht wordt via ‘schoorstenen’ die bovenop de racks zijn geplaatst weer naar buiten afgevoerd. Bij dit proces gebruikt alleen de ­ventilator in de luchtbehandelingskast energie. Als er sprake is van een hoge luchtvochtigheid of luchtverontreiniging is de procedure iets anders: de ventilatiekleppen gaan dan dicht en de opgewarmde lucht van de datavloer wordt door een warmtewisselaar afgekoeld en direct weer terug op de vloer gebracht. Als de buitentemperatuur hoger is dan 25 °C wordt de buitenlucht eerst afgekoeld met behulp van de warmte- en koudeopslag van de energiecentrale en vervolgens in het datacenter.

Kostenbesparing

De aanpak van UMC Utrecht heeft volgens Van den Heuvel meerdere voordelen. Zo is er voor de koeling

geen verhoogde vloer nodig, maar nog belangrijker is de betere energie-­ efficiëntie die kan worden gerealiseerd en de kostenbesparing die daaruit voorkomt. “We denken dat door deze besparing ons datacenter na zeven jaar weer uit de kosten is.” Met de leveranciers is de afspraak gemaakt dat de Power Usage Effectiveness (PUE) niet boven de 1,25 uit mag komen. Een PUE van 1,26 levert een boete op van 35.000 euro, wat ­volgens Van den Heuvel overeenkomt met de kostenstijging. Naast de energie-efficiëntie draagt ook de modulariteit van het koelsysteem bij aan een zo laag mogelijke PUE. “We staan nu niet vol te koelen, want dat is nog niet nodig. Als we een groeistap maken, kunnen we weer nieuwe units ­bijplaatsen. Ook onze UPS’en die zijn uitgerust met een dynamisch vliegwiel – en alleen aanslaan als het nodig is – leveren een enorme besparing op.” “Sinds de oplevering van het primaire datacenter op 1 november 2011 zijn we altijd onder die 1,25 gebleven”, constateert Van den Heuvel tevreden. “Dit datacenter is nog altijd ‘state-ofthe-art’. Ik kom nog wel eens in ­data­centers en hoor dan de verhalen hoe fantastisch het allemaal is en denk dan: ‘nou, kom maar eens bij ons ­k ijken’. Het is naar mijn mening ­revolutionairder dan wat menig marktpartij oplevert.”

Schuiven en puzzelen

Voor het nieuwe secundaire data­ center zal het UMC Utrecht uit een ander vaatje moeten tappen. Van den Heuvel: “Het liefst zou ik het primaire datacenter kopiëren, maar we hebben geen budget om weer nieuwbouw te realiseren. Dus moet een van de twee oude computerruimtes in het pand van het UMC worden verbouwd en daar hebben we te maken met een heel andere situatie. We kunnen daar bijvoorbeeld niet in de hoogte bouwen en zullen met andere oplossingen moeten komen om een lage PUE te realiseren.” Een andere uitdaging is dat de secundaire ruimte ‘in bedrijf’ zal worden verbouwd. “Dat betekent veel schui-

OVER UMC UTRECHT Het Universitair Medisch Centrum Utrecht is een van de grootste publie­ ke zorginstellingen van Nederland en bestaat uit het Academisch Zieken­ huis Utrecht, het Wilhelmina­Kinder­­ Ziekenhuis, het Centraal Militair ­Hospitaal en de Medische Faculteit van de ­Universiteit Utrecht. De in ­totaal 11.000 medewerkers werken verspreid over twintig gebouwen. Deze gebouwen hebben een totale vloeropper­vlakte van 337.500 m2. De zorginstelling telt duizend bedden en voert jaarlijks 23.000 operaties per jaar uit. Dagelijks komen er 1450 patiënten voor poliklinische behandeling.

ven en puzzelen, maar daar maak ik me niet zo druk om. We hebben bewezen dat we daar goed in zijn: het nieuwe datacenter hebben we in gebruik genomen zonder dat iemand er iets van heeft gemerkt. Dus je gaat systemen verplaatsen en ineens is alles operationeel en werkt alles vlekkeloos. Dat is vrij extreem, maar de dienst­ verlening gaat dan ook keihard door.” Volgens Van den Heuvel is het succes voor een belangrijk deel toe te schrijven aan de projectleider die het UMC Utrecht in de arm heeft genomen en aan ‘een goede dialoog tussen alle partijen die meedoen’. “Het is lastig om partijen met verschillende inzichten – zoals een bouwclub die geen kennis heeft van IT en een IT-club die geen kennis heeft van bouwen – bij elkaar te krijgen. Die twee werelden hebben we bij elkaar gebracht door de projectleider IT bij te schakelen bij het bouwteam zodat je weet wat er op de werkvloer gebeurt. We hebben bovendien wekelijks overleg gevoerd met alle betrokken partijen zodat je altijd zicht hebt in de stand van zaken. Daardoor is er ook op tijd opgeleverd.”

Ferry Waterkamp is freelance journalist

N O V E M B E R

2 0 1 3

4

Interview umc utrecht erwin van den heuvel v2  

Interview met Manager ICT Services Erwin van den Heuvel van het UMC Utrecht over de datacenterstrategie van de medische instelling.

Advertisement