Issuu on Google+

ARCHEOLOGIe | magazine

6

Special Graven in Zwolle - Sporen van een rijke stadsgeschiedenis & op bezoek bij de stadsarcheologen • Turkije - archeolo­ gische vindplaats Ani: een ‘must see for adventurers’ • Nederland - Een opmerkelijke aanwinst voor het Rijksmuseum van Oudheden • Egypte - Onderzoek naar muziek in het Oude Egypte • België - Gent in 1913-1918  

€ 6,95

2 013

9 okt 2013 t/m 23 mrt 2014

06 2

0 1 3


ARCHEOLOGIe | magazine

6

Special Graven in Zwolle - Sporen van een rijke stadsgeschiedenis & op bezoek bij de stadsarcheologen • Turkije - archeolo­ gische vindplaats Ani: een ‘must see for adventurers’ • Nederland - Een opmerkelijke aanwinst voor het Rijksmuseum van Oudheden • Egypte - Onderzoek naar muziek in het Oude Egypte • België - Gent in 1913-1918  

€ 6,95

2 013

9 okt 2013 t/m 23 mrt 2014

06 2

0 1 3


De grootste uitvindingen uit de Oudheid (2-DVD) Terry Jones

In de documentairereeks De grootste uitvindingen uit de Oudheid laat Terry Jones (Monty Python) zien dat veel van de ideeën en uitvindingen die wij als modern beschouwen al duizenden jaren oud zijn. Zo vonden de oude Grieken zowel de gokkast als de automatische deur uit, gebruikte men in Babylon al zwangerschapstesten en waren in het India van de 8e eeuw v. Chr. al plastisch chirurgen actief.

2 DVD, speelduur 150 minuten 3 afleveringen van 50 minuten Engels gesproken, Nederlands ondertiteld € 19,95

Hiërogliefen ontcijferen en lezen

100 Topstukken

David & Salomo

Een stap-voor-stap leerboek ­voor ­zelfstudie

van het Rijksmuseum van Oudheden

Archeologen ontrafelen een mythe

Mark Collier en Bill Manley

Gebonden, 224 pagina’s

Israel Finkelstein en Neil A. Silberman

Paperback, 182 pagina’s

Tweetalige uitgave (Nederlands en Engels)

Paperback, 335 pagina’s

Rijk geïllustreerd in zw/w

Een uitgave van het

Geïllustreerd

Een uitgave van Bulaaq

Rijksmuseum van Oudheden

Uitgeverij Synthese

€ 22,50

€ 19,95

€ 24,50

Verzendkosten | Nederland en Belgie: € 2,95 per product, tenzij anders aangegeven. Als u in één bestelling meer boeken bestelt, dan rekenen wij voor ieder product extra slechts € 1,- verzendkosten. Rest van Europa: € 5,95 per product, tenzij anders ­aangegeven. Als u in een bestelling meer ­producten bestelt, dan rekenen wij voor ieder boek extra slechts € 1,50 verzendkosten.

bestellen? ga naar onze website: www.archeologieonline.nl/webshop

Drukfouten en prijswijzigingen voorbehouden.

Rijk geïllustreerd in kleur


Voorwoord

Colofon Archeologie Magazine Verschijning 6 maal per jaar ISSN 1566-7553

Uitgave

4

Voorwoord

Archeologie en geschiedenis: een onafscheidelijk duo De special in dit nummer is gewijd aan de archeologie in Zwolle, de Hanzestad met het bekende stadssymbool de Peperbus. In deze stad zijn archeologen al meer dan een kwart eeuw actief bezig met onderzoek, waardoor ook haar geschiedenis steeds beter in beeld kan worden gebracht. Die geschiedenis is rijk en gevarieerd. Reeds in prehistorische tijden streken hier op de hoger gelegen dekzandgronden in de IJssel- en Vechtdelta mensen - jagers-verzamelaars - neer om hun voeten en hun overige hebben en houwen droog te houden. Die dekgronden zouden ook de naam van de stad kunnen verklaren: deze zou afstammen van het Germaanse woord suele of suelle, dat zwelling of verhoging betekent. De eerste nederzettingen dateren hier van zo’n twee millennia voor Christus. In 1230 kreeg de nederzetting stadsrechten en daarmee zette de groei van de stad in. Een grote stadsbrand in 1324 gooide veel roet in het eten, maar leidde tevens tot een snelle herbouw in steen. En de stad ging zich ook steeds meer als handelsstad ontwikkelen, trad toe tot de Hanze  en beleefde in de vijftiende eeuw haar ‘Gouden Eeuw’. Al wandelend door de huidige stad zie je uit die vroegere tijden nog veel fraaie en statige ­bebouwing. Maar ook ondergronds is er nog veel boeiends overgebleven, zo blijkt ook uit deze ­special. Over vele tijdperken zijn de archeologen meer aan de weet gekomen, waarover zij ook een indrukwekkende lijst van publicaties hebben geproduceerd. Maar nog vele vragen resteren, vooral over tijdperken waarover ze nog maar weinig ondergronds hebben aangetroffen. Historische bronnen kunnen bij het beantwoorden van die vragen wel helpen, maar leveren vaak geen afdoende verklaring. Zo spreken die bronnen over de stadsbrand van 1324, maar vreemd genoeg vonden de archeologen tot dusver nog steeds geen bewijzen daarvoor. Ook zou die brand volgens verschillende kronieken en verhalen aangestoken zijn door een van de Heren Van Voorst, uit wraak tegen pogingen van de stad om zijn macht te weerstaan. Maar ook daarvoor zijn nog geen overtuigende bewijzen gevonden, ook niet in Zwolse archieven die overigens pas vanaf zo rond 1399 informatie bieden. Inmiddels is het aannemelijker te veronderstellen dat de toen nog overwegend houten stad door een andere oorzaak is afgebrand, zoals dat in menige stad in de Nederlanden is gebeurd. Verder valt uit historische bronnen af te leiden dat, toen de stad in 1230 stadsrechten kreeg, zij daarmee ook het recht verwierf zich met een stadsmuur te verdedigen. Maar pas sinds het archeologisch onderzoek van 2004 is bekend waar die muur precies liep. En tevens bleek daarbij dat het grondgebied binnen die muur veel groter was dan eerder op basis van historische bronnen werd aangenomen. Waarmee maar gezegd wil zijn hoe belangrijk het is dat geschiedenis én archeologie goed samenwerken. En hoe onmisbaar beide disciplines zijn. Op het gebied van historische bronnen zijn andere tijdschriften meer ingevoerd en daarom gaan we in Archeologie Magazine en dus ook weer in deze special slechts globaal en zijdelings in op de historie van een stad, streek of land. Daarentegen rekenen wij het meer tot onze taak de archeologie volop en vanuit allerlei hoeken te belichten. Die staat de laatste tijd toch al veel onder druk, mede door bezuinigingen in de woningbouw en in gemeenten, zoals ook valt af te leiden uit het verhaal van Esdor van Elten in dit nummer. Zeker waar er sprake is van een crisis in de archeologie verdient ons aller erfgoed meer aandacht, om problemen bespreekbaar te maken en creatieve oplossingen hiervoor in zicht te brengen. Lou Lichtenberg, hoofdredacteur loulichtenberg@home.nl

Virtùmedia Postbus 595 3700 AN Zeist Tel: 030 - 692 06 77 Fax: 030 - 691 33 12 www.archeologieonline.nl Pepijn Dobbelaer | uitgever David Veldman | bladmanagement dveldman@virtumedia.nl

Redactieadres Koraaldijk 133 4706 KG Roosendaal Tel: 0165 - 541 010 06 - 275 904 11 redactie@archeologieonline.nl Lou Lichtenberg | hoofdredacteur Ineke Geraerdts | adjunct-hoofdredacteur, eindredactie

Medewerkers L. Amkreuz, R. Asselbergs, C. Bakker, R. van Beek, G. Bierenbroodspot, A. Carmiggelt, G. Creemers, H. Curvers, M. Dekeersmaeker, M. Doesburg, E. van Elten, A. Engels, N. de Groot, R. Halbertsma, T. Holleman, R. Knoop, R. Kok, J. de Korte, L. Kruyff, J.J.B. Kuipers, H. Mulder, O. Nieuwenhuyse, H. Oosterveen, S. Out, L. Petit, R. van der Putte, D. Raemaekers, T. Rassalle, M.J.Raven, B. Schaap, A. van Schaik, E. Seymour, M. Steiner, C. Straus, T. Toebosch, L. Toorians, R. Tummers, A. Veldmeijer, L. Verhart, J. Vermeulen, V. van Vilsteren, B. Vranken, B. Wagemakers, A. Willemsen,

Fotografie Tenzij anders vermeld: Coral Press

Basislayout Geeske Visser | www.studiodaredevil.nl

Vormgeving Geeske Visser | www.studiodaredevil.nl

Druk Veldhuis Media B.V., Raalte

Advertenties Merijn van Stralen Tel: 030 - 69 311 77 mvanstralen@virtumedia.nl

Distributeur VMBpress, Heemskerk

Abonnementen Voor vragen over abonnementen: Abonnementenland Postbus 20 NL-1910 AA Uitgeest Tel: 0251-257926 (vanuit België: 0031 251 257926) Fax: 0251-310405 (vanuit België: 0031 251 310405) of via www.aboland.nl Archeologie Magazine is een vakblad over ­archeologie, geschiedenis en cultuur en verschijnt 6x per jaar. Opzegging dient schriftelijk te geschieden, uiterlijk twee maanden voor afloop van de ­abonnementsperiode. Abonnementsprijzen: Nederland & België jaar­ abonnement (6 nrs) € 39,95 | Studenten € 26,50 Europa € 52,50 | Buiten Europa € 59,95

© Copyright 2013 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, ­fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de uitgever. Door het opnemen van advertenties doet de redactie van Archeologie Magazine c.q. de uitgever geen aanbeveling van de daarin vermelde diensten of producten.


Inhoudsopgave Archeologie Magazine 6, 2013

Inhoudsopgave

Cultuur

5

Column

Culinair

Reizen

06 De zwerftocht van een Indische Bacchus

19 Special Graven in Zwolle

Nederland

Nederland

Opinie

Nieuws

Special

Tentoonstellingen

35 Ani – een ‘must see for adventurers’ Media

Geschiedenis

Egypte

Vaste rubrieken

Archeologie

Foto voorpagina: Uitzicht vanaf het Rodetorenplein richting Nieuwstraat, met op de ­achtergrond de Peperbus.

40 Muziek en muzikanten in het oude Egypte

Turkije

52 Gent in 1913-1918 België

09 Crisis in archeologie

45 Knopen doorhakken

12 Nederlands Nieuws

46 Sander Out

14 Onderwater Nieuws

47 Buitenlands Nieuws

15 Han Mulder

48 Belgisch Nieuws

16 Corinne Hofman -

50 Tentoonstellingen

55 Oudheden onderzoekt!

Caribische archeologie

38 Arabische voetstappen

56 Benno Vranken

44 IJzer op ijzer

57 Agendatips


Nederland | Leiden

De zwerftocht van een Indische Bacchus

De 19e eeuw was de bloeitijd van de ontdekkingsreizen. Geleerde genootschappen en wetenschappelijke musea financierden op grote schaal expedities naar gebieden, die tot dan toe onbekend waren gebleven. Donker Afrika werd in kaart gebracht, men

6

Nederland | Leiden

Een opmerkelijke aanwinst voor het Rijksmuseum van Oudheden

ging op zoek naar de bronnen van de Nijl en het mysterieuze Timboektoe werd voor het eerst door Europeanen bezocht. Ook de archeologie profiteerde van deze drift tot onderzoek. In de 19e eeuw ontstonden museale collecties, die in omvang alle eerdere verzamelingen achter zich lieten. De aandacht van de wetenschap richtte zich in deze periode ook op culturen, die eerder niet tot de klassieke canon gerekend werden, bijvoorbeeld op de beschavingen van Etrurië, het Nabije Oosten en Cyprus.

Een expeditie naar de Levant

Kalkstenen kop uit Cyprus, ca. 470-460 v.Chr. in profiel (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

In 1861 organiseerde de Franse overheid een wetenschappelijke expeditie naar Syrië, Libanon en Cyprus. Een van de deelnemers was Charles-Jean-Melchior de Vogüé (18291916), een aanstormend talent in de archeologische wereld. De Vogüé had een officiersopleiding doorlopen en was enige tijd ­verbonden geweest aan het Franse corps diplomatique aan het hof van de Tsaar in Sint Petersburg. Maar zijn grote passie lag in het reizen en de archeologie. Hij nam ontslag uit de diplomatieke dienst en maakte in 1853 en 1854 een reis door Syrië en Palestina, met als doel de kerkelijke architectuur uit de ­periode van de kruisvaarders te bestuderen. Hij publiceerde zijn bevindingen in het werk ‘Les églises de la Terre Sainte’, dat in 1860

verscheen. Met deze publicatie maakte hij naam in de wetenschappelijke wereld. In 1861 werd hij gevraagd zich aan te sluiten bij de grote archeologische expeditie in Libanon en Syrië, die onder leiding stond van de invloedrijke theoloog Joseph-Ernest Renan (1823-1892). De Vogüé kreeg van Renan de opdracht om samen met de epi­ graficus William Waddington en de architect Edmond Duthoit het eiland Cyprus ‘archeo­ logisch in kaart te brengen’. Alle objecten die zij door aankoop of opgraving zouden ­verkrijgen, moesten met beschrijvingen en vermelding van vindplaats opgestuurd ­worden naar het Louvre. Zoals te verwachten viel, kweet De Vogüé zich uitstekend van zijn taak. In zijn brieven aan Renan toonde hij zich verrast door de mengcultuur van het oude Cyprus: de antieke sculpturen lieten Egyptische, Perzische en Griekse invloeden zien. In totaal werden er honderden inscripties en sculptuurfragmenten gevonden, die het begin vormden van de Cyprische collectie van het Louvre. Pas in 1989 werden de stukken van De Vogüé wetenschappelijk gepubliceerd. In dat jaar verscheen van de hand van Antoine Hermary de Catalogue des Antiquités de Chypre: Sculptures. Hermary kon concluderen dat hij alle 220 stukken van De Vogüé in het Louvre had teruggevonden, op één na. Nummer 55 uit de lijst ontbrak. Het stuk stond in de lijst van de Grandes têtes sculptées (de grote gebeeldhouwde koppen) en werd omschreven als een Très belle tête de Bacchus indien, acheté 5 francs dans le village d’Athéniou, ‘een hele mooie kop van de


(Cabinet des Médailles, Bibliothèque Nationale de France)

Kalkstenen kop uit Cyprus, ca. 470-460 v.Chr. (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden).

Indische Bacchus, gekocht voor 5 francs in het dorp Atheniou.’ De omschrijving ‘Indische Bacchus’ was afkomstig uit de klassieke archeologie. Hiermee werd in de 19e eeuw een portrettype van de wijngod op oudere leeftijd aangeduid, met volle baard en een wingerdkrans in het haar. Hermary opperde dat er misschien een verwisseling met een andere kop had plaatsgevonden (maar die was niet ‘très belle’ en ook niet zo groot), en bleef zijn twijfels houden over de identifi­ catie van nummer 55 uit de oorspronkelijke lijst.

Een kop van verbluffende kwaliteit Voor kunstliefhebbers uit de hele wereld vindt er ieder jaar in maart een niet te missen gebeurtenis plaats: de opening van The

European Fine Art Fair (TEFAF) in Maastricht. Kunst van de allerhoogste kwaliteit uit alle culturen en tijdperken ter wereld wordt hier door 260 antiquairs aangeboden. Medewerkers van het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden zagen tijdens de voor­ bezichtiging van 2013 bij de stand van een Londense antiquair een kop uit Cyprus van verbluffende kwaliteit. Het portret gaf het gelaat weer van een man in de bloei van zijn leven. De kop heeft toebehoord aan een levensgroot standbeeld, dat als votiefbeeld stond opgesteld bij een heiligdom op het eiland Cyprus. De volle, vierkante baard is in symmetrische golfpatronen gemodelleerd. De amandelvormige ogen en de archaïsche glimlach van de kop zijn duidelijke Griekse stijlkenmerken. Over het haar van de portret-

kop ligt een grote bladerkrans, waaraan ­druiven of eikeltjes hangen. Het stuk is een typisch voorbeeld van de Cyprische beeldhouwkunst uit de 5e eeuw v.Chr., een periode waarin het eiland onder Perzische heerschappij stond. In de kunst weerspiegelde deze overheersing zich in elementen, die aan de Perzische kunst ontleend zijn. De rechthoekige krullende baard doet sterk denken aan afbeeldingen van Perzische dignitarissen op de reliëfs uit het paleis van Persepolis, dat grotendeels uit de 5e eeuw v.Chr. dateert. De museummedewerkers beseften het direct: voor de Griekse afdeling van het Rijks­ museum van Oudheden zou deze kop een fantastische aanwinst betekenen. In 2015 zal deze afdeling geheel vernieuwd aan het publiek gepresenteerd worden met als leidend thema: ‘Grieken in context’. De Griekse kunst wordt in de nieuwe afdeling niet als een geïsoleerd cultuurverschijnsel gepre­ senteerd. In verschillende perioden heeft Griekenland veel elementen uit andere culturen geabsorbeerd en gold vanaf de 5e eeuw v.Chr. als inspiratiebron voor andere beschavingen. Een portretkop van deze kwaliteit die Griekse en Perzische elementen in zich ­verenigt maakt het begrip ‘Grieken in context’

7

Portrettype ‘Indische Bacchus’. Zilveren ­tetradrachme uit Naxos (Sicilië), ca. 460 v.Chr.

Nederland | Leiden

Nederland | Leiden


Nederland | Leiden

Reliëf uit Persepolis: koning Darius de Grote, ca. 500-470 v.Chr. (Archeologisch

8

Nederland | Leiden

Museum, Teheran)

in één keer duidelijk. Er was, kortom, belangstelling om het stuk aan te kopen, maar ­tussen droom en daad staan, óók in de museumwereld, wetten in de weg en prak­ tische bezwaren. Wetgeving en de ethische code van de International Council of Museums (ICOM) bepalen dat de herkomst van een archeologisch object waterdicht te bepalen moet zijn. En praktisch gezien was de vraagprijs voor een beperkt museum­ budget aan de hoge kant. Maar in navolging van Vergilius’ woorden Audaces Fortuna iuvat (‘Godin Fortuna helpt hen die durven’) nam het Rijksmuseum van Oudheden een optie op het object en ging aan het werk om de herkomst te onderzoeken.

De architect van de keizer Naar opgave van de antiquair stamde het stuk uit de verzameling van Hector-Martin Lefüel (1810-1880), de belangrijkste ­architect van Napoleon III. Hij werd tweemaal onderscheiden met de Ordre National de la Légion d’Honneur. Lefüel was verantwoor­ delijk voor de keizerlijke residenties en de restauratie en nieuwbouw van het Louvre. Hij ontving als dank voor zijn diensten objecten uit de museumcollectie. Zijn kunstverzameling bleef na zijn dood in de familie, totdat delen ervan in 2003 in Parijs geveild zijn. Het Rijksmuseum van Oudheden zocht met

Schilderij van Jean-Baptiste-Ange Tissier, 1853: ‘De voltooiing van het Louvre’. Keizer Napoleon III keurt de plannen van architect Louis Visconti goed. Rechts zit Hector-Martin Lefüel, op dat moment nog assistent van Visconti, die hij later zal opvolgen. (Musée du Château de Versailles, Dépôt Louvre)

deze gegevens in het achterhoofd contact met Antoine Hermary, die thans als hoog­ leraar klassieke archeologie verbonden is aan de universiteit van Aix-en-Provence. Hermary bleek blij verrast te zijn dat de ­portretkop opnieuw in beeld was. Hij kon ­vertellen dat hij bij de veiling in 2003 de kop gezien had, en deze had herkend als de ‘missing link’ nr. 55 uit de lijst van De Vogüé. De kop is zonder twijfel ‘très belle’, heeft de eigenschappen van de ‘Bacchus indien’ en kan als geschenk van Napoleon III uit het Louvre in de collectie van Lefüel terecht zijn gekomen. Het Parijse veilinghuis Tajan gaf nadere inlichtingen over lot 29 op de veiling van 2003: het stuk was ingebracht door een zekere… Olivier Lefüel! De puzzelstukken leken in elkaar te passen. Toen het Antiquities Department van de Republiek Cyprus ook nog een verklaring afgaf dat zij de aankoop van de kop door het RMO volledig steunde, had het museum voldoende ­vertrouwen om op zoek te gaan naar de nog ­ontbrekende financiële middelen. Deze ­werden door welwillende medewerking van de Vereniging Rembrandt en de Bank Giro Loterij gevonden, zodat de aankoop in ­oktober 2013 kon plaatsvinden en het publiek binnenkort kennis kan maken met dit meesterwerk uit Cyprus. Door de samenwerking van het museum, de Londense antiquair, Antoine Hermary, de archeologische dienst van Cyprus, het veilinghuis Tajan en

Reliëf uit Persepolis: twee soldaten, ca. 500-470 v.Chr. (Archeologisch Museum, Teheran)

Nederlandse cultuurfondsen kon dit belangrijke stuk gered worden uit de anonimiteit en een nieuwe toekomst krijgen in een ­openbaar toegankelijke archeologische ­verzameling. De portretkop was tot en met 5 januari 2014 te zien in een speciale vitrine naast de Egyptische tempel in de entreezaal. Vanaf eind 2015 krijgt het beeld een prominente plek op de dan vernieuwde afdeling van de Griekse collectie. Tekst: Ruurd Halbertsma, conservator klassieke wereld Rijksmuseum van Oudheden te Leiden. Hij is tevens bijzonder hoogleraar museale archeologie aan de Universiteit Leiden.


Nederland | Crisis in archeologie

Crisis in de Nederlandse archeologie

Jasper van Dijk, Tweede Kamerlid voor de Socialistische Partij, springt in de bres voor de archeologie. De crisis in het vakgebied, die zich onder meer uit in verlies van

Jasper van Dijk, Tweede Kamerlid SP: ‘Onze opgravingen moeten we ­koesteren.’

9

werk­gelegenheid, minder archeologische projecten, en bovenal: het niet aanwezig

Nederland | Crisis in archeologie

‘Gemeentelijke decentralisatie bedreigt ons erfgoed’

zijn van structureel archeologiebeleid in talloze Nederlandse gemeenten, baren hem zorgen. ‘Er gaat onnodig kennis verloren. Opgravingen moet je koesteren.’

Een beetje teleurgesteld is hij wel. Op het moment van interviewen (19 november) is de motie die Jasper van Dijk acht dagen ­daarvoor had ingediend, door de Tweede kamer verworpen. In de motie pleitte Van Dijk voor de oprichting van een fonds voor de archeologie. ‘De Nederlandse archeologie verkeert in een crisis. De werkgelegenheid in deze sector is met de helft gedaald. Dat is je reinste kapitaalvernietiging.’ Van Dijk baseert zich op cijfers van de Nederlandse vereniging van archeologische opgravingsbedrijven die in een uitzending van het actualiteiten­ programma Eenvandaag de noodklok luidden over de problemen in hun vakgebied. Of die cijfers kloppen, daarover kon minister Jet Bussemaker in de beantwoording van de Kamervragen niets zeggen, omdat daarvoor de cijfers ontbreken. Pas aan het eind van het jaar zullen deze cijfers bekend worden. Maar dat de werkgelegenheid in de sector afneemt wil Bussemaker niet ontkennen. Zij wijt dat echter hoofdzakelijk aan de crisis in de bouw. Veel archeologisch werk is immers verbonden met nieuwe bouwlocaties, conform het Verdrag van Malta uit 1992. De

minister wil de crisis zelfs enigszins positief duiden: ‘De bedoeling van archeologie is toch immers om vooral veel in de grond te laten zitten?’, om daarna te concluderen dat Van Dijk volgens haar vooral discussieert over de werkgelegenheid van de archeologen. Zij vervolgt: ‘Ik zou het slecht vinden als het cultuurbudget alleen ingezet zou worden om een werkgelegenheidsprobleem op te ­lossen.’ De minister wordt daarin gesteund door premier Rutte: ‘Ik zie het probleem niet. Het is toch gewoon wachten op het aantrekken van de economie? Dan komt het met de archeologische sector weer helemaal goed.’

Moeilijke keuzes Maar het komt niet zo makkelijk goed, denkt van Dijk. Want de problemen gaan verder dan de werkgelegenheidskwestie alleen. ‘In absolute aantallen is de werkgelegenheid binnen de archeologie natuurlijk maar klein. De werkgelegenheid is niet het grootste probleem.’ Sterker nog, misschien is het alleen maar een symptoom voor een dieper liggend probleem. Met deze crisis komen de plichten die de overheid heeft omtrent archeologie in

het gedrang. Bescherming van archeologisch erfgoed is een overheidstaak, vindt Van Dijk. ‘De laatste jaren heeft de rijksoverheid deze taak echter gedecentraliseerd naar de gemeenten. Uit de erfgoedmonitor 20112012 blijkt echter dat maar liefst 43% van de gemeenten in Nederland geen archeologisch beleid heeft.’ Met alle gevolgen van dien. Dat kan de gemeenten zelf overigens nauwelijks kwalijk genomen worden, denkt het Kamerlid. ‘Er komen enorm veel taken op hen af. Lokale bestuurders staan voor een moeilijke keus als er geld verdeeld moet worden. En dan is archeologie maar al te vaak sluitpost.’ Het gevolg is dat de wettelijke normen soms ­worden opgerekt. Want lokale gemeenten zijn weliswaar verplicht zorgvuldig om te gaan met het archeologisch erfgoed in hun plaats, maar vaak resulteren budgettaire overwegingen in minder en eenvoudiger


10

Nederland | Crisis in archeologie

Land | Plaats

onderzoek. Dat betekent dat, ook al zou de economie, en de archeologie, weer aantrekken, er in deze periode dus mogelijk veel archeologisch erfgoed niet of onvoldoende is onderzocht. Een verlies voor Nederland. Bovendien is het vak nu minder aantrekkelijk. ‘Maar als de markt inderdaad aantrekt zullen we weer meer archeologen nodig

h­ ebben om kennis te duiden.’ Dat er minder en minder goed archeologisch onderzoek wordt gedaan sluit ook minister Bussemaker niet uit. ‘Gemeenten hebben op dit punt bestuursvrijheid, uiteraard binnen de ­grenzen van het bestuursrecht. Het is aan de provincies om toezicht te houden.’

Geen marktproduct Jasper van Dijk zou graag zien dat er meer geld vanuit de cultuurbegroting voor archeologie wordt bestemd. Aangezien die markt voor een flink deel wordt gedomineerd door commerciële opgravingsbedrijven, klinkt dat als staatssteun voor de markt. Kan dat wel? Volgens Van Dijk is dat goed mogelijk: ‘Daar zijn veel voorbeelden van, denk maar aan het topsectorenbeleid van economische zaken, ook daar krijgen bedrijven subsidies.’ Maar we praten hier niet zomaar over een marktproduct, we hebben het hier over erfgoed. Dat is van ons allemaal.‘ Het SP Kamerlid

vindt dan ook dat niet alleen de commerciële bedrijven, maar ook de universiteiten en archeologische diensten steun verdienen. ‘Los van het door mij gewenste fonds zou ik graag zien dat het project Odyssee een vervolg krijgt.’ Odyssee was een project van Erfgoed Nederland en het NWO, waarin archeologisch onderzoek dat tussen 1900 en 2000 werd verricht alsnog goed of dieper werd uitgewerkt. Met een budget van vijf miljoen euro werd in 32 verschillende projecten veel 'achterstallig onderhoud' op onderzoeksgebied ingehaald. Maar het blijft een druppel op de gloeiende plaat. Die 32 cases zijn het topje van een ijsberg die minimaal 1800 verschillende cases beslaat, en waarschijnlijk meer. Project Odyssee werd in 2010 afgerond. In het verlengde van zijn Kamervragen pleitte Van Dijk via een motie ervoor dit project opnieuw op te starten, met deugdelijke financiering. Volgens minister Bussemakers is die opvolger er al: het onderzoeksprogram-


Nederland | Crisis in archeologie

Jasper van Dijk houdt van graven Jasper van Dijk (42) is lid van de Tweede Kamer namens de Socialistische Partij. In 1999 begon hij als fractiemedewerker. In 2006 werd hij voor het eerst als Kamerlid gekozen. Sinds 2010 is Van Dijk woord­ voerder cultuur. Van Dijk heeft wel iets met geschiedenis en archeologie. ‘Mijn vader was hoogleraar Middelnederlandse letterkunde. Ik ben opgegroeid met de verhalen van Mariken en het Roelantslied. Als kind wilde ik paleontoloog worden. Ook iets met graven, maar toch net iets anders.’ In plaats daarvan studeerde Van Dijk politicologie en deed hij de lerarenopleiding Maatschappijleer. Studies die hem uiteindelijk in het parlement brachten. Maar zijn liefde voor geschiedenis is gebleven. ‘Wie niet weet waar hij vandaan komt weet ook niet waar hij naartoe gaat. Onze opgravingen moeten we koesteren.’ Tekst: Esdor van Elten

‘Archeologie is meegezogen in de bouwproblematiek’

Is er een crisis in de archeologie? ‘In de afgelopen jaren hebben we zeker een grote terugloop gezien in de archeologie. Dat geldt voor het aantal archeologische projecten, en als logisch gevolg daarvan ook voor de werkgelegenheid. De opgravingspartijen binnen de branche hebben ongeveer veertig tot vijftig procent van hun personele capaciteit moeten opgeven. Van de ongeveer 400 arbeidsplaatsen zijn er nu nog zo'n 225 over. In de hoek van de adviesbureaus en dergelijke is de situatie zo mogelijk nog erger. Er zijn vijf bedrijven failliet gegaan en verscheidene andere gedecimeerd. Heel veel kennis en ervaring is zo uit de sector weggesijpeld.’ Heeft die teruggang een relatie met de crisis in de bouwsector? ‘Ten dele ja. In Nederland is archeologisch onderzoek meestal gekoppeld aan ruimtelijke ordening. Die koppeling zuigt de archeologie automatisch mee in de bouwproblematiek.’ Heeft premier Rutte dan gelijk als hij zegt: 'als de bouwsector aantrekt komt het met de archeologie ook wel weer goed?' ‘Dat staat nog te bezien. Ik kom net terug uit Engeland. Daar trekt de bouw weer aan. Maar wat zien we: tekorten. Van bouwmaterialen. Van vakmensen, en ook van archeologen. De les die we daaruit ­kunnen trekken: als de bouw aantrekt, trekt die sneller aan dan we willen of kunnen bijbenen. Met als gevolg dat er tekorten ontstaan. Tekort aan materiaal is snel in te lopen. En vakmensen zijn betrekkelijk snel op te leiden. Maar archeologie is bijzonder kennisintensief, niet alleen wat de opleiding betreft, maar ook qua ervaring. Die zijn we nu kwijt, en die vul je ook niet zo snel aan. Het gevolg is dat we ­kennis kwijtraken. Dat projecten blijven liggen of niet voldoende worden uitgewerkt. In Engeland gebeurt het al. Het kan ons ook overkomen.’ Jasper Van Dijk pleit voor een fonds voor archeologie. Mee eens? ‘Ik deel zijn mening dat de overheid een verantwoordelijkheid heeft waar het ons erfgoed aangaat. Ook het idee van een fonds spreekt me wel aan. Of dat dan, zoals hij bepleit, uit de cultuurbegroting gefinancierd zou moeten worden, dat vraag ik me af. In Vlaanderen hebben ze een mooi idee uitgewerkt. Daar is een fonds opgericht dat deels door de overheid wordt gefinancierd, maar deels ook door de ­bouwsector. De bouwer verzekert zich daarmee in zekere zin voor de kosten die (goed) archeologisch onderzoek met zich meebrengt, door dat op te nemen in de bouwkosten. Het gaat dan om ongeveer twee procent van de bouwsom. Zo worden kosten en verantwoordelijkheden gedeeld. De wetgeving die er voor nodig is is al rond. Maar de Vlaamse overheid wil dat de bouwsector zelf het initiatief neemt. Ik vind dit concept van onze zuiderburen geen gek idee.’ Deelt u ook de zorgen van Van Dijk omtrent de gevolgen van de decentralisatie van de archeologie naar de gemeenten? ‘Daar zit zeker een probleem. De aandacht voor archeologie verslapt. Steeds minder gemeenten hebben nog een archeoloog in dienst. Zij staan onder enorme druk qua kosten, en dan kan ik me voorstellen dat de archeologie snel het onderspit delft. Wat we ook steeds meer zien is dat de gemeente zelf als projectontwikkelaar optreedt. In die dubbelrol is archeologie dan een dubbele kostenpost. Een gemakkelijke oplossing voor dit probleem is er niet. De rijksoverheid zal niet bijspringen. Maar wellicht zijn er op ­provinciaal niveau wel haalbare oplossingen te vinden.’

Nederland | Crisis in archeologie

Zijn de zorgen van Jasper van Dijk terecht? En zijn de oplossingen en ideeën die hij voorstelt reëel? Archeologie Magazine vroeg Jan Hendriks om commentaar. Hendriks is samen met Dorien Fröling ­directeur-eigenaar van het Archeologisch Diensten Centrum (ADC) uit Amersfoort.

11

ma Oogst voor Malta. Daar is Van Dijk het ­echter niet mee eens. ‘Oogst voor Malta is veel kleiner opgezet en heeft ook een kleiner budget. En dit project werkt er ook niet aan mee om het probleem van het tekortschieten van de gemeenten op te lossen.’ De minister ziet het anders. ‘Er zijn door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verschillende ­verbetervoorstellen opgesteld. Gemeenten moeten hierin hun verantwoordelijkheid nemen.’ Voorlopig krijgt Van Dijk nul op het rekest. Zijn motie werd niet gesteund door de Tweede kamer. ‘Ik kreeg alleen steun van GroenLinks en de Partij voor de Dieren.’ Had hij steun verwacht? ‘Dat is een gewetensvraag. Ik had gehoopt op steun van de PvdA. Immers, Project Odyssee was indirect een gevolg van de motie van Lia Roefs uit 2006.’ Toch ziet Van Dijk wel lichtpuntjes. ‘De minister heeft naar aanleiding van mijn vragen wel aangegeven bereid te zijn in gesprek te blijven. met de betrokken partijen. Ik raad archeologen aan om flink van zich te laten horen, desnoods met een mooie actie. Daar wil ik best bij helpen. Het verhoogt de kans op een succesvol vervolg.’


Nederlands | Nieuws

Mummies in Assen

12

Nederlands | Nieuws

Het Drents Museum presenteert voor het eerst in Nederland een tentoonstelling met allerlei ­soorten mummies uit alle delen van de wereld: mensen en ­dieren, jong en oud, met opzet of per ongeluk door de natuur gemummificeerd. Uiteraard is er veel aandacht voor de bijzondere resultaten die het wetenschap-

pelijk mummie-onderzoek heeft opgeleverd. Met respect voor de overledenen, geeft de tentoonstelling een verrassende kijk op het leven na de dood. Vroeger werd de term mummie alleen gebruikt voor ingezwachtelde lijken uit het oude Egypte. Tegenwoordig spreken we van een mummie als van een mens of dier niet alleen de botten, maar ook nog huid, haar, spieren

NL

Mummie van Terezia Borsodi (1768 – 1794) met haar baby uit de crypte van Vác, Hongarije ­(collectie National Museum of Natural History, Budapest; foto: T. Fuisz, Budapest).

Landgenoten! Het Haags Historisch Museum belicht t/m 5 mei 2014 in de ­tentoonstelling Landgenoten

Model van het Nationaal Gedenk­ teken op Plein 1813. vervaardigd door Jean Joseph Jacquet, 1868. (Collectie Haags Historisch Museum)

-Onderdanen en Oranjes 18132013, 200 jaar koninkrijk vanuit het perspectief van de burger. De band tussen onderdanen en de Oranjes staat daarin centraal, vanaf het onzekere begin in 1813 tot vandaag de dag. Verhalen en meningen over de vorst, gecombineerd met persoonlijke bezittingen, geven een kijkje in de karakters van onze staatshoofden. Uniek is het ­meubilair van de Koninklijke wachtkamer van het voormalige Staatsspoor, evenals persoon­ lijke aankopen van de verschillende vorsten. Een speciaal ­kinderspoor laat ook jonge bezoekers kennismaken met dit stukje Nederlandse geschiedenis.

of ingewanden bewaard zijn gebleven. Natuurlijke mummificatie vindt meestal onopzettelijk plaats doordat hitte, droogte, kou of wind er voor zorgt dat de afbraak en de verrotting van het organische materiaal wordt vertraagd of zelfs helemaal gestopt. Kunstmatige mummificatie is al duizenden jaren oud. Vaak zijn er allerlei bijzondere conser­ verende maatregelen genomen, zoals het verwijderen van de ingewanden, het uitdrogen van het weefsel of het behandelen van de huid met een soort ­balsem. De redenen voor kunstmatige mummificatie zijn heel verschillend. Vaak geloofde men in het hiernamaals, waar de ­overledene ook na zijn dood nog voortleefde. Uiteraard was het dan belangrijk dat het lichaam zo goed mogelijk bewaard bleef. En in sommige culturen werden voorouders gemummificeerd om

ze dichtbij of zelfs in huis te ­kunnen bewaren en vereren. Voor wie alles wil weten over mummies en mummificatie­ technieken is deze tentoonstelling een must. De bezoeker kan hier 60 mummies bewonderen, waarvan 40 mensenmummies en 20 dierenmummies. Met deze grote overzichtstentoonstelling heeft het Drents Museum een absolute primeur voor Nederland. Nog nooit eerder zijn zoveel verschillende soorten mummies bij elkaar gepresenteerd. Uiteraard ontbreken de Egyptische ­mummies niet, maar de cryptemummies uit Hongarije en de mummies uit Oceanië zijn ook het bezien waard. Topstukken zijn een bijzondere gemummi­ ficeerde Indiaan uit Zuid-Amerika en de dikke dame uit Zwitser­ land. En de hoogtepunten uit eigen collectie: het meisje van Yde en het paar van Weerdinge.

Het is het jaar 1813 en het zijn onzekere tijden. Sinds 1811 is Napoleon aan de macht, met Den Haag als ‘bonne ville de l’empire’. Veel mensen zijn ­tevreden met het moderne, Franse bewind, maar anderen zien liever een zelfstandige ­regering met een Oranje aan het hoofd. Het tij begint te keren en in Den Haag zijn het drie heren die beginnen aan de omwen­ teling. Gijsbert Karel van Hogen­ dorp, Frans Adam van der Duijn van Maasdam en Leopold van Limburg Stirum vormen het Driemanschap dat de komst van de nieuwe koning voorbereidt. Er wordt een afgezant naar Engeland gestuurd om prins Willem te vragen de oversteek

naar Holland te maken. Zijn ­aankomst in Den Haag op 30 november 1813 wordt een ware triomftocht. Op 30 maart 1814 wordt Willem I in de Nieuwe Kerk in Amsterdam ingehuldigd als soeverein vorst. Sindsdien heeft ons land vele koningen en koninginnen gehad. Aan de hand van verhalen en meningen van het volk en ­persoonlijke bezittingen maakt de bezoeker kennis met de karakters van de staatshoofden. Zo werd koning Willem III ‘koning Gorilla’ genoemd, en werd van koningin Juliana gezegd dat ze interesse had in het paranor­ male. In de tentoonstelling is een aardstralenkastje te zien dat bedoeld was om alle kwalijke


Hoofd van een mummie, Egypte, 100 v. Chr – 100 na Chr. (collectie Reis-Engelhorn-Museen, Mannheim; foto: Reis-Engelhorn-Museen, Mannheim).

Deze tentoonstelling is de start van een internationale tour langs tal van steden in West-Europa. ‘Mummies, Overleven na de dood’, van 4 februa ri t/m 31 augustus 2014 in het Drents Museum, Brink 1 te Assen Tel. 0592-377773 ww w.dren tsmuseum.nl

stralingen te neutraliseren. Koningin Juliana liet zulke kastjes plaatsen in haar paleizen. Schilderijen en prenten van hoogte- en dieptepunten in de geschiedenis laten momenten zien waarop vorst en volk samenkwamen. Een speciaal kinderspoor met videofragmenten geeft ook de jonge bezoeker een indruk van de ingrijpende gebeurtenissen die zich 200 jaar geleden hebben afgespeeld en de koningen en koninginnen die ons land heeft gekend. Onderdanen ‘L andgenot en. 13-2013’, en Or anje s 18 in He t Haag s t/m 5 mei 2014 eum, Hist orisch Mus g 7, Den Haag , Korte Vijverber m.nl torischmuseu w w w.haag shis

‘Wij durven in 's-Hertogenbosch met gepaste bescheidenheid te zeggen dat wij natuurlijk de ­oudste stad van Nederland zijn geworden!’ Zo opende wethouder Huib van Olden, Sport en Cultuurhistorie, woensdag de persconferentie over de bijzondere archeologische vondst die is gedaan in Den Bosch tijdens werkzaamheden voor de ondergrondse parkeergarage. Volgens de archeologen zijn neander­ thalervindplaatsen erg zeldzaam. Omdat er in Den Bosch stenen werktuigen en dierlijke resten samen zijn gevonden, is deze vondst uitzonderlijk. Ook in Noordwest-Europese context. De vondsten stammen uit het Paleolithicum, de oude steentijd, zo'n 40.000 tot 70.000 jaar ­geleden. Er zijn stenen werk­ tuigen en dierlijke botresten gevonden van onder andere mammoeten, wolharige neushoorns, paarden, reuzenherten, rendieren en vossen. De stukken zijn volgens de archeologen ­tussen de 40.000 en 60.000 jaar oud en werden gevonden ­beneden de zeven meter onder NAP. Er wordt tot bijna tien meter NAP gegraven. De resten kwamen mee naar boven bij het opzuigen van de grond uit de bouwput. De neanderthalers die hier hebben geleefd, zijn jagers/verzamelaars die rondtrokken. Ze hadden een tijdelijk kamp opgeslagen in

Wethouder Huib van Olden toont ­vondsten van de onlangs ontdekte ­neanderthalervindplaats in’s-Hertogenbosch. (foto: Caroline Lichtenberg)

Den Bosch op het huidige Vonk & Vlamterrein. Toen ze weer verder gingen, lieten ze hun gebruikte materialen achter. Wethouder Jan Hoskam, onder andere Financiën en Milieu: ‘We hadden vooraf een inschatting gemaakt welke mogelijke archeologische vondsten we aan zouden kunnen treffen. We gingen uit van vondsten uit 1185, toen we stadsrechten kregen. Maar we hadden niet het verste vermoeden dat 70.000 jaar geleden hier bewoners zijn geweest die hun sporen hebben nagelaten.’ De vondsten hebben geleid tot een korte vertraging in het ­bouwproces van de parkeer­ garage van ongeveer tien dagen. De bouw aan de garage ligt niet stil, er wordt op dezelfde wijze weer verder gewerkt. Daarbij werd en wordt de grond zorg­

vuldig gezeefd en worden ­gevonden stukken verder onderzocht. ‘We gaan nu niet met een theelepeltje die hele parkeer­ garage uitgraven, dat kunnen we ons niet veroorloven. Maar er zal zeker uitermate zorgvuldig door worden gewerkt. Vooral ook omdat we niet uitsluiten dat op deze plek meer bijzondere ­vondsten zullen worden gedaan.’ Is Den Bosch nu echt de oudste stad van Nederland? Huib van Olden: ‘Gezien de unieke vondst zou Den Bosch dat zo maar eens kunnen zijn. Het is altijd een boeiende discussie welke stad de oudste van Nederland is. En die discussie ga ik graag aan!’ zegt hij lachend. Wat er met de vondst wordt gedaan, is nog niet duidelijk. De parkeergarage zal een extra bijzondere plek worden en de inrichting zal dit ook uitstralen. Hoe deze vorm zal krijgen, wordt de komende tijd bekeken. (Caroline Lichtenberg, denboschdichtbij.nl)

13

'Den Bosch door archeologische vondst de oudste stad van Nederland'

Nederlands | Nieuws

Nederlands | Nieuws

NL


Onderwater Nieuws | Niels de Groot

Belgische archeologen ontdekken indianenschat in Boliviaans meer Delaere, archeoloog van de Université Libre de Bruxelles, begonnen de onderzoekers eerder dit jaar aan het zogeheten Huinaimarcaproject. Hun eerste resultaten waren – op zijn minst gezegd – fascinerend. 'Op de bodem van het meer vonden we

zo'n 2000 voorwerpen en ­fragmenten van goud, zilver en aardewerk', vertelde Delaere op een persconferentie in de Boliviaanse hoofdstad La Paz waar ook de Boliviaanse ­president Evo Morales van de partij was.

14

Onderwater Nieuws | Niels de Groot

Duikende oudheidkundigen ­hebben in het Boliviaanse Titicacameer een fors aantal kunstvoorwerpen uit het tijdperk van de Tiwanaku- en Incacultuur gevonden. Sommige artefacten zijn meer dan 2000 jaar oud. Onder leiding van Christophe

Nieuw maatje voor onderwaterarcheologen Een kijkje nemen in een gevaarlijk scheepswrak? Geen probleem, want vanaf heden hebben maritiem archeologen er een kersverse robotassistent bij: de U-CAT. Ook al doet de naam wellicht vermoeden dat het hier om een zwemmend machientje met huisdier­ achtig voorkomen gaat, is niets minder waar. De U-CAT is een

heuse robotschildpad met een zeer grote mobiliteit. 'De vinaandrijving van de U-CAT kan de robot in alle richtingen sturen zonder water en bodemsediment in beweging te brengen dat het zicht binnenin het scheepswrak vermindert', vertelt Taavi Salumäe, ontwerper van dit nieuwe snufje en verbonden aan de technische universiteit in het Estlandse Tallinn. Behalve deze belangrijke mobiele eigenschappen heeft de robot tevens een videocamera aan boord. Hiermee wordt het eenvoudiger om archeologische terreinen te reconstru­ eren. De U-CAT is een onderdeel van het EU-project ARROWS dat technologie voor de onderwater­ archeologie ontwikkelt.

Onder de voorwerpen bevinden zich sieraden en sculpturen. Ruim dertig gouden stukken ­werden gevonden in de om­geving van Isla del Sol dat ­volgens een legende bekend staat als het gebied waar de mytische stichters van de Incabeschaving ­vandaan ­kwamen. Aan het eind van de jaren 60 deed de Franse ont­ dekkingsreiziger Jacques-Yves Cousteau verscheidene malen onderzoek in het meer en ­ontdekte toen al sporen van een oude civilisatie. Voorlopig gaat het Huinaimarcaproject, waaraan deskundigen uit onder meer België, Frankrijk, Spanje, Italië, Bolivia en Peru mee­ werken, door. De studie duurt nog zeker drie jaar lang.

China start berging voorwerpen Nanhai 1 Zes jaar nadat het scheepswrak Nanhai 1 in zijn geheel van de zeebodem bij de Zuidoost-Chinese stadsprefectuur Yangjiang werd gehesen, beginnen de plaatselijke autoriteiten nu met het bergen van de vondsten. Het is het grootste maritiem archeologische project uit de Chinese geschiedenis. Naar schatting heeft het vaartuig uit de Zuidelijke Song-dynastie (1127-1279) maar liefst 60.000 tot 80.000 voorwerpen aan boord. Het bergingswerk kan van buitenaf worden gevolgd doordat het wrak in een reusachtig aquarium is geplaatst. De Nanhai 1 werd bij toeval ontdekt door een BritsChinese expeditie die eigenlijk op zoek was naar het Nederlandse

VOC-schip Rijnsburg dat in 1772 in hetzelfde gebied was vergaan. Het Chinese koopvaardijschip ­vervoerde een lading porselein, lakkunst en gouden voorwerpen. Vermoed wordt dat de Nanhai 1 langs de zogeheten 'maritieme ­zijderoute', het oude handels­ netwerk tussen China, India, het Midden-Oosten en Afrika, voer.


Han Mulder

Het is hier plaats voor een bekentenis: ik had nooit gehoord van de 'wolharige neushoorn'. Inmiddels weet ik alles van dit kouwelijke dier uit de ijstijd. Laat dat maar aan de iPad over. De vondst van een kampement van Neanderthalers in Den Bosch noopte me tot de inhaalslag. Ook nog eens een vondst uitgerekend gedaan bij het graven van een ondergrondse garage. Zo zie je: je legt de fundamenten voor alweer een behuizing van de heilige koe van het asfalt en je krijgt een wolharige neushoorn toe. Hoefdieren onder elkaar, maar dat is een scheve vergelijking. Want onze heilige koe staat op ­wielen en heeft gezicht noch kiezen, behalve in stripverhalen met de auto als hoofdpersoon en een tekenaar die hem menselijke trekken verleent. In Den Bosch bleken naast de gereedschappen van vuursteen, gebruikelijk spul om mee te jagen ook resten van de buit goed bewaard. Daartoe behoorden gave kiezen van die wolharige kolos die anderhalve meter hoog en drie meter lang kon worden. Bang waren ze niet, die Neanderthalers. Zij gingen achter ze aan. Dat is zeker. Slim ook. Mijn warme bakker Driessen in Scheveningen heeft vaak neanderthalerbrood in de aanbieding: compact, spelt, weinig gluten, smullen. Maar ze zijn uitgestorven, net als die wolharige neushoorn. De Neanderthaler waarschijnlijk wat eerder. Er schuilt iets tragisch en bitters in dat verdwijnen. In de evolutie duren tien- of vijftigduizend jaar een knipoog. Een paleontoloog draait er zijn hand niet voor om. De Neanderthaler, jager tussen de bedrijven van het verzamelen door, kon zijn werk niet afmaken. Het uitsterven van de behaarde variant onder de rhinocerotidae is dus die onfortuinlijke neef van de homo sapiens niet aan te rekenen. Hun geschiedenis vertoont parallellen. De archeoloog verzeilt hier in de grensgebieden van het vak. Hij stuit tussen het vuurstenen gereedschap op botresten en warempel een kies van de wolharige neushoorn, niet verweerd, puntgaaf. Het lot van proto-mens en dier paarsgewijs gedolven. Dat maakt voor mij de vondst in Den Bosch uniek en bijna emotioneel. Er waren trouwens ook resten van de mammoet. Mammoeten hebben het wat langer volgehouden. Ook hier stond de uitkomst echter vast: geen levende mammoet meer te vinden. Hoe gaat het verder? Een ding is zeker: het gaat hard. De 'gewone', kale neushoorn is weldra alleen nog, dag en nacht bewaakt door oppassers vol doodsverachting, in de dierentuin te vinden. Daarbuiten heeft de laatste hoorn in eendrachtige harmonie van stropers en vrije markt zijn weg gevonden naar superrijken bezorgd om hun libido. En alleen de naam Ivoorkust zal nog herinneringen oproepen aan die andere lobbes met de montere slurf. Tot zover deze sombere bespiegeling en marge van de voltreffer in Den Bosch. Zonder beoogde ondergrondse parkeergarage hadden we nooit iets geweten van dat kamp van slimme Neanderthalers en had ik mijn dagen gesleten zonder kennis van de wolharige neushoorn. Maar alles is betrekkelijk. Op de dag dat een trotse wethouder in Den Bosch met een nog trotsere archeoloog aan zijn zij de persconferentie voor het grote nieuws belegde, kwamen op de site van het Amerikaanse netwerk NBC paleontologen aan het woord die voorspelden dat de verwarming van de aarde tot grote verandering zal leiden. Zoogdieren zullen kleiner worden; reptielen die beter tegen de warmte ­kunnen, daarentegen groter. Dus wenkt op termijn een renaissance voor de dinosaurus en krijgt het paard weer de omvang van een foxterriër die het ooit had. De mens is ook een zoogdier. Hij gaat de dans niet ontspringen, moet hier de conclusie zijn. Vinden we iets op, zeg ik op mijn beurt. Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst.

Han Mulder

Bijna 170 jaar na de tragische verdwijning van de Franklinexpeditie heeft een Canadees zoekteam op Koning Willem-eiland in het uiterste noorden van Canada menselijke resten en circa 200 kleine voorwerpen ontdekt. Het zijn de nieuwste puzzelstukjes in het mysterie over de lotgevallen van de speurtocht door Sir John Franklin. In 1845 vertrok deze schout-bij-nacht van de Britse marine ­ten­einde de Noordwestelijke Doorvaart te zoeken, maar kwam nooit meer terug. Ondanks de gedane vondsten is er nog altijd geen spoor van de twee schepen van de expeditie, HMS Erebus en HMS Terror. Tijdens de vijfenhalve week durende zoektocht snorde het team van de overheidsdienst Parks Canada 486 vierkante kilometer zeebodem in het Nunavut-territorium af met een side scan sonar. Daarmee is nu al ongeveer driekwart van het gebied waar de wrakken zouden kunnen liggen onder de loep genomen. Toch geeft niemand de moed op. 'We zijn ervan overtuigd dat de schepen op een goede dag worden gevonden', zegt onderwaterarcheoloog Ryan Harris van Parks Canada. 'Het is slechts een kwestie van tijd.'

Wolharige neushoorn

15

Beenderen Franklin-expeditie gevonden


Nederland | Caribische archeologie

Prestigieuze prijs voor archeologe Corinne Hofman

16

Nederland | Caribische archeologie

‘Onderzoeken, fondsen werven, publiceren en vooral volhouden’

‘Ik hoop een stuk Caribische geschiedenis te kunnen herschrijven. ‘ Ambitie kan

Hofman heeft in haar archeologiecarrière laten zien dat zij veel in haar mars heeft

jaren is toegevallen, culminerend in de ­ongelooflijke Synergy Grant van 15 miljoen euro die zij dit jaar binnenhaalde. ‘Het is de eerste keer dat zo'n beurs in ons vakgebied is toegekend.’

als wetenschapper. Publicaties, beurzen en laureaten vielen haar ten deel. Een

Vrouwversterkend

dr. Corinne Hofman niet ontzegd worden. Maar grootspraak is het zeker niet.

­erelijst die onlangs werd bekroond met de toekenning van een Synergy Grant van de European Research Council van maar liefst 15 miljoen euro, de benoeming tot lid van de Nationale UNESCO Commissie en het winnen van de KNAW Merianprijs. De eer is mooi, maar de fondsen openen nieuwe mogelijkheden voor archeologisch onderzoek op de eilanden in de Caribische zee. ‘Hopelijk kunnen de hardnekkige mythen rondom dit gebied nu eindelijk vervangen worden door resultaten uit ­empirisch onderzoek.’

‘Een Oeuvreprijs’, zo beschouwt Corinne Hofman de KNAW Merianprijs die zij op 21 november in ontvangst mocht nemen. En misschien is dat ook wel zo. De prestaties van de hoogleraar Caribische Archeologie

Prof. dr Corinne Hofman bij de ­uitreiking van de prestigieuze KNAW Merianprijs.

l­ iegen er in ieder geval niet om. De groei van de Caribbean Research Group tot leidende onderzoeksgroep in de wereld op dit gebied en een gevestigd icoon van de Universiteit Leiden komt voor een belangrijk deel op haar conto. ‘Goed onderzoek, goede publicaties, en goede fondsenwerving, gecombineerd met goed management en vooral hart voor de faculteit’, zo vat de hoogleraar de bereikte resultaten samen. ‘Het is een kwestie van volhouden om onderzoek zo interessant te houden dat er financiering voor komt’. En ­volhouden is haar toevertrouwd, getuige de stroom aan beurzen die haar in de loop der

De Merianprijs mag dan voor haar gelden als oeuvreprijs, het is feitelijk een prijs die bedoeld is om het vrouwelijke aandeel in de wetenschap te versterken. Wat is haar rol hierin? ‘Ik heb zeker oog voor vrouwen in de wetenschap. Het aandeel vrouwelijke hoog­ leraren in de academische wereld groeit gestaag, waarbij Leiden met 19% in Neder­ land aan de top staat. Nederland staat ­mondiaal echter op de vier na laagste plaats als het gaat om vrouwelijke topwetenschappers. Dat is vreemd, want tot het niveau van PhD gaat het gelijk op. Daarna stagneert het vrouwelijke aandeel’. Daar mag dus best wat aan gedaan worden, vindt Hofman. ‘Als decaan van de Faculteit der Archeologie aan de Universiteit Leiden wil ik me er in ieder geval sterk voor maken dat vrouwen gelijke kansen krijgen op beurzen en onderzoeksplaatsen’. Waarbij positieve discriminatie niet aan de orde is: ‘je moet gaan voor talent, of dat nou het talent van een man of een vrouw is.’ De Merianprijs is een belangrijk steuntje in de rug. Je zou denken dat de 50.000 euro in het niet valt bij de eerder verkregen beurzen, maar daar is Hofman het niet mee eens. ‘Beursgeld is onderzoeksgeld, dus 'gemerkt' geld. Dit bedrag is veel vrijer te besteden, zolang het maar voldoet aan de doelstelling: vrouwen in de wetenschap bevorderen. Met


17

Nederland | Caribische archeologie

Land | Plaats

dit geld hoop ik vrouwen in het Caribisch gebied in staat te kunnen stellen te kunnen doorstuderen en promoveren.’

Klem En daarmee komt het gesprek op haar zo geliefde onderwerp: de archeologie van de Caribische eilanden. Tijdens haar studie aan de Vrije Universiteit Brussel werd zij gegrepen door de archeologie van Zuid-Amerika. Vanwege dit onderwerp verhuisde zij voor haar masteronderzoek naar de universiteit van Leiden. Vanaf het moment dat ze betrokken raakte bij een archeologisch project op het eiland Saba (dat toen nog deel uitmaakte van de Nederlandse Antillen, maar sinds 2010 een buitengewone gemeente van Nederland is geworden) werd ze gefascineerd door de geschiedenis van dit gebied, dat in het grote verhaal van de wereld­ geschiedenis zo vaak onderbelicht blijft. ‘De Caribische geschiedenis zat voortdurend klem tussen de belangstelling voor de grote beschavingen van het Zuid- en MiddenAmerikaanse vasteland enerzijds, en de ­koloniale tijd anderzijds’, aldus de archeo­

loge. Bovendien is de precolumbiaanse geschiedenis daar vergelijkbaar met ons meso en neolithicum. De oudste dateringen in het gebied zijn van rond 5000 voor Christus: er zijn geen geschreven bronnen en nauwelijks taalkundige erfenissen uit de voor-koloniale periode, dus de archeologie is eigenlijk alles wat we hebben.’ Tot niet heel lang geleden was de indiaanse geschiedenis van het gebied helemaal een ondergeschoven kindje en leek het of de geschiedenis pas begon bij de komst van

de Spanjaarden in 1492. Dat beeld is inmiddels veranderd, en wat Hofman betreft ten goede, maar zij wil met haar onderzoek ­verder. ‘Realiseren dat we in eerste instantie over een indiaanse kolonisatie van het gebied spreken die zo’n 6000 jaar teruggaat.’ Hofman wil af van de mythen, en die vervangen door de resultaten van empirisch onderzoek. ‘Je kunt de Europese kolonisatie van het gebied niet begrijpen zonder te weten hoe het eerst was. Hoe leefden de mensen? Hoe woonden ze, aten ze, welke ziektes

Wie is Corinne Hofman? Prof. dr. Corinne Hofman werd in 1959 in Wassenaar geboren. Na haar zesde levensjaar woonde zij in België en Frankrijk. Zij studeerde kunstgeschiedenis en archeologie aan de VUB in België. Haar doctoraal behaalde zij in de archeologie van Precolumbiaans Amerika aan de universiteit van Leiden. Aan dezelfde universiteit promoveerde zij in 1993 met haar proefschrift: In Search of the Native Population of ­Pre-Columbian Saba (400-1450 AD). Part one. Pottery Styles and their interpretations. Sinds september van dit jaar is zij decaan van de Faculteit der Archeologie van de Universiteit Leiden. Corinne is getrouwd met Menno Hoogland, sinds 1 oktober van dit jaar bijzonder hoogleraar Funeraire Archeologie en Archeothanatologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden. Samen hebben zij één zoon, die zijn ouders vaak heeft geholpen met de vele opgravingen in het Caribisch gebied.


Nederland | Caribische archeologie

Nederland | Caribische archeologie

18

Corinne Hofman tijdens het veldwerk bij archeologisch onderzoek in het Caribisch gebied. (foto’s: Corinne Hofman)

waren er. Als je dat niet weet, hoe kun je dan zeggen dat het de Europese ziektes waren die de bevolking na de komst van de Europe­ anen decimeerden? Ook de klassieke gedachte van de migratie naar het Caribisch gebied is te simpel, vindt Hofman. Zo is altijd betoogd dat de kolonisatie van het gebied vanuit Guyana en het Orinoco-gebied is gebeurd’, legt ze uit. ‘Maar het beeld blijkt veel dynamischer. Hier moet nog veel onderzoek naar gedaan worden. Hoe verplaatsten deze mensen zich? Welke uitwisseling vond er plaats? De materiële cultuur, de huizenbouw, het blijkt allemaal enorm divers en complex te zijn.’

Maatschappelijk relevant De beeldvorming veranderen, en daarmee de Caribische geschiedenis een volwaardige plaats in de wereldgeschiedenis geven, dat is wat Hofman hoopt te bereiken. ‘Een ambi­ tieus doel, maar wel belangrijk. De archeo­ logie in het gebied, toch al kwetsbaar van zichzelf door aardbevingen en orkanen, wordt bedreigd door toenemend toerisme en de daarbij behorende bouwprojecten. Daar tegenover staat een toenemende waardering van de geschiedenis door de bewoners zelf. ‘Men zoekt naar identiteit. Het gebied is nu eenmaal zeer multi-etnisch. Wat bindt de bewoners op de eilanden nu echt? Dat is het

De KNAW Merianprijs De Merianprijs is door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen ingesteld 'om de ­zichtbaarheid van vrouwelijke wetenschappers in Nederland te bevorderen en de deelname van vrouwen in de wetenschap te stimuleren' en wordt sinds 2009 eens per twee jaar uitgereikt aan een excellente vrouwelijke wetenschapper, afwisselend uit de alfa- of gammawetenschappen (zoals dit jaar) of de ­bètawetenschappen. De prijs is vernoemd naar Maria Sibylla Merian (1647-1717), een Duitse kunste­ nares en geleerde, die een groot deel van haar leven in Nederland woonde en werkte. Zij leverde een belangrijke bijdrage aan de entomologie. De prijs bestaat uit een speciaal ontworpen sieraad en een bedrag van 50.000 euro. Dit bedrag dient te worden gebruikt voor wetenschappelijk doel en tenminste een deel ervan moet worden besteed aan activiteiten om vrouwen te motiveren voor wetenschappelijk onderzoek. De prijs wordt mogelijk gemaakt door SNS Reaal Fonds.

land zelf, de plaats. En zij verdienen dus dat hier een volwaardig beeld van geschetst wordt.’ Dit onderwerp kan zelfs politiek gevoelig blijken. ‘De erfenis van de slavernij, de geopolitieke verdeeldheid, het maakt de politieke verhoudingen moeilijker. Ik hoop juist daarom dat de European Research Council de Synergy Grant aan de archeologie en aan dit project toekende: er is zeker grote maatschappelijke relevantie.’

Transdiciplinair In september is Corinne Hofman begonnen aan het nieuwe ambitieuze NEXUS 1492 ­project. Wat daarin opvalt is dat de aanpak veel verder gaat dan archeologie alleen. Het project wordt transdisciplinair en internationaal opgezet. Er zijn vier principal investigators. Behalve traditionele archeologie omvat de 'gereedschapskist' van Hofman en haar onderzoekers ook antropologie, ancient DNA onderzoek, isotopen onderzoek, computer sciences en netwerktheorie. ‘We werken met heel veel gefragmenteerde data, met migratiepatronen, en natuurlijk met de fysieke overblijfselen zelf. Alleen door dat met elkaar in verband te brengen kun je een zo volledig mogelijk beeld krijgen.’ Corinne Hofman kijkt er naar uit om aan de slag te gaan met haar nieuwe project. Maar ze is ook blij met de Merianprijs. ‘Ik heb er toch veel voor moeten doen.’ Het geld is in gedachten al besteed. Wat voor haar overblijft is het sieraad. ‘Dat zal ongetwijfeld prachtig staan op mijn toga.’ Tekst: Esdor van Elten


Special |

Graven in Zwolle - Bovengrondse erfgoedsporen Impressie en sporen van een rijke stadsgeschiedenis, Op bezoek bij de Zwolse 足stadsarcheologen Opzet en resultaten van het onderzoekswerk en Panorama van een kwart eeuw graven en vondsten in Zwolle


Special | Graven in Zwolle

Bovengrondse erfgoedsporen

20

Special | Graven in Zwolle

Impressie en sporen van een rijke stadsgeschiedenis

Op het grondgebied van het huidige Zwolle waren reeds in de prehistorie mensen aanwezig. Als echte nederzetting is de plaats in de Middeleeuwen ontstaan op een hooggelegen dekzandrug tussen de IJssel en de Overijsselse Vecht aan het riviertje de Aa. In 1230 kreeg deze nederzetting stadsrechten en daarmee begon de groei van de stad. Na een grote stadsbrand in 1324 werd zij snel herbouwd, ditmaal vooral in steen, en omringd door een stenen muur. Zwolle trad als handelsstad toe tot de Hanze en beleefde in de vijftiende eeuw haar ‘Gouden Eeuw’. Het stadshart

Zwolle is zo’n stad waarvan je altijd zegt dat je die ooit nog eens wilt bezoeken. Een voornemen dat om welke reden dan ook maar niet binnen afzienbare tijd te realiseren valt. Toch staat ze bekend als stervormige ­vestingstad met een voornaam maar gezellig, oud middeleeuws centrum. Een stad waar je steeds omhoog kijkt naar interessante gevels, waarin de Hanzetijd weerspiegeld wordt. En de stad van prominenten als Thorbecke, Potgieter, Brood. Zo’n stad dus die moet trekken, zeker ook voor liefhebbers van cultuurhistorie. Daarom dus óp naar Zwolle om de nieren van deze Overijsselse parel te

kent nog veel bebouwing uit die vroegere tijden. Het team archeologie van de gemeente Zwolle is al meer dan 25 jaar actief bezig met onderzoek waardoor ook de geschiedenis van de stad steeds beter in beeld kan worden gebracht, zoals in deze special wordt toegelicht.

Links: Kaart van het huidige grondgebied van Zwolle met prehistorische vindplaatsen. De lichtblauwe lijn links geeft de loop van de IJssel weer. Midden: Zwolle in de Middeleeuwen. Rechts: Zwolle in de 17e eeuw. (Kaarten: Team Archeologie Zwolle)


proeven. Dat kennismakingsfestijn leidde vooral door het snuffelen aan het omvang­ rijke oeuvre van de gemeentelijke archeo­ logen uiteindelijk tot deze special. Hierin geven we in dit eerste deel een impressie van de historie en van wat in het bovengrondse Zwolle thans hiervan nog te zien is. In het volgende tweede deel gaan we meer specifiek in op het werk van de gemeente­ lijke archeologen en in het derde deel van de special tenslotte staan resultaten van hun voortdurende speurtocht naar ondergrondse sporen centraal.

Historie in hoofdlijnen Om meer over de geschiedenis van Zwolle aan de weet te komen, zou je zeker het ­imposante standaardwerk ‘Geschiedenis van Zwolle’ uit 2005 van Jan ten Hove tot je moeten nemen, ware het niet dat deze dikke pil van maar liefst 688 pagina’s al geruime tijd uitverkocht is. Maar lenen is ook een optie en er zijn eveneens andere bronnen die je wel het een en ander over de historie kunnen vertellen om althans enige indruk daarvan te krijgen. Uit al deze bronnen leren we allereerst dat Zwolle haar ontstaan dankt aan de hoger gelegen dekzandgronden in de IJssel- en Vechtdelta, waarop de eerste

bewoners neerstreken om hun voeten en hun overige hebben en houwen droog te ­houden. Ook haar naam zou hieruit af te ­leiden zijn: deze zou afstammen van het Germaanse woord suele of suelle, dat zwelling of verhoging betekent. De eerste mensen – jagers-verzamelaars - zouden hier reeds zo’n 10.000 jaar geleden vertoefd hebben en de eerste nederzettingen dateren van circa 2100 v.Chr. Overigens zijn die dekzandruggen thans nog altijd in de stad enigermate zichtbaar door hoogteverschillen: de Sassenstraat bijvoorbeeld ligt hoger dan het Grote Kerkplein en tussen de Voorstraat en de Melkmarkt werden traptreden aangelegd om het hoogteverschil op te vangen. In ieder geval had dit deltagebied te maken met voortdurende overstromingen van de rivieren, waartegen de hoger gelegen delen althans enigszins bescherming konden ­bieden. Maar de nederzettingen die hier ­ontstonden waren daardoor ook lange tijd dunbevolkt. Over de beginperiode van de Middeleeuwen

Boekhandel Waanders in de Broerenkerk, de prachtig gerestaureerde kerk van een 15e-eeuws dominicanenklooster.

21

Hermen in de Broerenkerk. Dit is de kopie van een menselijk skelet, inmiddels ‘Hermen’ genaamd,dat in de buurt van de kerk bij archeologisch onderzoek aan het licht kwam. De kopie bevindt zich met het kistje waarin het ­oorspronkelijke skelet is geplaatst, onder een glasplaat in de vloer van de begane grond in de Broerenkerk.

in dit gebied is maar weinig bekend. De Saksen die hier woonden schijnen rond 800 door oprukkende Franken te zijn ­verdreven. Met de Franken kwam er ook meer ruimte voor handel, waardoor tevens het aantal inwoners groeide. De stadskern van Zwolle moet in die periode ook ontstaan zijn. De oudste schriftelijke vermelding van Zwolle komt voor in een oorkonde uit 1040. Daarin staat beschreven dat een aan Sint

Special | Graven in Zwolle

Special | Graven in Zwolle


22

Special | Graven in Zwolle

Special | Graven in Zwolle

Michaël gewijde parochiekerk, die zich bevond op de plaats waar nu de Grote Kerk staat, door de bisschop van Utrecht aan het kapittel van Deventer werd geschonken. Bijna twee eeuwen later kreeg Zwolle stadsrechten van haar landsheer, de Utrechtse ­bisschop. Er mochten nu aarden verdedigingswerken aangelegd worden en markten worden gehouden, waarmee de groei van de stad richting méér dan een agrarische samenleving zich inzette. Inmiddels had ook het grondgebied van de stad een sprong gemaakt over de Grote Aa noordwaarts. Dit riviertje, dat dwars door de stad liep, werd daarbij steeds meer als de belangrijkste waterweg benut die de verbinding tussen de rivieren en de stad onderhield. Waarschijnlijk sloot de nieuwe stad Zwolle zich in die 13e eeuw reeds tevens aan bij de Hanzesteden. Al dan niet mede hierdoor kon de handel zich tot een steeds belangrijkere inkomstenbron van de stad ontwikkelen. Zwolle kwam daarbij steeds vaker lijnrecht te staan tegenover Zweder, heer van Voorst, die pogingen van de stad om aan zijn macht te tornen steeds minder kon waarderen. In 1324 werd Zwolle door een grote brand getroffen, waarbij slechts de weinige stenen constructies - de Grote Kerk

Gebied van Domplein rond 1100 vanuit het zuidwesten met de Romaanse Dom van Adelbold in volle glorie. Buiten het Domplein zijn de contouren van de Pieterskerk en Buurkerk aangegeven.

Bovenin de Broerenkerk wordt de reconstructie van Hermen getoond.

en enkele woonhuizen – gespaard bleven. Maar deze grote stadsbrand gaf ook een belangrijke impuls tot snelle herbouw van de stad in steen. Tevens werd zij daarbij omringd door een stenen muur. Met het bezit van de heer Van Voorst liep het overigens slechter af: zijn kasteel in Westenholte werd in 1362 na belegering door troepen van de bisschop en de drie steden Deventer, Kampen en Zwolle, tot de grond toe vernietigd. Enkele jaren na de grote stadsbrand bood een nieuw stadsrecht in 1330 het stads­ bestuur de mogelijkheid om de stad naar het westen uit te breiden. In 1384 verkreeg de stad in het noorden het hele gebied van de marke Dieze erbij, een eeuw later gevolgd

door het gebied tot aan de huidige Thor­ beckegracht. Deze gracht nam voor de scheepvaart in de 15e eeuw de functie over van de Grote Aa, waarlangs zich de belangrijkste markten bevonden, maar die steeds moeilijker bevaarbaar was geworden door de vele overkluizingen die in de loop der tijd in de stad tevens waren verrezen. De keizer van het Heilige Roomse Rijk had inmiddels in 1448 de stadsrechten van Zwolle (her)bevestigd door de stad op te nemen onder de steden van het Duitse Rijk. Zwolle ontwikkelde zich verder als handelsstad binnen de Hanze en beleefde in die ­vijftiende eeuw haar ‘Gouden Eeuw’. In die periode fungeerde Zwolle ook als centrum van de Moderne Devotie, een religieuze beweging, georganiseerd in kloostergemeenschappen en broederschappen, die zich op initiatief van Geert Grote, aanvankelijk ­vanuit Deventer, maar later vanuit Zwolle over een groot deel van Europa uitbreidde. Tijdens en na de Tachtigjarige Oorlog werden de verdedigingswerken een steeds belangrijkere issue voor de stad en het land. Begin ­ 17e eeuw leidde dat tot de aanleg van twaalf bastions en verdedigingswerken aan de

Resten van de tweede stadsmuur, waarvan de bouw zo rond 1480 langs de Thorbeckegracht startte. Achter de bomen rechts de Broerenkerk.


Special | Graven in Zwolle

Wandelen door Zwolle Een wandeling door Zwolle is zeker niet te versmaden als historisch en cultureel erfgoed je boeit. Onmiddellijk na aankomst in Zwolle per spoor komt al erfgoed op je af: het oude stationsgebouw uit 1864, dan even de straat oversteken, de stationsweg aflopen en je blik valt op de stadsgracht waarin bastions je verwelkomen, met in de verte de Peperbus. Deze eerste aanraking met de historie werkt als een amuse: dit smaakt naar méér. En die wens ging in ons geval volop in vervulling mede door het enthousiaste toedoen van de twee gemeentelijke archeologen Hemmy Clevis en Michael Klomp. Met hun meer dan een halve eeuw ervaring samen kennen zij de stad bovengronds en ondergronds mis-

schien nog wel beter dan hun eigen broekzakken. Daarvan getuigden zij al in hun tal­ rijke boekwerken, maar nog meer ervaar je dat als je het genoegen hebt door hen meegevoerd te worden op een trip door de stad. Een betere plek om met die trip te beginnen is ook niet denkbaar: de Broerenkerk op Het Eiland, een smalle strook land ten noorden van de oude stadskern. Hier stichtten de dominicanen in 1465 een klooster, waarvan de kerk de Beeldenstorm en latere roerige ­tijden overleefde. In 1982 werd zij voor de (protestantse) eredienst gesloten. Na gron­ dige restauratie en archeologisch onderzoek in die jaren tachtig werd de Broerenkerk uiteindelijk in 2013 in gebruik genomen als een prachtige grootse boekhandel van Waanders Uitgevers, compleet met brasserie en ruimtes voor kunst, cultuur en een toeristisch informatiepunt. Een metamorfose dus van ‘Huis van het Woord’ naar ‘huis voor het woord’. In deze ‘hemelse’ omgeving onderleggen de beide archeologen me allereerst nogmaals in de hoofdlijnen van de stadsgeschiedenis. Dat wordt afgerond met een bezoek aan een skelet op de begane grond en een reconstructie daarvan op de bovenste verdieping van dit voormalige kerkgebouw. Dit menselijk skelet, inmiddels ‘Hermen’ genaamd, kwam in 2010 bij het afronden van archeologisch onderzoek in de omgeving aan het licht. Bijzonder aan het skelet was dat de handen aan de voorzijde van het lichaam ter hoogte van de schenen bijeengebonden waren met een leren band om de polsen. Tussen de ­elleboog- en kniegewrichten door was een houten staak geplaatst. Bovendien bleek de schedel zwaar beschadigd. Al deze kenmerken sterkten het vermoeden dat deze ­persoon eeuwen geleden vermoord was, ­hetgeen bij nader onderzoek werd bevestigd. De persoon, een man, kwam vermoedelijk op 22-24 jarige leeftijd om het leven door een klap op de schedel met een stomp voorwerp. Hij leefde in de periode tussen 1316 en 1440 en dat leidde tot de vraag of hij (met ande-

Op de achtergrond het Vrouwenhuis, het huis van Aleida Greve.

De Thorbeckegracht met links op de achtergrond resten van de tweede stadsmuur.

23

IJssel. Maar toen Zwolle de status van Rijksvestingstad in 1790 verloor en het stadsbestuur het onderhoud van de vestingwerken ook niet wilde bekostigen, ging de conditie daarvan sterk achteruit. Delen van muren en poorten werden in die fase gesloopt; de bastions bleven daarbij grotendeels gespaard. In die fase verwierf de inmiddels verder gegroeide stad tevens de positie van provinciehoofdstad en vestigingsplaats van het provinciebestuur. Het stadshart kent thans nog vele gebouwen uit die vroegere ­tijden. Ook zijn delen van de stadsmuren, wallen en grachten intussen in oude glorie hersteld.

Het Rodetorenplein met de Peperbus op de achtergrond. Onder het hotel links bevinden zich nog overblijfselen van de stadspoort de Rodetoren.

ren) een rol speelde in de Lucienacht, de nacht waarin soldaten in opdracht van de bisschop en het stadsbestuur de macht van de gilden braken onder meer door gildeleden te executeren. Het antwoord op die vraag zal wel eeuwig uitblijven. Maar het skelet gaf intussen dus wel gegevens prijs en bood daarbij eveneens basis om een gezichts­ reconstructie te laten vervaardigen. De ­skeletresten liggen nu in een kistje onder een glazen plaat in de vloer van Waanders in de Broeren. Daarbij ligt een plastic skelet, precies in de stand zoals het bij de opgraving werd gevonden. Op de bovenste etage van de boekenhandel is de levensechte reconstructie te zien van ‘Hermen’, zoals het middeleeuwse slachtoffer inmiddels genoemd is. Buiten tonen de archeologen nog waar de omheiningsmuur rond het kloostercomplex


24

Special | Graven in Zwolle

Het Drostenhuis aan de Melkmarkt 41, thans onderdeel van het Stedelijk Museum. Dit huis werd in de 16e eeuw gebouwd, de rococogevel dateert uit de 18e eeuw. Joan Blaeu, plattegrond van Zwolle, 1649-1670. De stromingen van de Grote Aa (in het midden, met de Melkmarkt en de Grote Markt) en de Kleine Aa (links daarvan, met haaks daarop de Roggenstraat) zijn goed zichtbaar, met onderaan links het huidige Rodentorenplein en rechts daarvan het Maagjesbolwerk.

blijkens gevonden ondergrondse resten liep en waar binnen eveneens de begraafplaats van het klooster lag. Ook de ligging van de kleine Aa met parallel daaraan de oudste stadsmuur wordt daarbij duidelijk. Resten van de tweede stadsmuur, waarvan de bouw verder noordwaarts langs de Thorbeckegracht zo rond 1480 startte, zijn thans nog zichtbaar. Aan die gracht bevindt zich ook het geboortehuis van de staatsman en grond­ legger van onze parlementaire democratie Johan Rudolf Thorbecke.

De Grote- of St.Michaëlskerk bij de Grote Markt. Tegen deze eind 14e- begin 15e-eeuwse kerk werd in 1618 een gebouw voor de Hoofdwacht ingewijd, compleet met renaissancegevel. De kerk had een toren die hoger was dan de Utrechtse Domtoren, maar die in 1682 na diverse blikseminslagen voorgoed het loodje legde.

Havenverkeer Verder westwaarts langs die gracht komen we bij het Rodetorenplein, waar het oog allereerst op het Hopmanshuis uit 1663 valt. Dit pand, ook wel genaamd het huis met de 99 vensters, was oorspronkelijk de helft kleiner en functioneerde als pakhuis en overslagplaats van goederen van en naar Amsterdam en de Noord-Duitse steden. Het stond toen buiten of voor de stadsmuur en de achterkant was direct aan het water gelegen. De huidige naam is ontleend aan een 18e-eeuwse bewoner van dit pand, hopman (stadscommandant) Nauta. Michael Klomp merkt op dat bij een opgraving van begin dit jaar aan de overzijde van het water, aan het Craenbolwerk – het bolwerk tegenover de kraan, de fundamenten zijn aangetroffen van een soortgelijk pakhuis. Het huidige Rodetorenplein ontleent zijn naam aan een kleine stadspoort, waarvan resten nog deels onder het huidige aan het plein gelegen hotel

en restaurant gelegen zijn. De fundamenten van een de hoogste torens van de tweede stadsmuur, de Jan Baghstoren, werden bij een opgraving onder het plein zelf aangetroffen. Het zicht van hieruit richting stads­ centrum doet vermoeden dat in de fase waarin op deze plek de haven met de pakhuizen functioneerde, Zwolle zich van haar meest romantische kant liet zien. Klomp legt uit: ‘Van hieruit liepen twee waterstromen door de stad, de Grote Aa aan de zuidkant, waar zich nu de Melkmarkt bevindt, en de Kleine Aa aan de noordkant, waar nu het A-plein en de Kleine Aa gelegen zijn. Ten zuiden van de Grote Aa zou zich het oudste deel van Zwolle bevinden en de Kleine Aa en de daarbij ­gelegen noordelijke bebouwing zouden later zijn aangelegd, maar door ons archeologisch onderzoek weten we nu dat dit noordelijke deel zich hier al in 1230 bevond. De scheepvaart ging vanuit de Aa via het Zwarte Water van en naar de Zuiderzee en van daaruit van en naar Amsterdam en verder. Aanvankelijk voeren de schepen vanuit het Zwarte Water richting stad direct via de Grote Aa de stad in en legden in een haven langs die Aa aan waar verschillende markten werden gehouden. Maar geleidelijk aan groeide de handel, werden de schepen door omvangrijkere ladingen groter en werd de Aa moeilijker bevaarbaar, met als gevolg dat de haven zich steeds meer richting het Rodetorenplein verplaatste. Toen die haven uiteindelijk zo rond eind ­13e-begin 14e eeuw aan dit plein kwam te liggen werd de lading die met grote koggeschepen vanuit het Zwarte Water werd aan­


Imposante bouwwerken De benenwagen voert ons verder richting Melkmarkt-Grote Markt, waar diverse andere interessante erfgoedlocaties te bewonderen zijn. Zo bevindt zich tussen de Melkmarkt en de Voorstraat het Vrouwenhuis, het huis van Aleida Greve (1670-1742), een welgestelde dochter van een bierbrouwer, tevens ‘penseelprinses’. Zij bepaalde bij testament dat haar woonhuis na haar dood als hofje zou fungeren voor bejaarde dames van protestante huize. Om de kosten daarvan te dekken schonk zij het Vrouwenhuis een groot deel van haar onroerend goed en landerijen. Ook werden in haar huis schilderijen van haar hand ondergebracht. Tot 1984 werd het huis bewoond door alleenstaande dames, maar het biedt thans onderdak aan een museum vooral met interieurs uit de laatste drie ­eeuwen. Verderop aan de Melkmarkt ligt het Drosten­ huis, oorspronkelijk in de 16e eeuw gebouwd voor Engelbert van Ensse, drost van Coevor­ den en Drente (het hout voor de kap van de dwarsvleugel aan de Melkmarkt werd in 1543 gekapt). Het bouwwerk werd in de 18e eeuw voorzien van een imposante gevel met rococo-versiering. Thans herbergen het pand en de latere moderne aanbouw het Stedelijk Museum, waarin een cultuurhisto­rische collectie getoond wordt. Kamers van het Drostenhuis zijn daarbij in stijlkamers omgetoverd. De kelder biedt ruimte aan een deel van de archeologische collectie van de stad (zie hierna in deze special). Bij de Grote Markt midden in het centrum ­glorieert de Grote- of St.Michaëlskerk, die als gotische driebeukige hallenkerk eind 14e, begin 15e eeuw werd opgetrokken op

de plaats van een 8e-eeuwse houten kerkje en een 13e-eeuwse kleine stenen, sobere romaanse voorganger. Het interieur van deze van oorsprong katholieke kerk werd tijdens de Beeldenstorm in 1580 grondig vernield. Vanaf die tijd is de kerk voor de protestantse eredienst gaan functioneren. Het huidige interieur kent enkele topstukken, zoals het grote vier-klaviers Schnitgerorgel uit 1721, een preekstoel vol houtsnijwerk uit 1622 en een eikenhouten koorhek uit 1594. Tegen de kerk werd in 1618 een gebouw voor de Hoofdwacht ingewijd, compleet met een fraaie renaissancegevel. Dat gebouw diende als wachtlokaal voor de soldaten van het toenmalige militaire garnizoen. Aan de ­buitenzijde van het koor bespeuren we ook een ingemetselde halfronde steen in Rode Bremer zandsteen. Het blijkt een Romaanse

steen te zijn uit 1300, waarschijnlijk afkomstig uit een boogveld boven een ingang van de Romaanse voorganger van de huidige gotische kerk. De steen toont Abraham met opgeheven handen, met voor zich de aartsengel Michaël tezamen met de engelen Rafaël en Gabriël. De huidige kerk moet ook een toren hebben gehad die hoger is geweest dan de Utrechtse Domtoren: zo’n 115-120 meter, vertelt Michael Klomp vol trots. Maar die vreugde was maar tijdelijk, want de toren stortte na diverse blikseminslagen in 1682 in en nam in zijn val twee traveeën van het kerkgebouw mee. Door vallend puin bij een eerdere blikseminslag zou een hondje zijn omgekomen, zo luidt een van de verhalen achter de gevelsteen in een pand tegenover de kerk. Of juist ongedeerd onder het vallende puin vandaan zijn gekomen, zo luidt een

Nieuwe archeologische boekwinkel SPA Uitgevers opende in mei j.l. in Zwolle een boekwinkel vol gedrukte lekkernijen voor lief­ hebbers van geschiedenis en archeologie. Initiator is de Stichting Promotie Archeologie (SPA), een organisatie die tot doel heeft de archeologie en het archeologisch onderzoek in de ruimste zin bekendheid te verschaffen bij een zo breed ­mogelijk publiek. Hidde Heikamp van deze stichting licht toe: ‘Het werkgebied van de stichting ligt in Nederland en in die landen of gebieden Hidde Heikamp van SPA Uitgevers. welke ons land op enig tijdstip van importwaar hebben voorzien of exportgebieden zijn geweest. SPA maakte voor dat doel al enkele boeken waarvan ik ook de vormgeving verzorgde en dat aantal groeide in de loop der tijd, totdat in 2007 besloten werd zelf ook boeken te gaan uitgeven. Aanvankelijk geschiedde dat nog via een boekhandel, maar enige tijd ­geleden ontstond het idee zelf ook boeken te gaan verkopen. Dat idee kwam in een stroomversnelling doordat SPA boeken en inboedel uit een faillisement kon over­nemen. In de Assendorperstraat kwam begin 2013 een geschikt pand daarvoor leeg.’ En zo opende SPA Uitgevers in mei op die locatie de deuren van een ­boekwinkel waarin allerlei boeken verkocht worden waarin archeologie en geschiedenis van allerlei Europese landen centraal staan, variërend van prehis­torie tot heden. Vooral boeken over archeologie in landen van Noordwest-Europa zijn daar te vinden. De website geeft een overzicht daarvan en maakt ook het online bestellen van boeken mogelijk. Maar de winkel biedt toch wel de kans bij uitstek om van de geuren en kleuren van deze boekwerken in levende lijve te genieten. Boekhandel SPA Uitgevers, Assendorperstraat 174-4, Zwolle (ca. kwartiertje lopen vanaf Zwolle CS), tel. 06-25093631. Openingstijden: di t/m za 12-17 uur, op maandagen gesloten. Website: www.spa-uitgevers.nl

25

gevoerd, in deze haven op kleinere boten overgeladen om vervolgens via de Grote Aa de stad in te worden vervoerd, of verder ­richting het achterland. De aanvoer van lading vanuit de stad werd omgekeerd in de haven aan het Rodetorenplein uit bootjes of vanaf karren overgeladen in koggeschepen en via het Zwarte Water afgevoerd. Zo werd ook via de Vecht van en naar Duitsland lading getransporteerd.’

Special | Graven in Zwolle

Special | Graven in Zwolle


26

Special | Graven in Zwolle

Impressie van de opgravingen op het Domplein in 1933. Op de achtergrond rijdt een tram de Korte Nieuwstraat in.

HĂŠt stadssymbool van Zwolle: de Peperbus, toren van de Onze Lieve Vrouwebasiliek, die tussen eind 14e en medio 15e eeuw verrees.


Nog enkele topsnoepjes Na deze letterlijke hoogtepunten zou je ­verwachten dat Zwolle’s historische snoep-

De Sassenpoort, stadspoort uit 1409.

Statige 18e-eeuwse voorgevels van adellijke woon­ huizen in de Kamperstraat.

trommel nauwelijks méér te bieden heeft. Maar niets in minder waar. Dan doelen we hierbij niet alleen op de boeiende gevel­ stenen die overal in de stad te zien zijn en het onderwerp vormen van een speciale ­wandelroute. En ook niet op de typische Zwolse balletjes die in een medio 19e-eeuwse winkel op het Grote Kerkplein te koop zijn. Wat erfgoed betreft laat bijvoorbeeld de Sassenstraat zeker nog attractieve hoogstandjes zien. Onder meer het van oorsprong middeleeuwse Karel V-huis maakt hier goede sier met een prachtige renaissancegevel. En natuurlijk de befaamde schilderachtige Sassenpoort, een stadspoort uit 1409 die eind 16e-begin 17e eeuw nog als gevangenis fungeerde, steelt aan het einde van de straat zeker de show. We maken van hieruit nog een korte wandeling zuidoostwaarts naar de

Assendorperstraat, alwaar onlangs een ­boekwinkel is geopend die van elke erfgoedliefhebber een kind maakt dat in een speelgoedwinkel wordt losgelaten (zie kader). Met veel moeite maken we ons uit dit paradijs los om ons weer verder te begeven, ditmaal noordwestwaarts via de Hoogstraat richting Veemarkt, naar het kantoor en depot van de gemeentelijke archeologen. In de Hoogstraat stuiten we eerst nog op een nieuw oud pareltje: een buurtmuseum waarin Jacob Donze door middel van foto’s, krantenknipsels en spulletjes van vroeger de gedachten levend houdt aan hoe het leven in deze arbeidersbuurt Kamperpoort vroeger was. Een klein maar fijn museum dat ons in de juiste stemming brengt om de vroegere buurtschool te bezoeken, waar nu de gemeentelijke archeologen huishouden.

Het buurtmuseum in de Hoogstraat, waarin Jacob Donze door middel van foto’s, krantenknipsels en spulletjes van vroeger de gedachten levend houdt aan het leven in deze arbeidersbuurt Kamperpoort.

Tekst en overige foto’s: Lou Lichtenberg

Nadere info: - www.regiocanons.nl/overijssel/salland/zwolle; - ‘Hanzewandelen in Nederland’ (www.wandelenindeventer.nl); - ‘Gevelstenen in Zwolle’, uitgave van de Gemeente Zwolle ter gelegenheid van de Open Monumentendag 2009, ISBN 978-90-8533-061-5; - Stedelijk Museum Zwolle: ‘Stad in Beeld; Beeld van een Stad’ (www.stedelijkmuseumzwolle.nl) - www.buurtmuseumkamperpoort.nl

27

ander verhaal. Hoe dan ook, de gevelsteen maakt deze viervoeter uit 1669 in ieder geval onsterfelijk. De directe omgeving van de kerk telt tal van gebouwen die vermoedelijk uit hetzelfde ­tijdperk dateren, of zelfs van vroeger datum zijn. De archeologen wijzen op kappen van huizen die dat vermoeden kunnen staven, al zijn hun voorgevels duidelijk recenter. Ook diverse aangrenzende schilderachtige straatjes zijn soortgelijke oude bouwwerken rijk. Heb je inmiddels al geen stijve nek van het omhoog kijken, zeker zul je dat ervaren ­wanneer je door de Kamperstraat loopt. De statige 18e-eeuwse voorgevels van adellijke woonhuizen die al sporen uit de 14e eeuw dragen, zijn het alleszins waard om dat ­ongemak op de koop toe te nemen. En mocht je van het omhoog kijken nog niet genoeg hebben, kan je helemaal je hart ophalen wanneer je het icoon van Zwolle vlakbij gaat aanschouwen: de Peperbus. Deze 75 meter hoge toren maakt deel uit van de Onze Lieve Vrouwebasiliek, die tussen eind 14e en medio 15e eeuw verrees. Deze kerk onderging in de Beeldenstorm hetzelfde lot als haar zojuist besproken tijdgenoot, met dit verschil dat ze uiteindelijk weer in katholieke handen is gekomen. En haar interieur werd in de jaren zeventig van de 19e eeuw wel erg drastisch in neogotische stijl omgetoverd.

Special | Graven in Zwolle

Special | Graven in Zwolle


Special | Graven in Zwolle

Op bezoek bij de Zwolse ­stadsarcheologen

28

Special | Graven in Zwolle

Opzet en resultaten van het onderzoekswerk

We leerden ze al even kennen bij het wandelen door de stad, de gemeentelijke ­archeologen Hemmy Clevis en Michael Klomp. Een bezoek aan hun burelen aan de Veemarkt nabij de Hoogstraat is alleen al een feest vanwege de vele vondsten die daar te zien zijn in vitrines, in het depot en in kasten en op tafels bij het schoon­ maken en reconstrueren ervan. Maar er is meer dat trekt: hun vele boeken en rijke ervaringen waarover ze in geuren en kleuren weten te vertellen.

Het pand waarin de archeologen vanaf 1999 huizen is een voormalig schoolgebouw (Elbertsschool) uit de jaren dertig van de vorige eeuw, waarvan de architectuur thans ook nog duidelijke sporen toont. Een lang­ gerekt bouwwerk, geïnspireerd door de ­bouwstijl van de Amsterdamse school, aan een plein, dat de functie van schoolplein nu verruild heeft voor parkeerplaats ten behoeve van auto’s. Het interieur telt lange gangen met een lambrisering van geglazuurde tegels, met daaraan grenzende lokalen waarin vele ramen uitzicht op de gang en op de omgeving van het gebouw bieden. In ieder geval thans een rustige en praktische omgeving, ook voor archeologen. ‘Dat zal vroeger hier wel anders geweest zijn’, vermoedt Hemmy Clevis, doelend op de tijd waarin hier buurtbewoners van nu hun lagere school­ jaren doorbrachten. Voorheen waren ze ook

De gemeentelijke archeologen Hemmy Clevis (links) en Michael Klomp.

in een oud schoolgebouw gehuisvest, maar dat moest gesloopt worden bij de reconstructie van het Maagjesbolwerk. De gemeente bood in ruil daarvoor hun huidige accom­ modatie aan, die plaats biedt aan hun bureau en bibliotheek, maar ook aan het vondstendepot. Bovendien delen ze deze huisvesting met enkele andere kleine organisaties,

­ aaronder een modelspoorvereniging en een w wandelclub. En een naamplaatje op de deur vermeldt ook de naam van de Ruud van Beek Stichting, die tot doel heeft de gemeentelijke archeologie in Oost-Nederland te onder­ steunen. Die stichting is genoemd naar de bevlogen amateurarcheoloog - tevens medewerker van het Kadaster - die mede door zijn toedoen heeft weten te bereiken dat de gemeente Zwolle in 1986/1987 voor het eerst een gemeentelijke archeologische dienst kreeg.

Team Archeologie Deze dienst stelde daarbij meteen de Limburger Hemmy Clevis (1953, Eijsden) aan, die inmiddels aan de Utrechtse univer­ siteit gepromoveerd was op een onderzoek naar historische topografie en ontwikkeling van de Nijmeegse benedenstad in de periode 1300-1500. Bovendien had hij ervaring


29

Special | Graven in Zwolle

Special | Graven in Zwolle

Impressie van het kantoor van de gemeentelijke archeologen aan de Veemarkt, waarin tevens de bibliotheek en het vondstendepot is ondergebracht.


30

Special | Graven in Zwolle

Special | Graven in Zwolle

Enkele interessante archeologische objecten die bij onderzoeken aan het licht kwamen. De meeste van deze worden tentoongesteld in het Stedelijk Museum en in het bijzonder in de kelder daarvan.


Special | Graven in Zwolle

Verdiensten Het duo Clevis-Klomp heeft op deze wijze in de afgelopen ruim kwart eeuw prima kunnen functioneren. Beide archeologen hebben samen en afzonderlijk opgravingen geleid, waarbij Hemmy in het bijzonder zorgde voor de financiële middelen en Michael vooral voor de organisatie van de opgraving. Beiden

s­ ysteem volledig analoog en alleen toe­ gankelijk via de publicaties, maar in 2002 schiep de Ruud van Beek Stichting de ­financiële ruimte voor een digitale versie. Momenteel wordt gewerkt aan een digitaal systeem dat iedereen gratis via een website zal kunnen raadplegen en dat dan tevens aan actieve gebruikers tegen betaling van een jaarlijkse contributie ter beschikking kan worden gesteld.

Toekomst De meeste vondsten uit deze onderzoeken bevinden zich momenteel in het eigen depot van het Team Archeologie aan de Veemarkt. Daar zijn ze in dozen en kasten ondergebracht, waarbij topstukken in glazen vitrines pronken. Ook in het Stedelijk Museum aan de Melkmarkt en in het bijzonder in de kelder daarvan zijn in chronologische volgorde ­interessante vondsten tentoongesteld. Door geldgebrek blijft het voorshands een ijdele hoop voor de belangrijkste vondsten ooit een grotere tijdelijke of permanente expositie in te richten. Een voor Nederland echt unieke tentoonstelling zou het 19e-eeuwse keramiek tot onderwerp kunnen hebben, maar helaas. Niettemin koestert het archeologisch duo eveneens wellicht wat relatief gemakkelijker te realiseren wensen. Er moeten nog verschillende onderzoeken nader uitgewerkt worden, waar tevens nog leuke presentaties over te maken zijn. Michael Klomp hoopt daarnaast nog ruimte te vinden om een ­kinderboek over een Zwols historisch en archeologisch onderwerp te schrijven. Hemmy Clevis meldt bezig te zijn met het voorbereiden van een groot internationaal archeologiecongres dat in Zwolle mogelijk al in 2015 kan plaatsvinden over methoden van herkomstbepaling voor keramiek. In de verte gloren in ieder geval stralen aan de horizon die ook een zonnige toekomst van de Zwolse archeologie beloven. Tekst en foto’s: Lou Lichtenberg Nadere info: onen-leven/ ww w.zwolle.nl/w cheologie.htm /ar en bouwen-won

Special | Graven in Zwolle

kennen de stad inmiddels op hun duimpjes: Hemmy Clevis vooral ondergronds en Michael Klomp als geboren Zwollenaar ­ondergronds én bovengronds. Ze zijn niet op voorhand tegen samenwerking met opgravingsbedrijven, maar houden liever daarbij de regie in eigen hand. ‘Wij hebben elk ruim 26 jaar ervaring met opgraven in Zwolle, ­kennen daardoor de stad door en door, weten wat we op welke plaats kunnen verwachten, voelen hem prima aan en zijn dan ook de meest voor de hand liggende partij om opgravingen te doen en daarmee de continuïteit in de informatie over de stad te waarborgen’, aldus Clevis. ‘Wij doen derhalve niet alleen opgraven, maar ook de overdracht van informatie daarover aan de burger rekenen wij tot onze taak, mede om het draagvlak voor het erfgoed te bevorderen’, vult Klomp aan. Dat valt zeker ook af te leiden uit het navolgende derde en tevens laatste deel van deze special, waarin de belangrijkste onderzoeken en de resultaten daarvan per onderzochte geschiedenisperiode chronologisch nader de revue passeert, met literatuurverwijzingen. Bij het overzien daarvan vat Hemmy Clevis de verdiensten van het team enthousiast samen: ‘Zwolle is in archeologisch opzicht echt overweldigend. We hebben twee havezaten (havezate is een versterkt huis of grote boerderij met land, soms ook in bezit van adel –LL) mogen opgraven en een stukje van een klooster mogen proeven. We vonden op de diverse locaties sporen vanaf de middenbronstijd tot en met de 19e eeuw en we hebben over al die onderzoeken ook ruimschoots gepubliceerd. Zwolle is tevens de enige stad in Nederland die zich met 19e-eeuwse ­keramiek heeft beziggehouden, doordat we bij toeval locaties vonden waar dat preRegout- en Regoutmateriaal homogeen werd aangetroffen.’ Clevis verrichtte ook baan­ brekend werk in het classificeren van laaten post-middeleeuws aardewerk en glas. In dat classificatiesysteem worden dergelijke vondsten getoetst en ondergebracht. Diverse steden in Nederland en België hanteren inmiddels Clevis' vondst, en ook collega's in bijvoorbeeld de VS en Zuid-Afrika gebruiken het systeem. In eerste instantie was het

31

o­ pgedaan bij de gemeentelijke archeologie in diverse andere steden. In Zwolle kreeg hij de kans mee te werken met een groepje ­vrijwilligers aan verschillende interessante opgravingsprojecten, indachtig de door Ruud van Beek beoogde wisselwerking tussen amateur-archeoloog en vakarcheoloog. Een van die enthousiaste vrijwilligers in dat ­eerste uur was ook de in Zwolle geboren Michael Klomp (1973), die archeologie en middeleeuwse geschiedenis in Amsterdam ging studeren maar tussentijds en daarna tevens als vrijwilliger bleef meewerken aan stadsarcheologisch onderzoek in Zwolle en andere steden. Sinds 2002 maakt ook hij als vaste stadsarcheoloog deel uit van het Team Archeologie. Naast deze twee archeologen wordt het team gevormd door een veldtech­ nicus, administratieve medewerkers en een depotbeheerder. Bovendien wordt het team incidenteel bij opgravingen versterkt door studenten en amateur-archeologen, en zo nodig bijgestaan door andere specialisten. Waar bij het onderzoek bijvoorbeeld bouw­ historie om de hoek komt kijken, weet het team zich extra gesteund door de Zwollenaar prof. Dirk Jan de Vries, grondlegger van het bouwhistorisch onderzoek in Zwolle en tevens hoogleraar bouwhistorie aan de Leidse universiteit. Tevens sloot het team een samenwerkingsovereenkomst met de gemeente Kampen, als gevolg waarvan ook aan archeologisch onderzoek in die binnenstad meegewerkt kan worden. ‘Extra handig ook in deze tijd van bezuinigingen’, merkt Clevis op. ‘Want waar de ene stad projecten door bezuinigingen in de ijskast moet plaatsen, kunnen we in de andere stad vaak wel bij projecten aan de slag gaan, waardoor we ook de bezetting van ons team kunnen ­handhaven.’


Special | Graven in Zwolle

Panorama van een kwart eeuw graven en vondsten in Zwolle In dit slotgedeelte volgt in chronologische volgorde een lijstje van de perioden waarvan sporen werden gevonden bij de belangrijkste opgravingen door het Team Archeologie van de gemeente Zwolle in de loop van het afgelopen kwart eeuw. Aan het slot wordt verwezen naar de literatuur waarin meer informatie wordt gegeven over opzet, uitvoering en resultaten van de desbetreffende onderzoeken.

Opgraving Vrouwenlaan. Uitzetten van vakken voor ­archeologisch onderzoek naar vuursteenateliers en haardkuilen uit het Mesolithicum.

32

Special | Graven in Zwolle

Prehistorie-Romeinse tijd

Overzicht van opgravingsputten bij opgraving Vrouwenlaan.

Midden Steentijd (Mesolithicum): oudste sporen van menselijke activiteit in Zwolle. Het belangrijkste onderzoek vond plaats aan de Vrouwenlaan ­(uitgewerkt in Hermsen 2006). Uit het onderzoek blijkt dat in het Mesolithicum, in ieder geval tussen 7300. v.Chr. en 5100 v.Chr, de dekzandrug waar ook de Vrouwenlaan op ligt, veel­vuldig bezocht is door rondtrekkende jagers en verzamelaars. Dit komt tot uiting in de aanwezigheid van vuursteenateliers en clusters haardkuilen. In dit rapport wordt in de synthese ook ­verwezen naar de andere vindplaatsen van mesolithische haardkuilen (Olde­ mannen­­laan, Hanzeland, Windesheim)

Bronstijd: belangrijkste nederzetting aangetroffen in Ittersumerbroek ­(overzicht in Clevis & Verlinde 1991). Daarbij werden een deel van een ­vierschepige, bootvormige boerderijplattegrond uit de overgang van de ­vroege naar de midden-bronstijd, alsmede complete agrarische units of boerenerven uit de late bronstijd bloot­ gelegd. Bij dit onderzoek werd mede ­uitgegaan van de theorie van de amateur­ archeoloog Ruud van Beek om te zoeken naar erven of units. Extra verrassend bij dit onderzoek was dat na de identificatie van deze paalsporen nog veel palen overbleven, Ittersumerbroek, 1993. waarin na verder onderzoek twee clusters Opgraving van een boerderij­ van paalsporen werden ontdekt die op het plattegrond uit de bronstijd. bestaan van houten cirkels en een reeks min of meer ovale paalkransen wezen, met aan de oostzijde een kalender. Deze kalender geeft de zonnewende aan en de perioden waarin dag en nacht even lang zijn. Deze paalkransen, die als de ‘Wood­ Voorbeeld van een zonnekalenhenge van Zwolle’ worden aangeduid - in der in Sarn-Y-Bryn-Caled, Wales Groot-Brittannië en Ierland zijn inmiddels (foto: Alex Gibson, Clwyd-PowysArchaeological Trust) een veertigtal van dergelijke paalkransen

geïdentificeerd - waren de eerste die in Nederland werden aangetroffen (onderzoek paalkransen nader beschreven in De Jong & Wevers 1994). Sporen uit de bronstijd zijn in Zwolle verder aangetroffen op het Eiland in Zwolle (nader beschreven in IMA en in R. van Beek 1988). Het Eiland, 1990. Opgraving van spieker uit de bronstijd.

Na de bronstijd: weinig archeologisch bekend en opgegraven.

Inheems-Romeinse periode: als belangrijkste component Bikkenrade. Deze opgraving (uitgewerkt in Hermsen 2005) bracht veel resten aan het licht van een Germaanse nederzetting uit de gevorderde 2e tot en met de vroege 5e eeuw. Het overgrote deel van de vondsten bestond uit scherven handgevormd inheems aardewerk uit de Romeinse tijd. De vindplaats bleek ook rijk aan ­vondsten en resten van ijzerproductie. Tevens werden onderdelen gevonden van herhaaldelijk aangepaste omheiningen rondom een Opgraving Bikkenrade in Zwolle-Zuid. ­noordelijk en een zuidelijk erf.

Middeleeuwen tot de 14e eeuw Merovingische en Karolingische ­periode: weinig vondsten bekend. Tot die weinige behoren in ieder geval de vondsten onder het Stadhuis (beschreven in Van Beek 1980). Verder is er een opgraving (proefonderzoek) aan de Hogenkampsweg geweest in 2003 waarin materiaal (vooral scherven ­aardewerk, metalen voorwerpen, huttenleem en fragmenten van maalen slijp­stenen) is gevonden behorend tot een 10e-eeuwse, landelijke en zelfvoor­zienende nederzetting, die kort na 950 waarschijnlijk door brand is verwoest (Klomp 2003). In de Zwolse ondergrond zullen meerdere plekken zijn waar sporen uit deze periode kunnen worden aangetroffen. Een van deze plekken is Wythmen net buiten Zwolle, hier zijn vrij veel losse vondsten uit deze ­periode gedaan. Hetzelfde geldt voor Windesheim (klooster, ­plattegronden boerderijen, woonstalhuizen) en Vrijhof Aalvangersweg.


huis dat eens aan Geert Grote had toebehoord. Verder werden er, zoals ­verwacht kon worden, geen luxe voorwerpen aangetroffen, maar wel naast het gebruikelijke eenvoudige gerei zoals drinkbekers, kannen, potten, houReconstructie van Hermen in ten bakjes, tevens enkele zeldzame en onbede Broerenkerk. kende gebruiksvoorwerpen. Verder dateren uit deze periode de eerste bouwwerken van de kloostercomplexen, waarvan Windesheim heel belangrijk is (Informatieblad 02 1988). Uit een afvalkuil van dit complex kwam onder meer het montuur van een bril tevoorschijn: de vroegste bril die we in Nederland kennen, namelijk een knijpbril uit ca. 1400. Maar ook andere kloostercomplexen kunnen in dit verband worden genoemd, zoals het Bethlehemklooster, waarvan resten werden gevonden bij het onderzoek ­voorafgaand aan de herinrichting van de Nieuwmarkt (Klomp 2012). In 1362 wordt ook het belangrijke kasteel Voorst in de wijk Westenholte belegerd, ingenomen en met de grond gelijk gemaakt (Renaud 1983). In deze periode zijn er in het Zwolse gebied drie belangrijke kastelen: twee kastelen van de heren van Voorst en het kasteel de Buckhorst in Zalk. Door archeologisch onderzoek op Werkeren in Stads­ hagen is aannemelijk dat het tweede kasteel Voorst op de plek van het ­latere Werkeren heeft gestaan (Clevis & Klomp 2005). Naast deze burchten beschikte de adel over andere belangrijke ­complexen, waaronder de Hof van Ittersum, het tegenwoordige Karel de Vijfde huis. In deze periode werd ook het skelet Hermen buiten de stads­muren ontdekt (Clevis & Klomp 2013).

12e eeuw: onbekend.

13e eeuw: in 1230 krijgt de stad stadsrechten en is ook sprake van een (gedeeltelijk) stenen stadsmuur. Deze is opgegraven op de locatie Achter de Broeren in 2004 (Klomp 2004). De stad is dan inmiddels Achter de Broeren, 2004: eerste al een stuk groter dan verwacht, de en tweede stadsmuur (oudste ­zogenaamde sprong over de Grote Aa is muur op achtergrond) gemaakt en als nieuwe stadsgrens is de Kleine Aa met daarbij gelegen stadsmuur aangelegd. Dit wordt bevestigd door de vondst van houten huizen op het Rodetorenplein met een dendro­datering van 1243 (beschreven in J. ten Hove & M. Klomp 2011).

De 14e eeuw en later 14e eeuw: muurresten onder Praubstraat 8-III (thans 14) van het eerste huis der Moderne Devoten (J. Hagedoorn & I. Wormgoor 1987). Deze funderingsresten die in twee traveeën van de tweebeukige gewelfde kelder van dit pand werden aangetroffen worden gerekend tot de restanten van een

Opgraving Rodetorenplein 2005: fundamenten van de Jan Baghstoren.

15e eeuw: bloeiperiode voor Zwolle met de opkomende handel in Bentheimer zandsteen. Dit is te zien aan de enorme bouwactiviteit in de stad en de verplaatsing van de oude haven naar het Rode Torenplein (Ten Hove & Klomp 2011). Uit deze periode zijn verder weinig grote archeologische vondsten bekend. Meestal betreft het een kleine waarneming of de vondst van een enkele beerput. Opgraving Rodetorenplein 2005,­ ­fundamenten van de Rodetoren.

16e en 17e eeuw: uit deze periode is meer ­archeo­lo­gische informatie voorhanden. Belangrijk is hierbij het onderzoek aan het Assiesplein naar de verdedigingswerken van de stad uit het begin Overzicht opgraving Assiesplein met contouren van een ­aarden wal of dijk; bdr10-1

33

11e eeuw: deze eeuw is belangrijk voor de geschiedenis op de plek van de stad Zwolle. Uit deze periode zijn sporen bekend die liggen aan de zuidzijde van de Grote Aa. Belangrijke lokaties zijn de POM-tuin Opgraving POM-tuin in 1995. uit 1995 op de plek van het huidige Stedelijk Museum in Zwolle tussen Voorstraat en Melkmarkt. Opgraving is nog niet uitgewerkt maar resultaten zijn beschreven in De Vries 1998. Sporen uit deze periode zijn ook aan­getroffen onder het pand Grote Markt 3-5 (Overijssels Erfgoed 2003 en 2006). Verdere gegevens over deze periode ontbreken nog. Uit de ‘Opgraving POM-tuin 1995. Hier zijn de beschoeiingsresten te opgravingsresultaten lijkt naar voren te zien van de percelen die liepen komen dat Zwolle in de 11e eeuw bestond van de Voorstraat naar de Grote uit een nederzetting aan de ­zuidzijde van Aa. Deze perceelsgrenzen zijn de Grote Aa, met een haven aan de Aa, op vanaf de 11e eeuw tot in de 19e eeuw ongewijzigd gebleven. de plek van de Melkmarkt. Bij deze neder­ zetting hoorde ook een kerk een voorloper van de Grote Kerk. Mogelijk was deze nederzetting omgeven door een aarden wal die dan ergens ter hoogte van de Koestraat moet hebben gelegen.

Special | Graven in Zwolle

Special | Graven in Zwolle


Opgravingen Celehuisje, Papenstraat 3 in 1973 met ­daarop de heren R. Van Beek, G. Oostingh en D.J. de Vries. (Van Beek is de naamgever van de stichting Ruud van Beek en D.J. de Vries de huidige hoog­ leraar Bouwhistorie in Leiden)

van de 17e eeuw (Klomp 2013). In deze periode is ook het Eiland bebouwd waarin door de archeo­logen van 1990 tot 1999 is gegraven. Dit was het grootste onderzoek in de stad en is nog niet uitgewerkt. Alleen van de laatste campagne uit 1999 is een rapport ver­schenen (Clevis & Klomp 2012), voorts een informatieblad over de opgraving in 1994 (Informatieblad 18, 1995) en een publicatie over de belangrijkste beerput vol verrassende vondsten, ­waar­onder twee houten vrouwenspuiten (Clevis [et al.] 2001). Verder is op de ­locatie van Papestraat 3, het Celehuisje, een arm vondstcomplex opgegraven ­behorend bij vijf arme vrouwen (Clevis [et al.] 2001).

Opgraving Aa-plein: tegels met afbeeldingen van kinderspelen.

Luchtfoto van de site havezate Kranenburg.

18e en 19e eeuw: onderzoek Ossenmarkt/ Kamperstraat 10 met de beerput van de elite; de familie Van Haersolte, de beerput aan de Bloemendalstraat (Havers 2005), de opgraving op het Aaplein met de keuken met fraaie tegeltjes met kinderspelen etc. (Overijssels Erfgoed 2002), het onderzoek van de havezate Kranenburg (Klomp [et al.] 2008). Ook de 19e eeuw kreeg in archeologisch Zwolle behoorlijk aandacht (Clevis 2007), het Eiland (Clevis & Klomp 2012) en de dichtgegooide sloten aan de Schellerweg (Clevis [et al.] 2001).

Tekst: Michael Klomp en Lou Lichtenberg Foto’s: Team Archeologie Zwolle

34

Special | Graven in Zwolle

Special | Graven in Zwolle

Literatuurlijst - R. van Beek, [et al.], 1980, Van Karel de Grote tot Karel de Vijfde: een ­archeo­logisch onderzoek in het oudste gedeelte van Zwolle, in: Overijsselse histo­rische bijdragen 95e stuk 1980, p. 4-93. - R van Beek, 1988: Rondbouwhuizen uit de midden-Bronstijd in Spoolde, in Overijsselse historische bijdragen 103e stuk 1988, p. 5-17 - H. Clevis (red), Archeologie en Bouwhistorie in Zwolle, serie van vijf rapporten (1992, 1994, 1995, 1998, 2005). - H. Clevis. en A. Verlinde, 1991. Bronstijdboeren in Ittersumerbroek. Opgraving van een Bronstijdnederzetting in Zwolle-Ittersumerbroek. - H. Clevis [et al.], 2001. Zwolle Ondergronds. Zeven blikvangers van archeo­ logische vondsten in Zwolle. - H. Clevis & M. Klomp (red.), 2005. Havezate Werkeren. De Heren van Werkeren en hun kasteel. - H. Clevis, 2007. Opgeruimd staat netjes. Keukengoed en tafelgerei van een bouwhuis van de Kranenburg (1840-1865). - H. Clevis [et al.], 2007. Gevonden verhalen. Archeologische speurtochten in Zwolle: Het verhaal achter de vondst. - H. Clevis & M. Klomp, 2012. Van Stinksloot tot riool. Archeologische Rapporten Zwolle 65. - H. Clevis & M. Klomp, 2013. Hermen. Hoe botten een verhaal vertellen. Brochure. - J. Hagedoorn & I. Wormgoor [red.], 1987. Domus Parva. Het eerste huis van de Moderne Devoten te Zwolle. - G. Havers, 2005. Glasvondsten uit de Bloemendalstraat. In Archeologie en Bouwhistorie in Zwolle 2005, p. 101-115. -

I. Hermsen, 2005. Bikkenrade. Aanvullend Archeologisch Onderzoek van een ijzerproducerende nederzetting uit de Midden- en Laat- Romeinse tijd op de ‘Beter met Bos’-locatie Bikkenrade, Archeologische Rapporten Zwolle, nr 29.

- I. Hermsen, 2006. Mesolithische haardkuilen of houtskoolmeilers aan de Vrouwenlaan. Archeologische Rapporten Zwolle, nr 39. - J. ten Hove & M. Klomp, 2011. Aan de monding van de Grote Aa. Het havenfront van Zwolle. - Informatieblad 02, 1988. Windesheim - op zoek naar een klooster. Serie Informatiebladen Monumentenzorg & Archeologie (www.zwolle.nl/ wonen-­leven/bouwen-wonen/Informatiebladen-monumentenzorg-archeologie.htm)

- Informatieblad 18, 1995. Het Eiland 1994. Serie Informatiebladen Monumentenzorg & Archeologie (www.zwolle.nl/wonen-leven/bouwen-wonen/Informatiebladen-monumentenzorgarcheologie.htm

- J. de Jong en H. Wevers, 1994. Cirkels en zonnekalenders in ZwolleIttersumerbroek. In: Archeologie en Bouwhistorie in Zwolle 2, p. 75-93. - M. Klomp, 2003. Op den Hogenkamp. Opgravingen Hogenkampsweg/ Meppelerstraatweg. - M. Klomp, 2004. Achter de Broeren 2004. Stadsmuren en huizen. Archeologische Rapporten Zwolle nr 44. - M. Klomp [et al.], 2008. Een Steenhuys ontmanteld. Archeologisch en ­historisch onderzoek van de havezate Kranenburg in Zwolle. - M. Klomp, 2012. De Nieuwmarkt, de hof van Vollenhove en het Bethlehemklooster. Archeologische Rapporten Zwolle 71. - M. Klomp, 2013. Bewoning op de geslechte verdedigingswerken bij het Assiesplein. Archeologische Rapporten Zwolle 69. - Overijssels Erfgoed, serie. - J. Renaud [et al.], 1983. Het kasteel Voorst- Macht en val van een Overijsselse burcht. - D. de Vries, 1998. De middeleeuwse wijk Voor(ster)straat in Zwolle, Archeologie en Bouwhistorie in Zwolle 4, p. 13-23


Turkije | Ani

Ani – een ‘must see for adventurers’ Een van de archeologische hoogtepunten van Turkije

een met klinkers bestrate dorpsweg. Niets wijst er op dat je bent aangekomen bij

Arpa-(grens)rivier en de Zijderoutebrug (gezien vanuit de moskee).

een van de archeologische hoogtepunten van Turkije. Een plek die ook wel eens is aangekondigd als een 'must see for adventurers'. Maar dan plotseling, voorbij het laatste huis, sta je oog in oog met de stadsmuur van Ani. Een enorme uit bakstenen opgetrokken dubbele muur van meer dan 15 meter hoog.

Hoe indrukwekkend dit schouwspel ook is, als je door een van de drie gerestaureerde stadspoorten het stadsterrein binnengetre-

Woning en minaret van de moskee uit Seltsjoekentijd.

den bent, ontvouwt zich het wonder van Ani pas echt in al zijn grootsheid. Overal restanten van kerken, paleizen en moskeeën. Van sommige staan alleen de buitenmuren nog overeind, andere hebben soms meerdere door hoge koepeldaken gedragen zalen. Hoewel Ani duidelijk alle sporen van een vroeg Middeleeuwse metropool heeft is de stad al veel ouder. Opgravingen hebben een kleine ommuurde nederzetting uit de late bronstijd blootgelegd en ook zijn er sporen uit de ijzertijd gevonden. Uit de periode die daar op volgt is weinig meer bekend. Pas in de eerste eeuwen na Christus is er weer sprake van een permanente bewoning. Recht achter de grote Leeuwenpoort te midden van de restanten van veel latere bebouwing kun je de indrukwekkende overblijfselen van een uit de derde of vierde eeuw stammende ­vuurtempel terugvinden. Vier enorme zuilen droegen het dak dat boven het altaar ­uittorende.

Hoofdstad Armeense koninkrijk De belangrijkste monumenten van Ani, waaronder de kathedraal en de Gregoriuskerk, stammen echter uit de 10e eeuw, als het de hoofdstad is van het Armeense koninkrijk. In 961 n.Chr. besloot de Armeense koning Ashot III (een van de eerste koningen van de dynastie der Bagratiden) om zijn residentie vanuit het nabijgelegen Kars naar Ani te ­verplaatsen. Die keuze was niet onlogisch. Ani lag namelijk gunstig op een kruispunt van een aantal van de belangrijkste karavaanroutes. Dankzij de enorme rijkdommen die de handel met zich meebracht, konden Ashot en zijn opvolgers Ani uitbouwen tot een van de grootste en fraaiste steden van die tijd. Een stad, waar naar de schattingen van historici en archeologen op het hoogtepunt meer dan 200.000 mensen woonden. Alleen Constantinopel was op dat moment groter. Rond 980 vestigde ook de Katholikos, het hoofd van de Armeense kerk, zich in Ani, waardoor de stad niet alleen het econo­ mische maar ook het spirituele middelpunt van het koninkrijk Armenië werd. De grote kathedraal, waarvan het middenschip nog steeds fier overeind staat, was met zijn ­enorme omvang en schitterende versieringen het absolute hoogtepunt van deze stad.

35

oostelijke grote stad in Turkije, begint, eindigt na bijna 50 kilometer plotsklaps in

Turkije | Ani

De gloednieuwe, strak geasfalteerde vierbaans weg die in Kars, de meest noord­


Turkije | Ani

36

Turkije | Ani

Verval Aan het einde van de 11e eeuw begon echter het verval. Byzantijnse Grieken, veroverden Ani. Zij op hun beurt moesten niet lang ­daarna plaats maken voor de islamitische Seltsjoeken, In 1237 werd Ani voor het eerst getroffen door aanvallen van de Mongoolse horden, iets wat in de eeuwen daarna nog een aantal malen zou gebeuren. Op dat moment was de stad echter reeds geen schim meer van haar grootse verleden. De bevolking was al gedecimeerd; er stonden veel kerken leeg en er groeide gras in de voormalige paleiszalen. Toch had de stad nog een restantje grandeur bewaard, zoals blijkt uit het woorden van twee nestoriaanse ­monniken die in 1287 de stad bezoeken. ‘Wij staarden vol verwondering naar de enorme kerken en klooster en konden niets anders dan ons verbazen over zoveel schoonheid’. De verwoestingen die de Mongoolse veroveraar Timur Leng in 1387 aanricht kwam de stad echter nooit meer echt te boven. De handelsroutes verlegden zich definitief en de stad verschrompelde tot een dorp waar kleine boeren een marginaal bestaan leidden. Rond 1500 is er nog sprake van een kleine opbloei. Maar dat was van korte duur. Koerdische stammen sloopten in het midden van de 16e eeuw de laatste stadspoorten en

Stadsmuur (buitenzijde) aan de westkant.

het klooster van de maagden, waar tot dat moment nog altijd de oeroude Armeense rite werd gevolgd, werd definitief verlaten. Ani bleef achter als een spookstad vol ruïnes.

Eerste belangstelling De eerste echte historische en archeolo­ gische belangstelling voor Ani komt pas aan het begin van de twintigste eeuw als na een jarenlange oorlog het oostelijk deel van het uiteenvallende Ottomaanse Rijk bij Rusland wordt gevoegd. In 1905 vonden onder leiding van de Russische architect Nicolai Marr de eerste opgravingen plaats. In de jaren tot 1912 werd er zelfs een aantal poging gedaan om belangrijke gebouwen, waarvan nog grote delen overeind stonden, te consolideren. Maar de Eerste Wereldoorlog en de nasleep daarvan hebben verdere voortgang in de weg gestaan. In de roerige jaren tussen 1915 en 1920 vindt er in het oosten van Turkije een cultu­ rele omslag plaatst die grote gevolgen heeft voor Ani. Ondanks eeuwen van overheersing door moslims bestond een aanzienlijk deel van de lokale bevolking nog steeds uit Armeense christenen. Vanwege hun vermeende relatie met Rusland, de vijand in de Eerste Wereldoorlog, zijn die vrijwel allemaal van huis en haard verdreven en velen van

hen zijn tijdens deze deportaties van honger en ellende gestorven of door Turkse en Koerdische groeperingen van het leven beroofd. Na een korte oorlog ontstaat er ten oosten van Turkije een nieuwe staat Armenië. Ani, dat na het staakt het vuren pal aan de grens tussen deze twee vijandige staten ligt, wordt sindsdien door veel Armeniërs gezien als het symbool van hun geschiedenis, maar voor veel Turken bleef het daardoor juist een doorn in het oog. In 1920 kreeg een Turkse generaal zelfs opdracht om Ani, symbool van de Armeense aanwezigheid, met de grond gelijk te maken. Zover is het gelukkig nooit gekomen, maar vele Armeense monumenten in de omgeving van Ani zijn gesloopt, of door slecht onderhoud gewoon verdwenen. En ook is er nauwelijks onderhoud gepleegd aan de monumenten van Ani zelf.

Een nieuwe wind Tot begin van de jaren negentig was Ani ­vanwege haar positie aan de grens en de nog steeds gespannen situatie tussen Armenië en Turkije zelfs volledig afgesloten. Het lag midden in een zwaar bewaakte militaire zone. Bovenop de citadel was een militaire post en langs de Arpa rivier (de feitelijke grens) stond een metershoog hekwerk. De afgelopen periode lijkt de situatie echter sterk verbeterd. De spanning tussen de beide landen is niet meer zo groot waardoor ook de militaire invloed op Ani is verdwenen. Bovendien is er een hernieuwde internationale aandacht voor de site. Toerisme wordt nu zelfs van overheidswege gepropageerd. De vierbaansweg vanuit Kars is het gevolg van de nieuwe wind die er nu waait. Twee jaar geleden werd een grote internationale conferentie gehouden waarin specialisten uit de hele wereld bijeenwaren om een reddingsprogramma voor Ani op te stellen. En op dit moment zijn Turkse en Amerikaanse archeologen op verscheidene plaatsen in de stad met opgravingen bezig en voor vier van de meest bedreigde kerken is een restauratieplan opgesteld. Tekst: Joost Vermeulen Foto’s: Rénie van der Putte


Turkije | Ani

37 Boven: De kathedraal (later Fethiye-moskee). Onder: De Gregorius-of Abighamrets-kerk.


Arabische voetsporen | Mia Dekeersmaeker

13

Architectuur in functie van het landschap De Dhofar/Yemen connectie

In het historisch architecturale erfgoed van Dhofar in het zuiden

38

Arabische voetsporen

van Oman zijn er heel wat overeenkomsten terug te vinden met de bouwstijl en de vormgeving uit de aangrenzende provincies Al Mahra en Hadramaut in Yemen. In het boek ‘The Land of the Frankincense’ stelt de auteur Al Ghassany dat de naam Dhofar zowel in de regio Yemen als in Dhofar in Oman gebruikt werd. Totdat in 1990 de discussie over de grens tussen beide landen gestaakt kon worden. Dhofar op het grondgebied Yemen, werd Al Mahra.

De beide provincies in Yemen en Dhofar lagen op de antieke wierook handelsroutes. In de studie ‘The Crafts of the Sultanate of Oman’ lezen we dat de traditie van het ritueel van het bewieroken reeds in de 3e eeuw v.Chr. plaatsvond. In het boek ‘The Land of Incense’ gaan de archeologen er van uit dat het gebruik van wierook en de export reeds plaatsvonden in het Neolithicum. Feit is dat op handelsroutes niet alleen producten maar ook culturen uitgewisseld werden, wat uiteraard ook de architectuur beïnvloedde.

Links: Ogief bogen en kalkgips wit geschilderd ter bescherming van de façade.

De bouwers Zo lezen we in het lijvige boek ‘The Architecture of Oman’ dat ofschoon de bouwmeesters van Salalah van lokale afkomst waren, sommige van de resterende oude generatie afstamden van de Ba– Huraysh familie. Een gerenommeerde familie uit de historische stad Tarim en die hoogst waarschijnlijk van Hadrami afkomst was. Ze ­werden als elite-bouwers beschouwd. Twee stenen met inscripties die men in de archeologische pre-­ islamitische stad Sumhuram ten oosten van Salalah vond, gaven niet alleen de naam van de stad aan. De inschriften vertellen tevens het verhaal dat de toenmalige koning van Hadramaut bouwmeesters naar Khor Rori in Dhofar stuurde om daar een stad te bouwen ter controle van de wierookhandel. Zo waren deze mensen rechtstreeks verantwoordelijk voor de vormgeving en de bouw van de stad en voor de waterdistributie. En zoals gebruikelijk is in de bouwstijl van Hadramaut, werd ook deze stad in ‘vernacular architecture’ gebouwd, een stijl die uitgaat van lokale behoeften en lokaal beschikbaar ­materiaal. De eigenschappen van de plaats vindt men daarbij terug in de bouwstijl van de stad. Concreet betekent dit dat Sumhuram netjes ingebed werd in de omliggende natuur en op een 25 meter hoge ­heuvel gebouwd werd met natuurlijke materialen. De gebruikte bouwstenen werden ontgonnen in steengroeven in de omliggende bergen. De stad is omgeven door een lagune. De lagune was bovendien direct verbonden met de watervallen van Wadi Dirbat, niet ver uit de buurt. Vooral tijdens de moesson steeg het waterniveau behoorlijk in de lagune. Het water van de lagune was direct verbonden met de Arabische zee. De schepen konden tot aan de voet van de heuvel aanmeren, hetgeen tevens ten goede kwam aan de wierookhandel. Volgens archeologische opgravingen werd de stad in de 3e eeuw v.Chr. gebouwd. Samen met de Italiaanse Universiteit van Pisa wordt verder onderzoek hiernaar uitgevoerd.

Bouwstijl Schoolvoorbeelden van overeenkomsten in bouwstijl en vormgeving tussen de beide provincies in Yemen en in Dhofar vinden we in Salalah, en wel in Mirbat op zo’n 74 km ten oosten van Salalah - ooit hoofdstad en tweede grootste middeleeuwse havenstad in Dhofar Links: Raamschermen in hout met deurtjes voor doorkijk en ventilatie, Salalah.


Arabische voetsporen | Mia Dekeersmaeker

Onder: Niche in pijlpunt vorm, duidelijke relatie met Hadramaut, Rakhyut moskee.

verdiepingen geleefd. Een gelijkvloers gebouwd huis behoorde meestal aan vissers toe. Hoe meer geld men verdiende, des te meer verdiepingen men oprichtte. In Mirbat staat een schoolvoorbeeld van een huis te verkommeren. Het telde drie verdiepingen en behoorde toe aan een koopman die rijk werd van de handel in wierook. In het interieur zien we dat zuilen de grote leefruimtes ondersteunen. Een gebruik dat ook in Yemen toegepast werd. Tekst en overige foto’s: Mia Dekeersmaeker Salalah, Dhofar-Oman vanuit de Arabian Sea Villas, www.arabiansandtours.com

Bronnen: - Abdul Qader S. Al Ghassany, ‘Dhofar, The Land of the Frankincense’, 2nd Edition 2008; - Pride, ‘The Crafts of the Sultanate of Oman’, 2008-2009, Al Roya Press and Publishing House Muscat; - Khor Rori Sumhuram, Office of the Advisor to His Majesty the Sultan for Cultural Affairs, 2008; - Paola M. Costa and Kite Stephen, ‘The Architecture of Salalah and Dhofar ­littoral’, The Journal of Oman Studies Vol. 7, 1985, Ministry of Information and Culture; - Salam Samar Damluji, ‘The Architecture of Oman’, Garnet Publishing, ­­ First edition 1998; - Maria Dekeersmaeker, ‘The DNA of Salalah-Dhofar, A Tourist Guide’, www.amazon.com; - Juris Zarins, ‘The Land of Incense,’ 1990-1995 Sultan Qaboos University Publication, Archaeological and Cultural Heritage Series Vol. 1, Al Nahda Printing Press, Ministry of Information 2001.

Arabische voetsporen

Boven: Vierkante doorkijkopeningen en gedecoreerde deur met kleinere deur om de gasten te ontvangen Taqah, nabij Mirbat.

39

en in de moskee van Rakhuyt zo’n 120 km ten westen van Salalah. Ook hier valt de vernacular architectuur op. Hoe de bouwwerken gemaakt werden, was afhankelijk van het landschap, het materiaal en het klimaat. De huizen zijn bijvoorbeeld gebouwd in kalksteen dat volop in het omringende landschap aanwezig is. Het klimaat beïnvloedde de architectuur, met een hoge luchtvochtigheid in de zomer, moessonwinden, een verzadigde lucht en koele temperaturen tijdens de winter in de ochtend en de avond, een ­zeebries aan het strand vanuit het zuiden en vanuit het noorden en vanuit de bergen koelere, droge wind. Omwille van de koele zeebries bevinden de ramen zich meestal aan de zuidkant van de huizen. Ter bescherming werd de façade met kalkgips, in een later stadium met cement, bepleisterd. De plaaster werd wit geschilderd en diende ­tegelijk ter bescherming van de façade. Soms werden luchtgaten ­aangebracht in de plaaster ter ventilatie van de onderliggende kalkstenen muur. Vooral tijdens de moesson is de luchtvochtigheid zeer hoog. Solide, dikke muren hielden de warmte vast bij kouder weer en beschermde tegen de hitte van de zon. Van bijzonder belang is de verscheidenheid van smalle openingen in de façade van de huizen. Doorkijkopeningen waren vierkant. Horizontale sleuven dienden om de huizen te ventileren. Driehoekige niches in de muren in de vorm van pijlen, zoals expliciet te zien is in het interieur van de moskee van Rakhuyt, is zeer typisch voor de Hadramaut stijl. Niches bij raamopeningen werden gebruikt voor ­aardewerk potten gevuld met water. De koele bries van buiten hield het drinkwater fris. Er was immers geen elektriciteit. Raamwerk in hout met decoratieve uitsnijdingen en met kleine deurtjes is ver­ gelijkbaar met de type ramen in Hadramaut. De deurtjes dienden als ventilatie en konden naargelang de behoefte apart geopend worden. Sommige ramen zijn bovenaan versierd met ogief bogen, twee gespiegelde bogen die samenkomen aan de top. Deze vorm van bogen komt ook voor in de gotische architectuur in het westen. Maar ook ronde bogen waren gebruikelijk in de huizen van de beide provincies in Yemen en in Dhofar. De bouwmethode was overal hetzelfde. De bogen werden met een mal gemaakt. De voordeuren in hout en decoratief uitgesneden, bevatten meestal een tweede kleinere deur. In de meeste gevallen werden de bezoekers via de kleine deur in het huis binnen gelaten. En zoals gebruikelijk in de beide provincies in Yemen en in Dhofar, diende het gelijkvloers voor opslag en werd in de boven-


Egypte | Muziek

Muziek en muzikanten in het oude Egypte Aflevering 1: Onderzoek naar muziek en muziekinstrumenten

40

Egypte | Muziek

Afbeeldingen in bijvoorbeeld graven en tempels, teksten en archeologie wijzen op de belangrijke rol die muziek speelde gedurende de lange geschiedenis van het oude Egypte. Zo was muziek essentieel in rituelen en festivals. Er waren verschillende ­vormen van muziek met verschillende functies voor publieke en privé gelegenheden, zowel profaan als religieus, uitgevoerd door mannelijke en vrouwelijk muzikanten, zowel professionals als amateurs. Het gevolg: een grote variëteit aan muziek typen en muzikanten en van religieuze vieringen tot puur entertainment. In twee afleveringen worden de muziek en de muzikanten in het oude Egypte nader belicht. In dit nummer de eerste aflevering over de geschiedenis van het onderzoek op dit gebied en de verschillende soorten muziekinstrumenten die gebruikt werden.

Bronnen De bronnen voor muziek in het oude Egypte omvat iconografie (afbeeldingen in bijvoorbeeld graven en tempels), archeologie en teksten. Deze bronnen komen tot ons vanuit geheel Egypte en zelfs van over de grenzen. Ze omvatten de complete Egyptische geschiedenis van de prehistorie (in de Egyptologie ‘predynastie’ genoemd, ca. 5000-3000 voor Christus) tot de Romeinse periode - dus ruwweg van 3100 v.Chr. tot de vierde eeuw n.Chr. De voornaamste bron van informatie zijn de afbeeldingen op de muren van privé graven en tempels, maar desalniettemin zijn er vele afbeeldingen van muziekscènes op grafkisten, papyri, ostraca (een

stuk aardewerk of steen met tekst) en op voorwerpen zoals lepels, borden, kisten enzovoorts. Daarnaast is er een grote ­hoeveelheid driedimensionale kunst, zoals beelden, terracotta’s en amuletten van ­muzikanten bekend die ons veel informatie verschaffen. Tekstbronnen zijn talrijk. Vaak betreffen dit beknopte inscripties in hiëroglyfen, ­hiëratisch (het hiëroglyfische schuinschrift), Demotisch (een latere vorm van het hiërogliefenschrift) en Grieks op papyri, stèles, beelden maar ook op muziekinstrumenten zelf. Vaak ook vergezellen teksten de afbeeldingen op de muren van graven en tempels. Met name in het Nieuwe Rijk (ca. 1549-1064

v.Chr.) zijn de tekstbronnen erg informatief en talrijk: zo zijn er bijvoorbeeld het Lied van de Harpenaar, de zogenaamde Liefdes Liederen en verschillende rituele teksten. Deze laatste waren bedoeld om voor te ­dragen en het was gebruikelijk om hierbij één of meer instrumenten in te zetten. Deze bronnen geven de Egyptoloog de mogelijkheid de namen van de muziekinstrumenten, titels van de muzikanten en het vocabulaire van de voorstelling te identificeren: ze beschrijven het repertoire maar ook de techniek voor het spelen. Echter, de vertaling van de oud-Egyptische terminologie is niet zonder problemen omdat één lexeem (betekenisdragend onderdeel van een woord), of een woord verschillende betekenissen kan hebben en een object verschillende namen. Naast iconografie en teksten is de archeo­ logie belangrijk, omdat het de Egyptologie voorziet van echte muziekinstrumenten, ­variërend van simpele slaginstrumenten tot de meer ingewikkelde cordofoons (snaar­ instrumenten). Helaas is de herkomst van de meeste voorwerpen onbekend omdat ze zo rond de tweede helft van de 19e eeuw door aankoop in de museumcollecties terecht zijn gekomen. Ondanks de rijkdom aan bronnen is onze kennis van faraonische muziek nogal beperkt: zonder ‘theoretisch verdrag’ of bladmuziek is de archeologie van muziek een echte uitdaging.

Geschiedenis van het onderzoek Het belang van het bestuderen van muziek in het oude Egypte werd reeds in het begin van de 19e eeuw erkend en dus zijn de biblio­


Land | Plaats

discipline ontwikkelde: ethnomuzicologie (de studie van muziek in zijn culturele ­context). Volgens Kunst is het niet genoeg om geïnteresseerd te zijn in één simpel toonsysteem of in het gebruik van verschillende typen muziekinstrumenten in een beschaving om de potentiële plaats, rol en functie van de artistieke expressie in en van deze beschaving te begrijpen. Kunst beargumenteerde dat muziek onlosmakelijk verbonden is met de sociale, culturele, religieuze, ­politieke en economische netwerken van een samenleving en dus kan het niet vanuit een ander perspectief bekeken worden. In de jaren ’80 van de vorige eeuw werd een discipline hieraan toegevoegd, wat men wel de ‘archeologie van muziek’ zou kunnen ­noemen en waar muziek in een wijdere ­historische context wordt geplaatst.

Muziekinstrumenten: snaarinstrumenten De oude Egyptenaren kenden drie typen snaarinstrumenten: de harp, de lier (of lyra) en de luit. Harpen komen voor sinds de Vierde Dynastie (ca. 2597-2471 v.Chr.) in de muzikale scènes in privé graven. Het was het favoriete instrument van de oude Egyptenaren, hoewel zowel het instrument als de afbeeldingen met de komst van het christendom lijkt te zijn verdwenen uit de Nijlvallei. In het Nieuwe Rijk zijn verschillende harpen in gebruik, wat geleid heeft tot een complexe typologie (bijvoorbeeld de lepelvormige, bootvormige en de halve-maanvormige harp). Maar ondanks de ogenschijnlijke grote variatie is de Egyptische harp altijd een verticaal instrument, veelal gebogen maar

soms hoekig. Het grote verschil tussen deze twee typen harpen is dat de eerste is gebouwd uit één stuk hout, terwijl voor het tweede type twee stukken hout nodig zijn. De lier is in het Midden Rijk (ca. 2066-1650 v.Chr.) door mensen uit het Nabije Oosten in Egypte geïntroduceerd. De eerste afbeeldingen zijn te vinden in het graf van Khnum­ hotep II, een belangrijke nomarch, in Beni Hassan in midden-Egypte (nomarchen waren machtige, lokale bestuurders ten tijde van het Midden Rijk). Ze worden gedragen door buitenlanders. Het instrument, symmetrisch of juist asymmetrisch, werd pas echt populair in het Nieuwe Rijk en bleef populair tot lange tijd daarna. Het waren voornamelijk

Van links naar rechts: lier, hobo en [clappers with hathor heads]. Met dank aan RMO.

41

grafische bronnen omvangrijk. Maar kijkt men beter naar deze data dan wordt duidelijk dat verschillende aspecten van oud-Egyp­ tische muziek niet of niet goed bestudeerd zijn. Onderzoek naar muziek in de oudheid kent verschillende disciplines en de muziekwetenschappelijke benadering is altijd belangrijker geweest dan de Egyptologische. De bestudering heeft een belangrijk hoofdstuk toegevoegd aan de universele geschiedenis van muziek en hoe de muziek uit het oude Egypte heeft bijgedragen aan het ­ontstaan van muziek in het Westen. Onderzoekers zoals Victor Loret, Curt Sachs en Hans Hickmann probeerden het muzikale systeem van de oude Egyptenaren te begrijpen. Met het ontbreken van partituren en muziektheoretische teksten hoopten ze dat organologie, oftewel de studie van (ontwikkeling van) de vorm van muziekinstrumenten, en vergelijkende muziekwetenschap, ze van de gevraagde informatie konden voorzien. Gebaseerd op blaasinstrumenten probeerden ze de gebruikte toonladders te definiëren, maar helaas: door de conditie van de antieke instrumenten waren betrouwbare resultaten of het herontdekken van melodieën niet mogelijk. Gedesillusioneerd zochten som­ mige onderzoekers hun heil in het herkennen van faraonische muziek in de huidige Egypte traditionele en folkloristische muziek, en ­ontwikkelden ze het idee van een muzikale erfenis die verschillende millennia van ­generatie op generatie overleefde. Onderzoek naar muziek heeft een enorme vaart genomen sinds de Nederlander Jaap Kunst in 1950 een nieuwe wetenschaps­

Egypte | Muziek

Links: Zangers (Hesu) die op een luit spelen. Luxor tempel (foto: S. Emerit). Rechts: Nubiërs spelend op een trommel. Ermant tempel (foto: S. Emerit).


Egypte | Muziek

42

Egypte | Muziek

Schaaltje met voorstelling van een vrouw spelend op een luit. Met dank aan RMO.

vrouwen die het instrument bespeelden. Een uitzondering echter is Amarna: hier waren het de mannen die een grote, symmetrische lier bespeelden die op de vloer stond of op een voetstuk. In één scene spelen twee muzikanten 'quatremain' (tegelijkertijd op dezelfde lier spelend) terwijl ze staan. De lier kon in horizontale of verticale positie gehouden worden. De luit werd in Egypte geïntroduceerd aan het begin van het Nieuwe Rijk en heeft ook zijn oorsprong in het Nabije Oosten. Het instrument werd erg populair in de Nijlvallei en verving zelfs soms de harp in de afbeeldingen die het beroemde Lied van de Harpenaar begeleiden. De luit bestaat uit een lange nek die vast zit aan een klankkast. Hij kon bespeeld worden, net zoals de lier, met een plectrum. Dit kan echter niet met de harp: deze werd altijd met de vingers bespeeld. Zowel vrouwelijke als mannelijke muzikanten speelden op de luit.

Blaasinstrumenten De lange fluit - een simpel instrument dat bestaat uit één pijp en zich onderscheidt van andere fluiten door zijn grote lengte -, de dubbele klarinet en de simpele en dubbele hobo kwamen voor, maar om ze van elkaar te onderscheiden is meestal vrij lastig. Dit komt omdat ze, vanuit de invalshoek van de instrumentenleer, alleen verschillen door het al of niet hebben van een enkel of dubbel rietje. Als het instrument bewaard is gebleven zijn deze rietjes veelal verdwenen en in de icono-

grafie zijn ze niet zichtbaar. Echter, toch wordt in sommige afbeeldingen door specialisten het onderscheid wel gemaakt, maar dit is meer interpretatie dan echt bewijs. De oudste afbeeldingen van een blaasinstrument, een lange fluit, is te zien op een palet uit de Predynastische Periode. Hij is gemaakt van een rietsoort met een grote diameter en heeft een aantal kleine gaten aan de onderkant. Het instrument speelde een dominante rol in de muziekscènes in de privé grafkapellen van het Oude Rijk (ca. 2663-2195 v.Chr.); in deze tijd werd de fluit alleen door mannen bespeeld. Vanaf het Midden Rijk nam de ­interesse in dit blaasinstrument gestaag af. De dubbel klarinet kwam al in de Vijfde Dynastie (ca. 2471-2355 v.Chr.) voor; gedurende het Oude Rijk is dit het meest veel­ vuldig afgebeelde blaasinstrument. De ­klarinet is een simpel instrument met twee parallelle pijpen die met een touw aan elkaar gebonden zijn. De muzikant speelt dezelfde toon op beide pijpen, maar omdat de gaten niet parallel zitten, verschillen de noten een beetje van elkaar. De hobo verscheen in het Nieuwe Rijk. Het instrument bestaat uit één of twee lange, dunne pijpen die van elkaar gescheiden zijn vanaf de mond van de muzikant; de muzikant blaast dus op twee mondstukken die van elkaar gescheiden zijn onder een sterke hoek. De melodie komt door slechts één van de pijpen: de andere produceert de gehele tijd eenzelfde toon. Het instrument, voor­ namelijk door vrouwen bespeeld, verving de lange fluit en de dubbele klarinet, maar afbeeldingen tonen aan dat het instrument niet geheel van het toneel verdween en in gebruik bleef tot in de Romeinse Periode (30 v.Chr. - 395 n.Chr.). Met de komst van Ptolemeeërs (310-30 voor Christus) werd een nieuw type hobo geïntroduceerd: de Griekse aulos. De trompet was bekend sinds het Nieuwe Rijk maar met name in militaire context. Het instrument leek niet op de piston trompet, een trompet met ventielen die in de negentiende eeuw n.Chr. werd uitgevonden, omdat een piston alle noten van de toonladder kan spelen. Maar de Egyptische trompet is recht

en kort en kon daardoor alleen één noot ­spelen, echter op verschillende hoogtes. Hij diende dan ook met name voor het ­weergeven van bevelen en opdrachten, een functie die ook wordt gesuggereerd door de naam van de muzikant: Degene Die Spreekt Op De Trompet. Twee trompetten zijn gevonden in het graf van Toetanchamon: één gemaakt van zilver en één van koper. De Ptolemeeërs en de Romeinen introduceerden nieuwe instrumenten die het instrumentarium verrijkte: zo verschenen er panfluiten en werd het hydraulische orgel in Alexandrië in de derde eeuw v.Chr. uitgevonden. Terracotta beeldjes zijn soms in de vorm van muzikanten die deze instrumenten bespelen.

Membranofonen De twee belangrijkste membranofonen ­(slaginstrumenten die met een vel zijn bespannen) in het oude Egypte waren trommels met één membraan op een frame en de ton-vormige trommels met twee membranen (één aan elke kant). De oudste afbeelding van eerstgenoemde is te vinden in de zonnetempel van Niuserra in Abu Ghurab (Vijfde Dynastie, ca. 2432-2421 v.Chr.). Het is een grote, ronde trommel die werd gebruikt ­tijdens het Sed-festival. De vroegste indicatie van de grotere ton-­ vormige trommel komt uit het Midden Rijk. Het instrument werd bespeeld met de handen, hangend aan de nek van de muzikant. Het gebruik van drumstokjes lijkt onbekend te zijn. In het Nieuwe Rijk werd het instrument alleen bespeeld door mannen en dan met name door Nubiërs tijdens militaire of religieuze processies. In de Late Periode (664-332 v.Chr.) werden kleine varianten van deze trommel afgebeeld in de handen van vrouwen. Er wordt nog steeds gedis­ cussieerd over het bestaan van aan vaas-­ vormige trommel. In het Nieuwe Rijk werden kleine, ronde ­tamboerijnen afgebeeld die uitsluitend door vrouwen werden bespeeld gedurende ­ovaties. Een zogenaamde 'rechthoekige' ­tam­boerijn (die eigenlijk vierhoekig van vorm is) werd alleen gedurende de Achttiende Dynastie (ca. 1549-1069 v.Chr.) gebruikt.


Idiofonen zijn instrumenten die zijn gemaakt van een materiaal dat van nature klankrijk is; het instrument zelf produceert de klank door het in beweging te brengen. De eerste ­idiofoon in the Nijlvallei was de klapper, die reeds in de Predynastische Periode gebruikt werd. Het bewijs hiervoor zijn, naast afbeeldingen, archeologische vondsten: zo heeft het Egyptisch Museum in Cairo een grote ­collectie. Klappers bestaan uit twee gelijke delen, veelal gemaakt van hout of ivoor, die recht of gebogen kunnen zijn. Ze werden tegen elkaar aan geslagen door de muzikant; dit kon door in elke hand één klapper te houden of door ze beide in één hand te houden. Door een gat in het uiteinde konden ze ­worden vastgebonden. Vaak zijn de klappers versierd en/of stellen ze iets voor (waarbij het onderwerp verschilt van periode tot ­periode). Zo kunnen de klappers de vorm hebben van de godin Hathor, een hand, ­papyrus of lotus bloem. Al vanaf het Oude Rijk, en tot in de Romeinse Periode, werden sistrums en zogenaamde 'menit-kragen' gebruikt. Sistra zijn instrumenten die vergelijkbaar zijn met een ratel met een handvat. Het frame zelf heeft staven, de ratel, die soms zijn voorzien van metalen ronde plaatjes. We onderscheiden twee typen: de naos-vormige (de naos is een onderdeel in een tempel) en de gebogen ­sistrum. Het geluid van de menit-kragen werd veroorzaakt door rijen kralen die het tegengewicht van de kraag zelf vormde. Bekken en verschillende soorten bellen ­verschijnen pas veel later ten tonele; ­waarschijnlijk zijn ze geïntroduceerd in de Ptolemeïsche Periode. Bij de studie van ­idiofonen is het van belang de cadans van de handen en voeten in ogenschouw te nemen, omdat dit een belangrijk onderdeel was in muziek en dans in het oude Egypte, wat duidelijk wordt uit de iconografie.

Inderdaad zag hij in de variatie in de posities van handen en armen van zangers in afbeeldingen van muzikale scènes in privégraven uit het Oude en Midden Rijk een manier ­waarin muzikanten aangaven wat de octaaf intervallen waren (een octaaf is een interval tussen twee tonen waarbij de frequentie van de ene toon precies het dubbele is van de ander). Hoewel het idee destijds veel ­aandacht kreeg, wordt deze interpretatie tegenwoordig bestreden omdat de lichaamstaal niet echt gecodificeerd is. Een andere Egyptologe, Alexandra von Lieven, heeft een ander systeem voorgesteld. Het gaat hierbij om punten en rode kruizen boven een Demotische tekst, gedateerd tot de eerste of tweede eeuw v.Chr. uit Tebtunis (bekend als Papyrus Carlsberg 589). De simpele tekens zouden, volgens Von Lieven, een ritmische punctuatie kunnen voorstellen die gespeeld moest worden met een slaginstrument. Ze baseerde deze interpretatie op het feit dat de papyrus een Osiris liturgie verhaalt en dat trommels in deze rituele context gebruikt zouden zijn. Dit lijkt een beetje te ver gezocht, omdat onderzoek naar maatverzen laten zien dat de literaire en religieuze teksten, die bedoeld waren om voor te dragen, in een ritmische structuur werden gecomponeerd. Een andere interpretatie lijkt dan ook meer voor de hand te liggen: de rode punten zouden bedoeld kunnen zijn om de leerlingen te leren hoe voor te dragen en hoe de woorden te onthouden die tussendoor ­geroepen moesten worden om de voordracht te begeleiden. Overigens, dit wordt nog steeds gedaan in de Koptische Kerk. Volgens een ostracon kon een voordracht vergezeld worden van een muziekinstrument. Daarnaast verschilt de notatie in Papyrus Carlsberg van de gebruikelijk tekens, afgezien van de punten, omdat het kruizen boven de tekst heeft. Het is gesuggereerd dat deze kruizen gebruikt werden als hulp voor de ­leidinggevende priester voor de voordracht

Muziekschrift In de jaren '60 van de vorige eeuw eiste Hans Hickmann de ontdekking op van een systeem van notatie van muziek, gebaseerd op chironomie (handbewegingsleer).

Vrouw met een ‘rechthoekige’ tamboerijn, terwijl een Nubisch meisje danst en een andere muzikant met handengeklap maat geeft. Thebaans Graf Nr. 22. (foto: S. Emerit).

hoe een groep woorden te benadrukken. Het is wellicht nogal verbazingwekkend dat de Egyptische beschaving, die al vanaf het prille begin van de geschiedenis een schrift hadden, geen manier bedacht hebben om muziek op te schrijven, maar in vele culturen is een dergelijk systeem niet ontwikkeld. Het opschrijven van muziek is geen voorwaarde om de kennis van muziek over te dragen naar de volgende generatie. Het gebruik van muzieknotatie vraagt om een specifieke noodzaak zoals, bijvoorbeeld, het delen van muziekstukken. In het oude Griekenland is een systeem van notitie ontwikkeld aan het einde van de zesde of het begin van de vijfde eeuw v.Chr. Verschillende Griekse muziek­ papyri uit de Hellenistische en Romeinse tijd zijn in Egypte ontdekt, wat ook suggereert dat de Egyptenaren zelf niet een dergelijk systeem hadden ontwikkeld voor hun eigen muziek. Tekst: Sibylle Emerit, vertaald en bewerkt door André J. Veldmeijer. Dr Sibylle Emerit is verbonden aan het Institut français d'archéologie orientale en specialist op het gebied van oud-Egyptische muziek en muziekinstrumenten. Dr. André J. Veldmeijer is assistent-directeur voor Egyptologie van het Nederlands-Vlaams Instituut in Egypte. Dit artikel is een bewerking van een wetenschappelijk artikel in Encyclopedia.

43

Idiofoon

Egypte | Muziek

Egypte | Muziek


IJzer op IJzer | Theo Holleman Een feuilleton geschreven door Theo Holleman

Pratend met Ferrix en Rinkel wordt het Agnar duidelijk dat hij, de Bataven ontvluchtend, een openluchtgevangenis is binnengestapt. Hier lijkt hij ­veroordeeld tot wachten op een

44

IJzer op ijzer

­nieuwe confrontatie met de macht die zijn leven overhoop gooide. Ferrix en Rinkel geloven in de mogelijkheid van een goede afloop. Rinkel wordt intussen zieker.

33

Een scheermes 'Tjonge,' zei ik tegen Rinkel. 'Jij schijnt de Romeinen goed te kennen.' 'Nee,' haastte Rinkel zich. 'Niet echt. Van horen zeggen. Dat vertelde ik toch? Van mensen die Romeinen van dichtbij ­meemaakten.' Jaja, dacht ik op dat moment. Van horen zeggen? M'n reet. Als ik de enige ben die iets te verbergen heeft vreet ik een nijptang.

Maar ik hield mijn mond. 'Hoe ook, Agnar', nam Ferrix over, 'dat de Romeinen weer naar hier onderweg zijn staat vast. En volgens ons hebben wij geen keus dan afwachten. Hopen dat ze inderdaad ook eerst willen praten.' 'Het is me allemaal duidelijk', antwoordde ik. 'Bij Odin, ik had echt nóóit deze kant op moeten trekken.' 'Als had komt is hebben uit zicht', zuchtte Rinkel vermoeid. 'Ik moet ook zeggen dat ik me werkelijk heel erg afvraag waarom je Bataafs gebied binnenging. Zorgen om je oude dag en je plannetje met zeezout, dat deel van je ­verhaal, daar kan ik wel in komen. Maar wat ik niet snap is... kijk, toen je onderweg was en deze streken naderde... heb je toen niet geluisterd naar wat je over die gasten werd verteld? Elk verstandig mens was meteen omgekeerd. Waarom jij niet?' Ik had natuurlijk nog steeds weinig trek te ­vertellen dat ik aan de kust veel liever dan ­zeezout een boot hoopte te vinden om me over te zetten. Ik moest de zoveelste uitweg ­verzinnen. 'Nou, wat ik eerder al zei. Ik dacht: mensen overdrijven altijd als het om hun buren gaat. Ik vertrouwde meer op het voorgevoel van mijn os Kalfa. Aan hem merkte ik geen ogenblik dat we een verkeerde kant op gingen. Maar het ging deze keer dus mis.' Aan Rinkels gezicht zag ik dat ik daar niet mee weg kwam. 'Dieren zien altijd maar kort vooruit,' zei hij. 'Dat weet jij net zo goed als ik.' Hij begon opnieuw mijn gezicht te bestuderen. Ferrix zei niks. 'Jij bent een zwerver, Agnar,' ging Rinkel verder. 'Je weet je beschermd door de regels die ­reizigers een beetje veiligheid garanderen. Maar je moet het ook meegemaakt hebben dat niet iedereen zich evenveel van die regels aantrekt. Voorzichtigheid is vast je tweede natuur

g­ eworden, anders was je allang gesneuveld. Maar kijk... dan besluit je toch uitgerekend dit hol van de beer binnen te stappen. Je hachje op het spel zetten omwille van je oude dag? Daar ontgaat me de logica van. Dat zou je ons maar eens uit moeten leggen.' Verdomme! Rinkel mocht dan wel beroerd zijn van die wespensteek, hij bleef scherp als een scheermes. Er zat niks anders op dan nu maar weer een gokje wagen met hun welwillendheid. 'Wel, ik had daar inderdaad nog een andere reden voor', gaf ik toe. 'Maar die zou ik graag voor me houden. Vertrouw me. Het gaat niet om iets dat jullie zou kunnen schaden.' Ferrix legde nogal hard een hand op tafel. 'Nou kom je opnieuw met geheimzinnigheid aanzetten, ' snauwde hij. 'En opnieuw vraag je of wij je maar willen vertrouwen. Wat mij betreft is dat een keer teveel.' 'Geheimzinnig, zeg je? Nou, daar ben ik dan niet alleen in,' kaatste ik terug. 'Wat zei Rinkel eergisteravond tegen jou? Dat hij me ergens van kent! Mij?! Terwijl ik hem bij mijn weten nooit ofte nimmer heb ontmoet! Terwijl ik nooit eerder in deze streken ben geweest! Vervolgens word ik met de anderen buiten gezet en dan moet ik maar raden wat dat te betekenen heeft. Een vluchteling is een over­ geleverd iemand, altijd bezig met die ene vraag: ben ik hier veilig? Is dat nou zo moeilijk te begrijpen? Nee toch? Maar dat kan jullie ­duidelijk niks schelen.' Rinkel kwam tussenbeide. 'Je hebt een punt Agnar', erkende hij en voegde er grijnzend aan toe: 'Maar... de uitleg van mijn woorden zou ik graag nog voor me houden. Vertrouw me. Het gaat niet om iets dat jou zou kunnen schaden.' Ferrix schoot in de lach en Rinkel klaarde de lucht verder op. 'Ach, voor alle verhalen van elk van ons bestaat een goed moment. Maar dat is het kennelijk nu niet. Komt allemaal wel. Waar waren we?' 'Dat de Romeinen, als ze hier zijn, vermoedelijk, hopen we, beginnen met praten', zei Ferrix.


Knopen Doorhakken Riemer Knoop | archeoloog en consultant

Een bezoek aan het nieuwe Rijks doe je in tweeën. De ene keer rechtsom, de ­andere keer linksom. Anders kom je in de war met chronologie en dubbellopen. Na twaalf keer verdwalen weet ik het nu. Het lijkt op het spelletje ‘Het geheim van de smid’. Teken in acht lijnen een huis met een dak en een kruis zonder je pen van het papier te halen. De kaartcontrole zit in de noordelijke vleugel (rechts van de fietstunnel, met je rug naar de stad). De bewegwijzering stuwt je naar rechts boven, maar doe het tegenovergestelde: ga naar links onder, richting Aziatisch Paviljoen. Via een klein deurtje neem je nog een zaaltje Middeleeuwen mee. De kleine trap daarachter leidt je al naar de eerste verdieping. Dan begint het grote draaien. Vanuit het hart van het nationaal historisch museum, de Waterloozaal, loop je met de klok mee naar romantisch historisme en ons heroïsche koloniale verleden, om uit te komen bij Breitner, Van Gogh en Mondriaan. Voor de meeste bezoekers is dat overigens het begin van hun parcours. Daar zie je de mensen namelijk vanuit het grote trappenhuis hun eerste museumzaal betreden, tegen de klok in. En ook tegen de tijd in, want ze eindigen bij Waterloo en daarachter klimmen ze massaal via de kleine trap naar de Nachtwacht. Maar wij doen het goed. Na Mondriaan staan we in het grote trappenhuis, aan de stadszijde. Hup die trap op, met de klok mee, om in de enorme Voorhal uit te komen. Vroeger de winkel, nu de herschapen triomf van Cuypers' nationalisme en godsvrucht. Een sacrale ruimte die opent naar de basiliek van de Eregalerij met de Nachtwacht als hoofdaltaar. De toeschouwer als processieganger. Mis achter de Nachtwacht niet het opzaaltje met de terrracotta modellen voor de versiering van het Stadhuis op de Dam – en de enige plek in het nieuwe Rijks waar je vrijelijk naar buiten kunt kijken. Zie daar hoe het Rijks ook hele gebouwen, gebouwtjes en architectuurfragmenten verzamelde. Terug via de Nachtwacht draai je, jawel met de klok mee, weer de rechtervleugel in, via de Hollandse zeemacht naar de ­poppenhuizen en de echte Gouden Eeuwse chique. Vlug langs de kabinetjes aan wat je de stadszijde van het museum raadt kom je terug in de Voorhal. Ga die niet door, maar zwenk snel naar rechts, naar een piepklein halletje dat een toiletgang kon zijn. Laat je niet van de wijs brengen door malle bewegwijzering. Rechts een witte pijl naar links met ‘1900-1950’, links een zwarte ‘2’ met ‘1600-1700’. Loop door, zeer contra-intuïtief, en kom via een diensttrapje op de bovenste verdieping (torentje!). Althans een halve eeuw: art nouveau, de oorlog, Rietveld en een ­vliegtuig (gek, ik associeer WO II altijd met de laatste helft). Hoe vandaar in die tweede helft van de twintigste eeuw te geraken blijft een raadsel. Maar laat dat de uitdaging van het tweede bezoek zijn. Is zo'n queeste erg? Nee hoor, een labyrint mag best, dwalen heeft zo zijn charme. Het onthaast, maakt bescheiden, brengt je waar je anders nooit zou komen. Maar ons massaal tegen de tijd in laten lopen, dat moet beter kunnen.

45

'En... hoe zei jij dat... wachten als bramen op de pluk? Maar zo is het toch niet helemaal. We hebben een tijdje terug de vader van Oda in vertrouwen genomen. Die heeft ons uiteindelijk getipt over een plek op een aantal dagtochten noordoostelijk van hier. Hij heeft ook al gesproken met stamhoofden ginds. Die reageerden niet direct heel enthousiast maar ook niet ­afwijzend. Met wat geluk en de zegen van de goden zou daar onze toekomst kunnen liggen. En een goede toekomst misschien.' Ferrix keek naar Rinkel. Die was gaan zweten als een oud trekpaard hoewel de zon al een poosje achter een paar wolken stak. Dikke druppels glinsterden op zijn voorhoofd. Rinkel haalde zijn schouders op. 'Als ze ons meteen naar onze voorouders ­helpen dan houdt alles natuurlijk op. Maar er is nóg iets waarom het zo'n vaart mogelijk niet zal lopen. Je zei het daarnet zelf al... dat deze plek van onschatbare waarde is. Klopt helemaal. Dit is echt een plek om groot en groots uit te pakken. Precies wat de Romeinen ook gaan doen, of ik moet me al heel sterk vergissen. Hun hoofdstad in deze streken, dat wordt het. Wat ik je brom. Voor minder gaan ze niet. Hierboven is de ideale plek voor een citadel. Lager en naar het westen toe kun je een stad uit leggen. Ik zie het gewoon voor me.' Rinkel legde zijn opgezwollen rechterhand zachtjes tegen zijn borst. 'Wat onze kansen waarschijnlijk vergroot, is dat ze zich voor zo'n belangrijke operatie zullen willen verzekeren van de beschermende zegen van hun goden. En een bloedbad, het afslachten van een groepje weerloze keuterboertjes? Nee, dat zou geen verheffende start zijn. Van Rome, hun hoofdstad en oorsprong, wordt ­verteld dat die is gegrondvest op een broedermoord. En dat sindsdien het ongeluk ginds altijd op de loer ligt. Dat een legertje priesters en priesteressen een dagtaak heeft aan het afwenden van dat ongeluk. Zo'n smet blijft als een vloek aan een plek kleven. En dat zullen ze toch willen vermijden, denk ik.'

Knopen Doorhakken

Een Rijks Labyrint


Metaaldetectors voor de archeologie Detect is importeur en leverancier van Tesoro, Minelab en XP metaaldetectors en levert sinds 1985 de juiste apparatuur aan archeologische afdelingen van gemeenten, bedrijven en universiteiten. Hieronder ziet u de nieuwste metaaldetector van MInelab, de CTX3030 en de nieuwe pinpointer, de PRO FIND 25. Voor advies, onderdelen, accessoires en reparaties. Hengelosestraat 298 7521 AM Enschede Tel: 053-430 05 12 info@detect.nl www.detect.nl

Minelab CTX3030

Minelab Pro-Find 25

De nieuwste professionele metaaldetector van Minelab. Waterdicht tot 3 meter diepte, voorzien van een draadloze koptelefoon en een GPS ontvanger.

Handzame pinpointer. Dient om de locatie van een vondst zeer precies vast te stellen.

Vondsten kunnen op de vindplaats worden ingevoerd.

Reageert door middel van een oplopend signaal waneer je met de punt dichter bij het metalen voorwerp komt. Werkt zowel met een akoestisch als een trilsignaal. Een interessant hulpmiddel bij archeologische opgravingen.

Deze multi frequentie detector ‘pakt’ ook zeer kleine voorwerpen. Werkt ook in zout water en zoute grond.

www.detect.nl


Buitenlands | Nieuws

o­ ngeveer het begin van onze jaartelling tot en met het eind van de elfde eeuw. Behalve de guldgubbar wekken eveneens het aardewerk van Slavische en Romeinse makelij en de bronzen beeldjes met Romeins-Keltische invloed de nieuwsgierigheid op. Net zoals de sporen van fundamenten. Henriksson: 'Lange rijen stenen die niet parallel lopen, doen ons denken aan een tempelconstructie. De context waarin we de vondsten deden, geeft dat ook wel aan. We willen daar graag verder onderzoek doen.' Een extra uitdaging is het mys­

terie over de aanwending van de plek die gedurende de Vikingtijd als grafveld werd ingericht. 'De laag waarin we groeven, is een homogeen geheel', vervolgt Henriksson. 'Maar met de overgang naar het christendom, aan het einde van de elfde eeuw, lijkt het erop dat de aanhangers van deze nieuwe godsdienst de gehele plaats hebben afdekt met een dikke laag zand. Alsof ze duidelijk hebben willen maken dat daarmee het einde van het heidense tijdperk was ingeluid.' (Niels de Groot)

47

Slavisch aardewerk, guldgubbar (gouden figuren), wapens, bronzen borstbeeldjes en fragmenten van glaswerk zijn niet zomaar alledaagse vondsten in een ­boerenakker. Dat begrepen archeologen in het Zuid-Zweedse landschap Blekinge direct toen ze opgravingen uitvoerden op een plek waar een nieuw waterleidingsysteem was gepland. 'We hebben hier zonder twijfel te maken met een plaats van groot belang', verklaart Mikael Henriksson, projectleider van

Blekinge Museum, de recente ontdekkingen terwijl hij zijn ­verhaal illustreert met fraaie kiekjes. 'Alle vondsten wijzen in de richting van een religieus knooppunt en/of een bestuurscentrum. Hier woonden geen gewone boeren, je merkt aan alles dat geloof en zeggenschap elkaar op deze plaats troffen.' De archeologen hielden enkele maanden lang hun ontdekking geheim zodat ze zich volledig konden concentreren op het naar buiten brengen van het grote nieuws. Maar vervolgens werden de vondsten meteen vol trots getoond. Van de guldgubbar, een typisch Scandinavisch ­verschijnsel, werden niet minder dan 29 stuks gevonden. Deze gouden beeldjes hadden als offerandes een puur religieuze functie en de vondst is pas de derde grote ontdekking van dit slag in Noord-Europa. Alle voorwerpen zijn gedateerd naar

Buitenlands | Nieuws

Mogelijk machtscentrum Zweedse oudheid ontdekt


Belgisch | Nieuws

48

Belgisch | Nieuws

Oorlog en Trauma

B

In Ieper en Gent zijn twee ­tentoonstellingen gewijd aan een bijzonder en intrigerend aspect dat niet vaak van oor­ logen belicht wordt. Beide tentoonstellingen fungeren als een dubbeltentoonstelling niet over de oorlogen zelf, maar over het leed dat de mensen daarbij ­moeten ondergaan. In het In Flanders Fields Museum te Ieper staat de ziekenzorg aan het front van de Eerste Wereldoorlog centraal. Het Museum Dr. Guislain in Gent gaat dieper in op het ­psychisch trauma van oorlogen tot op de dag van vandaag. Bij de aanvang van de Eerste Wereldoorlog was geen enkel Europees leger klaar om het grote aantal slachtoffers op te vangen en die een menswaar­ dige behandeling te geven. Wel

werd voortdurend gedacht aan het opvoeren van de slagkracht van de legers en aan het versterken van de verdediging, maar de zorg voor slachtoffers kreeg aanvankelijk nauwelijks aandacht. Het beleid was er aanvankelijk overwegend op gericht gewonde soldaten zo snel mogelijk weer op te lappen zodat ze opnieuw aan het front ingezet konden worden. Filantropie, privé-initiatief en heroïsche inzet van vele enkelingen moesten het falen van de krijgsgeneeskunde opvangen. Het IFF Museum laat in de tentoonstelling ‘Soldaten en ambulances 1914-1918’ vooral aan de hand van authentieke voorwerpen en foto’s zien met welke soorten verwondingen en ziekten de artsen in de veld­ hospitalen te maken kregen, welke behandelingen er toe­ gepast werden en hoe de

De eerste slachtoffers in Ieper, oktober 1914. (foto: In Flanders Fields Museum)

­ edische zorg aan het front in m de Westhoek evolueerde. Naarmate de oorlog vorderde, evolueerde ook de medische zorg en werden de organisatie en opvang beter. Maar het duurde lang voordat er een schoorvoetende erkenning kwam van het feit dat de oorlog ook psy­ chische trauma’s tot gevolg had. Dat laatste aspect wordt vooral in het Gentse deel van de dubbeltentoonstelling belicht. Vele ­soldaten toonden in die Grote Oorlog bizar, angstig en gestoord gedrag, ook wel als ‘shellshock’ aangeduid. De legerleiding zag dat gedrag aanvankelijk uit­ sluitend aan voor lafhartige pogingen om het front te kunnen ontvluchten. Maar geleidelijk aan werd er toch wel geloof gehecht aan de veronderstelling dat deze soldaten ook getraumatiseerd konden zijn. De tentoonstelling ‘Soldaten en psychiaters 19142014’ in het Museum Dr. Guislain onderzoekt de aandacht voor en de omgang met dit psychisch leed tijdens de Eerste Wereld­ oorlog, maar trekt dit breder naar recentere conflicten uit de jongste eeuw. Vragen als hoe psychiaters vroeger soldaten met shellshock behandelden, hoe ze nu soldaten met het ­posttraumatisch stresssyndroom tegemoet treden en hoe het begrip hiervoor evolueerde ­passeren hier de revue. En hoe verslaggevers en oorlogsfoto­ grafen naar oorlogsgeweld en psychisch leed kijken wordt daarbij niet vergeten. De tentoonstelling brengt op indringende wijze de psychische gevolgen van oorlogsvoering in beeld, ­variërend van de eerste shellshockfoto’s en oorlogsfotografie tot tekeningen van omgebrachte

Vlag Rode Kruis, Eerste Wereldoorlog, In Flanders Fields Museum. (foto: Corel Press)

Don McCullin, Hue, Zuid-Vietnam, 1986. (foto, copyright Don McCullin, courtesy Contact Press Images)

psychiatrische patiënten in de Tweede Wereldoorlog. Deze indrukwekkende dubbelten­ toonstelling is beslist een ‘must’, zeker voor diegenen die vandaag de dag beslissingen nemen over het uitzenden van troepen naar oorlogsgebieden. Oorlog & Trauma, het In Flanders tot 30 juni 2014 in kenhallen, Fields Museum, La er en in het Grote Markt 34 te Iep ain, Museum Dr. Guisl t 43 te Gent, aa str ain isl Gu Jozef ma.be ww w.oorlogentr au


Belgisch | Nieuws

Michiel Coxcie, vleugel Altaar van ­Sint-Lucas, Johannes de Evangelist (National Gallery Praag)

Van Mander bleek erg invloedrijk en heeft daardoor sterk bijgedragen aan het negatieve imago van de katholieke Coxcie en aan zijn daarop volgende vergetelheid. De curatoren van deze eerste overzichtstentoonstelling, de Gentse hoogleraar prof. dr Koenraad Jonckheere en het Afdelingshoofd Oude Kunst van M - Museum Leuven dr Peter Carpreau, pogen met deze ­tentoonstelling een soort ­rehabilitatie van Coxcie op gang te brengen. Carpreau: ‘Hij was in zijn tijd een groot kunstenaar en ook als zodanig geliefd. Dat dat terecht was illustreren we in deze tentoonstelling aan de hand van een honderdtal ­schilderijen.’ De carrière van Michiel Coxcie overspande nagenoeg de hele tumultueuze 16e eeuw, de eeuw van de reformatie, de Beeldenstorm en het katholieke antwoord daarop. Opgeleid in Brussel, waar hij alles leert over de technieken van de Vlaamse primitieven, verhuist hij naar Italië om zich te verdiepen in de voorbeelden uit de klassieke oudheid en zich de stijl van de hoog-Renaissance eigen te maken. In zijn tienjarige verblijf aldaar komt hij in contact met grote meesters uit die periode zoals Michelangelo, Rafaël, Titiaan en Da Vinci. Tevens weet hij zich een stevige reputatie op te bouwen met een eigen stijl, die hem geliefd maakt bij wereldlijke en kerkelijke leiders. Peter Carpreau duidt deze stijl aan als ‘een soort versmelting van een typisch Vlaamse traditie: goed in portretten, landschappen en het weergeven van materialen zoals

49

Tot 23 februari 2014 is in M – Museum Leuven de allereerste overzichtstentoonstelling te zien over de Vlaamse meester Michiel Coxcie (1499-1592). Deze vrij onbekende meester was niet­ temin een van de invloedrijkste schilders in de Lage Landen gedurende de 16e eeuw. In zijn lange leven werd hij vaak vergeleken met de grootste Italiaanse renaissancekunstenaar Rafaël, vandaar zijn bijnaam de ‘Vlaamse Rafaël’. Maar ook al dwong zijn werk alom bewondering en ­respect af en werden vele tijd­ genoten daardoor beïnvloed en geïnspireerd, toch hield zijn reputatie daarmee geen gelijke tred. Die reputatie werd een decennium na zijn dood sterk negatief beïnvloed door het ­verwijt van een andere Vlaamse schilder, Karel van Mander, dat hij Rafaël imiteerde en weinig creatief omsprong met de kennis en kunde die hij in Italië had opgedaan. Deze protestantse

Belgisch | Nieuws

De Vlaamse Rafaël

Michiel Coxcie, paneel David vs. Goliath (Patrimonio Nacional, Madrid)

stoffen, en een typische Italiaan­ se traditie: goed in anatomie, schoonheid en kleurcomposities. En dat alles wordt in een monumentaal geheel gepresenteerd dat de toeschouwer volledig overbluft.’ In ieder geval kunnen de toeschouwers bij deze overzichtstentoonstelling ruimschoots van het meesterschap van Coxcie genieten. Meteen al bij het eerste getoonde werk ‘David en Goliath’ is het raak: dit wordt smullen. Dit voortreffelijke diner in Museum M bestaat verder uit monumentale altaarstukken, tekeningen, grafiek, wandtapijten, ontwerpen voor glas-in-loodramen en natuurlijk meer schilderijen. In opdracht van Filips II voltooit hij in twee jaar ook een kopie naar het veelluik het Lams

Gods van Jan van Eyck, waarvan alle bestaande panelen voor het eerst hier in Leuven terug zijn samengebracht (!). Dit werk bevestigt eveneens dat Coxcie geen slaafse kopiist is, maar een meester met een eigen stijl die tevens onderdelen weet te verbeteren. En die het verdient dat hij meer bekendheid krijgt. (Lou Lichtenberg) Vlaamse ‘Michiel Coxcie. De ruari 2014 in Rafaël’, tot 23 feb , L. Vanderkelen­ M – Museum Leuven ww w.mleu ven.be. straat 28, Leuven, ndeling door de In een speciale wa tad wordt een Leuvense binnens tst van de tijd ­sfeerbeeld gesche en werkte. waarin Coxcie leefde verkrijgbaar bij He t wandelplan is Naamsestraat 3 Toerisme Leuven, t museum. te Leuven en bij he

B


Tentoonstellingen | Internationaal

50

Tentoonstellingen | Internationaal

Nederland

Tot 30 juni 2014

tot 4 mei 2014

Ieper

Saintes

Oostenrijk

tot 2 februari 2014

Tot 31 januari 2014

Amsterdam

Wenen

Ming Keizers en kooplui in het oude China De Nieuwe Kerk, Dam t/m 23 maart 2014 Leiden

Petra Wonder in de woestijn Rijksmuseum van Oudheden, Rapenburg 28

Oorlog & Trauma: Soldaten en ambulances 1914-1918 In Flanders Fields Museum, Lakenhallen, Grote Markt 34

Stonehenge Le monument mégalithique le plus célèbre de Grande-Bretagne Musée archéologique, place André Malraux

Tot 30 juni 2014

tot 31 december 2014

Gent

Parijs

Oorlog & Trauma: Soldaten en psychiaters 1914-2014 Museum Dr. Guislain, Jozef Guislainstraat 43

Sur les traces des premiers Parisiens Musée Carnavalet, 23 Rue de Sevigné

Frankrijk

4 februari t/m 31 augustus 2014

tot 19 januari 2014

Assen

Parijs

Mummies Overleven na de dood Drents Museum, Brink 1

België tot 19 januari 2014 Brussel

Bronzes de la Chine impériale du Xe au XIXe siècle Musée Cernuschi, Musée des Arts de l’Asie de la Ville de Paris, Avenue Velasquez . tot 9 februari 2014 Parijs

Schrijvers van contouren Tekenkunst in het Oude Egypte Jubelparkmuseum, Jubelpark 10

Étrusques, un hymne à la vie Musée Maillol, 59/61 Rue de Grenelle

Die Terrakotta Armee Arena Nova, Halle 1, Wiener Neustadt 18 februari tot 18 mei 2014 Wenen

Fabergé Der Juwelier des Zaren Kunsthistorisches Museum, Maria-Theresien-Platz 

tot 31 december 2014 Straatsburg

Tot 23 mei 2014

À l’est du nouveau! Archéologie de la Grande Guerre en Alsace et en Lorraine Palais Rohan, 2 Place du Château

Wenen

Monaco

Tot 8 juni 2014

Wohin der Krieg führt Wien im Ersten Weltkrieg 1914-1918 Wienbibliothek im Rathaus, Lichtenfelsgasse 2/Stiege 4 

Salzburg

tot 28 februari 2014 Monaco

Dessine-moi un bison Sur la trace des premiers ­artistes… Musée d’Anthropologie ­préhis­torique, 56bis Boulevard du Jardin Exotique

Archäologie?! Spurensuche in der Gegenwart Salzburg Museum, Neue Residenz, Kunsthalle Tot 27 juli 2014 Hallein

tot 2 maart 2014

Groot-Brittannië

Périgueux

Tot 23 februari 2014 Leuven

Michiel Coxcie De Vlaamse Rafaël M – Museum Leuven, L. Vanderkelenstraat 28

Quoi de noeuf chez les Petrucores? 10 ans d’archéologie en Périgord gallo-romain Vesunna Site-musée gallo-romain, 20 Rue du 26e RI

tot 23 maart 2014 Londen

Beyond El Dorado Power and gold in ancient Colombia. British Museum, Great Russell Street

Wirklich Wichtig Archäologische Highlights ­erzählen ihre Geschichte Keltenmuseum Hallein, Pflegerplatz 5


tot 19 januari 2014 Bonn

Tot 21 april 2014

Tot 25 mei 2014

tot 21 december 2014

Herne

Freiburg

Zürich

Uruk – 5000 Jahre Megacity LWL - Museum für Archäologie, Europaplatz 1

Baustelle Gotik Das Freiburger Münster Augustinermuseum, Augustinerplatz

Archäologie Schätze aus der Sammlung des Schweizerischen Nationalmuseums Schweizerisches Nationalmuseum Landesmuseum Zürich, Museumstrasse 2

Tot 27 april 2014 Mettmann

tot april 2015 Schleswig

Die Krim – Goldene Insel im Schwarzen Meer. Griechen – Skythen – Goten LVR-LandesMuseum Bonn, Colmantstrasse 14-16 Tot 16 februari 2014 Frankfurt am Main

Gefährliches Pflaster Kriminalität im Römischen Reich Archäologisches Museum, Karmelitergasse 1 Tot 16 maart 2014 Sturttgart

INKA – Könige der Anden Linden-Museum Stuttgart, Staatliches Museum für Völkerkunde, Hegelplatz 1

Italië Mumien – Reise in die Unsterblichkeit Neanderthal Museum, Talstrasse 300 Tot 27 april 2014

Das Nydamboot / Nydambåden versenkt – entdeckt – erforscht Archäologisches Landesmuseum Schloss Gottorf, Schlossinsel 1

München

Pompeji – Leben auf dem Vulkan Kunsthalle der HypoKulturstiftung, Theatinerstrasse 8

Goldene Zeiten 20-jähriges Fundjubiläum des grössten Goldschatzes der römischen Kaiserzeit Rheinisches Landesmuseum Trier, Weimarer Allee 1

Zwitserland tot 2 februari 2014 Zürich

Mit Hightech auf den Spuren der Kelten Keltenwelt am Glauberg, Am Glauberg 1

Cleopatra - Roma e l'incantesimo dell'Egitto Chiostro del Bramante, Via Arco della Pace, 5 tot 9 februari 2014 Rome

Tot 18 mei 2014

3300 BC Mysteriöse Steinzeittote und ihre Welt Landesmuseum für Vorgeschichte Halle, Richard-Wagner-Strasse 9

Karl der Grosse und die Schweiz Schweizerisches Nationalmuseum, Landesmuseum Zürich, Museumstrasse 2 Tot 2 maart 2014

Tot 18 mei 2014

Genève

Karlsruhe

Héros antiques La tapisserie flamande face à l’archéologie Musée Rath, Place Neuve

Augusto Scuderie del Quirinale, Via XXIV Maggio 16 tot 20 juni 2014 Milaan

Da Gerusalemme a Milano Museo Archeologico, Corso Magenta 15

Spanje Tot 24 april 2014 Madrid

Tot 31 maart 2014 Glauburg

Rome

Trier

Halle (Saale)

Tot 23 maart 2014

tot 2 februari 2014

51

Duitsland

Imperium der Götter: Isis – Mithras – Christus Kulte und Religionen im Römischen Reich Badisches Landesmuseum, Schloss

Tot 18 mei 2014 Brugg

Der Arzt, dem alle vertrauen – Medizin in der Römerzeit Vindonissa-Museum, Museumstrasse 1

Tentoonstellingen | Internationaal

Tentoonstellingen | Internationaal

La Villa de los Papiros Matadero/Casa del Lector, Paseo de la Chopera 10


België | Gent in Eerste Wereldoorlog

Gent in 1913-1918

52

België | Gent in Eerste Wereldoorlog

Zoektocht naar sporen van Wereldtentoonstelling en Eerste Wereldoorlog

In 1913 waande Gent zich door de Wereldtentoonstelling even het centrum van de wereld. Een jaar later sloot de Duitse bezetter de stad van de wereld af en werd Gent een logistiek centrum van het Duitse leger. Veel herinnert in Gent zowel aan de Wereldtentoonstelling als de Duitse bezetting. Peter Jacobs en Erwin De Decker inventariseerden die sporen en schreven er het boeiende boek ‘Wandelen door Gent 1913-1918’ over.

Er zijn honderden Vlaamse boeken over de Eerste Wereldoorlog geschreven. In Neder­ land zijn dat er beduidend minder. Gentenaar Erwin De Decker: ’Nederland was neutraal en heeft relatief gezien weinig geleden onder de Eerste Wereldoorlog. Dat verklaart de geringere belangstelling in Nederland voor de Eerste Wereldoorlog. Voor Belgen is het ­trauma van de Eerste Wereldoorlog zelfs ­groter dan van de Tweede Wereldoorlog. Er vielen tussen 1914 en 1918 ook meer slachtoffers, zeker meer dan 50.000 Belgische militairen en duizenden burgers. En steden werden compleet vernield. Denk aan Leuven, Mechelen en Ieper. Gent bleef ongedeerd, mede omdat het voor de Duitsers een Etappeplaats was, een belangrijk ­logistiek centrum.’ In dit nieuwe jaar is het honderd jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Journalist De Decker en diens mede auteur Peter Jacobs wilden daarom over die oorlog schrijven, maar vanuit een originelere invalshoek. ‘Het verhaal over de slachtvelden, de front­

lijnen is al vaak verteld. Wij waren nieuws­ gierig naar het leven tijdens die oorlogsjaren in het land zelf. In dit geval Gent’, aldus De Decker die ik opzocht in Gent. In 1913, het jaar voor de oorlog, werd er nog feestgevierd in Gent. Koning Albert de Eerste kwam zelf de Wereldtentoonstelling openen. Een jaar later bezetten de Duitsers deze stad met toen ongeveer 250.000 inwoners. ‘Dat enorme contrast bleek een goed uitgangspunt voor dit boek.’

Voorgevel van station Gent-St.Pieter gebouwd in een eclectische stijl met elementen ontleend aan andere stijlen (de toren bijvoorbeeld heeft veel weg van een Moorse minaret)

Het ‘Manchester’ van België België bezat rond 1900 een ontwikkelde ­economie met steenkolenmijnen en ijzer­ industrie, waarvan het zwaartepunt ove­ rigens in Wallonië lag. Gent kende veel ­textielbedrijven en werd in die dagen wel het ‘Manchester’ van België genoemd. Het land bezat ook een uitstekend spoorwegnet, waarvan Gent een van knooppunten was. België had al in 1851 meegedaan aan de allereerste wereldtentoonstelling in het Londense Crystal Palace; later was het

Het luxehotel Flandria Palace dat speciaal werd gebouwd voor de Wereldtentoonstelling tegenover het station Gent-St.Pieter.

o­ pvallend actief in het zelf organiseren van ‘world's fairs’. In 1913 was Gent maar liefst de vierde Belgische stad na Antwerpen, Brussel en Luik waar een wereldtentoonstelling werd gehouden. ‘Gent is de nijverigste stad van België. Hare talrijke nijverheids­ gestichten met anderhalf miljoen katoen- en


België | Gent in Eerste Wereldoorlog

Historische stadscentrum De komst van de Wereldtentoonstelling had grote invloed op het middeleeuwse centrum van Gent. ‘Het historisch centrum van Gent zoals we dat nu kennen kreeg vorm in de aanloop naar de wereldtentoonstelling’, aldus de auteur. De tentoonstelling vormde de kroon op het werk van de stadsvernieuwers. Onder de liberale burgemeester Emile Braun werd namelijk het historisch centrum drastisch onder handen genomen. ‘De Kuip - het centrum - kreeg de middeleeuwse uitstraling die vandaag nog steeds het toeristisch uithangbord is van Gent. De Gras-en Korenlei kregen een facelift, het Gravensteen werd in ere hersteld en onder meer het Groot Vlees­ huis werd gerestaureerd. De volgebouwde omgeving rond de Sint -Niklaaskerk, het Belfort en de Sint Baafskathedraal werd zoals het in de gemeenteraad werd voor­ gesteld, ontdaan van parasieten van steen en plaaster, straten werden verbreed of rechtgetrokken en nieuwe pleinen aangelegd. Met de aanleg van de Sint-Michielsbrug ­creëerde Gent zijn verplichte fotostop voor toeristen:vandaar heb je de drie torens, ­Sint-Baafs, Belfort en Sint Niklaas, machtig op een rij.’ Aan de rand van de stad was voor de tentoon-

Als God in Gent Op 12 oktober 1914 maken de Duitsers hun plannen duidelijk bij de burgemeester van Gent: De stad zal ongedeerd blijven op voorwaarde dat er zich geen incidenten voordoen tussen bevolking en troepen. De Duitse mark wordt naast de Belgische frank de officiële munt en aan het stadhuis wappert voortaan de zwart-wit-rode vlag van het Duitse Rijk. ‘Op 21 oktober wordt Gent dan etappehoofdstad van het Vierde Leger, dat onder meer verantwoordelijk was voor de vier grote veldslagen bij Ieper en dat als eerste gebruik maakte van chloor- en mosterdgas,’ aldus De Decker. In Duitse militaire terminologie is een ‘etappe’ het zenuwcentrum van een legereenheid. Daar worden de troepen bevoorraad, verzorgd en wordt het materiaal opgeslagen en er ­worden nieuwe rekruten samengebracht om naar het front te trekken. De keuze van Gent lag voor de hand. ‘De stad was geschikt geworden door de stadsvernieuwing van de laatste jaren, ook de uit­ stekende verbindingen over het spoor, de weg, het water telden en verder de veilige ­ligging in de nabijheid van het front,’ aldus De Decker. In de tientallen administratieve, logistieke en medische diensten van de Duitsers werkten duizenden militairen, die werden begeleid door hoge officieren van adellijke afkomst. Zij genoten een luxeleventje zonder veel risico's. ‘Die hoge Duitse ­militairen leefden als God in Gent’, aldus De Decker. In Vlaanderen was alles nog in overvloed beschikbaar. Van boter en spek tot hammen, chocolade, rijst, erwten en bonen.’ Hij citeert uit het dagboek van de Duitse ­pacifist Heinrich Wandt: ‘Terwijl miljoenen Duitsers thuis en aan het front honger leden,

Auteur Erwin De Decker tijdens het bezoek aan Gent.

België | Gent in Eerste Wereldoorlog

vlaspillen (spinnerijen), 50.000 weef­ getouwen en ongeveer 60.000 werklieden bewijzen haar handelsbelangrijkheid’, zo vond De Decker in een bericht van de cor­ respondent van de Middelburgsche Courant. In de loop der jaren werden amusement en commercie steeds belangrijker. ‘De expo werd een grootwarenhuis van de consumptiemaatschappij, een soort reuzenjaarmarkt. Dat was gedeeltelijk ook van toepassing op Gent, waar geen wereldschokkende nieuwe vindingen werden getoond.’

Nijmegen. ‘Het is een huzarenstuk van de Brabantse beeldhouwer Hendrik van der Geld (1838-1914), die er jaren aan werkte en die er in Gent veel lof mee oogstte.’

53

Monument op Westerbegraafplaats in Gent ter ­herinnering aan de gesneuvelde militairen.

stelling 125 ha gereserveerd. 25 landen ­hadden een paviljoen, waaronder het voor die tijd exotische Perzië en Bolivia; parti­ culiere initiatieven kwamen uit Duitsland en Italië. Aan het aantal bezoekers te zien, naar schatting 9,5 miljoen, was de tentoonstelling een daverend succes. De Vlaamse auteur Cyril Buysse noemde het een toverstad of ‘fata morgana’, want bijna alle gebouwen waren puur decor en opgetrokken uit een mengsel van pleister en plantaardige vezels aangebracht op houten of metalen frames. Dat verklaart ook dat er van de Gentse wereldtentoonstelling honderd jaar later zo weinig over is. In ieder geval geen Eiffeltoren en geen Atomium. Alles werd ontmanteld. In Gent staat nog wel het enige gebouw van de tentoonstelling dat voor de eeuwigheid was bedoeld, het Feest-en Hofbouwpaleis in het Citadelpark. Helaas is het onherkenbaar verminkt. Verder is het belangrijkste trein­ station van de stad, Gent-St.Pieters, speciaal gebouwd voor de Wereldtentoonstelling, net als het daar tegenover gelegen luxehotel Flandria Palace. Vanaf het stationsplein maak ik met Erwin De Decker een stadswandeling door Gent. Bij het station vertelt hij al gelijk dat dit gebouw van de dezelfde architect is als de befaamde Sint-Michielsbrug. Louis Cloquet (18491920) koos voor het station een eclectische stijl, dus met elementen uit diverse stijlen. ‘Kijk maar naar de kantelen, kleine oosters aandoende koepeltjes en verrassend: de klokkentoren die op een Moorse minaret lijkt.’ Het zoeken naar sporen van de tentoon­ stelling leverde de auteurs een boeiende speurtocht op, die onder meer leidde naar het Nederlandse Cuyk en het Gents Design Museum. Eén van de belangrijkste deel­ nemers aan het Franse paviljoen was de ­porseleinfabrikant Sèvres. Minstens twee stukken porselein zijn na de tentoonstelling in musea terecht gekomen. Zoals de monumentale porseleinen vaas met een decor van goudvissen, nu een pronkstuk in het Gentse Design museum. Een ander decoratie-­ element, een groot houten neogotisch ­retabel van het Nederlands Paviljoen, vonden de auteurs in de St-Martinuskerk in Cuyk bij


54

België | Gent in Eerste Wereldoorlog

België | Gent in Eerste Wereldoorlog

leefden luitenant-kolonel Georg von Wick in Gent als een Romeinse consul, voor wie dagelijks een rijke maaltijd werd opgediend, zoals hij die in Vredestijd niet kende.’ De Duitser constateert verder dat de luitenantkolonel iedere maaltijd eindigde met een speciaal voor hem gebakken stuk taart. Hij hield van zalig nietsdoen. Hij sliep lang uit, genoot een uitgebreid ontbijt, waarna hij naar zijn kantoor wandelde, waar hij echter nooit meer dan een uur per dag verbleef. Veel van zijn tijd besteedde hij aan het laten inpakken van in beslag genomen conserven, vlees of stoffen die hij naar zijn familie in Hannover stuurde. De Duitse overheid bevordert het culturele leven voor de Duitsers door in de tot ‘Wintergarten’ omgedoopte bioscoop Duitse films te draaien en in de Opera Duitse gezelschappen te laten optreden. ‘Er heerst in Gent bijna een vakantiestemming, die overigens niet lang duurt want vanaf 1916 wordt de bevoorrading steeds problematischer en wordt tevens het contact tussen Duitsers en Belgen verboden’, aldus de auteur. Inmiddels zijn we beland bij het Museum voor Schone Kunsten (MSK). In tegenstelling tot de nazi's dertig jaar later hebben de Duitsers tijdens de Eerste Wereldoorlog geen kunstdiefstallen gepleegd. Ze lieten bijvoorbeeld dit MSK ongemoeid en stimuleerden de soldaten zelfs er een bezoek aan te brengen.’ Een verhaal apart vormt Gents beroemdste schilderij ‘Het Lam Gods’ van de gebroeders Van Eyck. Door het Verdrag van Versailles van 28 juni 1919 kreeg België toestemming twee belangrijke kunstwerken van Vlaamse primi-

‘Met de aanleg van de Sint-Michielsbrug creëerde Gent zijn verplichte fotostop voor toeristen: vandaar heb je de drie torens, Sint-Baafs, Belfort en Sint Niklaas, machtig op een rij’ (foto: Coral Press)

tieven uit Berlijn terug te halen. Het ‘Laatste Avondmaal’ van Dirk Bouts keerde terug naar Leuven en de zijpanelen van het Lam Gods verhuisden naar de Sint-Baafskathedraal in Gent. Ze waren geen oorlogsbuit geweest; ze waren verkocht en uiteindelijk door de koning van Pruisen verworven. De auteur noemt het ‘Lam Gods’, te zien in St.Baafskathedraal, een reizend kunstwerk; zo vaak was het weg uit Gent. De Decker zegt dan: ‘Loop mee naar binnen, ik heb in dit museum een verrassing voor je.’ Even later staan we voor een glazen wand waarachter in alle rust panelen van het Lam Gods in uiterste concentratie worden gerestaureerd. Fascinerend!

Slavenwerk Gemiddeld bleven 15.000 Duitse soldaten in Gent. ‘In Duitse archieven in Berlijn, Leipzig en Stuttgart gingen we op zoek naar Gentse sporen; we vonden er voor ons boek niet alleen historische foto's van Gent op glas­ platen, maar ook dagboeken en brieven van Duitsers die in Gent gelegerd waren, zoals de pacifist Heinrich Wandt. Naast Vlaamse ooggetuigen wilden we beslist ook Duitsers aan het woord laten. Die verslagen van ­ooggetuigen van beide kanten vind ik ­veelzeggende sporen uit het verleden.’ Indruk maakt Heinrich Wandt als hij schrijft over de verschrikkelijke optochten door de Gentse straten van honderden mannen ­tussen de 15 en 45 die in het kader van de ‘Zivilarbeiterbataillone’ verplicht werden om als slaaf loopgraven aan te leggen. ‘Langs beide zijden van dit slaventransport marcheerden leden van de militaire politie met geladen geweer. Vloekend joegen ze de on­gelukkigen voorwaarts, terwijl ze hen schopten of ze een stoot met hun geweer gaven. De trieste stoet werd gevolgd door honderden vrouwen: ze volgden hun verloofden, hun broers, hun echtgenoten de vaders van hun kinderen. (...). Geen enkele Duitse soldaat die als stille getuige dit schouwspel zag, zal in zijn leven het vertwijfelende gejammer, het wilde schreien en de verwensingen vergeten van de moeders, zusters, bruiden en vrouwen toen hun geliefden als slachtvee in de wagons werden geduwd

De erevelden van de Westerbegraafplaats in Gent met links de Franse gesneuvelden, links de Belgische met daarnaast de Britse graven.

­ erden om naar hun noodlottige bestemming w gevoerd te worden, waar velen een vroege en verschrikkelijke dood vonden’, aldus Wandt.

Meer sporen in Gent Veel straatnamen in Gent verwijzen naar de Eerste Wereldoorlog. Als dank aan de ­geallieerden heet het Zuidplein nu Woodrow Wilsonplein naar de toenmalige Amerikaanse president. De IJzerlaan (ter herinnering aan het front van de IJzer), de Martelaarslaan (de oorlogsslachtoffers) en de Offerlaan waar Belgen werden gefusilleerd. We arriveren bij de hoek van de Martelaarslaan en de Offer­ laan. Aan de Martelaarslaan wijst De Decker op een gedenkplaat ter herinnering aan 24 Italiaanse krijgsgevangen soldaten, die 1918 in Gent waarschijnlijk overleden aan de Spaanse griep en die werden begraven op de Gentse Westerbegraafplaats. We gaan de hoek om en lopen de Offerlaan in, we zijn op weg naar een lugubere plaats: Het Oord der Gefusilleerden. De Duitsers gebruikten deze oorspronkelijke schietbaan als executieplaats. Wie spioneerde, saboteerde of zwarte handel bedreef kon rekenen op een hard­ handig verhoor, waarna de doodstraf volgde. De veroordeelden werden vastgebonden aan een paal en geblinddoekt. De lijken werden meestal naar de Westerbegraafplaats vervoerd. ‘Voor zover bekend zijn hier vijftig Belgen, twee Fransen en een Duitse dienstweigeraar geëxecuteerd.’ Na de Tweede Wereldoorlog werd dit Oord der Gefusilleer­ den gerestaureerd. Aan de metalen toegangspoort hangen bronzen platen in het Frans en Nederlands met de tekst: ‘Terechtstellings­ plaats der voor den kop geschotenen 19141918.’ Boven de ingang lees ik ‘Dulce et decorum est pro patria mori’, een citaat van de Romeinse dichter Horatius die meent dat ‘het zoet is en eervol voor het vaderland te


Oudheden onderzoekt! Luc Amkreutz | Conservator Prehistorie - Annemarieke Willemsen | Conservator Middeleeuwen Werkzaam bij het Rijksmuseum van Oudheden, gaan op zoek naar nieuwe ­verhalen over oude objecten.

sterven’. De Westerbegraafplaats aan de rand van de stad is ons uiteindelijke doel; het is in Gent de ultieme plaats voor de confrontatie met de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog. De Duitse gesneuvelden werden in 1956 opgegraven en overgebracht naar de centrale Duitse militaire begraafplaats in Vladslo in West- Vlaanderen of naar hun geboorteland. Een uitzondering werd gemaakt voor de twee bemanningsleden van de in 1915 boven Sint-Amandsberg neergestorte zeppelin. De familie van een van de verongelukten, eerste luitenant Kurt Ackermann, kocht een eeuwigdurende concessie om een groot grafmonument te bouwen voor de acht omgekomen bemanningsleden. Dat monument uit 1917 met een afbeelding van de neergestorte ­zeppelin staat er nog steeds, inclusief de ­resten van de Berlijner Ackermann en diens collega-bevelhebber Otto Van der Haegen, van wie de familie Vlaamse roots had. De Decker: ’Bijzonder dat de families ­besloten de twee mannen niet her te begraven maar hier te laten rusten. Ik vraag me af of dat iets zegt over de wellicht speciale band die beiden hadden?’ Met hun boek doen Peter Jacobs en Erwin De Decker een geslaagde poging het Gent van honderd jaar geleden te herleven. Ze ­vertellen hoe de stad zich opmaakte voor een wereldfeest en hoe de Gentenaren de vier oorlogsjaren beleefden. Dit alles met hulp van foto's, documenten en getuigenissen van ooggetuigen die ze bij hun zoektocht naar sporen van de wereldtentoonstelling en de Eerste Wereldoorlog aantroffen. Tekst en foto’s: Ad van Schaik

Peter Jacobs & Erwin De Decker, ‘Wandelen door Gen t 1913-1918. Van We reld ten toonst elling tot Wereldoorlog ’, Uitgeve rij Lannoo ISBN 978-94 -014-0 406 -8, Prijs € 24,99.

Ik had door onze fotografen al een scan laten maken uit een Duitse catalogus van een heel bijzonder object: een benen handvat van 10 cm lang met op het uiteinde een cirkel die in vier vakjes is verdeeld. Dat uiteinde herkennen we als een veel voorkomende ingestempelde versiering op vroegmiddeleeuws aardewerk. Hoewel die stempel­ patronen heel typisch zijn voor deze tijd, had ik nooit eerder zo’n stempel gezien. Ik had dus de ‘unieke’ Duitse vondst willen opnemen in mijn boek bij onze tentoonstelling ‘Gouden Middeleeuwen, Nederland in de Merovingische wereld, 400-700 na Chr.’ Totdat ik op de laatste vrijdag voordat ik de kopij ging inleveren, in ons depot voor organisch materiaal (het ‘mummiedepot’) was om nog wat laatste maten te nemen voor de fotobijschriften. Toen zag ik in de la, naast de speelsteentjes die ik ging opmeten, een onbekend benen object (UBO). Het leek op een platte spatel, maar met op het uiteinde een soort kam met scherpe puntjes, waarmee je een set parallelle ­lijnen kunt trekken. Van een pottenbakker? zou dat kunnen? Het voorwerp heeft ­nummer BnW 60, een type nummer dat alleen gebruikt is voor de vroegmiddeleeuwse terpvondsten uit Wieuwerd – ik herken het van onze goudschat, waarvan ik zelfs uit mijn hoofd weet dat die BnW 1 t/m 37 is. Dan zou het ding oud genoeg zijn voor de tentoonstelling! Gauw opzoeken in onze database en ja hoor, het object staat daar keurig geregistreerd als een ‘pottenbakkersspatel’. En we bleken er nòg een te ­hebben, ook uit Wieuwerd, BnW 52. Daar op die terp heeft dus beslist iemand potten ­zitten versieren – de spatels werden gebruikt om tijdens het draaien patronen aan te brengen op de buik van een pot. Het RMO heeft in depot een vroegmiddeleeuws knikpot uit Katwijk waarbij die lijnen aan het uiteinde nét niet raken: een potten­ bakker die zijn dag niet had… De spatels zijn 10,2 en 12,2 cm lang en gemaakt van been, dat zich goed leent om in te snijden en dat soepel door natte klei gaat, net zoals je een (benen) kam goed door nat haar kunt trekken. Geweldig dat we straks in de tentoonstelling en ook in het boek – de fotografen hebben de maandag daarna nog snel een goede foto gemaakt – gewoon Nederlandse voorbeelden van dit type objecten kunnen laten zien. Wel raar natuurlijk, dat je zoiets altijd op het allerlaatste moment pas tegenkomt. Toch is dat ook een van de ongeschreven regels van de archeologie: de beruchte ­vrijdagmiddagvondst. Je hebt de opgraving zo goed mogelijk dichtgegooid voor het weekend en bent in je hoofd al op weg naar een biertje, als iemand nog even iets heel bijzonders vindt, zodat je de hele avond moet doorwerken, soms ‘s nachts waken en dus: wég weekend. Het vorstengraf van Krefeld-Gellep, waarvan we in de tentoonstelling de gouden helm laten zien, is zo gevonden. De Romeinse bronsschat van Bernheze. En de fibula van Dorestad, op vrijdag 18 juli 1969, toen het vlak al was ingetekend en alleen nog even de waterputten werden nagekeken. Het fenomeen blijkt echter ook breder bekend. Zo crashte afgelopen vrijdag hier op de University of Western Australia, waar ik momenteel als ‘visiting fellow’ verblijf, de server, precies om 17.00 uur. En ook dat, verzekerden mijn collega’s me, gebeurt altijd op vrijdagmiddag. Annemarieke Willemsen

55

Toegang tot Executie Oord.

Agenda | Tips Buitenlands Oudheden onderzoekt! | Nieuws

Vrijdagmiddagvondst


Agenda | Tips

Leiden

Ondergrondse kelders en berghutten Het Petra van vóór de Nabateeërs Lezing door dr Lucas Petit, conservator Oude Nabije Oosten, Rijksmuseum van Oudheden. Plaats: Rijksmuseum van Oudheden, Rapenburg 28, Tempelzaal Aanvang: 20 uur Meer info: www.rmo.nl

Handelsroutes: van de prehistorie tot vroege Middeleeuwen Lezingenmiddag in het kader van de tentoonstelling over de Jordaanse woestijnstad Petra, over handelsroutes en knooppunten in de prehistorie, oudheid en Middeleeuwen, door vier conservatoren van het Rijksmuseum van Oudheden. Plaats: Rijksmuseum van Oudheden, Rapenburg 28 Aanvang: 14 uur Meer info: www.rmo.nl

16 januari 2014 Leiden

Het ontstaan van het oudste schrift in Mesopotamië Lezing door drs. Theo J.H. Krispijn (docent Sumerologie bij de opleiding OCMW van de Universiteit Leiden) in de reeks lezingen georganiseerd door het Nederlands Institituut voor het Nabije Oosten (NINO). Plaats: Rijksmuseum van Oudheden, Rapenburg 28, Leemanszaal Aanvang: 15 uur Meer info: www.rmo.nl 25 januari 2014

28 februari 2014 Leiden

12 Provinciën Lezingen: Flevoland De tiende aflevering uit deze lezingenreeks. In het Rijksmuseum van Oudheden spreken experts over uiteenlopende archeologische onderwerpen uit hun provincie Flevoland. Plaats: Rijksmuseum van Oudheden, Rapenburg 28, Leemanszaal Aanvang: 14 uur Meer info: www.rmo.nl

Leiden

24e Steentijddag Met lezingen en korte presentaties over de archeologie van de Nederlandse en ­aangrenzende steentijd. Plaats: Lipsiusgebouw Universiteit Leiden, Cleveringaplaats 1 Aanvang: 10.30 uur Meer info: www.rmo.nl 11 februari 2014 Leiden

Udhruh, legerplaats en stad in het achterland van Petra Lezing door dr ir Mark Driessen, Universiteit Leiden Plaats: Rijksmuseum van Oudheden, Rapenburg 28, Tempelzaal Aanvang: 20 uur Meer info: www.rmo.nl

13 t/m 21 maart 2014 Nederland

Week van de Klassieken 2014: Romeinse keizers Deze zevende Week van de Klassieken heeft als thema 'Romeinse keizers'. Tijdens de Week zijn er in het hele land activiteiten om jong en oud kennis te laten maken met de klassieke wereld. De week opent op ­donderdag 13 maart 2014 met de Ken-UwKlassieken Pubquiz in het Rijksmuseum van Oudheden. Verder zijn er in het hele land lezingen, rondleidingen en voorstellingen. Meer info: www.weekvandeklassieken.nl

samen met het Rijksmuseum van Oudheden deze lezing door prof. dr. Ruurd Halbertsma, RMO-conservator collectie Klassieke Wereld. Plaats: Rijksmuseum van Oudheden, Rapenburg 28, Leemanszaal Aanvang: 15 uur Meer info: www.rmo.nl 25 april 2014 Leiden

12 Provinciën Lezingen: Utrecht De elfde aflevering uit deze lezingenreeks. In het Rijksmuseum van Oudheden spreken experts over uiteenlopende archeologische onderwerpen uit hun provincie Utrecht. Plaats: Rijksmuseum van Oudheden, Rapenburg 28, Leemanszaal Aanvang: 14 uur Meer info: www.rmo.nl 20 – 25 mei 2014 Duitsland

Rond de Harz en door de Lausitz Excursie van de Drents Prehistorische Vereniging (DPV) naar het oosten van Duitsland. Ook niet-leden van de DPV kunnen aan de reis deelnemen. Opstapplaatsen: Assen, Haren en Groningen Meer info: www.dpv.nu 27 juni 2014 Leiden

12 Provinciën Lezingen: Groningen De twaalfde aflevering uit deze lezingenreeks. In het Rijksmuseum van Oudheden spreken experts over uiteenlopende archeologische onderwerpen uit hun provincie Groningen. Plaats: Rijksmuseum van Oudheden, Rapenburg 28, Leemanszaal Aanvang: 14 uur Meer info: www.rmo.nl

13 maart 2014 Leiden

20 en 21 november 2014

Catastrofe in Germanië – de grenzen van Augustus' macht Als aftrap voor de Week van de Klassieken (13 t/m 21 maart 2014) organiseert de Vereniging Vrienden van het Gymnasium

Den Haag

Reuvensdagen Meer info: www.reuvensdagen.nl

Agenda | Tips

13 februari 2014

Leiden

57

14 januari 2014


DE KRIM

Archeologie Magazine |

Neemofofgeef geef een een abonnement abonnement Neem krijg een een cadeau cadeau enenkrijg

Volgend nummer

Special: Ieper is herboren Dit jaar wordt een begin gemaakt met het herdenken van de Eerste Wereldoorlog, die in augustus ­honderd jaar geleden uitbrak. In vier lange oorlogsjaren bevond het slagveld zich op luttele kilometers van het centrum van Ieper. De stad werd daarbij letterlijk met de grond gelijkgemaakt. Inmiddels is Ieper herrezen en leeft ze vooral voort met het imago van monument ter herinnering aan het woelige oorlogsverleden. Dat verleden wordt onder meer in het indrukwekkende In Flanders Fields Museum in hartje centrum, maar ook in musea en andere bezienswaardigheden in de omgeving belicht. Maar Ieper biedt veel méér. Het is een stad met een rijker verleden: in de Middeleeuwen bijvoorbeeld glorieerde ze als een van de grote Vlaamse lakensteden, met de thans heropgebouwde Lakenhallen als centrum. Verschillende andere sporen in de stad – onder meer in verrassende musea - houden ook de herinnering aan die tijd van vóór de grote catastrofe levend. Daarbij zijn tevens interessante overblijfselen die bij archeologisch onderzoek aan het licht kwamen.

Goud en geheimen van de Zwarte Zee 07.02 18.05’14

# (Alleen invullen als u een jaarabonnement cadeau geeft.)

#

Ik neem/geef een jaarabonnement (6 nrs) op Archeologie Magazine voor slechts € 39,95 en krijg een welkomstgeschenk.

MIJN GEGEVENS

GEGEVENS ONTVANGER CADEAU-JAARABONNEMENT

naam*

m/v

naam*

m/v

Kijk voor meer informatie op de website

(2-DVD, t.w.v. € 19,95)

MIJN GEGEVENS

GEGEVENS ONTVANGER CADEAU-JAARABONNEMENT

postcode*

postcode*

naam*

m/v

naam*

m/v

www.archeologieonline.nl/abonnement

(2-DVD, t.w.v. € 19,95)

In de documentairereeks laat Terry van € 20,– De introductiekorting Jones (Montyen Python) dat€veel betaalzien geen 39,95, maar slechts € 19,95 van de ideeën en uitvindingen die wij als modern beschouwen al duizenden jaren oud zijn.

woonplaats*

woonplaats*

adres*

adres*

telefoon

telefoon

postcode*

postcode*

e-mail*

e-mail*

woonplaats*

BON

In de documentairereeks laat Terry Ik kies voor: Jones (Monty Python) zien dat veel vanJones’ de ideeën uitvindingen die Terry Deengrootste wij als modern beschouwen al uitvindingen uit de Oudheid duizenden jaren oud zijn.

BON

Ik kies voor:een jaarabonnement (6 nrs) Ik neem/geef Terry Jones’ De grootste op Archeologie Magazine voor slechts € 39,95 uitvindingen uit de Oudheid en krijg een welkomstgeschenk.

(Alleen invullen als u een jaarabonnement cadeau geeft.) adres*

adres*

woonplaats*

Kopieer deze bon of knip hem uit en stuur hem naar:

Archeologie Magazine; Antwoordnummer telefoon 7086, 3700 TB Zeist, Nederland telefoon (vanuit Nederland kan dit zonder postzegel.) e-mail*

e-mail*

WWW.ARCHEOLOGIEONLINE.BE

Kopieer dezede bon of knip hem uit en stuur hem naar: Volg het spoor naar prehistorie in Z-W Drenthe.

De introductiekorting van € 20,– en betaal geen € 39,95, maar slechts € 19,95 VIRTU_13025_Adv_Archeologie_A4.indd 1

Archeologie Magazine; Antwoordnummer 7086, 3700 TB Zeist, Nederland (vanuit Nederland kan dit zonder postzegel.)

12-07-2013 16:40:54

In 2013 staat de schijnwerper gericht op de eerste bewoners van Drenthe: deWWW.ARCHEOLOGIEONLINE.BE rendierjagers (15.000 jaar geleden). In een heldere tentoonstelling spreekt hun leven tot onze verbeelding. Daarmee speelt amateur archeoloog Voerman een centrale rol. Hij deed 80 jaar geleden als eerste onderzoek in het Holtingerveld, bij Havelte en introduceerde de term “Havelte, het Drents Pompeï”. Ook is er aandacht voor de mammoeten en zijn er speciale kinderactiviteiten.

VIRTU_13025_Adv_Archeologie_A4.indd 1

www.archeologie-westdrenthe.nl

Meeslepend verhaal dat zich afspeelt in de steentijd.

allard pierson museum – amsterdam

Avontuurlijk en stiekem nog leerzaam ook! or vo n uk s é Le gen es j jon eis m

12-07-2013 16:40:54

Toen Magdeburg nog een ­ bruisende barokke stad was… Om onderzoek te doen voor het schrijven van een boek bracht Theo Toebosch een bezoek aan Magdeburg in Oost-Duitsland. Hij ging daar op zoek naar sporen van de eerste twee gevallenen van de Eerste Wereldoorlog. In dit artikel brengt hij verslag uit van zijn zoektocht, waarbij hij vooral ingaat op wat nog resteert van het Magdeburg van vlak vóór de beide wereldoorlogen

Muziek en muzikanten in het oude Egypte Afbeeldingen in bijvoorbeeld graven en ­tempels, teksten en archeologie wijzen op de belangrijke rol die muziek speelde gedurende de lange geschiedenis van het oude Egypte. In twee ­afleveringen worden de muziek en de muzi­kanten in het oude Egypte nader belicht. In de eerste aflevering in het vorige nummer gingen we in op de geschiedenis van het ­onderzoek op dit gebied en de verschillende soorten muziekinstrumenten die gebruikt werden. In deze tweede aflevering komen de ­muzikanten aan de beurt, hun organisatie, opleiding, goden, optredens, ­status en kleding.


DE KRIM

Archeologie Magazine |

Neemofofgeef geef een een abonnement abonnement Neem krijg een een cadeau cadeau enenkrijg

Volgend nummer

Special: Ieper is herboren Dit jaar wordt een begin gemaakt met het herdenken van de Eerste Wereldoorlog, die in augustus ­honderd jaar geleden uitbrak. In vier lange oorlogsjaren bevond het slagveld zich op luttele kilometers van het centrum van Ieper. De stad werd daarbij letterlijk met de grond gelijkgemaakt. Inmiddels is Ieper herrezen en leeft ze vooral voort met het imago van monument ter herinnering aan het woelige oorlogsverleden. Dat verleden wordt onder meer in het indrukwekkende In Flanders Fields Museum in hartje centrum, maar ook in musea en andere bezienswaardigheden in de omgeving belicht. Maar Ieper biedt veel méér. Het is een stad met een rijker verleden: in de Middeleeuwen bijvoorbeeld glorieerde ze als een van de grote Vlaamse lakensteden, met de thans heropgebouwde Lakenhallen als centrum. Verschillende andere sporen in de stad – onder meer in verrassende musea - houden ook de herinnering aan die tijd van vóór de grote catastrofe levend. Daarbij zijn tevens interessante overblijfselen die bij archeologisch onderzoek aan het licht kwamen.

Goud en geheimen van de Zwarte Zee 07.02 18.05’14

# (Alleen invullen als u een jaarabonnement cadeau geeft.)

#

Ik neem/geef een jaarabonnement (6 nrs) op Archeologie Magazine voor slechts € 39,95 en krijg een welkomstgeschenk.

MIJN GEGEVENS

GEGEVENS ONTVANGER CADEAU-JAARABONNEMENT

naam*

m/v

naam*

m/v

Kijk voor meer informatie op de website

(2-DVD, t.w.v. € 19,95)

MIJN GEGEVENS

GEGEVENS ONTVANGER CADEAU-JAARABONNEMENT

postcode*

postcode*

naam*

m/v

naam*

m/v

www.archeologieonline.nl/abonnement

(2-DVD, t.w.v. € 19,95)

In de documentairereeks laat Terry van € 20,– De introductiekorting Jones (Montyen Python) dat€veel betaalzien geen 39,95, maar slechts € 19,95 van de ideeën en uitvindingen die wij als modern beschouwen al duizenden jaren oud zijn.

woonplaats*

woonplaats*

adres*

adres*

telefoon

telefoon

postcode*

postcode*

e-mail*

e-mail*

woonplaats*

BON

In de documentairereeks laat Terry Ik kies voor: Jones (Monty Python) zien dat veel vanJones’ de ideeën uitvindingen die Terry Deengrootste wij als modern beschouwen al uitvindingen uit de Oudheid duizenden jaren oud zijn.

BON

Ik kies voor:een jaarabonnement (6 nrs) Ik neem/geef Terry Jones’ De grootste op Archeologie Magazine voor slechts € 39,95 uitvindingen uit de Oudheid en krijg een welkomstgeschenk.

(Alleen invullen als u een jaarabonnement cadeau geeft.) adres*

adres*

woonplaats*

Kopieer deze bon of knip hem uit en stuur hem naar:

Archeologie Magazine; Antwoordnummer telefoon 7086, 3700 TB Zeist, Nederland telefoon (vanuit Nederland kan dit zonder postzegel.) e-mail*

e-mail*

WWW.ARCHEOLOGIEONLINE.BE

Kopieer dezede bon of knip hem uit en stuur hem naar: Volg het spoor naar prehistorie in Z-W Drenthe.

De introductiekorting van € 20,– en betaal geen € 39,95, maar slechts € 19,95 VIRTU_13025_Adv_Archeologie_A4.indd 1

Archeologie Magazine; Antwoordnummer 7086, 3700 TB Zeist, Nederland (vanuit Nederland kan dit zonder postzegel.)

12-07-2013 16:40:54

In 2013 staat de schijnwerper gericht op de eerste bewoners van Drenthe: deWWW.ARCHEOLOGIEONLINE.BE rendierjagers (15.000 jaar geleden). In een heldere tentoonstelling spreekt hun leven tot onze verbeelding. Daarmee speelt amateur archeoloog Voerman een centrale rol. Hij deed 80 jaar geleden als eerste onderzoek in het Holtingerveld, bij Havelte en introduceerde de term “Havelte, het Drents Pompeï”. Ook is er aandacht voor de mammoeten en zijn er speciale kinderactiviteiten.

VIRTU_13025_Adv_Archeologie_A4.indd 1

www.archeologie-westdrenthe.nl

Meeslepend verhaal dat zich afspeelt in de steentijd.

allard pierson museum – amsterdam

Avontuurlijk en stiekem nog leerzaam ook! or vo n uk s é Le gen es j jon eis m

12-07-2013 16:40:54

Toen Magdeburg nog een ­ bruisende barokke stad was… Om onderzoek te doen voor het schrijven van een boek bracht Theo Toebosch een bezoek aan Magdeburg in Oost-Duitsland. Hij ging daar op zoek naar sporen van de eerste twee gevallenen van de Eerste Wereldoorlog. In dit artikel brengt hij verslag uit van zijn zoektocht, waarbij hij vooral ingaat op wat nog resteert van het Magdeburg van vlak vóór de beide wereldoorlogen

Muziek en muzikanten in het oude Egypte Afbeeldingen in bijvoorbeeld graven en ­tempels, teksten en archeologie wijzen op de belangrijke rol die muziek speelde gedurende de lange geschiedenis van het oude Egypte. In twee ­afleveringen worden de muziek en de muzi­kanten in het oude Egypte nader belicht. In de eerste aflevering in het vorige nummer gingen we in op de geschiedenis van het ­onderzoek op dit gebied en de verschillende soorten muziekinstrumenten die gebruikt werden. In deze tweede aflevering komen de ­muzikanten aan de beurt, hun organisatie, opleiding, goden, optredens, ­status en kleding.


Archeologie Magazine 6 van 2013