Issuu on Google+

EAT

your view Essay ge誰llustreerd essay

(deel B)


Felixx Realising happy environments.

2

Von Zesenstraat 4a-hs 1093 aw Amsterdam +31 (0)20 84 500 70 felixx@felixx.nl www.felixx.nl


Inhoudsopgave AARDAPPELVERWERKING AVIKO / RIXONA

Essay 4-7 Geillustreerd essay

8-29

NO FOOD

FOOD

Inleiding 8-9

Waarom 10-15 Mondiaal Voedselsysteem Nederland Landbouwland Veenkolonien = oud model

SUIKERUNIE

AVEBE

Wat 16-19 Globaal concept Testlab

MAALTIJDEN OOSTERLENGTE

AVEBE

ZORGINST. BLANKENBORG

ZORGINST. MOLENHOF

VAKANTIEPARK WEDDERMEER

ENERGY PARK

AGRARISCHE UNIE

Systeem 20-25 Productieveld Verwerking Netwerk

GOLFCLUB WESTERWOLDE

BIOGAS STERENBORG

AVEBE

ZWEMBAD DE BUINER STRENG

Comfort zones 26-27 Economisch, ecologisch, sociaal

AVEBE ZORGINST. MONDKERSHEEM KENNISCTR. W.U.R.

Strategie & Communicatie

28-29

WERELDSE TUINEN

3


Inleiding Landbouw werd in vorige plannen voor de Veenkoloniën vaak als verloren beschouwd, en vervangen door nieuw systemen met onvermijdelijke nieuwe problemen. Telkens wordt het probleem bij het gebied gelegd, en wordt ook daar naar oplossingen gezocht. Als landbouwgebied maken de Veenkoloniën echter deel uit van een mondiaal systeem. Het probleem is niet de Veenkoloniën, maar het globale voedselsysteem en de impact die dat systeem heeft op het gebied: de sociale, economische en ecologische omgeving die het creëert. Deeloplossingen moeten plaatsmaken voor systeemveranderingen. Als testlab kunnen de Veenkoloniën een nieuw landbouwmodel ontwikkelen, waardoor ze niet enkel hun eigen probleem aanpakken, maar werken aan een mondiale opgave. En daar zijn stevige kansen voor.

Waarom Mondiaal voedselsysteem

Open systeem in een open economie Ons huidige voedselsysteem is een mondiaal systeem, opgebouwd uit monoculturele landbouwgebieden, verbonden door een intensief logistiek netwerk. Dit systeem staat niet op zichzelf maar wordt gestuurd door de economische, sociale en ecologische context waarin het opereert2. Vandaag worden we geconfronteerd met het falen van het huidige systeem in elke context:

Economisch: einde groene revolutie

Door de industrialisatie van de landbouw steeg de efficiëntie en daarmee ook de productie. Aan die groei zit echter ook een limiet, en die lijkt vandaag bereikt. Verdere industrialisatie betekent geen evenredige efficiëntiegroei. Sterker, wanneer we de externe kosten (milieunormen e.d.) in rekening brengen kost elke geproduceerde voedingskalorie 10 kalorieën energie.

Ecologisch: klimaatveranderingen

Op wereldschaal draagt landbouw bij aan de klimaatverandering door uitstoot van stikstof, fosfaat en bestrijdingsmiddelen. Bodems verarmen, de variatie aan gewas- en veerassen daalt en water wordt schaars. Het gebruik van fossiele energie is hoog, de biodiversiteit loopt terug.

Sociaal: link consument-producent

Voedsel is een anoniem product geworden voor veel consumenten, de link met de producent is door de grote geografische afstand en de vele tussenverwerkingsstappen verloren gegaan. Dit heeft geleid tot een sterke ‘not in my backyard’ mentaliteit. Onze eigen landbouwgebieden zien we als romantische plattelanden, terwijl ons voedingspatroon dramatische gevolgen heeft in voor ons onzichtbare gebieden.

4

Nederland landbouwland Nederland is internationaal gekend als landbouwnatie. Geroemd om het zelfgeschapen land, gerenommeerd voor de landbouwtechnieken die daarvoor werden ontwikkeld. Door de globalisering van de markt, en daarmee de opkomst van nieuwe productielanden, verschuift de betekenis van Nederland op dit internationale landbouwtoneel vooral naar het ontwikkelen en exporteren van kennis voor/naar productielanden. De VN publiceerde begin 2011 een rapport waarin wordt gesteld dat biologische landbouw de voedselproductie verdubbelt, en de klimaatveranderingen remt. Nederland speelt echter geen rol van betekenis in deze landbouwtransitie, en investeert in een voorbijgestreefd landbouwmodel. Zo dreigt niet enkel het innovatieve karakter verloren te gaan, maar ook de mogelijkheden om kennis te exporteren.

Veenkolonien: model oude systeem Globale problematiek: lokale opgaves

De Veenkoloniën maken duidelijk dat de verkeerde nationale keuzes leiden tot lokale opgaves, ze zijn het slachtoffer van het oude landbouwmodel.

Economisch: productielandschap

Het bestaande productielandschap vraagt om enorme aanvoerstromen. Water uit het IJsselmeer, kunstmest, energie, grondstoffen en bestrijdingsmiddelen. En elk jaar wordt met Europees geld dit gesubsidieerde systeem in stand gehouden.

Ecologisch: natuur en recreatie

Westerwolde en de Hunzevallei vervullen de ecologische en de Drentse Aa de recreatieve functie van het gebied. Wat overblijft voor de Veenkoloniën is een gebied met beperkte ecologische en recreatieve betekenis. Verdere ontwikkeling, gebaseerd op industrialisatie, zorgt voor een tweedeling in het gebied tussen boeren en overige bewoners.

Sociaal: bewoners

De bewoners van het gebied bestaan immers slechts voor 5% uit boeren. Deze 5% bepaalt wel 95% van de inrichting van het gebied, en daarmee het beeld van de omgeving voor de overige 95% van de mensen.

Sociaal: infrastructuur

Daarnaast werden afgelopen decenia N-wegen aangelegd in het gebied, om producten en forenzen zo snel mogelijk het gebied uit te loodsen. Deze wegen ontzien de dorpen, en halen er alle dynamiek en ontwikkelingsperspectief voor zowel diensten als economische activiteiten weg.


wat

Globaal concept

Gesloten systeem in een open economie Het bestaande systeem presenteert zich als een ‘open systeem in een open economie’. Met als doel een duurzame landbouwtoekomst dient het te transformeren naar een ‘gesloten systeem in een open economie’. Regionaal worden gesloten kringlopen gevormd1, die op een mondiaal netwerk aansluiten. Er ontstaat een sociaal, ecologisch als economisch systeem. • •

Ecologisch: integraal koppelen van energiewinning, afvalverwerking, watervoorziening en voedselproductie. Sociaal: geen scheiding tussen productie-, recreatieen woongebieden, wat leidt tot bewustwording en vertrouwen in ons voedselsysteem, vertaald in een sociaal en maatschappelijk draagvlak. Economisch: betere margeverdeling, de liniaire keten wordt een samenwerkende ketting, met aandacht voor de samenwerking en levensvatbaarheid van de verschillende schakels1. Dit leidt expliciet niet tot schaalverkleining, maar vormt juist onderdeel van verdere schaalvergroting.

Testlab

Aanleidingen De Veenkoloniën hebben een uitstekende uitgangspositie om als testlab te functioneren voor dit nieuwe landbouwsysteem. De aangekondigde wijzigingen in het Europese landbouwbeleid zorgen voor een maatschappelijk en economisch draagvlak voor deze transitie.

1. Zelfvoorzienende productie

De bodem leent zich tot veelzijdig gebruik. In de Veenkoloniën worden vooral gewassen geteeld voor de biobased economy, steeds meer aangevuld met groententeelt. Daarnaast worden melkveehouderijen ingeplaatst. Samenwerking tussen gewassenteelt en veeteelt vormt de ideale basis voor rendabele biovergisting, die omgezet kan worden naar groen gas. Die energie kan opgeslagen worden in de lege gasvelden in het gebied. Daarnaast heeft het gebied een uitstekende waterstructuur, die door een aansluiting met de Ems losgekoppeld kan worden van het IJsselmeer.

2. Lokale - regionale verwerking

In de grotere kernen in en rondom de Veenkoloniën zijn een aantal sterke internationale spelers actief, zoals AVEBE, SuikerUnie, Agrifirm en de chemische industrie in de Eemshaven en Delfzijl. Zij vormen samen met de wetenschappelijke instituten in Groningen de basis voor regionale verwerkingskernen. Op lokaal niveau werken reeds verschillende verenigingen, zoals ANOG, aan diverse samenwerkingsverbanden. Deze vormen de basis voor coöperaties in de kleinere kernen, die biovergisting combineren met de eerste verwerking.

3. Netwerken

De Veenkoloniën zijn in het bijzonder interessant omdat ze aansluiten op verschillende internationale handelsroutes. De A7, A28, A37 en A31(D) vormen een raamwerk van snelwegen. Daarbinnen wordt het regionale netwerk van de N33, N34, N366 en N391 opgespannen. De haven in Veendam, en de internationale exporthaven Eemshaven maken het gebied zowel voor binnen- als zeevaart toegankelijk. Door de spoorlijnen Groningen-Stadskanaal en Zwolle/Almelo-Emmen met elkaar te verbinden wordt een missende schakel in het spoornetwerk opgelost en het gebied ontsloten.

systeem 1. Zelfvoorzienende productie 7-slag stelsel

Het bestaande 3-slag stelsel moet geleidelijk omgevormd worden naar een 7-slag stelsel, op bedrijfsniveau ingevoerd: • 2 jaar biobased gewassen, overeenkomstig de productievraag van AVEBE • 2 jaar groententeelt, gebaseerd op de trend van gedeeltelijke omschakeling die zich momenteel reeds voltrekt • 1 jaar grasland, melkveehouderij, volgens het bestaande systeem van landwissels tussen vee- en gewasbedrijven • 2 jaar braaklegging, ingezet als tijdelijk natuurgebied (EHS), het eerste jaar begraasd door vleesvee, het tweede jaar als recreatiegebied • een structuur van langzamer roterende EHS-gebieden, gedurende 20 jaar ingericht als broekbos op de laagwaardige kavels

Inpassing van EHS-gebieden heeft invloed op: •

• • •

Waterhuishouding: de verhoogde grondwaterstand slaat water op, om de gewassen te beregenen. Dit zorgt voor 15% meer opbrengst. De langdurige EHS krijgt een extra hoge grondwaterstand en een waterzuiveringsfunctie. Nutriëntenhuishouding: de rustperiodes zorgen voor organische verrijking van de bodem (minder kunstmest). Gewasbescherming: ingezaaide kruiden trekken insecten aan die functioneren als ecologische gewasbescherming (minder bestrijdingsmiddelen)3. Omgevingskwaliteit: de randvoorwaarde is het aaneensluiten van deze gebieden. Gemaaide paden zorgen voor een toegankelijke, informele en jaarlijks veranderende recreatiestructuur. Dynamische EHS-gebieden kunnen de verbinding vormen tussen de natuurlijke kerngebieden op Europese schaal, en de functie van de nu geplande corridors (deels) vervangen.

5


2. Lokale - regionale verwerking Coöperaties in dorpskernen

De eerste verwerking gebeurt lokaal, in de dorpskernen, verbonden met de boerderijen. Naast aanwezigheid van grondstoffen is energie belangrijk voor de vestiging van verwerkingsindustrie. De vergistinginstallaties (nu vooral op bedrijfsniveau) worden daarom gebundeld op dorpsniveau, waardoor een energieproductie ontstaat die van betekenis is om nieuwe ontwikkelingen aan te trekken. Door deze dorpsvergisters te koppelen aan ingeplaatste en/ of in te plaatsen veebedrijven is een constante aanvoer van mest en dus energie verzekerd. De verwerkingsbedrijven worden gebundeld in coöperaties zodat investeringen over verschillende boeren worden verdeeld. Ze voeren hun afval af naar de vergister en krijgen daarvoor energie terug. Deze nieuwe kernen in de dorpen zijn aanleiding voor andere functies om zich te vestigen, zij zorgen voor het sociale gezicht van de landbouw naar de leefomgeving. Lokale producten, maar ook nieuwe (zorg)voorzieningen en kleine bedrijven maken gebruik van de geproduceerde energie en positieve uitstraling. Forenzen kunnen groen gas tanken aan de vergister. Resterende energie wordt gebundeld op het hoofdnet, en gebruikt voor de grote verwerkingskernen.

Verwerkingsindustrie op bedrijvencomplexen Grotere bedrijven die instaan voor de verdere bewerking van de voedings- en biobasedproducten vestigingen zich op de bedrijventerreinen van de grotere kernen (Veendam, Stadskanaal, Emmen, Musselkanaal). Deze bedrijven hebben nood aan een regionale ontsluiting en hun activiteiten hebben baat bij schaalvergroting (bv. een industriële bakkerij). Ze maken gebruik van de geproduceerde (rest-)energie van de kleine kernen, eventueel aangevuld met andere duurzame energievormen wanneer daar voldoende draagvlak voor is. Supermarkten zorgen voor de regionale afzetmarkt en een veilingcentrum voor (inter-)nationale distributie. De restwarmte van deze bedrijven wordt gebruikt voor grotere dienstverleningsfuncties zoals het ziekenhuis in Stadskanaal.

3. Netwerken De bestaande infrastructuur voor auto’s wordt gedifferentieerd, doorgaande N-wegen worden getransformeerd om verkeer terug langs de centra te leiden en zo ontwikkelingskansen te genereren.

Regionaal netwerk

De N-wegen (N33, N34, N366, N391) worden opgewaardeerd tot dragende structuur van het gebied. De grotere kernen liggen langs deze wegen, en de kleinere lintdorpen takken er op aan. Er wordt een extra langzaam verkeersstrook toegevoegd (omwille van de vele op- en afritten) die het mogelijk maakt om efficiënt tussen de verschillende kernen te bewegen.

Lokaal netwerk De 6

verschillende

dorpslinten

worden

opnieuw

de

hoofdontsluitingswegen van het gebied. Dit genereert de noodzakelijke dynamiek voor nieuwe ontwikkelingen in de kernen. Alle functies en gebouwen hebben een directe oriëntatie naar deze wegen.

Vrachtnet

De N-wegen (N379, N385, N368) worden omgevormd tot vrachtroutes voor het verkeer van en naar de verwerkingspunten in de dorpen en zijn niet langer toegankelijk voor autoverkeer. Deze efficiënte routing voorkomt extra belasting van de dorpen, schakelt alle 1e verwerkingspunten aan elkaar, en takt aan op de regionale wegenstructuur.

Recreatienet

De EHS-structuur wordt ingericht met een gemaaide padenstructuur, die een jaarlijks veranderend, informeel recreatienet vormt.

Landwegen

De overige wegenstructuur wordt afgewaardeerd voor lokaal en gedifferentieerd gebruik. Fietsroutes, wandelroutes, tractorroutes alsook autoverkeer worden er gecombineerd.

comfort zones Dit systeem is een strategisch en stimulerend raamwerk dat als voedingsbodem functioneert voor nieuwe ontwikkelingen, die leiden tot lokale comfortzones en globale mentaliteitswijzigingen. Het koppelen van biovergisting aan verwerkingsindustrie zorgt ervoor dat energiewinning leidt tot lokale ontwikkelingspotenties. Het herstructureren van infrastructuur, en daardoor genereren van dynamiek, maakt het mogelijk om in Stadskanaal een HBO-opleiding in te richten. Die kan zich, samen met de proefboerderij van de WUR, richten op kennisontwikkeling van landbouw en voedselvoorziening. Het onderbrengen van EHS-gebieden in het productiesysteem maakt boeren ervan bewust dat werken op basis van natuurlijke mechanismen zorgt voor meer opbrengst, en roofbouw niet langer loont. Daarnaast functioneren deze gebieden onafhankelijk van subsidies. Lokale verwerking zorgt voor minder transport en een grotere onafhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Doordat forrenzen groen gas kunnen tanken aan de dorpsvergister wordt gewerkt aan duurzame mobiliteit. De verschillende teelten zorgen voor een betere risicospreiding en een betere afzetmarkt voor de boeren. Kleine verwerkingsbedrijven in de dorpen zorgen voor een lokaal gezicht en een hernieuwde maatschappelijke betrokkenheid van landbouw en voedselproductie. De koppeling met marktspelers in de grotere kernen exporteert dit belang, en maakt het merk ‘Veenkoloniën’ tot symbool voor de nieuwe landbouw. De bekendheid van dit merk zorgt voor nieuwe initiatieven, nieuwe ontwikkelingen en nieuwe mentaliteitswijzigingen. Het testlab ‘Veenkoloniën werkt.


STRATEGIE & COMMUNICATIE Interview: een plan

Voor dit project interviewden we een groep van mensen in de Veenkolonien. Hun verhaal stuurde in belangrijke mate dit plan. Deze mensen gebruiken we als basis voor de verdere ontwikkeling.

Co-makers: een plan van enkelen

Deze mensen zetten we in als co-makers, en betrekken ze actief bij de verdere door- en uitwerking.

Ambassadeurs: een plan van velen

We gebruiken het netwerk van de co-makers om ons plan te communiceren. We spreken via hen. Zij betrekken hun achterban, zowel op lokaal, regionaal als nationaal niveau.

Modulaire ontwikkeling

In ons plan worden strategische ontwikkelingsknopen aangeduid. Deze willen we gefaseerd opstarten met een groep van co-makers. Op die manier werkt elk deelproject als een showroom van de ambassadeurs voor andere anderen die willen aanhaken. Voor een meer uitgebreide beschrijving van onze communicatiestrategie verwijzen we graag naar deel C van deze prijsvraaginzending: Strategie & Communicatie.

7


8


geïllustreerd essay Inleiding

Landbouw werd in vorige plannen voor de Veenkoloniën vaak als verloren beschouwd, en vervangen door nieuw systemen met onvermijdelijke nieuwe problemen. Telkens wordt het probleem bij het gebied gelegd, en wordt ook daar naar oplossingen gezocht. Als landbouwgebied maken de Veenkoloniën echter deel uit van een mondiaal systeem. Het probleem is niet de Veenkoloniën, maar het globale voedselsysteem en de impact die dat systeem heeft op het gebied: de sociale, economische en ecologische omgeving die het creëert. Deeloplossingen moeten plaatsmaken voor systeemveranderingen. Als testlab kunnen de Veenkoloniën een nieuw landbouwmodel ontwikkelen, waardoor ze niet enkel hun eigen probleem aanpakken, maar werken aan een mondiale opgave. En daar zijn stevige kansen voor.

9


waarom

Mondiaal voedselsysteem Open systeem in een open economie Ons huidige voedselsysteem is een mondiaal systeem, opgebouwd uit monoculturele landbouwgebieden, verbonden door een intensief logistiek netwerk1. Dit systeem staat niet op zichzelf maar wordt gestuurd door de economische, sociale en ecologische context waarin het opereert2. Vandaag worden we geconfronteerd met het falen van het huidige systeem in elke context:

Economisch: einde groene revolutie

Door de industrialisatie van de landbouw steeg de efficiëntie en daarmee ook de productie. Aan die groei zit echter ook een limiet, en die lijkt vandaag bereikt. Verdere industrialisatie betekent geen evenredige efficiëntiegroei. Sterker, wanneer we de externe kosten (milieunormen e.d.) in rekening brengen kost elke geproduceerde voedingskalorie 10 kalorieën energie.3

Ecologisch: klimaatveranderingen

Op wereldschaal draagt landbouw bij aan de klimaatverandering door uitstoot van stikstof, fosfaat en bestrijdingsmiddelen.2 Bodems verarmen, de variatie aan gewas- en veerassen daalt en water wordt schaars. Het gebruik van fossiele energie is hoog, de biodiversiteit loopt terug.4

Sociaal: link consument-producent

Voedsel is een anoniem product geworden voor veel consumenten, de link met de producent is door de grote geografische afstand en de vele tussenverwerkingsstappen verloren gegaan. Dit heeft geleid tot een sterke ‘not in my backyard’ mentaliteit. Onze eigen landbouwgebieden zien we als romantische plattelanden, terwijl ons voedingspatroon dramatische gevolgen heeft in voor ons onzichtbare gebieden. 2

1. The global food economy: the battle for the future of farming, Tony Weis, 2007 2. Naar een integrale benadering van duurzame landbouw en gezonde voeding, Wetenschappelijke Raad voor Integrale Duurzame Landbouw en Voeding, December 2011 3. De hongerige stad, Carolyn Steel, 2008 4. The state of the world’s land and water resources for food and agriculture, The Food and Agriculture Organization of the United Nations, 2011

10


Mondiaal Voedselsysteem Bron: Rabobank; World Hunger Map

FOOD

economisch

NO FOOD

ecologisch

sociaal

wij verbruiken zij betalen de rekening steun de klimaatactie van www.11.be

BE30-0000-0000-1111

11


Nederland landbouwland Nederland is internationaal gekend als landbouwnatie. Geroemd om het zelfgeschapen land, gerenommeerd voor de landbouwtechnieken die daarvoor werden ontwikkeld. Door de globalisering van de markt, en daarmee de opkomst van nieuwe productielanden, verschuift de betekenis van Nederland op dit internationale landbouwtoneel vooral naar het ontwikkelen en exporteren van kennis voor/naar productielanden. De VN publiceerde begin 2011 een rapport waarin wordt gesteld dat biologische landbouw de voedselproductie verdubbelt, en de klimaatveranderingen remt1. Nederland speelt echter geen rol van betekenis in deze landbouwtransitie, en investeert in een voorbijgestreefd landbouwmodel2. Zo dreigt niet enkel het innovatieve karakter verloren te gaan, maar ook de mogelijkheden om kennis te exporteren.

Hans Elerie

‘‘Andere landen staan al veel verder met biobased economy en biologische landbouw. als we niet die kant op gaan loopt Nederland een ongelooflijke achterstand op.’’

’’BIOLOGISCHE LANDBOUW KAN VOEDSELPRODUCTIE VERDUBBELEN’’ UNITED NATIONS, Agro-ecology and the right to food, 8 maart 2011

Economisch

Ecologisch

Productiegebieden worden ingericht op basis van doorgedreven industrialisatie, die elke vorm van omgevingskwaliteit aan deze gebieden onttrekt. Ze worden afgezonderd van recreatie- en woonfuncties, en worden nauwelijks toegankelijk gemaakt voor de consument. Dit leidt tot een gebrek aan transparantie, kennis en vertrouwen in het voedselsysteem.3

De ecologische opgaven worden ingevuld door natuurgebieden af te zonderen van productiegebieden (EHS).3 Hierdoor ontstaat niet alleen het beeld dat ecologisch verantwoorde voedselproductie niet mogelijk is, recent werden deze gebieden ook het slachtoffer van bezuinigingen.

Sociaal

De link tussen consument en producent wordt aangehaald door stadslandbouw. Aangezien dit landbouwbeeld op geen enkele wijze in staat is in ons voedingspatroon te voorzien4, is het echter niet meer dan een romantische facade voor het oude systeem. Het echte platteland lijkt daarnaast slechts aantrekkelijk te kunnen zijn door conservatie en museumvorming.

1. Agro-ecology and the right to food, United Nations, maart 2011 2. Landbouwatlas van Nederland, W.A. Rienks, 2009 3. Naar een integrale benadering van duurzame landbouw en gezonde voeding, Wetenschappelijke Raad voor Integrale Duurzame Landbouw en Voeding, December 2011 4. De hongerige stad, Carolyn Steel, 2008

12


Biologische landbouw % landbouwareaal Bron: Eurostat

2.6%

7.2%

NEDERLAND

5.5%

11%

12.8%

8.7% 5.9%

BOUW KAN VERDUBBELEN’’

4.8%

1.1%

4.1%

ight to food, 8 maart 2011

2.3%

2.6%

5.6%

3% 2.7%

10.6%

18.5%

1.9%

7.5% 2.4% 1.2%

6.3%

0.2%

8.1% 5.7%

economisch

7%

1.9%

ecologisch

8.8%

sociaal

13


Veenkolonien: model oude systeem Globale problematiek: lokale opgaves De Veenkoloniën maken duidelijk dat de verkeerde nationale keuzes leiden tot lokale opgaves, ze zijn het slachtoffer van het oude landbouwmodel.

Economisch: productielandschap

Het bestaande productielandschap vraagt om enorme aanvoerstromen. Water uit het IJsselmeer1, kunstmest, energie, grondstoffen en bestrijdingsmiddelen. En elk jaar wordt met Europees geld dit gesubsidieerde systeem in stand gehouden.

Ecologisch: natuur en recreatie

Westerwolde en de Hunzevallei vervullen de ecologische en de Drentse Aa de recreatieve functie van het gebied. Wat overblijft voor de Veenkoloniën is een gebied met beperkte ecologische en recreatieve betekenis. Verdere ontwikkeling, gebaseerd op industrialisatie, zorgt voor een tweedeling in het gebied tussen boeren en overige bewoners.

Sociaal: bewoners

De bewoners van het gebied bestaan immers slechts voor 5% uit boeren. Deze 5% bepaalt wel 95% van de inrichting van het gebied, en daarmee het beeld van de omgeving voor de overige 95% van de mensen.2

Sociaal: infrastructuur

Daarnaast werden afgelopen decenia N-wegen aangelegd in het gebied, om producten en forenzen zo snel mogelijk het gebied uit te loodsen. Deze wegen ontzien de dorpen, en halen er alle dynamiek en ontwikkelingsperspectief voor zowel diensten als economische activiteiten weg.3

1.Robuuste watersystemen in de Veenkoloniën, Wageningen Universiteit, 2011 2. Interview Dirk Strijker, Eexterzandvoort, juli 2011 3. Interview Familie van Klinken, Valthermond, juli 2011

14

Dirk Strijker

‘‘Pogingen voor herstructurering van het gebied hebben altijd in het teken gestaan van industriële landbouw, anders had het er nu niet zo uitgezien.’’


Economisch: productielandschap

Ecologisch: natuur en recreatie

SUBSIDAIR IJSSELMEERWATER VIA WINSCHOTERDIEP

IJSSELMEERWATER VIA SCHONEBEKERDIEP

KIEM

Sociaal: bewoners

Sociaal: infrastructuur DELFZIJL

GRONINGEN

WEENER (D)

N SE

AS EN 3

0m

BLIJHAM

GR ON ING

.

in

m

in.

30

GRONINGEN

95% ASSEN

95%

5%

Emm e

n 30

min.

5% HAREN (D)

EMMEN

MEPPEN (D) HOOGEVEEN

COEVORDEN

15


wat

Globaal concept •

Gesloten systeem in een open economie Het bestaande systeem presenteert zich als een ‘open systeem in een open economie’. MetENERGIE als doel een duurzame BESTRIJDINGS landbouwtoekomst dient het te transformeren naar een MIDDELEN ‘gesloten systeem in een open economie’. Regionaal worden gesloten kringlopen gevormd1, die op een mondiaal netwerk aansluiten. Er ontstaat een sociaal, ecologisch als economisch systeem.

WATER

GRONDSTOFFEN

AFVAL

NUTRIENTEN

ENERGIE

Ecologisch: integraal koppelen van energiewinning, afvalverwerking, watervoorziening en voedselproductie. Sociaal: geen scheiding tussen productie-, recreatieen woongebieden, VEE wat leidt tot bewustwording en vertrouwen in ons voedselsysteem, MEST vertaald in een sociaal en maatschappelijk draagvlak1. Economisch: betere margeverdeling, de liniaire keten wordt een samenwerkende ketting, met aandacht GEWAS voor de samenwerking en levensvatbaarheid van de verschillende schakels1. Dit leidt expliciet niet tot WATER schaalverkleining, maar vormt juist onderdeel van verdere schaalvergroting.

VEE

BESTRIJDINGS MIDDELEN

MEST

GEWAS

WATER

WATER

GRONDSTOFFEN

AFVAL

NUTRIENTEN

VEE MEST

GEWAS WATER

AFVAL

Open systeem in een open economie 1. Naar een integrale benadering van duurzame landbouw en gezonde voeding, Wetenschappelijke Raad voor Integrale Duurzame Landbouw en Voeding, December 2011

16


ZUIVEL

CHEMISCHE STOFFEN

ENERGIE

MEST

GROENTEN FRUIT

WATER GRONDSTOFFEN

AFVAL

ZUIVEL

VLEES

BROOD

CHEMISCHE STOFFEN

ENERGIE

MEST

GROENTEN FRUIT

WATER GRONDSTOFFEN

AFVAL

VLEES

BROOD

Gesloten systeem in een open economie

17


Testlab Aanleidingen De Veenkoloniën hebben een uitstekende uitgangspositie om als testlab te functioneren voor dit nieuwe landbouwsysteem. De aangekondigde wijzigingen in het Europese landbouwbeleid zorgen voor een maatschappelijk en economisch draagvlak voor deze transitie.

1. Zelfvoorzienende productie

De bodem leent zich tot veelzijdig gebruik. In de Veenkoloniën worden vooral gewassen geteeld voor de biobased economy, steeds meer aangevuld met groententeelt. Daarnaast worden melkveehouderijen ingeplaatst. Samenwerking tussen gewassenteelt en veeteelt vormt de ideale basis voor rendabele biovergisting, die omgezet kan worden naar groen gas. Die energie kan opgeslagen worden in de lege gasvelden in het gebied. Daarnaast heeft het gebied een uitstekende waterstructuur, die door een aansluiting met de Ems losgekoppeld kan worden van het IJsselmeer.

Hans Elerie

’’Behandel de Veenkoloniën als experiment: door het landschap niet fysiek op te vatten, maar als een productie- en sociaal systeem. Schep een leefomgeving in een productielandschap, met plekken van betekenis, waar mensen terug een band opbouwen met de omgeving en de producten.’’

2. Lokale - regionale verwerking

In de grotere kernen in en rondom de Veenkoloniën zijn een aantal sterke internationale spelers actief, zoals AVEBE, SuikerUnie, Agrifirm en de chemische industrie in de Eemshaven en Delfzijl. Zij vormen samen met de wetenschappelijke instituten in Groningen de basis voor regionale verwerkingskernen. Op lokaal niveau werken reeds verschillende verenigingen, zoals ANOG, aan diverse samenwerkingsverbanden. Deze vormen de basis voor coöperaties in de kleinere kernen, die biovergisting combineren met de eerste verwerking.

3. Netwerken

De Veenkoloniën zijn in het bijzonder interessant omdat ze aansluiten op verschillende internationale handelsroutes. De A7, A28, A37 en A31(D) vormen een raamwerk van snelwegen. Daarbinnen wordt het regionale netwerk van de N33, N34, N366 en N391 opgespannen. De haven in Veendam, en de internationale exporthaven Eemshaven maken het gebied zowel voor binnen- als zeevaart toegankelijk. Door de spoorlijnen Groningen-Stadskanaal en Zwolle/Almelo-Emmen met elkaar te verbinden wordt een missende schakel in het spoornetwerk opgelost en het gebied ontsloten.

Legenda Testlab Landbouw Recreatie/ natuur Verwerkingskern Coöperatie Boerderijen Kassen Snelweg N-weg Woonlint Vrachtroute Spoor Vaarverbinding Station Haven, vracht Haven, recreatie

18


HOE PAKT DAT GLOBALE MODEL DE LOKALE OPGAVES AAN Regionale kaart AARDAPPELVERWERKING AVIKO / RIXONA

SUIKERUNIE

AVEBE

MAALTIJDEN OOSTERLENGTE

AVEBE

ZORGINST. BLANKENBORG

ZORGINST. MOLENHOF

VAKANTIEPARK WEDDERMEER

ENERGY PARK

AGRARISCHE UNIE

GOLFCLUB WESTERWOLDE

BIOGAS STERENBORG

AVEBE

ZWEMBAD DE BUINER STRENG

AVEBE ZORGINST. MONDKERSHEEM KENNISCTR. W.U.R.

WERELDSE TUINEN

19


systeem

1. Zelfvoorzienende productie 7-slag stelsel Het bestaande 3-slag stelsel moet geleidelijk omgevormd worden naar een 7-slag stelsel, op bedrijfsniveau ingevoerd: • 2 jaar biobased gewassen, overeenkomstig de productievraag van AVEBE • 2 jaar groententeelt, gebaseerd op de trend van gedeeltelijke omschakeling die zich momenteel reeds voltrekt • 1 jaar grasland, melkveehouderij, volgens het bestaande systeem van landwissels tussen vee- en gewasbedrijven • 2 jaar braaklegging, ingezet als tijdelijk natuurgebied (EHS), het eerste jaar begraasd door vleesvee, het tweede jaar als recreatiegebied • een structuur van langzamer roterende EHS-gebieden, gedurende 20 jaar ingericht als broekbos op de laagwaardige kavels

Inpassing van EHS-gebieden heeft invloed op: •

• • •

Waterhuishouding: de verhoogde grondwaterstand slaat water op, om de gewassen te beregenen. Dit zorgt voor 15% meer opbrengst1. De langdurige EHS krijgt een extra hoge grondwaterstand en een waterzuiveringsfunctie. Nutriëntenhuishouding: de rustperiodes zorgen voor organische verrijking van de bodem (minder kunstmest)2. Gewasbescherming: ingezaaide kruiden trekken insecten aan die functioneren als ecologische gewasbescherming (minder bestrijdingsmiddelen)3. Omgevingskwaliteit: de randvoorwaarde is het aaneensluiten van deze gebieden. Gemaaide paden zorgen voor een toegankelijke, informele en jaarlijks veranderende recreatiestructuur. Dynamische EHS-gebieden kunnen de verbinding vormen tussen de natuurlijke kerngebieden op Europese schaal, en de functie van de nu geplande corridors (deels) vervangen

we moeten landbouw en natuurontwikkeling meer met elkaar verweven, ook als bewustwordingsproces voor de boeren. landbouwgebied is niet langer alleen productiegebied. Nanne Sterenborg 1. Een gebied in beweging: Verwachte ontwikkelingsrichtingen van landbouwbedrijven in de Veenkoloniën, A.B. Smit e.a., 2005 2. Interview Harm Evert Waalkens, december 2011 3. Interview Nanne Sterenborg en Jan-Willem Kok (ANOG), juli 2011

20


Masterplankaart 7-slag stelsel

Akkerbouw-Veeteelt Veeteelt Akkerbouw

Omgevingskwaliteit EHS met diverse recreatie EHS+vee, extensieve recreatie EfficiĂŤnt productiegebied

Gewasbescherming Langdurige EHS EHS, bloemen en kruiden EHS + vee, grasland en kruiden

Nutrientenhuishouding Langdurige EHS Bodemverbetering door vee Bodemverbetering door rust

Waterhuishouding Hoge grondwaterstand (langdurige EHS) Verhoogde grondwaterstand (EHS + vee) Verhoogde grondwaterstand (EHS)

Organisatie Biobased gewassen Grasland Biologische groententeelt EHS + vleesvee EHS Langdurige EHS

21


2. Lokale - regionale verwerking Coöperaties in dorpskernen De eerste verwerking gebeurt lokaal, in de dorpskernen, verbonden met de boerderijen. Naast aanwezigheid van grondstoffen is energie belangrijk voor de vestiging van verwerkingsindustrie. De vergistinginstallaties (nu vooral op bedrijfsniveau) worden daarom gebundeld op dorpsniveau, waardoor een energieproductie ontstaat die van betekenis is om nieuwe ontwikkelingen aan te trekken. Door deze dorpsvergisters te koppelen aan ingeplaatste en/ of in te plaatsen veebedrijven is een constante aanvoer van mest en dus energie verzekerd. De verwerkingsbedrijven worden gebundeld in coöperaties zodat investeringen over verschillende boeren worden verdeeld. Ze voeren hun afval af naar de vergister en krijgen daarvoor energie terug. Deze nieuwe kernen in de dorpen zijn aanleiding voor andere functies om zich te vestigen, zij zorgen voor het sociale gezicht van de landbouw naar de leefomgeving. Lokale producten, maar ook nieuwe (zorg)voorzieningen en kleine bedrijven maken gebruik van de geproduceerde energie en positieve uitstraling. Forenzen kunnen groen gas tanken aan de vergister. Resterende energie wordt gebundeld op het hoofdnet, en gebruikt voor de grote verwerkingskernen.

Verwerkingsindustrie op bedrijvencomplexen Grotere bedrijven die instaan voor de verdere bewerking van de voedings- en biobasedproducten vestigingen zich op de bedrijventerreinen van de grotere kernen (Veendam, Stadskanaal, Emmen, Musselkanaal). Deze bedrijven hebben nood aan een regionale ontsluiting en hun activiteiten hebben baat bij schaalvergroting (bv. een industriële bakkerij). Ze maken gebruik van de geproduceerde (rest-)energie van de kleine kernen, eventueel aangevuld met andere duurzame energievormen wanneer daar voldoende draagvlak voor is. Supermarkten zorgen voor de regionale afzetmarkt en een veilingcentrum voor (inter-)nationale distributie. De restwarmte van deze bedrijven wordt gebruikt voor grotere dienstverleningsfuncties zoals het ziekenhuis in Stadskanaal.

22

DIGESTAAT UIT VERGISTER MEST

GROENAFVAL NA OOGSTEN GROENAFVAL NA EERSTE VERWERKING

WELLNESS

AKKERBOUW

GEWASSEN RESTWARMTE

VERGISTER

ENERGIE

GROEN GAS

COOPERATIEVE

VEEHOUDERIJ STREEKPRODUCTEN

HALFFABRIKATEN GROEN GAS

DETAIL HANDEL

RESTWARMTE

DIGESTAAT UIT VERGISTER MEST

GROENAFVAL NA OOGSTEN GROENAFVAL NA EERSTE VERWERKING

WELLNESS

AKKERBOUW

GEWASSEN RESTWARMTE

VERGISTER GROEN GAS

ENERGIE BEREIDE

VEEHOUDERIJ

ZIEKENHUIS

VERSE STREEKGROENTEN STREEKPRODUCTEN

HALFFABRIKATEN GROEN GAS

STREEKPRODUCTEN COOPERATIEVE

DETAIL HANDEL VERWERKINGSFABRIEK

RESTWARMTE

GASHUB GROENTENVEILING STREEK GROENTEN STREEK GROENTEN

GROEN GAS ENERGIE CASCADE RESTWARMTE

GROEN GAS

VERSMARKT STREEK PRODUCTEN

RESTWARMTE

GASOPSLAG

BEREIDE STREEKPRODUCTEN

ZIEKENHUIS VERSE STREEKGROENTEN

VERWERKINGSFABRIEK GASHUB GROENTENVEILING STREEK GROENTEN STREEK GROENTEN

GROEN GAS ENERGIE CASCADE RESTWARMTE

GROEN GAS

GASOPSLAG

RESTWARMTE

VERSMARKT STREEK PRODUCTEN


Masterplankaart Verwerking Regionale verwerking

Lokale verwerking

Recreatiefuncties

Verbinding restenergie vergistinggrote verwerkingskernen

Hoofdnet energie

Opslagmogelijkheden gas in bodem

‘‘We werken reeds in cooperaties: we telen aardappelen voor AVEBE, gewasbescherming komt van bij Agrifirm, graan wordt verwerkt door Agrifirm.’’

Hermanus Begeman

23


3. Netwerken De bestaande infrastructuur voor auto’s wordt gedifferentieerd, doorgaande N-wegen worden getransformeerd om verkeer terug langs de centra te leiden en zo ontwikkelingskansen te genereren.

Regionaal netwerk

De N-wegen (N33, N34, N366, N391) worden opgewaardeerd tot dragende structuur van het gebied. De grotere kernen liggen langs deze wegen, en de kleinere lintdorpen takken er op aan. Er wordt een extra langzaam verkeersstrook toegevoegd (omwille van de vele op- en afritten) die het mogelijk maakt om efficiënt tussen de verschillende kernen te bewegen.

Lokaal netwerk

De verschillende dorpslinten worden opnieuw de hoofdontsluitingswegen van het gebied. Dit genereert de noodzakelijke dynamiek voor nieuwe ontwikkelingen in de kernen. Alle functies en gebouwen hebben een directe oriëntatie naar deze wegen.

Vrachtnet

De N-wegen (N379, N385, N368) worden omgevormd tot vrachtroutes voor het verkeer van en naar de verwerkingspunten in de dorpen en zijn niet langer toegankelijk voor autoverkeer. Deze efficiënte routing voorkomt extra belasting van de dorpen, schakelt alle 1e verwerkingspunten aan elkaar, en takt aan op de regionale wegenstructuur.

Recreatienet

De EHS-structuur wordt ingericht met een gemaaide padenstructuur, die een jaarlijks veranderend, informeel recreatienet vormt.

Landwegen

De overige wegenstructuur wordt afgewaardeerd voor lokaal en gedifferentieerd gebruik. Fietsroutes, wandelroutes, tractorroutes alsook autoverkeer worden er gecombineerd.

‘‘omdat functies weggaan, gaat het levendige beeld op de straat weg. je ziet geen mensen meer passeren, die kleine groet of korte babbel is weg. voor veel mensen is dat toch belangrijk.’’ Fam. Van Klinken 24


Masterplankaart Netwerken Snelwegen

N-wegen

Woonlinten

Vrachtroute

Recreatienet EHS

25


comfort zones

Economisch - ecologisch - sociaal Dit systeem is een strategisch en stimulerend raamwerk dat als voedingsbodem functioneert voor nieuwe ontwikkelingen, die leiden tot lokale comfortzones en globale mentaliteitswijzigingen. Het koppelen van biovergisting aan verwerkingsindustrie zorgt ervoor dat energiewinning leidt tot lokale ontwikkelingspotenties. Het herstructureren van infrastructuur, en daardoor genereren van dynamiek, maakt het mogelijk om in Stadskanaal een HBO-opleiding in te richten. Die kan zich, samen met de proefboerderij van de WUR, richten op kennisontwikkeling van landbouw en voedselvoorziening.

‘‘mensen houden zich steeds meer met voedsel bezig. nu is de kans voor de boer om zich te profileren en weer een plek in de samenleving te krijgen’’ Hilbrand Sinnema

Het onderbrengen van EHS-gebieden in het productiesysteem maakt boeren ervan bewust dat werken op basis van natuurlijke mechanismen zorgt voor meer opbrengst, en roofbouw niet langer loont. Daarnaast functioneren deze gebieden onafhankelijk van subsidies. Lokale verwerking zorgt voor minder transport en een grotere onafhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Doordat forrenzen groen gas kunnen tanken aan de dorpsvergister wordt gewerkt aan duurzame mobiliteit. De verschillende teelten zorgen voor een betere risicospreiding en een betere afzetmarkt voor de boeren. Kleine verwerkingsbedrijven in de dorpen zorgen voor een lokaal gezicht en een hernieuwde maatschappelijke betrokkenheid van landbouw en voedselproductie. De koppeling met marktspelers in de grotere kernen exporteert dit belang, en maakt het merk ‘Veenkoloniën’ tot symbool voor de nieuwe landbouw. De bekendheid van dit merk zorgt voor nieuwe initiatieven, nieuwe ontwikkelingen en nieuwe mentaliteitswijzigingen. Het testlab ‘Veenkoloniën werkt. broekbos

mobiele vakantiehuisjes

onderwijs

Recreatienetwerk

zorg en welness

coöperatie

1. Naar een integrale benadering van duurzame landbouw en gezonde voeding, Wetenschappelijke Raad voor Integrale Duurzame Landbouw en Voeding, December 2011

26


27


STRATEGIE & COMMUNICATIE Interview: een plan

Voor dit project interviewden we een groep van mensen in de Veenkolonien. Hun verhaal stuurde in belangrijke mate dit plan. Deze mensen gebruiken we als basis voor de verdere ontwikkeling.

Co-makers: een plan van enkelen

Deze mensen zetten we in als co-makers, en betrekken ze actief bij de verdere door- en uitwerking.

Ambassadeurs: een plan van velen

We gebruiken het netwerk van de co-makers om ons plan te communiceren. We spreken via hen. Zij betrekken hun achterban, zowel op lokaal, regionaal als nationaal niveau.

Modulaire ontwikkeling

In ons plan worden strategische ontwikkelingsknopen aangeduid. Deze willen we gefaseerd opstarten met een groep van co-makers. Op die manier werkt elk deelproject als een showroom van de ambassadeurs voor andere anderen die willen aanhaken. Voor een meer uitgebreide beschrijving van onze communicatiestrategie verwijzen we graag naar deel C van deze prijsvraaginzending: Strategie & Communicatie.

28


Hilbrand Sinnema

Harm Evert Waalkens

Fam. Beuling

Dirk Strijker

Hans Elerie

Jan-Willem Kok

Fam. Klamer

Nanne Sterenborg

Provinciaal voorzitter LTO Noord Lid Gebiedscommissie Westerwolde

Historisch geograaf

Willem Otto Meijer

Gemeenteraadslid Emmen Wereldse Tuinen, Erica-kanaal

Meindert Schollema

Burgemeester Pekela

Jaco Jellema

Coรถrdinator Renewable Energy Energy Valley

Voorm. Tweede Kamerlid, o.a. landbouwbeleid Voorm. lid klankbordgroep AVEBE

Technisch voorzitter ANOG Secretaris/ penningmeester Terra Mater

Fam. Stegeman

Akkerbouwbedrijf, 230ha

Kijktuin Workshops huis- en tuindecoratie

Jos Van den Berg

Professor RUG Hoogleraar Plattelandsontwikkeling

Akkerbouw-, veeteeltbedrijf, 360ha Lid ANOG

Tine Zeeman

Horece ondernemer

Molenaar

Hermanus Begeman

Harrie Scholten

Gepensioneerd ondernemer Gids Bargerveen

Gepensioneerd Voorzitter Tegenwind

Fam. Van Loon

Fam. Van Klinken

Alfred Van Hall

Akkerbouwbedrijf, 130ha

Blauwe bessenteelt, 30 Ha Voormalig varkensbedrijf

Zandhaas en veenmol Gepensioneerd

Horeca ondernemer Eigenaar tweedehandswinkel

Daan van de Wege

Dijkgraaf Hunze en Aa waterschap

29


Felixx Realising happy environments. Von Zesenstraat 4a-hs 1093 aw Amsterdam +31 (0)20 84 500 70 felixx@felixx.nl www.felixx.nl


EAT YOUR VIEW