Issuu on Google+

Jaarverslag


Inhoud

Voorwoord Zijn waar het nodig is, doen wat belangrijk is

3

Artsen zonder Grenzen

5

1 Artsen zonder Grenzen in 2007: het bereiken van de meest

kwetsbaren, een voortdurende worsteling

9

2 Projecten

23

3 Verantwoording van het bestuur

87

4 Samenvatting financiĂŤle ontwikkelingen

97


Voorwoord Zijn waar het nodig is, doen wat belangrijk is In mei 2007 stuurden we een medisch team naar het centrum van de Somalische hoofdstad Mogadishu, een van die grotendeels vergeten plaatsen waar extreem geweld razendsnel de kop opsteekt. In Mogadishu was cholera uitgebroken, kort nadat de Unie van Islamitische Rechtbanken was verdreven en de stad was teruggevallen in een staat van gewapende anarchie. Voor het starten van een project waren uitgebreide en zorgvuldige voorbereidingen nodig, maar gelukkig waren we er snel genoeg om 1.300 cholerapatiënten te behandelen. Na de epidemie bleven we actief in Mogadishu. Het project werd omgezet in een centrum voor kindergeneeskunde en verpleging. Om ons heen vluchtten grote delen van de bevolking nog steeds de gevaarlijke stad uit, in de hoop veiligheid te vinden. De ervaringen van veel patiënten die we vorig jaar wereldwijd behandelden, leken erg op wat wij in Mogadishu zagen, zelfs terwijl de situaties waarin zij zich bevonden van elkaar verschilden. Al deze mensen waren aan het eind van hun krachten, fysiek, psychisch en financieel. Vaak hadden zij op onvoorstelbare manieren geleden onder gewapende conflicten en waren zij misbruikt door een of meer van de vele gewapende groepen die in oorlogsgebieden actief zijn. Het was voor ons als humanitaire hulpverleners heel pijnlijk om te zien dat er voor veel mensen geen enkele hulp beschikbaar was, zeker nadat ze al hadden moeten vluchten naar plaatsen die slechts betrekkelijk veilig waren. In 2006 besloten we ons nog meer te richten op vergeten slachtoffers van conflictsituaties. Om dat mogelijk te maken trokken we ons terug uit een aantal landen die niet langer in een acute crisissituatie verkeerden. Zo konden we meer mensen in conflictgebieden bereiken, zoals de bevolking in Darfur (Sudan), het oosten van de Democratische Republiek Congo en het noorden van Sri Lanka.

Het is dieptragisch dat drie van onze medewerkers en hun gezinnen op 28 januari 2008 in Somalië voor deze inspanningen de hoogste prijs moesten betalen. In september 2007 heropenden we de chirurgieafdeling van het ziekenhuis in Kismaayo, een stad in het zuiden van Somalië. Daar was sinds 2001 geen gratis chirurgische zorg meer beschikbaar. Het project was een succes; het team voerde van september tot december 89 operaties uit. De drie medewerkers reden in een konvooi van drie auto’s van het ziekenhuis naar het woonhuis van Artsen zonder Grenzen. Vlakbij hun bestemming ging een bermbom af, waardoor ze op slag werden gedood. Eén andere inzittende raakte lichtgewond; de beide andere auto’s werden niet getroffen. Ook twee omstanders kwamen door de explosie om het leven. Wij zijn nog altijd geschokt en met afschuw vervuld door dit incident. Toch maakt het feit dat de bevolking van Kismaayo ons direct vroeg om in haar stad te blijven, op een schrijnende manier duidelijk hoe noodzakelijk ons werk is, zelfs in de zwaarste tijden. Deze tragedie heeft onze betrokkenheid bij Kismaayo en Somalië, en bij al die andere vergeten en zwaar gehavende plekken in de wereld waar onze teams werken, alleen maar vergroot.

Albertien van der Veen voorzitter Artsen zonder Grenzen Wouter Kok algemeen directeur Artsen zonder Grenzen







Artsen zonder Grenzen Medische noodhulp

Iedereen heeft recht op levensreddende medische zorg. Dat geldt ook voor mensen in oorlogs- en conflictgebieden. Maar in veel van deze gebieden zijn honderdduizenden mensen verstoken van elke vorm van medische zorg. Artsen zonder Grenzen vindt dat onaanvaardbaar. Onze teams proberen overal ter wereld de meest kwetsbare en geïsoleerde slachtoffers van oorlogen, conflicten en natuurrampen te bereiken. Wij zijn toegerust om met noodhulpspecialisten, medicijnen en drinkwatervoorzieningen snelle medische noodhulp te bieden. Pleitbezorging

In veel gebieden waar Artsen zonder Grenzen werkt, worden zelfs de meest elementaire mensenrechten op grote schaal met voeten getreden. Vluchtelingen of ontheemden staan bloot aan geweld of krijgen om politieke of andere redenen geen (medische) noodhulp. In dat soort gevallen is medische hulpverlening alleen niet voldoende. Artsen zonder Grenzen doet in zulke gevallen een beroep op de machthebbers, zoals regeringen, en internationale organisaties, en spreekt hen aan op de misstanden waarmee we tijdens ons werk worden geconfronteerd. Onafhankelijk, onpartijdig, neutraal

Artsen zonder Grenzen is volledig onafhankelijk van welke politieke, religieuze of economische macht dan ook. Wij kiezen geen partij in een conflict, maar richten ons op de slachtoffers van geweld en crises. Om deze principes in alle omstandigheden te kunnen handhaven, financiert Artsen zonder Grenzen zijn projecten hoofdzakelijk uit publieke donaties, waar-

onder uit de opbrengsten van de Nationale Postcode Loterij. Andere belangrijke inkomstenbronnen zijn bijdragen uit ons internationale netwerk en projectsubsidies van institutionele donoren. Samenwerking

Waar mogelijk neemt Artsen zonder Grenzen mensen uit het projectland in dienst. Nationale medewerkers fungeren als verbinding tussen onze internationale medewerkers in de projecten en de plaatselijke gemeenschappen. Onze nationale medewerkers spreken de taal en begrijpen de gewoonten en de cultuur van een bepaald land of een gebied. Zij versterken het team met hun eigen vaardigheden, bijvoorbeeld als arts, verpleegkundige, logistiek medewerker of tolk. Indien nodig leidt Artsen zonder Grenzen de lokale medewerkers op, zodat zij het project zelfstandig kunnen voortzetten als de internationale medewerkers zich omwille van de veiligheid moeten terugtrekken of tijdelijk moeten worden geëvacueerd. Desalniettemin streeft Artsen zonder Grenzen ernaar om in alle projectlocaties permanent met internationale medewerkers aanwezig te zijn. Om de kwaliteit van de hulp te kunnen waarborgen en verbeteren, hechten wij veel waarde aan rechtstreeks contact tussen onze veldwerkers en diegenen die van hen afhankelijk zijn. Bovendien zou het voor lokale medewerkers riskant kunnen zijn om betrokken te zijn bij het openlijk aan de kaak stellen van misstanden. Hoe het begon

In 1971 woedde in Nigeria een bloedige burgeroorlog. Het Rode Kruis was in het gebied aanwezig, maar mocht volgens zijn mandaat geen hulp verlenen

zonder toestemming van de regering. Twee Franse artsen die voor het Rode Kruis werkten, Bernard Kouchner en Max Reclamier, konden zich niet verenigen met die werkwijze. Zij vonden dat álle slachtoffers medische zorg moesten krijgen, desnoods tegen de wil van de regering in. Bij hun terugkomst in Frankrijk besloten ze een nieuwe organisatie op te richten: Médecins Sans Frontières. In 1984 richtten onder anderen Jacques de Milliano en Roelf Padt de Nederlandse tak van Médecins Sans Frontières op: Artsen zonder Grenzen. In oktober van dat jaar werd de eerste vrijwilliger uitgezonden. In de jaren negentig groeide Artsen zonder Grenzen uit tot een professionele organisatie die actief werd in meer dan dertig landen over de hele wereld. In 1999 ontving Artsen zonder Grenzen de Nobelprijs voor de Vrede voor de medische activiteiten en voor het optreden als pleitbezorger van bevolkingsgroepen in nood. verdeling van verantwoordelijkheden

Tegenwoordig is Médecins Sans Frontières een samenwerkingsverband van negentien landenorganisaties, die economisch en juridisch onafhankelijk van elkaar zijn. Oorspronkelijk waren er vijf landenorganisaties (waaronder Artsen zonder Grenzen Nederland) die rechtstreeks veldprojecten leidden, terwijl de overige veertien waren opgericht om fondsen en nieuwe veldmedewerkers te werven. Naarmate de beweging groeide, ontstond het gevoel dat deze verdeling van verantwoordelijkheden een negatieve uitwerking had: de meeste vestigingen van 


Médecins Sans Frontières waren niet direct betrokken bij het veldwerk. Om deze situatie recht te zetten, werden vijf groepen van nationale organisaties gevormd rond de oorspronkelijke vijf operationele landenorganisaties. Deze groepen worden Operationele Centra (OC’s) genoemd. In elk OC delen de aangesloten landen de verantwoordelijkheid voor het aansturen van een aantal projectlanden. Op 1 oktober 2006 startte Artsen zonder Grenzen samen met de zusterorganisaties in Canada, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk het Operationeel Centrum Amsterdam (OCA). Het OCA heeft geen juridische grondslag, maar is een eenheid waarin de vier landenorganisaties op vrijwillige basis samenwerken. De juridische en financiële eindverantwoordelijkheid berust bij de Nederlandse Vereniging Artsen zonder Grenzen. Het management van projecten in Colombia, de Republiek Congo, Haïti, Ivoorkust en Nigeria is gedelegeerd aan Artsen zonder Grenzen-Canada. Artsen zonder Grenzen-Duitsland beheert projecten in de Centraal-Afrikaanse Republiek, Tsjaad, Turkmenistan, Oezbekistan en Zimbabwe. Artsen zonder Grenzen-Verenigd Koninkrijk steunt het OCA met medische expertise op het gebied van tuberculose. Ons werk in Bangladesh, Burundi, de Democratische Republiek Congo, Ethiopië, India, Irak (vanuit Jordanië), Moldavië, Myanmar, Nepal, Sudan, Pakistan, Papoea-Nieuw-Guinea, Rusland, Somalië, Sri Lanka en Uganda wordt geleid vanuit Amsterdam.



Een vereniging

Handvest Artsen zonder Grenzen

Zoals alle landenorganisaties van Médecins Sans Frontières is ook Artsen zonder Grenzen-Nederland een vereniging. De leden zijn huidige en voormalige veld- en kantoormedewerkers, en mensen die op een andere manier bij de organisatie betrokken zijn ge-weest. Op 31 december 2007 bedroeg het ledenaantal 810. Het verenigingsbestuur houdt toezicht op op Artsen zonder Grenzen en controleert of het overeengekomen beleid naar behoren wordt toegepast. Het bestuur bewaakt de identiteit van de organisatie en fungeert als klankbord voor de algemeen directeur en de rest van het managementteam. De algemene ledenvergadering (ALV) is het hoogste orgaan van de Verenging Artsen zonder Grenzen en komt tenminste eenmaal per jaar bijeen. De leden nemen dan besluiten over zaken die de identiteit van de organisatie betreffen, geven hun oordeel over de prestaties van het bestuur gedurende het afgelopen jaar en keuren het jaarverslag en de jaarrekening goed.

Artsen zonder Grenzen is een particuliere, internationale organisatie. Hierbij zijn voornamelijk artsen, verpleegkundigen en paramedici aangesloten, alsmede die beroepsgroepen die van nut zijn voor de taak die de organisatie zich heeft gesteld. Zij onderschrijven de volgende principes:

Samen met de verenigingsbesturen van de zusterorganisaties in Canada, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk houdt het bestuur toezicht op het OCA. Dit gebeurt in de OCA-raad, waarin elk bestuur met twee leden vertegenwoordigd is. De OCA-raad stelt de strategische plannen en jaarplannen voor operationele activiteiten vast en verschaft strategisch toezicht. Zie ook hoofdstuk 3, pagina 85.

De medewerkers van Artsen zonder Grenzen respecteren de medische gedragscode en bewaren te allen tijde hun onafhankelijkheid ten opzichte van welke politieke, religieuze of economische macht dan ook.

In dit jaarverslag wordt met ‘Artsen zonder Grenzen’, tenzij anders aangegeven, het werk van het Operationeel Centrum Amsterdam bedoeld.

Artsen zonder Grenzen verleent hulp aan bevolkingsgroepen in nood, aan slachtoffers van natuurrampen, van rampen door de mens veroorzaakt en van oorlogen en burgeroorlogen. Zij doet dit zonder onderscheid te maken naar ras, religie, levensbeschouwing of politieke opvatting. Artsen zonder Grenzen is volstrekt neutraal en onpartijdig. Op grond van de algemeen erkende medische ethiek en het recht op humanitaire hulp eist Artsen zonder Grenzen algehele vrijheid in de uitoefening van haar taak.

De medewerkers van Artsen zonder Grenzen beslissen uit eigen vrije wil of zij de gevaren en risico’s van het werk accepteren en eisen voor zichzelf of rechthebbenden geen enkele vergoeding, behalve die welke de organisatie hen kan verschaffen.


1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31

Angola Bangladesh Burundi Centraal-Afrikaanse Republiek Colombia Democratische Republiek Congo Ethiopië Haïti India Irak Ivoorkust Liberia Moldavië (Transnistrië) Myanmar (Birma) 8 Nepal Nigeria 5 Oezbekistan Pakistan Papoea Nieuw Guinea Republiek Congo Rusland/Kaukasus Sierra Leone Somalië Sri Lanka Noord-Sudan (Darfur) Zuid-Sudan Turkmenistan Tsjaad Uganda Zambia Zimbabwe

21

13

17 27

10 18

10

15 2

9

28 16 22

11

26

4

12

14

25 7 23

24

29

20

6

3

19

1 30 28 31







1  Artsen zonder Grenzen in 2007: het bereiken van de meest kwetsbaren, een voortdurende worsteling Het werk van Artsen zonder Grenzen is in de afgelopen jaren onder zware druk komen te staan. Ook in 2007 hebben we veel moeilijkheden ondervonden bij het werk in een groot aantal gebieden waar onze hulp nodig was. Het goede antwoord vinden op de uitdagingen waarmee Artsen zonder Grenzen wordt geconfronteerd is niet eenvoudig. De sleutel ligt echter in onze neutraliteit en ons vermogen om onafhankelijk te werken. Hoe ambitieus en idealistisch het misschien ook lijkt, humanitair werk is in wezen een nederige activiteit. Het wordt niet ingegeven door de wens om de wereld te veranderen of een betere ‘wereldorde’ te scheppen. Artsen zonder Grenzen is geen activistische en zelfs geen pacifistische organisatie. We richten ons op het redden van levens en het verlichten van lijden en willen daarmee een onschatbaar stukje menselijkheid brengen in de meest uitzichtloze situaties. Die ambitie is bescheiden en in wezen eenvoudig, maar humanitair werk zoals Artsen zonder Grenzen dat doet is dat zeker niet. Het kost ons steeds meer moeite om bevolkingsgroepen te bereiken die gevangen zitten in conflictsituaties. In de meest gewelddadige delen van Irak bijvoorbeeld, waar de medische nood ontzettend hoog is, zijn geen internationale medewerkers van Artsen zonder Grenzen aanwezig. Ook in 2007 was het in Irak te onveilig om er schouder aan schouder met de Iraakse medische professionals te werken. Dat terwijl wij directe aanwezigheid normaliter onmisbaar vinden in onze projecten. Maar in het geval van Irak hadden wij ook in 2007 geen andere keuze dan onze steun aan de afdelingen spoedeisende hulp in ziekenhuizen in Bagdad, Fallujah, Ramadi en Al Qaim voort te zetten vanuit het buurland Jordanië. We zorgden voor geneesmiddelen en medische materialen en leidden Iraakse ziekenhuismedewerkers op in de Jordaanse hoofdstad Amman.

Irak is misschien wel het extreemste voorbeeld van een situatie waarin Artsen zonder Grenzen door geweld en politieke polarisatie gedwongen is om van een afstand te werken. Maar het is beslist niet het enige. Er zijn steeds meer landen waar het moeilijk is om met internationale medewerkers ter plekke hulp te verlenen. In Tsjetsjenië, waar de kans om ontvoerd te worden groot is, kunnen internationale medewerkers maar af en toe komen en dan alleen onder de strengste veiligheidsmaatregelen. In het noordwesten van Pakistan, langs de grens met Afghanistan, zijn diverse met elkaar samenhangende conflicten gaande. Ook hier werken uit veiligheidsoverwegingen en vanwege het wantrouwen van de gewapende groepen maar heel weinig internationale medewerkers van Artsen zonder Grenzen. In Darfur hebben we te maken met vijandigheid en argwaan van de Sudanese autoriteiten, met opzettelijke tegenwerking en met een hoge mate van onveiligheid. Al deze zaken beperken onze mogelijkheden om bevolkingsgroepen te bereiken en hen de medische hulp te verlenen die zij nodig hebben. Sinds 2004, toen vijf van onze medewerkers in de Afghaanse provincie Badghis werden vermoord, hebben wij geen hulp meer kunnen bieden in Afghanistan. De situatie in Afghanistan is duidelijk verslechterd, waardoor juist meer humanitaire hulp nodig is. Maar terwijl de nood is hoger geworden, geldt dit ook voor de veiligheidsrisico’s. Waarom heeft Artsen zonder Grenzen met zulke problemen te maken? Het antwoord op die vraag is complex, maar twee achterliggende redenen zijn helder. Ten eerste is humanitaire hulpverlening in een situatie die bepaald wordt door geweld en grote tegenstellingen nooit een eenvoudige zaak. Alleen al doordat we aanwezig zijn, staan we op gespannen voet met iedereen die actief aan de strijd deelneemt, hoezeer we ook ons best doen om neutraal en onpartijdig te blijven. Onze medische activiteiten zijn uitsluitend gericht op het lenigen van medische noden. Wanneer wij ons uitspreken doen we dat niet in het kader van een politieke agenda, maar om het lot van 


onze patiënten en van de bevolkingsgroepen die we willen helpen onder de aandacht te brengen. Ten tweede wordt humanitaire hulpverlening steeds minder geaccepteerd. Humanitair werk wordt in toenemende mate in diskrediet gebracht doordat krijgsheren in Afrika en Azië – en westerse machten – het inzetten om militair optreden te vergoelijken of politieke passiviteit te rechtvaardigen. Westerse landen voeren humanitair en wederopbouwwerk uit om de sympathie van de bevolking voor zich te winnen. Hun hulp is niet onpartijdig, maar dient eerder als middel om politieke of militaire doelen na te streven. Gecombineerd met het westerse ingrijpen in gebieden als Irak, Afghanistan, Tsjaad, Darfur, Somalië en de Democratische Republiek Congo kan dit verwarring zaaien onder de bevolking en de strijdende partijen. Zijn soldaten ook humanitaire hulpverleners? Of zijn humanitaire hulpverleners ook soldaten? Hebben zij dezelfde agenda? En zijn beide groepen dus legitieme militaire doelen? Het gevolg is dat Artsen zonder Grenzen meer dan ooit wordt gezien als een westerse en in veel ogen ook christelijke organisatie. We worden steeds vaker gezien als een organisatie die een andere agenda heeft dan alleen medische hulpverlening op basis van humanitaire waarden.

Onze medische activiteiten zijn uitsluitend gericht op het lenigen van medische noden. Wanneer wij ons uitspreken doen we dat niet in het kader van een politieke agenda, maar om het lot van onze patiënten en van de bevolkingsgroepen die we willen helpen onder de aandacht te brengen

In reactie op deze veranderende omstandigheden benadrukken wij onze onafhankelijkheid, onze neutraliteit en de onpartijdigheid van ons medische werk. Artsen zonder Grenzen weigert steeds vaker de financiële steun van instellingen of overheden en vertrouwt in plaats daarvan op giften van het publiek, om elke associatie met politieke machthebbers – zoals de Amerikanen in Irak – te voorkomen. Ons optreden blijft strikt apolitiek en onze pleitbezorging en communicatie zijn uitsluitend gebaseerd op onze aanwezigheid en onze medische activiteiten. 10

In onze missies en daarbuiten bepleiten en verdedigen wij een zuivere vorm van humanitaire hulp die niet gebonden is aan politieke agenda’s zoals gemilitariseerde vredeshandhaving, vredesopbouw of ontwikkelingshulp. Wij geloven in humanitair optreden dat eenvoudigweg gericht is op het redden van levens en het verlichten van lijden. Ondanks de bescheidenheid en eenvoud van ons werk, blijven wij het krachtig verdedigen als een toonbeeld van verbondenheid in een tijd waarin polarisatie aan de orde van de dag lijkt te zijn.

Bijstelling van onze koers Om beter te kunnen reageren op noodsituaties in de gevaarlijkste conflictgebieden, hebben we het pakket landen waar we werken opnieuw bekeken. In 2007 werd het duidelijk dat Artsen zonder Grenzen in verschillende langlopende missies het eind van haar mandaat als noodhulporganisatie had bereikt. Het was tijd om de weg vrij te maken voor andere spelers. Met de middelen die daardoor beschikbaar kwamen, konden we aan het werk in problematische en gewelddadige gebieden. De laatste jaren zien we met toenemende zorg dat bepaalde conflicten en hun slachtoffers volkomen worden genegeerd, terwijl andere conflicten wel veel aandacht krijgen. Deze selectieve benadering geldt voor veel donorlanden en daarmee ook voor een groot aantal niet-gouvernementele organisaties (ngo’s), die voor hun financiering afhankelijk zijn van donorlanden. Dankzij de trouwe steun van onze particuliere donoren is Artsen zonder Grenzen financieel onafhankelijk en zijn wij in staat om uitsluitend op basis van medische en humanitaire criteria te bepalen waar we in actie moeten komen. Toen we ons realiseerden dat er minder hulp beschikbaar kwam voor mensen die gevangen zitten in bepaalde conflicten, concludeerden we dat we meer moesten doen om in staat te blijven te reageren op nieuwe noodsituaties. Dit is de kern van ons huidig Strategisch Plan dat in 2006 werd opgesteld. Het leidde tot een kritische evaluatie van ons pakket projectlanden en de sluiting van vijf missies in 2007. Als organisatie voor medische noodhulp, komt er voor Artsen zonder Grenzen altijd het moment dat een missie wordt gesloten. Het is echter niet altijd gemakkelijk om het juiste tijdstip te bepalen. Een voorbeeld is Angola, waar we in augustus 2007 vertrokken.


Artsen zonder Grenzen begon haar werk in Angola vanwege de medische noodsituatie als gevolg van een verschrikkelijke en langdurige burgeroorlog. In 2002 eindigde het conflict, nadat Jonas Savimbi, leider van de rebellenbeweging UNITA, was gedood. In 2007 was het land stabiel en grotendeels veilig. Artsen zonder Grenzen sloot haar projecten af. Waren het land en de bevolking hersteld van tientallen jaren verwoestende burgeroorlog? Was het Angolese ministerie van Volksgezondheid volledig in staat voor de mensen te zorgen? Helaas niet. Wel was de regering begonnen met de opbouw van een nationaal gezondheidsstelsel, al had dat nog zijn tekortkomingen. Als wij ons werk hadden voortgezet zou dat een belemmering zijn geweest voor spelers die nu hun verantwoordelijkheid moeten nemen: de nationale gezondheidsautoriteiten of internationale ontwikkelingsorganisaties. Behalve in Angola sloten we in 2007 ook onze missies in Burundi, Liberia, Sierra Leone en Zambia. Deze landen waren ooit het toneel van conflicten of crises, maar de stabiliteit was er dusdanig toegenomen dat onze aanwezigheid niet langer noodzakelijk was. Door de afsluiting van deze missies kwamen er middelen vrij om het werk in de moeilijk toegankelijke delen van Darfur uit te breiden, in Somalië een kliniek te openen in de hoofdstad Mogadishu en een chirurgieprogramma te starten in de zuidelijke stad Kismaayo. Ook konden we een tweede chirurgieproject beginnen in het noorden van Sri Lanka en meer mobiele teams inzetten in het gewelddadige oosten van de Democratische Republiek Congo. Het sluiten van een missie leidt helaas vaak tot een zekere daling van het zorgniveau. Artsen zonder Grenzen hanteert een hoge medische standaard. We doen dit omdat we de best mogelijk zorg willen bieden aan de mensen in de meest gebrekkige omstandigheden. Doordat sommige projectlanden na afloop van een crisissituatie nog volop in ontwikkeling zijn, kunnen zij deze normen niet altijd handhaven. Dat is een pijnlijk maar noodzakelijk proces. Wanneer een land weer opkrabbelt, kan het pas volledig autonoom zijn als het volledige verantwoordelijkheid neemt op het gebied van openbaar bestuur, inclusief de gezondheidszorg. De overgang moet echter geleidelijk verlopen en worden gesteund door westerse regeringen en internationale organisaties. Artsen zonder Grenzen heeft per definitie geen rol in dat proces. Wij zouden deze ontwikkeling alleen maar in de weg staan doordat ons werk een overbodige ‘kunstmatige beademing’ zou worden.

Terwijl deze stappen noodzakelijk zijn en geld vrijmaken voor noodhulp in nieuwe conflictgebieden, is het pijnlijk te worden geconfronteerd met het feit dat het steeds moeilijker wordt om mensen te bereiken in landen en regio’s die worden geteisterd door extreem geweld: Afghanistan, Irak, Somalië en het noordwesten van Pakistan. Waar we er wel in slagen te werken, is de situatie zo complex dat er zeer veel menskracht, geld en andere middelen nodig zijn. Veiligheidsproblemen dwingen ons vaak gebruik te maken van vliegtuigen en helikopters. In veel landen is de bureaucratie

Het is pijnlijk te worden geconfronteerd met het feit dat het steeds moeilijker wordt om mensen te bereiken in landen en regio’s die worden geteisterd door extreem geweld

toegenomen en zijn de belastingen verhoogd. Op medisch gebied vergt ons werk meer geavanceerde medicatie en uitbreiding van de activiteiten, met name waar het gaat om hiv/aids en tuberculose. Al deze factoren beperken de mogelijkheden om nieuwe projecten te starten. De veranderende omstandigheden waarin wij werken, dagen ons uit kritisch te bekijken naar waar en hoe we onze missie in de praktijk brengen. In 2008 zal Artsen zonder Grenzen een algehele beoordeling uitvoeren van de risico’s die haar teams lopen en wat de organisatie in dat verband bereid is te accepteren. Op basis van deze informatie zullen we nieuwe manieren ontwikkelen van omgaan met risico’s. Hoewel sommige van onze procedures misschien veranderen, zal ons ultieme doel – snel hulp bieden in noodsituaties als gevolg van conflicten en rampen – onveranderd blijven, net als onze wil om mensen te bereiken die zijn afgesneden van levensreddende medische hulp.

Medische hulp gericht op noodsituaties Om nog beter te kunnen reageren op de directe medische gevolgen van geweld hebben we ons geconcentreerd op verbetering van onze zorg op het gebied van seksueel geweld, reproductieve gezondheid, chirurgie en psychosociale problemen (inclusief psychiatrische aandoeningen). 11


Tegelijkertijd gingen we door met hulpverlening bij een groot aantal uitbraken van ziekte. Er waren epidemieën en uitbraken van cholera in de Republiek Congo (Congo-Brazzaville), de Democratische Republiek Congo (DRC), zuidelijk Sudan, Ethiopië en Somalië. In de provincies Kivu en Katanga van de DRC brak mazelen uit en in Uganda stak het ebolavirus de kop op. Er waren in 2007 geen grote nieuwe humanitaire crises en met de beëindiging van projecten in vijf landen nam de totale hoeveelheid van onze activiteiten aanzienlijk af. Dit was zichtbaar in een daling van het aantal consulten. In 2007 hebben we 2,7 miljoen poliklinische consulten verzorgd, 700.000 minder dan in 2006. Net als in voorgaande jaren was malaria de belangrijkste aandoening (31% van de consulten voor kinderen onder de vijf en 22% van de consulten voor patiënten boven de vijf jaar oud). Eenderde van de behandelingen voor malaria vond plaats in ons programma in Myanmar (Birma). Het aantal verpleegde patiënten steeg daarentegen met meer dan 10% tot boven de 106.000. Bijna 30% van de in onze klinieken opgenomen patiënten was jonger dan vijf jaar. Het totale sterftecijfer (3,65%) bleef binnen aanvaardbare grenzen. In de loop van 2007 startten we nieuwe chirurgieprogramma’s in Kismaayo (Somalië) en Vavuniya (Sri Lanka). In Darfur (Sudan) werden de chirurgische activiteiten voortgezet, evenals in zuidelijk Sudan, Tsjetsjenië en Somalië. Ons werk in deze landen betrof in veel gevallen chirurgische ingrepen naar aanleiding van geweld. Zo gold dit bijvoorbeeld voor 70% van alle uitgevoerde operaties in Kismaayo. In totaal was er bij 69% van alle door Artsen zonder Grenzen uitgevoerde operaties sprake van spoedeisende chirurgie. Bij tweederde daarvan ging het om keizersneden. Daarnaast ondersteunden we met opleidingen en chirurgische materialen de chirurgische zorg voor duizenden patiënten in vijf ziekenhuizen in Irak. In 2007 hebben we psychosociale zorg verleend in 25 projecten, een aanzienlijke stijging in vergelijking tot de 15 projecten in 2006. Hierbij zijn meer dan 40.000 individuele consulten verzorgd. We hebben ook een paar proefprojecten opgezet voor patiënten met acute psychiatrische klachten. Aandacht voor verwaarloosde ziekten

De laatste jaren hebben wij er krachtig voor gepleit dat patiënten die lijden aan ‘vergeten ziekten’ worden behandeld en betere medicijnen krijgen. De farmaceutische industrie heeft er weinig belang bij om geneesmiddelen voor deze ziekten te ontwikkelen, omdat de getroffen mensen te arm zijn om ze te kopen. Twee van deze ziekten zijn slaapziekte en kala-azar. 12

In 2005 schatte de Wereldgezondheidsorganisatie dat 300.000 tot 500.000 mensen waren besmet met slaapziekte. Het Amerikaanse Center for Disease Control schat dat jaarlijks een half miljoen mensen worden besmet met kala-azar. Paradoxaal genoeg kan onze heroriëntatie op conflictgebieden ertoe leiden dat we minder aanwezig zijn in regio’s waar deze verwaarloosde ziekten veel voorkomen. In 2007 viel deze ontwikkeling samen met een daling van het aantal kala-azarpatiënten in Sudan, waar deze ziekte elke vijf tot tien jaar uitbreekt. Toch is het belangrijk dat we onze expertise in de behandeling van deze ziekten op peil houden omdat we voorbereid moeten zijn op een grote uitbraak. In Ethiopië hebben we een aantal unieke projecten waar mensen worden behandeld die zowel kala-azar als hiv/aids hebben. In 2008 zetten we onze kala-azarprojecten in Sudan en Ethiopië voort. In de Centraal-Afrikaanse Republiek ontwikkelen we een manier om mensen met slaapziekte te behandelen zonder dat daarvoor een speciaal slaapziekteprogramma moet worden opgezet. Het doel is te komen tot een aanpak die we kunnen integreren in onze projecten voor basisgezondheidszorg. In de loop van 2007 zijn meer dan tien artikelen over het medische werk en het operationele onderzoek van Artsen zonder Grenzen gepubliceerd in medische vakbladen. Via deze artikelen deelden we onze ervaringen op uiteenlopende gebieden, van psychische gezondheidszorg en de behandeling van hiv/aids in conflictgebieden, tot behandelresultaten voor kala-azar en meervoudig resistente tuberculose. In 2007 slaagde Artsen zonder Grenzen er in het kader van de Campagne voor essentiële medicijnen in de farmaceutische multinational Novartis te bewegen zijn rechtszaak tegen de Indiase regering in te trekken. Novartis procedeerde tegen de Indiase octrooiwet van 2005. Het bedrijf bestreed het gedeelte van de wet dat octrooiverlenging verbiedt voor onbetekenende wijzigingen in geneesmiddelen, zoals licht veranderde samenstellingen, die farmaceutische bedrijven vaak gebruiken om octrooien te verlengen. Als Novartis zou hebben gewonnen, zou dat de toekomstige productie van generieke medicijnen (chemisch identieke kopieën van merkgeneesmiddelen, met veel lagere prijzen) in gevaar hebben kunnen brengen. Deze generieke geneesmiddelen zijn cruciaal voor in het bijzonder onze hiv-patiënten, van wie de meesten zulke medicijnen gebruiken. Meer dan 420.000 mensen ondertekenden de internetpetitie van Artsen zonder Grenzen tegen de rechtszaak die door Novartis in augustus werd gestaakt.


Zorg voor vrouwen uitgebreid

De verslechtering van of het gebrek aan medische zorg in conflictgebieden hebben vooral een groot effect op de gezondheidszorg voor vrouwen. Wanneer er weinig gezondheidszorg is, worden zwangerschap en bevalling plotseling veel riskanter voor zowel moeder als kind. Bovendien lijden gewapende conflicten vaak tot een toename van seksueel geweld. Waar nodig proberen we complete reproductieve gezondheidszorg voor vrouwen aan te bieden, van anticonceptie, veilige abortus en behandeling van

Wanneer er weinig gezondheidszorg is, worden zwangerschap en bevalling plotseling veel riskanter voor zowel moeder als kind seksueel overdraagbare infecties tot zwangerschapszorg en verloskunde. Sinds 2006 is een betere beschikbaarheid van goede spoedeisende verloskunde een van onze prioriteiten. We streven ernaar deze zorg te bieden in 90% van de projecten die zich hier voor lenen. In 2007 was het percentage 89%. Daarbij ging het om hulp die we zelf boden of doorverwijzing naar een geschikte kliniek. In 2007 begeleidden onze teams meer dan 52.000 bevallingen. Meer dan 5.000 vrouwen (11%) ondergingen een keizersnede. Het aantal vrouwen dat we postnatale zorg boden steeg aanzienlijk, evenals de mate waarin mensen gebruik maakten van de door ons aangeboden voorbehoedsmiddelen. Ook maakten meer vrouwen gebruik van veilige abortusmogelijkheden die door ons werden aangeboden of waarbij wij hebben bemiddeld. In 2008 zullen we ons aanbod van reproductieve gezondheidszorg verder verbeteren en de kwaliteit van de verloskundige noodhulp blijven verhogen. Ook zijn we van plan in meer van onze projecten diensten aan te bieden voor geboortebeperking, veilige zwangerschapsonderbreking en postnatale zorg. Nadruk op zorg na seksueel geweld

Seksueel geweld is even wijdverbreid als verborgen. Ook in de conflictsituaties waar wij werken, vragen vrouwen nadat ze zijn verkracht zelden openlijk om hulp. Vanwege het verborgen karakter van seksueel geweld proberen we het probleem op verschillende manieren aan te pakken. Waar mogelijk proberen onze teams het onderwerp bespreekbaar te maken in de

gemeenschappen waar ze werken. Zo verminderen we de stigmatisering rond het onderwerp en geven we bekendheid aan ons aanbod van medische zorg en ondersteuning op dit gebied. Artsen zonder Grenzen zorgt voor een behandeling voor slachtoffers van verkrachting om besmetting met hiv (en andere seksueel overdraagbare infecties) en zwangerschap te voorkomen. In sommige projecten wordt ook psychosociale hulp geboden. In 2007 kwamen naar onze projecten in de DRC veel nieuwe patiënten die slachtoffer waren van seksueel geweld. Dit hield verband met het opgelaaide conflict in de provincie Kivu. Ook in de stad Lae (Papoea-Nieuw-Guinea) zijn we een medisch programma begonnen voor slachtoffers van seksueel geweld. Een van onze doelstellingen voor 2008 is onze hulpverlening aan slachtoffers van seksueel geweld te verbeteren en uit te breiden. Zo zullen lokale en internationale medewerkers worden getraind in de ondersteuning van hen die slachtoffer zijn van dit type geweld. de strijd tegen resistente tuberculose

Ooit was tuberculose (tbc) ook in het Westen een belangrijke dodelijke ziekte. Tbc is nu een vergeten maar verwoestende ziekte van de armen. Omdat tbc zich verspreidt in overbevolkte gebieden waar veel armoede heerst, vormt de aandoening een van de grootste uitdagingen voor Artsen zonder Grenzen. In 2007 hebben wij meer dan 9.200 nieuwe tbc-patiënten behandeld. We worden echter zwaar gefrustreerd door de ontoereikende middelen waarmee wij deze patiënten moeten behandelen. Dit probleem is des te urgenter omdat tbc de belangrijkste doodsoorzaak is onder met hiv geïnfecteerde mensen. Bovendien neemt de resistentie tegen geneesmiddelen snel toe. Des te frustrerender is het te weten dat nieuwe medicijnen en aangepaste behandelmethoden voor tbc-patiënten nog jaren op zich zullen laten wachten. In 2008 zullen wij doorgaan met onze lobby voor meer onderzoek en ontwikkeling op dit gebied. In onze programma’s gaan we het percentage tbc-patiënten dat een hiv-test krijgt aangeboden verder verhogen. In 2007 kreeg in totaal 44% van de patiënten in alle projecten zo’n test aangeboden, in 2006 was dat een vergelijkbaar aantal. Ook de systematische screening van hiv-patiënten op tbc gaan we uitbreiden. Een groot probleem waarmee we kampen is resistente tuberculose. In veel landen waar we werken, functioneren de nationale tbc-programma’s slecht en zijn er niet altijd medicijnen beschikbaar voor een volledige kuur. Markten worden overspoeld door nepmedicijnen of geneesmiddelen van slechte 13


kwaliteit; geweld kan tot gevolg hebben dat mensen hun behandeling moeten onderbreken of afbreken. In dit soort situaties kan zich meervoudig resistente tuberculose (MDR-tbc) ontwikkelen. Dit type tbc is erg moeilijk te behandelen, omdat het resistent is voor de standaardmedicatie die bij tbc-patiënten wordt toegepast. Omdat deze dodelijke ziekte kan worden overgedragen door hoesten is dit een zeer zorgwekkende ontwikkeling. We zien steeds meer patiënten die niet reageren op de standaard (eerstelijns) tbc-behandeling – vaak een indicatie van resistentie. Dit is een grote bron van zorg in verscheidene programma’s van Artsen zonder Grenzen, waaronder die in Myanmar, Rusland en het zuiden van Sudan.

We zien steeds meer patiënten die niet reageren op de standaard (eerstelijns) tbc-behandeling – vaak een indicatie van resistentie Oezbekistan in Centraal-Azië heeft een van de hoogste percentages meervoudig resistente tuberculose ter wereld. Artsen zonder Grenzen behandelt er sinds 2003 patiënten met meervoudig resistente tbc. We ontwikkelen nu eenvoudigere methoden, met kortere ziekenhuisopnames, waardoor patiënten tijdens de behandeling terug naar huis kunnen. Deze methoden kunnen ook bruikbaar zijn voor andere projecten. De ervaring leert dat mensen eerder geneigd zijn hun behandeling af te maken als zij naar huis kunnen terugkeren om voor hun gezin te zorgen. In 2007 zijn we ook begonnen met de behandeling van een aantal MDR-tbc-patiënten in de Democratische Republiek Congo. Het is voor het eerst dat Artsen zonder Grenzen mensen met dit type tbc heeft behandeld buiten een gespecialiseerd tbc-project. In 2008 willen we in nog meer projecten patiënten met MDR-tbc gaan behandelen. Groei van projecten voor hiv/aids

In 2007 hebben we op diverse fronten succes geboekt met onze activiteiten rond hiv/aids. In Angola, Ethiopië en Zambia hebben we hiv/aidsprojecten overgedragen. Samen met gezondheidsautoriteiten en andere ngo’s hebben we de continuïteit van deze activiteiten veiliggesteld, met name van de behandeling met aidsremmers van patiënten in Burundi, Liberia en Sierra Leone.

14

Onze nieuwe missie in de zelfverklaarde republiek Transnistrië (Moldavië) maakte een sterke start door in 2007 350 patiënten in het hiv/aids-programma op te nemen. Zestig van hen kwamen al in 2007 in aanmerking voor aidsremmers. Ook in de Centraal-Afrikaanse Republiek begonnen we met activiteiten op het gebied van hiv/aids, waaronder het verstrekken van aidsremmers. In 2007 groeiden onze projecten voor de verstrekking van aidsremmers in Zimbabwe en Myanmar sterk. In beide landen zijn we praktisch de enige organisatie die aidsremmers aanbiedt en zijn er maar weinig partners met wie we kunnen samenwerken. In Zimbabwe startte de behandeling van meer dan 2.500 nieuwe patiënten en in Myanmar begonnen 3.400 mensen deze levensverlengende medicijnen te gebruiken. Eind 2007 kregen 8.119 patiënten in Myanmar aidsremmers, terwijl nog 8.000 seropositieven (die nog geen aidsremmers nodig hadden) andere vormen van zorg ontvingen. Deze exponentiële toename dwong ons medio 2007 een patiëntenstop in te stellen voor het programma in Myanmar. Gezien de beperkte capaciteit van de organisatie, bekijken we momenteel hoe we deze grote projecten de komende jaren het beste kunnen voortzetten.

Onze teams zijn van plan meer nadruk te leggen op diagnose en behandeling van de kinderen van onze huidige hiv-patiënten In al onze projecten zijn we effectievere en minder giftige aidsremmers gaan gebruiken. Daardoor hebben we de benodigde doses – en dus de bijwerkingen – kunnen verminderen. Ook op een ander front was er goed nieuws: er zijn nu medicijnen op de markt die zijn aangepast aan de speciale behoeften van kinderen. Combinatietabletten met vaste dosering zijn nu verkrijgbaar in kinderdoses. In 2007 zijn we bij 563 kinderen begonnen met aidsremmers, een stijging van meer dan 100% ten opzichte van 2006, toen we in totaal 526 kinderen in programma’s met aidsremmers behandelden. Onze teams zijn van plan meer nadruk te leggen op diagnose en behandeling van de kinderen van onze huidige hiv/aids-patiënten.


Voedingsprogramma’s verbeterd

Kinderen, toch al de kwetsbaarste groep in conflict- en crisissituaties, hebben ook als eersten te lijden onder voedseltekorten. Gelukkig waren er in 2007 geen grote droogteperiodes, maar er deden zich in een aantal landen waar wij werken wel noodsituaties in de voedselvoorziening voor, zoals Tsjaad, Somalië, Myanmar en Zimbabwe. In totaal behandelde Artsen zonder Grenzen in de loop van het jaar iets meer dan 30.000 kinderen in haar voedingsprogramma’s. De belangrijkste doelen in 2007 waren een toename van het gebruik van kant-en-klare voeding en de introductie van nauwkeuriger groeinormen van de Wereldgezondheidsorganisatie, waardoor we ons beter kunnen richten op de kinderen die het grootste risico op ondervoeding lopen. In 70% van onze projecten voor ernstig ondervoede kinderen werden de patiëntjes thuis behandeld met kant-en-klare voeding. Deze voeding ziet eruit en smaakt als pindakaas en hoeft niet gekoeld of gekookt te worden. Door deze methode kunnen moeders hun kinderen thuis behandelen. Ze hoeven hun kinderen niet in een speciale kliniek te laten opnemen of dagelijks met hen een voedingscentrum te bezoeken. Bovendien blijkt uit onderzoek dat de nieuwe kant-en-klare voeding voor deze kwetsbare kinderen een betere voedingswaarde heeft dan producten die in het verleden werden gebruikt. Artsen zonder Grenzen voert campagne voor gebruik op een veel grotere schaal van deze voeding en voor verlaging van de prijs ervan. Bevordering van hygiëne en veilig drinkwater

Behandeling van ziekten alleen is niet toereikend wanneer de gezondheid van mensen voortdurend wordt bedreigd door verontreinigd drinkwater of erbarmelijke leefomstandigheden. Daarom bouwen en onderhouden we waar dat nodig is latrines en drinkwatervoorzieningen en laten we medisch en ander afval op verantwoorde wijze afvoeren. In 2007 hebben we water- en sanitaire voorzieningen verzorgd in verschillende projecten gericht op de bestrijding van cholera en diarree en bij overstromingen in Pakistan en Colombia. Ook in programma’s in Tsjaad, Darfur en de DRC hebben we de lokale watervoorziening verbeterd, latrines gebouwd en de mensen voorgelicht over goede hygiëne. In een aantal projecten bleek dat de activiteiten op het gebied van water en sanitair onvoldoende prioriteit kregen en daardoor niet voldeden aan onze eigen minimumnormen voor waterkwaliteit in onze gezondheidsvoorzieningen. In vijf landen werd extra geïnvesteerd om de kwaliteit te verhogen. In 2008 blijven we veel aandacht besteden aan water en sanitair.

Logistiek en bevoorrading aangepast aan complexere veldmissies Een efficiënt en snel werkend bevoorradingssysteem, vooral voor medicijnen en medische materialen, is van cruciaal belang voor het slagen van onze projecten. Artsen zonder Grenzen heeft een uitgebreide ervaring met het op tijd transporteren van de juiste goederen naar afgelegen en vaak gewelddadige plaatsen. De bevoorrading van de veldprojecten had in 2007 een waarde van in totaal € 13,1 miljoen. De laatste tien jaar is het werk van Artsen zonder Grenzen veelomvattender en in medisch opzicht complexer geworden. Naast de bestrijding van grootschalige crises zoals cholera- en mazelenepidemieën, vragen chronische ziekten als tbc en hiv/aids om complexe behandelingen. Tegelijkertijd zijn ook de interne verantwoordingseisen strenger geworden. Onze procedures en processen ten aanzien van logistiek en inkoop bleken niet langer aan te sluiten op de nieuwe eisen die aan het bevoorradingssysteem worden gesteld. Mede daardoor was er bij verschillende missies sprake van zowel overbevoorrading als tekorten aan medicijnen. Deels is dit overigens onvermijdelijk bij snel reageren op noodsituaties. In omstandigheden die moeilijk te voorspellen zijn, moeten lastige keuzen worden gemaakt ten aanzien van bevoorrading. Als we willen garanderen dat de behandeling van onze patiënten zonder onderbreking kan worden voortgezet, zullen we moeten accepteren dat de uiterste gebruiksdatum van medicijnen soms zal verlopen en dat de medicijnen moeten worden vernietigd. Gezien de huidige aard van onze programma’s, waarin steeds complexere medicijnen worden gebruikt, zullen we in 2008 proberen een maximumnorm voor de hoeveelheid verlopen medicijnen vast te stellen. In 2007 werden in geval van te grote voorraden de meeste overtollige medicijnen geschonken aan andere hulporganisaties of gezondheidsautoriteiten die ze konden gebruiken. Overtollige medicijnen die niet konden worden weggegeven en die vervolgens hun houdbaarheidstermijn overschreden, werden volgens een vastgesteld protocol vernietigd. Tekorten moesten worden gecompenseerd met transporten op het laatste moment of met minder efficiënte lokale inkoop. Al in 2006 begon de logistieke afdeling van Artsen zonder Grenzen met het verbeteren van haar systemen en procedures. In 2007 werd de invoering voltooid van betere software. Hetzelfde gold voor de invoering van een nieuw protocol voor bestellingen en van nieuwe richtlijnen voor bevoorrading. 15


Routinetransporten worden niet langer vertraagd door problemen met de verwerking van bestellingen voor een specifiek doel. Ook werken medische en logistieke medewerkers steeds beter samen om het inkoopbeleid beter te laten aansluiten op de medische vraag. Deze inspanningen betalen zich terug: de eerste resultaten zijn positief. In één jaar is de waarde van verlopen medicijnen en voedsel met 24% verminderd van € 1.077.000 in 2006 tot € 820.000 in 2007. Zo’n 40% van laatstgenoemd bedrag is veroorzaakt door de hoeveelheid verlopen goederen van de missies in het noorden en zuiden van Sudan. De overbevoorrading was het gevolg van het feit dat Artsen zonder Grenzen rekening wilde houden met de onvoorspelbare ontwikkelingen in Darfur. De verliezen zijn vermeld in het jaarverslag 2006. De initiatieven om de bevoorrading en het voorraadbeheer te verbeteren worden in 2008 voortgezet. Verbeteringen in de inkoop staan nu hoog op de prioriteitenlijst.

Meer ervaren medewerkers in het veld De beëindiging van onze projecten in Angola, Burundi, Liberia, Sierra Leone en Zambia was zichtbaar in de aantallen uitgezonden medewerkers: ten opzichte van 2006 werden in 2007 minder internationale medewerkers uitgezonden. Ook het feit dat er gedurende het jaar geen nieuwe grootschalige noodsituaties ontstonden, droeg aan deze daling bij. Daar komt bij dat medewerkers langer in hun project bleven dan in voorgaande jaren, waardoor er minder vervangingen nodig waren. In totaal werden 800 internationale medewerkers uitgezonden naar hulpprojecten (zie tabel 1), 20% minder dan in 2006 (965). Dit kwam neer op 535 fte ( full-time equivalents) in 2007 ten opzichte van 592 fte in 2006, een daling van 10%. De ervaring van de medewerkers nam toe omdat meer mensen ervoor kozen meer dan één missie te doen. Als gevolg van de afnemende vraag naar veldmedewerkers hebben we de kwaliteit van de geworven medewerkers kunnen verbeteren en komt de ervaring van de kandidaten beter overeen met de taken in het veld.

16

1 Internationale veldmedewerkers

Aantal uitgezonden internationale veldmedewerkers Aantal contracten in fte

2005

2006

2007

1.129 590

965 592

800 535

2 Uitgezonden internationale veldmedewerkers per sector

Medisch Als percentage van het totale aantal uitgezonden internationale veldmedewerkers Paramedisch Als percentage van het totale aantal uitgezonden internationale veldmedewerkers Overig Als percentage van het totale aantal uitgezonden internationale veldmedewerkers

2005 315

2006 250

2007 212

28% 323

26% 273

27% 210

29% 491

28% 442

26% 378

43%

46%

47%

3 Uitgezonden internationale veldmedewerkers per sectie

2005

2006

2007

Artsen zonder Grenzen Nederland

298

263

250

Artsen zonder Grenzen Canada

139

123

95

Artsen zonder Grenzen Duitsland

178

135

94

Artsen zonder Grenzen Verenigd Koninkrijk

166

166

109

Overig

348

278

252


In 2007 daalde het aantal medewerkers dat werd uitgezonden via de zusterorganisaties in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk aanzienlijk. Tijdens het jaar werden door beide secties minder veldmedewerkers geleverd specifiek voor missies van het Operationeel Centrum Amsterdam (OCA). In 2008 zal worden getracht de wervings- en plaatsingsprocessen te verbeteren om te voldoen aan de eisen die het veld stelt en om te zorgen voor voldoende instroom van medewerkers vanuit alle OCA-zusterorganisaties.

Eind 2007 had 59% van onze veldmedewerkers veldervaring (dat wil zeggen dat zij minstens op hun tweede missie waren), wat overeenkwam met de doelstellingen. Omdat onze programma’s en projecten complexer worden, gaan we in 2008 meer professionele training en coaching aanbieden voor veldmedewerkers om hun algehele kwaliteitsniveau te verhogen. Ook wordt gestreefd naar verbetering in het op elkaar afstemmen van kandidaten en functies in het veld.

4 Eerste uitzending naar missie in het veld

Aantal eerste-missiegangers* Artsen zonder Grenzen Als percentage van het totale aantal uitgezonden internationale veldmedewerkers

2005

2006

2007

536

431

327

47%

45%

41%

* Hiermee worden veldmedewerkers bedoeld die nooit eerder door Artsen zonder Grenzen zijn uitgezonden maar die mogelijk wel ervaring hebben opgedaan bij een soortgelijke organisatie. Psychosociale ondersteuning

Om hen te helpen met de mogelijke psychosociale impact van hun werk, houden specialisten van onze Psychosocial Care Unit (PSCU) briefings en debriefings met onze medewerkers voor en na hun missies. In 2007 werd 70% van de teruggekeerde veldmedewerkers gedebriefd. In 15 gevallen brachten specialisten van de PSCU bezoeken aan een veldteam kort na traumatische gebeurtenissen, om ter plaatse steun te bieden. De PSCU houdt de ontwikkelingen rond haar werk bij. In 2007 bleef het stressniveau van de veldmedewerkers op een aanvaardbaar niveau en leek er per saldo sprake te zijn van een afname van dat niveau in vergelijking tot 2006. kwaliteit Medewerkers verhogen

Om de kwaliteit van onze medewerkers te waarborgen zijn in 2007 verschillende maatregelen genomen om het potentieel van veldmedewerkers te behouden en verder te ontwikkelen. Er werden meer mogelijkheden gecreëerd om managementvaardigheden te ontwikkelen. In totaal namen 717 mensen deel aan een trainingsprogramma dat uit diverse technische en managementcursussen bestond. In negen trainingen werden nationale medewerkers aangemoedigd hun professionele kwaliteiten en managementvaardigheden te ontwikkelen.

medewerkers uit projectlanden Meer betrekken

Artsen zonder Grenzen moet internationale medewerkers inzetten omdat zij neutrale buitenstaanders zijn in de vele conflictgebieden waar we werken. Toch zouden onze projecten onmogelijk kunnen worden uitgevoerd zonder de duizenden medewerkers die worden geworven in de projectlanden zelf. Zij verlenen onmisbare diensten in uiteenlopende functies, van artsen en chirurgen tot bewakers en magazijnmeesters. De lokale medewerkers vormen bovendien een waardevolle band met de samenlevingen waarin onze teams werken en bieden inzichten die we anders niet zouden hebben. Per 31 december 2007 waren bij de hulpprojecten van Artsen zonder Grenzen Nederland circa 5.602 medewerkers uit de projectlanden zelf actief, een afname van 850 in vergelijking met 2006. Deze daling werd vooral veroorzaakt door de sluiting en overdracht van noodhulpprojecten. De laatste paar jaar zijn wij ons gaan realiseren dat we meer oog moeten hebben voor de ervaring en competenties die veel lokaal geworven medewerkers inbrengen in ons werk. In 2007 hebben twee kantoormedewerkers in Amsterdam zich voor dit doel ingezet. Aan trainingsprogramma’s voor internationale medewerkers zijn extra sessies toegevoegd waarin beter management van medewerkers uit de projectlanden zelf centraal stond. Bovendien werden lokale medewerkers voor het eerst uitgenodigd om lid te worden van de Vereniging Artsen zonder Grenzen. In 2008 wordt een studie uitgevoerd om te bezien of ervaren lokale medewerkers meer toegang kunnen krijgen tot coördinerende functies binnen onze projecten. In alle missies zullen de arbeidsvoorwaarden en het overige personeelsbeleid gelijk zijn. Er wordt een centrale database geïnstalleerd om zaken rond deze medewerkers beter te kunnen opvolgen. Ook zal voor hen een basispakket sociale voorzieningen worden ingevoerd.

17


Verwachte inkrimping kantoor Amsterdam

Eind 2007 bedroeg het totale aantal fte op de kantoren van Artsen zonder Grenzen in Amsterdam, Berlijn, Londen en Toronto 336. Op 31 december 2006 was dat getal 304. Het aantal fte in Amsterdam bleef met 179 in 2007 gelijk aan het niveau van 2006. De tijdelijke groei van het aantal administratieve functies werd teruggedraaid, terwijl de projectondersteuning op het kantoor in Amsterdam tijdelijk moest worden uitgebreid. Hoofddoel van deze uitbreiding was kwaliteitsverbetering bij de uitvoering van noodhulpprojecten en de bijbehorende ondersteunende processen. Het ging daarbij vooral om logistieke ondersteuning (inkoop, transport en opslag van medicijnen). Bovendien is Artsen zonder Grenzen van plan meer chirurgieprogramma’s te starten en worden de behandelprotocollen voor patiënten met bepaalde ziekten steeds complexer, waardoor er meer onderzoek en ondersteuning nodig is. Het aantal veldprojecten zal naar verwachting niet stijgen in 2008. Dit biedt de mogelijkheid om de verhouding kantoormedewerkers/veldmedewerkers dichter bij de gewenste verhouding van 1 op 3 te brengen. Daarom wordt verwacht dat het aantal medewerkers van het kantoor in Amsterdam in 2008 zal dalen. 5 Kantoormedewerkers

Kantoorcontracten in fte*

2005

2006

2007

167

179

179

Kantoormedewerkers (per 31 december)

209

218

212

Mannen

37%

43%

44%

Vrouwen

63%

57%

56%

Fulltime

53%

62%

60%

Parttime

47%

38%

40%

Nederlandse nationaliteit

77%

75%

73%

Overige nationaliteiten

23%

25%

27%

basis van het ‘Poortwachterprotocol’ in samenwerking met onze arbodienst. De betrokken managers en coördinatoren op het hoofdkantoor en in het veld worden opgeleid en ondersteund om risico’s met betrekking tot ziekte, veiligheid en welzijn van medewerkers te voorkomen en te beheersen. Artsen zonder Grenzen heeft een arbeidsongeschiktheids- en overlijdensrisicoverzekering met wereldwijde dekking voor haar internationale medewerkers. 6 Ziekteverzuim

(alleen hoofdkantoor in Amsterdam)

2005

2006

2007

Inclusief arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, exclusief zwangerschapsverlof

3,9%

3,6%

4,7%

In 2007 lag het ziekteverzuim iets boven het streefcijfer van 4,5%. Er zijn maatregelen genomen om het percentage te verlagen en een ziekteverzuim te realiseren van maximaal 3,5%. Ondernemingsraad

Artsen zonder Grenzen Nederland heeft een ondernemingsraad waarin negen kantoormedewerkers en twee veldmedewerkers zitting hebben. In 2007 vergaderde de ondernemingsraad één keer per week. In de regelmatige vergaderingen met het managementteam stelde de ondernemingsraad diverse onderwerpen aan de orde, waaronder de noodzaak om een uitgebreidere visie te ontwikkelen op het personeels- en arbobeleid binnen het hoofdkantoor. Bij het vacant komen van de functie van arbocoördinator heeft de ondernemingsraad gepleit voor een snelle vervulling. Verder kwam de ondernemingsraad met het managementteam overeen om een personeelsenquête te houden naar de tevredenheid van de medewerkers en de beleving van de arbeidsomstandigheden. Deze enquête zal worden gehouden in 2008.

* Exclusief externe medewerkers en projectondersteuning. Terugdringing van ziekteverzuim

Artsen zonder Grenzen hanteert een helder beleid om de risico’s van ziekte en arbeidsongeschiktheid te verminderen. Voor alle medewerkers gelden beleidsregels en procedures ter voorkoming van ziekte. Op kantoor gelden de richtlijnen en bepalingen van de Arbowet en zijn een arbodienst en een bedrijfsarts beschikbaar. De begeleiding van zieke werknemers gebeurt op 18

In december 2007 is uitvoerig met vertegenwoordigers van het management onderhandeld over de arbeidsvoorwaarden voor 2008. Omdat in de loop van het jaar enkele raadsleden Artsen zonder Grenzen hebben verlaten, waren nieuwe verkiezingen voor de ondernemingsraad noodzakelijk. Sinds januari 2008 is een nieuwe ondernemingsraad in functie, bestaande uit tien leden. Eén zetel is vacant gebleven.


Communiceren over ons werk Ons werk is niet alleen bedoeld om mensen te helpen in de landen waar we werken. We beschouwen het ook als een essentieel onderdeel van ons werk om mensen te betrekken bij onze activiteiten en bij het lot van de mensen die wij helpen. In mei 2007 openden we de fototentoonstelling Noodkreet, hoe leuk moeten we het maken? Voor deze gelegenheid had een groep kunstenaars bestaande uit een modeontwerper, een filmregisseur, een schilder en een tatoeëerder nieuwe kunstwerken gemaakt en gedoneerd. De werken waren geïnspireerd door foto’s uit de collectie van Artsen zonder Grenzen. Op 31 mei werd de expositie in Amsterdam geopend door burgemeester Job Cohen. De kunstwerken waren te zien in nog tien Nederlandse steden en kregen veel aandacht in de media. Na afloop van de tentoonstelling werden de kunstwerken geveild op eBay. De tentoonstelling werd mede mogelijk gemaakt door de Nationale Postcode Loterij.

We beschouwen het als een essentieel onderdeel van ons werk om mensen te betrekken bij onze activiteiten en bij het lot van de mensen die wij helpen In de zomer van 2007 lanceerden we de publiciteitscampagne Wij blijven vechten, die erop gericht was ons imago te versterken en onze naamsbekendheid bij de Nederlandse bevolking te vergroten. Onderdeel van de campagne was een speciale website, www.geefonsdemiddelen.nl, waar internetbezoekers virtueel konden ‘meelopen’ met een dokter van Artsen zonder Grenzen tijdens consulten met vier patiënten. Na elk consult vroeg de dokter aan de virtuele bezoeker om het werk van Artsen zonder Grenzen voor medische hulpverlening te steunen. De campagne bracht de naamsbekendheid van Artsen zonder Grenzen bij het Nederlandse publiek op recordhoogte (21% spontane naamsbekendheid direct na de campagne tegenover 14% zes maanden eerder). Artsen zonder Grenzen nam in mei en juni deel aan het Dunya Festival en het Festival Mundial. We nodigden bezoekers uit voor een ontmoeting met een van onze veldmedewerkers. In totaal hebben we zo 1.550 mensen direct geïnformeerd over ons werk. Achteraf hebben we echter geconcludeerd dat

het veel inspanning en geld kost om via dit soort evenementen grote aantallen mensen te betrekken bij ons werk. Een vorm van direct contact die wel bevredigende resultaten opleverde, waren de 167 lezingen die teruggekeerde veldmedewerkers hielden voor verenigingen, studentengroepen en andere organisaties. In 2007 hebben we meegewerkt aan de publicatie van twee boeken: Wat gebeurde er met Cathy M.? van schrijfster Jessica Durlacher en Bellen blazen in Burundi van de kinderboekenillustrator en -schrijfster Marit Törnqvist. De boeken waren bedoeld om de aandacht te vestigen op de hoge sterftecijfers onder kraamvrouwen in veel van de landen waar wij werken en op de relatief eenvoudige manieren waarop Artsen zonder Grenzen en andere organisaties ze kunnen helpen verlagen. De uitgeverijen De Bezige Bij en Querido steunden de projecten door de publicatie- en promotiekosten voor hun rekening te nemen. De boeken zijn te koop bij grotere boekwinkels. In de loop van het jaar hebben we ook een aantal kwesties en situaties in projectlanden via de media onder de aandacht gebracht. In maart werd veel aandacht besteed aan ons rapport over de verwoestende gevolgen van co-infectie met hiv/aids en tbc. Het hele jaar gaven we interviews over de uitzichtloze situatie in Somalië en in september protesteerden we tegen de onbereikbaarheid van de bevolking in de door conflicten verscheurde regio Ogaden in Ethiopië. In augustus en september kreeg ons pleidooi voor onafhankelijke humanitaire hulp, weergegeven in ons jaarverslag van 2006, ruime aandacht. In de laatste maanden van het jaar gaven we interviews over de tragedies die zich afspeelden in Darfur en de Democratische Republiek Congo. Ook ons overzicht van tien vergeten humanitaire verhalen, gepubliceerd in december, zette een klein golfje van mediabelangstelling in beweging. We houden onze donateurs regelmatig op de hoogte via ons tijdschrift Hulppost, dat in 2007 vijf keer verscheen. Het werd verspreid onder bijna 530.000 donateurs. Onze maandelijkse elektronische nieuwsbrief had meer dan 54.000 abonnees in 2007, een stijging van 9.000 (20%) ten opzichte van 2006. Ook de belangstelling voor onze website nam toe: ruim 250.000 bezoekers bezochten in 2007 de website van Artsen zonder Grenzen, een stijging van 11% ten opzichte van het jaar daarvoor.

19


Publieksdonaties zijn essentieel Om minder afhankelijk te worden van financiering door overheden en instellingen hebben we de fondsenwerving onder particuliere donateurs in 2007 opgevoerd. De kosten van fondsenwerving onder particulieren stegen in 2006 en 2007 door investeringen in wervingsactiviteiten. In 2006 startten we een grote telemarketingcampagne die in 2007 werd voortgezet. Tot nu toe hebben de investeringen in telemarketing een zeer hoog rendement opgeleverd. Tegelijkertijd is een nieuwe donateursdatabase in gebruik genomen waarmee we onze inkomsten beter kunnen analyseren en toekomstige fondsenwervingscampagnes kunnen voorbereiden. In Nederland ontvingen we gedurende het jaar € 33,1 miljoen aan donaties, € 5,1 miljoen meer dan de € 28,0 miljoen in 2006, een stijging van 18,2%. In totaal was € 3,8 miljoen van de stijging te danken aan eigen fondsenwerving door Artsen zonder Grenzen. De inkomsten uit legaten en erfenissen namen eveneens met € 1,3 miljoen toe.

Ellen Damsma (l), managing director van de Nationale Postcode Loterij, overhandigt de bijdrage voor 2007 aan Albertien van der Veen, voorzitter van Artsen zonder Grenzen.

Het aantal donateurs van Artsen zonder Grenzen is de laatste 12 maanden toegenomen met 9,3%, van 412.000 tot 450.417 Het aantal donateurs van Artsen zonder Grenzen is de laatste 12 maanden toegenomen met 9,3%, van 412.000 tot 450.417. Net als in 2006 waren telemarketing en direct mail de meest succesvolle wervingsmethoden. Vanwege de positieve resultaten van onze verhoogde inspanningen wordt de investering in 2008 voortgezet, waarna de kosten van fondsenwerving zich op een lager niveau zullen stabiliseren. De door onze eigen fondsenwerving gegenereerde inkomsten zullen naar verwachting met ongeveer 10% per jaar stijgen. De meeste donaties worden verworven via automatische incasso. Ons doel is donateurs direct een machtiging tot automatische incasso te laten afgeven of eenmalige donateurs over te halen ons te steunen via een automatische incasso. Dit laatste gebeurt voornamelijk via telemarketing.

20

Per 31 december 2007 steunden 252.417 mensen ons via automatische incasso, een stijging van 21,9% ten opzichte van 2006. Een zeer gewaardeerde bijdrage aan de financiering van Artsen zonder Grenzen wordt geleverd door de Nationale Postcode Loterij. In 2007 vernieuwden Artsen zonder Grenzen en de Nationale Postcode Loterij hun samenwerking in de vorm van een overeenkomst voor vijf jaar ter waarde van circa € 15 miljoen per jaar. In onze contacten met particuliere donateurs streven we naar een zo hoog mogelijk serviceniveau. Elk klacht wordt serieus genomen en meegenomen in de verbetering van onze processen. We houden een klachtenregister bij en hanteren een klachtenprocedure: in 2007 is elke klacht binnen vijf dagen afgehandeld.


In het Strategisch Plan 2007-2010 werd de verwachting uitgesproken dat de inkomsten uit fondsenwervingsactiviteiten van zusterorganisaties zouden stijgen. De resultaten van de fondsenwerving van een aantal zusterorganisaties in andere landen bleven echter achter de verwachtingen. Het gevolg is dat de inkomstenplanning moet worden herzien. Dit dient te gebeuren in het eerste kwartaal van 2008. In 2007 zijn de leden van de internationale organisatie Médecins Sans Frontières (zie pagina 5) overeengekomen middelen in principe te delen. Deze overeenkomst garandeert dat een meer diverse groep landenorganisaties zorg draagt voor een constantere fondsenstroom voor de noodhulpprojecten die worden uitgevoerd door Artsen zonder Grenzen.

Beperking van risico’s Als prominente medische noodhulporganisatie hebben we te maken met zeer uiteenlopende mogelijke risico’s. Om deze zoveel mogelijk te beperken, bestaat er een uitgebreide reeks procedures en maatregelen voor alle aspecten van ons werk. Veiligheid in de projecten

Om de mensen te bereiken die onze hulp het meest nodig hebben, moeten we vaak werken in instabiele regio’s. Hoewel we ons uiterste best doen om alle onnodige risico’s uit te sluiten, aanvaarden we dat een zeker risico onvermijdelijk is. De veiligheid van onze hulpverleners in het veld is de directe verantwoordelijkheid van de operationeel managers in de hoofdkantoren. Zij worden specifiek getraind in risicoanalyse en omgaan met veiligheid. Voor elke veldmissie worden gedetailleerde veiligheidsbepalingen en -plannen vastgesteld, waarin strategieën, specifieke maatregelen en verantwoordelijkheden worden beschreven. Voordat een nieuw project van start gaat, voeren we een grondige risicoanalyse uit. We zorgen ervoor dat we worden geaccepteerd door te onderhandelen met autoriteiten en andere relevante partijen en we nemen afdoende beveiligingsmaatregelen ter bescherming van onze medewerkers. Alle medewerkers worden grondig voorgelicht, waarna ieder van hen de keuze heeft om de risico’s al dan niet te aanvaarden en de missie te weigeren als hij of zij de risico’s te groot vindt. Artsen zonder Grenzen accepteert

ieders individuele keuze en maakt duidelijk dat die geen negatieve gevolgen zal hebben voor eventuele toekomstige samenwerking. Wij zullen onze teams vanzelfsprekend nooit willens en wetens blootstellen aan gericht geweld. Als we bijvoorbeeld in een bepaald land een specifiek dreigement ontvangen, zullen we het betrokken team terugtrekken totdat de situatie is opgehelderd of de spanning is afgenomen. In een aantal gevallen hebben we de activiteiten van een missie aangepast of zelfs helemaal opgeschort.

Om de mensen te bereiken die onze hulp het meest nodig hebben, moeten we vaak werken in instabiele regio’s. Hoewel we ons uiterste best doen om alle onnodige risico’s uit te sluiten, aanvaarden we dat een zeker risico onvermijdelijk is Desondanks zijn in 2007 verschillende van onze missies geconfronteerd met incidenten zoals beroving, plundering en bedreiging. In totaal hebben zich zestig significante incidenten voorgedaan (57 in 2006). Gelukkig is in deze gevallen geen van onze medewerkers ernstig gewond geraakt, al waren er vaak wel aanzienlijke psychische gevolgen voor de betrokkenen. In vrijwel alle gevallen ontvingen zij zorg van de Psychosocial Care Unit (zie pagina 17). Tot ons verdriet ontvielen ons door de gevolgen van algehele onveiligheid en bij gebeurtenissen die geen verband hielden met onze activiteiten, een aantal collega’s uit de projectlanden zelf. Beproefd medisch handelen

Ons medisch werk vindt plaats volgens een uitgebreide reeks richtlijnen en protocollen voor klinisch handelen en geneesmiddelengebruik. Deze zijn het resultaat van meer dan dertig jaar ervaring in medische noodhulp. De richtlijnen zijn ‘evidence-based’ en worden regelmatig herzien en geactualiseerd. De kwaliteit van de gebruikte geneesmiddelen wordt gegarandeerd door een zeer streng beleid van kwaliteitsbewaking. Al onze medische medewerkers moeten hun kwalificaties kunnen aantonen, alsmede een certificaat overleggen waaruit blijkt dat zij van onbesproken professioneel gedrag zijn. Verder is er een klachtenprocedure voor medische fouten of nalatigheid.

21


Een realistisch beeld

Artsen zonder Grenzen is een bekende organisatie en heeft in Nederland een geloofwaardig imago. Deze vooraanstaande positie is van cruciaal belang voor het realiseren van onze doelen op het gebied van communicatie, fondsenwerving en het aantrekken van goede medewerkers. Schade aan onze reputatie kan daarom grote gevolgen hebben voor onze organisatie. Om het risico van schade tot een minimum te beperken trachten we transparant te zijn over alle aspecten van ons werk en een realistisch beeld over te brengen van wat Artsen zonder Grenzen wel en niet kan doen, waar we succesvol zijn geweest en waar niet. Dit doen wij door openlijk en eerlijk te communiceren via onder meer onze website en ons donateurstijdschrift, en door intensieve, continue contacten met de media. Daarnaast hebben we heldere procedures voor als zich een calamiteit voordoet, zodat we zelfs in de zwaarste omstandigheden alle betrokkenen tijdig en correct kunnen informeren.

22


2 Projecten In 2007 werkte Artsen zonder Grenzen in dertig landen, waarvan zestien in Afrika, zeven in Azië, vier in Centraal-Azië en het Midden-Oosten, twee in Caraïbisch gebied en Zuid-Amerika en één in Europa. Vijf projectlanden werden gedurende het jaar gesloten omdat de rol van Artsen zonder Grenzen hier door de toegenomen stabiliteit was uitgespeeld. De missies in Moldavië, Sri Lanka en Papoea Nieuw Guinea werden in 2007 gestart.

Gebruikte afkortingen

AA

Auswärtiges Amt (Duitsland)

MSF-B

Médecins Sans Frontières België

BuZa

Ministerie van Buitenlandse Zaken

MSF-C

Médecins Sans Frontières Canada

CIDA

Canadian International Development Agency

MSF-G

Médecins Sans Frontières Germany (Duitsland)

DFID

Department for International Development (Groot-Brittannië)

MSF-HK

Médecins Sans Frontières Hong Kong

ECHO

European Commission Humanitarian Aid Office

MSF-IO

Médecins Sans Frontières International Office

EU

European Union

MSF-J

Médecins Sans Frontières Japan

MSF-Lux

Médecins Sans Frontières Luxemburg

Ireland Aid (DCI) Development Cooperation Ireland - Ireland Aid NORAD

Norwegian Agency for Development Cooperation

MSF-S

Médecins Sans Frontières Sweden

NRMFA

Royal Norwegian Ministry of Foreign Affairs

MSF-SP

Médecins Sans Frontières Spanje

PSI

Population Services International

MSF-N

Médecins Sans Frontières Noorwegen

SHO

Samenwerkende Hulporganisaties

MSF-UK

Médecins Sans Frontières United Kingdom (Verenigd Koninkrijk)

Sida

Swedish International Development Cooperation Agency

MSF-USA

Médecins Sans Frontières United States of America

UNAIDS

Joint United Nations Programme on HIV/AIDS

UNFPA

United Nations Population Fund

MSF

UNHCR

United Nations High Commissioner for Refugees

MSF-sectie L andenorganisatie van Médecins Sans Frontières

UNICEF

United Nations Children’s Fund

WFP

United Nations World Food Program

NPL

Nationale Postcode Loterij

MSF-A

Médecins Sans Frontières Austria (Oostenrijk)

VFI

Brancheorganisatie Vereniging Fondsenwervende Instellingen

(Verenigde Staten) Médecins Sans Frontières (Artsen zonder Grenzen) (Artsen zonder Grenzen)

23


Nationale medewerkers in fte’s: 57 Projectkosten 2007 in euro’s: 1.062.086 afgesloten in 2007

Angola

Internationale medewerkers in fte’s: 9 Gefinancierd door: publieksdonaties, Nationale Postcode Loterij, MSF-G, MSF-UK

Een cholerabehandelcentrum van Artsen zonder Grenzen in Angola. © Artsen zonder Grenzen

24

Afrika


Het is inmiddels vijf jaar geleden dat de regering van Angola een wapenstilstand sloot met de rebellenbeweging UNITA. De jaren van geweld en het voortdurend vluchten voor de oorlog zijn verleden tijd. Dankzij de sterke groei

Luanda

van de economie beschikt de regering over voldoende middelen. Toch blijft

1

2

de situatie uiterst zorgwekkend, met name in de afgelegen gebieden waar de bevolking het moet zien te rooien in de meest elementaire omstandigheden. Door het gebrek aan materiaal en getraind personeel is de capaciteit van de gezondheidszorg nog steeds beperkt. Door landmijnen en slechte infrastructuur zijn sommige gebieden slecht toegankelijk.

Ontwikkelingsgerichte aanpak

De gezondheidssituatie in Angola is na drie decennia van burgeroorlog nauwelijks verbeterd. De sterftecijfers voor pasgeborenen en kinderen onder de vijf jaar behoren tot de hoogste ter wereld. Malaria is endemisch in Angola en doodsoorzaak nummer 1 in dit land. Andere belangrijke ziekten en doodsoorzaken zijn luchtweginfecties en diarreeziekten. Uit de hoge cijfers voor kraamvrouwensterfte blijkt dat reproductieve zorg voor velen niet beschikbaar is. Artsen zonder Grenzen is de afgelopen jaren in actie gekomen bij talrijke epidemieën, onder andere van Marburgkoorts en cholera.

Hoewel Artsen zonder Grenzen lang aanwezig is geweest in Angola en aanzienlijke inspanningen heeft geleverd om de noodlijdende bevolking te voorzien van medische hulp, zijn wij ons ervan bewust dat de behoefte aan medische zorg nog altijd schrijnend is. Onze expertise ligt echter op het bieden van medische hulp in acute noodsituaties. Het is nu tijd voor een ontwikkelingsgerichte aanpak waarmee structuren kunnen worden opgezet die de Angolese bevolking voor de langere termijn voorzien van medische zorg. Voortzetting van onze projecten in Angola zou neerkomen op het uitvoeren van activiteiten die eigenlijk zouden moeten worden uitgevoerd door het ministerie van Volksgezondheid. Artsen zonder Grenzen heeft alles in het werk gesteld om de overdracht van de projecten mogelijk te maken. Ondanks onze inspanningen hebben we niet voor alle programma’s partijen kunnen vinden die de projecten wilden overnemen. Aangezien er weinig internationale ontwikkelingsorganisaties actief zijn, hebben we de meeste programma’s overgedragen aan het ministerie van Volksgezondheid. In augustus 2007 is Artsen zonder Grenzen vertrokken uit Angola.

Verwaarloosde bevolking

Sinds 1983 voert Artsen zonder Grenzen in het hele land medische projecten uit. In [1] Malanje behandelden we hiv/aids, tuberculose en malaria. In de regio [2] Xá-Muteba, een gebied dat tijdens de oorlog ontoegankelijk was, verleenden onze teams directe gezondheidszorg aan de sterk verwaarloosde bevolking bij wie grote medische behoeften bestonden. Beide projecten zijn in mei 2007 beëindigd.

25

afgesloten in 2007

Doodsoorzaak nummer 1

Angola

Medische behoeften nog steeds groot


Bangladesh

Nationale medewerkers in fte’s: 13 Internationale medewerkers in fte’s: 134 Projectkosten 2007 in euro’s: 1.786.600 Gefinancierd door: publieksdonaties, Nationale Postcode Loterij, MSF-G, MSF-HK, MSF-L, MSF-SP, MSF-UK, MSF-USA

Distributie van geneesmiddelen na de cycloon in Bangladesh. © Eddy van Wessel

26

Afrika


Al tientallen jaren steken statenloze Rohingya’s uit Myanmar (Birma) de grens over naar Bangladesh. Zij vormen een moslimminderheid in Myanmar, een land dat hen niet als staatsburgers erkent en waar zij dwangarbeid moeten verrichten. Hun land wordt in beslag genomen en zij zijn niet vrij om te gaan waar ze willen, noch om te trouwen met wie ze willen. Eenmaal aangekomen in Bangladesh hoeven ze echter op weinig bescherming te rekenen.

Dhaka

Statenloze Rohingya’s:

nergens welkom

2

Pleitbezorging

strijd tussen de centrale regering en inheemse stammen, die werden gediscrimineerd en gemarginaliseerd. Aan dit conflict is in 1997 een einde gekomen. Dankzij de verbeterde infrastructuur zijn de bestaande gezondheidsinstellingen nu goed te bereiken voor de bevolking. Bovendien komen er ook meer hulpverleningsinstanties in de regio. Door overstromingen was er een toename van diarreegevallen in juli en augustus. Artsen zonder Grenzen voerde een grootschalige interventie uit om de faciliteiten in Dhaka te ondersteunen bij de behandeling van waterige diarree. Er zijn meer dan 1.800 mensen met diarree behandeld (bij ongeveer 30% van hen was er sprake van cholera). In november werd Bangladesh getroffen door de cycloon Sidr, die volgens officiële cijfers meer dan drieduizend slachtoffers maakte en waardoor honderdduizenden dakloos werden. Artsen zonder Grenzen bood met mobiele hulpposten hulp aan slachtoffers in een aantal zeer afgelegen gebieden die waren getroffen door deze natuurramp. Weg uit Bangladesh

Project gesloten

Begin mei 2007 heeft Artsen zonder Grenzen het project in de [2] Chittagong Hill Tracts beëindigd. Wij zijn acht jaar werkzaam geweest in deze oostelijke regio. We konden het project voor een deel overgedragen aan de lokale gezondheidsinstanties. Toen Artsen zonder Grenzen hier in actie kwam, kampte deze regio met de naweeën van een twintig jaar durende gewapende

Aangezien de regering van Bangladesh van plan is om het vluchtelingenkamp Tal te verplaatsen naar een geschiktere plek en Artsen zonder Grenzen bezig is het huidige project in Teknaf over te dragen aan andere organisaties, is het onze bedoeling het land voor het einde van 2008 te verlaten.

27

1

Bangladesh

Artsen zonder Grenzen bekommert zich al jaren om het lot van de Rohingya’s in Bangladesh. In 2006 zijn wij een project gestart in [1] Teknaf, een regio in het uiterste zuiden van het land langs de grens met Myanmar. De focus van het project lag in 2007 vooral op het verbeteren van de beschikbaarheid van gezondheidszorg, met name voor de negenduizend bewoners van het geïmproviseerde vluchtelingenkamp Tal. Daarnaast heeft Artsen zonder Grenzen voortdurend aandacht gevraagd voor de benarde toestand van de Rohingya’s en andere internationale hulpverleningsinstanties aangespoord ook iets aan dit probleem te doen. Het afgelopen jaar waren wij actief in een polikliniek (met ongeveer 1.200 consulten per week) en een voedingscentrum (zo’n 2.170 aanmeldingen in 2007) vlak bij het kamp Tal. Luchtweg- en huidinfecties waren de meest voorkomende ziekten. In april 2007 opende Artsen zonder Grenzen twee units met elk twintig bedden in de kampen Kutupalong en Nayapara bij de stad Teknaf. Aan het einde van het jaar waren hier 3.800 patiënten opgenomen en behandeld.


Nationale medewerkers in fte’s: 193 Internationale medewerkers in fte’s: 12

afgesloten in 2007

Burundi

Projectkosten 2007 in euro’s: 1.876.257 Gefinancierd door: publieksdonaties, Nationale Postcode Loterij, CIDA, Ireland Aid, ECHO, MSF-G, MSF-UK, MSF-USA

Zwangere vrouwen bij de hulppost van Artsen zonder Grenzen in het vluchtelingenkamp Musasa in het noorden van Burundi. © Jennifer Warren

28


Sinds er in 2005 democratische verkiezingen zijn gehouden en het een jaar geleden tot een staakt-het-vuren kwam tussen de regering en de laatste rebellengroepering, behoort het bloedige conflict in Burundi tot het verleden. Er is internationale hulp toegezegd en er zijn aanzienlijke inspanningen verricht om de stabiliteit in het land te vergroten.

Bujumbura

Tijd voor de volgende fase Tekort aan gezondheidswerkers

Artsen zonder Grenzen is actief in Burundi sinds 2001 en heeft daar drie ziekenhuizen en talrijke hulpposten ondersteund. Er hebben teams gewerkt in vluchtelingenkampen voor Congolezen en Rwandezen die het geweld in hun eigen land waren ontvlucht. Artsen zonder Grenzen kwam in actie bij voedselcrises, voorzag in malariabehandelingen, leverde moederen-kindzorg en gespecialiseerde hulp aan slachtoffers van seksueel geweld. Sinds 2003 richten wij ons op het leveren van zorg aan slachtoffers van seksueel geweld. Dit werk wordt nu stevig ondersteund door de regering en lokale ngo’s. Artsen zonder Grenzen heeft duizenden mensen behandeld die het slachtoffer zijn geworden van seksueel geweld. Andere organisaties zetten de hulpverlening aan hen voort.

Ontwikkelingshulp

De situatie in Burundi vraagt nu om hulp bij de wederopbouw en ontwikkeling. Deze ondersteuning wordt in toenemende mate geleverd door andere organisaties. Daarom heeft Artsen zonder Grenzen besloten om haar activiteiten over te dragen aan het ministerie van Volksgezondheid en de Europese Unie. In 2007 heeft de organisatie het land verlaten.

29

afgesloten in 2007

Vooruitgang geboekt

Ook op andere gebieden is vooruitgang geboekt. Artsen zonder Grenzen heeft ervoor gezorgd dat het nationale protocol met betrekking tot de behandeling van malaria is aangepast. In 2005 werd de voorkeursbehandeling veranderd van chloroquine in de effectievere combinatiebehandeling op basis van artemisinine (ACT). AidspatiĂŤnten kunnen nu op verschillende locaties terecht voor een behandeling met aidsremmers. PatiĂŤnten moeten momenteel betalen voor gezondheidszorg, maar de regering heeft nu een wet aangenomen die voorziet in gratis gezondheidszorg voor vrouwen en kinderen jonger dan vijf jaar.

Burundi

Burundi is een van de armste landen ter wereld. De burgeroorlog heeft geleid tot een ernstig tekort aan gezondheidswerkers. Malaria en luchtweginfecties zijn de twee meest voorkomende dodelijke aandoeningen. Kraamvrouwensterfte vormt een ander nijpend probleem. Vaak moeten zwangere vrouwen dagen lopen om de dichtstbijzijnde hulppost te bereiken.


Centraal-Afrikaanse Republiek

Nationale medewerkers in fte’s: 190 Internationale medewerkers in fte’s: 27 Projectkosten 2007 in euro’s: 3.553.163 Gefinancierd door: publieksdonaties, Nationale Postcode Loterij, AA, CIDA, DFID, ECHO, MSF-G, MSF-UK, MSF-USA

Basiskamp van Artsen zonder Grenzen in Markounda, een dorp in het noorden van het district Ouham. Van hieruit runnen teams drie mobiele hulpposten in de omgeving. © Ton Koene

30


Eind 2005 zijn er gevechten uitgebroken tussen regeringstroepen en verschil-

3 2

lende rebellengroepen in het noorden van de Centraal-Afrikaanse Republiek

1

te brengen. Er zijn dorpen aangevallen, geplunderd en door brand verwoest. De mensen zochten hun toevlucht in het nabijgelegen onherbergzame oerwoud en hadden nauwelijks toegang tot gezondheidsvoorzieningen. Burgers zijn bovendien regelmatig het slachtoffer van geweld door bandieten.

4 Bangui

Te bang om terug te keren Verstoken van medische hulp

De regio’s in het noorden zijn bijna volledig verstoken van gezondheidszorg. Vele dorpelingen en ontheemden die in het oerwoud verblijven hebben geen fatsoenlijk dak boven hun hoofd en kampen met een tekort aan voedsel en medische hulp. Ze zijn vatbaar voor behandelbare ziekten, zoals malaria, die bij gebrek aan medische voorzieningen levensbedreigend kunnen zijn. Meer dan honderdduizend consulten

In 2007 heeft Artsen zonder Grenzen gezondheidsposten ondersteund en met mobiele en vaste klinieken medische hulp geleverd in het noordwesten en noordoosten van het land. In de eerste acht maanden van het jaar hebben we meer dan honderdduizend consulten verzorgd en tienduizenden mensen behandeld voor malaria en andere besmettelijke ziekten die vaak te wijten zijn aan slechte leefomstandigheden. Door de algehele onveilige situatie zagen wij ons regelmatig genoodzaakt om onze mobiele klinieken te sluiten. Hierdoor was de bevolking vaak enkele weken verstoken van gezondheidszorg. In juni werd Elsa Serfass, een hulpverlener van Artsen zonder Grenzen, doodgeschoten door rebellen. Als gevolg hiervan hebben we onze activiteiten in het noordwesten van de Centraal-Afrikaanse Republiek voor langere tijd teruggeschroefd. Met name in [1] Vakaga, een afgelegen provincie in het noordoosten van het land, zijn de bewoners, die verspreid leven en vaak ontheemd zijn, moeilijk te bereiken. In het regenseizoen is het gebied alleen te bereiken

per vliegtuig, quad en motor. Er zijn geen nieuwe programma’s of uitbreidingen van bestaande programma’s in Vakaga gepland voor 2008. We richten ons op het consolideren van de huidige programma’s die begin 2007 zijn opgestart. Wel zullen we de activiteiten van onze mobiele hulpposten uitbreiden om de verspreid levende bevolking door het volgende regenseizoen te helpen. Het psychosociale hulpprogramma dat al is geïntegreerd in één vaste hulppost in [2] Gordil, zal ook worden geïmplementeerd in een andere vaste hulppost in [3] Birao. De psychosociale steun kan van levensbelang zijn voor de bevolking, die het afgelopen jaar massaal op de vlucht is geslagen en het slachtoffer is geworden van geweld. Het programma dat door Artsen zonder Grenzen wordt uitgevoerd in [4] Boguila in het noordwesten van het land is een uitstekend voorbeeld van geïntegreerde zorg. We zijn hier slechts één jaar actief en de hulpverlening op het gebied van hiv/aids en tuberculose, kraamzorg en chirurgische zorg loopt nu al op rolletjes. Uitdaging

De grootste uitdaging voor alle teams die actief zijn in de CentraalAfrikaanse Republiek is het opzetten van effectieve projecten voor de ontheemde bevolking, met name vanwege het gebrek aan gekwalificeerd medisch personeel.

31

Centraal-Afrikaanse Republiek

(CAR). Velen hebben hun huizen moeten ontvluchten om zichzelf in veiligheid


Colombia

Nationale medewerkers in fte’s: 95 Internationale medewerkers in fte’s: 20 Projectkosten 2007 in euro’s: 2.752.562 Gefinancierd door: publieksdonaties, Nationale Postcode Loterij, MSF-C, MSF-G, MSF-UK

Medisch coördinator Luis Encinas en arts Wilson Didier onderzoeken een zesjarig meisje in de gezondheidspost van San Miguel (Rio San Juan). © Francesco Zizola

32


Al 45 jaar is Colombia het toneel van een extreem gewelddadig conflict.

7

Guerrillagroeperingen blijven vechten tegen regeringstroepen, terwijl

4

paramilitaire eenheden in veel delen van het land zich weer doen gelden.

3 6 2

1

De burgers zijn het kind van de rekening. Het geweld, de angst en de onveiligheid tekenen het dagelijks leven van miljoenen Colombianen.

5

Hele regio’s worden verscheurd door het conflict. Humanitaire hulp is nog altijd schaars en de regering voldoet niet aan haar plicht om slachtoffers

Bogota

van geweld en ontheemden te beschermen en bij te staan.

Het kind van de rekening Psychosociale zorg

Basisgezondheidszorg

Artsen zonder Grenzen runt mobiele hulpposten die basisgezondheidszorg bieden aan de geïsoleerde plattelandsgemeenschappen die het meest zijn getroffen door het conflict. We werken niet alleen rond de drie projectlocaties in het bergachtige departement [1] Norte de Santander, maar ook langs de grens met Venezuela in de noordelijke departementen [2] Sucre, [3] Bolívar en [4] Córdoba, en in het westelijke kustdepartement [5] Chocó. Alle projecten voorzien ook in hulpverlening aan Colombianen die van het platteland naar de stad zijn gevlucht. De hulpverlening aan ontheemden is geconcentreerd in de vaste hulppost in de stad [6] Sincelejo, in het departement Sucre. In de regio Catatumbo (departement Norte de Santander) bieden onze teams hulp aan gemeenschappen die geïsoleerd zijn geraakt als gevolg van

het conflict. Het gaat hier om bewoners van het platteland, ontheemden, vrouwelijke slachtoffers van gendergeweld, sekswerkers en kinderen. Er zijn ook teams actief in stedelijke sloppenwijken. Artsen zonder Grenzen is er in 2007 in geslaagd om toegang te krijgen tot de regio [7] Montes de Maria in het departement Sucre, waar we zijn begonnen met het verstrekken van basisgezondheidszorg aan de geïsoleerde bevolking. Dit project kon van start gaan toen er een einde was gekomen aan de blokkade die alle internationale organisaties drie jaar lang de toegang tot het gebied belette. Bereik vergroten

Artsen zonder Grenzen is van plan om het bereik van haar programma’s op het platteland te vergroten. Daarnaast willen we de hulpverlening aan ontheemden in de steden ontwikkelen door gezondheidszorg op het gebied van seksualiteit en reproductie en psychosociale programma’s aan te bieden. Ook willen we in 2008 aandacht vragen voor slachtoffers van seksueel geweld, zodat zij gemakkelijker een beroep kunnen doen op gezondheidszorg. Tenslotte zijn we van plan om informatie te verschaffen over ons werk met gemeenschappen die na maanden of jaren van ontheemding terugkeren naar hun dorpen. 33

Colombia

Veel Colombianen in de afgelegen plattelandsgebieden en de overvolle steden van het land kunnen nog altijd niet beschikken over primaire en secundaire gezondheidszorg. Doordat de bevolking jarenlang blootstond aan geweld, is er massaal behoefte aan psychosociale hulpverlening. Artsen zonder Grenzen heeft de psychosociale zorg volledig geïntegreerd in haar projecten.


Democratische Republiek Congo

Nationale medewerkers in fte’s: 381 Internationale medewerkers in fte’s: 71 Projectkosten 2007 in euro’s: 11.672.392 Gefinancierd door: publieksdonaties, Nationale Postcode Loterij, CIDA, MSF-C, MSF-G, MSF-UK, MSF-USA, UNICEF

Het ontheemdenkamp Chefferie, waar zo’n 4.000 mensen wonen, in de stad Kichanga in Noord-Kivu. © Andrew McConnell

34


Ondanks democratische verkiezingen en vredesonderhandelingen in de provincies voortdurend geteisterd door conflicten. De overgrote meerderheid van de bevolking in dat gebied zag zich genoodzaakt te vluchten en een veilig heenkomen te zoeken. Niet zelden waren burgers het doelwit en slachtoffer van het geweld. Veel vrouwen zijn het slachtoffer geworden van seksueel geweld. Hulp is voor hen slechts in beperkte mate bereikbaar. Vijftien jaar oorlog, geweld en ontheemding hebben hun tol geëist van de bevolking. Daarnaast blijft de medische situatie in de zuidoostelijke provincie

4

Katanga zorgwekkend.

6 7

5 9

Kinshasa

Democratische Republiek Congo

8

2

1

3

Duidelijke taak

Er is in Katanga een duidelijke taak weggelegd voor Artsen zonder Grenzen. De meeste mensen hebben geen toegang tot basisgezondheidszorg. Malaria grijpt snel om zich heen en omdat in DRC vaccinatieprogramma’s ontoereikend zijn, kunnen kinderziekten als de mazelen maar al te gemakkelijk fatale gevolgen hebben. Zowel geweld als epidemieën blijven een stempel drukken op het land. Het schrikbarende aantal slachtoffers van het geweld vraagt om grootschalige medische ondersteuning en tevens om hulp om de behoeften op psychosociaal gebied het hoofd te kunnen bieden. Onvoldoende hulpverlening

In Katanga kwam Artsen zonder Grenzen in actie bij diverse uitbraken van mazelen en cholera. In de steden [1] Dubie en [2] Shamwana werd er een psychosociaal programma voor getraumatiseerde mensen opgezet. Aangezien er onvoldoende hulpverlening beschikbaar is in Katanga, zorgde Artsen zonder Grenzen snel voor een verbetering van de wateren sanitaire voorzieningen in het gebied. In [3] Kilwa, Dubie en Shamwana, en in omringende hulpposten hebben wij meer dan 130.000 patiënten

behandeld, duizenden kinderen ingeënt tegen mazelen en veel chirurgische ingrepen uitgevoerd. In Noord-Kivu is Artsen zonder Grenzen actief in het ziekenhuis in [4] Walikale en elf gezondheidsposten in de omgeving. In [5] Masisi bieden teams zorg via een ziekenhuis en mobiele hulpposten. Artsen zonder Grenzen heeft hier meer dan 131.000 consulten verzorgd en 30.000 malariapatiënten behandeld. Wij boden eveneens zorg aan cholerapatiënten in kampen voor ontheemden in de buurt van [6] Goma. In Zuid-Kivu heeft Artsen zonder Grenzen binnen het hiv/aidsproject in [7] Bukavu meer dan 2.500 patiënten behandeld en in [8] Baraka hebben onze teams 85.000 consulten verzorgd. In veel gevallen ging het om malaria. Eind 2007 hebben wij acht gezondheidsposten overgedragen aan andere internationale organisaties. Nu aan het geweld in de regio [9] Shabunda zo goed als een einde is gekomen en er nu behoefte is aan ontwikkelingshulp, heeft Artsen zonder Grenzen haar activiteiten hier overgedragen aan andere organisaties. Als de veiligheidssituatie het toelaat, zal Artsen zonder Grenzen haar inspanningen in de conflictgebieden in de provincie Noord-Kivu opvoeren. 35

Democratische Republiek Congo

Noord- en Zuid-Kivu werd het oosten van de Democratische Republiek Congo (DRC)


Ethiopië

Nationale medewerkers in fte’s: 232 Internationale medewerkers in fte’s: 20 Projectkosten 2007 in euro’s: 2.867.684 Gefinancierd door: publieksdonaties, Nationale Postcode Loterij, CIDA, ECHO, MSF-G, MSF-UK

Hulpverlening in Humera, gericht op voorlichting over hiv/aids en het voorkomen ervan. © Pep Bonet / Noor

36


1

Ethiopië is een van de dichtstbevolkte en meest verarmde landen in Afrika.

2

3/4

De meerderheid van de bevolking leeft in afgelegen gebieden en heeft geen toegang tot adequate gezondheidszorg. De voornaamste gezondheidsproblemen zijn malaria, hiv/aids, tuberculose en ondervoeding.

Addis Ababa

Meer zorg voor kala-azarpatiënten

5

en slachtoffers van geweld Aids en epidemieën

Geen middelen

Hoewel kala-azar in Ethiopië nu officieel erkend is als ziekte, zijn er geen middelen beschikbaar gesteld om patiënten via het gezondheidssysteem te behandelen. Zonder behandeling is het sterftepercentage van kala-azar bijna 100%. Met de juiste zorg echter ligt het genezingspercentage rond de 92%. Artsen zonder Grenzen runt behandelcentra in de steden [1] Humera en [2] Abdurafi in de noordelijke regio’s Tigray en Amhara. In mei heeft Artsen zonder Grenzen het hiv/aidscomponent van het project in Humera (750 patiënten) succesvol overgedragen aan het ministerie van Volksgezondheid. We blijven hier nog wel zorg verlenen aan kala-azarpatiënten. In Abdurafi zijn we begonnen met de behandeling van 380 hiv/ aidspatiënten, van wie er 152 levensverlengende aidsremmers krijgen. Net als in 2006 brak er in augustus een epidemie van acute waterige diarree uit in de regio’s Amhara en Tigray. Artsen zonder Grenzen zetten een behandelcentrum op in Abdurafi, waar binnen tien weken 450 patiënten werden opgenomen. Het team ondersteunde ook twee

behandelunits in de steden [3] Dansha en [4] Baeker. In Humera runden we twee behandelcentra voor cholera, waar meer dan duizend patiënten werden verzorgd. Toen het geweld tussen regeringstroepen en rebellen van het Nationaal Bevrijdingsfront van Ogaden (ONLF) escaleerde, zag Artsen zonder Grenzen zich in juli gedwongen de stad [5] Werder in de oostelijke regio Ogaden te verlaten. Daar waren we in april net met een gezondheidsprogramma voor de begeleiding voor zwangere vrouwen gestart. Artsen zonder Grenzen heeft openlijk haar bezorgdheid uitgesproken over de bescherming van burgers en hun recht op toegang tot humanitaire hulp. Na maanden lobbyen en onderhandelen kon het team aan het einde van het jaar de activiteiten in Werder hervatten. Overdracht

In 2008 zal Artsen zonder Grenzen doorgaan met het overdragen van het project in Humera. Hierbij zal nauw worden samengewerkt met de gezondheidsinstanties om de continuïteit van de zorg voor de kala-azarpatiënten te waarborgen. In Abdurafi zal de hulp aan hiv- en kala-azarpatiënten en ondervoede mensen worden voortgezet. In Werder zijn we van plan onze projecten op het gebied van moeder- en kindzorg verder uit te bouwen. Bij beide projecten ligt de nadruk op het ondersteunen en verbeteren van bestaande, door de overheid gerunde gezondheidsvoorzieningen.

37

Ethiopië

Na Zuid-Afrika is Ethiopië is het land met het hoogste aantal hiv-besmettingen en aidsgerelateerde doden in Afrika. Malaria is de derde doodsoorzaak in Ethiopië en de voornaamste oorzaak van sterfte van kinderen onder de vijf. Bovendien zijn er vaak uitbraken en epidemieën van meningitis en mazelen. In sommige gebieden zijn ziekten als kala-azar endemisch. Deze ziekte wordt overgebracht door zandvliegen en vernietigt het immuunsysteem.


Nationale medewerkers in fte’s: 209 Internationale medewerkers in fte’s: 10 Projectkosten 2007 in euro’s: 3.044.794 Gefinancierd door: publieksdonaties, Nationale Postcode Loterij, MSF-A, MSF-C, MSF-UK,

Haïti

MSF-USA, Sida

Nadine Dimanche (15) is zojuist bevallen in het Jude Anne-ziekenhuis in Port-au-Prince. Artsen zonder Grenzen verleent hier gratis medische hulp aan vrouwen met verhoogde zwangerschapsrisico’s. © Joost van den Broek 38


De politieke, maatschappelijke en economische situatie in Haïti bleef in 2007 penibel. De VN-stabilisatiemacht MINUSTAH heeft weliswaar gezorgd voor een stabielere situatie in de hoofdstad Port-au-Prince, maar door een combinatie van politieke en criminele invloeden is de veiligheid voor de bevolking niet verbeterd. In de sloppenwijken lijdt de bevolking onder de zeer slechte leefomstandigheden. De bewoners hebben nauwelijks toegang tot medische zorg en worden geterroriseerd door plaatselijke bendes. De overheid besteedt weinig aandacht aan de bewoners van de sloppenwijken.

Verloskundige hulp dringend nodig

Port-au-Prince

EclampsiE

Opmerkelijke prestatie

In maart opende Artsen zonder Grenzen het Jude Anne Hospital voor verloskundige noodhulp. Het is het enige ziekenhuis in Haïti waar deze hulp gratis beschikbaar is. Eind 2007 waren hier 18.000 vrouwen bevallen. Dat is een opmerkelijke prestatie voor een ziekenhuis met 63 bedden in een stad met 2,5 miljoen inwoners. In het ziekenhuis vindt maandelijks 20–25% van de bevallingen in [1] Port-au-Prince plaats. In juni 2007 is Artsen zonder

Grenzen begonnen met hulpverlening in hulpposten in drie sloppenwijken: La Saline, Pelé Simon en Solino. Wij bieden hier zwangerschapszorg, kraamzorg en verwijzen patiënten indien nodig door naar het ziekenhuis. Psychosociale zorg

In 2008 zal Artsen zonder Grenzen noodhulp blijven bieden aan vrouwen in de sloppenwijken van Port-au-Prince. In de hulpposten zullen we ook programma’s voor psychosociale zorg opnemen en een evaluatie uitvoeren van de behoeften op dit vlak. Artsen zonder Grenzen onderzoekt nu de behoefte aan een pilotprogramma voor hulpverlening bij bevallingen in de vorm van een zogenaamd maison de naissance, waarmee reguliere verloskundige hulp voor vrouwen in de sloppenwijken binnen bereik zou komen. Voor het zover is, moet eerst worden gekeken wat de consequenties zijn van de plannen van het ministerie van Volksgezondheid om in 2008 gratis verloskundige hulp te gaan bieden.

39

Haïti

Haïti heeft de hoogste kraamvrouwensterfte op het westelijk halfrond, met ongeveer 630 sterfgevallen op 100.000 geboorten. De meeste vrouwen zijn het slachtoffer van eclampsie (hoge bloeddruk die coma en overlijden tot gevolg kan hebben). Door de aanhoudende crisissituatie in het land ondervinden alle structuren voor openbare gezondheidszorg in de hoofdstad aanzienlijke problemen. In de stedelijke sloppenwijken is het voor vrouwen door de voortdurende dreiging van (seksueel) geweld moeilijk om gebruik te maken van gezondheidszorg.


Nationale medewerkers in fte’s: 325 Internationale medewerkers in fte’s: 23 Projectkosten 2007 in euro’s: 2.865.074 Gefinancierd door: publieksdonaties, Nationale Postcode Loterij, CIDA, ECHO, MSF-C, MSF-G,

India

MSF-HK, MSF-UK

Een mobiele hulppost in Jaigur (Chhattisgarh). Tegen de achtergrond van het schitterende landschap van Bastar speelt zich een conflict af dat de autochtone bevolking van Adivasis op de vlucht heeft gejaagd. © Kadir van Lohuizen/NOOR 40


India heeft meer dan een miljard inwoners en is daarmee qua inwonersaantal na China het grootste land ter wereld. Het is tegenwoordig een economische wereldmacht met een jaarlijkse groei van gemiddeld 8% . Dit is indrukwekkend, maar niettemin verkeren miljoenen inwoners in extreme armoede. Ongeveer driehonderd miljoen Indiërs hebben minder dan een dollar per dag te besteden. De armoede is op het platteland het ergst en gaat vaak gepaard met hoge cijfers voor analfabetisme en slechte gezondheid. In India spelen

1

New Delhi 4

bovendien vele regionale conflicten, waarvan velen het bestaan niet weten.

3

2

Hulp bij armoede en vergeten conflicten Gewelddadige conflicten

Jarenlang geweld

In 2007 was Artsen zonder Grenzen actief in de westelijke staat [1] Kasjmir, langs de grens met Pakistan. De inwoners hebben hier jarenlang te lijden gehad onder geweld tussen gewapende militante groeperingen en het leger. Artsen zonder Grenzen bood psychosociale ondersteuning en basisgezondheidszorg aan degenen die het zwaarst door de crisis waren getroffen. Het project in de centraal gelegen staat [2] Chhattisgarh was gericht op mensen die geïsoleerd waren geraakt door een conflict tussen staatstroepen en maoïstische guerrilla’s en voor wie gezondheidszorg daardoor moeilijk bereikbaar was. In de oostelijke staat [3] Manipur boden we met hulpposten basisgezondheidszorg, met de nadruk op diagnose en behandeling van mensen met hiv/aids. Het slepende conflict in Manipur heeft geresulteerd in vele psychische problemen. We hebben een psychosociaal hulpverlener naar de regio gestuurd om de dringendste behoeften op dat vlak te inventariseren. In oktober 2007 hebben we het project voor basisgezondheidszorg in de

oostelijke staat [4] Assam afgesloten omdat de plaatselijke gezondheidsinstanties aan de behoeften konden voldoen. Na onze lobby bij het ministerie van Volksgezondheid van Assam werd bewerkstelligd dat de zeer effectieve artemisinine-combinatietherapie (ACT) voor malariapatiënten werd voortgezet – een programma dat door ons was gestart. Psychiatrische zorg

In 2008 zal Artsen zonder Grenzen in Chhattisgarh basisgezondheidszorg blijven bieden aan plaatselijke gemeenschappen die door het conflict geïsoleerd zijn geraakt. Onderdeel hiervan is de behandeling van malaria. Het programma voor basisgezondheidszorg op het platteland van Kasjmir zal worden uitgebreid met psychiatrische zorg. Ons team zal ook basistraining voor psychiatrie geven aan medewerkers van het ministerie van Volksgezondheid. In Manipur zullen we het programma voor geïntegreerde basisgezondheidszorg uitbreiden naar gebieden die tevens door conflicten worden geteisterd, zoals het district Chandel. We zullen de situatie in Assam blijven volgen en ons blijven inzetten voor de totstandkoming van een protocol waardoor ACT in deze staat als voorkeursbehandeling van malaria zal worden geïmplementeerd.

41

India

Maar liefst 46% van Indiase kinderen jonger dan drie jaar is ondervoed. Voor miljoenen mensen is gezondheidszorg niet of nauwelijks beschikbaar. Honderdduizenden gaan gebukt onder de vele gewelddadige conflicten.


Projectkosten 2007 in euro’s: 1.909.820 Gefinancierd door: publieksdonaties, Nationale Postcode Loterij, MSF-G, MSF-HK 42

© MSF

Irak

Internationale medewerkers in fte’s: 4


Irak verkeert in een toestand van chaos. De bevolking lijdt onder een gebrekkige dienstverlening en verkeer over de grond is vrijwel onmogelijk. Er is altijd het gevaar van een bomaanval of andere vormen van geweld. Bagdad

Steun op afstand

Amman

Door corruptie, wanbeleid en de uittocht van medisch personeel als gevolg van het geweld is de kwaliteit van de gezondheidszorg in Irak sterk afgenomen. Tegelijkertijd is het door geweld, ontheemding, armoede en het instellen van een avondklok voor veel mensen moeilijker om een beroep te doen op medische hulp. Ziekenhuispersoneel rapporteert voortdurend dat het moeilijk is om de grote aantallen gewonden, ook onder de burgers, te helpen. Ziekenhuizen kampen met een gebrek aan medicijnen en andere middelen, problemen bij het uitvoeren van medische triage en het steriliseren van de apparatuur, het bieden van postoperatieve zorg en de behandeling van infectieziekten.

kunnen trainen. Daarnaast werd een training gegeven in de opvang van gewonden en een training op het gebied van geestelijke zorg bij noodsituaties. Voor deze sessies werden de betreffende gezondheidswerkers naar Amman gebracht. Het huidige programma heeft meerdere doelen. Naast op korte termijn levens redden en lijden verlichten, willen we relaties opbouwen met de belangrijkste betrokken partijen in Irak en mensen vertrouwd maken met Artsen zonder Grenzen. Op deze manier hopen we omstandigheden te creĂŤren die het mogelijk maken de noodlijdende Iraakse burgers beter van dienst te kunnen zijn.

Hulp op afstand

Sterke relaties

In 2007 ondersteunde Artsen zonder Grenzen vijf Iraakse ziekenhuizen die ernstig door het geweld waren getroffen. Omdat het door de onveilige situatie in Irak onmogelijk was om medewerkers in het land zelf te laten werken, werden deze ziekenhuizen ondersteund door een team in de Jordaanse hoofdstad Amman. De ziekenhuizen kregen verdovingsmiddelen, pijnstillers en chirurgische apparatuur. Ook is een cursus gegeven waarin mensen werden getraind zodat zij op hun beurt anderen

Dit programma bewijst dat Artsen zonder Grenzen sterke relaties met Iraakse partijen kan opbouwen en dat we bij door geweld getroffen gemeenschappen de bekendheid en vertrouwdheid met Artsen zonder Grenzen kunnen verbeteren. In 2008 zal het team verder bouwen aan de contacten met de ziekenhuizen die betrokken zijn bij het programma. Ook zullen we proberen door onderhandeling te bereiken dat we Irak in mogen om de hulpverlening uit te kunnen breiden.

43

Irak

Gebrek aan medische zorg


Nationale medewerkers in fte’s: 317 Internationale medewerkers in fte’s: 15 Projectkosten 2007 in euro’s: 3.871.218 Gefinancierd door: publieksdonaties, Nationale Postcode Loterij, CIDA, DFID, ECHO, MSF-C,

© Ton Koene

Ivoorkust

MSF-G, MSF-UK, Sida

44


2007 betekende voor Ivoorkust een doorbraak. Het land werd na het conflict in 2002/2003 in tweeën gedeeld: een door de regering gecontroleerd gebied in het zuiden en een rebellengebied in het noorden. Het vredesakkoord dat in maart 2007 op initiatief van president Gbagbo werd ondertekend, maakte het mogelijk dat na

3 1

Yamoussoukro

jarenlange vergeefse internationale diplomatie de Zone de Confiance (een door de VN- en Franse vredestroepen gecontroleerde bufferzone) werd ontmanteld. Hiermee werd een begin gemaakt aan pogingen om het noorden en zuiden te herenigen.

Overdracht van activiteiten gepland Gezondheidszorg onbereikbaar

Overdracht

Nu de regering de controle over de gezondheidszorg weer in handen wil nemen, is Artsen zonder Grenzen in 2007 begonnen met de overdracht van activiteiten aan het ministerie van Volksgezondheid. In oktober hebben we de medische activiteiten afgesloten in de steden [1] Bin Houyé en [2] Zouan Hounien in het uiterste westen. Wel hebben we het grootste deel van de hulpverlening voortgezet in het ziekenhuis van [3] Danané, dat voorheen in rebellengebied lag. Het betrof secundaire gezondheidszorg voor ontheemden, geïntegreerde zorg voor tbc- en hiv-patiënten en behandeling

van ondervoeding. Daarnaast bood Artsen zonder Grenzen in het district Danané primaire gezondheidszorg met drie mobiele hulpposten en vijf vaste hulpposten. Evaluatie

Artsen zonder Grenzen zal in 2008 de activiteiten overdragen aan het ministerie van Volksgezondheid en andere partners in het district Danané. Daarnaast zullen we evalueren of er nog reden is om in het land te blijven. De hoge cijfers voor chronische ondervoeding vragen om grotere investeringen van de regering. Tot aan het afsluiten van het laatste project in juni 2008 zullen we ons blijven inzetten voor vrijstellingen in het geplande systeem van patiëntenbijdragen, zodat kinderen jonger dan vijf jaar, zwangere vrouwen en mensen met chronische infecties gratis kunnen worden geholpen. Alleen zo kunnen deze kwetsbare groepen de voor hen essentiële medische zorg ontvangen.

45

Ivoorkust

Ondanks de positieve politieke ontwikkelingen is gezondheidszorg voor de meeste inwoners nog steeds maar beperkt beschikbaar. De regering heeft besloten patiëntenbijdragen in de gezondheidszorg te introduceren. Door deze maatregel zal gezondheidszorg voor grote delen van de bevolking onbereikbaar worden. Malaria, acute luchtweginfecties, soa’s, tuberculose en hiv zorgen voor gezondheidsproblemen op het platteland.


Nationale medewerkers in fte’s: 35 Internationale medewerkers in fte’s: 5

afgesloten in 2007

Liberia

Projectkosten 2007 in euro’s: 567.684 Gefinancierd door: publieksdonaties, Nationale Postcode Loterij, BuZa, CIDA, MSF-G, MSF-UK

Het St. Francis-ziekenhuis in Cestos City in het district River Cess. Het logo en de naam van Artsen zonder Grenzen worden verwijderd. © Anne Ebner

46


Vier jaar na het einde van de verwoestende burgeroorlog begint Liberia zich langzaam te herstellen. Na de democratische verkiezingen in 2005 zijn de meeste mensen naar huis teruggekeerd. De meerderheid van de

4

bevolking heeft nu toegang tot gezondheidszorg. In 2007 heeft Artsen zonder Grenzen haar activiteiten overgedragen aan het ministerie van

3

Volksgezondheid en andere ngo’s, en heeft de organisatie het land verlaten.

Monrovia

Zorg voor hiv-patiënten in afgelegen gebieden

1/2

Verschrikkelijke omstandigheden

Op het moment van de overdracht stonden er 104 seropositieve patiënten geregistreerd, van wie er 48 met aidsremmers werden behandeld. De ngo Africare zal de klinieken voor primaire gezondheidszorg blijven ondersteunen en het International Rescue Committee heeft zich opgeworpen voor ondersteuning van het ziekenhuis in Sanniquellie, onder andere voor nazorg voor hiv/aids- en tbc-patiënten. Activiteiten terugdraaien

47

afgesloten in 2007

De gezondheidssituatie in Liberia is nog steeds problematisch. De volksgezondheid heeft zwaar te lijden gehad onder het jarenlange conflict en heeft tijd nodig om zich volledig te herstellen. Onze zusterorganisaties in België en Zwitserland zijn van plan om langer in het land te blijven. Artsen zonder Grenzen is echter een noodhulporganisatie en moet voortdurend afwegen waar de aanwezigheid het hardst nodig is. De verbeterde situatie in Liberia heeft Artsen zonder Grenzen doen besluiten de activiteiten in een land terug te draaien.

Liberia

Toen we in 2003 in Liberia kwamen, waren de gevechten net beëindigd. In het land heerste een politiek vacuüm en openbare voorzieningen functioneerden niet. Alle gezondheidsposten die we zagen, waren geplunderd en vernield. Fatsoenlijke gezondheidszorg was voor niemand beschikbaar. Veel mensen leefden onder verschrikkelijke omstandigheden verscholen in het bos. De afgelopen jaren waren we actief in drie locaties in het oosten: de districten [1] Grand Bassa, [2] River Cess en [3] Nimba. De programma’s in Grand Bassa en River Cess zijn in december 2006 aan de regering overgedragen, maar in Nimba zijn we tot april 2007 met onze medische activiteiten doorgegaan. Vanaf oktober 2003 heeft Artsen zonder Grenzen het gezondheidsteam van Nimba ondersteund door te assisteren in vier hulpposten, waar in totaal gemiddeld 5.250 consulten per maand werden gehouden. Daarnaast ondersteunden we het ziekenhuis in [4] Sanniquellie. Hier werden poliklinische zorg, noodhulp en verloskundige chirurgie geboden en er was een verpleegafdeling. Ook behandeling van en zorg aan hiv/aids- en tuberculosepatiënten maakten deel uit van het programma.


Internationale medewerkers in fte’s: 3 Projectkosten 2007 in euro’s: 331.804 Gefinancierd door: publieksdonaties, Nationale Postcode Loterij, MSF-G 48

© Brandon Bannon

Moldavië (Transnistrië)

Nationale medewerkers in fte’s: 25


Sinds Transnistrië zich in 1991 onafhankelijk verklaarde van Moldavië en er een korte maar hevige oorlog uitbrak, is deze overwegend Russischtalige regio in de politieke vergetelheid geraakt. De Moldavische regering blokkeert nu alle geldstromen naar Transnistrië. Naast andere consequenties heeft dit tot gevolg

3

dat het gezondheidsstelsel in erbarmelijke staat verkeert, waardoor vooral

Hiv-patiënten behandelen in een vastgelopen conflict

Tiraspol [1] 2

Financiering

In Transnistrië is het aantal gevallen van hiv/aids volgens officiële statistieken tot vier keer zo hoog als in de rest van Moldavië. Het land ontvangt aanzienlijke sommen geld van internationale instellingen voor de bestrijding van de hiv/aidsepidemie. Door de blokkade van Transnistrië heeft het overgrote deel van deze middelen, vooral die voor zorg en behandeling bij hiv/aids, Transnistrië niet bereikt in 2007. Laten zien wat er mogelijk is

Artsen zonder Grenzen was de eerste internationale ngo die in Transnistrië actief werd. Wij behandelen sinds mei 2007 patiënten met levensverlengende aidsremmers. Het project liet aan andere humanitaire hulpverleners zien dat het wel degelijk mogelijk is om te werken in een regio die door de internationale gemeenschap niet wordt erkend en daardoor is uitgesloten van de hulp die gewoonlijk wordt verleend door intergouvernementele en internationale organisaties. Nadat in nauwe samenwerking met de lokale gezondheidsautoriteiten een grote renovatie was uitgevoerd, heeft Artsen zonder Grenzen in augustus 2007 de eerste poliklinische afdeling geopend in het belangrijkste ziekenhuis van de Transnistrische hoofdstad [1] Tiraspol. Deze locatie is uitgekozen om de behandeling van patiënten met hiv/aids beter te integreren

in de primaire gezondheidszorg. Om dat mogelijk te maken heeft Artsen zonder Grenzen ook speciale trainingen verzorgd voor de medische staf van het regionale ministerie van Volksgezondheid. In september is het programma uitgebreid tot het gevangeniswezen, waar hiv besmetting extreem veel voorkomt. Gedetineerde hiv-patiënten lijden bovendien vaker dan anderen aan meerdere gezondheidsproblemen, waarbij tbc een van de meest voor-komende co-infecties is. Het team van Artsen zonder Grenzen bezocht wekelijks het tbc-ziekenhuis in Bender (bij Tiraspol) om patiënten te behandelen met zowel hiv/aids als tbc. Dit gold ook voor de enige verpleeginrichting voor hiv/aids in de regio, gelegen in de zuidelijke stad [2] Slobozia. In december is het programma uitgebreid met de stad [3] Ribnitza, in het noorden van het land, waar enkele malen per week een hulppost werd bemand. Zelfvoorzienend project

Eind 2007 namen 367 patiënten met hiv/aids deel aan het gezamenlijke project van Artsen zonder Grenzen en het ministerie van Volksgezondheid. In totaal ontvingen 65 patiënten aidsremmers. Artsen zonder Grenzen is momenteel bezig het project zelfvoorzienend te maken zodat het eind 2008 kan worden overgedragen aan de lokale overheid. 49

Moldavië (Transnistrië)

seropositieve patiënten geen goede zorg kunnen krijgen.


Myanmar (Birma)

Nationale medewerkers in fte’s: 970 Internationale medewerkers in fte’s: 26 Projectkosten 2007 in euro’s: 7.128.349 Gefinancierd door: publieksdonaties, Nationale Postcode Loterij, 3 Diseases Fund, ECHO, EU, MSF-A, MSF-G, MSF-HK, MSF-UK, MSF-USA, NRMFA, UN

Soe Moe (38) en zijn vrouw in het dagverblijf van de kliniek van Artsen zonder Grenzen in Yangon. Hij is besmet met tuberculose en hiv. © Chris de Bode

50


Na tientallen jaren geweld en onderdrukking leeft een groot deel van de bevolking van Myanmar in angst en armoede. De meest elementaire mensenrechten worden geschonden 3

en de gezondheidszorg schiet tekort. Er woedt nog steeds een conflict tussen regeringstroepen en opstandige etnische groepen in de grensgebieden. Veel mensen zijn door het geweld en door de angst voor onderdrukking ontheemd geraakt. De leiders hebben het land van de internationale gemeenschap geïsoleerd. Artsen zonder Grenzen is een van de weinige internationale organisaties die actief zijn in Myanmar.

4

Aandacht voor besmettelijke ziekten

1

Pyinmana

2

Myanmar besteedt minder dan 3% van de uitgaven aan gezondheidszorg. Het systeem van openbare gezondheidszorg is goeddeels ingestort. Honderdduizenden die aan behandelbare besmettelijke ziekten lijden hebben hierdoor geen toegang tot medische hulp. 80% van de bevolking woont in gebieden waar malaria heerst en deze ziekte is dan ook nog steeds ziekte- en doodsoorzaak nummer één van het land. De Myanmarese cijfers voor tbc behoren tot de hoogste ter wereld. De plaatselijke bevolking wordt steeds resistenter tegen de beschikbare medicijnen voor tbc en malaria. Hiv/aids verspreidt zich steeds sneller. Kwetsbaarste groepen

In 2007 bleef Artsen zonder Grenzen gezondheidszorg verlenen aan twee van de kwetsbaarste groepen in Myanmar. De eerste groep betreft moslims in de noordelijke staat [1] Rakhine, die geen staatsburger mogen worden en die met geweld worden onderdrukt. Hier verschafte Artsen zonder Grenzen basisgezondheidszorg aan mensen met malaria, tbc en seksueel overdraagbare infectieziekten. In 2007 zijn in het kader van dit project 450.000 mensen op malaria getest. 210.000 mensen bleken besmet en werden behandeld. Daarnaast werkt Artsen zonder Grenzen met hiv/aidspatiënten die te kampen hebben met stigmatisering, discriminatie en gebrek aan fatsoenlijke zorg. In de voormalige hoofdstad [2] Yangon en in de staten [3] Kachin

en [4] Shan boden onze medewerkers uitgebreide zorg aan 16.000 hiv-/aidspatiënten. Het aantal patiënten dat werd behandeld met levensverlengende aidsremmers bedroeg aan het eind van het jaar 8.000. Artsen zonder Grenzen gaf voorlichting, verspreidde condooms en zorgde ervoor dat gebruikte naalden voor schone konden worden ingewisseld. Het team richtte zich vooral op risicogroepen zoals sekswerkers, intraveneuze drugsgebruikers en gastarbeiders. Het aantal patiënten nam zo snel toe dat we halverwege 2007 gedwongen waren een patiëntenstop in te stellen voor het hiv/aidsprogramma. We zijn nu aan het bekijken hoe we de komende jaren met onze beperkte capaciteit deze projecten het best kunnen uitvoeren. Op nationaal en internationaal niveau bleef Artsen zonder Grenzen aandacht vragen voor de situatie van de moslims in Rakhine en de noodzaak om hulp te verlenen aan kwetsbare hiv/aidspatiënten. Artsen zonder Grenzen heeft ook anderen aangezet tot activiteiten om de humanitaire crisis te helpen verlichten. Nieuw programma

In 2008 zullen in de staat Rakhine twee gezondheidsposten worden geopend. In Yangon wordt een nieuw programma gestart voor patiënten met moeilijk te behandelen meervoudig resistente tuberculose.

51

Myanmar (Birma)

Resistentie


Nationale medewerkers in fte’s: 63 Internationale medewerkers in fte’s: 9

Nepal

Projectkosten 2007 in euro’s: 989.102 Gefinancierd door: publieksdonaties, Nationale Postcode Loterij, ECHO, MSF-HK, MSF-UK

Laxmi Shahi (31) ontvluchtte een door maoïstische rebellen beheerst gebied in Nepal en woont nu in het ontheemdenkamp Kirin Khola. © Tomas van Houtryve

52


De nieuwe politieke crisis in Nepal is een bedreiging voor de vredesovereenkomst die een jaar geleden het officiële einde betekende van een elf jaar durend conflict tussen maoïstische rebellen en regeringstroepen. Door politieke en etnische spanningen en individuele wraakzucht heeft Nepal te

1

maken met toenemende onveiligheid.

Wachten op vrede

Kathmandu 3

2

Uit de abominabele gezondheidssituatie in de geïsoleerde berggebieden blijkt nog eens duidelijk hoe weinig de mensen weten van gezondheid en hygiëne. Mensen lijden het meest aan ziekten die voorkomen kunnen worden, zoals luchtweginfecties, huidaandoeningen en diarree. Uitbraken van cholera en andere besmettelijke ziekten komen gedurende het hele jaar regelmatig voor en leiden vaak in een korte periode tot veel doden en zieken. Door gebrek aan reproductieve gezondheidszorg – met name levensreddende chirurgische ingrepen – lopen vrouwen een nog groter risico. Nepalezen hebben ook te maken met discriminatie op het gebied van geslacht, kaste en etniciteit. Vooral vrouwen hebben hieronder te lijden. Zij worden vaak buitengesloten van het gezondheidssysteem, hoewel juist zij vaak de meeste gezondheidsproblemen hebben. Huiselijk geweld viert ook hoogtij en is de directe aanleiding tot gezondheidsproblemen van Nepalese vrouwen. Volgens het ministerie van Volksgezondheid is meer dan de helft van de kinderen in het land ondervoed.

Daarnaast heeft Artsen zonder Grenzen een therapeutisch voedingscentrum geopend. Patiënten verblij-ven hier overdag en gaan ‘s avonds naar huis met speciale energierijke voedingssupplementen. Zo hopen we de hoge ondervoedingscijfers van het gebied naar beneden te brengen. Medewerkers van Artsen zonder Grenzen en het ministerie van Volksgezondheid hebben gespecialiseerde training gekregen op het gebied van geestelijke gezondheidszorg en zijn bovendien in actie gekomen bij talrijke cholera- uitbraken. Medio 2007 heeft Artsen zonder Grenzen het project in [2] Khotang overgedragen aan gezondheidsinstanties van de overheid. Een nieuw project werd gestart in het district [3] Rauthahat in Centraal Terai, waar de plaatselijke bevolking direct te maken heeft met de gevechten tussen gewapende Madheshigroepen en regeringstroepen. Door het conflict is de mobiliteit sterk afgenomen en daarmee ook de mogelijkheden om gebruik te maken van gezondheidszorg.

Speciale aandacht voor vrouwen

uitspreken

In 2001 ging Artsen zonder Grenzen naar de afgelegen berggebieden om degenen te ondersteunen die het meest te lijden hadden onder het maoïstische conflict. In 2005 vond de officiële start van het project in [1] Kalikot plaats, waar we basisgezondheidszorg boden met speciale aandacht voor gezondheidsproblemen van vrouwen. In 2007 hebben we deze activiteiten uitgebreid toen er verbetering kwam in de infrastructuur en in het management van het bij het project betrokken ziekenhuis.

Artsen zonder Grenzen blijft in 2008 in Nepal om de inwoners te helpen die ernstig te lijden hebben gehad onder het conflict, of die te maken hebben met het opvlammende geweld. Behalve het bieden van noodzakelijke medische hulp, wil Artsen zonder Grenzen de gezondheidssituatie van mensen helpen verbeteren door zich uit te spreken over wat wij in ons werk tegenkomen.

53

Nepal

Gebrek aan reproductieve zorg


Nationale medewerkers in fte’s: 62

Nigeria

Internationale medewerkers in fte’s: 12 Projectkosten 2007 in euro’s: 2.030.270 Gefinancierd door: publieksdonaties, Nationale Postcode Loterij, CIDA, MSF-G, MSF-UK, MSF-USA

Distributie van geneesmiddelen bij het ziekenhuis van Lagos. © Ton Koene

54


Nigeria is een land van extremen. Het land heeft het hoogste bevolkingsaantal van Afrika en is de op zes na grootste olieproducent ter wereld, wat de regering veel geld oplevert. De meerderheid van de inwoners

2

leeft echter in extreme armoede. In april 2007 zijn voor het eerst in de geschiedenis van het land verkiezingen relatief vreedzaam verlopen. Hierna maakte de ene democratische regering plaats voor de andere. Er zijn echter ook veel beschuldigingen van verkiezingsfraude geuit. Lagos [1]

Behandeling van hiv mogelijk voor iedereen Medische crisis

Malaria en hiv/aids zijn de meest voorkomende dodelijke ziekten in Nigeria. Naar schatting zijn nu 975.000 inwoners van de economische hoofdstad [1] Lagos seropositief, van wie er 162.000 een behandeling met aidsremmers nodig hebben. Deze medische crisis is verergerd door gevechten tussen verschillende etnische groepen, als gevolg waarvan sinds 1999 11.000 mensen zijn omgekomen en 800.000 mensen hun huizen zijn ontvlucht naar een ander deel van het land.

hebben 1.400 patiënten van deze groep verzorgd in het Lagos General Hospital. Toen het in 2007 duidelijk was dat de regering aanzienlijke vooruitgang had geboekt met het verschaffen van gratis aidsremmers, zijn we begonnen met het overdragen van hiv-activiteiten en -patiënten aan lokale partners en aan het medisch personeel van Lagos General Hospital.

Toen Artsen zonder Grenzen vier jaar geleden begon met het verschaffen van gratis levensverlengende aidsremmers en uitgebreide zorg aan seropositieve patiënten, waren er in Nigeria nog geen andere organisaties die dit deden. In 2006 is er bij presidentieel decreet een nationaal programma opgestart waarbij gratis aidsremmers worden verstrekt aan alle hivpatiënten in Nigeria die deze medicijnen nodig hebben. In 2007 had Lagos 25 behandelingslocaties. In de staat Lagos worden ongeveer 20.000 patiënten behandeld met aidsremmers. Medewerkers van Artsen zonder Grenzen

In 2008 zal Artsen zonder Grenzen zich blijven inzetten voor gratis uitgebreide hulp aan hiv-patiënten (inclusief gratis behandeling van secundaire infecties die vaak voorkomen bij dragers van het virus) totdat de activiteiten in december 2008 definitief worden overgedragen. Tegelijkertijd wordt er een nieuw project gepland in de noordelijke staat [2] Sokoto om de onrustbarend hoge kinder- en kraamvrouwensterfte aan te pakken. Nigeria kent de op zes na hoogste kraamvrouwensterfte ter wereld, elk jaar zijn ongeveer 59.000 vrouwen het slachtoffer. Volgens schattingen ligt het percentage in Sokoto nog hoger. 55

Nigeria

Nieuw project Nationaal programma


Oezbekistan

Nationale medewerkers in fte’s: 69 Internationale medewerkers in fte’s: 12 Projectkosten 2007 in euro’s: 2.089.779 Gefinancierd door: publieksdonaties, Nationale Postcode Loterij, MSF-G, MSF-HK, MSF-J, MSF-UK, Sida Kairat werd opgenomen in de hulppost voor tuberculosepatiënten in Chimabai. Toen de diagnose MDR-tbc bleek te zijn, werd hij verplaatst naar het door Artsen zonder Grenzen gesteunde ziekenhuis voor MDR-tbc-patiënten. © Donald Weber/Atlas Press 56


De inwoners van Karakalpakstan, een autonome regio in Oezbekistan, zijn

2

arm en kampen met een tekort aan gezondheidszorg. De milieuramp die

1

zich voltrekt doordat het nabije Aralmeer steeds kleiner wordt, heeft een

Tasjkent

blijvende en rampzalige invloed op de volksgezondheid en de economie van het gebied, dat sterk afhankelijk was van de visvangst.

Een lange, giftige behandeling:

resistente tuberculose De cijfers voor meervoudig resistente tuberculose (tbc) in de CentraalAziatische republiek Oezbekistan behoren tot de hoogste ter wereld. 13% van de patiënten bij wie nu tbc wordt vastgesteld, heeft meervoudig resistente tuberculose. Dit geldt voor 40% van alle tbc-patiënten die al onder behandeling zijn. De ontwikkeling van meervoudig resistente tuberculose wordt in belangrijke mate in de hand gewerkt doordat men zich zowel in de particuliere als in de staatsgezondheidszorg niet strikt houdt aan vaste protocollen bij het voorschrijven van tbc-medicijnen. Hierdoor werken de medicijnen minder goed en krijgt de tbc-bacterie de kans om de behandeling te overleven en resistent te worden tegen het gebruikte medicijn. Een andere factor is het stigma dat heerst rond tuberculose. Wanneer mensen tbc-achtige symptomen bij zichzelf constateren, gaan ze het liefst zelf dokteren, zodat anderen er niet achter komen dat ze deze ziekte hebben. Dit leidt vaak tot onjuist medicijngebruik.

Behalve met kwaliteitszorg hield het team zich bezig met preventieve maatregelen, gezondheidsvoorlichting en psychosociale steun aan patiënten, hun gezinnen en de gemeenschap in bredere zin. Therapietrouw, controle en psychosociale steun zijn essentieel voor het welslagen van het programma. Patiënten moeten twee jaar lang iedere dag medicijnen nemen om verdere resistentie te voorkomen. De medicijnen die op dit moment beschikbaar zijn werken onvoldoende, zijn zeer giftig en hebben zware bijwerkingen. In juni 2007 namen 468 patiënten in Karakalpakstan deel aan het programma, van wie er 260 onder behandeling waren. Dit is het eerste tbc-programma in het land dat voldoet aan de door de VN goedgekeurde standaard (DOTS-Plus). Het team voerde tevens een geavanceerd operationeel onderzoek uit naar multiresistente tuberculose. Artsen zonder Grenzen deelt de verzamelde gegevens met nationale en internationale organisaties en zet zich ervoor in dat standaarden en protocollen in het hele land worden ingevoerd.

Controle en psychosociale steun

Voorlichtingscampagne

Artsen zonder Grenzen is een van de weinige humanitaire organisaties die in Oezbekistan werken. In 2003 begonnen we, in samenwerking met het ministerie van Volksgezondheid, in de steden [1] Nukus en [2] Chimbai in Karakalpakstan met de behandeling van multiresistente tuberculose.

Artsen zonder Grenzen wil in 2008 een voorlichtingscampagne starten om de kennis van de bevolking over tuberculose te vergroten. We zullen ook proberen het heersende stigma over de ziekte te bestrijden en mensen informeren over het gevaar van bepaalde praktijken, zoals zelf dokteren bij tbc. 57

Azië

Oezbekistan

Meervoudig resistente tuberculose


Nationale medewerkers in fte’s: 138

Pakistan

Internationale medewerkers in fte’s: 13 Projectkosten 2007 in euro’s: 1.683.275 Gefinancierd door: publieksdonaties, Nationale Postcode Loterij, CIDA, ECHO, MSF-A, MSF-C, MSF-G, MSF-UK

Op dinsdag 26 juni bereikte de cycloon Yemyin de kust bij Makran, in de Pakistaanse provincie Balochistan, in het zuidwesten van het land. Duizenden mensen raakten dakloos en zaten zonder voldoende voedsel en water. © Artsen zonder Grenzen 58


2007 was een problematisch jaar voor Pakistan, met onder andere een crisis in de rechterlijke macht, perioden van staat van beleg en voortdurend politiek geweld, dat culmineerde in de bestorming van de Rode Moskee in Islamabad in juli. Gewapende oppositiegroepen in het hele land zijn actiever

2

geworden en er werden terroristische acties uitgevoerd tegen de regering

Islamabad

en westerse doelen. In de aanloop naar de presidentsverkiezingen werd oppositiekandidaat Benazir Bhutto in december vermoord. Tekorten aan

4

elektriciteit, gas en meel, en stijgende prijzen van basisvoorzieningen

3

bemoeilijkten het dagelijks leven.

Gezondheidszorg

1

voor vrouwen

Elk jaar raken meer dan vier miljoen Pakistaanse vrouwen zwanger. Iets meer dan een derde krijgt zwangerschapszorg. In de afgelegen gebieden van Pakistan komt kraamvrouwensterfte veel voor: de cijfers behoren tot de hoogste ter wereld. Geografische barrières maken het voor veel vrouwen moeilijk gezondheidsposten te bereiken. Daarnaast is er een gebrek aan voldoende opgeleide vrouwelijke gezondheidswerkers. Slechts 18% van de bevallingen vindt plaats met deskundige hulp en 80% van de baby’s wordt thuis geboren. Verloskundige noodhulp is alleen in stadsziekenhuizen beschikbaar. Ook hulp aan pasgeboren kinderen is maar zeer beperkt voorhanden, dit geldt met name voor te vroeg geboren baby’s. Verslechterde veiligheidssituatie

In 2004/2005 is Artsen zonder Grenzen begonnen met projecten in de provincies [1] Balochistan en de [2] Noordwestelijke Grensprovincie, die beide aan Afghanistan grenzen. Al deze programma’s zijn geïntegreerd in de faciliteiten van het ministerie van Volksgezondheid en zijn sterk gericht op reproductieve zorg, zorg voor kinderen en hulp aan pasgeborenen. In de Noordwestelijke Grensprovincie ondersteunde Artsen zonder Grenzen honderden gezinnen die door gevechten – vooral met religieuze achtergrond – uit hun huis waren verdreven. Wij verleenden niet alleen

medische zorg maar zorgden ook voor tenten, dekens, kookgerei en voedselpakketten. De resultaten van het eerste halfjaar werden echter overschaduwd door de verslechterde veiligheidssituatie, waardoor het zes maanden lang onmogelijk was voor buitenlands personeel om in dit gebied te werken. In Balochistan zette Artsen zonder Grenzen haar activiteiten in Kuschlak voort, een voorstad van de stad [3] Quetta. Naast diensten op het gebied van reproductieve gezondheidszorg begon het team ook met steun aan vrouwen met psychische problemen. Het programma werd uitgebreid en gezondheidszorg voor moeder en kind wordt nu ook in het burgerziekenhuis van [4] Chaman verstrekt. In juni werd Balochistan getroffen door een krachtige cycloon, die voor hevige overstromingen zorgde. Onze teams verleenden medische basiszorg en behandelden cholerapatiënten. Afgelegen gebieden

Artsen zonder Grenzen zal de huidige programma’s voortzetten en een programma voor verloskundige noodhulp in het ziekenhuis van Chaman opzetten. Daarnaast blijven we proberen om toegang te krijgen tot afge-legen gebieden en conflictgebieden.

59

Pakistan

Kraamvrouwensterfte


Internationale medewerkers in fte’s: 1 Projectkosten 2007 in euro’s: 250.706 Gefinancierd door: publieksdonaties, Nationale Postcode Loterij 60

© MSF

Papoea-Nieuw-Guinea

Nationale medewerkers in fte’s: -


De situatie in Papoea-Nieuw-Guinea is zeer uitzonderlijk. Het eiland is pas dertig jaar onafhankelijk en er wonen honderden stammen, die in totaal 860 talen spreken. De inwoners zijn nog niet vertrouwd met het idee van één natie en een centrale regering. Een groot deel van het

1

land past zich zeer moeizaam aan de moderne wereld aan. De bevolking in zeer afgelegen gebieden.

Port Moresby

Geweld tegen vrouwen Lichamelijk en seksueel geweld

De gezondheidsstatistieken voor Papoea-Nieuw-Guinea behoren tot de zorgwekkendste in het Stille Oceaangebied. De cijfers voor kraamvrouwenen kindersterfte liggen hoog en behandelbare ziekten zoals malaria, longontsteking en tuberculose komen nog steeds veel voor. Naar schatting is in totaal 2% van de volwassen besmet met hiv. In sommige gemeenschappen ligt dit percentage hoger. Aids is een belangrijk gezondheidsprobleem geworden. Geweld in alle lagen van de maatschappij veroorzaakt veel leed. Met name lichamelijk en seksueel geweld tegen vrouwen en kinderen (vooral meisjes) neemt extreme vormen aan. Tegelijkertijd kunnen de gezondheidsfaciliteiten in het land de enorme behoefte aan zorg niet aan.

gingen we steun verlenen aan het Women and Children’s Support Centre in de stad [1] Lae. Dit programma had als doel goede gezondheidszorg op te zetten en andere organisaties een gezondsheidszorgmodel te bieden. Later werd er een nieuwe gezondheidspost gebouwd, waar in december 2007 de eerste patiënten kwamen. Het team verzorgde uitgebreide poliklinische medische en psychosociale zorg aan slachtoffers van gendergeweld, waaronder verkrachting. Ook werkten we in het ziekenhuis van Lae nauw samen met personeel van het ministerie van Volksgezondheid in een poging hier de hulp aan geweldsslachtoffers te verbeteren, vooral bij de eerste hulp. Nieuwe projecten

Onderzoek

In 2006 heeft Artsen zonder Grenzen een eerste ‘fact-finding’-onderzoek uitgevoerd, met de focus op de gevolgen van het geweld in het land. Een tweede onderzoek halverwege 2007 heeft bevestigd dat vrouwen en kinderen nog steeds veel te lijden hadden onder huiselijk en sociaal geweld en dat passende medische en psychosociale steun voor de slachtoffers in de meeste delen van het land vrijwel ontbrak. Op basis van deze bevindingen

Artsen zonder Grenzen is van plan om in 2008 de bestaande diensten van het ziekenhuis verder uit te breiden en om daarnaast op zoek te gaan naar geschikte locaties voor nieuwe projecten. Wanneer de behoefte zich voordoet, zullen we het land op juridisch gebied bijstaan door te helpen met het opstellen van landelijke protocollen en richtlijnen voor hulpverlening, zodat slachtoffers van geweld tegen vrouwen beter kunnen worden geholpen.

61

Papoea-Nieuw-Guinea

van ongeveer zes miljoen mensen woont vooral op het platteland, vaak


Nationale medewerkers in fte’s: 172 Internationale medewerkers in fte’s: 18 Projectkosten 2007 in euro’s: 3.090.524 Gefinancierd door: publieksdonaties, Nationale Postcode Loterij, Medicor Foundation, MSF-A,

© Jiro Ose

Republiek Congo

MSF-G, MSF-UK

62


Als gevolg van het officiële einde van de bloedige strijd in 2003 is de economie van de Republiek Congo weer op gang gekomen, vooral in de hoofdstad Brazzaville en in de oliestad Pointe-Noire. Het ministerie van Volksgezondheid kan nu de verantwoordelijkheid nemen voor gezondheidszorg in de regio Pool, waar Artsen zonder Grenzen haar activiteiten heeft geconcentreerd. Inmiddels is begonnen met het overdragen van onze activiteiten aan het ministerie en aan andere organisaties.

Brazzaville 3

2

Medische behoeften

Er heerst nu weliswaar vrede, maar de inwoners van de steden [1] Mindouli en [2] Kindamba in de regio Pool hebben nog steeds veel medische behoeften. De meest voorkomende ziekten zijn malaria, luchtweginfecties en diarree. Besmettelijke ziekten zoals hiv/aids en tuberculose komen veel voor en er breken regelmatig epidemieën uit.

Eind januari brak er cholera uit in [3] Pointe-Noire en enkele weken later werd de ziekte ook in Brazzaville aangetroffen. Artsen zonder Grenzen heeft het ministerie van Volksgezondheid geholpen om adequaat te reageren. We leverende medicijnen en hielden toezicht houden op de behandeling. Ook hebben we expertise en materiaal geleverd op het gebied van schoon drinkwater en hygiëne. In totaal hebben we 3.785 patiënten behandeld.

Cholera

In 2007 bleef Artsen zonder Grenzen geïntegreerde gezondheidszorg bieden in ziekenhuizen in de steden Mindouli en Kindamba in de regio Pool. De hulp die in de ziekenhuizen werd geboden varieerde van poliklinische zorg en kraamzorg tot zorg voor tbc- en hiv-patiënten, psychosociale bijstand bij trauma’s en chirurgische noodhulp. In de loop van het jaar heeft Artsen zonder Grenzen de verantwoordelijkheid voor onderzoek en behandeling van slaapziektepatiënten overgedragen aan lokale gezondheidsinstanties, maar we blijven hun werk wel volgen. Met behulp van mobiele hulpposten hebben we ook hulp geboden in gemeenschappen buiten Mindouli en Kindamba.

Land verlaten

Medio 2008 zal Artsen zonder Grenzen al haar activiteiten overdragen en het land verlaten. Ten behoeve van de continuïteit van de geboden gezondheidszorg zullen we partners aanwijzen – lokale ngo’s, religieuze organisaties en de Verenigde Naties – die het ministerie van Volksgezondheid in de regio Pool kunnen ondersteunen. Onze teams zullen ook het ministerie ondersteunen in gebieden waar veel gevallen van slaapziekte waren vastgesteld.

63

Republiek Congo

Voorbereidingen voor vertrek

1


Rusland/Noord-Kaukasus

Nationale medewerkers in fte’s: 147 Internationale medewerkers in fte’s: 9 Projectkosten 2007 in euro’s: 4.197.050 Gefinancierd door: publieksdonaties, Nationale Postcode Loterij, MSF-A, MSF-C, MSF-G, MSF-HK, MSF-UK Zaalrondes op de afdeling traumatologie van ziekenhuis nr. 9 in Grozny in Tsjetsjenië. Artsen zonder Grenzen ondersteunt de afdelingen neurochirurgie, traumatologie en intensive care. © Misha Galustov 64


De Russische republieken in de Noord-Kaukasus hebben te kampen met de naweeën van de twee oorlogen die in de jaren negentig van de vorige eeuw in Tsjetsjenië woedden. Het geweld dat hieruit voortvloeide duurt nog steeds voort. De Tsjetsjeense hoofdstad Grozny en veel kleinere steden zijn bij de gevechten in puin gelegd. Vele burgers werden gedwongen hun huis te verlaten. De buurrepubliek Ingoesjetië heeft honderdduizenden Tsjetsjeense vluchtelingen opgenomen. Jarenlang was er nauwelijks is in Tsjetsjenië op grote schaal begonnen met de wederopbouw. Conflicten

Grozny Nazran

op lager niveau blijven echter smeulen en af en toe zijn er uitbarstingen van geweld. Zowel Russische regeringstroepen als rebellenstrijders zijn ruw opgetreden tegen de bevolking.

Herstellen na de oorlog Psychologisch trauma

Artsen zonder Grenzen bood hulp aan mensen in Tsjetsjenië en Ingoesjetië die een psychologisch trauma hebben opgelopen. Tuberculose (tbc) vormt nog steeds een van de ernstigste problemen voor de volksgezondheid in de regio en het Tsjetsjeense nationale tbc-programma is nog niet terug op de oude capaciteit. Artsen zonder Grenzen ondersteunde vier tbc-hulpposten in Tsjetsjenië, waar 300.000 mensen behandeld werden door middel van DOTS-therapie (Directly Observed Treatment Short course). Onze tbcvoorlichters probeerden patiënten te stimuleren om zich aan de strenge behandelingsmethode te houden. Hoewel basisgezondheidszorg langzamerhand steeds toegankelijker wordt, geldt dit niet voor voor veel kwetsbare groepen in de regio, zoals de mensen die in tijdelijke opvangcentra wonen. Artsen zonder Grenzen verzorgt hier elke maand ongeveer 1.000 consulten. Artsen zonder Grenzen

ondersteunde tevens de chirurgische zorg op de afdeling neurochirurgie en op de trauma-afdeling van een van de grootste ziekenhuizen van Grozny. Activiteiten afbouwen

Nu de Tsjetsjeense bevolking zich aan het herstellen is van de oorlog en het ministerie van Volksgezondheid zijn verantwoordelijkheden weer oppakt, zijn we plan om in 2008 enkele activiteiten af te bouwen, met name die op het gebied van basisgezondheidszorg en chirurgie. Behandeling van tuberculose en geestelijke gezondheidszorg blijven in 2008 de hoofdactiviteiten. Er zullen ook enkele nieuwe elementen aan het programma worden toegevoegd, onder andere ondersteuning van het tbc-ziekenhuis van de Tsjetsjeense Republiek in Grozny.

65

Rusland/Noord-Kaukasus

gezondheidszorg beschikbaar. Nu de tweede oorlog officieel voorbij is,


Internationale medewerkers in fte’s: 12 Projectkosten 2007 in euro’s: 1.540.812 Gefinancierd door: publieksdonaties, Nationale Postcode Loterij, CIDA, Irish Aid, MSF-G, MSF-UK, Sida 66

© Pep Bonet

afgesloten in 2007

Sierra Leone

Nationale medewerkers in fte’s: 91


1 2

Bijna vijf jaar na het einde van de gewelddadige burgeroorlog in dit land is het ministerie van Volksgezondheid weer in

Freetown

staat om te voorzien in de meeste medische behoeften in het land. Daarom heeft Artsen zonder Grenzen haar activiteiten in Sierra Leone in 2007 afgesloten.

Zorg voor zwangere vrouwen

Artsen zonder Grenzen is in 1995 in Sierra Leone gekomen om noodhulp te bieden aan de slachtoffers van de oorlog. In de burgeroorlog kwamen 50.000 burgers om, tallozen raakten zwaar verminkt en de infrastructuur werd vernietigd. In 1998 werden onze teams geconfronteerd met een gruwelijke episode in deze oorlog: burgers op het platteland werden systematisch verminkt. De rebellen maakten van het afhakken van ledematen en oren hun handelsmerk. Binnen twee maanden behandelde Artsen zonder Grenzen 225 van zulke gevallen in het Connaught-ziekenhuis in de hoofdstad Freetown. Toen het geweld in 2001 stopte, was het gezondheidssysteem vernietigd en hadden grote delen van de bevolking geen toegang tot medische zorg.

De laatste paar jaar heeft Artsen zonder Grenzen medische zorg geboden op diverse locaties in het hele land. Onze teams hebben zich vooral gericht op de behoeften van zwangere vrouwen en kinderen onder de vijf jaar. Malaria is doodsoorzaak nummer ÊÊn in Sierra Leone. In de eerste zes maanden van 2007 hebben we meer dan 18.000 mensen met deze ziekte behandeld. Eind juli heeft Artsen zonder Grenzen in de districten [1] Kambia en [2] Tonkolili haar programma’s voor basisgezondheidszorg en ondersteuning aan ziekenhuizen overgedragen aan het ministerie van Volksgezondheid. Veel Sierraleoners leven nog steeds in bittere armoede, maar de situatie is sterk verbeterd ten opzichte van de humanitaire crisis die de aanleiding vormde van de komst van Artsen zonder Grenzen. De sterftecijfers blijven echter nog steeds erg hoog. Onze Belgische zusterorganisatie is daarom van plan om voorlopig in Sierra Leone te blijven werken.

67

afgesloten in 2007

Oorlogslachtoffers

Sierra Leone

Tijd voor vertrek


Nationale medewerkers in fte’s: 209

Somalië

Internationale medewerkers in fte’s: 28 Projectkosten 2007 in euro’s: 6.288.030 Gefinancierd door: publieksdonaties, Nationale Postcode Loterij, CIDA, Irish Aid, MSF-A, MSF-C, MSF-G, MSF-UK, MSF-USA

Een jong meisje wacht bij het door Artsen zonder Grenzen gerunde ziekenhuis in Kismaayo totdat het gips, dat ze met henna heeft versierd, van haar been mag. © Alixandra Fazzina

68


Begin 2007 werd de toch al rampzalige humanitaire situatie in Somalië nog eens verslechterd door gevechten tussen troepen van de Federale Overgangsregering (TFG), die door het Ethiopische leger worden ondersteund, en oppositiegroepen. Bij de hevige gevechten in de hoofdstad Mogadishu werd veel geweld tegen

5

burgers gebruikt. Duizenden mensen probeerden zich in veiligheid te brengen door de stad te ontvluchten, wat een groot aantal ontheemden tot gevolg had.

Hulp verlenen in een ineenstortende samenleving

Mogadishu [1]

3

4 2

Noodhulp

patiënten. Zowel in [3] Marere als in het nabijgelegen dorp [4] Jilib hebben wij een voedingsprogramma uitgevoerd. In 2007 heeft het therapeutische voedingscentrum 1.170 patiënten behandeld. Ook heeft het programma voorzien in verloskundige noodoperaties en andere noodhulp. Artsen zonder Grenzen is nog steeds actief in [5] Galkayo, een stad in Centraal-Somalië die door een conflict tussen clans in tweeën wordt gespleten. In het ziekenhuis van Zuid-Galkayo runde het team een van de weinige chirurgische programma’s in Centraal- en Zuid-Somalië. Artsen zonder Grenzen bood kind- en kraamzorg en behandelde per maand gemiddeld 3.500 patiënten. In 2007 traden in Noord-Galkayo 480 patiënten toe tot het tuberculoseprogramma van Artsen zonder Grenzen. Risico’s opnieuw bekeken

In Kismaayo werden drie van onze collega’s gedood. Dit leidde tot een uitgebreid onderzoek naar de toenemende gevaren van het werken in Somalië. We besloten de permanente aanwezigheid van internationale hulpverleners op te schorten totdat de situatie is verbeterd. De projecten worden voortgezet onder leiding van Somalische gezondheidswerkers. Internationale teams brengen op onregelmatige basis controlebezoeken. Door middel van deze bezoeken zullen we ook vaststellen of we op een meer permanente basis kunnen terugkeren met internationale hulpverleners. 69

Somalië

In maart richtte Artsen zonder Grenzen in de regio Hawladag in [1] Mogadishu een cholerabehandelcentrum in, waarbij aan 1.300 patiënten hulp werd verleend. Met mobiele hulpposten bood het team hulp in de ontheemdenkampen. We heropenden de verpleegafdeling en behandelden gemiddeld 150 patiënten per dag, vooral ontheemden die in de hoofdstad woonden. De belangrijkste gezondheidsproblemen betroffen diarree en luchtweginfecties. In september 2007 startte Artsen zonder Grenzen een project in de zuidelijke havenstad [2] Kismaayo voor traumatologie en verloskundige noodhulp. Eind november hebben we een kortdurend programma uitgevoerd om vrouwen met vesicovaginale fistels (VVF) te helpen. In dit kader werden zeventien operaties uitgevoerd. VVF wordt veroorzaakt door een langdurige bevalling en komt vaak voor bij heel jonge vrouwen. Door de voortdurende druk van het babyhoofdje sterft weefsel tussen blaas en vagina af, met als gevolg dat er een onnatuurlijke doorgang ontstaat: een ‘fistel’. Hierdoor lekt er voortdurend urine, waardoor deze vrouwen een sterke, onaangename geur verspreiden en sociale outcasts worden. Met een chirurgische ingreep kunnen de vrouwen van deze aandoening worden genezen, zodat ze weer door de gemeenschap worden opgenomen. In de zuidelijke regio Middle Juba bleven teams van Artsen zonder Grenzen basisgezondheidszorg bieden. Maandelijks hielpen zij er meer dan 3.500


Sri Lanka

Nationale medewerkers in fte’s: 22 Internationale medewerkers in fte’s: 11 Projectkosten 2007 in euro’s: 925.126 Gefinancierd door: publieksdonaties, Nationale Postcode Loterij, MSF-G, MSF-HK, MSF-UK, MSF-USA

Een vrouw waakt bij haar dochter, die ernstige brandwonden heeft opgelopen. In de noordelijke regio Vavuniya en de daaromheen gelegen gebieden vallen elke dag doden of gewonden bij gewelddadige incidenten. © Henk Braam 70


De inwoners van het noorden en oosten van Sri Lanka hebben opnieuw te lijden onder gewapende conflicten. De wapenstilstand in 2002 tussen de regering en de Tamil Tijgers (LTTE) bracht enige hoop en welvaart. Terwijl het land zich nog aan het herstellen was van de verwoestende tsunami van december 2004, laaide de oorlog echter opnieuw op. Dagelijkse gevechten

2 1

aan de frontlinies, luchtbombardementen, bermbommen, zelfmoordaanvallen, mysterieuze ontvoeringen, gedwongen ronseling, afpersing, gebrek aan bewegingsvrijheid en willekeurige arrestaties maken het dagelijks leven in Sri Lanka steeds gevaarlijker.

Opnieuw oorlog

Colombo

en lijden Specialistische medische zorg

het ziekenhuis waarnaar mensen in het door de Tamil Tijgers gecontroleerd gebied worden doorverwezen. In mei 2007 is Artsen zonder Grenzen gestart met een programma in [2] Kilinochchi, in het hart van het gebied van de Tamil Tijgers. In samenwerking met de overgebleven medewerkers van het ministerie van Volksgezondheid bieden we ook hier specialistische zorg. Training

Toestemming

Artsen zonder Grenzen keerde in augustus 2006 terug naar Sri Lanka. We kregen echter pas in januari 2007 toestemming van het ministerie van Volksgezondheid om met de hulpverlening te beginnen. In de loop van 2007 voerde Artsen zonder Grenzen reguliere operaties en noodoperaties uit in [1] Vavuniya, een stad op 17 km afstand van het front. Het team werkte in het ziekenhuis nauw samen met Srilankaanse gezondheidswerkers. Dit is ook

Onze teams zullen medische zorg blijven verlenen aan patiĂŤnten die onder het conflict te lijden hebben. Praktische training voor Sri Lankaanse artsen en verpleegkundigen blijft noodzakelijk, maar is door de bijzonder hoge werklast en het personeelstekort niet altijd uitvoerbaar. We verwachten dat de oorlog in 2008 nog verder zal escaleren. Artsen zonder Grenzen blijft de ontwikkelingen op de voet volgen en is voorbereid op grote aantallen gewonden en vluchtelingenstromen.

71

Sri Lanka

Artsen zonder Grenzen is in Sri Lanka om medische zorg te bieden aan mensen die zijn getroffen door het gewapende conflict. De ziekenhuizen in het noorden en oosten hebben opnieuw gebrek aan specialisten, zodat er geen chirurgische en verloskundige/gynaecologische zorg en medische zorg voor kinderen geboden kan worden. Artsen zonder Grenzen biedt deze specialistische medische zorg zowel in gebieden die door de regering worden gecontroleerd, als in gebieden waar de Tamil Tijgers aan de macht zijn.


Noord-Sudan (Darfur)

Nationale medewerkers in fte’s: 620 Internationale medewerkers in fte’s: 31 Projectkosten 2007 in euro’s: 5.442.111 Gefinancierd door: publieksdonaties, Nationale Postcode Loterij, BuZa, DFID, MSF-C, MSF-G, MSF-UK, MSF-USA

Een rij wachtenden bij een distributiepost in kamp Kalma, vlakbij Nyala, de hoofdstad van Zuid-Darfur. © Sven Torfinn

72


De situatie in Darfur wordt steeds complexer, met steeds weer nieuwe gewapende groeperingen die verschillende doelen nastreven, nieuwe coalities tussen de vechtende partijen, voortdurende onveiligheid op het platteland en toegenomen onveiligheid in de vluchtelingenkampen. Het hele jaar door zijn er aanvallen geweest. Nog altijd moeten zo’n twee miljoen ontheemden moeten zien te overleven in barre omstandigheden. De inwoners zijn het slachtoffer van geweld, worden herhaaldelijk op de vlucht gejaagd en leven in angst.

Nyala [3]

aan ontheemden en slachtoffers van geweld

2

Humanitaire hulp afgenomen

De mensen die een van de overvolle kampen kunnen bereiken, zijn verwikkeld in een continue strijd om de beperkte medische diensten, voedsel, water en onderdak. Op veel plaatsen is er het afgelopen jaar minder humanitaire hulp geboden of is deze verslechterd, doordat zowel de bevolking als de hulpverleners als gevolg van de onveiligheid in hun bewegingsvrijheid werden beperkt. Gedwongen tot evacuatie

In 2007 heeft Artsen zonder Grenzen poliklinische hulp geboden en maandelijks tussen de 1.300 en 1.500 consulten verzorgd. Onze teams hebben ondervoede kinderen behandeld, chirurgische ingrepen verricht en moeder- en-kindzorg, psychosociale zorg en voorlichting geboden. Ook kwamen zij in actie bij de uitbraak van epidemieën. Door aanvallen op kampen en dorpen zagen de internationale medewerkers van Artsen zonder Grenzen zich genoodzaakt Darfur in januari te verlaten.We konden alleen nog enige medische zorg blijven bieden dankzij de toewijding van de Sudanese medewerkers. Toen de stad [1] Muhajariya in Zuid-Darfur in oktober werd aangevallen, bleven medewerkers van Artsen zonder Grenzen ongeveer honderd patiënten per dag behandelen.

Vervolgens breidden zij de beschikbare zorg uit via mobiele hulpposten, waardoor teams hulp konden bieden aan duizenden ontheemden. In het kamp [2] Kalma, vlakbij de provinciehoofdstad [3] Nyala in ZuidDarfur, biedt Artsen zonder Grenzen uitgebreide zorg aan slachtoffers van seksueel geweld. Medewerkers van het psychosociale hulpverleningsprogramma behandelden honderden patiënten in privé- en groepssessies. Mensen konden praten over de enorme psychosociale stress waaronder zij gebukt gaan door hun erbarmelijke leefomstandigheden en door de trauma’s van het voortdurende conflict. Toen 25% van de inwoners van Kalma zich door hevige gevechten gedwongen zag het kamp te verlaten, volgden onze teams deze mensen en boden we zorg door mobiele hulpposten op te zetten en hulpgoederen te verspreiden. In het oostelijke gebied [4] Jebel Marra is Artsen zonder Grenzen een kleine hulppost begonnen, die nu het voornaamste gezondheidscentrum is voor de lokale bevolking en voor de duizenden ontheemden die in dit berggebied wonen. In 2008 zullen teams van Artsen zonder Grenzen doorgaan met het bieden van zorg op vaste locaties en hulpverlening aan de geweldsslachtoffers, zieken en ontheemden. 73

1

Noord-Sudan (Darfur)

Noodhulp

4


Zuid-Sudan

Nationale medewerkers in fte’s: 124 Internationale medewerkers in fte’s: 39 Projectkosten 2007 in euro’s: 6.522.141 Gefinancierd door: publieksdonaties, Nationale Postcode Loterij, MSF-G, MSF-UK

Een vrouw staat bij haar hut aan de rand van Nasir. Veel mensen zijn uit vluchtelingenkampen in de omringende landen teruggekeerd naar Zuid-Sudan. © Sven Torfinn

74


In 2005 tekenden Noord- en Zuid-Sudan een vredesverdrag dat een eind maakte aan 21 jaar burgeroorlog. De gevechten hadden twee miljoen mensen het leven gekost en nog eens vier miljoen mensen dakloos gemaakt. De vrede blijft kwetsbaar en af en toe zijn er geweldsuitbarstingen binnen stammen en tussen verschillende bevolkingsgroepen. Bovendien zijn er nog steeds schermutselingen tussen noordelijke en zuidelijke legers en milities.

Khartoem

De semi-autonome regering van Zuid-Sudan staat voor de gigantische taak om de samenleving opnieuw op te bouwen en haar bevolking een veilige leefomgeving te bieden. De internationale aandacht voor de problemen in Zuid-Sudan is tanende, omdat deze in de ogen van veel mensen minder

3

nijpend zijn dan het geweld in Darfur.

1 2

Te vroeg voor terugtrekking Het vredesverdrag heeft een zekere mate van veiligheid gebracht en gezorgd voor een grotere mobiliteit, maar de gezondheidssituatie is niet verbeterd. Het ministerie van Volksgezondheid heeft onvoldoende capaciteit en door het gebrek aan financiële middelen is het voor veel instanties moeilijk om te blijven werken. Vluchtelingen en de duizenden ontheemden binnen ZuidSudan die naar hun huizen terugkeren en steun nodig hebben, vergroten de druk. Behandelbare gezondheidsproblemen, zoals malaria, chronische ondervoeding en tuberculose, komen nog altijd op grote schaal voor. De Zuid-Sudanese cijfers voor kraamvrouwensterfte behoren tot de hoogste ter wereld. Regelmatig breken in de regio ziekten uit als de mazelen, meningitis, cholera en kala-azar. Hulp aan 245.000 Sudanezen

In 2007 verleende Artsen zonder Grenzen gezondheidszorg vanuit vier

locaties in Zuid-Sudan. Deze vestigingen ondersteunden tien gezondheidsposten in de staten [1] Unity, [2] Jonglei en [3] Boven-Nijl. Deze posten boden verpleging, poliklinische behandeling, voedingsprogramma’s, chirurgische ingrepen en behandeling voor mensen met tbc, hiv/aids en kala-azar. Artsen zonder Grenzen heeft op deze manier meer dan 245.000 Sudanezen kunnen helpen. Ook zijn teams tien keer in actie gekomen bij de uitbraak van een besmettelijke ziekte. Hierbij zijn meer dan 30.000 mensen ingeënt of behandeld. Capabele partners

In 2008 zal Artsen zonder Grenzen proberen enkele vestigingen voor basisgezondheidszorg over te dragen aan capabele partners. Hierdoor zullen de teams zich kunnen richten op gespecialiseerde hulp en op het adequaat reageren op uitbraken van epidemieën.

75

Zuid-Sudan

Gezondheidssituatie niet verbeterd


Turkmenistan

Nationale medewerkers in fte’s: 60 Internationale medewerkers in fte’s: 8 Projectkosten 2007 in euro’s: 735.294 Gefinancierd door: publieksdonaties, Nationale Postcode Loterij, MSF-G, MSF-UK

Gezondheidszorg voor moeder en kind in de provincie Magdanly. © James Kambaki/MSF

76


Sinds Turkmenistan in 1991 onafhankelijk werd van de Sovjet-Unie, maakt het land een moeilijke politieke fase door. Tot december 2006 werd Turkmenistan bestuurd door een dictator die zichzelf de titel Turkmenbashi gaf. Na zijn dood, eind 2006, werd de voormalige minister van Volksgezond-

Ashgabat

1

heid president. Deze is nog steeds aan de macht. Het land heeft met zijn olie- en gasvoorraden enorme rijkdommen vergaard, maar de inwoners zien daar niets van terug. Veel van de vijf miljoen inwoners kunnen niet beschikken over goede gezondheidszorg.

Bureaucratische obstakels Hoewel het land een nieuwe politieke leider heeft, is de gezondheidssituatie grotendeels onveranderd gebleven. Hoge sterftecijfers onder baby’s en jonge kinderen blijven een ernstig probleem. Ook een bron van zorg is het feit dat besmettelijke ziekten zoals tuberculose en soa’s veel voorkomen. De regering stimuleert actief een innovatieve benadering van gezondheidszorg, maar in werkelijkheid krijgen problemen op het gebied van de volksgezondheid niet de aandacht die ze nodig hebben. Niemand voelt zich meer echt verantwoordelijk voor ziekte en dood, en de gezondheidszorg is in een neerwaartse spiraal terechtgekomen.

zorgfaciliteiten in dit district, evenals de faciliteiten op nationaal niveau, kampen met bureaucratische hindernissen en gebrek aan politieke betrokkenheid. Ondanks deze frustraties konden we binnen ons programma meer dan 4.000 interne ziekenhuispatiënten onderzoeken, ongeveer 15.000 poliklinische consulten verzorgen en assistentie verlenen bij meer dan 1.000 bevallingen. Doordat we intensief konden werken met patiënten, lokale gezondheidswerkers en leidinggevenden en hun vertrouwen wisten te winnen, kreeg ons team een goed inzicht in de nijpendste gezondheidsproblemen van het land.

Voortdurende strijd

In 2004 begon Artsen zonder Grenzen haar werk in het oostelijke district [1] Magdanly. Doel hierbij was de zorg voor kinderen in de stad te verbeteren en hulp te bieden aan zwangere en zogende vrouwen. Op dit moment is nog steeds problematisch om zinvol te werken in Magdanly. Alle gezondheids-

Uitbreiding van inspanningen

In december 2007 is het programma in Turkmenistan beoordeeld. Artsen zonder Grenzen is van plan om in 2008 ook steun te bieden in andere regio’s in het land.

77

Turkmenistan

Hoge sterftecijfers


Nationale medewerkers in fte’s: 226 Internationale medewerkers in fte’s: 29 Projectkosten 2007 in euro’s: 4.299.300

Tsjaad

Gefinancierd door: publieksdonaties, Nationale Postcode Loterij, AA, CIDA, Irish Aid, MSF-C, MSF-G, MSF-UK, Sida

Een man kijkt naar een vliegtuig van Artsen zonder Grenzen, dat vertrekt om goederen te verspreiden. Ten zuiden van Adré̀ verleent Artsen zonder Grenzen medische hulp aan duizenden dorpelingen en ontheemden. © Tim Dirven 78


Sinds juli 2006 is de behoefte aan humanitaire hulp in het oosten van Tsjaad drastisch toegenomen. De lang sluimerende etnische spanningen hebben geleid tot een crisis waarbij honderden doden en gewonden vielen en waardoor tienduizenden Tsjadiërs zich genoodzaakt zagen hun huizen te ontvluchten. De instabiele situatie wordt verergerd door de voortdurende confrontaties tussen regeringstroepen en rebellen. In het oosten van Tsjaad is het aantal ontheemden schrikbarend gestegen, van 40.000 in mei 2006 tot 185.000 in september 2007. Bovendien zitten er ook nog eens 240.000 vluchtelingen uit Darfur vast in massale kampen zonder enige hoop snel te kunnen terugkeren naar hun land. Hun situatie blijft kritiek aangezien ze volledig afhankelijk zijn van internationale hulpverlening, die op haar beurt weer afhangt van de

5

Grotere behoeften bij grotere onveiligheid

Alarmerende ondervoedingscijfers

In 2007 verleende Artsen zonder Grenzen hulp aan 25.000 ontheemden uit [1] Hadjer Hadid en 30.000 ontheemden rond [2] Goz Beida. De teams boden primaire gezondheidszorg en zorgden voor drinkwater, voedsel en hulpgoederen. Toen we ons geconfronteerd zagen met alarmerende ondervoedingscijfers in de ontheemdenkampen, hebben we verschillende

Ndjamena

2

voedselprogramma’s ontwikkeld, waarin we tussen mei en augustus meer dan 5.000 ondervoede kinderen hebben opgenomen. Ook hebben we de medische zorg voortgezet aan 50.000 bewoners van de vluchtelingenkampen in [3] Farchana en [4] Bredjing en de omringende Tsjadische bevolking. Het programma bestond onder meer uit kind- en kraamzorg en psychosociale ondersteuning. Vaste locaties

Dankzij de overschakeling van mobiele hulpposten op vaste locaties in de regio Goz Beida heeft Artsen zonder Grenzen veel meer patiënten kunnen helpen. In 2008 zullen we deze strategie ook toepassen in het project in Farchana uit 2007. We boeken vooruitgang met het opzetten van een kraamzorgunit in de afgelegen grensstad [5] Adé. Het leveren van water en sanitaire voorzieningen zal eveneens een kernactiviteit blijven in onze hulpverlening aan inwoners in de afgelegen delen van het land.

79

Tsjaad

Uitbreiding van de hulp Ondanks de onveilige situatie en andere problemen is Artsen zonder Grenzen erin geslaagd om de hulp aan de ontheemden uit te breiden zonder dit ten koste te laten gaan van de hulpverlening aan de vluchtelingen uit Darfur. De slachtoffers van het conflict en de gevechten in het oosten van Tsjaad waren slecht gehuisvest en hadden een groot gebrek aan voedsel en schoon water. Gezondheidszorg was voor hen slechts in beperkte mate beschikbaar, hetzelfde geldt voor de toegang tot internationale hulpverlening. Dit leidde tot een noodsituatie met betrekking tot de sanitaire en gezondheidsomstandigheden, met uitbraken van bacillaire dysenterie in juni 2007.

4

1 3

veiligheid en de financiering.


Uganda

Nationale medewerkers in fte’s: 215 Internationale medewerkers in fte’s: 20 Projectkosten 2007 in euro’s: 2.251.447 Gefinancierd door: publieksdonaties, Nationale Postcode Loterij, BuZa, CIDA, MSF-UK, MSF-S, NRMFA

Een slachtoffer van het conflict in Uganda. © Dima Gavrysh

80


In Uganda is de veiligheidssituatie in het noorden verbeterd en er vinden vredesonderhandelingen plaats tussen de rebellen van het Verzetsleger van de Heer (LRA) en de regering. Hierdoor kunnen Ugandezen voorzichtig optimistisch zijn over een naderend einde van de oorlog in de regio. Door de verbeterde veiligheidssituatie kunnen ontheemden naar huis terugkeren of verhuizen naar kleinere kampen dichter bij hun dorp. Nu gezondheidszorg beter bereikbaar is, heeft het ministerie van Volksgezondheid zijn inspanningen

3

2

verhoogd. De gezondheidscentra hebben echter nog steeds te kampen met gebrek aan medisch personeel en onregelmatige toevoer van medicijnen.

Een kwetsbare toekomst

1

Kampala

Capaciteit

nu mensen in vier vluchtelingenkampen (70.000 mensen) om wekelijks naar klinieken van de overheid te gaan voor voorlichting en gratis hiv-tests. Hiermee waarborgen we kwaliteitszorg en ondersteunen we tegelijkertijd medewerkers van het ministerie van Volksgezondheid die deze zorg na het vertrek van Artsen zonder Grenzen moeten blijven verlenen. In 2007 kwamen onze teams ook in actie na uitbraken van cholera-, hepatitis E- en ebola-epidemieën. Overdracht

De toekomst van Noord-Uganda blijft onvoorspelbaar. Het streven van Artsen zonder Grenzen is om, als de situatie zich blijft verbeteren, in oktober 2008 haar laatste project in Madi Opei in het district Kitgum over te dragen aan het ministerie van Volksgezondheid en ngo-partners.

81

Uganda

Ondanks de kwetsbare politieke en humanitaire situatie in Noord-Uganda, heeft Artsen zonder Grenzen vijf van haar klinieken en een voedingscentrum in [1] Lira kunnen sluiten of overdragen, evenals vijf van de zes klinieken in het district [2] Kitgum. Door deze activiteiten te beëindigen hebben we meer capaciteit gekregen voor werk in regio’s in Noord-Uganda waar nog steeds 90% van de bevolking ontheemd is. Er is vooral behoefte aan medische zorg op het gebied van hiv, tuberculose, ondervoeding en reproductieve gezondheid. In Kitgum is 10% van de bevolking besmet met hiv. Slechts één missieziekenhuis biedt patiënten beperkte mogelijkheden voor behandeling met aidsremmers. In mei 2007 is Artsen zonder Grenzen begonnen met een hiv/tbc-project in [3] Madi Opei, in Kitgum, waar de teams zich ook bezighouden met secundaire en reproductieve gezondheidszorg. We stimuleren


Nationale medewerkers in fte’s: 59

afgesloten in 2007

Zambia

Internationale medewerkers in fte’s: 7 Projectkosten 2007 in euro’s: 1.093.423 Gefinancierd door: publieksdonaties, Nationale Postcode Loterij, MSF-G, MSF-N, MSF-UK, NORAD

Chola Mumba, de opgeruimde magazijnmeester van het project in Nchelenge van Artsen zonder Grenzen, in het magazijn waar alle medische benodigdheden worden bewaard. © Julie Remy

82


Zambia is sinds de onafhankelijkheid in 1964 een stabiel land en heeft bij oorlogen in Angola en de Democratische Republiek Congo grote hoeveelheden vluchtelingen opgevangen. Ondanks de politieke stabiliteit en het ontwikkelingsniveau leeft naar schatting

1

70% van de Zambiaanse bevolking onder de armoedegrens.

Hiv/aidszorg

Lusaka

in afgelegen gebieden

Geïntegreerde hiv-/aidszorg

Artsen zonder Grenzen is in maart 1999 in Zambia begonnen om medische hulp te bieden aan vluchtelingen uit de Democratische Republiek Congo en Angola. Naar aanleiding van de grote hiv-gerelateerde problemen zijn we in 2001 een hiv/aidsproject gestart in de stad [1] Nchelenge in de noordelijke provincie Luapula. In dit gebied bestond geen mogelijkheid om hiv te diagnosticeren of behandelen. Er kwamen veel handelaars, vissers, en seizoensarbeiders in de regio; veelal alleenstaande mannen die contact zochten met

lokale sekswerkers. In 2007 heeft Artsen zonder Grenzen 25.000 mensen onderzocht op en voorgelicht over hiv. 27% van hen bleek besmet met het virus. In alle klinieken waar zwangerschapszorg wordt geboden en waarin Artsen zonder Grenzen actief is, is een programma gestart ter voorkoming van moeder-op-kindbesmetting (PMTCT). Bij moeders die hadden deelgenomen aan het programma was slechts 6% van de geteste baby’s hivpositief, vergeleken met 50% voor moeders bij wie geen preventieve maatregelen waren getroffen. Mede doordat Artsen zonder Grenzen liet zien dat hiv/aidszorg in een afgelegen gebied als Nchelenge mogelijk was, hebben andere ngo’s en de regering hun hulpprogramma’s ook uitgebreid. In augustus 2007 is het project overgedragen aan het regionale gezondheidsteam van de Zambiaanse regering en aan het TPCT-programma (Zambia Prevention Care and Treatment). Hiv/aidszorg werd volledig binnen het Zambiaanse ministerie van Volksgezondheid geïntegreerd en binnen bereik gebracht van patiënten in het districtsziekenhuis en in alle plattelandsklinieken van Nchelenge. In de zomer van 2008 zal Artsen zonder Grenzen de resultaten van de overdracht evalueren. 83

afgesloten in 2007

Grote armoede, stigmatisering en discriminatie dragen bij aan de hiv/aidsepidemie in het land. Volgens schattingen van UNAIDS is 16,5% van de bevolking besmet met hiv/aids. Bovendien heeft 70% van de hiv-patiënten tuberculose. Malaria komt in veel gebieden op grote schaal voor en is een van de belangrijkste doodsoorzaken voor kinderen. In de regentijd breekt regelmatig cholera uit. Sinds augustus 2005 is alle gezondheidszorg in Zambia gratis. Het aanbod van gezondheidszorg wordt echter belemmerd door een enorm gebrek aan gekwalificeerd medisch personeel. Slechts ongeveer de helft van de door de overheid ingerichte hulpposten kan worden bemand. Vooral op het platteland is vaak geen personeel.

Zambia

Gebrek aan medisch personeel


Zimbabwe

Nationale medewerkers in fte’s: 156 Internationale medewerkers in fte’s: 20 Projectkosten 2007 in euro’s: 3.528.740 Gefinancierd door: publieksdonaties, Nationale Postcode Loterij, CIDA, MSF-C, MSF-G, MSF-UK, MSF-USA

Een ondervoede baby met hiv wordt getroost. © Michael G.Nielsen

84


Door economisch wanbestuur, torenhoge inflatie, hoge werkloosheidscijfers en de isolationistische politiek van de regering is er in Zimbabwe een crisis ontstaan. De verslechterde situatie wordt ook weerspiegeld door de gezondheidsstatistieken: een hoge kindersterfte en de opleving van besmettelijke en epidemische ziekten als cholera en tuberculose.

Harare [1] 3

4

5

De infrastructuur van de gezondheidszorg, die ooit als model werd beschouwd voor landen in Zuidelijk Afrika, is ingestort. Door de econo-

2

mische crisis en de slechte oogsten kunnen miljoenen Zimbabwanen op dit moment alleen overleven door voedselhulp.

Hulp tijdens een escalerende crisis Zimbabwe heeft het op drie na hoogste cijfer voor hiv/aids ter wereld. Tegen het eind van 2005 waren meer dan een miljoen mensen overleden aan hivgerelateerde aandoeningen. Elke week sterven elke week zo’n 3.500 mensen aan aids. Vooral mensen in grensgebieden, mijnbouwregio’s en snel groeiende woongebieden in de buurt van steden lopen gevaar. Ondervoede kinderen

Artsen zonder Grenzen voerde een uitgebreid hiv/aidsproject uit in Epworth, een grote nederzetting buiten de hoofdstad [1] Harare. Sinds 2006 hebben we 3.600 patiënten behandeld, onder wie velen met hiv-gerelateerde opportunistische infecties. In april 2007 is de kliniek in Epworth begonnen patiënten te behandelen met aidsremmers. In 2007 was er een toename van het aantal ondervoede kinderen. Het team heeft een mobiel voedingscentrum opgezet, dat een forse toestroom van ondervoede patiënten te verwerken kreeg. Eind 2007 werd er opnieuw een schrikbarend hoog aantal ondervoede kinderen tot het programma toegelaten. Bij de stad [2] Gweru in de provincie Midlands ondersteunde Artsen zonder Grenzen een aantal hulpposten. Onze medewerkers werkten in de kliniek

voor opportunistische infecties, behandelden patiënten in het provinciale ziekenhuis met aidsremmers en boden hieraan gerelateerde zorg. Op het platteland werd gedecentraliseerde zorg geboden, zoals (vrijwillige) tests en advies. Artsen zonder Grenzen verleende ook noodhulp bij het uitbreken van diarreeepidemieën in het plattelandsdistrict [3] Gokwe, in de stad [4] Kadoma en in [5] Mabvuku-Tafara, een voorstad van Harare. Deze uitbraken waren het gevolg van het instorten van de infrastructuur, beperkte watervoorzieningen en gebrek aan elektriciteit en voedsel. Meer hiv/aidszorg

Artsen zonder Grenzen is van plan de diensten op dit vlak uit te breiden tot het platteland, waar het voor mensen door de geïsoleerde ligging moeilijk is om aan aidshulp te komen. Wegens de steeds slechtere infrastructuur en gezondheidsvoorzieningen verwachten we ook meer gezondheidsproblemen die niet met aids te maken hebben, zoals ondervoeding, diarree en cholera.

85

Zimbabwe

Hiv/aids


86


3  Verantwoording van het bestuur Omdat de Vereniging Artsen zonder Grenzen als rechtspersoon verantwoordelijk is voor de activiteiten van het Operationeel Centrum Amsterdam (OCA), is in dit jaarverslag een verantwoordingsverklaring van het verenigingsbestuur opgenomen. De verantwoordingsverklaring is opgesteld om de belangrijkste zaken met betrekking tot bestuursbeleid, risicobeheer en interne controle te belichten in relatie tot de doelstellingen van de vereniging. Sinds 2007 worden alle projectactiviteiten die voorheen werden uitgevoerd door Artsen zonder Grenzen Nederland, geleid door het Operationeel Centrum Amsterdam partnerschap (OCA, zie pagina 5). Omdat dit partnerschap echter geen juridische status heeft, is de vereniging Artsen zonder Grenzen als rechtspersoon verantwoordelijk voor de activiteiten die onder de vlag van het OCA plaatsvinden. Het OCA-partnerschap is op vier niveaus zichtbaar: • De OCA-raad, die is samengesteld uit twee gekozen leden van elk van de vier landenorganisaties, onder wie de bestuursvoorzitter van elke organisatie. Momenteel is Artsen zonder Grenzen Nederland voorzitter van de raad. • De algemeen directeuren van de drie voornoemde zusterorganisaties participeren actief in het managementteam van Artsen zonder Grenzen wat betreft het management van noodhulpprojecten en de bijbehorende indirecte ondersteuning. • Sinds 2004 worden voor een aantal landen de projecten aangestuurd door Artsen zonder Grenzen Duitsland. Op dezelfde wijze zijn in 2007 de dagelijkse leiding en de ondersteuning van een aantal projecten verschoven naar Artsen zonder Grenzen Canada (zie pagina 6). • Artsen zonder Grenzen Verenigd Koninkrijk steunt het OCA met medische expertise.

Het operationele partnerschap stelt zich ten doel: • Gezamenlijk doeltreffende kwalitatief hoogstaande hulpoperaties uit te voeren voor mensen in nood • Ervoor zorg te dragen dat er voldoende en geschikte middelen en materialen beschikbaar zijn voor hulpoperaties. Alle vier organisaties dragen financiële middelen bij en werven veldmedewerkers. • De interne en externe verantwoording en de transparantie te vergroten (ten opzichte van begunstigden, donateurs, de samenleving in het land van de zusterorganisatie, enz.). • Te bevorderen dat operationele verantwoordelijkheid wordt gedeeld. • De groei van de organisatie op samenhangende wijze te managen.

Het OCA functioneert overeenkomstig het Strategisch Plan 2007-2010, dat door alle deelnemende landenorganisaties is aanvaard en door de OCA-raad is aangenomen op 12 december 2006. Leiding van de organisatie

Het bestuur van de Vereniging Artsen zonder Grenzen (hierna te noemen het ‘bestuur’) heeft de dagelijkse leiding van de operationele zaken en van het ondersteunende bureau gedelegeerd aan de algemeen directeur van Artsen zonder Grenzen en de door de algemeen directeur benoemde leden van het managementteam. Het bestuur behoudt de volledige verantwoordelijkheid. De bestuursbeginselen waarvan Artsen zonder Grenzen uitgaat zijn geformuleerd in drie documenten: de statuten, het huishoudelijk reglement en het (concept)managementstatuut. Deze zijn te vinden op de website van de organisatie. Het bestuur vertrouwt erop dat de in deze documenten overeengekomen en beschreven beginselen de door de organisatie onderschreven principes van goed bestuur weerspiegelen. Belangrijker nog, het bestuur vertrouwt erop dat deze bestuursbeginselen relevant zijn en de feitelijke praktijk weerspiegelen. In 2007 is het huishoudelijk reglement grondig herzien. In datzelfde jaar is een nieuw document opgesteld, het managementstatuut. Dit document zal door het bestuur worden aangenomen en vormt een belangrijke basis voor de delegatie van bevoegdheden aan het uitvoerend management. 87


toegenomen internationale samenwerking

Interne controle

Binnen Artsen zonder Grenzen is de toezichthoudende functie van het bestuur duidelijk gescheiden van de uitvoerende functie. Toch erkent het bestuur dat de gewenste scheiding soms onder druk staat door de actieve rol die bestuursleden spelen in de steeds grotere samenwerking binnen de internationale organisatie Médecins Sans Frontières. Het bestuur streeft ernaar een faciliterende en begeleidende functie te vervullen, maar kan in de praktijk niet altijd vermijden dat het meer direct betrokken raakt bij het werk met betrekking tot de (toekomstige) bestuursvorm, het opkomen voor de belangen van Artsen zonder Grenzen in het internationale netwerk en processen van wederzijdse transparantie en verantwoording binnen de organisatie. Het bestuur en het management zijn zich bewust van deze uitdagingen en communiceren hier openlijk over. Dit blijkt ook uit de belangrijkste onderwerpen die het bestuur in 2007 bezighielden (zie ‘Bestuursthema’s’, pagina 89). Nu de belangen binnen het Médecins Sans Frontières samenwerkingsverband steeds meer verstrengeld raken, heeft het bestuur besloten dat dit ook in de jaarrekening zichtbaar moet zijn. Daarom is een paragraaf opgenomen over ‘geassocieerde partijen’.

Het bestuur heeft overeenkomstig het huishoudelijk reglement van de vereniging het jaarplan voor 2007 goedgekeurd, dat is afgestemd op het Strategisch Plan 2007- 2010 van het OCA. Het bestuur wordt regelmatig geïnformeerd over de realisering van doelstellingen, de programma’s en de activiteiten die zijn gebaseerd op het jaarplan. Artsen zonder Grenzen kent een planning- en controlecyclus van vier maanden die uitvoerige rapporten met managementinformatie oplevert over uitgevoerde projecten, de medische kwaliteit en het aantal aangeboden diensten, maar ook over de inkomsten (fondsenwerving) en uitgaven (HR, financiën, inkoop). Daarnaast is er een systeem dat maandelijkse administratieve verslagen en aansluitingen op subadministraties oplevert, waardoor de regelmatige beschikbaarheid van hoogwaardige managementinformatie verzekerd is. Het bestuur is ervan overtuigd dat deze systemen toereikend en relevant zijn, en de huidige behoeften van de organisatie weerspiegelen.

Binnen Artsen zonder Grenzen is de toezichthoudende functie van het bestuur duidelijk gescheiden van de uitvoerende functie. Toch erkent het bestuur dat de gewenste scheiding soms onder druk staat Beleid en procedures

In 2007 is de klokkenluiderprocedure gereedgekomen en door het bestuur goedgekeurd. Daarmee zijn volgens het bestuur de procedures voor de afhandeling van interne klachten volledig. Ze zijn toegankelijk voor de medewerkers en worden onderhouden door het managementteam. In 2007 is vooruitgang geboekt bij de herziening van het beleid van Artsen zonder Grenzen voor vrijwillige kantoormedewerkers. Bovendien is een communicatiebeleid voor Artsen zonder Grenzen geformuleerd en is een begin gemaakt met de actualisering van het fondsenwervingsbeleid. Deze initiatieven zullen worden afgerond in het eerste halfjaar van 2008. 88

Risicobeperking

Het bestuur heeft een audit- en risicocommissie ingesteld. Deze commissie heeft tot taak toezicht te houden op het organisatorisch kader voor risicobeperking, het programma voor interne audit, de uitkomst en opvolging van externe en interne accountantscontroles en de naleving van wettelijke bepalingen. De audit- en risicocommissie overlegt regelmatig met de algemeen directeur, de financieel directeur, de controller en de externe accountant. In 2007 is de functie van de interne accountantscontrole verder ontwikkeld. Het bestuur heeft een auditstatuut aangenomen, terwijl in de uitvoering het mechanisme is verbeterd waarmee de aanbevelingen van interne en externe accountantscontroles worden opgevolgd. In 2007 heeft de externe accountant, KPMG Accountants N.V., de jaarlijkse controle van systemen en procedures, een afzonderlijke controle van de implementatie van de nieuwe donateurdatabase en de wettelijke controle van de jaarrekening uitgevoerd. De relatie met de externe accountant wordt in 2008 geëvalueerd.


Communicatie

Bestuur en lidmaatschap

In december 2007 keurde het bestuur het Strategisch Plan voor Artsen zonder Grenzen Nederland in de jaren 2008-2010 goed. Het is bedoeld als richtsnoer voor de uitvoerende organisatie ten aanzien van de verbetering en uit-breiding van haar communicatie met alle relevante betrokkenen, waarbij speciale aandacht wordt geschonken aan onze banden met de Nederlandse samenleving.

Statutair is het bestuur van de vereniging Artsen zonder Grenzen samengesteld uit minimaal tien en maximaal dertien leden. Op 31 december 2007 telde het bestuur van Artsen zonder Grenzen tien leden (zie de namenlijst op pagina 93). Het bestuur kiest jaarlijks zijn voorzitter uit de door de Algemene Ledenvergadering (ALV) gekozen bestuursleden.

Voor 2007 heeft het bestuur vastgesteld dat – hoewel een formeel communicatiebeleid thans nog in voorbereiding is – alle relevante betrokkenen bij Artsen zonder Grenzen (leden, donateurs, medewerkers) zijn geïnformeerd volgens de juiste procedures en beleidsrichtlijnen.

Het Strategisch Plan is bedoeld als richtsnoer voor de uitvoerende organisatie ten aanzien van de verbetering en uitbreiding van haar communicatie met alle relevante betrokkenen

In 2007 hebben er zes reguliere bestuursvergaderingen plaatsgevonden. Een gedeelte van deze vergaderingen is toegankelijk voor alle leden van de vereniging. Als het nodig is vergadert het bestuur in de tussenliggende periodes via een teleconferentie. In 2007 zijn vijf van dergelijke teleconferenties gehouden. Op verzoek van het bestuur worden de algemeen directeur, het managementteam en de controller bij de vergaderingen uitgenodigd. Naast de bestuursvergaderingen overlegt het bestuur of een delegatie daarvan eenmaal per maand met het managementteam. De vergaderingen worden gehouden in een coöperatieve, positieve sfeer met een open uitwisseling van informatie. Ten minste één keer per jaar roept het bestuur de ALV, het hoogste orgaan van de vereniging, bijeen. In 2007 is tweemaal een ALV gehouden. Naast de statutaire vergadering in juni 2007 werd een extra ALV gehouden op 12 januari. Tijdens deze vergadering keurden de leden de herziene statuten goed.

Verantwoording

Alle leden van het bestuur aanvaarden verantwoordelijkheid voor de jaarrekening van het management en het jaarverslag van het bestuur. Het bestuur aanvaardt de verantwoordelijkheid voor het interne controlesysteem dat is ingericht en wordt onderhouden door het management en dat is ontworpen om een redelijke mate van zekerheid te verschaffen over de integriteit en betrouwbaarheid van de financiële verslaglegging in de organisatie. Naar de mening van het bestuur geeft de jaarrekening, opgesteld door het management voor het jaar dat is geëindigd op 31 december 2007, een getrouw beeld van de financiële positie en mutaties van de Vereniging Artsen zonder Grenzen. Het gehele jaarverslag van 2007 geeft een getrouw beeld van de programma’s, activiteiten en behaalde resultaten in 2007 in vergelijking met het overeengekomen jaarplan voor 2007.

Op 31 december 2007 telde de vereniging 810 leden. De leden van de vereniging Artsen zonder Grenzen zijn mensen die in het veld of op kantoor werken (of hebben gewerkt), of de organisatie op een andere manier van dienst zijn geweest. Meer informatie, inclusief statuten, huishoudelijk reglement, managementstatuut en dergelijke, vindt u op www.artsenzondergrenzen.nl.

89


Organisatiestructuur

Artsen zonder Grenzen heeft een afdelingsstructuur die onder leiding staat van een managementteam. De algemeen directeur vormt samen met de operationeel directeur, de medisch directeur en de directeur resources het managementteam. Geoff Prescott Arjan Hehenkamp Clair Mills Michel Farkas

algemeen directeur operationeel directeur medisch directeur directeur resources

tot 15-03-2008 sinds 01-10-2006 tot 01-11-2008 sinds 01-10-2006

Het bestuur heeft naar de huidige visie op de aansturing van de organisatie een nieuw functieprofiel voor de nieuwe algemeen directeur van Artsen zonder Grenzen ontwikkeld en goedgekeurd. In december 2007 heeft het bestuur een nieuwe algemeen directeur benoemd, Hans van de Weerd, die zijn werkzaamheden zal aanvangen in oktober 2008. Van maart tot oktober 2008 zal Wouter Kok optreden als waarnemend algemeen directeur. Wouter Kok heeft bij Artsen zonder Grenzen uitgebreide operationele ervaring in het veld opgedaan en is de afgelopen jaren bestuurslid geweest. In februari 2008 heeft hij zijn bestuurszetel opgegeven om tijdelijk het algemeen directeurschap te aanvaarden.

Artsen zonder grenzen Nederland

MANAGEMENT TEAM

Algemene ledenvergadering Bestuur van de vereniging Artsen zonder Grenzen Ondernemingsraad

Algemeen directeur

Control

Evaluaties

Directeur resources

Afdeling communicatie & fondsenwerving

Directeur operaties

Operationeel managers

Medisch directeur

Medische afdeling

Noodhulp team

Afdeling humanitaire zaken Afdeling personeelszaken

Financiële & ICT afdeling

Logistieke afdeling

Landencoördinatoren

Managementteams veld - Medisch coördinator - Financieel coördinator - Logistiek coördinator Veldmedewerkers Projectcoördinatoren

90

Nationaal

Internationaal


De dagelijkse leiding van de hulpoperaties is in handen van het operationele platform. Leden van het platform zijn de operationeel directeur, het hoofd van de medische afdeling van Artsen zonder Grenzen, het hoofd van de Emergency Support Desk en de vijf operationele managers, die direct verantwoordelijk zijn voor de veldoperaties. Drie van hen werken vanuit Amsterdam, één vanuit Toronto (Canada) en één vanuit Berlijn (Duitsland). Het hoofd van de Emergency Support Desk zit het platform voor. Bestuursthema’s

De directere betrokkenheid van het bestuur bij het werk ten aanzien van (toekomstige) bestuursvormen, het opkomen voor de belangen van Artsen zonder Grenzen in het internationale netwerk en de processen van wederzijdse transparantie en verantwoording binnen de organisatie kwam tot uiting in de thema’s die in 2007 aan de orde zijn gesteld. Actieve samenwerking en de band met de Nederlandse samenleving In lijn met de La Mancha-overeenkomst is het bestuur van Artsen zonder Grenzen mogelijkheden blijven bespreken om het gemeenschappelijke karakter van het internationale netwerk Médecins Sans Frontières te versterken. De La Mancha-overeenkomst is de uitkomst van een evaluatieproces dat in 2005 werd gestart door het internationale netwerk van Médecins Sans Frontières. Dit had als doel het medische humanitaire optreden, de taken en de verantwoordelijkheden van Artsen zonder Grenzen te definiëren en te verduidelijken, en zo de internationale organisatie en haar bestuursvorm te versterken. In 2007 hebben leden van de vereniging vrijwillig veel tijd en energie gestoken in het geven van presentaties in Nederland over het werk van Artsen zonder Grenzen. Het bestuur blijft zoeken naar manieren om de betrokkenheid van de leden bij de Nederlandse samenleving te vergroten en de participatie binnen de vereniging te bevorderen. Tevens blijft het bestuur vrijwilligerswerk op het kantoor in Amsterdam aanmoedigen. Medische werkgroep De ALV van juni 2007 verzocht het bestuur de contacten en de samenwerking met erkende hoogwaardige medische instellingen uit te breiden. Er werd een medische werkgroep geïnstalleerd, bestaande uit bestuurs- en verenigingsleden, die plannen heeft gemaakt in deze richting. Op 22 oktober 2008 houdt Artsen zonder Grenzen in samenwerking met de Nederlandse Vereniging voor Tropische Geneeskunde en Internationale Gezondheidszorg een symposium waar ideeën worden uitgewisseld over manieren waarop professionals omgaan met medische interventies in noodsituaties.

Humanitair debat De ALV van juni 2007 verzocht het bestuur tevens ervoor te zorgen dat Artsen zonder Grenzen actief betrokken bij en beter zichtbaar in het Nederlandse maatschappelijke debat over humanitaire hulp zou zijn, door de verantwoordelijkheid voor pleitbezorging in Nederland neer te leggen bij specifieke medewerkers binnen de organisatie. Het bestuur heeft een vragenlijst naar de leden gestuurd om meer inzicht te krijgen in de wijze waarop en met welke bedoelingen zij zouden willen deelnemen aan het Nederlandse humanitaire debat en meer actieve betrokkenheid van de leden zou kunnen worden bereikt. Er zijn drie interne debatten georganiseerd voor leden van de vereniging en medewerkers van Artsen zonder Grenzen. De onderwerpen waren de groei van de netwerk Médecins Sans Frontières, de ontwikkeling van het OCA en Artsen zonder Grenzen in de Nederlandse samenleving. Lidmaatschap In een andere motie die tijdens de ALV van juni is aangenomen, werd het bestuur verzocht een werkgroep in te stellen die voor de volgende ALV voorstellen zou moeten voorbereiden over gelijke lidmaatschapsvoorwaarden, het wegen van de stemmen en zinvol lidmaatschap. In reactie hierop heeft de werkgroep nu een voorstel in de maak dat in stemming is gekomen op de ALV in mei 2008. Het voorstel is gericht op het gelijktrekken van de lidmaatschapscriteria voor alle verenigingsleden: veldmedewerkers, medewerkers uit de projectlanden zelf en kantoormedewerkers. Daarbij wordt er ook op gelet dat er evenwicht bestaat in de invloeden van verschillende groepen binnen de organisatie en dat elke groep redelijkerwijs aan het woord kan komen. Zelfonderzoek van het bestuur In 2007 heeft het bestuur een uitgebreid zelfonderzoek voltooid, gericht op de relatie tussen het bestuur en de algemeen directeur, de leden van het managementteam, de controller en de eigen werkwijze van het bestuur. De algemene conclusie is dat het bestuur meer samenhangend en professioneler toezicht houdt op het management en dat de relatie tussen bestuur en management in 2007 verder is verbeterd. Oordeel over het Operationeel Centrum Amsterdam (OCA) Het OCA heeft aanzienlijke successen geboekt op het gebied van strategische planning en middelenbeheer. De vooruitgang bij het scheppen van een goede werkomgeving voor succesvolle operaties is echter teleurstellend. 91


Daarom hebben alle OCA-partners besloten de huidige situatie te evalueren, om in een ‘routekaart’ een gezamenlijke toekomstvisie voor het OCA, gezamenlijke waarden en een gezamenlijke taal te definiëren voor een volledig functionerend en succesvol OCA. De evaluatie is begonnen in 2007 met hulp van een extern managementadviesbureau en moet medio 2008 zijn afgerond. Code Goed Bestuur voor Goede Doelen In haar verantwoording aan individuele donateurs houdt Artsen zonder Grenzen zich in Nederland zoveel mogelijk aan de principes en richtlijnen die zijn geformuleerd door het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) en de Vereniging voor Fondsenwervende Instellingen (VFI). Deze organisaties hebben in 2007 een gezamenlijke gedragscode voor goed bestuur van charitatieve instellingen opgesteld, die in 2009 in werking treedt. In 2007 verschenen ook herziene richtlijnen voor financiële verslaglegging bij fondsenwervende instellingen van de Raad voor de Jaarverslaggeving. Deze zullen gelden voor financiële jaarverslagen vanaf 2008 en moeten worden nageleefd door organisaties met het CBF-keurmerk.

In 2007 zijn de statuten en het huishoudelijk reglement van de vereniging herzien volgens de principes die waren geschetst in de Code Wijffels, de voorloper van de gezamenlijke gedragscode van CBF/VFI uit 2007. De jaarrekening 2007 van Artsen zonder Grenzen voldoet al aan de nieuwe richtlijnen. Momenteel wordt de laatste hand gelegd aan het beleid van de organisatie op het gebied van fondsenwerving en communicatie. In 2007 heeft het bestuur een managementstatuut voorbereid dat in 2008 zal worden aangenomen. De nieuwe gezamenlijke gedragscode van CBF/VFI wordt op dit ogenblik door Artsen zonder Grenzen ingevoerd. Hoewel goed bestuur zijn prijs heeft, zowel in geld als in de uren die er door vrijwilligers en medewerkers aan besteed worden, mag het geen druk leggen op een operationeel kantoor dat niet onnodig mag groeien, dat flexibel en doortastend moet kunnen werken om te kunnen voorzien in de behoeften van de begunstigden en de verwachtingen van de donateurs. Bovendien veroorzaakt het specifieke verenigingskarakter van Artsen zonder Grenzen Nederland, en de internationale structuur van de achttien zusterorganisaties een zekere unieke dynamiek die het soms nodig maakt om af te wijken van de CBF/VFI-code. Artsen zonder Grenzen is van plan over deze zaken in nauw contact te blijven met het CBF.

Doelstelling/Sociale Missie 100

Hoewel goed bestuur zijn prijs heeft, mag

Verantwoording afleggen

80

het geen druk leggen op een operationeel

60

kantoor dat niet onnodig mag groeien, dat

40

flexibel en doortastend moet kunnen werken

Beleid voor veldmedewerkers

20

Financiële verslaglegging

Toezicht

om te kunnen voorzien in de behoeften van de begunstigden en de verwachtingen van de donateurs

Functioneren organisatie

Fondsenwerving

Communicatie met de betrokkenen

92


Audit- en risicocommissie

De audit- en risicocommissie van het bestuur is in 2007 twee keer bijeengeweest. Op 29 mei werden de jaarrekening, de interne en externe accountantsverslagen en de rol van de controller in het Operationeel Centrum Amsterdam besproken. Op 23 oktober heeft de commissie gekeken naar de cijfers van de achtmaandenrapporten (voortgang ten opzichte van jaarplan 2007), ontwikkelingskosten voor nationale medewerkers, de implementatie van de nieuwe database ten behoeve van fondsenwerving en het verbeterde functiewaarderingssysteem voor kantoorfuncties in Amsterdam. In 2007 werden interne controles uitgevoerd en/of afgerond van onze programma’s in Tsjaad, Zimbabwe en Sudan. De controleafdeling heeft ook interne kostenonderzoeken en controles uitgevoerd bij onze reisbureaupartner Multatuli en bij de Human Resources Development unit.

In december 2007 besloot het bestuur de auditcommissie samen te voegen met de risicocommissie. De risicocommissie is niet bijeengeweest in 2007. Honoraria van bestuursleden

Met uitzondering van de voorzitter ontvangen de leden van het bestuur van Artsen zonder Grenzen geen vergoeding of honorarium. Het bestuur besloot dat de voorzitter een gedeeltelijke vergoeding diende te ontvangen voor de daadwerkelijk aan verenigingstaken bestede tijd. In september 2007 besloot het bestuur de maximaal voor vergoeding in aanmerking komende tijd tijdelijk te verhogen van twee naar vier dagen per week. Deze verhoging was gerechtvaardigd omdat de werklast en het takenpakket in de internationale organisatie Médecins Sans Frontières in de loop van het jaar sterk waren toegenomen. In 2007 werd in totaal een vergoeding van € 48.650 (2006: € 30.800) uitgekeerd aan de voorzitter, Albertien van der Veen.

Organisatie structuur MSF OCA

Bestuur Canada

Bestuur Verenigd Koninkrijk

Bestuur Duitsland

Bestuur Holland OCA

OCA Raad

OCA MT

AD MT Verenigd Koninkrijk

HS

HS

OCA

AD MT Canada

HS

OCA

AD

AD

MT Duitsland

HS

OCA

MT Holland

HS

OCA

AD algemeen directeur MT managementteam HS Home Society (samenleving) 93


In 2007 ontving één bestuurslid, Max Glaser, een bedrag van € 7.348 (incl. btw) in verband met een eenmalige opdracht voor een beleidsstuk over de groei van de organisatie binnen het netwerk Médecins Sans Frontières en voor training op veiligheidsgebied.

Internationaal netwerk

Artsen zonder Grenzen maakt deel uit van het internationale netwerk van Médecins Sans Frontières, waarin negentien nationale organisaties en een aantal geassocieerde instellingen actief zijn.

internationale organisatiestructuur

Operationeel Centrum Brussel

Italië

Noorwegen

Denemarken

Zweden

Hong Kong

België / Luxemburg

Internationaal Kantoor

Operationeel Centrum Barcelona

Griekenland

Operationeel Centrum Parijs

Verenigde Staten

Australië

Internationale Raad

Spanje

Operationeel Centrum Genève

Zwitserland

Frankrijk

Holland

Japan

Verenigd Koninkrijk

(Zie voor meer informatie de paragraaf over geassocieerde partijen, Jaarrekening pagina 45.)

94

Oostenrijk

Operationeel Centrum Amsterdam

Canada

Duitsland


Samenstelling van het bestuur van Artsen zonder Grenzen op 31 december 2007

Gekozen leden (8): Albertien van der Veen (voorzitter sinds juni 2005) Bestuurslid sinds 2001, herkozen in 2004 en 2007, afgetreden mei 2008 Voorzitter van de OCA-raad Beroep: epidemioloog, voedingsdeskundige Werkzaam als/andere activiteiten: onafhankelijk consultant, Nederland Internationale activiteiten voor Artsen zonder Grenzen: lid van de Internationale Raad (IC) en het bestuur van de Internationale Raad (ICB) van de vereniging ‘Bureau MSF International’ Pim de Graaf (vicevoorzitter) Bestuurslid sinds juni 2005, einde zittingstermijn: juni 2008 Vicevoorzitter sinds september 2005, lid van de auditcommissie Beroep: arts Werkzaam als/andere activiteiten: freelance consultant, Nederland Wouter Kok Bestuurslid sinds juni 2005, afgetreden in maart 2008 bij benoeming tot waarnemend algemeen directeur van Artsen zonder Grenzen Beroep: verpleegkundige Werkzaam als/andere activiteiten: onafhankelijk consultant, Nederland Internationale activiteiten voor Artsen zonder Grenzen: gecoöpteerd lid voor Artsen zonder Grenzen Nederland in het bestuur van Artsen zonder Grenzen Canada (januari-september) Khaled Menapal Bestuurslid sinds juni 2002, einde zittingstermijn: juni 2008 Beroep: arts/chirurg Werkzaam als/andere activiteiten: specialiseert zich in spoedeisende hulp in Jeroen Boschziekenhuis, ‘s-Hertogenbosch

Internationale activiteiten voor Artsen zonder Grenzen: gecoöpteerd lid voor Artsen zonder Grenzen Nederland in het bestuur van Artsen zonder Grenzen VS Max Glaser Bestuurslid sinds juni 2005, einde zittingstermijn: juni 2008 Vertegenwoordigt Artsen zonder Grenzen Nederland in de OCA-raad Werkzaam als/andere activiteiten: adviseur bij humanitaire projecten, gespecialiseerd in contextanalyse, toegang door onderhandeling en veiligheidsbeleid en -management, Nederland Anita Janssen Bestuurslid sinds mei 2006, einde zittingstermijn: mei 2009 Werkzaam als/andere activiteiten: hoofd afdeling HR van Geestelijke Gezondheidszorg Eindhoven en de Kempen, Nederland Internationale activiteiten voor Artsen zonder Grenzen: gecoöpteerd lid voor Artsen zonder Grenzen Nederland in het bestuur van Artsen zonder Grenzen Duitsland Hanna Nolan-Kolff Bestuurslid sinds mei 2006, einde zittingstermijn: mei 2009 Lid van de auditcommissie Beroep: advocaat, gespecialiseerd in internationaal humanitair recht Gecoöpteerd lid met specifieke deskundigheid (1) Jaap Gelderloos RA (penningmeester) Bestuurslid sinds september 2006, einde zittingstermijn: september 2009 Voorzitter auditcommissie Lid van de risicocommissie Beroep: registeraccountant Werkzaam als/andere activiteiten: directeur van De Tuinwinkel, Nederland Gecoöpteerd lid namens andere secties (1)

Jonathan Fisher Bestuurslid sinds juni 2005, einde zittingstermijn: juni 2008 Beroep: arts en advocaat Werkzaam als/andere activiteiten: jurist aan de Universiteit van Cambridge, waar hij onderzoek doet naar de internationale juridische aspecten van medische zorg in oorlogssituaties, Verenigd Koninkrijk

Albrecht Brueckner Bestuurslid sinds september 2007, einde zittingstermijn: september 2010 Beroep: kinderarts Internationale activiteiten voor Artsen zonder Grenzen: gekozen bestuurslid van Artsen zonder Grenzen Duitsland 95


96


4  Samenvatting financiële ontwikkelingen Het operationele partnerschap van Artsen zonder Grenzen-Canada, Artsen zonder Grenzen-Duitsland, Artsen zonder Grenzen-Nederland en Artsen zonder Grenzen-Verenigd Koninkrijk (‘Operationeel Centrum Amsterdam’, ook wel MSF OCA) heeft geen juridische status. De Vereniging Artsen zonder Grenzen is als rechtspersoon verantwoordelijk voor de activiteiten die onder de vlag van MSF OCA plaatsvinden. In deze samenvatting worden de financiële ontwikkelingen daarom beschreven vanuit het perspectief van de Vereniging Artsen zonder Grenzen. Zoals gesteld in het Strategisch Plan 2007-2010 voor het OCA, dat door het bestuur van Artsen zonder Grenzen in 2006 is aangenomen, beschouwt Artsen zonder Grenzen groei niet als een doel op zich. Het starten en afsluiten van projecten is in de allereerste plaats het gevolg van bestaande medische en/of humanitaire nood. Daardoor zal de totale financiële omvang van de organisatie altijd dienovereenkomstig fluctueren. Het Strategisch Plan is gebaseerd op de aanname dat Artsen zonder Grenzen in 25-35 landen werkt, met een jaarbegroting van € 80 tot € 120 miljoen en jaarlijks circa 600 uitgezonden medewerkers in het veld. In 2007 werd een gematigde en geplande verlaging van de uitgaven gerealiseerd in vergelijking met de groei van de voorgaande jaren. Het totaal van de bestedingen aan de doelstelling kwam in 2007 uit op € 105,9 miljoen. Ten opzichte van 2006 daalden de totale bestedingen met € 6,9 miljoen. De daling betreft een afname van de bestedingen aan noodhulp van € 7,6 miljoen, terwijl de overige bestedingen met € 0,8 miljoen toenamen. In het jaar 2007 stegen de totale inkomsten licht van € 120,2 miljoen naar € 120,5 miljoen. De samenstelling van de inkomsten veranderde aanzienlijk. De inkomsten uit eigen fondsenwerving stegen met € 5,1 miljoen en de projectsubsidies van zusterorganisaties namen toe met € 1,3 miljoen. Net als in 2006 daalden in 2007 de inkomsten uit projectsubsidies ont-

vangen van institutionele donoren, dit jaar met € 6,7 miljoen. Het is niet gelukt de begrote institutionele financiering van € 19,0 miljoen te realiseren, doordat het moeilijke besluit werd genomen geen subsidies van institutionele donoren te aanvaarden voor werk in Sudan, in de Democratische Republiek Congo (DRC) en op andere plaatsen. Het jaar 2007 werd afgesloten met een overschot van € 3,7 miljoen, voornamelijk als gevolg van lagere bestedingen aan noodhulpprojecten. In 2007 vonden geen grote rampen plaats. Bovendien stond het management terughoudend tegenover het starten van nieuwe projecten vanwege verwachte financieringsproblemen op langere termijn. Ook werden noodhulpprojecten in Angola, Burundi, Liberia, Sierra Leone en Zambia afgesloten of overgedragen aan andere organisaties.

Ontwikkelingen in de bestedingen Noodhulp

De directe kosten voor noodhulp daalden met € 7,6 miljoen van € 99,7 miljoen in 2006 naar € 92,1 miljoen in 2007. De hulpverleningsprojecten in Angola, Burundi, Liberia, Sierra Leone en Zambia werden in 2007 overgedragen of afgesloten terwijl een aantal projecten in de Republiek Congo (Congo-Brazzaville) en Uganda werd geconsolideerd. Projecten in de Centraal-Afrikaanse Republiek, de DRC, Haïti, Somalië, Sudan en Zimbabwe werden uitgebreid. Teams van Artsen zonder Grenzen keerden terug naar Sri Lanka, er werd een uitgebreid programma ter ondersteuning van ziekenhuizen in Irak gestart en er begon een nieuw project in PapoeaNieuw-Guinea. In een groot aantal hulpprojecten, vooral die waar patiënten met hiv/aids behandeld worden (bijvoorbeeld in Zimbabwe, Myanmar en de DRC), nam het aantal patiënten opnieuw toe. 97


In het Strategisch Plan 2007-2010 is duidelijk vastgelegd dat Artsen zonder Grenzen zich ten doel stelt te werken voor slachtoffers van conflicten en in conflictgebieden. Hieronder is te zien hoe deze doelstelling zich vertaalde in de bestedingen in 2007:

Voorlichting

In 2007 bedroegen de kosten voor voorlichting en bewustmaking € 2,1 miljoen, een daling van € 0,1 miljoen ten opzichte van 2006. De begroting van € 2,5 miljoen werd niet gehaald als gevolg van lagere bestedingen aan de campagne en evenementen voor bewustmaking.

noodhulp in conflictgebieden

Kosten fondsenwerving 14%

35%

28%

Gewapend conflict

Hoewel de kosten van fondsenwerving licht opliepen tot 21,3% van de inkomsten uit deze activiteiten (in 2006: 21,1%), bleven de gemiddelde kosten van fondsenwerving over de jaren 2005 tot en met 2007 met 19,2% binnen de grens die door het bestuur is vastgesteld (niet meer dan 20% van de inkomsten uit eigen fondsenwerving). Door het Centraal Bureau voor Fondsenwerving (CBF) wordt als norm gesteld dat een organisatie met CBF-keurmerk over een periode van drie jaar niet meer dan 25% van de eigen inkomsten mag uitgeven aan fondsenwerving. Artsen zonder Grenzen voldoet ruimschoots aan deze norm. Omdat de investeringen in fondsenwerving in 2008 worden voortgezet, zal het driejaarlijks gemiddelde volgend jaar naar verwachting stijgen. Daarna mag een daling worden verwacht.

23%

Binnenlandse instabiliteit Politiek instabiele landen Na-oorlogse gebieden

noodhulp aan slachtoffers van conflicten

19%

21% 60%

Slachtoffers van gewapend conflict Slachtoffers van sociale conflicten Slachtoffers van endemische ziekten 98

Omdat Artsen zonder Grenzen haar afhankelijkheid wil vergroten en daarom minder subsidies wenst te ontvangen van institutionele donoren, werd besloten vanaf 2006 en in 2007 te investeren in fondsenwerving. De kosten van fondsenwerving zijn in die periode gestegen. In 2008 zullen de kosten van fondsenwerving weer op een lager niveau uitkomen. In 2007 kwamen de kosten van fondsenwerving uit op € 7,1 miljoen, een stijging van € 1,2 miljoen ten opzichte van 2006. De uitgaven voor direct mail namen verder af terwijl de uitgaven voor telemarketing toenamen.

De investeringen in fondsenwerving in 2007 hebben niet alleen geleid tot € 5,1 miljoen meer inkomsten uit eigen fondsenwerving, maar hebben ook een groot aantal nieuwe donateurs opgeleverd. Daarnaast leverde het streven naar meer donateurs die geld overmaken door middel van automatische incasso, opnieuw een positief resultaat op. Hun aantal steeg van 207.120 in 2006 tot 252.417 in 2007. Bovendien nam de grootte van de gemiddelde donatie in 2007 toe.


2007

2006

412.000

377.000

84.621

67.700

Actieve opzeggingen

4.509

6.250

Verloop

41.981

26.450

450.417

412.000

Aantal donateurs op 1 januari Nieuwe donateurs

Bestuur en administratie

De kosten van bestuur en administratie bedroegen in 2007 € 3,3 miljoen, hetzelfde bedrag als de gerealiseerde kosten in 2006. In 2007 bedroeg het aandeel van de kosten van bestuur en administratie in de totale kosten 2,9%. Dit percentage is de afgelopen vier jaar constant gebleven.

De kosten van fondsenwerving waren in 2007 als volgt verdeeld:

In de financiële verslaggeving worden de kosten van ‘overhead’ toegerekend aan andere bestedingscategorieën. De verdeelsleutel voor de toerekening is gebaseerd op het aantal fulltime-equivalents (fte) van het personeel. Artsen zonder Grenzen hecht eraan de totale kosten voor bestuur en administratie en voor overhead nader toe te lichten. Samen kwamen deze kosten in 2007 uit op € 6,6 miljoen. Dit is 5,7% van de totale bestedingen. Zowel in absolute bedragen als in verhouding tot de totale bestedingen bleven zij daarmee nagenoeg op hetzelfde peil als in de jaren 2006 en 2005.

kosten fondsenwerving

bestuur en administratie in % van de totale kosten

Aantal donateurs op 31 december

* Als donateur wordt aangemerkt iemand die ten minste één keer in het jaar heeft gedoneerd.

9%

8%

7,0% 14%

7%

6,0% 5,0% 4,0%

13%

3,0% 2,0%

Marketingactiviteiten

1,0%

Periodiek Hulppost Promotiecampagnes

0,0% 49%

2004

2005

2006

2007

2008

Toegerekende kosten Direct mail Overige

In het internationale samenwerkingsverband van Médecins Sans Frontières wordt als norm aangehouden dat 80% van de kosten in een jaar aan de verenigingsdoelstellingen moet worden besteed, de zogenoemde ‘doelstellingsnorm’. Dit houdt in dat de kosten van fondsenwerving en van ‘Bestuur, algemeen en administratie’ na toerekening van de overhead niet meer mogen bedragen dan 20% van de totale bestedingen. In 2007 bedroeg het percentage 9,1% (in 2006 was dat 8%). 99


terwijl de kosten van het kantoor goed werden beheerst en op hetzelfde niveau bleven. Door beide bovengenoemde normen naast elkaar te hanteren, denkt het bestuur de uitgaven en de groei van hoofdkantoor in balans te houden en de (ondersteunings)kosten van dat kantoor in de gewenste verhouding met de uitgaven voor noodhulp te houden.

verdeling van de bestedingen

2%

6%

3%

10%

Ontwikkelingen in de inkomsten Noodhulp Voorbereiding en coördinatie

79%

Fondsenwerving Beheer en administratie Voorlichting

De inkomsten uit eigen fondsenwerving stegen met € 5,1 miljoen van € 28,0 miljoen in 2006 naar € 33,1 miljoen in 2007. In de begroting werd uitgegaan van een stijging naar € 30,0 miljoen, dus de gerealiseerde groei is aanzienlijk. De opbrengsten uit donaties stegen met € 3,8 miljoen terwijl ook de opbrengsten uit nalatenschappen met € 1,3 miljoen toenamen. De inkomsten uit mailingacties daalden, zoals ook in vorige jaren het geval was, al werd het begrote rendement op de bestedingen aan direct mail wel gerealiseerd. inkomsten uit eigen fondsenwerving

Bedragen besteed aan verenigingsdoelen als percentage van de totale bestedingen.

25%

Het aandeel van de kosten voor fondsenwerving in de totale bestedingen bedroeg 6%; 79% werd besteed aan noodhulp, een daling ten opzichte van de 84% in 2006.

4% 1% 1%

Afgezet tegen de inkomsten werd 88% van de verworven inkomsten besteed aan de verenigingsdoelstelling in 2007. In 2006 was dat 94%. Artsen zonder Grenzen hanteert in Nederland een strenge norm voor de totale bestedingen voor het kantoor in Amsterdam. De totale kosten van het hoofdkantoor bedroegen € 23,9 miljoen in 2007 (in 2006 was dit € 21,9 miljoen). Dat is 20,5% (in 2006 was dit 18%) van de totale uitgaven. Dit percentage is iets hoger dan de 20% die Artsen zonder Grenzen als streefwaarde voor de zogenoemde ‘hoofdkantoornorm’ aanhoudt. De lichte overbesteding werd voornamelijk veroorzaakt door de hogere investering in eigen fondsenwerving. In de periode 2002-2007 is Artsen zonder Grenzen erin geslaagd het percentage kosten voor het hoofdkantoor ten opzichte van de totale uitgaven terug te brengen van bijna 29% in 2002 tot de huidige 20,5%. De hulpverleningsactiviteiten zijn in deze periode sterk toegenomen 100

Donaties en giften Nalatenschappen

69%

Bedrijven Mailingacties Particuliere Fondsen

De inkomsten uit acties van derden betreffen de bijdrage van de Nationale Postcode Loterij. In 2007 ontving Artsen zonder Grenzen bijna € 15,5 miljoen uit de opbrengst van de Nationale Postcode Loterij. De bijdragen van zusterorganisaties stegen met € 1,3 miljoen ten opzichte van 2006 tot € 58,8 miljoen in 2007.


Het totaal aan ontvangen projectsubsidies van institutionele donoren nam in 2007 af met € 6,7 miljoen van € 18,8 miljoen naar € 12,1 miljoen. Oorspronkelijk was voor 2007 een bedrag van € 19,0 miljoen begroot. De terugloop werd grotendeels gecompenseerd door een toename van de inkomsten uit eigen fondsenwerving, die in 2007 met € 5,1 miljoen stegen. De belangrijkste institutionele donoren van wie minder werd ontvangen waren het ministerie van Buitenlandse Zaken (van € 4,2 miljoen in 2006 naar € 1,4 miljoen in 2007) en de Britse overheid (DFID), waarvan de bijdrage daalde van € 5,0 miljoen in 2006 tot € 1,0 miljoen in 2007. Het aandeel van projectsubsidies van institutionele donoren in de totale inkomsten daalde van 15,7% in 2006 naar 10,1% in 2007. In het Strategisch Plan 2007-2010 is de doelstelling vastgelegd om het percentage subsidies van institutionele donoren tot ongeveer 10% terug te brengen. Of dit haalbaar is zal grotendeels afhangen van de ontwikkeling van de inkomsten uit eigen fondsenwerving en van het succes van de fondsenwerving door onze zusterorganisaties.

De financiële positie Saldo van inkomsten en bestedingen

Het jaar 2007 werd afgesloten met een batig saldo van € 3,7 miljoen in plaats van een begroot tekort van € 3,8 miljoen. Er zijn drie reden aan te wijzen waarom het begrote tekort een overschot is geworden. In 2007 vonden geen grote nieuwe rampen plaats, waardoor de bestedingen aan noodhulp ongeveer € 3,0 miljoen lager uitvielen dan was begroot. Tegelijkertijd werden veel vaste uitgaven in Amerikaanse dollars in totaal € 1,5 miljoen goedkoper dankzij de lage wisselkoers van de dollar tegenover de euro. Bovendien leverde de investering in onze eigen fondsenwerving een hoger resultaat op en ontvingen we meer inkomsten uit de Nationale Postcode Loterij. Reserves

De financiële reserves van Artsen zonder Grenzen bestaan uit drie onderdelen: de continuïteitsreserve, het vastgelegd vermogen en de overige vrije reserve.

ontwikkeling van de inkomsten

150.000 120.000 90.000 60.000 30.000

0

Nationale Postcode Loterij

Fondsenwerving in Nederland

Projectsubsidies MSF-secties

Projectsubsidies institutionele donoren

Overige inkomsten

In 1999 heeft het bestuur de gewenste continuïteitsreserve bepaald op het – over drie jaren gemiddelde – bedrag dat nodig is om de projecten en de bijbehorende ondersteunende activiteiten gedurende zes maanden ongehinderd voort te zetten. De continuïteitsreserve is gevormd om verschillende financiële risico’s (tijdelijk) te kunnen ondervangen. Tegelijkertijd is door het vaststellen van de gewenste hoogte ook een bovengrens aan de reserves gesteld. Artsen zonder Grenzen streeft ernaar de continuïteitsreserve zoveel mogelijk in liquiditeit aan te houden. Daardoor heeft de continuïteitsreserve ook een belangrijke functie als financieringsinstrument. De belangrijkste redenen voor het aanhouden van een continuïteitsreserve zijn: • de financiering van hulpverleningsprojecten vooruitlopend op financiering door donateurs of institutionele donoren; • de beschikbaarheid van financiële middelen wanneer de uitgaven sneller toenemen dan de inkomsten (zoals in 2004 en 2005); • de beschikbaarheid van financiële middelen wanneer de inkomsten tegenvallen (2006, 2007); • de mogelijkheid om hulpverleningsactiviteiten te starten die staan of vallen met de onafhankelijkheid en neutraliteit van Artsen zonder Grenzen. Artsen zonder Grenzen vindt het van groot belang dat zij ook kan werken in gebieden waar de nood hoog is maar waarvoor nauwelijks 101


of geen fondsen beschikbaar zijn (Colombia, Rusland/Tsjetsjenië), of wanneer wordt besloten dat institutionele financiering in strijd is met de principes van Artsen zonder Grenzen (zoals in 2006 en 2007 gold voor financiering in Sudan en de DRC). Het bestuur besloot de continuïteitsreserve te verminderen tot € 59,0 miljoen, overeenkomstig de financiële omvang van de activiteiten gedurende de meest recente periode van drie jaar. Deze omvang is bepaald op basis van de gerealiseerde uitgaven in de jaren 2006 en 2007 en de begrote uitgaven voor 2008. De omvang van de continuïteitsreserve is ruim binnen de norm die wordt voorgeschreven in het Reglement CBF-keurmerk, die bepaalt dat de continuïteitsreserve maximaal 1,5 maal (18 maanden) de kosten van de werkorganisatie mag bedragen. Artsen zonder Grenzen rekent de bestedingen aan de projecten en de bijbehorende ondersteunende activiteiten tot de kosten van de werkorganisatie. De kosten van afschrijvingen en eenmalige kosten worden hierbij buiten beschouwing gelaten. In de jaarrekening (noot 3.8) is een berekening van de continuïteitsreserve opgenomen. Door het gerealiseerde batige saldo van € 3,7 miljoen en de vermindering van de gewenste continuïteitsreserve per ultimo 2007 met € 0,5 miljoen is het negatieve saldo van de overige vrije reserve in 2007 gedaald tot € 1,2 miljoen. Het vastgelegd vermogen nam toe van € 2,4 miljoen in 2006 tot € 2,8 miljoen in 2007. Deze stijging kan worden verklaard uit een toename van de goederenvoorraden die beschikbaar waren voor hulpverleningsprojecten en van de investeringen in vaste activa. In 2007 werd geïnvesteerd in servers voor de nieuwe donateursdatabase en in de aanschaf van de donateursdatabase zelf. De investeringen waren noodzakelijk omdat de oude mainframe-computerdiensten bij de leverancier niet langer beschikbaar waren. Als gevolg van voornoemde ontwikkelingen namen de totale beschikbare reserves weer toe van € 54,5 miljoen eind 2006 tot € 57,8 miljoen eind 2007.

102

Liquiditeit en kasstroom Het saldo van de in totaal beschikbare liquide middelen per 31 december steeg met € 6,1 miljoen van € 46,9 miljoen in 2006 naar € 53,0 miljoen in 2007. Gelden die niet onmiddellijk nodig zijn voor de reguliere bedrijfsvoering, worden op direct opvraagbare spaarrekeningen en kortlopende deposito’s geplaatst. Spaartegoeden moeten altijd opvraagbaar zijn voor de voorfinanciering of financiering van hulpverleningsprojecten. Op 31 december 2007 bedroegen deze spaartegoeden, onderdeel van de totale liquide activa, in totaal € 32,6 miljoen, tegenover € 28,7 miljoen ultimo 2006. Artsen zonder Grenzen heeft momenteel deposito’s met een looptijd van één, drie en zes maanden. Beleggingsbeleid Artsen zonder Grenzen belegt haar middelen niet in aandelen, obligaties of andere risicodragende financiële instrumenten. De nominale waarde van onze kasmiddelen moet veiliggesteld worden en er dient een maximale rente op kortlopende tegoeden te worden gerealiseerd. Om dit mogelijk te maken wordt elke vier maanden een liquiditeitsprognose gemaakt en worden de maandelijkse betalingen aan de projectlanden zorgvuldig beoordeeld. Banksaldo’s in projectlanden worden, afhankelijk van de operationele behoefte, zo laag mogelijk gehouden.   De inkomstenstroom is niet evenredig over het jaar verspreid. De meeste gelden worden ontvangen aan het einde van het jaar, waardoor de hoeveelheid kasgeld op de bank in december het grootst is. Tijdens het jaar is die hoeveelheid soms minder dan de helft van de hoeveelheid in december. De beschikbare liquide middelen worden beschouwd in relatie tot de totale bestedingen. Volgens het beleid van Artsen zonder Grenzen dient tijdens het jaar een bedrag ter grootte van de operationele bestedingen voor drie maanden (circa € 30 miljoen) als kasgeld beschikbaar te zijn. Deze doelstelling is tot heden niet gerealiseerd. Artsen zonder Grenzen ontvangt gelden in vreemde valuta’s uit Canada, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. In veel van onze projectlanden is de Amerikaanse dollar de gangbare valuta. De uitgaven in dollars overstijgen de inkomsten in dollars. Ontvangen gelden in andere valuta’s (Canadese dollars en Britse ponden) worden zoveel mogelijk omgewisseld in Amerikaanse dollars. Artsen zonder Grenzen maakt geen gebruik van complexe financiële


of valuta-instrumenten (derivaten). In 2008 willen we het beheer van wisselkoersrisico’s optimaliseren.

  Met de huidige samenstelling van de projecten vindt ongeveer de helft van de uitgaven voor de projecten plaats in de landen of regio’s waar deze worden uitgevoerd. In 2007 betekende dat een uitgaande kasstroom van € 51,3 miljoen. In 2006 werd € 55,7 miljoen uitgegeven in de projectlanden. Ongeveer de helft van deze uitgaven betreffen betalingen aan lokale medewerkers. De kosten gemaakt in de projectlanden worden maandelijks aan het hoofdkantoor in Amsterdam gerapporteerd. Ook de budgetbewaking vindt op maandelijkse basis plaats. De liquiditeit (banken en kas) in de projecten bedroeg met € 5,9 miljoen ongeveer ééntiende van de jaarlijkse kasstroom in de projecten. In 2008 zijn we van plan de liquiditeitsposities in het veld te verlagen om de bijbehorende valutarisico’s verder te verminderen. De ontvangsten uit het samenwerkingsverband Médecins Sans Frontières zijn vrijwel gelijk aan de door de MSF-secties toegezegde projectsubsidies. De kasstroom binnen het samenwerkingsverband wordt regelmatig afgestemd. Desondanks ligt het zwaartepunt van de ontvangsten in de laatste zes maanden van het jaar. In 2007 werd in totaal € 57,1 miljoen uit het samenwerkingsverband ontvangen terwijl € 10,4 miljoen aan betalingen werd gedaan. De ontvangsten uit het samenwerkingsverband betroffen vooral projectsubsidies. De betalingen hadden merendeels betrekking op de kosten van ingeleende medewerkers die door andere secties werden ingezet bij de noodhulpprojecten van Artsen zonder Grenzen Nederland en de inkoop van medicijnen en hulpgoederen voor deze projecten via de logistieke centra van Artsen zonder Grenzen Frankrijk en België.

einde van het jaar. Met de kasreserves aan het einde van het jaar en de opbrengsten van de eigen fondsenwerving zal de kasstroom uit operationele activiteiten naar verwachting in balans zijn.

Begroting 2008 In de begroting 2008 is een geringe stijging van de directe bestedingen aan hulpverleningsprojecten voorzien. De bestedingen aan noodhulp nemen daarmee toe van € 92,1 miljoen naar € 95,0 miljoen. In de begroting is uitgegaan van handhaving van de kosten van fondsenwerving op het niveau van 2007. Om ook in de toekomst de hulpverleningsprojecten te kunnen blijven uitvoeren, is behoud en uitbreiding van het aantal donateurs noodzakelijk. Artsen zonder Grenzen heeft daarom besloten om vanaf het najaar 2006 en in 2007 extra in fondsenwerving te investeren. Omdat de investering als een succes werd beschouwd is besloten het hogere investeringsniveau in 2008 te handhaven. De bijdrage van de Nationale Postcode Loterij is begroot op € 15,0 miljoen. In 2008 zullen de projectsubsidies van institutionele donoren met € 3,9 miljoen stijgen tot € 16 miljoen. Realisering van deze doelstelling zal een hele opgave zijn gezien het feit dat Artsen zonder Grenzen – om haar onafhankelijkheid en neutraliteit te handhaven – voor enkele grotere noodhulpverleningsprojecten slechts op beperkte schaal institutionele bijdragen accepteert.

De positieve kasstroom uit operationele activiteiten voor het jaar (€ 6,1 miljoen) is groter dan het batig saldo van € 3,7 miljoen waarmee het jaar werd afgesloten. Dit kan worden verklaard uit een afname van de uitstaande vorderingen met € 3,1 miljoen tijdens het jaar. Er heeft in 2007 een lichte verschuiving plaatsgevonden tussen vorderingen en schulden.

Voor de projectsubsidies die Artsen zonder Grenzen ontvangt van de aan haar verbonden zusterorganisaties is in 2008 een afname voorzien van € 3,7 miljoen. De tegenvallende resultaten van publieke fondsenwerving in 2007 van enkele zusterorganisaties en de lage dollarkoers zullen waarschijnlijk een verdere daling veroorzaken. Het bestuur van Artsen zonder Grenzen zal de inkomsten nader bekijken tijdens de eerste begrotingsherziening in mei 2008.

In 2008 zullen de ontvangsten uit het internationale samenwerkingsverband naar verwachting verder verschuiven naar het

De voor het jaar 2008 vastgestelde begroting voorziet in een batig saldo van € 0,9 miljoen. 103


Naast de exploitatiebegroting zijn in 2008 investeringen voorzien. Op het hoofdkantoor in Amsterdam wordt computerapparatuur vervangen en er wordt gewerkt aan internetverbindingen met de projectkantoren. Voor dit werk is nog geen formele begroting goedgekeurd.

Bezoldiging van de directie In 2007 werd Artsen zonder Grenzen geleid door één titulair algemeen directeur, ondersteund door een collegiaal managementteam bestaande uit drie directeuren: de operationeel directeur, de medisch directeur en de directeur resources. Artsen zonder Grenzen heeft al in 2005 de functiezwaarte van de directie beoordeeld in het kader van de ‘Adviesregeling beloning directeuren van goede doelen’. Deze adviesregeling is in 2005 door de leden van de brancheorganisatie VFI vastgesteld. Op basis van deze regeling heeft Artsen zonder Grenzen haar algemeen directeur ingedeeld in functiegroep I, met een maximaal jaarinkomen van € 113.762 (niveau 2007). Overeenkomstig de adviesregeling zijn de overige directieleden die deel uitmaken

van het managementteam ingedeeld in functiegroep H met een maximaal jaarinkomen van € 100.317. De huidige salariëring ligt daar ruim onder. De in de adviesregeling genoemde jaarinkomens zijn exclusief pensioenpremies en werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid. In 2007 is Artsen zonder Grenzen gestart met een herziening van de salarisstructuur. Dit project zal in juli 2008 zijn afgerond. De salarissen van de algemeen directeur en de leden van het managementteam kunnen worden herzien binnen de beperkingen van de adviesregeling en de interne salarisstructuur. Het bestuur heeft bepaald dat een correctie met terugwerkende kracht zal plaatsvinden vanaf oktober 2006, toen de directiefuncties werden gecreëerd. In 2007 is een voorziening voor de retrospectieve kosten getroffen en bekendgemaakt. De salarissen van de directie zijn in overeenstemming met de adviesregeling. Geen van de directeuren bekleedde enige nevenfunctie. Er zijn aan de leden van de directie geen leningen, voorschotten of garanties verstrekt.

Managementteam

Algemeen directeur G. Prescott

A. Hehenkamp

C. Mills

M. Farkas

Bezoldiging Brutosalaris inclusief vakantietoeslag Overige belaste betalingen Ziektekostenverzekering

90 0 2

77 0 2

78 0 2

74 0 2

Subtotaal

92

79

80

76

Overige salariskosten Pensioenpremie Sociale verzekeringen

10 5

12 5

9 4

12 4

107

96

93

92

15

12

12

11

Totaal Voorziening voor overeengekomen salariscorrectie

104


Colofon uitgave

Coordinatie

fotoredactie

Artsen zonder Grenzen Plantage Middenlaan 14 Postbus 10014, 1001 EA Amsterdam T 020 520 87 00 F 020 620 51 70 E info@amsterdam.msf.org W www.artsenzondergrenzen.nl

Celine The

Olga Overbeek

Het jaarverslag 2007 is tevens gepubliceerd in het Engels. The Annual Report 2007 is also published in English.

Teksten

ontwerp

@ Artsen zonder Grenzen Nederland, juni 2008

Bas Tielens

Colombo, Amsterdam.

redactie

vertaling

Lisa Hayes

UvA Vertalers, Amsterdam


Artsen zonder Grenzen Jaarverslag 2007