Issuu on Google+


Frans Blom Emmalaan 28 2015 BT Haarlem 023 – 532 37 71 voorzitter@fctrappist.nl

Piet van Oosten L.J.M. Beelstraat 8 1067 WJ Amsterdam 020 - 611 78 37 secretaris@fctrappist.nl

Henny Remmers Recht Boomsloot 46 1011 EC Amsterdam 06 – 413 782 15 secretaris@fctrappist.nl

Manja de Neef delle Alpihof 2 1098 VX Amsterdam 020 – 618 35 33 Jan Gottmer Ambachtstraat 10 2024 EB Haarlem 023 - 525 53 00

Spaarnwoude 023 – 537 70 30 (b.g.g. 537 29 51)

redactie@fctrappist.nl Perry van Dijk Dirk Vreekenstraat 23 1019 DP Amsterdam 020 662 08 06

toeren@fctrrappist.nl Aad Janssen Geuzenhof 1 1403 LV Bussum 035 – 697 56 46 Peter van Riemsdijk Stuurmankade 28 1019 KR Amsterdam Marja de Ridder Plantage Muidergracht 1018 TN Amsterdam 020 – 625 23 26

wedstrijdsecretariaat@fctrappist.nl

COVER: GERARD YPENGA EN WOUT CONIJN PLAT DOOR DE BOCHT. FOTO: JAN GOTMER

Bert Zwaving Vm. Stadstimmertuin 45 1018 ET Amsterdam

Leon Canisius delle Alpihof 2 1098 VX Amsterdam 020 – 618 35 33

Mike Cooper Egelantierlaan 38 2015 KJ Haarlem 023 – 544 25 41 cooper@zonnet.nl

(www.fctrappist.nl) Kees Bok webmaster@fctrappist.nl Piet van Oosten (webredactie) Maarten Toneman (webdevelopment)

€ 40 voor een individueel lidmaatschap € 50 voor een gezinslidmaatschap ING 5209729

De volgende nummers verschijnen op 14 mei en 18 juni 2011. Kopij inleveren voor 15 april resp. 20 mei 2011.

Alle wijzigingen in het lidmaatschap graag doorgeven aan de secretaris, bijvoorkeur via secretaris@fctrappist.nl

Nieuwe leden Henri Beunders A. Dürerstraat 44-II 1077 MB Amsterdam 020-6736299 06-51843777 Wilfred Bruin Marco Polostraat 279-I 1056 DN Amsterdam 06-47771950 Marc de Bokx Schellingwouderdijk 362-b 1023 NM Amsterdam 06-22487347 Simon van Ede Julianaplantsoen 234 1111 XX Diemen 06-19030222 David Fischer Omval 20

1096 AA Amsterdam 06-48125699

Leendert Pot en Laurine ter Keurst Marja de Ridder en Aad Molenkamp

Rene van Dijk Bas Jansen

Alex Leenders Baron G.A. Tindalstraat 48 1019 TX Amsterdam Jeroen van der Linde 020-6695937 06-54725539 Sjoerd Feenstra Karabiniersstraat 8 2023 GH Haarlem Michiel Dronkers Romeinsarmsteeg 5 1016 AR Amsterdam Tjebco de Jong Marie Heinekenplein 719 1072 MN Amsterdam 06-50852352

Peter Godijn Durgerdammerdijk 25 1026 BX Amsterdam 020-4193950 Jeroen Zonneveld Azartplein 165 1019 PC Amsterdam 06-29557681


H

et valt niet mee een redactioneel te schrijven. Ik wil altijd een persoonlijke ervaring of mening vastknopen aan FC Trappist of aan een Trappisten-activiteit. Beetje actueel en liefst met een vleugje humor. En bij dat laatste ben ik nu twee keer achter elkaar opzichtig uit de bocht gevlogen. De eerste keer in nummer 8 vorig jaar bij de gefingeerde kamervragen van Willie Dille (NB die naam heb ik niet verzonnen, ze heet echt zo) over de bandana’s in het peloton. Overigens was vraag 5 nagenoeg identiek aan een vraag van Wilders en Fritsma over de Eindhovense mars tegen Zwarte Piet (nr 3536, 1 september 2008). Weet u nog? Bij het schrijven had ik me moeten realiseren dat je schertsfiguren niet kunt persifleren. Want wat gebeurde er bijvoorbeeld in Gelderland: medio februari stoorde Olof Wullink, inmiddels statenlid namens dat volk, zich bij Omroep Gelderland aan exotische dieren. Die Konikspaarden moesten terug naar Polen, die Schotse Hooglanders moesten terug naar eh eh – je zag hem nadenken en je rook dat de kegel van rechts kwam – Schotland! Eigen verWildering eerst! Een paar weken later stelde De Mos vragen aan het Haagse college, omdat hij een rechtstreekse relatie ontwaarde tussen moslims en meeuwen. Hij noemde de meeuw, figurerend in het logo van zijn beweging, vliegend ongedierte. Zoals gezegd, schertsfiguren kun je niet persifleren.

Erger was de misser in het vorige nummer. Ik noemde Brazilië een Land Waar Je Beter Niet Kunt Fietsen, omdat ik een paar keer door de berm moest hobbelen met de zoon van mijn vriendin. Helaas is de werkelijkheid voor fietsers grimmiger. Veel grimmiger. Tijdens de fietsdemonstratie in Porto Alegre op de laatste vrijdag van februari reed een zwarte golf met hoge snelheid doelbewust dwars door een groep van zo’n 130 fietsers, inclusief kinderen. Talloze fietsers vlogen door de lucht en er vielen 16 gewonden. (Voor Trappisten met een sterke maag: tik op youtube de steekwoorden ciclistas Porto Alegre in). Hoe het afliep? De maandag erna meldde een 47jarige bankier (of medewerker op een bank) zich bij de politie, hij had zich bedreigd gevoeld en had daarom gas gegeven. Hij kon weer naar huis, en een dag later zocht hij zijn heil in de psychiatrische afdeling van het plaatselijke ziekenhuis. Twee weken later besloot een rechter de man naar de gevangenis over te plaatsen. Het bruggetje naar FC Trappist diende zich helaas een paar dagen later via de mail aan. Gerard Ypenga stuurde zijn eerste bijdrage voor de nieuwe bierrubriek en meldde en passant dat hij zwaar was gevallen tijdens het kampioenschap van Amsterdam. Gelukkig geen breuken, wel kneuzingen. Au. Laten we hopen dat het de laatste valpartij van dit seizoen is geweest.


FOTO: JAN GOTMER

Wat is fietsen leuk! Die houding; die zit; dat frame dat perfect past. Het zonnetje schijnt. Het kost haast geen moeite; je snelt; je ijlt voort, over glad asfalt, een licht zuchtje wind in de rug. Bijna zonder weerstand. Maar hoe lang blijft dat leuk? Wanneer komt het eerste pijntje. De onoverkomelijke gedachte: “waar ben ik in godsnaam mee bezig?” Het is het begin van het seizoen. De eerste tochten zijn kil, je voelt de kracht terugkomen. ’s Avonds in bed voel je weer “tonus” op je spieren. Je voelt je sterk, net

als in die ene week, aan het eind waarvan je je mooiste overwinning boekte. Euforie. “Wat haal ik in mijn hoofd”, bedenk ik me dan. Enkele weken geleden vond ik de woorden van de fysiotherapeut nog zinvol: “Wat wil je nog? Op jouw leeftijd wordt je geen olympisch kampioen meer. Het gaat er om, dat je soepel blijft. Als je alleen maar op kracht sport, gaat je conditie achteruit”. Ik protesteerde: “ik wil nog meekunnen met in ieder geval de vijftigers van de club, het liefst met de veertigers en die ene dertiger moet nog tevreden zijn over mijn snelheid, als ik de kop overneem, want dat wil ik kunnen” De fysiotherapeut keek mij bedenkelijk aan en vervolgde zijn verhaal over souplesse. Een andere fysiotherapeut zoeken? Nu, twee dagen na de toertocht door Waterland ben ik nog moe. Had hij toch gelijk? “Welnee”, zegt mijn andere ik.”Dit is normaal aan het begin van het seizoen, na de eerste grote tocht (retour Haarlem zat er ook bij)”. Toen we aan het eind van de Waterland-tocht het centraal station passeerden, op weg naar Haarlem, dacht ik: “we zijn niets opgeschoten, vanmorgen waren we hier ook!” Fietsen? Leuk? Of is het toch iets voor dwazen? Vroeger dacht ik, dat ik de enige gek was. Nu weet ik mij omringd door vele gekken. Het was weer leuk om die dwaze hobby te beoefenen tijdens de Waterland-tocht. En wat is er prettiger dan al fietsend met fietsers over fietsen en aanverwante (en dat kan ver gaan) onderwerpen te praten?


FOTO: KEES FOPMA

Meteen al in de openingswedstrijd in 2010 is Gerard de sterkste

S

inds hij lid is, is hij de te kloppen man in het A-peloton. Gerard Ypenga. De afgelopen twee jaar won hij het Omnium (2x) de tijdrit (2x), Zandvoort en een handvol wedstrijden op Spaarnwoude. In 2009 won hij de Wereldbeker, afgelopen seizoen de Wedstrijdbeker. Dit jaar de SuperPrestige? Op 14 februari 2009 reed hij voor het eerst mee, in het Velodrome tijdens de baan3daagse. Gerard Ypenga, bijna 2 meter lang, on-

geveer 100 kilo kracht, won het eerste onderdeel, de sprint 1000 meter staande start, en het derde onderdeel, de scratch van 16 km. De volgende twee wedstrijddagen bewees hij dat het geen toevalstreffer was. Hij won de meeste onderdelen en kon de Piet Moeskopsbokaal naar huis nemen. De eerste keer op Spaarnwoude, tijdens de tweede voorjaarswedstrijd, kwam hij als eerste over de streep. Bij de A, want het jaartje bij de B mocht hij overslaan. Samen met Marlin reed

hij een paar ronden voorop. In de laatste ronde nam hij zo hard over dat Marlin moest lossen, en Gerard solo naar de finish kon rijden. De eerste finale is meteen prijs. Gerard fietst sinds een jaar of acht, aanvankelijk op de mountainbike samen met zijn vriendin Njisk, die al sinds 2006 een licentie heeft. Via haar rolde Gerard het fietswereldje in. Hij ging af en toe mee naar criteriums, soms als mechaniker, soms om wat te trainen. “Ik voelde


FOTO: JAN GOTMER

Een Trappist in het shirt van Abdijbier St.Bernardus

me altijd net iets te groot en te zwaar voor zo’n ranke racefiets. Uiteindelijk heb ik toch een frame gekocht, een Duell, en deze zelf opgebouwd.” ‘s Zomers reed hij in de weekenden een rondje ringvaart of hij ging een weekendje naar Limburg. De jongens en meiden die hij serieus zag trainen en koersen vond hij ‘echtere’ wielrenners dan zichzelf. Zij zweefden met lichte higtech fietsen over de weg, terwijl hij zat te stoempen. Maar, Garard hoefde nooit te lossen tijdens de trainingsritten. En daarom meldde hij zich in 2009 bij FC Trappist en Gaul! Hij vroeg een B-licentie aan bij de KNWU en reed enkele criteriums. Dit jaar is hij overgestapt naar de WVA en wil hij Masters40-plus koersen rijden, op voorwaarde dat het goed gaat. “Bij FC Trappist kan ik goed meekomen, voor criteriums moet ik gaan trainen. Ik wil alleen aan de start komen als ik een kans heb om te winnen. Anders is het

niet leuk om mee te doen.” Zijn conditie en kracht doet hij op tijdens het woon-werkverkeer (4 keer per week 13 km heen en 13 km terug) en vooral tijdens het spinnen. Twee keer per week traint hij in de sportschool. “Op de spinningfiets kan ik meer energie kwijt dan op mijn racefiets. Op de spinningfiets kan ik me helemaal kapot fietsen.” Dat is ook de reden dat hij nauwelijks afvalt als hij intensiever traint: hij krijgt er meer spieren van.

De afgelopen jaren won hij Zandvoort. Hij kwam als vierde op het laatste rechte stuk, achter Willard, Auke en Bert. In een lange sprint reed hij ze alle drie voorbij. Zowel het Omnium als de tijdrit won hij tweemaal in twee jaar tijd. “Het Omnium ligt me omdat ik een goede tijdrit heb. Bij het spinnen doe ik veel intervaltraining, afwisselend drie minuten voluit en drie minuten wat kal-

mer. Mijn lichaam kan daardoor goed herstellen, zodat ik met de tussensprints veel punten kan vergaren. Dan heb ik al twee derde binnen en hoef ik bij het criterium alleen een paar man in de gaten te houden.” Een goede tijdrit is een beetje een eufemisme. Dit jaar reed Gerard tijdens het Omnium het rondje in 4:05:99, waarmee hij het oude record van Rob Steinweg (4:13 in 1991) uit de boeken reed. Toch durft hij niet vol bravoure te roepen dat zijn prestatie zoveel beter is dan die van Rob. Het materiaal is tegenwoordig beter en er liggen geen steentjes meer in de bochten van Spaarnwoude. Dat scheelt. De tijdrit langs het Amsterdam-Rijnkanaal won hij de eerste keer in 31:23. Dat is rap, maar geen record, want in de historie zijn er drie Trappisten sneller geweest: Joop de Boer (31:15), Toon Durville (31:12) en Cisco Pels (31:03). Kan hij hun tijden verbeteren? “Geen idee, het hangt erg af van de wind. Bovendien is het keerpunt iets verlegd, waardoor het parkoers langer is geworden, dat maakt het moeilijk. Eigenlijk zouden we ook de start moeten verleggen.” Hoewel de snelle tijden anders doen vermoeden, is Gerard geen getrainde tijdrijder. Sterker nog, hij rijdt op een gewone koersfiets, zonder te sleutelen aan stuur, zadel of wat dan ook. Ook draagt hij geen punthelm, en voor die twee tijdritten per jaar gaat hij er ook geen kopen. Verder traint hij er niet speciaal voor. Het gaat puur op kracht. “Eigenlijk weet ik maar een ding: als het lekker gaat, dan ga je te langzaam.”

Ondanks zijn gewicht kan hij ook klimmen, in ieder geval in het middelgebergte, zo bleek tijdens de 3CV. In de derde etappe, het rondje van Krabbé, kwam hij met een paar minuten voorsprong als eerste over de finish. Helaas reed hij buiten mededinging vanwege een diskwalificatie na materiaalpech in de tweede etappe. Het zit hem nog dwars. “Ik vind het jammer dat er geen dagklassement werd opgemaakt met alle deelnemers erin. Ik had die dag graag de strijd aan willen gaan met Willard en Auke, maar zij concentreerden zich op het klassement en lieten mij rijden. Het was dus geen eerlijke krachtmeting. Ik had graag gewild dat ze de strijd waren aan-


gegaan en ik weet niet of ik dan ook als eerste over de streep zou zijn gekomen. Hoe dan ook, het was een prachtige week en ik hoop dat het een terugkerend evenement wordt.”

Terug naar 2010. De winst in het wereldbekerklassement uit 2009 kon Gerard dit jaar niet prolongeren. Hij kwam een paar punten te kort. “Tijdens Beverwijk was ik op Lowlands en bij de GP Ger heb ik de sprint laten lopen, omdat ik te veel drank in mijn lijf had. Als ik wel had meegesprint had ik waarschijnlijk net voldoende punten gehaald.” Tegenover dat verlies staat de winst van de Wedstrijdbeker. Het verrast hem niet echt: “Ik start veel, en ik rijd bijna altijd een top 5 klassering. Die combinatie zorgt voor veel punten.” Top 5 is zo’n beetje de plaats die hij in het peloton heeft veroverd. In zijn eerste jaar wilde hij niet te veel in de weg fietsen. “Dus kwam ik ongeveer op plaats 10 terecht. Ik merkte al snel dat er bij het aangaan van de sprint, na de bocht, niet zo veel meer verandert in de volgorde. Het peloton gaat op een lint door de bocht en de laatste rechte lijn is te kort voor grote veranderingen. In het begin moest ik na de bocht vanaf de tiende positie aanzetten. Ik schoof dan een paarplaatsen naar voren, maar ik won niet. Daarom zorg ik nu dat ik voorin rijd. Voor de laatste bocht ga ik naar voren en probeer ik bij de voorste vier te komen. Ik ben geen echte sprinter, daarom moet ik de koers iets zwaarder maken. Dus probeer ik in het begin van de laatste ronde weg te springen, of ga ik al op 300 meter van de finish aan. Ik merk wel dat ik nu verstandiger

koers. In het begin had ik het idee dat ik met iedere ontsnapping mee moest. Bij iedere demarrage dacht ik ‘Dit is de slag’. Ik wist niet hoe sterk andere renners waren, dus ging ik er vaak achter aan. Nu kan ik het beter inschatten. Soms hoef je bij een ontsnapping niet volle bak achter de kopgroep te rijden en rijdt het peloton gedoseerd.”

Veel bekerwinnaars vertellen dat ze pas voor de betreffende beker zijn gaan rijden, als ze gaande het seizoen zien dat ze hoog in het klassement staan. Gerard was in het late voorjaar al gefocust op de Wedstrijdbeker. “Eigenlijk wilde ik die grote beker. Maar dat red je niet met alleen wedstrijden. Daarvoor moet je ook toertochten rijden. Voor het komende jaar kan dat een doel zijn, maar pin me er nu niet op vast. Het zou leuk zijn meteen aan het begin van het seizoen een paar keer mee te rijden, om de concurrentie af te bluffen. Aan de andere kant, het hoeft niet. Zo fanatiek ben ik niet, het moet wel leuk zijn en ik houd ook van een biertje.”

Omnium 2009 - 2010 Zandvoort 2009 Tijdrit 2009 - 2010 Ploegentijdrit 2010 Spaarnwoude 2009 – 2010 (4x) Fortenwedstrijd 2010 Wereldbeker 2009 Wedstrijdbeker 2010 Record tijdrit Spaarnwoude 4:05:99


FOTO: JAN GOTMER

Luxemburgse heuvel. Na drie jaar Luxemburg verhuisde Tjebco in 2007 naar Amsterdam. Hij vroeg bij Lohman naar een leuke fietsclub en zo stond hij op 1 april onder de Haarlemmerpoort aan de start van Bloemendaal-Lisse. Hij fietste niet veel dat jaar, maar ging wel mee naar Allemond. Hij reed niet mee met de Trappisten-Marmotte, maar beklom wel de Galibier en Alpe d’Huez.

Tjebco onderweg in Luxemburg

H

ij was een onbekende in het B-peloton toen hij in 2009 halverwege de laatste ronde op Zandvoort wegsprong. Er werd gekeken, Tjebco de Jong reed door en won. Dit jaar is het anders, en krijgt hij bij iedere demarrage vijf man in zijn wiel. Desondanks won hij de wereldbeker en de SuperPrestige. Het zit hem nog een beetje dwars dat zijn mooiste overwinning van 2010 de boeken niet heeft gehaald. Dat zit zo. Bij het verkennen de etappes in Spanje afgelopen zomer realiseerde Tjebco zich dat hij op dit heuvelachtige parkoers geen schijn van kans had. Daarom besloot hij aan te vallen. Na vijf, zes pogingen lukte het hem weg te komen, samen met Ricardo. Uren reden ze voor het peloton uit. Rijden, rijden, rijden, kop over kop, urenlang. “We hadden het idee dat ze ons lieten rijden om ons later op te vegen, maar ze kwamen niet.” Op een klim voor het eind was Tjebco kapot, maar net iets minder kapot dan Ricardo. Tjebco reed weg en zelfs een krampaanval op het korte slotklimmetje kon geen roet meer in het eten gooien. “Het is een geweldig gevoel als je zo’n wedstrijd wint. Twee minuten lang was ik de gelukkigste wielrenner ter wereld. En toen hoorde ik het vreselijke nieuws over Joanne. Dat was een enorme koude douche.”

Tjebco zit pas zeven jaar serieus op de fiets, na een kort begin tijdens zijn studie. Na zijn verhuizing van Curaçao naar Luxemburg kocht hij een racefiets. Eerst reed hij met zijn collega Luc, maar het kwam in een stroomversnelling toen Chris Stocking zijn collega werd. “Van Chris heb ik alles geleerd, over kleding, over voeding, over voorbereiding, over klimmen. Chris was serieus, en reed ook amateurwedstrijden in de omgeving.” Ze reden ‘s avonds na het werk zo’n 80 kilometer en in het weekend tochtjes van 100 à 125 km door de

Een jaar later, in 2008 reed hij zijn eerste wedstrijden, enthousiast gemaakt door Trappisten in het toerpeloton. Het smaakte naar meer en in 2009 reed hij alle wedstrijden. “Ik groeide erin. Dat jaar won ik Zandvoort, out of the blue. Niemand kende me, en dat bleek een voordeel. In de laatste ronde kwam ik achterop te zitten, ik wilde langs het peloton naar voren rijden, en dat ging zo gemakkelijk dat ik ben doorgegaan. Nu begrijp ik dat op dat moment iedereen naar elkaar keek en twijfelde. Ik had een gaatje, en het was een kwestie van volhouden. Ik heb bijna 2 km alleen op kop gereden.” Hij kreeg de smaak te pakken en reed meer wedstrijden. Door onervarenheid glipte de wereldbeker door zijn vingers. “Piet stond bovenaan, maar ik kon hem nog inhalen. Op Beverwijk was ik sterk, ik viel aan op de een na laatste klim aan en kreeg Jan Gottmer in mijn wiel. Jan nam niet over. Ik besloot mijn benen stil te houden en het peloton kwam terug. Ze waren al in volle sprint en verrasten me. Ik haalde er nog wel een paar in op de klim, maar Piet eindigde toch voor mij. Het waren net die paar puntjes die ik te kort kwam.” Een jaar later bleek de les geleerd. Op Beverwijk reed hij niet vol door, maar zorgde hij dat hij voldoende punten haalde om de wereldbeker binnen te halen.

Aan het begin van 2010 had hij zijn zinnen gezet op een van drie zwaardere wedstrijden: Zandvoort, Beverwijk of het Clubkampioenschap. “Die wedstrijden passen beter bij mij dan de woensdagavondwedstrijden


FOTO: JAN GOTMER

op Spaarnwoude. Ik kan mijn vermogen daar beter benutten. Ik kan niet sprinten, dus ik moet winnen door aan te vallen. Negen van de tien keer word je teruggepakt, maar soms lukt het.” In de loop van het seizoen hield hij het SP-klassment in gaten. Hij stond op een gegeven moment vrij hoog, omdat hij bijna alle wedstrijden had gereden. Hij mistte de combinatie van de Fortentoertocht en de wedstrijd, dus hij stond meteen een straatlengte achter. Tjebco: “De SP was niet meer interessant. Dat veranderde pas toen ik ‘s zomers veel punten op Spaarnwoude pakte en Piet van Oosten met Cycletours op pad was. Toen was het snel bekeken.” De meeste punten haalde Tjebco binnen met de wedstrijden, zowel deelnemerspunten als wedstrijdpunten. Hij mistte alleen de openingswedstrijd en de ploegentijdrit, maar hij reed wel wedstrijden waarvoor geen punten worden toegekend: de trainingswedstrijden, Spanje en de tijdrit in Luxemburg. Hij was bij ongeveer de helft van de toertochten present, met het accent op de langere, wat gunstig is voor de punten. Ook de puntloze Zuiderzee reed hij al een paar keer. “Ik heb geen voorkeur voor een bepaalde tocht, maar het leukste vind ik het om met een klein groepje ‘s morgens naar een toertocht buiten Amsterdam te rijden. Dan fiets je al snel 200 km op een dag.” De SP gaat hij niet verdedigen: in april wordt hij vader,

Tjebco op Beverwijk op weg naar de wereldbeker bij de B

dus van fietsen zal er niet veel komen, en bovendien gaat hij bij de A rijden, dus ook winnen wordt lastiger. Luxemburg blijft trekken als fietsland en dat leidde tot het organiseren van de driedaagse naar Larochette in 2009, herhaald in 2010 en 2011. “Ik wil er zelf graag fietsen, ik vind het leuk om dingen met de club te doen en ik wil iets terugdoen voor de club. De eerste keer was het echt mijn weekend. Vorig jaar hebben we het met z’n vieren georganiseerd en zijn we er een weekend geweest om het voor te bereiden. Samen dingen doen maakt het leuker.” Afgelopen jaar won hij de tijdrit en was hij slechts een paar seconden langzamer dan de tijd van Djoen Liem uit 2009. Het geheim: een radicaal andere taktiek. Waar hij in 2009 voorzichtig begon om niet kapot te gaan, reed hij in 2010 het hele stuk zo hard mogelijk. De dood of de gladiolen. Waar hij in 2009 al snel werd ingehaald door Djoen, kreeg hij nu Frans Blom in het vizier, een prima richtpunt. Op de streep was hij 2 minuten sneller dan het jaar ervoor. “Het leukste is dat ik mijn fietsmaatjes heb ingemaakt. Het is heerlijk om sneller te zijn de anderen. Je meet elkaars krachten op allerlei momenten, en dan is het leuk als je de anderen eraf rijdt. Die tijdrit is een lekker parkoers voor iemand die op kracht rijdt.”


FOTO: BEN KOELEMAN

"Fietsen met een groep mee beviel uitermate goed"

6 maart

O

p zoek naar een fietsgroepje zag ik via een aantal keer clicken FC Trappist. Ik zag dat ze o.a. toertochten organiseren, net iets voor mij! En de eerste tocht zou al over een aantal dagen zijn. Na een mailtje met Aad zag ik het wel zitten mee te gaan, zeker met de belofte van Erwin Krol, dat het prachtig weer zou zijn. Dus als nieuweling fietste ik naar de IJ-pont bij Centraal, in de verwachting 5 tot 10 mensen daar aan te treffen, maar het waren er minstens 50! Gezellig dus, en veelbelovend, en prachtig weer was het! Bovendien was de wind Noord, dus terug lekker mee. Aad was de voorrijder, en had een mooie tocht bedacht: We reden vanaf de pont via Noord en dan door Waterland via Broek naar naar het Noordhollandsch Kanaal. Het was de eerste tocht, dus ging het rustig aan, een gangetje van rond de 20 - 24. Voor veel mensen was het überhaupt de eerste keer dit seizoen, dat ze een racefiets aanraakten. De hele groep van 50 bleek prima op de pont het kanaal over te passen, al had iemand bedacht, dat er maar 28 op konden. Daarna ging het op naar Purmerend. We zijn zonder brokken langs alle obstakels als paaltjes, etc. geslalomd. Fietsen met een groep mee beviel me uitermate goed: het was gezellig, je rijdt al pratend steeds naast een ander (zoveel, dat ik bijna alle namen ben vergeten), en je komt langs routes, die je niet zelf bedacht hebt. Het bleek onmogelijk

om een lang lint van 50 rijders steeds bij elkaar te houden, dus de groep splitste zich af en toe, wat volgens mij heel goed gecoördineerd werd door Aad en Marja. Vanaf Purmerend ging het naar Edam. Een groepje zette wat aan, om maar snel bij Hof van Holland in Edam aan de taart en de koffie te kunnen. Ik zag het nut daar ook wel van in. Toch waren wij niet als eerste, er zaten er al een aantal op het terras. Ik weet niet hoe, maar er is nu eenmaal baas boven baas. De laatste groep kwam wat later, maar die hadden ook netjes gewacht op iemand met een kettingbreuk. Op de terugweg langs het Markermeer was ik weer op bekend terrein: Ik kan Volendam, Monnickendam en Uitdam dromen. Bij Monnickendam dacht ik nog even fijn terug aan de keren dat ik er afgelopen winter geschaatst had. Vanaf Volendam splitste de groep zich in stukken, sommige voor een eindsprint, anderen gingen rustig uitrijden. In het groepje waarin ik zat besloten we maar via Ransdorp te gaan, omdat Durgerdam altijd zo rottig fietst. Het laatste stukje Waterland bracht ons dan naar de Schellingwoudebrug, en de brug over het kanaal. Daar ben ik afgeslagen naar Diemen. Ik ga graag weer mee!

Erik d' Ailly Duurt Beukema Bart Bijvoet Frans Blom (Haarlem) Annemarie van den Bogaard Kees Bok Karsjen Bos Wilfred Bruin Herman Chevrolet Frans Donze Simon van Ede Evert Fermin Peter Godijn Guido Golüke Wim de Haan Jos ten Hacken Rob ten Have Max van der Heijden Fred Hilster Aad Janssen Tjebco de Jong Marja Kaay Laurine ter Keurst Ruben Koeckhoven Ben Koeleman Gerrit Koopmans Marijke de Kroon Diek Kubbe Wim de Lange Alex Leenders Henk van der Liet Caroline van Lingen Marie-José van de Mortel Manja de Neef Piet van Oosten Henny Remmers Marja de Ridder Peter van Riemsdijk Gertjan Ris Eris Sijtsma Peter Valckx Jos van der Valk Maaike Vertregt Addie de Visser Peter Willemsen Loes Zwart


p zaterdag 12 maart verzamelden ruim 20 trappisten zich om zich op te maken voor de tweede fietstocht van het jaar. De eerste tocht was nog wat fris geweest, maar nu zagen we toch echt al korte mouwen en korte fietsbroeken in het peloton. Geen overbodige luxe zo bleek want de zon en het tempo deden hun werk goed! Na een inspirerende hobbeltocht door het Amsterdamse bos kwamen we even later aan op vlakkere wegen. De snelheid werd verhoogd en de stemming zat er goed in. Een licht windje in de rug zorgde voor nog meer moraal en iedereen voelde dat dit een makkelijke ronde van 80 km zou gaan worden. Helaas, Jens Roep had een kleine verassing voor ons in petto. Vanwege werkzaamheden aan een tunnel, werd een omleiding voorgesteld. We reden praktisch door de tuin van een dorpeling en al snel kwamen we op echt moutainbike terrein terecht. Het hobbelige fietspad in het Amsterdamse Bos was een voorbode gebleken van een nog vele malen hobbeliger en onverhard pad tussen, boerderijen en landerijen door. Net toen ik dacht dat iedereen ongeschonden door de strijd zou komen, reed ik tegen een steen omhoog. Stootlek tot gevolg en een oponthoud van 5 minuten. Professioneel en snel werd ik door diverse Trappisten weer op weg geholpen. We vervolgden de route en zette koers naar Aalsmeer en verder. Onder gezellig ouwehoeren was het een lekker tempo rond de 32 per uur. Het duurde dan ook niet lang voordat we aankwamen in Rijpwetering bij cafe De Vergulde Vos. Op de binnenplaats zaten we heerlijk in de zon en uit de wind!!! Het enige wat restte, was een goed kop koffie en appelgebak met slagroom. De appelgebak met slagroom was beschikbaar voor een aantal van ons... de rest bleek flexibel en bestelde broodje kaas, gevulde koek met slagroom en broodje kroket... De koffie....... ach... was prima te doen ;-) De rest van de route was heerlijk en leidde ons naar de mooiste plekken in het gebied. Wij genoten ervan, wat niet gezegd kon worden van enkele automobilisten die het

FOTO: BEN KOELEMAN

O

"Wij genoten ervan" noodzakelijk vonden onze gezonde levenstijl te bekritiseren met enkele aanmoedigende opmerkingen van achter het stuur.. Aangezien we met 20+ mensen aan het fietsen waren, bleef het bij deze vocabulaire hoogstandjes.. Het peloton werd nu onrustiger. Als eerstejaars Trappist wist ik eigenlijk niet goed wat er aan de hand was. Mij werd echter ingefluisterd dat er de laatste 15 kilometer wel eens gedemarreerd zou kunnen worden en dat ik toch zeker voorin moest plaatsnemen. Na wat ongedurig gepositioneer gaven in ieder geval 6 personen gas! Langs de Amstel werd doorgetrokken naar 40 per uur. Licht wind mee en in de slipstream van de medevluchters kon ik mee. De tempoversnelling die daarna volgde werd me te machtig. Ik besloot uit te rijden en werd vlak voor het einde weer opgepikt door de rest, die stevig hadden doorgereden. En zo vertrok iedereen voldaan huiswaarts. Een heerlijke tocht! Voor ieder wat wils. Jens, bedankt voor het voorrijden. De rest, bedankt voor een geweldige start van het wielerseizoen. Ik voel me thuis.... ik voel me eigenlijk al een Trappist..

Erik d' Ailly Duurt Beukema Annemarie van den Bogaard Kees Bok Wilfred Brum Herman Chevrolet Paul Cottaar Frans Donze Simon van Ede Guido GolĂźke Floris de Graaf John GriĂŤt Max van der Heijden Aad Janssen Ben Koeleman Henk van der Liet Piet van Oosten Henny Remmers Jens Roep Jan Sorber Jos van der Valk Eerder afgeslagen Rob ten Have Guus Stegeman


? n ge n a h s et fi 'n m n a a u Wat heb ik no I

k stel me even voor: in het 2e deel van de jaren ’80 en de eerste jaren van de jaren ’90 was ik columnist van dit clubblad. Nu mijn zonen mij zijn ontgroeid en mij in lengte overtroeven en ik zelf weer vaker m’n racefiets bij z’n hoorns vat, leek het mij tijd voor een terugkeer op deze plek. Trappisten, ik heb nieuws: Piet Pelle is terug. Voor de ouwe hap gaat er misschien nog een belletje rinkelen, voor de nieuwste generatie hier een klein stukje Trappisthistorie. In de tijd dat Johan Middendorp nog voorzitter was en Marijke de Kroon secretaris, in de tijd dat er nog een secretaris speciale evenementen was (Tom Flesseman) en de redactie van dit clublad bestond uit Addie de Visser, Dick van ‘t Hoff en Peter Willemsen, in die tijd had ondergetekende deze column, eerst bedoeld als roddelrubriek, maar uiteindelijk een beschouwende column waarin alles over de club en het wielrennen aan bod kon komen. Nu de winter echt voorbij lijkt moet mijn nog van het hart: hoe mooi was die schaatsdocumentaire van Leendert Pot ‘Als het kan, dan moet het’. Als niet-schaatser heb ik genoten van de af en toe hallucinerende beelden van klassiek ogende schaatsers, vergezichten en ijsdetails zoals luchtbellen, schotsen en schrapende ijzers. Hulde! Ik denk dat ik m’n opname nog wel eens terug ga kijken. Wat hangt er deze keer aan m’n fiets? Wel, ik deed na vele jaren weer eens mee aan het toertocht, want wat voor een mooie dag was het die 6e maart met de klassieke seizoensopening. De wind stond gunstig, de zon scheen, het peloton zou groot zijn en ik had al 2 kleine trainingsritjes in de benen. Aan mijn fiets hangt dus de Waterlandtocht. Altijd lastig, want stond in de laatste 20 kilometers langs het IJssel-

meer niet altijd de wind tegen, reed iedereen voor zichzelf en was er veel te hard gereden als je nog geen kilometers had gemaakt. Marianne Braun riep ooit uit dat je bij de FC Trappist ook voor toertochten moet trainen. Bij de pont achter het CS stond een grote groep renners nog in winteroutfit keurig op mij te wachten, zoals het hoort. Het viel niet mee om op tijd te zijn met de strakke noord-oostenwind tegen. Ik voelde me gelijk weer thuis, want in weerwil van de i ntentie om alles op z’n Cohens bij elkaar te houden eindigde de 1e helft voor de koffie met gebak in chaos. En: de beloofde 70 toerkilometers waren er nog steeds 90. De organisatie was in principe goed. We werden ingedeeld in 3 groepen met een voorrijder in iedere groep. Een hele vooruitgang, vond ik. Ik sloot me aan bij groep 3 met Piet van Oosten als frontman, want die kende ik. Alles ging goed, iedereen had er zin in en tot mijn genoegen en verrassing reed Addie de Visser ook mee. Chapeau! Alles goed dus, tot de 1e materiaalpech toesloeg. En dat was deze keer niet het gebruikelijke lek in een band, maar een breuk in een ketting. Wat nu? Wachten? Ja! Want het is al lullig dat iemand zo’n pech heeft en een Trappist wacht in zo’n geval. Maar ja, wat kan je nog betekenen? Henny Remmers deed nog een manmoedige poging met een kettingpons. Maar de 1e 2 groepen waren al kilometers ver en stilstaan is onnatuurlijk voor een renner. Gevolg: aarzelend doorrijden, kleine groepjes en discussie over strakke leiding of anarchie. Er is niets veranderd. Heerlijk! Ik ben terug, oh ja…


QUINT OP DE AMSTERDAMSE WIELERBAAN 1898. FOTO: COLLECTIE VAN EYLE

- De wedstrijden van de avondcompetitie krijgen tussensprints om de spanning te verhogen. In de derde wedstrijd krijgen de A’s 5 sprints. - Op 5 mei gaat FC Trappist naar de Kemmelberg. Vergeet uw paspoort niet en neem Franken mee! - Het bestuur heeft een grote beker uit de Ronde van Andalusië gekregen en vraagt om suggesties voor een bestemming. Bron: aprilnummer 1981

- Er staan 6 zondagsritten op de kalender. Er wordt dan rustig gereden en alleen bij mooi weer. - De jongens van het drukwerk vragen om oude lakens, slopen en katoenen lappen om de offsetpers schoon te maken. Ze zijn bijna door hun eigen voorraad heen. - Onno Wijchers en Janneke Dubblinga zijn sportman en sportvrouw van 1980. Ze ontvangen de

wisselbeker, voor het eerst uitgereikt, en een fles champagne. - Bij de verkenning van de Kemmelberg valt Tom Flessemans om bij zijn eerste poging. De vierde poging lukt. Conclusie: Hier is een fantastisch evenement te organiseren.

- FC Trappist is geruisloos een hardrijdersvereniging geworden, concludeert Johan Middendorp uit het gegoochel met de bekers voor de jaarkampioen en clubkampioen. Bron: maartnummer 1981

- De rollenbankwedstrijd gaat niet door. Ze zijn gaan schaatsen. Allemaal. - Dikkere banden monteren adviseert voorrijder Jens Roep over Gooi & Eemland. - We verlaten Rhenen over de Koerheuvel, als we die kunnen vinden, aldus de aankondiging voor de Utrechtse Heuvelrug. - De Ronde van het Vondelpark op de avond voor Koninginnedag gaat niet door. De politie wil het niet. Op een andere dag mag het misschien wel. - Bas Jonk stopt de persen. Na 10 jaar is de lol eraf. Bron: maartnummer 1991

- Vanwege de Mond- en KlauwZeer kan de Utrechtse Heuvelrug niet doorgaan. De Stelling van Amsterdam wordt als alternatief bedacht. - Het blijkt mogelijk om lid te worden via de website. ‘Is dat wel zo’n goed idee?’, vraagt Wim de Lange zich af. Het is niet denkbeeldig dat de belangstelling wel eens groot zou kunnen blijken te zijn. - Mark van Bemelen, nieuw lid en Limburger, is de voorrijder in Mergelland. - Twee koppels rijden in de tijdrit tijdens in de openingswedstrijd harder dan 40 km/h. Bron: aprilnummer 2001


B

rouwerij De Prael (brouwers: Fer Kok en Arno Kooij) maakt zeker geen bieren met een afstand tot de arbeidsmarkt. Hun André (gebrouwen sinds maart 2003) is een amberkleurige en fris bitter volmout bier van 6,6 % dat je diep in je hart zal raken. Een beetje verliefd? Dat zou goed kunnen als je dit bier eenmaal hebt leren kennen. André is geen ronderenner, hij rijpt in de winter, excelleert in het voorjaar, als de dagen lengen en de levenslust toeneemt is hij op zijn best. André is dan ook een lentebok. In vroeger jaren werd dit type bier gemaakt van de eerste oogst zomergerst (aug/sept), gemout in oktober, eind november gebrouwen en na 4 maanden lageren was ze vroeg in de lente op dronk. André van De Prael is een bovengistend bier met een mooie witte schuimkraag en een fris, fruitig aroma met toetsen van sinaasappel en karamel. Het zachte mondgevoel, de kruidige bitterheid en moutsmaak, waarin je karamel en gedroogd fruit kan ontdekken, gaat over in een lichtbittere afdronk. Dat alles maken dit bier tot een origineel, goed gebalanceerd en karakteristiek bier. Een lentebok combineert overigens prima met gebraden gevogelte.

Krijg je al lentekriebels? Je kunt dit bier langs de meetlat leggen in de Posthoornkerk te Amsterdam op 17 april. Op deze prachtige lokatie organiseert onze sponsor de Prael (samen met P.I.N.T. regio NH) alweer het 13e Meibockfestival. (www.prnh.pint.nl/meibockfestival.htm). Aldaar zal De Prael ook twee nog niet eerder verschenen broertjes presenteren. De Koude André (een ondergistende lentebock, waarschijnlijk iets minder fruitig) en een André met Peuk (gebrouwen met rookmout). Mocht je dat niet redden dan kun je 26 mei nog in de agenda

Dit is de eerste aflevering van een serie waarin Gerard Ypenga, Trappist en bierkenner, de bieren van De Prael een voor een zal bespreken

Een beetje verliefd...

zetten, want dan wordt het nieuwe proeflokaal aan de Oudezijds Armsteeg geopend. De André wordt overigens gemaakt van Amsterdams Rijnwater, Pilsmout, Munchenermout II, Tarwemout en Caramunich 120. Gebruikte hopsoorten Hallertau Perle, Saphir en Tettnanger en de gebruikte gist is een korrelgist Safale S-04 (SVG 75%).


Wanneer? Hoe laat? Waarvandaan? Hoe lang? Onder wiens hoede? Met de trein: Amsterdam Centraal of Amsterdam Zuid: 9.53 uur Overstap in Utrecht. Aankomst: 10.44 uur De Waal, hoe mooi ook, laten we dit jaar maar eens links liggen. Na een stukje Lekdijk rijden we via de Haardijk en Banweg naar de Linge. Switchend tussen de dijk en het lage land rijden we naar Gorinchem, dat we bovenlangs passeren. De lieflijkheid laten we dan achter ons en doorklieven de sombere, lege polders Giessen, Ottoland en Liesveld, op hun mooist bij diepgrijze wolkenvelden en een enkel spatje... Pauze in Groot-Ammers bij Dikke Maatjes, waarna we, zigzaggend door de polder Langerak wederom de Lekdijk bereiken: Ameide! Hier zal ongetwijfeld, gek genoeg, een deel van de groep de pont pakken om terug naar Amsterdam te fietsen. Zij missen dan wel de grasdijk van de Oude Zederik, altijd weer een omstreden hoogtepunt van de tocht...

Wanneer? Hoe laat? Waarvandaan? Hoe lang? Onder wiens hoede?

Zigzaggend door de knotwilgen

Het schiet dan al aardig op - we doorkruisen de polders Neder- en Over-Boeicop op weg naar de Diefdijk en tenslotte dan nog de laatste 5 km over de Lekdijk terug naar Culemborg. Alsof de tijd heeft stil gestaan treffen we dan in De Ceintuur voor een deel dezelfde innemers als voor de start. Deed me vorig jaar denken aan De Tuinman en de Dood: ook zij waren verrast - was het al zo laat?

Heuvels en valleien kenmerken deze tocht. Vanuit het stroomgebied van Amstel en Vecht steken we via het massief van Blaricum, met zijn bos- en heidebegroeide hellingen, door naar de Eemvallei. Weidser dan deze vind je ze weinig. Nauwelijks bebouwing, nauwelijks begroeiing – nou ja: behalve gras en riet, en de laatste jaren wat percelen maïs. En boksende hazen (Pasen!) en figuurvliegende grutto’s e.d. Veel lucht ook, en water, maar weinig bruggen. De enige twee liggen dan ook meteen in Eembrugge. We steken ze allebei over, eentje vóór, de andere na de pauze. Als pauzeplaats proberen we weer aan te leggen bij landwinkel & koffie-, thee- & zuivelschenkerij “De Kastanjeboom” aan de Zevenhuizerstraat. We rijden vanaf het Flevobad langs Muiden, Muiderberg, Naarden, Bikbergen, Tafelberg, Blaricum, Eemnes, Eembrugge, stukje Oostelijke Eemdijk, Spakenburg en dan naar de pauzeplek. Wanneer het wil met een lusje langs de grens met Gelderland. Daarna terug via Amersfoort Noord (altijd even spannend of we daar uitkomen) richting Eem, het Bluk, de hei over en via Spanderswoud, Naardermeerzoom, rechter Vechtoever en Weesp naar Amsterdam. Hopelijk tot 25 april.


De jubileumtocht is een hot item in ons clubblad en op de website. Voor wie het nog niet wist: we gaan 5 dagen fietsen in het Sauerland. In het decembernummer vond je uitgebreide informatie, van dag tot dag, over de tocht. Eigenlijk valt daar niet zoveel meer aan toe te voegen; lees dat decembernummer nog eens door, of kijk op de website. Hier nog maar eens even de belangrijkste punten: - heen en terugreis is met eigen vervoer, dus geen touringcar. We maken dankbaar gebruik van een bus van Peter van Riemsdijk voor het bagagevervoer. Lees hier dus: vrachtbus en niet personenbus. - We slapen in jeugdherbergen. Meestal zul je op mooie slaapkamers slapen met 4 -6 bedden.. - na het aanreizen op woensdag 4 mei begint onze eerste etappe om 12.00 uur. Dan volgen er nog 3 dagetappes en de vijfde en laatste etappe is op zondag 8 mei. We fietsen tussen de 80 en 110 km per dag. - het kost €215,- en je kunt je opgeven door dit bedrag over te maken op de rekening van de Trappist (5209729). Er zijn nog slechts vijf plaatsen vrij, dus aarzel niet te lang! De inschrijving sluit op 1 april. Het voert een beetje te ver om in dit stukje nog eens alle informatie uit vorige clubbladen en de website te herhalen; heb je je al opgegeven of ben je van plan dit te gaan doen: houdt dan vooral ook de website in de gaten. Ikzelf heb er heel veel zin in, lekker fietsen in zo’n

Wanneer? Hoe laat? Waarvandaan? Hoe lang? Onder wiens hoede? Trein: Amsterdam Centraal 10.06 spoor 4b, Amsterdam Zuid 9.53 spoor 1-2. Eigen vervoer: er is voldoende parkeerruimte op Van Coehoornplein, op 3 min van de vertrekplek. We gaan langs het afwateringskanaal "Drongels Kanaal" waar we de eerste meters kunnen genieten van Rijkswaterstaat met capaciteitsvergroting voor de rondweg Den Bosch. In de volksmond wordt het ook wel bouwput genoemd . Snel zitten we in Giersbergen met een aantal oude, rietgedekte langgevelboerderijen. Na de Loonse en Drunense Duinen komen we langs Nederlands grootse pretpark "De Efteling". Via de Moer rijden we naar de voorsteden van Tilburg. Aangekomen op de Maastrichtse Baan rijden we naar onze pauzeplek Alphen. Geïnteresseerden kunnen op internetsite:

prachtig gebied: bosrijk, prachtige stille wegen, leuke dorpjes en stadjes met mooie vakwerk huizen. Het lukte net niet om de tocht langs Dillenburg, de stad van onze Vader des Vaderlands, te leiden, maar zijn aura weet ons misschien wel te bereiken. Verder zou ik de tocht een Carver (toneelgroep) motto willen meegeven: “de natuur is zeer mooi, maar je moet er wel wat te drinken bij hebben” Dat wordt dus een tocht met geestelijke genoegens (genieten van de natuur en van je medetrappisten) en lichamelijke genoegens (lekker fietsen en onze inwendige mens goed verzorgen). De lente begint al te komen en begin mei is ie vast al heerlijk opstreek!. Misschien wil je graag weten met wie je deze kleine vakantie zult doorbrengen; hier zijn hun namen: (de eerste 6 zijn de mensen van de voorbereidingsgroep) Yvonne Roep, Jens Roep, Elna Gooyaerts, Rob ten Have, Henny Remmers, Loes Zwart. Guido Goluke, Frans van Griensven, Marja de Ridder, Johan Middendorp, Eduard Baddee, Aad Janssen, Wim de Haan, Jos van der Valk, Henk Bleyendaal, Henk Hanekamp, Henk van der Liet, Frank Bonfrer, Nic van der Riet, Laurine ter Keurst, Leendert Pot, Koen Denecker, Ben Gihaux, Carel Hulshoff, Diek Kubbe, Christine van Hout, Hans Meerman, Caroline van Lingen, Kees Bok, Maarten Toneman, Frans Blom. Als je besluit om je bij dit illustere aan te sluiten, geef je dan snel op, voor 1 april en vergeet ook niet aan Yvonne Roep (yvonne.roep@gmail.com) te melden of je nog een plaats in je auto over hebt voor een mens+ fiets. Of wanneer je een plaats voor jezelf en je fiets nodig hebt in andermans auto. Tot 4 mei bij het politiebureau van Remscheid, waar de auto’s veilig geparkeerd kunnen worden.

CUBRA - "Alphen zoals weinigen het te zien krijgen" bezoeken. Na de pauze cruisen we over De Rovertsche Heide naar mooiste safaripark van Nederland "Beekse Bergen". Waar we gespot worden door een giraffe of een verdwaalde neushoorn, gelukkig wel achter een brede gracht. Heerlijk door de bossen van Oisterwijk, Esch, Vughtse hei weer naar waar vanochtend begonnen zijn.


D

e driedaagse naar Luxemburg heeft, onder andere vanwege de jubilieumvijfdaagse, dit jaar een andere plek op de kalender gekregen. We gaan dit jaar op vrijdag 12, zaterdag 13 en zondag 14 augustus naar Larochette. De drie dagen zullen in grote lijnen hetzelfde zijn als de afgelopen twee edities. Op de eerste dag rijden we door Klein Zwitserland naar Trier. Een collega van Tjebco uit Luxemburg kent deze omgeving op zijn duimpje en heeft de tocht uitgezet en zal hem voorrijden. Hij heeft al een lunchplek op het oog. Op dag twee hebben we de tijdrit over die over het vaste parkoers gaat. Die dag zal er ‘s middags een kortere toertocht naar Vianden op het programma staan. Op zondag gaan we naar de stad Luxemburg, we rijden rustig heen en weer, en dan staan er voor de liefhebber is de stad een aantal gemeen steile klimmetjes op het programma. Wie geen zin heeft m te klimmen, kan wat langer op het terras zitten. Er is een aantal voorrijders (en achterrijders) die Luxemburg goed kennen en het peloton bij elkaar houden. Afhankelijk van de deelnemers kunnen we de groep splitsen in een snelle en langzame groep. Ook is het mogelijk dat groepjes – met een voorrijder - af en toe een stukje kunnen afsnijden.

Voor wie nog nooit is mee geweest: Luxemburg is een voortreffelijk fietsland. De heuvels zijn er langer en ietsje steiler dan in België, en hier en daar zijn er gemene kuitenbijters. Wie tegen iedere helling opvliegt, kan prima trainen voor bijvoorbeeld Beverwijk en de Claude Criquielion. Wel boven wachten op langzamere klimmers. Wie rustig omhoog rijdt, kan prima toeren. De wegen zijn uitstekend geasfalteerd en er rijdt weinig verkeer, met als uitzonderingen de stad Luxemburg en een enkele doorgaande weg. Onderweg is er veel bos en veel kasteelruïnes op uitstekende rotspunten.

We verblijven in Larochette, dat is vlak bij Klein Zwitserland, een stuk van Luxemburg waar de rotsen aan de oppervlakte komen en het landschap wat ruiger wordt. Larochette is eigenlijk niet meer dan een handjevol straten die op het plein uitkomen. Op dat plein zijn enkele restaurants gevestigd. Het plaatsje wordt gedomineerd door – hoe kan het anders – een kasteelruïne bovenop een rots.

We verblijven in de jeugdherberg. De vorige keren hadden we een aantal tweepersoonskamers en een aantal huisjes. Het is nog niet bekend hoe de indeling dit jaar zal worden. We hebben 25 bedden gereserveerd. Dus reserveer snel. Er is een camping in de buurt. Kampeerder kunnen dat zelf regelen. Het eerste jaar waren er diverse kampeerders, vorig jaar (bijna) niemand, was het was koud en nat. We eten met z’n allen en proberen een deal te sluiten met een restaurant. Vorig jaar hadden we erg goede ervaring met de Portugees, en we gaan zeker proberen daar weer iets af te spreken.

Iedereen komt op eigen gelegenheid naar Larochette op donderdag 11 augustus. De afgelopen twee jaar is er een groepje op de fiets vanuit Limburg naar Larochette gereden. Het is nog niet duidelijk of dat ook dit jaar zal gebeuren.

Aanmelden graag per email voor 1 mei op luxemburg@fctrappist.nl en door een vooruitbetaling van €60 over te maken op bankrekening 405086822 ten name van T. de Jong, Amsterdam.

Het Luxemburg-peloton in 2010


Criterium 2e , 3e en 4e voorjaarswedstrijd Wielercircuit Spaarnwoude woensdag 20 april, woensdag 27 april (let op!) en woensdag 18 mei. 19:00 uur Criterium A één uur plus 3 ronden, criterium B drie kwartier plus 3 ronden. 3 euro voor leden, 5 euro voor niet-leden, gratis voor abonnementhouders De criteriums tellen mee voor de wedstrijdklassementen: tien punten voor nummer één, negen voor nummer twee en zo verder tot één punt voor nummer tien. bij panne of lekke band: maximaal 1 ronde vergoeding. Na afloop van de laatste wedstrijd krijgt de blokwinnaar de biologische worst uitgereikt.

D

Gerard Ypenga en Marthijn Licher zijn tijdens het kampioenschap van Amsterdam 12 februari gevallen. Bij het aangaan van de sprint ging er een grote groep tegen de vlakte. Marthijn had slechts enkele schaafwonden. Gerard is op een brancard met een brace om zijn hoofd naar het ziekenhuis afgevoerd. Gelukkig bleek uit de CT scan en de Röntgen dat het minder erg was dan het er uitzag. Geen breuken, wel diverse kneuzingen en diepe schaafwonden. Beterschap!

FOTO RUBEN KOECKHOVEN

e lente breekt aan. We verheugen ons op zonnige terrasjes met koffie en appelgebak, bollenvelden die veelkleurig in bloei staan, ontluikend groen aan bomen en struiken en meisjes in zomerrokjes die fluiten naar wielrenners in korte broek. Maar dit is Nederland. Voorjaarsstormen rukken jong blad van de takken, felle hagelbuien trekken over het land en het kabinet bezuinigt vrolijk verder. Op ons thuiscircuit in Spaarnwoude reden we tot nu toe uit de wind. Bomen en struiken schermden het rondje af en van storm en tegenwind hadden we nauwelijks erg. Tot deze winter. Facebookvrienden van Ruben hebben de foto’s al gezien, Wheelerplanet is onherkenbaar geworden. Struiken zijn weg, bomen gedecimeerd en vanaf nu hebben we op Spaarnwoude soms wind mee en soms wind tegen. Onder deze uitdagende omstandigheden worden de resterende wedstrijden van het voorjaarsblok gereden.

Wheelerplanet in 2011. Struiken zijn weggehaald, bomen omgehakt


Jaarkalender 2011 datum

evenement

km

pt

voorrijder

(vertrek)plaats

tijdstip



FC Trappist April 2011