Issuu on Google+

DE STOEL Personages: Jezus Kathy Laura Drew SCENE 1: Kathy: Hallo Jezus Jezus: Ha, Kath Kathy: Heel erg bedankt dat U me wilde ontmoeten. Jezus: Graag gedaan. Wat is er aan de hand? Wat heb je daar? Kathy: Wel......eh..... ik heb besloten om U dit te geven! Jezus: Wat! Kathy: Ja, ja , ik weet het. Jezus: Ben je serieus? Kathy: Ja, ik ben erg serieus. Jezus: Maar, je weet toch wel wat dat betekent? Of niet? Kathy: Ja, ik denk het wel. Jezus: Degene die op deze stoel zit, mag alle beslissingen nemen over je leven. Kathy: Ik weet het. Ik zit altijd daar en dan neem ik beslissingen en dan kom ik op een plaats dat ik denk, wat moet ik nou? En dan zeg ik tegen mezelf : geef het toch aan Jezus, Die maakt altijd de juiste beslissingen. Jezus: Ja, precies. Kathy: Dus wil ik het aan U geven als een cadeau. Jezus: O, maar , Ik voel me vereerd. Kathy: Nee, nee, ik ben vereerd. Echt! Jezus: Nou, dit is geweldig. Ik denk dat Ik er maar eens op ga zitten. Karthy: Ja, alstublieft, doe dat. Jezus: Dan kan Ik beginnen met beslissingen maken. Kathy: Ja,ja, en wat U ook zegt dat ik moet doen, zal ik ook doen. OK? Jezus: Als dat is zoals je het wilt. Kathy: Dat is precies wat ik wil. SCENE 2: Laura: He, ik ben zo blij dat ik je zie. Kathy: Ha, Laura Laura: Weet je, ik heb net besloten dat ik het ga doen. Kathy: Wat doen? Laura: Ik ga een tatoeage laten zetten. Haah. Kathy: Wat? Laura: Ik weet het. Ik ben zo opgewonden. Ik ga het hier zetten. Zo, ik denk dat ik een kruis doe. Wow, dat is zo cool. O, het is zo spannend. Kathy: Ik ben heel erg verbaasd, want ik dacht dat je moeder zei: Daar komt niks van in!!? Je weet wel, helemaal geen tattoo. Is er iets veranderd? Laura: Nee, ze is er nog steeds helemaal op tegen. Maar weet je, mijn moeder is niet zo cool. Dus ik dacht, ik zeg nu lekker niks. En dan hebben we het er later wel eens over. Ze komt er wel overheen. Het kan me eigenlijk niet zo veel schelen wat ze erover denkt. Maar, wat ik eigenlijk wilde vragen: ga je met me mee?


Jezus: NEE Kathy: NEE Laura: Nee? Kathy: Eh......wat ik bedoelde te zeggen is: NIET. (Ze duwt Jezus van de stoel) Jezus: Wat doe je? Kathy: Ik weet het nog niet.....want....ik moet in mijn agenda kijken of ik kan. Ik weet het niet precies... Laura: Ik hoop echt dat we dit weekend gaan. Kathy: Ik bel je om te laten weten wanneer het kan. Laura: Akkoord. Later! Jezus en Kathleen duwen. Jezus: Kath? Kathy: Ja? Jezus: Wat gebeurt er hier? Kathy: Wat bedoelt U? Jezus: Nou, het wordt anders een beetje krap hier. Kathy: O Jezus, dat is raar, echt vreemd. Ik snap er niets van. Ik praatte met Laura en ze vroeg of ik mee ging, omdat ze een tattoo wilde en dat vond ik erg opwindend. En toen zei U, NEE en dat was een beetje, een beetje vreemd en dus..... Jezus: Dat was Mijn beslissing. Kathy: Ja precies, maar ik vond dat niet logisch klinken. Jezus; Maar je wilde toch dat Ik hier ging zitten, toch? Kathy: Ja natuurlijk, daarom gaf ik het U cadeau. Jezus: Dat dacht Ik ook. Kathy: OK Jezus: En degene die hier zit maakt alle beslissingen. Kathy: Ja natuurlijk. Exact. Ja. Jezus: Dus wat is het probleem? Kathy: Nou ik vind het geen probleem om met haar mee te gaan. Wie kan dat nou wat schelen? Jezus: Maar haar moeder zei NEE. Kathy: Ja, dat is wel een heel klein detail. Ik dacht... Jezus: Kijk Cathy, Ik wil er zeker van zijn dat we op een lijn zitten. OK? Wil je dat Ik hier zit of wil je dat niet? Kathy: Natuurlijk wil ik dat. Daarom gaf ik het aan U. Jezus: OK Kathy: Kijk, het spijt me, ja? Ik denk dat het toch moeilijker is dan ik dacht. Ik wil dat U daar zit en dat U de beslissingen maakt. Wat U ook zegt dat ik moet doen, dat wil ik ook doen, ja? Jezus: Goed, dat dacht Ik ook. Laten we opnieuw beginnen. Kathy: Ja, graag. Jezus: Wij samen, we kunnen het. Kathy: Ja, wat U zegt dat ik moet doen, dat doe ik. Jezus: OK. SCENE 3: Drew: Kath? Kathy: Drew!


Drew: He, ik heb je hulp nodig. Kathy: O....eh (kijkt naar Jezus)(Jezus steekt zijn duim op). Goed. Drew: Nou ik praatte met oma... Kathy: O, hoe is het met haar? Drew: Mijn oma is stoer, weet je. Kathy: O ja, stoere oma. Met blauw haar. Drew: Ze zit in de verpleging en was wat droevig, dus ik dacht om iets leuks voor haar te doen. En niet alleen voor haar, maar voor alle ouwe dames daar. Ik zat te denken om hun een schoonheidsbehandeling te geven. Kathy: Leuk, met oma naar de schoonheidsspecialiste. Dat is een geweldig idee. Drew: Nee, niet daar heen, dat is veel te duur. Ik dacht er eerder aan, om met al mijn vrienden naar haar toe te gaan en haar een schoonheidsbehandeling te geven. Je weet wel een manicure en pedicure. Ze heeft van die hele dikke teennagels en schimmel eronder, die ze steeds weg moet schrapen... En ze heeft ook dikke eeltpitten, eksterogen. Trouwens ik denk dat jij haar hoofdhuid wel goed zal kunnen masseren, met al die schilfers en zo. Dat zou geweldig zijn, niet? Kathy: Dit is inderdaad erg interessant, zeg. Drew: Wil je me helpen? Jezus: JA! (wordt van de stoel geduwd) Kathy: Nee, nee, ik kan niet. Jezus: Kathleen, je kunt wel! Kathy: Het spijt me... Drew: Ik heb nog niet eens verteld, wanneer ik het ga doen. Kathy: O, sorry. Drew: Ik denk dat ik het volgende week zondag doe. Jezus: Dat zal zeker gaan. Kath: Nee, zondag zal zeker niet gaan. Dan is er kerk, dus geen tijd. Drew: Misschien kun je dan woensdagavond? Jezus: Nog beter! Kathy: Nog slechter. Kijk, deze maand is zo druk. Je weet wel, het een na het ander. Drew: Ok, in augustus kan ik elke dag. Welke dag ben je vrij? Kathy: Nee, eigenlijk is augustus ook erg druk. Ik moet naar school en werk. Ik heb echt geen vrije tijd. Jezus ( probeert Kathy van de stoel te duwen): Kom op zeg. Drew: Goed, bel als je tijd hebt. En de groeten van oma. Kathy: Ja, ik stuur haar een kaartje. OK, bye, bye, OK. Jezus: Ik denk niet dat dit gaat werken Kat. Kathy: Wat? Jezus: Je zit op de stoel! Kathy: Huh! Jezus, dit is zo gek. Eh....kijk ik praatte met Drew. Hij wilde zijn oma helpen. En ik hou van zijn oma, dus ik vond het een goed idee. Maar toen begon hij te vertellen over geel spul onder de nagels en toen praatte hij over eeltpitten en toen moest ik iets doen met haar haar. Jezus: Kath, luister! Hier is waar het om draait. Ik zei JA. Kathy: Ja en dat was compleet fout geantwoord. Het is duidelijk dat ik dit soort dingen niet kan doen. Jezus: Kath, soms zul je mijn beslissingen niet begrijpen en zul je het er misschien zelfs niet mee eens zijn. Je wilde dat ik op de stoel ging zitten. Kathy: Ja, daarom gaf ik het aan U.


Jezus: Nou, we kunnen niet alle twee op dezelfde stoel zitten. Het is of Ik of jij. Kathy: Wel, U bent het. Jezus, luister; het spijt me. Ik had niet gedacht dat het zo moeilijk zou zijn. Ik had eerder gedacht, dat mijn beslissingen zouden lijken op uw beslissingen. Ik weet niet wat ik dacht. Kijk, ik wil dat U het krijgt. Daarom gaf ik het aan U als een cadeau. Jezus: En ik wil het ook hebben als een cadeau, maar je moet het me dan ook laten houden. Kathy: OK Jezus: OK,Je moet het me geven. Kathy: Natuurlijk. Helemaal mee eens. Laten we het opnieuw proberen. Het spijt me. Ga zitten. Jezus: Als je er maar zeker van bent. Kathy: Ja, ik ben er zeker van. Ik wil echt, dat U de beslissingen maakt. Echt. Jezus: Goed. OK. Kathy: OK. Jezus: Goed. Kathleen........... laten we eens praten over de 50 euro, die je pakte uit je moeders portemonnee. Kathy: 50 euro? Jezus, het spijt me. Dat herinner ik me niet. Jezus: Nou, het was anders vanmorgen. Kathy: O ja, ja, ik vat het....eh... Nou, het zit zo..ik had wat extra geld nodig, want ik wist dat ik hier naartoe zou gaan vanavond en mijn moeder zou mij nooit genoeg geld geven en ze heeft zoveel geld, dat het niet uitmaakt en..... Jezus: Kathleen, het is niet van jou! Kathy: Jawel, ze is toch mijn moeder. Jezus: Geef het terug! Kathy: Teruggeven? Dat komt ze erachter dat ik het gepakt heb. Weet je, ik kan het niet zomaar teruggeven. Jezus, wat doe je? (Jezus staat op) Jezus: Dit gaat niet werken. Ik begrijp dit niet. Kathy: Wat? Jezus: Ik bedoel, als je op de stoel wilt zitten, ga er dan op zitten. Kathy: Nee,hij is van U. Ik gaf hem aan U, als cadeau. Jezus: Maar je pakt hem steeds weer terug. Kathy: Jezus, nee, ik wil dat U hem krijgt. Dat U de beslissingen maakt. Jezus: Maar jij moet de eerste beslissing maken. Kathy: OK. Jezus: Wie gaat er op de stoel zitten? Kathy: U Jezus: Ok, geef me dan de stoel. Kathy: Goed, hier pak 'm maar. Jezus: Je moet hem wel loslaten. Kathy: Ok, pak 'm maar. Jezus: Kathleen, maak een beslissing. Kathy: Ik kan het niet. Jezus: Je hebt zojuist je beslissing gemaakt.


Drama: De Stoel