Issuu on Google+

ig ht

yr

op

C

.

tie fb .v

Ac

Ed u'

BPV SCW


Inhoud

tie fb .v

.

Werken met de BPV-opdrachten 3 Routeplanner 5 Aftekenlijst 7 1. De vraag naar sociaal-cultureel werk inventariseren 8 2. Een plan van aanpak voor projecten of activiteiten maken 15 3. Ondersteuning bieden 21 4. Projecten en activiteiten voorbereiden 28 5. Cliënt/groep tijdens activiteiten begeleiden 33 6. Professionals inzetten bij de uitvoering van activiteiten 40 7. Samenwerkingsverbanden organiseren en ondersteunen 45 8. Aan deskundigheidsbevordering en professionalisering van het beroep werken 52 9. Aan het bevorderen en bewaken van kwaliteitszorg werken 59 10. Coördinerende taken uitvoeren 64 11. Beleidsmatige taken uitvoeren 71 12. Beheertaken uitvoeren 77 13. De dienstverlening evalueren 83 14. Vrijwilligers werven 90

yr

ig ht

Ed u'

Uitgeverij: Edu’Actief b.v. Meppel Postbus 1056 7940 KB Meppel Tel.: 0522-235235 Fax: 0522-235222 E-mail: info@edu-actief.nl Internet: www.edu-actief.nl Auteur: Annyttsje Pruim Titel: BPV SCW

Ac

Colofon

op

ISBN: 978 90 3721 018 7 Copyright © 2013 Edu'Actief b.v. Meppel

C

Eerste druk/eerste oplage Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, microfilm, fotokopie of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means, without written permission from the publisher. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb. 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (Postbus 3060, 2130 KB) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.


Werken met de BPV-opdrachten De BPV-opdrachten bieden je de kans om je vaardigheden en kennis in de praktijk te oefenen. Er is één BPV-opdracht per werkproces. Het resultaat van een BPV-opdracht bestaat meestal uit meerdere producten. De BPV-opdrachten zijn in iedere volgorde te maken, maar soms is er een logische volgorde in de werkprocessen. Deze logische volgorde is dan ook in de BPV-opdrachten terug te vinden.

Relatie met het werkproces

Ac

tie fb .v

.

De BPV-opdrachten hebben allemaal dezelfde opbouw. Een korte toelichting: • relatie met het werkproces • opdracht • eisen professioneel gedrag • STARR • beoordeling – producten – professioneel gedrag – eindoordeel – opmerkingen.

Opdracht

ig ht

Ed u'

De BPV-opdracht begint met het gedeelte ‘Relatie met het werkproces’. Dit is de (vereenvoudigde) tekst uit het kwalificatiedossier die bij ieder werkproces onder het kopje ‘Omschrijving’ staat. Met behulp van deze korte tekst wordt duidelijk waar de BPV-opdracht over gaat en wat de relatie tot het werkproces is.

C

op

yr

De opdracht begint met een korte inleiding waarin kort beschreven wordt wat het doel van de opdracht is of die een dilemma bevat waar de student door middel van de producten een antwoord op leert geven. Vervolgens wordt er een opsomming gemaakt van de producten die gemaakt moeten worden om de doelstelling bij de opdracht te behalen of om een antwoord te kunnen geven op het dilemma. Per product wordt vervolgens beschreven welke stappen genomen moeten worden om het product te kunnen maken en aan welke eisen het product moet voldoen. Bij het maken van de producten moet de student professioneel gedrag laten zien. Deze eisen staan omschreven onder ‘Eisen professioneel gedrag’.

Eisen professioneel gedrag Deze tekst is een beschrijving van de competenties die horen bij het werkproces. De student laat tijdens het maken van de producten dit professioneel gedrag zien en wordt hier mede op beoordeeld.

STARR Reflecteren is een belangrijk onderdeel van het leerproces. Het schrijven van veel STARR-verslagen werkt echter niet altijd even motiverend. Om deze reden is gekozen voor een aangepaste STARR. Per BPV-opdracht wordt er één STARR-verslag geschreven, of dit moet anders benoemd zijn bij de producten.


Beoordeling Producten Per product worden de punten opgesomd waar de student op wordt beoordeeld. De producten worden beoordeeld door de werkbegeleider en de BPV-docent. Er wordt gewerkt met een tweepuntsschaal voldoende of onvoldoende. Als een student een of meerdere onderdelen uit de beoordelingslijst goed (bovengemiddeld) uitgevoerd heeft, dan kan dit aangeven worden door bij de totale beoordeling van het product een ‘goed’ te noteren.

Professioneel gedrag

tie fb .v

.

Tijdens het maken van de producten wordt er gekeken naar en beoordeeld op professioneel gedrag. Deze beoordeling wordt alleen door de werkbegeleider gegeven. Ook hier wordt gewerkt met een tweepuntsschaal voldoende of onvoldoende. Als een student een of meerdere onderdelen uit de beoordelingslijst goed (boven gemiddeld) uitgevoerd heeft, kan dit aangeven worden door bij de totale beoordeling van het product een ‘goed’ te noteren.

Ed u'

Ac

Eindoordeel Bij het eindoordeel van de BPV-opdracht is gekozen voor een driepuntsschaal onvoldoende/voldoende/goed. Als de beoordelingen van het product of het professioneel gedrag onvoldoende zijn, dan is het eindoordeel van de BPV-opdracht onvoldoende. Als de beoordelingen van het product of het professioneel gedrag voldoende of goed zijn, dan is het eindoordeel voldoende. Is ook het STARR-verslag aanwezig en kunnen een of meer van onderstaande hulpvragen met een ja beantwoord worden, dan is het eindoordeel van de BPV-opdracht goed.

C

op

yr

ig ht

Hulpvragen voor het beoordelen met ‘goed’: • Handelt de student bewust bekwaam door inzicht te tonen in de situatie en verantwoording te nemen over het eigen handelen? • Is de student proactief door zelf initiatieven te nemen en adequaat te handelen? • Deelt de student relevante kennis en inzicht? • Is de student een gelijkwaardige collega? • Geeft de student constructieve feedback met als doel de kwaliteit van het werk te verbeteren?

Opmerkingen De beoordelaar verantwoordt de beoordeling met concrete voorbeelden van aantoonbaar gedrag van de student. Wanneer de student een onderdeel niet of onvoldoende heeft aangetoond, dan vermeldt de beoordelaar bij de opmerkingen ook wat de oorzaak hiervan is. De beoordelaar onderbouwt dit met concrete bewoordingen en/of voorbeelden.


Routeplanner

tie fb .v

.

De routeplanner zoals hieronder beschreven helpt je bij het voorbereiden en maken van de verschillende BPV-opdrachten.

Ac

Voorbereiden

op

yr

ig ht

Ed u'

Zorg dat je weet wat je moet doen en dat iedereen op de hoogte is van dat wat je gaat doen. • Waar gaat de BPV-opdracht over? • Welke producten moet je maken? • Welke eisen worden er gesteld aan het product? • Welke professionele houding wordt er van je verwacht? • Welke kennis, vaardigen heb je nodig om de producten te kunnen maken? • In welke beroepscontext ga je de opdracht maken? • Wie binnen de BPV-instelling moeten ingelicht worden over de BPV-opdracht die je gaat maken? • Wie binnen de BPV-instelling kunnen je ondersteunen bij het maken van de opdracht?

Plannen

C

Het maken van een plan voor de BPV-opdracht. BPV-opdracht nummer: Product

Wie?

Waar?

Wanneer?

Product Welk product moet je maken? Welke stappen moet je zetten om het product te maken?

Waarmee?


Wie? Wie zijn er allemaal betrokken bij het maken van het product? (jezelf, BPV-begeleider, cliënten enzovoort) Wie doet wat?

Waar? Waar ga je het product maken?

Wanneer? Wanneer start je met het product en wanneer wil je het af hebben?

Waarmee? Welke specifieke middelen heb je nodig voor het maken van het product?

Uitvoeren

Ac

Controleren en evalueren

tie fb .v

.

Het plan uitvoeren en de producten behorende bij de BPV-opdracht maken. • Loopt alles volgens plan? • Klopt het tijdschema nog? • Vraag je regelmatig om feedback? • Houd je je aan de eisen van professioneel gedrag? • Overleg je regelmatig over de voorgang van de BPV-opdracht?

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Zelf het product en de planning controleren en een STARR-verslag schrijven over de gehele BPV-opdracht. • Heb je alle producten gemaakt? • Zien de producten er netjes en verzorgd uit? • Is de opdracht verlopen volgens de planning? • Welke feedback heb je ontvangen tijdens het werken aan de BPV-opdracht? • Heb je het STARR-verslag geschreven?


Aftekenlijst BPV-opdracht

Paraaf docent

1. De vraag naar sociaal-cultureel werk inventariseren 2. Een plan van aanpak voor projecten of activiteiten maken 3. Ondersteuning bieden 4. Projecten en activiteiten voorbereiden 5. CliĂŤnt/groep tijdens activiteiten begeleiden

tie fb .v

.

6. Professionals inzetten bij de uitvoering van activiteiten 7. Samenwerkingsverbanden organiseren en ondersteunen

8 Aan deskundigheidsbevordering en professionalisering van het beroep werken

Ac

9. Aan het bevorderen en bewaken van kwaliteitszorg werken

Ed u'

10. CoĂśrdinerende taken uitvoeren 11. Beleidsmatige taken uitvoeren 12. Beheertaken uitvoeren

ig ht

13. De dienstverlening evalueren

C

op

yr

14. Vrijwilligers werven


De vraag naar sociaal-cultureel werk inventariseren

1.

De vraag naar sociaal-cultureel werk inventariseren Relatie met werkproces 1.1

tie fb .v

.

Inventariseert de vraag naar sociaal-cultureel werk De sociaal-cultureel werker verzamelt informatie over en in zijn werkgebied om zich een beeld te vormen van de vraag naar sociaal-cultureel werk. Hij zoekt samenwerking met andere beroepskrachten en partnerorganisaties om relevante informatie boven tafel te krijgen. Hij presenteert zich op een actieve manier door aanwezig te zijn in de wijk om zodoende laagdrempelig contact met doelgroepen te krijgen. Daarnaast presenteert hij zich door het ter beschikking stellen van informatiemateriaal zoals folders, (wijk)websites en ander informatiemateriaal. De sociaal-cultureel werker informeert zich over: – de geschiedenis van zijn werkgebied – de perspectieven – de beleidsontwikkelingen – eerdere analyses.

Hij neemt kennis van: – cultuurverschillen – specifieke problemen – belangentegenstellingen tussen groepen.

Hij verzamelt informatie over: – thuissituaties – beweegredenen – vragen – achterliggende vragen en wensen – latente behoeften – potenties en ambities van individuen en groepen.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Hij signaleert sociale en maatschappelijke kwesties.

De sociaal-cultureel werker houdt de analyse van de vraag actueel door ontwikkelingen in het werkgebied en zijn vakgebied bij te houden.

Daarnaast verdiept hij zich in beleidsontwikkelingen en eerdere analyses. En hij is op een actieve manier aanwezig in de wijk.

8


Ed u'

Ac

Tijdens deze BPV-opdracht ga je de vraag naar sociaal-cultureel werk inventariseren. Je levert drie producten op. • een update van een bestaande analyse • een overzicht van de samenwerkende partnerorganisaties • een presentatie van informatiemateriaal.

ig ht

Om deze opdrachten goed te kunnen maken, heb je hulp van anderen nodig. Denk hierbij aan: hulp vragen aan je team, samenwerking zoeken met andere beroepskrachten en partnerorganisaties, contacten leggen en het interviewen van mensen uit de doelgroep.

yr

Analyseverslag • Schrijf een update van een bestaande analyse in een analyseverslag van minimaal twee en maximaal vier A4’tjes (exclusief de drie foto’s). Overleg met de BPV-begeleider welke wijk-/dorpsanalyse aan een update toe is. Bijvoorbeeld omdat er in het gebied veel veranderd is of omdat de bestaande analyse al enkele jaren oud is. • Zorg ervoor dat ten minste de volgende punten naar voren komen in je analyseverslag: – geschiedenis van de wijk – perspectieven van het werkgebied – beleidsontwikkelingen Om bovenstaande drie punten te kunnen beschrijven, kun je gebruikmaken van de informatie van je stageplaats. – impressie van de wijk en de wijkbewoners Om de impressie te kunnen beschrijven ga je de wijk in en maak je drie foto’s. De foto’s geven een beeld van deze wijk. Verder heb je een gesprekje met minimaal vijf wijkbewoners. Vraag naar opvallende veranderingen in de wijk de laatste jaren. – cultuurverschillen – specifieke problemen – vragen en wensen van de wijkbewoners, van individuen en groepen Om de laatste drie punten te kunnen beschrijven, maak je gebruik van een enquête. Deze enquête mag je schriftelijk of mondeling afnemen. Gebruik hierbij als dat kan een

op

<

Opdracht

C

Werkmodellen op www.factor-e.nl: Een interview houden Sociale kaart Voorlichting geven Doelgroepenanalyse

tie fb .v

.

De vraag naar sociaal-cultureel werk inventariseren

9


in de BPV-organisatie gebruikelijke werkwijze, zoals het keukentafelgesprek of de straatenquête. • Beantwoord daarbij de volgende vragen: – Welke sociale en maatschappelijke kwesties spelen er nu in je werkgebied? Noem er minimaal twee. – Welke actuele veranderingswensen zijn er? Noem er minimaal twee. Overzicht van de samenwerkende partnerorganisaties • Maak een overzicht van de partnerorganisaties waarmee je samenwerkt. Vul daarbij het werkmodel ‘Sociale kaart’ in per organisatie. En beantwoord daarbij de volgende vraag: – Op welke manier werk je samen met deze partnerorganisatie? • Beschrijf minimaal vier partnerorganisaties waarmee je samenwerkt.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Presentatie van informatiemateriaal • Om je actief te presenteren in de wijk, maak je informatiemateriaal. Je neemt hiervoor het informatiemateriaal van de BPV-organisatie onder de loep. Overleg met je BPV-begeleiding of je een folder, de website of ander bestaand informatiemateriaal kiest. Kies zo mogelijk voor een update van verouderd materiaal. • De volgende punten komen aan de orde: – Je stelt jezelf en de organisatie voor. – Je beschrijft de mogelijkheden die de organisatie biedt. – Je noemt het perspectief dat de organisatie voor ogen heeft voor de toekomst. • Let daarbij op de volgende aandachtspunten: – Het informatiemateriaal ziet er netjes en verzorgd uit. – Het is duidelijk en in begrijpelijke taal geschreven. – Het is uitnodigend opgesteld. – Er worden minimaal drie activiteiten genoemd die aangeboden worden.

10


De vraag naar sociaal-cultureel werk inventariseren

Eisen professioneel gedrag Tijdens het inventariseren van de vraag naar sociaal-cultureel werk dien je ook professioneel gedrag te vertonen. Zorg ervoor dat je tijdens het uitvoeren van de opdracht het volgende gedrag vertoont: • Je handelt ethisch en gaat integer met vertrouwelijke informatie om, zodat individuen/groepen respectvol benaderd en behandeld worden. • Je oriënteert je op doorlopende wijze op informatie en bent alert op signalen, zodat het helder is wat de vragen zijn van groepen in je werkgebied. • Je neemt actief contact op met de groepen in je werkgebied op laagdrempelige wijze zodat je achterhaalt wat de (latente) vragen en behoeften zijn in je werkgebied.

STARR

tie fb .v

.

De reflectie volgens de STARR-methode doe je aan het eind van de BPV-opdracht. Je beschrijft de opdracht en hoe jij hem hebt uitgevoerd. Ook beschrijf je welke acties je hebt ondernomen en wat het resultaat was van de BPV-opdracht. Daarna ga je reflecteren. Hierna staat de opzet van een STARR.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Situatie en Taak • Omschrijf de situatie en geef daarbij aan welke taak/rol jij had. Actie en Resultaat • Omschrijf welke acties/handelingen je op dat moment hebt ondernomen en wat hiervan het resultaat was. Reflectie • Beschrijf hoe jij je op dat moment in de situatie voelde. • Beschrijf waarom je op deze manier hebt gehandeld. • Beschrijf hoe je het de volgende keer anders zou aanpakken.

11


Beoordeling - Producten BPV-begeleider O

V

Ac

tie fb .v

Het analyseverslag van het werkgebied bevat de beschrijving van de volgende onderdelen: • geschiedenis van de wijk • perspectieven van het werkgebied • beleidsontwikkelingen • impressie van de wijk en de wijkbewoners • cultuurverschillen • specifieke problemen • vragen en wensen van de wijkbewoners, van individuen en groepen. Het analyseverslag geeft antwoord op de volgende twee vragen: • Welke sociale en maatschappelijke kwesties spelen er in jouw werkgebied? (minimaal twee) • Welke actuele vragen zijn er? (minimaal twee)

.

Product – Analyseverslag

Ed u'

Product – Overzicht van de samenwerkende partnerorganisaties

yr

ig ht

Dit overzicht bestaat uit minimaal vier samenwerkende partnerorganisaties, waarbij voor elke organisatie de sociale kaart is ingevuld. En waarin antwoord is gegeven op de volgende vraag: • Op welke manier werk je samen met deze partnerorganisatie?

op

Product – Presentatie van informatiemateriaal

C

In het informatiemateriaal komen de volgende punten naar voren: • voorstellen van de organisatie en van jezelf • beschrijving van de mogelijkheden die de organisatie biedt • het perspectief dat de organisatie voor ogen heeft voor de toekomst. Het informatiemateriaal is verder: • netjes en verzorgd • duidelijk en in begrijpelijke taal geschreven • uitnodigend opgesteld Er worden minimaal drie activiteiten genoemd die aangeboden worden.

12

BPV-docent O

V


De vraag naar sociaal-cultureel werk inventariseren

Beoordeling - Professioneel Gedrag BPV-begeleider Competentie

Criteria

O

F Ethisch en integer handelen

De sociaal-cultureel werker handelt ethisch.

V

De sociaal-cultureel werker gaat integer met vertrouwelijke informatie om, zodat individuen/groepen respectvol benaderd en behandeld worden.

.

De sociaal-cultureel werker oriënteert zich op doorlopende wijze op informatie.

tie fb .v

N Onderzoeken

De sociaal-cultureel werker is alert op signalen, zodat het helder is wat de vragen zijn van groepen in zijn werkgebied.

Ac

De sociaal-cultureel werker neemt actief contact op met de groepen in zijn werkgebied op laagdrempelige wijze zodat hij achterhaalt wat de (latente) vragen en behoeften zijn in zijn werkgebied.

Ed u'

R Op de behoeften en verwachtingen van de ‘klant’ richten

: : : :

onvoldoende/voldoende/goed onvoldoende/voldoende/goed ja/nee onvoldoende/voldoende/goed

op

yr

ig ht

Beoordeling product Beoordeling professioneel gedrag STARR aanwezig Eindoordeel BPV-opdracht

C

Opmerking:

13


Beoordelaars BPV-opdracht Naam instelling Naam beoordelaar Functie Datum + handtekening

Naam instelling Naam beoordelaar Functie

tie fb .v

.

Datum + handtekening

Naam student

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Datum + handtekening

14


Een plan van aanpak voor projecten of activiteiten maken

Een plan van aanpak voor projecten of activiteiten maken Relatie met werkproces 1.2 Maakt een plan van aanpak voor projecten of activiteiten De sociaal-cultureel werker analyseert de verzamelde gegevens in samenwerking met zowel het team binnen zijn organisatie als met partijen buiten de organisatie.

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Op basis van de analyse: • zet de sociaal-cultureel werker mogelijkheden op een rij voor het beantwoorden van de vraag naar sociaal-cultureel werk • weegt de sociaal-cultureel werker alternatieven af en maakt een keuze voor één of meerdere alternatieven • onderbouwt de sociaal-cultureel werker zijn motivatie waarom en hoe een vraag wordt opgepakt • formuleert de sociaal-cultureel werker doelen voor het plan van aanpak Hij betrekt hierbij individuen en groepen uit het werkgebied en stemt af met betrokken externe partners.

op

yr

ig ht

De sociaal-cultureel werker werkt de doelstellingen uit tot een compleet plan van aanpak. Daarbij geeft hij aan: • welke activiteiten hij zelf gaat uitvoeren en voor welke activiteiten een externe professional ingezet dient te worden • wanneer een aanpak succesvol is en waarop de verschillende betrokkenen mogen worden afgerekend. De sociaal-cultureel werker houdt het plan van aanpak actueel door het plan aan te passen aan voortschrijdende inzichten of gewijzigde omstandigheden. Hij bewaakt hierbij de oorspronkelijke doelstellingen en prestatieafspraken.

C

2.

Om deze opdracht tot een goed eind te brengen heb je hulp nodig van anderen. Denk hierbij aan: hulp vragen van je team en collega’s en bewoners in het werkgebied.

15


. tie fb .v

Ac

Na het analyseren van de vraag naar sociaal-cultureel werk worden er vervolgstappen gezet. Uiteindelijk wil de sociaal-cultureel werker ook antwoord kunnen geven op de vraag. Tijdens deze BPV-opdracht ga je antwoord geven op de vraag of je draagt een goed alternatief aan. Daarbij kun je je keuze motiveren en kun je samenwerken met je team en met externe partijen.

ig ht

<

Opdracht

Ed u'

Werkmodellen op www.factor-e.nl: Handelingsplan SMART

op

yr

Je levert twee producten op: • een verslag waarin keuzes worden gemotiveerd • een plan van aanpak.

C

Om deze opdrachten goed te kunnen maken, heb je hulp van anderen nodig. Denk hierbij aan: hulp vragen aan je team, samenwerking zoeken met andere beroepskrachten en partnerorganisaties, contacten leggen en het interviewen van mensen uit de doelgroep. Verslag Beschrijf in een verslag van maximaal drie A4’tjes de volgende aspecten: • de mogelijkheden om de vraag naar sociaal-cultureel werk te beantwoorden • mogelijke alternatieven (minimaal drie) • een keuze uit een van de alternatieven en motiveer je keuze • hoe en waarom een vraag wordt opgepakt, wordt onderbouwd • doelen voor het plan van aanpak. Beschrijf je doelen SMART. Gebruik hiervoor de verzamelde gegevens van 1.1 Inventariseert de vraag naar sociaal-cultureel werk. Om de doelen te kunnen formuleren stem je af met betrokken partijen, zowel intern als extern.

16


Een plan van aanpak voor projecten of activiteiten maken

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Plan van aanpak Schrijf een plan van aanpak aansluitend bij de vraag en het mogelijke aanbod van sociaal-cultureel werk in jouw werkgebied. Daarin staan de volgende punten: • de doelstellingen • welke activiteiten jijzelf uitvoert en hoe die activiteiten eruitzien • welke activiteiten uitgevoerd dienen te worden door anderen • welke eisen er aan de activiteit gesteld worden • wanneer de activiteit succesvol is en waarop verschillende betrokkenen mogen worden afgerekend. Maak gebruik van het werkmodel Handelingsplan.

Eisen professioneel gedrag

C

op

Tijdens het maken van een plan van aanpak voor projecten of activiteiten dien je ook professioneel gedrag te vertonen. Zorg ervoor dat je tijdens het uitvoeren van de opdracht het volgende gedrag vertoont: • Je betrekt individuen en groepen, maar ook collega’s, erbij zodat doelen geformuleerd kunnen worden die een antwoord bieden op de vraag die er ligt. Daarnaast stem je af met alle betrokkenen, zodat hun inbreng bij de uitvoering van het plan van aanpak helder is. • Je maakt een volledig en nauwkeurig uitgewerkt plan van aanpak, zodat duidelijk is wat wanneer door wie moet gebeuren. • Je brengt structuur en ordening aan in de veelheid van verzamelde informatie, zodat je beschikt over een overzicht op basis waarvan je – op een vindingrijke manier – een aanpak kunt kiezen/bedenken. • Je werkt de doelstellingen en de activiteiten/projecten uit, maakt een tijdsplanning en een overzicht van benodigde menskracht en middelen, zodat er een volledig uitgewerkt plan van aanpak ligt dat uitvoerbaar is. • Je sluit bij het schrijven van het plan van aanpak zo veel mogelijk aan bij de behoefte van de individuen/groepen, zodat het aanpakken van hun (latente) problemen/vragen zo veel mogelijk gewaarborgd wordt. • Je maakt een afweging tussen kosten en baten, zodat in het plan van aanpak rekening is gehouden met de beperkingen van je organisatie.

17


STARR De reflectie volgens de STARR-methode doe je aan het eind van de BPV-opdracht. Je beschrijft de opdracht en hoe jij hem hebt uitgevoerd. Ook beschrijf je welke acties je hebt ondernomen en wat het resultaat was van de BPV-opdracht. Daarna ga je reflecteren. Hierna staat de opzet van een STARR. Situatie en Taak • Omschrijf de situatie en geef daarbij aan welke taak/rol jij had. Actie en Resultaat • Omschrijf welke acties/handelingen je op dat moment hebt ondernomen en wat hiervan het resultaat was. Reflectie • Beschrijf hoe jij je op dat moment in de situatie voelde. • Beschrijf waarom je op deze manier hebt gehandeld. • Beschrijf hoe je het de volgende keer anders zou aanpakken.

tie fb .v

.

Beoordeling - Producten

BPV-begeleider O

Ac

Product – Verslag waarin keuzes worden gemotiveerd

Ed u'

Verslag sluit aan bij de vraag van de groep en de mogelijkheden van de organisatie zelf. Keuzes worden gemotiveerd. Keuzes zijn SMART beschreven.

ig ht

Product – Plan van aanpak

C

op

yr

Werkmodel Handelingsplan is gebruikt. Het activiteitenplan laat overzichtelijk zien wat er door wie gedaan gaat worden.

18

V

BPV-docent O

V


Een plan van aanpak voor projecten of activiteiten maken

Beoordeling - Professioneel Gedrag BPV-begeleider Competentie

Criteria

O

E Samenwerken en overleggen

De sociaal-cultureel werker betrekt individuen en groepen, maar ook collega’s, erbij zodat doelen geformuleerd kunnen worden die een antwoord bieden op de vraag die er ligt.

V

De sociaal-cultureel werker stemt af met alle betrokkenen, zodat hun inbreng bij de uitvoering van het plan van aanpak helder is. De sociaal-cultureel werker maakt een volledig en nauwkeurig uitgewerkt plan van aanpak, zodat duidelijk is wat wanneer door wie moet gebeuren.

M Analyseren

De sociaal-cultureel werker brengt structuur en ordening aan in de veelheid van verzamelde informatie, zodat hij beschikt over een overzicht op basis waarvan hij – op een vindingrijke manier – een aanpak kan kiezen/bedenken.

Q Plannen en organiseren

De sociaal-cultureel werker werkt de doelstellingen en de activiteiten/projecten uit.

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

J Formuleren en rapporteren

R Op de behoeften en verwachtingen van de ‘klant’ richten

De sociaal-cultureel werker sluit bij het schrijven van het plan van aanpak zo veel mogelijk aan bij de behoefte van de individuen/groepen, zodat het aanpakken van hun (latente) problemen/vragen zo veel mogelijk gewaarborgd wordt.

Y Bedrijfsmatig handelen

De sociaal-cultureel werker maakt een afweging tussen kosten en baten, zodat in het plan van aanpak rekening is gehouden met de beperkingen van zijn organisatie.

C

op

yr

ig ht

De sociaal-cultureel werker maakt een tijdsplanning en een overzicht van benodigde menskracht en middelen, zodat er een volledig uitgewerkt plan van aanpak ligt dat uitvoerbaar is.

Beoordeling product Beoordeling professioneel gedrag STARR aanwezig Eindoordeel BPV-opdracht

: : : :

onvoldoende/voldoende/goed onvoldoende/voldoende/goed ja/nee onvoldoende/voldoende/goed

19


Opmerking:

Beoordelaars BPV-opdracht Naam instelling Naam beoordelaar Functie

.

Datum + handtekening

tie fb .v

Naam instelling Naam beoordelaar

Naam student

Ed u'

Datum + handtekening

C

op

yr

ig ht

Datum + handtekening

20

Ac

Functie


Ondersteuning bieden

Ondersteuning bieden Relatie met werkproces 2.1 Biedt ondersteuning De sociaal-cultureel werker ondersteunt doelgroepen bij het bereiken van hun doelen. Hij spreekt met individuele cliënten en groepen af op welke wijze zij hiertoe ondersteuning krijgen.

tie fb .v

.

Begeleiden van groepsprocessen: • bemiddelen bij belangentegenstellingen tussen individuen, groepen en instanties door individuen of groepen tot elkaar te brengen en helpen om tot een gezamenlijke oplossing te komen. • reageren op agressie en regelend optreden bij – in de groep – ongewenst gedrag • door middel van gesprekken werken aan individuele en sociale zelfredzaamheid • begeleiden van mensen bij het formuleren van hun leervragen.

Ed u'

Ac

Bieden van ondersteuning: • informatie en advies geven over bijvoorbeeld cursussen, trainingen en leerwerktrajecten en wetten en regels • praten met groep en individu over hoe de samenleving in elkaar zit en hoe men daar zelf een bijdrage aan kan leveren • informatie geven over het gebruik van voorzieningen Het gaat hierbij om zowel accommodaties (fysieke voorzieningen) als informatievoorzieningen. Hij maakt deze voorzieningen toegankelijk voor groep of individu.

op

yr

ig ht

Om deze opdracht tot een goed eind te brengen heb je hulp nodig van anderen, denk hierbij aan: hulp van je team en vragen stellen aan bewonersgroepen.

C

3.

21


Werkmodel op www.factor-e.nl: Voorlichting aan een groep

<

Opdracht Als sociaal-cultureel werker kom je op allerlei plaatsen en op verschillende manieren mensen tegen. Regelmatig geef je deze mensen ondersteuning bij allerhande vragen en problemen. Je geeft informatie en advies of moet bijvoorbeeld in een groep regelend optreden. Je levert vier producten op: • schriftelijk verslag van ondersteuning • twee feitenverslagen – één feitenverslag over omgaan met agressie/ongewenst gedrag – één feitenverslag over bemiddeling bij belangentegenstelling • inventarisatie van vijf activiteiten voor actief burgerschap • plan voor een voorlichtingsbijeenkomst.

tie fb .v

.

Schriftelijk verslag van ondersteuning Voor dit product maak je een verslag van de ondersteuning die je tijdens de BPV geeft aan groepen en individuen. Je maakt het verslag voor je medestudenten. Naast elkaar gezet ontstaat er zo een breed beeld van de verschillende manieren waarop je als SCW’er ondersteuning kunt bieden in je toekomstige werkpraktijk en hoe vaak een soort ondersteuning werd gegeven.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Maak een overzicht van de ondersteuning die je gaf. Dit doe je pas nadat je ten minste viermaal een van de onderstaande vormen van ondersteuning hebt geboden. Gebruik de volgende indeling: • Het type ondersteuning: – hulp bij het formuleren van leervragen – gericht op individuele zelfredzaamheid – gericht op sociale zelfredzaamheid – gericht op wegwijs maken in (fysieke) voorzieningen – anders. • Vul aan door aan te geven of de ondersteuning individueel of groepsgewijs plaatsvond. • Vul daarna aan met wat je deed om de groep/het individu te ondersteunen: – verwijzen – bemiddelen – informeren – bemoedigen – motiveren – activeren – anders Twee feitenverslagen Wanneer je dit product kunt maken is niet te plannen. Bereid je vroeg in de BPV-periode voor op een situatie waarin je moet omgaan met ongewenst gedrag door de theorie uit de lessen weer eens op te diepen. De training Conflicthantering biedt je de benodigde theorie. Vraag ook je stagebegeleider naar protocollen of werkwijzen die in de BPV-organisatie worden gebruikt. Gebruik deze, als ze er zijn, in het verslag. • Maak één feitelijk verslag van een gesprek met een groep of individu waarin agressie of ongewenst gedrag optrad en één feitelijk verslag van een situatie waarin je bemiddelend optrad bij verschillen van inzicht. Beschrijf in het verslag achtereenvolgend: – welke stap op de escalatieladder van toepassing was

22


Ondersteuning bieden

– – – –

of het een aanvaring was op inhouds- of betrekkingsniveau welke vorm van agressie, indien van toepassing, je zag hoe je feedback gaf en een grens aangaf of en hoe het lukte om tot een gezamenlijke oplossing te komen.

Ac

tie fb .v

.

Inventarisatie van vijf activiteiten voor actief burgerschap Actief burgerschap is belangrijker dan ooit, nu in onze samenleving wordt verwacht dat iedereen zijn eigen steentje bijdraagt om een sociale samenleving te bouwen en te behouden. Actief burgerschap heet in het welzijnswerk ook wel participatie aan de samenleving of sociale activering. Misschien zijn deze woorden in je BPV-organisatie gebruikelijker. • Maak een inventarisatie van de activiteiten en diensten (producten) van de BPV-organisatie waar je werkt. Het gaat alleen om de werkzaamheden waarbij actief burgerschap het hoofddoel is. • Maak hiervoor gebruik van het productenboek van de organisatie of kijk op de website wat de organisatie zoal te bieden heeft. • Omschrijf kort voor wie het product bedoeld is, hoe er wordt gewerkt aan het behalen van het doel en wat de inhoud is van het product. • Vul je inventarisatie aan met vijf producten van andere organisaties. Let steeds op of het hoofddoel actief burgerschap is. • Zoek op internet of vraag medestudenten uit een andere BPV-organisatie. • Maak de inventarisatie af door je mening te geven over de bruikbaarheid en relevantie van de vijf gekozen producten.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Plan voor een voorlichtingsbijeenkomst Organiseer een voorlichtingsbijeenkomst voor een (doel)groep van de BPV-organisatie. • Kies het onderwerp van de voorlichting in overleg met de BPV-begeleider. • Bereid de voorlichtingsbijeenkomst voor met behulp van het werkmodel Voorlichting aan een groep. • Voer de voorlichtingsbijeenkomst uit volgens het gemaakte plan. • Vul het voorlichtingsplan aan met een reflectie volgens de STARR-methode van je eigen handelen bij de voorbereiding en uitvoering van het voorlichtingsplan.

23


Eisen professioneel gedrag

tie fb .v

.

Tijdens het bieden van ondersteuning dien je ook professioneel gedrag te vertonen. Zorg ervoor dat je tijdens het uitvoeren van de opdracht het volgende gedrag vertoont: • Je adviseert individuen/groepen op een motiverende manier over maatschappelijke participatie, zodat ze gestimuleerd worden hun leervragen te formuleren, hun mogelijkheden te verkennen en zich te ontwikkelen. • Je wijst individuen/groepen op informatie die voor hen handig zou kunnen zijn, zodat voorzieningen voor hen toegankelijk worden gemaakt. • Je behandelt individuen/groepen rechtvaardig en respectvol, zodat iedereen gelijke kansen krijgt en tot zijn recht komt om zodoende ieders kansen op maatschappelijke participatie te optimaliseren. • Je zet zaken op de agenda met een duidelijk doel, komt actief met voorstellen en leidt de gesprekken in goede banen zodat individuen/groepen voldoende capabel en geïnspireerd zijn om actief deel te nemen aan de maatschappij. • Je maakt kennis van en inzicht in het functioneren van de samenleving toegankelijk, zodat dit voor de burgerschapsvorming en educatie van individuen/groepen kan worden benut. • Je bent in staat de vragen op het gebied van welzijn en/of maatschappelijke participatie vanuit het gezichtspunt van andere culturen en achtergronden te bekijken, zodat je advisering en begeleiding hierop kan aanpassen.

STARR

Ed u'

Ac

De reflectie volgens de STARR-methode doe je aan het eind van de BPV-opdracht. Je beschrijft de opdracht en hoe jij hem hebt uitgevoerd. Ook beschrijf je welke acties je hebt ondernomen en wat het resultaat was van de BPV-opdracht. Daarna ga je reflecteren. Hierna staat de opzet van een STARR.

C

op

yr

ig ht

Situatie en Taak • Omschrijf de situatie en geef daarbij aan welke taak/rol jij had. Actie en Resultaat • Omschrijf welke acties/handelingen je op dat moment hebt ondernomen en wat hiervan het resultaat was. Reflectie • Beschrijf hoe jij je op dat moment in de situatie voelde. • Beschrijf waarom je op deze manier hebt gehandeld. • Beschrijf hoe je het de volgende keer anders zou aanpakken.

24


Ondersteuning bieden

Beoordeling - Producten BPV-begeleider O

V

BPV-docent O

V

Product – Schriftelijk verslag van ondersteuning • •

ten minste vier keer ondersteuning geboden verslag gemaakt voor medestudenten waarin verschillende soorten ondersteuning zijn beschreven.

Ed u'

• •

tie fb .v

één feitenverslag geleverd over omgaan met agressie/ongewenst gedrag één feitenverslag over bemiddeling bij belangentegenstelling student kan agressie en ongewenst gedrag juist duiden aan de hand van theorie uit opleiding of praktijk verslag is volledig volgens aanwijzingen student kan met afstand tot de (eigen) emotie de feiten en de gekozen interventie beschrijven.

Ac

.

Product – Twee feitenverslagen agressie, bemiddeling

C

op

• •

vijf productbeschrijvingen, aangevuld met eigen mening over relevantie producten juist gekozen (hoofddoel actief burgerschap) omschrijvingen juist geeft blijk van zicht op wat actief burgerschap is.

yr

ig ht

Product – Inventarisatie vijf activiteiten actief burgerschap

Product – Plan voor een voorlichtingsbijeenkomst • •

stappen uit het werkmodel gevolgd STARR voldoende.

25


Beoordeling - Professioneel Gedrag BPV-begeleider Criteria

O

C Begeleiden

De sociaal-cultureel werker adviseert individuen/groepen op een motiverende manier over maatschappelijke participatie, zodat ze gestimuleerd worden hun leervragen te formuleren, hun mogelijkheden te verkennen en zich te ontwikkelen.

E Samenwerken en overleggen

De sociaal-cultureel werker wijst individuen/groepen op informatie die voor hen handig zou kunnen zijn, zodat voorzieningen voor hen toegankelijk worden gemaakt.

F Ethisch en integer handelen

De sociaal-cultureel werker behandelt individuen/groepen rechtvaardig en respectvol, zodat iedereen gelijke kansen krijgt en tot zijn recht komt om zodoende ieders kansen op maatschappelijke participatie te optimaliseren.

H Overtuigen en be誰nvloeden

De sociaal-cultureel werker zet zaken op de agenda met een duidelijk doel.

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Competentie

De sociaal-cultureel werker leidt de gesprekken in goede banen zodat individuen/groepen voldoende capabel en ge誰nspireerd zijn om actief deel te nemen aan de maatschappij.

K Vakdeskundigheid toepassen

De sociaal-cultureel werker maakt kennis van en inzicht in het functioneren van de samenleving toegankelijk, zodat dit voor de burgerschapsvorming en educatie van individuen/groepen kan worden benut.

U Omgaan met veranderingen en aanpassen

De sociaal-cultureel werker is in staat de vragen op het gebied van welzijn en/of maatschappelijke participatie vanuit het gezichtspunt van andere culturen en achtergronden te bekijken, zodat hij advisering en begeleiding hierop kan aanpassen.

C

op

yr

ig ht

De sociaal-cultureel werker komt actief met voorstellen.

Beoordeling product Beoordeling professioneel gedrag STARR aanwezig Eindoordeel BPV-opdracht

26

: : : :

onvoldoende/voldoende/goed onvoldoende/voldoende/goed ja/nee onvoldoende/voldoende/goed

V


Ondersteuning bieden

Opmerking:

Beoordelaars BPV-opdracht Naam instelling Naam beoordelaar Functie

.

Datum + handtekening

tie fb .v

Naam instelling Naam beoordelaar

Naam student

Ed u'

Datum + handtekening

Ac

Functie

C

op

yr

ig ht

Datum + handtekening

27


Projecten en activiteiten voorbereiden

4.

Projecten en activiteiten voorbereiden Relatie met werkproces 2.2

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Bereidt projecten en activiteiten voor De sociaal-cultureel werker bereidt projecten en activiteiten voor op het gebied van: • kunst, cultuur en amusement • sport, spel en recreatie • educatie en burgerschap. Dit doet hij door een plan van aanpak om te zetten in concrete activiteiten of het activiteitenplan uit te voeren. Dat doet hij als volgt: • nagaan om welke deelnemers/doelgroep het gaat • de beginsituatie van de cliënt/groep vaststellen • regelen van materiaal, accommodatie en andere voorzieningen • regelen en verzorgen van de publiciteit over de activiteiten • voeren van overleg over en maken van afspraken over de uitvoering met betrokkenen • checken of de geplande activiteiten goed aansluiten bij cliënt/groep • zo nodig een deskundige inschakelen bij de activiteiten.

C

op

yr

ig ht

Om deze opdracht tot een goed eind te brengen heb je hulp nodig van anderen. Denk hierbij aan: hulp van je team en bijvoorbeeld de projectmanager in de BPV-organisatie.

28


Projecten en activiteiten voorbereiden

Bij deze opdracht ga je aan de slag met het voorbereiden van activiteiten en een project. Je levert twee producten op: • projectplan • activiteitenplan. Projectplan • Begin vroeg in de BPV-periode met dit product. Een project vraagt om een zorgvuldige en daardoor vaak wat langere voorbereiding voordat je kunt gaan uitvoeren. Maak een projectplan en voer het projectplan uit. Kies met de BPV-begeleider welk actueel onderwerp in de organisatie projectmatig moet worden opgepakt. Kies voor een onderwerp dat tijdens de BPV-periode kan worden afgerond.

tie fb .v

.

Volg de stappen van het projectplan. Begin met de initiatieffase en ga door met de definitiefase, planningsfase en uitvoeringsfase. Vul je projectplan aan met een evaluatie van het proces. Zorg dat je alle fases volledig uitgewerkt hebt en dat het projectplan overdraagbaar is.

Ed u'

Ac

Activiteitenplan • Plan deze opdracht vroeg in om vijf activiteitenplannen te kunnen maken en om een mooie spreiding te krijgen over de verschillende terreinen: – kunst, cultuur en amusement – sport, spel en recreatie – educatie en burgerschap.

yr

ig ht

Bereid vijf keer een activiteit voor met behulp van een activiteitenplan. Regel de activiteit en voer deze uit. Je kunt voor het schrijven van het activiteitenplan gebruikmaken van het werkmodel Activiteitenplan of maak gebruik van het activiteitenplan van de BPV-organisatie. Vooraf: • Je begint met een korte analyse van de deelnemers of doelgroep (denk aan leeftijd, mogelijkheden en beperkingen, probleemstelling en doelstelling). • Je bedenkt welke activiteit passend is, goed aansluit bij de groep deelnemers. • Je bereidt je voor op de activiteit door materialen, de accommodatie en andere hulpmiddelen te regelen. • Je regelt de nodige publiciteit. • Je schakelt zo nodig collega’s, vrijwilligers en organisaties in. • Je zorgt zo nodig voor een draaiboek en een goede briefing voor de medewerkers bij de activiteit. • Bereid je voor op plotselinge veranderingen door een vervangende activiteit achter de hand te hebben. Denk hierbij aan slecht weer, meer of minder deelnemers of een onplezierige sfeer.

op

<

Opdracht

C

Werkmodel op www.factor-e.nl: Activiteitenplan

Tijdens de activiteit: Grijp in waar nodig, geef eventuele medewerkers instructies, zorg voor een soepel verloop volgens je planning. Na de activiteit: Vul het activiteitenplan aan met een reflectie volgens de STARR-methode.

29


. tie fb .v

Eisen professioneel gedrag

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Tijdens het voorbereiden van projecten en activiteiten dien je ook professioneel gedrag te vertonen. Zorg ervoor dat je tijdens het uitvoeren van de opdracht het volgende gedrag vertoont: • Je overlegt met cliënten en groepen, zodat iedereen goed op de hoogte is wanneer en hoe je inbreng verwacht wordt. • Je weet het aanbod aan projecten en activiteiten op een boeiende en op de doelgroep afgestemde wijze te brengen, zodat de belangstelling en aandacht van de potentiële cliënt/groep erdoor getrokken wordt. • Je maakt op basis van de vraag die speelt de juiste keuze voor materiaal, middelen, zodat de juiste voorzieningen geregeld worden. • Je regelt de beschikbaarheid van essentiële middelen en menskracht, zodat afbreukrisico’s tijdens de uitvoering van activiteiten en projecten verkleind worden. • Je bespreekt met de cliënt/groep het geplande project/de geplande activiteit, waardoor je achterhaalt wat de wensen en verwachtingen zijn over de wijze waarop ze ondersteund gaan worden.

STARR De reflectie volgens de STARR-methode doe je aan het eind van de BPV-opdracht. Je beschrijft de opdracht en hoe jij hem hebt uitgevoerd. Ook beschrijf je welke acties je hebt ondernomen en wat het resultaat was van de BPV-opdracht. Daarna ga je reflecteren. Hierna staat de opzet van een STARR. Situatie en Taak • Omschrijf de situatie en geef daarbij aan welke taak/rol jij had. Actie en Resultaat • Omschrijf welke acties/handelingen je op dat moment hebt ondernomen en wat hiervan het resultaat was. Reflectie • Beschrijf hoe jij je op dat moment in de situatie voelde. • Beschrijf waarom je op deze manier hebt gehandeld. • Beschrijf hoe je het de volgende keer anders zou aanpakken.

30


Projecten en activiteiten voorbereiden

Beoordeling - Producten BPV-begeleider O

V

BPV-docent O

V

Product - Projectplan Het projectplan is opgebouwd volgens de fasen uit de cursus Schrijf een projectplan. Het project is zodanig voorbereid dat het in de uitvoeringsfase echt kan worden uitgevoerd. Er is een procesevaluatie toegevoegd.

tie fb .v

Er zijn vijf activiteitenplannen gemaakt. De plannen zijn uitgevoerd en aangevuld met een reflectie volgends de STARR-methode. De activiteiten zijn zo veel mogelijk gespreid gekozen over de drie verschillende gebieden.

.

Product – Activiteitenplan

Ac

Beoordeling - Professioneel Gedrag

Criteria

E Samenwerken en overleggen

De sociaal-cultureel werker overlegt met cliënten en groepen, zodat iedereen goed op de hoogte is wanneer en hoe zijn inbreng verwacht wordt.

O

V

ig ht

Ed u'

Competentie

BPV-begeleider

C

op

yr

I Presenteren

De sociaal-cultureel werker weet het aanbod aan projecten en activiteiten op een boeiende en op de doelgroep afgestemde wijze te brengen, zodat de belangstelling en aandacht van de potentiële cliënt/groep erdoor getrokken wordt.

L Materialen en middelen inzetten

De sociaal-cultureel werker maakt op basis van de vraag die speelt de juiste keuze voor materiaal en middelen, zodat de juiste voorzieningen geregeld worden.

Q Plannen en organiseren

De sociaal-cultureel werker regelt de beschikbaarheid van essentiële middelen en menskracht, zodat afbreukrisico’s tijdens de uitvoering van activiteiten en projecten verkleind worden.

R Op de behoeften en verwachtingen van de ‘klant’ richten

De sociaal-cultureel werker bespreekt met de cliënt/groep het geplande project/de geplande activiteit, waardoor hij achterhaalt wat de wensen en verwachtingen zijn over de wijze waarop ze ondersteund gaan worden.

31


Beoordeling product Beoordeling professioneel gedrag STARR aanwezig Eindoordeel BPV-opdracht

: : : :

onvoldoende/voldoende/goed onvoldoende/voldoende/goed ja/nee onvoldoende/voldoende/goed

Opmerking:

Beoordelaars BPV-opdracht Naam instelling

tie fb .v

.

Naam beoordelaar Functie Datum + handtekening

Ac

Naam instelling

Ed u'

Naam beoordelaar Functie

ig ht

Datum + handtekening

Naam student

C

op

yr

Datum + handtekening

32


Cliënt/groep tijdens activiteiten begeleiden

Cliënt/groep tijdens activiteiten begeleiden Relatie met werkproces 2.3

• •

Ac

• • •

Hij gebruikt hierbij geschikte werkvormen die passen bij de cliënt/groep en zorgt voor afwisseling in de werkvormen. Hij geeft de juiste instructies en begeleiding bij de activiteit. Hij richt de activiteit zo in dat iedereen die meedoet tot zijn recht komt. Als dat nodig blijkt te zijn, past hij de begeleidingsstijl verder aan op basis van de ervaring met de cliënt/groep. De sociaal-cultureel werker stimuleert zelfwerkzaamheid, creativiteit, eigen initiatief en onderlinge betrokkenheid. Tot slot bewaakt hij de voortgang van de activiteit.

Ed u'

tie fb .v

.

Begeleidt cliënt/groep tijdens activiteiten De sociaal-cultureel werker begeleidt de cliënt/groep tijdens allerlei activiteiten op het gebied van: • kunst, cultuur en amusement • sport, spel en recreatie • educatie en burgerschap.

op

yr

ig ht

Om deze opdracht tot een goed eind te brengen heb je hulp nodig van anderen. Denk hierbij aan: hulp vragen van je team, contact opnemen met een sportbegeleider of activiteitenbegeleider.

C

5.

33


Werkmodellen op www.factor-e.nl: STORM-analyse Analyseren-rubricerenkiezen Spelleiding Feedback spelleiding 5 W’s

Bij deze opdracht werk je aan begeleiding bij verschillende groepen en op verschillende manieren, zoals als spelleider of groepsleider. Je levert twee producten op: • bundeling van favoriete werkvormen • vijf verslagen van activiteitenbegeleiding. Bundeling van favoriete werkvormen • Vraag in de BPV-organisatie aan collega’s welke werkvorm favoriet is. • Maak een korte vragenlijst waarin je collega’s vraagt wat hun favoriete werkvorm is bij het begeleiden van groepen. Stel de vragen zo dat je straks aan de hand van de 5 W’s een beschrijving kunt maken van deze werkvormen. • Stel de vraag aan minstens tien en maximaal twintig collega’s. • Kies in overleg met de BPV-begeleider op welke wijze je de enquête gaat houden: mondeling en individueel, via mail of bijvoorbeeld in een overleg. • Beschrijf de werkvormen kort met behulp van het werkmodel de 5W’s. • Bundel de favoriete werkvormen van je BPV-organisatie en zorg ervoor dat deze op een voor iedereen bereikbare plaats, zoals op intranet of in een handboek, worden genoteerd.

tie fb .v

.

<

Opdracht

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Vijf verslagen van activiteitenbegeleiding Ieder verslag bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Keuze voor een activiteit bij een bepaalde doelgroep • Zorg hierbij voor zo veel mogelijk verschillende doelgroepen, zoals jong of oud, allochtoon of autochtoon, mensen met een beperking of wijkbewoners. 2. Keuze voor een geschikte werkvorm • Maak gebruik van je bundeling van werkvormen die je hebt gemaakt. 3. Keuze voor een passende begeleidingsstijl • Zoals welke toon/taal past bij de groep, kies je voor een losse open sfeer of een strakke begeleiding? 4. Een van de deelopdrachten A tot en met D • Zie hieronder. 5. Feitenverslag van de uitgevoerde begeleiding, aangevuld met een reflectie volgens de STARR-methode.

C

A tot en met D Ieder verslag wordt aangevuld met een van de volgende deelopdrachten. De meeste deelopdrachten moeten één keer uitgevoerd worden, maar deelopdracht A voer je twee keer uit. Je kiest uit A tot en met D steeds de meest passende, aanvullende deelopdracht. Als je een sport- of spelactiviteit uitvoert, kies je voor B. Als je in een groep een instructie moet geven, kies je voor A en zo verder. a. b. c. d.

Videoverslag van een instructie (tweemaal uitvoeren) Verslag van spelleiding (eenmaal uitvoeren) STORM-analyse (eenmaal uitvoeren) Plan van aanpak groepsinterventie (eenmaal uitvoeren).

A. Videoverslag van een instructie • Bereid een instructie voor en voer deze uit. Leg de instructie vast in een videoverslag. • Bereid de instructie voor met behulp van theoriebron 2, Sport- en spelinstructie. Deze vind je in de training Spelleiding bij een sport- en spelactiviteit.

34


Cliënt/groep tijdens activiteiten begeleiden

• • • • •

Schrijf de tien stappen van de opbouw van een instructie uit de theoriebron op. Zorg voor een camera en iemand die deze bedient. Heb je geen videocamera bij de hand? Met je mobieltje of fotocamera kun je vaak al hele aardige opnames maken. Geef de instructie volgens de tien stappen. Maak van de opnames een videoverslag waaruit blijkt dat je de instructie volgens de tien stappen hebt uitgevoerd. De video-opname voeg je bij een van de geschreven producten van activiteitenbegeleiding.

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

B. Verslag van spelleiding • Organiseer een sport- of spelactiviteit en lever een verslag op bestaande uit drie onderdelen: – de analyse, rubricering en keuze – checklist spelleiding – feedback spelleiding. • Kies een doelgroep en sport- of spelactiviteit in overleg met de BPV-begeleider. • Gebruik hierbij het werkmodel Analyseren-rubriceren-kiezen. • Nu je de activiteit hebt gekozen, ga je je voorbereiden als spelleider. Vul de checklist in uit werkmodel Spelleiding. • Voer de activiteit uit in aanwezigheid van de BPV-begeleider of een andere collega. • Vraag deze om het invulschema voor de gever van feedback in te vullen uit het werkmodel Feedback spelleiding. Vul daarna het schema in voor de ontvanger van feedback uit hetzelfde werkmodel. • Voeg de drie documenten toe aan een van je vijf producten: verslag van activiteitenbegeleiding.

C

op

yr

ig ht

C. STORM-analyse • Maak een analyse van een spelaanpassing en voeg deze toe aan een van de vijf producten: verslag van activiteitenbegeleiding. • Voer deze opdracht uit nadat je enkele keren een sport- of spelactiviteit hebt begeleid. Kies in overleg met de BPV-begeleider een activiteit uit, waarbij je tijdens de activiteit een verandering hebt doorgevoerd, of een activiteit die niet zo goed ging omdat je beter een aanpassing had kunnen doen tijdens de uitvoering. • Lees het werkmodel STORM-analyse door. • Maak een analyse van de activiteit met behulp van het werkmodel. Op welke onderdeel heb je ingegrepen of had je moeten ingrijpen? D. Plan van aanpak groepsinterventie • Maak een groepsanalyse en schrijf aan de hand daarvan een plan voor een interventie. • Kies voor een groep die je goed hebt leren kennen en bereid een interventie voor. • Lees de theorie uit de cursus Begeleiden van adolescenten nog eens door (behalve bij adolescenten ook voor andere groepen te gebruiken). • Vul nu het schema uit het werkmodel Plan van aanpak groepsinterventie in. • Voer de groepsinterventie uit en vul het werkmodel verder in met een evaluatie. • Voeg je plan van aanpak groepsinterventie toe aan een van de vijf producten: verslag van activiteitenbegeleiding.

35


. tie fb .v

Eisen professioneel gedrag

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Tijdens het begeleiden van een cliënt/groep bij een activiteit dien je ook professioneel gedrag te vertonen. Zorg ervoor dat je tijdens het uitvoeren van de opdracht het volgende gedrag vertoont: • Je geeft helder en duidelijk en op gedifferentieerde wijze aan hoe bepaalde activiteiten dienen te gebeuren, zodat de verschillende cliënt/groep weten wat er van hen verwacht wordt. • Je motiveert de cliënt/groep om hun best te doen en zorgt voor enthousiasme, zodat de kans op slagen van de activiteit vergroot wordt. • Je past kennis over muzisch-ludische werkvormen of andere werkvormen toe en geeft hierbij blijk van specifieke bekwaamheden zodat de cliënt/groep in 'technisch opzicht' optimaal begeleid worden. • Je zorgt ervoor goed op de hoogte te zijn van het gebruik van materialen en middelen zodat de inzet ervan optimaal bijdraagt aan de doelen waarvoor ze ingezet worden. • Je checkt regelmatig of de cliënt/groep 'tevreden' is/zijn, zodat ze effectief samen kunnen werken. • Je gebruikt materialen en apparatuur op een veilige manier en ziet toe op de veiligheid van de cliënt/groep tijdens de activiteit, zodat veiligheidsrisico’s geminimaliseerd worden en hierdoor doelen bereikt kunnen worden. • Je bent in staat om de aanpak aan te passen aan veranderende omstandigheden en kunt hierbij goed omgaan met cliënt/groep van verschillende achtergrond, zodat de cliënt/groep optimaal begeleid wordt.

STARR De reflectie volgens de STARR-methode doe je aan het eind van de BPV-opdracht. Je beschrijft de opdracht en hoe jij hem hebt uitgevoerd. Ook beschrijf je welke acties je hebt ondernomen en wat het resultaat was van de BPV-opdracht. Daarna ga je reflecteren. Hierna staat de opzet van een STARR.

36


Cliënt/groep tijdens activiteiten begeleiden

Situatie en Taak • Omschrijf de situatie en geef daarbij aan welke taak/rol jij had. Actie en Resultaat • Omschrijf welke acties/handelingen je op dat moment hebt ondernomen en wat hiervan het resultaat was. Reflectie • Beschrijf hoe jij je op dat moment in de situatie voelde. • Beschrijf waarom je op deze manier hebt gehandeld. • Beschrijf hoe je het de volgende keer anders zou aanpakken.

Beoordeling - Producten BPV-begeleider O

V

BPV-docent O

V

tie fb .v

.

Product – vijf verslagen van activiteitenbegeleiding

ig ht

Ed u'

Ac

Het verslag bestaat uit vier onderdelen: • keuze voor een soort activiteit, passend bij de doelgroep • keuze voor een geschikte werkvorm • keuze voor de juiste begeleidingsvorm • Het verslag is aangevuld met steeds een van de vier deelopdrachten. Te weten: STORM-analyse, schema plan van aanpak groepsinterventie, verslag van spelleiding ieder eenmaal en de deelopdracht instructie tweemaal. • feitenverslag en reflectie volgens de STARR-methode.

tien tot twintig collega’s geïnterviewd werkvormen beschreven en gebundeld gepubliceerd.

C

op

• •

yr

Product – bundeling favoriete werkvormen

37


Beoordeling - Professioneel Gedrag BPV-begeleider Competentie

Criteria

O

B Aansturen

De sociaal-cultureel werker geeft helder en duidelijk en op gedifferentieerde wijze aan hoe bepaalde activiteiten dienen te gebeuren, zodat de verschillende cliënt/groep weet wat er van hen verwacht wordt.

C Begeleiden

De sociaal-cultureel werker motiveert de cliënt/groep om hun best te doen.

tie fb .v

.

De sociaal-cultureel werker zorgt voor enthousiasme, zodat de kans op slagen van de activiteit vergroot wordt. De sociaal-cultureel werker past kennis over muzisch-ludische werkvormen of andere werkvormen toe en geeft hierbij blijk van specifieke bekwaamheden zodat de cliënt/groep in 'technisch opzicht' optimaal begeleid wordt.

L Materialen en middelen inzetten

De sociaal-cultureel werker zorgt ervoor goed op de hoogte te zijn van het gebruik van materialen en middelen zodat de inzet ervan optimaal bijdraagt aan de doelen waarvoor ze ingezet worden.

ig ht

Ed u'

Ac

K Vakdeskundigheid toepassen

De sociaal-cultureel werker checkt regelmatig of de cliënt/groep 'tevreden' is, zodat ze effectief samen kunnen werken.

T Instructies en procedures opvolgen

De sociaal-cultureel werker gebruikt materialen en apparatuur op een veilige manier.

C

op

yr

R Op de behoeften en verwachtingen van de ‘klant’ richten

De sociaal-cultureel werker ziet toe op de veiligheid van de cliënt/groep tijdens de activiteit, zodat veiligheidsrisico’s geminimaliseerd worden en hierdoor doelen bereikt kunnen worden.

38

V


Cliënt/groep tijdens activiteiten begeleiden

Beoordeling - Professioneel Gedrag BPV-begeleider Competentie

Criteria

U Omgaan met verandering en aanpassen

De sociaal-cultureel werker is in staat om de aanpak aan te passen aan veranderende omstandigheden en kan hierbij goed omgaan met cliënt/groep van verschillende achtergrond, zodat de cliënt/groep optimaal begeleid wordt. : : : :

V

onvoldoende/voldoende/goed onvoldoende/voldoende/goed ja/nee onvoldoende/voldoende/goed

tie fb .v

.

Beoordeling product Beoordeling professioneel gedrag STARR aanwezig Eindoordeel BPV-opdracht

O

Naam instelling Naam beoordelaar

ig ht

Functie

Ed u'

Beoordelaars BPV-opdracht

Ac

Opmerking:

yr

Datum + handtekening

op

Naam instelling

C

Naam beoordelaar Functie Datum + handtekening

Naam student Datum + handtekening

39


Professionals inzetten bij de uitvoering van activiteiten

6.

Professionals inzetten bij de uitvoering van activiteiten Relatie met werkproces 2.4

tie fb .v

.

Zet professionals in bij de uitvoering van activiteiten De sociaal-cultureel werker begeleidt de (externe) professional die met de cliënt/groep een activiteit uitvoert. • Hij zorgt voor een goede werkrelatie en maakt concrete afspraken. • Hij zorgt ervoor dat de professional de activiteit goed kan uitvoeren en regelt daarom wat er nodig is. • Hij waakt ervoor dat de (externe) professional de afspraken nakomt zodat de gestelde doelen worden gehaald.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Om deze opdracht tot een goed eind te brengen heb je hulp nodig van anderen. Denk hierbij aan: hulp vragen van je team en de afdeling Financiën van de BPV-organisatie.

40


Professionals inzetten bij de uitvoering van activiteiten

In het sociaal-cultureel werk wordt met verschillende professionals samengewerkt. In deze opdracht werk je samen met een aantal van deze professionals. Je levert vier producten op: • verkenning van de contacten met derden • keuze voor een samenwerkingsovereenkomst • verslag van samenwerking met gesloten beurs • handleiding inhuren van derden.

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Verkenning van de contacten met derden Onderzoek welke contacten er zijn met externe partijen door een gesprek te voeren met je BPV-begeleider of een andere collega die externe contacten onderhoudt. Verzamel in het gesprek antwoorden op de volgende vragen. a. Met welke externe partijen wordt regelmatig samengewerkt? b. Wat is de aard van het contact? Wordt de externe partij betaald voor haar werk voor de BPV-organisatie of wordt er gewerkt met gesloten beurs? c. Hoe werd het eerste contact tot stand gebracht. d. Zijn er afspraken over hoe professionals van andere organisaties worden benaderd? e. Worden er contracten opgesteld over samenwerking? Zo ja, wanneer dan en wordt er gewerkt met een vast contract? • Als in het eerste gesprek niet alle vragen beantwoord zijn, maak dan nog een afspraak met een andere collega die de ontbrekende antwoorden kan geven. • Maak een verslag van je verkenning waarin je antwoord geeft op de vragen A tot en met E.

yr

ig ht

Keuze voor een samenwerkingsovereenkomst • Vergelijk het gebruikelijke contract van de BPV-organisatie met de werkmodellen Samenwerkingscontract en Onderhandelen en taak/resultaatafspraken. • Is er geen contract in gebruik in de organisatie, zoek dan of er een (misschien ongeschreven) werkwijze gebruikt wordt. Je BPV-begeleider kan je hierbij helpen. • Kies uit alles wat je hebt verzameld over het vastleggen van afspraken met derden een volgens jou geschikt contract. Vul eventueel een bestaande contractvorm aan met de door jou gewenste verbeteringen. • Gebruikt de BPV-organisatie nog geen standaard contract? Stel dan voor de door jou gekozen vorm om afspraken vast te legen in gebruik te gaan nemen.

op

<

Opdracht

C

Werkmodellen op www.factor-e.nl: Reflectiemodelgesprek De 5 W’s Activiteitenplan samenwerkingscontract Onderhandelen en taak-/resultaatafspraken Activiteitenkaart

Verslag van samenwerking met gesloten beurs • Plan deze opdracht vroeg in de BPV-periode in, zodat je er zeker van bent dat je de kans niet misloopt bij nieuwe samenwerking mee te werken/zelfstandig aan de slag te gaan. Overleg met je BPV-begeleider of je zelf samenwerking mag aangaan of dat je mee mag kijken als hij nieuwe samenwerking aangaat. Denk hierbij bijvoorbeeld aan samenwerking met medewerkers van woningcorporaties, politie, wijk- of dorpsraad of de wijkverpleegkundige. Het verslag bestaat uit drie onderdelen: – de voorbereiding, bijvoorbeeld met behulp met de 5W’s – reflectiemodelgesprek – samenwerkingscontract.

41


• • • • •

Leg contact met de beoogde samenwerkingpartner nadat je dit gesprek hebt voorbereid. Denk aan het werkmodel De 5 W’s. Bereid na het eerste contact de volgende gesprekken voor over de samenwerking. Voer de benodigde gesprekken om de samenwerking tot stand te brengen. Vul je verslag aan met een reflectie aan de hand van het reflectiemodelgesprek. Leg de afspraken vast in een samenwerkingscontract en voeg dit toe aan het verslag.

Handleiding inhuren van derden Maak een handleiding voor collega’s waarin je vaststelt wat er moet gebeuren bij het inhuren van externe professionals, zoals een sportbegeleider bij een sportactiviteit, een gastdocent bij een cursus of een hulpverlener bij een grote buurtactiviteit. Denk bijvoorbeeld aan een samenwerkingscontract, het vastleggen van afspraken of formulieren invullen voor het uitbetalen van gemaakte uren.

Ac

C

op

yr

ig ht

Schrijf de handleiding en zet daarbij alle handelingen overzichtelijk op een rijtje. Vul de handleiding aan met de benodigde formulieren en het contract. Laat een collega meekijken of je volledig bent geweest en of de handleiding goed te gebruiken is. Stel je handleiding op basis van de feedback van de collage bij en biedt deze aan in de BPV-organisatie, bijvoorbeeld aan het team.

Ed u'

• • •

tie fb .v

.

Overleg met je BPV-begeleider wie in de organisatie je kan helpen bij het inventariseren van de handelingen die gedaan moeten worden bij het inhuren van derden. • Vaak weten medewerkers op de financiële administratie precies wat er moet gebeuren bij het inhuren van derden omdat zij de boekhouding hiervoor moeten afhandelen.

Eisen professioneel gedrag Tijdens het inzetten van professionals bij de uitvoering van activiteiten dien je ook professioneel gedrag te vertonen.

42


Professionals inzetten bij de uitvoering van activiteiten

Zorg ervoor dat je tijdens het uitvoeren van de opdracht het volgende gedrag vertoont: • Je maakt duidelijke resultaatafspraken met de (externe) professional, zodat deze gericht blijft op het bereiken van de vooropgestelde doelen. • Je bewaakt de voortgang van de activiteit, en stuurt zo nodig bij, zodat de cliënten optimaal begeleid worden door de externe professional.

STARR De reflectie volgens de STARR-methode doe je aan het eind van de BPV-opdracht. Je beschrijft de opdracht en hoe jij hem hebt uitgevoerd. Ook beschrijf je welke acties je hebt ondernomen en wat het resultaat was van de BPV-opdracht. Daarna ga je reflecteren. Hierna staat de opzet van een STARR.

Ac

Ed u'

Beoordeling - Producten

tie fb .v

.

Situatie en Taak • Omschrijf de situatie en geef daarbij aan welke taak/rol jij had. Actie en Resultaat • Omschrijf welke acties/handelingen je op dat moment hebt ondernomen en wat hiervan het resultaat was. Reflectie • Beschrijf hoe jij je op dat moment in de situatie voelde. • Beschrijf waarom je op deze manier hebt gehandeld. • Beschrijf hoe je het de volgende keer anders zou aanpakken.

BPV-begeleider O

V

BPV-docent O

V

ig ht

Product – Verkenning van samenwerking met derden Vragen A tot en met D zijn beantwoord.

op

yr

Product – Keuze voor een samenwerkingsovereenkomst tot stand gekomen na vergelijking verschillende vormen keuze is realistisch en passend.

C

• •

Product – Verslag van samenwerking met gesloten beurs Het verslag bestaat uit drie onderdelen: • de voorbereiding • reflectiemodelgesprek • samenwerkingsovereenkomst. Product – Handleiding inhuren van derden De handleiding is volledig, alle benodigde handelingen zijn beschreven, zodanig dat de handleiding in de praktijk door de BPV-organisatie te gebruiken is.

43


Beoordeling - Professioneel Gedrag BPV-begeleider Competentie

Criteria

O

B Aansturen

De sociaal-cultureel werker maakt duidelijke resultaatafspraken met de (externe) professional, zodat deze gericht blijft op het bereiken van de vooropgestelde doelen.

Q Plannen organiseren

De sociaal-cultureel werker bewaakt de voortgang van de activiteit.

ig ht

yr

Beoordelaars BPV-opdracht

op

Naam instelling

Naam beoordelaar

C

Functie

Datum + handtekening

Naam instelling Naam beoordelaar Functie Datum + handtekening

Naam student Datum + handtekening

44

onvoldoende/voldoende/goed onvoldoende/voldoende/goed ja/nee onvoldoende/voldoende/goed

Ac

Opmerking:

: : : :

Ed u'

Beoordeling product Beoordeling professioneel gedrag STARR aanwezig Eindoordeel BPV-opdracht

tie fb .v

.

De sociaal-cultureel werker stuurt zo nodig bij, zodat de cliĂŤnten optimaal begeleid worden door de externe professional.

V


Samenwerkingsverbanden organiseren en ondersteunen

Samenwerkingsverbanden organiseren en ondersteunen Relatie met werkproces 2.5

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Organiseert en ondersteunt samenwerkingsverbanden De sociaal-cultureel werker brengt belanghebbenden bij elkaar. Denk hierbij aan leden van bewonersorganisaties, andere vrijwilligersorganisaties en professionele organisaties in het werkgebied. Deze samenwerkingsverbanden ondersteunt hij zodat ze zo zelfstandig mogelijk kunnen werken. • Hij zorgt voor de contacten met mogelijke nieuwe leden of deelnemers. • Hij verkent met hen hun doelen, wensen en mogelijkheden. • Hij helpt ze zich zo te organiseren dat ze hun doel kunnen halen. • Hij helpt ze bij de onderlinge communicatie en externe pr. • Hij biedt ze scholing en zorgt voor de randvoorwaarden. • Hij verwijst ze zo nodig door naar andere instanties. • Hij stimuleert ze om te netwerken met andere instellingen/instanties in het werkgebied. • Hij brengt professionals van verschillende instellingen bij elkaar op basis van gezamenlijke doelen.

op

yr

Om deze opdracht tot een goed eind te brengen heb je hulp nodig van anderen. Denk hierbij aan: hulp vragen in je team, overleggen met de medewerker pr en communicatie, klanten vragen om hun mening.

C

7.

45


. tie fb .v Ac

In je vak werk je in allerlei samenwerkingsverbanden samen. Voor en met deze netwerken doe je allerhande werkzaamheden. Je levert vier producten op: • drie verslagen van intakegesprekken • dienstverleningsplan over communicatie • pr-plan voor een klantgroep • drie netwerkanalyses.

ig ht

<

Opdracht

Ed u'

Werkmodellen op www.factor-e.nl: Het communicatieplan Intakegesprek Dienstverleningsplan

C

op

yr

Drie verslagen van intakegesprekken • Maak van drie gesprekken met een nieuwe klant of over een nieuwe klus een verslag waarin je de wensen, doelen en mogelijkheden noteert. • Plan de intakegesprekken in zodra de kans zich voordoet. • Lees het werkmodel Intakegesprek door. • Bereid het gesprek voor. • Gebruikt de BPV-organisatie een eigen intakeformulier? Gebruik deze dan. • Voer het gesprek over de doelen en de wensen. • Let op, vergeet niet te vragen wat de groep/het individu zelf kan bijdragen aan het vinden van een oplossing. • Maak het verslag van de bespreking. • Leg het verslag voor en vraag de groep/het individu of je het gesprek goed verwoord hebt. • Voeg eventuele aanvullende informatie toe aan het verslag. Dienstverleningsplan over communicatie • Maak voor een groep waarmee je werkt een dienstverleningsplan om de onderlinge communicatie te verbeteren. • Deze opdracht is geschikt voor een groep waarbij jij constateert dat de groep elkaar niet goed verstaat.

46


Samenwerkingsverbanden organiseren en ondersteunen

• • • • • • •

Jij kunt er als SCW’er voor zorgen dat de communicatie verbetert door de manier van vergaderen en verslagleggen, luisteren en doorvragen en elkaar aanspreken aan de orde te stellen. Overleg met je BPV-begeleider wanneer en op welke manier je deze opdracht kunt doen. Gebruik het werkmodel Dienstverleningsplan ter voorbereiding op het gesprek. Schrijf je dienstverleningsplan met behulp van de gegevens uit de intake en je observaties. Vul de antwoorden op de vragen van het werkmodel Dienstverleningsplan in. Bespreek het dienstverleningsplan met de klant. Verander desgewenst het plan na deze bespreking. Voer het plan uit, eventueel onder begeleiding van je BPV-begeleider.

Ac

tie fb .v

.

PR-plan voor een klantgroep • Maak een pr-plan met en voor een klantgroep. • Overleg met je BPV-begeleider met welke groep je mag werken. Denk aan een groep die min of meer zelfstandig een activiteit organiseert, maar wel wat hulp kan gebruiken bij de public relations. • Lees het werkmodel Het communicatieplan door. • Bouw het pr-plan op volgens de vijf stappen uit dit werkmodel. • Leg het pr-plan voor aan de groep en vraag om reactie op je plan. • Voer het plan uit nadat er een taakverdeling tussen jou en de groep is afgesproken.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Drie netwerkanalyses • Te vaak werken (vrijwilligers-/professionele) organisaties solo aan een klus, terwijl samenwerking meer zou opleveren. Er is vaak een aarzeling om anderen erbij te betrekken. • Selecteer met je BPV-begeleider drie klantgroepen die, om hun doelstellingen en wensen te behalen, beter zouden kunnen samenwerken dan ze nu doen. • Analyseer het bestaande netwerk van de drie klantengroepen. • Vul deze analyse aan met mogelijke nieuwe samenwerkingspartners. • Beargumenteer waarom deze nieuwe samenwerkingspartner een toegevoegde waarde heeft. • Organiseer (indien mogelijk) een gezamenlijk overleg tussen de klantengroep en hun eventuele nieuwe samenwerkingspartner(s) voor een eerste kennismaking en aftasting van de mogelijkheden.

47


. tie fb .v Ac

Eisen professioneel gedrag

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Tijdens het organiseren en ondersteunen van samenwerkingsverbanden dien je ook professioneel gedrag te vertonen. Zorg ervoor dat je tijdens het uitvoeren van de opdracht het volgende gedrag vertoont: • Je geeft adviezen aan individuen/groepen over hoe zij zich het best kunnen organiseren, zodat zij de juiste contacten initiëren om hun belangen te behartigen. • Je toont belangstelling voor de opvattingen en standpunten van de individuen/groepen, zodat je een duidelijk beeld krijgt van een voor hen passende organisatiestructuur. • Je onderzoekt de verschillende belangen en mogelijkheden en streeft overeenstemming na door win-winsituaties, zodat de belangen van individuen/groepen goed behartigd worden. • Je straalt dynamiek uit en maakt in het contact een bevlogen indruk, zodat individuen/groepen geprikkeld worden bij te dragen aan een passende organisatieen communicatiestructuur.

STARR De reflectie volgens de STARR-methode doe je aan het eind van de BPV-opdracht. Je beschrijft de opdracht en hoe jij hem hebt uitgevoerd. Ook beschrijf je welke acties je hebt ondernomen en wat het resultaat was van de BPV-opdracht. Daarna ga je reflecteren. Hierna staat de opzet van een STARR. Situatie en Taak • Omschrijf de situatie en geef daarbij aan welke taak/rol jij had. Actie en Resultaat • Omschrijf welke acties/handelingen je op dat moment hebt ondernomen en wat hiervan het resultaat was. Reflectie • Beschrijf hoe jij je op dat moment in de situatie voelde. • Beschrijf waarom je op deze manier hebt gehandeld. • Beschrijf hoe je het de volgende keer anders zou aanpakken.

48


Samenwerkingsverbanden organiseren en ondersteunen

Beoordeling - Producten BPV-begeleider O

V

BPV-docent O

V

Product – drie verslagen van intakegesprekken • • •

het werkmodel of eigen formulier is gebruikt drie verslagen verslagen besproken met de klant en eventueel aan de hand daarvan aangepast.

werkmodel is gebruikt student geeft in het plan blijk van kennis van theorie over communicatie plan is besproken met de klant en eventueel aangepast.

Product – pr-plan voor een klantgroep

Ac

vijf stappen uit werkmodel gebruikt plan is uitvoerbaar/uitgevoerd groep kan zich vinden in het plan.

Ed u'

• • •

tie fb .v

• •

.

Product – dienstverleningsplan over communicatie

Product – drie netwerkanalyses

Van drie verschillenden klantengroepen is het bestaande netwerk in kaart gebracht en aangevuld met mogelijke samenwerkingspartners.

C

op

yr

ig ht

49


Beoordeling - Professioneel Gedrag BPV-begeleider Criteria

O

C Begeleiden

De sociaal-cultureel werker geeft adviezen aan individuen/groepen over hoe zij zich het best kunnen organiseren, zodat zij de juiste contacten initiĂŤren om hun belangen te behartigen.

D Aandacht en begrip tonen

De sociaal-cultureel werker toont belangstelling voor de opvattingen en standpunten van de individuen/groepen, zodat hij een duidelijk beeld krijgt van een voor hen passende organisatiestructuur.

H Overtuigen en beĂŻnvloeden

De sociaal-cultureel werker onderzoekt de verschillende belangen en mogelijkheden.

tie fb .v

.

Competentie

De sociaal-cultureel werker straalt dynamiek uit. De sociaal-cultureel werker maakt in het contact een bevlogen indruk, zodat individuen/groepen geprikkeld worden bij te dragen aan een passende organisatie- en communicatiestructuur.

op

yr

ig ht

I Presenteren

Ed u'

Ac

De sociaal-cultureel werker streeft overeenstemming na door win-winsituaties, zodat de belangen van individuen/groepen goed behartigd worden.

C

Beoordeling product Beoordeling professioneel gedrag STARR aanwezig Eindoordeel BPV-opdracht Opmerking:

50

: : : :

onvoldoende/voldoende/goed onvoldoende/voldoende/goed ja/nee onvoldoende/voldoende/goed

V


Samenwerkingsverbanden organiseren en ondersteunen

Beoordelaars BPV-opdracht Naam instelling Naam beoordelaar Functie Datum + handtekening

Naam instelling Naam beoordelaar Functie

tie fb .v

.

Datum + handtekening

Naam student

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Datum + handtekening

51


Aan deskundigheidsbevordering en professionalisering van het beroep werken

8.

Aan deskundigheidsbevordering en professionalisering van het beroep werken Relatie met werkproces 3.1

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Werkt aan deskundigheidsbevordering en professionalisering van het beroep De sociaal-cultureel werker leest vakliteratuur en volgt bijscholingen. Hij vraagt om feedback over zijn eigen functioneren en geeft feedback aan anderen. Hij stelt samen met zijn leidinggevende een persoonlijk ontwikkelplan op en voert dit uit. Hij praat in de organisatie mee over het beroep en werkt zo mee aan de ontwikkeling van een visie op het beroep. Hij draagt deze visie ook uit aan anderen.

Werkmodellen op www.factor-e.nl: POP Feedback beoordelen

<

52

Opdracht In deze opdracht gaat het om je eigen functioneren als professional en je kennis van, en bijdrage aan de ontwikkelingen in je beroep. Je levert vier producten op: • notitie over professioneel handelen • formulier feedback geven en ontvangen • schema voor POP • visuele presentatie van de visie.


Aan deskundigheidsbevordering en professionalisering van het beroep werken

Om deze opdracht tot een goed eind te brengen heb je hulp nodig van anderen. Denk hierbij aan: hulp vragen aan je team, contact opnemen met een beleidsdeskundige of visiemedewerker in de BPV-organisatie. Notitie over professioneel handelen Ontdek wat er in de BPV-organisatie is vastgesteld over professioneel handelen, verzamel deze informatie en maak een notitie over professioneel handelen waarin je vertelt hoe het in de organisatie geregeld is (op papier staat) en hoe het echt gaat (in de dagelijkse praktijk). Professioneel handelen kun je onderverdelen in: – het handelen van de beroepskracht – hoe om te gaan met de klant – hoe om te gaan met collega’s en andere dienstverleners. Kies één onderwerp uit bovenstaand rijtje om uit te werken. Overleg met je BPV-begeleider waar en bij wie je de informatie kunt vinden over het gekozen onderwerp. Maak een plan hoe je aan de benodigde informatie komt. Lees de gevonden informatie en spreek met die personen in de organisatie die je meer kunnen vertellen. Stel kritische vragen over wat er op papier staat en hoe het in de praktijk gaat. Schrijf de notitie van maximaal twee A4’tjes. De notitie bestaat uit drie hoofdstukken: 1. Het beleid en de vastgelegde afspraken 2. De dagelijkse praktijk 3. Een conclusie Worden de afspraken in de praktijk uitgevoerd? Wat wel en wat niet? Bied je notitie aan in de organisatie. Bijvoorbeeld aan het managementteam of de leidinggevende of je BPV-begeleider.

• •

ig ht

• •

Ed u'

Ac

• •

tie fb .v

.

• •

C

op

yr

Formulier feedback geven en ontvangen Feedback is een belangrijke werkwijze om de kwaliteit van je dienstverlening te vergroten. In de BPV-periode zul je vast regelmatig feedback krijgen van je begeleider. Bij het doen van deze opdracht zoek je daarom een andere collega. Deze vraag je om feedback en geef je feedback. • Zoek een collega uit waarmee je regelmatig werkt. • Bepaal op welk onderdeel van je professioneel handelen je feedback wilt ontvangen. • Let op dat je de juiste collega uitkiest, iemand die ook echt iets kan vinden van dit professioneel handelen van jou. • Leg contact met de beoogde collega en leg uit wat je wilt. De collega moet ook bereid zijn om feedback van jou te ontvangen. • Spreek af op welk professioneel handelen jij je collega feedback gaat geven. • Neem het werkmodel Feedback beoordelen door met de collega. • Plan in wanneer jullie het formulier gaan invullen en bespreken. • Schrijf een reflectie met behulp van de STARR-methode en bewaar deze bij het formulier. Schema voor POP • Maak een Persoonlijk OntwikkelingsPlan met iemand in de BPV-organisatie.

53


• • • •

tie fb .v

.

Overleg met je BPV-begeleider met welke collega je een POP mag gaan maken. Zoek iemand uit die niet al zelf een POP heeft gemaakt. Misschien is dat je begeleider zelf wel. Werk je in een BPV-organisatie waar het niet gebruikelijk is dat professionals met elkaar spreken over hun professionele ontwikkeling? Kies dan met de BPV-begeleider een andere invulling voor deze opdracht, bijvoorbeeld door het POP-schema op een werkoverleg te introduceren. Je maakt dan het schema en brengt dit leeg in ter bespreking in het team. Leg aan het team uit hoe een POP werkt en vul je POP-schema aan met de afspraken die er in het team werden gemaakt. Maak een invulschema met de drie hoofdstukken en negen onderdelen uit het werkmodel. Plan 1 of enkele bijeenkomsten met de collega in. Vul het schema met de collega in. Je kunt de collega ook vragen het schema zelf in te vullen. Je biedt dan alleen hulp waar nodig. Vraag de collega wat het maken van het POP heeft opgeleverd en of er afspraken tussen de werknemer en werkgever uit voort zouden kunnen komen, of zelfs al zijn gekomen. Vul het POP aan met deze afspraken.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Visuele presentatie van de visie • Maak een visuele presentatie van de visie van de BPV-organisatie waarin je laat zien dat je begrijpt welke koers de organisatie vaart. Denk bijvoorbeeld aan een collage of een Prezi-presentatie. • Stel je de organisatie voor als een boom:

• • • •

54

Overleg met je BPV-begeleider waar en bij wie je de informatie kunt vinden. Zijn er meer BPV’ers in de organisatie? Werk dan samen aan dit product en verdeelde taken. Lees de beschikbare informatie en spreek met die personen die je meer kunnen vertellen. Stel vast aan wie je de visie gaat presenteren.


Aan deskundigheidsbevordering en professionalisering van het beroep werken

• •

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

• • • •

Denk aan een terugkomdag op school of in een stageteam of in aanwezigheid van je stagedocent. Maak een opzet voor je presentatie aan de hand van de drie onderdelen: 1. Uitgangspunten en afgesproken werkwijze (de wortels) 2. Professionele houding, normen en waarden (de stam) 3. Producten, diensten en kwaliteitsnormen (de kroon) Vul de onderdelen in met de gevonden informatie. Maak de visuele presentatie. Laat je presentatie een keer zien aan je BPV-begeleider en stel zo nodig bij. Presenteer je visie op de uitgekozen plaats.

Eisen professioneel gedrag Tijdens het bevorderen van je deskundigheid en het professionaliseren van het beroep dien je ook professioneel gedrag te vertonen. Zorg ervoor dat je tijdens het uitvoeren van de opdracht het volgende gedrag vertoont: • Je houdt vakkennis en vaardigheden bij en draagt de eigen kennis en expertise op begrijpelijke wijze over aan collega's en andere deskundigen. • Je gebruikt feedback om van te leren en neemt deel aan inhoudelijk beroepsmatige discussies zodat je werkt aan je persoonlijke ontwikkeling en een bijdrage levert aan de professionalisering van het beroep van sociaal-cultureel werker.

STARR De reflectie volgens de STARR-methode doe je aan het eind van de BPV-opdracht. Je beschrijft de opdracht en hoe jij hem hebt uitgevoerd. Ook beschrijf je welke acties je hebt ondernomen en wat het resultaat was van de BPV-opdracht. Daarna ga je reflecteren. Hierna staat de opzet van een STARR.

55


Situatie en Taak • Omschrijf de situatie en geef daarbij aan welke taak/rol jij had. Actie en Resultaat • Omschrijf welke acties/handelingen je op dat moment hebt ondernomen en wat hiervan het resultaat was. Reflectie • Beschrijf hoe jij je op dat moment in de situatie voelde. • Beschrijf waarom je op deze manier hebt gehandeld. • Beschrijf hoe je het de volgende keer anders zou aanpakken.

Beoordeling - Producten BPV-begeleider O

V

tie fb .v

.

Product – notitie professioneel handelen

Ac

De notitie bestaat uit maximaal twee A4’tjes. De notitie is verzorgd. De notitie bestaat naast de feiten ook uit de bevindingen. De notitie is voorzien van conclusie. Product – formulier feedback beoordelen

Ed u'

Het formulier is ingevuld. STARR is gebruikt.

ig ht

Product – POP-schema

op

yr

Het schema is gemaakt. Het schema is ingevuld met een collega. Of het schema is op werkoverleg ingebracht. Het schema is aangevuld met de gemaakte afspraken.

C

Product – visuele presentatie visie De visie is juist verwoord. De presentatie is helder en correct. De visuele presentatie ziet er verzorgd uit.

56

BPV-docent O

V


Aan deskundigheidsbevordering en professionalisering van het beroep werken

Beoordeling - Professioneel Gedrag BPV-begeleider Competentie

Criteria

O

K Vakdeskundigheid toepassen

De sociaal-cultureel werker houdt vakkennis en vaardigheden bij.

V

De sociaal-cultureel werker draagt de eigen kennis en expertise op begrijpelijke wijze over aan collega's en andere deskundigen. De sociaal-cultureel werker gebruikt feedback om van te leren.

Ac

onvoldoende/voldoende/goed onvoldoende/voldoende/goed ja/nee onvoldoende/voldoende/goed

C

op

yr

ig ht

Opmerking:

: : : :

Ed u'

Beoordeling product Beoordeling professioneel gedrag STARR aanwezig Eindoordeel BPV-opdracht

tie fb .v

.

De sociaal-cultureel werker neemt deel aan inhoudelijk beroepsmatige discussies, zodat hij werkt aan zijn persoonlijke ontwikkeling en een bijdrage levert aan de professionalisering van het beroep van sociaal-cultureel werker.

57


Beoordelaars BPV-opdracht Naam instelling Naam beoordelaar Functie Datum + handtekening

Naam instelling Naam beoordelaar Functie

tie fb .v

.

Datum + handtekening

Naam student

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Datum + handtekening

58


Aan het bevorderen en bewaken van kwaliteitszorg werken

9.

Aan het bevorderen en bewaken van kwaliteitszorg werken Relatie met werkproces 3.2

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Werkt aan het bevorderen en bewaken van kwaliteitszorg Zorgen voor kwaliteit van het werk is een taak voor de SCW’er. Hij werkt mee aan het verbeteren van de kwaliteit door in vakgroepen en intervisiegroepen over de ontwikkeling van het werk mee te praten. Hij zet zijn kennis van het vakgebied in bij verbetertrajecten in de organisatie. Hij werkt mee aan het maken van beleid. Hij werkt mee om systematisch de kwaliteit van het werk in de gaten te houden. Hij let mee op of er knelpunten ontstaan in het leveren van goede dienstverlening. Als er knelpunten ontstaan, rapporteert hij deze in de organisatie.

Werkmodellen op www.factor-e.nl: Het Betoog Het achtfasenmodel PDCA

<

Opdracht Om de cliënt/groep zo goed mogelijk van dienst te kunnen zijn werkt de SCW’er er constant aan mee om het werk te verbeteren. Dit doet hij in allerlei situaties, bijvoorbeeld in een vakgroep en in intervisiegroepen. Ook werkt hij mee aan het maken van beleid. Je levert vier producten op: • betoog voor een verandering • procesbeschrijving • checklist activiteitenplan • notitie met intervisievoorstel.

59


Om deze opdracht tot een goed eind te brengen heb je hulp nodig van anderen. Denk hierbij aan: hulp vragen aan je team, informatie vragen bij je team.

tie fb .v

.

Betoog voor een verandering Tijdens je BPV-periode kom je gaandeweg zaken tegen waarover je denkt: dat kan toch wel anders?! Kom op voor de kwaliteit van het werk en houd een mondeling betoog voor een verandering. Plan deze opdracht niet te vroeg in. Als je wat langer ergens werkt, wordt het duidelijker welke veranderingen je wilt voorstellen en kun je beter onderbouwen waarom je een verandering wilt voorstellen. • Doe een voorstel aan je BPV-begeleider voor een onderwerp voor het betoog. Bereid je hierop voor met behulp van de Deming-cirkel: plan, do, check, act. Vul ieder onderdeel van de cirkel in met informatie over het onderwerp. • Bedenk met je BPV-begeleider waar en voor wie je het betoog gaat houden. • Bereid je betoog voor met behulp van de vijf stappen uit het werkmodel Het betoog. Maak bij de opbouw van je betoog ook gebruik van de Deming-cirkel. • Doe een test door je betoog voor een oefengroep te houden. Denk aan een groep stagiairs, thuis of voor je BPV-begeleider. • Stel het betoog op basis van die ervaring bij. • Houd het betoog. • Stel je schriftelijke betoog bij op basis van de uitvoering.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Procesbeschrijving In iedere organisatie zijn er zaken die altijd al zo gedaan worden en mondeling worden doorgegeven. Dat lijkt handig, totdat een andere collega moet overnemen. Opeens is het hoe en waarom niet meer duidelijk. Zorg voor doorgaande kwaliteit door voor je BPV-organisatie een proces op schrift te stellen. • Overleg met je BPV-begeleider welk werkproces je gaat beschrijven. Kies bij voorkeur voor een werkproces waar je zelf mee te maken hebt. • Zijn er procesbeschrijvingen in gebruik bij de BPV-organisatie? Kies dan voor eenzelfde opbouw, lay-out en werkwijze als gangbaar is. • Zijn er geen procesbeschrijvingen in gebruik bij de BPV-organisatie? Maak een opzet van een procesbeschrijving en bespreek deze met je BPV-begeleider. • Beschrijf het proces in logische stappen. • Laat je procesbeschrijving checken door een collega die ermee moet werken. • Stel zo nodig bij. • Zorg ervoor dat je procesbeschrijving ter beschikking komt voor de collega’s. Checklist activiteitenplan In iedere organisatie is er een vorm van een activiteiten-/handelingsplan in gebruik. Soms heel zorgvuldig en uitgebreid, soms alleen heel globaal. Check de werkwijze in de BPV-organisatie met behulp van een zelfgemaakte checklist. • Lees het werkmodel Het achtfasenmodel. • Maak een checklist waarop je straks kunt afvinken wat wel of niet gebruikt wordt. Maak ruimte op je checklist voor een rubriek waar je straks kunt afvinken of de werkwijze formeel of informeel in gebruik is en of deze ook schriftelijk wordt vastgelegd. • Onderzoek welke onderdelen van het achtfasenmodel in gebruik zijn en hoe ze in de BPV-organisatie heten. • Doe de check op minstens één afdeling door zeker drie collega’s te bevragen of de stappen uit het achtfasenmodel worden gebruikt en hoe deze worden gebruikt. • Maak een overzicht van je bevindingen.

60


Aan het bevorderen en bewaken van kwaliteitszorg werken

• •

Verbind er een conclusie aan. Wordt er gewerkt volgens het achtfasenmodel? Hoe zorgvuldig? Kun je de organisatie een advies geven hoe ze de kwaliteit kunnen verbeteren? Vul je overzicht dan aan.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Notitie met intervisievoorstel Intervisie kan een belangrijke bijdrage leveren aan de kwaliteit voor de cliënt/de groep. Maak een intervisievoorstel voor de BPV-organisatie. • Kies in overleg met je BPV-begeleider een team waarvoor je een intervisievoorstel wilt maken. • Denk hierbij ook aan een team waarin je niet zelf functioneert. • Verdiep je in intervisie. – Welke vorm gebruikt de organisatie? – Welke vorm ken je van de opleiding? – Welke vorm vind je op internet die je aanspreekt? • Verdiep je in het team. – Wordt er aan intervisie gedaan, volgens een vaste werkwijze? – Wat kan verbeteren en wat gaat er wel goed? – Welke vorm zou goed passen bij de aard van het team en de aard van de werkzaamheden? • Maak op basis van deze analyse een keuze voor een passende intervisievorm. • Zet op papier welke vorm je kiest en motiveer je keuze. • Leg je keuze voor aan het team en probeer daarbij te bereiken dat het team met deze intervisievorm gaat werken.

Eisen professioneel gedrag Tijdens het werken aan het bevorderen en bewaken van kwaliteitszorg dien je ook professioneel gedrag te vertonen. Zorg ervoor dat je tijdens het uitvoeren van de opdracht het volgende gedrag vertoont: • Je houdt je aan de voorgeschreven procedures rondom kwaliteitsverbetering en aan wettelijke richtlijnen en stimuleert anderen om zich hier ook aan te houden, zodat je een effectieve bijdrage levert aan het bevorderen en bewaken van de kwaliteitszorg.

61


STARR De reflectie volgens de STARR-methode doe je aan het eind van de BPV-opdracht. Je beschrijft de opdracht en hoe jij hem hebt uitgevoerd. Ook beschrijf je welke acties je hebt ondernomen en wat het resultaat was van de BPV-opdracht. Daarna ga je reflecteren. Hierna staat de opzet van een STARR. Situatie en Taak • Omschrijf de situatie en geef daarbij aan welke taak/rol jij had. Actie en Resultaat • Omschrijf welke acties/handelingen je op dat moment hebt ondernomen en wat hiervan het resultaat was. Reflectie • Beschrijf hoe jij je op dat moment in de situatie voelde. • Beschrijf waarom je op deze manier hebt gehandeld. • Beschrijf hoe je het de volgende keer anders zou aanpakken.

tie fb .v

.

Beoordeling - Producten

BPV-begeleider O

• •

ig ht

met behulp van de vijf stappen uit het werkmodel geschreven betoog helder en logisch betoog met behulp van de Deming-cirkel tot stand gekomen betoog op schrift bijgesteld na mondelinge uitvoering

Ed u'

Ac

Product – betoog voor een verandering

yr

Product – procesbeschrijving

op

Procesbeschrijving is volledig en in de BPV-organisatie bruikbaar.

C

Product - checklist activiteitenplan • • •

checklist volledig check uitgevoerd checklist aangevuld met bevindingen en conclusie

Product – notitie met intervisievorm • • • •

62

onderzoek naar vormen gedaan notitie geschreven voorstel juist gekozen voorstel vindt aansluiting bij team

V

BPV-docent O

V


Aan het bevorderen en bewaken van kwaliteitszorg werken

Beoordeling - Professioneel Gedrag BPV-begeleider Competentie

Criteria

O

T Instructies en procedures opvolgen

De sociaal-cultureel werker houdt zich aan de voorgeschreven procedures rondom kwaliteitsverbetering en aan wettelijke richtlijnen.

V

: : : :

onvoldoende/voldoende/goed onvoldoende/voldoende/goed ja/nee onvoldoende/voldoende/goed

Ac

Beoordeling product Beoordeling professioneel gedrag STARR aanwezig Eindoordeel BPV-opdracht

tie fb .v

.

De sociaal-cultureel werker stimuleert anderen om zich te houden aan de voorgeschreven procedures, zodat hij een effectieve bijdrage levert aan het bevorderen en bewaken van de kwaliteitszorg.

ig ht

Ed u'

Opmerking:

Beoordelaars BPV-opdracht

yr

Naam instelling

op

Naam beoordelaar Functie

C

Datum + handtekening

Naam instelling Naam beoordelaar Functie Datum + handtekening

Naam student Datum + handtekening

63


Coördinerende taken uitvoeren

10.

Coördinerende taken uitvoeren Relatie met werkproces 3.3

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Voert coördinerende taken uit 1. De sociaal-cultureel werker coördineert: – Hij maakt een verdeling van de werkzaamheden. – Hij geeft prioriteiten aan. – Hij houdt contact met de verschillende (vrijwillige) medewerkers. 2. De sociaal-cultureel werker stemt de werkzaamheden af: – Hij ziet toe op de uitvoering van de werkzaamheden. – Hij ziet toe op de voortgang van de dienstverlening. – Hij ziet toe op de afstemming tussen de verschillende projecten en activiteiten. 3. De sociaal-cultureel werker werkt aan en onderhoudt een actief netwerk van contacten binnen en buiten de organisatie om zo zijn werkdoelen te bereiken. Het gaat hierbij om collega’s, vrijwilligers en externe professionals. 4. Hij neemt deel aan voor zijn functie relevante overlegvormen en collegiale consultatie. 5. Hij organiseert en geeft werkbegeleiding aan stagiairs en vrijwilligers. Hij coacht ze en geeft feedback op hun werkzaamheden en beroepshouding.

C

op

yr

ig ht

Om deze opdracht tot een goed eind te brengen heb je hulp nodig van anderen. Denk hierbij aan: hulp vragen aan je team, bijvoorbeeld van een collega die verstand heeft van coaching of van de planner.

64


Coördinerende taken uitvoeren

Bij deze opdracht gaat het om afstemmen en overleggen, coördineren en werkbegeleiding geven. Je levert vijf producten op: • productenoverzicht • overzicht overlegstructuur BPV-organisatie • twee reflectieverslagen van gegeven en gekregen hulp • wegwijzer voor stagiairs en nieuwe medewerkers • feitenverslag van een coachend gesprek.

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Productenoverzicht In iedere organisatie is een terugkerend onderwerp dat men onvoldoende weet van wat er door andere wordt georganiseerd. Help je BPV-organisatie door een overzicht te maken, waardoor mensen beter geïnformeerd zijn. • Maak voor een onderdeel van de organisatie een productenoverzicht waaruit blijkt wie waarmee aan het werk is en hoe het ermee staat. Neem in het productenoverzicht alle actuele activiteiten, diensten en projecten op. • Overleg met je team of je BPV-begeleider voor welk onderdeel van de organisatie je het overzicht gaat maken. • Overleg met betrokkenen over welke informatie ze zouden willen beschikken. • Ontwerp een schematisch overzicht waarin je alle gewenste informatie kwijt kunt. • Verzamel de benodigde informatie over de producten. • Vul het schema in met de gevonden informatie. • Bied je schema aan de belanghebbenden aan en check of het aan de behoefte voldoet.

yr

ig ht

Overzicht overlegstructuur BPV-organisatie Iedere organisatie heeft zijn overleggen en vergaderingen. In sommige organisaties veel en in andere zo weinig mogelijk. In sommige organisaties worden de zaken gedaan in het informele circuit en dienen de organisaties als plaats om elkaar weer eens te spreken. • Hoe zit dat in je BPV-organisatie, waar worden de werkzaamheden afgestemd? Zoek het vergaderschema van de organisatie. – Geen schema te vinden? Maak hem dan zelf met hulp van je BPV-begeleider. • Verdiep je in de overleggen en beantwoord per overleg de volgende vragen: – Hoe vaak, hoe lang en waar vind het overleg plaats? – Wat is het doel van het overleg? – Welke functies en taakgebieden worden vertegenwoordigd in het overleg? • Zet de vergaderingen met de gevonden informatie overzichtelijk op een rij. Bijvoorbeeld schematisch per soort vergadering. • Woon een aantal van de overleggen bij, minstens vier andere overleggen dan je normaal al vanwege je BPV bijwoont. • Maak je overzicht af met je eigen bevindingen tijdens deze overleggen. Beantwoord daarvoor de volgende vragen per overleg: – Is het overleg verlopen volgens de gevonden/opgegeven gegevens uit je schema? – Worden de zaken gedaan in dit overleg, of toch eigenlijk in de wandelgangen. • Geef tot slot (als je het aandurft) bij de voorzitter van de overleggen die je bijwoonde aan wat je bevindingen waren, zodat je een belangrijke bijdrage levert aan de kwaliteit van het overleg. • Voelt het niet prettig om je mening te geven aan de voorzitters? Kies dan de veilige weg en deel je mening met je BPV-begeleider.

op

<

Opdracht

C

Werkmodellen op www.factor-e.nl: Het plannen van een activiteit Feedback STARR-reflectie Stappenplan coachgesprek

65


Twee reflectieverslagen van gegeven en gekregen hulp Collegiale consultatie staat voor advies vragen aan een deskundige en deskundig advies geven. Collegiale consultatie is een belangrijke manier om het werk met elkaar te kunnen afstemmen. • Deze afspraak laat zich niet gemakkelijk inplannen. Op enig moment tijdens de BPV-periode kun je dit reflectieverslag gaan schrijven. Let tijdens de BPV op wanneer jij om hulp vraagt en wanneer je hulp geeft en maak dan het verslag. • Kies de situaties die je gaat beschrijven uit. • Kies voor situaties die voor jou bepalend waren in de BPV-periode. • Beschrijf in een persoonlijk verslag volgens de STARR-methode de gegeven hulp. • Beschrijf in een persoonlijk verslag volgens de STARR-methode de gekregen hulp. • Vul beide verslagen aan met wat voor jou het belang is van collegiale consultatie in de beroepspraktijk.

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Wegwijzer voor stagiairs en nieuwe medewerkers • Breng in beeld wat stagiairs en nieuwe medewerkers moeten weten als ze beginnen, zodat ze vanaf het begin volwaardig mee kunnen werken aan het afstemmen van het werk. • Onderzoek wat de organisatie al biedt aan nieuwkomers. Is er een inwerkmap of een checklist voor BPV-begeleiders aanwezig? Is deze misschien verouderd of niet volledig? • Ga na wat je had willen weten toen je binnenkwam in de BPV-organisatie. • Vul de bestaande wegwijzer aan of maak een werkwijzer als deze ontbreekt, maak de werkwijzer aansprekend en overzichtelijk. • Laat de (ver)nieuw(d)e werkwijzer zien aan de laatst binnengekomen collega. Vindt hij je aanpassingen zinvol? • Maak de wegwijzer af met behulp van de aanwijzingen van deze nieuwste collega. • Heeft de organisatie een goede wegwijzer voor nieuwe collega’s of stagiairs? Beschrijf dan in een korte notitie waarom deze wegwijzer goed is. Denk hierbij aan bijvoorbeeld de lay-out, de toon/taal, maar vooral aan de volledigheid en bruikbaarheid.

C

op

Feitenverslag van een coachend gesprek • Coach een collega bij het overwinnen van een angst of het overwinnen van een probleem. • Plan deze opdracht later in de BPV-periode. Als je net binnen bent, zullen je collega’s eerst nog even de kat uit de boom kijken en nog niet zo gemakkelijk hun problemen met je delen. • Bereid je voor op deze opdracht door het werkmodel Het stappenplan coachgesprek door te nemen. • Plan een afspraak in met de collega die een probleem of uitdaging heeft. • Voer het gesprek volgens het stappenplan. • Vraag de collega om feedback op je functioneren. • Maak een feitelijk verslag van het gesprek. • Vul het feitenverslag aan met de feedback die je kreeg en een reflectie volgens de STARR-methode. • Nog wat onzeker na één coachend gesprek? De gelegenheid om het coachen te oefenen is vast wel te vinden. Oefen zo veel als je nodig hebt!

66


tie fb .v

.

Coördinerende taken uitvoeren

Eisen professioneel gedrag

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Tijdens het uitvoeren van coördinerende taken dien je ook professioneel gedrag te vertonen. Zorg ervoor dat je tijdens het uitvoeren van de opdracht het volgende gedrag vertoont: • Je maakt concrete afspraken met onder andere de stagiairs en vrijwilliger(s) en zorgt door duidelijke instructies dat zij weten wat er van hen verwacht wordt, zodat hun rol en taken helder zijn. • Je overlegt regelmatig met collega’s, zodat de expertise van de diverse collega’s optimaal benut wordt. • Je stelt prioriteiten in het bereiken van de doelen en brengt activiteiten ruim van tevoren in kaart, zodat mensen en middelen op het gewenste moment beschikbaar zijn om uitvoering te geven aan de taken/activiteiten.

STARR

C

De reflectie volgens de STARR-methode doe je aan het eind van de BPV-opdracht. Je beschrijft de opdracht en hoe jij hem hebt uitgevoerd. Ook beschrijf je welke acties je hebt ondernomen en wat het resultaat was van de BPV-opdracht. Daarna ga je reflecteren. Hierna staat de opzet van een STARR. Situatie en Taak • Omschrijf de situatie en geef daarbij aan welke taak/rol jij had. Actie en Resultaat • Omschrijf welke acties/handelingen je op dat moment hebt ondernomen en wat hiervan het resultaat was. Reflectie • Beschrijf hoe jij je op dat moment in de situatie voelde. • Beschrijf waarom je op deze manier hebt gehandeld. • Beschrijf hoe je het de volgende keer anders zou aanpakken.

67


Beoordeling - Producten BPV-begeleider O

V

Product – productenoverzicht Overzicht is volledig. Overzicht voldeed aan de vraag van belanghebbenden. Overzicht is in schema gezet. Product – overzicht overlegstructuur BPV-organisatie

tie fb .v

.

Informatie is overzichtelijk op een rij gezet. Mening is gevormd over de overlegcultuur. Product – twee reflectieverslagen van gegeven en gekregen hulp

Ed u'

Ac

Er zijn minstens twee verslagen van gekregen hulp. Er zijn minstens twee verslagen van gegeven hulp. Student geeft blijk van reflectie op eigen handelen en ziet het belang van collegiale consultatie tussen collega’s. Product – wegwijzer voor stagiairs en nieuwe medewerkers

yr

ig ht

Wegwijzer is zorgvuldig gecheckt/aangepast. Student laat door de kwaliteit van het product zien dat hij belang hecht aan het afstemmen van werkzaamheden onder collega’s.

op

Product – feitenverslag van een coachend gesprek

C

Bestaat uit feitenverslag, feedback en reflectie volgens de STARR-methode. Uit verslag blijkt dat student het coachend gesprek beheerst.

68

BPV-docent O

V


Coördinerende taken uitvoeren

Beoordeling - Professioneel Gedrag BPV-begeleider Competentie

Criteria

O

B Aansturen

De sociaal-cultureel werker maakt concrete afspraken met onder andere de stagiairs en vrijwilliger(s).

V

De sociaal-cultureel werker zorgt door duidelijke instructies dat zij weten wat er van hen verwacht wordt, zodat hun rol en taken helder zijn. De sociaal-cultureel werker overlegt regelmatig met collega’s, zodat de expertise van de diverse collega’s optimaal benut wordt.

Q Plannen en organiseren

De sociaal-cultureel werker stelt prioriteiten in het bereiken van de doelen.

tie fb .v

.

E Samenwerken en overleggen

Ed u'

Ac

De sociaal-cultureel werker brengt activiteiten ruim van tevoren in kaart, zodat mensen en middelen op het gewenste moment beschikbaar zijn om uitvoering te geven aan de taken/activiteiten. : : : :

onvoldoende/voldoende/goed onvoldoende/voldoende/goed ja/nee onvoldoende/voldoende/goed

yr

ig ht

Beoordeling product Beoordeling professioneel gedrag STARR aanwezig Eindoordeel BPV-opdracht

C

op

Opmerking:

69


Beoordelaars BPV-opdracht Naam instelling Naam beoordelaar Functie Datum + handtekening

Naam instelling Naam beoordelaar Functie

tie fb .v

.

Datum + handtekening

Naam student

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Datum + handtekening

70


Beleidsmatige taken uitvoeren

11.

Beleidsmatige taken uitvoeren Relatie met werkproces 3.4

tie fb .v

.

Voert beleidsmatige taken uit De sociaal-cultureel werker voert beleidsmatige taken uit. • Hij werkt mee bij het tot stand komen van nieuw beleid door te signaleren wat er speelt in de omgeving van de organisatie. • Als vervolg hierop stelt hij mogelijk uit te voeren activiteiten van de organisatie voor. • De sociaal-cultureel werker draagt het beleid van zijn organisatie zowel uit aan alle betrokkenen in als buiten de eigen organisatie. Denk hierbij aan groepen in het werkgebied, samenwerkingspartners en beleidsmakers.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Om deze opdracht tot een goed eind te brengen heb je hulp nodig van anderen. Denk hierbij aan: de beleidsmedewerker van de BPV-organisatie, je team, de pr-functionaris.

Werkmodellen op www.factor-e.nl: De 5 W’s Presenteren Activiteitenformulier Debatteren

<

Opdracht Werk actief mee aan het beleid en het vernieuwen van de diensten van de BPV-organisatie. Je levert drie producten op: • signaal inbrengen in de organisatie • activiteitbeschrijving • debat met een groep belanghebbenden.

71


Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Signaal inbrengen in de organisatie Lever een bijdrage aan beleidsvorming in de organisatie. • Bereid je voor op het inbrengen van een signaal door een onderzoek: • Let een tijd lang op wat je zoal hoort van collega’s, samenwerkingspartners en klanten over wat de organisatie eigenlijk zou moeten gaan doen. • Ga ook bij jezelf na wat je vindt ontbreken in het dienstenprogramma van de organisatie. • Verdiep je in de theorie over welzijn nieuwe stijl. • Heb je een signaal te pakken, check dit dan bij collega’s. Herkennen ze de trend of de ontwikkeling en vinden ze ook dat de organisatie hier beleid op moet maken? • Vervolg je onderzoek door uit te zoeken hoe je een signaal inbrengt in de organisatie. Is er een format? Word je uitgenodigd voor een bespreking over je signaal? Waar in de organisatie wordt het signaal gewoonlijk besproken? • In sommige organisaties is het de normaalste zaak van de wereld dat medewerkers signalen inbrengen. In andere organisaties is er een grote afstand tussen de beleidsmakers en de werkvloer. Laat je dan niet ontmoedigen en vind een manier om je signaal voor het voetlicht te brengen. • Stel je signaal op schrift volgens de werkwijze van de organisatie of maak gebruik van het werkmodel De 5 W’s. • Zorg ervoor dat het signaal op de in de organisatie gebruikelijke plaats wordt ingebracht. • Kies een passende werkvorm en een mooie presentatie, dan is de kans dat je serieus wordt genomen door je toehoorders een stuk groter. • Vul je signaalbeschrijving aan met de op- en aanmerkingen en aanvullingen die je tijdens de presentatie vast hebt gekregen.

C

op

yr

ig ht

Activiteitbeschrijving • Maak een nieuw product (activiteit, dienst, project) als vervolg op het signaal dat je inbracht in de organisatie bij de vorige opdracht. • Deze opdracht kun je dus pas maken nadat je de vorige opdracht hebt gedaan. • Lees het signaal dat je hebt ingebracht nog eens door. Welke activiteit, dienst of project zou de organisatie moeten gaan starten volgens jou? • Kijk eens rond op websites van vergelijkbare organisaties. Wat bieden ze op dat gebied aan? • Vraag je collega’s om mee te denken over een nieuw en passend product. • Denk aan onderwerpen op het gebied van: – kunst, cultuur en amusement – sport, spel en recreatie – educatie en burgerschap. • Beschrijf het product met behulp van het werkmodel Activiteitenformulier of gebruik een formulier dat in de BPV-organisatie in gebruik is hiervoor. • Breng je productvoorstel in je team in en vraag om feedback. Debat met een groep belanghebbenden • Voer namens je BPV-organisatie een debat over een onderdeel van het beleid van de organisatie met een groep belanghebbenden: klanten, collega’s, samenwerkingspartners. • Overleg met je BPV-begeleider over een geschikt onderwerp en een geschikte groep. • Denk bijvoorbeeld aan een debat met een deelnemersgroep over de omgangsregels, een debat met collega’s over vrijwilligersbeleid of een debat met samenwerkingspartners over welzijn nieuwe stijl.

72


Beleidsmatige taken uitvoeren

• • •

• •

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Betrek de BPV-organisatie bij het debat. Wie werkt er mee, behalve jij en je BPV-begeleider? Denk aan de pr-medewerker, een leidinggevende of beleidsmaker. Is het in jouw BPV-organisatie niet toegestaan dat een medewerker zelf een dergelijk debat organiseert voor externe belanghebbenden? Kies dan voor de veilige kant en organiseer een debat voor collega’s. Lees de theorie over het organiseren van een debat nog eens door. Organiseer het debat met behulp van het werkmodel Debatteren in aanwezigheid van je BPV-begeleider. Reflecteer met de BPV-begeleider hoe het proces en de uitvoering zijn verlopen en stel deze reflectie op schrift.

op

Eisen professioneel gedrag

C

Tijdens het uitvoeren van beleidsmatige taken dien je ook professioneel gedrag te vertonen. Zorg ervoor dat je tijdens het uitvoeren van de opdracht het volgende gedrag vertoont: • Je legt ideeën en nieuwe kennis en ontwikkelingen regelmatig voor aan relevante in- en externe betrokkenen, zodat je een beeld krijgt van mogelijkheden, wenselijkheden en mogelijk draagvlak voor het te voeren beleid c.q. het dienstenaanbod van de organisatie. • Je draagt het beleid van de organisatie vol zelfvertrouwen uit en onderbouwt de gemaakte keuzes en brengt signalen van sociale kwesties en andere ontwikkelingen onder de aandacht van de organisatie, zodat betrokkenen op de hoogte zijn van hetgeen de organisatie doet of voornemens is te doen en de organisatie zelf nieuw of aangepast beleid c.q. aanbod kan ontwikkelen.

STARR De reflectie volgens de STARR-methode doe je aan het eind van de BPV-opdracht. Je beschrijft de opdracht en hoe jij hem hebt uitgevoerd. Ook beschrijf je welke acties je hebt ondernomen en wat het resultaat was van de BPV-opdracht. Daarna ga je reflecteren. Hierna staat de opzet van een STARR.

73


Situatie en Taak • Omschrijf de situatie en geef daarbij aan welke taak/rol jij had. Actie en Resultaat • Omschrijf welke acties/handelingen je op dat moment hebt ondernomen en wat hiervan het resultaat was. Reflectie • Beschrijf hoe jij je op dat moment in de situatie voelde. • Beschrijf waarom je op deze manier hebt gehandeld. • Beschrijf hoe je het de volgende keer anders zou aanpakken.

Beoordeling - Producten BPV-begeleider V

tie fb .v

.

O Product - signaal inbrengen in de organisatie

signaal juist gekozen signaal op de juiste plaats voor het voetlicht gebracht presentatie passend

• •

activiteitenformulier of eigen BPV-formulier gebruikt product juist gekozen product juist beschreven

ig ht

Ed u'

Product – activiteitbeschrijving

Ac

• •

Product – debat met een groep belanghebbenden

yr

onderwerp juist gekozen goede voorbereiding goede uitvoering doelstelling behaald reflectie geschreven

C

op

• • • • •

74

BPV-docent O

V


Beleidsmatige taken uitvoeren

Beoordeling - Professioneel Gedrag BPV-begeleider Criteria

O

E Samenwerken en overleggen

De sociaal-cultureel werker legt ideeĂŤn en nieuwe kennis en ontwikkelingen regelmatig voor aan relevante in- en externe betrokkenen, zodat hij een beeld krijgt van mogelijkheden, wenselijkheden en mogelijk draagvlak voor het te voeren beleid c.q. het dienstenaanbod van de organisatie.

H Overtuigen en beĂŻnvloeden

De sociaal-cultureel werker draagt het beleid van de organisatie vol zelfvertrouwen uit.

V

.

Competentie

tie fb .v

De sociaal-cultureel werker onderbouwt de gemaakte keuzes.

Ed u'

Ac

De sociaal-cultureel werker brengt signalen van sociale kwesties en andere ontwikkelingen onder de aandacht van de organisatie, zodat betrokkenen op de hoogte zijn van hetgeen de organisatie doet of voornemens is te doen en de organisatie zelf nieuw of aangepast beleid c.q. aanbod kan ontwikkelen. : : : :

onvoldoende/voldoende/goed onvoldoende/voldoende/goed ja/nee onvoldoende/voldoende/goed

yr

ig ht

Beoordeling product Beoordeling professioneel gedrag STARR aanwezig Eindoordeel BPV-opdracht

C

op

Opmerking:

75


Beoordelaars BPV-opdracht Naam instelling Naam beoordelaar Functie Datum + handtekening

Naam instelling Naam beoordelaar Functie

tie fb .v

.

Datum + handtekening

Naam student

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Datum + handtekening

76


Beheertaken uitvoeren

Beheertaken uitvoeren Relatie met werkproces 3.5

tie fb .v

.

Voert beheertaken uit De sociaal-cultureel werker voert beheertaken uit. Daardoor levert hij een praktische en organisatorische bijdrage aan zijn organisatie. • Hij draagt bij aan het zakelijk beheer door bijvoorbeeld: – het doen van bestellingen – bijhouden van de kantoormaterialen – toezien op onderhoud van apparatuur, materiaal en werkruimte • Hij draagt bij aan financieel beheer door: – budgetten van activiteiten te bewaken – financiële rapportages te maken • De sociaal-cultureel werker onderhoudt voor de organisatie contact met externe organisaties, bijvoorbeeld met leveranciers of klussenbedrijven.

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Om deze opdracht tot een goed eind te brengen heb je hulp nodig van anderen. Denk hierbij aan: beheerders, de boekhouding, je team.

C

12.

77


Werkmodellen op www.factor-e.nl: Bezettingsschema Voorbeeld begroting van een buurthuis Zakelijke brief

<

Opdracht Een sociaal-cultureel werker heeft niet alleen verstand van mensen, maar ook van de middelen. • • • • •

begroting voor een activiteit bestelling sponsorbrief en sponsorgesprek bezettingsschema financiële rapportage.

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Begroting voor een activiteit • Maak tweemaal een begroting voor een activiteit. • Kies twee activiteiten uit die jijzelf of je BPV-begeleider organiseert. Kies zo mogelijk voor activiteiten waarbij anderen ingehuurd moeten worden en/of je een leverancier van materialen nodig hebt. • De eerste begroting is voor een activiteit waarvoor voldoende budget aanwezig is. • De tweede begroting maak je voor een activiteit waarvoor je ook inkomsten nodig hebt van een andere partij (sponsor). • Schrijf het activiteitenplan of gebruik een bestaand activiteitenplan. • Schrijf op welke middelen, menskracht en materialen je nodig hebt. • Maak de begroting met behulp van deze opsomming. Gebruik het werkmodel over de begroting of de begroting die gebruikt wordt in de BPV-organisatie. • Laat je begrotingen nakijken door een deskundige, bijvoorbeeld je BPV-begeleider of iemand van de afdeling boekhouding/zakelijk beheer. • Pas de begrotingen als dat nodig is aan, aan de hand van de feedback die je ontvangen hebt.

C

op

yr

ig ht

Bestelling • Inventariseer of de materialen en middelen die je nodig hebt voor een activiteit op voorraad zijn en bestel wat ontbreekt. • Is voorraadbeheer en bestellingen in de BPV-organisatie een taak voor ondersteunende diensten, vraag dan aan hen of je de taak voor, of met hulp van een van hen mag uitvoeren. • Vraag een deskundige in de organisatie je inventarisatie en bestelling te checken. • Bestel volgens de werkwijze van de BPV-organisatie de ontbrekende materialen en middelen. Sponsorbrief en sponsorgesprek • Zorg voor sponsoren voor een activiteit. • Kies twee activiteiten uit waarvoor een sponsor/sponsoren gewenst zijn. A sponsorbrief • Bereid je voor door argumenten op een rij te zetten waarmee je de toekomstige sponsor gaat verleiden. • Geef aan wat je op zijn minst binnen wilt slepen, dus wat je minimaal aan geld of andere middelen wilt behalen. • Schrijf de brief. Gebruik hierbij het werkmodel Zakelijke brief en schrijf de brief volgens de eisen van de BPV-organisatie. • Maak na verloop van tijd de balans op. Heb je het gestelde resultaat behaald? Waarom wel of niet?

78


Beheertaken uitvoeren

B sponsorgesprek met bewoners/klanten • Bereid je voor door met de belanghebbende bewoners/klanten argumenten op een rij te zetten waarmee je de toekomstige sponsor gaat verleiden. • Bereid het gesprek voor en verdeel de taken. • Geef aan wat je op zijn minst binnen wilt slepen, dus wat je minimaal aan geld of andere middelen wilt behalen. • Plan de afspraak in en houd het sponsorgesprek. • Maak na verloop van tijd de balans op. Heb je het vooraf gestelde resultaat behaald? Waarom wel of niet? • Schrijf een reflectie volgens de STARR-methode.

tie fb .v

.

Bezettingsschema • Maak een bezettingsschema. • Kies met de BPV-begeleider voor welk pand je een bezettingsschema kunt maken. Een schema voor een doelgroep kan ook. • Kies het liefst voor een pand of doelgroep waarvoor zo’n schema nog niet gemaakt is, dan heeft de BPV-organisatie er ook echt iets aan. • Gebruik het werkmodel Bezettingsschema om het schema te maken. • Laat je bezettingsschema door een deskundige op volledigheid controleren. • Pas het schema nog aan als dat nodig is.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Financiële rapportage • Schrijf na de uitvoering van de activiteiten waarvoor je een begroting had gemaakt een financiële rapportage. • Overleg met de financiële administratie van de BPV-organisatie over de vorm en inhoud van een financiële rapportage. • Stel de rapportage op volgens de eisen van de organisatie. • Laat de rapportage controleren door een deskundige. • Bied de rapportage aan op de gebruikelijke wijze en plaats in de BPV-organisatie.

79


Eisen professioneel gedrag Tijdens het uitvoeren van beheertaken dien je ook professioneel gedrag te vertonen. Zorg ervoor dat je tijdens het uitvoeren van de opdracht het volgende gedrag vertoont: • Je checkt regelmatig materiaal en middelen en levert hiermee een bijdrage aan het onderhoud, zodat de organisatie beschikt over goed onderhouden materiaal en middelen. • Je zorgt voor financiële registratie en verantwoording van je projecten en activiteiten en maakt regelmatig afwegingen tussen kosten en baten, zodat je bijdraagt aan een financieel gezonde organisatie.

STARR

.

De reflectie volgens de STARR-methode doe je aan het eind van de BPV-opdracht. Je beschrijft de opdracht en hoe jij hem hebt uitgevoerd. Ook beschrijf je welke acties je hebt ondernomen en wat het resultaat was van de BPV-opdracht. Daarna ga je reflecteren. Hierna staat de opzet van een STARR.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

Situatie en Taak • Omschrijf de situatie en geef daarbij aan welke taak/rol jij had. Actie en Resultaat • Omschrijf welke acties/handelingen je op dat moment hebt ondernomen en wat hiervan het resultaat was. Reflectie • Beschrijf hoe jij je op dat moment in de situatie voelde. • Beschrijf waarom je op deze manier hebt gehandeld. • Beschrijf hoe je het de volgende keer anders zou aanpakken.

80


Beheertaken uitvoeren

Beoordeling - Producten BPV-begeleider O

V

BPV-docent O

V

Product – begroting voor een activiteit • •

werkmodel gebruikt begroting volledig en correct opgesteld

Product – bestelling • •

De bestelling is voorafgegaan door een inventarisatie. De werkwijze van de organisatie is gevolgd.

juiste toon/taal gebruikt brief zakelijk sponsor goed gekozen resultaat behaalt bewoners/doelgroep betrokken

Product – bezettingsschema

Ed u'

• •

aan de hand van het werkmodel tot stand gekomen volledig bruikbaar

ig ht

Ac

• • • • •

tie fb .v

.

Product – sponsorbrief en sponsorgesprek

Product – financiële rapportage

yr

opgesteld aan de hand van begroting volgens de werkwijze van de organisatie juist en volledig

C

op

• • •

81


Beoordeling - Professioneel Gedrag BPV-begeleider Competentie

Criteria

O

L Materialen en middelen inzetten

De sociaal-cultureel werker checkt regelmatig materiaal en middelen en levert hiermee een bijdrage aan het onderhoud, zodat de organisatie beschikt over goed onderhouden materiaal en middelen.

Y Bedrijfsmatig handelen

De sociaal-cultureel werker zorgt voor financiĂŤle registratie en verantwoording van zijn projecten en activiteiten.

ig ht

Opmerking:

yr

Beoordelaars BPV-opdracht

op

Naam instelling

C

Naam beoordelaar Functie Datum + handtekening

Naam instelling Naam beoordelaar Functie Datum + handtekening

Naam student Datum + handtekening

82

onvoldoende/voldoende/goed onvoldoende/voldoende/goed ja/nee onvoldoende/voldoende/goed

Ac

: : : :

Ed u'

Beoordeling product Beoordeling professioneel gedrag STARR aanwezig Eindoordeel BPV-opdracht

tie fb .v

.

De sociaal-cultureel werker maakt regelmatig afwegingen tussen kosten en baten, zodat hij bijdraagt aan een financieel gezonde organisatie.

V


De dienstverlening evalueren

13.

De dienstverlening evalueren Relatie met werkproces 3.6 Evalueert de dienstverlening De sociaal-cultureel werker evalueert soms tijdens de dienstverlening en zeker aan het eind van de dienstverlening. Hij verzamelt de benodigde gegevens voor de evaluatie en analyseert deze. Zijn de stappen gevolgd en is de doelstelling behaald? Hij schrijft hierover een evaluatieverslag.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Bij tussenevaluaties voert hij indien nodig veranderingen in de dienstverlening door, bijvoorbeeld in het dienstverleningsplan van de cliënt. Bij eindevaluaties trekt hij conclusies voor een volgende dienstverlening.

Ac

tie fb .v

.

Het evaluatieverslag, of alleen de conclusies hieruit, bespreekt hij met de betrokkenen. Hij checkt bij hen of ze tevreden zijn met de gevolgde werkwijze (procesevaluatie) en het resultaat van de dienstverlening (productevaluatie).

Werkmodellen op www.factor-e.nl: Evaluatie Proces- en productevaluatie

<

Opdracht Een evaluatie geeft alle betrokkenen zicht op de kwaliteit van wat er is geleverd. Zo weet de opdrachtgever na de evaluatie of hij waar voor zijn geld kreeg, de dienstverlener weet of hij voldoende kwaliteit heeft geleverd en de cliënt kan door de evaluatie zelf invloed uitoefenen op wat hij krijgt aangeboden.

83


Je levert vijf producten op: • bundeling van de evaluatievormen • procesevaluatie in het team • twee evaluaties met een groep • productevaluatie • schriftelijke bijdrage aan het jaarverslag. Om deze opdracht tot een goed eind te brengen heb je hulp nodig van anderen. Denk hierbij aan: hulp vragen aan je team, samenwerken met de groep/de persoon waarmee je evalueert.

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Bundeling van de evaluatievormen • Zoek alle evaluatievormen die gebruikt worden in de BPV-organisatie bij elkaar en maak er een bundeling van. • In sommige organisaties wordt weinig geëvalueerd. Lukt het je niet om minstens drie evaluatievormen te vinden, zoek dan op internet naar meer voorbeelden. Daarmee help je de BPV-organisatie meer en beter te evalueren in de toekomst. • Vraag aan minimaal tien en maximaal vijftien medewerkers in de organisatie welke evaluatievorm ze wel eens gebruiken. • Dit kun je doen door middel van interviews, of door een oproep op intranet of een enquête tijdens een teambijeenkomst. • Maak een indeling in soorten evaluaties. • Bundel de verkregen informatie in een boekje of digitaal document. Zorg er zo mogelijk voor dat deze informatie voor alle dienstverleners in de organisatie beschikbaar wordt. • Overleg met je BPV-begeleider waar de bundeling het best geplaatst kan worden, zodat zo veel mogelijk mensen er gebruik van kunnen maken.

C

op

yr

ig ht

Procesevaluatie in het team • Bij een procesevaluatie staat de totstandkoming van een resultaat en de daarbij gevolgde werkwijze centraal. • Bedenk voordat het werk door het team begint of het een geschikt onderwerp is voor deze opdracht. Overleg met je BPV-begeleider over je keuze. • Stel het doel van de werkzaamheden vast. • Houd tijdens het proces aantekeningen bij van wat je ziet en hoort. • Maak een opzet voor de procesevaluatie met behulp van het werkmodel Proces- en productevaluatie. Is er een vaste procedure in je BPV-organisatie? Gebruik deze dan. • Bereid de bijeenkomst in het team voor. • Houd de evaluatie in het team volgens je opzet. • Maak een verslag van de bijeenkomst. • Presenteer de uitkomsten in de volgende bijeenkomst. • Check of je uitkomsten worden herkend in het team. Twee evaluaties met een groep • Evalueer tweemaal met een groep de dienstverlening die jij, of een collega uit de BPV-organisatie, geboden hebt. Volg hierbij de onderstaande stappen. • Kies voor een groepsactiviteit waarvan vooraf door jou of een collega een activiteitenplan is opgesteld of ten minste de doelen en resultaten vooraf waren vastgelegd. • Neem het activiteitenplan voor de groep aandachtig door. • Maak een verslag van de uitvoering. Verliep deze volgens plan? Wat viel je op tijdens de uitvoering? Wat zou jij willen weten van de deelnemers?

84


De dienstverlening evalueren

• •

• •

Kies de geschikte evaluatievorm voor deze groep en deze activiteit. Denk aan een gesprek met jou erbij, een enquête of bijvoorbeeld een formulier dat de groep zonder jouw aanwezigheid invult. Is er in de BPV-organisatie een eigen werkwijze om de dienstverlening met een groep te evalueren? Gebruik deze dan. Voer de evaluatie uit. Maak een verslag van de evaluatie waarin je beschrijft: – welke soort evaluatie je hield – waarom je deze vorm hebt gekozen – op welke vragen je antwoord wilde – wat de uitkomst is van de evaluatie. Bied de evaluatie aan de groep aan en vraag om feedback. Heb je hun mening goed verwoord? Gebruikte je de juiste evaluatievorm? Vul je verslag aan met de feedback die je kreeg van de deelnemers.

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Productevaluatie • Deze opdracht maak je voor je BPV-begeleider, maar vooral voor jezelf. Het biedt jullie beiden zicht op hoe ver je bent met het maken van de BPV-opdrachten. Het is een tussenevaluatie. • Plan deze opdracht in voor halverwege de BPV-periode. • Bereid je voor met behulp van het schema uit het werkmodel Proces- en productevaluatie. • Plan een afspraak in met je BPV-begeleider. • Doe alle voorbereidingen voor de bijeenkomst met behulp van het werkmodel. • Evalueer de BPV-opdrachten mondeling met de BPV-begeleider. • Zet de resultaten van deze tussenevaluatie op papier. • Plan aan de hand van deze tussenevaluatie de rest van de producten in voor de tweede helft van je BPV-periode.

C

op

yr

ig ht

Schriftelijke bijdrage aan het jaarverslag • Schrijf voor de financier of opdrachtgever een evaluatierapport over een deel van je werk. In iedere organisatie moet er verantwoording worden afgelegd over de werkzaamheden. In een jaarverslag of andere rapportage gaat het vooral over de behaalde resultaten. Vaak is dit een saaie klus waar niemand zin in heeft, maar die wel van belang is voor het verkrijgen van de subsidiebijdrage. • Een jaarverslag hoeft niet saai te zijn. Voel je uitgedaagd om een goede feitelijke rapportage te schrijven die toch leuk is om te maken en nog leuker om te lezen. • Maak een keuze voor het deel van de werkzaamheden waarover jij gaat schrijven. Kies bij voorkeur voor een onderwerp waarover in de organisatie al een evaluatie(rapport) beschikbaar is. • Overleg je keuze met de BPV-begeleider. • Lees een eerder gemaakt (half)jaarverslag over het onderwerp. • Maak een opzet voor het schrijven van je notitie. • Verplaats je hiervoor in de lezer. Voor wie schrijf je, wat wil de ontvanger lezen? • Maak gebruik van de tekst en taal van de eerdere schrijver over dit onderwerp in het vorige verslag. • Schrijf je bijdrage in de taal die past bij de BPV-organisatie. • Bespreek je tekst met de BPV-begeleider. Zijn de toon en taal goed en is wat je schrijft kloppend? • Pas de tekst aan op basis van de bespreking.

85


. tie fb .v

Eisen professioneel gedrag

op

STARR

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Tijdens het evalueren van de dienstverlening dien je ook professioneel gedrag te vertonen. Zorg ervoor dat je tijdens het uitvoeren van de opdracht het volgende gedrag vertoont: • Je vraagt deelnemers/betrokkenen naar hun ervaring, ideeën en gevoelens over de geboden activiteiten, zodat je gegevens verkrijgt over de effectiviteit van de gehanteerde werkwijze. • Je formuleert de evaluatiegegevens zodanig dat ze begrijpelijk zijn voor betrokkenen en bruikbaar zijn voor het verbeteren van de dienstverlening. • Je maakt gevolgtrekkingen op basis van verkregen evaluatiegegevens, zodat je kunt komen tot juiste oplossingsrichtingen voor verbetering van de dienstverlening.

C

De reflectie volgens de STARR-methode doe je aan het eind van de BPV-opdracht. Je beschrijft de opdracht en hoe jij hem hebt uitgevoerd. Ook beschrijf je welke acties je hebt ondernomen en wat het resultaat was van de BPV-opdracht. Daarna ga je reflecteren. Hierna staat de opzet van een STARR. Situatie en Taak • Omschrijf de situatie en geef daarbij aan welke taak/rol jij had. Actie en Resultaat • Omschrijf welke acties/handelingen je op dat moment hebt ondernomen en wat hiervan het resultaat was. Reflectie • Beschrijf hoe jij je op dat moment in de situatie voelde. • Beschrijf waarom je op deze manier hebt gehandeld. • Beschrijf hoe je het de volgende keer anders zou aanpakken.

86


De dienstverlening evalueren

Beoordeling - Producten BPV-begeleider O

V

BPV-docent O

V

Product – bundeling van de evaluatievormen Minstens drie verschillende soorten evaluaties zijn verzameld. Digitaal document of boekje ziet er verzorgd uit. Resultaat is bruikbaar in de BPV-organisatie.

tie fb .v

Onderwerp is goed gekozen. Tijdens het proces is gevolgd wat er gebeurde. Opzet voor evaluatie is juist. Evaluatie is juist gehouden in het team. Verslag van de uitkomsten is kloppend.

.

Product – procesevaluatie in het team

Product – twee evaluaties met een groep

Ed u'

Ac

Er zijn ten minste twee verslagen van evaluaties. Evaluatie is voorzien van de feedback van de groep. De gekozen soort evaluatie sluit aan bij de verleende diensten en de groep. Product – productevaluatie

yr

ig ht

De tussenevaluatie is aan de hand van het schema uit het werkmodel tot stand gekomen. De tussenevaluatie is goed voorbereid en levert de benodigde informatie op.

op

Product – schriftelijke bijdrage aan het jaarverslag

C

Toon en taal zijn kloppend. Inhoud van de tekst is kloppend. Tekst is gecheckt en is zo nodig bijgesteld.

87


Beoordeling - Professioneel Gedrag BPV-begeleider Criteria

D Aandacht en begrip tonen

De sociaal-cultureel werker vraagt deelnemers/betrokkenen naar hun ervaring, ideeĂŤn en gevoelens over de geboden activiteiten, zodat hij gegevens verkrijgt over de effectiviteit van de gehanteerde werkwijze.

J Formuleren en rapporteren

De sociaal-cultureel werker formuleert de evaluatiegegevens zodanig dat ze begrijpelijk zijn voor betrokkenen en bruikbaar zijn voor het verbeteren van de dienstverlening.

M Analyseren

De sociaal-cultureel werker maakt gevolgtrekkingen op basis van verkregen evaluatiegegevens, zodat hij kan komen tot juiste oplossingsrichtingen voor verbetering van de dienstverlening.

C

op

yr

ig ht

Opmerking:

tie fb .v

onvoldoende/voldoende/goed onvoldoende/voldoende/goed ja/nee onvoldoende/voldoende/goed

Ac

: : : :

Ed u'

Beoordeling product Beoordeling professioneel gedrag STARR aanwezig Eindoordeel BPV-opdracht

88

O

.

Competentie

V


De dienstverlening evalueren

Beoordelaars BPV-opdracht Naam instelling Naam beoordelaar Functie Datum + handtekening

Naam instelling Naam beoordelaar Functie

tie fb .v

.

Datum + handtekening

Naam student

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Datum + handtekening

89


Vrijwilligers werven

14.

Vrijwilligers werven Relatie met werkproces 3.7

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Werft vrijwilligers • De sociaal-cultureel werker werft vrijwilligers die mee willen werken aan het uitvoeren van de producten die de organisatie heeft. • Hij maakt bijvoorbeeld een wervende tekst over de werkzaamheden voor een krant/wijkblad en/of spreekt vrijwilligers aan die al werkzaamheden verrichten voor de organisatie. • Hij geeft nieuwe vrijwilligers informatie over de aard en het tijdstip van de werkzaamheden en de eisen die gesteld worden aan de vrijwilliger. Hij beoordeelt de capaciteiten van de vrijwilliger aan de hand van de eisen en neemt hem, bij positieve beoordeling, aan voor de werkzaamheden.

Werkmodellen op www.factor-e.nl: Wervingsadvertentie Functioneringsen beoordelingsgesprek

<

Opdracht Vrijwilligers zijn onmisbaar in het sociaal-cultureel werk. In deze opdracht werk je aan het vinden en binden van vrijwilligers. Je levert vier producten op: • wervingsadvertentie • twee sollicitatiegesprekken • introductiepakket voor de nieuwe vrijwilliger • aanbeveling vrijwilligerscontract. Om deze opdracht tot een goed eind te brengen heb je hulp nodig van anderen. Denk hierbij aan de vrijwilligerscoördinator in de BPV-organisatie of de plaatselijke vrijwilligerscentrale.

90


Vrijwilligers werven

Wervingsadvertentie • Maak een wervende tekst voor een advertentie (voor de website/de plaatselijke krant). • Overleg met de BPV-begeleider voor welk product van de organisatie vrijwilligers worden gezocht. • Verdiep je in dat product. • Stel een functieprofiel op, zo mogelijk in overleg met de begeleider van het product. • Lees de theorie uit de training Werven, coördineren en begeleiden er nog eens op na. • Stel de tekst op met behulp van het werkmodel Wervingsadvertentie. • Laat de tekst checken voordat je deze plaatst. • Evalueer achteraf: Hoeveel vrijwilligers leverde de advertentie op? Wat vind je achteraf van de tekst? Wat zou je een volgende keer anders willen doen?

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Twee sollicitatiegesprekken • Voer tweemaal een sollicitatiegesprek met een nieuwe vrijwilliger voor de BPV-organisatie. • Begin op tijd met deze opdracht. Er zijn niet op ieder moment nieuwe vrijwilligers nodig/voorhanden om deze opdracht mee te doen. • Kies met je BPV-begeleider voor welk product je de sollicitatiegesprekken mag voeren. Het kan gaan om een eigen product of een product van een collega in de organisatie. • Bereid de gesprekken voor door je te verdiepen in het product, het functieprofiel en het vrijwilligersbeleid in de organisatie. • Check bij je BPV-begeleider of je de juiste informatie hebt gevonden. • Check dan nog eens of je volledig bent door de aandachtspunten uit het werkmodel Vrijwilligersbeleid door te lopen. • Plan de gesprekken in, zorg voor aanwezigheid van de BPV-begeleider en vraag hem/haar om mee te kijken. • Voer de gesprekken aan de hand van de aandachtspunten. • Heb je meer voorbereiding nodig voordat je los kunt? Het werkmodel Functioneringsen beoordelingsgesprek kan houvast bieden. Oefenen met je BPV-begeleider in een rollenspel kan ook handig zijn. • Bespreek na met de BPV-begeleider en vraag om feedback.

C

Introductiepakket voor de nieuwe vrijwilliger • Zorg ervoor dat de nieuwe vrijwilliger vanaf de eerste dag de informatie heeft die hij nodig heeft om het werk goed en prettig te kunnen doen. • Maak al brainstormend een lijstje van zaken die een vrijwilliger moet weten en zaken die hij moet hebben bij het begin van zijn werkzaamheden. • Denk bijvoorbeeld aan een notitie over rechten en plichten, kantoorbenodigdheden, belangrijke beleidsstukken, en ‘wie is wie’. • Vul de lijst aan met behulp van de aandachtspunten uit het werkmodel Vrijwilligersbeleid. • Check jouw lijst met wat er in de organisatie al is geregeld voor de introductie van vrijwilligers of, als er nog niets is geregeld voor vrijwilligers, wat er is geregeld ter introductie van betaalde medewerkers. • Check je lijst bij een vrijwilligersbegeleider in de organisatie. Is je lijst volledig en juist? • Verzin een creatieve vorm voor het introductiepakket dat op de eerste dag kan worden overhandigd aan vrijwilligers. • Let op, kan het pakket misschien ook digitaal in plaats van op papier?

91


• • •

Maak het pakket en vul dit met alle benodigdheden. Overhandig je pakket aan de eerste nieuwe vrijwilliger. Bevalt deze werkwijze? Bespreek met je BPV-begeleider of het pakket voortaan gebruikt kan gaan worden.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Aanbeveling vrijwilligerscontract • Zoek een passend vrijwilligerscontract voor de BPV-organisatie. • Bevraag drie vrijwilligers en drie begeleiders in de organisatie. Stel vast aan welke eisen een vrijwilligerscontract moet voldoen. • Stel een lijst op van de eisen. • Denk aan vergoedingen, verantwoordelijkheid, werkzaamheden. • Wat moet worden vastgelegd tussen de organisatie en haar vrijwilligers? Op internet vind je allerlei informatie hierover, bijvoorbeeld bij MOvisie. • Lees het vrijwilligerscontract dat in de organisatie wordt gebruikt na. Voldoet het aan de eisen die je hebt vastgesteld? • Is er geen contract in gebruik, of juist meerdere? Zoek er één op internet of kies er eentje uit in de organisatie. • Geef een aanbeveling aan de betreffende medewerker in de organisatie over het gebruik van een contract. Kies uit: – een ander contract gebruiken dan nu gebruikelijk – voortaan nog maar één contract gebruiken voor alle vrijwilligers – een nieuw contract in gebruik nemen – het bestaande contract aanvullen met … • Vul je aanbeveling aan met een motivatie.

Eisen professioneel gedrag Tijdens het werven van vrijwilligers dien je ook professioneel gedrag te vertonen. Zorg ervoor dat je tijdens het uitvoeren van de opdracht het volgende gedrag vertoont: • Je weet de vraag naar vrijwilligers zodanig te presenteren dat je hiermee de aandacht trekt van potentiële vrijwilligers. • Je geeft potentiële vrijwilligers helder aan wat de taken van een vrijwilliger inhouden, zodat duidelijk is wat van hen verwacht wordt.

92


Vrijwilligers werven

STARR De reflectie volgens de STARR-methode doe je aan het eind van de BPV-opdracht. Je beschrijft de opdracht en hoe jij hem hebt uitgevoerd. Ook beschrijf je welke acties je hebt ondernomen en wat het resultaat was van de BPV-opdracht. Daarna ga je reflecteren. Hierna staat de opzet van een STARR. Situatie en Taak • Omschrijf de situatie en geef daarbij aan welke taak/rol jij had. Actie en Resultaat • Omschrijf welke acties/handelingen je op dat moment hebt ondernomen en wat hiervan het resultaat was. Reflectie • Beschrijf hoe jij je op dat moment in de situatie voelde. • Beschrijf waarom je op deze manier hebt gehandeld. • Beschrijf hoe je het de volgende keer anders zou aanpakken.

tie fb .v

.

Beoordeling - Producten

BPV-begeleider O

V

Ed u'

Functieprofiel is gemaakt. Advertentie is doeltreffend. Evaluatie is toegevoegd.

O

Ac

Product – wervingsadvertentie

V

BPV-docent

Product – twee sollicitatiegesprekken

yr

ig ht

Informatie is vooraf gecheckt. Volledigheid is vooraf gecheckt. Gesprekken zijn gevoerd. Gesprekken zijn nabesproken.

C

op

Product - introductiepakket voor de nieuwe vrijwilliger Pakket is volledig. Pakket ziet er verzorgd uit. Pakket kan in principe gebruikt worden in de organisatie. Product - aanbeveling vrijwilligerscontract Eisen zijn opgesteld na gesprek met zes medewerkers. Bestaand contract is vergeleken met eisen. Aanbeveling is gegeven met motivatie.

93


Beoordeling - Professioneel Gedrag BPV-begeleider Competentie

Criteria

H Overtuigen en beïnvloeden

De sociaal-cultureel werker weet de vraag naar vrijwilligers zodanig te presenteren dat hij hiermee de aandacht trekt van potentiële vrijwilligers.

I Presenteren

De sociaal-cultureel werker geeft potentiële vrijwilligers helder aan wat de taken van een vrijwilliger inhouden, zodat duidelijk is wat van hen verwacht wordt. onvoldoende/voldoende/goed onvoldoende/voldoende/goed ja/nee onvoldoende/voldoende/goed

Ed u'

Ac

Opmerking:

.

: : : :

tie fb .v

Beoordeling product Beoordeling professioneel gedrag STARR aanwezig Eindoordeel BPV-opdracht

O

Beoordelaars BPV-opdracht

ig ht

Naam instelling

Naam beoordelaar

op

yr

Functie

C

Datum + handtekening

Naam instelling Naam beoordelaar Functie Datum + handtekening

Naam student Datum + handtekening

94

V


10187 bpv scw mv 050813