Issuu on Google+

ig ht

yr

op

C

.

tie fb .v

Ac

Ed u'

BPV GPM4KO


Inhoud Werken met de BPV-opdrachten 3 Routeplannen 5 Aftekenlijst 7

Ac

tie fb .v

.

1. De situatie en wensen van het kind/de jongere inventariseren 8 2. Een activiteitenprogramma opstellen 15 3. Een plan van aanpak maken 23 4. Het kind/de jongere opvang bieden 30 5. Het kind/de jongere persoonlijke verzorging bieden 37 6. Voor de ruimte en huishoudelijke werkzaamheden zorg dragen 44 7. Het kind/de jongere ontwikkelingsgerichte activiteiten aanbieden 51 8. Aan deskundigheidsbevordering en professionalisering van het beroep werken 58 9. Aan het bevorderen en bewaken van kwaliteitszorg werken 63 10. De werkzaamheden met betrokkenen afstemmen 68 11. Coördinerende taken uitvoeren 74 12. Een netwerk onderhouden 80 13. Beleidsmatige taken uitvoeren 86 14. Beheertaken uitvoeren 92 15. De werkzaamheden evalueren 98

Colofon

op

yr

ig ht

Ed u'

Uitgeverij: Edu’Actief b.v. Meppel Postbus 1056 7940 KB Meppel Tel.: 0522-235235 E-mail: info@edu-actief.nl Internet: www.edu-actief.nl Auteur: Margriet Stap Titel: BPV GPM4KO ISBN: 978 90 3721 010 1 Copyright © 2013 Edu'Actief b.v. Meppel

C

Eerste druk/eerste oplage Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, microfilm, fotokopie of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means, without written permission from the publisher. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb. 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (Postbus 3060, 2130 KB) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.


Werken met de BPV-opdrachten De BPV-opdrachten bieden je de kans om je vaardigheden en kennis in de praktijk te oefenen. Er is één BPV-opdracht per werkproces. Het resultaat van een BPV-opdracht bestaat meestal uit meerdere producten. De BPV-opdrachten zijn in iedere volgorde te maken, maar soms is er een logische volgorde in de werkprocessen. Deze logische volgorde is dan ook in de BPV-opdrachten terug te vinden.

Relatie met het werkproces

Ac

tie fb .v

.

De BPV-opdrachten hebben allemaal dezelfde opbouw. Een korte toelichting: • relatie met het werkproces • opdracht • eisen professioneel gedrag • STARR • beoordeling – producten – professioneel gedrag – eindoordeel – opmerkingen.

Opdracht

ig ht

Ed u'

De BPV-opdracht begint met het gedeelte ‘Relatie met het werkproces’. Dit is de (vereenvoudigde) tekst uit het kwalificatiedossier die bij ieder werkproces onder het kopje ‘Omschrijving’ staat. Met behulp van deze korte tekst wordt duidelijk waar de BPV-opdracht over gaat en wat de relatie tot het werkproces is.

C

op

yr

De opdracht begint met een korte inleiding waarin kort beschreven wordt wat het doel van de opdracht is of die een dilemma bevat waar de student door middel van de producten een antwoord op leert geven. Vervolgens wordt er een opsomming gemaakt van de producten die gemaakt moeten worden om de doelstelling bij de opdracht te behalen of om een antwoord te kunnen geven op het dilemma. Per product wordt vervolgens beschreven welke stappen genomen moeten worden om het product te kunnen maken en aan welke eisen het product moet voldoen. Bij het maken van de producten moet de student professioneel gedrag laten zien. Deze eisen staan omschreven onder ‘Eisen professioneel gedrag’.

Eisen professioneel gedrag Deze tekst is een beschrijving van de competenties die horen bij het werkproces. De student laat tijdens het maken van de producten dit professioneel gedrag zien en wordt hier mede op beoordeeld.

STARR Reflecteren is een belangrijk onderdeel van het leerproces. Het schrijven van veel STARR-verslagen werkt echter niet altijd even motiverend. Om deze reden is gekozen voor een aangepaste STARR. Per BPV-opdracht wordt er één STARR-verslag geschreven, of dit moet anders benoemd zijn bij de producten.


Beoordeling Producten Per product worden de punten opgesomd waar de student op wordt beoordeeld. De producten worden beoordeeld door de werkbegeleider en de BPV-docent. Er wordt gewerkt met een tweepuntsschaal voldoende of onvoldoende. Als een student een of meerdere onderdelen uit de beoordelingslijst goed (bovengemiddeld) uitgevoerd heeft, dan kan dit aangeven worden door bij de totale beoordeling van het product een ‘goed’ te noteren.

Professioneel gedrag

tie fb .v

.

Tijdens het maken van de producten wordt er gekeken naar en beoordeeld op professioneel gedrag. Deze beoordeling wordt alleen door de werkbegeleider gegeven. Ook hier wordt gewerkt met een tweepuntsschaal voldoende of onvoldoende. Als een student een of meerdere onderdelen uit de beoordelingslijst goed (boven gemiddeld) uitgevoerd heeft, kan dit aangeven worden door bij de totale beoordeling van het product een ‘goed’ te noteren.

Ed u'

Ac

Eindoordeel Bij het eindoordeel van de BPV-opdracht is gekozen voor een driepuntsschaal onvoldoende/voldoende/goed. Als de beoordelingen van het product of het professioneel gedrag onvoldoende zijn, dan is het eindoordeel van de BPV-opdracht onvoldoende. Als de beoordelingen van het product of het professioneel gedrag voldoende of goed zijn, dan is het eindoordeel voldoende. Is ook het STARR-verslag aanwezig en kunnen een of meer van onderstaande hulpvragen met een ja beantwoord worden, dan is het eindoordeel van de BPV-opdracht goed.

C

op

yr

ig ht

Hulpvragen voor het beoordelen met ‘goed’: • Handelt de student bewust bekwaam door inzicht te tonen in de situatie en verantwoording te nemen over het eigen handelen? • Is de student proactief door zelf initiatieven te nemen en adequaat te handelen? • Deelt de student relevante kennis en inzicht? • Is de student een gelijkwaardige collega? • Geeft de student constructieve feedback met als doel de kwaliteit van het werk te verbeteren?

Opmerkingen De beoordelaar verantwoordt de beoordeling met concrete voorbeelden van aantoonbaar gedrag van de student. Wanneer de student een onderdeel niet of onvoldoende heeft aangetoond, dan vermeldt de beoordelaar bij de opmerkingen ook wat de oorzaak hiervan is. De beoordelaar onderbouwt dit met concrete bewoordingen en/of voorbeelden.


Routeplanner

tie fb .v

.

De routeplanner zoals hieronder beschreven helpt je bij het voorbereiden en maken van de verschillende BPV-opdrachten.

Ac

Voorbereiden

op

yr

ig ht

Ed u'

Zorg dat je weet wat je moet doen en dat iedereen op de hoogte is van dat wat je gaat doen. • Waar gaat de BPV-opdracht over? • Welke producten moet je maken? • Welke eisen worden er gesteld aan het product? • Welke professionele houding wordt er van je verwacht? • Welke kennis, vaardigen heb je nodig om de producten te kunnen maken? • In welke beroepscontext ga je de opdracht maken? • Wie binnen de BPV-instelling moeten ingelicht worden over de BPV-opdracht die je gaat maken? • Wie binnen de BPV-instelling kunnen je ondersteunen bij het maken van de opdracht?

Plannen

C

Het maken van een plan voor de BPV-opdracht. BPV-opdracht nummer: Product

Wie?

Waar?

Wanneer?

Product Welk product moet je maken? Welke stappen moet je zetten om het product te maken?

Waarmee?


Wie? Wie zijn er allemaal betrokken bij het maken van het product? (jezelf, BPV-begeleider, cliënten enzovoort) Wie doet wat?

Waar? Waar ga je het product maken?

Wanneer? Wanneer start je met het product en wanneer wil je het af hebben?

Waarmee? Welke specifieke middelen heb je nodig voor het maken van het product?

Uitvoeren

Ac

Controleren en evalueren

tie fb .v

.

Het plan uitvoeren en de producten behorende bij de BPV-opdracht maken. • Loopt alles volgens plan? • Klopt het tijdschema nog? • Vraag je regelmatig om feedback? • Houd je je aan de eisen van professioneel gedrag? • Overleg je regelmatig over de voorgang van de BPV-opdracht?

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Zelf het product en de planning controleren en een STARR-verslag schrijven over de gehele BPV-opdracht. • Heb je alle producten gemaakt? • Zien de producten er netjes en verzorgd uit? • Is de opdracht verlopen volgens de planning? • Welke feedback heb je ontvangen tijdens het werken aan de BPV-opdracht? • Heb je het STARR-verslag geschreven?


Aftekenlijst BPV-opdracht

Paraaf docent

1. De situatie en wensen van het kind/de jongere inventariseren 2. Een activiteitenprogramma opstellen 3. Een plan van aanpak maken 4. Het kind/de jongere opvang bieden 5. Het kind/de jongere persoonlijke verzorging bieden

tie fb .v

.

6. Voor de ruimte en huishoudelijke werkzaamheden zorg dragen 7. Het kind/de jongere ontwikkelingsgerichte activiteiten aanbieden

Ac

8. Aan deskundigheidsbevordering en professionalisering van het beroep werken

Ed u'

9. Aan het bevorderen en bewaken van kwaliteitszorg werken 10. De werkzaamheden met betrokkenen afstemmen 11. Coรถrdinerende taken uitvoeren

ig ht

12. Een netwerk onderhouden

yr

13. Beleidsmatige taken uitvoeren

op

14. Beheertaken uitvoeren

C

15. De werkzaamheden evalueren


De situatie en wensen van het kind/de jongere inventariseren

1.

De situatie en wensen van het kind/de jongere inventariseren Relatie met werkproces 1.1

tie fb .v

.

Inventariseert de situatie en wensen van het kind/de jongere De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang inventariseert de situatie en wensen van het kind. Hij voert een kennismakingsgesprek met het kind en de ouders/vervangende opvoeders om de situatie en wensen in kaart te brengen.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang bespreekt met het kind en met de ouders/vervangende opvoeders een eventuele taal- of ontwikkelingsachterstand van het kind, gedragsproblematiek of opvoedproblemen. Hij onderzoekt in voorkomende gevallen wat de mogelijke oorzaken zijn van afwijkingen in de ontwikkeling of het gedrag. Hij observeert het kind tijdens de opvang en verzamelt eventueel aanvullende informatie. Hij voert een intakegesprek als de vraag centraal staat of een kind, bijvoorbeeld vanwege een specifieke begeleidingsvraag, wel of niet geplaatst kan worden.

Opdracht Op je BPV-plek heb je te maken met kinderen. Ieder kind is anders en heeft andere interesses, wensen en behoeften. Hoe meer informatie je over een kind hebt, hoe beter je in kunt spelen op deze wensen en behoeften. Ook in ontwikkeling kunnen kinderen van elkaar verschillen.

8


De situatie en wensen van het kind/de jongere inventariseren

Een kind kan een taal- of ontwikkelingsachterstand hebben waarop actie ondernomen dient te worden. Dit noem je specifieke begeleidingsvragen. Je gaat tijdens deze opdracht de situatie en wensen van twee kinderen inventariseren. Kies in overleg met je werkbegeleider de kinderen uit. Een van de kinderen heeft een specifieke begeleidingsbehoefte, bij voorkeur op het gebied van taal.

.

Je levert vijf producten op: • schema informatieverzameling • verslag kennismaking met kind en ouder(s) of voogd • brochure taal- en ontwikkelingsachterstanden voor ouders en pedagogisch medewerkers • intakegesprek • observatieverslag (twee stuks). Hierna lees je welke eisen eraan worden gesteld.

Ac

tie fb .v

Schema informatieverzameling Onderzoek op welke manieren het kinderdagverblijf en de medewerker kinderopvang informatie over een kind verzamelen. Geef duidelijk aan waar je welke informatie kunt vinden en hoe je de informatie kunt achterhalen. Geef ook aan hoe en waar deze gegevens worden vastgelegd (denk aan gespreksverslagen, overdracht en observatieformulieren).

Ed u'

Het schema beschrijft: • op welke manieren je informatie kunt verzamelen over een kind • hoe en waar de gegevens worden vastgelegd.

C

op

yr

ig ht

Verslag kennismaken met kind en ouder(s) of voogd Kies in overleg met je BPV-begeleidster twee kinderen uit waar je de rest van de opdracht mee aan de slag kunt gaan. Lees de informatie die op het kinderdagverblijf over de twee gekozen kinderen aanwezig is (denk aan intakegegevens, rapportages, noties van ouder gesprekken). Begeleid deze kinderen gedurende een week zodat je een nog beter beeld krijgt van hun wensen en behoeften. Maak tijdens het haal- of brengmoment kennis met de ouder(s) of voogd van het kind. Tijdens dit contactmoment stel je een aantal vragen en luister je actief om meer informatie te krijgen over de achtergrondsituatie, interesses en behoeften van hun kind. Het verslag kennismaken met kind en ouder(s) of voogd beschrijft: • de informatie die je hebt kunnen achterhalen binnen de organisatie • hoe het gesprek met de ouder(s) of voogd verliep en welke informatie je hebt gekregen • wat je is opgevallen in de week dat je de kinderen intensief hebt gevolgd tijdens de opvang • een conclusie over de wensen en behoefte van de kinderen met betrekking tot de opvang. Brochure taal- en ontwikkelingsachterstanden Zoek verschillende informatiebronnen op over taal- en ontwikkelingsachterstanden die voor kunnen komen bij kinderen. Onderzoek welke specifieke begeleidingsvragen hieruit voort kunnen komen op een kinderopvang. De brochure is geschikt voor ouders en pedagogisch medewerkers.

9


De brochure: • geeft een zo compleet mogelijk overzicht van taal- en ontwikkelingsachterstanden die voor kunnen komen bij kinderen • beschrijft de specifieke begeleidingsvragen die hieruit voort kunnen vloeien en waar je binnen de kinderopvang mee te maken kunt krijgen • beschrijft hoe er op het kinderdagverblijf aandacht wordt besteed aan taal- en ontwikkelingsachterstanden • beschrijft hoe de signalering verloopt en welke stappen worden ondernomen orden om het kind de juiste ondersteuning te bieden.

tie fb .v

.

Intakegesprek Bereid op papier een intakegesprek voor met een ouder die een kind op de kinderopvang wil plaatsen met een specifieke begeleidingsvraag. Kies zelf de begeleidingsvraag en maak een lijst met vragen die je aan de ouder zou willen stellen. • Zorg voor een schriftelijke voorbereiding van een intakegesprek. • Indien mogelijk woon je een intakegesprek bij en verwerk je de aantekeningen in een verslag. • Indien mogelijk voer je zelf een intakegesprek. Zorg je dat je dit schriftelijk voorbereidt en de informatie verwerkt in een beknopt feitelijk gespreksverslag.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Observatieverslag Voer bij de twee uitgekozen kinderen een observatie uit volgens een observatiemethode van het kinderdagverblijf. • Schrijf een observatieplan. • Voeg de methode die je gekozen hebt toe. • Voer de observatie uit. • Interpreteer de observatiegegevens en beschrijf deze in een verslag. • Beschrijf in je verslag suggesties hoe je beter op de specifieke begeleidingsvraag kunt inspelen.

10


De situatie en wensen van het kind/de jongere inventariseren

Eisen professioneel gedrag Tijdens het inventariseren van de situatie en de wensen van het kind/de jongere dien je ook professioneel gedrag te vertonen. Zorg ervoor dat je tijdens het uitvoeren van de opdracht het volgende gedrag vertoont: • Je onderbouwt en verdedigt de (mede) door jou genomen beslissing tot het wel of niet plaatsen van het kind in de opvang, zodat duidelijk is waarom het kind wel of niet in de opvang kan worden geplaatst. • Je gebruikt verschillende bronnen om informatie te verzamelen met betrekking tot afwijkingen in ontwikkeling en gedrag, zodat duidelijk is wat de oorzaken zijn en of/hoe hierop in de opvang kan worden ingespeeld. • Je inventariseert actief de wensen en verwachtingen van het kind en zijn ouders/vervangende opvoeders, zodat duidelijk is of en hoe de organisatie, binnen de mogelijkheden van de dienstverlening, kan inspelen op de situatie en wensen van het kind.

.

STARR

tie fb .v

De reflectie volgens de STARR-methode doe je aan het eind van de BPV-opdracht. Je beschrijft de opdracht en hoe jij hem hebt uitgevoerd. Ook beschrijf je welke acties je hebt ondernomen en wat het resultaat was van de BPV-opdracht. Daarna ga je reflecteren. Hierna staat de opzet van een STARR.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Situatie en Taak • Omschrijf de situatie en geef daarbij aan welke taak/rol jij had. Actie en Resultaat • Omschrijf welke acties/handelingen je op dat moment hebt ondernomen en wat hiervan het resultaat was. Reflectie • Beschrijf hoe jij je op dat moment in de situatie voelde. • Beschrijf waarom je op deze manier hebt gehandeld. • Beschrijf hoe je het de volgende keer anders zou aanpakken.

11


Beoordeling - Producten BPV-begeleider O

V

Product – Schema informatieverzameling •

Er is in een schematisch overzicht aangegeven op welke manieren je informatie kunt verzamelen over een kind. Er is beschreven hoe en waar de gegevens worden vastgelegd.

Ed u'

tie fb .v

In het verslag is de informatie verwerkt die aanwezig was binnen de organisatie. In het verslag is beschreven hoe het gesprek met de ouders is verlopen en welke informatie is verkregen. In het verslag is beschreven wat is opgevallen in de week dat de kinderen intensief zijn gevolgd. De verkregen informatie is verwerkt in het verslag en is voorzien van een conclusie.

Ac

yr

Een overzicht van taal- en ontwikkelingsachterstanden is zo compleet mogelijk verwerkt in een brochure. Op een A4’tje zijn de specifieke begeleidingsvragen beschreven waar je binnen de kinderopvang mee te maken kunt krijgen Er is beschreven op welke manier er op het kinderdagverblijf aandacht wordt besteed aan taal- en ontwikkelachterstanden. Er is beschreven hoe de signalering verloopt en welke stappen er ondernomen worden om het kind de juiste ondersteuning te bieden.

C

op

ig ht

Product – Brochure taal- en ontwikkelingsachterstanden •

12

.

Product – Verslag kennismaking met kind en ouder(s) of voogd

BPV-docent O

V


De situatie en wensen van het kind/de jongere inventariseren

Beoordeling - Producten BPV-begeleider O

V

BPV-docent O

V

Er is een schriftelijke voorbereiding voor een intakegesprek geweest. Deze is gericht op een zelfgekozen specifieke begeleidingsvraag. De student heeft een intakegesprek bijgewoond en heeft de aantekeningen verwerkt in een verslag. De student heeft zelf een intakegesprek gevoerd en zijn voorbereiding, vragen en antwoorden verwerkt in een beknopt feitelijk gespreksverslag.

tie fb .v

.

Product - Intakegesprek

Product – Schema informatieverzameling

Ed u'

Er is in een schematisch overzicht aangegeven op welke manieren je informatie over een kind kunt verzamelen. Er is beschreven hoe en waar de gegevens worden vastgelegd.

Ac

ig ht

Beoordeling - Professioneel gedrag

Criteria

H Overtuigen en beïnvloeden

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang onderbouwt en verdedigt de (mede) door hem genomen beslissing tot het wel of niet plaatsen van het kind in de opvang, zodat duidelijk is waarom het kind wel of niet in de opvang kan worden geplaatst.

C

op

yr

Competentie

N Onderzoeken

BPV-begeleider O

V

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang gebruikt verschillende bronnen om informatie te verzamelen met betrekking tot afwijkingen in ontwikkeling en gedrag, zodat duidelijk is wat de oorzaken zijn en of/hoe hierop in de opvang kan worden ingespeeld.

13


Beoordeling - Professioneel gedrag BPV-begeleider Competentie

Criteria

O

R Op de behoeften en verwachtingen van de ‘klant’ richten

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang inventariseert actief de wensen en verwachtingen van het kind en zijn ouders/vervangende opvoeders, zodat duidelijk is of en hoe de organisatie, binnen de mogelijkheden van de dienstverlening, kan inspelen op de situatie en wensen van het kind.

Ed u'

Ac

Opmerking:

.

onvoldoende/voldoende/goed onvoldoende/voldoende/goed ja/nee onvoldoende/voldoende/goed

tie fb .v

Beoordeling product: Beoordeling professioneel gedrag: STARR aanwezig: Eindoordeel BPV-opdracht:

Beoordelaars BPV-opdracht

ig ht

Naam instelling Naam beoordelaar

yr

Functie

C

op

Datum + handtekening

Naam instelling Naam beoordelaar Functie Datum + handtekening

Naam student Datum + handtekening

14

V


Een activiteitenprogramma opstellen

Een activiteitenprogramma opstellen Relatie met werkproces 1.2

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Stelt een activiteitenprogramma op De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang stelt een activiteitenprogramma op. Indien mogelijk betrekt hij daarbij de kinderen door hen input te laten leveren. Hij zoekt uit welke mogelijkheden voor activiteiten er zijn en selecteert activiteiten.

C

2.

Opdracht In deze opdracht ga je een activiteitenprogramma met acht activiteiten opstellen. Het activiteitenprogramma moet aansluiten bij de wensen en mogelijkheden van de kinderen en de visie en mogelijkheden van je BPV-instelling. Je onderzoekt tevens de mogelijkheden die er in de omgeving aanwezig zijn om activiteiten te kunnen aanbieden. De kinderen zijn zo veel mogelijk betrokken bij het kiezen van de activiteiten. Bespreek voor je aan de opdracht begint welke kinderen je het best bij de opdracht kunt betrekken.

15


Tijdens deze BPV-opdracht lever je vier producten op: • activiteitenoverzicht • verslag keuze activiteiten • opstellen activiteitenprogramma • feedback activiteitenprogramma. Hierna lees je welke eisen eraan worden gesteld. Activiteitenoverzicht Onderzoek welke activiteiten er worden aangeboden en welke ontwikkelingsgebieden hiermee worden gestimuleerd. Bekijk de visie van de BPV-instelling en onderzoek of deze visie aansluit bij het huidige activiteitenaanbod.

tie fb .v

.

Onderzoek de mogelijkheden die de BPV-instellingen heeft om verschillende soorten activiteiten te kunnen uitvoeren (denk aan mogelijkheden in binnen- en buitenruimtes, veiligheidseisen enzovoort). Denk bij verschillende soorten activiteiten aan beweging/sport, knutselen, bouwen, muziek enzovoort.

Ed u'

Ac

Onderzoek de mogelijkheden in de omgeving van je BPV-instelling om activiteiten aan te bieden. Denk hierbij aan een kinderboerderij, een tuin, park, het bos enzovoort. Onderzoek met welke organisaties je een samenwerking aan zou kunnen gaan om het activiteitenaanbod uit te breiden. (Denk aan een voorleesuurtje in het verzorgingshuis, sporen zoeken met de boswachter, op bezoek bij een imker enzovoort.)

C

op

yr

ig ht

Het activiteitenoverzicht: • geeft een overzicht van de activiteiten die op de BPV-instelling worden aangeboden • beschrijft welke ontwikkelingsgebieden worden gestimuleerd per activiteit • geeft een kernachtige beschrijving van de visie van de BPV-instelling • geeft een beschrijving van je eigen visie met betrekking tot het aansluiten van het activiteitenaanbod op de visie van de BPV-instelling • heeft een plattengrond waarop de mogelijkheden zijn aangegeven om het activiteitenaanbod te kunnen uitvoeren • geeft een beschrijving van minimaal tien andere mogelijkheden in de omgeving om activiteiten aan te bieden • geeft een beschrijving van minimaal vijf samenwerkingsverbanden die je kunt aangaan om het activiteitenaanbod uit te breiden. Verslag keuze activiteiten Kies samen met je werkbegeleider minimaal vier kinderen aan wie je het activiteitenprogramma kunt aanbieden. Bedenk drie manieren waarop je kinderen kunt betrekken bij het kiezen van activiteiten. Kies één manier uit en stel samen met de kinderen het activiteitenprogramma op. Zorg dat je een leeftijd kiest die ook daadwerkelijk voor input kan zorgen. (Als je op een babygroep werkt, kun je in overleg met je werkbegeleider de opdracht misschien op een andere groep uitvoeren). Het verslag: • geeft een beschrijving van drie manieren om kinderen te betrekken bij de keuze van activiteiten • geeft een beschrijving van de manier die je hebt gekozen, en op welke manier de keuze van activiteiten voor het activiteitenprogramma tot stand is gekomen.

16


Een activiteitenprogramma opstellen

Opstellen activiteitenprogramma Stel een activiteitenprogramma samen van acht activiteiten. De activiteiten van het activiteitenprogramma: • sluiten aan bij de wensen en behoeften van de kinderen • stimuleren alle ontwikkelingsgebieden • sluiten aan bij de leeftijd en belevingswereld van de kinderen • sluiten aan bij de mogelijkheden en de visie van de BPV-instelling. Feedback activiteitenprogramma Leg je activiteitenprogramma voor aan je werkbegeleider en eventueel andere collega’s. Bespreek je activiteiten en vraag om feedback met betrekking tot de uitvoerbaarheid en of het aansluit bij de leeftijd en ontwikkeling van de kinderen en de mogelijkheden en visie van de BPV-instelling.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Het verslag feedback activiteitenprogramma: • geeft een beschrijving van de manier waarop en met wie je je activiteitenprogramma hebt besproken • geeft een beschrijving van de feedback die je hebt gekregen en wat je met deze feedback hebt gedaan.

Eisen professioneel gedrag Tijdens het opstellen van een activiteitenprogramma dien je ook professioneel gedrag te vertonen. Zorg ervoor dat je tijdens het uitvoeren van de opdracht het volgende gedrag vertoont: • Je vraagt de mening en ideeën van kinderen en stimuleert hen om input te leveren voor het activiteitenprogramma en je schakelt indien nodig je netwerk in, zodat het activiteitenprogramma tegemoetkomt aan de wensen en behoeften van de kinderen.

17


Je plant en regelt ruim van tevoren activiteiten die goed op elkaar afgestemd zijn en houdt daarbij rekening met de mogelijkheden, zodat het activiteitenprogramma uitvoerbaar is en aansluit bij de wensen en behoeften van de kinderen.

STARR De reflectie volgens de STARR-methode doe je aan het eind van de BPV-opdracht. Je beschrijft de opdracht en hoe jij hem hebt uitgevoerd. Ook beschrijf je welke acties je hebt ondernomen en wat het resultaat was van de BPV-opdracht. Daarna ga je reflecteren. Hierna staat de opzet van een STARR.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Situatie en Taak • Omschrijf de situatie en geef daarbij aan welke taak/rol jij had. Actie en Resultaat • Omschrijf welke acties/handelingen je op dat moment hebt ondernomen en wat hiervan het resultaat was. Reflectie • Beschrijf hoe jij je op dat moment in de situatie voelde. • Beschrijf waarom je op deze manier hebt gehandeld. • Beschrijf hoe je het de volgende keer anders zou aanpakken.

18


Een activiteitenprogramma opstellen

Beoordeling - Producten BPV-begeleider O

V

BPV-docent O

V

tie fb .v

Ac

Ed u'

Er wordt een overzicht gegeven van de activiteiten die op de BPV-instelling worden aangeboden. Er wordt een beschrijving gegeven hoe de ontwikkelingsgebieden worden gestimuleerd per activiteit. Er is een kernachtige beschrijving aanwezig van de visie van de BPV-instelling. Er is een beschrijving van de eigen visie met betrekking tot het aansluiten van het activiteitenaanbod op de visie van de BPVinstelling. Er is een plattegrond aanwezig waarop de mogelijkheden zijn aangegeven om het activiteitenaanbod te kunnen uitvoeren. Er is een beschrijving aanwezig van minimaal tien andere mogelijkheden in de omgeving om activiteiten aan te bieden. Er is een beschrijving aanwezig van minimaal vijf samenwerkingsverbanden die kunnen worden aangegaan om het activiteitenaanbod uit te breiden.

ig ht

.

Product – Activiteitenoverzicht

Product – Verslag keuze activiteiten

yr

Er is een beschrijving aanwezig van drie manieren om kinderen te betrekken bij de keuze van activiteiten. Er is een beschrijving aanwezig van de manier die er is gekozen en op welke manier de keuze van activiteiten voor het activiteitenprogramma tot stand is gekomen.

op

C

19


Beoordeling - Producten BPV-begeleider O

V

Product – Opstellen activiteitenprogramma

Er is een beschrijving aanwezig met betrekking tot de manier waarop en met wie je je activiteitenprogramma hebt besproken. Er is een beschrijving aanwezig van de feedback die is gekregen en wat er met deze feedback is gedaan.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

Product – Feedback van activiteitenprogramma

20

.

Het activiteitenprogramma: • sluit aan bij de wensen en behoeften van de kinderen • stimuleert alle ontwikkelingsgebieden • sluit aan bij de leeftijd en belevingswereld van de kinderen • sluit aan bij de mogelijkheden en de visie van de BPV-instelling.

BPV-docent O

V


Een activiteitenprogramma opstellen

Beoordeling - Professioneel gedrag BPV-begeleider Competentie

Criteria

O

E Samenwerken en overleggen

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang vraagt de mening en ideeĂŤn van kinderen.

V

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang stimuleert kinderen om input te leveren voor het activiteitenprogramma.

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang plant en regelt ruim van tevoren activiteiten die goed op elkaar afgestemd zijn en houdt daarbij rekening met de mogelijkheden, zodat het activiteitenprogramma uitvoerbaar is en aansluit bij de wensen en behoeften van de kinderen.

Ed u'

Ac

Q Plannen en organiseren

tie fb .v

.

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang schakelt indien nodig zijn netwerk in, zodat het activiteitenprogramma tegemoetkomt aan de wensen en behoeften van de kinderen.

onvoldoende/voldoende/goed onvoldoende/voldoende/goed ja/nee onvoldoende/voldoende/goed

op

yr

ig ht

Beoordeling product: Beoordeling professioneel gedrag: STARR aanwezig: Eindoordeel BPV-opdracht:

C

Opmerking:

21


Beoordelaars BPV-opdracht Naam instelling Naam beoordelaar Functie Datum + handtekening

Naam instelling Naam beoordelaar Functie

tie fb .v

.

Datum + handtekening

Naam student

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Datum + handtekening

22


Een plan van aanpak maken

Een plan van aanpak maken Relatie met werkproces 1.3

tie fb .v

.

Maakt een plan van aanpak De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang maakt een plan van aanpak voor de begeleiding van een individueel kind, voor de begeleiding van de groep en voor problemen in de interactie tussen kinderen of levert een bijdrage hieraan. Hij legt het plan van aanpak, indien mogelijk, voor aan het kind en de ouders/vervangende opvoeders om instemming te verkrijgen voor het plan. Indien nodig stelt hij het plan van aanpak bij.

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Wanneer sprake is van een specifieke begeleidingsvraag, analyseert de gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang de gegevens uit het kennismakingsgesprek/intakegesprek. Ook deze gegevens gebruikt hij bij het schrijven van een plan van aanpak. De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang geeft aan het kind en de ouders/vervangende opvoeders aan welke ondersteuning ‘van buiten’ eventueel nodig is of verwijst naar aanvullende zorg- of dienstverlening.

C

3.

Opdracht Werken in de kinderopvang is erg boeiend. Ieder kind is anders en doorloopt in zijn eigen tempo zijn ontwikkeling. Als begeleider op het kinderdagverblijf heb je veel invloed op deze ontwikkeling. Je kunt kinderen ondersteunen en stimuleren, maar ook corrigeren en bijsturen in gedrag.

23


In deze opdrachten staat het plan van aanpak centraal In alle professionele instellingen en organisaties werkt men met een plan van aanpak. In dit plan word het doel vastgesteld dat je met het kind of meerdere kinderen in groepsverband wilt bereiken. Het voordeel van een plan is dat je van tevoren nadenkt over hoe je het zult aanpakken. Een ander voordeel van een plan van aanpak is dat alle betrokkenen op dezelfde manier met de kinderen omgaan. Tijdens deze BPV-opdracht lever je vier producten op: • observatieverslag • plan van aanpak • verslag bespreking plan van aanpak met ouders • doorverwijzen.

tie fb .v

.

Observatieverslag Gedurende een week observeer je kinderen en de groep tijdens de dagelijkse begeleiding. Tijdens deze week noteer je tussen het begeleiden door alles wat je opvalt aan het gedrag van kinderen, tijdens interactiemomenten tussen kinderen en tijdens het begeleiden van de groep. Maak aantekeningen met betrekking tot namen, tijdstippen, aanleidingen, gebeurtenissen enzovoort.

Ed u'

Ac

Na deze week lees je je aantekeningen terug en trek je een conclusie uit het geheel. Je kiest drie onderdelen uit waar jij aandacht aan wilt besteden door middel van een plan van aanpak. Je bespreekt je conclusie met je werkbegeleider en doet een voorstel van de drie onderdelen waaraan jij aandacht wilt besteden.

yr

ig ht

Plan van aanpak Maak gebruik van verschillende bronnen om meer informatie te verkrijgen over de onderwerpen/doelstellingen die je wilt verwerken in je plan van aanpak.

C

op

Maak drie verschillende plannen van aanpak: 1. Maak een plan van aanpak voor een individueel kind. 2. Maak een plan van aanpak voor het begeleiden van de groep. 3. Maak een plan van aanpak voor het begeleiden van interactie tussen kinderen Zorg dat je duidelijk de aanleiding hebt beschreven waardoor je het plan van aanpak wilt maken. Zorg dat je doelstelling helder en duidelijk is omschreven in het plan van aanpak en dat er een overzichtelijk schema aanwezig is welke activiteiten je wilt gaan doen met het kind, de kinderen of de groep om je doelstelling te bereiken. Bespreken plan van aanpak met ouders Plan een kort gesprek met de ouders van een kind waarvoor je een individueel plan van aanpak hebt geschreven. Bespreek met de ouders het gedrag dat je is opgevallen en vraag toestemming om een plan van aanpak uit te voeren. Indien de ouders hiermee akkoord gaan, kun je je plan van aanpak met hen doorspreken. Beschrijf in het verslag hoe je het gesprek hebt voorbereid en hoe dit is verlopen. Als dit niet mogelijk is, kies je ervoor om een gesprek te houden met de collega’s waarmee je op de groep werkt. Bespreek met hen wat je is opgevallen tijdens het

24


Een plan van aanpak maken

begeleiden van de groep, je doelstelling en je plan van aanpak. Beschrijf hoe je dit gesprek hebt voorbereid en hoe dit is verlopen. Doorverwijzen Als gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang kun je niet alles weten. Het is belangrijk om je te realiseren dat dat ook niet hoeft. Soms is de situatie of het gedrag van het kind te complex om er alleen mee aan de slag te gaan. Bespreek met je BPV-begeleider in welke situatie ouders doorverwezen worden naar andere professionals of hulpverlenende instanties. Maak van dit gesprek een duidelijk overzicht. Oefen met je BPV-begeleider een oudergesprek waarbij je de ouders doorverwijst. Als er in de praktijk een situatie is waarin je ouders moet doorverwijzen, dan kun je dit gesprek onder begeleiding van je BPV-begeleider ook echt met ouders voeren.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Zorg altijd dat je voor zo’n gesprek een goed beeld hebt van wat er speelt, waarom het belangrijk is dat een andere professional naar de situatie kijkt, wat deze professional voor het kind/gezin zou kunnen betekenen, hoe er contact opgenomen kan worden met de professional en hoelang de wachttijden zijn. Zorg dat je tijdens het gesprek de verschillende gesprekstechnieken gebruikt: luisteren, samenvatten, doorvragen, stiltes laten vallen, begrip tonen enzovoort.

Eisen professioneel gedrag Tijdens het maken van een plan van aanpak dien je ook professioneel gedrag te vertonen. Zorg ervoor dat je tijdens het uitvoeren van de opdracht het volgende gedrag vertoont: • Je geeft ouders/vervangende opvoeders informatie en advies over aanvullende of alternatieve zorg- of dienstverlening, zodat duidelijk is welke (extra) ondersteuning bij de opvang wordt ingeschakeld of waar de ouders/vervangende opvoeders voor (extra) ondersteuning voor hun kind terechtkunnen. • Je bespreekt de inhoud van het plan van aanpak en de consequenties ervan met het kind en de ouders/vervangende opvoeders, zodat zij weten wat ze kunnen verwachten als het plan van aanpak wordt uitgevoerd.

25


Je stelt een nauwkeurig en volledig plan van aanpak op, zodat het kind en de ouders/vervangende opvoeders precies weten welke aanpak gehanteerd wordt en welke ontwikkeling wordt nagestreefd. Je trekt conclusies uit de beschikbare informatie en bekijkt verschillende alternatieven met hun consequenties, zodat de dienstverlening die in het plan van aanpak is opgenomen op het kind is toegesneden en daadwerkelijk kan worden geboden.

STARR De reflectie volgens de STARR-methode doe je aan het eind van de BPV-opdracht. Je beschrijft de opdracht en hoe jij hem hebt uitgevoerd. Ook beschrijf je welke acties je hebt ondernomen en wat het resultaat was van de BPV-opdracht. Daarna ga je reflecteren. Hierna staat de opzet van een STARR.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Situatie en Taak • Omschrijf de situatie en geef daarbij aan welke taak/rol jij had. Actie en Resultaat • Omschrijf welke acties/handelingen je op dat moment hebt ondernomen en wat hiervan het resultaat was. Reflectie • Beschrijf hoe jij je op dat moment in de situatie voelde. • Beschrijf waarom je op deze manier hebt gehandeld. • Beschrijf hoe je het de volgende keer anders zou aanpakken.

26


Een plan van aanpak maken

Beoordeling - Producten BPV-begeleider O

V

BPV-docent O

V

Product – Observatie verslag • • •

Er is een verslag aanwezig waarin de conclusie van de observatie is beschreven. De keuze van de activiteiten is onderbouwd. De feedback van de werkbegeleider is beschreven.

Ed u'

tie fb .v

Er is een plan van aanpak aanwezig met betrekking tot de begeleiding van een individueel kind, voorzien van een heldere doelstelling en activiteiten. Er is een plan van aanpak aanwezig met betrekking tot de begeleiding van de groep, voorzien van een heldere doelstelling en activiteiten. Er is een plan van aanpak aanwezig met betrekking tot de begeleiding van de interactie tussen kinderen, voorzien van een heldere doelstelling en activiteiten.

Ac

.

Product – Plan van aanpak

Er is een verslag aanwezig waarin beschreven is hoe het gesprek over het plan van aanpak is voorbereid en verlopen met ouders of collega’s.

C

op

yr

ig ht

Product – Bespreken plan van aanpak met ouders

Product – Doorverwijzen •

De student heeft een oudergesprek met doorverwijzen geoefend en heeft daarbij een goed beeld geschetst van wat er speelt, heeft verteld waarom het belangrijk is dat een andere professional naar de situatie kijkt, wat deze professional voor het kind/gezin zou kunnen betekenen, hoe er contact opgenomen kan worden met de professional en hoelang de wachttijden zijn. Tijdens het gesprek heeft hij de basis gespreksvaardigheden toegepast.

27


Beoordeling - Professioneel gedrag BPV-begeleider Criteria

C Begeleiden

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang geeft ouders/vervangende opvoeders informatie en advies over aanvullende of alternatieve zorg- of dienstverlening, zodat duidelijk is welke (extra) ondersteuning bij de opvang wordt ingeschakeld of waar de ouders/vervangende opvoeders voor (extra) ondersteuning voor hun kind terechtkunnen.

E Samenwerken en overleggen

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang bespreekt de inhoud van het plan van aanpak en de consequenties ervan met het kind en de ouders/vervangende opvoeders, zodat zij weten wat ze kunnen verwachten als het plan van aanpak wordt uitgevoerd.

J Formuleren en rapporteren

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang stelt een nauwkeurig en volledig plan van aanpak op, zodat het kind en de ouders/vervangende opvoeders precies weten welke aanpak gehanteerd wordt en welke ontwikkeling wordt nagestreefd.

tie fb .v

Ac

Ed u'

ig ht

C

op

yr

M Analyseren

O

.

Competentie

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang trekt conclusies uit de beschikbare informatie. De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang bekijkt verschillende alternatieven met hun consequenties, zodat de dienstverlening die in het plan van aanpak is opgenomen op het kind is toegesneden en daadwerkelijk kan worden geboden.

Beoordeling product: Beoordeling professioneel gedrag: STARR aanwezig: Eindoordeel BPV-opdracht: Opmerking:

28

onvoldoende/voldoende/goed onvoldoende/voldoende/goed ja/nee onvoldoende/voldoende/goed

V


Een plan van aanpak maken

Beoordelaars BPV-opdracht Naam instelling Naam beoordelaar Functie Datum + handtekening

Naam instelling Naam beoordelaar Functie

tie fb .v

.

Datum + handtekening

Naam student

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Datum + handtekening

29


Het kind/de jongere opvang bieden

4.

Het kind/de jongere opvang bieden Relatie met werkproces 2.1

tie fb .v

.

Biedt het kind/de jongere opvang De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang biedt het kind opvang, een (tweede) thuis en begeleiding. Hij wisselt bij het komen en gaan van de kinderen dagelijkse informatie uit met de ouders/vervangende opvoeders. Hij houdt zicht op kinderen in de groep en zorgt voor een optimaal groeps- en leefklimaat. Hij signaleert problemen in de interactie tussen kinderen in de groep en begeleidt hen daarbij. Hij handhaaft orde en treedt regelend op bij in de groep ongewenst gedrag.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang levert een bijdrage aan de uitbreiding van het gedragsrepertoire van het kind door voorbeeldgedrag te tonen en door het kind zo nodig feedback te geven op zijn gedrag en alternatieven te bespreken. Hij begeleidt het kind bij het omgaan met beperkingen of gedragsproblemen. Hij voedt kinderen (mede) op, hij draagt waarden en normen over en leert kinderen omgaan met praktische zaken (zoals persoonlijke eigendommen, financiĂŤn, huiswerk). De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang signaleert voortgang en/of afwijkingen in de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind en onderzoekt deze eventueel. Zo nodig adviseert hij ouders/vervangende opvoeders bij opvoedingsvraagstukken.

Opdracht In deze opdracht signaleer en begeleid je een kind met een regelmatig terugkerend gedrags- en/of opvoedingsprobleem. Voornamelijk op sociaal-emotioneel gebied.

30


Het kind/de jongere opvang bieden

Tijdens deze BPV-opdracht lever je drie producten op: • poster gedrags- en opvoedproblemen bij kinderen • signalering problemen in de groep • overdracht. Hierna lees je welke eisen eraan worden gesteld.

tie fb .v

.

Poster gedrags- en opvoedproblemen Maak een overzicht met de meest voorkomende gedrags- en opvoedingsproblemen bij kinderen die gesignaleerd worden binnen de BPV-instelling. Beschrijf in dat overzicht kort de kenmerken van de gedrags- en opvoedingsprobleem Onderzoek welke afspraken, regels en grenzen er zijn op de groep binnen de BPV-instelling. Onderzoek op welke manier er op de BPV-plek omgegaan wordt met gedrags- en opvoedproblemen. Onderzoek of er alternatieve mogelijkheden zijn om kinderen met gedrags- en opvoedingsproblemen te stimuleren en te ondersteunen in hun functioneren. Maak op basis van genoemde gegevens een overzichtsposter voor in de personeelsruimte van de BPV-instelling.

ig ht

Ed u'

Ac

De poster: • geeft een overzicht van de meest voorkomende gedrags- en opvoedingsproblemen bij kinderen binnen de BPV-instelling • laat zien welke afspraken, regels en grenzen binnen de BPV-instelling worden gehanteerd • laat zien op welke manier er binnen de BPV-instelling omgegaan wordt met de meest voorkomende gedrags- en opvoedproblemen • biedt alternatieve mogelijkheden en oplossingen om met de meest voorkomende gedrags- en opvoedproblemen om te gaan. • is aantrekkelijk vormgegeven en geeft handvatten aan collega’s over de omgang met kinderen met gedrags- en opvoedingsproblemen.

C

op

yr

Signalering problemen in de groep Pedagogisch medewerkers hebben te maken met complex gedrag, er gebeuren vaak veel dingen tegelijkertijd. Observeer de groep en signaleer aan de hand van een S-R-C-schema de gedrags- of opvoedproblemen bij één of meerdere kinderen die regelmatig terugkeren. (Als de BPV-instelling een andere observatiemethode gebruikt om gedrags- of opvoedingsproblemen te signaleren, moet je de methode van de instelling gebruiken.) Het S-R-C-schema staat voor: Stimulus (aanleiding, omgeving, situatie), Respons (gedrag) en Consequentie. Houd bij het beschrijven van de observatie onderstaande vragen in gedachten: 1. Wat is de voorafgaande gebeurtenis of situatie (S)? • Waar vindt het gedrag plaats? • Op welk tijdstip vindt het gedrag plaats? • Wat ging aan het gedrag vooraf in de omgeving? • Wat deed het kind, voordat het het gedrag liet zien? • Viel er nog iets anders op? 2. Om welk gedrag gaat het (R)? • Wat doet het kind? • Wat zegt hij/zij? Op welke toon? • Welke geluiden maakt het kind verder nog (lachen, zuchten enzovoort)?

31


• • •

Welke lichaamsbewegingen worden erbij gemaakt? Hoe is de lichaamshouding? Hoe is de gezichtsuitdrukking, is er oogcontact, wordt er gefronst, gegrijnsd? Doet het kind iets NIET, terwijl een reactie wel logisch zou zijn? (Bijvoorbeeld geen hand geven terwijl de ander wel zijn hand uitsteekt.) 3. Wat zijn de consequenties (C)? • Wat volgt er op het gedrag van het kind? • Hoe reageren anderen op het gedrag? • Wordt het gedrag door de reactie van anderen versterkt of juist verzwakt? Bespreek met je begeleider wat je opvalt en waarom jij van mening bent dat dit gedrag ongewenst is. Check of deze signalering juist is.

tie fb .v

.

Nadat je het S-R-S-schema hebt ingevuld, werk je dit uit in een rapportage op basis van het S-R-C-schema (of op basis van een observatiemethode die gebruikt wordt bij de BPV-instelling). Laat de rapportage lezen door je BPV-begeleider en pas deze zo nodig aan.

Ed u'

Ac

Overdracht Kies samen met je werkbegeleider naar aanleiding van je ‘signalering problemen in de groep’ een kind uit dat opvalt door een gedrags- of opvoedprobleem. Je biedt dit kind gedurende drie weken extra ondersteuning/begeleiding op de groep met betrekking tot het gedrags- of opvoedprobleem. Informeer de ouders over de ontwikkeling van hun kind tijdens de opvang. Bespreek welk gedrag bij het kind is opgevallen en hoe hier op de BPV-plek mee om wordt gegaan. Deel met de ouders je verkregen inzichten en kennis met betrekking tot dit probleem en informeer of ze behoefte hebben aan meer informatie.

C

op

yr

ig ht

In je portfolio verzamel je de onderstaande bewijzen: • een motivatie van de keuze van het kind met een gedrags- of opvoedprobleem • een kernachtige beschrijving met voorbeelden op welke manier je het kind extra ondersteuning/begeleiding hebt geboden met betrekking tot het gedrags- en/of opvoedprobleem • een schriftelijke voorbereiding met betrekking tot de overdracht naar de ouders waarin beschreven wordt welke informatie en kennis gedeeld wordt en hoe je het gesprek gaat aanpakken • hoe het gesprek is verlopen met de ouders en welke reactie en feedback je hebt gekregen.

32


Het kind/de jongere opvang bieden

Eisen professioneel gedrag

Ac

tie fb .v

.

Tijdens het bieden van opvang aan kinderen/jongeren dien je ook professioneel gedrag te vertonen. Zorg ervoor dat je tijdens het uitvoeren van de opdracht het volgende gedrag vertoont: • Je toont overwicht bij het handhaven van afspraken en regels, zodat het het kind en de groep duidelijk is welke grenzen er zijn en dat deze niet overschreden mogen worden. • Je geeft het kind heldere, eerlijke en constructieve feedback en stimuleert om alternatieven uit te proberen, zodat het functioneren van het kind wordt versterkt. • Je toont betrokkenheid bij het kind en de ouders/vervangende opvoeders en luistert actief en herkent wanneer het kind het moeilijk heeft, zodat je de nodige ondersteuning kunt bieden. • Je informeert de ouders/vervangende opvoeders over de gang van zaken in de opvang en over de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind en deelt met hen kennis, ervaring en inzichten met betrekking tot de opvoeding van het kind, zodat de ouders/vervangende opvoeders steeds op de hoogte zijn van de gang van zaken in de opvang en van de ontwikkeling van hun kind en bij opvoedingsvraagstukken kunnen profiteren van de kennis en ervaring die je met hen deelt. • Je toont respect voor verschillende achtergronden van kinderen (en ouders/vervangende opvoeders) en bent in staat om vragen of problemen vanuit diverse gezichtspunten te bekijken, zodat de eigenheid van het kind (en ouders/vervangende opvoeders) gerespecteerd wordt.

STARR

ig ht

Ed u'

De reflectie volgens de STARR-methode doe je aan het eind van de BPV-opdracht. Je beschrijft de opdracht en hoe jij hem hebt uitgevoerd. Ook beschrijf je welke acties je hebt ondernomen en wat het resultaat was van de BPV-opdracht. Daarna ga je reflecteren. Hierna staat de opzet van een STARR.

C

op

yr

Situatie en Taak • Omschrijf de situatie en geef daarbij aan welke taak/rol jij had. Actie en Resultaat • Omschrijf welke acties/handelingen je op dat moment hebt ondernomen en wat hiervan het resultaat was. Reflectie • Beschrijf hoe jij je op dat moment in de situatie voelde. • Beschrijf waarom je op deze manier hebt gehandeld. • Beschrijf hoe je het de volgende keer anders zou aanpakken.

33


Beoordeling - Producten BPV-begeleider O

V

Ed u'

Ac

tie fb .v

De poster is overzichtelijk, aantrekkelijk vormgegeven en geeft handvatten hoe om te gaan met gedrags- en opvoedingsproblemen. • Er is een overzicht aanwezig van het meest voorkomende gedrags- en opvoedproblemen die voorkomen binnen de BPV-instelling. • Er is een beschrijving aanwezig van de afspraken, regels en grenzen die binnen de BPV-instelling worden gehanteerd. • Er is een beschrijving aanwezig van de manier waarop er binnen de BPV-instelling omgegaan wordt met de meest voorkomende gedragsen opvoedproblemen. • Er is een beschrijving aanwezig van alternatieve mogelijkheden en oplossingen om met de meest voorkomende gedrags- en opvoedproblemen om te gaan.

.

Product – Poster gedrags- en opvoedproblemen

Product – Signaleren problemen in de groep

ig ht

Er is aanwezig: • een rapportage op basis van het S-R-C schema • de ontvangen feedback met betrekking tot je rapportage.

yr

Product – Overdracht

C

op

Er is aanwezig: • een motivatie van de keuze van het kind met een gedrags- of opvoedprobleem • een kernachtige beschrijving met voorbeelden op welke manier je het kind extra ondersteuning/begeleiding hebt geboden met betrekking tot het gedrags- en/of opvoedprobleem • een schriftelijke voorbereiding met betrekking tot de overdracht naar de ouders waarin beschreven wordt welke informatie en kennis gedeeld wordt en hoe je het gesprek gaat aanpakken • een beschrijving hoe het gesprek is verlopen met de ouders en welke reactie en feedback je hebt gekregen.

34

BPV-docent O

V


Het kind/de jongere opvang bieden

Beoordeling - Professioneel gedrag BPV-begeleider Competentie

Criteria

O

B Aansturen

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang toont overwicht bij het handhaven van afspraken en regels, zodat het het kind en de groep duidelijk is welke grenzen er zijn en dat deze niet overschreden mogen worden.

C Begeleiden

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang geeft het kind heldere, eerlijke en constructieve feedback.

V

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang toont betrokkenheid bij het kind en de ouders/vervangende opvoeders.

Ac

D Aandacht en begrip tonen

tie fb .v

.

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang stimuleert om alternatieven uit te proberen, zodat het functioneren van het kind wordt versterkt.

Ed u'

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang luistert actief.

ig ht

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang herkent wanneer het kind het moeilijk heeft, zodat hij de nodige ondersteuning kan bieden.

C

op

yr

E Samenwerken en overleggen

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang informeert de ouders/vervangende opvoeders over de gang van zaken in de opvang. De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang informeert de ouders/vervangende opvoeders over de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind. De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang deelt met de ouders/vervangende opvoeders kennis, ervaring en inzichten met betrekking tot de opvoeding van het kind, zodat de ouders/vervangende opvoeders steeds op de hoogte zijn van de gang van zaken in de opvang en van de ontwikkeling van hun kind en bij opvoedingsvraagstukken kunnen profiteren van de kennis en ervaring die de pedagogisch medewerker 4 kinderopvang met hen deelt.

35


Beoordeling - Professioneel gedrag BPV-begeleider Competentie

Criteria

O

U Omgaan met verandering en aanpassen

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang toont respect voor verschillende achtergronden van kinderen (en ouders/vervangende opvoeders).

onvoldoende/voldoende/goed onvoldoende/voldoende/goed ja/nee onvoldoende/voldoende/goed

Ed u'

Ac

Opmerking:

tie fb .v

Beoordeling product: Beoordeling professioneel gedrag: STARR aanwezig: Eindoordeel BPV-opdracht:

.

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang is in staat om vragen of problemen vanuit diverse gezichtspunten te bekijken, zodat de eigenheid van het kind (en ouders/vervangende opvoeders) gerespecteerd wordt.

ig ht

Beoordelaars BPV-opdracht Naam instelling

yr

Naam beoordelaar

op

Functie

C

Datum + handtekening

Naam instelling Naam beoordelaar Functie Datum + handtekening

Naam student Datum + handtekening

36

V


Het kind/de jongere persoonlijke verzorging bieden

Het kind/de jongere persoonlijke verzorging bieden Relatie met werkproces 2.2

tie fb .v

.

Biedt het kind/de jongere persoonlijke verzorging De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang biedt het kind persoonlijke verzorging of ondersteunt hem bij ADL-activiteiten (algemene dagelijkse levensverrichtingen) en hij stimuleert het kind daarbij tot (steeds meer) zelfredzaamheid en zelfstandig functioneren. Zo nodig verstrekt hij informatie(bronnen) over hygiĂŤne, gezondheid en persoonlijke verzorging.

Ac

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang schat eventuele risico's in verband met de dynamiek van kinderen in. Hij werkt conform procedures. Hij signaleert bij de verzorging of ondersteuning voortgang en/of afwijkingen in de ontwikkeling en bespreekt dit indien nodig met zijn leidinggevende.

op

yr

ig ht

Ed u'

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang signaleert symptomen van de meest voorkomende ziekten en verleent eerste hulp bij kleine ongevallen. Hierbij handelt hij volgens de richtlijnen van de organisatie. Hij informeert de ouders/vervangende opvoeders.

C

5.

Opdracht Tijdens deze BPV-opdracht bied je gedurende twee weken persoonlijke verzorging en ondersteuning aan een kind. Kies in overleg met je werkbegeleider een kind uit.

37


Tijdens deze BPV-opdracht lever je drie producten op: • onderzoek procedures en richtlijnen en het bieden van ondersteuning in specifieke situaties • persoonlijke verzorging • voeding. Hierna lees je welke eisen eraan worden gesteld. Onderzoek procedures en richtlijnen en het bieden van ondersteuning in specifieke situaties Deze opdracht laat zich moeilijk inplannen. Start daarom vroeg in de stage met het voorbereidende deel zodat je weet hoe je moet handelen en kunt oefenen met handelen als er zich situaties voordoen waarbij het verlenen van eerste hulp noodzakelijk is of bij het begeleiden van een kind dat ziek wordt.

tie fb .v

.

Voorbereidende deel: Beschrijf welke procedures en richtlijnen er aanwezig zijn op je BPV-instelling met betrekking tot de persoonlijke verzorging, de hygiëne en begeleiding bij ziekte en ongevallen en hoe en wanneer ouders geïnformeerd worden bij ziekte en ongeval van hun kind. Verdiep je in EHBO-vaardigheden. Maak een overzicht van de meest voorkomende ongevallen en hoe daarbij te handelen.

Ed u'

Ac

Uitvoerende deel: Bied eerst hulp en/of begeleid kinderen waar eerste hulp bij verleend moet worden of die ziek worden op momenten tijdens je stage. Beschrijf iedere keer kort de situatie en hoe je gehandeld hebt.

C

op

yr

ig ht

De beschrijving bestaat uit een: • opsomming met een korte beschrijving van de inhoud van de procedures en regels met betrekking tot de persoonlijke verzorging • opsomming met een korte beschrijving van de procedures en de regels met betrekking tot hygiëne, ziekte en ongevallen • een beschrijving van de begeleiding bij ziekte en ongevallen • de procedures met betrekking tot het informeren van ouders/voogd • een overzicht van de meest voorkomende ongevallen en hoe te handelen • minimaal twee situaties waarin je EHBO hebt moeten verlenen, beschrijf wat er is gebeurd en hoe je hebt gehandeld • een situatie waarin je een kind ondersteund hebt tijdens ziekte (zie hiervoor het werkmodel Kinderziekten). Persoonlijke verzorging In overleg met je werkbegeleider kies je een kind dat je gedurende twee weken ondersteuning biedt bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL). Je ondersteunt het kind bij algemene dagelijkse levensverrichtingen zoals: • aan- en uitkleden • toiletbezoek • uiterlijke verzorging • verplaatsen en bewegen • het welbevinden van het kind. Maak voor je het kind gaat begeleiden een ADL-lijst voor het kind. In de ADL-lijst beschrijf je van bovenstaande vaardigheden waar het kind zich bevindt in de ontwikkeling. Op basis van de informatie uit de ADL-lijst bied je gepaste ondersteuning.

38


Het kind/de jongere persoonlijke verzorging bieden

Tijdens de begeleiding herken je veranderingen in de voortgang en in de ontwikkeling. Je gaat discreet om met lichaamscontact en zorgt dat het kind zich op zijn/haar gemak voelt en informeert indien nodig ouders of voogd. Na de twee weken vul je opnieuw de ADL-lijst voor het kind in. Beschrijf in een evaluatieverslag wat er veranderd is en wat hiervan de oorzaak is.

tie fb .v

.

Voeding Onderzoek wat gezonde voeding inhoudt voor kinderen van jouw groep. (Kijk hiervoor onder andere op de Schijf van Vijf.) Maak een overzicht van de eet- en drinkmomenten die er zijn. Beschrijf per moment welke voeding/welk drinken er aangeboden wordt en welke rituelen er gebruikt worden vooraf, tijdens en na afloop van dat moment. Leid voor twee weken lang de voeding-/drinkmomenten. Tref de voorbereidingen die nodig zijn voor de maaltijd/het drinkmoment en geef begeleiding voor en tijdens het eet-/drinkmoment en sluit het eet-/drinkmoment af. Vraag een collega van drie verschillende eet-/drinkmomenten foto’s te nemen of, nog beter, een filmpje te maken.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Schrijf bij de drie foto’s/het filmpje een toelichting aan de hand van de volgende vragen: • Om welke moment gaat het op de foto? • Wat wordt er gegeten en gedronken en is dit gezonde voeding? • Welke rituelen werden gebruikt vooraf, tijdens en na afloop van het moment? • Wat wilde ik bereiken tijdens het eet-/drinkmoment? • Waar wilde ik op letten tijdens het eet -/drinkmoment? • Wat wilde ik uitproberen tijdens het eet-/drinkmoment? • Wat gebeurde er concreet tijdens het eet-/drinkmoment? • Hoe hangen de antwoorden op de vorige vragen met elkaar samen? • Wat betekent dat nu voor mij? • Wat is dus het probleem (of de positieve ontdekking)? • Welke alternatieven zie ik? (oplossingen of manier om gebruik te maken van je ontdekking) • Welke voor- en nadelen hebben die? • Wat neem ik me voor, voor de volgende keer?

39


. tie fb .v Ac

Eisen professioneel gedrag

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Tijdens het bieden van persoonlijke verzorging bij het kind/de jongere dien je ook professioneel gedrag te vertonen. Zorg ervoor dat je tijdens het uitvoeren van de opdracht het volgende gedrag vertoont: • Je adviseert het kind over de persoonlijke verzorging, zodat het kind hier inzicht in krijgt en dit (zo veel mogelijk) zelfstandig kan uitvoeren. • Je gaat discreet om met lichaamscontact tijdens de persoonlijke verzorging en respecteert vertrouwelijkheid, zodat het kind zich op zijn gemak voelt. • Je herkent de dynamiek van (met name) baby's en jonge kinderen en bent daar continu alert op, zodat je tijdig en adequaat reageert en daarmee ongelukken voorkomt. • Je geeft het kind een op de persoon toegesneden verzorging, zodat aan de behoeften van het kind wordt voldaan. • Je houdt je bij de verzorging en bij ziekte en ongevallen aan de procedures en richtlijnen, zodat de veiligheid van het kind steeds gewaarborgd is.

STARR De reflectie volgens de STARR-methode doe je aan het eind van de BPV-opdracht. Je beschrijft de opdracht en hoe jij hem hebt uitgevoerd. Ook beschrijf je welke acties je hebt ondernomen en wat het resultaat was van de BPV-opdracht. Daarna ga je reflecteren. Hierna staat de opzet van een STARR. Situatie en Taak • Omschrijf de situatie en geef daarbij aan welke taak/rol jij had. Actie en Resultaat • Omschrijf welke acties/handelingen je op dat moment hebt ondernomen en wat hiervan het resultaat was. Reflectie • Beschrijf hoe jij je op dat moment in de situatie voelde. • Beschrijf waarom je op deze manier hebt gehandeld. • Beschrijf hoe je het de volgende keer anders zou aanpakken.

40


Het kind/de jongere persoonlijke verzorging bieden

Beoordeling - Producten BPV-begeleider O

V

BPV-docent O

V

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

Onderzoek: • opsomming met een korte beschrijving van de inhoud van de procedures en regels met betrekking tot de persoonlijke verzorging • opsomming met een korte beschrijving van de procedures en de regels met betrekking tot hygiëne, ziekte en ongevallen • een beschrijving van de begeleiding bij ziekte en ongevallen • de procedures met betrekking tot het informeren van ouders/voogd • een overzicht van de meest voorkomende ongevallen en hoe te handelen. Uitvoering: • minimaal twee situaties waarin je EHBO hebt moeten verlenen, beschrijf wat er is gebeurd en hoe je hebt gehandeld • een situatie waarin je beschrijft hoe je een kind ondersteund hebt tijdens ziekte (zie hiervoor het werkmodel Kinderziekten).

.

Product – Onderzoek procedures en richtlijnen en het bieden van ondersteuning in specifieke situaties

Product –Persoonlijke verzorging

C

op

yr

Er is gedurende twee weken op een professionele manier persoonlijke verzorging geboden. Er zijn twee ingevulde ADL-lijsten: • één ingevuld bij de start • één ingevuld aan het eind. Op basis van de ADL-lijsten en de geboden begeleiding is een evaluatieverslag geschreven. Product – Voeding Onderzoek: • overzicht eet- en drinkmoment met de daarbij gebruikelijke rituelen Uitvoering: • drie foto’s/ filmpjes met toelichting op verschillende eet- en drinkmomenten In de toelichting zijn de vragen zoals beschreven in de opdracht beantwoord.

41


Beoordeling - Professioneel gedrag BPV-begeleider Competentie

Criteria

O

C Begeleiden

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang adviseert het kind over de persoonlijke verzorging, zodat het kind hier inzicht in krijgt en dit (zo veel mogelijk) zelfstandig kan uitvoeren.

F Ethisch en integer handelen

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang gaat discreet om met lichaamscontact tijdens de persoonlijke verzorging.

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang herkent de dynamiek van (met name) baby's en jonge kinderen.

Ac

K Vakdeskundig-heid toepassen

tie fb .v

.

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang respecteert vertrouwelijkheid, zodat het kind zich op zijn gemak voelt.

ig ht

Ed u'

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang is continu alert op de dynamiek van (met name) baby's en jonge kinderen, zodat hij tijdig en adequaat reageert en daarmee ongelukken voorkomt. De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang geeft het kind een op de persoon toegesneden verzorging, zodat aan de behoeften van het kind wordt voldaan.

C

op

yr

R Op de behoeften en verwachtingen van de ‘klant’ richten T Instructies en procedures opvolgen

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang houdt zich bij de verzorging aan de procedures en richtlijnen, zodat de veiligheid van het kind steeds gewaarborgd is. De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang houdt zich bij ziekte en ongevallen aan de procedures en richtlijnen, zodat de veiligheid van het kind steeds gewaarborgd is.

Beoordeling product: Beoordeling professioneel gedrag: STARR aanwezig: Eindoordeel BPV-opdracht:

42

onvoldoende/voldoende/goed onvoldoende/voldoende/goed ja/nee onvoldoende/voldoende/goed

V


Het kind/de jongere persoonlijke verzorging bieden

Opmerking:

Beoordelaars BPV-opdracht Naam instelling Naam beoordelaar Functie

tie fb .v

.

Datum + handtekening

Naam instelling Naam beoordelaar

Ac

Functie

Naam student

Ed u'

Datum + handtekening

C

op

yr

ig ht

Datum + handtekening

43


Voor de ruimte en huishoudelijke werkzaamheden zorg dragen

6.

Voor de ruimte en huishoudelijke werkzaamheden zorg dragen Relatie met werkproces 2.3

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Draagt zorg voor de ruimte en huishoudelijke werkzaamheden Hij toetst de leefruimte en de spel- en speelmaterialen op geschiktheid voor de gebruiksdoelen, uitdagendheid, veiligheid, hygiëne en milieurichtlijnen en past indien gewenst of nodig de leefruimte en het gebruik van spel-/speelmaterialen aan. Hij zorgt ervoor dat de huishoudelijke taken uitgevoerd worden door hemzelf of uitgevoerd kunnen worden door andere beroepskrachten.

Opdracht Tijdens deze opdracht onderzoek je de ruimte, breng je veranderingen aan in de ruimte en verzorg je samen met de kinderen huishoudelijke taken. Tijdens deze BPV-opdracht lever je vier producten op: • veiligheid en hygiëne en het beoordelen van een ruimte • ruimte aanpassen aan een thema • huishoudelijke taken. Hierna lees je welke eisen eraan worden gesteld.

44


Voor de ruimte en huishoudelijke werkzaamheden zorg dragen

Veiligheid en hygiëne en het beoordelen van een ruimte Schrijf een verslag over veiligheid en hygiëne en beoordeel een ruimte. Onderzoek welke instructies, protocollen en procedures er op de BPV-instelling aanwezig zijn op het gebied van milieu, veiligheid en hygiëne met betrekking tot leefruimte. Bekijk risico-inventarisatielijsten van de GGD en onderzoek welke eisen er gesteld worden aan de ruimten. Fotografeer de ruimte waarin je werkt en maak een plattegrond van deze ruimte. Geef op de plattegrond de indeling aan met betrekking tot de speelhoeken en beschrijf welke speelmaterialen er aanwezig zijn. Onderzoek of de ruimte veilig en hygiënisch is en of hij voldoende mogelijkheden en kansen biedt voor kinderen om zich te ontwikkelen. Geef indien nodig suggesties voor verbetering. Pas deze aan op je plattegrond en voer deze indien mogelijk uit. Beschrijf de reacties van de kinderen op de aanpassingen.

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Het verslag beschrijft: • instructies, protocollen en procedures op het gebied van milieu, veiligheid en hygiëne met betrekking tot leefruimte • de eisen die gesteld worden aan de ruimten • gedetailleerd hoe de ruimte is ingericht (inclusief een plattegrond en eventueel foto’s) • een opsomming van het aanwezige spel- en speelmateriaal • een toetsing aan de richtlijnen, procedures en richtlijnen met betrekking tot de veiligheid en hygiëne met betrekking tot de leefruimte en het spel- en speelmateriaal • de kansen en mogelijkheden die aanwezig zijn voor kinderen om zich te kunnen ontwikkelen • een conclusie en indien nodig suggesties voor aanpassing van de ruimte en het gebruik van het spel- en speelmateriaal • de reacties van de kinderen op eventueel uitgevoerde aanpassingen.

op

yr

Ruimte aanpassen aan een thema Breng in de leefruimte een duidelijk zichtbare sfeervolle verandering aan met betrekking tot een thema. Het thema mag te maken hebben met feestdagen, seizoenen, het ontwikkelingsprogramma waarmee gewerkt wordt (bijvoorbeeld Puk en Ko, Piramide).

C

Het bewijs bestaat uit: • foto’s van voor en na het aanpassen van de ruimte of hoek • verantwoording van de gemaakte keuzes en de reactie van de kinderen. Huishoudelijke taken Voer minimaal twee huishoudelijke taken uit waarmee de kinderen kunnen helpen. Ter voorbereiding: Bedenk twee huishoudelijk taken waar je de kinderen bij kunt betrekken. Bedenk hoe je de kinderen bij de huishoudelijke taken wilt betrekken. Bekijk eerst welke schoonmaakmiddelen en materialen je nodig hebt en hoe je de schoonmaakmiddelen verantwoord kunt gebruiken zonder verspilling en onnodige belasting van het milieu.

45


tie fb .v

.

De uitvoering: Vraag een collega iedere keer een filmpje te maken tijdens de uitvoering. Bekijk het filmpje terug en beschrijf wat je zelf opvalt aan de uitvoering. Geef hierbij een antwoord op de volgende vragen: • Wat wilde ik bereiken? • Waar wilde ik op letten? • Wat wilde in uitproberen? • Wat gebeurde er concreet? • Hoe hangen de antwoorden op de vorige vragen met elkaar samen? • Wat betekent dat nu voor mij? • Wat is dus het probleem (of de positieve ontdekking)? • Welke alternatieven zie ik? (oplossingen of manier om gebruik te maken van je ontdekking) • Welke voor- en nadelen hebben die? • Wat neem ik me voor, voor de volgende keer? Pas de tweede uitvoering eventueel aan op basis van je eerdere ervaringen. • Een filmpje kan gemaakt worden met een mobiele telefoon, het filmpje is alleen voor eigen gebruik. Mocht het niet lukken om een filmpje te maken, vraag je BPV-begeleider dan mee te kijken tijdens de uitvoering, schrijf dan het verslag zonder de film en vul het aan met de ervaringen van je BPV-begeleider.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Het bewijs bestaat uit: • twee keer een verslag over de uitvoering op basis van genoemde vragen.

Eisen professioneel gedrag Tijdens het zorg dragen voor de ruimte en huishouden dien je ook professioneel gedrag te vertonen. Zorg ervoor dat je tijdens het uitvoeren van de opdracht het volgende gedrag vertoont: • Je schept een uitdagende en geschikte ruimte/omgeving met kansen en mogelijkheden voor ontwikkeling van kinderen en toetst deze aan richtlijnen, zodat de kinderen op een veilige manier gestimuleerd worden in hun ontwikkeling.

46


Voor de ruimte en huishoudelijke werkzaamheden zorg dragen

Je bent op de hoogte van de werking van schoonmaakmiddelen en materialen en maakt daar verantwoord gebruik van, zodat verspilling en onnodige belasting van het milieu worden voorkomen en de hygiëne bevorderd wordt. Je werkt volgens veiligheidsregels en voorschriften, je ziet erop toe dat ook anderen zich aan deze regels houden en gebruikt materialen op een veilige manier, zodat de veiligheid van de kinderen is gewaarborgd.

STARR De reflectie volgens de STARR-methode doe je aan het eind van de BPV-opdracht. Je beschrijft de opdracht en hoe jij hem hebt uitgevoerd. Ook beschrijf je welke acties je hebt ondernomen en wat het resultaat was van de BPV-opdracht. Daarna ga je reflecteren. Hierna staat de opzet van een STARR.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Situatie en Taak • Omschrijf de situatie en geef daarbij aan welke taak/rol jij had. Actie en Resultaat • Omschrijf welke acties/handelingen je op dat moment hebt ondernomen en wat hiervan het resultaat was. Reflectie • Beschrijf hoe jij je op dat moment in de situatie voelde. • Beschrijf waarom je op deze manier hebt gehandeld. • Beschrijf hoe je het de volgende keer anders zou aanpakken.

47


Beoordeling - Producten BPV-begeleider O

V

Ed u'

Ac

tie fb .v

Het verslag beschrijft: • instructies, protocollen en procedures op het gebied van milieu, veiligheid en hygiëne met betrekking tot leefruimte • gedetailleerd hoe de ruimte is ingericht (inclusief een plattegrond en eventueel foto’s) • den opsomming van het aanwezige spel- en speelmateriaal • een toetsing aan de richtlijnen, procedures en richtlijnen met betrekking tot de veiligheid en hygiëne met betrekking tot de leefruimte en het spel- en speelmateriaal • de kansen en mogelijkheden die aanwezig zijn voor kinderen om zich te kunnen ontwikkelen • een conclusie en indien nodig suggesties voor aanpassing van de ruimte en het gebruik van het spel- en speelmateriaal • de reacties van de kinderen op eventuele uitgevoerde aanpassingen.

.

Product – Veiligheid en hygiëne en een beoordeling van een ruimte

op

foto's van voor en na het aanpassen van de ruimte of hoek verantwoording van de gemaakte keuzes en de reactie van de kinderen.

yr

ig ht

Product – Ruimte aanpassen aan een thema

C

Product – Huishoudelijke taken Het verslag (2 x) beschrijft het antwoord op de vragen: • Wat wilde ik bereiken? • Waar wilde ik op letten? • Wat wilde in uitproberen? • Wat gebeurde er concreet? • Hoe hangen de antwoorden op de vorige vragen met elkaar samen? • Wat betekent dat nu voor mij? • Wat is dus het probleem (of de positieve ontdekking)? • Welke alternatieven zie ik? (oplossingen of manier om gebruik te maken van je ontdekking) • Welke voor- en nadelen hebben die? • Wat neem ik me voor, voor de volgende keer?

48

BPV-docent O

V


Voor de ruimte en huishoudelijke werkzaamheden zorg dragen

Beoordeling - Professioneel gedrag BPV-begeleider Competentie

Criteria

O

C Begeleiden

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang schept een uitdagende en geschikte ruimte/omgeving met kansen en mogelijkheden voor ontwikkeling van kinderen.

V

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang toetst deze ruimte/omgeving aan richtlijnen, zodat de kinderen op een veilige manier gestimuleerd worden in hun ontwikkeling.

.

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang is op de hoogte van de werking van schoonmaakmiddelen.

tie fb .v

L Materialen en middelen inzetten

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang werkt volgens veiligheidsregels en voorschriften.

C

op

yr

ig ht

T Instructies en procedures opvolgen

Ed u'

Ac

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang maakt verantwoord gebruik van schoonmaakmiddelen, zodat verspilling en onnodige belasting van het milieu worden voorkomen en de hygiĂŤne bevorderd wordt.

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang ziet erop toe dat ook anderen zich aan deze regels houden. De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang gebruikt materialen op een veilige manier, zodat de veiligheid van de kinderen is gewaarborgd.

Beoordeling product: Beoordeling professioneel gedrag: STARR aanwezig: Eindoordeel BPV-opdracht:

onvoldoende/voldoende/goed onvoldoende/voldoende/goed ja/nee onvoldoende/voldoende/goed

Opmerking:

49


Beoordelaars BPV-opdracht Naam instelling Naam beoordelaar Functie Datum + handtekening

Naam instelling Naam beoordelaar Functie

tie fb .v

.

Datum + handtekening

Naam student

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Datum + handtekening

50


Het kind/de jongere ontwikkelingsgerichte activiteiten aanbieden

Het kind/de jongere ontwikkelingsgerichte activiteiten aanbieden Relatie met werkproces 2.4

tie fb .v

.

Biedt het kind/de jongere ontwikkelingsgerichte activiteiten aan De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang biedt het kind ontwikkelingsgerichte activiteiten aan. Hierbij speelt hij in op behoeften en interesses van de kinderen, zodat de kinderen deelnemen aan activiteiten die aansluiten bij hun ontwikkeling en belevingswereld. Het gaat om volgen en uitdagen, om vermaken en ontplooien. Maar ook om het bieden van de vrijheid om niets te doen.

Ac

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang organiseert de activiteiten, voert ze uit (eventueel met behulp van anderen), kiest sport-, spel- en speelmateriaal en begeleidt en stimuleert individuele kinderen of een groep(je) kinderen bij de activiteiten.

op

yr

ig ht

Ed u'

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang signaleert en onderzoekt voortgang en/of afwijkingen in de ontwikkeling van het kind bij de uitvoering van de ontwikkelingsgerichte activiteiten. Eventueel enthousiasmeert hij betrokkenen (ouders, vrijwilligers) om een bijdrage te leveren aan de uitvoering van de activiteiten en werkt hij met hen samen. Zo nodig stimuleert en adviseert hij ouders met betrekking tot het thuis uitvoeren van (spel)activiteiten met hun kind.

C

7.

51


Werkmodel op www.factor-e.nl: Plan van aanpak

<

Opdracht Binnen iedere organisatie worden activiteiten aangeboden om de ontwikkeling van kinderen te stimuleren. Niet ieder kind zal enthousiast op de activiteit reageren. Het is mogelijk dat er onvoldoende uitdaging wordt geboden waardoor kinderen gedemotiveerd raken of het gevraagde kan te moeilijk zijn waardoor kinderen de neiging hebben om af te haken. Een motiverende houding van de begeleider is van groot belang om de kinderen te stimuleren door te gaan met het uitvoeren van de activiteit. Je gaat je tijdens deze opdracht verdiepen in het motiveren en stimuleren van kinderen en biedt een activiteitenprogramma aan met het thema natuur en milieu.

tie fb .v

Hierna lees je welke eisen eraan worden gesteld.

.

Tijdens deze BPV-opdrachten lever je twee producten op: • noodzaak van ontwikkelingsgerichte activiteiten • aanbieden van ontwikkelingsgerichte activiteiten.

Ed u'

Ac

Noodzaak van ontwikkelingsgerichte activiteiten Zoek minimaal vijf artikelen in tijdschriften en vakbladen over het aanbieden van ontwikkelingsgerichte activiteiten. Geef antwoord op de vraag waarom het belangrijk is om deze activiteiten aan kinderen aan te bieden. Zoek informatie op over het motiveren en stimuleren van kinderen, onderzoek het belang van motiveren en stimuleren en op welke manieren je dit kunt doen. Bekijk welke sport- en spelmaterialen die de ontwikkeling stimuleren aanwezig zijn binnen de BPV-instelling en leg uit welk resultaat je hiermee kunt behalen.

op

yr

ig ht

Het verslag beschrijft: • vijf artikelen over het aanbieden van ontwikkelingsgerichte activiteiten • het belang van het aanbieden van ontwikkelingsgerichte activiteiten aan kinderen • informatie met betrekking tot stimuleren en motiveren van kinderen • voorbeelden van sport- en spelmateriaal en uitleg welke ontwikkelingsgebieden het stimuleert en welke resultaten je ermee kunt behalen.

C

Aanbieden van ontwikkelingsgerichte activiteiten Bied een activiteitenprogramma aan met daarin minimaal zes activiteiten die de ontwikkeling stimuleren en die te maken hebben met de natuur en het milieu. Bereid het activiteitenprogramma goed voor: • Bedenk een thema waarbinnen de activiteiten plaatsvinden en hoe je het thema samen met de kinderen wilt opstarten. • Benoem de activiteiten en beschrijf kort waarom je voor de verschillende activiteiten gekozen hebt. • Maak een tijdsplanning voor de verschillende activiteiten en geef aan welke collega’s bij de activiteiten betrokken zijn. • Maak voor iedere activiteit een plan van aanpak. In je plan van aanpak omschrijf je de doelstellingen die je met de activiteiten wilt bereiken. En je beantwoordt in je plan van aanpak minimaal de vragen wie, wat, wanneer, waarmee, hoe en welke begeleiding nodig is. Betrek vrijwilligers en een externe samenwerkingspartner bij je activiteitenprogramma (denk aan de boswachter of een medewerker van de kinderboerderij enzovoort).

52


Het kind/de jongere ontwikkelingsgerichte activiteiten aanbieden

Stem met deze mensen je activiteitenprogramma af en maak afspraken omtrent tijdstip, taken, vergoedingen en wat je van hen verwacht om de samenwerking en de uitvoering van het activiteitenprogramma goed te kunnen laten verlopen. Vraag na afloop van de samenwerking om feedback. Om iedereen betrokken te houden bij het activiteitenprogramma is het belangrijk om tijdig informatie te blijven geven en om een aantal collega’s om feedback te vragen. Zorg dat voor alle betrokken duidelijk is wie, wat, waar, wanneer nodig is voor de uitvoering van de activiteiten. Zorg dat alle materialen klaarstaan voor de verschillende activiteiten.

tie fb .v

.

Tijdens de uitvoering Start het activiteitenprogramma met de kinderen op een leuke, interessante manier. Bewaak je de planning die je gemaakt hebt in je activiteitenprogramma en pas je deze zo nodig in overleg aan. Je stimuleert en motiveert de kinderen. Signaleer en onderzoek de voortgang en/of afwijkingen in de ontwikkeling van het kind. Dit bespreek je met je werkbegeleider.

Ed u'

Ac

Na de uitvoering Beschrijf kort twee momenten waaruit blijkt dat je kinderen gemotiveerd en gestimuleerd hebt. Beschrijf kort hoe de activiteiten bijgedragen hebben aan de ontwikkeling van de kinderen: zijn de doelstellingen behaald, waarom wel of waarom niet? (productevaluatie) Bespreek met collega’s wat er over het geheel goed ging en wat een volgende keer beter zou kunnen. (procesevaluatie)

C

op

yr

ig ht

Aan het eind van dit onderdeel heb je onderstaande bewijsstukken: • het activiteitenprogramma • zes keer een plan van aanpak (per activiteit een plan van aanpak) • een beschrijving van twee situaties • een proces- en productevaluatie • een motivatie voor de keuze van vrijwilligers en externe samenwerkingspartner(s) en op welke manier deze mensen erbij betrokken zijn • evaluatie met betrekking tot de gemaakte afspraken en samenwerking • feedback vrijwilligers en externe samenwerkingspartner(s).

Eisen professioneel gedrag Tijdens het aanbieden van ontwikkelingsgerichte activiteiten aan een kind/jongere dien je ook professioneel gedrag te vertonen. Zorg ervoor dat je tijdens het uitvoeren van de opdracht het volgende gedrag vertoont: • Je motiveert het kind om zijn best te doen, uitdagingen aan te gaan en doelen te bereiken, zodat het kind in zijn ontwikkeling gestimuleerd wordt. • Je kiest sport-, spel- en speelmaterialen die aansluiten bij de behoeften en ontwikkeling van het kind en gebruikt deze – eventueel in overleg met betrokkenen – effectief en vindingrijk, zodat de ontwikkeling van het kind gestimuleerd wordt. • Je regelt ruim van tevoren activiteiten en schat de benodigde tijd in, je houdt rekening met onvoorziene omstandigheden en houdt de voortgang in de gaten, zodat het activiteitenprogramma zo veel mogelijk volgens plan uitgevoerd wordt.

53


STARR De reflectie volgens de STARR-methode doe je aan het eind van de BPV-opdracht. Je beschrijft de opdracht en hoe jij hem hebt uitgevoerd. Ook beschrijf je welke acties je hebt ondernomen en wat het resultaat was van de BPV-opdracht. Daarna ga je reflecteren. Hierna staat de opzet van een STARR.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Situatie en Taak • Omschrijf de situatie en geef daarbij aan welke taak/rol jij had. Actie en Resultaat • Omschrijf welke acties/handelingen je op dat moment hebt ondernomen en wat hiervan het resultaat was. Reflectie • Beschrijf hoe jij je op dat moment in de situatie voelde. • Beschrijf waarom je op deze manier hebt gehandeld. • Beschrijf hoe je het de volgende keer anders zou aanpakken.

54


Het kind/de jongere ontwikkelingsgerichte activiteiten aanbieden

Beoordeling - Producten BPV-begeleider O

V

BPV-docent O

V

tie fb .v

Het verslag beschrijft: • vijf artikelen over het aanbieden van ontwikkelingsgerichte activiteiten • het belang van het aanbieden van ontwikkelingsgerichte activiteiten aan kinderen • informatie met betrekking tot het stimuleren en motiveren van kinderen • voorbeelden van sport- en spelmateriaal en uitleg welke ontwikkelingsgebieden het stimuleert en welke resultaten je ermee kunt behalen.

.

Product – Noodzaak ontwikkelingsgerichte activiteiten

Ac

Product – Aanbieden van ontwikkelingsgerichte activiteiten

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Het verslag beschrijft: • een plan van aanpak met duidelijke doelstellingen • een activiteitenprogramma met toelichting op de gekozen activiteit dat inzichtelijk maakt wie, wat, waar, wanneer nodig is voor de uitvoering van de activiteiten • welke stimulans of begeleiding de kinderen nodig hebben per activiteit • situaties en voorbeelden waaruit blijkt dat je de kinderen hebt gemotiveerd en gestimuleerd tijdens de uitvoering van de activiteiten • situaties en voorbeelden over de uitvoering van het activiteitenprogramma • proces- en productevaluatie • de motivatie voor de keuze van vrijwilligers en externe samenwerkingspartner(s) • op welke manier deze mensen erbij zijn betrokken • evaluatie met betrekking tot de gemaakte afspraken en samenwerking • feedback vrijwilligers en externe samenwerkingspartner(s).

55


Beoordeling - Professioneel gedrag BPV-begeleider Competentie

Criteria

O

C Begeleiden

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang motiveert het kind om zijn best te doen. De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang motiveert het kind om uitdagingen aan te gaan.

L Materialen en middelen inzetten

tie fb .v

.

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang motiveert het kind om doelen te bereiken, zodat het kind in zijn ontwikkeling gestimuleerd wordt. De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang kiest sport-, spel- en speelmaterialen die aansluiten bij de behoeften en ontwikkeling van het kind.

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang regelt ruim van tevoren activiteiten en schat de benodigde tijd in.

C

op

yr

ig ht

Q Plannen en organiseren

Ed u'

Ac

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang gebruikt deze spel- en speelmaterialen â&#x20AC;&#x201C; eventueel in overleg met betrokkenen â&#x20AC;&#x201C; effectief en vindingrijk, zodat de ontwikkeling van het kind gestimuleerd wordt.

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang houdt rekening met onvoorziene omstandigheden. De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang houdt de voortgang in de gaten, zodat het activiteitenprogramma zo veel mogelijk volgens plan uitgevoerd wordt.

Beoordeling product: Beoordeling professioneel gedrag: STARR aanwezig: Eindoordeel BPV-opdracht: Opmerking:

56

onvoldoende/voldoende/goed onvoldoende/voldoende/goed ja/nee onvoldoende/voldoende/goed

V


Het kind/de jongere ontwikkelingsgerichte activiteiten aanbieden

Beoordelaars BPV-opdracht Naam instelling Naam beoordelaar Functie Datum + handtekening

Naam instelling Naam beoordelaar Functie

tie fb .v

.

Datum + handtekening

Naam student

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Datum + handtekening

57


Aan deskundigheidsbevordering en professionalisering van het beroep werken

8.

Aan deskundigheidsbevordering en professionalisering van het beroep werken Relatie met werkproces 3.1

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Werkt aan deskundigheidsbevordering en professionalisering van het beroep De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang werkt aan deskundigheidsbevordering en professionalisering van het beroep door: • vakliteratuur te lezen • bijscholingen te volgen • feedback over zijn functioneren te vragen aan collega’s en vrijwilligers • werkzaamheden uit te voeren volgens geleerde kennis • samen met zijn leidinggevende een persoonlijk ontwikkelingsplan op te stellen en dit uit te voeren • deel te nemen aan inhoudelijke discussies met collega's en anderen over het beroep om zo een bijdrage te leveren aan visieontwikkeling van het beroep en de beroepsuitoefening • de visie uit te dragen aan anderen.

58


Aan deskundigheidsbevordering en professionalisering van het beroep werken

In deze opdracht gaat het om je eigen functioneren als professional en je kennis van en bijdrage aan de ontwikkelingen in je beroep. Je levert drie producten op: • vaktijdschriften bespreken • formulier Feedback geven en ontvangen • leerdoelen. Om deze opdracht tot een goed einde te brengen heb je hulp nodig van anderen. Denk hierbij aan: hulp vragen aan je team, contact opnemen met een beleidsdeskundige of visiemedewerker in de BPV-organisatie.

Ac

tie fb .v

.

Vaktijdschriften bespreken Lees minimaal twee vaktijdschriften die een relatie hebben met de kinderopvang. Kies uit ieder tijdschrift een artikel en bespreek de inhoud met een collega. • Je vertelt waar het artikel over gaat. • Je vertelt wat jouw mening is over wat er in het artikel staat. • Je vraagt naar de mening van je collega. • Samen bespreken jullie hoe de inhoud van dit artikel jullie kijk op het werk of een deel van het werk beïnvloedt. Schrijf een kort verslag van het gesprek. Voeg het besproken artikel toe aan het verslag.

yr

ig ht

Ed u'

Formulier Feedback beoordelen Feedback is een belangrijke werkwijze om de kwaliteit van je begeleiden te vergroten. In de BPV-periode zul je vast regelmatig feedback krijgen van je BPV-begeleider. Bij het doen van deze opdracht zoek je daarom een andere collega. Deze vraag je om feedback en geef je feedback. • Zoek een collega uit waarmee je regelmatig werkt. • Bepaal op welk onderdeel van je professioneel handelen je feedback wilt ontvangen. Professioneel handelen kun je onderverdelen in: • het handelen van de beroepskracht • hoe om te gaan met de kinderen en ouders • hoe om te gaan met collega’s, leidinggevende en vrijwilligers. Let op dat je de juiste collega uitkiest, iemand die ook echt iets kan vinden van dit professioneel handelen van jou.

op

<

Opdracht

C

Werkmodellen op www.factor-e.nl: Feedback beoordelen SMART

• • • • •

Leg contact met de beoogde collega en leg uit wat je wilt. De collega moet ook bereid zijn om feedback van jou te ontvangen. Spreek af op welk professioneel handelen jij je collega feedback gaat geven. Neem het werkmodel Feedback beoordelen door met de collega. Plan in wanneer jullie het formulier gaan invullen en bespreken. Schrijf een reflectie met behulp van de STARR-methode en bewaar deze bij het formulier.

Leerdoelen Beschrijf op basis van de ontvangen feedback een leerdoel (volgens de SMART) en de daarbij behorende acties.

59


. tie fb .v Ac

Eisen professioneel gedrag

yr

STARR

ig ht

Ed u'

Tijdens werken aan deskundigheidsbevordering en professionalisering van het beroep dien je ook professioneel gedrag te vertonen. Zorg ervoor dat je tijdens het uitvoeren van de opdracht het volgende gedrag vertoont: • Je houdt vakkennis en vaardigheden bij en draagt de eigen kennis en expertise op begrijpelijke wijze over aan collega's en andere deskundigen, gebruikt feedback om van te leren en neemt deel aan inhoudelijke, beroepsmatige discussies, zodat je werkt aan je persoonlijke ontwikkeling en een bijdrage levert aan de professionalisering van het beroep.

C

op

De reflectie volgens de STARR-methode doe je aan het eind van de BPV-opdracht. Je beschrijft de opdracht en hoe jij hem hebt uitgevoerd. Ook beschrijf je welke acties je hebt ondernomen en wat het resultaat was van de BPV-opdracht. Daarna ga je reflecteren. Hierna staat de opzet van een STARR. Situatie en Taak • Omschrijf de situatie en geef daarbij aan welke taak/rol jij had. Actie en Resultaat • Omschrijf welke acties/handelingen je op dat moment hebt ondernomen en wat hiervan het resultaat was. Reflectie • Beschrijf hoe jij je op dat moment in de situatie voelde. • Beschrijf waarom je op deze manier hebt gehandeld. • Beschrijf hoe je het de volgende keer anders zou aanpakken.

60


Aan deskundigheidsbevordering en professionalisering van het beroep werken

Beoordeling - Producten BPV-begeleider O

V

BPV-docent O

V

Product – Vaktijdschriften bespreken Verslag artikel uit een vakblad bespreken met een collega: • inhoud van het artikel • eigen mening over het artikel • mening van collega over het artikel • invloed van het artikel op manier van werken/denken.

tie fb .v

Ingevuld formulier Feedback beoordelen

.

Product – Formulier feedback geven en ontvangen

Product – Leerdoelen

Leerdoel is SMART en acties zijn beschreven

Ed u'

Ac

Beoordeling - Professioneel gedrag

Criteria

K Vakdeskundigheid toepassen

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang houdt vakkennis en vaardigheden bij.

O

V

C

op

yr

ig ht

Competentie

BPV-begeleider

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang draagt de eigen kennis en expertise op begrijpelijke wijze over aan collega's en andere deskundigen. De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang gebruikt feedback om van te leren. De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang neemt deel aan inhoudelijke, beroepsmatige discussies, zodat hij werkt aan zijn persoonlijke ontwikkeling en een bijdrage levert aan de professionalisering van het beroep.

Beoordeling product: Beoordeling professioneel gedrag: STARR aanwezig: Eindoordeel BPV-opdracht:

onvoldoende/voldoende/goed onvoldoende/voldoende/goed ja/nee onvoldoende/voldoende/goed

61


Opmerking:

Beoordelaars BPV-opdracht Naam instelling Naam beoordelaar Functie

tie fb .v

.

Datum + handtekening

Naam instelling Naam beoordelaar

Ac

Functie

Naam student

C

op

yr

ig ht

Datum + handtekening

Ed u'

Datum + handtekening

62


Aan het bevorderen en bewaken van kwaliteitszorg werken

9.

Aan het bevorderen en bewaken van kwaliteitszorg werken Relatie met werkproces 3.2

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Werkt aan het bevorderen en bewaken van kwaliteitszorg De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang werkt aan het bevorderen en bewaken van kwaliteitszorg door bijvoorbeeld te participeren in ontwikkelings- of intervisiegroepen en door zijn kennis van het vakgebied in te zetten bij verbetertrajecten. Hij bewaakt systematisch de kwaliteit van zijn werkzaamheden en signaleert en rapporteert tijdig knelpunten. Hij neemt deel aan onderzoeken die binnen de organisatie verricht worden, gebruikt waar mogelijk informatie uit wetenschappelijk onderzoek en werkt mee aan standaard- en/of protocolontwikkeling.

Werkmodel op www.factor-e.nl: De reflectiecyclus van Korthagen

<

Opdracht Kwaliteit leveren betekent altijd zoeken naar wat beter kan. Kwaliteit komt niet vanzelf en vraagt continue aandacht. Wat we vandaag goed vinden, vinden we volgend jaar misschien wel helemaal niet meer goed. Wat goed is, is afhankelijk van de kennis en inzichten die er op dat moment zijn. De kwaliteit van een kindercentrum wordt mede bepaald door jouw kwaliteiten als pedagogisch medewerker. Tijdens deze opdracht gaan we werken met twee kwaliteitsinstrumenten.

63


Aan het eind van deze opdracht heb je: • de Beroepscode Kinderopvang • meegedaan aan een intervisiebijeenkomst • een rapportage van een knelpunt gemaakt • het protocol herschreven. Beroepscode Kinderopvang Zoek op het internet de Beroepscode Kinderopvang van de ABVAKABO FNV. Lees de hoofdstukken en evalueer hoofdstuk 1 De algemene uitgangspunten bij de beroepsuitoefening. Dit hoofdstuk bevat zes uitgangspunten. Geef per onderdeel een reflectie met voorbeelden van je eigen handelen. De evaluatie van de zes uitgangspunten geeft per uitgangspunt voorbeelden en reflectie op eigen handelen in de praktijk.

tie fb .v

.

Intervisiebijeenkomst Neem deel aan een intervisiebijeenkomst op de BPV-plek en maak hier een verslag van. Als intervisie niet een instrument is dat gebruikt wordt binnen de BPV-instelling, organiseer dan zelf in overleg een intervisiebijeenkomst en schrijf daar een verslag van.

ig ht

Ed u'

Ac

Rapportage knelpunt Signaleer een knelpunt dat je tijdens je BPV tegenkomt. Een knelpunt is vaak een werkwijze waar jij, je collega’s en ouders/kinderen het meerdere keren moeilijk mee hebben gehad. Luister dus goed naar het eventuele geklaag en gemopper van collega’s en/of ouders. Beschrijf het knelpunt. Wanneer doet het zich voor, wat speelt er zich dan af, welke richtlijnen zijn er nu voor dit knelpunt (of wat schrijft het pedagogisch beleid over dit soort situaties)? Bedenk na deze beschrijving een mogelijke oplossing voor het knelpunt. Bespreek je beschrijving van het knelpunt met je BPV-begeleidster en indien mogelijk in het team.

C

op

yr

Protocol Indien noodzakelijk kun je de oplossing van het knelpunt verwerken in het bestaande protocol.

64


Aan het bevorderen en bewaken van kwaliteitszorg werken

Eisen professioneel gedrag Tijdens het bevorderen en bewaken van kwaliteitszorg dien je ook professioneel gedrag te vertonen. Zorg ervoor dat je tijdens het uitvoeren van de opdracht het volgende gedrag vertoont: • Je houdt je aan de voorgeschreven procedures rondom kwaliteitsverbetering en aan wettelijke richtlijnen en stimuleert anderen om zich hier ook aan te houden, zodat je een effectieve bijdrage levert aan het bevorderen en bewaken van de kwaliteitszorg.

STARR De reflectie volgens de STARR-methode doe je aan het eind van de BPV-opdracht. Je beschrijft de opdracht en hoe jij hem hebt uitgevoerd. Ook beschrijf je welke acties je hebt ondernomen en wat het resultaat was van de BPV-opdracht. Daarna ga je reflecteren. Hierna staat de opzet van een STARR.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Situatie en Taak • Omschrijf de situatie en geef daarbij aan welke taak/rol jij had. Actie en Resultaat • Omschrijf welke acties/handelingen je op dat moment hebt ondernomen en wat hiervan het resultaat was. Reflectie • Beschrijf hoe jij je op dat moment in de situatie voelde. • Beschrijf waarom je op deze manier hebt gehandeld. • Beschrijf hoe je het de volgende keer anders zou aanpakken.

65


Beoordeling - Producten BPV-begeleider O

V

BPV-docent O

V

Product – Beroepscode Kinderopvang De evaluatie van de zes uitgangspunten geeft: per uitgangspunt voorbeelden en reflectie op eigen handelen in de praktijk Product – Intervisie Er is deelgenomen aan een intervisiebijeenkomst. Er is een verslag van de bijeenkomst geschreven.

tie fb .v

.

Product – Rapportage knelpunt

Product- Protocol

Ed u'

Ac

Uit de omschrijving van het knelpunt wordt duidelijk wanneer het knelpunt zich voordoet, wat er zich dan afspeelt, welke richtlijnen er zijn voor dit knelpunt (of wat het pedagogisch beleid over dit soort situaties schrijft). Een voorstel van een mogelijke oplossing voor het knelpunt.

ig ht

Indien noodzakelijk kun je de oplossing van het knelpunt verwerken in het bestaande protocol.

yr

Beoordeling - Professioneel gedrag

Criteria

T Instructies en procedures opvolgen

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang houdt zich aan de voorgeschreven procedures rondom kwaliteitsverbetering en aan wettelijke richtlijnen en stimuleert anderen om zich hier ook aan te houden, zodat hij een effectieve bijdrage levert aan het bevorderen en bewaken van de kwaliteitszorg.

C

op

Competentie

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang stimuleert anderen om zich ook aan de procedures en richtlijnen te houden, zodat hij een effectieve bijdrage levert aan het bevorderen en bewaken van de kwaliteitszorg.

66

BPV-begeleider O

V


Aan het bevorderen en bewaken van kwaliteitszorg werken

Beoordeling product: Beoordeling professioneel gedrag: STARR aanwezig: Eindoordeel BPV-opdracht:

onvoldoende/voldoende/goed onvoldoende/voldoende/goed ja/nee onvoldoende/voldoende/goed

Opmerking:

Beoordelaars BPV-opdracht Naam instelling

tie fb .v

.

Naam beoordelaar Functie

Ac

Datum + handtekening

Naam beoordelaar Functie

ig ht

Datum + handtekening

Ed u'

Naam instelling

op

yr

Naam student

C

Datum + handtekening

67


De werkzaamheden met betrokkenen afstemmen

10.

De werkzaamheden met betrokkenen afstemmen Relatie met werkproces 3.3

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Stemt de werkzaamheden af met betrokkenen De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang stemt zijn werkzaamheden af met collega’s, draagt werkzaamheden over, maakt afspraken over de opvang en begeleiding en over knelpunten daarin. Hij neemt deel aan voor de afstemming van zijn werkzaamheden relevante overlegvormen.

Opdracht Om de werkzaamheden in een organisatie goed te laten verlopen is een goede samenwerking van groot belang. Hiervoor is overleg en afstemming nodig binnen het team. In deze opdracht ga je in verschillende situaties oefenen met betrekking tot afstemmen van werkzaamheden in het team. Tijdens de BPV-opdracht lever je drie producten op: • afstemming werkzaamheden • werkoverleg • wisseling. Hierna lees je welke eisen eraan worden gesteld.

68


De werkzaamheden met betrokkenen afstemmen

Afstemming werkzaamheden Gedurende een dag ben je verantwoordelijk voor de gang van zaken op de groep waar je stage loopt. Voordat je dit doet, onderzoek je eerst welke werkzaamheden er allemaal uitgevoerd moeten worden, raadpleeg je collega’s en werkbegeleider bij onduidelijkheden en check je of je alle werkzaamheden inzichtelijk hebt. Stem vervolgens deze werkzaamheden af met je collega’s zodat iedereen weet wie wat en wanneer doet.

tie fb .v

.

Het verslag beschrijft: • welke werkzaamheden er op een dag uitgevoerd moeten worden • een plan van aanpak hoe je de dag hebt voorbereid • een verdeling van de werkzaamheden • hoe je rekening hebt gehouden met de haalbaarheid van de werkzaamheden • voorbeelden en situaties van overleg en afstemming met collega’s bij de uitvoering van de opvang en begeleiding • voorbeelden en situaties waarin je je dusdanig hebt opgesteld dat de samenwerking in het team soepel verloopt.

Ac

Werkoverleg Neem minimaal drie keer deel aan een werkoverleg. Tijdens dit werkoverleg schrijf je de notulen en draag je er zorg voor dat iedereen deze krijgt. Voordat je de uitgewerkte notulen verspreidt, vraag je feedback aan je werkbegeleider.

ig ht

Ed u'

Je deelname aan het werkoverleg toon je aan door het toevoegen van: • drie uitgewerkte verslagen van de door jou gemaakte notulen • een korte beschrijving van de feedback die je hebt gekregen op de uitgewerkte notulen.

op

yr

Wisseling Wissel gedurende een dag tweemaal van groep en stem bij het verlaten van de groep met je collega’s de werkzaamheden af die nog uitgevoerd moeten worden. Bij binnenkomst op een nieuwe groep stem je met de collega’s de werkzaamheden af die je daar kunt uitvoeren.

C

Je kunt de voortgang van de wisseling aantonen door het vastleggen van: • voorbeelden en situaties van overleg en afstemming met collega’s bij de uitvoering van de opvang en begeleiding • voorbeelden en situaties waarin je je dusdanig hebt opgesteld dat de samenwerking in het team soepel verloopt.

69


. tie fb .v Ac

Eisen professioneel gedrag

STARR

yr

ig ht

Ed u'

Tijdens het afstemmen van de werkzaamheden met betrokkene dien je ook professioneel gedrag te vertonen. Zorg ervoor dat je tijdens het uitvoeren van de opdracht het volgende gedrag vertoont: • Je overlegt bij de uitvoering van de opvang en begeleiding tijdig en regelmatig met collega's, raadpleegt anderen indien nodig, weet wat de consequenties zijn van de eigen acties en stelt je zo op dat de samenwerking in het team soepel verloopt, zodat de gezamenlijke dienstverlening eenduidig en soepel verloopt. • Je houdt rekening met de haalbaarheid van je werkzaamheden in tijd en kwaliteit, zodat de continuïteit en kwaliteit van de opvang en begeleiding gewaarborgd zijn.

C

op

De reflectie volgens de STARR-methode doe je aan het eind van de BPV-opdracht. Je beschrijft de opdracht en hoe jij hem hebt uitgevoerd. Ook beschrijf je welke acties je hebt ondernomen en wat het resultaat was van de BPV-opdracht. Daarna ga je reflecteren. Hierna staat de opzet van een STARR. Situatie en Taak • Omschrijf de situatie en geef daarbij aan welke taak/rol jij had. Actie en Resultaat • Omschrijf welke acties/handelingen je op dat moment hebt ondernomen en wat hiervan het resultaat was. Reflectie • Beschrijf hoe jij je op dat moment in de situatie voelde. • Beschrijf waarom je op deze manier hebt gehandeld. • Beschrijf hoe je het de volgende keer anders zou aanpakken.

70


De werkzaamheden met betrokkenen afstemmen

Beoordeling - Producten BPV-begeleider O

V

BPV-docent O

V

Product – Werkoverleg

Ac

tie fb .v

Het verslag beschrijft: • welke werkzaamheden er op een dag uitgevoerd moeten worden • wie er is geraadpleegd en waarover duidelijkheid is verschaft • een plan van aanpak hoe de dag is voorbereid • een verdeling van de werkzaamheden • hoe er rekening is gehouden met de haalbaarheid van de werkzaamheden • voorbeelden en situaties van overleg en afstemming met collega’s bij de uitvoering van de opvang en begeleiding • voorbeelden en situaties waarin de leerling zich dusdanig heeft opgesteld dat de samenwerking in het team soepel verloopt.

.

Product – Afstemming werkzaamheden

ig ht

Ed u'

De deelname aan het werkoverleg is aangetoond door het toevoegen van: • drie uitgewerkte verslagen van de gemaakte notulen • een korte beschrijving van de feedback van de werkbegeleider.

yr

Product – Wisseling

C

op

De uitvoering van de wisseling wordt aangetoond door een beschrijving te geven van: • voorbeelden en situaties van overleg en afstemming met collega’s bij de uitvoering van de opvang en begeleiding • voorbeelden en situaties waarin de leerling zich dusdanig heeft opgesteld dat de samenwerking in het team soepel verloopt.

71


Beoordeling - Professioneel gedrag BPV-begeleider Competentie

Criteria

O

E Samenwerken en overleggen

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang overlegt bij de uitvoering van de opvang en begeleiding tijdig en regelmatig met collega's. De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang raadpleegt anderen indien nodig.

tie fb .v

.

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang weet wat de consequenties zijn van de eigen acties.

Ed u'

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang houdt rekening met de haalbaarheid van zijn werkzaamheden in tijd en kwaliteit, zodat de continu誰teit en kwaliteit van de opvang en begeleiding gewaarborgd zijn.

ig ht

Q Plannen en organiseren

Ac

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang stelt zich zo op dat de samenwerking in het team soepel verloopt, zodat de gezamenlijke dienstverlening eenduidig en soepel verloopt.

C

op

yr

Beoordeling product: Beoordeling professioneel gedrag: STARR aanwezig: Eindoordeel BPV-opdracht: Opmerking:

72

onvoldoende/voldoende/goed onvoldoende/voldoende/goed ja/nee onvoldoende/voldoende/goed

V


De werkzaamheden met betrokkenen afstemmen

Beoordelaars BPV-opdracht Naam instelling Naam beoordelaar Functie Datum + handtekening

Naam instelling Naam beoordelaar Functie

tie fb .v

.

Datum + handtekening

Naam student

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Datum + handtekening

73


Coördinerende taken uitvoeren

11.

Coördinerende taken uitvoeren Relatie met werkproces 3.4

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Voert coördinerende taken uit De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang voert coördinerende taken uit. Hij maakt een verdeling van de werkzaamheden, geeft prioriteiten aan en houdt contact met collega’s en deskundigen binnen de organisatie over de opvang en begeleiding van de kinderen. De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang stemt de werkzaamheden van de verschillende betrokkenen op elkaar af, hij ziet toe op de uitvoering van de werkzaamheden en de continuïteit van de opvang en begeleiding. In dit kader organiseert en geeft hij werkbegeleiding aan nieuwe collega's en vrijwilligers.

Opdracht Je gaat voor vijf dagen coördinerende taken uitvoeren. Je start met het onderzoeken en plannen van de werkzaamheden die binnen je BPV-locatie uitgevoerd moeten worden. Omdat het belangrijk is dat je collega’s goed op de hoogte zijn van deze opdracht organiseer je een werkoverleg. Tijdens het werkoverleg geef je uitleg over deze opdracht waarna je de werkzaamheden en taken gaat verdelen en afstemmen met je collega’s. Je levert drie producten op: • taken en werkzaamheden plannen • werkoverleg leiden • toezien op uitvoering van taken en werkzaamheden. Hierna lees je welke eisen eraan worden gesteld.

74


Coördinerende taken uitvoeren

Taken en werkzaamheden plannen Onderzoek welke taken en werkzaamheden er gedurende een maand allemaal uitgevoerd moeten worden op de gehele BPV-instelling (dus ook de taken op de groep). Maak een planning voor een maand waarin je alle taken en werkzaamheden verwerkt die uitgevoerd dienen te worden. Maak een onderscheid tussen taken en werkzaamheden op de groep en overige taken en werkzaamheden. Benoem wanneer en door wie de verschillende taken en werkzaamheden uitgevoerd moeten worden.

tie fb .v

.

Werkoverleg leiden Organiseer een werkoverleg met de collega’s op je groep. Maak een agenda voor het overleg. Geef uitleg over de BPV-opdracht waaraan je werkt en stem je planning voor de werkzaamheden en taken op de groep met hen af. Geef duidelijk aan je collega’s aan wat je van hen verwacht. Bespreek met je collega’s of ouders ingelicht moeten worden en hoe dit gedaan zal worden.

Ed u'

Ac

Na het werkoverleg leg je de volgende onderdelen vast (voor in je portfolio): • een zelf opgestelde agenda voor het werkoverleg waar je zelf voorzitter van bent • de notulen van het werkoverleg aangevuld met: – jouw mening over hoe de werkbespreking is verlopen – feedback van twee collega’s over hoe je de werkbespreking hebt geleid.

C

op

yr

ig ht

Toezien op uitvoering van taken en werkzaamheden Houd gedurende vijf dagen toezicht op de uitvoering van de taken en werkzaamheden die je naar aanleiding van je planning hebt besproken met je collega’s. Maak een feedbackformulier voor je collega’s en verzamel feedback op je functioneren tijdens de vijf dagen dat je toezicht hield op de uitvoering van de taken en werkzaamheden. Schrijf aan het eind van iedere werkdag een kort verslag over het verloop van de dag. Het verslag geeft voorbeelden van situaties waarin je: • duidelijk hebt aangegeven wat er moet gebeuren en wanneer • hebt aangegeven wat je van een collega verwacht • hebt toegezien op de uitvoering en taken van de werkzaamheden • feedback hebt gegeven op het functioneren van een collega • initiatief hebt genomen tijdens de uitvoering van de taken en werkzaamheden om collega’s te informeren, tussentijds af te stemmen en of bij te sturen • hebt ingespeeld op veranderingen die afweken van de gemaakte planning. Leg de ontvangen feedback en je eigen verslag naast elkaar en trek een conclusie over je vaardigheden als coördinator. Bespreek je conclusie met je werkbegeleider. Maak een verslag van de bespreking. Na de vijf dagen heb je (voor in je portfolio): • je eigen verslag per werkdag • vijf feedbackformulieren van collega’s • je conclusie • verslag gesprek met je werkbegeleider.

75


. tie fb .v

Eisen professioneel gedrag

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Tijdens het uitvoeren van coördinerende taken dien je ook professioneel gedrag te vertonen. Zorg ervoor dat je tijdens het uitvoeren van de opdracht het volgende gedrag vertoont: • Je geeft duidelijk aan wat er moet gebeuren en wanneer, je geeft duidelijk aan wat je van de collega’s verwacht en je ziet erop toe dat dit gebeurt en maakt via werkbegeleiding zaken in het functioneren van de medewerker(s) bespreekbaar, zodat de opvang organisatorisch goed verloopt en de medewerkers goed functioneren. • Je raadpleegt tijdig de bij het kind en de opvang en begeleiding betrokken of benodigde collega's en (externe) deskundigen en zorgt er uit jezelf voor dat ook zij door jou tijdig en goed geïnformeerd zijn en stemt de werkzaamheden af, zodat de opvang en begeleiding van verschillende bij het kind betrokkenen goed op elkaar aansluiten. • Je zorgt voor afstemming van werkzaamheden en maakt een planning waarbij je rekening houdt met de huidige en mogelijk veranderende mogelijkheden en omstandigheden, zodat de continuïteit van de dienstverlening gewaarborgd wordt.

STARR De reflectie volgens de STARR-methode doe je aan het eind van de BPV-opdracht. Je beschrijft de opdracht en hoe jij hem hebt uitgevoerd. Ook beschrijf je welke acties je hebt ondernomen en wat het resultaat was van de BPV-opdracht. Daarna ga je reflecteren. Hierna staat de opzet van een STARR. Situatie en Taak • Omschrijf de situatie en geef daarbij aan welke taak/rol jij had. Actie en Resultaat • Omschrijf welke acties/handelingen je op dat moment hebt ondernomen en wat hiervan het resultaat was. Reflectie • Beschrijf hoe jij je op dat moment in de situatie voelde. • Beschrijf waarom je op deze manier hebt gehandeld. • Beschrijf hoe je het de volgende keer anders zou aanpakken.

76


Coördinerende taken uitvoeren

Beoordeling - Producten BPV-begeleider O

V

BPV-docent O

V

Product –Taken en werkzaamheden plannen De planning • maakt een onderscheid tussen taken en werkzaamheden op de groep en overige taken en werkzaamheden • benoemt wanneer en door wie de verschillende taken en werkzaamheden uitgevoerd moete n worden • is volledig en overzichtelijk.

tie fb .v

.

Product – Werkoverleg leiden

Ed u'

Ac

Een zelf opgestelde agenda voor het werkoverleg waar je zelf voorzitter van bent. De notulen van het werkoverleg aangevuld met: • jouw mening over hoe de werkbespreking is verlopen • feedback van twee collega’s over hoe je de werkbespreking hebt geleid. Product – Toezien op uitvoering van taken en werkzaamheden

ig ht

je eigen verslag per werkdag vijf feedbackformulieren van collega’s je conclusie verslag gesprek met je werkbegeleider.

C

op

yr

• • • •

77


Beoordeling - Professioneel gedrag BPV-begeleider Competentie

Criteria

O

B Aansturen

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang geeft duidelijk aan wat er moet gebeuren en wanneer. De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang geeft duidelijk aan wat hij van de collegaâ&#x20AC;&#x2122;s verwacht. De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang ziet erop toe dat dit gebeurt.

Ac

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang raadpleegt tijdig de bij het kind en de opvang en begeleiding betrokken of benodigde collega's en (externe) deskundigen.

Ed u'

E Samenwerken en overleggen

tie fb .v

.

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang maakt via werkbegeleiding zaken in het functioneren van de medewerker(s) bespreekbaar, zodat de opvang organisatorisch goed verloopt en de medewerkers goed functioneren.

op

yr

ig ht

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang zorgt er uit zichzelf voor dat ook zij hem tijdig en goed geĂŻnformeerd zijn.

C

Q Plannen en organiseren

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang stemt de werkzaamheden af, zodat de opvang en begeleiding van verschillende bij het kind betrokkenen goed op elkaar aansluiten. De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang zorgt voor afstemming van werkzaamheden. De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang maakt een planning waarbij hij rekening houdt met de huidige en mogelijk veranderende mogelijkheden en omstandigheden, zodat de continuĂŻteit van de dienstverlening gewaarborgd wordt.

Beoordeling product: Beoordeling professioneel gedrag: STARR aanwezig: Eindoordeel BPV-opdracht:

78

onvoldoende/voldoende/goed onvoldoende/voldoende/goed ja/nee onvoldoende/voldoende/goed

V


Coรถrdinerende taken uitvoeren

Opmerking:

Beoordelaars BPV-opdracht Naam instelling Naam beoordelaar Functie

tie fb .v

.

Datum + handtekening

Naam instelling Naam beoordelaar

ig ht

Naam student

Ed u'

Datum + handtekening

Ac

Functie

C

op

yr

Datum + handtekening

79


Een netwerk onderhouden

12.

Een netwerk onderhouden Relatie met werkproces 3.5

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Onderhoudt een netwerk De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang bouwt en onderhoudt een actief netwerk van contacten met collega's en deskundigen van andere organisaties en disciplines. Hij neemt in het kader van dit netwerk deel aan relevante overlegvormen en collegiale consultatie met betrekking tot de opvang en begeleiding van de kinderen. Hij draagt gegevens over aan collega's in organisaties die bij het kind betrokken zijn.

Opdracht Met deze opdracht ga je het netwerk van de BPV-instelling onderzoeken en ga je leren het netwerk te onderhouden en uit te breiden. Een netwerk is een specifieke vorm van samenwerking tussen meerdere instellingen, organisaties en/of personen. De samenwerking binnen een netwerk wordt bepaald door: â&#x20AC;˘ een gemeenschappelijk thema (momenten/situaties) dat leidt tot gezamenlijke activiteiten om bepaalde voordelen te bereiken of bepaalde nadelen te vermijden. De samenwerking kan een tijdelijk of een definitief karakter krijgen afhankelijk van het thema en van de kosten/baten die de samenwerking oplevert. â&#x20AC;&#x153;Wie je kent is soms belangrijker dan wie je bent.â&#x20AC;?

80


Een netwerk onderhouden

1. het netwerk: a. je persoonlijke netwerk b. mindmap c. sociale kaart d. mogelijkheden en kansen. 2. overlegvormen binnen het netwerk. 1a. je persoonlijke netwerk Onderzoek uitvoerig met wie jij allemaal te maken hebt binnen de BPV-instelling en vergelijk dit met de contacten van je collega.

tie fb .v

.

Het onderzoekt beschrijft: • met welke personen binnen de BPV-instelling je contact hebt, aangevuld in een andere kleur met contacten die je collega binnen de BPV-instelling extra heeft • op welke momenten er contact is met deze persoon • hoe dit contact eruitziet • op welke manier de contacten worden onderhouden.

Ed u'

Ac

Het hebben van een goed netwerk is belangrijk voor de opvang en begeleiding van de kinderen. Belangrijk op de momenten dat je een activiteit aan het organiseren bent en wat extra hulp in de vorm van ruimte, materiaal en/of mankracht nodig hebt. Belangrijk op het moment dat je extra ondersteuning nodig hebt omdat de opvang van een van de kinderen minder soepel verloopt dan wenselijk is. Op deze manier zijn er veel momenten en situaties te bedenken waarbij het hebben van een uitgebreid netwerkt goed van pas zou komen.

yr

ig ht

1b. mindmap Maak een mindmap op A3-papier waaruit duidelijk wordt in welke situaties een netwerk belangrijk is (stap 1). Laat voldoende ruimte over zodat je je mindmap later kunt aanvullen met andere informatie. Bespreek de mindmap met je collega en vul deze indien nodig aan.

C

op

Onderzoek met welke mensen, organisaties en specifieke partners in de regio de BPV-instelling te maken heeft. Vul de gevonden gegevens in op de mindmap (stap 2).

1c. sociale kaart Maak op basis van je mindmap een sociale kaart voor je BPV-instelling. De sociale kaart geeft van alle mogelijke betrokkenen organisaties en instanties: • een korte omschrijving van de organisatie, dienstverlenende instelling en dergelijke • de contactpersoon • het adres

81


• •

het telefoonnummer het e-mailadres.

1d. mogelijkheden en kansen Welke mogelijkheden en kansen zijn er om het netwerk uit te breiden? Bestudeer de mindmap nog eens goed. Zijn er gebieden waarin weinig tot geen netwerkcontacten zijn? Kijk welke contacten er missen en maak hier een lijst van. Onderzoek of er mogelijke nieuwe contacten aan de lijst toegevoegd kunnen worden. Breid het netwerk uit met minimaal drie personen en/of organisaties, instanties en dergelijke. Beschrijf van deze mogelijke nieuwe contacten in welke situaties het nuttig kan zijn ze te benaderen met daarbij de gegevens van het contact. En hoe ze eventueel in de toekomst benaderd zouden kunnen worden (website, aanmeldingsformulier, telefonisch).

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

2. overlegvormen binnen het netwerk Maak een overzicht van de verschillende overlegvormen en -momenten die erop gericht zijn het netwerk te onderhouden en/of uit te breiden. Beschrijf van ieder overleg wie er deelnemen, wat de frequentie van het overleg is en wat het doel van het overleg is. Neem deel aan zo’n overleg en beschrijf na afloop wat voor jou de meerwaarde is om bij zo’n overleg aanwezig te zijn. Bespreek je ervaringen met een collega.

Eisen professioneel gedrag Tijdens het onderhouden van een netwerk dien je ook professioneel gedrag te vertonen. Zorg ervoor dat je tijdens het uitvoeren van de opdracht het volgende gedrag vertoont: • Je bouwt een goede werkrelatie op met collega's en deskundigen van andere organisaties of disciplines en overlegt tijdig en regelmatig met hen, zodat je deze contacten kunt benutten om je werkdoelen te bereiken.

82


Een netwerk onderhouden

STARR De reflectie volgens de STARR-methode doe je aan het eind van de BPV-opdracht. Je beschrijft de opdracht en hoe jij hem hebt uitgevoerd. Ook beschrijf je welke acties je hebt ondernomen en wat het resultaat was van de BPV-opdracht. Daarna ga je reflecteren. Hierna staat de opzet van een STARR.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Situatie en Taak • Omschrijf de situatie en geef daarbij aan welke taak/rol jij had. Actie en Resultaat • Omschrijf welke acties/handelingen je op dat moment hebt ondernomen en wat hiervan het resultaat was. Reflectie • Beschrijf hoe jij je op dat moment in de situatie voelde. • Beschrijf waarom je op deze manier hebt gehandeld. • Beschrijf hoe je het de volgende keer anders zou aanpakken.

83


Beoordeling - Producten BPV-begeleider O

V

Product – Netwerk 1a Het verslag beschrijft: • met welke personen je contact hebt • op welke momenten je contact hebt • hoe dit contact eruitziet • op welke manier de contacten worden onderhouden.

tie fb .v

Er is een uitgewerkte mindmap op A3-formaat aanwezig. Product – Netwerk 1c

Ed u'

Ac

Er is een sociale kaart aanwezig waarin alle mogelijke betrokkenen, organisaties en instanties duidelijk beschreven zijn voorzien van: • de organisatie, dienstverlenende instelling • de contactpersoon • het adres • het telefoonnummer • het e-mailadres.

ig ht

Product – Uitbreiding netwerk

C

op

yr

Het verslag beschrijft: • welke mogelijkheden en kansen er zijn om het netwerk uit te breiden • een lijst met contacten die ontbreken • een lijst met contacten en de contactgegevens van instanties die eventueel in de toekomst benaderd kunnen worden. • een overzicht van de verschillende overlegvormen en momenten die erop gericht zijn het netwerk te onderhouden en/of uit te breiden • een beschrijving van ieder overleg, wie er deelnemen, de frequentie van het overleg en het doel van het overleg • een beschrijving van je deelname aan een overleg.

84

.

Product – Netwerk 1b

BPV-docent O

V


Een netwerk onderhouden

Beoordeling - Professioneel gedrag BPV-begeleider Competentie

Criteria

O

E Samenwerken en overleggen

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang bouwt een goede werkrelatie op met collega's en deskundigen van andere organisaties of disciplines.

V

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang overlegt tijdig en regelmatig met hen, zodat hij deze contacten kan benutten om zijn werkdoelen te bereiken.

Ed u'

Ac

Opmerking:

.

onvoldoende/voldoende/goed onvoldoende/voldoende/goed ja/nee onvoldoende/voldoende/goed

tie fb .v

Beoordeling product: Beoordeling professioneel gedrag: STARR aanwezig: Eindoordeel BPV-opdracht:

Beoordelaars BPV-opdracht

ig ht

Naam instelling

Naam beoordelaar

op

yr

Functie

C

Datum + handtekening

Naam instelling Naam beoordelaar Functie Datum + handtekening

Naam student Datum + handtekening

85


Beleidsmatige taken uitvoeren

13.

Beleidsmatige taken uitvoeren Relatie met werkproces 3.6 Voert beleidsmatige taken uit De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang voert beleidsmatige taken uit. Hij participeert in beleidsvoorbereiding, dat wil zeggen: hij signaleert ontwikkelingen binnen en buiten de organisatie en doet voorstellen voor beleidswijzigingen. Hij onderzoekt of deze voorstellen haalbaar zijn. Op basis hiervan stelt hij mogelijk uit te voeren activiteiten van de organisatie/vestiging voor.

tie fb .v

.

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 bevraagt collegaâ&#x20AC;&#x2122;s binnen de organisatie/vestiging op knelpunten in het (pedagogisch) beleid en zoekt oplossingen, hij plant daarop activiteiten waarvoor hij verantwoordelijk is of stelt deze bij.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang verwoordt in voorkomende gevallen het (pedagogisch) beleid van zijn organisatie en handelt ernaar, zowel richting intern betrokkenen als richting groepen in zijn werkgebied, samenwerkingspartners en beleidsmakers.

Opdracht In deze opdracht ga je je verdiepen in het beleidsplan. Iedere organisatie heeft een visie en een missie die vertaald wordt in een beleidsplan. Het beleidsplan wordt omgezet in werkwijzen en taken op de werkvloer.

86


Beleidsmatige taken uitvoeren

Tijdens deze BPV-opdracht lever je drie producten op: • pedagogisch beleidsplan • beleidsplan in de praktijk • voorstel aanpassing beleidsplan. Hierna lees je welke eisen eraan worden gesteld. Pedagogisch beleidsplan Lees het pedagogische beleidsplan van de BPV-instelling. Vraag zo nodig uitleg aan je werkbegeleider. Vergelijk het pedagogische beleidsplan met minimaal twee pedagogische beleidsplannen van andere organisaties (internet). Onderzoek hoe medewerkers op de hoogte gebracht worden en/of betrokken worden bij het maken van wijzigingen in het pedagogisch beleidsplan.

Ac

tie fb .v

.

Het verslag beschrijft: • een overzicht van de verschillen en overeenkomsten tussen de vergeleken pedagogische beleidsplannen • welk pedagogisch beleidsplan je het meest aanspreekt en waarom • hoe het beleidsplan aan de medewerkers bekend wordt gemaakt en in welke mate de medewerkers op de hoogte zijn van de inhoud van het beleidsplan • hoe en wanneer medewerkers betrokken worden bij het opstellen/wijzigingen van het pedagogisch beleidsplan.

yr

ig ht

Ed u'

Beleidsplan in de praktijk Het beleidsplan beschrijft diverse onderdelen met betrekking tot ontwikkelingsstimulering, groepssamenstelling, inrichting, medewerkers, ouders enzovoort. Onderzoek minimaal zes onderdelen van het beleidsplan op de werkvloer. Verzamel op minimaal twee manieren informatie (bijvoorbeeld enquête, interview) welke onderdelen positief worden bevonden en welke aandacht nodig hebben met betrekking tot het beleidsplan. Bedenk zelf welke oplossingen er mogelijk zijn om deze knelpunten te veranderen.

C

op

Het verslag beschrijft: • per onderdeel van het beleidsplan minimaal twee voorbeelden hoe dit in de praktijk op de werkvloer terug te zien is • een conclusie van de verzamelde informatie met positieve punten en knelpunten • mogelijke oplossingen voor de knelpunten. Voorstel aanpassing beleidsplan Je verwerkt de oplossingen in een voorstel tot beleidswijziging en presenteert je bevindingen en voorstel tijdens een vergadering op de BPV-instelling of aan het locatiehoofd. Het verslag beschrijft: • de beleidswijzigingen • de voorbereiding op de presentatie van je voorstel • hoe de presentatie is verlopen • de feedback die je hebt gekregen op je voorstel en hoe je daarmee om bent gegaan.

87


. tie fb .v Ac

Eisen professioneel gedrag

op

STARR

yr

ig ht

Ed u'

Tijdens het uitvoeren van beleidsmatige taken dien je ook professioneel gedrag te vertonen. Zorg ervoor dat je tijdens het uitvoeren van de opdracht het volgende gedrag vertoont: • Je vraagt collega’s binnen de organisatie/vestiging welke knelpunten zij ervaren in het (pedagogisch) beleid, zodat jij hiervoor oplossingen kunt zoeken en een bijdrage kunt leveren aan beleidsontwikkeling en aan de implementatie van het pedagogisch beleid. • Je neemt een duidelijk standpunt in bij je voorstellen tot beleid(swijzigingen) en onderbouwt dit met steekhoudende argumenten, zodat het beleid is afgestemd op de specifieke situatie van de organisatie/vestiging.

C

De reflectie volgens de STARR-methode doe je aan het eind van de BPV-opdracht. Je beschrijft de opdracht en hoe jij hem hebt uitgevoerd. Ook beschrijf je welke acties je hebt ondernomen en wat het resultaat was van de BPV-opdracht. Daarna ga je reflecteren. Hierna staat de opzet van een STARR. Situatie en Taak • Omschrijf de situatie en geef daarbij aan welke taak/rol jij had. Actie en Resultaat • Omschrijf welke acties/handelingen je op dat moment hebt ondernomen en wat hiervan het resultaat was. Reflectie • Beschrijf hoe jij je op dat moment in de situatie voelde. • Beschrijf waarom je op deze manier hebt gehandeld. • Beschrijf hoe je het de volgende keer anders zou aanpakken.

88


Beleidsmatige taken uitvoeren

Beoordeling - Producten BPV-begeleider O

V

BPV-docent O

V

Ac

Product – Beleidsplan in de praktijk

tie fb .v

Het verslag beschrijft: • een overzicht van de verschillen en overeenkomsten tussen de vergeleken pedagogische beleidsplannen • welk pedagogisch beleidsplan je het meest aanspreekt en waarom • hoe het beleidsplan aan de medewerkers bekend wordt gemaakt en in welke mate de medewerkers op de hoogte zijn van de inhoud van het beleidsplan • hoe en wanneer medewerkers betrokken worden bij het opstellen/wijzigingen van pedagogisch beleidsplan.

.

Product – Pedagogisch beleidsplan

ig ht

Ed u'

Het verslag beschrijft: • per onderdeel van het beleidsplan minimaal twee voorbeelden hoe dit in de praktijk op de werkvloer terug te zien is • een conclusie van de verzamelde informatie met positieve punten en knelpunten • mogelijke oplossingen voor de knelpunten. Product – Voorstel aanpassing beleidsplan

C

op

yr

Het verslag beschrijft: • de beleidswijzigingen • de voorbereiding op de presentatie van het voorstel • hoe de presentatie is verlopen • de feedback die is verkregen op het voorstel en hoe de leerling daarmee is omgegaan.

89


Beoordeling - Professioneel gedrag BPV-begeleider Competentie

Criteria

O

E Samenwerken en overleggen

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang vraagt collegaâ&#x20AC;&#x2122;s binnen de organisatie/vestiging welke knelpunten zij ervaren in het (pedagogisch) beleid, zodat hij hiervoor oplossingen kan zoeken.

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang neemt een duidelijk standpunt in bij zijn voorstellen tot beleid(swijzigingen).

Ac

H Overtuigen en beĂŻnvloeden

tie fb .v

.

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang vraagt collegaâ&#x20AC;&#x2122;s binnen de organisatie/vestiging welke knelpunten zij ervaren in het (pedagogisch) beleid, zodat hij een bijdrage kan leveren aan beleidsontwikkeling en aan de implementatie van het pedagogisch beleid.

Ed u'

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang onderbouwt dit met steekhoudende argumenten, zodat het beleid is afgestemd op de specifieke situatie van de organisatie/vestiging.

op

yr

ig ht

Beoordeling product: Beoordeling professioneel gedrag: STARR aanwezig: Eindoordeel BPV-opdracht:

C

Opmerking:

90

onvoldoende/voldoende/goed onvoldoende/voldoende/goed ja/nee onvoldoende/voldoende/goed

V


Beleidsmatige taken uitvoeren

Beoordelaars BPV-opdracht Naam instelling Naam beoordelaar Functie Datum + handtekening

Naam instelling Naam beoordelaar Functie

tie fb .v

.

Datum + handtekening

Naam student

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Datum + handtekening

91


Beheertaken uitvoeren

14.

Beheertaken uitvoeren Relatie met werkproces 3.7

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Voert beheertaken uit De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang voert beheertaken uit. Hij levert een praktische en organisatorische bijdrage aan het functioneren van zijn organisatie. Hij draagt bij aan het zakelijk beheer, bijvoorbeeld het doen van bestellingen, het bijhouden van de (kantoor)materialen, toezien op onderhoud van apparatuur, materiaal en werkruimte enzovoort. Hij bewaakt het budget voor de activiteiten en levert (financiële) rapportages.

Opdracht Binnen elke organisatie zijn er beheertaken die uitgevoerd moeten worden. Je gaat tijdens deze opdracht onderzoeken welke beheertaken er binnen de BPV-instelling uitgevoerd dienen te worden. Je gaat tijdens deze opdracht gedurende een bepaalde periode minimaal twee beheertaken uitvoeren op het gebied van financiën en budgetbewaking en onderhoudt met betrekking tot apparatuur, materiaal en werkruimten. Maak hiervoor afspraken met de verantwoordelijke personen. Tijdens de BPV-opdracht lever je drie producten op: • beheertaken • boodschappen • materialen. Hierna lees je aan welke eisen het moet voldoen.

92


Beheertaken uitvoeren

Beheertaken Onderzoek op je BPV-instelling welke beheertaken er uitgevoerd worden. Maak hiervoor een afspraak met de perso(o)n(en) die verantwoordelijk is/zijn voor deze beheertaken. Na dit onderzoek kun je aantonen: • welke beheertaken er uitgevoerd moeten worden • een inhoudelijke omschrijving geven van de beheertaken • welke formulieren voor de beheertaken nodig zijn • wie welke beheertaken uitvoert en/of verantwoordelijk voor is binnen de BPV-instelling • de aandachtspunten en tips om de beheertaken goed te kunnen uitvoeren • hoe het gesprek met de verantwoordelijke persoon voor deze taken is verlopen.

tie fb .v

.

Boodschappen Je draagt gedurende twee weken zorg voor het bijhouden van de voorraadlijst en het beheren van het bijbehorende budget met betrekking tot de boodschappen die nodig zijn op de BPV-plek.

Ed u'

Ac

Het verslag beschrijft: • een planning van de benodigde boodschappen • een overzicht van de financiële registratie en verantwoording van de uitgaven. Deze financiële administratie moet in het programma Excel worden vastgelegd. • de overdracht van de uitgevoerde taak aan de eindverantwoordelijke persoon van de beheertaken.

yr

ig ht

Materialen Je draagt gedurende vier weken zorg voor de materialen die nodig zijn voor het uitvoeren van activiteiten op de groep. Je zorgt dat de materialen op voorraad en onderhouden zijn en blijven en draagt zorg voor de ruimte waar de materialen worden opgeslagen. Onderzoek of er een checklist aanwezig is en of er afspraken beschreven zijn met betrekking tot het onderhoud van de ruimtes, materialen en het speelmateriaal.

C

op

Het verslag beschrijft: • een overzicht van de benodigde materialen • een overzicht van leveranciers van de benodigde materialen • een overzicht van de materialenlijst waarin aangegeven is welke materialen verbruikt zijn en aangevuld moeten worden • een geplaatste bestelling voor de aanschaf van materialen • hoe je zorg hebt gedragen voor de materialen en de ruimte waarin de voorraad is opgeslagen • een overdracht van de uitgevoerde taak aan de eindverantwoordelijke persoon van beheertaken • een onderzoek naar een checklist en/of gemaakte afspraken met betrekking tot het onderhoud van de ruimtes, materialen en het speelmateriaal.

93


. tie fb .v

Eisen professioneel gedrag

op

STARR

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Tijdens het uitvoeren van beheertaken dien je ook professioneel gedrag te vertonen. Zorg ervoor dat je tijdens het uitvoeren van de opdracht het volgende gedrag vertoont: • Je verwerkt en registreert zorgvuldig alle benodigde (financiële) gegevens, zodat de (financiële) rapportages volledig en inzichtelijk zijn. • Je zorgt ervoor dat apparatuur, materiaal en werkruimte onderhouden worden, zodat er voldoende materialen en middelen beschikbaar zijn om de continuïteit van de opvang en begeleiding te garanderen. • Je zorgt voor financiële registratie en verantwoording van je projecten en activiteiten en maakt regelmatig afwegingen tussen kosten en baten, zodat je bijdraagt aan een financieel gezonde organisatie.

C

De reflectie volgens de STARR-methode doe je aan het eind van de BPV-opdracht. Je beschrijft de opdracht en hoe jij hem hebt uitgevoerd. Ook beschrijf je welke acties je hebt ondernomen en wat het resultaat was van de BPV-opdracht. Daarna ga je reflecteren. Hierna staat de opzet van een STARR. Situatie en Taak • Omschrijf de situatie en geef daarbij aan welke taak/rol jij had. Actie en Resultaat • Omschrijf welke acties/handelingen je op dat moment hebt ondernomen en wat hiervan het resultaat was. Reflectie • Beschrijf hoe jij je op dat moment in de situatie voelde. • Beschrijf waarom je op deze manier hebt gehandeld. • Beschrijf hoe je het de volgende keer anders zou aanpakken.

94


Beheertaken uitvoeren

Beoordeling - Producten BPV-begeleider O

V

BPV-docent O

V

Ac

Product – Boodschappen

tie fb .v

Na dit onderzoek kun je aantonen: • welke beheertaken er uitgevoerd moeten worden • een inhoudelijke omschrijving geven van de beheertaken • welke benodigde formulieren voor de beheertaken nodig zijn • wie welke beheertaken uitvoert en/of er verantwoordelijk voor is binnen de BPV-instelling • de aandachtspunten en tips om de beheertaken goed te kunnen uitvoeren • hoe het gesprek met de verantwoordelijke persoon voor deze taken is verlopen.

.

Product – Beheertaken

yr

ig ht

Ed u'

Het verslag beschrijft: • een planning van de benodigde boodschappen • een overzicht van de financiële registratie en verantwoording van de uitgaven in het programma Excel • de overdracht van de uitgevoerde taak aan de eindverantwoordelijke persoon van de beheertaken.

op

Product – Materialen

C

Het verslag beschrijft: • een overzicht van de benodigde materialen • een overzicht van leveranciers van de benodigde materialen • een overzicht van de materialenlijst waarin aangegeven is welke materialen verbruikt zijn en aangevuld moeten worden • een geplaatste bestelling voor de aanschaf van materialen • hoe je zorg hebt gedragen voor de materialen en de ruimte waarin de voorraad is opgeslagen • een overdracht van de uitgevoerde taak aan de eindverantwoordelijke persoon van beheertaken • een onderzoek naar checklist en of gemaakte afspraken met betrekking tot het onderhoud van de ruimtes, materialen en het speelmateriaal

95


Beoordeling - Professioneel gedrag BPV-begeleider Criteria

O

J Formuleren en rapporteren

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang verwerkt en registreert zorgvuldig alle benodigde (financiële) gegevens, zodat de (financiële) rapportages volledig en inzichtelijk zijn.

L Materialen en middelen inzetten

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang zorgt ervoor dat apparatuur, materiaal en werkruimte onderhouden worden, zodat er voldoende materialen en middelen beschikbaar zijn om de continuïteit van de opvang en begeleiding te garanderen.

Y Bedrijfsmatig handelen

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang zorgt voor financiële registratie en verantwoording van haar projecten en activiteiten.

tie fb .v

.

Competentie

Ed u'

Ac

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang maakt regelmatig afwegingen tussen kosten en baten, zodat hij bijdraagt aan een financieel gezonde organisatie.

yr

ig ht

Beoordeling product: Beoordeling professioneel gedrag: STARR aanwezig: Eindoordeel BPV-opdracht:

C

op

Opmerking:

96

onvoldoende/voldoende/goed onvoldoende/voldoende/goed ja/nee onvoldoende/voldoende/goed

V


Beheertaken uitvoeren

Beoordelaars BPV-opdracht Naam instelling Naam beoordelaar Functie Datum + handtekening

Naam instelling Naam beoordelaar Functie

tie fb .v

.

Datum + handtekening

Naam student

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

Datum + handtekening

97


De werkzaamheden evalueren

15.

De werkzaamheden evalueren Relatie met werkproces 3.8

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Evalueert de werkzaamheden De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang evalueert periodiek en aan het eind van het uitvoeringstraject de geboden opvang en begeleiding en de uitgevoerde coördinerende, beleidsmatige en beheertaken. Hij verzamelt relevante gegevens voor de evaluatie en analyseert deze. Op basis daarvan schrijft hij een evaluatieverslag. Hij bespreekt de gegevens uit de evaluatie met betrokkenen. Hij voert, indien daartoe aanleiding is, in overleg gewenste veranderingen door in de opvang en begeleiding en in de uitvoering van de coördinerende, beleidsmatige, beheertaken en netwerkcontacten.

Opdracht In deze opdracht ga je de geboden opvang en begeleiding binnen de BPV-instelling onderzoeken en evalueren. Tijdens de BPV-opdracht lever je vijf producten op: • welbevinden kinderen • evaluatieverslag voor één specifiek kind ter voorbereiding op een periodiek oudergesprek • observatie collega’s begeleiding buitenspel • conclusie over de geboden opvang op de werkplek • evaluatie. Hierna lees je welke eisen eraan word gesteld.

98


De werkzaamheden evalueren

Welbevinden kinderen Bedenk een manier waarop je het welbevinden van drie kinderen binnen de BPV-instelling kunt onderzoeken op de volgende gebieden: • binnenkomst, eten drinken, vrij spel binnen, vrij spel buiten, gestructureerde activiteiten, verzorgen/slapen en vertrek. Maak hiervoor een plan van aanpak, voer het uit en bespreek de conclusie met je werkbegeleider. Het verslag beschrijft: • een plan van aanpak • de uitvoering van het plan van aanpak • een conclusie • hoe het gesprek met je werkbegeleider is verlopen.

tie fb .v

.

Evaluatieverslag voor één specifiek kind ter voorbereiding op een periodiek oudergesprek Onderzoek op welke manier er op de BPV-plek periodiek gesprekken met ouders worden voorbereid. Schrijf zelf een evaluatieverslag voor één specifiek kind ter voorbereiding op een periodiek oudergesprek. Bespreek je verslag en conclusie met je werkbegeleider.

Ed u'

Ac

In het evaluatieverslag worden de onderstaande punten verwerkt: • mening van het kind over de opvang • bijzonderheden uit de rapportage over de opvang van die periode • mening van collega’s over het kind • aanwezigheid van het kind op de opvang (soms zijn kinderen maar weinig op de opvang omdat ze bijvoorbeeld ook met vriendjes mee mogen of omdat ze soms thuis gehouden worden omdat moeder of vader toch vrij is) • hoe ouders en het kind omgaan met afspraken.

op

yr

ig ht

Begeleiding buitenspel Observeer gedurende een week de aangeboden begeleiding door collega’s aan kinderen tijdens het buiten spelen. Verzamel relevante gegevens en informatie voor de evaluatie en analyseer deze. Evalueer samen met de betrokken begeleiders en je werkbegeleider.

C

In de evaluatie komende de volgende onderdelen aan bod: • voorbeelden en situaties waaruit blijkt op welke manier er begeleiding wordt geboden • in hoeverre de begeleiding een actieve deelname heeft aan het buitenspel met de kinderen • op welke manieren de veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd • hoe er wordt ingespeeld op risicovolle situaties en eerste hulp bij ongelukken • aandachts- en of verbeterpunten met betrekking tot de geboden begeleiding • feedback van je collega’s en werkbegeleider op je evaluatie. Geboden opvang op de werkplek Onderzoek de geboden opvang binnen de BPV-instelling. Je observeert van twee collega’s de werkwijze en de geboden opvang binnen de BPV-instelling. Onderzoek of de aangeboden begeleiding voldoet en of er voldoende voortgang is. Bespreek je bevindingen met je collega’s en je werkbegeleider.

99


De uitkomst van je onderzoek bevat: • een eigen visie met betrekking tot geboden opvang en begeleiding binnen de BPV-instelling • een observatieplan (2x) • een conclusie naar aanleiding van de observatie (2x) • hoe het gesprek met je werkbegeleider is verlopen.

.

Evaluatie Bedenk minimaal drie manieren waardoor je informatie kunt verzamelen met betrekking tot de geboden opvang en begeleiding binnen de BPV-instelling. Verzamel de informatie bij de kinderen, ouders en collega’s. De evaluatie bestaat uit ten minste een enquêteformulier die je verspreidt onder de pedagogisch medewerkers, ouders/voogd en indien mogelijk kinderen. Trek een conclusie uit de verzamelde informatie een bedenk mogelijk haalbare oplossingen om de opvang te verbeteren. Bespreek de uitkomst met je werkbegeleider.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

De evaluatie beschrijft: • de gekozen manieren om informatie te verzamelen • de evaluatiegegevens die je hebt verzameld • een conclusie van de evaluatiegegevens met een voorstel voor haalbare oplossingen om de opvang te verbeteren • de mondelinge evaluatie met je werkbegeleider.

Eisen professioneel gedrag Tijdens het evalueren van de werkzaamheden dien je ook professioneel gedrag te vertonen. Zorg ervoor dat je tijdens het uitvoeren van de opdracht het volgende gedrag vertoont: • Je vraagt het kind en andere betrokkenen naar hun ervaringen, ideeën en gevoelens over de geboden opvang en begeleiding en luistert aandachtig, zodat je deze informatie kunt meenemen/inbrengen bij de evaluatie.

100


De werkzaamheden evalueren

Je verwerkt en registreert zorgvuldig alle benodigde gegevens en scheidt de hoofden bijzaken, zodat rapportages en evaluaties kernachtig, volledig en inzichtelijk zijn. Je analyseert beschikbare (cijfermatige, mondelinge) gegevens grondig en concludeert of de geboden opvang en begeleiding en de uitgevoerde coördinerende, beleidsmatige beheertaken en netwerkcontacten voldoen en of er voldoende voortgang is en komt met haalbare oplossingen, zodat je indien nodig (in overleg) de uitvoering van je werkzaamheden kunt bijstellen.

STARR De reflectie volgens de STARR-methode doe je aan het eind van de BPV-opdracht. Je beschrijft de opdracht en hoe jij hem hebt uitgevoerd. Ook beschrijf je welke acties je hebt ondernomen en wat het resultaat was van de BPV-opdracht. Daarna ga je reflecteren. Hierna staat de opzet van een STARR.

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

.

Situatie en Taak • Omschrijf de situatie en geef daarbij aan welke taak/rol jij had. Actie en Resultaat • Omschrijf welke acties/handelingen je op dat moment hebt ondernomen en wat hiervan het resultaat was. Reflectie • Beschrijf hoe jij je op dat moment in de situatie voelde. • Beschrijf waarom je op deze manier hebt gehandeld. • Beschrijf hoe je het de volgende keer anders zou aanpakken.

101


Beoordeling - Producten BPV-begeleider O

V

Product – Welbevinden Het verslag beschrijft: • een plan van aanpak • de uitvoering van het plan van aanpak • een conclusie • hoe het gesprek met de werkbegeleider is verlopen.

ig ht

Ed u'

Ac

tie fb .v

In het evaluatieverslag zijn de onderstaande punten verwerkt: • mening van het kind over de opvang • bijzonderheden uit de rapportage over de opvang van die periode • mening van collega’s over het kind • aanwezigheid van het kind op de opvang (soms zijn kinderen maar weinig op de opvang omdat ze bijvoorbeeld ook met vriendjes mee mogen of omdat ze soms thuis gehouden worden omdat moeder of vader toch vrij is) ��� hoe ouders en het kind omgaan met afspraken.

.

Product – Evaluatieverslag ter voorbereiding op een periodiek oudergesprek

Product – Begeleiding buitenspel

C

op

yr

In de evaluatie komende de volgende onderdelen aan bod: • voorbeelden en situaties waaruit blijkt op welke manier er begeleiding wordt geboden • in hoeverre de begeleiding een actieve deelname heeft aan het buitenspel met de kinderen • op welke manieren de veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd • hoe er wordt ingespeeld op risicovolle situaties en eerste hulp bij ongelukken • aandacht en of verbeter punten met betrekking tot de geboden begeleiding • feedback op de evaluatie van collega’s en werkbegeleider.

102

BPV-docent O

V


De werkzaamheden evalueren

Beoordeling - Producten BPV-begeleider O

V

BPV-docent O

V

Product – Geboden opvang op het werk

.

De uitkomst van je onderzoek bevat: • een eigen visie met betrekking tot de geboden opvang en begeleiding binnen de BPV-instelling • een observatieplan (2x) • een conclusie naar aanleiding van de observatie (2x) • hoe het gesprek met je werkbegeleider is verlopen.

tie fb .v

Product – Evaluatie

C

op

yr

ig ht

Ed u'

Ac

De evaluatie beschrijft: • de gekozen manieren om informatie te verzamelen • de evaluatiegegevens die zijn verzameld • een conclusie van de evaluatiegegevens met een voorstel voor haalbare oplossingen om de opvang te verbeteren • een mondelinge evaluatie met de werkbegeleider • haalbare oplossingen om de opvang te verbeteren • een mondelinge evaluatie met de werkbegeleider.

103


Beoordeling - Professioneel gedrag BPV-begeleider Competentie

Criteria

O

D Aandacht en begrip tonen

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang vraagt het kind en andere betrokkenen naar hun ervaringen, ideeĂŤn en gevoelens over de geboden opvang en begeleiding. De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang luistert aandachtig, zodat hij deze informatie kan meenemen/inbrengen bij de evaluatie.

.

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang verwerkt en registreert zorgvuldig alle benodigde gegevens.

tie fb .v

J Formuleren en rapporteren

Ac

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang scheidt de hoofd- en bijzaken, zodat rapportages en evaluaties kernachtig, volledig en inzichtelijk zijn. De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang analyseert beschikbare (cijfermatige, mondelinge) gegevens grondig.

Ed u'

M Analyseren

C

op

yr

ig ht

De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang concludeert of de geboden opvang en begeleiding voldoen. De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang concludeert of de uitgevoerde coĂśrdinerende, beleidsmatige beheertaken en netwerkcontacten voldoen. De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang concludeert of er voldoende voortgang is. De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang komt met haalbare oplossingen, zodat hij indien nodig (in overleg), de uitvoering van zijn werkzaamheden kan bijstellen.

Beoordeling product: Beoordeling professioneel gedrag: STARR aanwezig: Eindoordeel BPV-opdracht:

104

onvoldoende/voldoende/goed onvoldoende/voldoende/goed ja/nee onvoldoende/voldoende/goed

V


De werkzaamheden evalueren

Opmerking:

Beoordelaars BPV-opdracht Naam instelling Naam beoordelaar Functie

.

Datum + handtekening

tie fb .v

Naam instelling Naam beoordelaar

Naam student

Ed u'

Datum + handtekening

Ac

Functie

C

op

yr

ig ht

Datum + handtekening

105


10101 bpv gpm4ko mv 050813