Issuu on Google+

Eindwerkstuk bk6060 Begeleider: Wouter Willers Eindwerkstuk bk6060 - M.F M.F. van van Aerschot Aerschot 1312006 1312006

Docent: H. van de Putte Proefversie Eindwerkstuk eindwerkstuk Pakhuis Pakhuis Santos Santos bk5100_R-mit bk5100_R-mit


Eindwerkstuk Bachelor bk6060 TU Delft

Bouwkunde

Eindwerkstuk Behandeld project

Bk6060 Bk5100_Rmit

Ontwerpgroep 7 Door: Fabian van Aerschot

b1312006

Docenten:

Alexia Luising Niel Slob

Begeleider eindwerkstuk Datum:

Wouter Willers 15 juni 2010

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit

2


Voorwoord Het schrijven van een wetenschappelijk werk is voor studenten aan de faculteit bouwkunde vaak een nieuw fenomeen. De bouwkunde student denkt over het algemeen in beelden en niet in woorden. Problemen worden aan de hand van tekeningen en schetsen opgelost en het vakjargon strekt verder dan de abstractheid van woorden. Oplossingen worden vaak bedacht in het hoofd en een deel van het ontwerpen zal gebaseerd zijn visie. Deze visie bestaat uit beelden en niet uit woorden. Dit gezegd hebbende zal het dus een uitdaging worden om een complex beeldend proces te beschrijven in woorden. Beelden zijn verhalend en niet abstract en worden vaak gebruikt voor hun verleidende en concrete kracht. Ze worden geselecteerd vanwege hun evocative kracht. (Neutelings, 2005) Wanneer men een tekening maakt van een gedicht zal wanneer het gedicht zelf niet meer getoond wordt niet altijd het zelfde gedicht weer kunnen reproduceren aan de hand van die tekening.. In dit eindwerkstuk wordt een ontwerpproduct en een ontwerpproces beschreven, geevalueerd en gereflecteerd aan de hand van wetenschappelijke bronnen en referenties. Het eigen ontwerp en proces zullen in een breder kader worden geplaatst. Het eindwerkstuk zal veel beeldreferenties gebruiken om op die manier zowel het eindproduct als het ontwerpproces helder te ondersteunen. Het eindwerkstuk is de afsluiting van de Bachelor, aan de hand van een theoretische terugblik op een ontwerpproces kan worden gesteld dat de opleiding bouwkunde in Delft thuishoort aan een universiteit. Want zonder evaluatie en reflectie ontstaat er nooit vooruitgang.

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit 3


Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1

Beschrijving ontwerp opgave

Voorwoord

3

§1.1 Aanleiding ECC en kansen §1.2 De locatie §1.3 Het Santos pakhuis

5 5 6

§1.4 Beschrijving opdracht §1.5 Ambities en visie §1.6 Programma van eisen en randvoorwaarden

6 7 8

Hoofdstuk 2

Beschrijving ontwerp product

§2.1 Stedebouwkundig plan ECC

9

§2.2 Het Santos pakhuis

10

Hoofdstuk 3

Verantwoording en en evaluatie ont werpproduct

§3.1 Verantwoording ontwerp keuzes ECC

14

§3.2 Verantwoording ontwerp keuzes Santos pakhuis

15

Beschrijving en reflectie: markante gen erieke deel oplossingen

§4.1 Markante generieke deeloplossingen §4.2 Het verkeerssysteem van het ECC; bereikbaarheid versus bewegingsvrijheid

19

Hoofdstuk 4

19

§4.3 De integratie van verschillende duurzame systemen 20 §4.4 Het binnen plein 22

Hoofdstuk 5

Beschrijving ontwerpproces: strategie en keuze

§5.1 Beschrijving ontwerpproces §5.2 Gehanteerde technieken §5.3 De variantenstudie

23 23 24

§ 5.4 Het ontwerpschema

25

Hoofdstuk 6

Verantwoording en evaluatie ontwrp proces

§6.1 Evaluatie ontwerpproces §6.2 Hypothese een

27 27

§ 6.3 Hypothese twee

29

Hoofdstuk 7

Reflectie op ontwerpproces

§7.1 Reflecteren op het ontwerpproces van analyse tot eindproduct §7.2 De analogie in ontwerpprocessen §7.3 Een atelier met experts, een gewenste situatie

§ 7.4 Reflectie op de variantenstudie § 7.5 De beslissingscyclus § 7.6 Conclusie van de reflectie

31 31 33

§ 8.2 Conclusies

34

Hoofdstuk 8

Samenvatting en conclusies

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

30 30 31

§ 8.1 Samenvatting

34

Literatuurlijst en Bronnenlijst

35

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit

4


Hoofdstuk 1 De ontwerpopgave: Het European Chinese Centre § 1.1 Aanleiding ECC en kansen In veel westerse havensteden waaronder Rotterdam heeft de naoorlogse modernisering van de haven buiten de stad in richting van de zee plaatsgevonden waardoor de 20-ste eeuwse havengebieden hun functie verloren en verpauperden. De gemeente wil van Katendrecht een wervelend nieuwe woon en activiteiten centrum maken die van alle gemakken voorzien is. De gebiedsontwikkeling die de gemeente Rotterdam voor ogen heeft met de kop van zuid kan een vervolg krijgen op Katendrecht.

Onze opdracht is om op het scharnier van Katendrecht met de kop van zuid een European Chinese Centre (ECC) te ontwerpen, het programma van eisen van deze ontwerp opgave wordt in paragraaf 1.6 behandeld. De ontwerpopgave betreft in eerste instantie het ontwerpen van het hele te ontwikkelen gebied waarna het Santos pakhuis kan worden herontwikkeld als brandpunt van dit nieuwe gebied. Het pakhuis dient dus als magneet een aantrekkingskracht te vormen voor de omliggende buurt. Uit analyse van de gemeente Rotterdam blijkt dat het ECC een sleutelrol vormt in de verbinding tussen Katendrecht en de rest van Rotterdam. Katendrecht is een schiereiland, dit betekend dat de verbinding die wordt gevormd door het ECC essentieel is voor een goed functionerend gebied. Wanneer dit gebied goed zal worden ontworpen kan het ECC zorgen voor

§ 1.2 Locatie De locatie is gelegen in Rotterdam, de havenstad van Nederland. Rotterdam heeft de grootste haven van Europa (Havenautoriteiten, 2009). Dit laat in het weefsel van de stadsplattegrond duidelijk zijn sporen na, vooral langs de Maas. Katendrecht is door de geschiedenis ook een haven geweest, het was een haven waar goederen naar en uit china werden ge ex- en importeerd. Hierdoor ontstond er op Katendrecht een vorm van chinese clustering rond het eind van de 19e eeuw (de Rol, 2006). In dat opzicht is de keuze voor een European Chinese Centre op deze plek dus niet toevallig. De afmetingen van de locatie zijn ingetekend op de volgende pagina. Het European Chinese Centre (ECC) zal, zoals op kaart 2 te zien is een belangrijke schakel vormen tussen de “hand” en het “lichaam”, het ECC wordt ook wel het polsgebied genoemd. Het Santos Pakhuis zal op dit polsgebied een belangrijke rol vertolken.

Afb. 1 (Google maps, 2010)

Santos pakhuis ECC Katendrecht

Afrikaanderbuurt

De wijken op zuid gaan mee in de gehele vernieuwingswind die door de Rotterdamse stadsdelen waait. Iedere wijk, met zijn eigen geschiedenis, wordt op maat vernieuwd. De betrokkenen willen een wijk die weer bij de tijd is, en misschien zelfs een beetje hip. (VROM, 2009)

een inpuls van het schiereiland Katendrecht en op die manier bijdragen aan het succesvol ontwikkelen van niet alleen Katendrecht, maar ook van de Afrikaanderbuurt. In de afbeeldingen 1, 2 en 4, 5 en 6 is een helder overzicht te krijgen van de locatie en het toekomstige ECC.

Afb. 2 (Google maps, 2010)

Het Santos pakhuis (afb. 3) is een voormalige opslagplaats voor goederen die van de schepen werden gehaald in de haven van Katendrecht. Doordat Katendrecht zijn functie als haven grotendeels heeft verloren staat dit pakhuis nu leeg. Het is een rijksmonument. Het gebied rond dit rijksmonument behoort tot de opgaven van het ECC waarin het Santos pakhuis de spin in het web vormt. Afb. 3 (Wikimedia, 2010)

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit 5


Hoofdstuk 1 De ontwerpopgave: Het European Chinese Centre ยง 1.3 Het Santos pakhuis Het pakhuis Santos is gebouwd in opdracht van N.V. Blauwhoedenveem. Het pand was bestemd voor deopslag van Braziliaanse koffie. Deze koffie werd verscheept uit de Braziliaanse haven Santos. De sokkelzone van de voorgevel is voorzien van een rustica. Voor de gevelopzet bediende Stok zich verder van Berlagiaanse motieven zoals segmentboogvensters, geaccentueerde hoekblokken, lateien en sierbanden van natuursteen en pleisterwerk. De draagconstructie bestaat uit geklonken gietijzeren kolommen in een stramien van 4,22 bij 5,30 meter. Deze rusten in de kelderverdieping op hardstenen consoles, die zijn gefundeerd op een zeer groot aantal palen. De verdiepingsvloeren bestaan uit houten bintlagen en planken. De goederen werden met behulp van lieren naar de verschillende verdiepingen getild. De vier lierhuizen op het dak werden in 1970 afgebroken, waarna de borstwering is doorgetrokken. Lange tijd is het dak gesierd geweest met een gigantische gietijzeren constructie, waarop de firmanaam stond vermeld. Het pakhuis is een rijksmonument. Sinds enige jaren staat het gebouw leeg, een plan voor hergebruik is gewenst. (Teeuw, 2008)

238 meter 102 meter 175 meter

266 meter 88 meter 48 meter Afb. 4 (Bing maps, 2010)

ยง 1.4 Beschrijving opdracht Afb. 5 (van Aerschot, 2009) De genus locii van een havengebied is een aspect dat bij de Nederlandse cultuur hoort. Het is dus de vraag op welke manier deze kenmerkende haven sfeer kan worden ingezet voor het maken van een nieuwe inspirerende leefomgeving. En welke rol kunnen hierbij de oude havens en bestaande gebouwen spelen? In deze ontwerpopgave wordt het polsgebied op Katendrecht, gelegen aan de zuidzijde van de Rijnhaven, herontworpen tot een multifunctioneel gebied met woningen. Hierbij wordt gekeken naar milieutechnische, architectonische, bouwkundige en stedenbouwkundige aspecten. Dit gebied vormt

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

Afb. 6 (van Aerschot, 2009)

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit

6


Hoofdstuk 1 De ontwerpopgave: Het European Chinese Centre

2. De herbestemming van het Santos pakhuis. . De verschijningsvorm van het herbestemde pakhuis, de interne en externe structuur, de bouwtechnische en milieutechnische opbouw en het verkrijgen van een compleet beeld per ruimte voor wat betreft opbouw, materiaal en afmetingen, worden aan de kaak gesteld in dit deel van het ontwerp. De hoofdstructuur en afmetingen weergegeven in afbeelding 7 Het Santos pakhuis heeft een aantal opvallende kenmerken waaronder de markante gevel. (zie afb 8) De combinatie van deze twee opgaven resulteerd in een compleet plan voor het polsgebied waarin het Santos pakhuis het scharnierpunt wordt. In de doorsnede in afbeelding 9 is te zien hoe de constructie van het pakhuis verjongt naarmate de verdiepingen toenemen, dit zal later in het ontwerp een belangrijk effect hebben op het eindproduct. ยง 1.5 Ambities en Visie Om het Santos tot een brandpunt te maken zijn er in het ontwerp een aantal middelen ingezet. Het Santos

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

24,50 meter

1.De stedenbouwkundige opgave van het Pols gebied, zie afbeelding 2. Dit gebied moet worden getransformeerd van een (deels) in onbruik geraakt havengebied tot het ECC. Het gebied vervult hierin een sleutelpositie als overgangsgebied tussen de Wilhelminapier, de Laan op Zuid, het metrostation Rijnhaven en Katendrecht. Het doel van de stedenbouwkundige ontwerpopgave is dat het bruikbare en inspirerende uitgangspunten oplevert voor het hergebruik van het Santosgebouw.

ligt op een kruispunt van verkeersstromen, hierdoor zal het voor de hand liggen voor de voetganger om door het gebouw heen zich te verplaatsen. Het ontwerp zal hier rekening mee moeten houden. In dit project is duurzaamheid een belangrijk aspect en zal totale zelfvoorzienendheid worden nagestreeft. Het gebouw zal misschien zelfs genoeg energie kunnen opwekken voor de omliggende woningen en voorzieningen zoals in op verschillende locaties in Europa al gerealiseerd is. Het Santos moet een gebouw worden met veel verschillende functies waardoor er een activiteiten centrum ontstaat rond en in het gebouw. De visie voor het Santos kan dan ook in een zin worden samengevat; Het Santos dient een duurzame landmark te worden die zowel een activiteiten centrum is als een rustplek voor bewoners. In het ontwerp zal deze scheiding helder worden doorgevoerd en eenvoudig te herkennen zijn.

31,80 meter

Afb. 8 (Atelier 7, 2009)

33,76 meter

op zijn beurt de leidraad voor het herbestemmings ontwerp van het Santos pakhuis (P. Teeuw,2009). Hieronder word deze tweedeling helder beschreven. De opgave van het ECC is opgedeeld in twee deelprojecten;

31,80 meter

Afb. 7 (Atelier 7, 2009)

Afb. 9 (Atelier 7, 2009)

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit 7


Hoofdstuk 1 De ontwerpopgave: Het European Chinese Centre § 1.6 Programma van eisen en randvoorwaarden De locatie en de opdrachtgever schrijft de ontwerper een aantal heldere Eisen voor: Stedenbouwkundig pve (105.000 m2) - Wonen (41000m2) - Appartementen (9000m2) - Horeca (8000m2) - Kenniscentrum (6000m2) - Winkels (9000m2) - Kantoren (12000m2) - Parkeren (20000m2) Programma van eisen Santos gebouw Short-stay appartementen (4000m2) 72m2 gemiddeld per appartement voor 1 a 2 personen. uitsluitend de intentie om niet langer dan een half jaar te huren. 3 type appartementen waarvan: ype 1 65m2 type 2 75m2 type 3 90m2. Het Kenniscentum (1500m2) Bibliotheek en museum geschiedenis Katendrecht.

Het Santos pakhuis is een monument, er zal rekening moeten worden gehouden met het behoud van monumentale elementen. Omdat het gegeven programma van eisen niet in het pakhuis past zal er een uitbreiding gemaakt moeten worden. Er zullen verschillende maatregelen worden genomen zodat het ECC terrein een activieitencentrum wordt. Het Santos pakhuis moet goed toegankelijk zijn vanaf elke kant zodat het een belangrijke spil vormt op het ECC terrein. De ingang moet een belangrijk element worden, er moet geen barriere ontstaan tussen binnen en buiten. Van alle kanten moet en Santos toegankelijk zijn. De rooilijenen en uitgangsposities voor het Santos pakhuis moeten worden beschreven na het ontwerp van het ECC terrein. Het ECC moet dienende en publieke functies herbergen. Het gebied moet goed te bereiken zijn, zowel met het openbaar vervoer als met de auto of langzaamverkeer, hiervoor moeten ontwerp oplossingen worden gevonden. Het gebouw moet een functie als duurzaam brandpunt gaan vertolken, dit houd in dat wanneer de bezoeker het gebouw betreedt men bewust moet zijn van de verschillende duurzame ingrepen. Het Santos moet een ontmoetingsplek van het stedenbouwkundig gebied op de onderste etages.

Horeca (500m2) Eet en drink gelegenheden Energie Installatie ruimten (160m2) voor conventionele installaties en ruimten (400m2) voor de duurzame warmtewisselaars. watertanks en afvalverwerking. Stijgpunten en verkeersruimten (800m2) De locatie en de opdrachtgever schrijft de ontwerper een aantal heldere randvoorwaarden voor:

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

Het gebouw moet klimaatneutraal worden uitgevoerd. De uitbreiding van het Santos zal naar verwachting energie moeten kunnen opwekken om op die manier het oude monumentale deel te voorzien van energie Water vanuit regenopvang m.b.v een zuiveringsinstallatie kan er drinkwater van gemaakt worden. Ook kan dit water gebruikt worden als

spoelwater voor sanitaire voorzieningen. Materialen Duurzame materialen waaronder fsc hout en cradle to cradle producten, deze materialen zijn chemisch afbreekbaar of herbruikbaar. (W. McDonough, 2002) GeĂŻntegreerd afvalsysteem dat de gebruiker van het gebouw ontlast extra handelingen te verrichten. DCBA-kwartet duurzaam bouwen : Het DCBA-kwartet duurzaam bouwen is een methode die een leidraad kan vormen in het ontwikkelen van een susainable ontwerp. De methode dwingt de ontwerpers om in een vroeg stadium ambities te formuleren waardoor er vanaf de initiatief fase al rekening wordt gehouden met een duurzaam ontwerp. De methode geeft een ambitieniveau aan in de vorm van vier gradaties. D, C, B, A, waarin A de meest ambitieuze is. Hieronder staat toegelicht welke ambities er aan het ECC zijn gesteld door de opdrachtgever. Energie B, Actieve zonneenergie, 45% reductie t.o.v. standaardwoningen, zonnecollectoren. Water A, Grondwater neutraal, volledige zuivering, drinkwater, geen inlaat dus al het water hergebruiken. Groen C/B, geheel ecologiesch beheer. Verkeer B, langzaam verkeer heeft voorrang, reizen zonder spoorboekje (6x/h), dubbelparkeergebruik. Materialen B, halfverharding, herbruikbaar materiaal, toepassen gebruikt materiaal. Leefmilieu B, continue ventilatie. Afval A, geen bouwafval, statiegeld, kringloop 100%. (Aalbers 2001)

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit

8


Hoofdstuk 2 beschrijving ontwerpproduct § 2.1 Stedebouwkundig plan ECC Het stedebouwkundig plan is de basis waarop het Santos pakhuis ontwerp gegrondvest is. Het ontwerp is gebaseerd op een aantal concepten die door middel van icoontjes in beeld worden gebracht. zie afb. 10. 1. Het verkeerssysteem: Verschillende verkeersstromen worden gescheiden zodat er geen conflicten ontstaan, hierbij worden de verschillende verkersstromen ook hierarchisch gerangschikt. Het langzaamverkeer, waaronder de voetgangers en de fietsers worden gerekend, wordt op het hoogste voetstuk geplaatst. Het langzaamverkeer waaronder gemotoriseerd bestemmingsverkeer wordt gerekend, staat op het tweede plan en het parkeren van auto’s wordt op het onderste plan gerealiseerd. De hierarchie is niet alleen symbolisch maar wordt in het ontwerp letterlijk op verschillende decks gepland. In de verschillende doorsneden (afb. 13,14,15 en 16) is deze scheiding waar te nemen. Ook de conceptschetsen in afb. 17 en 20 tonen dit verhaal. Afbeelding 18 doet dit voor de huizen gelocaliseerd tussen het Santos en de Afrikaanderbuurt. 2. Het Santos pakhuis is het centrum van het gebied. Om dit te realiseren is er voor het Santos een plein ontworpen dat functioneerd als de openbare ruimte van het ECC. Deze openbare ruimte wordt leven in geblazen door een doorbloeding van infrastructuren. In de plint van de bouwvolumen zijn ateliers en werkruimtes gepland zodat op die manier een actieve sfeer hangt in het ECC. 3. Door bouwhoogten en niveauverschillen wordt het Santos pakhuis ook in ruimtelijk opzicht geaccentrueerd. Het centrum van het ECC wordt op deze manier ondubbelzinnig duidelijk voor de bezoeker. Het Santos ligt op het knooppunt van verschillende assen en wordt op deze manier als

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

centrum ontworpen. Ook funcitoneel zullen in de plint ronde het Santos diendende functies worden gesitueerd. In afbeelding 12 en 17 is te zien hoe het langzaamverkeer al in een vroeg ontwerpstadium op een hoger voetstuk is geplaatst. De doorsnedes werken verduidelijkend en vertoken de drie gestelde basisconcepten. Bij de doorsnedes zijn architectonische opties in de bouwvolumen gegeven, dit is om een impressie te geven van de uiteindelijke mogelijkheden van het gebied. In de plattegrond (afb. 11) is aangegeven waar de getoonde doorsnedes zijn gemaakt (afb. 12 t/m 16). De rand van elke doorsnede heeft een kleur die

Afb. 12 (van Aerschot, 2009)

Afb. 13 (Atelier 7, 2009)

Afb. 14 (Atelier 7, 2009)

Afb. 15 (Atelier 7, 2009) Santos doorsnede 1: 500

Afb. 10 (Atelier 7, 2009)

10000

Afb. 11 (Atelier 7, 2009)

18000

30000

18000

20000

4000

Afb. 16 (Atelier 7, 2009)

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit 9


Hoofdstuk 2 beschrijving ontwerpproduct correspondeerd met een de aangegeven snedes in de plattegrond. § 2.2 Het Santos pakhuis Drie concepten liggen ten grondslag aan het ontwerp, het energieconcept, de drie werelden en het doos in doos concept. Zie afbeelding 22. Om een beter beeld te krijgen van hoe het ontwerpproduct in elkaar steekt zal hieronder een virtuele tour door het gebouw beschreven worden. De grootste verkeersstroom die aankomt op het Santos pakhuis is het langzaamverkeer. De voetgangers en fietsers naderen het Santos op de eerste verdieping en via de kelder aan de pleinkant van het gebouw (zie stedebouwkundige kaart en afb. 20). Vanaf de “achterzijde” naderd het langzaamverkeer het Santos op de begane grond. Door deze vorm van toegankelijkheid ontstaat er een publiek binnenplein op de onderste etages van het Santos. Het binneplein kan fungeren voor voetgangers als verbinding tussen de twee verkeersassen. De kelder tot de vierde verdieping zijn publieke ruimten. Elke verdieping heeft een L-vormige structuur. De oude bakstenen muren van het Santos vormen een herinnering aan het oude pakhuis. Doordat een doos in doos principe wordt gehanteerd kunnen de ruimten als de bibliotheek en het restaurant afzonderlijk worden verwarmd. Hierdoor zijn de stookkosten lager en kan de verbinding tussen binnen en buiten zonder veel hinder worden gerealiseerd. In de kelder van het Santos is een expositie die de bezoekers van het ECC gebied inlicht over de duurzame ingrepen en het belang van duurzame stedenbouw. Het water dat opgevangen wordt op het plein wordt gefilterd en naar het bassin geleid. Het bassin bevind zich onder de ingang aan de Hillendijk zijde. Er bevind zich in het midden van

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

Afb. 17 (van Aerschot, 2009)

Afb. 20 (van Aerschot, 2009)

Afb. 18 (van Aerschot, 2009)

Afb. 19 (van Aerschot, 2009)

Afb. 21 (Atelier 7, 2009)

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit

10


Hoofdstuk 2 beschrijving ontwerpproduct de grote vide een vijver waar omheen een coffee corner is ontworpen.Wanneer men de trap oploopt vanuit de kelder naar de eerste verdieping wordt de grootsheid van de ruimte ervaren door de vide en het trappensysteem. Op de begane grond is het overzicht voor de binnenkomende mensen vanaf de Hillendijk helder en veelbelovend. De entree van af het deck bevind zich op de eerste verdieping. De entree van de bilbliotheek bevind zich op deze verdieping. Het bibliotheek volume telt twee verdiepingen. Op het bibliotheek volume is een restaurant gelegen die met uitzicht op het binnenplein op de wijk en op residentiele gedeelte van het Santos. (afb. 23) Het restaurant is de afsluiting van het publieke deel van het Santos. De routing die circulair is opgebouwd eindigd bij het restaurant. Wanneer men de Lift neemt om naar de Appartementen te gaan in de bovenste helft van het Santos komt men door drie werelden. Het openbare binneplein, de lofts in het oude pakhuis en de nieuwe lichte short- en long stay appartementen. In de Doorsnede zijn deze drie werelden waar te nemen, de gekleurde kaders in de doorsnede kunnen worden teruggevonden de concepttekening. (afb 21 en 22)

het hoofdstuk generieke deeloplossingen. In de doorsnede op een eenvoudige wijze weergegeven hoe het klimaat systeem in de zomer en in de winter werkt. In de rechter helft van de opbouw is de zomersituatie getekend en in de linker helft de wintersituatie. Doordat het doos in doos princiepe ook is toegepast in

Afb. 21 (Atelier 7, 2009)

Afb. 23 (Atelier 7, 2009)

De lofts in het oude gedeelte van het Santos hebben een balkon aan de vide zijde waar de bewoners kunnen genieten van het bruisende binnenplein terwijl ze op hun prive balkon zitten. Balkons aan de buiten zijde zijn na discussie in de groep onconfortabel en esthetisch onverandwoord beschouwd. De opbouw van het Santos functioneerd als batterij voor de wijk terwijl het oude pakhuis zelf opgewekte energie gebruikt. Het klimaatsysteem van de appartementen is ontworpen om een minimale hoeveelheid energie te gebruiken. Dit wordt door middel van lage temperatuurverwarming en koeling, goede isolatie, zonnewering, zonnecellen en watercirculatie bewerkstelligd. Deze verschillende deeloplossingen kunnen worden besproken in

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

Afb. 22 (Atelier 7, 2009)

Afb. 24 (Atelier 7, 2009)

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit 11


Hoofdstuk 2 beschrijving ontwerpproduct de opbouw is er een thermische buffer ontworpen. De identiteit van het pakhuis is bewaard gebleven doordat de oude bakstenen gevel aan de binnenzijde van het pakhuis nogsteeds zichtbaar is. Dit is ook in de 1:20 doorsnede te zien (afb. 24) De plattegronden zijn allen georienteerd op de vide die als lijdraad elke verdieping terugkomt. Hierdoor blijft er een connectie tussen de drie verschillende werelden waardoor een bruisende cultuur silo ontstaat. Van elk van de drie werelden is een plattegrond weergegeven (afb. 25, 26 en 28) In de opbouw is centrale wasserette ontworpen zodat de short-stay appartementen niet voorzien hoeven te zijn van wasmachines. Het Santos herbergt veel maatregelen om een monument om te toveren tot een klimaat neutraal gebouw. Een belangrijk onderwerp daarbij wordt vertegenwoordigd door de energie-structuur. Een goed functionerende energie-structuur bestaat uit energie opwekking en energiedistributie. De methodiek die wordt gehanteerd voor het ontwerp opgaven van energie neutrale gebouwen wordt momenteel beredeneerd in een aantal werken waarvan het duurzaam pakket stedebouw erg waardevol is geweest (M.Witberg, 1999). Een hoofdelement in het Santos is het atrium dat in het centrum van het gebouw is ontworpen. Dit atrium is het eikpunt en de lifeline van het ontwerp. Tijdens een bezoek aan het Santos pakhuis werd duidelijk dat de afmeting van het pakhuis, 33.7 meter bij 31.8 meter, zodanig groot is dat er in het midden van elke verdieping totale duisternis heerst. Om een dergelijk probleem op te lossen moeten er drastische ontwerpoplossingen gevonden worden. In dit ontwerp is er voor een atrium gekozen die op de onderste vier verdiepingen als vide werkt en op de verdiepingen vijf tot negen als overdekte buitenruimte. Hierdoor is

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

Afb. 25 (Atelier 7, 2009)

Afb. 27 (Atelier 7, 2009)

Afb. 26 (Atelier 7, 2009)

Afb. 28 (Atelier 7, 2009)

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit

12


Hoofdstuk 2 beschrijving ontwerpproduct het Santos voorzien van een hoeveelheid daglicht die ervoor zorgt dat er een leefbaar klimaat ontstaat. Om het project volledig te kunnen overzien zijn op de volgende afbeeldingen de appartementen in het bovenste deel van het Santos weergegeven. Met kleuren wordt in de doorsnede gerefereerd aan de plattengronden en renders (afb. 27). Op deze pagina zijn de renders van de lichtkoker met hierin de trappen te zien (afb. 29, 30 en 31). In de een op twintig doorsnede is af te lezen dat het doos in doos concept ook in de detaillering terug komt. Doordat het oude pakhuis niet geisoleerd wordt is er minder energie nodig om de gebruiksruimten te verwarmen. In afbeelding 30 is de ruimtelijke openheid van de dakopbouw te zien.

Afb. 29 (Atelier 7, 2009)

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

Afb. 30 (Atelier 7, 2009)

Afb. 31 (Atelier 7, 2009)

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit 13


Hoofdstuk 3 verantwoording en evaluatie ontwerpproduct § 3.1 Verantwoording ontwerpkeuzen ECC Bij het verantwoorden van het ontwerpproduct is het belangrijk dat er wordt teruggekoppeld aan het programma van eisen en randvoorwaarden. Als het over de evalutie van het ontwerpproduct gaat worden bepaalde keuzen onderbouwd. Verschillende in hoofdstuk een behandelde randvoorwaarden die belangrijk blijken te zijn in het ontwerpproduct zullen worden toegelicht, verantwoord en in een breder kader geplaatst. Verantwoording Chinese thema Uit de analyse blijkt dat de het in de Chinese cultuur wordt gewaardeerd wanneer er veel ruimte is voor voetgangersverkeer. Ook wordt in de Chinese cultuur werk en sociale activiteiten gescheiden gehouden. Collectief groen wordt meer gewardeerd dan klein snippergroen. Dit collectieve groen heeft vaak de functie van een bijeenkomstplek. (Davies, 1995) Deze bijeenkomstplek is vertegenwoordigd door het groen te centraliseren rond het Santos gebouw. zie afbeelding 32, 33, en 34. Verantwoording totaalontwerp ECC Rotterdam heeft genoeg landmarks. Door de hoeveelheid autonome gebouwen is het verband in het gebied zoek geraakt (dS+V afdeling stedebouw, 2007) Het is dus een doel geweest om het ECC een samenhangend gebied te maken. zie afbeelding 34. Verantwoording lichttoetreding Het is belangrijk voor een duurzame wijk om een gunstige lichttoetreding te hebben. Hierdoor zijn er grote gaten in de bouwvolumen aan de Hillendijk ontworpen. Zie afbeelding 35 Verantwoording verkeersysteem Nadat de Maashaven gegraven werd +- 1900 werd de routen naar Katendrecht onderbroken. Hierdoor verliest Katendrecht zijn natuurlijke “doorbloeding”.

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

Aanvankelijk was dit geen probleem omdat de haven nijverheid niet vroeg om sociale activiteit. De twee verkeersassen zijn over de fysieke grens, de Hillenlaan, heengetrokken. zie afbeelding 36 en 39 Doordat de economie bloeide groeit het aantal havens in Rotterdam explosief. Katendrecht wordt een havengebied. In de 20e eeuw trekt de haven steeds meer naar de Noordzee toe en Katendrecht veliest langzaam zijn functie als centrale haven. Vult deze functie op en trekt het stedelijke deel van Rotterdam door op Katendrecht. Zie afbeelding 37. De Hillelaan snijdt Katendrecht af van de Afrikaanderbuurt. Uit de analyse blijkt dat dit een belangrijke oorzaak is van de autonoomheid van Katendrecht. De metroljn is hoger gelegen en vormt daardoor geen fysieke barriere. Door de Hillelaan te ondertunnelen wordt op het maiiveld de toegang tot Katendrecht aanzienlijk verbeterd. Door een mogelijk fietsbrug tussen Katendrecht en de kop van zuid wordt het langzamverkeer gestimuleerd en wordt er om de Rijnhaven meer activiteit georganiseerd. Zie afbeelding 36, 38, en 39. Verantwoording groene assen In de “hand” van Katendrecht is veel groen gelocaliseerd. Wanneer de pols pur sang een stedelijk gebeid wordt zal het voor de bezoeker onduidelijk zijn dat er openbaar groen op Katendrecht is Door een groene as aan te leggen is het voor het langzaamverkeer eenvoudiger om dit openbaar groen te bereiken. Verticale tuinen behoren ook tot de mogelijkheden. Verantwoording duurzame ingrepen. Niet alleen het Santos maar ook het hele ECC dient een duurzaam project te worden. Dit is een door de opdrachtgever gestelde randvoorwaarde. De duurzame stedenbouw wordt gerealiseerd door middel van centrale afvalpunten, het opvangen van regenwatger, het gebruik van pv-cellen en het stimuleren van loop en fietsverkeer.

Afb. 32 en 33 (Atelier 7, 2009)

Afb. 34 (Atelier 7, 2009)

Afb. 35 (Atelier 7, 2009)

Afb. 36 (Atelier 7, 2009)

Afb. 37 (Atelier 7, 2009)

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit

14


Hoofdstuk 3 verantwoording en evaluatie ontwerpproduct § 3.2 Verantwoording keuzes Santos pakhuis. De keuzen die zijn genomen tijdens het ontwerp worden toegelicht met niet alleen het oog op de monumentaliteit van het pakhuis maar ook met het oog op de ruimtelijke kwaliteit van het Santos. De constructie, de openbare ruimte in het ECC en in het Santos, de indeling van de lofts, de duurzame oplossingen en de lichtkoker worden behandeld in deze paragraaf. Door houten vloeren is er contactgeluid overlast. Met het vereiste programma dient hier dus rekening mee gehouden te worden. De daglicht toetreding is onvoldoende, er zal een ingreep moeten worden gedaan om te voldoen daan de daglicht norm. Scheuren in het metselwerk en bij opleggingen moeten worden gerenoveerd.

De begane grond is niet te bereiken vanaf buiten, het pakhuis heeft nog geen ingang. De entree is dus een speciaal aandachtspunt. Aangezien het gebouw gedeeltelijk een openbare functie voldoen de stale kolommen in het pakhuis niet aan de eisen. Wanneer deze problemen worden bekeken kan er geconcludeerd worden dat er veel aan het gebouw gedaan moet worden om het te kunnen hergebruiken. De vloeren voldoen niet aan de isolatienormen (bouwbesluit, 2009), de scheuren in de muren zorgen voor gevaarlijke situatie, de daglichttoetreding is onvoldoende en de constructie is niet direct voor hergebruik geschikt. Deze analyse heeft een belangrijke invloed op het ontwerp. Doordat de constructie niet voldoet aan de brand

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

en veiligheidseisen en bovendien de belasting van een dakopbouw niet aan kan is er gekozen voor een grotendeels nieuwe constructie. (afb. 41) Er zijn ingrijpende ingrepen gedaan in het oude monument. Wat is de identiteit van zo een monument eigenlijk? Riegl beschrijft in zijn Modern Cult of monumets (1902) twee soorten monumenten; intentional en unintentional monuments. Hiermee beschrijft hij het verschil tussen monumenten die ontworpen zijn als monument en gebouwen die later monumenten zijn geworden door een veranderende perceptie van het publiek. Het Santos is duidelijk een unintental monument. Een van de drie elementen van monumentaliteit die door Avermeate aangehaald (2009) word is de symbolische waarde. In het Santos gebouw is de symbolische waarde van het pakhuis sterk behouden. De andere twee waarden zijn aanzien en reflexiviteit. Het Santos heeft in het ontwerp meer aanzien gekregen dan het in vroegere tijden heeft gehad. Reflexiviteit heeft het pakhuis nooit gehad, hiervoor is het programma te weinig maatschappelijk relevant geweest. Rossi noemt monumenten “tastbare tekens van het verleden” (Heynen 2009). Door de monumentale gevel te laten contrasteren met de moderne opbouw wordt de tastbaarheid van het monument vergroot. Een belangrijk aspect bij het ontwerpen van openbare ruimte is het genereren van menselijke activiteit. Deze activiteit is op gebouwniveau te stimuleren. In een historisch centrum is vaak waar te nemen dat een levendig programma op de begane grond zorgt voor een gezonde openbare ruimte. (Jo Coenen, 2010) Ook in het Santos pakhuis en de bouwvolumen er omheen is er gekozen voor een begane grond met openbare functies rond het Santos. De impopulariteit van een open levenloze kille vlakte is zeer recentelijk onderzocht door S. Lentzholtzer, een promovendus aan de Landbouwuniversiteit van Wageningen. Op

Afb. 38 (Atelier 7, 2009)

Katendrecht

Afrikaanderbuurt Afb. 39 (Atelier 7, 2009)

ECC

Afrikaanderbuurt Afb. 40 (Atelier 7, 2009)

Afb. 41 (Atelier 7, 2009)

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit 15


Hoofdstuk 3 verantwoording en evaluatie ontwerpproduct tientallen pleinen zijn er mensen gevraagd over hun gevoel bij een dergelijk kaal plein. De conclusie is dat onder andere activiteiten rond de klok een plein levendig kunnen maken. Gemixte functies zorgen voor een 24-uurs economie in het ECC. De eerst vier verdiepingen van het gebouw zijn openbaar. In dit opzicht gedraagd het Santos zich als publiek gebouw. Een grote vide verbind de verschillend verdiepingen. Bepaalde aspecten van het programma van eisen vragen meer aandacht dan anderen. Er kan gesteld worden dat de verschillende functies die in het Santos ontworpen dienden te worden zorgden voor een ingewikkeld ontwerp proces. Veel beslissingen die in een vroeg stadium worden genomen hebben later een veel grotere invloed dan op dat moment gedacht. Hiervoor dienden marges de worden gecreerd zodat er een vrijheid ontstaat voor de ontwerpen (Leupen, 2005) In een vroeg stadium zijn er daarom schema’s ontworpen om op die manier helder te krijgen wat de ambitie van het ontwerpteam is. Tijdens de uitwerking van deze diagrammen ontstaan veel onvoorziene problemen die oplosbaar blijken te zijn omdat de diagrammen een hoog abstractieniveau hebben. Twee voorbeelden hiervaan zijn weergegeven in de afbeeldingen hiernaast. Een schema voor de waterkringloop toont op een heldere manier de kringloop die ontstaat, op deze manier is het watersysteem in het ontwerp doorgevoerd. (afb. 43) Het schema voor appartement type 1 is ook een voorbeeld van deze ontwerp strategie. (afb. 42) Een aantal duurzaamheidsambities kunnen worden getoetst aan de hand van cijfers, hiervan zijn volgens de ABCD methode (Aalbers, 2001) alle ambities gehaald. Bij het diagram dienen een aantal zaken te worden uiteengezet. De punten die zijn toegekend zijn berekend volgens de ABCD methode, hierin is A

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

de hoogste classering en D de laagste en dus minst ambitieuse classering. Lofts hebben een speciale functie voor de bewoner en zijn over het algemeen zeer in trek bij creatieve ondernemers omdat vaak wonen en werken gecombineerd kan worden. Een studio is op die manier tegelijk ook een appartement en leefomgeving. (Sharon Zukin, 1989) Het integreren van duurzame oplossingen in een gebouw met een complex programma van eisen is vraagstuk dat in de laatste decennia veelvuldig beschreven wordt en zal worden. Het integraal ontwerpen is een noodzaak en zal in de toekomst om de klimaatproblemen kunnen oplossen. Het integraal ontwerpen vormt de brug tussen natuur en architectuur. Uitputting vervuiling en aantasting zijn primaire kenmerken die veroorzaakt worden door de ongelimiteerde consumeringsdrang van de mens. Niet alleen financiele maar ook een geestelijke inspanning zal nodig zijn op een verandering op te treden. (Kristinsson,2002)

Afb. 42 (Atelier 7, 2009)

De opbouw van het Santos geeft het monument Santos een update. Deze update gaat uit van het feit dat de schade die aan de planeet is toegebracht niet terug te draaien is. Hiervoor zal de mens een gedragsverandering moeten ondergaan. (Friedrich von Borries, 2008) Essentieel is wederom de intergratie van de verschillende elementen. Het watersysteem is ontworpen aan de hand van verschillende bronnen waarvan het pakket duurzame stedenbouw wederom een belangrijke rol heeft gespeeld.

Afb. 43 (Atelier 7, 2009)

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit

16


Hoofdstuk 3 verantwoording en evaluatie ontwerpproduct Het gebouw is in de zowel in de doorsnede als in de plattegrond complex. Hierdoor is er al in een relatief voreg stadium gestart met het tekenen van deze tekeningen op schets en in autocad om op deze manier tegen problemen aan te lopen. Deze probelemen konden dan met terugwerkende kracht worden opgelost. Het doel van het in week zeven al beginnen met doorsnede(n) die het energie- en waterconcept beschrijven is dat er een geintegreerd systeem kan worden ontwikkeld, dit proces zal ook in Hoofdstuk vijf worden behandeld. Wanneer met als additie in een later stadium duurzame technieken toevoegd zal dit niet het geval zijn. De duurzaamheids ambities zijn voor de eindpresentatie getoetst aan de hand van de programma’s greenCalc en WEPI. Voor de eindpresentatie werden de benodigde producten getekend en vervaardigd zoals altijd heeft dit veel meer tijd gekost dat gedacht. Deze strategie zien we terug komen bij veel herbestemde pakhuizen. De in de precedenten genoemde ontwerpen van Schweger en van Herzog en de Meuron zijn op deze manier voorzien van voldoende daglicht. In het atrium is een trappensysteem waarvan de inspiratie afkomstig is van een van de etsen van Piranesi (L. Ficacci,2007) De schetsen van Piranesi hebben generaties geinspireerd en kunnen als type in elke tijd worden toegepast (afb. 45). De trappen zijn zo ontworpen dat er een vijlige brandvluchtroute ontstaat waardoor er een geintegreerd systeem van vluchtroutes ontstaat. (VROM, 2003) Het gevelbeeld wordt hierdoor niet aangetast. De trappen lopen door tot de achtste verdieping, de negende verdieping is alleen intern via de woningen te bereiken. (afb. 44) Door de appartementen op deze manier te ordenen ontstaat er in elk appartement een hoge ruimtelijke kwaliteit. Het roteren van het bovenste appartenmenten type is vanwege zijn afmetingen

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

onvermijdelijk. Het uitzicht van de bovenste appartementen is op deze manier uitzonderlijk. In de architectonische doorsnede zijn de lamellen weergegeven die in combinatie met de vloerkoeling/ verwarming zorgen voor een regelbare temperatuur. De voordeuren van de appartementen zijn op verdieping zeven en acht geclusterd, dit is vooral een belangrijke ontwerpbeslissing geweest met het oog op de lift. Wanneer de lift tot de bovenste verdieping rijkt komt de liftmotor daar bovenop. De liftkoker zal dan boven het volume uitkomen. Dit komt de esthetiek van de gevel niet ten goede. Deze deeloplossing zal in hoofdstuk vier nader behandeld worden. In het ontwerp is het belangrijk geweest dat de connectie tussen oude en nieuw nooit verloren moet gaan. Dit is in het detail en in de schetsen terug te zien. Doordat het Santos niet geisoleerd is hoeft het monument aan de binnenzijde niet te worden bekleed. Isolatiematerialen zijn vaak niet esthetisch verandwoord en omdat de dozen, waaronder de bibliotheek die in het detail te zien is, wel geisoleerd zijn ontstaat er een contrast tussen oud en nieuw. In afbeelding 48 en 49 is te zien dat er vanaf de conceptfase tot aan het definitief ontwerp er oog is geweest voor het behouden van het bewustzijn van het voormalige pakhuis. De gerestaureerde bakstenen gevel is vanuitelke positie in het hele oude pakhuis waar te nemen. Een van de grotere ontwerpbeslissingen is de dakopbouw geweest (afb. 46). De dakopbouw heeft een functionele grondlegger, een uitbreiding is nodig en wanneer het gebouw autarkisch uitgevoerd dient te worden zal er een oplossing moeten worden gevonden voor een energieconsumerend gebouw als het Santos. In afbeelding 52 is te zien hoe de dakopbouw in de winter en in de zomer het gebouw voorziet van water warmte en elektrisiteit. De technieken die

Afb. 44 (Atelier 7, 2009)

Afb. 45 (Piranesi, 1745)

Afb. 46 (Atelier 7, 2009)

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit 17


Hoofdstuk 3 verantwoording en evaluatie ontwerpproduct zijn gehanteerd worden in het hoofdstuk generieke deeloplossingen verder behandeld. De gevel ingrepen zijn noodzakelijk geweest wanneer het gaat om de toegankelijkheid van het Santos. De gevel van het Santos is in drie compositorische lijnen los te maken. De laaddeuren, de ramen en de begane grond. Wanneer er een dek wordt gelegd voor het Santos loopt is het met oog op de gevel compositie het meest voor de hand liggend om deze op de eerste verdieping te leggen. Op deze manier blijven de laaddeuren den de ramen compositorisch onaangetast. De entree van het Santos geniet hierdoor een ongelimiteerde toegankelijkheid. Een opvallende ingreep. (afb. 50 en 51) Een vergelijkbare oplossing is echter te vinden bij in 2008 opgeleverde stadschouwburg in Haarlem van Erick van Egeraat Associates. Op een zelfde wijze is de monumentale gevel behouden en een nieuwe ingang ontworpen. Het resultaat van deze ingreep is in het gevelaanzicht te zien in afbeelding 47 Het hele project is op financiele haalbaarheid getoetst door middel van het programma INKOS. INstrument voor Kosten Opbrengsten Simulatie ontwikkeld door prof. Bijleveld aan de TU Delft. Het programma De invoer bestaat uit functionele plattegronden en kengetallen voor kosten en opbrengsten, gedifferentieerd naar zwaarte van de ingreep en de functie(s) na herbestemming. (T. van der Voordt, 2007)Het invullen van de INKOS tabel heeft al in de voorlopig ontwerp fase plaatsgevonden. (afb. 53)

Situatie zomer zonnecollectoren, PV cellen en wateropvang

Situatie winter zonnecollectoren, PV cellen en wateropvang

Links is het 1:50 fragment van de opbouw weergegeven in de zomer en recht in de winter

net (gift) waterdamp

10 kW

100 kW

wasmachine RIOOL

toilet

bassin

bassin

‘s zomers warmte teruggeven verplicht in Nederland

Hierboven is het energieconcept in de zomer weergegeven

25 m

50 m

Afb. 47 (Erick van Egeraat Architects, 2008) net (afname)

natuurlijke ventilatie

wasmachine RIOOL

toilet

bassin

bassin

warmtepomp

25 m

50 m

Hierboven is het energieconcept in de winter weergegeven

Afb. 52 (Atelier 7, 2009)

Afb. 48 en 49 (Atelier 7, 2009) Afb. 53 (Atelier 7, 2009)

Afb. 50 (Atelier 7, 2009)

Afb. 51 (Atelier 7, 2009)

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

Kimatisering opbouw en energieconcepte

Afb. 54 (Atelier 7, 2009)

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit

18


Hoofdstuk 4 beschrijving en reflectie: markante en generieke deeloplossingen §4.1 De markante en generieke deeloplossing Een markante en generieke deeloplossing is een ontwerpoplossing die her te gebruiken is in een toekomstig project of al gerealiseerd project is gebruikt. Het gaat hier niet alleen om de fysieke oplossing in dit project maar ook om de denkwijze achter deze oplossing. De denkwijze wordt in een breder kader geplaatst. § 4.2 Het verkeerssysteem van het ECC; bereikbaarheid versus bewegingsvrijheid Het verkeersysteem dat is toegpast in het ECC gebied is maatgevend geweest voor het stedenbouwkundig ontwerp. Het structureren van verkeersstromen is in de huidige stedenbouwkundige ontwerpen van activiteiten centra vaker als leidraad terug te vinden. Bij deze ontwerpen gaat het dan vaak over twee knellende aspecten; bereikbaarheid en bewegingsvrijheid. In het centrum zijn auto’s ongewest omdat het de bewegingsvrijheid van het langzaamverkeer beperkt. De bereikbaarheid van het activiteitencentrum is echter een van de belangrijkste aspecten voor een goed functionerend centrum, zonder doorbloeding is er geen zuurstofafgifte mogelijk. Deze problematiek is in het ontwerp van het ECC opgelost drie verkeersstromen te scheiden. Voetgangers, fietsers en gemotoriseerd verkeer worden hierarchisch gestructureerd. De auto heeft een mogelijkheid om te parkeren onder het maaiveld, de fietser en de voetganger krijgen een ongeremde toegang tot het gebied vanuit de Afrikaanderbuurd door middel van een deck. Sitte versus Stubben De discussie die al sinds twee eeuwen gevoerd wordt is het belang van de gegroeide binnenstad. Een van

de kenmerken van een binnenstad is dat straten en pleinen als een boom gegroeid zijn, er is geen sprake van rechte georganiseerde boulevards. Stubben predikt een ingenieurs stedenbouw waarin functionaliteit de leidraad vormd. (Heeling, 2002) Later worden deze contrasten door Unwin en Howard tegen over Haussman in de praktijk gebracht. (Castex, 2003) De aard van de project is zo verschillend dat vergelijking bijna onmogelijk is. De discussie tussen de CIAM en de opvattingen van de Tendenza volgt in de jaren 60 voorbeelden van deze architectuurdiscussie zijn ondubbelzinnig in het werk dat is architectuur terug te vinden. De paralellen van deze contradictio zijn nog steeds terug te vinden, de waarde van het binnenstedelijke lijkt echter de laatste decennia niet allen aan de straat layout te worden toe gedicht. De toegankelijkheid van de functionele wijken, waar de auto een grote rol in speelt, kan in de hedendaagse stedenbouw worden gecombineerd met de bewegingsvrijheid van de binnenstedelijke autoluwe gebieden. Het stapelen en dirigeren van verkeerstromen is hier noodzakelijk voor en wordt steeds meer toegepast. Het parkeren onder binnenstedelijke centra is onvermijdelijk met oog op het nog steeds groeiende aantal auto’s, inmiddels 7,5 miljoen in Nederland. (CBS 2010) Het ontwerp dat gemaakt is voor het nieuwe centrum van Almere door OMA (Office of Metropolitan Architecture) toont hoe de tegenstrijdigheid van bereikbaarheid en bewegingsvrijheid kan worden opgelost op een intelligente manier. De auto’s rijden vanaf de weg het ontwerp in en bewegen zich onder het maaiveld zoals te zien is in het profiel in afbeelding 56. Het nieuw ontworpen maaiveld word door het ontwerp van Christian Portzamparc extra benadrukt, hij ontwerpt een tweede maaiveld op de 3e verdieping waar gewoond kan worden met uitzicht op een grasveld. Op deze manier worden er drie verschillende

Afb. 55 (Bauwelt, 2007)

Afb. 56 (Bauwelt, 2007)

10000

18000

30000

18000

20000

4000

Afb. 57 (Atelier 7, 2009)

Afb. 58 (Atelier 7, 2009)

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit 19


Hoofdstuk 4 beschrijving en reflectie: markante en generieke deeloplossingen doelgroepen gecombineerd met een veelzijdig activiteitencentrum als eindproduct (afb. 56) Deze generieke deeloplossing is in vergelijkbare wijze terug te vinden in het ontwerp van het ECC. (afb. 57 en 58) Auto’s rijden het gebied binnen op het beganegrond niveau, het langzaamverkeer verplaatst zich op het plus1 niveau, het Santos pakhuis kan zowel op min1 als op plus1 worden betreden. Het plein van het Santos loopt van kade niveau af de kelder van het Santos pakhuis in. op deze manier wordt een maximale toegankelijkheid van het gebied en toch een hoge bewegingsvrijheid voor het langzaamverkeer bereikt. Doordat het Santosplein van de kade de kelder van het Santos in loopt wordt wateropvang vergemakkelijkt en zichtbaar gemaakt. § 4.3 De integratie van verschillende duurzame systemen “Wij hebben de aarde niet geerfd maar lenen haar van onze kinderen” (Jon Kristinsson 2002) Vanaf de introductie van technische installaties in de architectuur is integratie een onderwerp van problematiek. De concensus over de kijk op machines heeft in de loop van de geschiedenis verschillende “moodswings” gekend. Van het idealiseren en verafgoden van de machine in het futurisme en functionalisme tot de scherpe kritiek van de neoavant-gardes als Superstudio en Archigram. (Heynen,2009) In het in 1977 opgeleverde gebouw Sainsbury centre for the visual arts van sir Norman Foster is de instegratie van de installatie en de esthetiek echter verheven tot nieuwe vorm van ontwerpen. Het type “the servant shed” is hieruit ontstaan. Hiervoor hadden de utopisch/visionair bureau Archichram de techniek al gedramatiseerd. (Leupen, 2005) Niet alleen funcitoneerden de

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

gedachtenspinsels van Archichram en Kurokawa als een eenheid, vaak waren de ontwerpen gebaseerd op cyborg architectuur, met andere woorden een organisme van de techniek. Deze nieuwe vorm van het gesamtkunstwerk wordt door het publiek met massaal enthousiasme ontvangen. Centre Pompidou is een voorbeeld van statementmatig installaties in het zicht brengen waardoor de ruimten binnen een volledig indelingsvrijheid hebben. Men krijgt als het waren een blik in de ingewanden van het gebouw. (Leupen, 2005) De installaties die werden gebruikt in deze iconen streven niet alleen verwarmen, koelen en ventileren na maar ook een bepaalde voor van zelfstandigheid. De zeitgeist van de intellectueel is rijp voor actieve gebouwen. Na het verschijnen van het boek Cradle to cradle remaking the ways we think van W. MacDonnough en M. Braungart is er in de bouwkunde een in zekere mate de bouwbranche een concensus ontstaan. Energie opwekken, opslaan en kringlopen van water en afval behoren niet langer tot een utopie. De technische vooruitgang maakt het hede ten dage mogelijk dat de utopieen van Archigram, wanneer het gaat om de zelfstandigheid en actieve rol van gebouwen, werkelijkheid kunnen worden. Een corivee die zich hard heeft gemaakt voor het wegpoetsen van het stoffige imago dat milieu en duurzaamheid een lange tijd heeft gehad bij het grote publiek is A. Gore. Met zijn film the inconvineant truth heeft hij het grote publiek duidelijk gemaakt dat het niet allen gaat om een hobby van wetenschappers maar dat het een noodzaak is om onze manier van consumeren te veranderen. Er is het laatste decennia dan ook veel veranderd in de manier waarop architecten kijken naar autarkische gebouwen. Het is dezer tijd amper mogelijk om een nieuw icoon te ontwerpen zonder dat er aandacht is besteed aan de

Afb. 59 (Kristinsson, 2002)

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit

20


Hoofdstuk 4 beschrijving en reflectie: markante en generieke deeloplossingen energiezuinigheid. Dit mede doordat de wetgeving in verschillende EU landen is aangescherpt. Een van de professoren die al geruime tijd onderzoek doet naar milieu en duurzaamheid is prof. Kristinssen. In zijn boek Integraal ontwerpen, vitale architectuur (2002) deeld hij het milieusysteem in vier delen in: 1. Fysische componenten: licht, lucht, warmte, uitsraling en verdamping 2. Technische componenten: Gebouwen wegen infrastructuren en kanalen. 3. Biotische componenten: flora en fauna. 4. A-biotische componenten: niet levende elementen.

Afb. 62 (Kristinsson, 2002)

Afb. 60 (Atelier 7, 2009)

Dit milieusysteem is op deze manier geanalyseerd omdat de alogische aanpak van ons huidige systeem zichtbaar wordt. Veel van onze processen zijn niet ontworpen als kringloop. Op elk van de vier niveaus hebben wij als mens invloed. Duurzame technologie wordt daarom aangeduid als de nieuwe noodzakelijkheid, met een knipoog naar de literatuurgeschidenis.

Afb. 63 (Atelier 7, 2009)

1. Energie 2. Water 3. Materiaal Deze drie duurzame aspecten zijn in het ontwerp van het Santos geintegreerd. Een extra aspect is al tijdens het ontwerp van het ECC behandeld in de vorige generieke deeloplosing; verkeersysteem. Energie Het energiesysteem is gebaseerd op een schema, afbeelding 61. Dit systeem is aangepast op het Santos (afb. 62). PV-cellen zorgen voor elektriciteit, zonnecollectoren zorgen voor warm water. warmtewisselaars zorgen voor het opslaan van warme lucht in water. Het warme water kan in de zomer in de grond worden

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

Afb. 64 (Atelier 7, 2009)

Afb. 61 (Kristinsson, 2002)

Afb. 65 (Atelier 7, 2009)

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit 21


Hoofdstuk 4 beschrijving en reflectie: markante en generieke deeloplossingen opgeslagen en vervolgens in de winter weer worden opgepompt. Lage temperatuur verwarming en koeling in de vorm van vloerverwarming zorgen voor een laag energieverbruik. In afbeelding 63 is te zien hoe het vloerverwarming/vloerkoeling systeem wordt toegepast. Water Het watersysteem is gebaseerd op het schema in afbeelding 64. Het water dat op het dak en op het plein is opgevangen wordt gefilterd en opgeslagen. Hierna bestaan er twee circuits; het cicuit voor de wasmachine’s en het cuircuit voor het sanitair. Na analyse is gebleken dat het niet haalbaar is om op gebouwschaal een ontkoppeling aan het riool te vermijden. Door deze maatregelen kan 58 procent van het watergebruik worden teruggedrongen (afb. 65). Materialen Veel van de gebruikte materialen in het Santos zijn volgens de volgens de ecologische kringloop honderd procent duurzaam. De constructie is gemaakt van duurzaam beton met granulaten dat volgens de producent voldoet aan de cradle to cradle principes. Op de biennale van Venetie 2008 “Beyond architecture” was een opvallende bijdrage van Polen te bezichtigen; Hotel Polonia, the afterlife of buildings. In het pavilioen werd verhaald in woord en beeld hoe de inflexibiliteit van gebouwindelingen herbestemming ingewikkeld maakt.. De curator wijst ons, soms op wat chargerende wijze, op de onvoorspelbaarheid van de vraag naar vastgoed. Een kerk gotische kerk kan in deze tijd worden herbestemd tot zwembad en een net nieuw gebouwd kantoorgebouw kan over vijftig jaar een crematorium zijn. Al deze mogelijkheden zijn gebaseerd op prognoses van de vraag naar vastgoed. (Morawinska, 2008) In het Santos is de opbouw modulair ontworpen, Elke module kan los worden gehaald waardoor de hele opbouw programmatisch heringericht kan worden. Hierdoor heeft het gebouw

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

een hoge programmatische felexibiliteit en zal het gebouw dus tijdens de volgende herbestemming zonder sloopafval kunnen worden gebouwd. § 4.4 het waterplein. Het plein voor het Santos heeft verschillende functies. Door het plein krijgt het monument een belangrijke rol in de compositie, het hart van activiteitencentrum wordt hierdoor benadrukt en doordat het plein de kelder van het Santos in loopt vereenvoudigd het plein de toegankelijkheid van het voormalige pakhuis. Het plein heeft echter nog een functie, wanneer het regent wordt het water via een zichtbaar stroompje het gebouw ingeleid alwaar het gefilterd wordt en kan worden opgenomen in de waterkringloop. In de plattegrond is dit systeem waar te nemen (afb. 66) Met dit soort multifunctionele pleinen wordt op dit moment veel geexpirimenteerd. In Rotterdam is er op dit moment een project bezig genaamd De urbanisten en het wondere waterplein. Het gepubliceerde werk van dit bureau wijst ons op het belang van wijzer omgaan met de waterkringloop. In essentie maken ze een plan waarin water opgevangen wordt waardoor buiten de duurzame argumenten het plan ook een kwalitatieve openbare ruimte opleverd. In de afbeeldingen 67 en 68 is te zien op welke wijze de urbanisten de openbare ruimte indelen, Nederland leven met het water. (Boer, 2010) Het waterplein voor het Santos beoogd een zelfde soort doel, het is een saignant detail dat het Santos is ontworpen gedurende het voorjaarsemester 2009, het gepubliceerde werk van de urbanisten is in juni 2010 uitgekomen. In het ontwerp van het Santos is het mogelijk om het waterplein verder te ontwerpen op de manier van de urbanisten. Een veelbelovende ontwikkeling in de bestemming van de opbenbare ruimte voor toekomstige projecten.

Afb. 66 (Atelier 7, 2009)

Afb. 67 (Boer, 2010)

Afb. 68 (Boer, 2010)

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit

22


Hoodfstuk 5 beschrijving ontwerpproces; strategien en keuzes § 5.1 Beschrijving handelingen in het ontwerpproces Het ontwerpproces zal in dit hoofdstuk chronologisch beschreven worden. Van schetsen voor het ECC gebied tot het detail van het Santos pakhuis. In de eerste weken is er een serie tekeningen geproduceerd waar op een schetsmatige wijze uitspraken gedaan worden op het niveau van het plangebied, aan de hand van analyses zijn er schetsen gemaakt. In deze schetsen is duidelijk te zien hoe er randvoorwaarden en concepten ontstaan. In De eerste schetsen is bereikbaarheid een onderwerp van aandacht, gevolgd door het belang van het ontwerpen van aangename plekken (afb. 69 en 70). In week drie en vier is er verder gewerkt en gedacht op basis van de schetsen en worden impressies gemaakt van het ECC en de positie van het Santosgebouw (afb. 71,72 en 73). Hierin zijn duidelijk de stedenbouwkundige randvoorwaarden af te lezen die gelden voor de architectonische uitwerking van het gebouw. Een maquette 1:3000 en 1:500 van het ECC geven inzicht in het ruimtelijk vraagstuk. Aan het eind van week vijf is er een presentatie gehouden waar het plan voor het ECC gepresenteerd is. Doorsneden en plattegronden aangevuld met maquette’s vormen een leidraad voor het ontwerp van het Santos (afb. 74 t/m 77). In de weken zes tot en met elf is er per ontwerpteam een aantal gebouwanalytische tekeningen gemaakt, aan de hand hiervan is een SWOT (Strengths, Weaknesses, Opportunities & Threats) analyse gedaan. Aan de hand van deze analyse zijn er vier varianten ontwikkeld met allen een ander concept. Na de presentatie is er een geevolueerde variant ontworpen. Voor dit ontwerp zijn van alle varianten

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

facetten doorontwikkeld. Deze vier varianten zijn met behulp van inkos doorgerekend. Dit programma heeft ons kunnen gidsen in het nemen van beslissingen op grond van financiele haalbaarheid. In de weken twaalf tot en met zestien is deze variant uitgewerkt tot een eindproduct. Het is in deze periode geweest dat er beslisingen zijn genomen over de definitieve plattegronden en de details. Afb. 69 en 70 (Atelier 7, 2009) § 5.2 Gehanteerde technieken Om tot een eindproduct te komen zijn verschillende technieken voor handen. Van schetsrollen tot computermodellen worden er op een verschillende niveau’s keuzes gemaakt. Naar mate het ontwerp zijn definitieve vorm aanneemt worden de gehanteerde technieken steeds exacter. Bij het ontwerp van het ECC en het Santos pakhuis is er gebruik gemaakt van de volgende technieken; Schetsen Maquette’s op de schaal 1:3000, 1:500, 1:200, 1:20. Autocad tekeningen Adobe Illustrator Adobe Photoshop Autodesk maya Inkos Al in een vroeg stadium zijn er maquette’s gesneden en gelijmd omdat naar mijn mening maquette’s een duidelijk beeld van de ruimtelijke werking geven. In totaal zijn in het ontwerpprces van het ECC vijf maquette’s, van het waterplein een maquette, van het Santos een maquette, en van elk appartement een maquetten (drie maquette’s) gemaakt. Dit heeft het ontwerp geconcretiseerd. In combinatie met het maya 3d model kan er een heldere voorstelling worden gemaakt bij het ruimtelijk ontwerp.

Afb. 71 en 72 (Atelier 7, 2009)

Afb. 73 (Atelier 7, 2009)

Afb. 74 en 75 (Atelier 7, 2009)

Afb. 76 en 77 (Atelier 7, 2009)

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit 23


Hoodfstuk 5 beschrijving ontwerpproces; strategien en keuzes Autocad tekeningen die getekend zijn hebben met behulp van Illustrator een facelift gekregen zodat ze leesbaarder worden. Illustrator is een zeer bruikbaar medium voor het behandelen van vector tekeningen. Hoe ver men ook inzoomed op de tekening, lijnen zullen altijd uit een stuk zijn opgebouwd en niet uit pixels. Een combinatie van deze tools heeft gezorgd voor een compleet onderzoek. De ontwerpstrategie in dit ontwerp is gedeeltelijk gebaseerd op empirisch onderzoek. Door middel van maquette’s zijn beslissingen genomen over de ruimtelijke ordening van het gebouw. Wanneer er een maquette of schets niet aansloot bij onze visie werd er een nieuwe geproduceerd die dit wel deed. § 5.3 Variantenstudie De varianten studies in zowel het ontwerpen van het ECC als het ontwerpen van het Santos hebben een grote rol gespeeld in het vormen van een eindproduct. Belangrijke lessen zijn getrokken uit verschillende onderzochte varianten.Na het ontwikkelen van de eerste schetsen voor het ECC zijn er drie massastudies ontworpen (zie afbeelding 78, 79 en 80). Aan de hand van deze massastudies zijn er essentiele beslissingen gemaakt. Het ontwerpen van deze massastudies is belangrijk voor de beeldvorming van de ruimtelijke problematiek van de opgave. De afwisseling van het maken van maquettes en schetsen heeft gezorgd voor een continue toetsing van ruimtelijke kwaliteit. Maquette’s en vormstudies vertolken letterlijk de drie dimensionale vertolking van een twee dimensionale tekening of schets. De tekeningen op de presentatie van het ECC zijn grotendeels gebaseerd op de sterke punten van de massastudies. Bij het ontwerpen van het santos is na de analyse dezelfde ontwerp methode gehanteerd. Parallel aan dit proces is een visie ontstaan aan de

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

hand van schetsen die de ontwerpwens weergaven. Hieronder worden de vier varianten voor het Santos toegelicht. Variant 1 dakopbouw en lichtstraat (afb. 81). De variant is gebaseerd op twee conceptuele thema’s. De dakopbouw is licht uitgevoerd zodat de constructie van het gebouw nauwlijks dient te worden aangepast. Het renoveren van de constructie blijkt uit de analyse een noodzakelijke handeling. Uit de gemaakte analyse van het Santos gebouw is gebleken dat volgens het bouwbesluit de licht toetreding niet voldoende is. De lichtstraat is een van de mogelijke oplossingen om de licht toetreding te verhogen. De varianten zijn gemaakt op basis van de conclusies van de analyse. Problemen die zijn geconstateerd worden in varianten door middel van ontwerpbeslissingen opgelost.

Afb. 81 en 82 (Atelier 7, 2009)

Variant 2 lichtkoker en aanpassing constructie (afb. 82). Deze variant is gebaseerd op de bestaande constructie. De draagconstructie wordt alleen aangepast wanneer er een uitzondering in het grid

Afb. 83 en 84 (Atelier 7, 2009)

Afb. 78, 79 en 80 (Atelier 7, 2009)

Afb. 85 en 86 (Atelier 7, 2009)

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit

24


Hoodfstuk 5 beschrijving ontwerpproces; strategien en keuzes optreed. Het pakhuis wordt gerestaureerd en het programma wordt verkleind. Door de optopping komt er extra programma beschikbaar, dit is echter niet genoeg om te voldoen aan de gestelde hoeveelheid m2. Deze variant is het meest conservatief. Kleine ingrepen zorgen ervoor dat er aan de gestelde duurzaamheidsnormen niet wordt voldaan. Deze variant is dus, wanneer er getoetst word aan het programma van eisen en randvoorwaarden niet geschikt. Variant 3 duurzaamheid als icoon (afb. 83 en 84). Na aanleiding van de analyse en het ontwikkelen van de randvoorwaarden is gebleken dat het pakhuis een toonaangevende rol gaat spelen in het samenhangende ECC gebied. Als landmark zal het gebouw een statement moeten maken. Door middel van het Santos als een duurzaam icoon te maken wordt voldaan aan dit aspect. Ingrijpende veranderingen zullen moeten worden toegepast. Door een volledig herziende constructie zal het gebouw een langere levensduur krijgen. In deze variant zijn een aantal conceptuele ontwerpbeslissingen genomen die zijn terug te vinden in het uiteindelijk ontwerpproduct. De duurzame optopping, het opgenbare binnenplein en de lichtkoker vormen in combinatie met de expositieruimte en de wateropslag leidraden in het definitieve ontwerp. Variant 4 behoud monumentale gevel, nieuwe constructie (afbeelding 85 en 86). Variant vier kan worden gezien als de meest radicale variant. In deze variant wordt het gebouw ingepast in de stedebouw door middel van aansluiting op de bestaande langzaamverkeer routes. Het binnenplein en de lichtkoker worden als de twee belangrijkste concepten gehanteerd. De monumentale gevel blijft behouden, hierdoor behoud het gebouw zijn waarde

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

als cultureel erfgoed. De gehele draagconstructie van het gebouw wordt aangepast en vervangen. Hierdoor onstaat er feitelijk een nieuw gebouw wanneer het gaat om het programma van eisen. Door het verval van het plein voor het Santos wordt de drempelverlaagd en kan elke bezoeker eenvoudig op elke verkeersroute het gebouw binnengaan. De varianten zijn een direct antwoord op de vragen die het programma en het ontworpen ECC op het gebouw afvuren. De onderzochtte opties zijn in het atelier besproken, de knelpunten en de mogelijk interessante punten van elke variant zijn op die manier aan het licht gekomen. Deze manier van het selecteren van opties is een ontwerpmethodologie die vaker wordt gehanteerd. Dit zal worden gevalueerd in hoofdstuk zes. De optimale variant is ontwikkeld aan de hand van de vier varianten. Het detailniveau is hoger en er wordt antwoord gegeven op veel problemen die in de varianten de kop op staken. Door het combineren van bruikbare concepten is de variant ontstaan, in de afbeeldingen 87, 88, en 89 is te zien wat de variant behelst. Na het ontwikkelen van de optimale variant is er naar het eindproduct toegewerkt. De uitwerking van voorlopig ontwerp naar definitief ontwerp kost erg veel tijd. Het detailniveau moet omhoog en veel tekenwerk is vereist. De maquette en de presentatie zijn op afbeelding 90 en 91 weergegeven.

Afb. 87 (Atelier 7, 2009)

Afb. 88 (Atelier 7, 2009)

Afb. 89 (Atelier 7, 2009)

ยง 5.4 Het ontwerpschema (afb. 92) Ik heb een overzichtelijk diagram voor het ontwerpproces van het ECC en het Santos getekend. Een aantal kanttekeningen moeten hierbij worden gemaakt. Het totale ontwerpproject is opgedeeld in drie grote ontwerp cycli. In deze ontwerpcycli vinden

Afb. 90 en 91 (Atelier 7, 2009)

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit 25


Hoodfstuk 5 beschrijving ontwerpproces; strategien en keuzes veel beslissingen en handelingen plaats. Deze zullen in hoofdstuk zes nader worden geevalueerd.

Analyse Katendrecht

Analyse geschiedenis

De conclusie van de analyse is gedurende het hele project een belangrijke leidraad geweest. Op beslissingsmomenten wordt er teruggekoppeld naar deze coclusies om op die manier een extra controle moment in te lassen. Het diagram is ontwikkeld aan de hand van het ontwerpproces. In hoofdstuk zeven zullen verschillende aspecten van het ontwerpproces gereflecteerd worden.

Analyse locatie

Oplossing VO Presentatie ECC

Duurzaamheids SWOT Tekenen

Toetsen Analyse verkeerssysteem Analyse belichting

Integreren

Analyse Chinese thema Schetsen, impressie’s en ideeen

Analyse Santos

Analyse geschiedenis Analyse lichttoetreding

Oplossing

Duurzaamheispotenties Analyse draagconstructie

Variant Santos 1

Variant Santos 2 Tekenen

Toetsen

Variant Santos 3 Ana. toegankelijkheid Integreren

Variant Santos 4

Analyse Chinese thema Schetsen, impressie’s en ideeen

Variant Santos 1

Bruikbare aspecten Onruikbare aspecten

Variant Santos 2

Onruikbare aspecten Variant Santos 3

Oplossing

DO presentatie Santos

Bruikbare aspecten Toetsen

Tekenen

Bruikbare aspecten Onruikbare aspecten

Variant Santos 4

Bruikbare aspecten Onruikbare aspecten

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

Integreren

Afb. 92, van Aerschot (2010)

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit

26


Hoofdstuk 6 Verantwoording en evaluatie ontwerpproces § 6.1 Evaluatie ontwerpproces Het evalueren van een proces is interresant wanneer het gevolgd proces wordt vergeleken met verschillende practiserende architecten. De twee zaken die in het ontwerpproces opvallen zijn enerzijds te terugkerende ontwerpcyclus en anderzijds het maken van varianten en massastudies om op deze manier tot een eindproduct te komen. Het optwerpproces kan het duidelijkst worden verantwoord aan de hand van het evalueren van gestelde hypothesen. Er zijn een aantal mogelijkheden van hyphotesen stellen; Het stellen van een hypothese voor aanvang van het ontwerpproces is de eerste mogelijkheid. Wanneer het proces is afgesloten kan er met terugwerkende kracht worden gevalueerd aan de hand van de gestelde hypothese. De tweede mogelijkheid is na aanleiding van het gemaakte ontwerpproces een hypothese vormen. Op deze manier is de gestelde hypothese vaak relevanter, omdat een opvallend aspect van het ontwerpproces kan worden besproken. Het vooraf stellen van een hypothese en deze bijstellen aan de hand van ervaringen uit het ontwerpproces is een derde mogelijkheid. (H.vd Putte, 2010) In dit hoofdstuk behandel ik de tweede vorm van toetsen. Aan de hand van een achteraf gestelde hypothese evalueer ik het proces. § 6.2 Hypothese 1: Door het maken van vormstudies, maquettes en varianten elimineer ik opties en ontwikkel uiteindelijk een weloverwogen eindproduct. Het vertalen van tweedimensionale schetsen in driedimensionale beelden is een belangrijk aspect van het begrip dat de ontwerper heeft van de ruimtelijke kwaliteiten van het ontwerp. Het ontwerpen van plek-

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

ken is in het ontwerp van het ECC een punt van extra aandacht geweest. Buiten het schetsen en tekenen van deze plekken is het onderzoek naar de juiste gebouwvolumen en verhouding van belang geweest (afb. 96). Een architectenbureau Neutelings Riedijk vormt in deze strategie een duidelijk standpunt. Het boek at work (2005) toont in verschillende ontwerpen hoe door middel van het makken van massa studies een ontwerp wordt gekozen waar vervolgens op voort wordt ontworpen. In afbeelding 94 en 95 is te zien hoe sterk het bureau alle mogelijke verschillende opties wil onderzoeken om op die manier een weloverwogen keuze te maken. Het gaat hier om de projecten voor het het scheepvaart en transport college in Rotterdam (afb. 94) en paleis op the Moskva (afb. 95). In at work wordt veelal gesproken over het concrete eindproduct, de variantenstudie is echter een vast terugkerend aspect in de ontwerpmethodologie van het bureau. Het gevaar dat kan optreden bij de studies van Neutelings Riedijk is dat er in zeker mate van visieloosheid gesproken kan worden waneer er aan de hand van compleet verschillende massastudies een gekozen wordt. Het is een poging om de ontelbare mogelijkheden terug te brengen tot een geselecteerde varianten aan de hand van subjectieve keuzes. Objectiviteit wordt door L. Groat beschreven als een essentieel onderdeel voor een wetenschappelijk onderzoek (2002). Specificatie en administratie van relevante procedures. Het ontwerpproces moet herhaalbaar zijn. In het kader van ontwerpprocessen kan dit laatste aspect makkelijk ter discussie worden gesteld. Wat is de waarde van het heralen van een per opdracht en specifiek proces? Elke architect heeft bovendien een eigen visie, mensbeeld en kijk op de wereld. De wetenschappelijkheid van de werkwijze van bureau’s als Neutelings Riedijk staat op deze manier ter

Hypothesetoetsing I

Hypothesetoetsing II

Hypothesetoetsing III

Van te voren hypothese

Ontwerpbeslissingen

Van te voren hypothese

Ontwerpbeslissingen worden bevestigd

Hypothese vormen aan de hand van ontwerpbeslissingen

Ontwerpbeslissingen Hypothese bijstellen

Afb. 93, van Aerschot (2010)

Afb. 94 en 95, Neutelings Riedijk(2005)

Afb. 96, Atelier 7 (2009)

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit 27


Hoofdstuk 6 Verantwoording en evaluatie ontwerpproces discussie. Tijdens de dag van de wetenschap (1 april 2010) ontstond er een dialoog over het belang van de wetenschappelijkheid van ontwerpprocessen. Een interessant behandeld punt is het transparant of ondoorzichtig zijn van een ontwerpproces. In een stuk van J. Breen (2002 in:Dat is architectuur) behandeld hij de verschillende grondleggers die een architect kan gebruiken wanneer hij een tot een ontwerpproduct wil komen. Het diagram (afb. 97) te zien is wordt duidelijk dit krachtveld in beeld gebracht. De ontwerp strategie van Neutelings Riedijk is in dit veld moeilijk te plaatsen. Het onderzoek dat het bureau doet namelijk weldegelijk onderzoek naar verschillende opties, de vormstusdies zijn echter grotendeels gebaseerd op expressie en ervaring. Om een vormstudie als grondlegger te gebruiken is niet geheel wetenschappelijk verantwoord, er is sprake van een subjectieve keuze. Groat zet in boek architectural research methods (2002) ontwerpen als onderzoek en het onderzoeken van het ontwerpproceds uiteen. Onderzoek wordt geassocieerd met strategie, tactieken, hypotheses, literatuur en data. Ontwerpen daarentegen ziet men als en proces van menselijke afwegingen, inspiratie en de door Kant geformuleerde ‘bovenzinnelijke wereld’. Deze bovenzinnelijke wereld is te complex om met behulp van de rede te doorgronden, het omvat onze intuities en onze denkcapeciteit.

aan de hand van What’s Best!, een optimaliserings programma in Microsoft exel, aan ons geleerd. Aan de hand van mathematische modellen wordt er op wetenschappelijke wijze een grondlegger voor het ontwerp ontwikkeld. Deze techniek is toetsbaar en kan dus als een objectief argument voor beslissingen worden gebruikt. Afb. 97, J. Breen (2002) In het ontwerp voor het ECC en het Santos is er gebruik gemaakt van een combinatie van deze technieken. Het haalbaarheidsprogramma INKOS heeft ons inzicht gegeven in de mogelijkheden van het pakhuis, dit heeft echter niet geleid tot een grondlegger voor het ontwerp. Een tabel met uitkomsten leidt immers niet tot een ruimtelijk kwalitatief plan. De uitkomsten van INKOS zijn wel gebruikt bij het ontwikkelen van de massa en vormstudie’s. Ruimtelijke kwaliteit laat zich op een andere manier optimaliseren dan het programma van eisen. (afb. 98)

Versus

Afb. 98 (Atelier 7)

Op deze manier het hele ontwerpproces niet te zien als een wetenschappelijk proces, het onderzoek naar het proces zelf kan echter wel worden gezien als wetenschappelijk. Een van de docenten die in de bachelor projecten van bouwkunde aan de TU Delft een wetenschappelijke benadering van het ontewrpproces nastreeft is P. Barendse. Bij het bk3100 en bk6000, beide ontwerpprojecten heeft P. Barendse een ontwerp techniek

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit

28


Hoofdstuk 6 Verantwoording en evaluatie ontwerpproces § 6.3: Hypothese 2: Door het vroeg vormen van een beeld en visie kan er met meer doelgerichtheid naar een gewenst eindbeeld worden toegewerkt. “ A spatial concept is the way of articulating an idea in three-dimensional terms. It is only as clear as the idea that produced it. The more explicitly it is expressed, the more convincingly the architect’s overall vision comes across.” (H. Herzberger 2002) Bij aanvang van het project heb ik een aantal schetsen gemaakt die bij mij te binnen schoten (afb. 101, 102 en 103). Deze schetsen zijn gemaakt na een bezoek aan de locatie en zijn dus nog niet gegrond op onderzoek. Tijdens het ontwerp heb is onderzoek gedaan naar verschillende zaken zoals verschillende soorten analysen, vormstudies en varianten. Dit heeft het ontwerp gevormd, zonder een verbeelding zou er echter geen doel zijn. Het plezier in het verwezelijken van mijn ideeen zou op die manier minder groot worden. Het maken van verbeeldingen is een aspect dat sinds het bestaan van architectuur drijfveer is geweest voor architecten. De grote architecten C. Weeber en Corbusier claimen het eindresultaat in een flits voor ogen te zien wanneer ze begonnen aan een opdracht. (de Jong, 2002) Op deze manier zullen alle invloeden gemaakte analysen en onverwachte factoren geen invloed hebben op het ontwerp. Persoonlijke opvatingen en routine spelen hierbij een rol. Deze twee facoren zullen misschien voor een genie kunnen functioneren maar voor een student is dit geen voorbeeld voor een goede ontwerpmethodologie.

het goed functioneren van het eindproduct. De dialoog met de schets en met het model of computerscherm is essentieel voor het slagen van een ontwerpproject. Visies en schetsen zijn dus belanrijk omdat ze de ontwerper een leidraad geven om naartoe te werken. Het is niet de bedoeling dat er krampachtig wordt vastgehouden aan deze beelden. Wanneer ik terugkijk op het ontwerpproject kan ik stellen dat er bij het ontwerp van het Santosgebouw lang is vastgehouden aan een beeld dat ontwikkeld was aan de hand van intuitie. Het is in plaats van concrete beelden wel gerechtvaardigd om concepttekeningen te maken. Op deze manier wordt niet een beeld maar een gedachte ontwikkeld (afb. 99 en 100).

Afb. 99 en 100 (Neutelings Riedijk, 2005)

Afb. 101 (Atelier 7, 2009)

Niet alleen de subjectiviteit en de routine zijn een gevaar maar ook de wetenschappelijkheid van het ontwerpproces staat ter discussie. Het onderzoek dat een architect of ontwerpteam doet is belangrijk voor

Afb. 102 en 103 (Atelier 7, 2009)

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit 29


Hoofdstuk 7 Reflectie op ontwerpproces ยง 7.1 Relfecteren op het ontwerpproces; van analyse tot eindproduct Hoe zit een ontwerpproces in elkaar? Veel verschillende onderzoekers en auteurs hebben hierover een mening. Om te weten te komen wat de verschillende visies hierop zal eerst een overzicht worden gegeven van de fasering van een ontwerpproces. In afbeelding 105 is te zien hoe volgens D. Spekkink de fasering van een ontwerpproces eruit ziet (1991). De verschillende fasen zijn chronologisch opgebouwd. Er is in dit diagram niet te zien wat het daadwerkelijke proces is dat zich afspeelt in deze beschreven fasen. Het is daarentegen toch een bruikbaar overzicht. In de rest van het hoofdstuk zal er vooral worden gereflecteerd op de technieken en procedures die plaatsvinden in een fase omdat op deze manier de moeilijkheden van ontwerpen beter naar voren brengt. D. Vrielink (2002) (afb 104) laat in zijn figuur al sterker een terugkoppeling zien. De verschillende fases die in het model van Spekkink in de grijze balk staan aangegeven worden in Vrielinks model in een cyclusvormig figuur geplaats omdat er in de praktijk tijdens het ontwerpproces terugkoppeling plaatsvind. Op deze manier kunnen onvoorziene problemen worden aangepakt en opgelost in het proces. (van der Voordt, 2002)

werking die ontwerpproducten kunnen hebben. De aanleiding van ontwerpproject is in de bouwkunde vaak relieerd aan een vraag of probleem, de huidige situatie. Aan de hand van ingrepen kan de gewenste situatie bereikt worden. Dit diagram uit een boek met als titel Integrale productontwikkeling, een boek dat is niet geschreven is voor de bouwwereld (Buijs 2005). De parallellen in het geabstraheerde ontwerpproces zijn echter evident. De ingrepen vernieuwen, verbeteren, doorgaan en stoppen zijn op de bouwwereld toe te passen. De begrippen verbeteren en vernieuwen behoeven geen toelichting stoppen en doorgaan moeten echter afzonderlijk worden toegelicht. Stoppen moet in het diagram worden vervangen door slopen en doorgaan door herbestemmen wanneer men het diagram wil toepassen op de architectuur. Afb. 105 (D. Spekkink, 1991) Een tweede analogie is te vinden wanneer men kijkt naar de invloed die beslissingen kunnen hebben op het ontwerp. Naarmate het ontwerp een definitieve vorm aan neemt wordt het steeds moeilijker om het ontwerp bij te stellen (Buijs 2005) (afb. 107). Voor elke tak van ontwerpen is dit een onontkomelijke zaak. Het is daarom van belang dat op het moment dat er nog veel mogelijk is in de concretisering van het project

ยง 7.2 De analogie in ontwerpprocessen Afb. 106 (Buijs, 2005) Voordat er kan worden gereflecteerd op het oontwerpproces is het belangrijk om de parallellen in ontwerpprocessen te trekken. In verschillende takken van wetenschap worden creatieve oplossingen gevonden voor problemen. Het strategisch ontwerpen van onze toekomst is een aspect dat hier ter sprake komt. Afbeelding 106 wijst ons op de innoverende Afb. 104 (D. Vrielink, 2002)

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

Afb. 107 (Buijs, 2005)

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit

30


Hoofdstuk 7 Reflectie op ontwerpproces daarvan gebruik te maken. Het onderzoeken van verschillende opties kan leiden tot een onderbouwde keuze.

bestaat” (1941)

§ 7.4 De variantenstudies § 7.3 Een atelier met experts, een gewenste situatie In het ontwerp van het ECC en het Santos is er gewerkt in een groep met architecten. Naarmate het project loopt wordt er onder deze groep architecten een concensus berijkt over een visie voor het ontwerp. In de praktijk worden er naast een architectenbureau ook experts geconsulteerd om het atelier te ondersteunen in complexe aspecten van het ontwerp zoals installaties, constructies en bouwtechniek. Van Loon stelt in zijn werk open design: a stakeholder-oriented approach in architecture, urban planning (2006) dat wanneer experts door middel van hun expertise de mogelijkheden van een project terugdringen dit niet altijd de gewenste optie is van de opdrachtgever. Het grote voordeel van de opzet van het gemaakte project is dat alle beslissingen worden genomen door een atelier (afb. 109) Op deze manier worden dus niet alle mogelijkheden terug gedrongen door onafhankelijke experts maar door een atelier met dezelfde visie. Dit komt de integraliteit van het project sterk ten goede. Wanneer de experts in het ontwerpteam worden betrokken zal het waarschijnlijker zijn dat het ontwerp in hogere mate een eenheid vormt. In afbeelding 108 toont van Loon ons op eenvoudige wijze het belang van het integreren van architectuur en gebruiksgemake. De cruciale kwaliteit is een combinatie van deze twee aspecten.

In het ontwerpproces is een variantenstudie een vorm van elimineren van mogelijkheden. In zowel de ontwerpcyclus van het ECC als die van het Santos is er gebruik gemaakt van een variantenstudie. Deze ontwerp techniek wordt vooral aan het begin van het ontwerpproces ingezet omdat op die manier een breed scala aan mogelijkheden onderzocht kan worden. In ways to study and research urban, architectural and technical design behandeld de Jong deze ontwerp methode (2002). Het uitgangspunt van de studies is identiek. De varianten zijn dus verschillende variaties op hetzelfde thema, veel verschillende mogelijkheden worden in een concrete vorm gegoten. Op deze manier ontstaat er een collectie van artefacten die kan worden vergeleken en geanalyseerd. Hieruit kunnen vervolgens nieuwe varianten ontstaan die de bruikbare elementen van de voorgande variant behelzen. Deze wijze van ontwepen staat in een diagram weergegeven in afbeelding 110 De Jong stelt in zijn paragraaf over deze ontwerpmethode dat elk van deze varianten door een andere ontwerper gemaakt zijn, in het ontwerp van het Santos en het ECC is dit niet het geval. Elke variant is gemaakt door hetzelfde ontwerpteam. In ogenschouw is genomen dat elke variant een ander antwoord moet geven op het zelfde uitganspunt.

Afb. 108 (P. van Loon, 2006)

Afb. 109 (P. van Loon, 2006)

Afb. 110 (J. Breen, 2002) Analyse Katendrecht

Analyse geschiedenis Analyse locatie

§ 7.5 De beslissingscyclus

Oplossing

Duurzaamheids SWOT Toetsen

Tekenen

Analyse verkeerssysteem

Giedion verwijst in zijn ruimte, tijd en architectuur ook naar deze visie, “De wetenschappelijke opleiding is gericht op het produceren van extreme specialisten. Aan de andere kant kan eniet worden ontkend dat er een dringende behoefte aan onderlinge samenehang

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

De beslissigscyclus, een abstract begrip waarin de praktijk veel belangrijke delen van het ontwerp worden geconcretiseerd. Wat zijn de handelingen in een ontwerpcyclus? Aan de hand van de gevalueerde

Analyse belichting

Integreren

Analyse Chinese thema Schetsen, impressie’s en ideeen

Afb. 111 (van Aerschot, 2010)

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit 31


Hoofdstuk 7 Reflectie op ontwerpproces ontwerpproces kan er gereflecteerd worden op deze cyclus. In afbeelding 111 is mijn ontwerpcyclus weergegeven. Dit diagram is getekend aan de hand van het gevolgde ontwerpproces. Wanneer we deze cyclus vergelijken met vier visie’s op probleemoplossingscycli krijgen we een overzicht van verschillende manieren van ontwerpen en problemen oplossen.

duidelijk faseren van ‘idea finding’, ‘solution finding’ en ‘acceptance finding’ heb ik in mijn ontwerpproces anders ervaren. De analyse en de probleem oplossing of ontwerp cyclus is een apart onderdeel geweest van mijn ontwerpproces. De analyse is een gegeven en het ontwerpproces is een continue terugkoppeling zonder dat er moet worden vast gehouden aan een fasering. In dit opzicht is het volgende diagram vergelijkbaarder.

Het Buffalo CPS-model (Isaksen, 1985) (afb. 112): Het Couger model (D. Couger, 1995) (afb. 114) De fasen in dit model worden als volgt beschreven; Fact finding: Data finding:

Problem finding: Idea finding:

Solution finding: Acceptance finding:

het inwinnen van informatie de ingewonnen informatie wordt geordend en geanalyseerd. de kern van het probleem wordt vastgesteld. ideeen worden gegenereerd die het probleem kunnen oplossen. ideeen worden uitgewerkt tot reele oplossingen. de acceptatie van de oplossing in het team.

Wanneer dit model wordt vergeleken met het diagram dat is getekend in afbeelding * zijn er vergelijkingen te vinden. Het analytisch proces dat te vinden is in het diagram van mijn ontwerp kan worden vergeleken met de fases ‘fact finding’, ‘data finding’ en ‘problem finding’. In de analyse van het ECC en het Santos is er sprake geweest van het inwinnen van informatie en gegevens waaruit een SWOT analyse is gemaakt. In de laatstgenoemde analyse zijn er problemen en kansen gevonden. Het cyclische proces dat ik in mijn ontwerpproject heb waargenomen wordt echter op een andere manier weergegeven in het CPS model. Het

De fasering van het CPS-model wordt in dit diagram met voorbedachte rade anders weergegeven. De verschillende faseringen worden in dit model alsvolgt weergegeven; Opportunity delineation and problem definition; het afbakenen van de kansen en problemen. Compiling relevant information; verzamelen en samenvattenvan van de relevante informatie. Generating ideas; het bedenken van ideeen. Evaluating, prioritizing ideas; het beoordelen en waarderen van de ideeen. Developing implementation plan; het ontwikkelen van een concretiseringsplan. In het diagram van het Couger model is te zien dat er tussen alle verschillende fase een vorm van terugkoppeling plaats vind. Dit model ondersteund een van de eerder besproken hypothese, het voortijdig ontwikkelen van een impressie of beeld kan door middel van terugkoppeling worden nagestreefd. In het eerder genoemde CPS-model is dit niet mogelijk vanwege de chronologische volgorde (Buijs, 2005) In de praktijk vind er continue terugkoppeling plaats. Het eerdere CPS-model is daarom aangepast.

Afb. 113 (Duerk, 1993)

Analyse geschiedenis Analyse locatie Duurzaamheids SWOT Analyse verkeerssysteem Analyse belichting Analyse Chinese thema Schetsen, impressie’s en ideeen

S

Afb. 113 (van Aerschot, 2010)

Het ecologische CPS-model (Isaksen, 1993) (afb. 115) In dit model staat ‘task appraisal’ gelijk aan het

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

Afb. 112 (Isaksen, 1985)

Afb. 114 (Couger,1995)

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit

32


Hoofdstuk 7 Reflectie op ontwerpproces analyseren van de opdracht. Deze ‘task appraisal’ vormt als het ware het ecosysteem voor het probleemoplossingsproces. De analyse is namelijk voor veel eindproducten de grondlegger van het ontwerp. De ontwerpcyclus dis is ontwikkeld naar aanleiding van het ontwerpproces van het ECC en het Santos (afb. 113) vertoont veel gelijkenissen met dit diagram.

beslissingen. Theoretische kennis waarbij het mogelijk is die na het ontwerpproces te onderzoeken en context gebaseerde beslissingen zijn zaken die direct invloed hebben op het ontwerpproduct. Het theoretische kader heeft invloed op alle ontwerpbeslissingen maar heeft een andere positie in de cyclus omdat de theorie een onderbouwing is van het eindproduct. Deze gedachtengang is zeer vergelijkbaar met het concept dat in mijn eigen ontwerpdiagram terug te vinden is.

Het Duerk-model (Duerk, 1993) (afb. 113) § 7.6 Conclusie van de reflectie Wanneer we het ontwerpproces als een wetenschappelijk proces willen beschouwen, is het figuur (afb. *) dat door D. Duerk is ontwikkeld een interessant model om kort de revue te laten passeren. Een wetenschappelijke ontwerp methode is volgens haar belangrijk omdat op die manier kunnen bewijzen dat een theorie of ontwerp goed of fout is. Het is echter een vraag of een ontwerp dat ‘goed’ is ook door iedereen geliefd zal worden. Het hierarchisch gestructureerde model van Duerk geeft ons een wetenschappelijke methode om vragen en het doel van het ontwerp te doorgronden. Dit model kan in het door mijzelf ontwikkelde model van het ontwerpproces worden vergeleken met het ‘schetsen impressies en het vormen van ideeen. Wanneer ik terug kijk op het ontwerpproces kom ik erachter dan wat er in het ontwerpproces van het ECC en het Santos heeft plaats gevonden meer lijkt op het model van Duerk dan het proces dat ik in mijn diagram ‘schetsen imprssies en het vormen van ideeen’ noem.

Na al deze bevinding kan er concluderend worden gesteld dat er ondanks de verschilllende visie’s op het ontwerpproces veel parallellen getrokken kunnen worden tussen mijn eigen probleemoplossingen en de bevindingen van anderen. De complexiteit van het denkproces van een creator wordt op verschillende wijzen in een diagrammen weergegeven, een poging om een moeilijk te beschrijven proces gestructureerdheid toe te dichten. Voor het oplossen van problemen zullen persoonlijke ontwerpmethoden in combinatie met de denkwijze van anderen kunnen zorgen voor een optimalisering van het ontwerpproces.

Afb. 115 (Isaksen, 1993)

Afb. 116 (Susman, 1983)

Het model van G. Susman (1983) heeft ontwikkeld (afb. *) kan het model van Duerk aanvullen. De cyclus die Susman heeft ontwikkeld kan in de vraagcyclus van het model van Duerk wordeen ingepast. In deze cyclus worden twee zaken onderscheiden. Theoretische kennis en context gebaseerde

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit 33


Hoofdstuk 8 Samenvatting en conclusies § 8.1 Samenvatting Hoofdstuk 1 Beschrijving van de ontwerpopgave De opdracht is het ontwerpen van het polsgebied op Katendrecht. Het ECC is het gebied dat ontwikkeld gaat worden. Het Santos pakhuis is het te her bestemmen gebouw dat zich op het polsgebied bevind. Het ECC moet Rotterdam-zuid met de stad verbinden en een samenhangend gebied zijn. Het Santos pakhuis moet een duurzaam landmark worden. Hoofdstuk 2 Beschrijving van het ontwerpproduct Het ECC is een samenhangend gebied geworden waarin het Santos pakhuis het centrale element is. Door middel van verkeershirarchie en geintegreerde duurzame is het een aangenaam activiteitencentrum geworden met en goede bereikbaarheid. Het Santos pakhuis is een cultuur silo geworden waarin verschillende functies en een verkeersroute door de onderste verdieping en meerdere grote ingangen het pakhuis tot een activiteiten centrum maken. Er bevinden zich een groot aantal geintegreerde duurzame oplossingen in het Santos. Hoofdstuk 3 Verantwoording en evaluatie van het ontwerpproduct De gemaakte keuzes zijn door een complex proces tot stand gekomen. De analyse van Katendrecht en de SWOT analyse van het Santos hebben geleid tot een heldere onderlegger voor het totale ontwerp. De gemaakte keuzes zijn grotendeels een antwoord op de gemaakte analyse. Duurzaamheid speelt in het ontwerp een grote rol, er is in het ontwerp dan ook veel aan gedaan om de oplossingen inzichtelijk te maken voor de bezoeker. De monumentaliteit van het pakhuis is ondanks de ingrijpende veranderingen niet aangetast, het pakhuis is klaar voor een volgende

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

eeuw levensduur. De verschillende ontwerpkeuzes worden door middel van literatuur en bronnen in een breder kader geplaatst. Hoofdstuk 4 Beschrijving en reflectie op drie generieke deel oplossingen Dit hoofdstuk vormt een belangrijk aspect van het eindwerkstuk omdat in dit hoofdstuk in grote mate een toetsing is van de gemaakte oplossingen. De generieke deeloplossingen zijn mogelijk in andere ontwerpen ook toe te passen om dat het niet om de fysieke uitwerking gaat maar meer om het gedachtengoed dat achter de oplossing zit. In dit hoofdstuk worden de oplossingen duurzame geintegreerde oplossingen, het waterplein en het verkeersysteem behandeld. Hoofdstuk 5 Beschrijving van het ontwerpproces In dit hoodstuk wordt het ontwerpproces weergegeven. Door middel van een diagram is het ontwerpproces helder inzichtelijk gemaakt. Het logboek en de gebruikte technieken worden beschreven. Het is een opmaat voor het evalueren en reflecteren van het ontwerpproces dat in de volgende hoofdstukken wordt beschreven in woord en beeld. Hoofdstuk 6 Verantwoording en evaluatie ontwerpproces Het evalueren van het ontwerpproces wordt aan de hand van hypotheses inzichtelijk gemaakt. De gestelde hypotheses zijn: Door het maken van vormstudies, maquettes en varianten elimineer ik opties en ontwikkel uiteindelijk een weloverwogen eindproduct. En: Door het vroeg vormen van een beeld en visie kan er met meer doelgerichtheid naar een gewenst eindbeeld worden toegewerkt.

ontwerpproces Het reflecteren op het ontwerpproces is het belangrijkste hoofdstuk van het werkstuk omdat het ontwerpproces op een wetenschappelijke manier beschreven kan worden. In dit hoofdstuk worden er parallellen getrokken tussen het gelopen ontwerpproject en het bredere kader. Verschillende literaire bronnen zijn geraadpleegd. Van elk van deze bronnen zijn gelijkenissen en verschillen waar te nemen. § 8.2 Conclusies Concluderend kan worden gesteld dat het zeer leerzaam is om te evalueren en te reflecteren aan de hand van het bredere kader. Door middel van literatuur wordt met wijzer over wat daadwerkelijk het ontwerpproces inhoud. Beslissingen die tijdens het ontwerpproces zijn gemaakt worden door middel van het eindwerkstuk blootgelegd. Het hoofdstuk generieke deeloplossingen is voor de ontwerper het meest interresante hoofdstuk gebeleken omdat bij het beschrijven van beslissingen leering kan worden getrokken van practiserende architecten. Tijdens het beschrijven van het eindproduct komt men erachter dat beelden zoveel meer kunnen zeggen dan woorden. Wanneer een bouwkundige een plankaart ziet kan deze in een oogopslag honderden pagina’s aan informatie opnemen. Het beschrijven van een ontwerp is erg lastig. Het reflecteren van een ontwerp daarentegen is leerzaam.

Hoofdstuk 7 Beschrijving en reflectie van het

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit

34


Literatuur Literatuur m.b.t. het ontwerpproduct: Leupen, B., Grafe, C., Kornig, N., Lampe, M., De Zeeuw, P. (2001) Ontwerp en analyse, Rotterdam: Uitgeverij 010. Giedion (1941) Ruimte tijd en architectuur, in:Heynen, H., Loeckx, A., De Cauter, L., Van Herck, K. (2001) Dát is architectuur, Rotterdam: Uitgeverij 010. Herzberger. H in: Heynen, H., Loeckx, A., De Cauter, L., Van Herck, K. (2001) Dát is architectuur, Rotterdam: Uitgeverij 010. Heynen, H., Loeckx, A., De Cauter, L., Van Herck, K. (2001) Dát is architectuur, Rotterdam: Uitgeverij 010. Avermaete, T., Havik, K., Teerds, H. (2009) Architectural positions, Architecture, Modernity and the public sphere, Amsterdam: Sun. von Borries, F & Bottger, M (2008) Updating Germany; 100 projects for a better future, Ostfildern: Hatje Cantz. Heeling, J, Meyer, H, Westrik, J (2002), Het ontwerp van de stadsplattegrond deel 1, Amsterdam: Sun. Coenen, J (2010) Notities, Amsterdam: Sun. Kristinsson, J (2002) Integraal ontwerpen, Boxtel: Uitgeverij AEneas.

Mooij, H (2007) Es wachst in Almere in: Bauwelt, 2829 (36 - 42). Piatek, G & Trybus, J (2008) Hotel Polonia; the afterlife of building, Warszawa: Zacheta Narodowa Galeria Sztuki. Literatuur m.b.t. de ontwerpproces reflectie: Buijs, J & Valkenburg, R (2005) Integrale productontwikkeling, Utrecht: Lemma. Loon, P.P. (2006) Open design, a stakeholderoriented approach in architecture, urban planning and project management, Amsterdam: IOS Press. Groat, L. & Wang, D. (2002) architectural research methods, New York: Wiley. Jong, T.M. de & Voordt, D.J.M. van der (2002) Ways to study and research urban architectural and technical design, Delft: DUP. Breen, J (2002) Design driven research, in: Jong, T.M. de & Voordt, D.J.M. van der (2002) Ways to study and research urban architectural and technical design, Delft: DUP. Spekkink, D, Wijk, M (1991) Kwalitetiszorg voor architekten; een hulpmiddel voor de ontwikkeling van kwaliteitssystemen bij architektenbureaus, Amsterdam: BNA. Bronnen:

Castex, J (2005) De rationele stad; van bouwblok tot wooneenheid, Amsterdam: Sun.

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

=onepage&q&f=false (Accesed 28 mei 2010). Van der Voordt, T (2007) Kansen en risico’s bij herbestemmen; Instrumenten voor het bepalen van de transformatie-potentie van leegstaande gebouwen, Delft, .pdf bestand. Davies, S, Kraus, R, Naughton, B, Perry, E (1995) Urban spaces in contemporary China: the opotential for autonomy and community, Cambridge: Syndicate Available from: http://books.google.nl/books?id=Gy7j7 U2zihAC&pg=PA2&dq=centralised+public+space+in+ china+davies&cd=1#v=onepage&q&f=false (Accesed 12 maart 2009). Afdeling business Analyse (2009) Haven in cijfers, Rotterdam, .pdf bestand. Lenzholzer, S (4-6-2010) Windvlagen verjagen mensen van pleinen, Architectenweb.nl, Available via: http://www.architectenweb.nl/aweb/redactie/redactie_ detail.asp?iNID=23512. Ficacci, L (2007) Piranesi, Taschen: Keulen. van Toorn, W (2010) Semesterboek BSc 6 Gebiedsontwikkeling, Delft: uitgeverijTU Delft. dS+V afdeling stedebouw (2007) Welstandsparagraaf ECC, Katendracht, Rotterdam: .pdf bestand. Teeuw, P. G. (2008) Semesterboek Bsc5 oude stijl Hergebruik en functiemenging, Delft: uitgeverij TU Delft. VROM, (2008) Gebiedsvisie Rotterdam-zuid, Rotterdam: .pdf bestand.

Zukin, S (1982) Loft living, Baltimor: University Press Available from: http://books.google.nl/books?id=wxkE DCUkTwsC&printsec=frontcover&dq=loft&lr=&cd=1#v

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit 35


Boer, F, Jorritsma, J, van Peijpe, D (2010) De Urbanisten en het wondere waterplein, Rotterdam: Uitgeverij 010. Bouwbesluit reached by: http://www. bouwbesluitonline.nl/default.aspx?AspxAutoDetectCo okieSupport=1 CBS (2010) reached by: http://www. compendiumvoordeleefomgeving.nl/indicatoren/ nl0026-Aantal-motorvoertuigen.html?i=15-103 Aalbers, K, Duijvestein, K, van der Wagt, M (2001) DCBA-kwartet Duurzaam Bouwen; duurzame ideeen volgens de viervarianten-methode, Boxtel, AEneas. Neutelings, W.J. & Riedijk, M (2005) At work, Rotterdam: Uitgeverij 010. Witberg, M (1999) Nationaal pakket duurzame stedebouw, Utrecht, Nationaal Dubo Centrum van Dorsten, S, Hoes, S, Groenewold, N, (2009) Atelier 7, ontwerpatelier bouwkunde bk5100_Rmit, TU Delft van Aerschot (2009) ontwerpatelier bouwkunde bk5100_Rmit, TU Delft

Eindwerkstuk bk6060 - M.F. van Aerschot 1312006

Eindwerkstuk ontwerpproject bk5100_R-mit

36


Bachelorscriptie_ juni_2010