Issuu on Google+


DAT DOEN WAAR IK GOED IN BEN. GROEIEN, MIJN GRENZEN VERLEGGEN. Dosign Engineering ondersteunt me daarin volledig. Via een netwerk van toonaangevende, technische opdrachtgevers, detacheert Dosign Engineering middelbaar en hoog geschoolde technici binnen een breed technisch spectrum. Liefde voor Techniek, is wat ons met elkaar verbindt.

IK BEN AMBITIEUS. Dosigners zijn uitblinkers in hun tak van sport, hebben een onderscheidend imago op de werkvloer en de juiste papieren op zak. Met andere woorden: we zijn beter en misschien wel de beste in ons vakgebied.

Ik wil groeien, mijn grenzen verleggen. IK WIL GEWOON DE TOP BEREIKEN, MIJN TOP. Dankzij Dosign werk ik alleen voor de meest toonaangevende technische opdrachtgevers en omdat ik daarnaast de mogelijkheid krijg om doelgerichte trainingen en opleidingen te volgen, kan ik me blijven ontwikkelen en zo mijn voorsprong behouden. Omdat mijn kwaliteiten boven het gemiddelde uitsteken, doen mijn arbeidsvoorwaarden dat ook. Goed geregeld dus.

DAT IK ER NIET ALLEEN VOOR STA? DAT GEEFT ME ZEKERHEID. Als Dosigner heb je een kwaliteitslabel, waardoor je direct een voorsprong hebt op de arbeidsmarkt. Mijn kans op succes is groter, sterker nog: Dosign Engineering garandeert het me.

ROB7177/1

WAT IK BEN?

BEN JIJ OOK EEN UITBLINKER EN OP ZOEK NAAR EEN TOPBAAN IN DE TECHNIEK? Ga naar www.dosign.nl en laat ons weten wie je bent. Vertel ons wat je wensen en ambities zijn, maar ook wat voor werkervaring en opleiding je hebt. Wanneer jouw profiel aansluit bij onze activiteiten en doelstellingen, nodigen we je graag uit voor een gesprek. Wellicht tot binnenkort.


inhoud inhoudsopgave 4 5 7 8 9 10 12 13 15 16 18 20 22 24 25 27 28 30 32 36 38 40 42 42

Redactioneel Van het bestuur Lustrumverhaal VOL nieuws VOL interview Leeghwater activiteiten Onderwijs bachelor Onderwijs master Lustrumcolumn Buitenlandverhaal - M. de Nooij Afstudeerverhaal - R. Bruinen PhD article - A. Simonetto Gadgets International article - T. Amritha DIY - Lasercommunicatie Een stem die telt Een andere kijk op licht Olie op het water Vervalsing uit de doeken Beeld uit organisch materiaal Water tot aan de lippen Controle zonder controller Column Nawoord

28 | Een andere kijk op licht

30 | Olie op het water

32 | Meestervervalsers ontmaskert

36 | Organisch beeld

40 | Het nieuwe gamen

adverteerdersindex 2 6 14 26 34 35 43 44

Dosign Engineering ExxonMobil ASML IHC Merwede VanDerLande VanDerLande COMSOL Frames Process Systems B.V.

38 | Water tot aan de lippen

de Slurf - oktober 2010 - no. 1

3


redactioneel Een nieuw collegejaar gaat gepaard met een nieuwe Slurfjaargang. Deze jaargang is niet zomaar een nieuwe jaargang; ‘de Slurf’ viert zijn derde lustrum! Het mooiste magazine van alle studieverenigingen van Delft, en wellicht van Nederland, is 15 lentes jong geworden! Deze editie is de eerste van het derde Slurflustrum en is dan ook een feestelijke editie. U had het waarschijnlijk al opgemerkt door de cover. Omdat het helaas niet in het budget paste om een kristallen cover uit te geven, hebben wij ons 35 jaar vooruit geworpen en de cover in een gouden huwelijk gedoopt. Verder wordt het getal 15 zelf ook in het zonnetje gezet; normaliter schrijven we dit getal uit, in deze Slurf wordt de wonderschone één-vijf cijfercombinatie echter in cijfers gedrukt. Wij hebben bovendien een aantal artikelen aan het lustrum toegewijd. Zo hebben wij de hoofdredacteur van de allereerste Slurf bereid gevonden om terugblik te blikken naar de Slurf anno 1996. Ook onze decaan, professor Waas, heeft een deel van zijn kostbare tijd vrij weten te maken om ons te vereren met een column. Daarnaast hebben we deze kans aangegrepen om de opzet van het masterverhaal iets te wijzigen. Waar vroeger een specifieke track door onze commissaris masteronderwijs werd behandeld, wordt vanaf deze Slurf een master toegelicht door een hoogleraar van de betreffende master. Een geslaagde wijziging, al zeggen we het zelf. Het laatste stuk dat aan het lustrum toegewijd wordt is onze gebruikelijke uitlaatklep, namelijk de column. Natuurlijk zullen ook de komende edities van dit lustrumjaar het festijn niet onopgemerkt voorbij laten gaan. Het feit dat de Slurf nu 15 jaar oud is, wil niet zeggen dat deze zichzelf ook maakt. Integendeel, de gehele Slurfredactie heeft zich weer een lang weekend een slag in de rondte gewerkt. De leden van de Raad Oud Slurfers waren zoals altijd welkome hulpen. Na in de vorige Slurf afscheid te hebben genomen van Carmen Molhoek en Robert Draisma, van wie ik de hoofdredacteurenpen met veel dank heb overgenomen, verwelkomen wij twee nieuwe commissieleden: Olga Verburg en Qrijn Bauer. Beide hebben zich als volleerde Slurfende taalpuristen bewezen dit Slurfweekend. Een nieuw collegejaar brengt ook een nieuw bestuur met zich mee en een nieuw bestuur brengt een nieuwe QQ’er met zich mee. Onze welgewaardeerde Koen van

Algemene voorwaarden De Slurf verschijnt vijf maal per jaar en is een uitgave van Gezelschap Leeghwater, de studievereniging van werktuigbouwkundige studenten aan de Technische Universiteit Delft. Niets uit deze uitgave mag gereproduceerd worden en/of openbaar gemaakt worden door middel van boekdruk, fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Gezelschap Leeghwater. Gezelschap Leeghwater verklaart dat deze uitgave op zorgvuldige wijze en naar beste weten is samengesteld, evenwel kan zij op geen enkele wijze instaan voor de juistheid of volledigheid van de informatie. Tevens is zorgvuldig gezocht naar rechthebbenden van de gepubliceerde illustraties, dit is echter niet in alle gevallen na te gaan. Wanneer u denkt auteursrechten te hebben kunt u contact opnemen via onderstaande gegevens. Gezelschap Leeghwater aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die het gevolg is van handelingen en/of beslissingen die gebaseerd zijn op bedoelde informatie.

4

de Slurf - oktober 2010 - no. 1

Witteveen wordt verruild voor Yonna Welschen. Ook Yonna blijkt een waardig Slurfcommissielid. Zo blijft de commissie zeven leden tellen, die een waardige, 44-paginatellende, lustrumSlurf hebben neergezet. Allereerst is de rubriek ‘van het bestuur’ te lezen, welke voor het eerst door onze kersverse voorzitter Eric Pasma is geschreven. Vervolgens gaan we terug in de tijd in het eerder genoemde lustrumartikel van de eerste Slurf door Olaf Gietelink. In het VOL interview beantwoord Thomas Visscher dit keer al onze brandende vragen. Daarna licht professor Robert Babuska de master Systems and Control toe in het vernieuwde masterverhaal. Menno de Nooij vertelt in het buitenlandverhaal over zijn avonturen en onderzoeken in Panama. Het afstudeerverhaal gaat dit keer over micro-assemblage en is geschreven door Ron Bruinen. Andrea Simonetto vertelt in het PhD-verhaal over de nodige ontwikkelingen op het gebied van samenwerkende robots. De Amerikaanse Tina Amritha vertelt over haar belevingen van educatie in Nederland in het international article. Vervolgens heeft Sten in de DIY een lasercommunicatiesysteem in elkaar geknutseld. De studentenraad ORAS grijpt haar kans om het belang van een nieuwe andere studentenraad te benadrukken. En ook alle commissieleden zelf hebben weer de meest uiteenlopende interessante onderwerpen beschreven in een zestal grandioze artikelen. Waarna er afgesloten wordt met de gebruikelijke column en het nawoord. Zo is de eerste lustrumSlurf compleet, ik hoop dat jullie net zoveel plezier beleven tijdens het lezen als wij tijdens het maken. Namens de gehele Slurfcommissie wil ik bij dezen het nieuwe bestuur heel veel succes en een fantastisch jaar toewensen, dat de samenwerking zo sterk als een olifantenSlurf mag blijven en dat we jullie vaak mogen verwelkomen op jullie kantoor tijdens een Slurfweekend. Voor mij was dit helaas de laatste Slurf. Het was mij een fantastische eer en een waar genoegen om aan vijf edities meegewerkt te mogen hebben. Ik draag de hoofdredacteurspen over aan Sten Ouborg en wens hem en de overige redactieleden heel veel succes en plezier met het maken van de volgende lustrumSlurfen. Thijs de Groot, hoofdredacteur

Redactie Hoofdredacteur: Thijs de Groot Eindredacteur: Sten Ouborg Secretaris: Marc van Etten Commissaris Lay-out: Nicky Mol Redacteur: Olga Verburg Redacteur: Qrijn Bauer QQ’er: Yonna Welschen Met dank aan de ROS Rechthebbende coverfoto: Gezelschap Leeghwater Verzending ‘de Slurf’ wordt verzonden aan de ereleden, het college leden van verdiensten, de leden van studievereniging Gezelschap Leeghwater en de Vereniging Oud Leeghwater. De Slurf wordt verzonden aan instellingen binnen en buiten Delft, alle Professoren van de faculteit 3mE en bedrijven waarmee Gezelschap Leeghwater samenwerkt. De PR-afdeling van de faculteit ontvangt 200 exemplaren ten behoeve van voorlichting.

Abonnementen Het aanvragen van een abonnement kan via de vermelde gegevens. Een abonnement op ‘de Slurf’ kost €14,- per jaar. Nieuwe abonnementen kunnen het gehele jaar door ingaan. Een abonnementsjaar loopt gelijk met een collegejaar en dus wordt de eerste maal het abonnement pro rata berekend. Oplage & Druk 3000, Drukkerij DeltaHage, Den Haag Gezelschap Leeghwater Faculteit 3mE Mekelweg 2, 2628 CD Delft Tel: +31 15 27 86 501 Fax: +31 15 27 81 443 info@leeghwater.nl www.leeghwater.nl ABN-AMRO: 44.23.10.919 Giro: 66967


Gezelschap Leeghwater

van het bestuur

Aristoteles schreef: “De olifant overtreft alle andere dieren in slimheid en verstand en staat in intelligentie het dichtst bij de mens.” Onze kudde presteert ook bovenmaats en is daarom zeer gewild in de hedendaagse maatschappij. Ook zei Aristoteles: “Verwondering is het begin van wijsheid”. Het 143ste bestuur verwondert zich dagelijks over de wijsheid binnen onze fantastische vereniging. Ruim 420 olifanten hebben dit jaar voor onze prachtige studie Werktuigbouwkunde gekozen, dit is wederom een groei ten opzichte van vorig jaar. Van dit aantal hebben 285 enthousiastelingen in een fantastisch nuldejaarsweekend kennis gemaakt met hun studie en het Gezelschap, wat een nieuw record is. Velen van hen komen al gezellig op kantoor voor een praatje en zijn actief in de IvooCo, StuntCo of de nieuwe sportcommissie, de SportCo. Het 143ste bestuur heeft ook een fantastische start gemaakt. De eerste drie weken hebben wij kennis gemaakt met nagenoeg alle besturen van de studieverenigingen die Delft rijk is tijdens de traditionele constitutieborrels. Onze officiële functie-overdracht vond plaats tijdens de jaarvergadering op 2 september. Er is terug gekeken op een succesvol 142ste leeghwaterjaar, gevolgd door de presentatie van ons beleid en begroting met daaropvolgend de wisselingsreceptie. Activiteiten Afgelopen periode was er genoeg te doen bij Gezelschap Leeghwater. Naast de wekelijkse borrel in het Lagerhuysch op dinsdag, heeft er een gezellige slagtandborrel met pre-après-ski thema plaatsgevonden.

Ook de StuntCo heeft een knallende middag neergezet door met dertig olifanten te gaan paintballen. Directielid M. van Vroonhoven van de Nederlandse Spoorwegen heeft een inspirerende lezing gehouden. Daarnaast zijn er twee leerzame en uitdagende case studies bij ING en Frames georganiseerd. Tot slot vond op 29 september het symposium ‘Human 2.0: Upgrading Human Capacity’ plaats. Het was een gedenkwaardige middag met sprekers van over de hele wereld. Commissies Voor de commissies van het 142ste leeghwaterjaar is helaas de tijd aangebroken het stokje over te dragen. Vele olifanten trappelen weer om plaats te nemen in één van de mooiste commissies van Delft. Aan de hand van de eerstejaars interesselunch en het commissie interessediner zijn de commissies voor het 143ste jaar samengesteld. Naast alle gebruikelijke commissies is er ook dit jaar een StuntCo samengesteld, en verwelkomen wij de eerdergenoemde SportCo bij het Gezelschap. Vooruitblik Dit jaar zullen er veel interessante, uitdagende en feestelijke activiteiten worden georganiseerd. Zo zal ervoor worden gezorgd dat alle leden en internationale studenten worden geprikkeld en uitgedaagd tijdens de cases, excursies en inspirerende lezingen. In februari zullen 66 olifanten de pistes van Le Joue de Loup onveilig gaan maken. Binnen het onderwijs zal worden gewerkt aan de College Response Group voor masterstudenten. Om de informatievoorziening optimaal te maken, zal er een nieuwe site worden gelanceerd. Kortom, dit jaar zal bol staan van de activiteiten en de olifant zal weer centraal staan zoals in het hindoeïsme: symbool van kracht, verstand en eeuwig leven, net als het Gezelschap. We zien je dit jaar graag in het kantoor, voor een praatje of om je in te schrijven voor één van de vele activiteiten. Eric Pasma voorzitter ‘Gezelschap Leeghwater’ de Slurf - oktober 2010 - no. 1

5


Olaf Gietelink

Lustrumverhaal

Het 128ste bestuur op zoek naar inspiratie voor een nieuw magazine Bij het 15e jubileum van de Slurf is het natuurlijk leuk om even terug te blikken hoe het mooiste technisch magazine van Delft, en misschien ook wel van Nederland of Europa, ooit tot stand is gekomen. Toen de huidige redactie mij als eerste hoofdredacteur had weten te traceren en vroeg om hier wat meer over te vertellen, kon ik natuurlijk geen nee zeggen. Ik moest even in mijn geheugen graven hoe het ook al weer zat, maar het begon 15 jaar geleden als een ambitieus idee van het 128ste bestuur. Het medium dat Gezelschap Leeghwater vóór 1996 ter beschikking stond, was een half A4-tje in ‘De Koppeling’, een gestencild boekwerkje dat de faculteit elke paar weken rondstuurde. Toen ons 128ste bestuur in 1995 aantrad, kwamen we er snel achter dat we op een betere manier onze leden moesten bereiken. Aan de andere kant was er ook onder de studenten behoefte aan een glossy magazine met interessante technische verhalen over auto’s, baggerschepen, olifanten, miss Leeghwater, etcetera.

voorloper van de Pentium processor. Met het programma ‘Pagemaker’ hebben we toen in een paar weken de eerste uitgave in elkaar geknutseld. Wat ik me er nog van kan herinneren, is dat het een kwestie van veel lange nachten met bier, koffie en gezelligheid was. Veel lastminute werk, en dat is het denk ik nog steeds, getuige het feit dat ik een paar uur voor de deadline koortsachtig dit stukje zit te schrijven. Wonder boven wonder vond ik in een oude doos op zolder, die nog sinds de vorige verhuizing onuitgepakt was gebleven, de eerste editie van de Slurf, en was benieuwd wat daar zoal in stond: een artikel over de toen revolutionaire direct ingespoten benzinemotor, een anatomische ontleding van een olifantenSlurf, een artikel over een sigarettenfabriek, in de tijd dat roken nog volstrekt geaccepteerd was, een krantenartikel met de kop “Dorstige olifanten slopen brouwerijen” en een advertentie van mijn huidige werkgever. Dit bewijst maar weer eens het nut van advertenties. Ook nu nog lees ik elke editie van de Slurf als hij op de deurmat valt. Het is mooi om te zien dat het in de loop van 15 jaar echt een professioneel tijdschrift is geworden dat een grote interesse van zowel studenten als alumni geniet.

“Het was een kwestie van veel lange nachten met bier, koffie en gezelligheid.”

Olaf Gietelink Eerste Slurf hoofdredacteur

Olaf Gietelink

Het was destijds uiteraard wel wat behelpen met de technische en financiële mogelijkheden. We hadden slechts budget voor een zwartwit uitgave, maar wel met een full colour kaft. Ook hadden we de beschikking over een computerpark met een aantal 486’s, dit is de

Gezelschap Leeghwater

Gedurende ons bestuursjaar begon het idee van een eigen magazine steeds meer vorm te krijgen, zodoende hebben we de Slurf opgezet. Samen met het toekomstige 129ste bestuur vormden we een redactie met alles wat daarbij hoort: artikelen schrijven, faculteitsnieuws verzamelen, adverteerders zoeken en onderhandelen met drukkerijen. Erg spannend om iets van begin af aan op te zetten.

Het computerpark

De eerste Slurf de Slurf - oktober 2010 - no. 1

7


VOL nieuws Vereniging Oud Leeghwater, alumnivereniging Werktuigbouwkunde

Nieuw VOL bestuur

Symposium

Met de komst van een nieuw bestuur van Gezelschap Leeghwater volgt er ook een nieuw VOL bestuur. Het nieuwe VOL bestuur heeft de volgende samenstelling: Teun Koomen (voorzitter), Bart-Jan van Roekel (secretaris), Martin Ogink (penningmeester), Elise Buiter, ir. J.G. van Wijk, ir. B. van Sterren en prof. drs. M. Waas.

29 september was het dan eindelijk zover, het Leeghwater symposium getiteld ‘Human 2.0, mechanically upgrading human capacity’ vond plaats, met sprekers als Marije Smits, een paralympisch sportster, prof. Kazerooni uit de Verenigde Staten, prof. Warwick uit het Verenigd Koninkrijk en onze eigen Dick Plettenburg. Met een opkomst van ongeveer tweehonderd man was het symposium een groot succes. De gehele dag werd begeleid door de Gebroeders Meester, die zich in het dagelijks leven bezig houden met filosofie en literatuur. Zij hebben het dagprogramma aan elkaar gepraat en een verband gelegd tussen de technologie, de filosofie en de mogelijke ethische dilemma’s die er bij komen kijken. Na een daverend applaus voor de sprekers en een discussieronde, werd de dag afgesloten met een borrel waar de gasten nog de gelegenheid kregen om met elkaar en de sprekers te praten over het symposium.

Nuldejaarsweekend

Ook dit jaar is het studentenleven van vele werktuigbouwers begonnen met het nuldejaarsweekend. Het aantal enthousiastelingen die naar het weekend komen blijft stijgen, dit jaar waren er maar liefst 285 nuldejaars aanwezig. Zij hebben van 13 tot 15 augustus alle facetten leren kennen van Gezelschap Leeghwater. Naast de kennismaking met het Gezelschap, is het nuldejaarsweekend natuurlijk een goed moment om kennis te maken met de andere aanstaande werktuigbouwkundestudenten en vrienden voor het leven te maken. Dankzij de tomeloze inzet van de NuCo hebben de nuldejaars weer kunnen genieten van enkele fantastische activiteiten, waaronder natuurlijk het beroemde en beruchte zwembadfeest.

Samenwerking met het AlumniFonds

Tijdens de laatste Algemene Ledenvergadering heeft de Alumnivereniging TU Delft besloten zich over te hevelen naar een fonds-opnaam ‘Het AlumniFonds’ onder de vleugels van de Stichting Universiteitsfonds Delft. Deze overheveling heeft de consequentie dat de AV voortaan niet meer bestaat als zelfstandige vereniging met eigen ledenbestand, maar in plaats hiervan haar oud-leden uitgenodigd zijn om via een vrijwillige bijdrage, in plaats van een jaarlijkse contributie, Het AlumniFonds te ondersteunen ter bevordering van talent, technologie en de TU Delft zelf. Het nieuwe VOL bestuur zal de banden met het AlumniFonds aanhalen en zoveel mogelijk proberen samen te werken om afgestudeerden te bereiken en hen een zo groot mogelijk netwerk aan te bieden.

Nieuwe collegezalen

De meeste gebouwen op de universiteitscampus zijn gebouwd in de jaren zestig en het comfort en functionaliteit van de collegezalen bleek de laatste jaren steeds meer onder de maat. Daarom werd vorig jaar besloten om een groot aantal van deze collegezalen in de zomervakantie grondig te verbouwen. Vanwege een paar tegenslagen konden de collegezalen pas vanaf 20 september in gebruik worden genomen. Tot die tijd waren de 420 eerstejaars werktuigbouwkundestudenten genoodzaakt om de colleges in een grote tent te volgen die aan de achterzijde van de faculteit stond. De ouderwetse krijtborden zijn vervangen door een state of the art interactief projectiescherm. Met speciale stiften, maar ook simpelweg met de hand, kan de inhoud van het scherm veranderd worden. Zo worden presentaties en colleges dynamischer en interessanter voor de student. Daarnaast wordt het ook gemakkelijker voor de docenten. De door de TU Delft zelf ontwikkelde innovatieve en interactieve presentatiesystemen functioneren op dit moment nog niet helemaal naar behoren, maar zullen de komende tijd onder handen worden genomen.

Merel van Vroonhoven werd vorig jaar mei aangesteld als derde lid van de directie van de Nederlandse Spoorwegen NV. Woensdag 13 oktober kwam ze bij ons langs om haar ervaringen te delen en te vertellen hoe het is om vorm te geven aan de strategische ambitie van de NS, om een klantgerichte dienstverlener allereerst in Nederland en voorts in Europa te zijn. De lezing was een groot succes en gaf menig student nieuwe inspiratie en stof om over na te denken.

Gezelschap Leeghwater

Frank Wijman

De nieuwe collegezalen 8

Lunchlezing Merel van Vroonhoven

de Slurf -oktober 2010 - no. 1

Prof. Warwick aan het woord op het symposium Human 2.0


VOL interview Vereniging Oud Leeghwater, alumnivereniging Werktuigbouwkunde

Vanuit de Vereniging Oud Leeghwater wordt er elke Slurf een alumnus van onze mooie vereniging geinterviewd. Op deze manier krijgen studenten een goed beeld van waar je terecht kunt komen met de studie Werktuigbouwkunde en zien alumni wellicht een oude bekende. Wie is Thomas Visscher? naam: bedrijf: functie: woonplaats: afstudeerrichting:

Thomas Visscher Verizon

Product Manager Heemstede

Systeem- en Regeltechniek

jaar van afstuderen: 2000

Een geweldig afwisselende tijd waarin ik studie, werk, sport en gezelligheid in alle vrijheid kon combineren. Een vrijheid waaraan andere levensfases, tot nog toe, niet aan kunnen tippen

Hoe is uw studie verlopen? De eerste twee jaar was het vooral door het programma heen ploeteren, gedreven door intrinsieke motivatie. Na de keuze van mijn afstudeerrichting werden mijn interesses, de begeleiding en het studieprogramma specifieker en kreeg ik meer stimulans van medestudenten. Dit maakte de studie een stuk leuker en ging het opnemen van kennis en het behalen van goede resultaten mij een stuk makkelijker af. Ik ben afgestudeerd op een onderzoek bij de Nederlandse Spoorwegen, dat een antwoord moest geven op de vraag: “Is het mogelijk een goed beeld te krijgen van de onderhoudsstaat van een onderstel van een railvoertuig zonder deze uit bedrijf te halen?”. Een leuke en pittige opdracht die recentelijk ontwikkelde kennis in de systeemtechniek toepaste op een praktische probleemstelling.

Kunt u een korte schets van uw carrière geven? Na mijn studie ben ik gestart bij MCI, een bedrijf dat telecomdiensten levert aan bedrijven op de afdeling Strategy & Business Development. In mijn tweede functie bij MCI heb ik als project manager een Randstad-dekkend glasvezelnetwerk helpen uitrollen. Een project dat MCI in staat stelde om hoogwaardige telecomdiensten aan honderden nieuwe klantlocaties te bieden. Op dit moment ben ik bij Verizon product manager voor de wereldwijde communicatieproducten gericht op multinationals. Tot deze productenfamilie behoren bijvoorbeeld online vergaderen, telepresence en geavanceerde telefoniediensten. Een zeer veelzijdige functie, die zowel strategische, marketing en verkoop- en managementaspecten heeft.

In welk opzicht gebruikt u Werktuigbouwkunde? De telecomindustrie is behoorlijk technologie-intensief. In de ontwikkelfase van producten waar ik supervisie over heb, investeren

Thomas Visscher

Waar denkt u aan als u terugkijkt op uw studententijd in Delft?

we veel geld in het bouwen van netwerk- en softwarearchitecturen. Tijdens deze fase is het belangrijk om onafhankelijk maar gestructureerd te denken, iets wat je tijdens je studie Werktuigbouwkunde heel snel leert doen. Overigens moet ik mijn Delftse geest soms ook tijdelijk uitschakelen, vooral bij marketing en verkoop-aspecten. Je loopt sneller in de valkuil om alles heel rationeel en analystisch te benaderen, terwijl het ‘proces van kopen’ zowel bij consumenten als bij bedrijven lang niet altijd een rationeel verloop hebben.

Is Werktuigbouwkunde een goede keuze geweest? Zeker. Wel had ik gezien mijn huidige interesses veel plezier kunnen hebben van wat meer bedrijfskundige en -economische kennis.

Welk advies heeft u voor de student? Je studietijd biedt een grote mate van vrijheid. Dat is prettig maar kan ook ertoe leiden dat je veel tijd verspilt waarvan je je achteraf afvraagt of je die niet anders had willen besteden. Maak daarom een plan, bij benadering, voor je studietijd. Hoe wil je dat jouw studietijd eruit gaat zien? Wat wil je aan kennis en ervaringen opgedaan hebben? Kijk vervolgens regelmatig of je ongeveer volgens je plan bezig bent en pas je plan aan waar nodig. Kies ook bewust voor andere activiteiten dan in plaats van je alleen te richten op je studie. Ik bedoel niet alleen activiteiten die je kennis en vaardigheden ontwikkelen binnen en buiten je curriculum, en die je misschien aantrekkelijker maken voor de arbeidsmarkt, maar zeker ook die activiteiten die geen ander doel en functie lijken te hebben dan zorgen voor afleiding. Of hoef ik dat studenten niet uit te leggen? de Slurf - oktober 2010 - no. 1

9


Leeghwater Leeghwater agenda 21 oktober 11 november 18 november 24 november

Rabobank lunchlezing Tantra borrellezing

Algemene Leden Vergadering

Commissie kennismakingsdiner

Nuldejaarsweekend 2010

Vrijdag 13 augustus was het weer zover: Meer dan 280 nuldejaars kwamen naar Delft voor de ideale start van hun studentenleven. Na de praatjes van het aankomende bestuur van Leeghwater en de Nuldejaars commissie vertrokken alle nuldejaars in rode overall met de eppo’s van het 143ste in groepen per bus naar zes verschillende bedrijven, namelijk: STC Saio, Heineken, Exxonmobil, IHC, Mammoet en NedTrain. Nadat menig werktuigbouwkundig hart sneller was gaan kloppen door alle imposante mechanieken, werden alle nuldejaars op de faculteit verwacht om, samen met hun mentoren, naar het Kraaijennest te fietsen. Na het nuttigen van een Chinese hap ging het feestje door tot diep in de nacht. Zaterdagochtend gingen alle nuldejaars, mentoren, NuCo, het 143ste en 142ste bestuur weer vroeg uit de veertjes om op deze zonnige dag nieuwe mentorgroepjes te vormen waarmee een parcours van activiteiten werd afgelegd, zoals een stormbaan, een quiz en als klap op de vuurpijl het ontwerpen en bouwen van een reuzenkatapult met behulp van houten palen, touw en fietsbanden. Na een overheerlijke barbecue vond er een ware volksverhuizing plaats richting het zwembad voor wederom een

10

de Slurf - oktober 2010 - no. 1

legendarisch zwembadfeest. Aldaar nuttigde menig olifant zijn biertje in het bubbelbad en ook in de glijbaan werden mooie capriolen uitgehaald. Terug op het kamp was er een kampvuur, waar alle aanwezigen zich fijn hebben opgewarmd. Zondagochtend werden de OWee-groepjes gevormd. Traditioneel werd het weekend afgesloten met een gezamenlijk etentje bij één van de grote studentenverenigingen, ditmaal op Sociëteit ‘Phoenix’.

Paintballen

Zoals gepland in de eerstejaars startperiode ging 15 september een grote groep van 38 eerstejaars studenten een ruige dag vol verfvlekken en tijgeren tegemoet. Er was maar één dappere dame aanwezig die alle mannelijke medestudenten durfde te trotseren. Er zijn verschillende spannende spellen gespeeld, maar uiteindelijk heeft het heldhaftige lintjesteam glansrijk gewonnen.

Case ING

Vrijdag 24 september is een kleine delegatie olifanten afgereisd naar het gebouw dat lijkt op schoen, trein of strijkijzer van de ING in Amsterdam. Daar aangekomen bleek de case echter in het gebouw ernaast plaats te vinden. Na een paar algemene praatjes over de ING werden we al snel in een simulatie als Chief Information Officer aan het werk gezet. Als CIO moest je beslissingen nemen over investeren in verschillende zaken binnen de ING, binnen een bepaald tijdsbestek. Zo moest je de keuze maken tussen investeren in mensen binnen het bedrijf, recruitment, nieuwe technologieën of ICT. Na elke ronde werd je score bekend gemaakt en na vier rondes was er een winnaar die het gezondste bedrijf had gecreëerd. Deze simulatie gaf een


goed beeld van de functies die je kunt krijgen als werktuigbouwkundig ingenieur binnen ING.

Commissie Interesse Diner

Aan het begin van elk Leeghwaterjaar staat het commissie interesse diner op de agenda. Op dinsdag 28 september waren alle nieuwsgierige olifanten welkom in het Lagerhuysch, om hun interesse in één van de fantastische commissies die het Gezelschap rijk is te tonen. Na een gezellige ontvangst onder het genot van een koud biertje heeft het 143ste bestuur alle commissies toegelicht. Tijdens een overheerlijke Italiaanse maaltijd konden alle aanwezigen de indrukken laten bezinken en nadenken over hun keuze. Na het diner hebben alle olifanten hun voorkeuren en motivaties uitgesproken, waarna er weer gezellig geborreld kon worden.

Human 2.0

Het HUMAN 2.0 symposium op 29 september was grandioos. Met tweehonderd deelnemers zaten de Berlagezalen één en twee van de faculteit Bouwkunde helemaal vol. De dag werd geopend door prof. Waas. Hierna namen de dagvoorzitters, de Gebroeders Meester, de regie over. Atlete Marije Smits beschreef in de eerste presentatie hoe zij haar onderbeen verloor en dankzij haar prothese mee kan doen met de beste sporters van de wereld. Aansluitend vertelde dr. ir. D. Plettenburg over de protheses die nu in ontwikkeling zijn. InteSpring en TNO lieten zien wat zij deden om het leven voor mensen gemakkelijker te maken. Makkelijk te tillen voorwerpen en minimaal invasieve operatietechnieken kwamen hierbij aan bod. Prof. Kazerooni verbaasde iedereen met de eenvoud van zijn ontwerp van een exoskelet. Prof. Warwick zorgde voor vele openvallende monden door te vertellen over de experimenten die hij op zijn eigen lichaam uitvoert. Uiteindelijk wil hij het brein laten communiceren met computers. Gedurende de dag werden er vele vragen gesteld door het publiek dat zich betrokken voelde bij het onderwerp. De dag werd afgesloten met een borrel waar iedereen kon bijkomen van alle opgedane indrukken.

Slagtandborrel

Glühwein, baguettes, slechte muziek en mutsen. De eerste slagtandborrel op 6 oktober van dit jaar was erg gezellig. Deze borrel met het thema Pre-Après-Ski, mede georganiseerd door de FuCo, was de eerste slagtandborrel van dit collegejaar. Om de toon te zetten was de FuCo in volledige wintersportuitrusting en Russische bontmutsen gekleed. De glühwein maakte alle aanwezigen enigszins jolig en de honger werd gestild door heerlijke stokbroodje met kruidenboter vers uit het pittoreske Frankrijk. Aan alle winstersportartikelen die gedragen werden kon je zien dat veel aanwezigen enthousiast waren voor de wintersport. Het feest werd helemaal compleet door de meezingers en de bekende dansnummers. De toon is gezet voor een legendarische wintersport in de voorjaarsvakantie.

Excursie VanderLande

Ook dit jaar vond er weer een excursie naar VanDerLande plaats. Met 27 man vertrokken we op 12 oktober naar Eindhoven om de eindeloos lange bagage- en transportbanden te bewonderen. Door alle nieuwe technieken voor het sorteren van pakketjes, was het een zeer leerzame dag.

Lunchlezing Merel van Vroonhoven

De door de ChickaCo georganiseerde lunchlezing op woensdag 13 oktober, waar ir. M.W.L. van Vroonhoven sprak, was een groot succes. Merel studeerde Mijnbouwkunde aan de TU Delft en rondde daarnaast een mba-opleiding af aan een business school in het Franse Fontainebleau. In 1993 startte ze een traineeship bij ING en rond haar 37ste heeft ze al in de directie van Nationale Nederlanden gezeten. Ze werd vorig jaar mei aangesteld als derde lid van de directie van de Nederlandse Spoorwegen NV. Hiernaast is ze ook lid van de raad van toezicht van de TU Delft en bestuurslid van het Haagse Residentie Orkest. Merel kwam bij ons langs om haar ervaringen te delen als vrouw aan de top. De lezing gaf menig student nieuwe inspiratie en nieuwe stof om over na te denken.

de Slurf - oktober 2010 - no. 1

11


bachelor Als commissaris bacheloronderwijs verbaas ik me over de vele ontwikkelingen en problemen in het onderwijs. Denk hierbij aan de voorgenomen bezuiniging en het inkrimpen van het praktijkonderwijs. De vraag is of Werktuigbouwkunde wel zonder dat belangrijke practische onderwijs kan? door: Pieter Smorenberg, commissaris Onderwijs Bachelor

Ontwerpwedstrijd De jaarlijkse Ontwerpwedstrijd is ooit door Leeghwater bedacht om meer gevoel te krijgen voor de praktische kant van de technologie. Faculteit 3mE heeft dit idee toendertijd omarmd. Het is tot op heden elk jaar een groot succes op de faculteit en wordt zelfs belicht in de landelijke media. Hier komt verandering in. Zo kunnen de studenten dit jaar hun apparaat slechts nog zelf fabriceren in de ‘inloopwerkplaats’. Vanaf volgend jaar kunnen studenten de keuze maken of ze zelf de onderdelen gaan fabriceren of dat ze het uitbesteden aan MBO-studenten. Gezelschap Leeghwater vindt het van groot belang dat alle studenten praktijk ervaring kunnen opdoen tijdens hun studie. De discussie gaat nu over middelen en mogelijkheden. De mening van studenten en alumni in deze zijn van harte welkom. Collegezalen Werktuigbouwkunde is een populaire studie. Dat zien we doordat bij de steeds hogere instroom van studenten er steeds meer voor Werktuigbouwkunde wordt gekozen. Meer werktuigbouwkundige ingenieurs is precies wat Nederland nodig heeft. Er is wel een knelpunt en dat is de capaciteit van de faculteit. Colleges zijn tegenwoordig minder persoonlijk, door gebruik van overloopzalen is er minder interactie tussen student en docent. Het gebrek aan projecttafelruimte wordt echter snel opgelost. De verwachting is dat er voor het einde van dit jaar door de faculteit meer projecttafels in de collegezaalgang geplaatst zullen worden. Bindend studieadvies Faculteit 3mE onderzoekt momenteel de groep ‘uitvallers’. Nu de BSA-norm in het collegejaar 2009 - 2010 is ingevoerd, is er geconstateerd dat veertig procent deze norm niet heeft gehaald. Vooral Werktuigbouwkunde heeft één van de hoogste uitvalpercentages. Reden dus voor absolute verbetering. Vandaar onze nauwe samenwerking met het onderzoek om oorzaak en gevolg van deze cijfers te leren kennen. Wat natuurlijk direct aangepakt kan worden is vervroegde signalering van het probleem. Als de studie niet loopt zoals je wilt, is een vroeg signaal bij de studentassisten een belangrijke eerste stap. Het rustig afwachten op uiteindelijk advies van de studieadviseur, 12

de Slurf - oktober 2010 - no. 1

dat vaak pas na de eerste tentamenperiode is, is eigenlijk al te laat. Ook na het behalen van de benodigde dertig punten, blijft het noodzaak om met maximale inzet verder te gaan. Het komt voor dat pas het tentamen uitwijst dat het merendeel van de studenten de stof niet heeft begrepen. Het functioneren van de docent, de methodiek van uitleg, interpretatie van de lesstof, voldoende basiskennis en tussentijdse toetsing van begrip zijn de zaken waar wij juist vroeg op willen attenderen. Mechatronica project Het mechatronica project is dit jaar voor het eerst ook in de zomer gegeven. Op deze manier biedt de universiteit een extra mogelijkheid om achterstand weg te werken of om alvast vooruit te werken. Een groep van twintig studenten heeft in drie weken het project met succes afgerond. Studenten hadden in de ochtend het practicum en in de middag konden ze hun huiswerk maken en het werk voor de dag erna voorbereiden. In de eerste twee weken waren de practica, in de laatste week vond de eindopdracht en het tentamen plaats. In dit tentamen kwam alle stof van het project aanbod. Vanaf dit jaar is er tijdens het reguliere halfjaarsproject ook slechts één tentamen. Onderwijs Evaluatie Commissie In week vijf is de Onderwijs Evaluatie Comissie bijeengekomen om het onderwijs van het huidige kwartaal te evalueren. Met een lekker stukje taart werden de vakken één voor één besproken. Vooral het vak Regeltechniek 2 werd zeer goed beoordeeld. Simulatie werd erg lastig bevonden, de moeilijkheidsgraad van de matlabopgaven gingen hierdoor hard omhoog. De eerstejaars vakken werden positief beoordeeld, zelfs de analyse instaptoets was nog nooit zo goed gemaakt. Eerstejaarsstage Vanaf dit jaar hoeven eerstejaarsstudenten nog maar minimaal twee weken stage te lopen in plaats van de drie weken. Bij maritieme techniek was het altijd erg moeilijk om de stage plekken te vullen. Dit is de reden dat de opleidingscommissie ervoor heeft gekozen om de stage in te korten. Ook de beoordeling is aangepast. Heb je nog klachten of opmerkingen over het bachelor onderwijs? Stuur dan een email naar bachelor@leeghwater.nl.


master The systems and control discipline focuses on the modeling of dynamic systems and the design of controllers that make these systems behave in a desired manner by using feedback. While the basic principles of control have been used since ancient times in all kinds of man-made systems such as water clocks, temperature regulators and mechanical systems, the theory of automatic control is relatively young. by: prof. dr. Robert Babuska

System and control emerged in the early twentieth century from the need to understand and influence the dynamic behavior of electronic amplifiers. Control theory has made a tremendous progress since then, making impact on virtually all engineering domains. Nowadays, control systems are all around us. They ensure the safe and effective operation of industrial processes, airplanes and cars, they enable consumer electronic devices to operate in a reliable way and help us optimize transportation and communications systems, to name just a few examples.

havior. This will be possible by developing new paradigms within control itself as well as through a tight integration with other disciplines such as artificial intelligence, machine learning or cognitive sciences. The MSc program The MSc program Systems and Control offers an ideal environment for students interested in this rapidly progressing field. Research and teaching within this program addresses generic aspects of control, while the application areas emphasize on the multidisciplinary nature of the field. The combination of solid theoretical basis for the modeling, analysis and design of control systems with the possibility to work on a wide variety of real life problems is highly appreciated both by students, the companies and institutions hiring the graduates of Systems and Control.

Near future Current control systems, while hidden from view, do their job silently, accurately and reliably. Yet, new applications foreseen in the near future are to bring unprecedented challenges and even more prominent role for control. Robots will leave the well-structured environments of factory floors to assist us in our homes, offices and hospitals. Cars will be equipped with intelligent driver assistance systems improving safety on the road and reducing congestion by communicating and coordinating with other vehicles. Computers will be embedded not only in devices, but also on our bodies, so that, for instance, paralyzed persons will be able to control a wheelchair using only their thoughts.

multidisciplinary The program brings together students and lecturers from a variety of engineering backgrounds and an immense range of application areas: from microsystems and mechatronics to large-scale industrial production plants; from physical measurement systems and microscopy to transportation and distribution networks; from optimal oil recovery in petroleum reservoirs to autonomous learning systems in robotics. Contact For more information, please, visit us in person or check our website www.dcsc.tudelft.nl. You can also e-mail the author at r.babuska@ tudelft.nl.

Bosch

DCSC-TU Delft

Future Control systems in these and many more novel applications will have to communicate and interact with humans, cope with unanticipated changes in the controlled process or its environment, will be expected to learn from past experience, actively acquire and organize knowledge about the surrounding world and plan its future be-

de Slurf - oktober 2010 - no. 1

13


Lustrumcolumn Om onze 15e verjaardag te vieren, vragen wij bekende personen om een column te schrijven. In deze column zal onze eigen decaan, prof. drs. Marco Waas het spits afbijten. De Slurf is 15 jaar oud. Mooi. Mooi dat het al 15 jaar bestaat. En ook mooi dat de Slurf tot zo’n mooi en informatief magazine is uitgegroeid! Als ik de Slurf krijg toegestuurd moet ik natuurlijk meteen denken aan een olifant. Hoewel er natuurlijk ook andere slurven zijn. Laat ik eens even stilstaan bij die naam: de Slurf. Wat is nu eigenlijk een Slurf? Ja, die verlengde structuur op de kop van sommige diergroepen. De bekendste groep daarvan is natuurlijk de olifant, de trots van Leeghwater. De Slurf is eigenlijk één van de belangrijkste kenmerken van de olifant. De trots van de trots, zou ik haast zeggen. Ook is de Slurf van een olifant een zijden draad. Wel een sterke zijden draad, want hij kan er zelfs met zijn hele gewicht aan hangen. Zijn leven hangt er van af. Hij ademt erdoor, hij drinkt ermee en hij stopt er eten mee in zijn bek. Hij omSlurft er geliefde andere olifanten mee. Het is zijn snorkel, hij duwt er bomen mee om, hij pakt er pinda’s en andere kleine dingen mee op, etcetera.

Ongeveer de helft van de olifanten hebben twee Slurven, want het voortplantings-uitsteeksel wordt ook wel eens Slurf genoemd. En dat heeft ook menigeen die kennis heeft genomen van de roemruchte Leeghwater lustrumonderbroek ondervonden. Op die broek staat fijntjes gedrukt: “Lekker Slurven moet je durven!” Op welke Slurf dit betrekking heeft, laat ik aan de lezer... Ik ga er maar vanuit dat dit vooral betrekking heeft op zowel de redactie van de Slurf bij het maken ervan, als op de lezers van de Slurf tijden het lezen ervan. Ook heet de trechtervormige wervelwind onder een onweersbui een Slurf. Deze Slurf gooit allerlei dingen op de grond door elkaar. Herordent de zaak. Het begint met een flinke toename van entropie, en als je een paar jaar later ernaar kijkt lijkt de entropie per saldo toegenomen. De Slurf van de olifant kan trouwens dezelfde functie ook heel aardig vervullen. En het blad de Slurf? Nou, daar heb ik ook wel dingen in gelezen die zaakjes ernstig in een nieuw perspectief zetten. Op een hoger plan. Mooi! Tenslotte is daar nog de vliegtuigSlurf, waar je doorheen moet om in en uit het vliegtuig te komen. Zonder zo’n Slurf kom je niet naar

Marco Waas

Hoe is dat bij Leeghwater? Eigenlijk is ook hier de Slurf één van de belangrijkste zaken geworden; het gezicht voor de buitenwereld. Dat het leven van Leeghwater van de Slurf afhangt zou ik niet direct willen beweren, maar dat de Slurf daartoe ernstig bijdraagt weer wel. Ook kan de Slurf bepaalde onderwerpen en organisaties liefdevol omSlurven, dat staat buiten kijf. Heilige huisjes die staan als een boom kan de Slurf omver werpen. Andere kleine mooie gadgets of mooie dingen kan de Slurf juist opnemen.

vergelegen oorden. Misschien schuilt hierin nog wel de mooiste vergelijking met ons blad de Slurf. Verre oorden en onbekende gebieden kan je ook wel bereiken met je fiets, auto of met de trein, maar met het vliegtuig ben je er toch het snelst. En in dat vliegtuig kom je via de Slurf. En zo is het ook met onze Slurf. Duik de Slurf in en binnen de kortste keren bevind je je in een verrassend ver oord. Je leert dingen kennen die je nog niet wist, en je verruimt je horizon. Het voedt de geest! Met de Slurf kunnen we ons dus heel goed voeden , net als een olifant met zijn Slurf. Marco Waas de Slurf - oktober 2010 - no. 1

15


Panama

Buitenlandverhaal In het tweede jaar van de master Offshore Engineering ga je op stage. Er zijn mogelijkheden genoeg om dit te doen in het buitenland, de één nog exotischer dan de ander. Via een collega- offshorestudent kwam ik aan contacten bij ACP, Autoridad del Canal de Panamá, de eigenaar van het Panamakanaal.

Menno de Nooij

door: Mennno de Nooij

Panama Panama is een van de rijkere landen van Centraal-Amerika. De skyline van Panama Stad doet erg denken aan die van een miljoenenstad in de Verenigde Staten. Veel banken en multinationals vestigen zich hier om vanuit dit centraal gelegen land te opereren. Ondanks de inkomsten van het Panamakanaal, waar de economie vooral op draait, heeft Panama een heleboel problemen; landelijke politici en de lagere overheden zijn namelijk corrupt. ACP is een alleenstaand bedrijf dat ongeveer de helft van haar netto inkomen, het totale netto inkomen van ACP is één miljard dollar, moet afstaan aan de overheid. Hiervan wordt maar een klein deel geïnvesteerd in het land. Verder is de criminaliteit zeer hoog vanwege het feit dat Panama, en vooral de stad Colón, als hub fungeert voor het doorvoeren van drugs uit Colombia. Deze drugs komen binnen via Kuna Yala, een autonoom gebied in het noorden, waar het Panamese leger geen zeggenschap heeft. De uitbreiding van het kanaal Sinds de opening van het kanaal in 1914 door de Amerikanen is het kanaal wel uitgediept maar nooit verbreed. In een referendum in 2006 is de uitbreiding van het kanaal goedgekeurd door de bevolking, met een meerderheid van 74 procent. Het expansieproject bestaat uit acht subpro16

de Slurf - oktober 2010 - no. 1

jecten: Ten eerste moet de Atlantic Entrance Channel verbreed en uitgediept worden, de Atlantic Approach Channel moet worden aangelegd en er moeten drie sluizen bij worden gebouwd aan de Atlantische kant. Ook moet het operationele niveau van het Gatun meer verhoogd worden met 45 centimeter en de vaargeul van het Gatun meer en de Culebra Cut moet verbreed en uitgediept worden. Daarnaast moet aan de Pacifische kant drie nieuwe sluizen worden gebouwd en het Pacific Approach Channel moet worden aangelegd. Tot slot moet de Pacific Entrance Channel verbreed en uitgediept worden. Nederland levert ook haar bijdrage aan het project doordat Heerema de sluizen ontwerpt en bouwt. Wanneer het project af is in 2014, zullen PostPanamax schepen ,Panamax is een samentrekking van Panama en maximum, de doortocht kunnen maken. Panamax schepen kunnen op het moment ongeveer 4 800 20-voet containers vervoeren. Ter vergelijking, Post-panamax schepen kunnen rond de 12 000 20-voet containers vervoeren. Omdat het totale project zo’n enorme omvang heeft, worden de verschillende onderdelen van de uitbereiding door verschillende aannemers gedaan. Een paar van hen zijn de bekende Belgische baggeraars Jan de Nul en Dredging International die een stuk lager hebben geboden dan onze Nederlandse Boskalis en

Van Oord. In totaal wordt er aan 310 miljoen ton aarde en rotsen verplaatst. Ter vergelijking: dat is omgerekend evenveel als dat je Delft, waarvan de oppervlakte 24 vierkante kilometer bedraagd, tot en met acht meter diep zou uitgraven. In 2025 zal het nieuwe kanaal vermoedelijk meer dan zes miljard dollar per jaar aan inkomsten gaan generen. Mijn stage Ondanks dat ik in Panama Stad woonde, werkte ik aan de verbreding en verdieping van de Atlantic Entrance Channel. Dit hield in dat ik om zes uur ‘s ochtends op het hoofdkantoor van het ACP moest zijn in de buurt van Panama Stad, om vervolgens een uur en een kwartier door de jungle en het regenwoud te rijden om op de projectlocatie aan te komen, vlakbij de huidige sluizen. Dankzij het adembenemende landschap met toekans, papegaaien en met een beetje geluk krokodillen, leek het bijna wel een vakantie. Een klein kantoortje vlakbij de sluizen van Gatun was de locatie waaruit ik werkte. Mijn collega’s waren fantastisch en er hing altijd een gezellige sfeer. ACP is een van de populairste bedrijven om te werken in Panama. Daardoor heeft ACP de mogelijkheid om streng te zijn bij het zoeken naar geschikte werknemers. Na een paar dagen mee te zijn gegaan op excursies kwam ik tot een onderzoeksonderwerp. Bij het


Menno de Nooij

TSHD in het Panamakanaal

Menno de Nooij

baggeren in de vaargeul door Trailing Suction Hopper Dredgers, TSHD, was het principe van ‘overflow’ verboden. Overflow houdt in dat als de hopper van je schip vol is, wanneer er wordt door gebaggerd, het zand bezinkt en het water door een trechter het schip weer verlaat. Uiteraard zit er in die overflow vloeistof ook zand, waardoor het kanaal troebel wordt. Aangezien er in de buurt van het kanaal beschermde koraalriffen liggen werd dit verboden. Ik was er een beetje sceptisch over, of dit zand- en kleimengsel wel zo’n afstand tot het koraal kan afleggen voordat het bezinkt, zeker aangezien er nauwelijks stroming is. Aangezien dit niet was onderzocht maar overflow wel werd verboden, leek me dit een nuttig onderzoek. Met behulp van een aantal vakken uit het curriculum van Offshore kon ik de juiste berekeningen maken welke ik daarna heb geverifieerd met behulp van een simulatie. Het verkrijgen van de juiste parameters was het meest uitdagend. Doordat ik Spaans kan spreken en lezen, was goed literatuur onderzoek en de juiste mensen benaderen mogelijk. ACP was enorm behulpzaam en ik mocht ook vaak aan boord van de TSHD’s en snijkopzuigers komen om met de bemanning te praten en te kijken hoe dat ‘overflow’ principe werkt. Offshore gaan is een feest, je kunt er heerlijk eten en de bemanning is vriendelijk en zeer behulpzaam. Er waren vijf baggerschepen tegelijk

Bij de sluis van het Panamakanaal aan het werk op één van de drukst bevaren vaarwegen ter wereld. Obstructie door Jan de Nul Group van cargoschepen was ten strengste verboden en daarom was coördinatie uitermate belangrijk. Vertraging van een uur kan leiden tot een claim van vijftigduizend dollar, welke direct wordt doorgerekend aan ACP. Ondanks een paar kleine ongelukjes met de TSHD’s leek het erop dat dit deel van het project op tijd zou afkomen. Het hele project gaat overigens op een succes

uitdraaien. Waarschijnlijk komt het eerder af, net als in 1914, en zal het ruim binnen de begroting blijven. De conclusie De conclusie van mijn onderzoek was dat door productie met behulp van overflow, de concentratie van de total suspended solids weinig verhoogd wordt waardoor de overflow geen bedreiging vormt voor het koraal. Nadat het environmental team naar mijn resultaten had gekeken en wat metingen had verricht, is overflow nu toegestaan. Een tweede studie die ik daar heb gedaan, lag in dezelfde lijn. Ik was de eerste die een studie gedaan heeft naar het onderhoud van het kanaal in de toekomst, en of de troebelheid van de Baai van Limon daardoor substantieel wordt verhoogd. Dit is wenselijk om te weten gezien er in dit gebied in de toekomst meer recreatie zal komen door de investeringen die hier gedaan worden. Wederom waren mijn uitkomsten positief. Een topstudie Doordeweeks doe je weinig buiten de werkuren. Meestal was ik om half acht thuis, en als je om kwart over vijf op staat is er ’s avonds niet genoeg tijd om dingen te ondernemen. In de weekenden was er veel te doen in Panama. De inwoners van Panama zijn vriendelijk en open en ik kwam helaas veel tijd tekort om in te gaan op alle uitnodigingen. Als je het land in de toekomst een keer gaat bezoeken, raad ik je aan om naar San Blas te gaan, hier tref je de meest exotische eilanden die je in je leven zult zien. Op die momenten denk je: “Wat heb ik toch een top studie gekozen”. de Slurf - oktober 2010 - no. 1

17


Grip op de Micrometer afstudeerverhaal

Het programmeren van robots voor micro assemblage is erg tijdrovend en niet efficiënt als het gaat om kleinserie of stuksproductie. Handmatige assemblage is flexibeler, maar mensen missen de nodige precisie. Het project waar ik aan werk maakt het mogelijk om de mens te laten werken op micrometerniveau.

Ron bruinen

door: Ron Bruinen

18

de Slurf - oktober 2010 - no. 1

weging, vibratie of door het uitoefenen van krachten communiceert met een gebruiker. Een voorbeeld is de ontwikkeling van een nieuw type gaspedaal voor Nissan, waarbij het meer kracht kost om het gaspedaal in te trappen naarmate de auto dichter op de voorganger zit. Het master-slave project vindt plaats binnen het ‘microfactory-onderzoek’. Dit is een cluster binnen MicroNed, een door de overheid gefinancierd onderzoeksprogramma, dat onderzoek doet naar het fabriceren van kleine producten. Het omvat onderzoek naar een scala aan kleine ‘tabletop-machines’, een minifabriekshal voor op je bureau. De uitdaging Mijn afstudeerproject richt zich op het ontwerp van de slave. Vereist is een resolutie van

Ron Bruinen

Het werken op micrometerniveau is mogelijk met een haptische tele-operator, ook wel master-slave genoemd. De gebruiker bestuurt de master, vergelijkbaar met een driedimensionale joystick, en laat daarmee de slave, één micropositionerings­platform, bewegen. De bewegingen kunnen tot 10 000 keer verkleind worden. Zo kunnen de trillingen die je hand altijd heeft, van circa één millimeter, verkleind worden tot minder dan een micrometer. Ter vergelijking; een menselijke haar is circa honderd micrometer dik. De bewegingen worden geschaald. Het is dus mogelijk om zowel in centimeters als micrometers te positioneren. Een bijzonder aspect is dat je voelt wat je doet, doordat de interactiekrachten bij de slave vergroot worden teruggevoerd naar de master; haptische feedback. Dit systeem kan worden gebruikt in de toepassing micromanipulatie, bijvoorbeeld bij biologische onderzoeksinstituten. Een voorbeeld is het assembleren van nanorobots die door de aderen van de mens zwemmen om medische informatie uit het bloed te verzamelen. Het master-slave project bestaat uit drie deelprojecten; de slave, de master en de controller ertussen. Van de master is inmiddels een prototype gebouwd en er is een patent op aangevraagd. Het project wordt grotendeels ontwikkeld in het Haptics Lab. Haptics staat voor een technologie die middels be-

The Mesh

tweehonderd nanometer stapgrootte over een werkgebied van twee kubieke centimeter. Deze strikte eisen brengen nieuwe uitdagingen met zich mee. Laten we een voorbeeld nemen: Er staat een kist op de grond die te zwaar is om te tillen. Nu is de uitdaging om deze kist maximaal één millimeter te verplaatsen. Dit is niet makkelijk omdat je heel hard moet duwen om de kist überhaupt van zijn plek te krijgen. Als je eenmaal voldoende kracht zet om de kist in beweging te krijgen, zal je merken dat deze meteen enkele centimeters doorschiet. Dit komt doordat de wrijving minder is geworden en er met een grote kracht meteen een grote verplaatsing gerealiseerd wordt. In de microwereld is een wrijvingskracht al heel snel zo groot dat het voorwerp te ver doorschiet. De oplossing is om de wrijvingskracht te verminderen. De kist in dit voorbeeld is makkelijker te verplaatsen op een laagje ijs. Bij andere mechanismen verminderd de wrijving door het gebruik van lagers, bijvoorbeeld de kogellagers in de as van een fietswiel. Deze lagers hebben echter nog steeds een zekere wrijvingskracht. In het slave ontwerp zijn de lagers vervangen door flexures. Dit zijn flexibele, elastisch vervormbare scharnieren, die geheel wrijvingsloos zijn. In het dagelijks leven bekend van bijvoorbeeld de dop van ketchup- en shampooflessen. Naast het verminderen van de wrijving is het ook


Een Delta-robot

Het kruisveerscharnier Momenteel ben ik de analytische resultaten aan het vergelijken met het eindige elementen model in SolidWorks en COMSOL.

dan met flexibele scharnieren. De oriëntatie van het bewegende platform dient niet te veranderen, de hoekverdraaiingen moeten dus worden beperkt. In dit ontwerp beperkt iedere poot twee rotationele vrijheids­ graden. De poten zitten met hoeken van negentig graden aan elkaar verbonden. Het gekozen type scharnier is de kruisveerscharnier. Deze bestaat uit drie kruiselings geplaatste bladveren. Kruisveerscharnieren hebben een lage stijfheid in de as waar ze om moeten draaien en hoge stijfheden in de andere assen. Omdat de stijfheden van deze andere assen niet oneindig hoog zijn, heeft het mechanisme een bepaalde compliantie, tegenovergestelde van stijfheid, die niet te groot mag zijn. Enerzijds is een hoge stijfheid van het mechanisme vereist om snel te kunnen bewegen in verband met de hoge eigen­frequentie en om de fouten die ontstaan door externe krachten beperkt te houden. Anderzijds is een lage stijfheid van het mechanisme vereist om de interactiekrachten te kunnen voelen en om te voorkomen dat micro-onderdelen afbreken. Dimensioneren Het dimensioneren van het concept was het lastigste deel van mijn afstuderen. Hiervoor heb ik stijfheidberekeningen moeten doen aan het mechanisme. In de literatuur is geen praktische analytische methode te vinden, dus heb ik het mechanisme opgedeeld in steeds kleinere stukjes en elk van die stukjes geanalyseerd met basismechanica. De resultaten zijn gebruikt om de optimale verhoudingen van het mechanisme en de scharnieren te bepalen. De uiteindelijke hoogte van het ontwerp is slechts 15 centimeter.

Leerzaam Al met al vind ik het afstuderen erg leuk en leerzaam. Ik heb analytische en ontwerp­ vaardigheden kunnen ontwikkelen en mijn projectmanagement­­­vaardigheden aangescherpt. Ook heb ik nieuwe kennis opgedaan: Parkinson’s Law - “Work expands so as to fill the time available for its completion”. Waarschijnlijk bekend bij veel afstudeerders. Veel dank gaat uit naar mijn direct begeleidende promovendus, Pablo Estevez, en alle hulp die ik heb gehad vanuit het departement Precision and Microsystems Engineering. Voor meer informatie kan je me altijd op komen zoeken in het Haptics Lab, boven het Robot Lab. Het geheel heeft geresulteerd in een bijzonder ontwerp, dat met de huidige ontwikkelingen in driedimen­ sionaalprinten commerciële mogelijkheden biedt. Wie weet heb je binnenkort voor een paar duizend euro je eigen micropositioneringsplatform.

Ron Bruinen

Ron Bruinen

Configuratie Na een eindeloze hoeveelheid brainstorm­ sessies en een trade-off van mogelijke robotconfiguraties, rekening houdend met het aantal poten, het aantal vrijheidsgraden per poot, de symmetrie en de complexiteit, ben ik gekomen tot het afgebeelde mechanisme. Het heeft drie poten, elke poot bestaat uit één onderarm en twee parallelle bovenarmen. Iedere poot heeft een eigen sensor en actuator. Het ontwerp lijkt op de Delta-robot, maar

Ron Bruinen

voordelig om de beweegbare massa te verkleinen. Hierdoor kan het positioneringssysteem sneller reageren op de gebruiker. Een lege kist is makkelijker te bewegen dan een volle. Daarnaast trillen machines met mechanisch bewegende onderdelen. Deze trillingen zijn al snel groter dan de vereiste resolutie. Ook om de trillingen te verminderen, moet de bewegende massa zo klein mogelijk gemaakt worden. Een conventioneel micro positionering platform bestaat uit drie gestapelde lineaire motoren, één in elke richting: x, y en z. Als de onderste motor beweegt, moet deze de massa van de andere twee meenemen in zijn beweging. Dit kan slimmer ontworpen worden door de drie assen parallel aan te sturen. Een voorbeeld hiervan is de Hexapod, ook wel ‘Stewart platform’ genaamd. Het is een beweegbaar platform dat wordt aangedreven door zes ‘poten’. Dit principe wordt toegepast in onder andere vliegsimulatoren. Dit ontwerp is echter niet ideaal voor micropositionering, omdat de relatief zware actuatoren in de poten zelf zitten elke poot moet kunnen uitschuiven. Het is slimmer om de poten licht te houden en deze te bewegen met externe actuatoren. Het samenvoegen van de twee zojuist beschreven concepten leidt tot het algemene conceptontwerp van de slave, een parallelle robot met flexibele scharnieren.

The Omega haptic master device de Slurf - oktober 2010 - no. 1

19


Cooperative Robotics PhD article

Robots will transform our lives. Teaching them how to cooperate to accomplish complex tasks is a key requirement to enable them to become more intelligent. Guaranteeing that they act as we expect them to do is our job.

Andrea Simonetto

by: Andrea Simonetto

Robots, they will be everywhere. The near future will witness the beginning of what we can call the Robotics Revolution. Robots will be used in everyday life, to clean the house, prepare food and help the elderly. Robots will be used in the healthcare system to assist patients and to substitute surgeons in tele-operations. Robots will be used to explore the unknown space out there, like planets and comets. The galaxy itself will be the playground of such automatic probes. In these scenarios, robots need to learn both how to interact with humans safely and how to cooperate among them. Imagine ten cleaning robots that have to coordinate themselves to sweep a flat in the most efficient way: they need to decide who is going to clean what, not to run into the risk of leaving some dirty spots. Or imagine hundreds of swimming nano robots injected in the blood stream of a patient to deliver medicines to specific cells in his body. They have to make sure that all the cells that need to be cured are covered and none of them is cured inappropriately. Picture thousands of robotic spacecrafts exploring the asteroid belt, collecting samples, taking photos, communicating back the information. All of them need to know the skills of eachother to better accomplish their tasks. Clearly, learning how to cooperate is the key to success of such missions. Teaching the robots 20

de Slurf - oktober 2010 - no. 1

how to do that is what we call ‘Cooperative Robotics’. The research Cooperative Robotics is the main focus of our research. To tackle the problem, we use the mathematical tools given by control theory. The reason is that control theory and its algorithms provide guarantees that certain specifications and requirements are met. Clearly this is paramount if we want the robots to act as we expect them to. Let’s take the example of an autonomous aircraft. Control theory provides the right set of machineries and algorithms to enable the aircraft to accomplish its mission without human interaction and without crashing. Typically, the aircraft has a number of sensors which measure different quantities, such as altitude, speed and attitude. This data is then sent to the control algorithm that computes the next action of the aircraft. This action is transferred to the engines, and to the control surfaces. This is the traditional, singleagent structure: measurements, processing and control action. With Cooperative Robotics we want to take this reality a bit further. Now let’s imagine that we have hundreds of these autonomous aircrafts and we want to design algorithms on each of them. Maybe even the same algorithm, so that they do not crash and that they accomplish their mis-

sion cooperating with each other. As in the single aircraft scenario, each of them has it’s set of sensors, it can obtain data about itself and, through a communication network, about the other aircrafts. This data is then processed via the control algorithms and the next action is generated. Here the structure becomes multi-agent: measurements, communication, processing and control actions. It is clear that if we are talking about hundreds of aircrafts, the amount of data that the control algorithm needs to process to have a global knowledge of all the others is too demanding to run reliably real-time. Think about hundreds of altitudes, speeds, attitudes and so on. This information is sent via a communication network among the aircrafts, it is clear that this global information architecture would not work in practice. On the other hand, if we would like the aircrafts to cooperate, we need some sort of global information available at each time from each of them. The core of our research is to limit the growth of information that the control algorithm on each aircraft needs to accomplish the mission in a cooperative fashion. Typically, we consider only the data of the neighbouring aircrafts really necessary and we do not require communication within the whole group. This is quite reasonable: To operate safely, the aircrafts should first ‘talk’ with their neighbours not to crash


Distributed Robotics Lab

bility and possibility of real-time implementation of the algorithms. This is also part of our interests.

Bachelor student groups have investigated the control algorithms for a single robot.

An application example In our research at DCSC, we are exploiting the aircraft example a bit further. We want the group to track moving objects and people. We foresee the possible application in disaster aftermaths like, for example, collapsed buildings or fire accidents, where a group of such autonomous aircrafts could be deployed to search for survivors in otherwise inaccessible areas. Extreme environmental conditions, need for reliable communications and high performance manoeuvres are among the challenges of these scenarios, while cooperation is obviously among the unavoidable requirements. A single aircraft could not track all the survivors and it would be unaffordable to lose it for unexpected events. Hundreds of them, probably smaller and cheaper, would have more chances to find more people and, even if some of them experience some malfunctions, the whole mission would not be compromised. But we do not stop at group aircrafts. We are also investigating groups of autonomous ground vehicles and underwater vehicles which

could be deployed in different environments. Although these autonomous robots have different characteristics, the mathematical tools of control theory allow us to treat them in exactly the same fashion and they offer the right framework to study the partial communication problem. Furthermore, we could envision the interaction between different types of vehicles, each of one having its own ‘skills’ and resources, but all of them with the same common goal. The theoretical challenges are also diverse. These vehicles have typically highly nonlinear dynamics which need to be controlled via nonlinear or robust control algorithms. The communication network should be optimized and the distributed information structure designed using graph theoretical tools. Moreover, the estimation problem which, once solved, enables the robots to track moving objects, is nonlinear and requires special techniques to be handled. Designing reliable path planners for the robots is yet another very active research topic. All these items are in general still open issues in the control theoretical community and typically, they need improvements to boost the applicability, relia-

Andrea Simonetto

into each other and it is clear that the closer the aircrafts the more important the information that can deliver. Nevertheless, the key point of our research is that, if we design our algorithms in a smart way, the external world will see the group of aircrafts acting as if all the information was available to all the aircrafts at each time. In other words, we are distributing the global knowledge on different aircrafts, so that each of them only has access to a part of this knowledge, but we still want to design our algorithms in a way in which they mimic the global information architecture. We say that we are employing distributed information architecture and we may want to redefine the multi-agent structure as: measurements, partial communication, processing and control actions.

The Distributed Robotics Lab To test all our cooperative ideas, we are busy developing the Distributed Robotics Lab. This lab is part of the robotics facilities at DCSC and thanks to the collaboration with M&TT we are now hosted in their AGV lab. Our Distributed Robotics lab consists of six iRobot Create platforms, equipped with netbooks and sensors. These robots are fully autonomous and they can represent the ground vehicles that we are studying from a theoretical point of view. A camera system and ten range-only sensors give the location of these robots and permit the algorithms to be implemented. Different groups of students are now developing the software architecture of the lab, while we are still busy with the hardware-software integration and the communication protocol among the robots. Past bachelor student groups have investigated the control algorithms for single robots, providing insights on the physical model of such machines. The next step is testing multiple robots and their cooperation in simple and complex tasks. Our lab should serve as an educational as well as a research platform. We plan to implement our ideas and scenarios, but most importantly we also plan to implement the ideas of our students. Among the most interesting ones are robots dancing together, robots cleaning together or even robots playing soccer together. The outcomes of these experiments will give us a better understanding of how to design the control algorithms in a more efficient way. The lab is a growing organism and the enthusiasm within our students is tangible. Will our robots be able to cooperate in a reliable way? The answer will be soon posted in our blog: http://distributedroboticslab.blogspot.com.

Our Distributed Robotics lab consists of six iRobot Create platforms, equipped with netbooks and sensors. de Slurf - oktober 2010 - no. 1

21


gadgets Nanoballs

In eerste instantie zien de nanoballs er suf uit. Maar niets blijkt minder waar: Deze ballen hebben eindeloos veel mogelijkheden. Het is bovendien ook nog eens ontstressend.

29,95 www.megagadgets.nl

Slaapdas Pizzakettingzaag

Is je Dennis- of Domino’s-pizza weer eens niet voorgesneden? Snij hem dan vanaf nu met deze pizzakettingzaag!

Doe je een bestuur van een studievereniging en is het de vorige nacht iets te laat geworden? Leg je hoofd op deze opblaasbare das voor een power- nap.

19,95 www.stupid.com

9,95 www.gadgethouse.nl

WonKey

Heb jij er ook zo’n genoeg van wiebeltafels op terrassen? Met deze sleutelhanger hoef je nooit meer bierviltjes onder je tafelpoot te stoppen voor stabiliteit.

6,www.firebox.com

22

de Slurf - oktober 2010 - no. 1


App magneten

Heb je ook nog zo’n koelkast en wil je graag een iPhone? Hiermee heb je alle iPhone Apps op je koelkast! Met deze magneetjes denkt iedereen dat jouw koelkast een iPhone is.

14,95 www.gadgethouse.nl

GPS-Skibril

Altijd al alles willen weten over de condities van de piste waar je bent? Deze bril laat het allemaal zien terwijl je de bril op hebt.

499,www.zealoptics.com

Zakbeamer

Geen tijd meer om je film thuis af te kijken? Met deze beamer kan je overal verder kijken. Zodra de zakbeamer te voorschijn getoverd wordt, krijg je spontaan zin in een bak popcorn.

220,www.thinkgeek.com

Espressopomp

Als je op vakantie gaat is het niet altijd mogelijk om je espressoapparaat mee te nemen. Neem dan de espressopomp mee! Met deze tool bouw je genoeg druk op voor een goede espresso.

99,www.handpresso.com

de Slurf - oktober 2010 - no. 1

23


International article

Delft University of Technology draws around a thousand new international students every year. Because it was voted best host university in april 2009 for international students, more and more are applying.

Zweistein2000

door: Tina Amritha

Decision The decision to come to the Technical University of Delft was a long process, to say the least. Three years after completing my bachelor’s degree at home, in the United States, I found myself living and working with an international company in Europe in 2008. With a bachelor’s degree in BioMedical Engineering from the United States and a diploma in management, from the United Kingdom, under my belt, I had begun a career in marketing. By the middle of 2009, I knew that I had to get my master’s degree. I applied to five programs: four back home in the United States and one in Europe, Delft University of Technology. With all chances not being equal, I chose for the Technical University of Delft. Why? Three reasons: collaborative culture, mathematics, and internationalization. Technology The fact that the Technical University of Delft is a ‘technical university’ is quite

24

de Slurf - oktober 2010 - no. 1

compelling. All of the material taught at the University is related to technology and, therefore, furthering society. So when everyone is learning to achieve more or less this goal, great ideas must come out. Take for instance the universities annual writer-inresidence program. Why would an institution of right-brained engineers be interested in philosophizing with an artist over society’s interaction with technology? Only people coming from an institution such as the Technical University of Delft would understand the answer to this question. For me, it is the same as asking why do we dedicate so many years of our lives to learn math and science? The Technical University of Delft sees technology as a piece in the great scheme of life, and this drew me towards it. Differences The level of mathematics that an average European engineer is capable of is somewhat higher than that of an average engineer from the United States. “Why is this?” Well part of it could be that an average American engineer has spent four years at University,for a master’s degree, and an average European engineer has spent five or more, in most cases. However, most of the differences in mathematics levels between the two regions must be attributed to their respective educational systems. At coffee one day, when I was an exchange student in 2005, some people were discussing a 2005 article in Nature, where a scientist reviewed the technical competencies of several countries in the world. Most

European countries ranked relatively high in mathematics knowledge, and I knew that I could obtain the theoretical understanding of engineering that I wanted by attending an European university. Educational system Globalization is a buzzword. So is internationalization. Having lived in Switzerland, Germany and the Netherlands, I had almost completely acclimated myself to life in Europe. It was like being an American in Paris, multiplied by a factor ten. In addition, I have always thought of master’s programs as international programs. At my home university, Northwestern University, most of the master’s and PhD students were foreign students. A person who has lived abroad and is adapted to an unfamiliar education system is quite valuable to an employer and, more generally, to society. Because he or she can communicate across cultural boundaries. I feel that studying at the Technical University of Delft is keeping doors open and still opening new doors for me. Priceless Altogether, my decision to come to the Technical University of Delft was based on three things: Delft’s cultural take on science, its high expectation of mathematics understanding and, above all, its international outlook. Moving abroad was one thing, but the experience and knowledge that I will gain from the Technical University of Delft will be priceless.


Do it yourself

Lasercommunicatie

Als echte werktuigbouwkundige ben je natuurlijk dol op gadgets. Nog leuker is het echter om de gadgets zelf te maken. In deze rubriek wordt precies uitgelegd hoe je deze gadgets maakt. Dit keer: een lasercommunicatiesysteem Benodigdheden 1 laserpointer 3 AAA batterijen 1 microfoon met voorversterker 1 zonnecel van 0,5 Volt 1 versterker met speakertjes soldeerbout en -tin

Geloof jij dat je in het licht van een laser het geluid van je stem kan verbergen? Met deze do it yourself gaat het je lukken. Dit keer gaan we namelijk communiceren met behulp van lasers. Het lasercommunicatiesysteem bestaat uit twee gedeeltes: een verzendgedeelte en een ontvangstgedeelte.

Gezelschap Leeghwater

Verzendgedeelte Het verzendgedeelte is het gedeelte dat geluid verzend. Dit gedeelte bestaat hoofdzakelijk uit de laserpointer, de audiotransformator en de voorversterkte microfoon. Het geluid dat je met de microfoon opneemt, wordt omgezet in een elektrisch signaal. Dit signaal versterk je, om het vervolgens parallel aan de stroombron van de laserpointer te zetten. Hierdoor schijnt de laser met afwisselende intensiteit. In het licht van de laser is nu het geluid dat je opneemt verstopt. Om te beginnen moet je de laserpointer openmaken. De laserpointer werkt op drie 1,5 Volt knoopcelletjes, maar wij gaan er drie AAA batterijen van maken. Maak dus de laserpointer zodanig open dat je bij de pluspool die zich helemaal binnen in de behuizing bevind, kan. Soldeer aan deze pluspool de pluspool van de AAA batterijen die parallel staan, zodat de laserpointer alsnog zijn benodigde 4,5 Volt krijgt. Soldeer de minpool van de batterijen aan de minpool van de primaire kant van de audiotransformator. Verbind tenslotte nog de pluspool

Het verzendgedeelte: Wij hebben een printplaat condensatormicrofoon gebruikt.

Gezelschap Leeghwater

1 audiotransformator van 100 Volt, 10 Watt en 8 Ohm

Het ontvangstgedeelte: De zonnecel ligt in het midden. van de audiotransformator met de behuizing van de laserpointer. Als het goed is, is de stroomkring nu weer volledig en moet de laserpointer gewoon weer werken. Sluit vervolgens de voorversterkte microfoon aan op de andere kant van de audiotransformator. Ontvangstgedeelte Het ontvangstgedeelte vangt het licht van de laser op met de zonnecel. Het signaal dat de zonnecel hierdoor geeft, wordt overgegeven op de versterker. Deze versterkt het signaal, zodat het geluid uit de boxjes te horen is. Het ontvangstgedeelte is heel simpel. Pak een versterker met boxjes en sluit de aarde van de audio-in poort aan op de minpool van de zonnecel. Als je een versterker hebt met een 3,5 millimeter audiojack, is de aarde makkelijk te vinden. De aarde van een 3,5 millimeter audiojack is namelijk het langste gedeelte van de aansluiting. Dit is het onderste gedeelte van de plug. De andere gedeeltes van de plug zijn achtereenvolgens: de rechterkant van het stereosignaal en als laatste de linkerkant van het stereosignaal. Verbind nu het gedeelte waardoor de rechter- of linkerkant van het stereosignaal gaat met de pluspool van de zonnecel. Het signaal wordt dus maar naar ĂŠĂŠn speaker gestuurd. Resultaat Het resultaat is je lasercommunicatiesysteem. Als je in de microfoon praat, wordt dit signaal in de laserstraal door de lucht gevoerd. Bij de zonnecel en de versterker is het geluid te horen. Een goede tip vanuit eigen ervaring is: Kijk goed uit met je soldeerwerk. Je hebt je vingers namelijk snel genoeg gebrand. Kosten De totaalkosten voor het laser communicatiesysteem zijn ongeveer twintig euro. Dit zijn ruwweg de kosten voor de zonnecel, de audiotransformator en de voorversterkte microfoon. De versterker heb je waarschijnlijk zelf al. Dit kan gewoon je eigen versterker zijn, aangezien je hem niet hoeft te slopen. Je hoeft alleen te zorgen dat de zonnecel in verbinding staat met de audio-in van je versterker. Misschien heb je zelfs ook een oude laserpointer liggen. de Slurf - oktober 2010 - no. 1

25


Een stem die telt

Eind jaren vijftig van de vorige eeuw hadden studenten nog geen invloed op de beslissingen die binnen het hoger onderwijs werden gemaakt. Bestuurders en docenten bepaalden op eigen houtje wat er gebeurde. In de jaren zestig werd er steeds meer actie gevoerd door studenten om inspraak te krijgen in de besluitvorming binnen het hoger onderwijs, met de bezetting van het Maagdenhuis in Amsterdam als hoogtepunt. door: Niek van der Leer

Jose Rosario

Vijf dagen lang werden eten en andere levensbehoeften via een raam en een geïmproviseerde brug over de Handboogstraat naar binnen gehaald. Op 21 mei 1969 maakte de politie hardhandig een einde aan de bezetting, maar de boodschap was toen al lang duidelijk. Een jaar later werd studenteninspraak op het beleid in het hoger onderwijs eindelijk vastgelegd in de wet. Op dit moment is studentenmedezeggenschap de normaalste zaak van de wereld. Zeker in Delft is dit het geval. Een fulltime studentenraad van tien man is lang niet iedere universiteit gegund en daar mogen we trots op zijn.

medezeggenschap in de vorm van instemming- of adviesrecht. Daarnaast heeft de studentenraad ook initiatiefrecht zodat ze eigen ideeën om de student te ondersteunen mag initiëren met behulp van medewerkers. Collegerama en het wiskundeloket zijn hier voorbeelden van. Eén studentenraad Op deze manier worden de studenten in Delft al bijna veertig jaar uitstekend vertegenwoordigd. Dit jaar echter, is er iets vreemds aan de hand. Afgelopen mei werden er weer verkiezingen gehouden om te bepalen welke studentenraadpartij met hoeveel zetels in de studentenraad zou komen. De verdeling van de zetels was echter vooraf al bekend: Er zouden tien zetels naar ORAS gaan. Niet zozeer omdat elke student zich het meest identificeert met de standpunten

Medezeggenschap De TU Delft heeft voor dit laatste gekozen. De Delftse studentenraad vergadert maandelijks met het College van Bestuur tijdens de overlegvergadering, waarbij de studentenraad, afhankelijk van het onderwerp, gebruik kan maken van haar

Een nieuwe partij Je stem uitbrengen is voor een student de belangrijkste manier om invloed uit te oefenen op de besluitvorming aan de TU Delft. Invloed waar voor gestreden is. Het is dus heel belangrijk dat elke student kan stemmen op een partij waar hij of zij zich bij thuis voelt. ORAS erkent dit belang en voelt zich verantwoordelijk voor een klimaat waarin er plaats is voor een andere partij met een andere visie dan die van ORAS. Het is aan de studenten die zich niet vertegenwoordigd voelen door de studentenraad zoals deze nu is, om initiatief te nemen. ORAS wil hierbij graag helpen. Voor meer informatie kun je contact opnemen met ORAS via www.oras.nl of neem contact op via niek@oras.nl

Naar: Reid, Geleijnse & Van Tol

Invloed Studenten kunnen invloed uitoefenen op hun onderwijsinstelling op het niveau van de opleiding, faculteit en universiteit. De universiteit mag ook kiezen voor het systeem van gedeelde medezeggenschap. Dit betekent dat in plaats van een faculteit- of universiteitsraad, die voor de helft uit studenten en voor de helft uit medewerkers bestaat, de medezeggenschap verloopt via aparte medezeggenschapsorganen voor studenten en medewerkers. Voor deze raden vinden vaak verkiezingen plaats.

van ORAS, maar omdat ORAS de enige partij was die zich verkiesbaar had gesteld.

de Slurf - oktober 2010 - no. 1

27


Een andere kijk op licht Licht is een wonderlijk verschijnsel, ook al wordt daar bijna nooit bij stilgestaan. Licht is er altijd en al vanaf de geboorte kan men over het algemeen zien. Dat is mogelijk door het licht dat in ieders ogen valt. Door licht kan de wereld via zicht worden waargenomen. Het is zo vanzelfsprekend en toch is ons huidige idee over het principe van licht pas ongeveer honderd jaar geleden aangenomen. Vele grote wetenschappers hebben aan dit idee een bijdrage geleverd.

wallpapers diq

door: Thijs de Groot

Klassieke Oudheid Over het verschijnsel licht wordt al vele eeuwen nagedacht. De leer van licht en van zijn interactie met materie wordt optica genoemd. De eerste beschrijvingen over wat licht precies inhoudt zijn waarschijnlijk van de Hindoes, rond vijfhonderd jaar voor Christus. Eén van de zes grote filosofische Hindoescholen doceerde dat de wereld was opgebouwd uit vier basiselementen; de welbekende aarde, vuur, water en lucht. Licht zou een straal van vuurdeeltjes met hoge snelheid zijn. Ook de Oude Grieken als Pythagoras, Empedocles, Plato en Aristotoles hebben over licht gefilosofeerd. Zij geloofden ook in de opbouw uit de vier elementen en tevens dat het oog bestond uit al deze elementen, van welke de vuurelementen brandden. Deze vuurelementen straalden zo stralen uit die de omgeving aftastten. Zo kon de mens zien. Ongeveer twee eeuwen later verrichte Euclides de eerste onderzoeken omtrent licht. Zo stelde hij dat licht in rechte lijnen reisde en onderzocht hij fenomenen als diepte, breking en reflectie, die hij wiskundig beschreef. Lucretius beschreef 250 jaar later zijn ideeën over hoe licht uit deeltjes bestond. De Romeinen hielden zich ook met licht bezig. Rond het jaar nul merkte Seneca op dat waarnemingen onder water anders zijn dan boven water en Ptolemaeus onderzocht ongeveer 150 jaar 28

de Slurf - oktober 2010 - no. 1

later weerkaatsing, kleuren en breking van licht in water en andere vloeistoffen. Middeleeuwen Pas duizend jaar later, rond het jaar duizend, werd door Abu Ali al-Hasanibn al-Haytham, wellicht beter bekend onder de Latijnse verbastering Alhazan, voor het eerst gesproken over het waarnemen van voorwerpen doordat het licht vanaf voorwerpen in de ogen van de waarnemer valt. Hij deed veel onderzoek in zowel de optiek als in de biologische kant van de optiek, oftewel zicht. Zo onderzocht hij de structuur van het oog, het proces rond het zicht en de beeldvorming in het oog. Daarnaast bewees hij dat licht in rechte lijnen reisde. Verder was hij één van de eersten die sprak van een eindige lichtsnelheid. Vroegmoderne tijd Bijna zeshonderd jaar later, in 1621, deed de grote Nederlandse wis- en natuurkundige Willebrord Snel van Royen, ook bekend onder zijn Latijnse naam Snellius, een ontdekking gebaseerd op de gedachte van Fernes. Fernes redeneerde dat licht de weg van de minste weerstand kiest. Snellius ontdekte de relatie tussen de hoek van inval en breking van een lichtstraal bij de overgang tussen twee verschillende media. Enige tijd leek zijn werk onbelangrijk en was het weinig sensationeel, totdat zijn bevindingen in 1637 werden

uitgewerkt door de wiskundige René Descartes. Hij vereenvoudigde de enigszins ingewikkelde formule van Snel van Royen tot de welbekende wet van Snellius. De wet was een zeer belangrijke ontwikkeling in de optica. Eindelijk kon de werking van instrumenten als de telescoop, waar toen al jaren mee gewerkt werd, verklaard worden. Verder stelde Descartes als eerste dat licht werd uitgezonden door een stralend lichaam, wat door sommigen wordt beschouwd als de start van de moderne fysische optica. Overigens waren niet al zijn opvattingen over licht correct. Zo trachtte hij de wet van Snellius te verklaren door te stellen dat licht sneller zou reizen in stoffen met een hogere dichtheid. Deeltjes- en golftheorie Ook Sir Isaac Newton leverde een flinke bijdrage aan de optica. Zo toonde hij in de jaren zeventig van de zeventiende eeuw zijn prisma-experiment. Hierbij werd wit licht op een prisma geschenen, dat zich vervolgens in alle kleuren van het kleurenspectrum deelde. Hieruit concludeerde Newton dat wit licht opgebouwd is uit alle kleuren. Rond 1672 kwam hij, voortbouwend op een theorie van Pierre Gassendi, met zijn deeltjestheorie van licht. Hij stelde dat licht bestaat uit deeltjes, ‘corpuscles’, die vanuit de bron alle kanten op stralen. Met deze theorie konden een hoop eigenschappen van


Eind vroegmoderne tijd Begin negentiende eeuw nam het vertrouwen in de golftheorie weer toe. In 1803 publiceerde Thomas Young zijn bevindingen over zijn dubbele spletenexperiment. Dit bekende experiment toonde het interferentiefenomeen van licht en werd verklaard met behulp van de golftheorie. De theorie kreeg ook steun van Étienne-Louis Malus en zijn experimenten. In 1809 publiceerde hij zijn ontdekking van polarisatie van licht door reflectie. Augustin-Jean Fresnel verklaarde

Gezelschap Leeghwater

500 v. Chr.

0

dit verschijnsel met behulp van Youngs golftheorie. Fresnel werkte door op de bevindingen van zowel Malus en Young en breidde hun werken uit. Simeon Denis Poisson voegde wiskunde toe aan Fresnels werk, en zo werd Newtons deeltjestheorie langzaam verstoten. Rond 1850 lukte het Léon Foucalt om voldoende accuraat de lichtsnelheid te meten. Nu kon worden aangetoond dat licht inderdaad langzamer door een dichtere stof reisde, wat de deeltjestheorie van de tafel veegde, maar wat ook één van de laatste steunen voor de golftheorie zou worden. Want de golftheorie bleef een zwakte houden; het benodigde bestaan van ether. Moderne tijd In 1845 ontdekte Michael Faraday een effect dat naar hem vernoemd is, het Faraday-effect: Het polarisatievlak van lineair gepolariseerd licht roteert als het langs een sterk magnetisch veld komt. Dit is de eerste aanwijzing dat licht iets met elektromagnetisme te maken heeft. Faraday inspireerde James Clerk Maxwell om elektromagnetische straling en licht te onderzoeken. Hij ontdekte dat licht en elektromagnetische straling met dezelfde snelheid reizen. In 1873 publiceerde hij vier door hem opgestelde wetten, de bekende Maxwellvergelijkingen, waarvan één elektromagnetische straling betreft. Zijn theorieën werden vlak daarna experimenteel bevestigd door Heinrich Hertz, door aan te tonen dat elektromagnetische radiogolven en licht exact hetzelfde gedrag vertoonden. Het leek duidelijk, licht is een golf, daarvoor moest alleen de ether nog bewezen worden. Hiervoor ontwierpen Albert Michelson en Edward Morley het beroemde interferometer-experiment, ook bekend onder het Michelson-Morley-experiment. Als de ether bestond zou de aarde zich daardoorheen moeten bewegen en zou licht dus in verschillende richtingen ten opzichte van de aarde, met verschillende snelheden moeten reizen. Dit omdat gemeten snelheden altijd van de snelheid van de waarnemer afhangen. Licht bleek echter in iedere richting met exact

500 n. Chr.

1000 n. Chr.

D-Kuru

licht verklaard worden, zoals lichtabsorptie en het foto-elektrisch effect. Hij maakte overigens dezelfde denkfout als Descartes, namelijk dat licht versnelt in dichtere materie. Toch resteerden er lichtfenomenen als interferentie, diffractie en polarisatie, die niet door de deeltjestheorie verklaard konden worden. Als antwoord publiceerde Christiaan Huygens in 1690 zijn golftheorie van licht, die gebaseerd was op een publicatie van Robert Hooke uit 1660. Volgens deze theorie zou licht zich in een speciaal medium, genaamd ether, bevinden. Dit medium was nodig voor de voortplanting van lichtgolven, die vanuit de bron in series in alle directies werden uitgestoten. Ether zou doordringen in alle stoffen en zou de ruimte tussen de atomen vullen. Licht werd op deze manier niet door de zwaartekracht beïnvloed en zou langzamer reizen in een stof met een hogere dichtheid. Deze analogie met geluid, met als verschil dat licht zich in ether zou bevinden, kon optisch periodieke fenomenen als interferentie verklaren. Er waren in deze tijd dus twee werkingsprincipes van licht, enerzijds Newton met zijn deeltjestheorie en anderzijds Huygens met zijn golftheorie. Door Newtons sterke reputatie werd zijn theorie als de juiste gezien en bleef deze tot eind achttiende eeuw de geldende lichttheorie. Maar ook in de achttiende eeuw was niet iedereen het met Newton eens. Onder andere Euler gaf te kennen dat hij in de golftheorie geloofde, vooral omdat daarmee diffractie het best verklaard kon worden.

Newtons prisma-expiriment dezelfde snelheid te reizen. Hiermee werd het bestaan van ether definitief ontkracht. Licht reist dus helemaal niet door ether, maar gewoon tussen de atomen van stoffen door of door een vacuüm. Dit antwoord creëerde alleen maar vragen: Hoe kan licht onafhankelijk van de snelheid van de waarnemer altijd hetzelfde zijn? Hier had Albert Einstein het antwoord op. Om dit te verklaren stelde hij in 1905 de speciale relativiteitstheorie op. Eén fenomeen kon nog steeds niet met elektromagnetische golven verklaard worden, namelijk het foto-elektrisch effect. Ook dit probleem wordt door Einstein opgelost, licht heeft toch bepaalde eigenschappen van een deeltje, een massaloos deeltje wel te verstaan. Ook Max Planck had dit deeltje nodig om het elektromagnetisch spectrum van zwarte stralers te verklaren. Dit deeltje wordt een foton genoemd en kan gezien worden als een klein pakketje energie. Het golf-deeltje dualiteit is de huidige opvatting van het fenomeen licht. De eerste beschrijvingen in de juiste richting zijn 2 500 jaar oud. Sindsdien hebben de grootste wetenschappers zich over het fenomeen gebogen. Allemaal hebben ze een klein beetje bijgedragen aan de huidige definitie van licht. Wellicht biedt dit nieuw inzicht in het wonderlijk fenomeen licht.

1500 n. Chr.

2000 n. Chr.

Ptolemaeus Seneca: waarnemingen Huygens: golftheorie Lucretius: deeltjes Einstein Newton: deeltjestheorie Maxwellvergelijkingen Euclides: eerste onderzoeken Snellius en Descartes: breking van licht Faraday-effecct Oude Grieken: vuurelement, oog tast af Young, Malus en Fresnel Alhazan: licht in ogen waarnemer Hindoes: vuurdeeltjes Compacte tijdlijn van de geschiedenis van licht de Slurf - oktober 2010 - no. 1

29


Olie op het water

De afgelopen maanden heeft de wereld in spanning gekeken naar de ontwikkeling van een van de grootste olierampen in de geschiedenis. Nadat het boorplatform van oliemagnaat BP in de golf van Mexico verdwenen was, moest er zo snel mogelijk gezocht worden naar een oplossing. En nu het lek in de aardbodem eindelijk gedicht is, moet de olie opgeruimd worden. En veel ook.

Themaritimelawyer

door: Sten Ouborg

April 2010, de Golf van Mexico, 66 kilometer uit de kust van Louisiana, Amerika. De crew van het boorplatform Deepwater Horizon is bezig met een proefboring naar het Macondo olieveld. De werknemers en opzichters hebben al sinds maart laten blijken dat ze bezorgd zijn de controle over de bron te verliezen. Om kwart voor tien lokale tijd schiet er een flinke hoeveelheid methaangas onder enorme druk vanuit de bron omhoog. Het gas bereikt de bovenkant van de boortoren en vindt haar weg naar buiten. Hier komt het gas tot ontploffing, waardoor het gehele boorplatform vlam vat. Alle crewleden worden direct geëvacueerd met reddingsboten en -helikopters. Elf mensen zijn tot op de dag van vandaag echter nog steeds niet gevonden, men vermoedt dat ze zijn overleden in de explosie. Na 36 uur blussen heeft het vuur de constructie van het boorplatform zodanig aangetast, dat het platform zinkt. Door het zinken van het platform raakt de ‘blowout preventer’, een serie kleppen die de hoge druk vanuit een olieveld tegenhoudt, zodanig beschadigd dat de boorput lek raakt. Door de hoge druk in het olieveld lekt er olie uit de aardbodem, de zee in. Er wordt geschat dat er door het lek ongeveer 62 000 vaten per dag stromen, wat overeenkomt met 9,857 miljoen liter olie per dag. Eén van de grootste olierampen in de geschiedenis staat op het punt om los te barsten. 30

de Slurf - oktober 2010 - no. 1

Lek dichten Achteraf is de bezorgheid van de bemanning van de Deepwater Horizon niet onterecht. Ingenieurs hebben namelijk aangetoond dat de druk in het ondergrondse methaanmeer ongeveer 690 bar bedraagde. Geen enkele moderne boorapparatuur kan deze druk aan. Om te voorkomen dat de olieramp verder uit de hand zou lopen, moest het lek uiteraard zo snel mogelijk gedicht worden. Er zijn vele pogingen ondernomen, maar een olielek dichten op een diepte van 1 500 meter doe je niet zomaar. Direct na het ontstaan van het olielek probeerde men het te dichten door de blowout preventer af te sluiten met behulp van robots. De robots op de zeebodem werden aangestuurd vanaf het oppervlak om de kleppen op de blowout preventer dicht te krijgen. Alle pogingen om de blowout preventer met behulp van de onderwater-robots af te sluiten, mislukten echter. Met de grote hoeveelheden olie die elke dag de golf van Mexico in stroomden, moest men zich snel richten tot nieuwe methodes. De volgende poging, in begin mei, ging niet om het afsluiten van de blowout preventer, maar om het opvangen van de lekkende olie. De miljoenen liters olie zouden worden afgevangen met een soort koepel die over het lek en de blowout preventer werd gezet. De koepel staat in verbinding met een schip aan het wateroppervlak. Dit schip pompt de olie

die omhoog komt over in olietankers die het vervolgens naar de kust brengen voor verwerking in een raffinaderij. Helaas kwam er niet alleen olie omhoog, maar ook aardgas. Dit gas, in combinatie met het koude zeewater en de hoge druk, vormde methaanhydraatkristallen die de opening aan de bovenkant van de koepel blokkeerden. Dit leidde tot nog een mislukte poging. Op 14 mei probeerde men het lek te dichten door een buis in de opengescheurde buis te duwen. Deze buis zou nauw op de oorspronkelijke buis moeten passen, zodat de olie naar het oppervlak gepompt kon worden. Deze methode zorgde ervoor dat er geen olie meer de Golf van Mexico in lekte, zodat er doorgewerkt kon worden aan het volledig sluiten van het lek. Uiteindelijk is het gelukt om het lek te dichten door zware boorvloeistof in de boorput te pompen. Hierdoor is de boorput gestopt met lekken. Vervolgens werd er beton in de lekkende boorput gepompt zodat het lek definitief dicht zou zijn. Uit de laatste tests bleek dat het beton zich onder de hoge druk goed houdt. Het olielek is nu dus officieel gedicht. Opruimen Nu het gevaar van het lekkende olieveld geweken is, blijft het gevaar van ruwweg 4,9 miljoen vaten olie, wat equivalent is aan ongeveer achthonderd miljoen liter. Deze


Koseq

Surfspots-gps

US Northcom

Een C130 Hercules stort chemicaliën in zee.

Olie aan het wateroppervlak wordt aangestoken.

Een schip met de twee veegarmen van Koseq

olie drijft rond aan het oppervlak en in grote ‘wolken’ onder het oppervlak van de golf van Mexico. De olie legt een grote ecologische druk op de verschillende ecosystemen die in en om de golf van Mexico voorkomen. Er zijn verschillende methoden om het gevaar die de olie in de ecosystemen vormt, in te perken. Zo wordt er op de stranden en in de moerassen die het kustgebied van Louisiana vormen, hard gewerkt om te verhinderen dat de olie aanspoelt of zelfs via de moerassen landinwaarts trekt. Met lange stroken van zandzakken en buizen die gevuld worden met zeewater worden er barrières gevormd om de olie tegen te houden. De olie die onverhoopt dan toch aanspoelt wordt door honderden mannen en vrouwen opgeschept en weggevoerd om verwerkt te worden. Op open zee worden de grote olievlekken op verschillende manieren weggehaald. Zo worden er bijvoorbeeld kleinere olievlekken ‘weggesleept’ van de grote olievlek. Dit gebeurt door middel van twee boten met een groot brandvrij zeil ertussen gespannen. Eenmaal afgesplitst, wordt de kleinere olievlek in brand gestoken. Dit kan echter alleen bij kalme zeeën en gaat gepaard met dikke rookpluimen. Verder worden er door grote vrachtvliegtuigen chemicaliën over de olievlekken uitgestort. Door deze chemicaliën breken de grote vlekken op in kleinere. De druk op de ecosystemen wordt zo kleiner omdat ze zo niet met één grote olievlek, maar met kleinere te maken krijgen. Ook wordt er olie van het oppervlak afgeschept.

keur boven oudere methodes zoals olieschermen. Olieschermen zijn grote schermen die door de zee worden getrokken, zodat olievlekken bij elkaar worden getrokken, waarna de olie weggepompt wordt. De veegarmen hebben de voorkeur omdat ze goed inzetbaar zijn, vooral bij slecht weer. Ook zijn de veegarmen universeel inzetbaar. Er hoeft dus geen speciaal schip voor gebouwd te worden. Het enige dat nodig is, zijn kranen om de armen in het water te laten zakken, ruimte voor olieopslag en een bemanning die verstand heeft van de veegarmen. De olieschermen beslaan namelijk een enorm oppervlak en zijn daardoor slecht te hanteren als er bijvoorbeeld hoge golven zijn. De veegarmen zijn een stuk kleiner en dus beter hanteerbaar. Bovendien hebben ze zichzelf al bewezen bij eerdere olierampen zoals bij het zinken van de olietanker Erica voor de Franse kust in 2008 of de Prestige voor de Spaanse kust in 2002. De veegarmen worden aan weerszijden van het schip bevestigd en steken veertien meter uit. De armen hebben een oppervlak dat tot onder aan de wateroppervlakte reikt. Zodra het schip snelheid krijgt en door een olievlek heen vaart, zal de olie ‘bij elkaar geveegd’ worden door de arm. Aan de achterkant van de veegarm bevindt zich het gedeelte dat voor afvoer van de olie zorgt. De olie die door de snelheid van het schip naar de achterkant van de arm wordt geduwd, wordt hier door een pomp uit het water gepompt. Het mengsel

van olie en zeewater wordt aan boord van het schip gescheiden door het feit dat olie op water drijft. Het mengsel wordt in tanks gepompt, waarvan de onderste zeewaterlaag wordt weggepompt, terug de zee in. De olie die overblijft kan vervolgens aan land verwerkt worden.

NASA

Koseq Onder andere het Nederlandse bedrijf Koseq helpt mee om de olie van het zeeoppervlak te scheppen. Koseq is een bedrijf dat gespecialiseerd is in het mechanisch verwijderen van olie na een grote olieramp als deze. Eind mei werd Koseq, die al een maand op de opdracht zat te wachten, door de Amerikaanse overheid gevraagd om mee te helpen met het opruimen van de olie die aan het oppervlak drijft. Koseq stuurt twee ‘veegarmen‘ naar de golf van Mexico om mee te helpen met het opruimen van de olie aan het oppervlak. De veegarmen hebben de voor-

Voorkomen is beter dan genezen De huidige maatschappij legt een grote druk op allerlei industrieën, zo ook de oliewinningindustrie. Met alle concurrentie en de lage prijzen die voor olie verwacht worden hebben grote oliemagnaten zoals BP minder geld te besteden. Om de winst hoog te houden, moeten er bezuinigingen doorgevoerd worden. Deze bezuinigingen houden meestal in dat men zich minder bezig houdt met essentiële dingen zoals veiligheid en backup apparatuur. Men moet door het zinken van de Deepwater Horizon leren over het belang van goed onderhouden installaties. Het gebrek aan onderhoud van olieplatforms kan namelijk de volgende grote olieramp betekenen. Naast goed onderhoud aan apparatuur is het ook belangrijk dat de technieken om olierampen op te ruimen, zoals de veegarmen waar Koseq gebruik van maakt, verbeterd en uitgebreid worden. Als een olieramp namelijk niet meer te voorkomen is, moet hij nog wel opgeruimd kunnen worden. Want niet alleen de oliemaatschappijen hebben na een olieramp rekeningen te betalen, het milieu ook.

Een satellietfoto van de olievlek voor de kust van Louisana de Slurf - oktober 2010 - no. 1

31


Vervalsingen uit de doeken Bijna een jaar geleden ging het schilderij ‘Buitenlandse admiraal’ onder de hamer. In veilinghuis Christie’s in Londen ging deze unieke Rembrandt, daterend uit 1658, de deur uit voor een bedrag van tweeëntwintig miljoen euro. Fantastisch om de nieuwe aanwinst aan de muur te mogen hangen, maar wie weet heb je in plaats van een echt schilderij van Rembrandt wel een vervalsing van meestervervalser Geert Jan Jansen gekocht.

Dale Cotton

door: Marc van Etten

Om er zeker van te zijn dat het schilderij echt is, kan je naar ‘Tussen Kunst en Kitsch’ gaan en je laten vertellen of het kunstwerk wel of geen origineel is. Vervolgens moet je de expert op zijn of haar woord geloven en weer vrolijk of iets minder vrolijk naar huis gaan. Maar hoe weet die kunstkenner nu honderd procent zeker dat het geen vervalsing is? Natuurlijk weet een kunstkenner heel veel van de schilderkunsten en ziet al gauw of een schilderij vervalst is of niet. Het kan liggen aan de vorm van de handtekening, het kleurgebruik of bijvoorbeeld de vorm van de bomen, maar bij het bepalen van de echtheid van een oude ets komen andere technieken kijken. Papier De belangrijkste factor in het onderzoek naar de echtheid van een ets, is het papier waar de ets op is getekend. Het papier werd vroeger met een papierzeef gemaakt. Dit werd met de hand gedaan, wat iedere papierzeef dus uniek maakt. In een houten rechthoek werd een rooster van dunne horizontale koperdraadjes gespannen. Deze koperdraadjes werden op een afstand van één millimeter gelegd. Om het geheel wat stevigheid te geven, werden er ook koperdraadjes in verticale richting gespannen met een tussenruimte van 15 millimeter. Deze verticaal getrokken koperdraadjes worden door de kunsthistorici 32

de Slurf - oktober 2010 - no. 1

kettinglijnen genoemd. Van fijngestampte vodden en ander organisch materiaal maakte de papiermaker in een grote kuip een waterig pulppap. Met een rechthoekige zeef werd er wat pulp uitgeschept, het water zakte er doorheen en de vezels bleven achter. Na het uitlekken werd deze dunne plak op een vilt gekieperd en met een tweede vilt afgedekt, klaar voor een volgende laag papier in wording. Waren er genoeg vellen papier gemaakt, dan ging de stapel onder de pers om het vocht er uit te drukken. Uiteindelijk werden de gedroogde papierenvellen per bundel verkocht. Zo’n bundeltje papier van dezelfde zeef heeft dus hetzelfde patroon in de kettinglijnen. Het papier wordt tot nog toe tegen het licht gehouden om de kettinglijnen te kunnen vergelijken en de ets te kunnen dateren. Als er een ongedateerde ets wordt gevonden met eenzelfde lijnenpatroon als die van een gedateerde ets kan er geconcludeerd worden dat ze in dezelfde tijd zijn gemaakt. Helaas zijn er duizenden handgemaakte zeven gebruikt voor het maken van het papier. Je bent dus nog wel even zoet met vergelijken, wanneer er driehonderd papiertjes vergeleken moeten worden. Want dat komt dus neer op driehonderd faculteit. De afgelopen jaren heeft dr. ir. Jan van der Lubbe, onderzoeker bij de faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica aan de TU Delft, in samenwerking met de Universiteit van Maastricht en

van Tilburg een onderzoek gedaan waarin het ontwikkelen van een programmatuur en een database centraal stond. Daarnaast is er bij het onderzoek ook gewerkt aan het vergelijken van de structuren, om zo meer te weten te komen over kenmerken zoals het kleurgebruik, penseelstreek en stijl in schilderijen en etsen. Kettinglijnen Door beeldverwerking en artificiële intelligentie, ook wel AI genoemd, te koppelen kan de schilderijencollectie voor onderzoek verder worden blootgelegd. Voor etsen kunnen röntgenopnames gebruikt worden als beeldgeneratiemethode. Een röntgenopname doet de afbeelding verdwijnen en maakt de kettinglijnen en het eventuele watermerk zichtbaar. Hieruit kan het verloop van de kettinglijnen opgemaakt worden. Eerst wordt het contrast verhoogd. De kettinglijnen komen nu heel duidelijk naar voren in het grijswaardenlandschap. Nu ontstaat er een beeld waar de computer wat aan heeft. Eén van de laatste bewerking is het scannen van het beeld in de horizontale richting. De kettinglijnen zijn nu duidelijker zichtbaar en kunnen lijn voor lijn gescand worden. De grijswaarden worden nu weergegeven in de vorm van een signaal. Het uiteindelijke signaal lijkt op een cardiogram van het hart. Op de ‘slag’ ligt hoogstwaarschijnlijk de kettinglijn. Met dit


die een hartsignaal van de achtergrondruis kunnen onderscheiden.

dr. ir. Jan van der Lubbe

Vingerafdruk Farid kon door de oriëntatie van verschillende beeldpunten ten opzichte van elkaar te meten een penseelvoering in kaart brengen. De gemiddelde waarde hiervan geeft numeriek de zogeheten vingerafdruk van de meester weer. Meerdere schilderijen met dezelfde waarde zullen dus van eenzelfde meester zijn. De relatieve afstand van de waardes tot elkaar, ook wel de Hausdorffafstand genoemd, is bepalend of je schilderij echt of een vervalsing is. Als de waardes in een assenstelsel uiteen worden gezet, zal duidelijk worden dat de waardes van bijvoorbeeld een echte Breughels dichter bij elkaar liggen dan bij een vervalsing. Inmiddels zijn er al vierhonderd verschillende schilderijeigenschappen bekend. Stijl, kleur, structuur en nog een aantal eigenschappen zijn gedefinieerd om een echt schilderij van een valse te onderscheiden. Een schilderij als de ‘Nachtwacht’ van Rembrandt is erg donker en bevat weinig kleurverschil. Een nadeel van deze methode is dat het moeilijk is om dergelijke schilderijen met artificiële intelligentie in kaart te brengen omdat de wavelets geen patronen kunnen herkennen. De enige oplossing hierop is met een nog grotere resolutie scannen.

Wavelets Bij heel veel schilderijen zijn er, in tegenstelling tot bij de oude etsen, geen kettinglijnen te vinden. Omdat schilderijen op een doek of een paneel werden geschilderd en zelden op papier, is de kettinglijnmethode bijna nooit toepasbaar op schilderijen. Om miljoenenschandalen toch te kunnen voorkomen is er een andere techniek toepasbaar op schilderijen. Met de artificiële intelligentie algoritmes voor patroonherkenning kan de stijl van een meester worden gedefinieerd. Dit gebeurt door beeldinformatie in pixels te vertalen naar wiskundige grootheden. Wanneer een schilder bij ieder werk eenzelfde schaduwverdeling gebruikt is dit in een formule te stoppen en wordt het dus ook meetbaar. Zelfs als de kunstenaar een ontwikkeling in stijl doormaakt is dit in kaart te brengen. De Amerikaanse informaticus Hany Farid zette met een drumscanner, geschikt voor resoluties boven de 1 200 dots per inch, het beeld van dia’s om in pixels. Om de niet-lineaire informatie in twee dimensionaal beeld te ontleden in verschil-

Kettinglijnen op een watermerk lende informatie-eenheden, kan je wavelettransformaties gebruiken. Een wavelet is een signaal in de vorm van een golfachtige trilling. De wavelettransformatie wordt vaak vergeleken met de Fouriertransformatie, waarbij signalen worden weergegeven als een som van sinusoïden. Het belangrijkste verschil is dat de wavelets zijn gelokaliseerd in zowel de tijd als in de frequentie, waar Fourier alleen in de frequentie is gelokaliseerd. Met behulp van wavelets kan een signaal in stukken worden ontleed, gelokaliseerd in de tijd en geanalyseerd op verschillende schalen van resolutie. Een beeld van een bos kan gemaakt worden van de ruimste wavelets: een strook van groen voor het bos en een blauwe strook voor de lucht. Wanneer we gedetailleerdere wavelets gebruiken en dus het signaal ontleden, kan er ook onderscheid gemaakt worden in de bomen. Als we dan nog verder gaan met ontleden worden ook takken en naalden zichtbaar. Net als een individuele penseelstreek in het schilderij. Iedere wavelet op zich zegt niet veel, maar met meerdere wavelets samen kan er een beeld gecreëerd worden. Met behulp van wavelettransformatie zette Farid de beeldpuntinformatie om in wiskundige grootheden. Hiermee kon hij de afbeeldingen ontleden in verschillende informatie-eenheden. De methode is afkomstig uit de artificiële intelligentie en neurale netwerken en is gebaseerd op zelflerende algoritmes. Deze leeralgoritmes kunnen in een bron van chaotische informatie een patroon herkennen. De wavelets worden ook gebruikt door geofysici. Ze kunnen namenlijk uit seismische informatie een beeld van verschillende aardlagen filteren. De Fransman Jean Morlet was geofysicus en was in de jaren tachtig één van de eerste ingenieurs die zelf de wavelets voor data-analyse geschikt maakte. De Morlet-wavelets zijn dan ook naar hem vernoemd. Deze golffuncties zijn nu nog steeds terug vinden in pacemakers

Meesters Gelukkig zijn de kunsthistorici hun baan nog niet kwijt. Zonder hen weten we namelijk niet waar we op zouden moeten letten bij het onderzoeken van een ets of schilderij. Deze technieken zijn alleen een extra hulpmiddel om de echtheid van je schilderij te kunnen bepalen en verifiëren. Deze hulpmiddelen zijn zeker nodig, want een meestervervalser als Geert Jan Jansen schildert moeiteloos in de stijl van onder anderen Picasso, Matisse, Karel Appel en Rembrandt. De vermenigvuldigingen van schilderijen lijken zó echt dat zelfs de eigenlijke meester zonder twijfel in de vervalsing stinkt.

dr. ir. Jan van der Lubbe

signaal kan de computer wel werken. Als er meerdere scans worden uitgevoerd en er een redeneermechanisme op losgelaten wordt, kan de computer de positie van de kettinglijnen bepalen. Het lijnenpatroon kan in de database en vergeleken worden met andere patronen. De gemiddelde afstand tussen de kettinglijnen is een goed zoekcriterium om het papier waar de ets op staat te vergelijken en te matchen en dus te kunnen dateren. Vanaf de negentiende eeuw werd het drukken van papier machinaal gedaan. Hierdoor verdwenen de kettinglijnen uit de structuur van de etsen. In een nieuw onderzoek gaat met behulp van Fourieranalyse nu ook de structuur van modern papier onderzocht worden. Dit is niet alleen handig om de echtheid van de minder oude etsen te bepalen maar ook om misdaden op te lossen. Het Nederlands Forensisch Instituut kan op basis van de papierstructuren te weten komen of twee brieven uit dezelfde printer kwamen rollen en bijvoorbeeld achterhalen waar het briefje van Mohammed Bouyeri bij de moord op Theo van Gogh precies vandaan kwam.

dr. ir. Jan van der Lubbe

Papierzeef

Een zelfportret van Rembrandt de Slurf - oktober 2010 - no. 1

33


de Slurf - maart 2010 - no. 3

33


Beeld uit organisch materiaal Tegenwoordig wordt steeds meer informatie toegankelijk via de elektronische weg. Met de nieuwe serie smartphones is bellen bijna bijzaak geworden en de mogelijkheden zijn eindeloos. Het enige nadeel hiervan is dat de technologie nog wel achterblijft op die van computers. Niemand zit op een smartphone met eindeloze mogelijkheden te wachten waarvan de batterij het na een halve dag intensief gebruik al begeeft. De nieuwe serie beeldschermen bieden een deel van het antwoord op deze problemen.

Atlas

door: Nicky Mol

36

In de jaren vijftig werd organische lichtemissie door A. Bernanose ontdekt. Hij noemde dit verschijnsel ‘organic luminescence’. M. Pope, H. Kahllmann en P. Magnante hebben in de jaren zestig de basis gelegd voor de werking zoals wij die vandaag de dag nog gebruiken. W. Helfrich en W.G. Schneider wisten dit verschijnsel in 1965 na te bootsen. Er was echter een zeer groot spanningsverschil nodig om lichtemissie te verkrijgen. Na een lange periode zonder echte doorbraken op dit gebied waren C.W. Thang en S.W. van Slyke in 1987 de eersten met een doorbraak. Ze kwamen met een structuur van meerdere laagjes, hiermee was het mogelijk lichtemissie waar te nemen met lage voltages. Sinds deze doorbraak zijn er over de hele wereld veel wetenschappers en producenten geprikkeld om dit onderzoek voort te zetten.

energieniveau komt het verschil tussen beide niveaus aan energie vrij in de vorm van fotonen. Dit is volgens het principe van de wet van energiebehoud. De werking van de nieuwste serie beeldschermen speelt in op dit principe en worden ‘Organic Light Emitting Displays’, in het kort OLED’s, genoemd. Deze beeldschermen bestaan uit een grote hoeveelheid organische diodes waarin dit proces plaatsvindt. Om dit proces plaats te laten vinden, moeten in de organische diodes twee stappen worden uitgevoerd. De eerste stap is ervoor zorgen dat de atomen in aangeslagen toestand raken en stap twee is ervoor zorgen dat de aangeslagen atomen weer terugvallen in hun normale toestand. Om aan deze eisen te voldoen is er een systeem bedacht dat de lichtemissie van een organische diode kan sturen.

Werking organische luminescentie Licht bestaat uit minuscuul kleine deeltjes die fotonen heten. Een foton heeft geen massa maar bezit wel een bepaalde hoeveelheid energie die afhankelijk is van zijn frequentie. Emissie vindt plaats wanneer een atoom zich in aangeslagen toestand bevindt. Dat wil zeggen dat één of meerdere elektronen die rond dit atoom cirkelen, zich in een hoger energieniveau bevinden dan hun normale energieniveau. Wanneer er dan een elektron ‘terugvalt’ in zijn normale

Werking organische diode Een standaard OLED bestaat uit twee dunne lagen organisch materiaal. Deze lagen worden tussen een anode en een kathode geklemd. Het organische materiaal treedt op als een halfgeleider, dit komt doordat de bovenste helft met organisch materiaal geleidend is en de onderste helft optreedt als isolator. Atomen in de geleidende laag hebben vrije elektronen in hun buitenste lagen, wat equivalent staat aan een hoog energieniveau. Atomen in de isolerende laag hebben vrije

de Slurf - oktober 2010 - no. 1

elektronen in veel lagere energieniveaus. Op de geleidende laag wordt een kathode geplaatst en op de isolerende laag een anode. De anode bestaat uit indiumtinoxide. Dit materiaal heeft een lage elektrische weerstand en dat komt de geleiding zeer ten goede. Er wordt een spanningsverschil gezet over de anode en de kathode zodat de anode positief is geladen ten opzichte van de kathode. Als gevolg van dit potentiaalverschil treedt er een elektronenstroom op van de kathode naar de anode. Hierdoor worden door de anode elektronen weggetrokken uit de isolerende laag. De kathode staat op zijn beurt elektronen af aan de geleidende laag. De elektronen die uit de isolerende laag verdwijnen laten zogenaamde ‘gaten’ achter die weer opgevuld dienen te worden. Een dergelijk gat is niets meer dan een atoom die één van zijn buitenste elektronen mist. Hierdoor is dit atoom een klein beetje positief geladen. Op het grensvlak van de isolerende en de geleidende laag zoeken de elektronen afkomstig van de kathode de gaten op die zich in de isolerende laag hebben gevormd. Zodra een elektron een gat heeft gevonden valt deze hierin. Dat wil zeggen dat het elektron het stukje missende energieniveau van het atoom opvult zodat het weer een neutraal geladen atoom wordt. Het terugvallen van een elektron in een atoom resulteert in het vrijkomen van energie. Deze energie is het verschil tussen


de energie van het elektron afkomstig van de isolerende laag en het elektron in zijn nieuwe staat in de geleidende laag. Deze energie komt vrij in de vorm van fotonen die wij met het blote oog kunnen waarnemen. Meer informatie over licht en de geschiedenis ervan is terug te lezen in het artikel van Thijs de Groot op bladzijde 28 en 29. Toepassingen De OLED schermen worden het meeste toegepast in draagbare elektronische apparaten. De ‘Passive Matrix’ variant van deze beeldschermen bestaat uit stroken kathode aan de bovenkant, met haaks hierop stroken anode aan de onderkant. De snijpunten van de stroken bepalen de stukken waar licht uit kan emitteren en zijn de pixels van het scherm. De helderheid van elke pixel hangt af van de grootte van het spanningsverschil die over de kathode en anode wordt gezet. Doordat dit systeem met stroken werkt waar spanningsverschil is, wordt er relatief veel batterijspanning gebruikt. Wel nog steeds veel minder dan in lcd schermen. Er is een betere oplossing; ‘active matrix’. Bij deze variant zijn de organische lagen ingeklemd tussen volledige lagen anode en kathode zoals op de afbeelding hiernaast te zien is. Onder de anode wordt nog een dun laagje tft, thin film transistor, geplaatst. Deze tft laag vormt een matrix onder het geheel. Het tft materiaal bepaalt de pixels van het scherm en wanneer ze aan of uit gaan. Tft verbruikt minder stroom dan het aan- en uitzetten van de gehele anode- en kathodestroken, ook heeft tft een veel snellere responsie dan bijvoorbeeld lcd. Een interessante toepassing is de transparante OLED. Deze kan zowel passief als actief zijn. Hierin zijn zowel de kathode als de anode transparant waardoor het licht aan beide kanten het scherm kan verlaten. Alle onderdelen van het scherm kunnen ook gemaakt worden van flexibele materialen, dit maakt het scherm niet alleen buigzaam, maar ook een stuk duurzamer.

met de tijd. Tegenwoordig is er echter al een organische verbinding gevonden die ongeveer net zolang meegaat als een lcd scherm. Ook in zonlicht deden OLED’s het tot voorkort niet heel goed. Het beeld was bijna niet meer zichtbaar in het directe zonlicht. Samsung heeft echter een technologie op de markt gebracht, genaamd ‘Super active matrix OLED’, waarbij de ruimte tussen de lagen verminderd is. Hierdoor kan in het directe zonlicht tot tachtig procent meer gezien worden dan voorheen. Toekomst In korte tijd is van deze nieuwe technologie een product gemaakt. Er worden steeds meer verbeteringen toegevoegd waardoor deze beeldschermen nog beter en energiezuiniger worden. In de toekomst kan gedacht worden aan flexibele OLED schermen zo groot als een tijdschrift of krant met ingebouwde gevoelssensoren voor touchscreen mogelijkheden. Zo krijg je elke dag de nieuwe krant digitaal toegestuurd en heb je hem altijd bij de hand. De OLED beeldschermen worden ook steeds groter, zo zijn de eerste televisieschermen al op de markt. Er zit veel toekomst in het verschiet voor deze bijzonder zuinige beeldschermen. Met de technologie van deze beeldschermen wordt teruggekeerd naar de natuur.

C-Team Northwestern

Tobias G.

Een OLED die groen licht emitteert

Voordelen Zoals al eerder genoemd, is de energiezuinigheid één van de grootste voordelen van OLED displays. Ter vergelijking verbruikt een lcd scherm met wit scherm op zijn minst tweehonderd Watt, waar een active matrix OLED scherm slechts drie Watt verbruikt. Wat ook als voordeel opgemerkt kan worden is de flexibiliteit van de schermen. De meeste telefoons die voor reparatie teruggestuurd worden blijken een kapot beeldscherm te hebben. De flexibele OLED schermen voorkomen dat er barsten in het scherm komen. Ook zijn ze lichter en dunner, wat het gebruiksgemak aanzienlijk verbeterd. OLED schermen hebben een grote kijkhoek, wat vooral op telefoons erg handig is. Daarnaast is het beeld veel scherper en helderder dan bijvoorbeeld dat van een lcd scherm. Dit komt allemaal ten goede van de gebruikerservaring. Naast deze voorbeelden kent de technologie echter ook enkele nadelen. Omdat er in OLED schermen organisch materiaal wordt verwerkt hebben deze beeldschermen een relatief korte levensduur. Organisch materiaal bestaat uit allemaal organische verbindingen. Een organische verbinding is een chemische verbinding waarvan één molecuul minstens één koolstofatoom bevat. Organisch materiaal heeft het nadeel dat het vervalt

Een Active matrix OLED in actie de Slurf - oktober 2010 - no. 1

37


Het water tot aan de lippen Eind juli kwamen de eerste berichten over de hevige overstromingen in het noordwesten van Pakistan. Op dit moment, bijna twee maanden later, is de internationale media-aandacht bijna verdwenen. Maar de overstromingen in Pakistan zijn nog steeds niet voorbij en de problemen verre van opgelost.

WHO/Syed Haider

door: Olga Verburg

Pakistan behoort tot Zuid-Azië en grenst aan India, Afghanistan, China en Iran. Van alle landen ter wereld staat Pakistan op de zesde plaats op de lijst van landen naar inwoneraantal; volgens recente cijfers net iets meer dan 176 miljoen inwoners. Het land is in 1947 opgericht om de Indiase moslims hun eigen staat te geven, hiervoor was het onderdeel van een Britse kolonie. Tot voor kort waren dit de belangrijkste feitjes over Pakistan. Maar sinds eind juli kan er een feit toegevoegd worden. Er hebben daar namelijk de zwaarste overstromingen sinds 1927 plaatsgevonden, die meer dan veertien miljoen mensen hun onderkomen of leven hebben gekost. Een tijd van hevige regenval had tot gevolg dat de rivieren in Pakistan buiten hun oevers traden. In 36 uur tijd viel er driehonderd millimeter regen. Hierdoor kwam een stuk van meer dan 150 vierkante kilometer, bijna vier keer het oppervlak van Nederland, onder water te staan. De overstromingen in Pakistan begonnen in het noordelijkst gelegen deel van het land, maar verspreidden zich al snel naar het zuiden. De grootste rivier van Pakistan, de Indus, zorgde voor de meeste schade, maar daarnaast overstroomden ook nog kleinere rivieren. De Indus heeft in tegenstelling tot de meeste rivieren geen bodem van zand, maar één van modder. Modder zinkt minder snel en dit maakt de rivier een stuk complexer. 38

de Slurf - oktober 2010 - no. 1

De oorzaak De extreme regenval was vergeleken met de afgelopen decennia hoog, maar was de regenval wel daadwerkelijk de oorzaak van de ramp? De religieuze extremisten uit Pakistan beweren dat het een straf is van God, terwijl andere mensen beweren dat het komt door El Niño. El Niño is het verschijnsel dat veroorzaakt wordt door sterke opwarming van het zeewater. Het zeewater van de Grote Oceaan warmt langs de evenaar om de vijf jaar aanzienlijk op en dit verschijnsel heeft invloed op het weer in grote delen van de wereld. Volgens klimatoloog Pier Vellinga hebben we dit jaar te maken met El Niño. El Niño vindt ongeveer elke vijf jaar plaats. In Rusland heerst al grote droogte en er is heel veel neerslag gevallen in het MiddenOosten en Pakistan. De Grote Oceaan is periodiek warmer waardoor er onder andere overstromingen en bosbranden kunnen ontstaan. Andere mensen beweren dat de ramp voorkomen had kunnen worden. Er ligt in Pakistan bijvoorbeeld al meer dan vier jaar een plan om een uitloopkanaal bij de Indus te graven. Tevens zijn er plannen om dijken te maken. Deze zijn alleen tot op de dag van vandaag nog niet gerealiseerd. Dit heeft te maken met het feit dat de financiering voor deze projecten niet rond komt. Voor de hevige overstromingen was er al de Indus River System Authority. Dit systeem verdeelt het

water over de provincies. In Pakistan zijn drie grote stuwdammen geplaatst: de Tarbela, de Mangla en de Warsak. Deze dammen vangen een deel van het water op, wekken stroom op en zorgen voor de irrigatie van landbouwgrond. Dit systeem kan maar tien procent van de totale water hoeveelheid aan. Naast het uitloopkanaal zou de Kalabaghdam worden gebouwd, maar vijftig jaar later is de dam nog steeds niet gebouwd. De ene provincie is van mening dat zij de enige zijn die recht hebben op de opgewekte elektriciteit en de andere is bang dat door deze dam droogte zal ontstaan. Door nalatigheid zijn er projecten blijven liggen die volgens sommigen deze ramp hadden kunnen voorkomen. De toekomst van Pakistan Op dit moment staan er nog enkele delen van het land onder water, maar op een groot aantal plekken begint het water al te zakken. Er is door de Pakistaanse bevolking van alles gedaan om het water zo snel mogelijk weg te krijgen. Zo heeft het Pakistaanse leger ervoor gezorgd dat de waterstromen zo worden omgeleid dat deze in plaats van naar de steden, naar de zee stromen. Als al het water verdwenen is wordt de omvang van de ramp pas echt duidelijk. Zo is in één van de provincies van Pakistan, genaamd Punjab, waar het water weer gezakt is, 98 procent van de


EPA

B.K. Bangash/AP

oevers aangetast, waardoor er niet veel neerslag nodig was om een modderverschuiving te veroorzaken. Het is dus belangrijk dat er op en langs de rivierbeddingen veel bomen worden geplant; deze houden veel water vast en gaan een modderstroom tegen.

Slachtoffers van de overstroming op de vlucht

dorpen verwoest. De overheid verleent geen hulp aan de slachtoffers en de mensen zijn op zichzelf aangewezen om tussen de ravage op zoek te gaan naar materialen waar ze een nieuw onderkomen mee kunnen bouwen. De overheid wil pas in actie komen als het aantal gedupeerden bekend is. Op dit moment bedraagt het aantal doden al meer dan vijftienhonderd en dit aantal loopt alleen maar op. Toen de overstromingen begonnen was het zomer, maar in het noordelijke deel van Pakistan, wat hoog en bergachtig is, zal de temperatuur de komende tijd sterk gaan dalen. Het is dus belangrijk dat de inwoners snel onderdak hebben, anders is er een kans dat mensen dood zullen vriezen. Naast de vrees voor kou is er ook nog de angst voor ziektes. De ziektes worden veroorzaakt doordat het water door de overstromingen sterk is vervuild. Er kan hierbij gedacht worden aan: dysenterie, buiktyfus, hepatitis A en E en cholera. Om epidemieën te voorkomen is het van levensbelang dat er snel schoon drinkwater ter beschikkeing is.

De reden dat het aantal dammen te laag is en dat ze kwalitatief onder de maat zijn, is dat er geen geld voor is. Verder willen veel bewoners geen dijk om hun kostbare land, zeker als er al lange tijd geen overstroming is geweest. Nieuwe dammen en dijken bouwen en de huidige verbeteren is de eerste maatregel die Pakistan zou moeten nemen om herhaling te voorkomen. Daarnaast is er in Pakistan gemiddeld eens in de tien of twintig jaar een overstroming. Omdat deze dus niet aan de orde van de dag zijn, gaan de bewoners in de rivierbeddingen wonen en bouwt de overheid in de rivierbeddingen zelfs wegen. Het gaat hier vooral om de arme bewoners omdat de grond in de rivierbedding goedkoop is. Een tweede maatregel die genomen zou moeten worden om in de toekomst herhaling te voorkomen, is dat de rivierbeddingen als waterreservoir zouden moeten dienen. Verder zijn er in de oorlog tegen de Taliban veel bomen gekapt. Het Pakistaanse leger deed dit om te zorgen dat de Taliban zich hier niet in kon verschuilen. Hiernaast vindt er veel illegale houtkap plaats. Om deze redenen zijn de

Maatregelingen De overstromingen in Pakistan worden nu al één van de grootste rampen ooit genoemd. Zoals velen zullen weten vond in Nederland de laatste watersnoodramp plaats in 1953. Na deze ramp was iedereen het er over eens dat een dergelijke ramp nooit meer zou mogen plaatsvinden. Ter preventie van een soortgelijke ramp is toen besloten dat de dijken beter beveiligd moesten worden. Daarom is het Deltaplan in het leven geroepen. In Pakistan zal er, wanneer alles onder controle is, ook gedacht moeten worden aan het voorkomen van herhaling van deze ramp. In Pakistan zijn in het verleden al dijken en dammen gebouwd. Deze waren echter van dermate kwaliteit dat ze de dorpen niet konden beschermen en de omvang van de ramp ten zeerste hebben vergroot.

Toekomst Vandaag is het al twee maanden geleden dat de eerste uit een reeks overstromingen in Pakistan plaats vond. De precieze oorzaak is niet aan te wijzen, en de vraag of het voorkomen had kunnen worden, valt moeilijk te beantwoorden. Wel zal in de toekomst meer zorg besteed moeten worden aan de waterhuishouding van het land, maar de tegenstrijdigheid tussen perioden van droogte en overstromingen in Pakistan zal blijven.

Sgt. Jason Bushong

Pakistaanse kinderen bedelend om eten

TU Delft en Pakistan Naast het feit dat de regering de komende jaren maatregelen moet nemen om een ramp in de toekomst te voorkomen, zal ook de rest van de wereld hieraan moet bijdragen. Muhammad Atiq Ur Rehman is promovendus aan de Technische Universiteit Delft en dr. Nick van de Giesen is prof. Water Resources Management. Zij zijn van mening dat er snel veel hulp naar Pakistan moet. Op dit moment is er nog weinig steun voor de bewoners van Pakistan. De steun die er is, is afkomstig van organisaties die niet aan de overheid zijn gelinked. De overheid komt niet snel met oplossingen, maar andere groepen zoals verbannen militairen en extremistische organisaties, zoals de Taliban, zijn wel actief met hulpverlenen en wederopbouw bezig. In de toekomst kan dit vervelende gevolgen hebben. De Taliban heeft een strategie genaamd ‘minds and hearts’. Als de internationale gemeenschap mededogen toont en genoeg hulp stuurt naar Pakistan, dan zal dit in de toekomst harten winnen van de generaties die volgen.

De evacuatie van de bewoners van Pakistan de Slurf - oktober 2010 - no.1

39


Controle zonder controller Het herkent je, reageert op je bewegingen en luistert naar je stem. Combineer dit met de rekenkracht van de Xbox 360 en het snelle netwerk van Xbox Live en het resultaat is Kinect. Met dit apparaat kun je al je films afspelen, televisie kijken en gamen. Binnenkort komt Kinect op de markt en volgens Microsoft gaat de gamewereld hierdoor aanzienlijk veranderen; controllers moeten overbodig worden.

Fyjs

door: Qrijn Bauer

Gamen zonder controller, vijf jaar geleden kon je daar alleen nog maar van dromen. De mogelijkheid om door de kamer te bewegen en tegelijk te kunnen gamen leek iets van de toekomst. Met de Eye-toy van Sony leek deze toekomst al een stuk dichterbij te komen. De Eye-toy was een soort webcam die bij de televisie geplaatst kon worden. Met deze webcam konden spellen gespeeld worden binnen een frame wat over het camerabeeld was gezet. Hierna kwam Nintendo met de Wii. Dit systeem heeft nog wel controllers. Maar met de Wii kon voor het eerst gegamed worden met bewegingsgevoelige sensoren. Bij Microsoft zag men dat de Wii over de toonbank vloog en de verkoop van de Xbox 360 terugliep. Na een paar jaar kwam Microsoft met een software update om het systeem aantrekkelijker te maken. Met deze update probeerde Microsoft het systeem te laten lijken op dat van Nintendo. De update was niet het enige, want in het geheim werd al gewerkt aan een systeem dat de ultieme game-ervaring op moest leveren, het spelen van games zonder controller. Op de Electronic Entertainment Expo in 2009 gaf Microsoft een indrukwekkende presentatie waarmee ze ‘project Natal’ aankondigde. In 2010 kwam Microsoft met een presentatie van het systeem. In deze presentatie werd niet alleen verteld wat het systeem allemaal kon, maar er werd ook een demonstratie gegeven. Met deze 40

de Slurf - oktober 2010 - no. 1

demonstratie heeft Microsoft alle sceptici laten zien dat het toch mogelijk is om alle moderne technieken in één kastje te stoppen op een manier dat het ook nog enigszins betaalbaar blijft. Sindsdien wachten alle fanatieke Xbox-gebruikers totdat het nieuwe gamesysteem op de markt komt. Op 10 november is het zover, dan gaat het nieuwe systeem in de verkoop. Het heeft uiteindelijk nog wel een andere naam gekregen: Kinect. De naam Kinect is een combinatie van de woorden ‘kinetic’ en ‘connect’. Kinect is een kastje dat op of onder de televisie geplaatst moet worden en reageert op geluid en beweging. Daar komt nog bij dat Kinect ook een gezichtsherkenningsfunctie heeft. Ook heeft Kinect een gemotoriseerde basis, hierdoor kan de camera je volgen als je door de kamer heen en weer beweegt. Bij de lancering van Kinect komen er verschillende spellen uit, waaronder bekende titels als Fable en Forza Motorsport. Microsoft heeft aangegeven dat het in eerste instantie graag spellen uit wil brengen voor families. Dit viel echter slecht bij de ‘hardcore gamers’, want men was bang dat de Xbox teveel op de Wii ging lijken. Hierdoor komen er ook serieuzere spellen op de markt voor de wat meer ervaren gamers. Verder heeft Microsoft gedacht aan de groeiende hoeveelheid kinderen met overgewicht. Bij de uitkomst van Kinect komen er meteen games op de markt om alle gamers

van de bank te krijgen. Zo komt er een fitnessspel en is het binnenkort ook mogelijk om aan Zumba te doen via de Xbox. Zumba is een populaire manier van afvallen via een speciale intensieve dans. Specificaties Het is wel leuk, zo’n nieuwe gadget voor de Xbox, maar bij de echte Delftenaar reist natuurlijk de vraag hoe dat apparaat in elkaar zit. Bij Kinect zijn namelijk een aantal zeer interessante technieken gebruikt om zonder controller te kunnen gamen. Om een driedimensionaal beeld te maken van de omgeving maakt Kinect gebruik van drie sensoren: een camera, een dieptesensor en een microfoonarray. Met deze drie sensoren kan niet alleen een driedimensionaal beeld gemaakt worden, maar Kinect heeft ook een gezichtsherkenningfunctie. Daarnaast kan je ook herkend worden door middel van stemherkenning. De stemherkenningfunctie zal in het begin nog niet in Nederland beschikbaar, deze functie komt later in 2011 naar Nederland. De microfoonarray zorgt er ook voor dat de Xbox omgevingsgeluid kan onderdrukken waardoor het mogelijk wordt zonder koptelefoon online op Xbox Live een groepsgesprek te hebben. Een microfoonarray is namelijk een samenstelling van meerdere microfoons die samen één microfoon vormen van een hogere macht. Deze


Gezelschap Leeghwater

Steve Smith

CMOS sensor

Gewrichten die Kinect kan onderscheiden

microfoonarray bestaat uit vier microfooncapsules, elk van deze microfoons verwerkt het geluid met een zestien bitprocessor en een ‘sampling rate’ van zestien kilohertz. Hiermee is het mogelijk om heel nauwkeurig geluid op te nemen. Zo kan de Xbox ‘zien’ van wie het geluid afkomstig is als je met meer dan één persoon aan het spelen bent. De dieptesensor bestaat uit een infraroodcamera gecombineerd met een monochrome CMOS sensor. De sensor heeft een bereik van 1.2 tot 3.5 meter met een horizontale invalshoek van 57 graden en een verticale invalshoek van 43 graden. De gemotoriseerde voet zorgt ervoor dat er een extra 27 graden kan worden toegevoegd, zowel horizontaal als verticaal. Dit zorgt ervoor dat Kinect onder alle omstandigheden toch een driedimensionaal beeld kan maken van de omgeving. De vooraf geïnstalleerde software van Kinect zorgt er vervolgens voor dat het systeem rekening houdt met de omgeving van de speler, bijvoorbeeld met de banken die in de woonkamer staan. De software is wat Kinect bijzonder maakt. Met de eerder genoemde sensoren kan Kinect veel meer met de speciaal ontworpen software. De software zorgt namelijk voor de figuur-, gezicht- en stemherkenning. Zo kan de Xbox bediend worden door middel van handgebaren en commando’s. Ook kan het systeem zes mensen tegelijk volgen waar-

van er twee actief aan het spelen zijn. Daarnaast maakt Kinect een bewegingsanalyse van de spelende personen, met deze functie wordt er een digitaal beeld gevormd met een onderscheiding in twintig gewrichten. Hierdoor is het mogelijk voor het systeem om complexe fysieke bewegingen goed om te zetten naar een digitale beweging. Nu weten we hoe Kinect werkt en wat er allemaal in dat apparaat zit, maar het is natuurlijk ook leuk om te weten wat voor extra mogelijkheden de Xbox allemaal krijgt. Een game die leuk is voor werktuigbouwers is Kinectimals. Hier kan je je eigen ‘huisdier’ hebben in de Xbox. Zo is het ook mogelijk om met je eigen olifant te spelen via de Xbox. Als echte wertuigbouwer is dit natuurlijk een droom die uitkomt.

Gezondheid Kinect brengt ook iets anders dan de beleving van het gamen met beweging. Controllers worden overbodig met de nieuwe gameplay en de nieuwe gebruikers interface van de Xbox. Een ander voordeel is dat het ook nog eens stimuleert om jongeren van de bank te krijgen. Zeker nu het aantal jongeren met overgewicht nog steeds stijgt. Door alle moderne gadgets en gameconsoles gaan steeds minder jongeren buiten sporten. Hierdoor hebben ze een gebrek aan lichaamsbeweging. Kinect is wellicht een goede optie om hier verandering in te brengen. Hiermee is het mogelijk om games te blijven spelen terwijl je in beweging bent. Het is leuk en goed voor je. 10 November is het zover; dan komt Kinect op de markt. Dan kunnen we kijken of het thuis net zo goed werkt als dat Microsoft bij de presentatie heeft laten zien.

Karsten Marowski

Andere mogelijkheden Buiten gamen om heeft Microsoft ook nog andere applicaties gemaakt. Eén hiervan is videoKinect. Hiermee is het mogelijk om met familie en vrienden een videogesprek te voeren. De microfoon van Kinect maakt het mogelijk om dit zonder headset te doen, dus je zit gewoon voor je televisie met iemand anders te praten. Dit betekent niet dat de televisie alleen maar voor het chatten gebruikt wordt. Het is bijvoorbeeld ook mogelijk om samen een film te kijken. Naast films kun

je ook samen kijken naar sport, televisie en het nieuws. Dit gebeurd natuurlijk elke dag, maar niet als je dit wil doen met een vriend uit Amerika. Micrsoft heeft het chatsysteem niet alleen gekoppeld aan Xbox, je kunt nu ook vanaf de Xbox chatten met mensen die achter hun computer zitten met Windows Live. Niet alleen chatten is een nieuwe functie die meekomt met Kinect. Kinect reageert ook op stemgeluid. Om de Xbox te laten luisteren hoef je alleen maar het commando “Xbox, …” te geven. Zo kan je met “Xbox, play!” een geselecteerde film afspelen en met “Xbox, stop!” een applicatie stoppen. Deze mogelijkheid van stemherkenning is ook toegepast op de applicatie Zune. Zune is een online entertainment database van Microsoft. Hiermee is het mogelijk om al je favoriete films, sport en tv-series te bekijken en muziek te luisteren via Xbox Live. Met het sportkanaal van Kinect is het mogelijk om de wedstrijd te kijken die jij wilt zien en niet de wedstrijd die gekozen wordt door de televisiezender waar je naar kijkt. Met deze functies wordt de Xbox het enige apparaat dat nodig is voor alle entertainment in huis.

Kinect de Slurf - oktober 2010 - no. 1

41


column 15 jaar geleden gebeurde er heel wat in de wereld. Aardbevingen, watersnood- en andere natuurrampen speelden toen ook de wereld parten. Bill Clinton steunde Mexico met twintig miljard dollar om het van een faillissement te behoedden. Ondertussen stonden Irene Moors en de Smurfen met No Limit hoog in de Nederlandse Top 40. In dat jaar werd ook het blad dat voor u ligt geboren, maar wanneer was dat precies? Werd de Slurf geboren bij het idee voor een mooi werktuigbouwkundig blad of toen de eerste Slurfen van de pers afrolden? Het blijft een raar idee als iets van niets in eens één van iets oud wordt, al is het maar een picoseconde. Toch bestaat het al en kan het per definitie nooit nul zijn. Nul is echter wel een ontzettend belangrijk getal. Ongeveer 1 500 jaar geleden waren de Indiërs al heel ver in de wiskunde en bedachten zij het getal nul. Nul was handig om bijvoorbeeld twee gelijke waarden van elkaar af te kunnen trekken. “15 olifanten min 15 olifanten is natuurlijk nul”, bedachten ze toen. Toch is dit besef in Europa pas heel laat in de geschiedenis gemeengoed geworden, namelijk in de 15e eeuw. Tegelijkertijd met het algemene gebruik van het getal nul in Europa nam de wetenschap

ook een vlucht. In 1995 had de nul zijn macht nog niet verloren. De computer was sterk in opkomst en een groot deel van onze wereld werd uit nullen en enen opgebouwd. 15 kan je bijvoorbeeld in 15 bit ook als 000000000001111 schrijven. Vijf jaar na het ontstaan van de Slurf kwam het getal nul weer in opspraak. De overgang van 1999 naar 2000 zou in de computer nul kunnen opleveren met het gevolg dat al onze informatie systemen het zouden begeven. Gelukkig liep het niet zo’n vaart en konden we met behulp van onze computers over de volgende gevaren gaan nadenken. Bijvoorbeeld hoe de wereld er over 15 jaar uit zal zien. Voorspellingen zijn er te over: Water wordt de nieuwe olie, genetica heeft gezorgd voor terrorisme met dodelijke ziektes en de levensverwachting neemt per jaar toe met één jaar. Eén deel valt natuurlijk al in te vullen, wij zullen dan allemaal werktuigbouwkundig ingenieurs zijn en al een aantal jaren in de industrie werken. Dat betekent dat wij medeverantwoordelijk zullen zijn of dan de wereldproblemen al zijn opgelost of dat we in het ergste geval teruggaan naar het jaar nul! JHW

nawoord

Gezelschap Leeghwater

Kijkend naar de klok tel je de uren af. Het is vrijdagmiddag en het loopt tegen vijven, je bent moe na een week werken aan de TU en kan niet wachten tot het weekend is. De laatste studenten zie je richting de uitgang sloffen die nog net voor de deadline van vijf uur de laatste dingen moesten doen. In plaats van in het regenachtige herfstweertje op mijn fietst te stappen, blijf ik. Een paar uur later is het buiten inmiddels donker en ik zit nog steeds op de TU. De telefoon gaat, het is

42

de Slurf - oktober 2010 - no. 1

de pizzaboer die zeven pizza’s komt brengen. Nu is het eerste Slurfweekend van het jaar echt begonnen. Om de paar maanden leven de Slurfers een weekend als echte kluizenaars op de TU om de Slurf te maken; geen weekend met de beentjes omhoog maar keihard werken. Dit weekend was het voor mij de eerste keer. Vrijdag tijdens de eerste vergadering kwamen we er achter dat het bikkelen zou gaan worden. Na een avond hard werken is het alweer twaalf uur, het wordt rennen, ben je één minuut te laat dan zit er niks anders op dan een nachtje te blijven slapen. De volgende dag is het opnieuw hard werken, het gaat voor je gevoel allemaal niet snel genoeg, stukken worden opnieuw gelezen, verbeterd, gelezen en opnieuw verbeterd. En dan alsnog, een –dt fout. Tegen de avond staan bijna alle stukken in InDesign, het klinkt misschien raar maar het is echt steengoed om je stuk waar je al die tijd aan heb gewerkt opeens op glossy papier met plaatjes en al voor je te hebben liggen. ’s Avonds is iedereen moe en zit een dansje in de Danzig, hét gezelligste danscafé van Den Haag, er helaas niet meer in. De laatste dag beunen is aangebroken. Als ik zelf na mijn hockeywedstrijd op kantoor kom, is iedereen al hard aan het werk. Tegen de avond is het de bedoeling dat het af is, of dat daadwerkelijk gaat lukken wordt nog spannend. Maar als je het aan mij vraagt is het sowieso een geslaagd weekend. Wat het ‘legendarische’ Slurfweekend precies inhoud kan je pas zeggen door er zelf ook één te hebben meegemaakt. Namens de de Slur ommissie, Liefs van Olga (SJ)



Slurf 15-1