Page 8

indien gij een overtreder der wet zijt, zo is uw besnijdenis voorhuid geworden. Dat is, zo zijt gij, hoewel gij besneden zijt, in enerlei staat met een ongelovigen onbesnedene. 26. Indien dan de voorhuid Dat is,

de rechten bewaart, Of,

degenen, die onbesneden zijn.

der

wet

rechtvaardigmakingen; dat is, hetgeen de wet tot rechtvaardigmaking vereist. zal niet zijn

voorhuid

Dat is, de stand van den

tot een besnijdenis gerekend worden? Dat is, alzo gehouden onbesneden mens.

worden alsof hij besneden ware, gelijk in Abraham te zien is eer hij besneden was, die nochtans niet door de wet, maar door het geloof is gerechtvaardigd, Rom. 4:10, waarmede hij de besnijdenis niet ten enenmale verwerpt, als zij nog niet afgedaan was,maar hij handelt hier met de Joden, die de leer der FarizeĂŤn volgden en hunne gerechtigheid stelden in de onderhouding van den uiterlijken godsdienst. Anders was de besnijdenis in zichzelve een teken en zegel van de rechtvaardigmaking des geloofs, Rom. 4:11, en is met de andere ceremoniĂŤn en schaduwen door Christus vervuld en afgedaan; Col. 2:17. 27. En zal de voorhuid, Dat is, de mens,

die uit de natuur is, als zij de wet volbrengt die van nature zonder besnijdenis is.

Dat is, indien hij de wet volbrengt. Niet dat er iemand is, die de wet in alles heeft volbracht, Rom. 3:9; maar dit zegt hij om de Joden te overtuigen, dat zowel zij als de heidenen hunne rechtvaardigheid buiten zichzelven in Christus, die alleen de wet volbracht heeft, moeten zoeken; Hand. 13:38,39, enz., u niet

oordelen,

Namelijk met zijn exempel, gelijk

Matth. 12:41,42.

die door de letter en

besnijdenis

Dat is, de uitwendige en letterlijke besnijdenis; of die alleen naar de uitwendige letter van het gebod geschiedt; 2 Cor. 3:6,7. een overtreder der wet zijt?

28. Want die is niet een Jood,

Dat is, een rechte of waarachtige Jood, die erfgenaam is van de beloften des verbonds, den vaderen gedaan. die het in het

openbaar is;

Dat is, van afkomst uit Abraham door Juda, en die uitwendige belijdenis van het Jodendom doet. noch die

is de besnijdenis,

Dat is, de rechte of ware besnijdenis, die God in Zijn woord voornamelijk eist, en hem ter zaligheid aangenaam is. die het in het openbaar

in het vlees is; 29. Maar die is een Jood,

Dat is, een

die het in het verborgen is, en de besnijdenis des harten, Dat is, de ware bekering en vernieuwing des harten; Col. 2:11. in den geest, Dat is, in het hart en gemoed; of door rechte en ware Jood, gelijk voren.

den Heiligen Geest, die alleen de harten besnijdt. Hetwelk met het volgende woord letter overeenkomt. niet in de letter, is

de besnijdenis; wiens lof

Namelijk lof van den Jood, niet waar hij door roemt, maar waarmede hij terecht geroemd en geprezen wordt. niet is uit de mensen, Dat is, zijn oorsprong niet heeft uit des mensen krachten of werken. maar uit God. Namelijk die zulks in hem door zijnen Geest gewrocht heeft; Rom. 9:16; 1 Cor. 3:7, en 2 Cor. 4:6. Romeinen 3

1. Welk is dan het voordeel

Of, de uitnemendheid, namelijk boven de heidenen, indien het uitwendig Jodendom en de besnijdenis voor God niet geldt tot rechtvaardigheid, gelijk in de laatste vijf verzen in het voorgaande hfdst. geleerd is.

van den Jood? Of welk is de nuttigheid der besnijdenis? 2. Vele in alle manier; want dit is wel het eerste Dat is het voornaamste, dat het fondament is van alle andere voordelen, die de apostel breder verhaalt, Rom. 9:4; Ef. 2:11,12., dat hun de Woorden Gods

zijn toebetrouwd. 3. Want wat is het, al zijn sommigen Dat is, een groot deel derzelve, namelijk die door hun eigen ongeloof de voordelen, hun van God verleend, krachteloos maken. Zie Hebr. 3:16,17,18; en Hos. 8:12. ongelovig

Romeinen