Page 7

geschreven in hun harten, hun geweten medegetuigende, en de gedachten onder elkander hen beschuldigende, inhoud der wet Gods.

Namelijk wanneer zij tegen hun gemoed het kwaad doen. of ook ontschuldigende). Namelijk wanneer zij volgens hunne conscientie het goed doen. 16. In den dag Die woorden moeten gevoegd worden met Rom. 2:12, doch kunnen ook volgen op Rom. 2:15, zo men het overzet tegen dien dag, want alsdan zullen de getuigenissen van de conscientiën der mensen, ook over hun verborgen zonden, dienen om het oordeel van Christus voor de gehele wereld te billijken, ook zelfs voor degenen, wien het Evangelie nooit is gepredikt; Openb. 20:12. wanneer God

de verborgene dingen der mensen zal oordelen door Jezus Christus, naar mijn Evangelie. 17. Zie, gij wordt Van hier voorts handelt

19. En gij betrouwt uzelven te zijn een leidsman der blinden, een licht dergenen, die in duisternis zijn; 20. Een onderrichter der onwijzen, en een leermeester der onwetenden, Grieks der onmondige kinderen; dat is, die van kleine wetenschap zijn, gelijk kinderen; Matth. 11:25; 1 Cor. 13:11. hebbende de

gedaante der kennis

Grieks morphosin; dat is, een gezette wijze of gestalte van kennis; of een schijn, en niet een waarachtig wezen van kennis. Zie 2 Tim. 3:5. en der

waarheid in de wet. 21. Die dan een anderen leert, leert gij uzelven niet? Namelijk gehoorzamen en doen hetgeen gij een ander leert, gelijk blijkt uit het volgende. Die predikt, dat

men niet stelen zal, steelt gij?

Dat is, strekt gij het goed van een ander door behendige wegen en kwade trekken tot u? gelijk de Joden hiervan altijd zeer berucht zijn geweest en nog zijn; Matth. 23:14.

hij bijzonder tegen de Joden, die op hun geslacht, op de kennis van Gods wet, op de besnijdenis en andere uiterlijke voordelen roemden en zich verlieten, en hij bewijst, dat zij daardoor niet meer rechtvaardig zullen zijn voor God dan de heidenen door de wet der natuur. een Jood genaamd Grieks een Jood toegenaamd; namelijk vanwege uwe afkomst uit Israël en Juda, uit welken de Messias moest voortkomen, Openb. 2:9; waarom de Joden ook gaarne naar hem genoemd werden. en rust op de wet; Dat is, verlaat u op de wet, die u door Mozes is gegeven, als de tafelen van het verbond Gods. en roemt op God, Dat is, beroemt u, dat God uw God is, en dat gij Zijn volk zijt; Joh. 8:33,41.

22. Die zegt, dat men geen overspel doen zal, doet gij overspel? Die van de afgoden een gruwel hebt, berooft gij het heilige? Of, bedrijft gij kerkroof?

18. En gij weet Zijn wil, en beproeft de dingen, die daarvan verschillen,

Joden aan, die hunne rechtvaardigheid zochten in de onderhouding der ceremoniën; dezulke moeten de gehele wet onderhouden, of de besnijdenis kan hun niet helpen; Gal. 5:3. Hoewel het ook in het algemeen verstaan kan worden, dat de uiterlijke godsdiensten niet helpen ter zaligheid, als zij niet vergezelschapt zijn met een recht godzalig leven; Jes. 1:11,12, enz.; Jer. 6:20, enz. maar

Of, die uitmunten, uitnemend zijn. Want het Griekse woord betekent beide; Matth. 12:12; Filipp. 1:10. zijnde onderwezen uit de

wet;

Grieks gecatechiseerd; dat is, van jongs op, en naarstig van mond tot mond onderwezen; Hand. 18:25; 1 Cor. 14:19.

namelijk met God Zijne eer te nemen; of Hem te onthouden in Zijn tempel wat Hij aan zich wil geheiligd of opgeofferd hebben. Zie hiervan Mal. 1:6.

23. Die op de wet roemt, onteert gij God door de overtreding der wet? 24. Want de Naam van God wordt om uwentwil gelasterd Dat is, om uwer en uwer voorvaderen zonden wil. onder de heidenen, gelijk geschreven is. 25. Want de besnijdenis is wel nut, indien gij de wet doet; Hij spreekt de

Romeinen