Page 65

aanrichten tegen de leer, die gij van ons geleerd hebt; en wijkt af van dezelve. 18. Want dezulken Hij beschrijft hen,

en van de gehele Gemeente. U groet Erastus, de rentmeester Of, bezorger, ontvanger. Zie Luk. 16:1. der stad, Dat is, van Corinthe, waren. Zie Rom. 16:1.

opdat zij mogen bekend en te beter gemeden worden. dienen onzen Heere Jezus

vanwaar de apostel dezen brief geschreven heeft. en de broeder Quartus.

Christus niet, Namelijk hoewel zij zich voor dienaars des Heeren uitgeven. maar hun buik; Dat is, leren om vuil gewins wil, en om

24. De genade van onzen Heere Jezus Christus Zie Rom. 16:20. De apostel

hunnen buik te verzadigen; 1 Tim. 6:5; Tit. 1:11. en verleiden door

schoonspreken en prijzen de harten der eenvoudigen. Grieks, dergenen, die niet kwaad zijn.

19. Want uw gehoorzaamheid Namelijk welke gij betoont in het aannemen der leer van het Evangelie, die hij geloof noemt; Rom. 1:8. Zie 1 Thess. 1:8. is tot kennis van

allen gekomen. Ik verblijde mij dan uwenthalve; en ik wil, dat gij wijs zijt in het goede, doch onnozel in het kwade. 20. En de God des vredes Zie Rom. 15:33. zal den satan Namelijk die door zijne middelen u zoekt te verleiden. haast Hetwelk hier wel begint, maar in het einde van deze wereld, hetwelk aanstaande is, Openb. 22:12, volkomen zal geschieden. onder uw voeten verpletteren. Dat is, doen, dat gij hem door Christus volkomen zult overwinnen. De apostel schijnt hier te zien op de eerste belofte des Evangelies; Gen. 3:15. Zie ook Openb. 12:11. De genade van

onzen Heere Jezus Christus zij met ulieden. Dezen wens gebruikt de apostel in al zijne zendbrieven. Zie 2 Thess. 3:17.

Amen. 21. U groeten, Timotheus, mijn medearbeider, en Lucius, en Jason, en Socipater, mijn bloedverwanten. 22. Ik, Tertius, die den brief geschreven heb, Namelijk uit den mond van Paulus. groet u in den Heere. 23. U groet Gajus, Zie van hem Hand. 20:4; 1 Cor. 1:14. de huiswaard van mij Dat is, die in zijn huis den apostel herbergde en andere gelovigen, die daar niet woonachtig

herhaalt dezen wens wederom, om te tonen hoe nodig dezelve is, en dat deze brief uit grote toegenegenheid van hem is geschreven.

zij met u allen. Amen. 25. Hem nu, Die machtig is u te bevestigen, naar mijn Evangelie Dat is, dat door mij gepredikt is. Zie Rom. 2:16.

en de prediking van Jezus Christus, Dat is, hetwelk is de prediking, namelijk òf die de Heere Christus zelf gepredikt heeft; Hebr. 1:1,2, òf wiens inhoud is de Heere Christus; 1 Cor. 2:2. naar de openbaring der

verborgenheid,

Dat is, van de leer des Evangelies van Christus nu in het vlees gekomen zijnde, welke vóór dezen alzo niet is bekend geweest, en in welke leer zodanig ene wijsheid Gods geopenbaard wordt, die door gener creaturen verstand kon doorgrond worden; 1 Petr. 1:12. die van de tijden

der eeuwen

Grieks, eeuwige tijden; of van de tijden der wereld; dat is, nadat de wereld geschapen is geweest. verzwegen is

geweest;

Dit is te verstaan, niet alzo, dat men in het Oude Testament van de Evangelische leer niet zou hebben geweten; want in Rom. 16:26 wordt verklaard, dat de openbaring dezer leer ook geschied is door de profetische schriften; maar ten aanzien van die klare openbaring en verkondiging nu in het Nieuwe Testament geschied, alzo Christus toen nog niet was gekomen; en de heidenen daarvan ganselijk niet wisten; Ps. 147:20; Ef. 2:12. 26. Maar nu geopenbaard is, Namelijk

en Schriften,

in de tijden des Nieuwen Testaments.

door

de

profetische

Namelijk in welke de Messias beloofd en beschreven wordt, met al zijne omstandigheden en weldaden; Hand. 26:22; Rom. 1:2, en Rom. 3:21; 1 Petr. 1:10, wanneer

Romeinen  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you