Page 57

een tijd onrein zijn geweest; zo zijn zij nu alle voor rein te houden, overmits die schaduwen nu ophouden; Col. 2:16; 1 Tim. 4:3,4. dan

die acht iets onrein te zijn,

Dat is, die nog niet gelooft dat het onderscheid der spijs nu ophoudt, maar meent dat dit verbod Gods nog moet achtervolgd worden. Want de middelmatige zaken zijn ons zodanig, gelijk wij dezelve achten, wanneer zij zonder ergernis kunnen gedaan of gelaten worden. die is het onrein. Dat is, die mag tegen zijn gevoelen zulke spijs niet eten; want daarmede zou hij doen hetgeen hijzelf zonde houdt te wezen. 15. Maar indien uw broeder Dat is, de zwakke medegelovige. om der spijze wil Dat is, omdat hij ziet dat gij spijs eet, die hij houdt van God den Christenen verboden te zijn. bedroefd wordt, Namelijk als hij ziet dat gij, die sterk zijt, spijs eet, die in het Oude Testament verboden was, menende dat gij daaraan u bezondigt tegen God; hetwelk de godzaligen bedroeft. Of, ziende dat gij daarmede hen als veracht en veroordeelt. zo

wandelt gij niet meer naar liefde. Want die bedroeft of ergert niemand, maar zoekt de zwakken tegemoet te gaan, toe te geven en in het geloof te sterken; 1 Cor. 13:4, enz. Verderf dien niet Namelijk zoveel in u is; hem daarmede vervremende van den Christelijken godsdienst. Of, zo hij uw voorbeeld volgt tegen zijne conscientie, dezelve daarmede kwetsende, waardoor zijn geloof in gevaar gebracht wordt. met uw

spijze,

Dat is, etende voor hem spijs, die hij

meent nog verboden te zijn.

Christus gestorven is.

voor welken

Namelijk om hem te behouden, die gij, zoveel in u is, verderft, hetwelk een gruwelijke zonde is, die ook tegen Christus gedaan wordt; 1 Cor. 8:12. Anderszins moet men al degenen, die het geloof van Christus belijden, naar het oordeel der liefde, houden voor zodanig, die van Christus door zijn dood verlost zijn. Want dat degenen, die waarlijk door den dood van Christus eens verlost zijn, niet zullen verloren gaan, wordt geleerd Matth. 24:24; Joh. 10:28; 1 Petr. 1:5.

16. Dat dan uw goed niet

Dat is, uwe Christelijke vrijheid en het gebruik derzelve. gelasterd worde. Zo van de zwakke Christenen als van degenen, die buiten zijn, als zij zullen zien dat de Christenen om zulke geringe zaken met elkander twisten. 17. Want het Koninkrijk Gods Dat is, het koninkrijk der heerlijkheid of der eeuwige zaligheid wordt niet verkregen door spijs eten of niet eten, en het rijk der genade of de ware godzaligheid wordt daardoor niet bevorderd. Zie 1 Cor. 8:8. is niet spijs en drank,

maar rechtvaardigheid,

Namelijk Gods of des geloofs, die tevoren beschreven is, Rom. 4:5. Waarmede de heiligheid des levens ook gevoegd moet zijn. en vrede, Namelijk gerustheid in onze harten en conscientiĂŤn door de verzekering, dat wij en ons doen door het geloof Gode aangenaam zijn, Rom. 5:1, en ook uiterlijke vrede en enigheid onder de broeders. en blijdschap, Dat is, een geestelijke vreugde in het hart, ontstaande uit de vaste hoop der zaligheid en uit aanmerking van den welstand der gemeente in vrede bloeiende. door den Heiligen Geest. Grieks, in den Heiligen Geest; dat is, die van den Heiligen Geest gewrocht en ontstoken wordt, en een geestelijke, niet een wereldse blijdschap is.

18. Want die Christus in deze dingen Dat is, die zijne gerechtigheid door het geloof in Christus zoekt, naar ware heiligheid staat, en in zichzelven gevoelt den vrede en de blijdschap des Heiligen Geestes, en altijd naar vrede tracht. dient, Bewijst Christus de gehoorzaamheid en den godsdienst, die Hij van u eist. is Gode welbehagelijk, en

aangenaam

Grieks, beproeft; dat is voor goed en godzalig bevonden en gehouden. den mensen. Namelijk die recht oordelen.

19. Zo dan laat ons najagen,

Grieks, vervolgen; dat is, op alle manieren zoeken. Zie dergelijke Ps. 34:15. hetgeen tot den

vrede,

Dat is, laat ons alle middelen aanwenden om vrede onder de gelovigen te houden, en vlieden al wat dien zou kunnen verbreken of verhinderen. en hetgeen tot

de stichting

Ene gelijkenis, genomen van

Romeinen  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you