Page 46

in hun eigen olijfboom geent worden? verbond gemaakt heeft, afkomstig zijn. Namelijk waar zij van afgehouwen waren.

25. Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend zij Dat is, deze zaak, die tot nog toe weinig bekend is geweest. (opdat gij niet wijs zijt, Dat is, laatdunkend of hoogmoedig in uwe ogen; Spreuk. 3:7; Rom. 12:16. bij uzelven), dat

de

verharding

Dat is, de ongehoorzaamheid, gelijk Rom. 11:30,32; zie Rom. 11:7. voor een deel Dat is, niet van alle Joden, maar van enigen, hoewel zeer velen. Want daar is nog altijd enig overblijfsel behouden geweest, en daarna zullen zij zich met grote menigte bekeren. over Israel

gekomen is, Dat is, het Israëlietische volk, de Joden. totdat de volheid der heidenen Dat is, het volle getal, of de menigte der heidenen, en gelijk als het lichaam derzelve. Zie dergelijk Rom. 11:12. zal ingegaan zijn. Namelijk door belijdenis des Christelijken geloofs in de gemeente Gods. 26. En alzo zal Dat is, alsdan, namelijk als de volheid der heidenen zal ingegaan zijn. geheel Israel Dat is, niet enige weinigen, maar ene zeer grote menigte, en gelijk als de ganse Joodse natie. zalig worden; Namelijk door de predikatie des Evangelies krachtig geroepen, en door het geloof gerechtvaardigd zijnde. gelijk geschreven

is: De Verlosser zal uit Sion komen Grieks, die uittrekt; namelijk iemand uit enige zwarigheid. Hebreeuws, Goël. Waardoor de Messias verstaan wordt, die, als een naaste bloedverwant der Joden, hen uit het verderf zal trekken en verlossen. en zal de

goddeloosheden

Namelijk hen door den Geest der wedergeboorte van dezelve bekerende, en hen die vergevende. afwenden van Jakob. Dat is, van de Joden, die Jakobs nakomelingen zijn.

27. En dit is hun een verbond van Mij, Namelijk den Joden, die derhalve, alzo dit verbond onveranderlijk en vast is, nog bekeerd zullen worden tot het geloof, opdat hunne zonden daardoor mogen vergeven en

weggenomen worden.

als Ik hun zonden

zal wegnemen. 28. Zo zijn zij wel

Dit is een antwoord op ene tegenwerping, dat het niet wel gelofelijk was dat de Joden wederom zouden aangenomen worden, overmits zij door het verwerpen des Evangelies van God gehaat waren. De apostel bekent dat zij wel daarom gehaat waren, maar dat zij ook evenwel om een andere reden bemind waren, namelijk omdat zij afkomstig zijn van de vaderen, die God verkoren had tot Zijn volk. vijanden Dat is, van God gehaat.

aangaande het

Evangelie,

Dat is, omdat zij nu tegenwoordig het Evangelie verwerpen en bestrijden. om uwentwil, Dat is, omdat zij u vanwege de belijdenis des Evangelies haten en vervolgen, of opdat gij, heidenen, in hunne plaats zoudt geroepen en ingeënt worden. maar aangaande de verkiezing Dat is, dewijl God deze natie uit alle andere tot Zijn volk uitverkoren heeft, en nog onder haar Zijne uitverkorenen heeft. zijn zij

beminden, Namelijk van God, dat is Gode aangenaam. om der vaderen wil; Dat is om het verbond, dat God met Abraham en zijne nakomelingen en de andere patriarchen, van wie de Joden afkomstig zijn, gemaakt heeft; Gen. 17:7.

29. Want de genadegiften en de roeping Gods zijn onberouwelijk. Dat is, zodanig, dat God van dezelve geen berouw krijgt, dat is, onveranderlijk is; want bij de mensen ontstaat veranderen van voornemen daaruit, dat het hun berouwt zulk een voornemen genomen te hebben; 1 Sam. 15:29; 2 Cor. 7:10.

30. Want gelijkerwijs ook gijlieden Namelijk

geroepenen uit de heidenen. eertijds Gode Namelijk eer Christus gekomen en u gepredikt is geweest. ongehoorzaam geweest zijt, Namelijk niet gelovende Zijn woord en niet houdende Zijne geboden. maar nu barmhartigheid

verkregen hebt

Dat is, uit enkele barmhartigheid Gods, door de predikatie des Evangelies, tot het geloof geroepen zijt. door

dezer ongehoorzaamheid;

Romeinen  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you