Page 40

12. Want er is geen onderscheid, Namelijk nu in de tijden des Nieuwen Testaments; Ef. 2:13. noch van Jood

profeteerden eer zij gezonden waren; Jer. 23:21. indien zij niet gezonden

worden?

die

Namelijk van degenen, wiens woord zij verkondigen; hetzij nu zulks buitengewoon van God en Christus zelven, hetzij het gewoon door de gemeente en hare opzieners, die daartoe van God gelast zijn, geschiedde. Gelijk geschreven is: Hoe

Namelijk door het ware geloof, gelijk volgt. En hieruit blijkt dat het woord belijden, Rom. 10:9,10, ook de ware aanroeping begrijpt, die een voornaam deel is van onze belijdenis voor God en de mensen; Dan. 6:11.

Dat is, aangenaam. Deze woorden zijn genomen uit Jes. 52:7, waarvan de verlossing en verbreiding van Gods gemeente door Christus, en van de verkondiging derzelfde verlossing gehandeld wordt. dergenen, die

noch van Griek; want eenzelfde is Heere van allen, Namelijk God in Christus, of dezelfde Heere van allen is rijk over allen, enz. rijk zijnde over allen, Dat is, overvloedig genadig, òf goedertieren.

Hem aanroepen.

13. Want een iegelijk, die den Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden. 14. Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, In de rest van Rom. 10, verklaart de apostel het middel, waardoor het ware geloof in Christus wordt verkregen; namelijk door de predikatie des Evangelies, gepredikt van degenen, die daartoe wettelijk gezonden zijn, hoewel deze in allen hare behoorlijke vrucht niet heeft. in Welken zij

niet geloofd hebben? En hoe zullen zij in Hem geloven, van Welken zij niet gehoord hebben? Dat is, geen wetenschap hebben, daar zij door het gehoor van Gods Woord toe gebracht worden; dewijl de kennis noodzakelijk tot het geloof vereist wordt; Joh. 17:3. En hoe zullen zij

horen, zonder die hun predikt? Namelijk het Woord Gods. Het Griekse woord Keryssein betekent eigenlijk ene uitroeping, of publieke verkondiging doen, die door de stadsboden vanwege de overheid aan de burgers geschiedt, en wordt alhier, gelijk ook doorgaans in de Heilige Schrift, genomen voor de verkondiging des Evangelies, die door de apostelen en andere leraars van Christus' wege aan de mensen gedaan wordt. Zie Matth. 3:1, en Matth. 4:17,23; Mark. 1:4,7, en Mark. 16:15; 2 Cor. 5:19,20. 15. En hoe zullen zij prediken, Namelijk recht en behoorlijk, van Christus' wege en in Christus' naam, als voren. Want er zijn er anderszins ook geweest, die liepen en

liefelijk

zijn

de

voeten

vrede verkondigen,

Namelijk met God door Christus. Zie Rom. 5:1; Ef. 2:14.

dergenen, die het goede verkondigen! 16. Doch zij zijn niet allen het Evangelie gehoorzaam geweest; Namelijk wien het Evangelie is gepredikt.

want Jesaja zegt: Heere, wie heeft onze prediking geloofd? Grieks, gehoor; waarvan zie Joh. 12:38.

17. Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods. Namelijk dat gepredikt is; of door het bevel Gods, die hen tot het prediken heeft gezonden.

18. Maar ik zeg: Hebben zij het niet gehoord? Namelijk Joden en heidenen; want van beiden spreekt hij daarna verscheidenlijk. Ja toch, Namelijk zij hebben

hun geluid is over de gehele aarde uitgegaan, Deze het allen waarlijk gehoord.

plaats, genomen uit Ps. 19, die eigenlijk spreekt van de kennis van God, die alle mensen hebben kunnen uit het aanschouwen van den hemel en van de schepselen, die daarin zijn, menen sommigen dat ook een profetie in zich begrijpt van hetgeen ten tijde der apostelen geschieden zou. Doch alzo de apostel dit eigenlijk niet bijbrengt als van David voorzegd, gelijk hij elders wel doet, zo kan dit zeer bekwamelijk genomen worden voor een heilige toepassing van deze woorden tot het voornemen van den apostel, gelijk hierboven Rom. 10:6, dergelijk in de plaats

Romeinen  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you